MAISON AUTRIQUE V I CTO R H O R TA , 1 89 3 Chaussée de Haecht 266, Schaerbeek
FR
NL
EN
Située au cœur de Schaerbeek, la Maison Autrique est l’une des premières réalisations de Victor Horta. Son commanditaire, Eugène Autrique, souhaitait une façade enduite afin de limiter les coûts. Horta parvint néanmoins à le convaincre d'investir dans un parement de pierres blanches, associant la pierre de Savonnières et la pierre d'Euville, dont il souligna l’appareillage par d’élégants joints rouges. Pour donner plus d’élan à la façade, Horta recula légèrement le dernier étage, destiné aux chambres d’enfants, derrière une loggia peu profonde ornée de sgraffites à motifs linéaires. Son imposante corniche en bois repose sur un linteau et un pilier du même matériau, posés sur un socle de pierre sculpté d’un décor végétal stylisé.
Het Huis Autrique, gelegen in het hart van Schaarbeek, is een van de vroegste verwezenlijkingen van Victor Horta. Opdrachtgever Eugène Autrique wenste oorspronkelijk een bepleisterde gevel om de bouwkosten te beperken, maar Horta kon hem overtuigen te investeren in een natuurstenen gevelbekleding van witte Savonnières- en Euvillesteen, waarvan hij het metselverband subtiel accentueerde met elegante rode voegen. Om de gevel meer dynamiek te geven, plaatste Horta de bovenste verdieping, bestemd voor de kinderkamers, een beetje terugwijkend achter een ondiepe loggia, versierd met lineaire sgraffiti. De markante houten kroonlijst rust op een houten latei en op een houten zuil, die op haar beurt steunt op een natuurstenen sokkel met een gestileerd plantaardig reliëf.
Located in the heart of Schaerbeek, the Autrique House is one of Victor Horta’s earliest works. The client, Eugène Autrique, initially requested a uniformly rendered façade to minimise construction costs, but Horta persuaded him to invest in a facing of white Savonnières and Euville stone, with the masonry subtly highlighted by elegant red joints. To lend the façade greater vertical emphasis, Horta set back the top floor, intended for the children's bedrooms, behind a shallow loggia decorated with linear sgraffito panels. Its imposing timber cornice is supported by a timber lintel and column, the latter resting on a stone plinth carved with a stylised vegetal motif.
MAISON AUTRIQUE V I CTO R H O R TA , 1 89 3 Chaussée de Haecht 266, Schaerbeek
FR
NL
EN
Située au cœur de Schaerbeek, la Maison Autrique est l’une des premières réalisations de Victor Horta. Son commanditaire, Eugène Autrique, souhaitait une façade enduite afin de limiter les coûts. Horta parvint néanmoins à le convaincre d'investir dans un parement de pierres blanches, associant la pierre de Savonnières et la pierre d'Euville, dont il souligna l’appareillage par d’élégants joints rouges. Pour donner plus d’élan à la façade, Horta recula légèrement le dernier étage, destiné aux chambres d’enfants, derrière une loggia peu profonde ornée de sgraffites à motifs linéaires. Son imposante corniche en bois repose sur un linteau et un pilier du même matériau, posés sur un socle de pierre sculpté d’un décor végétal stylisé.
Het Huis Autrique, gelegen in het hart van Schaarbeek, is een van de vroegste verwezenlijkingen van Victor Horta. Opdrachtgever Eugène Autrique wenste oorspronkelijk een bepleisterde gevel om de bouwkosten te beperken, maar Horta kon hem overtuigen te investeren in een natuurstenen gevelbekleding van witte Savonnières- en Euvillesteen, waarvan hij het metselverband subtiel accentueerde met elegante rode voegen. Om de gevel meer dynamiek te geven, plaatste Horta de bovenste verdieping, bestemd voor de kinderkamers, een beetje terugwijkend achter een ondiepe loggia, versierd met lineaire sgraffiti. De markante houten kroonlijst rust op een houten latei en op een houten zuil, die op haar beurt steunt op een natuurstenen sokkel met een gestileerd plantaardig reliëf.
Located in the heart of Schaerbeek, the Autrique House is one of Victor Horta’s earliest works. The client, Eugène Autrique, initially requested a uniformly rendered façade to minimise construction costs, but Horta persuaded him to invest in a facing of white Savonnières and Euville stone, with the masonry subtly highlighted by elegant red joints. To lend the façade greater vertical emphasis, Horta set back the top floor, intended for the children's bedrooms, behind a shallow loggia decorated with linear sgraffito panels. Its imposing timber cornice is supported by a timber lintel and column, the latter resting on a stone plinth carved with a stylised vegetal motif.
HÔTEL FRISON V I CTO R H O R TA , 1 894 Rue Lebeau 37, Sablon, Bruxelles
FR
NL
EN
Édifiée en 1894 dans le quartier du Sablon, la Maison Frison est l’un des joyaux méconnus de Victor Horta. Construite sur le site de l’ancien Palais de Justice de Bruxelles, démoli deux ans plus tôt, cette demeure fut commandée par Maurice Frison, avocat à la Cour de Belgique. Horta installa le cabinet de son client au rez‑de‑chaussée et aménagea, à l’arrière, un long jardin d’hiver latéral. Couvert d’une verrière cintrée à l’élégante structure en fer forgé, celui‑ci éclaire généreusement les pièces de vie tout en offrant une remarquable perspective sur le jardin.
Het Huis Frison, gebouwd in 1894 in de Zavelwijk, is een van de minder bekende parels van Victor Horta. De woning verrees op de plaats van het voormalige Brusselse Justitiepaleis, dat twee jaar eerder was gesloopt, en werd gebouwd voor Maurice Frison, advocaat aan het Hof van Cassatie. Op de benedenverdieping richtte Horta vooraan het advocatenkantoor van zijn opdrachtgever in en aan de achterzijde een langgerekte, zijdelings gelegen wintertuin. Deze wintertuin, overdekt met glas dat is gevat in een elegante, gebogen smeedijzeren draagstructuur, laat overvloedig daglicht binnen in de leefruimtes en biedt een prachtig uitzicht op de tuin.
Built in 1894 in the Sablon district, the Frison House is one of Victor Horta’s lesser‑known gems. Erected on the site of the former Brussels Palace of Justice, demolished two years earlier, the house was commissioned by Maurice Frison, an attorney at the Court of Cassation. Horta installed his client’s law office on the ground floor and, at the rear of the house, created a long lateral winter garden. Covered by a gracefully curved glazed roof with an elegant wrought‑iron structure, it floods the living rooms with natural light while offering a remarkable view over the garden.
HÔTEL FRISON V I CTO R H O R TA , 1 894 Rue Lebeau 37, Sablon, Bruxelles
FR
NL
EN
Édifiée en 1894 dans le quartier du Sablon, la Maison Frison est l’un des joyaux méconnus de Victor Horta. Construite sur le site de l’ancien Palais de Justice de Bruxelles, démoli deux ans plus tôt, cette demeure fut commandée par Maurice Frison, avocat à la Cour de Belgique. Horta installa le cabinet de son client au rez‑de‑chaussée et aménagea, à l’arrière, un long jardin d’hiver latéral. Couvert d’une verrière cintrée à l’élégante structure en fer forgé, celui‑ci éclaire généreusement les pièces de vie tout en offrant une remarquable perspective sur le jardin.
Het Huis Frison, gebouwd in 1894 in de Zavelwijk, is een van de minder bekende parels van Victor Horta. De woning verrees op de plaats van het voormalige Brusselse Justitiepaleis, dat twee jaar eerder was gesloopt, en werd gebouwd voor Maurice Frison, advocaat aan het Hof van Cassatie. Op de benedenverdieping richtte Horta vooraan het advocatenkantoor van zijn opdrachtgever in en aan de achterzijde een langgerekte, zijdelings gelegen wintertuin. Deze wintertuin, overdekt met glas dat is gevat in een elegante, gebogen smeedijzeren draagstructuur, laat overvloedig daglicht binnen in de leefruimtes en biedt een prachtig uitzicht op de tuin.
Built in 1894 in the Sablon district, the Frison House is one of Victor Horta’s lesser‑known gems. Erected on the site of the former Brussels Palace of Justice, demolished two years earlier, the house was commissioned by Maurice Frison, an attorney at the Court of Cassation. Horta installed his client’s law office on the ground floor and, at the rear of the house, created a long lateral winter garden. Covered by a gracefully curved glazed roof with an elegant wrought‑iron structure, it floods the living rooms with natural light while offering a remarkable view over the garden.
GRANDE MAISON DE BLANC A RC H ITECTE O S CA R F R A N Ç O I S / PE I NTR E ‑ D ÉC O R ATE U R PR IVAT LIV E M O NT, 1 896 -1 89 7 Rue du Marché aux Poulets 32-34, Bruxelles
FR
NL
EN
Fournisseur breveté de S.M. la Reine, la Grande Maison de Blanc était un établissement chic proposant divers articles de linge de maison composant le trousseau des jeunes filles de bonne famille. Conçue comme une publicité géante, sa façade arbore, au premier étage, des panneaux de céramique émaillée représentant d’élégantes jeunes femmes présentant des textiles — broderie, bonneterie, dentelle — ou de majestueuses allégories, comme ici celle de l’Industrie. Dessiné par le peintre‑décorateur Privat Livemont et réalisé par la firme Boch La Louvière, cet exceptionnel décor a récemment retrouvé tout son éclat grâce à une restauration.
Als hofleverancier van Hare Majesteit de Koningin was La Grande Maison de Blanc een prestigieuze zaak, gespecialiseerd in huishoudlinnen dat deel uitmaakte van de uitzet van jonge dames uit de gegoede burgerij. De gevel, opgevat als een reusachtig reclamepaneel, is op de eerste verdieping bekleed met geëmailleerde keramische panelen met elegante jonge vrouwen die textielwaren presenteren — borduurwerk, breigoed en kant — of monumentale allegorieën, zoals hier die van de Industrie. Deze bijzondere decoratie werd ontworpen door schilder‑decorateur Privat Livemont en uitgevoerd door de firma Boch La Louvière. Dankzij een recente restauratie kreeg ze haar oorspronkelijke pracht volledig terug.
As a Royal Warrant holder to Her Majesty the Queen, La Grande Maison de Blanc was an elegant establishment specialising in household linens, which formed part of the traditional wedding trousseau for young women from well‑to‑do families. Conceived as a giant advertisement, its facade is adorned at first‑floor level with enamelled ceramic panels depicting elegantly dressed young women presenting textiles — embroidery, hosiery and lace — alongside majestic allegorical figures, such as the personification of Industry shown here. Designed by decorator Privat Livemont and executed by the Boch La Louvière ceramics company, this exceptional decorative scheme has recently regained its full brilliance following a careful restoration.
GRANDE MAISON DE BLANC A RC H ITECTE O S CA R F R A N Ç O I S / PE I NTR E ‑ D ÉC O R ATE U R PR IVAT LIV E M O NT, 1 896 -1 89 7 Rue du Marché aux Poulets 32-34, Bruxelles
FR
NL
EN
Fournisseur breveté de S.M. la Reine, la Grande Maison de Blanc était un établissement chic proposant divers articles de linge de maison composant le trousseau des jeunes filles de bonne famille. Conçue comme une publicité géante, sa façade arbore, au premier étage, des panneaux de céramique émaillée représentant d’élégantes jeunes femmes présentant des textiles — broderie, bonneterie, dentelle — ou de majestueuses allégories, comme ici celle de l’Industrie. Dessiné par le peintre‑décorateur Privat Livemont et réalisé par la firme Boch La Louvière, cet exceptionnel décor a récemment retrouvé tout son éclat grâce à une restauration.
Als hofleverancier van Hare Majesteit de Koningin was La Grande Maison de Blanc een prestigieuze zaak, gespecialiseerd in huishoudlinnen dat deel uitmaakte van de uitzet van jonge dames uit de gegoede burgerij. De gevel, opgevat als een reusachtig reclamepaneel, is op de eerste verdieping bekleed met geëmailleerde keramische panelen met elegante jonge vrouwen die textielwaren presenteren — borduurwerk, breigoed en kant — of monumentale allegorieën, zoals hier die van de Industrie. Deze bijzondere decoratie werd ontworpen door schilder‑decorateur Privat Livemont en uitgevoerd door de firma Boch La Louvière. Dankzij een recente restauratie kreeg ze haar oorspronkelijke pracht volledig terug.
As a Royal Warrant holder to Her Majesty the Queen, La Grande Maison de Blanc was an elegant establishment specialising in household linens, which formed part of the traditional wedding trousseau for young women from well‑to‑do families. Conceived as a giant advertisement, its facade is adorned at first‑floor level with enamelled ceramic panels depicting elegantly dressed young women presenting textiles — embroidery, hosiery and lace — alongside majestic allegorical figures, such as the personification of Industry shown here. Designed by decorator Privat Livemont and executed by the Boch La Louvière ceramics company, this exceptional decorative scheme has recently regained its full brilliance following a careful restoration.
MAISON‑ATELIER HORTA V I CTO R H O R TA , 1 898 -1 9 01 Rue Américaine 23-25, Saint-Gilles
FR
NL
EN
Au cœur de sa maison‑atelier bruxelloise, aujourd’hui le Musée Horta, Victor Horta a fait de l’escalier la véritable colonne vertébrale de l’édifice. Traversée par la lumière d’une verrière zénithale, cette cage d’escalier de plan carré illustre l’un des principes fondamentaux de l’Art nouveau : créer des espaces fluides où architecture, structure et décoration ne font qu’un. En montant, les volées de l’escalier se rétrécissent progressivement, imprimant à l’ensemble un mouvement ascendant. La verrière repose sur de fins piliers métalliques intégrés à la rampe, tandis que les ferronneries aux lignes en coup de fouet accentuent cet élan vertical. De part et d’autre, deux miroirs en forme d’aile de papillon se font face, démultipliant l’espace à l’infini.
In het hart van zijn Brusselse woonhuis met atelier, nu het Hortamuseum, maakte Victor Horta van de trap de ware ruggengraat van het gebouw. Een vierkante traphal, overgoten met daglicht van een dakraam, illustreert hier een fundamenteel principe van de art nouveau: vloeiende ruimtes creëren waarin architectuur, structuur en decoratie één geheel vormen. Naarmate men hoger klimt, worden de traptreden geleidelijk smaller, waardoor de compositie een uitgesproken opwaartse dynamiek krijgt. De lichtkoepel rust op slanke metalen stijlen die in de trapleuning zijn geïntegreerd, terwijl het smeedwerk met zijn karakteristieke zweepslaglijnen deze verticale beweging versterkt. Aan weerszijden staan twee vlindervormige spiegels tegenover elkaar, waardoor de ruimte zich eindeloos lijkt te vermenigvuldigen.
At the heart of his house and studio in Brussels, now the Horta Museum, Victor Horta made the staircase the building's true backbone. Flooded with daylight from an overhead skylight, this square stairwell exemplifies a fundamental principle of Art Nouveau: the creation of flowing spaces in which architecture, structure and decoration form a unified whole. As one ascends, the flights of stairs gradually narrow, imparting the entire composition with a powerful sense of upward movement. The glazed roof is supported by slender metal columns integrated into the balustrade, while the wrought‑ironwork, with its characteristic whiplash curves, reinforces this vertical dynamism. On either side, two butterfly‑wing mirrors face each other, seemingly multiplying the space without end.
MAISON‑ATELIER HORTA V I CTO R H O R TA , 1 898 -1 9 01 Rue Américaine 23-25, Saint-Gilles
FR
NL
EN
Au cœur de sa maison‑atelier bruxelloise, aujourd’hui le Musée Horta, Victor Horta a fait de l’escalier la véritable colonne vertébrale de l’édifice. Traversée par la lumière d’une verrière zénithale, cette cage d’escalier de plan carré illustre l’un des principes fondamentaux de l’Art nouveau : créer des espaces fluides où architecture, structure et décoration ne font qu’un. En montant, les volées de l’escalier se rétrécissent progressivement, imprimant à l’ensemble un mouvement ascendant. La verrière repose sur de fins piliers métalliques intégrés à la rampe, tandis que les ferronneries aux lignes en coup de fouet accentuent cet élan vertical. De part et d’autre, deux miroirs en forme d’aile de papillon se font face, démultipliant l’espace à l’infini.
In het hart van zijn Brusselse woonhuis met atelier, nu het Hortamuseum, maakte Victor Horta van de trap de ware ruggengraat van het gebouw. Een vierkante traphal, overgoten met daglicht van een dakraam, illustreert hier een fundamenteel principe van de art nouveau: vloeiende ruimtes creëren waarin architectuur, structuur en decoratie één geheel vormen. Naarmate men hoger klimt, worden de traptreden geleidelijk smaller, waardoor de compositie een uitgesproken opwaartse dynamiek krijgt. De lichtkoepel rust op slanke metalen stijlen die in de trapleuning zijn geïntegreerd, terwijl het smeedwerk met zijn karakteristieke zweepslaglijnen deze verticale beweging versterkt. Aan weerszijden staan twee vlindervormige spiegels tegenover elkaar, waardoor de ruimte zich eindeloos lijkt te vermenigvuldigen.
At the heart of his house and studio in Brussels, now the Horta Museum, Victor Horta made the staircase the building's true backbone. Flooded with daylight from an overhead skylight, this square stairwell exemplifies a fundamental principle of Art Nouveau: the creation of flowing spaces in which architecture, structure and decoration form a unified whole. As one ascends, the flights of stairs gradually narrow, imparting the entire composition with a powerful sense of upward movement. The glazed roof is supported by slender metal columns integrated into the balustrade, while the wrought‑ironwork, with its characteristic whiplash curves, reinforces this vertical dynamism. On either side, two butterfly‑wing mirrors face each other, seemingly multiplying the space without end.
OLD ENGLAND PAU L SA I NTE N OY, 1 898 Rue Montagne de la Cour 2, Bruxelles
FR
NL
EN
Installé depuis 2000 dans l'ancien magasin Old England, le Musée des Instruments de Musique dresse sa silhouette élégante au sommet du Coudenberg. Premier grand magasin bruxellois entièrement conçu en fer et en verre, l’édifice inaugure une nouvelle manière de concevoir l’architecture commerciale. Le métal y est omniprésent : dans l’ossature rivetée, la marquise abritant l’entrée, les garde‑corps et les colonnettes, ainsi que dans la cage d’ascenseur au cœur du bâtiment. Au dernier étage, une terrasse offrant un panorama exceptionnel sur Bruxelles comptait parmi les lieux de rendez‑vous les plus en vue de la capitale. Sur l’angle, une tourelle à couronnement finement ouvragé, supprimée en 1956, a été restituée à l’identique grâce aux photographies d’époque.
Sinds 2000 is het Muziekinstrumentenmuseum gevestigd in het voormalige Old England‑warenhuis, waarvan het elegante silhouet de top van de Coudenberg kenmerkt. Als eerste Brusselse grootwarenhuis dat volledig uit ijzer en glas werd opgetrokken luidde het gebouw een nieuwe benadering in van commerciële architectuur. Metaal is hier alomtegenwoordig: in het geklonken skelet, de luifel boven de ingang, de borstweringen, de slanke zuiltjes en de liftschacht in het hart van het gebouw. Op de bovenste verdieping bevindt zich een terras met uitzonderlijk uitzicht over Brussel, destijds een van de meest mondaine ontmoetingsplekken in de hoofdstad. Op de hoek werd het fijn uitgewerkte torentje, dat in 1956 was verwijderd, dankzij historische foto's natuurgetrouw gereconstrueerd.
Since 2000, the Musical Instruments Museum has been housed in the former Old England department store, whose elegant silhouette crowns the summit of the Coudenberg. As the first major department store in Brussels built entirely of iron and glass, the building pioneered a new approach to commercial architecture. Metal is omnipresent: in the riveted structural frame, the entrance canopy, the balustrades and slender columns, and the lift shaft at the heart of the building. On the top floor, a terrace commanding exceptional views over Brussels was once among the capital’s fashionable meeting places. On the corner, a finely ornamented turret, removed in 1956, has been faithfully reconstructed from period photographs.
OLD ENGLAND PAU L SA I NTE N OY, 1 898 Rue Montagne de la Cour 2, Bruxelles
FR
NL
EN
Installé depuis 2000 dans l'ancien magasin Old England, le Musée des Instruments de Musique dresse sa silhouette élégante au sommet du Coudenberg. Premier grand magasin bruxellois entièrement conçu en fer et en verre, l’édifice inaugure une nouvelle manière de concevoir l’architecture commerciale. Le métal y est omniprésent : dans l’ossature rivetée, la marquise abritant l’entrée, les garde‑corps et les colonnettes, ainsi que dans la cage d’ascenseur au cœur du bâtiment. Au dernier étage, une terrasse offrant un panorama exceptionnel sur Bruxelles comptait parmi les lieux de rendez‑vous les plus en vue de la capitale. Sur l’angle, une tourelle à couronnement finement ouvragé, supprimée en 1956, a été restituée à l’identique grâce aux photographies d’époque.
Sinds 2000 is het Muziekinstrumentenmuseum gevestigd in het voormalige Old England‑warenhuis, waarvan het elegante silhouet de top van de Coudenberg kenmerkt. Als eerste Brusselse grootwarenhuis dat volledig uit ijzer en glas werd opgetrokken luidde het gebouw een nieuwe benadering in van commerciële architectuur. Metaal is hier alomtegenwoordig: in het geklonken skelet, de luifel boven de ingang, de borstweringen, de slanke zuiltjes en de liftschacht in het hart van het gebouw. Op de bovenste verdieping bevindt zich een terras met uitzonderlijk uitzicht over Brussel, destijds een van de meest mondaine ontmoetingsplekken in de hoofdstad. Op de hoek werd het fijn uitgewerkte torentje, dat in 1956 was verwijderd, dankzij historische foto's natuurgetrouw gereconstrueerd.
Since 2000, the Musical Instruments Museum has been housed in the former Old England department store, whose elegant silhouette crowns the summit of the Coudenberg. As the first major department store in Brussels built entirely of iron and glass, the building pioneered a new approach to commercial architecture. Metal is omnipresent: in the riveted structural frame, the entrance canopy, the balustrades and slender columns, and the lift shaft at the heart of the building. On the top floor, a terrace commanding exceptional views over Brussels was once among the capital’s fashionable meeting places. On the corner, a finely ornamented turret, removed in 1956, has been faithfully reconstructed from period photographs.
MAISON DEVALCK G AS PA R D D E VA LC K , 1 9 0 0 Rue André Van Hasselt 32, Schaerbeek
FR
NL
EN
Pour égayer sa maison personnelle, Gaspard Devalck a garni sa porte et toutes ses fenêtres de vitraux colorés, probablement réalisés par le maître‑verrier Raphaël Évaldre. Ce décor chatoyant attire le regard depuis la rue, particulièrement à la nuit tombée, faisant de la façade une magnifique carte de visite pour l’architecte. Les vitraux de la logette située à l’étage mettent en scène un soleil rayonnant, un oiseau en vol et des iris stylisés. Appréciée des artistes de l’Art nouveau pour ses feuilles rubanées et ses pétales déliés, cette fleur est aussi l’emblème de Bruxelles : elle poussait naturellement dans les marécages de la vallée de la Senne, où la ville s’est développée.
Om zijn eigen woning op te fleuren voorzag Gaspard Devalck de voordeur en alle vensters van kleurrijke glas‑in‑loodramen, vermoedelijk vervaardigd door de glaskunstenaar Raphaël Évaldre. Dit fonkelende decor trekt vanop straat onmiddellijk de aandacht, vooral wanneer de avond valt, en maakt van de gevel een indrukwekkend visitekaartje voor de architect. De glas‑in‑loodramen van de kleine loggia op de verdieping tonen een stralende zon, een vogel in volle vlucht en gestileerde irissen. Deze bloemen, geliefd bij art nouveau‑kunstenaars omwille van hun lintvormige bladeren en sierlijk uitwaaierende bloemblaadjes, inspireerden ook het embleem van Brussel. Hun natuurlijke habitat bevond zich in de moerassen van de Zennevallei, waar de stad zich heeft ontwikkeld.
To enliven his home, Gaspard Devalck filled the entrance door and every window with colourful stained‑glass panels, probably by the master glassmaker Raphaël Évaldre. This shimmering decoration immediately catches the eye from the street, especially at night, transforming the façade into a magnificent calling card for the architect. The stained‑glass windows of this first‑floor loggia depict a radiant sun, a bird in flight and stylised irises. Much admired by Art Nouveau artists for their ribbon‑like leaves and delicate unfurling petals, irises are also Brussels' emblem. They once grew naturally in the marshes of the Senne Valley, where the city first developed.
MAISON DEVALCK G AS PA R D D E VA LC K , 1 9 0 0 Rue André Van Hasselt 32, Schaerbeek
FR
NL
EN
Pour égayer sa maison personnelle, Gaspard Devalck a garni sa porte et toutes ses fenêtres de vitraux colorés, probablement réalisés par le maître‑verrier Raphaël Évaldre. Ce décor chatoyant attire le regard depuis la rue, particulièrement à la nuit tombée, faisant de la façade une magnifique carte de visite pour l’architecte. Les vitraux de la logette située à l’étage mettent en scène un soleil rayonnant, un oiseau en vol et des iris stylisés. Appréciée des artistes de l’Art nouveau pour ses feuilles rubanées et ses pétales déliés, cette fleur est aussi l’emblème de Bruxelles : elle poussait naturellement dans les marécages de la vallée de la Senne, où la ville s’est développée.
Om zijn eigen woning op te fleuren voorzag Gaspard Devalck de voordeur en alle vensters van kleurrijke glas‑in‑loodramen, vermoedelijk vervaardigd door de glaskunstenaar Raphaël Évaldre. Dit fonkelende decor trekt vanop straat onmiddellijk de aandacht, vooral wanneer de avond valt, en maakt van de gevel een indrukwekkend visitekaartje voor de architect. De glas‑in‑loodramen van de kleine loggia op de verdieping tonen een stralende zon, een vogel in volle vlucht en gestileerde irissen. Deze bloemen, geliefd bij art nouveau‑kunstenaars omwille van hun lintvormige bladeren en sierlijk uitwaaierende bloemblaadjes, inspireerden ook het embleem van Brussel. Hun natuurlijke habitat bevond zich in de moerassen van de Zennevallei, waar de stad zich heeft ontwikkeld.
To enliven his home, Gaspard Devalck filled the entrance door and every window with colourful stained‑glass panels, probably by the master glassmaker Raphaël Évaldre. This shimmering decoration immediately catches the eye from the street, especially at night, transforming the façade into a magnificent calling card for the architect. The stained‑glass windows of this first‑floor loggia depict a radiant sun, a bird in flight and stylised irises. Much admired by Art Nouveau artists for their ribbon‑like leaves and delicate unfurling petals, irises are also Brussels' emblem. They once grew naturally in the marshes of the Senne Valley, where the city first developed.
MAISON‑ATELIER MARCHAL E R N E S T D E LU N E , 1 9 0 2 Rue du Lac 6, Ixelles
FR
NL
EN
Cette maison du quartier des Étangs, à Ixelles, a été construite par Ernest Delune pour le peintre Victor Marchal. Il s’agit en réalité de l’agrandissement, derrière une façade Art nouveau, de la demeure que Marchal avait fait édifier dès 1893 de l’autre côté de l’îlot, au n° 5 de la rue de la Vallée. Homme aux deux visages, il figurait comme employé au greffe du Sénat à cette adresse, tandis qu’il se déclarait artiste‑peintre du côté de la rue du Lac. Sous l’atelier occupant le sommet de la maison se dessine une composition asymétrique rythmée par un jeu de cercles : l’oculus décentré de la porte fait écho à celui qui domine la grande baie éclairant la cage d’escalier. Tous deux s’ornent d’éclatants vitraux en verre américain déployant des bouquets de fleurs aux corolles généreuses.
Deze woning in de Vijverwijk van Elsene werd door Ernest Delune gebouwd voor de schilder Victor Marchal. In feite gaat het om een uitbreiding, achter een art‑nouveaugevel, van de woning die Marchal reeds in 1893 had laten optrekken aan de andere zijde van het bouwblok, op nummer 5 in de Dalstraat. Marchal leidde een dubbel leven: op dat adres stond hij ingeschreven als bediende bij de griffie van de Senaat, terwijl hij zich aan de kant van de Meerstraat als kunstschilder voorstelde. Onder het atelier op de bovenste verdieping ontvouwt zich een asymmetrische gevelcompositie, opgebouwd rond een subtiel spel van cirkels. De excentrisch geplaatste oculus in de voordeur vindt zijn tegenhanger in het ronde venster boven de grote raampartij die het trappenhuis verlicht. Beide zijn voorzien van schitterende glas‑in‑loodramen in Amerikaans glas, met een voorstelling van weelderige boeketten met rijk gevulde bloemkronen.
This house in the Ixelles Ponds District was built by Ernest Delune for the painter Victor Marchal. In fact, it is an extension, concealed behind an Art Nouveau façade, of the house Marchal had already built in 1893 on the opposite side of the same urban block, at No. 5 Rue de la Vallée. Marchal led something of a double life: at the latter address he was officially registered as a clerk at the Senate Registry, while on the Rue du Lac side he described himself as an artist. Beneath the studio on the top floor, the façade unfolds in an asymmetrical composition centred on a play of circles. The off‑centre oculus in the entrance door is echoed by the circular window above the large opening that illuminates the staircase. Both are adorned with striking stained‑glass panels in American glass, depicting lavish bouquets of flowers with richly unfurling blossoms.
MAISON‑ATELIER MARCHAL E R N E S T D E LU N E , 1 9 0 2 Rue du Lac 6, Ixelles
FR
NL
EN
Cette maison du quartier des Étangs, à Ixelles, a été construite par Ernest Delune pour le peintre Victor Marchal. Il s’agit en réalité de l’agrandissement, derrière une façade Art nouveau, de la demeure que Marchal avait fait édifier dès 1893 de l’autre côté de l’îlot, au n° 5 de la rue de la Vallée. Homme aux deux visages, il figurait comme employé au greffe du Sénat à cette adresse, tandis qu’il se déclarait artiste‑peintre du côté de la rue du Lac. Sous l’atelier occupant le sommet de la maison se dessine une composition asymétrique rythmée par un jeu de cercles : l’oculus décentré de la porte fait écho à celui qui domine la grande baie éclairant la cage d’escalier. Tous deux s’ornent d’éclatants vitraux en verre américain déployant des bouquets de fleurs aux corolles généreuses.
Deze woning in de Vijverwijk van Elsene werd door Ernest Delune gebouwd voor de schilder Victor Marchal. In feite gaat het om een uitbreiding, achter een art‑nouveaugevel, van de woning die Marchal reeds in 1893 had laten optrekken aan de andere zijde van het bouwblok, op nummer 5 in de Dalstraat. Marchal leidde een dubbel leven: op dat adres stond hij ingeschreven als bediende bij de griffie van de Senaat, terwijl hij zich aan de kant van de Meerstraat als kunstschilder voorstelde. Onder het atelier op de bovenste verdieping ontvouwt zich een asymmetrische gevelcompositie, opgebouwd rond een subtiel spel van cirkels. De excentrisch geplaatste oculus in de voordeur vindt zijn tegenhanger in het ronde venster boven de grote raampartij die het trappenhuis verlicht. Beide zijn voorzien van schitterende glas‑in‑loodramen in Amerikaans glas, met een voorstelling van weelderige boeketten met rijk gevulde bloemkronen.
This house in the Ixelles Ponds District was built by Ernest Delune for the painter Victor Marchal. In fact, it is an extension, concealed behind an Art Nouveau façade, of the house Marchal had already built in 1893 on the opposite side of the same urban block, at No. 5 Rue de la Vallée. Marchal led something of a double life: at the latter address he was officially registered as a clerk at the Senate Registry, while on the Rue du Lac side he described himself as an artist. Beneath the studio on the top floor, the façade unfolds in an asymmetrical composition centred on a play of circles. The off‑centre oculus in the entrance door is echoed by the circular window above the large opening that illuminates the staircase. Both are adorned with striking stained‑glass panels in American glass, depicting lavish bouquets of flowers with richly unfurling blossoms.
MAISON CAUCHIE A RC H ITECTE ‑ D ÉC O R ATE U R PAU L CAU C H I E / PE I NTR E ‑ D ÉC O R ATR I C E LI N A VO E T, 1 9 0 4 Rue des Francs 5, Etterbeek
FR
NL
EN
Cette œuvre est née de l’imagination conjointe de Paul Cauchie, architecte‑décorateur, et de son épouse Caroline Voet, dite Lina, l’une des premières femmes à avoir étudié à l’Académie royale des Beaux-Arts de Bruxelles. Stratégiquement implantée sur un terrain d'angle donnant sur le parc du Cinquantenaire, la façade se présente comme une véritable vitrine destinée à promouvoir le savoir‑faire du couple d’artistes‑décorateurs. À l’étage, un vaste sgraffito consacré aux allégories des Arts et de l’Architecture s’inscrit dans une composition géométrique inspirée de l’École de Glasgow. Le décor reprend et décline le motif de la rose stylisée, chère à l’architecte écossais Charles Rennie Mackintosh, dont Paul Cauchie était un fervent admirateur.
Dit huis is ontstaan uit de gezamenlijke verbeelding van Paul Cauchie, architect en decorateur, en zijn echtgenote Caroline Voet, beter bekend als Lina, een van de eerste vrouwen die studeerden aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Dankzij de strategische ligging op een hoekperceel tegenover het Jubelpark fungeert de gevel als een ware etalage waarin het artistieke vakmanschap van het echtpaar wordt tentoongesteld. Op de verdieping neemt een monumentaal sgraffito met allegorieën van de kunsten en de architectuur een centrale plaats in binnen een geometrische compositie, geïnspireerd op de Glasgow School. Het decor herneemt en varieert het motief van de gestileerde roos, zo kenmerkend voor de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh, die Paul Cauchie fel bewonderde.
This remarkable house was born of the shared imagination of Paul Cauchie, architect and decorator, and his wife, Caroline Voet, known as Lina, one of the first women to study at the Royal Academy of Fine Arts in Brussels. Strategically positioned on a corner site facing Cinquantenaire Park, the façade was conceived as a striking showcase of the couple's artistic expertise. At first‑floor level, a monumental sgraffito depicting allegories of the Arts and Architecture forms the centrepiece of a geometric composition inspired by the Glasgow School. The decoration reprises and develops the motif of the stylised rose, closely associated with the Scottish architect Charles Rennie Mackintosh, whom Paul Cauchie greatly admired.
MAISON CAUCHIE A RC H ITECTE ‑ D ÉC O R ATE U R PAU L CAU C H I E / PE I NTR E ‑ D ÉC O R ATR I C E LI N A VO E T, 1 9 0 4 Rue des Francs 5, Etterbeek
FR
NL
EN
Cette œuvre est née de l’imagination conjointe de Paul Cauchie, architecte‑décorateur, et de son épouse Caroline Voet, dite Lina, l’une des premières femmes à avoir étudié à l’Académie royale des Beaux-Arts de Bruxelles. Stratégiquement implantée sur un terrain d'angle donnant sur le parc du Cinquantenaire, la façade se présente comme une véritable vitrine destinée à promouvoir le savoir‑faire du couple d’artistes‑décorateurs. À l’étage, un vaste sgraffito consacré aux allégories des Arts et de l’Architecture s’inscrit dans une composition géométrique inspirée de l’École de Glasgow. Le décor reprend et décline le motif de la rose stylisée, chère à l’architecte écossais Charles Rennie Mackintosh, dont Paul Cauchie était un fervent admirateur.
Dit huis is ontstaan uit de gezamenlijke verbeelding van Paul Cauchie, architect en decorateur, en zijn echtgenote Caroline Voet, beter bekend als Lina, een van de eerste vrouwen die studeerden aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Dankzij de strategische ligging op een hoekperceel tegenover het Jubelpark fungeert de gevel als een ware etalage waarin het artistieke vakmanschap van het echtpaar wordt tentoongesteld. Op de verdieping neemt een monumentaal sgraffito met allegorieën van de kunsten en de architectuur een centrale plaats in binnen een geometrische compositie, geïnspireerd op de Glasgow School. Het decor herneemt en varieert het motief van de gestileerde roos, zo kenmerkend voor de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh, die Paul Cauchie fel bewonderde.
This remarkable house was born of the shared imagination of Paul Cauchie, architect and decorator, and his wife, Caroline Voet, known as Lina, one of the first women to study at the Royal Academy of Fine Arts in Brussels. Strategically positioned on a corner site facing Cinquantenaire Park, the façade was conceived as a striking showcase of the couple's artistic expertise. At first‑floor level, a monumental sgraffito depicting allegories of the Arts and Architecture forms the centrepiece of a geometric composition inspired by the Glasgow School. The decoration reprises and develops the motif of the stylised rose, closely associated with the Scottish architect Charles Rennie Mackintosh, whom Paul Cauchie greatly admired.
MAISON CAUCHIE A RC H ITECTE ‑ D ÉC O R ATE U R PAU L CAU C H I E / PE I NTR E ‑ D ÉC O R ATR I C E LI N A VO E T, 1 9 0 4 Rue des Francs 5, Etterbeek
FR
NL
EN
Chez les Cauchie, les sgraffites, habituellement réservés aux façades, ornent également la salle à manger. Longtemps masqué, ce décor a été redécouvert et dégagé avec soin lors de la restauration de la maison. Au‑dessus d’un lambris de bois habillé de lincrusta — un revêtement gaufré à base d’huile de lin — se déploient plusieurs allégories, dont celle de la Musique. La pièce a par ailleurs conservé quelques meubles conçus par Paul Cauchie, parmi lesquels la table et l’une des chaises, précieux témoins de l’aménagement d’origine.
Bij de familie Cauchie sieren sgraffiti niet alleen de gevel, zoals gebruikelijk, maar ook de eetkamer. Deze decoratie bleef lange tijd verborgen en werd pas tijdens de restauratie van de woning zorgvuldig blootgelegd en in ere hersteld. Boven een houten lambrisering, bekleed met lincrusta – een reliëfwandbekleding op basis van lijnolie – ontvouwen zich verschillende allegorieën, waaronder die van de Muziek. De eetkamer heeft bovendien enkele door Paul Cauchie ontworpen meubelstukken behouden, waaronder de tafel en een stoel, kostbare getuigen van de oorspronkelijke inrichting.
At the Cauchie House, sgraffito decoration, usually reserved for façades, also adorns the dining room. Long concealed, this remarkable scheme was discovered during the house’s restoration and carefully uncovered and rehabilitated. Above a timber dado clad in Lincrusta – an embossed wall covering made with linseed oil – a series of allegorical figures unfolds, including Music. The room has also retained several pieces of furniture by Paul Cauchie, including the dining table and one of the chairs, both precious survivals from the original interior.
MAISON CAUCHIE A RC H ITECTE ‑ D ÉC O R ATE U R PAU L CAU C H I E / PE I NTR E ‑ D ÉC O R ATR I C E LI N A VO E T, 1 9 0 4 Rue des Francs 5, Etterbeek
FR
NL
EN
Chez les Cauchie, les sgraffites, habituellement réservés aux façades, ornent également la salle à manger. Longtemps masqué, ce décor a été redécouvert et dégagé avec soin lors de la restauration de la maison. Au‑dessus d’un lambris de bois habillé de lincrusta — un revêtement gaufré à base d’huile de lin — se déploient plusieurs allégories, dont celle de la Musique. La pièce a par ailleurs conservé quelques meubles conçus par Paul Cauchie, parmi lesquels la table et l’une des chaises, précieux témoins de l’aménagement d’origine.
Bij de familie Cauchie sieren sgraffiti niet alleen de gevel, zoals gebruikelijk, maar ook de eetkamer. Deze decoratie bleef lange tijd verborgen en werd pas tijdens de restauratie van de woning zorgvuldig blootgelegd en in ere hersteld. Boven een houten lambrisering, bekleed met lincrusta – een reliëfwandbekleding op basis van lijnolie – ontvouwen zich verschillende allegorieën, waaronder die van de Muziek. De eetkamer heeft bovendien enkele door Paul Cauchie ontworpen meubelstukken behouden, waaronder de tafel en een stoel, kostbare getuigen van de oorspronkelijke inrichting.
At the Cauchie House, sgraffito decoration, usually reserved for façades, also adorns the dining room. Long concealed, this remarkable scheme was discovered during the house’s restoration and carefully uncovered and rehabilitated. Above a timber dado clad in Lincrusta – an embossed wall covering made with linseed oil – a series of allegorical figures unfolds, including Music. The room has also retained several pieces of furniture by Paul Cauchie, including the dining table and one of the chairs, both precious survivals from the original interior.
MAGASINS WAUCQUEZ V I CTO R H O R TA , 1 9 0 5 Rue des Sables 20, Bruxelles
FR
NL
EN
Inauguré en 1989 après une vaste campagne de restauration, le Centre belge de la Bande Dessinée a redonné vie aux anciens magasins Waucquez, construits par Victor Horta pour le négociant en tissus Charles Waucquez. L’édifice constitue l’unique grand magasin conçu par Horta à être parvenu jusqu’à nous. Il s’articule autour d’un vaste hall de vente baigné de lumière, couvert de verrières reposant sur des poutrelles et des colonnettes métalliques. En son centre s’élève un réverbère en fer, posé sur un socle galbé en granit rose, dont les bras portent quatre globes d’opaline. À l’étage, la mezzanine est bordée d’un garde‑corps métallique orné de motifs de palmettes.
Na een omvangrijke restauratiecampagne werd in 1989 het Belgisch Stripcentrum geopend in het voormalige Warenhuis Waucquez, dat Victor Horta had ontworpen voor de textielhandelaar Charles Waucquez. Het gebouw is het enige grootwarenhuis van Horta dat bewaard is gebleven. Het is opgebouwd rond een ruime, met daglicht overspoelde verkoophal, overdekt met glazen daken die op metalen liggers rusten en slanke gietijzeren zuiltjes dragen. In het midden staat op een gebogen sokkel van roze graniet een sierlijke ijzeren lantaarnpaal, waarvan de armen vier opalen glazen lichtbollen dragen. Op de verdieping is de mezzanine afgeboord met een metalen balustrade, versierd met palmetmotieven.
Opened in 1989 following an extensive restoration, the Belgian Comic Strip Centre breathed new life into the former Waucquez Stores, designed by Victor Horta for the textile merchant Charles Waucquez. The building is the only department store by Horta to have survived. It is organised around a vast sales hall, flooded with natural light, with glazed roofs supported by metal beams and slender cast‑iron columns. At its centre, set upon a curved pink granite plinth, stands an elegant iron lamppost, its arms carrying four opaline glass globes. At mezzanine level, a metal balustrade, decorated with palmette motifs, borders the gallery.
MAGASINS WAUCQUEZ V I CTO R H O R TA , 1 9 0 5 Rue des Sables 20, Bruxelles
FR
NL
EN
Inauguré en 1989 après une vaste campagne de restauration, le Centre belge de la Bande Dessinée a redonné vie aux anciens magasins Waucquez, construits par Victor Horta pour le négociant en tissus Charles Waucquez. L’édifice constitue l’unique grand magasin conçu par Horta à être parvenu jusqu’à nous. Il s’articule autour d’un vaste hall de vente baigné de lumière, couvert de verrières reposant sur des poutrelles et des colonnettes métalliques. En son centre s’élève un réverbère en fer, posé sur un socle galbé en granit rose, dont les bras portent quatre globes d’opaline. À l’étage, la mezzanine est bordée d’un garde‑corps métallique orné de motifs de palmettes.
Na een omvangrijke restauratiecampagne werd in 1989 het Belgisch Stripcentrum geopend in het voormalige Warenhuis Waucquez, dat Victor Horta had ontworpen voor de textielhandelaar Charles Waucquez. Het gebouw is het enige grootwarenhuis van Horta dat bewaard is gebleven. Het is opgebouwd rond een ruime, met daglicht overspoelde verkoophal, overdekt met glazen daken die op metalen liggers rusten en slanke gietijzeren zuiltjes dragen. In het midden staat op een gebogen sokkel van roze graniet een sierlijke ijzeren lantaarnpaal, waarvan de armen vier opalen glazen lichtbollen dragen. Op de verdieping is de mezzanine afgeboord met een metalen balustrade, versierd met palmetmotieven.
Opened in 1989 following an extensive restoration, the Belgian Comic Strip Centre breathed new life into the former Waucquez Stores, designed by Victor Horta for the textile merchant Charles Waucquez. The building is the only department store by Horta to have survived. It is organised around a vast sales hall, flooded with natural light, with glazed roofs supported by metal beams and slender cast‑iron columns. At its centre, set upon a curved pink granite plinth, stands an elegant iron lamppost, its arms carrying four opaline glass globes. At mezzanine level, a metal balustrade, decorated with palmette motifs, borders the gallery.
G A R D E C O LLÉ E