6/7
INLEIDING / INTRODUCTION
10
PREGLUTON 1948-1989
16
GLUTON 1990
22
CHORDA 1991-1993
26
CALIDUM 1993-1994
30
TEPIDEEM 1994-1997
40
LIGNATUM 1997-2001
PERIODE VOORAFGAAND AAN HET GLUTON / THE ERA BEFORE THE GLUTON
PLAKBANDPERIODE / THE ADHESIVE-TAPE PERIOD
SJORPERIODE / THE TYING PERIOD
HETE PERIODE / THE HOT PERIOD
LAUWE PERIODE / THE TEPID PERIOD
44 VAPORUM 2001-2006
PERIODE VAN HET HOUT / THE WOOD PERIOD
PERIODE VAN DE STOOMGELUIDEN / THE STEAM-SOUNDS PERIOD
50
CEREBRUM 2006-2008
60
SUÏCIDEEM/SUICIDEEM 2009-2011
64
ASPERSORIUM 2012
66
AURUM 2013-2015
68
BRUCHUM 2016-2019
72
VOLANTUM 2020-2021
76
FILUM 2021
PERIODE VAN DE HERSENEN / THE BRAINS PERIOD
PERIODE VAN HET ZELFDESTRUCTIVISME / THE SELF-DESTRUCTION PERIOD
PERIODE VAN HET KWISPELEN / THE TAIL-WAGGING PERIOD
PERIODE VAN DE ZWAKKE WIND / THE WEAK-WINDS PERIOD
PERIODE VAN DE RUPSEN / THE CATERPILLAR PERIOD
PERIODE VAN HET VLIEGEN / THE FLYING PERIOD
PERIODE VAN DE DRAADJES / THE CORD PERIOD
6/7
INLEIDING / INTRODUCTION
10
PREGLUTON 1948-1989
16
GLUTON 1990
22
CHORDA 1991-1993
26
CALIDUM 1993-1994
30
TEPIDEEM 1994-1997
40
LIGNATUM 1997-2001
PERIODE VOORAFGAAND AAN HET GLUTON / THE ERA BEFORE THE GLUTON
PLAKBANDPERIODE / THE ADHESIVE-TAPE PERIOD
SJORPERIODE / THE TYING PERIOD
HETE PERIODE / THE HOT PERIOD
LAUWE PERIODE / THE TEPID PERIOD
44 VAPORUM 2001-2006
PERIODE VAN HET HOUT / THE WOOD PERIOD
PERIODE VAN DE STOOMGELUIDEN / THE STEAM-SOUNDS PERIOD
50
CEREBRUM 2006-2008
60
SUÏCIDEEM/SUICIDEEM 2009-2011
64
ASPERSORIUM 2012
66
AURUM 2013-2015
68
BRUCHUM 2016-2019
72
VOLANTUM 2020-2021
76
FILUM 2021
PERIODE VAN DE HERSENEN / THE BRAINS PERIOD
PERIODE VAN HET ZELFDESTRUCTIVISME / THE SELF-DESTRUCTION PERIOD
PERIODE VAN HET KWISPELEN / THE TAIL-WAGGING PERIOD
PERIODE VAN DE ZWAKKE WIND / THE WEAK-WINDS PERIOD
PERIODE VAN DE RUPSEN / THE CATERPILLAR PERIOD
PERIODE VAN HET VLIEGEN / THE FLYING PERIOD
PERIODE VAN DE DRAADJES / THE CORD PERIOD
Column in de Volkskrant 24/02/1990. Column in de Volkskrant 24/02/1990.
MEMORY
1948-1989
In the Pregluton era, real animals made of PVC tubing, as they would later emerge, did not yet exist. The earliest times were characterised by the absence of matter. Life consisted only of dreams about life. I made virtual animals in the computer. These life forms were subjected to a process of artificial evolution. Back then, I would often seek inspiration for my columns by walking the beach and the streets of Scheveningen. From 1986 to 2008 I wrote about my interests in de Volkskrant. These pieces would often be about technical ideas, fantasies, or small philosophies. That one of these columns would eventually determine the rest of my life is something I would never have suspected at the time. The so called strandbeests (beach animals) began as a piece in the newspaper.
After the article was published, nothing happened for 6 months. Then, on a sunny day in September, I visited the Gamma DIY shop to purchase some of those plastic tubes. I toyed with them for a while. They turned out to be surprisingly versatile. That same day, I decided to devote a year of my life to the tubes. And that got completely out of hand. I grew up in the coastal town of Scheveningen. It felt as if reliving my childhood made me more open-minded. I again looked at the world with the eyes of a child, as though beholding creation for the very first time. I called it ‘resetting’ myself. Like when you reboot a computer to start with a clean slate, I ‘reset’ my brain by walking past the sacred places of my youth. I must have looked like an alien in human guise during my youth, as inconspicuous as a
tree in a forest. I discover this when I reconnect with people from my past. Classmates, the kids next door, I’m a stranger to them all. No matter how carefully I describe myself, they simply don’t remember me. This happens too often for my comfort. Embarrassed, I slink away. I’m ashamed of my inability to forget. I’m cursed with a good memory. In fact, I rehearse my memories so that I don’t forget them. They swirl through my head at random moments. Reminiscing about my childhood enables me to compile a databank of memories, recollections that I can mine to create new memories. When life draws to a close, the stock is complete. All that remains is to die. Something I remember from the Pregluton era is that I was captivated by a book entitled The Blind Watchmaker, written by Richard Dawkins, a British zoologist who has
11
PERIODE VOORAFGAAND AAN HET GLUTON THE ERA BEFORE THE GLUTON
Echte beesten, gemaakt van pvc-buizen, zoals die later z ouden ontstaan, waren er nog niet in het Pregluton. De vroegste tijd werd gekenmerkt door de afwezigheid van materie. Het leven bestond uitsluitend uit dromen over het leven. Ik maakte virtuele beestjes in de computer. Het waren levensvormen die onderworpen waren aan een kunstmatige evolutie. Ook wandelde ik in die periode vaak op het strand en in de straten van S cheveningen om ideeën op te doen voor mijn columns. Van 1986 tot 2008 schreef ik stukjes in de Volkskrant over zaken die mij bezighielden. Vaak waren dat technische ideetjes, fantasieën of filosofietjes. Dat een van de columns uiteindelijk de rest van mijn leven zou bepalen, kon ik toen nog niet vermoeden. De strandbeesten begonnen als een stukje in de krant. Na het verschijnen van het stukje gebeurde er een half jaar niets. Toen, op een zomerse dag in september, ben ik naar de Gamma gegaan om wat van die buisjes te kopen. Ik heb er wat mee zitten spelen. Je bleek er van alles mee te kunnen doen. Diezelfde dag besloot ik een jaar van mijn leven te geven aan de buisjes. En dat is volkomen uit de hand gelopen. Scheveningen ligt aan het strand en het is de plek waar ik mijn jeugd doorbracht. Het leek erop dat het opnieuw beleven van mijn vroegste jaren mij onbevangen maakte. Ik keek weer naar de wereld als een kind, alsof ik de schepping voor het eerst aanschouwde. ‘Resetten’ noemde ik dat voor mezelf. Zoals je een computer weer opnieuw opstart om met een schone lei te beginnen, zo ‘resette’ ik mijn hersenen door langs de heilige plekken van mijn jeugd te wandelen. Tijdens die jeugd moet ik mij als een buitenaards wezen hebben gedragen, vermomd als aardbewoner, onopvallend als een boom in het bos. Daar kom ik achter als ik mensen van vroeger weer ontmoet. Klasgenoten, buurjongetjes, ze kennen mij niet meer. Hoeveel moeite ik ook doe mezelf te beschrijven, het lukt hen niet om mij voor de geest te halen. Dat overkomt mij vaker dan ik wil. Beschaamd druip ik dan af. Ik schaam mij voor mijn onvermogen tot vergeten. Ik tors het lot van een goed geheugen. Sterker nog, ik repeteer mijn herinneringen, opdat ik ze niet vergeet. Op willekeurige momenten dwarrelen ze door mijn hoofd. Terugdenken aan mijn kinderjaren dient om een bestand van herinneringen aan te leggen, herinneringen
PREGLUTON
10
PREGLUTON
HERINNERING
Column in de Volkskrant 24/02/1990. Column in de Volkskrant 24/02/1990.
MEMORY
1948-1989
In the Pregluton era, real animals made of PVC tubing, as they would later emerge, did not yet exist. The earliest times were characterised by the absence of matter. Life consisted only of dreams about life. I made virtual animals in the computer. These life forms were subjected to a process of artificial evolution. Back then, I would often seek inspiration for my columns by walking the beach and the streets of Scheveningen. From 1986 to 2008 I wrote about my interests in de Volkskrant. These pieces would often be about technical ideas, fantasies, or small philosophies. That one of these columns would eventually determine the rest of my life is something I would never have suspected at the time. The so called strandbeests (beach animals) began as a piece in the newspaper.
After the article was published, nothing happened for 6 months. Then, on a sunny day in September, I visited the Gamma DIY shop to purchase some of those plastic tubes. I toyed with them for a while. They turned out to be surprisingly versatile. That same day, I decided to devote a year of my life to the tubes. And that got completely out of hand. I grew up in the coastal town of Scheveningen. It felt as if reliving my childhood made me more open-minded. I again looked at the world with the eyes of a child, as though beholding creation for the very first time. I called it ‘resetting’ myself. Like when you reboot a computer to start with a clean slate, I ‘reset’ my brain by walking past the sacred places of my youth. I must have looked like an alien in human guise during my youth, as inconspicuous as a
tree in a forest. I discover this when I reconnect with people from my past. Classmates, the kids next door, I’m a stranger to them all. No matter how carefully I describe myself, they simply don’t remember me. This happens too often for my comfort. Embarrassed, I slink away. I’m ashamed of my inability to forget. I’m cursed with a good memory. In fact, I rehearse my memories so that I don’t forget them. They swirl through my head at random moments. Reminiscing about my childhood enables me to compile a databank of memories, recollections that I can mine to create new memories. When life draws to a close, the stock is complete. All that remains is to die. Something I remember from the Pregluton era is that I was captivated by a book entitled The Blind Watchmaker, written by Richard Dawkins, a British zoologist who has
11
PERIODE VOORAFGAAND AAN HET GLUTON THE ERA BEFORE THE GLUTON
Echte beesten, gemaakt van pvc-buizen, zoals die later z ouden ontstaan, waren er nog niet in het Pregluton. De vroegste tijd werd gekenmerkt door de afwezigheid van materie. Het leven bestond uitsluitend uit dromen over het leven. Ik maakte virtuele beestjes in de computer. Het waren levensvormen die onderworpen waren aan een kunstmatige evolutie. Ook wandelde ik in die periode vaak op het strand en in de straten van S cheveningen om ideeën op te doen voor mijn columns. Van 1986 tot 2008 schreef ik stukjes in de Volkskrant over zaken die mij bezighielden. Vaak waren dat technische ideetjes, fantasieën of filosofietjes. Dat een van de columns uiteindelijk de rest van mijn leven zou bepalen, kon ik toen nog niet vermoeden. De strandbeesten begonnen als een stukje in de krant. Na het verschijnen van het stukje gebeurde er een half jaar niets. Toen, op een zomerse dag in september, ben ik naar de Gamma gegaan om wat van die buisjes te kopen. Ik heb er wat mee zitten spelen. Je bleek er van alles mee te kunnen doen. Diezelfde dag besloot ik een jaar van mijn leven te geven aan de buisjes. En dat is volkomen uit de hand gelopen. Scheveningen ligt aan het strand en het is de plek waar ik mijn jeugd doorbracht. Het leek erop dat het opnieuw beleven van mijn vroegste jaren mij onbevangen maakte. Ik keek weer naar de wereld als een kind, alsof ik de schepping voor het eerst aanschouwde. ‘Resetten’ noemde ik dat voor mezelf. Zoals je een computer weer opnieuw opstart om met een schone lei te beginnen, zo ‘resette’ ik mijn hersenen door langs de heilige plekken van mijn jeugd te wandelen. Tijdens die jeugd moet ik mij als een buitenaards wezen hebben gedragen, vermomd als aardbewoner, onopvallend als een boom in het bos. Daar kom ik achter als ik mensen van vroeger weer ontmoet. Klasgenoten, buurjongetjes, ze kennen mij niet meer. Hoeveel moeite ik ook doe mezelf te beschrijven, het lukt hen niet om mij voor de geest te halen. Dat overkomt mij vaker dan ik wil. Beschaamd druip ik dan af. Ik schaam mij voor mijn onvermogen tot vergeten. Ik tors het lot van een goed geheugen. Sterker nog, ik repeteer mijn herinneringen, opdat ik ze niet vergeet. Op willekeurige momenten dwarrelen ze door mijn hoofd. Terugdenken aan mijn kinderjaren dient om een bestand van herinneringen aan te leggen, herinneringen
PREGLUTON
10
PREGLUTON
HERINNERING
GLUTON
DE BUIS
De Animaris vulgaris was het enige beest uit het Gluton. Het is nooit in staat geweest om op zijn poten te staan en kon dus niet lopen. Het kon zijn poten uitsluitend bewegen als het op zijn rug lag. Ik heb er een jaar aan gewerkt. Afgezien van het feit dat het technische resultaat gering was, heb ik er veel van opgestoken. Nog niet zo lang geleden heb ik hem trouwens weer gezien. Wat zag hij er meelijwekkend uit! Hoe kon ik denken dat dit ooit iets zou worden? Maar als ik terugdenk aan hoe ik er toen tegen aankeek, kan ik me alleen voor de geest halen dat ik het allemaal zag gebeuren. De strandbeesten zouden
THE TUBE
The Gluton era, also known as the adhesive-tape period, was brief. It lasted a year. During that time, I purchased a large supply of electricity tubing. A kind of yellowish tube that is typically Dutch. A national law passed in 1947 stipulates that electrical wiring in domestic homes must be carried in this kind of tube. Approximately 6 million kilometres of tubing has been produced over the years (and that’s a conservative estimate). It defines the streetscape in the Netherlands. You can see tubes poking out of the rubble in skips. They are strapped to the roof of electricians’ vans. Originally, they were white. The manufacturer switched to the yellowish colour of Dutch cheese in the 1980s. In 1979, I made a flying saucer out of tubes and flew it over Delft, causing an uproar.1
Hula hoops – all the rage in the sixties – were also made from this kind of tubing. Kids enjoyed turning them into blowpipes for paper darts. In fact, this was my personal introduction to the tube: I was adept at shooting darts through open windows. When exposed to the elements, the tubes eventually lighten and turn the white colour they’d been earlier in the 1960s. Eventually they become more bone-like. In the strandbeests graveyard at the Ypenburg laboratory the fossils of the extinct species lie bleaching in the sunlight. After a few years, the skeletons resemble those of dinosaurs. The colour is a clue to their age. THE ABILITY TO THINK ‘I CAN’
The Gluton period was populated by a single species, the Animaris vulgaris. It was never
able to stand up on its legs and, therefore, lacked the ability to walk. It could only move its legs when lying on its back. I worked on it for a year. Despite the poor technical results, I learnt a great deal. Just recently, I saw the creature again. How pitiful it looked! How could I have imagined that this would ever become something? But when I think about how I looked on it back in those days, all I can remember is that I imagined it all happening. The strandbeests would walk on the wind and live independent lives. It must have been a case of blind optimism. Irrational optimism presupposes a kind of n aivety, but I’m not the only innocent. It’s an innately human trait, one that has defined our existence since the dawn of time. Ten thousand years ago, people could do very little. They had few tools. Maybe some hand
17
16
HET VERMOGEN TOT KUNNEN
PLAKBANDPERIODE THE ADHESIVE-TAPE PERIOD
1990
GLUTON
Ufo boven Delft, 1979. UFO over Delft, 1979.
De plakbandperiode, het Gluton, duurde kort, slechts een jaar. In dat jaar schafte ik een grote partij elektriciteitsbuizen aan. Die geelachtige buis is typisch Nederlands. Sinds 1947 gebiedt de Nederlandse wet dat die gele buis gebruikt wordt om elektriciteitsdraden te geleiden in woningen. Voorzichtig geschat is in de loop van de tijd ongeveer zes miljoen kilometer van de buis geproduceerd. Het bepaalt het straatbeeld in Nederland. De buis ligt in afvalcontainers tussen het puin. Ze zit gebonden op de imperiaal van bestelauto’s van de installateurs. Aanvankelijk waren de buizen wit. In de jaren tachtig schakelde de fabrikant over naar de geelachtige kleur van Hollandse kaas. Ik gebruikte die buis ook al in 1979 voor de productie van een vliegende schotel die over Delft vloog en de stad in rep en roer bracht.1 In de jaren zestig werden er de befaamde hoelahoeps van gemaakt. Ook werden ze veelvuldig door de jeugd als blaaspijp gebruikt voor papieren pijltjes. Dat was tevens mijn persoonlijke kennismaking met de buis. Ik was bedreven in het schieten van pijltjes in openstaande ramen. Door inwerking van zon en regen verbleekt de buis weer tot hetzelfde wit van de jaren zestig. In de loop der jaren worden de buisjes botachtiger. Op het strandbeestenkerkhof in het laboratorium in Ypenburg liggen de fossielen van de uitgestorven soorten te verbleken in de zon. Na een paar jaar krijgen de skeletten het uiterlijk van een geraamte van een dinosaurus. De ouderdom is te schatten aan de hand van de kleur.
GLUTON
DE BUIS
De Animaris vulgaris was het enige beest uit het Gluton. Het is nooit in staat geweest om op zijn poten te staan en kon dus niet lopen. Het kon zijn poten uitsluitend bewegen als het op zijn rug lag. Ik heb er een jaar aan gewerkt. Afgezien van het feit dat het technische resultaat gering was, heb ik er veel van opgestoken. Nog niet zo lang geleden heb ik hem trouwens weer gezien. Wat zag hij er meelijwekkend uit! Hoe kon ik denken dat dit ooit iets zou worden? Maar als ik terugdenk aan hoe ik er toen tegen aankeek, kan ik me alleen voor de geest halen dat ik het allemaal zag gebeuren. De strandbeesten zouden
THE TUBE
The Gluton era, also known as the adhesive-tape period, was brief. It lasted a year. During that time, I purchased a large supply of electricity tubing. A kind of yellowish tube that is typically Dutch. A national law passed in 1947 stipulates that electrical wiring in domestic homes must be carried in this kind of tube. Approximately 6 million kilometres of tubing has been produced over the years (and that’s a conservative estimate). It defines the streetscape in the Netherlands. You can see tubes poking out of the rubble in skips. They are strapped to the roof of electricians’ vans. Originally, they were white. The manufacturer switched to the yellowish colour of Dutch cheese in the 1980s. In 1979, I made a flying saucer out of tubes and flew it over Delft, causing an uproar.1
Hula hoops – all the rage in the sixties – were also made from this kind of tubing. Kids enjoyed turning them into blowpipes for paper darts. In fact, this was my personal introduction to the tube: I was adept at shooting darts through open windows. When exposed to the elements, the tubes eventually lighten and turn the white colour they’d been earlier in the 1960s. Eventually they become more bone-like. In the strandbeests graveyard at the Ypenburg laboratory the fossils of the extinct species lie bleaching in the sunlight. After a few years, the skeletons resemble those of dinosaurs. The colour is a clue to their age. THE ABILITY TO THINK ‘I CAN’
The Gluton period was populated by a single species, the Animaris vulgaris. It was never
able to stand up on its legs and, therefore, lacked the ability to walk. It could only move its legs when lying on its back. I worked on it for a year. Despite the poor technical results, I learnt a great deal. Just recently, I saw the creature again. How pitiful it looked! How could I have imagined that this would ever become something? But when I think about how I looked on it back in those days, all I can remember is that I imagined it all happening. The strandbeests would walk on the wind and live independent lives. It must have been a case of blind optimism. Irrational optimism presupposes a kind of n aivety, but I’m not the only innocent. It’s an innately human trait, one that has defined our existence since the dawn of time. Ten thousand years ago, people could do very little. They had few tools. Maybe some hand
17
16
HET VERMOGEN TOT KUNNEN
PLAKBANDPERIODE THE ADHESIVE-TAPE PERIOD
1990
GLUTON
Ufo boven Delft, 1979. UFO over Delft, 1979.
De plakbandperiode, het Gluton, duurde kort, slechts een jaar. In dat jaar schafte ik een grote partij elektriciteitsbuizen aan. Die geelachtige buis is typisch Nederlands. Sinds 1947 gebiedt de Nederlandse wet dat die gele buis gebruikt wordt om elektriciteitsdraden te geleiden in woningen. Voorzichtig geschat is in de loop van de tijd ongeveer zes miljoen kilometer van de buis geproduceerd. Het bepaalt het straatbeeld in Nederland. De buis ligt in afvalcontainers tussen het puin. Ze zit gebonden op de imperiaal van bestelauto’s van de installateurs. Aanvankelijk waren de buizen wit. In de jaren tachtig schakelde de fabrikant over naar de geelachtige kleur van Hollandse kaas. Ik gebruikte die buis ook al in 1979 voor de productie van een vliegende schotel die over Delft vloog en de stad in rep en roer bracht.1 In de jaren zestig werden er de befaamde hoelahoeps van gemaakt. Ook werden ze veelvuldig door de jeugd als blaaspijp gebruikt voor papieren pijltjes. Dat was tevens mijn persoonlijke kennismaking met de buis. Ik was bedreven in het schieten van pijltjes in openstaande ramen. Door inwerking van zon en regen verbleekt de buis weer tot hetzelfde wit van de jaren zestig. In de loop der jaren worden de buisjes botachtiger. Op het strandbeestenkerkhof in het laboratorium in Ypenburg liggen de fossielen van de uitgestorven soorten te verbleken in de zon. Na een paar jaar krijgen de skeletten het uiterlijk van een geraamte van een dinosaurus. De ouderdom is te schatten aan de hand van de kleur.
CHORDA
BINDEN VAN STAART EN BEK
Twee tiewraps. Two cable ties.
CHORDA
Deze periode dankt zijn naam aan het sjorren. Het sjorren vond plaats met de tiewrap. Men gebruikt ze bij orthopedische chirurgie om de twee helften van een gespleten bot aan elkaar vast te maken, prijskaartjes worden ermee aan kleding gehecht en elektriciens gebruiken ze om een bosje elektriciteitsdraad samen te binden. Het zijn nylonstripjes, waarvan het oppervlak geribbeld is. Aan het ene uiteinde zit de staart, aan het andere een soort bekje. Bij het vastbinden wordt de staart in het bekje gestopt en erdoor getrokken. Binnen het bekje is het eenrichtingsverkeer. Een veerkrachtig lipje dat tegen de ribbeltjes drukt, voorkomt dat de staart weer naar buiten schiet. Het bekje kan de staart derhalve slechts opeten, niet uitspuwen. De handel noemt het een tiewrap (Engels: cable tie). Het is inderdaad een soort stropdas, een rappe stropdas. Je kunt er snel mee werken.
SJORPERIODE THE TYING PERIOD
1991-1993
TYING TAILS AND SNOUTS
BAMBI
This era takes its name from the tying technique. It was developed thanks to cable ties. Orthopaedic surgeons use them to fasten broken bones, shops use them to attach price tags to garments, and electricians use them to fasten bundles of wires together. They take the form of long, stiff nylon strips with a ribbed surface. At one end there’s a tail and at the other a ratchet resembling a mouth. To fasten something, you pull the tail through the opening. Once inside, it’s a one-way street. The springy ratchet presses against the ribs and prevents the tail from shooting out again. The mouth can only eat the tail, therefore. Spitting it out is not an option. In trade circles, it’s called a cable tie. And it is a kind of tie indeed, a quick tie. You can work very fast with them.
The strandbeests’ motor capabilities are similar to those of real animals. People often ask how I managed to achieve such a feat. I didn’t ‘manage’ anything, of course. The computer generated the movements on the basis of mechanical criteria. Aesthetics had nothing to do with it. The software analysed the length of time the leg was in the air. After all, in this position a leg is useless. It neither supports nor balances the animal; it is pure ballast. The less time a leg spends in the air, the better. The accelerated motion of the foot upon leaving the ground is typical of leg movements in general, including those of real animals. Walt Disney had a good grasp of this when he animated Bambi. He exaggerated the ‘slicing-throughthe-air’ action, making Bambi’s movements look incredibly naturalistic. The deer’s endear-
23
22
BAMBI
De motoriek van strandbeesten vertoont gelijkenis met die van een echt beest. Men vraagt mij vaak hoe ik dat voor elkaar gekregen heb. Ik heb natuurlijk niets voor elkaar gekregen. De computer heeft de beweging gemaakt, niet op esthetische maar op mechanische gronden. De computer keek hoeveel tijd de poot in de lucht doorbrengt. Een poot die in de lucht hangt, heeft immers geen functie. Hij draagt niet bij tot steun of evenwicht en is in feite ballast. Poten die evenwel relatief weinig tijd in de lucht spenderen, zijn beter. De versnelde beweging vanaf het moment dat de voet de aarde heeft losgelaten, is kenmerkend voor pootbewegingen, ook voor de pootbewegingen van echte beesten. Walt Disney had dat goed begrepen toen hij Bambi animeerde. Hij overdreef het principe van sneldoor-de-lucht, zodat de beweging van Bambi heel organisch werd. De aandoenlijke bewegingen van het hertje zijn op puur mechanische leest geschoeid. Ons oog is gevoelig voor bewegende beesten. We herkennen die beweging onmiddellijk. In het verleden kon een beest iets betekenen waarvoor je moest weglopen of juist achteraan rennen (voor voedsel).
Animaris sabulosa in het laatste stadium. Animaris sabulosa in its final stage.
ing gait is firmly rooted in mechanical principles. Our eyes are sensitive to animals in motion. We instantly recognise their movements. In the past, an animal might have been something to flee from or, on the contrary, chase after (for food). When watching the YouTube videos of the strandbeests, people are quick to identify their movements as animalistic. What you’re actually seeing, however, is a sequence of moving tubes. This discrepancy flips a switch in our brains and is, in my opinion, the reason for the videos’ popularity.
CHORDA
BINDEN VAN STAART EN BEK
Twee tiewraps. Two cable ties.
CHORDA
Deze periode dankt zijn naam aan het sjorren. Het sjorren vond plaats met de tiewrap. Men gebruikt ze bij orthopedische chirurgie om de twee helften van een gespleten bot aan elkaar vast te maken, prijskaartjes worden ermee aan kleding gehecht en elektriciens gebruiken ze om een bosje elektriciteitsdraad samen te binden. Het zijn nylonstripjes, waarvan het oppervlak geribbeld is. Aan het ene uiteinde zit de staart, aan het andere een soort bekje. Bij het vastbinden wordt de staart in het bekje gestopt en erdoor getrokken. Binnen het bekje is het eenrichtingsverkeer. Een veerkrachtig lipje dat tegen de ribbeltjes drukt, voorkomt dat de staart weer naar buiten schiet. Het bekje kan de staart derhalve slechts opeten, niet uitspuwen. De handel noemt het een tiewrap (Engels: cable tie). Het is inderdaad een soort stropdas, een rappe stropdas. Je kunt er snel mee werken.
SJORPERIODE THE TYING PERIOD
1991-1993
TYING TAILS AND SNOUTS
BAMBI
This era takes its name from the tying technique. It was developed thanks to cable ties. Orthopaedic surgeons use them to fasten broken bones, shops use them to attach price tags to garments, and electricians use them to fasten bundles of wires together. They take the form of long, stiff nylon strips with a ribbed surface. At one end there’s a tail and at the other a ratchet resembling a mouth. To fasten something, you pull the tail through the opening. Once inside, it’s a one-way street. The springy ratchet presses against the ribs and prevents the tail from shooting out again. The mouth can only eat the tail, therefore. Spitting it out is not an option. In trade circles, it’s called a cable tie. And it is a kind of tie indeed, a quick tie. You can work very fast with them.
The strandbeests’ motor capabilities are similar to those of real animals. People often ask how I managed to achieve such a feat. I didn’t ‘manage’ anything, of course. The computer generated the movements on the basis of mechanical criteria. Aesthetics had nothing to do with it. The software analysed the length of time the leg was in the air. After all, in this position a leg is useless. It neither supports nor balances the animal; it is pure ballast. The less time a leg spends in the air, the better. The accelerated motion of the foot upon leaving the ground is typical of leg movements in general, including those of real animals. Walt Disney had a good grasp of this when he animated Bambi. He exaggerated the ‘slicing-throughthe-air’ action, making Bambi’s movements look incredibly naturalistic. The deer’s endear-
23
22
BAMBI
De motoriek van strandbeesten vertoont gelijkenis met die van een echt beest. Men vraagt mij vaak hoe ik dat voor elkaar gekregen heb. Ik heb natuurlijk niets voor elkaar gekregen. De computer heeft de beweging gemaakt, niet op esthetische maar op mechanische gronden. De computer keek hoeveel tijd de poot in de lucht doorbrengt. Een poot die in de lucht hangt, heeft immers geen functie. Hij draagt niet bij tot steun of evenwicht en is in feite ballast. Poten die evenwel relatief weinig tijd in de lucht spenderen, zijn beter. De versnelde beweging vanaf het moment dat de voet de aarde heeft losgelaten, is kenmerkend voor pootbewegingen, ook voor de pootbewegingen van echte beesten. Walt Disney had dat goed begrepen toen hij Bambi animeerde. Hij overdreef het principe van sneldoor-de-lucht, zodat de beweging van Bambi heel organisch werd. De aandoenlijke bewegingen van het hertje zijn op puur mechanische leest geschoeid. Ons oog is gevoelig voor bewegende beesten. We herkennen die beweging onmiddellijk. In het verleden kon een beest iets betekenen waarvoor je moest weglopen of juist achteraan rennen (voor voedsel).
Animaris sabulosa in het laatste stadium. Animaris sabulosa in its final stage.
ing gait is firmly rooted in mechanical principles. Our eyes are sensitive to animals in motion. We instantly recognise their movements. In the past, an animal might have been something to flee from or, on the contrary, chase after (for food). When watching the YouTube videos of the strandbeests, people are quick to identify their movements as animalistic. What you’re actually seeing, however, is a sequence of moving tubes. This discrepancy flips a switch in our brains and is, in my opinion, the reason for the videos’ popularity.
RESISTANCE
1993-1994
Everything resists. If I ask you to do the dishes in my house, to vacuum the room and then clean the bathroom, I can be assured of your resistance. The way I know people, most of you will respond with your elbow or even your middle finger. Others will expect to be offered financial recompense, fringe benefits, overtime payment or the prospect of Christmas hampers. In any case, you won’t obey me directly. Why should you? By resisting, however, you’re obeying a cast-iron law that stipulates that nothing happens in exchange for nothing and that everything and everyone will resist unless there’s some benefit involved. All matter is imbued with this unwillingness, not just human flesh. Or at least that’s what I believed prior to the advent of the Calidum period.
vaak suggereert men dat ik als het ware de schepper ben van mijn nieuwe natuur. Nu moet ik zeggen dat ik dat in het begin van de strandbeesten ook gedacht heb. Ik waande mij een god. In de loop der jaren werd ik evenwel gedwongen me bescheidener op te stellen. Steeds meer werd mij duidelijk dat het niet mijn ideeën waren die in de beesten terechtkwamen, maar die van de buisjes. Mijn werk is als een evolutieproces waarin ik niet als een god fungeer, maar meer als een slaaf die al die teleurstellingen moet verwerken en telkens opnieuw iets moet proberen. Mijn ideeën moet je zien als mutaties. Mutaties zijn over het algemeen gedoemd te mislukken. Alles gaat mis. Maar soms gebeurt er iets. Iets onverwachts. Iets dat hoop geeft, waar je op kunt voortborduren. Blijven proberen. Goed kijken. Telkens weer opnieuw. En dan plotseling schiet je in een stroomversnelling. Dan kan er ineens een heleboel. NIETSNUTTEN ZIJN NODIG
Het woord genie is aan inflatie onderhevig. In mijn vriendenkring bevinden zich ongeveer tien genieën. Dat is niet veel. U kent er vast meer. Tegenwoordig is een genie niets bijzonders meer. Een beetje mens is algauw een genie. Zo gaat dat. Eenieder mag zich in deze tijd genie noemen. Ik wil niet beweren dat je genie kunt zijn zonder talent. Maar het talent om genie te worden, bestaat vooral uit de wíl om het te worden. Ieder van ons heeft ergens verborgen die wil. Vandaar dat het aantal genieën groeiende is. Persoonlijk zou ik het gemakkelijk kunnen worden, maar ik zie ervan af. Ik begrijp niet hoe je schaamteloos als genie door het leven kunt gaan. Als exhibitionisten gooien ze hun geniale eigenschappen naar buiten. Regenjas open, kijk eens hoe knap ik ben. Als genie beschik je niet zozeer over het talent om te bewonderen, dan wel over het talent om bewonderd te worden. Hoe ze het doen weet ik niet, maar die tien genieën om mij heen dwingen stuk voor stuk bewondering af met niets. Met uitsluitend lucht weten ze die bewondering te oogsten. Op zich knap. Met minimale middelen weten ze een maximaal effect te sorteren. Maar het ís niets en het blíjft niets. Toch roepen vrienden en familieleden dat het genieën zijn.
What do you think happened? The electricity tubing did not obey this cast-iron law when subjected to heat. Instead, it became soft and very pliant, and could then be shaped into all kinds of form. After cooling, it retained its new form. It could be moulded with a heat gun, a tool that is normally used for paint stripping. The heat gun proved to be the perfect device for tightening and strengthening the corners of the constructions. This made the frames much more rigid. It took me three years to discover the heat gun. I knew it existed, of course, but had no idea it could be used to soften PVC. Friends marvel that it took so long: they could have enlightened me in a flash. As the strandbeests continued to evolve, these kinds of disappointment became par for the course. I fiddle with something for years, and then an option emerges that could have saved me a
great deal of suffering and disillusionment. In my practice it just seems to take a long time. People sometimes call me a genius. I always have to laugh out loud. They’ve obviously never seen me fix a curtain rail. Others see my work as being based on intelligent design. Intelligent design is the notion that evolution is explicable as the work of an ingenious, possibly supernatural designer, a kind of god. Well, people often liken me to such a figure because, in a manner of speaking, I’ve created a new form of nature. I’ll admit that when I first started making the strandbeests, I thought so too. I thought I was a god. Over the years, however, I’ve been forced to adopt a more modest attitude. It became increasingly evident that the ideas producing the strandbeests were not mine but the tubes’. My work is akin to an evolutionary process in which I’m
27
HETE PERIODE THE HOT PERIOD
Alles verzet zich. Als ik u vraag om bij mij thuis de vaat even te doen, de kamer te stofzuigen en daarna het sanitair te soppen, kan ik op uw verzet rekenen. Zoals ik de mensen ken, zullen de meesten onder u reageren met hun elleboog of zelfs met hun middelvinger. Anderen zullen de financiële vergoeding afwachten, de secundaire arbeidsvoorwaarden, overwerkcompensatie en het vooruitzicht op kerstpakketten. U gehoorzaamt mij in ieder geval niet direct. Waarom zou u? Met dit verzet gehoorzaamt u echter aan een ijzeren wet in deze wereld die zegt dat niets voor niets gebeurt en dat alles en iedereen zich zal verzetten tenzij er een belang in het spel is. Alle materie is doordrenkt met die onwil, niet alleen het mensenvlees. Althans dat dacht ik tot ik het Calidum in stapte. Wat blijkt? De elektriciteitsbuis onttrekt zich aan die ijzeren wet als de buis verhit wordt. Ze wordt dan zacht en heel gewillig. De buis kan dan in allerlei vormen gebracht worden en deze vorm blijft ze behouden na afkoeling. Het verwarmen gaat met een heteluchtbrander. In het dagelijkse leven wordt hij gebruikt om oude verflagen te verhitten, die er vervolgens afgekrabd kunnen worden. De heteluchtbrander bleek een uitstekend instrument om de hoekpunten van de constructies strakker en steviger te maken. Het geraamte wordt hierdoor veel stijver. Ik ontdekte de heteluchtbrander pas na drie jaar. Ik wist natuurlijk wel dat hij bestond, maar ik wist niet dat pvc er zacht mee gemaakt kon worden. Kennissen vragen zich verbijsterd af waarom het zo lang heeft moeten duren; ze hadden me het zo kunnen vertellen. Dit soort ontgoochelingen heb ik later in de strandbeestenevolutie vaker moeten ondergaan. Jaren loop je met iets te klungelen en dan dringt zich een mogelijkheid op die veel leed en teleurstelling had kunnen voorkomen. In mijn praktijk blijkt dat nu eenmaal lang te duren. Er zijn weleens mensen die mij een genie noemen. Dan moet ik altijd ontzettend hard lachen. Die hebben mij nog nooit een gordijnrailtje zien monteren. Vaak denkt men dat mijn werk gebaseerd is op intelligent design. Achter intelligent design schuilt de opvatting dat de evolutie kan worden verklaard als het werk van een intelligente, eventueel bovennatuurlijke ontwerper, een soort god. Welnu,
CALIDUM
26
CALIDUM
HET VERZET
RESISTANCE
1993-1994
Everything resists. If I ask you to do the dishes in my house, to vacuum the room and then clean the bathroom, I can be assured of your resistance. The way I know people, most of you will respond with your elbow or even your middle finger. Others will expect to be offered financial recompense, fringe benefits, overtime payment or the prospect of Christmas hampers. In any case, you won’t obey me directly. Why should you? By resisting, however, you’re obeying a cast-iron law that stipulates that nothing happens in exchange for nothing and that everything and everyone will resist unless there’s some benefit involved. All matter is imbued with this unwillingness, not just human flesh. Or at least that’s what I believed prior to the advent of the Calidum period.
vaak suggereert men dat ik als het ware de schepper ben van mijn nieuwe natuur. Nu moet ik zeggen dat ik dat in het begin van de strandbeesten ook gedacht heb. Ik waande mij een god. In de loop der jaren werd ik evenwel gedwongen me bescheidener op te stellen. Steeds meer werd mij duidelijk dat het niet mijn ideeën waren die in de beesten terechtkwamen, maar die van de buisjes. Mijn werk is als een evolutieproces waarin ik niet als een god fungeer, maar meer als een slaaf die al die teleurstellingen moet verwerken en telkens opnieuw iets moet proberen. Mijn ideeën moet je zien als mutaties. Mutaties zijn over het algemeen gedoemd te mislukken. Alles gaat mis. Maar soms gebeurt er iets. Iets onverwachts. Iets dat hoop geeft, waar je op kunt voortborduren. Blijven proberen. Goed kijken. Telkens weer opnieuw. En dan plotseling schiet je in een stroomversnelling. Dan kan er ineens een heleboel. NIETSNUTTEN ZIJN NODIG
Het woord genie is aan inflatie onderhevig. In mijn vriendenkring bevinden zich ongeveer tien genieën. Dat is niet veel. U kent er vast meer. Tegenwoordig is een genie niets bijzonders meer. Een beetje mens is algauw een genie. Zo gaat dat. Eenieder mag zich in deze tijd genie noemen. Ik wil niet beweren dat je genie kunt zijn zonder talent. Maar het talent om genie te worden, bestaat vooral uit de wíl om het te worden. Ieder van ons heeft ergens verborgen die wil. Vandaar dat het aantal genieën groeiende is. Persoonlijk zou ik het gemakkelijk kunnen worden, maar ik zie ervan af. Ik begrijp niet hoe je schaamteloos als genie door het leven kunt gaan. Als exhibitionisten gooien ze hun geniale eigenschappen naar buiten. Regenjas open, kijk eens hoe knap ik ben. Als genie beschik je niet zozeer over het talent om te bewonderen, dan wel over het talent om bewonderd te worden. Hoe ze het doen weet ik niet, maar die tien genieën om mij heen dwingen stuk voor stuk bewondering af met niets. Met uitsluitend lucht weten ze die bewondering te oogsten. Op zich knap. Met minimale middelen weten ze een maximaal effect te sorteren. Maar het ís niets en het blíjft niets. Toch roepen vrienden en familieleden dat het genieën zijn.
What do you think happened? The electricity tubing did not obey this cast-iron law when subjected to heat. Instead, it became soft and very pliant, and could then be shaped into all kinds of form. After cooling, it retained its new form. It could be moulded with a heat gun, a tool that is normally used for paint stripping. The heat gun proved to be the perfect device for tightening and strengthening the corners of the constructions. This made the frames much more rigid. It took me three years to discover the heat gun. I knew it existed, of course, but had no idea it could be used to soften PVC. Friends marvel that it took so long: they could have enlightened me in a flash. As the strandbeests continued to evolve, these kinds of disappointment became par for the course. I fiddle with something for years, and then an option emerges that could have saved me a
great deal of suffering and disillusionment. In my practice it just seems to take a long time. People sometimes call me a genius. I always have to laugh out loud. They’ve obviously never seen me fix a curtain rail. Others see my work as being based on intelligent design. Intelligent design is the notion that evolution is explicable as the work of an ingenious, possibly supernatural designer, a kind of god. Well, people often liken me to such a figure because, in a manner of speaking, I’ve created a new form of nature. I’ll admit that when I first started making the strandbeests, I thought so too. I thought I was a god. Over the years, however, I’ve been forced to adopt a more modest attitude. It became increasingly evident that the ideas producing the strandbeests were not mine but the tubes’. My work is akin to an evolutionary process in which I’m
27
HETE PERIODE THE HOT PERIOD
Alles verzet zich. Als ik u vraag om bij mij thuis de vaat even te doen, de kamer te stofzuigen en daarna het sanitair te soppen, kan ik op uw verzet rekenen. Zoals ik de mensen ken, zullen de meesten onder u reageren met hun elleboog of zelfs met hun middelvinger. Anderen zullen de financiële vergoeding afwachten, de secundaire arbeidsvoorwaarden, overwerkcompensatie en het vooruitzicht op kerstpakketten. U gehoorzaamt mij in ieder geval niet direct. Waarom zou u? Met dit verzet gehoorzaamt u echter aan een ijzeren wet in deze wereld die zegt dat niets voor niets gebeurt en dat alles en iedereen zich zal verzetten tenzij er een belang in het spel is. Alle materie is doordrenkt met die onwil, niet alleen het mensenvlees. Althans dat dacht ik tot ik het Calidum in stapte. Wat blijkt? De elektriciteitsbuis onttrekt zich aan die ijzeren wet als de buis verhit wordt. Ze wordt dan zacht en heel gewillig. De buis kan dan in allerlei vormen gebracht worden en deze vorm blijft ze behouden na afkoeling. Het verwarmen gaat met een heteluchtbrander. In het dagelijkse leven wordt hij gebruikt om oude verflagen te verhitten, die er vervolgens afgekrabd kunnen worden. De heteluchtbrander bleek een uitstekend instrument om de hoekpunten van de constructies strakker en steviger te maken. Het geraamte wordt hierdoor veel stijver. Ik ontdekte de heteluchtbrander pas na drie jaar. Ik wist natuurlijk wel dat hij bestond, maar ik wist niet dat pvc er zacht mee gemaakt kon worden. Kennissen vragen zich verbijsterd af waarom het zo lang heeft moeten duren; ze hadden me het zo kunnen vertellen. Dit soort ontgoochelingen heb ik later in de strandbeestenevolutie vaker moeten ondergaan. Jaren loop je met iets te klungelen en dan dringt zich een mogelijkheid op die veel leed en teleurstelling had kunnen voorkomen. In mijn praktijk blijkt dat nu eenmaal lang te duren. Er zijn weleens mensen die mij een genie noemen. Dan moet ik altijd ontzettend hard lachen. Die hebben mij nog nooit een gordijnrailtje zien monteren. Vaak denkt men dat mijn werk gebaseerd is op intelligent design. Achter intelligent design schuilt de opvatting dat de evolutie kan worden verklaard als het werk van een intelligente, eventueel bovennatuurlijke ontwerper, een soort god. Welnu,
CALIDUM
26
CALIDUM
HET VERZET
TEPIDEEM
ANIMARI GENETICAE
ANIMARI GENETICAE
1994-1997
In the Tepideem period the tubes were heated at a lower temperature, and the joints became stronger. The herd made its appearance. As in the animal world, there are certain advantages to herd life. The strandbeests were able to shelter as a group, which made them less likely to be blown away. The strandbeests that caught the wind paid the ultimate price but on average the survival chances of the herd-dwelling strandbeests were slightly higher than those of their solitary counterparts. The disadvantage of herds is that strandbeests’ legs are prone to entanglement. A similar thing occurs in the natural world. Sometimes a horde of mice can get their tails entangled. They form an inseparable knot and the mice are doomed. Storms pose the greatest threat to the strandbeests. They frequently collapse through their legs when
the lateral forces start to play tricks on them. If caught by the wind, the strandbeest’s legs initially try and maintain the pace before tripping and starting to roll. An entire herd once started barrelling along the beach at IJmuiderslag. They blew across the sand like tumbleweeds. Every now and then they bounced a few metres in the air. The wind would grab hold of them again and fling them mercilessly to the ground several metres away. It was a beautiful sight. One kilometre further on, they hit the barbed wire fence near the dunes and came to a halt. They had to be dragged back home one by one. There were numerous broken legs. The Tepideem was all about reproduction. It was the first time a strandbeest reproduced. Now don’t go imagining too much. When people hear the word reproduction, they immediately think of sex, of two mating strandbeests.
It seems obvious somehow. Apparently strandbeests can indeed mate. I don’t mean this in a literal sense, but they do something that is, in fact, the essence of mating. During fertilisation genetic information is combined. A sperm cell contains DNA strands on which the genetic code is recorded. DNA strands are information carriers, comparable to a CD-ROM or a DVD. The surface of a CD contains millions of bumps. They are not evenly spaced but form an irregular pattern. We can call them ones. Between the ones are flat, shiny surfaces that we can call zeros. CD drives shine a laser at the surface of the disc and detect the shiny areas and the bumps according to the amount of light they reflect. The drive then converts the digital data it has read, the pattern of ones and zeros, into music, text, film, or anything else you fancy. DNA strands are not filled with ones and zeros,
30
31
LAUWE PERIODE THE TEPID PERIOD
TEPIDEEM
Terugslepen van de Animaris geneticus na een storm. Retrieving the Animaris geneticus after a storm.
In het Tepideem werden buisjes met een lagere temperatuur verwarmd, waardoor de gewrichten veel sterker werden. De kudde deed zijn intrede. Net als in de dierenwereld heeft het leven in een kudde voordelen. De beesten kunnen in de luwte staan van andere beesten, waardoor ze minder snel wegwaaien. Dat voordeel gaat weliswaar ten koste van die beesten die de wind opvangen, maar gemiddeld zijn de overlevingskansen van strandbeesten die in een kudde leven iets hoger dan die van de solisten. Nadeel van kuddes is dat strandbeesten gemakkelijk met hun poten in elkaar haken en verstrikt raken. Iets dergelijks komt overigens ook voor in de bestaande natuur. De staarten van een groep muizen kunnen in elkaar verstrikt raken. Ze vormen een onontwarbare kluwen en de muizen zijn ten dode opgeschreven. Stormen zijn de grote vijanden van de beesten. Veelvuldig zakten ze door hun poten als de dwarskrachten ten gevolge van de storm hen parten gingen spelen. Op het moment dat de wind ze te pakken had, probeerden de pootjes in eerste instantie het tempo bij te houden, vervolgens struikelden ze en gingen ze rollen. Een keer gebeurde het op het strand van IJmuiderslag dat een complete kudde aan het rollen ging. Als tumble weeds rolden ze over de vlakte. Af en toe stuiterden ze een paar meter de lucht in. De wind kreeg ze dan weer te pakken en smeet ze ongenadig meters verder weer op de grond. Het was een prachtig gezicht. Een kilometer verderop kwamen ze tot stilstand tegen de prikkeldraad van het hek bij de duinen. Stuk voor stuk moesten ze worden teruggesleept. Veel pootjes hadden het begeven. Het Tepideem stond volkomen in het teken van de voortplanting. Het was het eerste strandbeest dat zich kon voortplanten. Nu moet u zich daar niet te veel bij voorstellen. Bij voortplanten denkt men onmiddellijk aan seks, aan twee parende strandbeesten. Op de een of andere manier ligt dat voor de hand. Strandbeesten blijken inderdaad te kunnen paren. Dat bedoel ik niet in letterlijke zin, maar ze doen iets dat in feite de essentie vormt van de daad van het paren. Bij de bevruchting wordt genetische informatie gecombineerd. Een zaadcel bevat DNA-strengen waarop de genetische code is vastgelegd. De DNA-strengen zijn informatiedragers, te vergelijken met een cd-rom of een dvd’tje. Het oppervlak van een
TEPIDEEM
ANIMARI GENETICAE
ANIMARI GENETICAE
1994-1997
In the Tepideem period the tubes were heated at a lower temperature, and the joints became stronger. The herd made its appearance. As in the animal world, there are certain advantages to herd life. The strandbeests were able to shelter as a group, which made them less likely to be blown away. The strandbeests that caught the wind paid the ultimate price but on average the survival chances of the herd-dwelling strandbeests were slightly higher than those of their solitary counterparts. The disadvantage of herds is that strandbeests’ legs are prone to entanglement. A similar thing occurs in the natural world. Sometimes a horde of mice can get their tails entangled. They form an inseparable knot and the mice are doomed. Storms pose the greatest threat to the strandbeests. They frequently collapse through their legs when
the lateral forces start to play tricks on them. If caught by the wind, the strandbeest’s legs initially try and maintain the pace before tripping and starting to roll. An entire herd once started barrelling along the beach at IJmuiderslag. They blew across the sand like tumbleweeds. Every now and then they bounced a few metres in the air. The wind would grab hold of them again and fling them mercilessly to the ground several metres away. It was a beautiful sight. One kilometre further on, they hit the barbed wire fence near the dunes and came to a halt. They had to be dragged back home one by one. There were numerous broken legs. The Tepideem was all about reproduction. It was the first time a strandbeest reproduced. Now don’t go imagining too much. When people hear the word reproduction, they immediately think of sex, of two mating strandbeests.
It seems obvious somehow. Apparently strandbeests can indeed mate. I don’t mean this in a literal sense, but they do something that is, in fact, the essence of mating. During fertilisation genetic information is combined. A sperm cell contains DNA strands on which the genetic code is recorded. DNA strands are information carriers, comparable to a CD-ROM or a DVD. The surface of a CD contains millions of bumps. They are not evenly spaced but form an irregular pattern. We can call them ones. Between the ones are flat, shiny surfaces that we can call zeros. CD drives shine a laser at the surface of the disc and detect the shiny areas and the bumps according to the amount of light they reflect. The drive then converts the digital data it has read, the pattern of ones and zeros, into music, text, film, or anything else you fancy. DNA strands are not filled with ones and zeros,
30
31
LAUWE PERIODE THE TEPID PERIOD
TEPIDEEM
Terugslepen van de Animaris geneticus na een storm. Retrieving the Animaris geneticus after a storm.
In het Tepideem werden buisjes met een lagere temperatuur verwarmd, waardoor de gewrichten veel sterker werden. De kudde deed zijn intrede. Net als in de dierenwereld heeft het leven in een kudde voordelen. De beesten kunnen in de luwte staan van andere beesten, waardoor ze minder snel wegwaaien. Dat voordeel gaat weliswaar ten koste van die beesten die de wind opvangen, maar gemiddeld zijn de overlevingskansen van strandbeesten die in een kudde leven iets hoger dan die van de solisten. Nadeel van kuddes is dat strandbeesten gemakkelijk met hun poten in elkaar haken en verstrikt raken. Iets dergelijks komt overigens ook voor in de bestaande natuur. De staarten van een groep muizen kunnen in elkaar verstrikt raken. Ze vormen een onontwarbare kluwen en de muizen zijn ten dode opgeschreven. Stormen zijn de grote vijanden van de beesten. Veelvuldig zakten ze door hun poten als de dwarskrachten ten gevolge van de storm hen parten gingen spelen. Op het moment dat de wind ze te pakken had, probeerden de pootjes in eerste instantie het tempo bij te houden, vervolgens struikelden ze en gingen ze rollen. Een keer gebeurde het op het strand van IJmuiderslag dat een complete kudde aan het rollen ging. Als tumble weeds rolden ze over de vlakte. Af en toe stuiterden ze een paar meter de lucht in. De wind kreeg ze dan weer te pakken en smeet ze ongenadig meters verder weer op de grond. Het was een prachtig gezicht. Een kilometer verderop kwamen ze tot stilstand tegen de prikkeldraad van het hek bij de duinen. Stuk voor stuk moesten ze worden teruggesleept. Veel pootjes hadden het begeven. Het Tepideem stond volkomen in het teken van de voortplanting. Het was het eerste strandbeest dat zich kon voortplanten. Nu moet u zich daar niet te veel bij voorstellen. Bij voortplanten denkt men onmiddellijk aan seks, aan twee parende strandbeesten. Op de een of andere manier ligt dat voor de hand. Strandbeesten blijken inderdaad te kunnen paren. Dat bedoel ik niet in letterlijke zin, maar ze doen iets dat in feite de essentie vormt van de daad van het paren. Bij de bevruchting wordt genetische informatie gecombineerd. Een zaadcel bevat DNA-strengen waarop de genetische code is vastgelegd. De DNA-strengen zijn informatiedragers, te vergelijken met een cd-rom of een dvd’tje. Het oppervlak van een
LIGNATUM
ONTROUW AAN DE BUIS
PERIODE VAN HET HOUT THE WOOD PERIOD
WIND, WIND, WIND, WIND
Als je het woord wind maar vaak genoeg in de mond neemt, gaat het vanzelf waaien. U moet het eens proberen. De geringe ademtocht die de mond verlaat bij het uitspreken, wakkert allengs aan tot een briesje en in sommige gevallen zelfs tot een storm. Een luchtruim gevuld met honderden woordjes wind kan de betekenis van die woordjes niet ontlopen. U zult het zien. Vroeg of laat steekt hij op.
BETRAYAL OF THE TUBE
1997-2001
The Lignatum period was marked by infidelity, infidelity to the PVC tube. I was still in love, but I was tempted by wood as a building material. It developed into a full-blown affair that lasted at least 2 years, during which time I had two simultaneous relationships with two different materials: PVC and wood. Tests with Animari demonstrated that leg length was a critical factor for solving joint friction. The higher the strandbeest (the longer the legs), the lighter its gait. Now, you can’t endlessly enlarge strandbeests made of tubes. Large strandbeests are less rigid. To make giant animals, I needed new construction methods and alternative materials. I alighted upon wood and decided to replicate the sandwich construction of pallets. The change from electricity tubes into pallet wood resulted in a completely different aesthetic.
Pallets are cheap; they get slung out onto the street. They’re sturdy and rigid in all directions. You can link them together with hinges. I called the sandwich constructions Rhinocerae. A real pallet strandbeest was built: the Rhinoceros lignatus. It weighed a whopping 250 kg. In September 2004, the Animaris rhinoceros transport was born. It weighed 3.2 tonnes and was 4.70 metres tall. It was not built of pallets. Steel proved to be a more suitable material. The framework was crafted from metal, and the skin was made of polyester. It had a stonelike appearance. You could sit in it. A single person could operate the Rhinoceros. Tests were conducted on the runway at Valkenburg airport. The strandbeest ran superbly on the wind. It even ran too fast; the joints collapsed.
41
40
Animaris rhinoceros transport op de startbaan van het vliegveld in Valkenburg. Animaris rhinoceros transport on the runway at Valkenburg airfield.
LIGNATUM
Animaris rhinoceros lignatus. Animaris rhinoceros lignatus.
Het Lignatum is een periode van ontrouw, ontrouw aan de pvcbuis. Ik was nog steeds verliefd, maar het hout als bouwmateriaal bracht mij in verleiding. Het werd een affaire. Minstens twee jaar had ik twee relaties naast elkaar, met twee verschillende materialen: pvc en hout. Bij proeven met Animari bleek dat de lengte van de poten een belangrijke invloed had op het overwinnen van wrijving in de gewrichten. Hoe hoger het beest (hoe langer de poten), hoe lichter het liep. Nu kun je een strandbeest van elektriciteitsbuizen niet eindeloos vergroten. Grote strandbeesten verliezen hun stijfheid. Voor het maken van grote beesten moest ik aan andere constructiemethodes en andere materialen gaan denken. Gaandeweg kwam ik op het materiaal hout en de sandwichconstructie keek ik af van de pallets. De vertaling van elektriciteitsbuizen naar pallethout resulteerde in een totaal ander uiterlijk. Pallets zijn goedkope dingen, ze slingeren op straat. Ze zijn stevig en stijf in alle richtingen. Met scharnieren kunnen ze draaibaar aan elkaar vastgemaakt worden. De sandwichconstructies noemde ik Rhinocerae. Er is een echt palletstrandbeest gebouwd: de Rhinoceros lignatus. Hij woog maar liefst 250 kilogram. In september 2004 ontstond de Animaris rhinoceros transport. Hij woog 3,2 ton en was 4,70 meter hoog. Hij was niet gebouwd van pallets. Staal bleek toch geschikter. Het frame was van staal en de huid van polyester. Hij had een steenachtig uiterlijk. Je kon erin zitten. Één man was genoeg om de Rhinoceros op gang te brengen. Er zijn proeven gedaan op de startbaan van vliegveld Valkenburg. Hij liep uitstekend op de wind. Hij liep zelfs te hard; de gewrichten begaven het.
LIGNATUM
ONTROUW AAN DE BUIS
PERIODE VAN HET HOUT THE WOOD PERIOD
WIND, WIND, WIND, WIND
Als je het woord wind maar vaak genoeg in de mond neemt, gaat het vanzelf waaien. U moet het eens proberen. De geringe ademtocht die de mond verlaat bij het uitspreken, wakkert allengs aan tot een briesje en in sommige gevallen zelfs tot een storm. Een luchtruim gevuld met honderden woordjes wind kan de betekenis van die woordjes niet ontlopen. U zult het zien. Vroeg of laat steekt hij op.
BETRAYAL OF THE TUBE
1997-2001
The Lignatum period was marked by infidelity, infidelity to the PVC tube. I was still in love, but I was tempted by wood as a building material. It developed into a full-blown affair that lasted at least 2 years, during which time I had two simultaneous relationships with two different materials: PVC and wood. Tests with Animari demonstrated that leg length was a critical factor for solving joint friction. The higher the strandbeest (the longer the legs), the lighter its gait. Now, you can’t endlessly enlarge strandbeests made of tubes. Large strandbeests are less rigid. To make giant animals, I needed new construction methods and alternative materials. I alighted upon wood and decided to replicate the sandwich construction of pallets. The change from electricity tubes into pallet wood resulted in a completely different aesthetic.
Pallets are cheap; they get slung out onto the street. They’re sturdy and rigid in all directions. You can link them together with hinges. I called the sandwich constructions Rhinocerae. A real pallet strandbeest was built: the Rhinoceros lignatus. It weighed a whopping 250 kg. In September 2004, the Animaris rhinoceros transport was born. It weighed 3.2 tonnes and was 4.70 metres tall. It was not built of pallets. Steel proved to be a more suitable material. The framework was crafted from metal, and the skin was made of polyester. It had a stonelike appearance. You could sit in it. A single person could operate the Rhinoceros. Tests were conducted on the runway at Valkenburg airport. The strandbeest ran superbly on the wind. It even ran too fast; the joints collapsed.
41
40
Animaris rhinoceros transport op de startbaan van het vliegveld in Valkenburg. Animaris rhinoceros transport on the runway at Valkenburg airfield.
LIGNATUM
Animaris rhinoceros lignatus. Animaris rhinoceros lignatus.
Het Lignatum is een periode van ontrouw, ontrouw aan de pvcbuis. Ik was nog steeds verliefd, maar het hout als bouwmateriaal bracht mij in verleiding. Het werd een affaire. Minstens twee jaar had ik twee relaties naast elkaar, met twee verschillende materialen: pvc en hout. Bij proeven met Animari bleek dat de lengte van de poten een belangrijke invloed had op het overwinnen van wrijving in de gewrichten. Hoe hoger het beest (hoe langer de poten), hoe lichter het liep. Nu kun je een strandbeest van elektriciteitsbuizen niet eindeloos vergroten. Grote strandbeesten verliezen hun stijfheid. Voor het maken van grote beesten moest ik aan andere constructiemethodes en andere materialen gaan denken. Gaandeweg kwam ik op het materiaal hout en de sandwichconstructie keek ik af van de pallets. De vertaling van elektriciteitsbuizen naar pallethout resulteerde in een totaal ander uiterlijk. Pallets zijn goedkope dingen, ze slingeren op straat. Ze zijn stevig en stijf in alle richtingen. Met scharnieren kunnen ze draaibaar aan elkaar vastgemaakt worden. De sandwichconstructies noemde ik Rhinocerae. Er is een echt palletstrandbeest gebouwd: de Rhinoceros lignatus. Hij woog maar liefst 250 kilogram. In september 2004 ontstond de Animaris rhinoceros transport. Hij woog 3,2 ton en was 4,70 meter hoog. Hij was niet gebouwd van pallets. Staal bleek toch geschikter. Het frame was van staal en de huid van polyester. Hij had een steenachtig uiterlijk. Je kon erin zitten. Één man was genoeg om de Rhinoceros op gang te brengen. Er zijn proeven gedaan op de startbaan van vliegveld Valkenburg. Hij liep uitstekend op de wind. Hij liep zelfs te hard; de gewrichten begaven het.
VAPORUM
Voor uitleg van het pneumatische systeem zie YouTube: Theo Jansen neural system For an explanation of the pneumatic system, see YouTube: Theo Jansen neural system
SPIEREN
PERIODE VAN DE STOOMGELUIDEN THE STEAM-SOUNDS PERIOD
De anatomie van zichzelf verplaatsende voorwerpen is onderworpen aan universele wetten. De anatomie van de auto en die van het dier vertonen veel overeenkomsten. Allereerst de maag. De maag is te vergelijken met de benzinetank. Voor het verplaatsen is energie nodig. Die energie moet meegenomen worden. Alle zichzelf verplaatsende voorwerpen hebben proviand bij zich en dat vervoeren ze in een afgesloten ruimte: de maag of de tank. Zichzelf verplaatsende strandbeesten als de Animari percipieres hebben ook een maag. Deze bestaat uit petflessen, die met behulp van windkracht worden opgepompt tot hoge druk. Dat gebeurt met een soort van fietspompjes, natuurlijk ook gemaakt van elektriciteitsbuis. Die pompjes worden aangedreven door vleugels die vooraan op het beest wapperen in de wind. Het duurt een paar uur, maar dan zitten de flessen vol. Ze bevatten potentiële wind. Als je de dop eraf haalt, komt
MUSCLES
2001-2006
In the Vaporum period, the strandbeest progressed from being moved to moving itself. Up until then, it had been propelled by the wind. There is a radical difference between independent movement and assisted movement. There are only two kinds of objects that can move autonomously across the surface of the earth: animals and automobiles. Plants and trees are stationary. Rubbish bags, chairs and coffee cups can move, but they are not self-powered. There are objects that are susceptible to movement because of their shape, composition or size. A plastic bag in the street goes for a walk or, rather, it chooses the air. The bag is as light as a feather and has a large surface area, two properties that make it susceptible to the wind.
A one-euro coin is somewhat heavier, and if I place one on the table at home, nothing will happen. It will just sit there. But if I leave it on the pavement in a shopping centre, the coin will soon embark on a journey, one that might see it criss-cross the whole of Europe. Because of its shape and composition, the coin is susceptible to being moved. The construction techniques used in the earlier strandbeests, not to mention their wings, predisposed them to being moved by the wind. UNIVERSAL ANATOMY
The anatomy of objects that can move autonomously is governed by universal laws. The anatomical structures of cars and animals are not dissimilar. First of all, consider the stomach. The stomach is analogous to the petrol tank. Movement demands fuel. That fuel
source must be transported. All independently moving entities carry food, which they store in sealed compartments: the stomach or the tank. The strandbeests that can move independently, such as Animari percipieres, also have stomachs. They are crafted from PET bottles that are pumped up to a high pressure via wind power. They are filled by a kind of bicycle pump that is, of course, also made of electricity tubes. The pumps are driven by wings that flap in the wind at the front of the strandbeest. It takes a few hours, but eventually the bottles are filled. They contain potential wind and are the strandbeest’s air reserves. When the cap is removed, the air gushes out. The trick is to control that untamed air and harness its power to move the creature. For that, you need muscles. Every self-propelling
45
44
UNIVERSELE ANATOMIE
die wind er met grote snelheid uit. Het is een kunst om die ongetemde wind onder controle te krijgen en het beest ermee voort te bewegen. Daarvoor heb je spieren nodig. Elk zichzelf verplaatsend voorwerp heeft spieren. Het begrip spieren moet u ruim opvatten. Een spier is een voorwerp dat op commando langer of korter wordt. De spieren in uw arm worden korter op commando. Het zijn trekspieren. Ze trekken het bot om zodat u iets kunt optillen. Er bestaan evenwel ook duwspieren. Die worden langer op commando. Kijk naar de spieren van een graafmachine. De arm van een graafmachine wordt omgetrokken met hydraulische cilinders. Dat zijn ook spieren. Dergelijke spieren zitten ook in de motor van een auto. Het stelsel van zuigers en cilinders in de motor wordt langer op commando van het vonkje van de bougie. Strandbeesten hebben duwspieren, ze worden langer op commando. De spier bestaat uit een buis waar een andere in heen en weer kan bewegen. Om de binnenste buis zit een rubberen ringetje waardoor ze fungeert als zuiger. Als de lucht uit de flessen loopt middels een slangetje in de buis, duwt ze de zuiger naar buiten en strekt de spier zich. De spier van het strandbeest is als het ware een botje dat langer wordt. Daarmee is tevens het voordeel van de duwspier aangegeven boven de trekspier. Wij, en ook dieren, hebben zowel een bot als een spier nodig om te bewegen. De duwspier van het strandbeest is evenwel zelf een bot; de spier en het bot zijn geïntegreerd. Dat betekent een hoop gewichtsbesparing. De strandbeesten hebben betere spieren dan wij. Ze zijn lichter en sterker. De spieren van de Animaris excelsus wegen 2 kilogram en kunnen 200 kilogram opdrukken. Spieren kunnen weer kranen openzetten waarmee weer andere spieren geactiveerd worden en vice versa. Er ontstaan schakelcentra die je kunt vergelijken met de hersenen. Uiteindelijk zal ik ook zintuigen (watervoelers, stormvoelers, voelsprieten, luwtevoelers, mulzandvoelers, windrichtingvoelers) maken, die werken op perslucht. Ik droom al nachtenlang over de consequenties van deze vinding. Pvc-buizen kwamen in 1990 op een mooie septemberdag in mijn leven. Sindsdien ben ik in de ban van de strandbeesten. Het werd een verslaving, een ziekte, zo u wilt. Het is een virus dat maar niet uit mijn lijf wil verdwijnen. Ik ben slachtoffer. De strandbeesten dwingen mij hen te fabriceren. Ik ben gelukkig,
VAPORUM
In het Vaporum heeft het beest de stap gemaakt van verplaatst worden naar zichzelf verplaatsen. Alle periodes daarvoor werd het beest verplaatst en wel door de wind. Er zit een duidelijk verschil tussen zichzelf verplaatsen en verplaatst worden. Er zijn maar twee soorten voorwerpen die in staat zijn zichzelf voort te bewegen over het aardoppervlak: dieren en automobielen. Planten en bomen staan stil. Vuilniszakken, stoelen, kopjes koffie kunnen voortbewegen, maar niet op eigen kracht. Er zijn voorwerpen die door hun vorm, samenstelling of grootte vatbaar zijn voor verplaatsing. Een plastic zakje op straat gaat aan de wandel of liever gezegd: het kiest het luchtruim. Het zakje heeft weinig gewicht, veel oppervlak en die twee eigenschappen maken het vatbaar voor de wind. Een euromuntstuk is wat zwaarder en als ik het bij mij thuis op de tafel leg, gebeurt er niets. Het blijft gewoon liggen. Maar als ik het in een winkelcentrum op de stoep leg, begint het muntstuk spoedig aan een reis, een reis kriskras door Europa. Door zijn vorm en samenstelling is het muntstuk vatbaar voor verplaatsing. De strandbeesten uit de vorige periodes hadden de eigenschap dat ze door hun bouw en vleugels vatbaar waren voor de wind.
VAPORUM
Voor uitleg van het pneumatische systeem zie YouTube: Theo Jansen neural system For an explanation of the pneumatic system, see YouTube: Theo Jansen neural system
SPIEREN
PERIODE VAN DE STOOMGELUIDEN THE STEAM-SOUNDS PERIOD
De anatomie van zichzelf verplaatsende voorwerpen is onderworpen aan universele wetten. De anatomie van de auto en die van het dier vertonen veel overeenkomsten. Allereerst de maag. De maag is te vergelijken met de benzinetank. Voor het verplaatsen is energie nodig. Die energie moet meegenomen worden. Alle zichzelf verplaatsende voorwerpen hebben proviand bij zich en dat vervoeren ze in een afgesloten ruimte: de maag of de tank. Zichzelf verplaatsende strandbeesten als de Animari percipieres hebben ook een maag. Deze bestaat uit petflessen, die met behulp van windkracht worden opgepompt tot hoge druk. Dat gebeurt met een soort van fietspompjes, natuurlijk ook gemaakt van elektriciteitsbuis. Die pompjes worden aangedreven door vleugels die vooraan op het beest wapperen in de wind. Het duurt een paar uur, maar dan zitten de flessen vol. Ze bevatten potentiële wind. Als je de dop eraf haalt, komt
MUSCLES
2001-2006
In the Vaporum period, the strandbeest progressed from being moved to moving itself. Up until then, it had been propelled by the wind. There is a radical difference between independent movement and assisted movement. There are only two kinds of objects that can move autonomously across the surface of the earth: animals and automobiles. Plants and trees are stationary. Rubbish bags, chairs and coffee cups can move, but they are not self-powered. There are objects that are susceptible to movement because of their shape, composition or size. A plastic bag in the street goes for a walk or, rather, it chooses the air. The bag is as light as a feather and has a large surface area, two properties that make it susceptible to the wind.
A one-euro coin is somewhat heavier, and if I place one on the table at home, nothing will happen. It will just sit there. But if I leave it on the pavement in a shopping centre, the coin will soon embark on a journey, one that might see it criss-cross the whole of Europe. Because of its shape and composition, the coin is susceptible to being moved. The construction techniques used in the earlier strandbeests, not to mention their wings, predisposed them to being moved by the wind. UNIVERSAL ANATOMY
The anatomy of objects that can move autonomously is governed by universal laws. The anatomical structures of cars and animals are not dissimilar. First of all, consider the stomach. The stomach is analogous to the petrol tank. Movement demands fuel. That fuel
source must be transported. All independently moving entities carry food, which they store in sealed compartments: the stomach or the tank. The strandbeests that can move independently, such as Animari percipieres, also have stomachs. They are crafted from PET bottles that are pumped up to a high pressure via wind power. They are filled by a kind of bicycle pump that is, of course, also made of electricity tubes. The pumps are driven by wings that flap in the wind at the front of the strandbeest. It takes a few hours, but eventually the bottles are filled. They contain potential wind and are the strandbeest’s air reserves. When the cap is removed, the air gushes out. The trick is to control that untamed air and harness its power to move the creature. For that, you need muscles. Every self-propelling
45
44
UNIVERSELE ANATOMIE
die wind er met grote snelheid uit. Het is een kunst om die ongetemde wind onder controle te krijgen en het beest ermee voort te bewegen. Daarvoor heb je spieren nodig. Elk zichzelf verplaatsend voorwerp heeft spieren. Het begrip spieren moet u ruim opvatten. Een spier is een voorwerp dat op commando langer of korter wordt. De spieren in uw arm worden korter op commando. Het zijn trekspieren. Ze trekken het bot om zodat u iets kunt optillen. Er bestaan evenwel ook duwspieren. Die worden langer op commando. Kijk naar de spieren van een graafmachine. De arm van een graafmachine wordt omgetrokken met hydraulische cilinders. Dat zijn ook spieren. Dergelijke spieren zitten ook in de motor van een auto. Het stelsel van zuigers en cilinders in de motor wordt langer op commando van het vonkje van de bougie. Strandbeesten hebben duwspieren, ze worden langer op commando. De spier bestaat uit een buis waar een andere in heen en weer kan bewegen. Om de binnenste buis zit een rubberen ringetje waardoor ze fungeert als zuiger. Als de lucht uit de flessen loopt middels een slangetje in de buis, duwt ze de zuiger naar buiten en strekt de spier zich. De spier van het strandbeest is als het ware een botje dat langer wordt. Daarmee is tevens het voordeel van de duwspier aangegeven boven de trekspier. Wij, en ook dieren, hebben zowel een bot als een spier nodig om te bewegen. De duwspier van het strandbeest is evenwel zelf een bot; de spier en het bot zijn geïntegreerd. Dat betekent een hoop gewichtsbesparing. De strandbeesten hebben betere spieren dan wij. Ze zijn lichter en sterker. De spieren van de Animaris excelsus wegen 2 kilogram en kunnen 200 kilogram opdrukken. Spieren kunnen weer kranen openzetten waarmee weer andere spieren geactiveerd worden en vice versa. Er ontstaan schakelcentra die je kunt vergelijken met de hersenen. Uiteindelijk zal ik ook zintuigen (watervoelers, stormvoelers, voelsprieten, luwtevoelers, mulzandvoelers, windrichtingvoelers) maken, die werken op perslucht. Ik droom al nachtenlang over de consequenties van deze vinding. Pvc-buizen kwamen in 1990 op een mooie septemberdag in mijn leven. Sindsdien ben ik in de ban van de strandbeesten. Het werd een verslaving, een ziekte, zo u wilt. Het is een virus dat maar niet uit mijn lijf wil verdwijnen. Ik ben slachtoffer. De strandbeesten dwingen mij hen te fabriceren. Ik ben gelukkig,
VAPORUM
In het Vaporum heeft het beest de stap gemaakt van verplaatst worden naar zichzelf verplaatsen. Alle periodes daarvoor werd het beest verplaatst en wel door de wind. Er zit een duidelijk verschil tussen zichzelf verplaatsen en verplaatst worden. Er zijn maar twee soorten voorwerpen die in staat zijn zichzelf voort te bewegen over het aardoppervlak: dieren en automobielen. Planten en bomen staan stil. Vuilniszakken, stoelen, kopjes koffie kunnen voortbewegen, maar niet op eigen kracht. Er zijn voorwerpen die door hun vorm, samenstelling of grootte vatbaar zijn voor verplaatsing. Een plastic zakje op straat gaat aan de wandel of liever gezegd: het kiest het luchtruim. Het zakje heeft weinig gewicht, veel oppervlak en die twee eigenschappen maken het vatbaar voor de wind. Een euromuntstuk is wat zwaarder en als ik het bij mij thuis op de tafel leg, gebeurt er niets. Het blijft gewoon liggen. Maar als ik het in een winkelcentrum op de stoep leg, begint het muntstuk spoedig aan een reis, een reis kriskras door Europa. Door zijn vorm en samenstelling is het muntstuk vatbaar voor verplaatsing. De strandbeesten uit de vorige periodes hadden de eigenschap dat ze door hun bouw en vleugels vatbaar waren voor de wind.
60
In het begin van het Suïcideem leek het beloofde land bereikt. De beesten hadden een nieuwe luchtaandrijving gekregen die veel hoop bood. De Animaris umerus gebruikte veel minder perslucht uit de windmaag. Hij liep efficiënter dan de leden van de eerdere familie Percipiere, die werd aangedreven door een soort van skistokken. Geen skistokken voor de Umerus. Hij werd aangedreven door pompen tussen de schouders van het beest. Door een pomp op een zeker moment te activeren zette hij een stap. Daarna werd een volgende pomp geactiveerd en werd er weer een stap gezet. Stap voor stap liep het beest. Regelmatig, in tegenstelling tot de familie Percipiere. Die soort liep met horten en stoten. De schouderaandrijving leek een beetje op de aandrijving van een stoommachine. De krukken van de krukas werden stuk voor stuk weggeduwd met als resultaat dat hij ging draaien. De draaiende beweging van de krukas werd omgezet in een lopende beweging van de poten. Dat ging goed totdat Umerus in het voorjaar van 2009 het strand op kwam. De ongelijke grond en het mulle zand waren funest voor het systeem. De poten kwamen erg onder spanning te staan, waardoor de timing van de activering van de verschillende krukken onnauwkeurig werd. U moet zich voorstellen dat die pompen tussen de schouders een enorme kracht leverden. Met zijn dikke ongecoördineerde aandrijfspieren brak hij geregeld zijn eigen ruggengraat door. Dat gebeurde herhaaldelijk. Uiteindelijk heeft de suïcidale Umerus 26 seconden op het strand gelopen. Er is een filmpje van. De Umerus bleek een dwangmatige voorkeur te hebben voor museumvloeren. Daar liep hij goed op. In Shrewsbury, Zurich, Seoel, Tokio, Melbourne, Taipeh, Kaohsiung, Buenes Aires, Moskou, Parijs en Kemzeke. Toen in het voorjaar van 2010 de Animaris siamesis op het strand kwam, gebeurde precies hetzelfde. Waarom had ik de schouderaandrijving niet opgegeven? Siamesis is het grootste strandbeest aller tijden. Maar wel een verwend beest. De 72 pootjes wilden alleen op gladde museumvloeren lopen. Zijn nazaat de Animaris gubernare uit 2011: van hetzelfde laken een pak. Toen had ik er genoeg van en heb hem ter plekke, op het strand dus, omgebouwd naar het oude systeem van de familie Percipiere.
Hoezeer ik ook teleurgesteld raakte door de mislukkingen, de stroom van ideeën bleef maar aanhouden. Dat is een van die typerende gevolgen van het irrationele optimisme. Ik kan ’s morgens opstaan met een geniaal idee. Dan ga ik naar het strand en probeer ik dat idee te realiseren. Dat is het handige van die buisjes: je kunt in een paar uur een constructie bouwen. Maar wat blijkt dan? Die buisjes protesteren altijd. Ze lijken iets anders te willen. Het idee blijkt dan iets minder geniaal dan in de vroege ochtend. De volgende dag sta ik weer op met een fantastisch idee, maar dat is gebaseerd op de ervaringen met de buisjes van de dag ervoor. De buizen dicteren me als het ware wat ik moet doen. Het pad dat ik bewandel, wordt daardoor erg kronkelig en onvoorspelbaar. De wendingen worden niet door mij bepaald maar door de buisjes. Aan het eind van de rit, als het beest af is, ben ik zelf verbaasd hoe mooi het beest is geworden. Terwijl ik niet geprobeerd heb mooie beesten te maken. Je zou mijn werk kunnen zien als een voortdurende dialoog tussen de buisjes en mij. De buisjes adviseren mij. Mensen prijzen mij om de schoonheid van de beesten, maar uiteindelijk is dat te danken aan de buisjes. Ik heb alleen hun wil gevolgd. Hun ideeën zijn zoveel beter dan die van mij. Ik denk dat het in de echte evolutie ook zo werkt. Beesten zijn mooi. Als je een paard of een hond ziet rennen, dan is dat mooi. Het is moeilijk een lelijk beest te noemen. Ja, een spin misschien. Toch kan ik gefascineerd een spin begluren. Beetje eng, maar toch leuk om naar te kijken. Je ziet aan de vorm en de beweging dat daar miljoenen jaren van trial-and-error aan voorafgegaan zijn. Toch ziet het er niet naar uit dat er een god is geweest die mooie beesten voor ons gemaakt heeft. Waarom zou hij? Nee, het is vanzelf zo gekomen. Het eiwit heeft zijn werk gedaan. De onvoorspelbare avonturen van het zichzelf reproducerende eiwit hebben het beest gevormd tot het perfect aangepast was aan de omgeving. En dat prikkelt kennelijk ons oog.
A STEADY GAIT
2009-2011
The dawn of the Suicideem era felt like stepping into the Promised Land. The strandbeests had acquired a new pneumatic drive that offered much hope. The Animaris umerus used considerably less compressed air from its windbag stomach. It ran more efficiently than the members of the earlier Percipiere family, which were powered by devices resembling ski poles. No ski poles for the Umerus. This strandbeest moved with the help of pumps located between its shoulder blades. By activating a pump at a given moment, it took a step. Then another pump was activated, and a second step was taken. Step by step, the strandbeest walked. And unlike the Percipiere family, which walked in fits and starts, the gait of the Umerus was extremely smooth.
The shoulder-based drive looked a bit similar to that of a steam engine. The crankshaft’s pistons were pushed out one by one, with the result that the mechanism began to turn, and these rotations were converted into the running movement of the legs. Everything was working perfectly until in the spring of 2009 the Umerus stepped onto the beach. The uneven ground and shifting sand proved disastrous for the system. The legs became stressed and this, in turn, made it hard to accurately time the deployment of the different pistons. You need to understand that those shoulder pumps delivered an enormous force. The strandbeest’s thick, uncoordinated drive muscles regularly broke its own spine. This happened repeatedly. In the end, the suicidal Umerus walked on the beach for a total of 26 seconds. Its walk was captured on video for posterity.
The Umerus turned out to have a marked predilection for museum floors. He walked well on them, as evidenced in Shrewsbury (UK), Zurich, Seoul, Tokyo, Melbourne, Taipei, Kaohsiung (Taiwan), Buenos Aires, Moscow, Paris, and Kemzeke (Belgium). History repeated itself when the Animaris siamesis arrived on the beach the following spring. Why hadn’t I forsaken the shoulder drive? Siamesis is the greatest strandbeest of all time. But a spoilt one. Its seventy-two legs only wanted to walk on polished museum floors. Its descendant, the Animaris gubernare (2011) was no different. At this point I finally had enough and made the split-second decision to convert it back to the Percipiere system, right there on the beach.
61
PERIODE VAN HET ZELFDESTRUCTIVISME THE SELF-DESTRUCTION PERIOD
SCHOONHEID
SUÏCIDEEM / SUICIDEEM
SUÏCIDEEM /SUICIDEEM
REGELMATIGE TRED
60
In het begin van het Suïcideem leek het beloofde land bereikt. De beesten hadden een nieuwe luchtaandrijving gekregen die veel hoop bood. De Animaris umerus gebruikte veel minder perslucht uit de windmaag. Hij liep efficiënter dan de leden van de eerdere familie Percipiere, die werd aangedreven door een soort van skistokken. Geen skistokken voor de Umerus. Hij werd aangedreven door pompen tussen de schouders van het beest. Door een pomp op een zeker moment te activeren zette hij een stap. Daarna werd een volgende pomp geactiveerd en werd er weer een stap gezet. Stap voor stap liep het beest. Regelmatig, in tegenstelling tot de familie Percipiere. Die soort liep met horten en stoten. De schouderaandrijving leek een beetje op de aandrijving van een stoommachine. De krukken van de krukas werden stuk voor stuk weggeduwd met als resultaat dat hij ging draaien. De draaiende beweging van de krukas werd omgezet in een lopende beweging van de poten. Dat ging goed totdat Umerus in het voorjaar van 2009 het strand op kwam. De ongelijke grond en het mulle zand waren funest voor het systeem. De poten kwamen erg onder spanning te staan, waardoor de timing van de activering van de verschillende krukken onnauwkeurig werd. U moet zich voorstellen dat die pompen tussen de schouders een enorme kracht leverden. Met zijn dikke ongecoördineerde aandrijfspieren brak hij geregeld zijn eigen ruggengraat door. Dat gebeurde herhaaldelijk. Uiteindelijk heeft de suïcidale Umerus 26 seconden op het strand gelopen. Er is een filmpje van. De Umerus bleek een dwangmatige voorkeur te hebben voor museumvloeren. Daar liep hij goed op. In Shrewsbury, Zurich, Seoel, Tokio, Melbourne, Taipeh, Kaohsiung, Buenes Aires, Moskou, Parijs en Kemzeke. Toen in het voorjaar van 2010 de Animaris siamesis op het strand kwam, gebeurde precies hetzelfde. Waarom had ik de schouderaandrijving niet opgegeven? Siamesis is het grootste strandbeest aller tijden. Maar wel een verwend beest. De 72 pootjes wilden alleen op gladde museumvloeren lopen. Zijn nazaat de Animaris gubernare uit 2011: van hetzelfde laken een pak. Toen had ik er genoeg van en heb hem ter plekke, op het strand dus, omgebouwd naar het oude systeem van de familie Percipiere.
Hoezeer ik ook teleurgesteld raakte door de mislukkingen, de stroom van ideeën bleef maar aanhouden. Dat is een van die typerende gevolgen van het irrationele optimisme. Ik kan ’s morgens opstaan met een geniaal idee. Dan ga ik naar het strand en probeer ik dat idee te realiseren. Dat is het handige van die buisjes: je kunt in een paar uur een constructie bouwen. Maar wat blijkt dan? Die buisjes protesteren altijd. Ze lijken iets anders te willen. Het idee blijkt dan iets minder geniaal dan in de vroege ochtend. De volgende dag sta ik weer op met een fantastisch idee, maar dat is gebaseerd op de ervaringen met de buisjes van de dag ervoor. De buizen dicteren me als het ware wat ik moet doen. Het pad dat ik bewandel, wordt daardoor erg kronkelig en onvoorspelbaar. De wendingen worden niet door mij bepaald maar door de buisjes. Aan het eind van de rit, als het beest af is, ben ik zelf verbaasd hoe mooi het beest is geworden. Terwijl ik niet geprobeerd heb mooie beesten te maken. Je zou mijn werk kunnen zien als een voortdurende dialoog tussen de buisjes en mij. De buisjes adviseren mij. Mensen prijzen mij om de schoonheid van de beesten, maar uiteindelijk is dat te danken aan de buisjes. Ik heb alleen hun wil gevolgd. Hun ideeën zijn zoveel beter dan die van mij. Ik denk dat het in de echte evolutie ook zo werkt. Beesten zijn mooi. Als je een paard of een hond ziet rennen, dan is dat mooi. Het is moeilijk een lelijk beest te noemen. Ja, een spin misschien. Toch kan ik gefascineerd een spin begluren. Beetje eng, maar toch leuk om naar te kijken. Je ziet aan de vorm en de beweging dat daar miljoenen jaren van trial-and-error aan voorafgegaan zijn. Toch ziet het er niet naar uit dat er een god is geweest die mooie beesten voor ons gemaakt heeft. Waarom zou hij? Nee, het is vanzelf zo gekomen. Het eiwit heeft zijn werk gedaan. De onvoorspelbare avonturen van het zichzelf reproducerende eiwit hebben het beest gevormd tot het perfect aangepast was aan de omgeving. En dat prikkelt kennelijk ons oog.
A STEADY GAIT
2009-2011
The dawn of the Suicideem era felt like stepping into the Promised Land. The strandbeests had acquired a new pneumatic drive that offered much hope. The Animaris umerus used considerably less compressed air from its windbag stomach. It ran more efficiently than the members of the earlier Percipiere family, which were powered by devices resembling ski poles. No ski poles for the Umerus. This strandbeest moved with the help of pumps located between its shoulder blades. By activating a pump at a given moment, it took a step. Then another pump was activated, and a second step was taken. Step by step, the strandbeest walked. And unlike the Percipiere family, which walked in fits and starts, the gait of the Umerus was extremely smooth.
The shoulder-based drive looked a bit similar to that of a steam engine. The crankshaft’s pistons were pushed out one by one, with the result that the mechanism began to turn, and these rotations were converted into the running movement of the legs. Everything was working perfectly until in the spring of 2009 the Umerus stepped onto the beach. The uneven ground and shifting sand proved disastrous for the system. The legs became stressed and this, in turn, made it hard to accurately time the deployment of the different pistons. You need to understand that those shoulder pumps delivered an enormous force. The strandbeest’s thick, uncoordinated drive muscles regularly broke its own spine. This happened repeatedly. In the end, the suicidal Umerus walked on the beach for a total of 26 seconds. Its walk was captured on video for posterity.
The Umerus turned out to have a marked predilection for museum floors. He walked well on them, as evidenced in Shrewsbury (UK), Zurich, Seoul, Tokyo, Melbourne, Taipei, Kaohsiung (Taiwan), Buenos Aires, Moscow, Paris, and Kemzeke (Belgium). History repeated itself when the Animaris siamesis arrived on the beach the following spring. Why hadn’t I forsaken the shoulder drive? Siamesis is the greatest strandbeest of all time. But a spoilt one. Its seventy-two legs only wanted to walk on polished museum floors. Its descendant, the Animaris gubernare (2011) was no different. At this point I finally had enough and made the split-second decision to convert it back to the Percipiere system, right there on the beach.
61
PERIODE VAN HET ZELFDESTRUCTIVISME THE SELF-DESTRUCTION PERIOD
SCHOONHEID
SUÏCIDEEM / SUICIDEEM
SUÏCIDEEM /SUICIDEEM
REGELMATIGE TRED
ASPERSORIUM
KWISPELEN
WAGGING TAILS
2012
The Animaris adulari was the first strandbeest capable of wagging its tail. Articulated tails already existed in the Calidum era (1993–1994), but they lacked the graceful agility of the Adulari or the Animaris proboscis. The wagging mechanism had a magical quality. It felt as though you were witnessing a miracle. The PVC tubes seemed to lengthen of their own accord, as smoothly as a piece of elastic being stretched. In reality they were being ejected, one after the other, from a thicker tube. Our eyes can’t believe what they’re seeing, hence the surprise. A similar phenomenon occurs with the trombone. I recall the first time that I saw such an instrument. It was at the circus in Scheveningen. I didn’t even know the word ‘trombone’; we called it a ‘sliding trumpet’.
The trombone’s U-shaped tube slides over two other cylinders. As a child, I thought that it disappeared into the player’s mouth. I was amazed that you could push a tube so deeply into your throat without gagging. Two Animari proboscis stand face-to-face and perform a courtship ritual. The movement of the trunks is such that the strandbeests genuinely seem to be seducing one another.3 They play the game of seduction, not for each other but for us. They act like a loved-up couple. They seem to know it’s something to which we humans are sensitised: “Ah, just look at those strandbeests rubbing noses.” We find two romantic strandbeests cute, probably because we adore both giving and receiving cuddles ourselves. We don’t realise that they’re actually out to seduce us instead of one another. Like all domesticated creatures, the strand-
beests rely on humans for their survival. Dogs and cats seduce us too. They’re cute. Over the millennia, cats have become better at tempting humankind. So have dogs, but in a totally different way. Like smartphones, dogs and cats multiply rapidly on the breeding ground of human protein. For them it’s not cute but pure necessity.
64
65
PERIODE VAN HET KWISPELEN THE TAIL-WAGGING PERIOD
ASPERSORIUM
Animaris adulari op het stille strand van Scheveningen. Animaris adulari on the quiet beach of Scheveningen.
De Animaris adulari was het eerste beest dat zijn staart kon laten kwispelen. Buigende staarten waren er al in het Calidum (1993-1994), maar die hadden niet de lenige kwispelmotoriek van de Adulari of de Proboscis. Hun kwispelmethode had iets magisch. Het lijkt alsof je kijkt naar iets dat niet mogelijk is. De pvc-buizen lijken spontaan langer te worden alsof ze uitgerekt worden als elastiek. De werkelijkheid is dat ze uit een andere, dikkere buis naar buiten worden geduwd. Ons visuele systeem rekent daar niet op en verbaast zich. Een dergelijk verschijnsel doet zich ook voor bij de trombone. Ik kan me herinneren wanneer ik voor het eerst in mijn leven een trombone zag. Dat was in het circus in Scheveningen. Het woord trombone kende ik niet eens; we noemden het de schuiftrompet. De U-buis van de trombone schuift over twee andere buizen. Als kind dacht ik dat de buis de mond van de bespeler binnen ging. Ik vond dat heel knap dat je een buis zo diep in je keel kon drukken zonder te kokhalzen. Twee Animari proboscis die tegenover elkaar staan, voeren een baltsritueel uit. De slurven bewegen zodanig dat het lijkt of de beesten elkaar aan het verleiden zijn.3 Ze spelen het spelletje verleiden, niet voor elkaar maar voor ons. Ze spelen een verliefd strandbeestenpaar. Ze lijken te weten dat wij, mensen, daar gevoelig voor zijn: “Ah gut kijk die beesten toch lekker met hun neuzen knuffelen.” Twee knuffelende strandbeesten, dat vinden we schattig, wellicht omdat we zelf zo graag knuffelen en geknuffeld willen worden. We hebben niet in de gaten dat de strandbeesten in feite ons aan het verleiden zijn in plaats van elkaar. Net als alle gedomesticeerde dieren hebben zij de mensheid nodig om te overleven. Honden en katten verleiden ons ook. Ze zijn schattig. In de loop der millennia zijn katten steeds beter geworden in het verleiden van de mensheid. Honden ook, maar op een totaal andere manier. Net als de smartphones reproduceren honden en katten zich uitbundig op de voedingsbodem van menselijk eiwit. Het is niet schattig, maar voor hen pure noodzaak.
ASPERSORIUM
KWISPELEN
WAGGING TAILS
2012
The Animaris adulari was the first strandbeest capable of wagging its tail. Articulated tails already existed in the Calidum era (1993–1994), but they lacked the graceful agility of the Adulari or the Animaris proboscis. The wagging mechanism had a magical quality. It felt as though you were witnessing a miracle. The PVC tubes seemed to lengthen of their own accord, as smoothly as a piece of elastic being stretched. In reality they were being ejected, one after the other, from a thicker tube. Our eyes can’t believe what they’re seeing, hence the surprise. A similar phenomenon occurs with the trombone. I recall the first time that I saw such an instrument. It was at the circus in Scheveningen. I didn’t even know the word ‘trombone’; we called it a ‘sliding trumpet’.
The trombone’s U-shaped tube slides over two other cylinders. As a child, I thought that it disappeared into the player’s mouth. I was amazed that you could push a tube so deeply into your throat without gagging. Two Animari proboscis stand face-to-face and perform a courtship ritual. The movement of the trunks is such that the strandbeests genuinely seem to be seducing one another.3 They play the game of seduction, not for each other but for us. They act like a loved-up couple. They seem to know it’s something to which we humans are sensitised: “Ah, just look at those strandbeests rubbing noses.” We find two romantic strandbeests cute, probably because we adore both giving and receiving cuddles ourselves. We don’t realise that they’re actually out to seduce us instead of one another. Like all domesticated creatures, the strand-
beests rely on humans for their survival. Dogs and cats seduce us too. They’re cute. Over the millennia, cats have become better at tempting humankind. So have dogs, but in a totally different way. Like smartphones, dogs and cats multiply rapidly on the breeding ground of human protein. For them it’s not cute but pure necessity.
64
65
PERIODE VAN HET KWISPELEN THE TAIL-WAGGING PERIOD
ASPERSORIUM
Animaris adulari op het stille strand van Scheveningen. Animaris adulari on the quiet beach of Scheveningen.
De Animaris adulari was het eerste beest dat zijn staart kon laten kwispelen. Buigende staarten waren er al in het Calidum (1993-1994), maar die hadden niet de lenige kwispelmotoriek van de Adulari of de Proboscis. Hun kwispelmethode had iets magisch. Het lijkt alsof je kijkt naar iets dat niet mogelijk is. De pvc-buizen lijken spontaan langer te worden alsof ze uitgerekt worden als elastiek. De werkelijkheid is dat ze uit een andere, dikkere buis naar buiten worden geduwd. Ons visuele systeem rekent daar niet op en verbaast zich. Een dergelijk verschijnsel doet zich ook voor bij de trombone. Ik kan me herinneren wanneer ik voor het eerst in mijn leven een trombone zag. Dat was in het circus in Scheveningen. Het woord trombone kende ik niet eens; we noemden het de schuiftrompet. De U-buis van de trombone schuift over twee andere buizen. Als kind dacht ik dat de buis de mond van de bespeler binnen ging. Ik vond dat heel knap dat je een buis zo diep in je keel kon drukken zonder te kokhalzen. Twee Animari proboscis die tegenover elkaar staan, voeren een baltsritueel uit. De slurven bewegen zodanig dat het lijkt of de beesten elkaar aan het verleiden zijn.3 Ze spelen het spelletje verleiden, niet voor elkaar maar voor ons. Ze spelen een verliefd strandbeestenpaar. Ze lijken te weten dat wij, mensen, daar gevoelig voor zijn: “Ah gut kijk die beesten toch lekker met hun neuzen knuffelen.” Twee knuffelende strandbeesten, dat vinden we schattig, wellicht omdat we zelf zo graag knuffelen en geknuffeld willen worden. We hebben niet in de gaten dat de strandbeesten in feite ons aan het verleiden zijn in plaats van elkaar. Net als alle gedomesticeerde dieren hebben zij de mensheid nodig om te overleven. Honden en katten verleiden ons ook. Ze zijn schattig. In de loop der millennia zijn katten steeds beter geworden in het verleiden van de mensheid. Honden ook, maar op een totaal andere manier. Net als de smartphones reproduceren honden en katten zich uitbundig op de voedingsbodem van menselijk eiwit. Het is niet schattig, maar voor hen pure noodzaak.
NOTES
YouTube: Theo Jansen previous works YouTube: Theo Jansen leg system 3 YouTube: Theo Jansen slurf 2 4 YouTube: Theo Jansen Duabis caudis 5 YouTube: Theo Jansen strandbeest hovering 6 YouTube: Theo Jansen string 1
2
COLOPHON
This monograph is published on the occasion of the exhibition Theo Jansen. Strandbeesten, de nieuwe generatie, Kunstmuseum Den Haag, The Netherlands. We would like to thank Benno Tempel, director Kunstmuseum Den Haag, Daniel Koep and Thijs de Raedt. WORKS AND TEXT
Theo Jansen www.strandbeest.com PHOTOGRAPHS
For the images of works by Theo Jansen, unless otherwise stated: © Theo Jansen, 2022 (assisted by Steven Rodrigues and Uros Kirn) Doris van Iperen, pp. 15, 20, 25 Ingrid Biljouw, p. 31 Loek van der Klis / Theo Jansen, pp. 41 (bottom), 43, 54 Gerrit Schreurs, pp. 90–91 Frankfurter Kunstverein, photographer: Norbert Miguletz, pp. 96–97, 122–123, 152 Raymond Boyd / Getty Images, pp. 174–175 Pier Marco Tacca / Getty Images, pp. 188–189
TRANSLATION
Helen Simpson COPY EDITING
ISBN 978 94 6436 625 9 D/2022/11922/05 NUR 655/642
Katia Belloy (Dutch) Xavier De Jonge (English) DESIGN
Tim Bisschop ART DIRECTION
Natacha Hofman PHOTO EDITING
Natacha Hofman COORDINATION
Sofie Meert PRINTING
die Keure, Bruges, Belgium BINDING
Boekbinderij van Mierlo, Nijmegen, The Netherlands
© Hannibal Books, 2022 www.hannibalbooks.be All rights reserved. No part of this publication may be reproduced or transmitted in any form or by any means, electronic or mechanical, including photocopy, recording or any other information storage and retrieval system, without prior permission in writing from the publisher. Every effort has been made to trace copyright holders for all texts, photographs and reproductions. If, however, you feel that you have inadvertently been overlooked, please contact the publisher.