3 minute read

Column: Floris Göbel

Elke editie schrijft een natuurliefhebber over wat hem of haar bezighoudt op het gebied van natuur en milieu. Deze keer: Floris Göbel, natuur- en dierenexpert, schrijver en presentator.

In de oceaan tussen Bali, de Filipijnen en de Salomonseilanden bevindt zich een wonderlijke onderwaterwereld boordevol zeedieren. De biodiversiteit in dit gebied is ongekend. Ik heb al veel gezien en beleefd, maar de Koraaldriehoek heeft me echt verbluft en diep in mijn hart geraakt. Tijdens een expeditie voor WWF ben ik – soms letterlijk – in de oceaan gedoken. Het is zo bijzonder om naast een joekel van een zeeschildpad te zwemmen. Een prehistorisch uitziend, groot en log dier op het strand, maar in het water sierlijk bewegend. Met doordringende, zwarte ogen die je raken tot in je ziel. Het werd nog specialer toen ik ’s avonds een vrouwtjesschildpad zag die zich met moeite het strand optrok om met die grote zwemflippers een kuil te graven. Daarin legde ze meer dan honderd eieren. Wat een werk en wat een prachtbeest.

‘Soms moeten we de natuur een handje helpen’

Dolfijnen sprongen speels voor onze boot tijdens het varen en bij zonsondergang zagen we ze via dronebeelden paren. Ongelooflijk! Deze oceaan is heel belangrijk voor zeedieren om te paren, te baren en op te groeien. Het is een grote kraamkamer waar jonge zeedieren een veilig plekje en eten vinden. Ook was ik getuige van de eerste stapjes van superschattige babyschildpadjes op weg naar de grote zee vol uitdagingen en gevaren.

Floris Göbel op zee
Sabine Bos

Natuurlijk had WWF me niet uitgenodigd om aandacht voor de Koraaldriehoek te vragen als er niets aan de hand was. Dit gebied en de dieren die er leven worden ernstig bedreigd. Ik wist dat al. maar het was heftig om het met eigen ogen te zien. Ik zag koraalriffen die ooit vol jong leven in alle kleuren van de regenboog zaten. Ze zijn veranderd in een koraalkerkhof waar alles kapot is en niets leeft. Ook de mangrovebossen, waar jonge zeedieren een veilige plek vinden, zijn op sommige plekken gekapt waardoor het een grote, dode blubberbende is geworden. Verschrikkelijk om te zien.

Gelukkig is de natuur veerkrachtig, veel meer dan we voorheen dachten. Als we een beschadigd gebied beschermen, kunnen koralen en mangroves weer aangroeien en zie je zeedieren terugkeren. Soms moeten we de natuur een handje helpen. Ik zag bijvoorbeeld rifherstel met rotsen. Door stapels rotsen op de kale, zanderige zeebodem te plaatsen, krijgen koralen en zeedieren de kans om zich weer te vestigen.

Ook hielp ik bij koraalherstel door koraalstekjes op frames op de zeebodem te plaatsen, waar ze kunnen uitgroeien tot volwaardige riffen. De nieuwsgierige visjes zwommen er alweer rond, hun nieuwe thuis voorzichtig inspecterend. En de mangroves? Die kunnen we boom voor boom herplanten. Zo’n stukje koraal of één boompje lijkt niet veel, maar met duizend ervan vorm je een heel rif of mangrovebos. Elk beetje helpt. Ik ben verliefd geworden op het leven in de oceanen en ga alles doen om het te behouden, beschermen en herstellen waar dat nodig is. Want het kan en mag niet verloren gaan. Niet voor onszelf en niet voor volgende generaties. We hebben de zee nodig. Voor zuurstof, voor voedsel, voor een prettig klimaat én om van te genieten en een beetje verliefd op te worden.

Floris

This article is from: