





![]()






Het nieuwe Interreg-project SAFEgeeft MKB-ondernemers inzicht in de kansen die er liggen in de defensie- en dual-use markt én ondersteuning om de stap naar deze markt te zetten. Op 1 juli is het project officieel gestart.

Wereldprimeur ZRAF: geautomatiseerd lasersnijsysteem van Bystronic
Pagina 6
Europa investeert steeds meer in veiligheid en weerbaarheid. Daardoor groeit de vraag naar innovatieve technologieën. Voor veel MKB-bedrijven biedt dat nieuwe marktkansen. Tegelijkertijd blijkt de defensiemarkt vaak lastig toegankelijk. Specifieke regelgeving, aanbestedingen en kwaliteitseisen maken het moeilijk om de eerste stap te zetten. Het Interreg-project SAFE (Supplier Awareness for Future Engagement in Defence Contracts) helpt ondernemers die drempels te verlagen. Binnen het project werken de regionale ontwikkelingsmaatschappijen Oost NL, BOM, LIOF en NOM samen met Duitse partners aan een sterk innovatie-ecosysteem voor veiligheid, defensie en dual-use technologie. Zo krijgen MKB-bedrijven toegang tot kennis, netwerken en praktische ondersteuning.
Praktische hulpmiddelen
Binnen SAFE ontwikkelen de projectpartners praktische hulpmiddelen waarmee ze kunnen ontdekken welke mogelijkheden er voor hun bedrijf liggen. Zo komt er een toolbox waarmee een bedrijf zijn ‘Defence Readiness Level’ kan bepalen. Ook ontwikkelt het project een roadmap die laat zien welke stappen nodig zijn om leverancier te worden van defensieorganisaties of hun toeleveringsketens. Daarnaast brengt SAFE de mogelijkheden voor dual-use techno-
logieën in kaart: innovaties die zowel civiel als militair toepasbaar zijn. Door kennis te delen en bedrijven actief te begeleiden, wordt de weg naar de defensiemarkt overzichtelijker. Ingrid Meijer, projectmanager bij Oost NL: “Veel innovatieve MKB-ondernemers beschikken over technologie die ook voor defensie interessant is, maar weten de weg naar deze markt nog niet te vinden. Met SAFE brengen we ondernemers, kennisinstellingen en overheden uit Nederland en Duitsland samen. Zo helpen we bedrijven nieuwe marktkansen te benutten, versterken we de innovatiekracht van de grensregio en dragen we bij aan een weerbaar Europa.”
Juiste partners vinden
Binnen SAFE voert Oost NL de activiteiten uit in Oost-Nederland. Oost NL organiseert workshops, bijeenkomsten en individuele begeleiding waarmee ondernemers inzicht krijgen in de mogelijkheden binnen de defensiemarkt. Ook worden bedrijven geholpen de juiste partners te vinden en voorbereid op deelname aan defensie- en dual-use waardeketens.
SAFE staat onder leiding van het Duitse innovatiecluster NMWP.NRW.
Binnen het project werkt Oost NL samen met BOM, LIOF en NOM en de Duitse partners Emsland en INNOS.
Door kennis, expertise en netwerken te bundelen, helpen de partners innovatieve MKB-bedrijven sneller de weg te vinden naar internationale defensie- en dual-use markten.
Het project wordt uitgevoerd binnen het programma Interreg VI A Deutschland-Nederland en medegefinancierd door de Europese Unie,

de programmapartners en de deelnemende projectpartners. Interreg stimuleert grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederlandse en Duitse organisaties om gezamenlijke
economische en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en de grensregio verder te versterken. SAFE loopt van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2029.

Mazak organiseerde eind juni samen met RoboJob een seminar over automatisering in de verspaning. Speciaal voor deze gelegenheid hadden de twee partners een Mazak Variaxis C-700 met RoboJob Tower EVO opgesteld, waarmee flexibele, onbemande productie in de praktijk werd gedemonstreerd.
Mazak maakte duidelijk dat bedrijven automatisering op verschillende niveaus kunnen benaderen. “Iedere productieomgeving vraagt om een eigen oplossing. Het is belangrijk om
automatisering onderdeel te maken van het complete proces. Wat voor de een werkt, werkt niet voor de ander”, aldus Hugo Verlaak, Sales Manager Benelux bij Mazak. Mazak liet tijdens het seminar zien welke rol het bedrijf en zijn systemen daarin kunnen spelen, met nadruk op samenwerking met partners zoals RoboJob. Daardoor ontstaat een breed portfolio, van compacte beladingsoplossingen tot productiecellen met meerdere machines en een hogere mate van autonomie.
Lees het artikel op pagina 4-5



VOOR O.A. MACHINEBOUW EN INDUSTRIËLE BEHUIZING
Smart Industry heeft het whitepaper Engineering gepubliceerd. Hierin staat hoe strategieën en technologieën zoals Model Based Definition (MBD), Product Lifecycle Management (PLM), Configure-to-Order (CTO), Generative Design en AI kunnen worden ingezet om engineering workflows te optimaliseren, sneller te innoveren en concurrentievoordeel te behalen. De whitepaper is aan te vragen op smartindustry.nl.
Teqnow bereidt de 8ste serie Productiviteitskringen, die eind september starten, voor. De afgelopen 7 edities met in totaal 61 bijeenkomsten trokken ruim 2000 deelnemers. Het thema van de nieuwe serie is ‘Robotiseren en automatiseren van kleine series: wat werkt? Er worden 10 bijeenkomsten bij 10 verschillende gastbedrijven georganiseerd. Deze productiviteitskringen zullen weer zo praktisch mogelijk zijn: geen theoretisch verhaal over de fabriek van de toekomst, maar herkenbare voorbeelden, eerlijke lessen en concrete stappen voor MKB-metaalbedrijven.
Het platform 5xbeter, opgezet door de sociale partners om bedrijven en medewerkers te ondersteunen met informatie, instrumenten en advies om veilig en gezond te werken, bestaat dit jaar 20 jaar. Om dit te vieren zijn er komend najaar drie spetterende jubileum-events in de regio: 1 oktober in Zwolle, 6 oktober in Naarden en 5 november in Eindhoven. Meer informatie volgt binnenkort.
EIGEN STRAALCABINES
BUIZENLASER
INHOUSE ENGINEERING
Machinefabriek Heerbaart in Hengelo gaat een nieuw internationaal avontuur aan. Om de groei te ondersteunen en de wereldwijde service te optimaliseren, breidt Heerbaart uit met een extra productie-omgeving in China.
Recent is hiervoor de officiële overeenkomst getekend met de gemeente Ningbo (gelegen aan de oostkust in China, ten zuiden van Shanghai). Het betreft een ruime bedrijfsruimte met 4.500 vierkante meter vloeroppervlak. De twee bedrijfshallen worden uitgerust met een nieuw hightech machinepark en voorzien van bovenloopkranen met een hijscapaciteit tot 10 ton.
Strategische ligging De nieuwe locatie bevindt zich in een
dynamische industriële omgeving waar veel gieterijen en smederijen gevestigd zijn. Machinefabriek Heerbaart, leverancier van kwaliteitsproducten voor de (petro)chemische, hydraulische en filterindustrie, beschikt hier reeds over een groot netwerk aan lokale leveranciers. “Dit stelt ons in staat om specifieke werkzaamheden die wij lokaal uitbesteden, snel en efficiënt te laten uitvoeren. Denk hierbij aan het aanleveren van diverse soorten staal inclusief de bijbehorende materiaal beproevingen met certificering, oppervlaktebehandelingen en non-destructief onderzoek. Zo garanderen we ook in China de hoge kwaliteitsstandaard die klanten van ons gewend zijn”, aldus Heerbaart.
Hightech machinepark Momenteel is het team van
Fabory’s 3D CAD Portal passeerde in mei de grens van 100.000 downloads en kwam uit op 105.000. Dezelfde maand een jaar eerder ging het om 70.000 downloads.
Downloads vanuit het platform leidden in mei tot de aankoop van ruim 23.000 artikelen bij Fabory, specialist in bevestigingsmaterialen. In mei 2025 waren dat er 22.000.
Het CAD Portal is gratis beschikbaar voor klanten en prospects en wordt door ontwerpteams gebruikt om sneller artikelen te selecteren en de stap van ontwerp naar inkoop te verkorten. De bibliotheek bevat duizenden modellen van bevestigingsmaterialen, waaronder bouten, schroeven, moeren, ringen, draadinserts en andere artikelen. De
modellen zijn beschikbaar in meer dan 100 CAD-formaten zoals STEP, IGES, DWG en DXF. Elk model is direct gekoppeld aan een Fabory-artikel, waardoor engineers eenvoudig vanuit hun ontwerp doorstromen naar het bestelproces via de Fabory-webshop. Het gebruik van het Fabory-portal groeit gestaag. Engineers in meerdere landen hebben het inmiddels geïntegreerd in hun ontwerpworkflow. Deze ontwikkeling weerspiegelt volgens Fabory een bredere trend binnen de engineeringsector: ontwerpteams verwachten steeds vaker dat componentdata direct beschikbaar zijn, in het juiste formaat en gekoppeld aan producten die ze eenvoudig kunnen bestellen. Het Fabory 3D CAD Portal speelt in op deze ontwikkeling door CAD-data direct te koppelen aan bestelbare artikelen.
Zetten, tappen, verzinken, finishen. Alles geregeld voordat het bij jou binnenkomt. Eén onderdeel, één afspraak.
op de achtergrond druk bezig met het ontwikkelen van de perfecte lay-out en indeling van de hal. De nieuwe locatie wordt uitgerust met een veelzijdig machinepark dat in de eerste fase zal bestaan uit twee CNC horizontale draaibanken (Ø 750 x 1500 mm), twee CNC horizontale draaibanken (Ø 800 x 3000 mm), een CNC horizontale draaibank (Ø 1250 x 3000 mm), een verticale carrouseldraaibank (Ø 1600 x 800 mm, H = 1600 mm), een ver-
ticale carrouseldraaibank (Ø 2500 x 1000 mm, H = 1600 mm), twee CNC verticale freesbanken (XYZ = 1100 x 600 x 600 mm), twee CNC verticale freesbanken (XYZ = 1500 x 800 x 700 mm) en drie CNC horizontale freesbank (specificaties nader te bepalen). Dankzij deze uitbreiding kan Heerbaart in de toekomst nog flexibeler opereren, grotere volumes aan en haar internationale logistieke keten verder optimaliseren.

bewerken van profielen ø 30 - 540 mm. Met 12 meter invoer, 12 meter uitvoer en 12 kW vermogen is deze
ontwikkeld voor zwaardere en grotere profielen.
In de demo-werkplaats van Lumixz in Barneveld is een TKA-profiellaser geplaatst. Deze zal tijdens de open dag in september (11-12 september) officieel worden onthuld.
Deze machine is een krachtige profiellaser voor werkplaatsen waar het werk groter, zwaarder of complexer wordt of nu al is. De TKA-profiellaser bij Lumixz heeft een 540 chuck voor het bewerken van profielen ø 30 - 540 mm. Met 12 meter invoer, 12 meter uitvoer en 12 kW vermogen is deze machine ontwikkeld
voor zwaardere en grotere profielen. Denk aan staalbouw, constructiewerk en productie waarbij bereik, vermogen en doorvoerlengte belangrijk zijn. De eerste TKA-profiellaser is inmiddels verkocht aan Pater Las & Montage in Barneveld, specialist in staalconstructies, cascobouw en maatwerk in staal. Dit bedrijf heeft gekozen voor een uitvoering met Chuck ø 350 mm voor profielen van ø 30 - 350 mm. Na de bouwvak wordt de machine in het nieuwe pand van Pater in Lunteren geplaatst.


Mazak organiseerde eind juni samen met RoboJob een seminar over automatisering in de verspaning. Aan bod kwamen onder meer cobotautomatisering, laagdrempelige product- en pallethandling, multijob-systemen en volledig geautomatiseerde productiestraten met meerdere bewerkingscentra. Ook software voor geautomatiseerd programmeren kreeg aandacht. Speciaal voor het seminar hadden de twee partners een Mazak Variaxis C-700 met RoboJob Tower EVO opgesteld, waarmee flexibele, onbemande productie in de praktijk werd gedemonstreerd.
Mazak maakte duidelijk dat bedrijven automatisering op verschillende niveaus kunnen benaderen. “Iedere productieomgeving vraagt om een eigen oplossing. Het is belangrijk om automatisering onderdeel te maken van het complete proces. Wat voor de een werkt, werkt niet voor de ander”, zegt Hugo Verlaak, Sales Manager Benelux bij Mazak. Mazak liet tijdens het seminar zien welke rol het bedrijf en zijn systemen daarin kunnen spelen, met nadruk op samenwerking met partners zoals RoboJob. Daardoor ontstaat een breed portfolio, van compacte beladingsoplossingen tot productiecellen met meerdere machines en een hogere mate van autonomie.
Van palletwisselaar tot Palletech Mazak bouwt al sinds 1980 automatiseringsoplossingen. Volgens Verlaak is vooral de schaal waarop tegenwoordig geautomatiseerd kan worden, veranderd. “We kunnen een heel groot bereik aan werkstukafmetingen automatiseren. Tot 1.400 mm vierkant is al mogelijk en in dat segment is nog niet
veel concurrentie. We zien bovendien dat de vraag naar automatisering van grotere werkstukken toeneemt. Maar zoals gezegd is de automatiseringsbehoefte heel breed. Sommige bedrijven beginnen net met automatisering en maken grote stappen door alleen te investeren in een laagdrempelige oplossing voor werkstuk- of palletbelading, terwijl een ander bedrijf juist veel verder kijkt naar een deels onbemand of zelfs autonoom productieproces.”
Voor dat laatste heeft Mazak onder andere de Multi Pallet Pool (MPP) en Palletech-oplossingen in het portfolio. De MPP richt zich op bedrijven die rond een of twee bewerkingscentra meer autonomie willen creëren. Door meerdere palletposities op een beperkt vloeroppervlak te combineren, leent het systeem zich goed voor productie in de avonduren of weekenden, wanneer er minder operators aanwezig zijn. Voor nog meer productiviteit en autonomie komt Palletech in beeld. Daarmee kunnen meerdere machines worden gekoppeld aan één pallettransportsys-

teem. Mazak kan met Palletech tracks tot circa 50 meter realiseren. Wanneer de schaal nog groter wordt, werkt de machinebouwer samen met Fastems, dat gespecialiseerd is in omvangrijke flexibele productiesystemen. “Palletech wordt vooral relevant wanneer meerdere machines, opspanningen en orders centraal moeten worden aangestuurd in plaats van afzonderlijk.”
Van single naar multijob
Maarten van Bun, Sales Manager bij RoboJob, ging in op de samenwerking met Mazak en de automatiseringsmogelijkheden van de Belgische fabrikant. “Door stijgende productiekosten en salarissen is de marge van verspaners de laatste jaren afgenomen. Automatiseren is de enige manier om die marges weer gezond te krijgen. CNC-automatisering is echt een moneymaker als je het goed inzet. De ROI van een automatiseringsoplossing is altijd goed als de machine onbemand door kan produceren. Die spil moet draaien, dat is alles wat telt.”
Het portfolio van RoboJob begint bij de Coby, een laagdrempelige oplossing met een cobot. Deze is vooral bedoeld voor bedrijven die een eerste stap in CNC-automatisering willen zetten zonder direct een complex robotsysteem te integreren.
De Turn Assist en Mill Assist, inmiddels bekende systemen in de markt, zijn ontwikkeld voor het beladen van respectievelijk draaibanken en freesmachines. Deze systemen zijn geschikt voor bedrijven die repeterende beladingstaken willen automatiseren en de operator willen ontlasten. De volgende stap op de automatiseringsladder van RoboJob is de Pallet-Load. Deze richt zich op toepassingen waarbij werkstukken, opspanningen of pallets automatisch moeten worden geladen.
Daarmee schuift RoboJob op van losse werkstukhandling naar celautomatisering.
De laatste stap is een oplossing die automatisering van single naar multijob brengt, namelijk de Tower EVO. Dit is binnen het RoboJob-programma de meest flexibele oplossing. Het systeem was tijdens het seminar gekoppeld aan een Mazak Variaxis C-700, waardoor bezoekers live konden ervaren hoe het systeem in de praktijk werkt. In tegenstelling tot de andere systemen van RoboJob is de Tower EVO ontwikkeld als multijob-systeem, waardoor meerdere verschillende orders door elkaar kunnen worden geproduceerd.
Dat maakt de oplossing interessant voor bedrijven met een hoge productmix. “Met een multijobber zoals de Tower EVO gaat de marge nog verder omhoog, omdat je echt 24/7 kunt produceren. Hierdoor gaan de gemiddelde loonkosten omlaag, waardoor de marges omhooggaan.”
Veel opslag op weinig vloeroppervlak
De Tower EVO is beschikbaar in drie hoogtes: 3.500, 4.100 en 4.700 mm. Het systeem biedt tot 14 m² opslagruimte en een totaal laadvermogen van
6.960 kg. Door de verticale opbouw blijft het vloeroppervlak beperkt, terwijl de beschikbare capaciteit groot is. Volgens Van Bun is de grootste uitvoering vaak de meest logische keuze, omdat het prijsverschil beperkt is en de extra opslagcapaciteit direct meer autonomie oplevert.
De modulaire opbouw maakt het mogelijk om de cel aan te passen aan de productieomgeving. Denk aan ashandling, palletbelading, aan- en afvoer met AGV’s, meetintegratie en reiniging. Ook de trays in de toren kunnen flexibel worden ingericht, afhankelijk van werkstukafmetingen, opspanningen en productmix. Met de E-Grip van RoboJob wordt het toepassingsgebied verder verbreed. Deze intelligente grijper kan automatisch wisselen tussen werkstukgrijpers, spantangen, palletmodules en gereedschappen.
Automatisering van programmeren Mazak besteedde tijdens het seminar nadrukkelijk aandacht aan software. Zeker bij kleinere series kan de programmeertijd een belangrijk obstakel zijn. Wanneer een machine geautomatiseerd kan produceren, maar de



voorbereiding veel tijd vraagt, blijft een deel van het voordeel liggen. Een belangrijke ontwikkeling hiervoor is Solid Mazatrol, onderdeel van Mazatrol DX. Deze software is ontwikkeld om het programmeren van werkstukken eenvoudiger en sneller te maken. Programma’s kunnen automatisch worden gegenereerd vanuit 3D-modellen. Daarbij gebruikt de software machine learning om bewerkingsstrategieën te herkennen en voorkeuren van de programmeur over te nemen.
Waar Solid Mazatrol aanvankelijk alleen geschikt was voor het programmeren van drieassige bewerkingen, multitas-
kingmachines en sommige draaibewerkingen, is de nieuwste versie ook geschikt voor vijfvlaksbewerkingen. Dat is een belangrijke uitbreiding. Yves Wienen, Application Teamleader bij Mazak, demonstreerde tijdens het seminar hoe een gebruiker vanuit een Solid- of STEPbestand in enkele stappen tot een programma komt. De programmeur selecteert het 3D-model, kiest het materiaal, definieert de opspanning, positioneert het onderdeel in de klem en selecteert de aanzichten. Daarna genereert de software een programma dat eerst gesimuleerd kan worden. Eventueel kan met Quick Quote ook een kostprijs worden berekend op basis van onder
meer cyclustijd, gereedschapsstandtijd, uurtarief, materiaalkosten en het aantal onderdelen. “De software analyseert bestaande programma’s en leert van keuzes die programmeurs maken. Wanneer de software bijvoorbeeld eerst wil boren en daarna vlakken, maar de programmeur kiest voor eerst vlakken en daarna boren, neemt het systeem die voorkeur mee bij volgende programma’s. Zo wordt de software beter afgestemd op de werkwijze van het bedrijf”, aldus Wienen. Volgens hem verdwijnt de rol van de programmeur daarmee niet. “Vakkennis blijft nodig blijft voor opspanning, gereedschapskeuze, simulatie en eindcontrole.”

Een wereldprimeur in Raamsdonksveer: toeleverancier ZRAF (voorheen Giraf Metaalbewerking) heeft als eerste bedrijf ter wereld een nieuw geautomatiseerd lasersnijsysteem van Bystronic in gebruik genomeneen configuratie die beide bedrijven samen ontwikkelden. De inzet: maximale flexibiliteit voor een maakbedrijf dat dagelijks schakelt tussen hoogwaardige seriematige producties en spoedwerk.
ZRAF werd ruim tien jaar geleden opgericht door Guido Mols, die de productie van zijn hoogwaardige overdruksystemen - tot dan toe belegd in Oost-Europa - in eigen hand nam om de groei te versnellen en directer op klantwensen in te spelen. Die keuze voor productie dichtbij is vandaag actueler dan ooit voor bedrijven die hun productie willen terughalen: snel schakelen, korte lijnen, grip op kwaliteit. Vanaf de eerste machine koos het bedrijf voor A-merken; die lijn ligt tot vandaag onder elke investering.
Uitbreidingen
Inmiddels is ZRAF uitgegroeid tot een toeleverancier met zo’n dertig medewerkers en circa 4.500 m² vloeroppervlak, na uitbreidingen met een nieuwe productiehal in 2018 en het naastgelegen pand in 2025 - goed voor 1.500 m² extra productieruimte en 500 m² moderne kantoorfaciliteiten. Het overdruksysteembedrijf is enkele jaren geleden verkocht; de behuizingen en frames ervoor maakt ZRAF nog altijd. Het bedrijf staat onder leiding van Guido Mols en Pjotr van Noort, die sinds 2019 aan het bedrijf verbonden is, er uiteenlopende rollen bekleedde van werkvoorbereiding tot directie, en in 2024 de logische vervolgstap zette naar mede-eigenaarschap.
“We leveren hoogwaardige technische producten en complete samenstellingen”, zegt Van Noort. “Frames, behuizingen en constructiedelen - desgewenst volledig afgewerkt en gepoedercoat - voor elektrificatie, batterijtechnologie, machinebouw en scheepvaart, op een kwaliteitsniveau dat je in de automotive terugvindt. Klanten leggen hun complete productiebehoefte bij ons neer. En wat we niet zelf in huis hebben, organiseren

Het geautomatiseerde lasersnijsysteem bestaat uit geschakelde magazijntorens (in totaal 160 palletplaatsen), shuttlewagens voor de aan- en afvoer van plaatmateriaal, twee
systemen voor het automatisch beladen en ontladen. De configuratie is door Bystronic en ZRAF samen ontwikkeld.
we via ons netwerk: we zitten midden in het metaalbewerkingshart van WestBrabant.”
Samen ontwikkeld
De basis van vrijwel elk product ligt bij het lasersnijden - en juist daar knelde het. ZRAF verwerkt dagelijks uiteenlopende materiaalsoorten in diktes van 0,5 tot 25 mm. De twee bestaande Bystronic-vlakbedlasers presteerden goed, maar de aanvoer van al die verschillende platen bleef een beperkende factor. Een standaardoplossing die daarbij paste bestond niet. ZRAF schetste daarom vanuit de eigen productievisie een opzet waarin flexibiliteit voorop staat; Bystronic herkende de kracht van dat concept en ontwikkelde het samen met ZRAF tot een volwaardig systeem. Zo ontstond een configuratie die nergens anders ter wereld draait.

Het systeem, geïnstalleerd in de nieuwe productieruimte, bestaat uit geschakelde magazijntorens met in totaal 160 palletplaatsen, shuttlewagens voor de aan- en afvoer van plaatmateriaal, twee fiberlasers en twee ByLoader Flex-systemen voor het automatisch beladen en ontladen. Verschillende materialen worden voortdurend door elkaar verwerkt. De winst laat zich direct naar de klant vertalen: 24/7 snijcapaciteit, sluitend voorraadbeheer met realtime inzicht in de locatie van elke plaat, en doordat het magazijn de hoogte benut, blijft kostbaar vloeroppervlak beschikbaar voor bewerkingen die waarde toevoegen.
Maximale flexibiliteit
Waar lasers in veel geautomatiseerde systemen rechtstreeks aan het magazijn zijn gekoppeld, koos ZRAF bewust voor een andere opzet: beide lasers beschikken over een eigen ByLoader Flex en een aparte tafel. Gesneden materiaal gaat terug het magazijn in en is op elk gewenst moment oproepbaar; kritische producten worden direct vanaf de altijd toegankelijke wisseltafel uitgenomen. “Deze opstelling past perfect bij ons profiel”, zegt Van Noort. “We produceren hoogwaardige, seriematige producten en passen daarnaast moeiteloos jobwerk in. Je kunt één laser stilzetten voor onderhoud terwijl de andere doorproduceert, en spoedorders uit een halve plaat schuiven we probleemloos tussendoor.”
Bewezen in de praktijk
De installatie draait inmiddels enkele
maanden op volle capaciteit. De bediening is zo eenvoudig dat ook minder ervaren medewerkers ermee kunnen werken - een concreet antwoord op de krappe arbeidsmarkt. Later dit jaar volgt de volledige koppeling aan de bedrijfssoftware van ZRAF. Ook de afbraamcapaciteit is uitgebreid en in dezelfde ruimte ondergebracht: kortere routing, minder interne transportbewegingen en volop ruimte om onderdelen overzichtelijk uit te sorteren.
Joris Meesters van Bystronic bevestigt de bijzondere aanpak: “Wij ontwikkelen vaker automatiseringsoplossingen, maar deze configuratie is ontstaan vanuit de praktijk van ZRAF. Hun productieproces vroeg om een andere aanpak dan bestaande systemen konden bieden. Met deze opstelling positioneer je jezelf opnieuw en speel
en twee ByLoader
je in op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt.”
Klaar voor de volgende stap De volgende stap zet het bedrijf onder de nieuwe naam ZRAF; Giraf Metaalbewerking dekte de lading niet meer. “We zijn een maakbedrijf dat hoogwaardige technische producten levert. We zijn thuis in groeimarkten als elektrificatie en batterijtechnologie, maar net zo goed in elke andere niche waar kwaliteit telt. Van complexe seriematige samenstellingen tot enkelstuks: klanten kunnen hun complete productiebehoefte bij ons neerleggen, met de zekerheid van korte levertijden en een constant hoog niveau.” Met de nieuwe installatie, de uitgebreide huisvesting en een naam die de lading wél dekt, is die volgende stap vooral een kwestie van doorpakken.

Waalkade 32
5347 KS, Oss
T: +31 (0) 412 64 00 86
info@vankerkhof-oss.nl www.vankerkhof-oss.nl

18 5253 RH Nieuwkuijk
T. (073) 511 85 03
info@vmc.eu
www.vmc.eu




















































PINACHO S -
Metaaldraaibank: T.d.c.
C.h
C.h. boven support 130mm
Spil doorlaat 52 mm
Voorzien van: 3 klauwplaat Ø 200 mm ( Forkhard) Snelwisselhouder Multi Fix
Digitale uitlezing en constante snijsnelheid + div. centers en boorhouder enz.








Auralis, het buy-and-build platform gespecialiseerd in oppervlaktebehandeling, heeft Straalbedrijf Asten overgenomen. Hiermee zet Auralis opnieuw een stap in haar strategie om een toonaangevende groep van specialisten in de oppervlaktebehandelingssector te bouwen.
Straalbedrijf Asten voert straal- en poedercoatwerkzaamheden voor industriële toepassingen uit. Het bedrijf staat bekend om zijn vakmanschap, betrouwbaarheid en klantgerichte aanpak. De onderneming vormt daarmee een waardevolle aanvulling op de bestaande bedrijven binnen Auralis. Auralis brengt zelfstandige specialisten in oppervlaktebehandeling samen met als doel hun continuïteit, kennisontwikkeling en groei te versterken. De groep bestaat momenteel uit Hegin, KO-AR, M-Ring Coating en Allround Straal &
Spuitbedrijf. Met de toevoeging van Straalbedrijf Asten wordt de expertise en geografische aanwezigheid van de groep uitgebreid. Algemeen directeur
Peter van der Vecht van Auralis is trots dat oprichter en eigenaar Frans de Leijer van Straalbedrijf Asten heeft gekozen voor Auralis als partner voor de volgende fase van de onderneming. “Deze overname past perfect binnen onze ambitie om een sterke groep van gespecialiseerde oppervlaktebehandelaars te bouwen, waarbij ondernemerschap, kwaliteit en vakmanschap centraal staan.”
Voor Frans de Leijer, die gedurende een overgangsperiode van één jaar betrokken blijft bij de onderneming om de overdracht zorgvuldig vorm te geven, was het belangrijk een partij te vinden die begrijpt wat zijn bedrijf sterk heeft gemaakt en die de medewerkers en klanten waardeert. “In Auralis heb ik die partner gevonden. Ik heb er alle vertrou-
Koning Willem-Alexander heeft eind juni VDL Groep in Born bezocht. Op deze locatie produceert het industriële familiebedrijf materieel voor de Nederlandse en Oekraïense krijgsmacht, in opdracht van het ministerie van Defensie.
Tot begin 2024 produceerde de fabriek van VDL auto’s. Tegenwoordig worden er onder meer drones, batterijpakketten en onbemande voertuigen die materiaal of gewonden kunnen transporteren gemaakt. VDL Groep draagt zo bij aan de opschaling van de Nederlandse defensieindustrie.
Na een gesprek met de directie over onder meer de motivatie om samen te werken met Defensie en de om-

van der Leegte.
schakeling van de productieketen, bezocht de koning de productielijnen voor batterijpakketten, drones en onbemande voertuigen. Ook kreeg hij uitleg over de productie van verschillende typen drones. Tot slot ging Koning Willem-Alexander in gesprek met diverse betrokkenen over de samenwerking met het bedrijfsleven en met de overheid en over het werven van personeel.

wen in dat Straalbedrijf Asten binnen de groep verder kan groeien, terwijl de cultuur en kwaliteit behouden blijven.”
Straalbedrijf Asten blijft onder de vertrouwde naam opereren en behoudt
haar eigen identiteit, medewerkers en klantrelaties. Tegelijkertijd krijgt het bedrijf toegang tot de kennis, ervaring en ondersteuning van de bredere Auralis-groep.
De Smart Manufacturing Group (SMG), een groep van gespecialiseerde softwarebedrijven met een sterke focus op de maakindustrie, heeft Blending Nederland overgenomen. Met deze stap versterkt SMG haar positie als partner voor digitalisering en automatisering binnen de maakindustrie en de semi-procesindustrie.
Blending Nederland is een gespecialiseerde partner voor bedrijven in de semi-procesindustrie. Door slimme softwareoplossingen te combineren met branchekennis helpt het bedrijf organisaties hun processen verder te digitaliseren. Roland ten Broeke en Ger Bos, managing directors van SMG: “Met Blending Nederland versterken we onze positie binnen de semi-procesindustrie. Deze overname past naadloos binnen onze ambitie om productiebedrijven
te ondersteunen met innovatieve en toekomstgerichte technologieën. Naast Exact Software en Priority Software is Infor Blending ons derde ERP-platform waarmee we klanten in diverse niches de beste oplossing kunnen bieden, aangevuld met onze eigen Smart Solutions. En met Doccomplete wordt, naast onze bestaande ScanSys propositie, documentmanagement en procesautomatisering toegevoegd. SMG ondersteunt productiebedrijven met oplossingen op het gebied van ERP, productieplanning, shopfloor control, digitalisering en procesoptimalisatie. Met bedrijven als AB, Propos Software, Komexo, Limis en nu ook Blending Nederland beschikt de groep over een breed portfolio aan oplossingen waarmee productiebedrijven hun prestaties kunnen verbeteren en hun concurrentiepositie kunnen versterken.
...JA (ketting)klemmen en Centromat klemmen
Onmisbaar voor iedere pijpfitter. De JA klemmen zijn leverbaar in een klembereik van ½” tot 14”. De JA kettingklemmen zijn zelfs leverbaar tot 80”. Beiden zijn leverbaar in staal en RVS.



De Centromat binnen- en buitenklemmen zijn ideale hulpmiddelen om een flens/pijp of pijp/pijp verbinding te fitten. Kijk op de website voor alle uitvoeringen.

een
Bart Knippels heeft per 1 juli het stokje overgenomen van Arno van den Akker, die ruim dertig jaar aan het roer stond en het bedrijf heeft gebracht tot waar het vandaag staat. Met zijn vertrek komt een einde aan een periode waarin een lid van de familie Van den Akker aan het hoofd van het bedrijf stond. Akker Metaal is sinds begin dit jaar onderdeel van de Peters Groep. “In Bart hebben we een directeur gevonden die past bij het DNA van Akker Metaal: vakkundig, klantgericht en menselijk. Onder zijn leiding kan Akker Metaal zich als zelfstandig bedrijf, met een eigen identiteit en strategie, verder ontwikkelen binnen onze groep”, zegt Boris Kwantes, directeur Peters Groep.
Broshuis - Michel Barneveld is per 1 juli bij opleggerfabrikant Broshuis in Kampen verder gegaan in de rol van Operations Manager. “Een mooie nieuwe uitdaging, dichter op de werkvloer en met volop kansen om processen, teams en resultaten verder te versterken”, aldus Barneveld.
One Click Steel - Elmer Kostwinder start per 1 september als Sales Manager bij One Click Steel, het bestelplatform van DG Steel Group dat de kracht van meerdere gespecialiseerde metaalbedrijven samenbrengt en klanten via één platform toegang biedt tot een scala aan metaalbewerkingen. Kostwinder is afkomstig van IJzer en Schroothandel in Putten, partner in het recyclen en verwerken van diversen soorten ijzer en metalen.


www.profilelaser.nl




































We snijden en bewerken gesloten koker- of buisprofielen, hoek- en U-profielen


































































Krijg grip op je productie met Lumixz




LT12-buislaser







Van 4-6 losse stappen naar 1 bewerking



Ervaar hoe jouw product in één keer wordt gemaakt in onze demo-werkplaats.




















De buislaserspecialist Profilelaser vergroot met de LT12-buislaser haar mogelijkheden tot Ø305 mm diameter, 12 meter lengte en profielen t/m IPE240 Hiermee zijn wij ook voor grotere buizen, en zware profielen uw partner.
















Werk tot 10 sneller
met een plaat- en profiellaser


Vraag






















Kijk op onze vernieuwde website lumixz.nl

info@lumixz.nl
Factorijweg 2, 3771 NE Barneveld
Hoogwaardige metaalbewerkingsmachines afkomstig uit het faillissement van Almec Scan de QR-code en start met bieden!




Kunstmatige intelligentie (AI) zal een van de belangrijkste thema's zijn op AMB, de internationale vakbeurs voor metaalbewerking die direct na de zomervakantie (15-19 september) plaatsvindt in Stuttgart. Heeft de industrie al daadwerkelijk vooruitgang geboekt met (of door) AI en wat kunnen bezoekers verwachten op AMB?
Guido Reimann, adjunct-directeur van de Duitse brancheorganisatie VDMA Software en Digitalisering en coördinator van het VDMA Competentienetwerk Kunstmatige Intelligentie, bespreekt de kansen, obstakels en de laatste ontwikkelingen.
AI was ook tijdens AMB 2024 al een belangrijk onderwerp. Waar staat de metaalbewerkingsindustrie nu? Is AI al doorgedrongen in de industriële praktijk, of worden er nog steeds pilotprojecten uitgevoerd?
Reimann: “Voor de machinebouwsector in het algemeen, en met name voor bedrijven die zich bezighouden met precisie- en werktuigmachinebouw, blijft kunstmatige intelligentie een belangrijk onderwerp. Uit een VDMA-enquête van begin 2026 blijkt dat meer dan 80 procent van de machinebouwbedrijven AI-technologieën nu als steeds belangrijker beschouwt. Ongeveer een derde van deze bedrijven gebruikt AI al in de praktijk. Met andere woorden, we zijn de experimentele fase voorbij. AI dringt steeds meer door in onze dagelijkse toepassingen en er worden nog steeds veel pilotprojecten uitgevoerd om de technologie beter te leren kennen en te experimenteren met nieuwe toepassingen.”
“De huidige industriële productie richt zich op softwareontwikkeling, -ontwerp, corporate governance, IT, marketing en
communicatie. We zien ook een toename in het gebruik van AI-oplossingen in de verkoop en bij productgerelateerde diensten voor de machinebouwsector.
Om het verdere potentieel te benutten, moeten bedrijven hun eigen digitaliseringsinspanningen nauwlettend volgen en strategisch plannen maken voor succes.”
De machinebouwsector hoopt op meetbare efficiëntiewinsten door het gebruik van AI. Heeft u concrete cijfers uit de metaalbewerkingsindustrie – en wat zijn de grootste obstakels bij de implementatie?
“AI-oplossingen en -benaderingen beloven niet alleen efficiëntiewinst, maar een grotere efficiëntie over de gehele waardeketen. Denk bijvoorbeeld aan lagere kosten bij het opstellen van technische documentatie en handleidingen, tijds- en kostenbesparingen in de inkoop door het aantal identieke onderdelen te verhogen en zo de inkoopvoorwaarden te verbeteren, of het verminderen van ongeplande stilstand, bijvoorbeeld bij werktuigmachines – waar kostenbesparingen van 10 tot 20 procent mogelijk zijn. AI-oplossingen kunnen ook helpen om processen te versnellen op gebieden zoals ontwikkeling, productie, verkoop en klantenservice.”
“De grootschalige implementatie van duurzame digitalisering is een voorwaarde voor het gebruik van AI en andere digitale technologieën. Er doen zich echter vaak obstakels voor, zoals verandermanagement, trage implementatie of een gebrek aan personeel. Mislukkingen hebben vaak minder te maken met de technologie zelf en meer met de organisatie, besluitvormingsstructuren, gebrek aan integratie, kennis over toepassingen en beperkingen, en

andere niet-technische factoren. En als het om AI gaat, zal niet elk pilotproject slagen. Het is belangrijk om dit vroegtijdig te herkennen en waardevolle middelen in te zetten voor effectievere digitaliseringsactiviteiten.”
Welke AI-technologieën en toepassingsgebieden zijn het vermelden waard tijdens AMB 2026?
“Als het gaat om de klassieke sectoren productontwikkeling en -ontwerp, maar ook om softwareontwikkeling, zien we nu veel AI-oplossingen vanuit de software-industrie. Tegelijkertijd zijn er veel machinebouwbedrijven die AI-technologieën in hun producten of productgerelateerde diensten hebben

geïntegreerd en deze promoten voor metaalbewerkingstoepassingen. Op AMB vinden vakbezoekers niet alleen machinefabrikanten en leveranciers van productiediensten, maar ook softwareen servicebedrijven die ondersteuning kunnen bieden over de gehele waardeketen.”
Industriële AI, de EU AI-wetgeving, humanoïde robotica, kwantumcomputing – er is veel gaande. Welke ontwikkelingen moeten we in de metaalbewerkingsindustrie de komende vijf jaar nauwlettend in de gaten houden?
“Er is zeker sprake van een uitbreiding van de relevante digitale technologieën, toepassingsscenario's en wettelijke eisen. Dit is iets wat leveranciers en de industrieën die de producten gebruiken, moeten omarmen. Digitale technologieën worden niet alleen steeds relevanter voor interne bedrijfsprocessen, maar hebben ook een grotere invloed op de bedrijfsmodellen. Vroegtijdige erkenning en acceptatie van
deze nieuwe digitale technologieën, en de kansen die ze bieden voor het bedrijf en de klantsectoren, leggen de basis voor toekomstig succes. Uit het VDMA-onderzoek weten we ook dat machinebouwbedrijven momenteel prioriteit geven aan het gebruik en de uitbreiding van drie specifieke technologieën: kunstmatige intelligentie, digitale tweelingen en open-source software.

Het thema kunstmatige intelligentie (AI) komt niet alleen aan bod op de beursstands, maar ook in persoonlijke gesprekken met experts op het AMB-podium op woensdag 16 september.
Er staan twee speciale evenementen op het programma: het VDMA Software and Digitalisation-evenement nodigt bezoekers uit deel te nemen aan de plenaire discussie ‘Kunstmatige intelligentie in de productie
– Praktische voorbeelden’ van 12.00 tot 13.30 uur. Aansluitend is er om 14.00 uur een expertlezing over ‘AI in de productie – Van hype tot toegevoegde waarde’, met vertegenwoordigers uit de industrie en het onderzoek. Zij bespreken de laatste ontwikkelingen, specifieke toepassingen en open vragen met betrekking tot het gebruik van AI in de metaalbewerkingsindustrie. Het AMB-podium bevindt zich in het atrium bij ingang Oost.
Van 22 tot en met 25 september vindt in Messe Essen voor het eerst de Euro Defence Expo (EUDEX) plaats, gelijktijdig met Security Essen. Hiermee ontstaat een nieuw platform waar civiele en militaire veiligheidsoplossingen samenkomen.
Een andere vakbeurs uit Essen maakt
gebruik van deze synergie: Schweissen & Schneiden presenteert zich met een gezamenlijke stand op EUDEX en laat zien welke rol verbindings-, snij- en oppervlaktetechnologieën spelen in moderne defensietoepassingen. Op een gezamenlijke stand presenteren 14 exposanten van de vakbeurs voor verbinden, snijden en
oplassen hun portfolio’s: Alexander Binzel Schweisstechnik, Carl Cloos Schweisstechnik, Drahtwerk Elisental W. Erdmann, DVS – Deutsche Gesellschaft für Schweißen und verwandte Verfahren, DWT Druckluft-WerkzeugTechnik, FICEP, Hermann Fliess & Co, Gefertec, Kuhlmeyer Maschinenbau, Lissmac Maschinenbau, Lorch Sch-
weißtechnik, Messer, SBI en Vautid. De defensie-industrie vormt een aantrekkelijk werkterrein voor de las- en snijsector. Of het nu gaat om voertuigbouw, scheepsbouw, lucht- en ruimtevaart, beschermde infrastructuur, mobiele systemen of het onderhoud van bestaand materieel: in al deze sectoren worden robuuste materialen
verwerkt, onderdelen gerepareerd, componenten gemoderniseerd en sterke verbindingen gerealiseerd. Processen uit de verbindings-, snijen oppervlaktetechnologie leveren daarbij een essentiële bijdrage aan beschikbaarheid, duurzaamheid en operationele inzetbaarheid.
Op het Alma College in Almelo is voor de 57e keer de Boessenkoolprijs uitgereikt door Eelco Osse, directeur van Machinefabriek Boessenkool. De prijs ging naar Tim de Jonge (16), die is geslaagd voor de opleiding Produceren, Installeren en Energie (PIE) Basis Beroeps. Al sinds 1969 wordt de prijs jaarlijks uitgereikt aan jong technisch talent in de regio. Hiermee benadrukt Boessenkool haar betrokkenheid bij technische opleidingen.
Dat Tim als winnaar uit de bus is gekomen, is volgens zijn docent Erwin Geerdink geen toeval. “Tim is een echte alleskunner, een aanpakker die zich niet laat afleiden als hij ergens mee bezig is. Een voorbeeldige leerling, die aan de ene kant zijn huiswerk doet en serieus is. Aan de andere kant is hij erg handig en niet bang om iets uit te proberen, terwijl hij ondertussen wel een helicopterview weet te houden.”
Samen met zijn maatje Joey heeft Tim zijn skills laten zien in het Eskelter project waarin kleine groepjes leerlingen leren samenwerken. Alle
PIE-elementen komen mooi samen in dit project: demonteren, logisch opnieuw opbouwen van het frame, elektrische motor plaatsen, bedrading en ketting op spanning zien te krijgen, et cetera.
Ook de verschillende technieken zoals lassen, plaatwerk, verspanen, monteren en bedraden komen aan bod. Bijvoorbeeld voor het maken van accubakjes, elektrisch pedaal, de bedradingskokers de bedrading aanleggen, diverse modules en indicatiemeters. Dat de leerlingen na een heel schooljaar zwoegen hun eigen skelter even rustig uit mogen proberen is natuurlijk de kers op de taart.
Samen iets moois opbouwen Als docent en projectbegeleider van het E-skelter-project geeft Erwin het belang aan om leerlingen samen
te laten werken bij zo’n project: “Ondanks alle verschillen leren ze omgaan met tegenslag, problemen oplossen, overleggen en samen letterlijk iets moois opbouwen. Daar geniet ik enorm van.”
Erwin: “Tim kiest ervoor om met het BB diploma op zak een stapeljaar te doen naar Kader niveau om uiteindelijk op niveau 3 of 4 van het ROC te kunnen instromen. Dat is knap gezien het feit dat hij vanuit Praktijkonderwijs pas sinds het 3e leerjaar bij ons is. Met zijn 16 jaar, zijn karakter en instelling én omdat hij gewoon erg slim is, weet ik dat hij ook daar zijn kwaliteiten gewoon weer zal laten zien en doorgroeit naar een echte vakman-in-spé. Tim is een mooi voorbeeld van een leerling die doorzet. Hij is een topper met een mooie toekomst voor de boeg in de maakindustrie.”
Veelbelovend technisch talent
Directeur Eelco Osse van Machinefabriek Boessenkool noemt het aantrekken van getalenteerde jongeren

van de Boessenkoolprijs 2026.
‘cruciaal’. “Niet alleen voor henzelf, maar ook voor de bloei van bedrijven in de metaal- en elektrobranche. Onze prijs is een middel waarmee we Eelco Osse van Machinefabriek Boessenkool en de moeder van
dit enthousiasme willen aanwakkeren en de jonge generatie inspireren om te streven naar een veelbelovende carrière in de techniek.”
Sinds 1 juli kunnen mensen die interesse hebben in een baan in de techniek terecht bij de nieuwe Techniekroute. Via techniekroute. nl en persoonlijke begeleiding in de regio krijgen zij hulp bij het vinden van werk en opleiding in de techniek. De Techniekroute is gestart in Drenthe, Friesland, Groningen, Zeeland en Zuid-Holland. De lancering is onderdeel van
het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek, een initiatief van FME, Metaalunie, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, WENB en Bovag. Met deze nieuwe route maken zij stap naar technisch werk eenvoudiger voor mensen die zich willen oriënteren op een toekomst in de techniek. Ook voor de technologische industrie biedt dit kansen: meer mensen krijgen zicht op de beroepen, bedrijven en ontwikkelmogelijkheden in deze sector.
Eén herkenbare ingang
De Techniekroute richt zich op mensen die een overstap naar een technisch beroep overwegen, maar nog niet precies weten welke richting bij hen past. Zij kunnen zich breed orienteren op zes technische sectoren, waaronder metaal en metalektro. Op techniekroute.nl vinden geïnteresseerden informatie over meer dan tweehonderd beroepen, opleidingsroutes en arbeidsvoorwaarden. Wie
METAVAK/Welding Week geeft de beurs dit jaar een nieuwe impuls met een concept waarin ontmoeting en interactie de hoofdrol spelen. In plaats van alleen te luisteren, worden bezoekers uitgenodigd om vragen te stellen, mee te discussiëren en kennis te delen.
Volgens beursorganisator Easyfairs draagt deze opzet bij aan een dynamische beursvloer en waardevolle gesprekken tussen bezoekers en exposanten.
Pitch Area
Een belangrijk onderdeel van het
programma is de Pitch Area. Hier verzorgen exposanten korte, krachtige pitches, die worden gevolgd door een interactief interview met ruimte voor vragen uit het publiek. Of het nu gaat om een onderscheidende USP, een bedrijfsintroductie, een slimme direct toepasbare (duurzame) oplossing of een innovatie, exposanten krijgen de kans hun verhaal op een krachtige manier te presenteren.
Industry Talks
Daarnaast bieden de Industry Talks een podium aan experts en professionals uit de metaalbranche. Tijdens
interactieve rondetafelgesprekken staan actuele thema's, uitdagingen en innovaties centraal en is er volop gelegenheid voor discussie en kennisdeling.
Business innovator en presentator Mitch van Nieuwkerk zal de exposanten bij hun pitch begeleiden en de paneldiscussies leiden.
Met deze nieuwe opzet speelt METAVAK/Welding Week in op de behoefte aan inhoudelijke ontmoetingen en praktijkkennis. Bezoekers krijgen zo niet alleen de nieuwste ontwikkelingen te zien, maar doen ook direct
Leuka, een Duitse specialist in de productie van hoogwaardige precisiecomponenten en fijnmechanische onderdelen, wordt onderdeel van Wilvo.
Na de eerdere uitbreiding in Duitsland met Buchberger zet de partner voor hightech OEM’s op het gebied van high mix low volume metaalbewerking hiermee een volgende stap
in de uitbouw van een sterk Europees netwerk van gespecialiseerde hightech productiebedrijven.
Voor Leuka vormt deze samenwerking de basis voor verdere groei en technologische ontwikkeling. Al ruim veertig jaar fungeert het bedrijf als technologiepartner voor klanten in onder meer de lucht- en ruimtevaart, de semiconductor-industrie en
defensie. Het bedrijf staat bekend om zijn hoogwaardige precisiebewerking, technologische expertise en langdurige klantrelaties. De samenwerking met Wilvo betekent voor Leuka een belangrijke stap richting de toekomst. De toenemende technologische complexiteit, internationale marktvraag en groeiambities vragen om verdere investeringen, schaalgrootte
daarna verder wil, kan terecht bij een coach in de regio. Die denkt mee over passend werk, scholing en de volgende stap richting een technische loopbaan.
Gefaseerde start in vijf regio’s De Techniekroute is op 1 juli gestart in Drenthe, Friesland, Groningen, Zeeland en Zuid-Holland. Het gaat om een gefaseerde introductie. De ervaringen uit deze regio’s zullen wor-
den gebruikt om de aanpak verder te versterken en uit te breiden naar de rest van Nederland.
De Techniekroute is onderdeel van het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek. Daarin werken werkgeversorganisaties, vakbonden, opleidingsen ontwikkelingsfondsen en andere partners samen aan meer instroom, behoud en ontwikkeling van technisch talent.
toepasbare inzichten op. Exposanten op METAVAK/Welding Week kunnen zich via een mail naar desi.toornvliet@easyfairs.com aanmelden voor een pitch in de Pitch Area. Ook aanmelden voor de Industry Talks kan bij Desi Toornvliet.
Bezoekersregistratie geopend
Ondertussen is de registratieportal voor bezoekers is inmiddels geopend. Een gratis toegangsticket is aan te vragen via de websites van METAVAK en Welding Week. De beurs vindt plaats op 6, 7 en 8 oktober in Evenementenhal Gorinchem.

en een partner die dezelfde langetermijnvisie deelt. Als onderdeel van Wilvo krijgt Leuka toegang tot een sterk internationaal platform, aanvullende investeringsmogelijkheden en extra technologische- en operationele slagkracht.
Tegelijkertijd versterkt Wilvo haar positie met de specialistische kennis, het complementaire klantenportfolio
en de sterke marktpositie van Leuka. Leuka blijft zelfstandig opereren vanuit de locatie in Weiler-Simmerberg. Ook de huidige directie behoudt de dagelijkse leiding van het bedrijf. Voor klanten en medewerkers betekent dit continuïteit, met dezelfde hoogwaardige dienstverlening en kwaliteit waarop zij al jarenlang vertrouwen.
11 september
Relatiedag aalbers|wico
Relatiedag ter ere van 60-jarig bestaan aalbers|wico, Renswoude aalberswico.nl
15-19 september
AMB
Vakbeurs voor metaalbewerkingstechniek
Messe Stuttgart messe-stuttgart.de/amb
15, 16 september
Future Pulse
Robotica-conferentie
Evoluon, Eindhoven nlrobotics.nl
16, 17 september
Kunststoffenbeurs
Vakbeurs en congres
Brabanthallen, Den Bosch kunststoffenbeurs.nl
6, 7, 8 oktober
METAVAK
Vakbeurs voor de metaalbewerkende industrie
Evenementenhal Gorinchem metavak.nl
6, 7, 8 oktober
Welding Week
Event voor verbindingstechnieken
Evenementenhal Gorinchem welding-week.nl
20-24 oktober
Euroblech
Internationale vakbeurs voor plaatbewerking
Messe Hannover euroblech.de
27 oktober
Lijm Event
Congres met expo Mikrocentrum, Veldhoven mikrocentrum.nl
27 oktober
Materials Engineering
Congres met expo Mikrocentrum, Veldhoven mikrocentrum.nl
3, 4, 5 november
Open Huis Dormac CNC Solutions
CNC-technologie, automatisering en procesoptimalisatie dormaccncsolutions.nl
18, 19 november
Precisiebeurs
Vakbeurs met congres Brabanthallen, ’s-Hertogenbosch precisiebeurs.nl
Uw open dag in de Metaalnieuws-agenda?
Mail de gegevens naar redactie@metaalnieuws.nl.
NL Robotics, de brancheorganisatie voor robotica in Nederland, organiseert op 15 en 16 september de eerste editie van Future Pulse. Op deze robotica-conferentie komen innovatie, industrie, onderzoek en beleid samen. Plaats van handeling is het Evoluon in Eindhoven.
Het event brengt het Nederlandse robotica-ecosysteem bij elkaar en biedt een platform voor kennisdeling, samenwerking en het versterken van de sector. Tijdens Future Pulse staat de rol van robotica in maatschappelijke en industriële ontwikkelingen centraal.
Het event biedt inzicht in de huidige stand van robotica in Nederland en de kansen voor de toekomst.
Deelnemers aan Future Pulse 2026 ontdekken hoe robots en AI onze wereld veranderen - van zorg en industrie tot
onderwijs en dagelijks leven. Het worden volgens organisator NL Robotics twee inspirerende dagen vol innovatie, inzichten en ontmoetingen met de mensen die bouwen aan morgen. Het programma bestaat uit inhoudelijke sessies, bijdragen van experts en mogelijkheden om te netwerken met professionals uit het veld. Tevens zijn er allerlei demo’s. De conferentie richt zich op bedrijven actief in robotica en automatisering, onderzoekers en kennisinstellingen, beleidsmakers en overheden, innovators en technologieprofessionals.
Tijdens Future Pulse vindt ook de landelijke finale van de Nationale Robotics Awards plaats. Deze prijzen zijn in het leven geroepen om innovatieve robotica- en AI-projecten uit het onderwijs,
ABISS Breda, de netwerksummit en technologiebeurs voor digitale transformatie in de maakindustrie, is verplaatst naar 3 december in Breepark Breda. Tevens zijn de eerste namen bekendgemaakt van het expertprogramma dat centraal staat tijdens het event.
De beslissing om ABISS Breda te verplaatsen kwam er na overleg met exposanten, kennispartners en andere stakeholders. Rond de oorspronkelijke datum eind oktober stonden verschillende evenementen rond cybersecurity, digitalisering en industriële innovatie gepland, waardoor professionals uit de sector voor keuzes kwamen te staan.
ABISS Breda kent een compact maar inhoudelijk sterk summitprogramma rond drie thema’s: Intelligence-, Industry- & Security of Things. Samen vormen zij het inhoudelijke kompas voor technologieprofessionals die hun productieomgeving slimmer, efficiënter en veiliger willen maken. Ook dit keer zullen zeven experts hun visie delen over de technologische uitdagingen en kansen in de
maakindustrie. De eerste bevestigde sprekers zijn Jeroen Broekhuijsen en Edwin Coppens. Broekhuijsen (CTO Smart industry, TNO) ondersteunt dagelijks de digitale transformatie van de maakindustrie door data, processen en technologie te vertalen naar concrete bedrijfswaarde. Coppens (Strategic Portfolio Manager, Seco Tools) zal een expert class verzorgen met focus op automatisering en verspaning technologieën voor de fabriek van de toekomst. Naast het expertprogramma brengt ABISS Breda opnieuw een selectie van 45 technologieleveranciers, softwareontwikkelaars, integratoren en kennispartners samen. Bezoekers krijgen er een compact overzicht van concrete oplossingen rond o.a. di -

onderzoek en bedrijfsleven in de schijnwerpers te zetten. Via regionale voorrondes kunnen projecten zich plaatsen voor de finale in het Evoluon, waar ze zullen strijden om de hoogste eer binnen de Nederlandse roboticasector.
Op het hoofdpodium van Future Pulse zal de overall winnaar van de Nationale Robotics Awards 2026 bekend worden gemaakt. Zie voor meer informatie nlrobotics.nl/futurepulse.
gitalisering, automatisering, artificiële intelligentie, industriële data-analyse, cybersecurity en smart manufacturing. De organisatie wordt ondersteund door verschillende sectororganisaties, kenniscentra en innovatiepartners, waaronder Breda Robotics, TNO & HSD.

De eind juni door het kabinet gepresenteerde Defensienota is een goede basis voor een nieuwe fase in de samenwerking tussen Defensie, industrie, kennis- en financieringsinstellingen. “Nu komt het aan op de uitvoering van de aangekondigde maatregelen”, zegt de NIVD in een reactie.
De Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV), die bedrijven, kennisinstellingen en de overheid binnen Nederland verbindt, ziet de gekozen koers in de Defensienota 2026 als belangrijke bevestiging van wat de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie
al langere tijd uitdraagt: een sterke krijgsmacht kan alleen bestaan met een sterke, innovatieve en schaalbare industriële basis. “De erkenning van de defensie-industrie als strategische partner van Defensie, en niet slechts als leverancier, markeert een belangrijke stap voorwaarts”, aldus de NIVD. “De aangekondigde investeringen in innovatie, productiecapaciteit, onbemande systemen, cyber, ruimtevaart en digitale technologie bieden kansen voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. Ook de ambitie om de Nederlandse en Europese technologische en industriële basis te versterken, verdient steun.”
Defensie heeft sinds kort een innovatiecentrum op de TU Campus Delft. Het draagt de naam: MIND Tech Centre. MIND staat voor Military Innovation by Doing. Defensie werkt hier samen met startups en het midden- en kleinbedrijf (MKB). Het doel is om nieuwe technologie voor de krijgsmacht sneller te ontwikkelen.
In het MIND Tech Centre werken Defensie en bedrijven aan dual-use innovaties. Die zijn te gebruiken voor zowel militaire als civiele doeleinden. Denk aan drones, sensoren, ruimtetechnologie, IT, slimme materialen en digitale systemen. Het is
een concreet voorbeeld van hoe plannen worden omgezet in samenwerking tussen verschillende organisaties. Hierbij komen mensen, techniek, kansen en ideeën samen. Het centrum is een samenwerking tussen het ministerie van Defensie, de provincie Zuid-Holland en de TU Delft. De provincie geeft hier € 1 miljoen aan uit. Een deel van dat geld komt van de Europese Unie. Zuid-Holland is in Nederland een van de koplopers op het gebied van innovatieve startups. Dat maakt Delft een geschikte plek voor dit centrum. Zuid-Holland kent ook een sterke dual-use industrie.
Uitvoering Tegelijkertijd zal het succes van deze beleidsambities afhangen van de praktische uitwerking: de uitvoering dus. De NIDV heeft de afgelopen jaren steeds benadrukt dat industriële opschaling alleen mogelijk is wanneer bedrijven voldoende zekerheid krijgen om te investeren in mensen, productiefaciliteiten, innovatie en toeleveringsketens.
Partnerschap
Het is volgens de NIVD van groot belang dat de relatie tussen Defensie en de industrie zich verder ontwikkelt naar een echt partnerschap, waarin gezamenlijk
wordt gewerkt aan capaciteitsontwikkeling, innovatie en leveringszekerheid. De Defensienota 2026 zet hiervoor een belangrijke stap door de industrie expliciet als strategische partner te positioneren.
Daar horen dan ook contractvormen bij die dat kunnen waarmaken. Met daarin mogelijkheden voor langjarige partnerschappen en een gezonde risicoverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
Ook de nadruk op vroegtijdige betrokkenheid van bedrijven en kennisinstellingen is waardevol. Door operationele behoeften eerder te delen, kunnen innovatieve oplossingen sneller worden
ontwikkeld, getest en opgeschaald. De aangekondigde Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit biedt hiervoor perspectief. Met name om de kloof te overbruggen van ontwikkeling naar daadwerkelijke productie.
Financiering
Verder benadrukt de NIVD dat aandacht nodig blijft voor een gezond financieringslandschap. “De groei die de nota voor ogen heeft, vraagt om toegang tot kapitaal, investeringsinstrumenten en passende financieringsmogelijkheden voor zowel grote bedrijven als het in-




























































































Met een duurzame koers en een vroeg opgebouwde recyclingketen voor hardmetaal heeft Ceratizit tijdig geanticipeerd op de groeiende druk op wolfraam en andere carbidegrondstoffen. Volgens Tinus Zuetenhorst, directeur van Ceratizit Nederland, bewijst de huidige spanning op de hardmetaalmarkt dat circulariteit noodzakelijk is om de Europese maakindustrie minder kwetsbaar te maken. Gebruikte wisselplaten en volhardmetalen gereedschappen moeten volgens hem binnen Europa blijven.
Wolfraamcarbide is een strategische grondstof voor de productie van hardmetalen frezen, boren, ruimers en wisselplaten. De keten achter deze gereedschappen is echter kwetsbaar. De beschikbaarheid van wolfraam en andere carbidegrondstoffen staat onder druk door geopolitieke spanningen, exportmaatregelen en de sterke positie van China in mijnbouw en verwerking. Die krapte werkt direct door in de markt: de beschikbaarheid is afgenomen en de prijzen voor hardmetaalgrondstoffen zijn sterk gestegen.
Eigen recyclingcapaciteit
Voor Zuetenhorst laat deze situatie zien dat duurzaamheid niet los kan worden gezien van leveringszekerheid. Ceratizit investeerde al vroeg in recyclingcapaciteit voor hardmetaal. In 2006 startte het bedrijf met een eigen recyclingafdeling. Wat toen vooral werd gezien als een duurzame keuze, blijkt nu ook een strategische stap te zijn. Door gebruikte gereedschappen terug te halen en opnieuw te verwerken, blijft waardevol wolfraamcarbide beschikbaar voor de productie van nieuwe hardmetalen gereedschappen.
Houd hardmetaal in Europa!
Zuetenhorst benadrukt dat gebruikte hardmetalen gereedschappen geen laagwaardige afvalstroom zijn. “Ver-
sleten wisselplaten, boren en frezen bevatten waardevolle grondstoffen die opnieuw inzetbaar zijn in hoogwaardige toepassingen. Recycling speelt een grote rol in de beschikbaarheid van grondstoffen”, zegt hij. Voor hem is vooral de bestemming van het materiaal belangrijk. Schroot moet in Europa blijven en binnen de industriële keten worden herverwerkt. “Lever versleten hardmetalen gereedschappen in bij gereedschapsleveranciers die het materiaal in Europa herverwerken. Het maakt niet uit of dat bij Ceratizit is of bij een van onze concurrenten, zolang het hardmetaal binnen de keten van WestEuropese producenten blijft.” Daarmee legt hij de verantwoordelijkheid niet alleen bij producenten, ook bij gebruikers van hardmetalen gereedschappen.
Praktische recyclingservice
Ceratizit biedt daarvoor een praktische recyclingservice. Het bedrijf koopt gebruikt hardmetaal terug tegen de actuele marktprijs, stelt kosteloos verzamelboxen beschikbaar en verzorgt het transport naar recyclingfaciliteiten. Daar worden de materialen teruggewonnen via onder meer een zinkproces en chemische recycling. Bij het zinkproces wordt hardmetaal zodanig behandeld dat wolfraamcarbide opnieuw als grondstof beschikbaar komt. Chemische terugwinning maakt het mogelijk om bestanddelen verder te scheiden en opnieuw in te zetten. Het doel is steeds hetzelfde: hoogwaardige carbidegrondstoffen behouden voor de productie van nieuw gereedschap.
De opgebouwde circulaire keten helpt Ceratizit om de impact van de huidige hardmetaalcrisis te beperken. Door eigen mijnen en recycling is het bedrijf nauwelijks afhankelijk van primaire aanvoer uit externe markten. Dat is relevant nu tekorten aan wolfraam en andere carbiden de leveringszekerheid in de gereedschapsindustrie


onder druk zetten. Volgens Zuetenhorst is grondstofbeschikbaarheid voor Ceratizit geen bepalende beperking om de keten in West-Europa op gang te houden. “De combinatie van eigen mijnen, recyclingcapaciteit en hergebruik van secundaire grondstoffen geeft meer controle over de materiaalstroom.” Tegelijk blijft hij realistisch. “We kunnen de volledige behoefte in Europa niet opvangen. Daar heeft Ceratizit simpelweg onvoldoende productie-
capaciteit voor. We moeten samen met onze Europese concurrenten werken aan een duurzame oplossing.
Juist daarom is het belangrijk dat de beschikbare secundaire grondstoffen in de Europese keten blijven.
Tweede leven voor gereedschap
Circulariteit gaat bij Ceratizit verder dan recycling alleen. Een andere duurzame oplossing is het herslijpen van volhardmetalen gereedschappen.
Veel boren en frezen zijn na de eerste
inzet technisch nog niet afgeschreven. Door ze gecontroleerd te herslijpen, krijgen ze een tweede leven. Dat verlaagt het materiaalverbruik, beperkt de behoefte aan nieuw gereedschap en kan tegelijk de gereedschapskosten verlagen. “Wij voeren het herslijpen in eigen beheer uit en houden de stap bewust laagdrempelig. De prijzen zijn transparant beschikbaar, zodat gebruikers snel kunnen beoordelen wanneer herslijpen technisch en economisch zinvol is”, aldus Zuetenhorst.


TOPKWALITEIT
LAS- EN PLAATWERK

Klompenmaker 18 5253 RH Nieuwkuijk T. (073) 511 85 03 info@vmc.eu www.vmc.eu
Mammoet heeft de vervanging van de tweede grote brug op Amsterdam Centraal Station afgerond. De specialist in zwaar transport had vorig jaar ook al de eerste brug met succes vervangen. In totaal worden vijf bruggen vernieuwd om meer treinen van en naar het station te kunnen laten rijden.
In samenwerking met bouwbedrijf Dura Vermeer verzorgde Mammoet het uitrijden, transporteren en installeren van drie stalen brugdekdelen, vervaardigd door Hollandia Infra, die samen de tweede brug vormen: twee delen van elk 28,5 meter lang en 275 ton, en een middendeel van 21 meter lang en 175 ton.
Complexe uitdaging

Omdat het station zich midden in de drukke hoofdstad bevindt, vormde het transport naar de bouwlocatie een complexe technische en logistieke uitdaging. Mammoet koos ervoor de brugdelen over water te vervoeren in plaats van over de weg. Zo werd de overlast beperkt en kon het station tijdens de werkzaamheden geopend blijven. Elk brugdeel werd aangevoerd op een ponton met vlak dek. Vervolgens werd het ponton gedeeltelijk afgezonken, zodat het onder een lage voetgangersbrug door kon varen. Eenmaal op de juiste locatie werden de brugdelen met behulp van Self-Propelled Modular Transporters (SPMT's) van Mammoet 90 graden gedraaid. Vervolgens werden ze met speciaal hijsmaterieel op hun plaats gevijzeld.
Vierpunts-hefsysteem



Waar bij de vervanging van de eerste brug het Mega Jack 300-systeem van Mammoet werd ingezet voor de laatste vijzeloperatie – het plaatsen van het middendeel – werd ditmaal een andere methode toegepast.
Door de beperkte ruimte was er minder manoeuvreerruimte voor de brugdelen. Leo de Vette, projectmanager bij Mammoet, licht toe: "Bij de vorige brug gebruikten we ons Mega Jack 300-systeem en SPMT's om alle brugdekdelen op het ponton op te hijsen, te draaien en vervolgens naar hun definitieve positie te rijden. Deze keer werkten we echter tussen twee bestaande bruggen. Daarbij moesten we rekening houden met

de brugdekken en kolommen van de oude bruggen én met die van de nieuwe brug die we vorig jaar hebben geplaatst. Daarom moesten we de nieuwe brugdelen eerst onder deze bruggen door manoeuvreren en draaien. Pas daarna konden we ze opvijzelen met een vierpuntshefsysteem dat op de kade was opgebouwd.” Dit vierpunts-hefsysteem bestaat uit vier grote hydraulische cilinders die gelijktijdig met dezelfde
snelheid kunnen uitschuiven. Ze zijn gemonteerd in rails, waardoor ze nauwkeurig kunnen worden verplaatst voor het exact positioneren en heffen van de brugdelen. Om het laatste middendeel te kunnen plaatsen, werd de funderingspaal waarop dit deel uiteindelijk zou rusten pas gebouwd nadat de overspanning globaal op haar plaats was gebracht. Eerst werd het middendeel haaks op de uiteindelijke plaatsingsrichting
naar de locatie gevaren. Vervolgens werd het 90 graden gedraaid en opgetild. Daarna werd het middendeel tijdelijk neergezet op consoles die waren aangebracht op de twee eerder geïnstalleerde brugdelen, zodat deze het gewicht konden dragen. Vervolgens werd de centrale brugkolom gebouwd. Daarna keerde Mammoet terug om het middendeel definitief op deze kolom te laten zakken.
Jungheinrich heeft tijdens de IFOY Award de eerste plaats behaald in de categorie ‘Integrated Customer Solution’. Jungheinrich won met de geautomatiseerde end-to-end-oplossing die in samenwerking met de Liebherr Group is ontwikkeld voor hun reserveonderdelenlogistiek.
Voor de logistiek van reserveonderdelen bij Liebherr stond Jungheinrich voor een complexe uitdaging. Denk aan hoge ordervolumes, strakke levertijden en nul foutmarge. De oplossing is een volledig geautomatiseerde end to end oplossing, gebaseerd op
een AI gestuurd warehouse management systeem. Dit systeem analyseert continu operationele en procesdata en vertaalt deze in realtime, datagedreven beslissingen. Orders worden dynamisch geprioriteerd. Niet op basis van statische regels, maar op basis van actuele magazijninformatie. Het resultaat is duidelijk meetbaar: hogere efficiëntie, betere leverbetrouwbaarheid en lagere proceskosten. Bovendien is de oplossing schaalbaar en voorbereid op toekomstige groei. “De oplossing overtuigt met uitstekende functionaliteit, hoge marktrelevantie en de bijzonder effectieve integratie
van AI in het warehouse management systeem, met aantoonbare impact op efficiëntie en leverbetrouwbaarheid”, aldus de IFOY jury.
De International Forklift of the Year (IFOY) Award geldt wereldwijd als een toonaangevend kwaliteitskeurmerk binnen de intralogistieke sector. Dit jaar streden 17 finalisten om de titel. Voor Jungheinrich is de award een bevestiging dat de huidige koers de juiste is: het ontwikkelen van intelligente, datagestuurde oplossingen die in de praktijk daadwerkelijk waarde toevoegen en de intralogistiek vooruithelpen.
Op de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS) is begin juli het Humanoid Application Center (HAC) geopend: een innovatiecentrum waar bedrijven, technologiepartners, onderwijsinstellingen, talenten en overheden onderzoeken hoe humanoïde robots kunnen worden ingezet in echte werksituaties.
Het Humanoid Application Center is het eerste Nederlandse innovatiecentrum voor humanoïde robotica waar partijen samenwerken aan concrete toepassingen van deze robots in onder meer de (tuin)bouw, logistiek, industrie, zorg en facilitaire dienstverlening. De opening markeert een belangrijke stap in de opmars van een technologie die wereldwijd wordt gezien als de volgende grote ontwikkeling binnen robotica en kunstmatige intelligentie.
Tijdens de opening demonstreerden verschillende humanoïde robots hun mogelijkheden. Ze voerden handelingen uit zoals stenen leggen, schoonmaken en objecten inpakken. Ook lieten ze zien hoe ze lopen, dansen en rennen.
Voortrekkersrol
Internationaal investeren technologiebedrijven miljarden euro’s in de ontwikkeling van humanoïde robots. Deze nieuwe generatie robots is ontworpen om te functioneren in omgevingen die oorspronkelijk voor mensen zijn ingericht en kan daardoor op termijn worden ingezet voor uiteenlopende fysieke werkzaamheden. Hoewel de technologische ontwikkelingen elkaar wereldwijd snel opvolgen, ontbreken in Europa nog grotendeels de infrastruc-
tuur en kennis om deze technologie op grote schaal naar de praktijk te brengen. Het HAC wil daarin een voortrekkersrol vervullen. Evert Jaap Lugt, medeoprichter van het Humanoid Application Center: “Humanoïde robots ontwikkelen zich in hoog tempo van technologische demonstraties naar praktische hulpmiddelen op de werkvloer. De uitdaging verschuift van het bouwen van robots naar het succesvol implementeren ervan binnen bestaande bedrijfsprocessen. Het HAC helpt organisaties om die stap te zetten.”
Van technologie naar toepassing
De ontwikkeling van humanoïde robots raakt aan maatschappelijke en economische vraagstukken, zoals arbeidsmarktkrapte, productiviteit, veiligheid en vergrijzing. Door toepassingen onder realistische omstandigheden te testen, kunnen bedrijven beter beoordelen wat werkt, wat veilig is en waar de businesscase ontstaat. Het HAC slaat daarmee een brug tussen internationale robotontwikkelingen en concrete toepassingen door Nederlandse en Europese bedrijven.
De focus ligt op sectoren waar de behoefte aan automatisering groeit, zoals bij repeterend of fysiek zwaar werk en bij taken in complexe omgevingen. In de industrie kan het gaan om inspectie en logistiek, terwijl in de zorg en dienstverlening toepassingen liggen op het gebied van begeleiding en fysieke assistentie. Ook in de glastuinbouw ontstaan kansen, bijvoorbeeld bij het oogsten van paprika’s. Daarmee draagt deze ontwikkeling ook bij aan de toekomst van het voedselsysteem.



Vakmensen ondersteunen
Dura Vermeer onderzoekt binnen het HAC als eerste usecase hoe humanoïde robotica kan bijdragen aan de ondersteuning van bestratingswerkzaamheden op infraprojecten. Jaap Hulshoff, directeur Technologie en Innovatie bij Dura Vermeer en founding partner van het HAC: “De bouwsector staat voor grote uitdagingen op het gebied van arbeidsproductiviteit, veiligheid en de beschikbaarheid van vakmensen. Daarom willen we deze technologie al in een vroeg stadium leren toepassen, ook al is zij nog niet volledig volwassen. Met het HAC onderzoeken we hoe humanoïde robotica vakmensen kan ondersteunen bij fysiek zware en repeterende werkzaamheden, zodat zij zich kunnen richten op het werk waar hun kennis en ervaring echt het verschil maken.”
Samenwerking, ecosysteem en MICS
Vanaf de start wordt het Humanoid Application Center ondersteund door een breed consortium van partners uit verschillende sectoren. Samen ontwikkelen zij de eerste praktijktoepassingen van humanoïde robotica in Nederland. Tot de founding partners behoren onder andere Dura Vermeer, VolkerWessels, Harvest House, GOM (Facilicom Groep) en Eurocaps. Het HAC biedt ruimte voor demonstraties, trainingen en implementatieprogramma’s voor organisaties en werkt samen met onderwijsinstellingen, waardoor studenten direct met deze technologie aan de slag kunnen.
Mechatronica Innovatie Campus
Het HAC is gevestigd op de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS). Deze campus voor de hightech maakindustrie, met een sterke focus op mechatronica, wordt door SDK Vastgoed samen met de gemeente Schiedam ontwikkeld. Bedrijven als Metrohm, Alquion, FMI en Boers & Co, onderwijsinstellingen als Hogeschool Rotterdam en Mikrocentrum en overheden als de gemeente Schiedam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag maken al deel uit van het groeiende ecosysteem. Schiedamse wethouder Cemil Kahramanoğlu (Onderwijs en SchieDistrict): “Hier werken bedrijven, onderwijs en overheid samen aan innovatie en talentontwikkeling. De



gemeente Schiedam verwelkomt de komst van het HAC op de campus.” Niels Langenhuizen, directeur SDK Vastgoed en MICS-ontwikkelaar: “Met MICS en het Humanoid Application Center bouwen we aan een krachtig ecosysteem waar bedrijven en talenten samen innoveren en deze innovaties direct in de praktijk toepassen. Zo versterken we de innovatiekracht van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en ontwikkelen we de makers van morgen.”




Thinkwise breidt platform uit met ingebouwde MQTT-ondersteuning:
Thinkwise, het Nederlandse legacytransformatieplatform voor bedrijfskritische applicaties, breidt zijn platform uit met ingebouwde ondersteuning voor MQTT (de communicatiestandaard achter slimme fabrieken). Hierdoor kunnen machines, sensoren en softwaresystemen op de productievloer nu rechtstreeks en realtime gegevens uitwisselen met het Thinkwise Platform. Fabrikanten kunnen hun ERP-systeem en de aansturing van de productievloer in één omgeving laten samenwerken, zonder aparte koppelingen of tussenliggende software.
Hiermee speelt Thinkwise in op de groeiende behoefte aan beter geïntegreerde fabrieken. In de maakindustrie wordt arbeid schaarser en duurder, terwijl robots juist sneller, slimmer en goedkoper worden. Dat vraagt om productieomgevingen waar ERP en werkvloer realtime met elkaar communiceren en digitaal op één lijn zitten.
Eén systeem
Veel fabrieken werken nu nog met versnipperde systemen: een ERP voor de administratie, aparte software voor productielijnbesturing en weer andere systemen voor machineaansturing. Die fragmentatie leidt tot dure maatwerkkoppelingen, dubbele data en vertraging in besluitvorming. Traditionele
integraties zijn complex, kostbaar en breekbaar.
Thinkwise lost dit op met ingebouwde MQTT-ondersteuning, waardoor machines en sensoren op de werkvloer direct kunnen communiceren met de software in het kantoor. Orders gaan rechtstreeks van kantoor naar de productielijn, statusmeldingen van machines komen direct terug in het ERP. En omdat de machinebesturingslaag nu bereikbaar is vanuit het platform, kunnen organisaties productiebeheerfunctionaliteit voortaan bouwen in Thinkwise zelf. Dat betekent: minder afhankelijkheid van externe leveranciers, sneller aanpassen als processen veranderen, en één omgeving in plaats van een lappendeken van systemen.
Vezet gaat als eerste live Koninklijk Vezet, één van de grootste groenten- en fruitverwerkingsbedrijven van Europa, is het eerste bedrijf dat live gaat met de MQTT-integratie van Thinkwise. In de productieomgeving worden dagelijks honderdduizenden verse eenheden van 450 verschillende eindproducten geproduceerd en verpakt. In zo'n omgeving, waar snelheid, versheid en logistieke precisie geen seconde mogen haperen, is integratie tussen ERP en de productievloer een randvoorwaarde. Een seconde vertraging in de datastroom betekent in deze

omgeving direct een risico voor versheid, planning en klantlevering. Dat een bestaande klant als Koninklijk Vezet als eerste live gaat, is geen toeval. Het is precies het soort complexe, snelle productieomgeving waarvoor deze functionaliteit is bedoeld.
Frank Wester, IT manager bij Koninklijk Vezet: “Wij willen een slimmer werkende fabriek. Dat betekent dat ons ERP-systeem en de systemen op de fabrieksvloer goed met elkaar
Groenten- en fruitverwerkingsbedrijf Koninklijk Vezet is het eerste bedrijf dat live gaat met de MQTT-integratie van Thinkwise. moeten communiceren. Met de MQTTondersteuning van Thinkwise wordt dat mogelijk. De data uit ons ERP zal rechtstreeks naar waar die nodig is stromen, en omgekeerd. Dat zal onze bedrijfsprocessen vlotter en betrouwbaarder maken. We zullen geen tijd meer verliezen aan integratieproblemen, en we krijgen veel meer flexibiliteit als we iets willen veranderen of uitbreiden.”
Arie Versluis, Strategic Product Manager van Thinkwise, zegt: “Fabrikanten staan onder druk om te moderniseren, maar
verouderde systemen en versnipperde architecturen houden hen tegen. Met deze update bekrachtigen we onze missie om maakindustrieën volledig digitaal te transformeren. Niet door hen aan standaardsoftware aan te passen, maar door hun unieke productieproces in moderne, toekomstbestendige software vast te leggen. Met de MQTTfunctionaliteit ingebouwd in ons platform kunnen organisaties volop gebruikmaken van robotisering en AI, zonder flexibiliteit te verliezen.”
Machinebouwer en ingenieursbureau Indurra optimaliseert zijn bedrijfsvoering met een oplossing van ECI Software Solutions. Dankzij de implementatie van ECI Ridder iQ wordt projectinformatie gekoppeld aan de juiste order, bon en projectstructuur. Het zorgt voor meer overzicht, vooral op het moment dat er veel projecten gelijktijdig lopen.
De in Ieper (B) gevestigde vakspecialist ontwikkelt oplossingen op maat voor de industrie. Het bedrijf heeft een sterke focus op robotica, automatisering en industriële reparaties. Door de groei van Indurra en een toename van het aantal projecten ontstond de behoefte aan betere sturing en meer efficiëntie. Geen losse informatiebronnen en ontbrekende informatie meer, maar duidelijkheid of een onderdeel al binnen is, en waar het ligt. Er ontstond behoefte aan een systeem dat meer overzicht en controle bood en afgestemd kon worden op de specifieke behoeften van het bedrijf. Daarom koos Indurra voor Ridder iQ.
Overzicht en inzicht
Liza Heughebaert, CFO en HR-mana-

ger bij Indurra, zegt: “Voor alle extra werkzaamheden werden nieuwe orders aangemaakt. Op den duur verlies je dan het overzicht en kun je opdrachten financieel moeilijk volgen. Ridder iQ biedt ons fantastisch
inzicht in de financiële prestaties van projecten.”
Dankzij dit betere inzicht kan Indurra zien waar het grootste rendement behaald wordt en waar de knelpunten zitten. Medewerkers hebben
geen toegang tot de boekhouding nodig om de kosten van hun eigen projecten op te volgen. Ze kunnen daardoor sneller beoordelen of de werkzaamheden volgens plan verlopen.
Eén systeem
Matthias Haillez, accountmanager bij ECI Software Solutions, voegt daaraan toe: “Informatie was wel aanwezig, maar het was niet gestructureerd. Na de implementatie van Ridder iQ hebben medewerkers voor het eerst één centrale plek voor projectinformatie, voorraad en kosten.” Nu zijn projectinformatie, voorraadstatus en kostencalculatie in één systeem zichtbaar. Ook het voorraadbeheer werd geoptimaliseerd. Liza Heughebaert zegt daarover: “Als iemand een onderdeel nodig had, wist niemand waar het was. Nu wordt de locatie toegevoegd zodra een product binnenkomt. Wij kunnen direct zien of een artikel is binnengekomen en waar het ligt.”
Indurra werkte voorheen met een logge ERP-oplossing die onvoldoende aansloot bij de specifieke behoeften van het bedrijf. Bovendien was het een generieke oplossing. Patrick Heughebaert, executive director van Indurra: “Wij zijn een machinebouwer, we werken met metaal. Ik had een pakket nodig dat dezelfde taal spreekt. Ons oude pakket kon dat niet, maar Ridder iQ wel.”
SSAB heeft op de Eurosatory Defense and Security beurs in Parijs haar Armox 500 AM Powder gepresenteerd. De Zweedse staalmaker demonstreerde hoe deze poeder en 3D-printing bescherming kunnen bieden op plekken waar pantserplaten niet optimaal zijn.
SSAB produceert al meer dan 40 jaar de Armox pantserplaten. Nu is er ook een gelijknamig pantserstaalpoeder met eigenschappen die overeenkomen met die van de pantserplaten. “De vraag naar beschermingsstaal groeit wereldwijd bij klanten in de defensie-industrie. Daarnaast neemt de vraag naar hoogwaardige metaalpoeders voor 3D-printing toe. We hebben nu onze eigen, zeer

sterke staalpoeders ontwikkeld die geoptimaliseerd zijn voor additive manufacturing. Dit maakt geavanceerde ontwerpen mogelijk met een laag gewicht en een hoge sterkte”, aldus Per Elfgren, hoofd van SSAB Special Steels.
Minder beperkingen
De beschermende werking van pantserstaalplaten is gebaseerd op het absorberen en afvoeren van energie, of die nu afkomstig is van projectielen of explosieven. Componenten gemaakt van staalpoeder doen hetzelfde en maken het gebruik van geometrisch gestuurde ontwerpen mogelijk voor maximale bescherming bij een minimaal gewicht. Deze onderdelen zouden moeilijk, zo niet onmogelijk, te produceren zijn door middel van machinale bewerking en lassen uit plaatstaal. Voorbeelden hiervan zijn massieve onderdelen zoals scharnieren of behuizingen (zoals de cameratoren op de foto) tot meerlaagse componenten met rooster- of honingraatstructuren aan de binnenkant. Deze laatste zijn het resultaat van ontwerpen die geop-

timaliseerd zijn voor 3D-printen, waardoor geometrische vrijheid en organische vormen mogelijk zijn die verbeterde bescherming bieden bij een extreem laag gewicht.
Bescherming tot in elk detail




Compact



• Buizen, stafmateriaal en profielen makkelijker terugvinden
• Restmateriaal efficiënter opbergen

• Veiliger voor personeel

Maximaal rendement op de m


Als een gepantserd voertuig buiten gebruik raakt doordat een sensor of antennebevestiging is vernield, kan dit mensen in groot gevaar brengen, zelfs als 99% van het voertuig intact is. Door middel van additive manufacturing en Armox 500 AM Powder kan bescherming op maat worden aangebracht aan kwetsbare onderdelen zoals camera's, antennebevestigingen, richtmiddelen, radar, hydraulische koppelingen, kabels en andere componenten die aan de buitenkant moeten zitten om de
productfunctionaliteit te garanderen, zonder warmtebehandeling. De poederproductiefaciliteit van SSAB in de fabriek in Oxelösund produceert naast Armox 500 AM-poeder ook verschillende andere staalpoedersoorten. Armox 500 AM-poeder is het eerste in zijn soort en zal worden gevolgd door meer soorten. SSAB breidt haar fabriek in Oxelösund uit om productie op commerciële schaal mogelijk te maken. De productie zal naar verwachting vanaf 2028 geleidelijk worden opgevoerd tot een capaciteit van 350 ton per jaar.




• Gemiddelde terugverdientijd 3 jaar






























In het FutSteel-project ontwikkelen de Universiteit van Oulu (Finland) en staalfabrikant SSAB een model waarin de elektrische vlamboogoventechnologie op een nieuwe manier wordt geïntegreerd in de bestaande warmwalserijketen. Voor dit project, dat in juni is gestart en drie jaar loopt, is een budget van € 17 miljoen beschikbaar.
Het FutSteel-project onderzoekt hoe productiesystemen opnieuw ontworpen kunnen worden zonder de kwaliteit of leveringscapaciteit in gevaar te brengen. “Dit is essentieel om hoogwaardige staalproductie in Finland te behouden”, benadrukt Petri Sulasalmi, projectmanager van het FutSteel-project aan de Universiteit van Oulu.
Bezoek onze website en vraag een vrijblijvende offerte aan!



De oplossingen die in het kader van dit onderzoeksproject worden ontwikkeld, zullen de transformatie van de Finse staalindustrie en de overgang naar een koolstofarm staalproductieconcept in de staalfabriek van Raahe ondersteunen. De ombouw van deze grote staalfabriek zou tot 7% van de totale CO2-uitstoot van Finland kunnen terugdringen.
Walsprocessen





Staalkwaliteit garanderen
De staalindustrie ondergaat een transformatie. De traditionele hoogovenproductie op basis van steenkool genereert flinke emissies, terwijl strengere klimaatdoelstellingen, veranderingen in energiesystemen en de beschikbaarheid van grondstoffen de bestaande productiemodellen onder druk zetten. Als gevolg hiervan verschuift de productie naar processen op basis van elektriciteit, gerecycled staal en waterstof. Tegelijkertijd wordt het hele staalproductieproces vernieuwd.
Het FutSteel-project onderzoekt hoe in een nieuw model elektrische staalproductie gecombineerd kan worden met gemoderniseerde walsprocessen, waarbij gebruik wordt gemaakt van fossielvrije energieoplossingen. Ook kwaliteits- en technologische uitdagingen komen aan bod: het onderzoek richt zich met name op de staalkwaliteit en op de wijze waarop nieuwe, op elektriciteit gebaseerde en koolstofarme processen kunnen worden aangepast aan de veeleisende productie van hoogwaardig staal. “Elektrificatie in de staalindustrie betekent niet simpelweg het vervangen van de ene oven door de andere. De hele productieketen, van ijzerproductie tot walsen, moet opnieuw worden bekeken”, aldus Sulasalmi. De Universiteit van Oulu voert het project uit in nauwe samenwerking met SSAB. Bij het project zijn ook diverse andere industriële partners betrokken.
ISO-normen voor digitale productie kunnen een fundament bieden voor interoperabele, model-gebaseerde gegevensuitwisseling en uitvoering over de gehele reparatie-waardeketen. Dat blijkt uit de resultaten van een onderzoeksproject waarin onder meer Sandvik Coromant participeerde.
De naam van dat project is ‘Standard for the Exchange of Product data’ (STEP). Sandvik Coromant voerde het uit samen met GKN Aerospace Engine Systems, Chalmers University of Technology en het Fraunhofer Chalmers Research Centre for Industrial Mathematics. Een gezamenlijke werkgroep heeft een samenwerkingsomgeving ontwikkeld en deze toegepast voor het onderhouds- en reparatie-operaties (Maintenance and repair operations (MRO)) proces voor complexe metalen componenten.
Reparatie beschadigd turbineblad
Het repareren van een beschadigd turbineblad is vrijwel altijd een unieke situatie. Elke schade is uniek, toleranties zijn nauw en het werk vereist specialistische kennis van meerdere vakgebieden. Traditioneel moeten afbeeldingen, PDF’s, screenshots en originele CAD/CAM bestanden worden gedeeld en heen-en-weer worden gestuurd tussen bedrijven en softwaresystemen om reparaties mogelijk te maken - een tijdrovend proces dat de kans op fouten doet toenemen.
Neutrale, modelgebaseerde taal
Via het Dig4ReMan-project heeft het team de STEP Application Protocols AP242- en AP238-standaarden
toegepast om een neutrale, modelgebaseerde taal te creëren voor 3Dgeometrie, PMI, bewerkingsinstructies en gereedschapsdata. Net als bij een gedeeld document in de cloud, kan iedereen die er bij betrokken is het model bekijken en actualiseren, zonder dat informatie verloren gaat.
Besparingen
Het resultaat is een volledig verbonden digitale keten die het hele reparatieproces doorloopt – van inspectie van een beschadigd onderdeel tot materiaalverwijdering en planning van additieve productie, simulatie, CAMprogrammering en uiteindelijke bewerking en verificatie. GKN Aerospace schat dat een gereviseerd onderdeel tot 95% kan besparen op materiaal, energie en CO₂ uitstoot in vergelijking met een nieuw reserveonderdeel, en dat de kosten significant lager liggen.
Geavanceerde modellen
Onderzoekers van Chalmers en het Fraunhofer Chalmers Centre droegen bij met geavanceerde modellen die vervorming, toleranties en thermisch gedrag voorspellen. Sandvik Coromant droeg bij aan gereedschapsexpertise en kennis omtrent datastandaarden, door CNC-machines en CAM-systemen in staat te stellen om uitgebreidere productie-informatie uit te wisselen dan de traditionele G-code toestaat.
Complexiteit sterk reduceren “Dit soort bewerkingen is extreem veeleisend”, zegt Johan Vallhagen, senior onderzoeker en projectleider bij GKN Aerospace. “Elk beschadigd blad vormt een nieuwe uitdaging en het is gebruikelijk om te vertrouwen op handmatige aanpassingen en versnip-

perde communicatie over vele systemen. Door een gestandaardiseerde digitale keten te gebruiken, kunnen we de complexiteit sterk reduceren en ervoor zorgen dat elke expert werkt met dezelfde nauwkeurige data.
De ISO STEP standaarden werden in elke stap van het werkproces toegepast. AP238 maakt CAM-naar-CAM en CAM-naar-machine uitwisseling mogelijk van bewerkingssequenties, gereedschapsdefinities en ISO 13399 snijgereedschapsparameters. AP242 maakt een definitie op modelbasis mogelijk, welke consistent wordt gebruikt bij de inspectie, planning, simulatie en verificatie.
“Het ging niet slechts over het repareren van onderdelen” zei Mikael Hedlind, projectcoördinator bij Sandvik Coromant. “Het ging om het bewijzen dat ontwerp-, bewerkings-, simulatie- en inspectiedata naadloos tussen bedrijven kunnen stromen. STEP-standaarden gaven ons de gemeenschappelijke taal en zodra iedereen dezelfde taal spreekt, wordt de samenwerking sneller, duidelijker en intelligenter.”
Het Dig4ReMan project toont aan dat op STEP-gebaseerde gegevensuitwisseling de werkelijke productie-intentie kan overdragen tussen verschillende organisaties, disciplines en softwaresystemen. De projectpartners zullen
doorgaan met het ontwikkelen van methodes die de digitale samenwerking versterken binnen de productiesector.
Omron presenteert totaalaanpak voor datagestuurde slimme
Omron, specialist in industriële automatisering, breidt zijn i-BELT Service - een integrale service voor digitale lean-transformatie - uit voor fabrikanten in de Benelux. i-BELT pakt een complex probleem in de moderne maakindustrie aan: de onmogelijkheid om één partner te vinden die proceskennis, operationele technologie (OT) en informatietechnologie (IT) onder één dak verenigt.
Naarmate industriële omgevingen complexer werden, besefte Omron dat het leveren van oplossingen op basis van automatiseringshardware en geavanceerde applicaties alleen niet langer voldoende was. Fabrikanten vertelden steeds hetzelfde verhaal: consultants leveren rapporten maar geen resultaten; IT-integratoren begrijpen datapipelines maar kennen de werkvloer niet; automatiseringsspecialisten optimaliseren machines maar kunnen deze niet aansluiten op bedrijfssystemen.
In de naam i-BELT staat de ‘i’ voor Omrons drie innovatieve automatiseringsprincipes (geïntegreerd, intelligent en interactief) terwijl ‘BELT’ direct ontleend is aan Lean Six Sigma, waarbij de gordelcertificering staat voor de
beheersing van verspillingsreductie en procesverbetering. i-BELT combineert productie-expertise met digitale slagkracht en legt een gestructureerd pad van continue verbetering vast richting digitale slimme productie.
Kloof dichten
De kern van i-BELT bestaat uit twee onlosmakelijk verbonden pijlers: Digitale Lean-Transformatie, gericht op meetbare verbeteringen in productiviteit, kwaliteit, energieverbruik en doorlooptijd via lean-principes en gerichte digitalisering; en IT/OT-Convergentie, die de realtime, schaalbare data-infrastructuur opbouwt om die verbeteringen duurzaam en bedrijfsbreed te verankeren. Waar andere leveranciers vaak uitblinken in slechts één discipline, brengt Omron alle drie samen: productiekennis, OT-automatiseringsexpertise en enterprise-IT-integratie. Dit wordt mogelijk gemaakt door de Advanced Solutions Division en de samenwerking met Cognizant en een breed ecosysteem van technologiepartners.
Resultaten
Een woordvoerder van Omron legt uit: “Wat we keer op keer horen van
operationeel managers en fabrieksmanagers, is dat zij vastzitten. Ze hebben digitale ambities, maar er is geen enkele partner die de volledige verantwoordelijkheid voor het traject op zich neemt. i-BELT is er om dat te veranderen. We gaan naar de fabriek, we begrijpen het proces, we brengen de hiaten in kaart - en we blijven totdat de resultaten er zijn.”
Kant-en-klaar totaalproject
Omron presenteert i-BELT als een kant-en-klaar totaalproject dat een einde maakt aan de cyclus van mislukte pilotprojecten. Het traject begint met een grondige shopfloor-analyse: gesprekken met teams, KPI-analyse en het in kaart brengen van processtromen. Voor de meeste fabrikanten is het simpelweg niet haalbaar om de juiste mix van productieconsultants, IT/OT-architecten, solutions engineers, datawetenschappers en projectmanagers intern samen te stellen. Omrons gezamenlijk leveringsteam vult dit gat met gespecialiseerde expertise en fungeert als verlengde arm van het eigen engineeringteam van de klant. In plaats van een rapport op te leveren, neemt Omron de verantwoordelijkheid voor de volledige transformatiecyclus: van

implementatie en iteratie tot continue verbetering. Aangetoonde resultaten omvatten OEE-verbeteringen van 5 tot meer dan 30%, naast reducties in cyclustijd, uitvalpercentages en energieverbruik.
Of het nu gaat om de modernisering van een bestaand bedrijf of om nieuwbouw: i-BELT is ontworpen om fabrikanten te ontmoeten waar
zij staan. Technologie-agnostisch en compatibel met elke bestaande MES-, ERP- of automatiseringsinfrastructuur, ongeacht de fabrikant, identificeert i-BELT de ontbrekende onderdelen en integreert deze selectief. Bestaande assets worden beschermd, de noodzaak van kostbare vervang-alles-strategieën vervalt, en stap voor stap wordt gebouwd aan een verbonden, datagestuurde

Getac breidt zijn ZX80-reeks van robuuste 8-inch tablets uit met de nieuwe ZX80W en ZX80W-EX. Beide lichtgewicht en mobiele apparaten draaien op Windows 11 en zijn gebouwd op ARM-architectuur. Met deze tablets speelt Getac in op de groeiende vraag naar energiezuinige, ventilatorloze robuuste oplossingen met Windows 11, geschikt voor uiteenlopende industriële toepassingen en werkomgevingen, waaronder defensie, nutsbedrijven en transport & logistiek. De ZX80W en ZX80W-EX maken gebruik van Qualcomm’s QCS6490-platform, gebaseerd op ARM-architectuur, dat bekendstaat om zijn energie-efficiëntie en sterke prestaties per watt. Hierdoor bieden beide tablets een snelle, ventilatorloze gebruikerservaring voor langdurig ononderbroken werk, ook op afgelegen locaties waar laadmogelijkheden beperkt zijn. Daarnaast beschikken beide modellen over 12 GB geïntegreerd LPDDR5-geheugen voor soepel multitasken, terwijl 256 GB Universal Flash Storage (UFS) ruime opslagcapaciteit biedt voor data en applicaties op het toestel zelf. Zoals alle Getac-apparaten zijn de ZX80W en ZX80W-EX ontworpen voor werkomgevingen waar standaardapparatuur tekortschiet. Beide modellen zijn MIL-STD-810H- en IP67-gecertificeerd, bestand tegen trillingen en vallen tot 1,8 meter en uitgerust met een scherm dat ook in fel zonlicht goed afleesbaar blijft. Daarnaast beschikken ze over een breed operationeel temperatuurbereik (ZX80W: -29°C tot +63°C / ZX80W-EX: -21°C tot 55°C). getac.com

Met de Metracal CM-serie presenteert Gossen Metrawatt twee apparaten in één: sensorsignalen kunnen ter plaatse worden gesimuleerd en tegelijkertijd kunnen meetketens worden getest. Door de combinatie van een kalibrator en een precisiemultimeter in één instrument worden inbedrijfstelling, onderhoud en foutopsporing efficiënter en betrouwbaarder, zonder dat installaties stilgelegd of meetapparaten gedemonteerd hoeven te worden. Een Dual- en kleurendisplay, digitale connectiviteit en exacte meetresultaten zijn enkele sterke punten van de nieuwe modellen van Gossen Metrawatt. Alle drie zijn ze nu verkrijgbaar op het Conrad Sourcing Platform. Zelfs de kleinste afwijkingen van typische processignalen zoals 4 - 20 mA-stroomlus, spanningssignaal, temperatuursensor (RTD/TC) of weerstandsmeting worden door de Metracal CM gedetecteerd dankzij de hoge basisnauwkeurigheid in combinatie met stabiele signaalbronnen. Dankzij de DAkkS-kalibratie voldoen de meetresultaten aan de hoogste internationale normen. Alle voor de kwaliteit relevante processen worden transparant, betrouwbaar en tijdbesparend gedocumenteerd: de modellen van de Metracal CM-serie beschikken over een geïntegreerde datalogger (realtime) en maken bovendien directe gegevensoverdracht naar PC's via Bluetooth of USB mogelijk. Daardoor worden alle meetseries, afzonderlijke metingen en testsequenties volledig traceerbaar. Zo wordt elke kalibratie voor audits, kwaliteitsborging en ISO-conforme bewijzen controleerbaar vastgelegd. conrad.nl
Met de configureerbare veilige kleine besturingen PNOZmulti 2 van Pilz kunnen gebruikers nu voldoen aan de eisen van de Machineverordening (EU) 2023/1230 (MVO). Het certificaat van EU-typeonderzoek conform artikel 25 bevestigt dat TÜV SÜD als onafhankelijke testinstantie aan deze eisen voldoet. De certificering stelt gebruikers in staat om hun machine- en systeemplanning toekomstbestendig uit te voeren, aangezien de vereisten van MVO vanaf 20 januari 2027 verplicht zijn. MVO vereist dat veiligheidsrisico's systematisch worden geïdentificeerd en beperkt, bijvoorbeeld door middel van risicobeoordeling en veiligheidsconcepten. Dit is vooral belangrijk voor veiligheidscomponenten zoals kleine besturing, omdat deze rechtstreeks bijdragen aan het voorkomen van ongevallen. Deze veiligheidscomponenten worden expliciet gedefinieerd in de MVO. Gebruikers profiteren van de certificering: ze kunnen op een veilige manier aantonen dat PNOZmulti 2 voldoet aan de MVO-eisen voor veiligheidscomponenten. Dit vermindert de coördinatie-inspanning voor machinefabrikanten en distributeurs en verhoogt de betrouwbaarheid van de planning. Bovendien krijgt de machine sneller een CE-markering. Het certificaat van EU-typeonderzoek bevestigt dat PNOZmulti 2 voldoet aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van de MVO. De besturingen PNOZmulti 2 voeren centrale veiligheidsgerelateerde functies uit, zoals het bewaken van noodstopknoppen of hekschakelaars en het veilig uitschakelen van veiligheidskleppen of magneetschakelaars. Kritische machinetoestanden worden zo in een vroeg stadium herkend en de risico's voor systeembeheerders worden beperkt. pilz.com/nl

Phoenix Contact breidt zijn Ethernet-APL-programma uit met twee Managed Switch-varianten met twaalf poorten voor de procesautomatisering. De nieuwe switches maken de tweedraads Ethernet-koppeling van apparaten en sensoren mogelijk in de Ex-zones van procestechnische toepassingen (‘Ethernet in het veld’). Hierdoor kunnen sensoren en apparaten op veldniveau rechtstreeks worden aangesloten op het Ethernet-netwerk van de installatie. De gegevens op veldniveau kunnen in realtime voor procesbesturing, bewaking evenals diagnose worden gebruikt. De apparaten hebben geoptimaliseerde firmwaregebruikersbegeleiding voor intuïtieve configuratie, eenvoudige inbedrijfstelling en verbeterde diagnosefuncties. Hun compacte, lichtgewichte bouwvorm maakt ruimtebesparende installatie en serieschakeling in de schakelkast mogelijk. Met ondersteuning van Power Class A van Ethernet-APL stellen de switches een efficiënte voeding voor de veldapparaten beschikbaar. Bovendien zijn beide varianten wereldwijd toegelaten en kunnen daarom mondiaal worden gebruikt in toepassingen voor explosiegevaarlijke omgevingen. De Ethernet-APLswitches met twaalf poorten helpen klanten Ethernet-APL in een breder spectrum van greenfield-toepassingen te gebruiken – met name in de chemische en farmaceutische industrie, scheepvaart en offshore evenals olie- en gastoepassingen, in de mijnbouw en biomassacentrales, inclusief veeleisende Ex-omgevingen. phoenixcontact.com/nl


Eén sensor voor zichtbaar licht en SWIR
De Deense fabrikant JAI heeft zijn Wave-cameraportfolio uitgebreid met de WAA-1300-GE-TEC, een nieuwe area scan-camera die zichtbare en kortegolf-infrarood (SWIR) beeldvormingsmogelijkheden combineert in één oplossing. De camera is gebouwd rond een InGaAs-beeldsensor met een spectrale gevoeligheid van 400 nm tot ongeveer 1700 nm en combineert gevoeligheid voor zowel zichtbare als SWIR-golflengten in één enkele sensor. Dit maakt de detectie mogelijk van materiaaleigenschappen en -kenmerken die mogelijk niet zichtbaar zijn met conventionele beeldvormingstechnologieën, terwijl de complexiteit van oplossingen met meerdere camera's wordt verminderd. De Wave WAA-1300-GE-TEC heeft een 1280 × 1024 InGaAs-sensor met een gevoeligheid van 400 nm tot 1700 nm en framesnelheden tot 90 fps. De hoge kwantumefficiëntie van 400 nm tot 1700 nm zorgt voor een verbeterd materiaalcontrast en een betere zichtbaarheid van details die met alleen zichtbaarlichtcamera's moeilijk of onmogelijk te detecteren zijn. Deze uitgebreide beeldvormingsmogelijkheden ondersteunen betrouwbaardere defectdetectie, materiaalclassificatie en kwaliteitsinspectie in een breed scala aan machinevisietoepassingen. Doordat zowel zichtbare als SWIR-informatie door één enkele sensor wordt vastgelegd, wordt de systeemintegratie vereenvoudigd en de behoefte aan meerdere camera's, beeldregistratie en extra verwerkingsstappen verminderd. De brede spectrale gevoeligheid van de camera maakt hem geschikt voor tal van industriële inspectie-, meet- en sorteertoepassingen. jai.com


De Force Sun Defender T-shirts van Carhartt zijn speciaal is ontwikkeld voor professionals die langdurig buiten werken. De collectie bestaat uit een Long-sleeve T-Shirt én een Short-sleeve T-Shirt met geïntegreerde UV-bescherming UPF 40+. Daarmee biedt het shirt bescherming tegen schadelijke zonnestralen conform de norm EN 13758-2:2003+A1:2006. De shirts zijn beschikbaar in Black, White, Asphalt en Green Slate Heather. Het Force Sun Defender T-shirt is gemaakt van lichte Interlock Sun Defender-stof en heeft een comfortabele Relaxed Fit. Dankzij de combinatie van Carhartt Force en FastDry technologie wordt transpiratievocht snel afgevoerd en droogt het shirt snel tijdens intensieve werkzaamheden. Naast UV-bescherming staat draagcomfort centraal. De shirts zijn voorzien van sterke afwerkingsstiksels voor extra duurzaamheid. De relaxte pasvorm zorgt voor optimale bewegingsvrijheid tijdens het werken. Het herkenbare Carhartt -logo op de borst en het Carhartt Force label op de mouw geven het shirt een robuuste uitstraling. carhartt.com
Na drie moeilijke jaren kan de Duitse werktuigmachine-industrie voor het eerst weer enigszins opgelucht ademhalen: de orderinstroom is in het eerste kwartaal van 2026 met 15 procent gestegen.
Toch blijft de situatie uitdagend. Productie, export en werkgelegenheid blijven dalen, terwijl het conflict in het Midden-Oosten zorgt voor meer onzekerheid, hogere kosten en een afnemende investeringsbereidheid. “De situatie lijkt haar dieptepunt te hebben bereikt, maar van een echte trendomkeer is nog geen sprake. De komende maanden zullen uitwijzen of het herstel duurzaam is”, aldus Bernhard Geis, hoofd Economie en Statistiek bij de branchevereniging VDW.
Incidentele orders
Zowel buitenlandse als binnenlandse orders dragen vrijwel gelijk bij aan de stijging van de orderinstroom, met respectievelijk 14 en 18 procent. Toch geven deze cijfers niet het volledige beeld weer. De vergelijkingsbasis is zwak, vooral op de binnenlandse markt. Bovendien spelen incidentele orders en projectmatige opdrachten een belangrijke rol, zonder dat er sprake is
van een duidelijk herstel van de vraag. De service- en retrofitactiviteiten blijven een stabiliserende factor. Tegelijkertijd verschilt de dynamiek sterk per sector: luchtvaart, defensie, medische technologie en elektronica laten een positieve ontwikkeling zien, terwijl metaalbewerking, machinebouw en met name de automobiel- en toeleveringsindustrie zwak blijven.
De situatie in de werktuigmachineindustrie blijft gespannen. De productie daalde in het eerste kwartaal met 11 procent tot 2,8 miljard euro. De binnenlandse omzet nam met 13 procent af en presteerde daarmee slechter dan de export, die met 10 procent terugliep.
Sterke groei India
Regionaal zijn er grote verschillen zichtbaar: de Verenigde Staten stimuleren de groei (+8 procent), terwijl Europa duidelijk achterblijft (-11 procent). De export naar Azië daalde met 18 procent, voornamelijk als gevolg van de sterke terugval van de export naar China (-32 procent). Gezien de hevige prijsconcurrentie wordt ‘Local for Local’ steeds belangrijker voor Duitse fabrikanten met eigen productievestigingen ter plaatse. India groeit daarentegen sterk en is inmiddels opgeklommen tot de derde grootste afzetmarkt.

Na drie moeilijke jaren kan de werktuigmachine-industrie voor het eerst weer enigszins opgelucht ademhalen: de orderinstroom steeg in de eerste drie maanden van 2026 met 15 procent.
Ook de import weerspiegelde in de eerste drie maanden de zwakte van de Duitse markt, met een daling van 8 procent. De prestaties waren echter iets beter dan die van de binnenlandse verkoop. Vooral Japanse fabrikanten slaagden erin hun omzet in Duitsland te verhogen. In totaal daalde de binnenlandse consumptie met 10 procent, wat de zwakke investeringsactiviteit in Duitsland bevestigt. Geis concludeert: “De stijging van de orders in Q1 is een belangrijke indicator, maar betekent nog geen volledige geruststelling. Voor een stabiele opwaartse ontwikkeling zijn meer investeringsvertrouwen en betrouwbaardere economische randvoorwaarden noodzakelijk.”
De Technohubs in de Metalektro gaan een nieuwe fase in. De meest kansrijke hubs worden de komende jaren versterkt als structurele knooppunten voor leren, werken en innoveren.
De ontwikkeling van Technohubs is onderdeel van de afspraken uit de cao.
In een Technohub werken onderwijs en bedrijfsleven samen aan kennisuitwisseling op het gebied van technologische innovaties. De hub is een inspirerende plek waar medewerkers bijblijven in hun vak en jongeren de skills leren die ze nodig hebben voor de toekomst. Ze leren niet in een traditionele schoolopzet, maar op nieuwe
en hybride manieren die aansluiten bij de actuele beroepspraktijk. Een technohub maakt innovaties regionaal toegankelijk, zodat werkenden zich een leven lang kunnen ontwikkelen. De afgelopen jaren zijn Technohubs uitgegroeid tot plekken waar bedrijven en onderwijs samenwerken op diverse terreinen, variërend van robotisering,

Tata Steel Nederland heeft vergunningen aangevraagd voor de realisatie van overkappingen en een windscherm bij meerdere grondstofopslagplaatsen op het terrein in IJmuiden.
Deze voorzieningen moeten ervoor gaan zorgen dat stof zich minder verspreidt. Daarnaast wordt geluid dat vrijkomt bij het lossen van schroot
met de overkapping gedempt. Met een lengte van bijna 400 meter, een breedte van 94 meter en een hoogte van 23 meter, is deze overkapping een van de grootste constructies. Om stofverspreiding verder te beperken, worden nieuwe transportbanden volledig gesloten uitgevoerd. Voor bestaande banden wordt op diverse locaties aanvullende beneveling toegepast. Zo worden de transportban-
den bij de ertsmengvelden uitgerust met extra vernevelingssystemen om grondstoffen vochtig te houden en stofvorming tijdens transport te voorkomen. Dit proces wordt continu gemonitord met sensoren. Met deze maatregelen wil de staalfabrikant de uitstoot van stof en geluid merkbaar verminderen en zo de leefomgeving voor omwonenden verbeteren.
inclusieve technologie tot brede human capital vraagstukken voor de regio. Een tussenevaluatie van bureau KplusV laat zien dat hubs zich professionaliseren en zichtbaar bijdragen aan innovatie en talentontwikkeling in de sector. Tegelijkertijd vraagt verdere groei om structurele borging, onder meer in financiering, kennisdeling en het omzetten van praktijkervaringen naar herbruikbaar leer- en ontwikkelaanbod.
Jaargang 26
Op basis van de evaluatie wordt ingezet op ondersteuning van zes Technohubs in de periode 2026–2029. Daarbij verschuift de aanpak van tijdelijke projecten naar een structureel instrument voor de sector. Voor deze volgende fase is circa € 1,85 miljoen beschikbaar, gericht op versterking van de hubs, kennisdeling en landelijke coördinatie.
colofon
Tweelingenlaan 51 7324 AP Apeldoorn
Tel: 00-31-(0)55-3601060 Internet: www.MetaalNieuws.nl e-mail: info@MetaalNieuws.nl
Advertentie-exploitatie:
Vincent Span 055-3606227 Mobiel 06-51193408 e-mail: v.span@metaalnieuws.nl
Harold Draaijer 055-3606420 Mobiel 06-51193132 e-mail: h.draaijer@metaalnieuws.nl
Redactie
Eric Weustink 055-3601633 Mobiel 06-13628689 e-mail: e.weustink@metaalnieuws.nl
Tim Wentink e-mail: t.wentink@54umedia.nl
Mail adressen redactie: redactie@metaalnieuws.nl
Drukkerij Senefelder Misset Doetinchem
Ontwerp en opmaak: 54U Media
Rijnier van Kesteren
Telefoon 055-3600018
E-mail: dtp@metaalnieuws.nl
Alle leden van de brancheorganisaties ontvangen MetaalNieuws kosteloos.
MetaalNieuws is een uitgave van 54U Media BV en wordt 22 maal per jaar in een oplage van 17.500 exemplaren verspreid in de metaalverwerkende industrie aangesloten bij de brancheorganisaties.
Niets uit deze uitgave mag door middel van fotokopieën, scans of andere technische reproductiemiddelen worden overgenomen zonder de nadrukkelijke, schriftelijke toestemming van de uitgever.
Alle advertentiecontracten worden afgesloten conform de Regelen voor het Advertentiewezen, gedeponeerd bij de rechtbanken in Nederland (exemplaar op aanvraag kosteloos verkrijgbaar)
ISSN: 1570-422X
