Prenten kabinet Print Room
2013—2015
FRED BERVOETS Hannibal
6
Zelfportret , 2014, 100 � 70
Pieter Bruegel de Oude is van een ongewone beeldende intelligentie. Zijn buiken, zijn houdingen, zelfs zijn huizen en zijn korenschoven op het veld, ze lijken allemaal te spreken, over menselijke last en lust, doe-drift en krakkemikkigheid, het hoekige ritme van de wemelingen van de wereld, de verhoudingen van mensen tot elkaar en tot de grandeur van de natuur. Er is veel gespeculeerd over hem, we weten merkwaardig weinig: een handvol documenten, twee korte biografieën in overzichtswerken over kunstenaars uit de tijd, wat afgeleide gegevens. In zijn tekeningen zien we bijvoorbeeld dat hij naar Italië is gereisd, tot in Napels. Is hij een humanist? Hij moet deel hebben uitgemaakt van dat fenomenale vroegmoderne klimaat in Antwerpen in het midden van de zestiende eeuw, maar hij wordt daarbij door zijn humanistische tijdgenoten niet om de haverklap vermeld, zoals we toch zouden mogen verwachten van iemand die dergelijke unieke schilderijen heeft gerealiseerd. Wie weet is de positie van Bruegel in dat wonderlijke klimaat van kunst, kennis en handel toen, wel enigszins vergelijkbaar met die van Fred Bervoets in het Antwerpen van de tweede helft van de twintigste eeuw. Bervoets zou kunnen gelden als een kroongetuige van dit moment van een stad als tref- en broeiplaats voor de internati-
Pieter Bruegel the Elder boasts an exceptional creative visual intelligence. His bellies, his postures, even his houses and his wheat sheaves stacked in the fields, all seem to speak of human weal and woe, of purposeful activity and ramshackle lifestyles, the harsh rhythm of the teeming world, people’s relationships with one another, and the grandeur of nature. There has been much speculation about this artist of whom we know remarkably little; a handful of documents, two short biographies in reference works on artists of his time, and a little derived data. His drawings tell us that he travelled to Italy, as far as Naples. Was he a humanist? He must have been part of the phenomenal early modern climate in mid-sixteenth century Antwerp, yet is seldom mentioned by his humanist contemporaries, as we might expect of an artist producing such unique paintings. Who knows, perhaps Bruegel’s position in the remarkable climate of art, knowledge and trade of his day is no dissimilar to that of Fred Bervoets in Antwerp in the second half of the twentieth century. Bervoets could serve as a key contemporary witness of a city that was at that point a meeting place and breeding ground for the international
onale avant-garde. Hij beschikt niet alleen over een encyclopedische kennis van de wereldwijde kunstontwikkelingen in die tijd, hij is er ook effectief bij geweest. Zonder daarom echter vermeld te worden; hij is klusjesman in de legendarische ruimte A, die een topmoment ervan vormt. De klusjesman die achteraf gezien de kunstenaar Bervoets wordt, het is een voorbeeld van het kluwen waarin toeval en oorzakelijkheid vaak onontwarbaar verstrengeld zijn. Fred Bervoets is ook een voorbeeld van het soort kunstenaars dat afwijkt van de danspassen die de mode van het moment uitmaken. De plaats van zijn kunst in de stroom van de artistieke ontwikkelingen is niet voor de hand liggend, zijn belang is lang miskend geweest. Voor een deel omdat zijn artistieke vraag niet is geweest hoe hij bij zijn tijd kon zijn, maar eerder wat zin kan hebben en wat zoiets kan toevoegen. Voor een deel omdat die zin eigenzinnig is, omdat hij idiosyncratisch is, zoals dat met een duur woord heet. Hoe spreekt die idiosyncrasie tot ons? Net zoals het werk van Bruegel kan men dat van Bervoets veelomvattend en zelfs panoramisch noemen, en is het tegelijk geworteld in de kleine
Fred & Pieter avant-garde. In addition to his encyclopaedic knowledge of the global art trends of this period, he was also factually part of that scene. He was once the ubiquitous odd-job man — obviously without being mentioned for it — of the legendary Antwerp art space ‘A’. The odd-job man who later turned out to be the artist Bervoets is an example of the tangle in which coincidence and causality are often inextricably intertwined. Fred Bervoets himself is anyhow an example of the kind of artist who dances to a different choreography than the fashion of the moment. The place of his art in the flow of artistic developments is not self-evident; its importance has long been ignored. In part because his artistic concern has not been how to be ‘in’, but rather to find what has meaning and can therefore add something. In part, because this meaning is so one-off, because he is idiosyncratic, to use a fancy word. How goes this idiosyncrasy speak to us? Like Bruegel’s, one can call Bervoets’ work comprehensive and even panoramic, and at the same time rooted in the small scale of the every-
7
27
Zelfportret , 1998–2015, 100 � 70
48
De verschijning (The Apparition), 2015, 100 � 70
110
Figuur (Figure), 2015, 29 � 20,5
117
Zelfportret , 2015, 29 � 20,5
Pietje de dood (The Grim Reaper), 2015, 29 � 20,5
Zelfportret , 2014, 18 � 15
Zelfportret , 2013, 31,5 � 24
Zelfportret , 2014, 19 � 15
Zelfportret , 2014, 21 � 15
204
Gevangene (Prisoner), 2015, 29 � 20,5
225
Ik, 2014 , 42 � 28 � 17, 1989–2013, plaaster, acryl (plaster, acrylic)