Onze

![]()
Onze











Een op de drie producten in de Nederlandse supermarkt heeft ooit in een vrachtwagen van Simon Loos gelegen. Dat gegeven illustreert hoe diep logistiek verweven is met het dagelijks leven. Toch is het publieke bewustzijn over die cruciale rol beperkt. Intussen verandert de sector ingrijpend. Klanten vragen niet langer alleen om capaciteit, maar om inzicht, voorspelbaarheid en integrale ketenoplossingen. De transitie van uitvoerder naar strategisch partner raakt alle facetten van het logistieke bedrijf, van digitalisering en elektrificatie tot organisatiecultuur en leiderschap.

Simon Loos, een van de grootste logistieke dienstverleners van Nederland, is actief in transport, warehousing en co-packing voor klanten in retail, food en e-commerce. Het familiebedrijf bestaat al meer dan negentig jaar en verzorgt dagelijks een groot deel van de bevoorrading van Nederlandse supermarkten en distributiecentra. Martin Knol, momenteel CFO en aankomend CEO per 1 januari 2027, omschrijft de verschuiving helder. “Transport blijft de kern van ons bedrijf, maar vroeger vroegen klanten vooral om capaciteit. Vandaag willen ze inzicht, voorspelbaarheid en hulp bij het optimaliseren van hun totale logistieke keten.”
Van capaciteit naar ketenregie
Die transitie naar ketenregie betekent concreet dat Simon Loos niet alleen eigen voertuigen en mensen aanstuurt, maar in sommige gevallen namens klanten de volledige logistieke stroom coördineert, inclusief andere vervoerders. Realtime
zegt Knol. “Dat betekent dat we een grote verantwoordelijkheid dragen. Soms mag het bewustzijn daarover bij de Nederlandse bevolking wel wat groter zijn, want logistiek hangt met alles samen.”
Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over de gehele keten, van grondstof tot winkelschap. Wat de consument niet ziet, is de complexe logistieke operatie die aan elk product voorafgaat. Voedsel, dranken, dagelijkse boodschappen: voordat het in het schap ligt, zit er een complete supply chain achter. Meer bewustzijn daarover zou volgens Knol ook helpen bij de trots en waardering voor de mensen die het werk dagelijks uitvoeren. “Logistiek blijft mensen business. Iets meer awareness zou goed zijn, want het is echt een cruciale schakel.”
De omvang van het bedrijf biedt voordelen, maar brengt volgens Knol ook nieuwe vraagstukken met zich mee. Juist doordat het bedrijf op veel locaties actief is, vraagt de elektrificatie van de vloot om een bredere strategische aanpak dan alleen het vervangen van dieseltrucks. Beschikbaarheid van netcapaciteit, laadinfrastructuur en energievoorziening verschillen per vestiging en maken planning complexer. “Wij moeten daar strategisch een veel bredere oriëntatie doen, zowel op onze eigen mogelijkheden als in samenwerking met de klanten waarvoor we rijden.” Volgens Knol is schaal daarmee niet alleen een concurrentievoordeel, maar ook een verantwoordelijkheid die vraagt om slimme samenwerking en datagedreven besluitvorming.
Data als productiefactor
Ik hoop dat klanten ons over tien jaar zien als hun meest strategische logistieke partner
monitoring, data-analyse op duurzaamheid en capaciteitsmanagement maken deel uit van dat dienstenpakket. De schaalgrootte, met zo’n 1.300 vrachtwagens op de Nederlandse wegen, geeft het bedrijf een positie die zowel verantwoordelijkheid als mogelijkheden met zich meebrengt. “Als er geen bevoorrading is van de supermarkt, dan is die binnen een aantal dagen leeg”,
Een belangrijke pijler onder die bredere rol is de versnelde investering in digitalisering en data. Knol is duidelijk over wat deze manier van werken in de praktijk betekent. “Datagedreven werken komt kort gezegd neer op beslissingen zoveel mogelijk laten ondersteunen door feiten en inzichten. Niet om ervaring te vervangen, maar om die sterker te maken.”
Door gegevens uit transport, warehouses en klantprocessen te combineren, kan Simon Loos patronen herkennen, afwijkingen signaleren en klanten helpen met betere besluitvorming. De investeringen zitten niet zozeer in één specifieke technologie, maar vooral in het verbindende: integratieplatformen die data
uit verschillende bronnen samenbrengen en omzetten in bruikbare inzichten. “Die inzichten worden een steeds belangrijkere productiefactor”, benadrukt Knol. “Die moeten we omzetten in waarde voor onze opdrachtgevers.”
in hand met de activiteiten die een planner uitvoert. Het vervangt het menselijk oordeel niet, maar maakt het krachtiger.”
De investeringen in IT-infrastructuur zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. Dat is geen doel op zich, maar een middel om de waardepropositie richting klanten te versterken. Op termijn verwacht Knol dat Simon Loos net zoveel data genereert als dagelijks gereden kilometers. Die waarde werkt twee kanten op: intern voor betere besluitvorming en extern voor de optimalisaties die klanten kunnen doorvoeren.
Ons DNA mag niet aangetast worden, maar we moeten wel blijven vernieuwen
De groeiende rol van AI Kunstmatige intelligentie speelt daarin een toenemende rol. Vooralsnog zet het bedrijf AI vooral in bij voorspellingen en capaciteitsplanning, waar het volgens Knol al aantoonbaar waarde oplevert. Maar hij verwacht dat de technologie in de toekomst een veel bredere bijdrage levert aan operationele besluitvorming. “AI gaat hand
Elektrificatie als systeemvraagstuk Naast digitalisering staat elektrificatie hoog op de agenda. Simon Loos rijdt eind dit jaar naar verwachting met meer dan 215 elektrische trucks, ruim een zesde van de totale vloot. In de eerste vijf maanden van dit jaar zijn er al vijf miljoen elektrische kilometers gereden, een verdrievoudiging ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. “En die trend zet zich alleen maar door”, aldus Knol.
Toch waarschuwt hij voor een te simpele voorstelling van zaken. “Het vervangen van een dieseltruck door een elektrische is niet hetzelfde als klaar zijn. Het grijpt in op alle lagen van de organisatie: planningen, laadinfrastructuur, energievoorziening, ritplanning en de

inzetbaarheid van duurdere assets.” De actieradius van moderne e-trucks is inmiddels zeker 600 kilometer, ruim voldoende voor binnenlandse distributie. Maar de omgeving moet kunnen volgen. Elektrificatie verandert niet alleen het voertuig, maar raakt het hele bedrijf: planningsvraagstukken worden dynamischer, gegevens over stroomvoorziening worden een factor in de dagelijkse operatie, en de complexiteit van de business case neemt toe.
Netcongestie is daarbij een hardnekkig obstakel. Niet het voertuig, maar de beschikbaarheid van voldoende vermogen op de juiste locatie, vormt de grootste bottleneck. Of een bedrijf succesvol kan elektrificeren, hangt sterk af van de lokale situatie: is er voldoende stroomaansluiting waar de trucks gestationeerd zijn? Simon Loos moet daarin een bredere oriëntatie hanteren dan kleinere vervoerders die op één locatie opereren.

AI vervangt het menselijk oordeel niet, maar maakt het krachtiger
Creatieve oplossingen
Het bedrijf zoekt samen met klanten naar creatieve oplossingen. Zo rijdt de volledige vloot waarmee voor Lidl gereden wordt volgend jaar volledig elektrisch. Ook bij andere grote opdrachtgevers draait de elektrificatie op volle toeren. De business
case is volgens Knol inmiddels sluitend, zeker wanneer stroom beschikbaar is, deels groene stroom betreft en subsidieregelingen zoals E-RACE benut worden. Hoge dieselprijzen door instabiliteit op de oliemarkt en de komende kilometerheffing versterken het economische argument verder.
Verduurzaming reikt overigens verder dan de brandstoftransitie. “Minder kilometers rijden, minder stilstand, minder verspilling: dat zijn ook duurzaamheidsdoelstellingen”, zegt

Knol. “De grote uitdaging is hoe snel die transitie kan plaatsvinden, want verduurzaming moet technisch haalbaar blijven, maar ook economisch.” Voor de binnenstedelijke distributie is emissievrij transport nu al grotendeels de norm. Voor regionale distributie binnen heel Nederland verwacht Knol een sterke elektrificatie in de komende jaren. Waterstof blijft vooralsnog een technologie voor de langere termijn.
de lange termijn waarde creëren”, aldus Knol.
Minder kilometers rijden, minder stilstand, minder verspilling: dat zijn ook duurzaamheidsdoelstellingen
Continuïteit en versnelling
De aangekondigde directiewissel geeft het bedrijf een duidelijk signaal mee. De aandeelhouders kozen bewust voor continuïteit door Knol als CFO door te laten groeien naar de CEO-functie, een keuze die past bij de lange tijdshorizon die kenmerkend is voor familiebedrijven. “De grootste uitdaging is niet Simon Loos te veranderen, maar hem succesvol verder te ontwikkelen”, zegt Knol.
De overgang verloopt geleidelijk. De komende jaren werkt Knol samen met Simon, die als COO aan zijn zijde blijft. Een nieuwe CFO wordt extern geworven. Die structuur weerspiegelt de cultuur van het familiebedrijf: korte lijnen, gedeelde verantwoordelijkheid en een focus op de lange termijn. “Het gaat niet om kortetermijnresultaten. We willen echt voor
Drie strategische prioriteiten Wat hem het meest aanspreekt in de nieuwe rol is de mogelijkheid om de ingezette koers te versnellen. Knol wil als CEO doorzetten op drie strategische prioriteiten: de verdere uitbouw van de ketenregisseursrol, verdieping van datagedreven werken door de hele organisatie, en verduurzaming van de vloot en bedrijfsvoering. Tegelijkertijd werkt hij met de volgende generatie om te kijken hoe deze optimaal kan aansluiten bij de bedrijfsvoering. Dit is een verantwoordelijkheid die bij een familiebedrijf als vanzelfsprekend bij de rol hoort.
Binnen deze prioriteiten blijft aandacht voor de menselijke kant onmisbaar. Chauffeurs worden schaarser door vergrijzing, en slimmer organiseren met minder mensen vraagt meer van data en samenwerking in de keten. “Uiteindelijk zijn het de mensen die het verschil blijven maken”, zegt Knol. “Maar we zullen het slimmer moeten gaan doen, met minder resources. En daarvoor hebben we data nodig.”
Zijn boodschap aan de logistieke sector vat de ambitie bondig samen: stop met het afzonderlijk bekijken van uitdagingen als verduurzaming, digitalisering en ketencomplexiteit. “We zullen meer en anders moeten samenwerken met partners, in de breedte van de keten, om logistiek slimmer te organiseren.”
“Het DNA van Simon Loos mag niet aangetast worden, maar we moeten wel de slag maken om te blijven vernieuwen en door te ontwikkelen naar het Simon Loos van de toekomst.”

Account Manager
Jeroen van Zonneveld
Managing Director
Saïd Laktami
Redactie & Design
Eltjo Nieuwenhuis, Mecdalawit Ogbamichael en Kiloe van Benthem
Tekst
Hugo Schrameyer, Fred Pals, Gedistribueerd met Het Financieele Dagblad 2026
Drukkerij
RODI Rotatiedruk
Partner content in deze campagne is tot stand gekomen in samenwerking met onze klanten. Dit zijn commerciële uitingen. Dit is een commerciële uitgave. De FD-redactie heeft geen betrokkenheid bij deze productie.
Uitgegeven door Contentway B.V.
Keizersgracht 424
NL-1016 GC Amsterdam
Telefoon
+31 (0)20 241 7763
Website contentway.nl
Email info@contentway.nl redactie@contentway.nl
Nederland moet jaarlijks honderdduizend woningen bouwen, maar komt al jaren niet verder dan zo’n 65.000. Stikstof, netcongestie en een tekort aan vergunningscapaciteit bij gemeenten remmen de productie, terwijl tegelijk de bouwkosten oplopen en tienduizenden bouwvakkers de sector verlaten. Dat duurzaam bouwen daarbovenop ook nog eens duurder zou zijn, is een aanname die steeds vaker wordt achterhaald door de praktijk.
Michel Baars, ondernemer en voorvechter van circulair bouwen bij Moos, ziet juist het omgekeerde gebeuren. Energie en grondstoffen voor traditionele bouwmaterialen zoals beton en staal worden snel duurder, terwijl biobased alternatieven die prijsstijging veel minder voelen. “Duurzaamheid is duurder, zolang vervuilen niks kost”, aldus Baars. Nu vervuiling steeds meer geld gaat kosten door snel stijgende energiekosten én CO2-beprijzing, is duurzaam bouwen concurrerend.
Daar komt het personeelstekort bovenop. Zo’n 60.000 tot 70.000 bouwvakkers verlaten de komende jaren de sector, zonder dat er voldoende aanwas tegenover staat. Daardoor zal de traditionele sector alle zeilen bij moeten zetten om het huidige niveau te kunnen blijven realiseren, terwijl er minstens 100.000 nodig zijn. Industrialisatie en modulair bouwen vergen aanzienlijk
Advertorial
minder arbeidsuren per vierkante meter, wat juist bij sociale woningbouw, waar de personeelskosten relatief zwaar wegen, het verschil maakt tussen wel en niet haalbaar.
Volgens Baars tonen cijfers uit de praktijk dat duurzaam bouwen financieel juist aantrekkelijk kan zijn. Als voorbeeld noemt hij de woningen van Moos, die een CO₂-voetafdruk hebben van ongeveer 170 kilogram per vierkante meter. Ruim onder de Paris Proof-norm en de helft van de ongeveer 340 kilogram die traditionele bouw gemiddeld uitstoot. Het overgrote deel van de Moos woningen bestaat uit hout, aangevuld met gerecycled beton, biobased isolatie en bewezen, in de nationale milieudatabase geregistreerde, materialen.
Project Euterpe is volgens Baars een voorbeeld van hoe snel die aanpak kan werken. “Binnen een jaar na het
Europa’s energiecrisis heeft een diepe les blootgelegd: wie afhankelijk is van één bron, één route of één energievorm, is kwetsbaar. Tegelijkertijd groeit de urgentie om te verduurzamen, terwijl de industrie vastloopt op netcongestie en toenemende onzekerheid over de toekomst. Nederland moet investeren in energie-infrastructuur, maar de kwestie is hoe snel en slim dat gebeurt.
“Eén ding weet je zeker: zonder infrastructuur komt energie niet van A naar B”, zegt Willemien Terpstra, CEO van Gasunie. Het bedrijf beheert ruim 17.500 kilometer aan buisleidingen in Nederland en Duitsland en speelt een centrale rol in zowel de energiezekerheid van vandaag als de transitie van morgen. “We zijn niet alleen de fysieke verbinder onder de grond, maar ook de sociale connector boven de grond.”
De kracht van moleculen
“Het huidige energiesysteem bestaat voor tachtig procent uit moleculen, voornamelijk aardgas, en voor twintig procent uit elektriciteit.” Dat onderscheid is essentieel, legt Terpstra uit. “Moleculen zijn cruciaal voor de industrie om te kunnen verduurzamen. Daarnaast heeft het eigenschappen die elektriciteit niet heeft. Zo kunnen moleculen energie goedkoop transporteren en langdurig opslaan, ook seizoensgebonden. Er zit een factor tien verschil in opslagcapaciteit tussen moleculen en elektriciteit. Je hebt ze allebei nodig.”
Die complementariteit wordt steeds relevanter nu zon en wind het elektriciteitsnet steeds grilliger belasten.
Elektriciteitscentrales op aardgas draaien overuren bij windstilte of bewolking. Het aardgasverbruik voor deze elektriciteitscentrales steeg in 2025 al met zestien procent. “Integratie van systemen is daarom een absolute noodzaak voor de komende jaren.”
Gasunie zet hier concreet op in. Het WarmteLinQproject gaat restwarmte transporteren van Rotterdam naar Den Haag en Leiden en verduurzaamt daarmee 120.000 huishoudens. De CCS-projecten Porthos en Aramis maken het mogelijk dat de Nederlandse industrie haar CO2-uitstoot met de helft terugdringt. Het eerste deel van het nationale waterstofnetwerk is afgelopen mei officieel geopend door koning Willem-Alexander. “Waterstof is geen toekomstbelofte meer, maar concrete infrastructuur die gebruikt kan worden. En dit is pas het begin”, zegt Terpstra. De Delta-Rhine-corridor verbindt begin jaren dertig Nederland en Duitsland voor zowel waterstof als CO2-transport op grote, grensoverschrijdende schaal.

eerste telefoontje stond er een hofje van 30 woningen voor spoedzoekende Oekraïense gezinnen en woningzoekende starters. De korte ontwerptijd door modulair bouwen hielp, net als een meewerkende gemeente.” Net zo belangrijk was de aandacht voor de sociale samenhang binnen het hofje, drie jaar later nog merkbaar in hoe bewoners zich er thuis voelen.
Schaarste aan materiaal vormt volgens Baars geen probleem. Het aandeel hout dat de bouw nu gebruikt is een fractie van wat jaarlijks aangeplant en geoogst wordt, en de sloop in Nederland levert meer dan genoeg gerecycled beton op. “De werkelijke schaarste zit aan de andere kant: bij grondstoffen voor traditionele materialen, die vaak van ver komen en afhankelijk zijn van kwetsbare aanvoerlijnen. Daarom werken wij met korte Europese toeleveringsketens.”
Volgens Baars kantelt de rekensom achter woningbouw. Waar duurzaam bouwen jarenlang als een duurdere keuze gold, zorgen stijgende materiaalprijzen, CO₂-kosten en personeelstekorten er volgens hem voor dat juist traditionele bouw terrein verliest. “We moeten bouwen binnen het budget van de opdrachtgever én binnen het budget van de aarde.”
Tekst: Fred Pals
Nu bouwen of te laat
Terpstra stelt: “Als je een stad bouwt, moet er een weg naartoe. Die weg kan niet betaald worden door het eerste huis.” Infrastructuur vereist coördinatie tussen overheid, marktpartijen en netbeheerders, en dat vraagt om heldere wetgeving, vereenvoudigde vergunningen en duidelijke afspraken over risicoafdekking bij nieuwe waardeketens. “De markt heeft behoefte aan zekerheid en samenwerking is daarbij cruciaal.”
Nederland heeft een voorsprong die te verliezen valt. Het bestaande buisleidingennetwerk is herbruikbaar voor waterstof en CO2. De industrieclusters zijn groot en goed bereikbaar. Rotterdam kan een nieuwe, toonaangevende energiehub worden. “Als je gaat vertragen, verlies je je koploperspositie”, stelt Terpstra. “Dit zijn de waarmaakjaren. We zitten in een goede positie, maar we moeten nu echt aan de bak. Wachten op zekerheid is geen optie. De infrastructuur moet er liggen voordat de markt volledig volwassen is. Alleen zo blijft Nederland weerbaar, betaalbaar en concurrerend.”



De roep om digitale soevereiniteit, afhankelijkheid van digitale diensten en een alsmaar groeiende digitale economie maken één ding duidelijk: Nederland en Europa hebben eigen datacentercapaciteit nodig. Geavanceerde chips, AI-modellen en cloudstrategieën krijgen meer strategische betekenis als onderdeel van de fysieke infrastructuur om data veilig, snel en dichtbij te verwerken. Juist in een markt die op slot zit door netcongestie en sociale druk ligt er een enorme kans om uitzonderlijke, innovatieve en duurzame datacenters te ontwikkelen. Infrastructuur die bijdraagt aan de digitale economie en sociaal acceptabel is.
“De kans zit in het aangrijpen van beperking als uitdaging om meer te realiseren dan alleen nieuwe datacentercapaciteit,” zegt Tjerk van der Meer, CEO van Deerns “door het toepassen van technische innovatie en het herontwerpen van bestaande infrastructuur wordt capaciteitsgroei mogelijk. Deze groei wordt pas op een duurzame en maatschappelijke manier haalbaar als er vanaf de eerste planning- en ontwerpfases samengewerkt wordt tussen alle betrokken partijen.”
“De technische mogelijkheid is er”
Tjerk van der Meer benadrukt dat de technische mogelijkheid voor het duurzaam en integraal realiseren van datacentercapaciteit er al is. De sleutel zit in samenwerking met de stedenbouwkundigen, (landschaps) architecten, ingenieurs, aannemers, gemeenten, netbeheerders, bewoners en andere belanghebbenden. Zij brengen ieder hun eigen perspectief in. Door vroegtijdig samen te werken, ontstaan doorgaans creatieve, samenhangende en haalbare oplossingen die goed zijn ingepast en er mooi uitzien, wat bijdraagt aan de ruimtelijke integratie en maatschappelijke acceptatie.
Door de samenwerking op te zoeken kunnen ambitieuze en innovatie technische oplossingen in de praktijk haalbaar gemaakt worden. Datacenters kunnen bijvoorbeeld als energie- en datahubs ontwikkeld worden en een deeloplossing vormen voor netcongestie. De inzet van restwarmte uit datacenters, wordt ook realistischer wanneer warmtebron en warmtevraag goed op elkaar worden afgestemd in een vroeg stadium. Op deze manier kan nieuwe capaciteit gerealiseerd worden op een manier die
past bij de omgeving en bijdraagt aan oplossing voor grote maatschappelijke uitdagingen. Capaciteit die bovendien de positie van Nederland als digitale koploper versterkt.
Benutten wat al beschikbaar is Minstens zo belangrijk is het toepassen van innovaties voor bestaande datacenter capaciteit. Veel extra capaciteit kan worden vrijgespeeld door bestaande datacenters efficiënter en duurzamer te maken, te verdichten of gericht uit te breiden binnen bestaande aansluitingen. Dit kan zeer gericht uitgevoerd worden door bijvoorbeeld het vernieuwen en verbeteren van koelsystemen. Met de juiste samenwerkingspartners blijft een datacenter volledig

operationeel, terwijl de systemen verbeterd worden voor het realiseren van efficiënter gebruik van stroom, enorm beperkt watergebruik en slimme energieoptimalisatie.
Deerns werkt aan datacenters op alle schaalniveaus: van bestaande locaties en regionale capaciteit tot grote high-density projecten. Deerns heeft ervaring met efficiënte waterkoelingssystemen, het verbeteren van bestaande infrastructuur en het ontwerpen van highdensity AI-capaciteit op grote schaal, met oog voor energieprestaties, bouwfysica en lokale inpassing. Deze brede praktijkervaring is belangrijk, omdat de toekomst van digitale infrastructuur niet in één type datacenter ligt, maar in een robuust netwerk van modulaire edge datacenters, regionale hubs, en grootschalige hyper scale datacenters en AI-campussen. Door slimme integrale technische oplossingen toe te passen kunnen al die typen datacenters ingepast worden in bestaande omgeving die past binnen de wet- en regelgeving.
Wie duurzame digitale groei serieus neemt, kijkt vooral naar wat de mogelijkheden zijn. “Datacenters worden pas echt duurzaam en toekomstbestendig wanneer ze onderdeel zijn van het net, de stad, het landschap en de economie die erop draait. Door toepassing van de nieuwste technologie en het aanjagen van innovatie kunnen datacenters uitgroeien tot hele bijzondere, waardevolle en gewaardeerde infrastructuur.” zegt Van der Meer.
Deerns werkt actief aan de toekomst van de gebouwde omgeving: via ontwerp, engineering en adviesdiensten voor slimme en duurzame gebouwprestaties. Ons wereldwijde team van experts combineert innovatie en hoogwaardige techniek, en maakt hiermee het verschil. Onze missie: een slimme, groene gebouwde omgeving voor de generaties na ons. deerns.com

Nederland loopt vast op zijn eigen ambities. Bedrijven die willen verduurzamen of opschalen, boeren die hun zonnestroom optimaal willen inzetten, mkb’ers die hun wagenpark willen elektrificeren en particulieren die steeds vaker zien dat terugleveren aan het net wordt geblokkeerd: iedereen stuit op hetzelfde obstakel. Het elektriciteitsnet zit vol. In Utrecht geldt sinds kort zelfs een stop op nieuwe aansluitingen. Hoe snel kan dit worden opgelost?

Slimmer sturen en bufferen
Netcongestie is in de kern een piekprobleem: het net kan de piekvraag niet aan, maar heeft op veel andere momenten een groot overschot aan capaciteit. Wie de energievraag slim kan sturen, vermindert de druk op het net zonder dat er direct nieuwe kabels gelegd moeten worden. Dit is het gebied waarop specialisten als SmartGrid en Top Systems focussen: energieopslagsystemen die overtollige stroom tijdelijk kunnen bufferen.
De verbinding tussen deze merken is geen toeval. Beide bedrijven zijn onderdeel van Power Group. Deze holding richt zich al ruim 40 jaar op duurzame energie- en stroomoplossingen voor zowel de zakelijke als particuliere markt. Met vestigingen in Bodegraven, Stadskanaal en Hengelo zijn ze actief in uiteenlopende sectoren, waaronder bouw & infra, maritiem, automotive, agro, transport en zorg. Ook gemeenten en overheden behoren tot de klanten.
Energieopslag als overbrugging
Energieopslag wordt breed gezien als oplossing voor de korte en middellange termijn, maar in de toekomst is meer nodig. “We hebben het inderdaad over piekproblemen”, stelt Andrew Berkhout, CCO van Power Group. “Dus als wij de energievraag met onze oplossingen kunnen sturen, dan ondersteunen we de energietransitie, terwijl het stroomnet verder wordt uitgebreid.” Die investeringen zijn fors: de komende jaren zijn miljarden nodig voor netverzwaring. En naast geld

is ook tijd een belangrijke factor. “Helaas zorgt beleid voor vertraging. Niet alleen op landelijk niveau, maar bijvoorbeeld ook bij het aanwijzen van locaties voor netuitbreiding. Die trajecten duren lang en vaak worden de locaties uiteindelijk toch afgewezen”, voegt Robert van Vliet, marketing manager van Top Systems toe.
top.systems - smartgrid.com
We denken steeds meer na over onze eigen energiezekerheid, los van wat de overheid doet
Standaardiseren zonder de klant te vergeten
Door het uitblijven van een structurele oplossing voor netcongestie ontstaat er een groeiende vraag naar energieopslag. Dat stelt de organisatie intern voor uitdagingen. Het bedrijf is de afgelopen jaren weliswaar uitgebreid, maar doet nog steeds veel maatwerk. Dat kost tijd en capaciteit. “We zoeken naar manieren om meer standaardisatie toe te voegen aan ons dienstenpakket en productportfolio”, zegt Berkhout. Een concreet resultaat daarvan is de recent gelanceerde TopSmart ESS, een complete thuisbatterijoplossing met Victron Energy-componenten als basis, ontwikkeld voor installateurs in de residentiële markt en het mkb. Waar voorheen één installatie per dag de norm was, realiseren installateurs nu probleemloos twee installaties per dag.
De standaardisatie is ook terug te zien op het gebied van service. Met behulp van een online portal en remote monitoring bewaken technici op afstand de systemen van klanten. Ze signaleren een naderende storing voordat de klant er last van heeft. “We kunnen hiermee echt proactief handelen”, zegt Bastiaan van den Heuvel, marketing manager van SmartGrid. “Je kunt de klant veel beter en eerder helpen dan partijen die deze data niet hebben. Dit bespaart ons én de klant veel tijd.” Ondanks deze procesoptimalisaties blijft de organisatie zich bewust van wat hen kenmerkt. “Onze CTO is ooit begonnen met generatoren, vaak als noodstroomoplossingen”, legt van den Heuvel uit. “Daardoor begrijpen we hoe belangrijk gebruiksgemak en continuïteit zijn, en waarom bedrijven graag vasthouden aan wat ze kennen. Dat maakt ons een sterkere partner in de transitie naar batterijsystemen dan bijvoorbeeld iemand die Chinese batterijen inkoopt zonder die praktijkervaring.”
De praktijkkennis vertaalt zich in een werkwijze die begint bij de energiebalans van de klant. Wat is de bestaande situatie, wat is de behoefte, en wat past daar het best bij? Ook na aflevering blijven ze naast de klant staan. “We zijn niet transactioneel”, zegt Berkhout. “We lopen na de installatie niet weg bij de klant.”
Energiezekerheid als eigen verantwoordelijkheid
De energietransitie heeft de politieke afhankelijkheid van energie pijnlijk zichtbaar gemaakt. Wisselend beleid zorgt voor onzekerheid en leidt tot een afwachtende houding bij zowel bedrijven
als particulieren. Toch ziet Berkhout een fundamentele verschuiving die verder gaat dan beleid alleen. “Mensen en bedrijven gaan steeds meer nadenken over hun eigen energiezekerheid, los van wat de overheid doet. Die verandering in mindset is essentieel om uitdagingen zoals netcongestie het hoofd te bieden.” Energiezekerheid wordt daarmee steeds vaker gezien als eigen verantwoordelijkheid, waarbij bedrijven, particulieren en partners zelf actief moeten handelen.





Nederland heeft honderden zonneparken gebouwd, maar de systemen die ze aansturen, zijn nooit ontworpen voor de markt die nu ontstaat. In 2015 verkeerde het Nederlandse elektriciteitsnet in slechts één procent van de kwartieren in een situatie waarin vraag en aanbod binnen korte tijd sterk uit balans raakten. Vandaag gebeurt dat veel vaker. In januari 2026 was dat aandeel gestegen naar 32 procent. Eén op de drie kwartieren is het net dus instabiel. Dat is geen tijdelijk probleem, maar een structureel signaal dat de huidige architectuur niet meer past bij wat erop draait.
Wat begint als een praktische oplossing, groeit uit tot een complexe infrastructuur van losse verbindingen, leveranciers en systemen. Die versnippering belemmert niet alleen cybersecurity en governance, maar ook de realtime asset control die nodig is om waarde te halen uit een steeds dynamischere energiemarkt.
Oplossing begint bij inzicht in het probleem
Martijn Handels, CPTO en oprichter van Helin, beschrijft het patroon dat hij keer op keer tegenkomt: “Een park wordt gebouwd, de aannemer plaatst een 4G-router zodat hij erbij kan. De eigenaar plaatst zijn eigen router. De batterijleverancier doet hetzelfde. Dan heb je drie partijen die allemaal vrij toegang hebben tot die site, en niemand weet wie wanneer wat heeft gedaan.” Die versnippering is niet alleen een beveiligingsrisico. Ze maakt ook snelle, gecoördineerde aansturing onmogelijk, terwijl de markt daar steeds harder om vraagt.
Sinds oktober vorig jaar is de Europese day-ahead elektriciteitsmarkt overgestapt op kwartierprijzen. Dit betekent dat de energiebeurs (EPEX) niet langer 24-uursprijzen kent, maar 96 afzonderlijke prijspunten per dag. TenneT publiceert balansinformatie nu elke twaalf seconden. Handelsspreads tussen day-ahead en onbalans kunnen oplopen tot meer dan
negentig euro per megawattuur.
“Wanneer de aansturing via een centraal cloudsysteem verloopt, reageren assets vaak enkele seconden later op veranderingen in de markt of op het net”, zegt Handels. “Als vervolgens veel installaties tegelijk op hetzelfde signaal reageren, versterken ze elkaars gedrag. Dat vergroot de druk op het elektriciteitsnet juist op momenten waarop stabiliteit cruciaal is.”
Aansturing dichter bij de assets
Het antwoord dat Helin ontwikkelt, is lokale aansturing: de besturingslogica draait direct op het zonnepark of de batterijlocatie, niet in een centraal cloudsysteem. Handels vergelijkt het met een smartphone-app die volledig functioneert zonder internetverbinding.
“Zodra je meerdere assets combineert, een zonnepark met een batterij, en je stuurt dat vanuit de cloud aan, dan wil je dat het systeem zichzelf kan managen als die verbinding wegvalt. Anders riskeer je dat alles ontregelt.”
Het Helin Platform is de brug tussen de fysieke assets en de handelspartijen in de cloud. Het zorgt voor lokale regeling, veilige remote toegang en volledige auditbaarheid, ook zonder verbinding. Die laatste eigenschap wordt steeds relevanter nu regelgeving zoals NIS2 strengere eisen stelt aan cybersecurity, weerbaarheid en verantwoording binnen kritieke energieinfrastructuur. “Voor het eerst zie ik de renewablesmarkt echt acteren op een
dusdanige maatregel”, stelt Handels. De boetes kunnen oplopen tot zeven miljoen euro of een percentage van de omzet, inclusief persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.
Helin komt voort uit sectoren als olie en gas, waar beveiliging en weerbaarheid van oudsher hoge prioriteit hebben. Dat standaardniveau ligt merkbaar hoger dan wat in de energiemarkt gebruikelijk is. De aanpak is volledig softwarematig en hardware-onafhankelijk.
De fragmentatie veroorzaakt het probleem, en dat is een architectuurprobleem, geen kabelprobleem
Wat Sunrock leerde van gecentraliseerde asset control Sunrock, een van de grootste zonneenergieproducenten van Nederland, toont hoe Helins oplossing realtime asset control mogelijk maakt door intelligence naar de edge te brengen. De onderneming begon als investeringsplatform voor institutionele partijen en transformeerde zich tot een onafhankelijke stroomproducent met een eigen handelstafel. “De waarde zit niet alleen in het opwekken van energie, maar in het actief kunnen sturen van assets”, zegt Handels. “Bij Sunrock hebben we besluitvorming dichter bij de assets gebracht, waardoor realtime kan worden gereageerd op net- en marktsignalen. Dat creëert meer flexibiliteit, meer controle en een sterkere basis voor assetoptimalisatie.”
De les is breed toepasbaar. De economische waarde van duurzame energie
Benieuwd hoe je zonneparken, batterijen en andere energie-assets vanuit één schaalbaar platform kunt beheren, aansturen en verder ontwikkelen? Neem contact op met het team van Helin. www.helindata.com
zit steeds minder in de productie alleen en steeds meer in de mogelijkheid om assets flexibel aan te sturen. Tijdens de 585 uren met negatieve stroomprijzen in 2025 werd dat voor veel exploitanten pijnlijk zichtbaar. Partijen boven 60 megawatt zijn wettelijk verplicht deel te nemen aan congestiemanagement. Wie nu geen edge-capaciteit opbouwt, loopt achter op verplichtingen die al van kracht zijn.
De energiemarkt vraagt om een nieuwe architectuur Handels is helder over de richting. Twaalf-secondendata van TenneT, kwartierprijzen op de dagmarkt en een schaarstecomponent die in 2027 wordt ingevoerd: geen van deze ontwikkelingen is verenigbaar met cloud-only architecturen. Hij twijfelt niet over de edge als toekomstige standaard. De vraag is alleen welke architectuur organisaties helpt om controle, flexibiliteit en schaalbaarheid te behouden naarmate het energiesysteem complexer wordt.
Wat hij bepleit, gaat verder dan technologie. Netbeheerders, asseteigenaren en platformaanbieders moeten samenwerken en gezamenlijke protocollen ontwikkelen. Nederland beschikt over de assets. De uitdaging is of de aansturing de werkelijkheid van het net bijhoudt.


“Iedereen” is tegen overbevissing. Maar wie in de supermarkt voor het visschap staat, maakt lang niet altijd de duurzame keuze. Die individuele consumentenkeuze is echter slechts het sluitstuk van een complexe keten waarin vissers, leveranciers, supermarkten en keurmerken allemaal een rol spelen. Het verduurzamen van de sector lukt alleen als alle schakels dezelfde kant op bewegen, stelt Dick ten Hoopen, marketing manager bij de Marine Stewardship Council (MSC).
De non-profitorganisatie heeft als missie overbevissing wereldwijd tegen te gaan via haar blauwe ecolabel voor wilde vis-, schaal- en schelpdierproducten. Visserijen die het label willen voeren, moeten voldoen aan de MSC Visserijstandaard, een strenge reeks vereisten rondom gezonde visbestanden en minimale impact op het mariene ecosysteem.
De strategische driehoek
De rol van het keurmerk is primair om partijen met elkaar te verbinden, legt Ten Hoopen uit: “Wij zitten eigenlijk in het midden tussen de consument, de supermarkt en de leverancier.” Die driehoek is cruciaal: wanneer supermarkten hun duurzame assortiment vergroten en leveranciers MSC-certificering als standaard omarmen, groeit ook de
overtuiging bij consumenten dat een duurzaam product de standaard is.
linie is duurzaamheid geen niche meer, maar de richting waar de markt naartoe beweegt.”
Het belang van gezonde visbestanden
De discussie over duurzame vis gaat bovendien verder dan het behoud van individuele vissoorten. Gezonde visbestanden spelen een belangrijke rol in het functioneren van mariene ecosystemen. Wanneer te veel vis wordt gevangen, kan dat gevolgen hebben voor de balans in zeeën en oceanen, met effecten op andere
soorten en leefgebieden. Duurzame visserij richt zich daarom niet alleen op wat er vandaag wordt gevangen, maar ook op de vraag of toekomstige generaties van dezelfde natuurlijke hulpbronnen gebruik kunnen blijven maken. Daarmee raakt het onderwerp aan bredere duurzaamheidsvraagstukken zoals biodiversiteit, voedselzekerheid en verantwoord gebruik van natuurlijke grondstoffen.
Ten Hoopen benadrukt: “Het is helemaal geen groot offer om in de supermarkt voor een duurzaam product te kiezen. Als je daarvan bewust bent, kun je die keuze echt wel maken.” Juist die kleine, dagelijkse stappen van individuele consumenten hebben volgens hem meer impact dan vaak wordt gedacht.
Wij zitten midden tussen de consument, de supermarkt en de leverancier
De beweging is al zichtbaar, stelt Ten Hoopen. “Nederland loopt internationaal voorop als het gaat om gecertificeerde vis in de supermarkt. De bereidwilligheid bij supermarkten groeit, leveranciers zien certificering steeds meer als basis en uit marktonderzoek blijkt dat vooral jongere generaties bewuster kiezen. Over de hele

De energiemarkt ontwikkelt zich in hoog tempo. Door de groei van duurzame opwekking en dynamische contracten bewegen klanten steeds actiever mee met prijzen en aanbod. Dat maakt het energiesysteem flexibeler en efficiënter, doordat duurzaam aanbod beter wordt benut.
Deze ontwikkeling wordt versneld door elektrificatie en decentrale productie en opslag, zowel bij huishoudens als in de zakelijke markt. Denk aan zonnepanelen, warmtepompen, elektrische voertuigen en batterijen, die productie en verbruik direct beïnvloeden.
Ander gedrag vraagt om andere sturing
Voor energieleveranciers betekent dit dat klantgedrag minder voorspelbaar is geworden. Traditionele, planmatige processen schieten vaak tekort. In een markt waarin vraag en aanbod continu veranderen, moeten leveranciers hun positie ook continu kunnen monitoren en bijsturen.
BRP-as-a-service maakt realtime sturen mogelijk
Eneve introduceert hiervoor BRP-as-a-service. Daarmee kunnen
energieleveranciers de rol van Balance Responsible Party (BRP) invullen zonder alle processen zelf te organiseren. Energieleveranciers kunnen hiermee hun inkoop en balans realtime sturen. Eneve levert zowel software als operationele ondersteuning. Leveranciers kunnen zelf sturen via het platform, terwijl Eneve op de achtergrond repeterende en data-intensieve processen uitvoert, volledig conform marktregels en zonder eigen handelspositie.
De aanpak verbindt prognoses, nearrealtime posities en contractering in één continue cyclus. Op basis van actuele inzichten kunnen leveranciers hun positie actief bijsturen via handel op energiebeurzen zoals ETPA of door vraag en aanbod flexibel aan te sturen. De BRP-dienst bouwt voort op gecertificeerde technologie die al door een groot deel van de Nederlandse markt wordt gebruikt, goed voor ongeveer zeven miljoen
aansluitingen. Leveranciers kunnen zo inspelen op klantgedrag en marktdynamiek, in plaats van risico’s af te dekken via premies voor onbalanskosten, die kunnen variëren van ongeveer 5 tot wel 250 euro per megawattuur, maar kennen ook veel grotere uitschieters. De aanpak ondersteunt een hybride model waarin leveranciers regie houden en gebruikmaken van gespecialiseerde uitvoering waar nodig.
voorheen vooral was voorbehouden aan grotere marktpartijen, kunnen nu ook kleinere energieleveranciers deze stap zetten. BRP-as-a-service is daarmee een eerste stap richting een geïntegreerde aanpak over de volledige energiewaardeketen. Eneve ondersteunt deze keten voor energieleveranciers, van inkoop en balanceren tot contracteren, marktcommunicatie, facturatie en klantinteractie, inclusief B2B trade capabilities. Deze modules kunnen ook zelfstandig worden ingezet, wat flexibiliteit biedt voor energieleveranciers.
Eneve, ontstaan uit de fusie van meerdere gespecialiseerde energiesoftwarebedrijven, werkt voor een brede groep Europese energieleveranciers, waaronder partijen als Vattenfall, Eneco, Essent en Engie, en tientallen andere leveranciers. Met ondersteuning van investeerder Vortex Capital Partners werkt het bedrijf aan verdere internationale opschaling, onder meer richting Spanje.
Flexibel inspelen op verbruik en opwekking wordt cruciaal
Toegankelijk voor alle leveranciers
De BRP-service maakt het balanceren van vraag en aanbod nu toegankelijk voor alle energieleveranciers. Waar dit
Het bedrijf combineert technologie en consultancy om nieuwe markt- en businessmodellen daadwerkelijk te operationaliseren en te optimaliseren. Wat ooit voorspelbaar en gepland was, is nu dynamisch en stuurbaar voor alle energieleveranciers.


Nederland kampt met een energienet dat zijn grenzen bereikt. Netcongestie treft duizenden bedrijven, nieuwbouwprojecten lopen vertraging op en de vraag naar elektriciteit blijft stijgen. Toch richten steeds meer partijen de blik niet uitsluitend op uitbreiding van het net, maar op wat er achter de meter mogelijk is. Lokale energieopwekking, slimme opslag en intelligente sturing bieden een alternatief dat in de praktijk al werkt.

Jeroen Dirkzwager,
Manager sales, Elektro Internationaal
In Woerden staat een bedrijfspand dat meer is dan een kantoor. Elektro Internationaal gebruikte de bouw van zijn nieuwe bedrijfslocatie als kans om een volledig operationeel energiesysteem te realiseren, inclusief een AC- en een DC-microgrid. Het resultaat heet het Microgrid Live Lab, ontwikkeld met technologiepartner Schneider Electric. Het AC-microgrid distribueert energie via wisselstroom zoals het traditionele elektriciteitsnet. Het DC-microgrid gebruikt gelijkstroom, wat in combinatie met batterijen, zonnepanelen en laadinfra zorgt voor minder omzettingen van AC naar DC. Dat resulteert in hogere energieefficiëntie en kostenbesparing.
“We zaten midden in de ontwikkeling van ons nieuwe pand en kregen niet de gewenste energieaansluiting. We dachten: dit is een mooie manier om met onze eigen inzichten onze energiebehoefte in te vullen”, zegt Jeroen Dirkzwager,
manager sales bij Elektro Internationaal. In 2023 werd besloten het AC- en DCsysteem naast elkaar te zetten. Niet als demo-opstelling, maar als operationele installatie waar echte verbruiksdata, belastingprofielen en systeemprestaties dagelijks meetbaar zijn.
Thijs Wichers, business development manager bij Schneider Electric, benadrukt het onderscheidende karakter. “Ideeën over het energiedomein blijven heel vaak theoretisch. Het mooie van dit Live Lab is dat we innovatieve technologie in de praktijk testen en laten zien hoe het nieuwe energielandschap eruit gaat zien.”
De kracht van DC naast AC
Een van de centrale thema’s in het Live Lab is de rol van gelijkspanning, oftewel DC, naast het traditionele wisselspanningsnet. Gebouwen worden nog altijd primair ontworpen vanuit ACarchitectuur. Wichers stelt die aanname ter discussie. “Negentig procent van de verbruikers, zoals laptops, warmtepompen en laadpalen, werken intern op DC. Dat geldt ook voor zonnepanelen en batterijsystemen. Waarom ontwerpen we gebouwen dan voornamelijk vanuit ACgedachten?” Door de kracht van zowel AC als DC optimaal te benutten, ontstaat een efficiënte hybride infrastructuur waarin beide vormen elkaar versterken.
DC biedt concrete voordelen. Dirkzwager wijst op de besparing op koper, een grondstof waarvan de prijs
fors is gestegen. Daarnaast zijn de conversieverliezen lager. Energie die via zonnepanelen als DC wordt opgewekt, hoeft minder omzettingsstappen te doorlopen. Toch zijn er hardnekkige misverstanden. Wichers: “We horen nog steeds dat je er dikkere kabels voor nodig hebt, of dat DC minder veilig zou zijn. Beide kloppen niet meer. Met moderne vermogenselektronica kan DC zelfs sneller afschakelen dan traditionele ACbeveiliging.”
Slim sturen op data en tarieven
Het Live Lab draait niet alleen op hardware. Een softwareplatform van Schneider Electric beheert het energieprofiel van het gebouw en de laadpalen in real time. Het systeem combineert weersvoorspellingen, dynamische energietarieven en historische verbruikspatronen om te bepalen wanneer batterijen worden geladen of ontladen en laadpalen volop leveren of juist worden geknepen. Prijsprikkels vormen een krachtig sturingsinstrument. Op dagen met overvloedig zonne- en windaanbod dalen de stroomprijzen soms tot onder nul.
Integratie is de sleutel
De technologiepartners zijn eensgezind: effectief energiebeheer draait om integrale systemen, niet om losse technologieën. Wie alleen naar batterijen of zonnepanelen kijkt, mist de winst die ontstaat wanneer alle componenten slim samenwerken.
“We hebben jarenlang te veel op individuele oplossingen gefocust”, stelt Wichers. “Dan gingen we óf naar laadpalen kijken, óf naar zonne-energie. Op een gegeven moment merkten we dat het de energieproblemen niet oploste.”
Een project voor een distributiecentrum in Finland illustreert de aanpak. In plaats van direct batterijen te plaatsen, werd
onderzocht of vriezers als thermische buffer konden dienen. Door die vriezers bij piekproductie van zonne-energie harder te laten werken, werd energie direct gebruikt in plaats van opgeslagen in batterijen.
De volgende stap in Woerden is het automatisch inpassen van het gebouwbeheersysteem in de energiestrategie. Als op basis van weersdata wordt verwacht dat het binnenkort erg warm wordt, kan het gebouw vooraf extra worden gekoeld. Dirkzwager: “Zo vermijd je, met slimme inzet van zelf opgewekte energie, tijdens de warme periode de dure piek. Door te sturen op efficiëntie achter de meter, ontlast je ook het elektriciteitsnet.”
Wie nadenkt over toekomstbestendig bouwen of renoveren, doet er volgens Dirkzwager goed aan te beginnen met grondig inzicht in het huidige energieprofiel. Niet elke situatie vraagt om een batterij of een nieuwe aansluiting. Wichers sluit af: “Kijk eerst naar wat echt nodig is. Begin vanuit je energievraagstuk, niet vanuit een technologische aanname.” Het Microgrid Live Lab in Woerden staat open voor installateurs, adviseurs en vastgoedpartijen die willen zien hoe dit in de praktijk werkt.

ei-woerden.nl
Advertorial
Nederland wil versneld naar een circulaire economie. Bedrijven en overheden investeren in minder afval, meer hergebruik en betere recycling. In de praktijk zit de grootste uitdaging echter niet alleen in technologie, maar vooral in samenwerking. Hoe verbind je alle schakels in de keten, zodat ambities ook echt leiden tot concrete oplossingen? Precies daar ligt de waarde van het event Afvalmanagement & Recycling, georganiseerd door Easyfairs Nederland.
Waarom fysieke events onmisbaar zijn
In afvalmanagement en recycling hangt alles met elkaar samen. Inzameling, logistiek, verwerking, data, monitoring, rapportage, beleid en grondstoffenverwaarding beïnvloeden elkaar direct. Veel vraagstukken zijn daardoor niet meer binnen één discipline op te lossen. Wie alleen naar zijn eigen proces kijkt, mist de bredere beweging in de markt. Fysieke events brengen die samenhang wél in beeld. Ze maken ontmoeting mogelijk, versnellen kennisdeling en zorgen ervoor dat nieuwe inzichten sneller uitgroeien tot samenwerking en concrete projecten.
Event Afvalmanagement & Recycling sluit aan op de nieuwe realiteit
Afvalmanagement & Recycling is opgezet vanuit die veranderende marktvraag. Het event brengt de sector in de volle breedte samen: van recyclingtechniek en afvallogistiek tot data, beleid en circulariteit. Daarmee laat het zien hoe
de markt zich ontwikkelt: niet als losse specialismen naast elkaar, maar als één keten waarin techniek, regelgeving, monitoring en grondstoffenwaarde onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Volgens Bas van Gent, Business Unit Director bij Easyfairs, is dat precies de reden voor het organiseren van deze beurs: “We zien dat de sector in hoog tempo verandert. Nieuwe wet- en regelgeving, druk op grondstoffen, hogere kwaliteitseisen en de groeiende rol van data maken samenwerking in de keten belangrijker dan ooit. Met Afvalmanagement & Recycling sluiten we aan op die realiteit. Wij brengen de verschillende schakels niet alleen samen, maar juist met elkaar in gesprek, omdat daar de oplossingen voor de sector ontstaan.”
Waar ontwikkelingen tastbaar worden
Die inhoudelijke breedte vertaalt zich in vijf centrale
thema’s: recyclingtechniek, afvalmanagement & logistiek, data, monitoring & rapportage, wet- en regelgeving & beleid, en grondstoffen & circulariteit. Op de vloer worden die thema’s zichtbaar in onder meer het Demo Park, het Grondstoffenplein, het Afvalcafé, de Digital Straat, de Start-up Straat en het kennisprogramma. Zo ontstaat een actueel en sectorbreed beeld van de ontwikkelingen die nu en straks bepalend zijn.
Afvalmanagement & Recycling vindt plaats op 10, 11 en 12 november 2026, van 12:00 tot 20:00 uur in Evenementenhal Gorinchem. Meer informatie: afvalmanagement-recycling.nl
Het vakevent waar techniek, data en beleid samenkomen voor toekomstbestendige oplossingen.


De elektronische componenten in smartphones, voertuigen en medische apparatuur blijven vaak onzichtbaar, maar zonder hen zou de wereld tot stilstand komen. Fabrikanten ontwikkelen steeds kleinere en efficiëntere componenten die industrieën en de samenleving vormgeven. Hierbij draait het om de prestaties én de ecologische voetafdruk.
Murata Manufacturing Co., Ltd. is wereldwijd toonaangevend in elektronische technologieën, componenten en oplossingen. Vanuit het Europese hoofdkantoor in Hoofddorp levert Murata Electronics Europe B.V. innovatieve producten aan klanten in de automotive sector, telecommunicatie, gezondheidszorg en andere industrieën. Het portfolio omvat condensatoren, sensoren, inductoren, draadloze communicatiemodules en energieoplossingen. “Onze technologie zit in dagelijkse producten, van de smartphone in je broekzak tot het remsysteem in je auto”, zegt Christy Raphaël, corporate communications specialist. “Toch weten maar heel weinig mensen dat Murata achter de technologie zit die ze bij zich dragen.” Een smartphone bevat ruim duizend meerlaagse keramische condensatoren (MLCC’s), terwijl elektrische voertuigen er tienduizenden kunnen bevatten. Sensoren en modules zijn ingebed in toepassingen van pacemakers tot IoT-apparatuur.
Innovatie van begin tot eind
De bedrijfsfilosofie, bekend als Shaze, werd in 1954 geformuleerd door oprichter Akira Murata en blijft de organisatie leiden: bijdragen aan de vooruitgang van de samenleving door het creëren van innovatieve producten
en oplossingen. Diezelfde drijfveer geeft vorm aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Murata streeft ernaar in 2035 volledig op hernieuwbare energie te draaien en in 2040 klimaatneutraal te zijn voor Scope 1- en 2-emissies. Voor de gehele waardeketen (Scope 3) is het doel gesteld op 2050. “Duurzaamheid is ingebed in onze manier van werken”, zegt Raphaël.
Die toewijding komt terug in de manier waarop het bedrijf zijn productieprocessen opnieuw ontwerpt. “We beschouwen de volledige levenscyclus van onze producten, van productie tot eindgebruik, inclusief de impact op onze klanten en partners”, zegt Raphaël. “Miniaturisatie, gecombineerd met slimmere verpakkingen, helpt onze klanten apparaten te maken die kleiner, lichter en energiezuiniger zijn, terwijl materiaalgebruik en afval worden verminderd.” Door oplossingen zoals narrow pitch taping worden componenten dichter op elkaar verpakt, waardoor verpakkingsmateriaal wordt verminderd.

Kleiner is duurzamer Murata ontwikkelde ‘s werelds kleinste meerlaagse keramische condensator, van slechts 0,16 mm bij 0,08 mm, ongeveer zo groot als een korrel fijn zand. Het volume werd met ongeveer vijfenzeventig procent verkleind ten opzichte van eerdere generaties, met behoud van dezelfde elektrische prestaties. Minder materiaal, minder afval, maar dezelfde functionaliteit. “Miniaturisatie is één innovatieve manier waarop we kunnen bijdragen aan technologische vooruitgang”, zegt Raphaël. “Hoe kleiner de component, hoe minder grondstoffen er nodig zijn.” Door componenten compacter te maken daalt het materiaalverbruik, terwijl klanten functies kunnen toevoegen zonder het product groter te maken. Deze innovaties helpen de ecologische voetafdruk in de gehele waardeketen te verkleinen. Al ruim tachtig jaar ontwikkelt Murata technologieën, voorziet het alledaagse apparaten van stroom en draagt het bij aan een groenere en meer verbonden wereld.


De bouwsector staat voor een fundamentele opgave. CO₂-uitstoot moet drastisch omlaag, materiaalstromen moeten circulair worden georganiseerd en gebouwen moeten energie-efficiënter en klimaatadaptiever worden. Tegelijkertijd worstelt de sector met hoge kosten, krapte op de arbeidsmarkt en een lappendeken aan regelgeving. De ambitie is helder, de route ernaartoe een stuk minder.
SOPREMA is een internationaal producent van waterdichting, isolatie en duurzame gebouwschiloplossingen, een familiebedrijf met wereldwijd bijna 13.000 medewerkers en meer dan 130 fabrieken. In Nederland heeft SOPREMA een fabriek in IJlst en 230 medewerkers. Het bedrijf kiest voor een aanpak die begint bij meetbare doelen. “Wij willen 25 procent CO₂-reductie realiseren in 2030 ten opzichte van 2021”, zegt Wilbert Elissen, algemeen directeur Nederland. “Dat is leuk om te roepen, maar dan moet je echt naar je complete CO₂-footprint kijken.”
Een groot gedeelte van die footprint zit bij leveranciers van grondstoffen voor productieprocessen en handelsproducten. “Ik moet leveranciers kunnen vragen: wat is jouw CO₂-reductieplan voor de komende vijf jaar? En als ze dat niet hebben, moet ik andere partners zoeken.”
Minder materiaal, lagere footprint SOPREMA kijkt ook naar productontwikkeling als instrument voor CO₂-reductie. Met een product als APAX kan een traditioneel tweelaags bitumensysteem worden vervangen door een dunner enkellaagssysteem. Minder materiaal betekent een kleinere footprint, met gelijkblijvende kwaliteit. Tegelijkertijd heeft het bedrijf volledig zelfklevende dakoplossingen, zodat branders overbodig zijn. “Mijn doel is om een compleet emissieloos dak aan te bieden.” Niet alleen het dak en het aanbrengen, maar ook het
transport naar het project.
De uitdaging van recycling in de praktijk
Circulariteit klinkt logisch, maar de operationele realiteit blijft uitdagend. SOPREMA beschikt over de bitumenrecyclingfabriek ZLOOP, waar dakbanen worden herverwerkt. Snijresten worden ingezameld via het Bitumen Recycling Network (BRN), een branchebrede coalitie.
“Wij kunnen als industrie snijafval goedkoper verwerken dan wanneer de dakdekker het zelf moet storten. We hebben als BRN bijna honderd deelnemende dakdekkers, maar we zouden willen dat alle dakdekkers in Nederland meedoen. Ook richting opdrachtgevers willen we bekendheid creëren om het inzamelproces te versnellen.”
Een vergelijkbare situatie speelt bij EPS, beter bekend als piepschuim. SOPREMA zamelt dit materiaal in, comprimeert het en verwerkt het als secundaire grondstof in haar XPS-isolatiefabriek in het Belgische Tongeren. Een samenwerking met Coolblue levert een constante stroom aan verpakkingspiepschuim op. Toch blijft de logistiek een puzzel. “Piepschuim is lucht. In een vrachtwagen past 500 kilogram. Je moet de inzamelroutes zo efficiënt mogelijk organiseren.” Met ruim vijftig procent gerecyclede grondstoffen levert SOPREMA een isolatieproduct met een aanzienlijk lagere CO₂-footprint.
Een bijkomende complicatie is regelgeving: bouwafval wordt juridisch als afvalstof beschouwd, waardoor grensoverschrijdend transport aan strenge eisen is gebonden. “Ik zou reststromen uit de bouw niet langer als afval willen zien, maar als grondstof. Dat zou veel veranderen.”
Biobased als middel, niet als doel SOPREMA ontwikkelt ook isolatiematerialen op basis van hout voor toepassing in daken en spouwmuren. Dat roept weerstand op bij aannemers en dakdekkers die associaties hebben met vocht en houtrot. “Wij hebben dat materiaal geïmpregneerd en uitgebreid getest. Het werkt. Maar de onbekendheid is groot. Aannemers hebben een vertrouwde werkwijze en stappen daar niet zomaar van af.”
Biobased is geen doel op zich, benadrukt Elissen. “Het is een middel om onze CO₂-doelstelling te realiseren. Pavatex, onze biobased isolatie, heeft een negatieve CO₂ footprint (Cradle to Gate) ten opzichte van conventionele alternatieven.” Om bewustzijn te creëren vermeldt SOPREMA op al haar facturen de CO₂-footprint van haar producten. Ook werkt het bedrijf samen met architecten en woningbouwcorporaties om kennis te verspreiden en de acceptatie van deze nieuwe materialen te vergroten.
Via een samenwerking met Avery Dennison worden glacine stickervellen ingezameld en verwerkt in een nieuwe fabriek in Noord-Frankrijk tot Univercell Cristal, een isolatiemateriaal met bijna honderd procent gerecyclede grondstoffen. “Aan de ene kant positioneer ik ons als duurzaam bedrijf. Maar veel belangrijker: zo realiseer ik mijn doelstellingen voor 2030.”
Het gebouw van 2035 is demontabel Wie vooruitkijkt naar een toekomstbestendig gebouw, ziet volgens Elissen één overkoepelend principe: demontabiliteit. “De grootste winst zit in het hergebruiken van materialen. Dat is het beste voor de footprint. En als dat niet kan, dan moet je ze kunnen terugwinnen als grondstof.”
SOPREMA heeft demontabele dakoplossingen en neemt deel aan een branchepilot voor hergebruik van PIRisolatieplaten. Robotisering en prefabricage ziet Elissen als onderschatte versnellers. “Als je onderdelen in een fabriek maakt, is de kans groot dat het efficiënter is dan wanneer je op locatie bouwt.” Univercell Cristal is ook specifiek ontwikkeld voor efficiënte toepassing in prefabfabrieken.
De koers van het bedrijf wordt samengevat onder de noemer Let’s Go Zero. “Je kunt dit als fabrikant niet alleen. Je hebt de hele sector nodig. Daarom nemen wij deel aan het Material Impact Fund, brancheverenigingen en recyclingnetwerken. Samen veranderen we de manier waarop gebouwen worden gebouwd en gesloopt.”

soprema.nl
TOEGANKELIJK
Het gaat om de vraag wanneer het slim is om te laden, en daarmee verandert de rol van software in e-mobiliteit. MSP’s, de partijen achter laadapps en laadpassen, zijn ontstaan om een versnipperde laadmarkt bruikbaar te maken. In plaats van voor elke laadpaalexploitant een aparte app of betaalmethode nodig te hebben, laden rijders via één app, één laadpas en één factuur op verschillende netwerken.
Die basis blijft onmisbaar. Maar nu energieprijzen schommelen en netcongestie toeneemt, verschuift de opgave: toegang en betaling zijn niet langer genoeg, laden moet ook flexibel worden.
Meer laadpunten en netverzwaring blijven nodig, maar zonder slimme sturing bouwen we vooral voor piekmomenten. De groei van elektrisch rijden vraagt daarom ook om beter gebruik van bestaande capaciteit. Veel auto’s staan bovendien langer aangesloten dan de tijd die nodig is om de batterij op te laden. Daardoor ontstaat ruimte om laadsessies te verschuiven naar momenten waarop de elektriciteitsvraag lager is, zonder dat rijders hun routine hoeven aan te passen.
Dat vraagt wel om een betrouwbare laadervaring. Rijders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun auto op tijd is opgeladen en dat zij controle houden over het laadproces. Ook kan een zichtbare
beloning voor flexibiliteit, bijvoorbeeld in de vorm van lagere laadkosten of cashback, de bereidheid om slim te laden vergroten.
Doordat laden dynamischer wordt, wordt ook prijstransparantie belangrijker. Rijders moeten begrijpen wat zij betalen en waarvoor zij worden beloond. Laadpaalexploitanten, werkgevers en wagenparkbeheerders moeten erop kunnen vertrouwen dat elke sessie correct wordt verrekend. Software maakt het mogelijk om dynamische tarieven, cashback en laadgegevens binnen één systeem te verwerken.
Van virtuele energiecentrale naar teruglevering
Dat is de gedachte achter de virtuele energiecentrale: geen grote centrale installatie, maar duizenden verspreide voertuigen en laadpunten die samen reageren op wat het energiesysteem nodig heeft. Vandaag betekent dat vooral het verschuiven van laadvraag. In de volgende fase, met bidirectioneel laden, leveren rijders ook energie terug aan het systeem, software helpt bepalen tegen welke prijs dit interessant is
Voor de individuele rijder blijft de ervaring eenvoudig, maar op schaal ontstaat iets groters
Slim sturen op basis van data
Juist daar wordt het MSP-platform (mobility service provider) vaak als een belangrijke schakel gezien. Het brengt samen wat nodig is om een laadsessie slim te sturen: voorkeuren van de rijder, laadgedrag, voertuigdata, energieprijzen en beschikbaarheid van laadpunten. Zo kan laden worden gepland rond de gewenste vertrektijd, in plaats van standaard op volle snelheid te starten.
Voor de individuele rijder blijft de ervaring eenvoudig, maar op schaal ontstaat iets groters. Duizenden laadsessies vormen samen één bron van flexibiliteit, niet door rijgedrag te veranderen, maar door laadvraag slimmer te verdelen over momenten waarop auto’s toch al stilstaan.
Een flexibelere verdeling van laadvraag niet alleen voordelen opleveren voor rijders, maar ook voor laadpaalexploitanten en netbeheerders. Door laadsessies beter over de dag te spreiden, neemt de druk op het elektriciteitsnet tijdens piekmomenten af. Software vormt daarbij de verbindende laag tussen voertuigen, laadpunten en beschikbare netcapaciteit. Software vormt daarbij de verbindende laag tussen voertuig, EV-rijder, laadpunt en beschikbare netcapaciteit.

Deftpower – Partner Content
De nationale ambitie is dat vanaf 2030 alle nieuwe personenauto’s elektrisch zijn.
Maar hoe vangt het elektriciteitsnet, dat al moeite heeft met de huidige 700.000 volledig elektrische auto’s, dan in 2030 de door de overheid voorspelde 1,9 miljoen op? Bijna 600 uur negatieve elektriciteitsprijzen in 2025 benadrukken dat het probleem niet een gebrek aan energie is, maar de timing van het gebruik.
Het net heeft geen gebrek aan kabels, maar aan flexibiliteit
Maatregelen om netcongestie aan te pakken hebben zich vooralsnog voornamelijk gericht op netverzwaring en het beperken van laadsnelheden tijdens piekmomenten (netbewust laden). Uit onderzoek van DNV blijkt dat het net per etmaal gemiddeld 35-40% wordt gebruikt. Er kan dus veel meer stroom doorheen, maar piekbelasting in de avond overbelast het net.
Oplossingen aan de aanbodzijde zijn noodzakelijk, maar beperkt schaalbaar. Netcongestie aanpakken vraagt om betere afstemming tussen vraag en aanbod. Files lossen we bijvoorbeeld ook niet alleen op door meer asfalt te leggen. EVrijders die buiten de spits laden, zouden
hiervoor beloond kunnen worden. Uit data van miljoenen publieke laadsessies in Nederland blijkt dat gemiddeld 67% van het energieverbruik verschoven kan worden naar daluren, zonder dat dit gevolgen heeft voor de laadzekerheid. Om die flexibiliteit te ontsluiten, hebben rijders een financiële prikkel nodig voor deelname aan slim laden. Cashback kan zo’n prikkel zijn.
Geparkeerde auto’s als flexibele netcapaciteit
Met steun van de Europese Unie heeft het Nederlandse Deftpower een AI-model ontwikkeld dat publieke laadsessies automatisch voorspelt en aanstuurt. Dat betekent meer flexibiliteit voor het net, zonder dat dit ten koste gaat van de rijderservaring. Op basis van geplande vertrektijd en het gewenste
batterijpercentage kan het systeem de laadsessie slim spreiden over het volledige parkeervenster. Voor elk kilowattuur dat naar daluren wordt verschoven, ontvangen rijders cashback. Deze wordt betaald uit het prijsverschil tussen piek- en daluren op de energiemarkt, zonder dat daar subsidie voor nodig is.
Cashback bereikt ook leaserijders, voor wie tariefkortingen vaak geen effect hebben. Zakelijke wagenparken vertegenwoordigen volgens CBS ongeveer 60% van de EV’s in Nederland, maar zakelijke rijders betalen de energiekosten van hun voertuig meestal niet zelf. Daardoor blijft een korting op het laadtarief voor hen onzichtbaar. Cashback werkt anders omdat de beloning rechtstreeks naar de rijder gaat, niet naar het bedrijf dat de energierekening betaalt.
De verschuiving die actief slim laden realiseert, levert twee keer zoveel piekreductie op als netbewust laden, zoals aangetoond door resultaten in de regio’s
Amsterdam en Utrecht. Naarmate de deelname groeit, versterken de voordelen elkaar: laadpaalexploitanten verbeteren hun marges, rijders betalen minder en de bestaande infrastructuur kan een groeiend elektrisch wagenpark ondersteunen.
Effectief in de praktijk
Dit model is geen theorie en bevindt zich niet in een pilotfase: het is al actief op 20.000 laadpunten door heel Nederland. Of Nederland zijn doelstellingen voor 2030 haalt, hangt dus mede af van hoe snel de markt de stap zet van energie verkopen naar flexibiliteit inkopen.


Bij Mars, een van de grootste familiebedrijven ter wereld en bekend van merken als M&M’S, Mars, Snickers, Pedigree, Sheba en Royal Canin, is de blik traditioneel op de lange termijn gericht. Die langetermijnvisie zorgt ervoor dat het bedrijf niet alleen de verantwoordelijkheid neemt binnen de eigen muren, maar ook actief het initiatief pakt om de hele keten dichter bij elkaar te brengen.
Voor Catrien d’Ancona, market head bij Mars Wrigley Nederland, is verduurzaming geen abstracte corporate strategie, maar ook een persoonlijke missie. “Omdat ik ben opgegroeid op een agrarisch bedrijf, weet ik dat je de meest complexe problemen alleen samen kunt oplossen, door écht de verbinding te zoeken in de hele keten. Uiteindelijk zijn de dijken ooit ook gebouwd door integraal samen te werken. Het probleem van vandaag is complexer, maar niet onmogelijk als we de krachten bundelen.”
De klimaatdoelen van Mars zijn ambitieus: een halvering van de wereldwijde emissies in 2030 ten opzichte van 2015 met als uiteindelijke doel Net Zero in 2050. Maar voor het bedrijf gaat het over veel meer dan het behalen van interne reductiedoelen; het gaat om het maken van échte impact in de maatschappij. Dat vraagt om een op duurzaamheid gerichte manier van zakendoen en investeringen op de lange termijn.
“Als familiebedrijf hebben we de unieke positie dat we een groot deel van onze winst direct kunnen herinvesteren in de toekomst van ons bedrijf, bijvoorbeeld in grootschalige duurzaamheidsinitiatieven”, legt d’Ancona uit. “Dat is de luxe van het niet onder druk staan van externe aandeelhouders die vaak de nadruk op andere zaken leggen. Wij kunnen beslissingen nemen en investeren in projecten die misschien pas over tien of twintig jaar hun vruchten afwerpen. Dat is echt in generaties denken.”
“Als we naar onze eigen impact kijken, dan zien we dat een van de uitdagingen, en dus ook een grote kans, niet binnen onze eigen fabrieksmuren ligt”, stelt d’Ancona.
“Ongeveer 65% van onze totale CO2-voetafdruk komt voort uit de ingrediënten die we wereldwijd inkopen, zoals cacao, zuivel en pinda’s. Daarom zetten we vol in op directe, langdurige samenwerkingsverbanden met onze
leveranciers. Alleen door samen op te trekken kunnen we onze klimaatdoelen behalen én de grondstoffenvoorziening voor de toekomst veiligstellen.”
Die strategie vertaalt zich in concrete, soms verrassende projecten. Neem de pinda-toeleveringsketen, een cruciale grondstof voor Mars. Wereldwijd is momenteel bijna een derde van de geoogste pinda’s ongeschikt voor menselijke consumptie, en nog veel minder pinda’s (slechts 1%) zijn van voldoende kwaliteit om te eindigen in M&M’S. Om deze inefficiëntie aan te pakken, investeerde Mars de afgelopen 5 jaar ongeveer 5,2 miljoen dollar in wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe, droogteen ziekteresistente pindarassen. De resultaten zijn veelbelovend: de bruikbare productie voor lokale boeren kan hiermee met wel 30% toenemen. Het is een aanpak die ecologische winst direct koppelt aan de economische veerkracht van de boer.
Dichter bij huis kiest het bedrijf voor een vergelijkbare, pragmatische benadering. In samenwerking met FrieslandCampina wordt op het melkveebedrijf van boerin Julia Poppe, de allereerste Mars Dairy Flagship Farm ter wereld, kennis ontwikkeld voor de toekomst. Op haar boerderij worden in de praktijk nieuwe methodes getoetst, zoals geavanceerde aanpassingen in de voeding van de koeien en een slimmere verwerking van mest om de methaanuitstoot direct aan te pakken. Het uiteindelijke doel is om de succesvolle innovaties van dit Nederlandse erf te vertalen naar een wereldwijd schaalbaar model voor duurzamere zuivelproductie.
“Als dochter van een melkveehouderij heb ik kunnen ervaren hoe complex de dynamiek binnen de agrarische sector is”, vertelt d’Ancona. “Een agrariër, of welke ketenpartner dan ook, is uiteindelijk een ondernemer die vaak ook in generaties denkt en wil innoveren voor de toekomst. Maar de duurzaamheidstransitie is vaak zo complex en veelomvattend dat geen enkele partij deze in isolatie kan volbrengen. Als partner willen we meedenken, investeren in kennis en technologie, en helpen om de juiste voorwaarden te scheppen voor verandering.”
Uiteindelijk is verduurzaming een gedeelde reis waarin alle schakels in de keten elkaar versterken. “De hele keten zit aan elkaar vast”, stelt d’Ancona. “Een supermarkt kan zijn schappen pas echt verduurzamen als wij hen daarin
ondersteunen, en wij kunnen die belofte alleen waarmaken door nauw samen te werken met onze eigen leveranciers.”
De recente erkenning door Albert Heijn, die Mars uitriep tot ‘Climate Champion’, is voor haar dan ook een belangrijk teken dat die integrale aanpak werkt. “De tijd van met de vinger wijzen is voorbij. De toekomst is aan de partijen die de moed hebben om samen op te trekken, van het boerenerf tot het supermarktschap. En daarin nemen wij graag het voortouw.”
mars.com


Het beschikken over voldoende energie is niet meer zo vanzelfsprekend als voorheen. Geopolitieke spanningen, handelssancties en de energiecrisis hebben pijnlijk blootgelegd dat Nederland kwetsbaar is in zijn energievoorziening.

De afgelopen jaren hebben laten zien dat we kwetsbaar zijn, zegt Falco van Wissen, managing director van NOGAT B.V. (Northern Offshore Gas Transport), het bedrijf dat al meer dan dertig jaar gas transporteert via een eigen onderzeese pijpleiding van de Nederlandse, Deense en Duitse sectoren van de Noordzee naar Den Helder. “Betaalbaarheid en betrouwbaarheid van energie staan enorm onder druk door de geopolitieke situatie. En dit ondermijnt het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie. Daarom is het juist nu belangrijk om onze leveringszekerheid en weerbaarheid te versterken.”
We hebben voorlopig nog gas nodig om de overgang naar duurzame energie betrouwbaar en betaalbaar te houden.
Van Wissen: “Dit kunnen we het beste halen vanuit de Noordzee, omdat dit 30 tot 50% minder vervuilend is dan LNG-import en ons minder afhankelijk maakt van andere landen.” Nogat heeft
voldoende capaciteit voor grofweg de helft van de totale Nederlandse gasvraag. Het is op zee verbonden met Duitsland en Denemarken en dat maakt het bedrijf een serieuze schakel in de Noordwest-Europese energievoorziening. “In de toekomst kan ons systeem bovendien worden ingezet voor internationaal waterstof transport”
Slimme koppelingen versterken leveringszekerheid
Op korte termijn ziet Van Wissen concrete kansen via slimme koppelingen tussen bestaande infrastructuur. Zo werkt Nogat aan optimalisatie van de verbindingen met het Deense netwerk, wat dit jaar al extra capaciteit kan opleveren. Maar de meest veelbelovende optie is een koppeling met Noorwegen, dat een derde van de totale Europese gasvraag levert.
“Ons systeem loopt tot het noordelijke deel van de Nederlandse Noordzee en heeft extensies naar Denemarken en Duitsland. Die liggen praktisch tegen het Noorse net aan.” Met slechts drie kilometer nieuwe leiding kunnen de netwerken worden verweven, waarmee de eerste directe gasverbinding tussen Noorwegen en Nederland ontstaat en een back-up route voor Europese import. “Dit gaat over ruim vier miljard kubieke meter gas per jaar dat direct in Den Helder geleverd kan worden. Nederland krijgt hiermee meer regie over zijn gasimport en het versterkt de weerbaarheid van het Europese gasnetwerk door meer redundantie in het systeem.”
Van Wissen pleit daarnaast voor meerjarige contracten voor gasimport.
“Als de markt onder druk komt te staan, schieten prijzen omhoog. Zorg dat je een bepaalde baseload opvangt met meerjarige contracten voor fysieke levering. Handelaren in Noorwegen sluiten al grote contracten met het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, maar Nederland wil daar niet aan. Dat is zorgelijk.”
Bestaande leidingen als waterstofsnelweg Tegelijkertijd richt Nogat, met aandeelhouders Eni, EBN, PGGM en Spirit Energy, zich op de energietransitie. In 2022 ontving het bedrijf een certificering van Bureau Veritas waaruit blijkt dat de leidingen geschikt zijn voor waterstoftransport. “Wij denken dat we met hergebruik van onze leidingen de energietransitie op de Noordzee enorm kunnen versnellen, tegen veel lagere kosten en met minder impact op de omgeving”, zegt Van Wissen.
brengen. Vervolgens een deel van het systeem vrijspelen voor pure waterstof en uiteindelijk de volledige infrastructuur inzetten voor grootschalig import- en transport van waterstof. Dan heb je het over vijftien gigawatt aan windenergie die je als waterstof aan land kunt brengen. Dat kan de Nederlandse schatkist miljarden schelen.”
Samenwerking over grenzen en tussen publiek en privaat Vorig jaar is een akkoord gesloten tussen het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, EBN en de sector over gaswinning in de energietransitie. “Dat is een goede zet voor onze leveringszekerheid en energietransitie. Naast de rol van Nederlands gas, wordt het belang van netwerkintegratie met de Noordzeelanden en behoud van infrastructuur voor ons toekomstig energiesysteem erkend.”
Door bestaande infrastructuur te benutten, kunnen we de energietransitie sneller realiseren
De tijdwinst zit in vergunning- en aanbestedingstrajecten en in de aanlandingen. We willen kabels en leidingen door beschermde gebieden zoals de Waddenzee het liefst voorkomen. Nogat heeft die aanlanding al. Van Wissen schetst een gefaseerde aanpak: “Vandaag kunnen wij al starten met bijmenging van waterstof om de markt op gang te
Voor de waterstofambities is beleid nodig dat de markt ruimte geeft. Van Wissen is kritisch over het huidige raamwerk voor offshore waterstof, waarbij de overheid de ontwikkeling vijf jaar op pauze heeft gezet. “Momenteel zitten we in een vacuüm. De ontwikkeling van waterstofinfrastructuur op zee is een publieke taak geworden en doordat de pauzeknop is ingedrukt staat de markt buitenspel.” Hij wijst op Duitsland, waar publiek-private samenwerking de ontwikkeling op gang houdt.
Gezamenlijke actie, en wel nu
Zijn boodschap aan beleidsmakers is helder: “Kies voor hergebruik van bestaande infrastructuur. En zorg voor een geharmoniseerd wettelijk kader rondom de Noordzee. Wetgeving en marktmodellen zijn nu versnipperd over verschillende landen. Als je dat beter afstemt, kom je veel sneller tot een integraal energiesysteem.”

Netcongestie blokkeert bouwprojecten, bedrijven kunnen niet uitbreiden en de elektrificatie van transport stokt. Terwijl de urgentie van de energietransitie toeneemt, blijkt de infrastructuur een hardnekkige bottleneck. Batterijopslag biedt een deel van het antwoord, maar vraagt om partners die technologie, keten en compliance beheersen.

Batterijen vormen een steeds kritischer onderdeel van een systeem dat fossiele afhankelijkheid moet afbouwen en leveringszekerheid moet garanderen. De uitdaging is technologisch, maar ook logistiek, regulatoir en geopolitiek. Wie levert de cellen? Hoe veilig is het systeem? En wie garandeert dat de hele keten voldoet aan de snel veranderende Europese wetgeving?
Jeroen Pietryga, CEO van Intercel Group, ziet dagelijks hoe concreet die uitdaging is. Het bedrijf, opgericht in 1985 en actief in 36 Europese landen, levert batterijoplossingen voor vier segmenten:
energieopslag, maatwerkbatterijen voor de ombouw van dieselmachines naar elektrische aandrijving, mobiele toepassingen zoals schaarliften en veegen schrobmachines en back-upstroom voor kritieke infrastructuur. “Batterijen zijn een van de puzzelstukken van de energietransitie naar meer en schonere energie. Zeker niet het enige, maar een steeds belangrijker wordend onderdeel.”
Van netcongestie naar laadinfrastructuur
Een praktijkvoorbeeld illustreert de aanpak. Q8 wilde elektrische laadpalen installeren bij tankstations, maar de bestaande netaansluiting was onvoldoende voor de extra stroomvraag. Een batterijsysteem van het eigen merk Cellpower bood de oplossing: opslag die pieken opvangt en de aansluiting ontziet. Vergelijkbare trajecten lopen bij BP en Avia. “Ze zoeken een betrouwbare lokale partner die hen een weg wijst. Er komt echt heel veel bij kijken”, aldus Pietryga. “Het is niet alleen de techniek, maar denk ook aan cybersecurity, ESG-richtlijnen en veiligheidswetgeving.”
Dat lokale partnerschap vertaalt zich in service en support dicht bij de klant. Een afnemer van een groot opslagsysteem verwoordt het zo: “Bij dit soort grote investeringen heb je partners nodig die verder kijken dan een snelle verkoop. Wij wilden een oplossing die jarenlang meegaat, met betrouwbare service en ondersteuning in Nederland.”
Naast netcongestie richt Intercel zich op piekafvlakking en energiehandel.
In Haarlem ontwikkelt de fabriek maatwerkaccu’s voor de elektrificatie van dieselmachines, vooral voor gebruik in de offroad- en binnenstedelijke sector. Die markt maakte een turbulente periode door toen overheidssubsidies wegvielen. De groei sloeg om in stilstand, terwijl handhaving uitbleef. “Je kunt dit als enkele partij niet oplossen. De energietransitie moet een samenspel zijn tussen burger, bedrijf en overheid.”
Duurzaamheid door transparantie in de keten
Hoe duurzaam batterijen werkelijk zijn, is een legitieme vraag. De verwerking van kritieke grondstoffen en celproductie ligt grotendeels in China. Intercel Group beheert dat risico via langlopende leveranciersrelaties, sommige al meer dan twintig jaar, en ketenaudits. Die aanpak resulteerde in een EcoVadis Gold-medaille, waarmee het bedrijf tot de top vijf procent van duurzaamst beoordeelde bedrijven wereldwijd behoort.
In Haarlem assembleert Intercel cellen en componenten tot energieopslagsystemen. De toegevoegde waarde zit steeds minder in de cel zelf, steeds meer in de intelligentie eromheen: software, aansturing en communicatie. Die laag houdt Intercel bewust in eigen beheer. “Niemand, niet in China, niet in de VS, kan in de batterij, dat doen wij.” Juist die regie is bepalend voor betrouwbaarheid, cybersecurity en compliance.
Het bedrijf kiest bewust voor bewezen technologie: loodaccu’s met een recyclingpercentage van ongeveer 99
procent, en lithium-ijzerfosfaat vanwege de betere brandveiligheid ten opzichte van NMC (een lithium-ionbatterij met kathode uit nikkel, mangaan en kobalt). Sodiumion volgt in de testfase. “Het portfolio aan technologieën wordt breder. Je moet slim kiezen en de juiste partner vinden die jou helpt om op schaal kwaliteit te leveren.”
Europa moet strategisch kiezen Pietryga is optimistisch over de bredere transitie, maar kritisch over het tempo. “Iedereen is ervan doordrongen dat energie de basis is van alles. Maar dat inzicht moet omgezet worden in keuzes. En daar is de snelheid te laag.” De EU Battery Regulation ziet hij als noodzakelijk, maar waarschuwt voor ongelijke concurrentievoorwaarden met China. Europese initiatieven die het niet haalden wijzen op een structureel probleem: investeren in technologie die elders al op schaal wordt beheerst, heeft weinig zin.
Europa moet kiezen in welke batterijgeneraties het investeert, in plaats van bestaande productie te kopiëren. Chinese fabrikanten verplaatsen productiefaciliteiten al naar Europa, juist omdat zij de bestaande technologie beter in de vingers hebben. “Je moet een aantal weddenschappen nemen op de volgende fase. En daar moet snelheid in komen.”
Ketenverantwoordelijkheid als onderscheidend vermogen
Voor Intercel Group ligt de ambitie helder: groeien als Europese energiepartner die technische expertise, aantoonbare duurzaamheid en ketenverantwoordelijkheid combineert. Onderscheidend vermogen ontstaat door verantwoordelijkheid te nemen in de keten en klanten te ontzorgen op het gebied van wetgeving, duurzaamheidsdoelen en veiligheid. De energievoorziening is volgens Pietryga het fundament van alle economische activiteit, en daarmee de sleutel tot structurele probleemoplossing.




Iconische bestemmingen. Een verruimde blik. Tophavens. Onverwachte pareltjes.


Verblijfsmogelijkheden aan land. Diepgaande verkenningstochten.
Verre horizonten. Nóg meer reizen.

Nieuwe vaarroutes. Om te ontdekken met de grote O.

Ontdek de meest meeslepende bestemmingen ter wereld met onze Reizencollectie 2028 & 2029. Met ruim 230 afvaartdata en 60 verblijfsmogelijkheden aan land hebt u de vrijheid om op uw eigen tempo op ontdekking te gaan aan boord van knusse, luxueuze schepen - adults only - waar u op uw wenken bediend wordt en proeft van culinaire verwennerij ten top. Zo wordt alles wat u ervaart even memorabel als de bestemmingen zelf.
RESERVEREN KAN VANAF NU
MIDDELLANDSE ZEEGEBIED | OOSTZEE, SCANDINAVIË & NOORD-EUROPA | CARAÏBEN, PANAMAKANAAL & MEXICO | AZIË & AFRIKA ALASKA | STILLE ZUIDZEE, AUSTRALIË EN NIEUW-ZEELAND | ZUID-AMERIKA | CANADA & NEW ENGLAND | OVER DE OCEANEN
BEL NAAR +44 345 505 1920
SURFT U NAAR OCEANIACRUISES.COM OF NEEMT U CONTACT OP MET UW REISAGENT

Scan om de Reizencollectie te ontdekken
IMMERSIEVE VAARROUTES | KNUSSE, LUXUEUZE SCHEPEN | ECHTE GASTVRIJHEID | DE MEEST VERFIJNDE KEUKEN OP ZEE
Algemene voorwaarden en beperkingen van toepassing. Onder voorbehoud van capaciteit. Surf naar www.OceaniaCruises.com voor de volledige algemene voorwaarden.