De Schildwacht
Mei - Juni 2026 - nr. 03

Interview
Uw pensioen en het Sociaal akkoord: een antwoord op al uw vragen

![]()
Mei - Juni 2026 - nr. 03

Interview
Uw pensioen en het Sociaal akkoord: een antwoord op al uw vragen

VOORWOORD DOOR YVES HUWART | VOORZITTER
Hoe ervaren militairen en hun thuisfront de toenemende dreiging en kans op een mogelijk grootschalig conflict? Hoe gaan ze hiermee om? En is dat thuis onderwerp van gesprek? Heeft het bovendien invloed op de morele pijler van de militaire gevechtskracht?
Onze wereld wordt steeds onvoorspelbaarder, met nieuwe dreigingen en steeds complexere crises. Defensie bereidt zich voor op andere vormen van inzet. De geplande en afgebakende missies naar bijvoorbeeld Litouwen en Roemenië en patrouilles in de Oostzee of boven de Baltische staten zijn bekend. Maar met alle geopolitieke spanningen moet Defensie wellicht vooral het eigen grondgebied verdedigen, of dat van een bondgenoot. Dit is, net zoals tijdens de Koude Oorlog, opnieuw de hoofdreden van bestaan van de krijgsmacht en kan betekenen: overhaast vertrekken, niet weten wanneer en óf je thuiskomt, niet weten of je familie veilig is.
Voor zo’n oorlog stromen bij Defensie miljarden binnen, worden mensen versneld gerekruteerd en opgeleid, wapenorders geplaatst en locaties voor kazernes uitgebreid. Doch is er wel voldoende aandacht voor wat in militaire doctrines de ‘morele component’ wordt genoemd, zijnde één van de drie bouwstenen van gevechtskracht naast de fysieke (mensen en materieel) en conceptuele (doctrines en strategie) pijlers?
Zijn onze militairen met name wel klaar om te vechten? Praten ze daar thuis over, waar liggen ze ’s nachts van wakker en wat kan Defensie doen om te helpen? Want uiteindelijk zijn dit de factoren die de sterkte van de morele component beïnvloeden, en dus van de gevechtskracht van het leger. De robuustheid van de morele component is een permanent aandachtspunt in de Noord-Europese legers. Volkomen terecht, want ze omvat de wil om te vechten, de sterkte van het leiderschap, de individuele veerkracht van de militair en de maatschappelijke steun.
Waarom blijft dat dan zo’n ondergesneeuwd beestje bij ons?
Als je spreekt met militairen blijkt dat velen nog altijd niet weten wat precies van hen verwacht wordt voor zo’n nieuwe oorlog en waar ze zich op moeten voorbereiden – laat staan dat hun thuisfront dat weet. Dagelijks horen ze vanuit de top dat de krijgsmacht klaar moet staan voor een grootschalig conflict en dat daar hard aan wordt gewerkt, doch meer dan de helft weet niet welke taak te moeten uitvoeren bij zo’n conflict. Velen op de werkvloer weten ook niet goed waar hun organisatie precies naartoe beweegt en wat dat voor hen betekent. Dat maakt het ook moeilijk om daar thuis over te spreken.
Heel wat familieleden geven ook aan thuis nooit of uiterst zelden te praten over hoe een oorlog het thuisfront kan raken: wie zorgt bijvoorbeeld voor zieke ouders als de militair een stuk langer dan vier maanden in Oost-Europa ontplooid wordt? Wanneer beide partners militair zijn en ze tegen de (schoon)ouders moeten zeggen: ‘Als wij worden opgeroepen, zijn jullie al die maanden met de kinderen’; daar kunnen ze best wel van schrikken. Of iets heel laag-bij-de-gronds: familieleden zijn soms gewend elk half uur te kunnen appen met hun naasten; dit soort verwachtingen moet ook worden bijgesteld.
De toenemende dreiging noopt tot een betere en verregaandere informatie van de personeelsleden. En ze dwingt ook tot meer aandacht voor het thuisfront. Want een militair die weet waarvoor hij ingezet wordt en die beseft dat het thuis goed is geregeld, is gemotiveerder en meer gevechtsbereid. Werk op de plank bij de defensietop, dus.

De Schildwacht is het tweemaandelijkse tijdschrift van de Algemene Centrale van het Militair Personeel. Alle leden krijgen een exemplaar toegestuurd.
Oplage: 9.800 exemplaren.
Adresgegevens worden behandeld overeenkomstig de wet op de privacy (wet 8/12/1992 & GDPR).
Verantwoordelijke uitgever: Yves Huwart Coördinatie: Jesse Arents & Concetto Bandinelli
Algemene gegevens - ACMP: Romboutsstraat 1 – Bus 021 1932 Zaventem srt@acmp-cgpm.be www.acmp-cgpm.be
Tel.: 02 245 72 14
BE32 2100 6234 6602
BIC: GEBABEBB
BE57 0682 3639 9535
BIC: GKCCBEBB
Foto cover: R. Krater
Mei - Juni 2026 - nr. 03 2 4 20 23
25 30
Zijn Belgische militairen gevechtsklaar?
Interview Pensioenhervorming en het Sociaal akkoord
Centenindex: Peanuts?
EIndelijk! De verwijderingstoelage
Nieuw bijkantoor te Marche-en-FamenneOpeningsrede
Def+: nieuwe naam, grotere verwachtingen
Volg ons op Facebook
Pensioenhervorming, sociaal akkoord, acties, onderhandelingen en juridische procedures. De voorbije maanden hielden deze dossiers duizenden collega's in de ban. Maar wat mogen we nu écht verwachten? Wat werd bereikt? Wat staat er nog op het spel? En vooral: wat is feit en wat is fictie?
Tijd dus om onze voorzitter, Yves Huwart, aan een stevig vragenvuur te onderwerpen. Geen ontwijkende antwoorden of politieke spitsvondigheden, maar klare taal. Ook de meest kritische, lastige en ongemakkelijke vragen gaat hij niet uit de weg.
Heeft u na het lezen van dit interview zelf nog een vraag? Aarzel dan niet om ons te contacteren via onze gekende coördinaten: 02/245 72 14 of srt@acmp-cgpm.be
Is er nog kans dat de pensioenhervorming tegengehouden of uitgesteld gaat worden?
Neen. De pensioenhervorming werd op 28 mei 2026 goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en verscheen op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad. Daarmee is deze hervorming een juridisch feit geworden.
De hoop die sommigen bleven koesteren dat de hervorming op de valreep alsnog zou worden uitgesteld of afgevoerd, is daarmee definitief van de baan. Wie de politieke ontwikkelingen van de voorbije jaren en maanden aandachtig volgde, zag dit scenario al van ver aankomen.
Dat betekent uiteraard niet dat alle discussies hiermee zijn afgelopen. Er blijven nog vragen bestaan over de concrete uitvoering en er wordt onderzocht welke juridische pistes eventueel nog openliggen. Maar één
zaak staat vast: het gros van de pensioenhervorming treedt in werking op 1 januari 2027.
Het speculeren is voorbij; het moment om de gevolgen van deze hervorming correct in kaart te brengen en onze leden maximaal te begeleiden is aangebroken.
67 jaar?
Gaan alle militairen nu tot hun 67e moeten werken?
Neen. Dat is wellicht één van de meest hardnekkige misverstanden die over deze pensioenhervorming de ronde doen.
Zullen er militairen zijn die tot hun 67e zullen moeten of kunnen blijven werken? Ja. Maar voor de overgrote meerderheid wordt dit zeker niet de algemene regel. De pensioenleeftijd en het moment waarop men effectief met pensioen kan gaan, zullen immers afhangen van verschillende factoren, waaronder de loopbaanduur.


In grote lijnen komt het erop neer dat men ongeveer 40 à 41 gewerkte jaren op de teller moet hebben om op de vroegst mogelijke datum met pensioen te kunnen gaan. Voor velen zal het dus niet zozeer de leeftijd van 67 jaar zijn die bepalend wordt, maar wel het aantal effectief gepresteerde loopbaanjaren.
Wie vandaag beweert dat voortaan elke militair automatisch tot zijn 67e zal moeten werken, verbuigt de werkelijkheid. Zoals zo vaak zit de waarheid ergens tussen de slogans en de feiten.
En aansluitend aan de vorige vraag, zullen militairen in de toekomst langer moeten werken voor een lager pensioen?
Dat hangt af van over wie we spreken. Voor militairen die vandaag dicht bij hun pensioen staan (grosso modo tot en met geboortejaar 1980) zal deze hervorming a priori niet leiden tot een lager pensioenbedrag dan dat van collega's die vandaag met pensioen gaan. Voor jongere generaties ligt dat anders: zij zullen in het algemeen langer moeten werken en zullen sterker de impact van de hervorming ondervinden.
Harmonisatie
Gaan militairen onder dezelfde pensioenregels vallen als alle andere Belgen?
Niet helemaal. Deze pensioenhervorming heeft wel als doel om de verschillende pensioenstelsels meer naar elkaar toe te laten groeien, maar volledig gelijk zal het niet worden.
Militairen behouden immers een aantal specifieke kenmerken die verband houden met het bijzondere karakter van het militair statuut. Zo blijft voor militairen die uittreden na 40 à 41 effectief gewerkte jaren een bonificatie van twee jaar behouden. Die bonificatie telt zowel mee voor het bepalen van de vereiste loopbaanduur als voor de berekening van het pensioenbedrag. Ook voor het varend personeel van de luchtmacht blijft een bijzondere regeling bestaan voor de berekening van hun loopbaanduur.
Daarnaast blijven de ambtenarenpensioenen (en dus ook die van de militairen) berekend op maximaal 75% van de referentiewedde. Daar staat dan weer tegenover dat statutaire ambtenaren, in tegenstelling tot
contractuele werknemers en zelfstandigen, niet kunnen terugvallen op een tweede pensioenpijler die door een werkgever wordt opgebouwd.
Waar de harmonisering wel duidelijk zichtbaar wordt, is onder meer bij de invoering van loopbaanvoorwaarden om vervroegd met pensioen te kunnen gaan, de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar, het geleidelijk meer in rekening brengen van de volledige loopbaan voor de pensioenberekening en de aangepaste regels rond de aanneembaarheid van bepaalde periodes zoals ziekte, zorgverloven en andere loopbaanonderbrekingen.
Kortom, de verschillen tussen de pensioenstelsels worden kleiner, maar de overheid heeft erkend dat bepaalde specificiteiten van het militair statuut een afwijkende behandeling blijven rechtvaardigen.
Hoe bepaal ik nu in concreto mijn toekomstige loopbaanduur en hoe ga ik weten wat mijn toekomstige pensioenleeftijd is?
Dat is wellicht één van de meest gestelde vragen sinds de goedkeuring van de pensioenhervorming. Tegelijk is het ook één van de moeilijkste vragen om kort te beantwoorden, omdat verschillende begrippen vaak door elkaar worden gehaald.
Eerst en vooral is er de wettelijke pensioenleeftijd Vandaag bedraagt die 66 jaar en vanaf 2030 wordt dat 67 jaar. Dat is de leeftijd waarop men uiterlijk met

pensioen gaat, ongeacht de opgebouwde loopbaanduur.
Daarnaast bestaat voor militairen nog het systeem van de ambtshalve pensionering. Ook daarbij speelt de loopbaanduur geen rol. Men bereikt een bepaalde leeftijd en wordt op dat moment ambtshalve gepensioneerd. Die leeftijd zal de komende jaren stelselmatig stijgen. Concreet wordt vanaf 2027 telkens één jaar toegevoegd aan de huidige leeftijdsgrens van 56 jaar. Vanaf 2037 verdwijnt dit systeem echter in de praktijk, omdat de ambtshalve pensioenleeftijd dan samenvalt met de wettelijke pensioenleeftijd. De evolutie daarvan vindt u terug in tabel 1.
Tabel 1
Geboortejaar Ambtshalve pensionering de eerste van de maand volgend op
1971 Uw 57e verjaardag
1972 Uw 58e verjaardag
1973 Uw 59e verjaardag
1974 Uw 60e verjaardag
1975 Uw 61e verjaardag
1976 Uw 62e verjaardag
1977 Uw 63e verjaardag
1978 Uw 64e verjaardag
1979 Uw 65e verjaardag
1980 Uw 66e verjaardag
1981 en later
Einde ambtshalve pensionering, vervroegd pensioen nadat u voldoet aan de algemene leeftijdsen loopbaanduurvoorwaarden.
Voor veel militairen zal echter vooral het vervroegd pensioen van belang zijn. Daarbij kan men vóór de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaan, op voorwaarde dat men voldoet aan bepaalde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden.
Binnen dat vervroegd pensioen bestaan er twee systemen: het vervroegd pensioen op basis van een lange loopbaan en het klassieke vervroegd pensioen
Voor een pensioen op basis van een lange loopbaan moet men minstens 60 jaar oud zijn én 42 loopbaanjaren tellen. Om een loopbaanjaar te laten meetellen,
moet men in principe minstens 234 dagen gewerkt hebben, wat overeenkomt met ongeveer 75% van een voltijdse betrekking. Langdurige ziekteperiodes kunnen hierbij een belangrijke impact hebben en ertoe leiden dat bepaalde jaren niet volledig meetellen voor de berekening van de loopbaanduur.
Voor de meeste militairen zal het klassieke vervroegd pensioen waarschijnlijk de belangrijkste piste zijn. In dat systeem kan men met pensioen gaan op: - 60 jaar met 44 loopbaanjaren; - 61 of 62 jaar met 43 loopbaanjaren; - 63 jaar met 42 loopbaanjaren.
In tegenstelling tot het systeem van de lange loopbaan volstaan hier in principe 156 gewerkte dagen per jaar om een loopbaanjaar te laten meetellen. Bovendien blijven bepaalde periodes, zoals ziekte en zorgverloven, onder voorwaarden meetellen voor de berekening van de loopbaanduur. Voor het eerste loopbaanjaar geldt zelfs een verlaagde drempel van 104 gewerkte dagen.
Dat lijkt allemaal behoorlijk ingewikkeld, en dat is het eerlijk gezegd ook. Het belangrijkste om te onthouden is dat voortaan niet alleen de leeftijd bepalend is, maar ook het aantal loopbaanjaren dat voor het pensioen in aanmerking komt. Daarom hebben wij de belangrijkste regels samengevat in de tabel 2. Voor wie zijn persoonlijke situatie exact wil kennen, blijft een individuele berekening uiteraard aangewezen. Want belangrijk is ook te vermelden dat de jaren die u gewerkt heeft buiten Defensie eveneens meetellen in het bepalen van uw loopbaanduur.
Maar riskeren militairen die vervroegd met pensioen gaan niet getroffen te worden door de beruchte pensioenmalus?
Ja, maar voor de meeste militairen zal dat risico in de praktijk eerder beperkt zijn.
De pensioenmalus is een nieuwe regeling waarbij het bruto pensioenbedrag wordt verminderd wanneer men vervroegd met pensioen gaat zonder voldoende effectieve loopbaanprestaties te kunnen aantonen. Het volstaat dus niet om enkel te voldoen aan de leeftijdsen loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen. Om aan de malus te ontsnappen, moet men tegelijkertijd voldoen aan twee bijkomende voorwaarden: minstens 35 loopbaanjaren tellen met telkens minimaal 156 gewerkte dagen per jaar én in totaal minstens 7.020 effectief gewerkte dagen hebben opgebouwd over de volledige loopbaan.
Voor de meeste militairen met een normale voltijdse loopbaan zullen deze voorwaarden doorgaans geen groot probleem vormen. Toch kan de situatie anders liggen voor collega's met lange periodes van afwezigheid, deeltijdse prestaties of bijzondere loopbaanonderbrekingen. Daarom blijft het belangrijk om elke individuele loopbaan afzonderlijk te laten analyseren.
Zoals bij zoveel aspecten van deze pensioenhervorming zal ook hier de concrete impact uiteindelijk afhangen van de persoonlijke loopbaan van elke militair.
Klassiek
60 jaar & 44 jaar
61 jaar & 43 jaar
63 jaar & 42 jaar
Om mee te tellen voor de loopbaanduur moet elk jaar minimaal 234 werkdagen bevatten
Om mee te tellen voor de loopbaanduur moet elk jaar minimaal 156 werkdagen bevatten, behalve het eerste jaar (104 dagen)

Militaire specificiteit
Houdt de nieuwe pensioenregeling dan wel rekening met de specificiteit van het militaire beroep?
Ja, al gebeurt dat niet meer op dezelfde manier als vandaag.
Eén van de belangrijkste verworvenheden is dat de regering het systeem van de militaire bonificatie heeft behouden. Militairen blijven na 12 jaar werkelijke dienst recht hebben op een bonificatie van twee jaar. Die twee jaren tellen zowel mee voor de berekening van het pensioenbedrag als voor het bepalen van de vereiste loopbaanduur om als militair met pensioen te kunnen gaan.
Concreet betekent dit dat een militair niet noodzakelijk evenveel effectieve dienstjaren moet presteren als de loopbaanvoorwaarde die op papier wordt opgelegd. De bonificatie van twee jaar helpt immers om sneller aan de vereiste loopbaanduur te komen.
Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Om op 60-jarige leeftijd met vervroegd pensioen te kunnen gaan via
het klassieke systeem, moet men in principe 44 loopbaanjaren tellen. Voor een militair worden de twee bonificatiejaren daarbij mee in rekening gebracht. Daardoor volstaan 42 effectieve dienstjaren om aan die voorwaarde te voldoen. Wie dus op 18-jarige leeftijd zijn loopbaan aanvat, kan dankzij deze bonificatie nog steeds op 60-jarige leeftijd met pensioen gaan. Zonder die bonificatie zou dat quasi onmogelijk zijn. (Voor een volledig overzicht verwijs ik naar tabel 3.)
Tabel 3
60 jaar 44 jaar wordt & 42 werkelijke jaren + 2 jaar bonificatie
61 jaar 43 jaar wordt & 41 werkelijke jaren + 2 jaar bonificatie
63 jaar 42 jaar wordt & 40 werkelijke jaren + 2 jaar bonificatie
Dat lijkt misschien een technisch detail, maar het is dat allerminst. Net deze maatregel zorgt ervoor dat de overheid blijft erkennen dat een militaire loopbaan niet volledig vergelijkbaar is met die van andere werknemers of ambtenaren.
Uiteraard neemt dat niet weg dat de pensioen-hervorming voor veel militairen ingrijpende gevolgen heeft. Toch mogen we ook niet vergeten dat er in het sociaal akkoord verschillende maatregelen werden onderhandeld die de impact aanzienlijk moeten verzachten.
Bovendien is er nog een belangrijk onderscheid dat vaak over het hoofd wordt gezien: met pensioen gaan en stoppen met werken zijn voortaan niet noodzakelijk hetzelfde. De meeste militairen zullen met name vroeger kunnen stoppen met werken dan hun reële pensioendatum. Maar daar komen we wellicht in de volgende vragen nog uitgebreider op terug.
PhEF
Gaan de normen van de sporttesten aangepast worden aan de verhoogde leeftijdslimiet?
Dat is een vraag die we de voorbije maanden regelmatig hebben gekregen. Het korte antwoord is dat de huidige sporttesten vandaag al rekening houden met leeftijd en geslacht.
Binnen Defensie bestaan er bovendien verschillende types testen. Enerzijds zijn er de functionele testen (bv. de nieuwe Military Functional Fitness Training (MFFT)) die verbonden zijn aan bepaalde functies. Anderzijds

zijn er de PhEF-testen, waarmee de algemene fysieke conditie wordt geëvalueerd. Voor die laatste bestaan vandaag reeds verschillende beoordelingsschalen naargelang de leeftijdscategorie. Zelfs voor militairen ouder dan 60 jaar zijn er momenteel al normen voorzien.
In die zin is het dus niet correct om te stellen dat Defensie volledig onvoorbereid zou zijn op een ouder personeelsbestand. Het principe dat prestaties anders worden beoordeeld naargelang de leeftijd bestaat vandaag immers al.
Wat de toekomst betreft, is het nog afwachten welke keuzes Defensie zal maken. Vooral de vraag welk gevolg deze testen in de toekomst zullen krijgen en welke gevolgen aan de resultaten worden gekoppeld, zal daarbij belangrijk zijn.
Tegelijk lijkt het evident dat van elke militair een minimale fysieke inzetbaarheid mag worden verwacht. Niemand betwist dat een militaire organisatie nood heeft aan personeel dat fysiek inzetbaar blijft. Anderzijds begrijpt iedereen dat de fysieke verwachtingen ten aanzien van een militair van 55 of 60 jaar niet identiek kunnen zijn aan die voor een collega van 20 of 25 jaar.
De uitdaging voor de komende jaren zal er dan ook in bestaan een evenwicht te vinden tussen operationele inzetbaarheid enerzijds en de realiteit van een langer wordende loopbaan anderzijds.
Luchtmacht
Is er nog een bijzondere pensioenregelingen voor specifieke groepen militairen, bijvoorbeeld het varend personeel van de Luchtmacht?
Ja. Ook na de hervorming blijft voor het varend personeel van de Luchtmacht een bijzondere regeling bestaan. Toch moet worden vastgesteld dat die regeling aanzienlijk minder gunstig wordt dan vandaag.
Net zoals andere militairen behouden zij de algemene bonificatie van twee jaar na 12 jaar werkelijke dienst. Daarnaast blijft ook een specifieke bonificatie voor de ‘vliegloopbaan’ bestaan. Concreet zal een periode van 12 jaar als varend personeelslid nog steeds meetellen als 24 jaar voor de berekening van de loopbaanduur.
Dat voordeel is echter niet meer zo ruim als vroeger. De bijkomende bonificatie speelt namelijk enkel nog een rol voor het bepalen van de loopbaanduur en dus voor het ogenblik waarop men met pensioen kan gaan. Voor de berekening van het pensioenbedrag zelf wordt deze bonificatie niet langer in aanmerking genomen.
Met andere woorden: de regeling blijft bestaan, maar haar impact wordt aanzienlijk beperkt. Bovendien zijn de overgangsmaatregelen voor bepaalde personeelsleden relatief streng en disproportioneel, waardoor de hervorming voor sommigen zwaarder zal doorwegen dan voor anderen.
Het is dan ook begrijpelijk dat binnen deze doelgroep vragen rijzen over de toekomstige aantrekkelijkheid van een vliegloopbaan binnen Defensie. Dat zal ongetwijfeld één van de aandachtspunten zijn die de komende jaren nauwgezet zullen moeten worden opgevolgd.
Overgangsmaatregelen
Over overgangsmaatregelen gesproken: welke zijn er nog?
Er zijn er gelukkig nog een aantal, en die zijn voor veel militairen van groot belang.
Een eerste belangrijke overgangsmaatregel is het systeem van de ambtshalve pensionering waarover we het eerder hadden. Daarbij wordt de leeftijdsgrens de komende jaren geleidelijk verhoogd, waardoor de

overgang naar het nieuwe systeem niet van de ene dag op de andere gebeurt.
Daarnaast heeft de wetgever ook rekening gehouden met de reeds opgebouwde loopbaanrechten van de huidige militairen. De dienstjaren die vóór de inwerkingtreding van de hervorming op 1 januari 2027 werden gepresteerd, blijven immers genieten van de voordeligere pensioenberekening volgens het huidige tantièmesysteem van 1/50ste.
Concreet betekent dit dat een militair die op het moment van de hervorming bijvoorbeeld al tien dienstjaren heeft opgebouwd, deze jaren nog volgens de huidige gunstigere regeling zal zien meetellen voor de berekening van zijn pensioen. Die zogenaamde verworven rechten zorgen ervoor dat de impact van de hervorming voor veel collega's die vandaag al een aanzienlijke loopbaan achter de rug hebben, beperkt blijft.
Voor militairen die zich vandaag relatief dicht bij hun pensioen bevinden, zal de hervorming daardoor vaak weinig of zelfs geen merkbare invloed hebben op het uiteindelijke pensioenbedrag. Voor jongere collega's ligt dat anders. Zij zullen in grotere mate onder de nieuwe regels vallen en dus ook sterker de gevolgen van de hervorming ondervinden.
Een tweede belangrijke wijziging heeft betrekking op de manier waarop het pensioenbedrag wordt berekend. Vandaag wordt daarvoor vooral gekeken naar de wedde van de tien laatste loopbaanjaren. In de toekomst zal geleidelijk steeds een groter deel van de volledige loopbaan worden meegenomen in de berekening. Hoe dat precies evolueert per geboortejaar, vindt u terug in tabel 4.
Dat lijkt op het eerste gezicht misschien een technische aanpassing, maar de gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. De meeste militairen verdienen immers meer aan het einde van hun loopbaan dan bij de aanvang ervan. Wanneer ook de lagere weddes uit de beginjaren steeds zwaarder doorwegen in de berekening, heeft dat onvermijdelijk een drukkend effect op het uiteindelijke pensioenbedrag. Vooral voor de hogere graden kan dat verschil oplopen tot meerdere honderden euro’s netto per maand.

Men kan dan ook moeilijk ontkennen dat deze hervorming niet alleen de pensioenleeftijden dichter bij elkaar brengt, maar ook de pensioenbedragen tussen de verschillende stelsels meer wil harmoniseren. Voor heel wat militairen zal die evolutie eerder als een achteruitgang dan als een verbetering worden ervaren.
Tabel 4
Net daarom blijft het voor de militaire vakbond ACMPCGPM essentieel om te blijven ijveren voor een verdere versterking van het militair statuut en voor maatregelen die de toekomstige pensioenopbouw van onze militairen maximaal ondersteunen. De pensioenhervorming mag immers niet los worden gezien van het bredere debat over de waardering en aantrekkelijkheid van de militaire loopbaan.
Kan een halftijds vervroegde uitstap nog steeds op 51 jaar?
Ja. De mogelijkheid om vanaf de leeftijd van 51 jaar gebruik te maken van een halftijdse vervroegde uitstap blijft behouden.
Dat betekent echter niet dat deze keuze in de toekomst zonder gevolgen zal zijn voor de pensioenopbouw. Integendeel. Door slechts halftijds te werken, kan de aanneembaarheid van bepaalde loopbaanjaren voor de pensioenberekening worden beïnvloed. Bovendien zal een verminderde arbeidsduur ook een impact hebben op het uiteindelijke pensioenbedrag.
Voor militairen die de komende jaren van deze regeling
gebruikmaken, zal die impact doorgaans nog beperkt blijven. Dankzij de overgangsmaatregelen en het systeem van de tantièmes blijven immers een aantal verworven rechten behouden. Op langere termijn kan een langdurige periode van halftijdse prestaties echter wel een merkbare invloed hebben op de hoogte van het pensioen.
Net daarom werd in het sociaal akkoord ook een bijkomende maatregel opgenomen. Militairen die van een halftijdse vervroegde uitstap gebruikmaken, zouden voortaan de mogelijkheid krijgen om vrijwillig terug te keren naar een voltijdse betrekking. Vandaag bestaat die mogelijkheid niet, maar het is de bedoeling dat dit vanaf 2027 wel mogelijk wordt.
Dat lijkt misschien een technische aanpassing, maar voor veel collega's kan ze een belangrijk verschil maken. Wie op een bepaald moment opnieuw voltijds wil werken om zijn loopbaan of pensioenopbouw te versterken, zou daar in de toekomst dus meer flexibiliteit voor krijgen.
Gepensioneerde collega's
Wat betekent de pensioenhervorming voor de reeds gepensioneerde militair?
Men zou op het eerste zicht denken niet veel. Zij die reeds met pensioen zijn worden niet teruggeroepen om opnieuw te dienen en ze behouden ook hun pensioenbedrag. Al zijn maatregelen zoals de plafonnering van de index op de hoogste pensioenen en bv. de centenindex van die aard dat heel wat van onze gepensioneerde collega’s erdoor getroffen worden. Echter een behoorlijk nadeel voor onze gepensioneerde collega’s tot hiertoe is de afschaffing van de ‘perequatie’. Perequatie is het mechanisme waarbij ambtenarenpensioenen worden aangepast aan de loonontwikkeling van de actieve ambtenaren, zodat gepensioneerden blijven delen in de welvaartsevolutie van hun sector.
Dit onderscheidt zich van de gewone indexering, die enkel de stijging van de levensduurte compenseert. Indexering volgt de inflatie; perequatie volgt de loonontwikkeling. En daar wordt met deze pensioenhervorming een einde aan gesteld. In de plaats zou volgens de Arizona-regering een nieuw systeem komen waarbij de

pensioenen periodiek worden aangepast op basis van bredere welvaartsevoluties en budgettaire mogelijkheden, zonder de automatische koppeling aan de loonstijgingen binnen de overheidssector. Alleen is hiervoor geen enkele timing vooropgesteld en de budgettaire middelen van ons land, laten weinig marge…
Met de grote weddeherziening van 2022 werd er een loopbaantoelage gecreëerd. Gaat deze in de toekomst geïntegreerd worden in de wedde, zodat ze kan meetellen voor de berekening van het pensioenbedrag?
Dat is zonder twijfel één van de maatregelen waar we verder moeten blijven op inzetten.
Indien de loopbaantoelage ooit volledig zou worden geïntegreerd in de wedde, zou dat immers een deel van de negatieve gevolgen van de pensioenhervorming kunnen opvangen. Omdat het pensioen van statutaire
ambtenaren wordt berekend op basis van de wedde en niet op basis van afzonderlijke toelagen, zou een dergelijke integratie een gunstig effect kunnen hebben op het uiteindelijke pensioenbedrag. Tegelijk moeten we daar eerlijk in zijn: de kans dat dit op korte termijn gerealiseerd wordt, lijkt eerder beperkt. De minister van Pensioenen heeft reeds meermaals aangegeven dat een dergelijke maatregel niet alleen gevolgen zou hebben voor Defensie. Ook andere overheidsdiensten zouden dan kunnen vragen om bepaalde toelagen in de wedde te integreren, waardoor de budgettaire impact snel zou oplopen.
Bovendien bevindt ons land zich vandaag in een moeilijke budgettaire context en heeft de regering duidelijk aangegeven dat zij de uitgaven voor de sociale zekerheid, waaronder de pensioenen, onder controle wil houden. Dat maakt dergelijke dossiers bijzonder moeilijk.
Dat betekent echter niet dat het debat daarmee gesloten is. De gevolgen van de nieuwe pensioenberekening zullen zich voor veel militairen immers pas geleidelijk laten voelen. Dankzij de overgangsmaatregelen zullen de grootste effecten zich pas binnen een aantal jaren manifesteren. Er blijft dus nog tijd om naar oplossingen te zoeken.
Of dat uiteindelijk zal gebeuren via een integratie van de loopbaantoelage, een aanpassing van de barema's of via een andere technische oplossing, valt vandaag onmogelijk te voorspellen. Wat wel vaststaat, is dat wij bij elke toekomstige onderhandeling zullen blijven zoeken naar manieren om de aantrekkelijkheid van de militaire loopbaan én de pensioenopbouw van onze militairen maximaal te vrijwaren.
2de pensioenpijler
Denkt u dat militairen, net zoals andere werknemers, ooit een tweede pensioenpijler - dit is het aanvullend pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd - gaan kunnen krijgen?
Die mogelijkheid wordt vandaag alvast niet uitgesloten. In het regeerakkoord van de Arizona-regering staat immers dat een tweede pensioenpijler voor statutaire ambtenaren mogelijk wordt gemaakt zodra hun wettelijk
pensioen, volgens de nieuwe berekeningswijze, zou evolueren naar het niveau van dat van contractuele werknemers, rekening houdend met hun aanvullende pensioenrechten.
Met andere woorden: het idee ligt op tafel en wordt expliciet vermeld in het regeerakkoord. Maar laat ons ook realistisch blijven. We spreken hier over een evolutie op langere termijn. Dat militairen morgen of overmorgen een tweede pensioenpijler zullen krijgen, lijkt vandaag weinig waarschijnlijk.
Grondwettelijk Hof
Vindt de ACMP-CGPM het opportuun om naar het Grondwettelijk Hof te trekken om de pensioenhervorming aan te vechten?
Dit valt zeker en vast niet uit te sluiten. Maar op dit moment weiger ik om mee te huilen met de wolven in het bos. Het is niet omdat men roept dat die pensioenhervorming alsnog kan aangevochten worden bij het Grondwettelijk Hof, dat dit uiteindelijk ook tot het gewenste resultaat zal leiden.
Een procedure bij het Grondwettelijk Hof is bijzonder ingewikkeld. Wil men een ernstige kans op succes boeken, dan moet dit juridisch waterdicht en weloverwogen gebeuren. Uiteraard wil ik, net als velen, graag geloven dat het Grondwettelijk Hof deze pensioenhervorming zal vernietigen omdat een aantal grondrechtelijke principes werden geschonden. Maar de ervaring leert ons dat dit allesbehalve evident is. Onze advocaten onderzoeken momenteel deze piste grondig en wij zullen daarbij kost noch moeite sparen. Maar vandaag luid verkondigen dat we naar het Grondwettelijk Hof trekken, enkel om een deel van de collega's naar de mond te praten, lijkt mij eerder een vorm van populisme dan van syndicale daadkracht.
Sommige vakorganisaties lijken vandaag vooral kampioen in het aankondigen van overwinningen die nog moeten worden behaald. Wij verkiezen een andere aanpak: eerst werken, dan spreken; eerst resultaten boeken, dan victorie kraaien. Collega's hebben immers meer aan een gewonnen zaak dan aan een gewonnen persbericht.
Wat heeft het Sociaal akkoord te maken met de nieuwe pensioenregeling?
Alles en niets.
Wij hebben in het verleden meermaals benadrukt dat men een duidelijk onderscheid moet maken tussen het pensioendossier en het sociaal akkoord. Laat één zaak duidelijk zijn: op geen enkel ogenblik kon de militaire vakbond ACMP-CGPM akkoord gaan met de aangekondigde pensioenhervorming.
Net daarom zijn compenserende maatregelen noodzakelijk om het militair statuut aantrekkelijk te houden en de specificiteit van het militaire beroep te blijven erkennen. De maatregelen uit het sociaal akkoord hebben dan ook als doel de gevolgen van de pensioenhervorming te verzachten en het bijzondere karakter van de militaire loopbaan te valoriseren.
Het probleem is echter dat veel van deze maatregelen wettelijk moeten worden verankerd. En het tot stand brengen van nieuwe wetgeving is nu eenmaal een traag proces. Naast de onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties zijn adviezen en goedkeuringen nodig van onder meer de Inspectie van Financiën, de bevoegde ministers, de voltallige regering en uiteindelijk ook het Parlement. Pas daarna kan de nieuwe regelgeving worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Het volledige proces neemt al snel één tot twee jaar in beslag. Ik begrijp dan ook dat dit ongeduld en onzekerheid veroorzaakt bij veel collega's. Maar hoe frustrerend dat soms ook is, dit is nu eenmaal de manier waarop dergelijke hervormingen in ons land tot stand komen.
Getekend
Waarom heeft de ACMP-CGPM het Sociaal akkoord getekend?
Eigenlijk is het antwoord vrij eenvoudig: omdat het alternatief veel slechter zou zijn geweest.
Mocht er geen sociaal akkoord zijn geweest, dan zouden militairen vandaag geconfronteerd worden
met een ingrijpende pensioenhervorming zonder de compenserende maatregelen die vandaag op tafel liggen. Dat zou pas een bijzonder slechte uitkomst zijn geweest.
Bovendien waren wij niet de enigen die dit akkoord hebben ondertekend. Ook de Chef Defensie en de minister van Defensie hebben hun handtekening onder dit akkoord geplaatst. Dat is geen evidentie. Het is zelfs vrij uitzonderlijk dat zowel de Defensiestaf als de politieke overheid zich formeel engageren om de arbeidsvoorwaarden van militairen sterk te verbeteren.
Ik besef dat sommige mensen vinden dat wij het akkoord te vroeg hebben ondertekend. De realiteit is echter dat er, gelet op de lange realisatietermijnen, weinig tijd meer te verliezen viel. Terwijl andere organisaties ervoor kozen eerst hun achterban verder te consulteren, hebben wij op heel korte termijn onze afgevaardigden samengebracht om het bereikte onderhandelingsresultaat te bespreken.
De belangstelling was bijzonder groot. Met meer dan 95% van de aanwezigen werd het voorstel van sociaal akkoord goedgekeurd. Dat gaf ons een zeer sterk mandaat om de laatste fase van de onderhandelingen in te gaan.
Bovendien werden op 25 juli 2025, bij de besprekingen van het ontwerp met de minister en de defensiestaf, nog bijkomende verbeteringen bekomen ten opzichte van de tekst die aan onze afgevaardigden was voorgelegd.
En tot slot wil ik toch één misverstand uit de wereld helpen. Degenen die vandaag beweren dat er nog veel meer uit het akkoord had kunnen worden gehaald, onderschatten volgens mij de realiteit van de onderhandelingen. Net zoals we in de politiek soms strategische spelletjes zien, hebben we die ook tijdens dit dossier in de syndicale wereld gezien.
Iedere organisatie maakt daarin haar eigen keuzes. De onze is altijd dezelfde geweest: verantwoordelijkheid opnemen en resultaten boeken. Voor ons zijn concrete verbeteringen belangrijker dan grote verklaringen.
Tijdskrediet
Er wordt in het Sociaal akkoord ook gesproken over ‘tijdskrediet’, waarover gaat dit?
Het voorontwerp van wet en het ontwerp van koninklijk besluit die inmiddels binnen het militair onderhandelingscomité (CONEGO) met de representatieve vakorganisaties werden besproken, bevatten een hele reeks maatregelen die onder de noemer ‘gespaard tijdskrediet’ vallen.
Het gaat daarbij om een pakket maatregelen dat militairen meer mogelijkheden moet bieden om werk en privé beter op elkaar af te stemmen en dat tegelijk een erkenning vormt voor de bijzondere belasting die een militaire loopbaan met zich meebrengt.
Concreet gaat het onder meer om extra verlofdagen vanaf de leeftijd van 56 jaar, een verhoging van de bekende toelage van 5/1850ste die wordt toegekend tijdens onder meer oefeningen en operationele inzet, een verhoging van de dienstontheffingen voor uithuizigheid (UTH), de verdubbeling van de toelagen voor weekendwerk en periodes van terugroepbaarheid, de
mogelijkheid om verlofdagen op te sparen, de invoering van een Ops-toelage en de uitbreiding van het bestaande systeem van functietoelagen.
De meeste van deze maatregelen verdienen uiteraard wat extra uitleg, omdat ze op verschillende manieren bijdragen tot een betere verloning, meer flexibiliteit of een betere balans tussen werk en privéleven.
In het verlengde van de vorige vraag: hoe vertaalt dit tijdskrediet zich concreet voor oefeningen en manoeuvres en bij inzet in het buitenland?
Wanneer de regering spreekt over een harmonisering van de pensioenstelsels, is het logisch dat wij als vakorganisatie ook aandringen op een meer evenwichtige compensatie van de prestaties die militairen leveren. Dat geldt in het bijzonder voor oefeningen, manoeuvres en operationele inzet, waarbij de werkdruk vaak aanzienlijk hoger ligt dan tijdens de normale dienst.
Een belangrijk onderdeel van het tijdskrediet bestaat er dan ook in dat prestaties tijdens langdurige oefeningen (intensieve dienst) en operaties voortaan beter zullen

worden gecompenseerd. Die compensatie gebeurt deels in geld en deels in tijd.
Concreet zullen bij operaties en oefeningen van minder dan 30 opeenvolgende dagen per etmaal 16 uren financieel worden vergoed en 4 uren worden omgezet in dienstontheffing voor uithuizigheid (UTH). Bij operaties en oefeningen van meer dan 30 opeenvolgende dagen stijgt de financiële compensatie tot 17,3 uren per etmaal, terwijl 2,7 uren worden toegekend in de vorm van UTH.
Voor zendingen in de deelstand ‘in normale dienst’ zal eveneens 4 uren UTH per etmaal worden toegekend.
De opbouw van deze UTH-uren zal militairen toelaten een persoonlijk tijdskrediet op te bouwen, waardoor werk en privéleven beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Tegelijk zal ook de financiële vergoeding voor oefeningen en operationele inzet aanzienlijk hoger liggen dan vandaag het geval is.
Voor militairen die zich reeds dicht bij hun pensioen bevinden en die tijdens hun loopbaan niet van deze nieuwe regeling hebben kunnen genieten, werd bovendien een overgangsmaatregel uitgewerkt. Zij zullen een forfaitaire loopbaanbuffer kunnen ontvangen die kan oplopen tot 200 dagen. Samen met eventueel zelf opgebouwd tijdskrediet kan deze buffer het mogelijk maken om tot anderhalf jaar vóór de vroegst mogelijke pensioendatum effectief te stoppen met werken.
En daarmee zijn nog niet alle maatregelen besproken. Ook de Ops-toelage maakt immers deel uit van het pakket tijdskrediet en verdient daarom een afzonderlijke toelichting.
Ops-toelage
De Ops-toelage is inderdaad een opvallend onderdeel van het Sociaal akkoord. Wat is dit juist en wat is haar doel?
Militairen moeten permanent beschikbaar zijn en kunnen op relatief korte termijn worden ingezet. Bovendien brengen zij tijdens hun loopbaan vaak lange periodes weg van huis door. Die bijzondere beschikbaarheid en de impact daarvan op het gezinsleven en sociale
relaties verdienen volgens ons een specifieke erkenning.
Vanuit die gedachte werd de Ops-toelage uitgewerkt. Deze toelage vertegenwoordigt in totaal 14 maanden loon. Militairen kunnen ervoor kiezen om deze toelage in één keer te ontvangen vanaf de leeftijd van 45 jaar en na minstens 20 jaar dienst. Wie dat verkiest, kan de toelage ook gespreid opnemen onder de vorm van een bijkomend maandloon vanaf de leeftijd van 30 jaar en na minstens 12 jaar militaire loopbaan.
Voor de geboortejaren 1971, 1972 en 1973 werd bovendien een specifieke overgangsregeling uitgewerkt. Zij zullen respectievelijk 25%, 50% of 75% van de Opstoelage ontvangen, waarbij deze compensatie desgewenst ook in tijd kan worden opgenomen.
De Ops-toelage heeft echter nog een tweede doel. Zoals ik daarnet uitlegde, worden tijdens oefeningen en operaties niet alle gepresteerde uren rechtstreeks gecompenseerd. De vier resterende uren per etmaal die niet onmiddellijk worden vergoed, vormen eigenlijk de basis van deze toelage.
Daarbij werd uitgegaan van statistische gegevens waaruit blijkt dat een militair gedurende zijn loopbaan gemiddeld ongeveer zeven jaar prestaties levert in omstandigheden waarvoor vandaag geen volledige compensatie bestaat. Zeven jaar komt overeen met 84 maanden. Aangezien vier uur overeenkomt met één zesde van een etmaal, vertegenwoordigt die nietgecompenseerde tijd over een volledige loopbaan één zesde van die 84 maanden, of afgerond 14 maanden.
Dat verklaart waarom de Ops-toelage werd vastgelegd op 14 maanden loon. Het gaat dus niet om een willekeurig gekozen bedrag, maar om een poging om een historische ongelijkheid in de compensatie van operationele prestaties gedeeltelijk recht te zetten.
Gaan met het Sociaal akkoord bijzondere prestaties – zoals weekendwerk, permanenties, terugroepbaarheden, uitoefening van functies in een hogere graad - eindelijk beter verloond worden?
Dat is inderdaad één van de doelstellingen van het sociaal akkoord.

Zo zullen prestaties tijdens weekends in periodes van 'normale dienst' voortaan beter worden gecompenseerd. De forfaitaire toelagen voor terugroepbaarheid binnen de twee of vier uur worden verdubbeld, net zoals de forfaitaire vergoedingen voor weekendprestaties. Ook militairen die een permanentie uitvoeren in het militair kwartier zullen hiervoor bijkomend worden gecompenseerd via vier uren dienstontheffing voor uithuizigheid (UTH) per overnachting.
Daarnaast wordt ook het bestaande systeem van functietoelagen hervormd en uitgebreid. Personeelsleden die (tijdelijk) een functie uitoefenen die verbonden is aan een hogere personeelscategorie, of die een hogere post bekleden binnen hun eigen personeelscategorie, zullen daarvoor beter worden vergoed.
Die toelage heeft uiteraard geen invloed op de graad van het betrokken personeelslid, maar vormt wel een erkenning van de bijkomende verantwoordelijkheden en taken die met dergelijke functies gepaard gaan.
Kortom, het sociaal akkoord wil niet alleen langere loopbanen draaglijker maken, maar ook beter erkennen wat militairen tijdens die loopbaan daadwerkelijk presteren.
Reservisten
Gaan de reservisten beter worden van het Sociaal akkoord?
Absoluut. Het merendeel van de maatregelen uit het sociaal akkoord zal ook van toepassing zijn op de reservisten, al zijn er enkele uitzonderingen.
Zo zullen bepaalde maatregelen, zoals de Ops-toelage of het systeem van opgespaard tijdskrediet, niet op dezelfde manier van toepassing zijn als voor het actief personeel. Dat heeft vooral te maken met de specifieke aard van de prestaties die reservisten leveren.
Wanneer reservisten deelnemen aan oefeningen of operationele inzet, zullen zij in de regel eerder financieel worden vergoed voor hun bijkomende prestaties dan
gecompenseerd worden in tijd. In tegenstelling tot militairen van het actief kader zullen zij dus geen systeem kennen waarbij extra gepresteerde uren later worden opgenomen onder de vorm van wederoproepingsdagen of tijdskrediet.
Dat neemt echter niet weg dat reservisten wel degelijk beter zullen worden vergoed voor de bijkomende prestaties die zij leveren. Ook voor hen betekent het sociaal akkoord dus een duidelijke stap vooruit ten opzichte van de huidige regeling.
Maaltijdcheques
Hoe zit het met de aangekondigde wijzigingen aan de maaltijdcheques?
Het sociaal akkoord voorziet twee belangrijke wijzigingen aan het systeem van de maaltijdcheques.
Een eerste wijziging betreft de uitbreiding van de groep begunstigden. Zo zullen voortaan ook de aalmoezeniers, moreel consulenten en kandidaat-militairen in de deelstand ‘in vorming’ recht hebben op maaltijdcheques. Daarnaast zullen maaltijdcheques niet langer per gewerkte dag, maar per gepresteerde schijf van 7,6 uren worden toegekend voor personeelsleden in bijzondere arbeidsregimes zoals ploegendienst en nachtwakers. Dit betekent een aanzienlijke verbetering. Deze aanpassing zou normaal gezien vanaf augustus 2026 in werking treden.

Foto: Edenred
Een tweede wijziging betreft de waarde van de maaltijdcheques. Het is de bedoeling om het bedrag stapsgewijs te verhogen: eerst van 6 naar 8 euro en vervolgens van 8 naar 10 euro.
Van bij de onderhandelingen was echter duidelijk dat deze verhoging gekoppeld zou worden aan een gelijkaardige evolutie binnen het openbaar ambt. Met andere woorden: pas wanneer de maaltijdcheques van de andere federale ambtenaren worden verhoogd, zullen ook de militairen van deze verhoging kunnen genieten. De vakbonden die de ACMP-CGPM zo graag bekritiseren hebben dus nog werk aan de winkel binnen het Openbaar ambt.
Wanneer de verhoging dus precies zal gebeuren, valt vandaag moeilijk te voorspellen. Vast staat wel dat het engagement in het sociaal akkoord werd opgenomen. De vraag is dus niet zozeer óf de verhoging er komt, maar eerder wanneer de regering hiervoor het juiste budgettaire moment zal kiezen.
Weddeherziening
Hoe zit het nu met de koppeling van de weddes van de militairen aan de evolutie van deze van de politiemensen?
Op dit ogenblik wordt onderzocht hoe de weddestructuur binnen Defensie kan worden aangepast aan de nieuwe realiteit waarin militairen langer zullen moeten werken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verdere evolutie van de weddeschalen en de manier waarop de aantrekkelijkheid van de militaire loopbaan op lange termijn kan worden behouden.
In dat kader is het logisch dat ook vergelijkingen worden gemaakt met andere veiligheidsdiensten, waaronder de geïntegreerde politie. Die vergelijking maakt deel uit van het studiewerk dat momenteel loopt.
Tegelijk moet men realistisch blijven. Elke aanpassing van de weddestructuur heeft een belangrijke budgettaire impact en zal dus moeten passen binnen de budgettaire krijtlijnen die de regering zichzelf heeft opgelegd.
Zodra het voorbereidende studiewerk is afgerond, zal de minister moeten beslissen of hij met een concreet voorstel naar de regering stapt. Vandaag is het echter
nog te vroeg om daar verregaande conclusies aan te verbinden of sterke uitspraken over te doen.
Timing
Hoe staat het met de uitvoering van het Sociaal akkoord, met name hoe lang gaat het nog duren voor het volledig uitgerold is?
Dat is wellicht de vraag van 300 miljoen. Letterlijk zelfs, want dat is ongeveer het budget dat werd voorzien om het sociaal akkoord volledig uit te voeren.
Binnen de federale regering werd hierover vorig jaar een akkoord bereikt tussen de minister van Defensie, de premier en de vice-eersteministers. De bedoeling is dat de verschillende maatregelen worden ingevoerd vanaf 2027 en budgettair op kruissnelheid komt in de daaropvolgende jaren.
Minister van Defensie Theo Francken maakt zich tot op vandaag sterk dat de belangrijkste onderdelen van het sociaal akkoord door de regering en het Parlement zullen worden goedgekeurd. Maar zoals altijd worden de prijzen pas aan de meet uitgedeeld. Pas wanneer alle noodzakelijke wetten en besluiten zijn goedgekeurd, zullen we definitief kunnen beoordelen in welke mate het akkoord volledig werd uitgevoerd.
We zien vandaag overigens al dat politieke besluitvorming soms anders verloopt dan oorspronkelijk voorzien. In een ander artikel in deze editie van De Schildwacht bespreken we bijvoorbeeld het dossier van de verwijderingstoelage. Daar leggen we uit waarom de uiteindelijke regeling niet volledig overeenstemt met wat oorspronkelijk in het sociaal akkoord was opgenomen.
Dat betekent echter niet dat het volledige akkoord in gevaar is. Integendeel. Vandaag ben ik nog steeds van oordeel dat de kans op een succesvolle uitvoering bijzonder groot is. Uiteraard moeten we in een parlementaire democratie altijd rekening houden met onvoorziene omstandigheden. Een regeringscrisis of een gewijzigde budgettaire context kan elk groot dossier beïnvloeden. Maar zolang de huidige koers wordt aangehouden, zie ik geen redenen om aan te nemen dat het overgrote deel van het sociaal akkoord niet zou worden gerealiseerd.
Sommigen vinden dat het akkoord niet ver genoeg gaat, anderen twijfelen eraan of de maatregelen ooit volledig zullen worden uitgevoerd. Dat debat zal ongetwijfeld blijven bestaan. Voor ons blijft echter één zaak centraal staan: stap voor stap concrete verbeteringen realiseren voor de militairen.
Wie een militaire loopbaan achter de rug heeft, weet dat belangrijke doelstellingen zelden via een rechte lijn worden bereikt. Het belangrijkste is dat men het einddoel voor ogen houdt en blijft vooruitgaan. Dat is precies wat wij met dit sociaal akkoord proberen te doen.
Politieke carrière
Nog een allerlaatste vraag: we horen steeds meer geruchten dat u na uw syndicale loopbaan nog een politieke engagement zou aangaan. Sommigen beweren zelfs dat u bij de N-VA actief zou worden?
Ik heb dit gerucht ook al opgevangen. Blijkbaar hebben sommige mensen zoveel fantasie dat ze moeiteloos een tweede carrière als scenarioschrijver zouden kunnen starten.
Maar ik kan de lezers geruststellen: mijn militaire en syndicale loopbaan zullen op een dag samen eindigen. En dat zal niet het startschot zijn van een nieuwe professionele carrière. Al zeker niet in de politiek. Ik heb meer dan voldoende gehad aan de loopgraven van Defensie en het syndicalisme; ik voel absoluut geen behoefte om daarna ook nog eens de politieke loopgraven in te duiken.
Dus neen, Yves Huwart zal u niet terugvinden in de politiek, noch bij de N-VA, noch bij eender welke andere partij. Vandaag niet, morgen niet en ook niet nadat ik mijn beroepsactiviteiten heb stopgezet.
En voor degenen die ondanks dit antwoord toch blijven zoeken naar verborgen politieke ambities: soms is een sigaar gewoon een sigaar. En een gepensioneerde syndicalist gewoon een gepensioneerde syndicalist.
Ik hoop dat dit duidelijk genoeg is om een einde te maken aan deze hardnekkige roddels. Al vrees ik dat sommige verkopers van klinkklare onzin zich daardoor niet zullen laten ontmoedigen. Die zouden zelfs in een blanco bladzijde nog een complot weten te ontdekken.
Met de goedkeuring van de programmawet voert de federale regering de zogenaamde Centenindex in. Deze maatregel zal in twee fases worden toegepast: een eerste keer in 2026 (volgens de huidige planning vanaf september) en een tweede keer in 2028. Nadien keert men terug naar het klassieke systeem van een automatische indexering. Zowel militairen als gepensioneerden worden hierdoor getroffen.
Gevolgen voor militairen
Voor de categorie van vrijwilligers en jonge onderofficieren tot en met de graad van 1e sergeant verandert er – deze eerste Centenindex althans - niets. De automatische indexering van 2% blijft immers volledig behouden voor geïndexeerde bruto maandwedden tot 4.000 euro.
Echter, wanneer de geïndexeerde wedde deze grens overschrijdt, wordt de indexverhoging beperkt tot maximaal 80 euro bruto per maand. Concreet betekent dit dat het gedeelte van de wedde boven 4.000 euro niet langer mee wordt geïndexeerd.
Militairen vanaf de graad 1e Sergeant-majoor (Niv C of B maakt niet uit) komen sowieso boven de
4.000 euro bruto uit en zullen dus de Centenindex in meer of mindere mate voelen.
De impact is vooral voelbaar voor iemand met een hogere wedde. Zo zal iemand met een geïndexeerde bruto maandwedde van 5.000 euro geen indexverhoging van 100 euro ontvangen, maar slechts maximaal 80 euro. Bij een wedde van 6.000 euro loopt het verschil op tot 40 euro bruto per maand ten opzichte van een klassieke indexering.
Belangrijk is wel dat de regering voorlopig geen nieuwe weddetabellen publiceert waardoor de Centenindex op dit moment geen negatieve invloed heeft op de opbouw van de pensioenrechten. Vanaf 2029 zal dit wijzigen en daarom zal de toepassing van de
Centenindex zichtbaar worden via een afzonderlijke correctieregel op de loonfiche.
Bepaalde vergoedingen die berekend worden op basis van de jaarwedde zoals vakantiegeld, eindejaarstoelage, intensieve dienst, terugroepbaarheid en onregelmatige prestaties zullen eveneens negatief worden beïnvloed door de Centenindex.
Nog slecht nieuws waar men wijselijk over zwijgt, zelfs in de HRcommunicatie, is de verborgen loopbaanimpact die volgt op een ‘slechts’ tweemaal toepassen van een ‘Centenindex’.
Al lijkt de invloed op de loonfiche van de eerder beschreven 5.000 euro-militair maar beperkt, verondersteld dat die militair 12 jaar

dienst heeft en dus in het beste geval nog 28 jaar moet werken om aan zijn minimum van 40 jaar (met bonificatie) te komen, dan transformeert deze maatregel zich in een cumulatief loonverlies meer dan 15.000 euro bruto. Het werkelijke loon ligt vermoedelijk hoger doordat toekomstige indexeringen, toelagen en andere looncomponenten eveneens vertrekken vanaf een blijvend lager loon. Kortom een verloren bedrag wordt nooit meer ingehaald.
Gepensioneerde militairen ontsnappen evenmin
Wie denkt dat deze maatregel uitsluitend actieve militairen treft, vergist zich. Zelfs gepensioneerde militairen worden geconfronteerd met de Centenindex en zodoende nog harder want voor hen ligt de grens op 2.000 euro bruto per maand. Alles boven dat bedrag wordt tijdens de voorziene Centenindexen niet langer volledig geïndexeerd!
Op het eerste gezicht lijkt ook hier de impact beperkt. Enkele euro's
per maand, maar net zoals bij de actieve militairen schuilt het werkelijke effect in de tijd waarbij een gemiste indexering door de Centenindex, nooit meer wordt ingehaald. Elke volgende indexverhoging wordt vervolgens berekend op een blijvend lager pensioenbedrag en resulteert ook voor hen tot een structurele vermindering van de koopkracht gedurende hun resterende maanden, jaren, dagen...
Zie tabel hieronder wat dit geeft voor een pensioen bij een indexering van 2%.

Waarom ACMP-CGPM overweegt om naar het Grondwettelijk Hof te stappen
De militaire vakbond ACMP-CGPM overweegt met haar juridische specialisten om de Centenindex juridisch aan te vechten bij het Grondwettelijk Hof. De programmawet is inmiddels gepubliceerd, waardoor de wettelijke termijn om een vernietigingsberoep in te dienen loopt. Een dergelijke procedure moet binnen zes maanden na de bekendmaking worden ingesteld maar wordt best ook niet zomaar hals over kop opgestart zonder een grondige voorafgaande analyse.
In plaats van luidkeels zomaar wat te roepen, verkiest de ACMP om eerlijk te blijven tegenover haar leden. Het indienen van een beroep betekent niet automatisch dat de maatregel zal verdwijnen. Een
procedure voor het Grondwettelijk Hof biedt nooit een garantie op succes. Het Hof beoordeelt uitsluitend of de wetgever binnen de grenzen van de Grondwet is gebleven en of fundamentele rechtsbeginselen werden gerespecteerd.
Waarom dan toch procederen?
Omdat het onze taak is om elke maatregel die de belangen van actieve en gepensioneerde militairen raakt, kritisch te onderzoeken. Wanneer een regering ingrijpt in een mechanisme dat net bedoeld is om tegen inflatie te beschermen, dan mag daarover minstens een grondig juridisch debat worden gevoerd.
Uiteindelijk zal het Grondwettelijk Hof oordelen. Maar niet reageren zou betekenen dat men zonder meer aanvaardt dat een tijdelijke begrotingsmaatregel blijvende
gevolgen heeft voor de koopkracht van duizenden militairen tijdens hun loopbaan en na hun pensionering.
Peanuts?
De Centenindex mag dan onschuldig klinken alsof het slechts om enkele ‘centen’ gaat die niemand zal missen. De realiteit is genuanceerder. Waar voor sommigen de impact inderdaad beperkt blijft, betekent ze voor anderen een blijvend verlies dat zich jaar na jaar opstapelt.
ACMP-CGPM wil daarom niet nalaten om dat onrecht aan te klagen. Een Centenindex, het lijkt misschien maar ‘peanuts’… Het is het zeker niet!
De invoering van de verwijderingstoelage vormt een eerste concrete verwezenlijking van het Sociaal Akkoord. Het betreft een compensatie die de woon-werkverplaatsingslast voor sommige militairen moet milderen en dit onder de vorm van een forfaitaire verwijderingstoelage.
Dat deze invoering niet volledig overeenstemt met de verwachtingen van alle militairen, is intussen duidelijk. Het regeerakkoord van 4 februari 2025 bepaalt dat er voor Defensie nood is aan een ‘tegemoetkoming’ in het kader van de aantrekkelijkheid van het beroep, in het bijzonder voor militairen met grote woon-werkverplaatsingslast. Tijdens de onderhandelingen werd gesproken over een ruimere compensatie voor de vele lasten die gepaard gaan met het woon-werkverkeer. Kort geschetst gaat het erom dat militairen gemiddeld 50 km woon-werkverplaatsing hebben tegenover 20 km waar een werknemer in de privésector mee wordt geconfronteerd. Daarbij wordt de militair ook nog eens geconfronteerd met een loopbaan vol dienstverplaatsingen, opgelegde mutaties, langdurige verwijdering van hun gezin en moeilijke bereikbaarheid van kazernes.
In de oorspronkelijke ontwerptekst lag de ondergrens op meer dan 20 km. Echter na de onderhandelingen in het militair onderhandelingscomité werd door de politieke besluitvorming geopteerd om de grens op meer dan 40 km te bepalen. Deze aanpassing stuit op heel wat onbegrip onder de militairen.
Het is belangrijk te weten dat een

sociaal akkoord nooit een eindpunt is, maar een vertrekpunt van een lang en complex uitvoeringstraject. Wat aan een onderhandelingstafel wordt overeengekomen dient vervolgens nog de voorziene budgettaire en administratieve controles, juridische toetsingen bij de Raad van State, politieke besluitvorming en administratieve omzetting te doorstaan.
Het doorlopen van al deze stappen kan leiden tot aanpassingen omwille van politieke compromissen. Een gegeven waar ‘internetsyndicalisten’ die als woeste tafelspringers fulmineren om geen strobreed af te wijken van oorspronkelijke doelstellingen, wellicht niet bij stilstaan. De militaire vakbond weet dat voor
ieder akkoord de weg naar uitvoering zelden, die van de rechte lijn is.
Waarom pas vanaf 41 kilometer?
In ons Algemeen Programma 2024-2028 argumenteerden wij dat het woon-werkverkeer van een gemiddelde militair langer is in duur en afstand dan die van de doorsnee werknemer in België. De vraag om een toekenning van een gerichte financiële tegemoetkoming was dus geen toeval. Het resultaat van de verwijderingstoelage, we hadden het liever anders gezien, berust echter op een andere logica.
In het kader van politieke besluitvorming werd geoordeeld dat een afstand van 40 km tussen de

woonplaats en plaats van tewerkstelling in de buurt komt van wat de gemiddelde Belg aflegt als dagelijkse afstand woon-werkverkeer. Het argument dat de gemiddelde militaire kazerne vaak minder vlot bereikbaar is via het openbaar vervoer dan pakweg de WTC-toren in hartje Brussel kan niet miskend worden. Minister van ambtenarenzaken, Mevrouw Matz wou initieel maar instemmen met een afstand van meer dan 60 km om een tegemoetkoming toe te kennen. Uiteindelijk werd dan op z’n Belgisch een compromis gesloten, waarbij de appel in twee werd gesneden en zo is de regering gekomen tot de toekenning van een verwijderingstoelage vanaf 41 kilometer.
Verwijderingstoelage praktisch
De toekenning van de verwijderingstoelage vereist dat een enkelvoudig traject meer dan 40 km bedraagt volgens de topografische afstand (vogelvlucht). De berekening hiervan is in overeenstemming met de reeds bestaande reglementering (BIP-U-022-3). Men meet hierbij een bepaald geografisch punt, gelegen van de gemeente waar men gedomicilieerd is, of vast verblijft, tot
aan de hoofdingang van uw vaste plaats van tewerkstelling. Deze afstand wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt 1,25 en naar boven afgerond bij getal 5 of meer na de komma en naar beneden wanneer dat getal lager ligt. Het eindresultaat in kilometerafstand wordt afgerond tot een rond getal. Het uiteindelijke bedrag is raadpleegbaar in ‘My BudFin – Distance allowance’.
Om recht te hebben moet men militair zijn in werkelijke dienst en het regulier woon-werkverkeer naar een vaste plaats van tewerkstelling in België gelegen zijn.

Het jaarbedrag zal telkens in twaalfden elke maand bij uw wedde worden gestort. Momenteel geeft HRM weer dat de eerste uitbetaling samenvalt met de uitbetaling van de wedde van juni 2026. Voor zij die menen dat het Sociaal akkoord volledig ‘uitgehold’ werd: weet dat het oorspronkelijk de bedoeling was om de verwijderingstoelage pas vanaf januari 2027 te laten ingaan!
Mutaties
Elke wijziging in afstand heeft pas effect vanaf de volgende maand. Vindt de mutatie in het midden van de maand plaats, dan zal de wijzing pas vanaf het eind van de daaropvolgende maand voelbaar zijn.
Een pro-rata aanpassing van de toelage vindt plaats bij deeltijdse prestaties.
In het geval dat een militair voor langere periode dienstverplaatsingen dient te doen in het kader van een vorming of een tijdelijke affectatie, dan opent mits te voldoen aan eerdere voorwaarden, ook het recht op een forfaitaire verwijderingstoelage. De zending moet dan wel tenminste één volledige kalendermaand duren
Tenslotte zal de uitbetaling stopgezet worden bij afwezigheid van een volledige kalendermaand omwille van AGR, TAGR, TATM, TALO of specifieke verloven zoals het ouderschapsverlof.
De militaire vakbond ACMPCGPM zal in de toekomst zeker verder blijven strijden voor een verbetering van het statuut van alle militairen. Het is dan ook niet uitgesloten dat ook voor deze maatregel in de toekomst nog bijsturingen komen.
Forfaitaire verwijderingstoelage:
Afstand enkel traject x km Jaarbedrag (bruto, niet geïndexeerd)
Die bijzondere dag van dinsdag 26 mei 2026 is voor eeuwig verbonden aan de opening van het tweede bijkantoor van de militaire vakbond ACMP-CGPM. De openingsrede van dit unieke gebouw te Marche-en-Famenne werd door tal van hoogwaardigheidsbekleders bijgewoond. Hoe de inhuldiging van Résidence La Sentinelle (De Schildwacht) terzelfdertijd een prachtige hommage aan wijlen JeanPierre Hulin werd, leest u hieronder in de openingsrede van voorzitter Yves Huwart.

Er bestaan gebouwen…en er bestaan plaatsen met een ziel. Een gebouw kan men optrekken met beton, staal en glas. Maar een plaats met betekenis bouwt men met overtuiging, engagement en mensen die erin geloven. Vandaag openen wij niet zomaar een nieuw gebouw. Vandaag openen wij een ankerpunt. Een herkenningspunt. Een plaats waar militairen welkom zijn — niet alleen wanneer alles goed gaat, maar vooral wanneer
het moeilijk wordt. En daarom heet deze plaats voortaan: Résidence
La Sentinelle
De Schildwacht
Degene die waakt. Degene die aanwezig blijft wanneer anderen slapen. Degene die niet wegkijkt wanneer er dreiging heerst. En eigenlijk vat die naam perfect samen wat wij als militaire vakbond willen zijn.

Welkom
De heer Theo Francken, minister van Defensie, die voor de gelegenheid het voorzitterschap van deze inhulding heeft aanvaard.
De heren Willy Borsus, Président du Parlement de Wallonie, Nicolas Grégoire, burgemeester van de stad Marche-en-Famenne, de heren volksvertegenwoordigers …
Generaal Frederik Vansina, Chef Defensie, Generaal Thierry Esser en echtgenote, Directeur-Generaal Human Resources binnen Defensie, Kolonel Marc Verbeeren – Commandant van de provincie Luxemburg, Kolonel Damien Lathuy, commandant van de 7 Gemotoriseerde Brigade, de Korpscommandanten, RSM’s en korpskorporaals en vertegenwoordigers van de militaire eenheden, de architect en medewerkers van het architectenbureau AW Architectes, de vertegenwoordigers van de bouwonderneming en onderaannemers van de firma Pierre Collignon, de vertegenwoordigers van de Agence Immobilière Sociale Nord du Luxembourg en niet te vergeten de Grootmeester en zijn vrienden van de lokale Confrérie des Disciples de Faustine.
Jean-Pierre Hulin
Laat mij vooral ook een bijzonder woord richten aan de familieleden van onze dierbare en gewezen Secretaris-generaal, mijn voorganger, Jean-Pierre Hulin die op 26 november 2025 van ons is heengegaan. Het is voor mij een waar genoegen dat Célia, Alexia en Guy; de kinderen van Jean-Pierre én de beide zussen Christine en Myriam hier vandaag onder ons zijn.
Sommige mensen verlaten ons… maar verdwijnen nooit echt.

Jean-Pierre behoort tot die categorie. Er zijn mensen die een functie uitoefenen. En er zijn mensen die een organisatie mee vormgeven. Jean-Pierre was zo iemand. Hij geloofde in dit project toen het nog niet meer was dan een idee op papier. Hij liep hier rond toen er nog modder lag in plaats van klinkers.
Hij zag muren waar anderen enkel plannen zagen. En ergens geloof ik dat hij vandaag toch een beetje aanwezig is tussen ons. Waarschijnlijk glimlachend… en wellicht ook controlerend of alles wel degelijk correct werd afgewerkt. Want laat ons eerlijk zijn: een militair op rust blijft zelden écht op rust.
Marche-en-Famenne is een stad met geschiedenis. Eeuwen geleden werd deze stad beschermd door muren, wachttorens en poorten. Wie goed kijkt, ziet vandaag nog sporen van dat verleden. Maar elke tijd bouwt zijn eigen muren. En elke generatie heeft haar eigen schildwachten nodig. Vandaag staan hier geen wachttorens meer met fakkels en pieken.
Vandaag staan hier vrouwen en mannen in uniform. Mensen die paraat staan. Mensen die dienen. Mensen die soms veel meer opofferen dan de samenleving beseft.


En precies daarom wilden wij hier aanwezig zijn. Niet op afstand. Niet ergens ver weg achter een loket. Maar hier.
Dichtbij het terrein, dichtbij de militair, dichtbij de realiteit.
Historiek
Toen de ACMP-CGPM in 1990 officieel erkend werd, begon het verhaal in uiterst bescheiden omstandigheden. Een klein kantoor. Een zeer beperkt aantal mensen. Geen grote middelen. Maar wel iets dat veel belangrijker bleek: overtuiging. De overtuiging dat militairen een onafhankelijke stem verdienen. Een organisatie zonder politieke kleur, zonder ideologische vlaggen, zonder verborgen agenda’s.
Gewoon: militairen helpen!
Vanuit Brussel groeiden we verder. Van Schaarbeek naar Zaventem. Van Leopoldsburg naar vandaag Marche-en-Famenne. En ik geef toe: sommige mensen verklaarden ons misschien lichtjes ambitieus. Maar ambitie is in feite gewoon hoop,… met werkschoenen aan.
En ja… enkele jaren geleden zeiden wij dat dit gebouw er zou
komen. Er was twijfel, maar kijk, vandaag is het zover. En dus meneer de minister… speciaal voor u vandaag veroorloof ik mij om een door u vaak gebruikte slogan te citeren: Promises made, promises kept.
Dit project die de naam van Résidence La Sentinelle heeft gekregen kwam er dankzij de inzet van velen binnen onze organisatie. Van collega’s die vergaderden, plannen opvolgden, aannemers controleerden… en soms wellicht vaker op de werf stonden dan thuis. Nietwaar, Philippe? Wat vandaag opent, is bovendien meer dan een syndicaal gebouw. Hier bevindt zich niet enkel een kantoor. Hier bevindt zich ook een sociaal project. Want naast onze werking konden wij hier ook woongelegenheden realiseren voor mensen met een bescheiden inkomen, in samenwerking met de Agence Immobilière Sociale Nord du Luxembourg. Dat aspect vind ik persoonlijk bijzonder belangrijk. Want solidariteit mag geen slogan zijn die men enkel gebruikt tijdens congressen of verkiezingsperiodes. Solidariteit moet zichtbaar worden. In stenen. In deuren die opengaan. In kansen die men creeert voor anderen.
Het voorbije jaar was voor Defensie en voor het militair syndicalisme één van de meest intense periodes in jaren. Discussies over statuten. Over pensioenen. Over toekomstperspectieven. Over de aantrekkelijkheid van het beroep. En laat ons eerlijk zijn: militairen vragen niet om applaus. Ze vragen rechtvaardigheid. Ze vragen respect voor de specificiteit van hun beroep. Voor de risico’s. Voor de onregelmatige uren. Voor de permanente inzetbaarheid. Want wie bereid is om alles te geven voor zijn land, verdient minstens een overheid die woord houdt tegenover haar militairen. Telkens er discussies gevoerd worden over pensioenen, statuten en de toekomst van Defensie, zorgt dit voor moeilijke gesprekken. Ook wanneer militairen het gevoel krijgen dat er geraakt wordt aan fundamentele evenwichten, zorgt dit voor heel wat onrust. En terecht.
Een leger bouw je niet alleen met materieel. Niet alleen met budgetten. Maar vooral met mensen. Gemotiveerde mensen. En motivatie ontstaat niet door alleen mooie woorden. Motivatie ontstaat wanneer mensen voelen dat engagement wederzijds is.
En ik wil vandaag erkennen dat minister Francken, samen met de Chef Defensie en de defensiestaf, bereid is geweest om te luisteren en engagementen aan te gaan. Dat heeft geleid tot het Sociaal akkoord van 25 juli 2025. Een akkoord dat belangrijk was. Maar een akkoord waarvan de echte waarde uiteindelijk niet op papier zal gemeten worden… maar in de concrete uitvoering ervan.
En zoals elke militair weet: tussen een operationeel plan en de
uitvoering ervan ligt soms… een ‘kleine’ uitdaging. Dus meneer de minister: wij rekenen erop dat ook het vervolg van dit verhaal trouw blijft aan uw zelfde filosofie: Promises made, promises kept. Geen druk uiteraard. Alleen de aanwezigheid van de volledige militaire vakbond ACMP-CGPM.
Mijnheer de minister, u heeft niet enkel aanvaard om het voorzitterschap van deze inhuldiging waar te nemen, maar ook ingestemd om enkele woorden tot onze gasten te richten.
…
Hartelijk dank, meneer de minister, voor uw aanwezigheid en uw engagement ten voordele van het personeel van Defensie.
Dames en heren, indien ik nog heel even uw aandacht mag vragen, geef ik nu ook nog graag het woord aan de burgemeester van Marche-en-Famenne, de heer Nicolas Grégoire.
Hartelijk dank, meneer de burgemeester, voor uw tussenkomst en uw woorden van waardering. Wij kijken er alvast naar uit om ook op ons niveau een partner te zijn in de ambitieuze projecten waar u met de stad Marche-en-Famenne voor staat.
Maar laat ons vandaag vooral ook vieren. Want in tijden waarin mensen soms vooral tegenover elkaar lijken te staan, is het waardevol om momenten te hebben waarop mensen samenkomen. Militairen. Vakbondsafgevaardigden. Lokale overheden. Defensie. Families. Vrienden. Niet tegenover elkaar. Maar naast elkaar. En misschien is dat uiteindelijk nog het mooiste symbool van deze plek.

Gedenkplaat
Wij zouden nu graag een gedenkplaat willen onthullen. Een plaat in glas tegen een muur.
Maar eigenlijk gaat het niet over die plaat op de muur. Het gaat over de herinnering. Over engagement. Over mensen die iets wilden nalaten dat groter is dan zichzelf.
Graag nodig ik dhr. Minister Theo Francken en de Chef Defensie
Frederik Vansina, uit om samen de gedenkplaat zichtbaar te maken.
Ik nodig u graag uit om samen het glas te heffen. Op Résidence La Sentinelle. Op de toekomst van Defensie. Op solidariteit. Op vriendschap. En op iedereen die vandaag — zichtbaar of onzichtbaar — mee aan dit verhaal heeft gebouwd.
U zal vanaf nu kunnen genieten van een receptie verzorgd door


Firma Paulus, muzikaal begeleid door Los Del Tré — drie uitstekende gitaristen die even goed spelen als militairen kunnen marcheren — en van de lokale Confrérie des Disciples de Faustine, die u met veel plezier hun streekspecialiteit en huisgemaakte kruidenlikeur laten ontdekken.
En uiteraard mag u ook ons gelegenheidsbier ‘ La Sentinelle ’ proeven.
U kijkt er misschien van op dat een militaire vakbond een eigen bier lanceert…dat is uiteindelijk gewoon logistieke ondersteuning van de moraal.
En als alles goed verloopt, dan ontmoeten we elkaar misschien opnieuw bij een volgende opening, ergens anders in het land.
U merkt het: bij de ACMP-CGPM zijn ideeën soms gevaarlijk… omdat we ze meestal ook uitvoeren.

Promises made, promises kept.
Ik dank u oprecht voor uw aanwezigheid. Geniet van deze vooravond, van de muziek, van het gezelschap… en vooral van het mooie gevoel dat ontstaat wanneer mensen samen bouwen aan iets dat blijft bestaan.
Santé!


Defensie bevindt zich vandaag op een kantelpunt. Na jaren van besparingen en afbouw wordt opnieuw geïnvesteerd in mensen, infrastructuur en operationele capaciteiten. De ambities zijn groot. Defensie wil duizenden nieuwe militairen aantrekken, ervaren militairen langer aan boord houden en tegelijk een modernere werkgever worden die aandacht heeft voor het welzijn van de militair en zijn gezin. Zo heeft Def+ voorheen CDSCA niet alleen een nieuwe naam gekregen, maar ook een ambitieuzer objectief.
De boodschap is duidelijk: Def+ wil en zal aanwezig zijn in elke fase van het leven van het Defensiepersoneel. Van kinderopvang tot huisvesting, van sociale begeleiding tot ondersteuning na pensionering. Het is een visie die perfect aansluit bij een Defensie die opnieuw groeit en meer mensen wil aantrekken én behouden. Dat verdient erkenning en krijgt ook de morele steun van de militaire vakbond ACMP-CGPM. Want Defensie verkoopt vandaag niet alleen een job. Zij verkoopt ook een levensproject. De maatschappij focust vandaag op iedereen langer laten werken. Men hoort minder vaak dat jonge militairen en hun gezinnen steeds moeilijker betaalbare woningen vinden. Of hoe operationele opdrachten een impact blijven hebben op families en hoe financiële en sociale problemen niet zomaar verdwijnen omdat men de poort van een kazerne binnenstapt. Stuk voor stuk thema’s die ook in de toekomst relevant blijven!
Precies daarom vindt ook ACMP dat de naamsverandering van Def+ juist goed geplaatst is. Een nieuwe naam licht het belang van de sociale dimensie van Defensie toe. De pensioenhervorming is nu éénmaal
definitief doorgedrukt door de regering. Het door ACMP getekende Sociaal akkoord ziet voor het tekenen van verzachtende maatregelen. En nu is het aan Def+ om haar bijdrage te leveren. Sociale voordelen voor de militair en zijn gezin zijn meer dan incentives, ze zijn pure noodzaak geworden. Vooral nu de populatie enorm moet toenemen om de operationele effectiviteit van Defensie en haar engagementen zo optimaal mogelijk te bereiken.
Def+ verbindt zich ertoe om met deze nieuwe naam een vertrouwde partner te blijven van de volledige Defensiegemeenschap. Niemand mag uitgesloten worden, jong noch oud! Een open communicatie, zichtbaarheid en bekendheid moeten toelaten om ook moeilijke
uitdagingen het hoofd te bieden. Een goed draaiende sociale dienstverlening helpt dan ook jongere militairen om zich beter op hun kerntaak te kunnen focussen met liefst een lichte sociale rugzak. Loyauteit en ervaringsopbouw die hierdoor geoogst wordt, is een win-win voor militair en Defensie.
De militaire vakbond ACMPCGPM gelooft in de ambitie en de mogelijkheden van Def+. Zoals altijd denkt de militaire vakbond proactief mee over sociale thema’s die onze militairen aanbelangen. ACMP reikt in haar Algemeen Programma 2024 – 2028 samen met gemotiveerde afgevaardigden en haar geijkte kanalen alle mogelijke steun om deze naam mee te helpen waarmaken. Een Defensie Plus!


MILOU – 17/04/2023
In het gezin van Indy David (Oostende)
ROSALINE – 16/12/2025
In het gezin van David VANGYSEL (Namen)
IDRIS – 03/03/2026
In het gezin van Nasser MOUSSA SEINI MAIGA (Namen)
AMALIA – 07/03/2026
In het gezin van Gregory OKARMUS (Anderlecht)
ELIA – 12/03/2026
In het gezin van Arthur CLAES (Charleroi)
ROSALIE – 17/03//2026
In het gezin van Sébastien BOZARD (Hoei)
GUSTAVE – 18/03/2026
In het gezin van Matthew VERVLOESEM (Bonheiden)
OTIS – 23/03/2026
In het gezin van Yaron ALLAERT (Roeselare)
SEBASTIAN – 23/03/2026
In het gezin van Tom VANDOOREN (Oostende)
LEONORE – 26/03/2026
In het gezin van Pauline VERSWYVEL (Philippeville)
WOUT – 26/03/2026
In het gezin van Robbe VERVAELE (Torhout)

08/03/2024
VANDERREYDT Nicolas en BUYLE Lisa (Antwerpen) (Wettelijke samenwoning)
29/03/2025
SAEGERMAN Thibault en COLPAERT Coraline (Pont-à-Celles)
08/06/2025
VANCRAESBEECK Bruno en MURNI Sri (Tangerang – Indonesië)
13/10/2025
VERVLOET Jonas en VANBRABANT Eline (Beringen) (Wettelijke samenwoning)
09/02/2026
OKARMUS Gregory en Cristina CARRUBBA (Silly) (Wettelijke samenwoning)
14/02/2026
VERACHTERT Thierry en MOSSAY Evelyne (Flémalle)
21/02/2026
MESSINA Lorenzo en MONTULET Océane (Marchin)
27/02/2026
CELIS Peter en CASTIGLIONE Letizia (Bilzen-Hoeselt) (Wettelijke samenwoning)
14/03/2026
CARTUYVELS Debbie en BOSMANS Jonas (Beringen)
23/03/2026
LECUT Maël en KÖHLER Fanny (Ciney)
31/03/2026
BRONKART Thomas en ROPPE Louise (Flémalle) (Wettelijke samenwoning)
11/04/2026
PEPERMANS Marcel en DE BIE Murielle (Lint)
15/05/2026
VANDENBULCKE Servaas en DE BOCK Tine (Kruisem)

BOGAERT NORBERT 1939 - 25/04/2026 (Brugge)
LERMYTE ROLAND 1935 - 04/05/2026 (Brugge)
TOMBEUR ROBERT 1956 - 26/05/2026 (Mont-Godinne)
- Maart: 101,84 punten
- April: 103,34 punten
- Mei: 103,26 punten
- Maart: 101,63 punten
- April: 102,77 punten
- Mei: 102,69 punten
De afgevlakte gezondheidsindex bedraagt in mei 100,19 punten, de spilindex voor het openbaar ambt en de sociale uitkeringen vastgelegd op 100,28 punten werd hierbij niet overschreden.
Het planbureau legt een volgende spilindexoverschrijding vast op 100,28 punten en die zal mogelijks in juni 2026 overschreden worden. Als gevolg daarvan zouden de sociale uitkeringen en de wedden van het overheidspersoneel in september 2026 geïndexeerd worden. Aangezien die indexering zal worden berekend overeenkomstig de modaliteiten van de maatregel 'Centenindex', zal het indexeringspercentage van 2% slechts toegepast worden op de schijf tot 2000 euro bruto per maand voor de sociale uitkeringen en op de schijf tot 4000 euro bruto per maand voor de overheidswedden.
Bron: Statbel

Defensie heeft inmiddels het aanvraagformulier voor de syndicale premie voor het referentiejaar 2025 elektronisch via HRM@Defence en email verstuurd.
Militairen die voor 01 januari 2026 met pensioen zijn vertrokken en geen toegang meer hebben tot hun militaire mailbox, hebben in principe hun aanvraagformulier eind april 2026 via normale briefwisseling ontvangen.
Dit formulier dient men te vervolledigen en voor 01 juli 2026 op te sturen naar: ACMP-CGPM, Romboutsstraat 1 – Bus 021, 1932 ZAVENTEM
Militairen wonende of actief in en rond Leopoldsburg kunnen hun ingevuld aanvraagformulier ook rechtstreeks deponeren in de brievenbus van ons kantoor gelegen aan de Hospitaalstraat 10 te Leopoldsburg. Men mag het origineel ingevulde en ondertekende formulier eveneens overhandigen aan een ACMP-afgevaardigde die het ons op zijn beurt zal bezorgen.
Nadat uw aanvraagformulier is aangekomen op het Vast Secretariaat van de ACMP-CGPM, zullen wij het nodige doen om de syndicale premie binnen de drie maanden uit te betalen.



Voor meer info of als u het aanvraagformulier niet heeft ontvangen, kan u contact opnemen via srt@acmp-cgpm.be