Skip to main content

Phantasmagoria

Page 1


Jaren 1950—1970

Balense wortels

ca. 1957

Het gezin Minnen

1958-1959

In het 2de leerjaar behaalde Raymond op 37 leerlingen een mooie 4de plaats, met Eerste Prijzen voor schoonschrift en tekenen

May God bless and keep you always may your wishes all come true … Bob Dylan

De Molse kunstenaar Raymond Minnen werd geboren op 3 april 1950 in Balen, samen met zijn tweelingzusje. Zijn vader verdiende de kost als eenvoudige arbeider (lasser) in de ‘Poeier’, de munitiefabriek PRB in Balen-Wezel.

Zo is Raymond gegrond in de Kempische bodem, tussen de bloemkolen, de sjalotten, de prei en de patatten. Een zandbodem die – volgens de grootste optimisten – zo vruchtbaar en stevig was dat je tegen de gekweekte prei je fiets kon stallen. Maar dat had zijn prijs: terwijl tienduizenden kostbare treinladingen vol lood en zink de nabijgelegen fabriek Vieille Montagne verlieten, groeide stilaan het besef dat de lucht boven de werkmanshuizen vergiftigd was en dat de groentetuintjes zwaar verontreinigd achterbleven. En dat kwam door die geldzakken van de Vieille Montagne die van iedereen schapen hebben gemaakt, die ze met een hongerloontje in het vergif konden stoppen (…), door de stinkfabriek die van de werkmannen trekpaarden met oogkleppen hebben gemaakt, brave Kempenaars, van die idiote, knikkebollende snullen met een paternoster om hun kneukels … Aldus Walter van den Broeck in Groenten uit Balen.

In zijn kinderjaren schonk Raymond daar allemaal geen aandacht aan. Hij ravotte graag in de tuin en was gelukkig als hij in de kleuterschool een ‘echt stripverhaal’ mocht tekenen op behangselpapier: het oerwoud in Afrika, met apen, tijgers en olifanten! Bij die juf werd de kiem gelegd van zijn kunstenaarschap.

Eens in het Lager Onderwijs beland, fietste Raymond elke schooldag vier kilometer naar het Sint-Jan Berchmanscollege van Mol.

Ook het 3de leerjaar vormde geen probleem, maar op het einde daarvan werd hij plots zwaar ziek: een ernstige vorm van leukemie met als gevolg een jaar hospitalisatie in Leuven. De kleine Raymond verdreef de tijd met het lezen van o.a. alle stripbundels van Piet Pienter en Bert Bibber. Zo werd zijn passie voor tekenen verder aangewakkerd. Na een jaar van herstel kon hij eindelijk definitief terugkeren naar Balen.

Het Middelbaar Onderwijs vervolgde Raymond in hetzelfde SJB-college. Als 12-jarige werd hij in de Academie voor Beeldende Kunst door dorpsgenoot Jef Geys stevig aangemoedigd om zelf ook aan kunst te doen. Hij bleef met deze kunstenaar bevriend tot aan diens dood. Als dertienjarige abonneerde de arbeiderszoon zich op Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen en kocht hij de hele reeks Sesam Kunstgeschiedenis. Zo kon hij zich tijdens de wekelijkse studie-uren genoegzaam en enthousiast verdiepen in kunst.

1966 - Raymond Minnen (rechts) met enkele vrienden op Jazz-Bilzen >

Van zijn laatste collegejaar herinnert Raymond zich nog priester-leraar Rob Weckx die zich heel solidair opstelde met de toen ‘revolutionaire’ mei 68-beweging: arbeiders en studenten één front! In datzelfde historische jaar viel ook de traditionele SJB-Londenreis. Het hoogtepunt daarvan vormde voor hem, naast de bezoeken aan talloze musea, het optreden van John Mayall’s Bluesbreakers. Sindsdien openden blues- en rockmuziek nieuwe perspectieven die in Raymonds latere leven en werk diepe sporen zouden nalaten. Voornamelijk Van Morrison en Bob Dylan (Forever Young!) dragen nog steeds zijn voorkeur weg.

All we need is love - 1993

Vier mensen en twee stripfiguren vormen een bijtende illustratie van de waarschuwing dat je je achterligger nooit genoeg in het oog kunt houden

Jaren 2011—2025

Het ‘wonderjaar’

May you always know the truth and see the light surrounding you … Bob Dylan

Het jaar 2011 kunnen we met recht en reden Raymonds ‘wonderjaar’ noemen: negen maanden lang pronkten zijn kunstwerken in niet minder dan vijf exposities, er verscheen een flinke monografie over hem én een stroom van publicaties in allerhande media bazuinden zijn naam en faam naar wijd en zijd.

Het begon met de groepstentoonstelling La Subversion des Objets. An Artist in Wonderland (Galerie 100 Titres – Brussel). Negen werken van Raymond sierden de ruimte, prachtig aangevuld met een heuse monografie: RAYMOND MINNEN. Deze uitgave (168 blz., 260 foto’s), gecoördineerd door galerijhouder Alain de Wasseige, was het resultaat van een schitterende samenwerking tussen Galerie 100 Titres, de Warande en het Jakob Smitsmuseum.

Na Brussel volgde Kempische Landschappen (Jakob Smitsmuseum Mol i.s.m. de Warande Turnhout), een kruisbestuiving tussen het werk van Jakob Smits en het werk van Raymond Minnen. In de Warandebrochure lezen we: Minnen kende als inwoner van Mol het oeuvre van Smits uiteraard al zeer goed, maar tijdens de voorbereidingen voor zijn doortocht in het museum geraakte hij specifiek geïntrigeerd door één figuur in een ets van Jakob Smits: een hond die als een afzijdige observator naar een Kempisch landschap zit te kijken. Deze hond wordt het centrale personage in Minnens nieuwe tentoonstelling die opnieuw een ironische kijk geeft op zijn jeugd in de Kempen. Raymond voegde daar aan toe: De hond is een alter ego van mezelf, die de wereld van Smits in het oog houdt.

De Molse journaliste en schrijfster Anna Luyten was normaal gezien een van de sprekers op de opening. Maar door omstandigheden was zij verhinderd: zij zat op de nacht van 4-5 februari ‘vast’ op het Tahirplein in Caïro tijdens het revolutionaire moment dat 80.000 demonstranten betoogden voor vrijheid en tegen het autocratische regime van president Moebarak. Per telefoon deelde ze haar hoop en zorgen mee. In haar laatste zinnen uitte ze haar dankbaarheid tegenover Raymond: (…) Ik werd wakker van het gezang van honderden basstemmen. ‘Welk lied zingen ze?’ vroeg ik. ‘Mannen, laat de wapens niet zakken …’ Raymond, noch gij noch uw werk is een plek waar wapens ooit zullen zakken. Ik klap voor u in mijn handen uit dank voor dit soort verdediging. Bedankt voor de blik van wijsheid die jij me hebt gegeven en waarmee ik de wereld kan intrekken. Als Kuifje en hond tegelijk.

Die laatste zin is een fijne verwijzing naar de hond van Jakob Smits die – net als Anna Luyten op het Tahirplein en net als Raymond in deze dolgedraaide wereld – een geduldige en kritische observator is. 2024

Alain de Wasseige en Raymond

Zo gek nog niet

De kunst van Raymond Minnen

De argeloze bezoeker aan een tentoonstelling van Raymond Minnen (1950) wacht een verrassing, vermoedelijk zelfs een schok: Lenin in pauselijke outfit, een panter met erectie, een polonaise van deftige heren en Disneyfiguren. Een opsomming zet heel weinig zoden aan de dijk, maar het is een feit: zijn werk zit vol wolfijzers en schietgeweren. Minnen is ondertussen een kleine halve eeuw onverdroten en ononderbroken bezig met bouwen aan een naar alle kanten uitstulpend oeuvre, dat tot de nok gevuld is met fantastische hersenspinsels. Door die spinsels kan een simpele waarheid makkelijk ondergesneeuwd raken, namelijk dat zijn boodschap bloedernstig is. Deze tekst is een (bij momenten wanhopige) poging om toch enige orde te scheppen in de chaos die de kunstenaar onafgebroken over ons uitstort.

Exuberant

Wat in het werk van Minnen, ook na al die jaren, nog altijd verrast, is de exuberantie waarmee hij de ondertussen welbekende thema’s aanpakt: politiek, communisme, kerk en religie, big business, het koningshuis. Hij haalt wild uit naar alle gezag, van welke pluimage ook. Dat overdadige neemt telkens weer nieuwe vormen aan. Vervelen doe je je geen moment in zijn gezelschap. Als kind van de jaren 60 is maatschappijkritiek zijn doel en ironie zijn belangrijkste wapen. De vraag die we ons bij zoveel visueel geweld moeten stellen, is natuurlijk: overtuigt hij? Voor het antwoord mag de bezoeker, de subjectiviteit van kunst in gedachte, geen hulp verwachten. Hij staat er alleen voor. In de artistieke visie van Minnen is het trouwens niet aan de kunstenaar om antwoorden te geven. De taak van de kunstenaar is vragen stellen. Wij voor ons twijfelen geen moment. Als de situatie waarin het land en de wereld zich vandaag bevinden ons van één ding kan overtuigen, dan is het wel dat zijn wantrouwen uitermate gerechtvaardigd is. Drie redenen waarom we ons onverdeeld aan de kant van Minnen kunnen scharen.

De dood van Francis Bacon - 1968
Maria’s been 1 - 1996
Beschilderd gips
77 x 60 x 19 (cm)
Maria’s been 2 - 1996
Beschilderd gips
61 x 30 x 19 (cm)
Culture blues - 2016
Beschilderd gips
33 x 21 x 16 (cm)
Don’t think twice it’s all right - 2016 Beschilderd gips
40 x 14 x 14 (cm)
Death is not the end - 2016
Beschilderd gips
48 x 13 x 13 (cm)
R.M.’s 118th Dream - 2016
Beschilderd gips
25 x 25 x 12 (cm)
No truth outside the gates of eden - 2016
Beschilderd gips
28 x 15 x 12 (cm)

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Phantasmagoria by ACC Art Books - Issuu