BONDING EN BRIDGING IN DE PRAKTIJK
Herinneren als buurtwerk: wandelen tussen verleden en vandaag Vrijwilligerswerk draait om verbinding, zowel binnen een groep als met andere organisaties en gemeenschappen. In deze Linxuit-reeks laten we je kennismaken met verschillende praktijkvoorbeelden. Elk jaar op 28 augustus vindt in de Antwerpse wijk Zurenborg een herdenkingswandeling plaats. Het initiatief ontstond in 2017 vanuit enkele buurtbewoners, die zich verenigden onder Curieus Zurenborg. Wat drijft hen? Wat doet zo’n initiatief met een buurt? En wie blijft (nog) buiten beeld? We gingen in gesprek met enkele trekkers en een deelneemster van het eerste uur. Kunnen jullie kort schetsen wie Curieus Zurenborg is en wat jullie werking inhoudt? Hoe is de herdenkingswandeling daaruit ontstaan? Matthieu Marin: “Curieus Zurenborg is de opvolger van cultuurhuis De Ram in de Ramstraat in Zurenborg. Er waren culturele socialistische verenigingen in gehuisvest, zoals een fanfare en een breiclub, die op een bepaald moment stopten. Tien jaar geleden kwamen we met een aantal mensen samen om te bekijken of we er nieuw leven konden inblazen. We begonnen met een aantal gespreksavonden, o.a. over vluchtelingen. Eén van onze vrijwilligers kwam met het idee om iets te doen met de razzia’s in Zurenborg, die toen 75 jaar geleden waren. Het boek ‘Wil’ van Jeroen Olyslaegers was net verschenen. Hij was toen nog een buurtbewoner. We vroegen hem om een wandeling te geven op de plekken van zijn boek én aanwezig te zijn op een gespreksavond. De wandeling wilde hij liever niet doen, maar de gespreksavond wel. De inschrijvingen barstten al snel uit hun voegen. Vervolgens won Jeroen de Fintro Literatuurprijs, waardoor hij niet aanwezig kon zijn. Historicus Herman Van Goethem, auteur van ‘1942, het jaar van de stilte’, kwam dan in zijn plaats. Omdat Jeroen zich schuldig voelde dat hij er niet bij kon zijn, heeft hij toch toegegeven voor de
8
Linxuit • JUNI 2026
wandeling. En voilà, ondertussen zijn we tien jaar verder.” Oscar Bohnen: “Ik ben muzikant en ik speel sinds de eerste wandeling mee, samen met Bart en Tatjana. Zelf heb ik ook affiniteit met het thema en heb een sterke motivatie om mij sociaal in te zetten.” Hadden jullie het gevoel dat er een leemte was in de herdenkingscultuur? Laura Van Aert: “Ik ben buurtbewoner en wandel mee vanaf het begin. Die wandelingen vulden expliciet een leemte. In de school Crea 16, waar de wandeling eindigt, waren vroeger grote archieven aanwezig, met heel wat verwijzingen naar die geschiedenis. Daar gebeurde niets mee, dat was heel vreemd. Zelf heb ik daar ook nog school gelopen, Oscar was er toen leerkracht. Mijn eigen zoon zat er nadien ook op school.” Oscar: “Ik heb die archieven zelf gezien, onder andere inschrijvingslijsten van leerlingen. Daaruit bleek dat er voor de oorlog veel Joodse kinderen naar die school gingen. Na de oorlog waren die er niet meer, ze waren verschwunden.” Matthieu: “Mijn dochter zat in die periode in het eerste peuterklasje in die school. Toen we die wandeling voorbereidden, vroeg ik aan de leerkrachten of ze wisten dat er op de speelplaats ooit honderden mensen verzameld waren om gedeporteerd te worden naar de vernietigingskampen. Velen wisten dat niet. Nadien heb ik dat aangekaart op de oudervereniging. Het was belangrijk om de school vanaf het begin te betrekken. De school biedt sindsdien een gastvrije plek om de wandeling te beëindigen – wat ook symbolisch zwaar weegt. Er werd ook een gedenkplaat aangebracht aan de buitenkant van de school.”
De herdenkingswandeling ontstond als bottom-up-buurtinitiatief. Draagt dit soort initiatieven bij aan een sterkere sociale cohesie in de buurt? Oscar: “Dat is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Er komen veel mensen naar die wandelingen. Of het de buurt echt versterkt, betwijfel ik. De mensen die er naartoe komen, praten er nadien misschien wel over met anderen. Het moment zelf is in ieder geval heel sterk.” Matthieu: “Het evenement trekt ook mensen van buiten de buurt. In die zin versterkt het misschien de identiteit van Zurenborg als betrokken buurt.”
We worden als het ware door onze eigen buurt gegidst en we weten dat er erge dingen gebeurd zijn, maar we kennen er het fijne niet van. Heel wat mensen ontdekten dat die geschiedenis zich ook in hun huis had afgespeeld. Laura Van Aert Jullie kozen ervoor om het niet over te laten aan een academische of stedelijke instelling, maar zelf jullie schouder onder te zetten. Matthieu: “Wij hadden het ‘voordeel’ dat er niks was. Op één van onze eerste herdenkingswandelingen kregen wij na afloop het verwijt van sommige deelnemers – nabestaanden van Shoah-slachtoffers – dat het allemaal zo amateuristisch was. Waarop we antwoordden: we zijn ook amateurs.” Laura: “Veel had te maken met de timing. Na 70 jaar werden de oude politiearchieven vrijgegeven, waardoor Herman zijn boek kon schrijven. Die academische onderbouw gaf voor mij meer legitimiteit dan eender welke overheid.” Matthieu: “Vanuit de stad kregen