CHRISTIAAN HUYGENS
DE JOHAN CRUIJFF VAN DE WETENSCHAP EREN WE ONZE OPTIEKGROOTHEDEN VAN WELEER WEL GENOEG? DIT IS EEN SERIE OVER HELDEN VAN DE OPTIEK MET EEN NEDERLANDSE ACHTERGROND. IN HET BUITENLAND WORDT HISTORISCH GEZIEN HET NEDERLANDSE OPTISCHE ERFGOED VOLOP GEROEMD. MAAR WAT WETEN WE ‘IN DE OPTIEK’ ANNO NU DAAR EIGENLIJK VAN? TEKST Eef van der Worp Christiaan Huygens was in vele opzichten een typisch kind van de 17e eeuw. Er gebeurde zo ontzettend veel midden jaren 1600 - op allerlei gebieden - en door de breuk met religie en de bijbel als allesomvattende waarheid ontstond de wetenschap zoals wij die nu kennen. Onze helden van de vorige edities, René Descartes en Benedictus de Spinoza, zijn daarbinnen weer de helden van nieuwe helden, zoals Christiaan Huygens, die centraal staat in deze editie, en Antoni van Leeuwenhoek (volgende editie). Christiaan Huygens heeft echter ook duidelijk zijn eigen verhaal binnen dit hoofdstuk; in sommige opzichten anders dan de anderen. Christiaan Huygens was om te beginnen een telg uit een rijk patriciërsgeslacht en dit verhaal kan niet aanvangen zonder vader Constantijn Huygens te noemen. Constantijn Huygens sr. was dichter, componist en architect en wordt de eerste (of enige wellicht) ‘homo universalis’ van de Lage Landen genoemd. Bovendien was hij persoonlijk secretaris, diplomatiek adviseur en vertrouweling van stadhouder Frederik Hendrik en van Willem II. Dat Constantijn Huygens sr. ook grote interesse had voor de wetenschap, valt vaak weg tegen deze imposante achtergrond. In eerdere stukken kwamen we zijn naam al tegen: hij overlegde met Descartes en Hudde (wiskundige, jurist, jarenlang burgemeester van Amsterdam én fervent lenzenslijper) over lenzen slijpen en lenzenslijpmachines. En omdat hij zich in internationale gegoede politieke en culturele kringen begaf (en alle talen beheerste), correspondeerde hij ook moeiteloos met de net opgerichte Royal Society in Londen, en de Académie de Science in Parijs.
als muziektheorie, sterrenkunde en natuurkunde. Dit resulteerde in een buitengewoon breed scala aan ontdekkingen en ontwikkelingen die hem in de huidige tijd de naam ‘Johan Cruijff onder de wetenschappers’ opleverde: zo allesomvattend was hij op zijn vakgebied. Hij ontwikkelde tijdmeters, telescopen, microscopen, lenzenslijpmachines, windkrachtmeters, barometers, waterpasinstrumenten, luchtpompen en meer. Maar het meest bekend werd hij met de slingerklok, die hem wereldwijde beroemdheid opleverde. Niet gek dat zijn vader hem ‘mijn Archimedes’ noemde, naar de oudGriekse wiskundige, natuurkundige, ingenieur, uitvinder en sterrenkundige. In dit artikel in de serie over ’helden van de optiek’ ligt de focus op de optische ontdekkingen die Christiaan deed. Hij bleek buitengewoon goed te zijn in het maken van lenzen, al moest hij daarin zijn meerdere naar eigen zeggen ook erkennen in Spinoza (zie het vorige deel in deze serie). Die lenzen gebruikte hij voor het maken van optische instrumenten, zoals de telescoop, waarmee hij als eerste de ring rond Saturnus kon zien. Vooral als instrumentmaker heeft hij dus zijn naam gevestigd in de historie van de optiek. Daarnaast zijn er tal van publicaties van zijn hand die de optiektheorie voor altijd hebben veranderd.
MIJN ARCHIMEDES Zoon Christiaan Huygens en zijn broers en zussen kregen in ieder geval een opvoeding die het aan alle kanten mogelijk maakte zich te ontplooien en te ontwikkelen. Hierbij bleek al snel dat de kleine Christiaan uitblonk in wiskunde, dol was op berekeningen en excelleerde in gerelateerde disciplines, zo-
‘Laat ik dit jaar 1612 besluiten met een laatste terloopse mededeling. In dit jaar, mijn zestiende levensjaar, ben ik een bril gaan dragen, zo’n holgeslepen bril voor jeugdige personen. Deze heb ik sindsdien steeds gebruikt. Veel mensen dachten dat dit helemaal niet nodig was en dat het puur een kwestie van aanstellerij was.’
102 EYELINE
HUYGENS WAS BIJZIEND Wat wellicht heeft meegespeeld in de fascinatie voor optiek bij zowel vader als zoon Huygens, is dat vader vrijwel zeker (hoog)myoop was. In een schrijven van begin 17e eeuw tekent vader Constantijn dit zo op: