Skip to main content

VMT Food (4) 2020

Page 37

THEMA

Duurzaamheid & MVO

EDITIE 4 • DECEMBER 2020

Voedingsindustrie snelt richting duurzaam ondernemen Witlofafval wordt culinaire lekkernij

Koolstofneutraal van bron tot glas

Feeding our Future with Plants

Vlaanderen gaat circulair

Van afval tot witlofkroket of -drank in Food from Food

Spa en Bru nu ook CO2-neutraal

Alpro lanceert nieuw actieplan voor duurzaamheid

Agrovoedingsketen kan voorloper zijn


Nu de 1ste maand voor slechts 1 euro! Actie loopt t/m 15 december 2020

Online

€ 1,

! " !

"

%HNó N DOOH HGLWLHV GLJLWDDO

Bekijk de mogelijkheden op

www.vmtfood.be/1euro


... '," !(( + (&

'+ )' +#(' % ,)* -(() % - ) ' # )* #' % - '* &# % ' ' ) '$ '#' ,*+)#

(( )( **#'" 2 (( $ "#'" 2 ! +0 ' %0+# * 2 '+) %("#*+# * #"#+ %#* +#(' 2 ,+(& +#(' 2 '-#)('& '+ ' )"0 2 # ' #(' )#'"

#%- )%#'" ' ) '+ %

/

1( $ )* $( %'& **


4

IN DIT NUMMER

COVERSTORY Witloofafval wordt witloofkroket, witloofsiroop en -drank binnen Food from Food.

8

Thema Duurzaamheid & MVO

FOOD PILOT

De Vlaamse agrovoedingsindustrie heeft een goede uitgangspositie om voorloper te worden in een circulaire economie.

SPA EN BRU KOOLSTOFNEUTRAAL

14

Na het bedrijf Spadel zelf, zijn nu ook haar merken Spa en Bru CO 2 -neutraal. Een sterke visie was daarvoor de cruciale succesfactor. Verpakkingen, inkoop en distributie werden drastisch aangepakt.

18

FEEDING OUR FUTURE WITH PLANTS Ter gelegenheid van haar veertigste verjaardag lanceerde Alpro haar nieuwe duurzaamheidsactieplan richting 2025 voor teelt, verwerking en verpakking.


VMT FOOD 4 • december 2020

5

Inhoud

Redactioneel

Voedseltop

6 Meest gelezen op vmtfood.be 12 Column Dirk Holemans 20 De visie van Ann Nachtergaele , Fevia 22 Vlaanderen-Circulair brengt relevante spelers samen rond ambitieuze, circulaire werkagenda 24 Permafungi recycleert, produceert lokaal en creĂŤert werkgelegenheid 26 Sciensano onderzoekt acrylamidegehalte in levensmiddelen 30 Hoe gaat de EU om met illegale claims op online verkocht voedsel? 32 De Rocker Logistics krijgt BRCGScertificaat voor Opslag en Distributie 34 Zes tips voor succesvolle productontwikkeling 36 Extra in dit nummer: Trending 2021 KTBA 38 Colofon

/@VMTfood

/VMT Food Group

In 2022 mogen de voedingsbedrijven in Vlaanderen een Voedseltop verwachten over de toekomstige voedselstrategie. Een van de doelstellingen is de realisering van een circulaire en duurzame voedseleconomie. De ambitie van de regering voor 2021 is een werkagenda op te starten rond voeding. Om dit te versnellen, gaat het Departement Landbouw en Visserij een leidende rol spelen. Zij start een netwerk van stakeholders die de circulaire economie zullen uitrollen. De agrovoedingsketen bevindt zich in een goede uitgangspositie om voorloper in duurzaam en circulair ondernemen te zijn. De toekomst ziet er goed uit, hoewel de uitdagingen immens zijn. Dat onze minister van landbouw ook bevoegd is voor economie, innovatie, werk en sociale economie is veelbelovend. In 2021 vindt er ook een belangrijke wijziging plaats bij VMTfood.be. De inhoud die u gewend bent, zal de redactie per 1 januari enkel online brengen, waardoor deze beter vindbaar is en u gemakkelijk door kunt klikken naar relevante bronnen. Steeds meer trouwe lezer omarmen dit. U kunt rekenen op meer nieuws en achtergronden, inzichten in ontwikkelingen en trends, technologie en techniek en praktijkcases die informeren en inspireren. Door de integratie met VMT.nl krijgt u bovendien meer toegang tot relevante informatie voor het Nederlands taalgebied. Meer hierover leest u in een persoonlijke brief in deze editie en online via vmtfood.be/abonneren. YVES DE GROOTE Adjunct-hoofdredacteur VMT Food yvesdegroote@vakmedianet.nl

Foto cover: Food from Food


6

vmtfood.be Een vijfde tussendoortjes goede Nutriscore Uit een test van de Nederlandse Consumentenbond blijkt dat een vijfde van de tussendoortjes (zeer) goed scoort op de Nutriscore.

Duurzaam ondernemen Zeven Vlaamse voedingsproducenten ontvingen het SDG Pioneer-certificaat van UNITAR. De bedrijven werden minstens drie jaar door Voka begeleid om intensief in te zetten op elk van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen.

“Om te achterhalen hoe gezond een tussendoortje is, moeten consumenten nu nog alle verpakkingen omdraaien en de

Circulaire economie In haar strijd tegen de klimaatverandering en om een circulaire economie te versterken, bouwt Cargill in de Gentse haven een biodieselfabriek voor het verwerken van afgewerkte oliën en vetten en afval uit de voedingsindustrie.

kleine lettertjes bestuderen”, aldus een woordvoerder van de Consumentenbond. “Met de Nutriscore op de voorkant

van de verpakkingen, is dit een stuk makkelijker.” De Nutriscore maakt in één oogopslag duidelijk hoe (on)gezond een tussendoortje is. Met het systeem worden producten ingedeeld van A (gezond) tot E (ongezond). Gezond ogende tussendoortjes, zoals mueslirepen, havermoutrepen en pindakaasrepen, die bijvoorbeeld veel suiker en/of verzadigd vet bevatten, kunnen zo ‘ontmaskerd’ worden. Nutriscore is in Frankrijk ontwikkeld en geeft voedingsmiddelen een score op basis van de hoeveelheid calorieën, suikers, verzadigd vet, zout, eiwit, vezels, fruit, groente en noten.

Omzet water en frisdranksector daalt 20% door corona Uit een rondvraag die VIWF, de sectorvereniging van de Belgische water- en frisdrankindustrie, in juni deed bij haar leden blijkt dat een derde van hen de omzet zag dalen met minstens 20%. Opvallend: door het sluiten van de grenzen kochten Belgen tijdelijk weer meer water en frisdrank in eigen land. De belangrijkste reden voor deze daling is uiteraard het wegvallen van de out-of-home-kanalen, zoals de horeca, benzinestations en broodjeszaken. De volumes die daar zijn weggevallen, konden ook niet zomaar gecompenseerd worden door een stijging van de verkoop via andere kanalen, zoals de supermarkten.

Meer lezen? Scan de QRcode en bekijk online ons andere nieuws, video’s en achtergrondverhalen. Altijd op de hoogte blijven? Neem een onlineabonnement op vmtfood.be, met toegang tot alle artikelen en verdieping.


VMT FOOD 4 • december 2020

Nieuws

Cargill bouwt ‘House of Chocolate’

Kort nieuws

Om productontwikkeling te vergemakkelijken en de samenwerking met klanten te verbeteren, onthulde Cargill haar plannen voor een House of Chocolate-complex op de site van Moeskroen. “Innovatie staat centraal; we kunnen hier al onze expertise en middelen samenbrengen,â€? zegt Harold Poelma, president van Cargill Cocoa & Chocolate. “Het complex stelt ons in staat om samen te werken met klanten bij elke stap van hun productontwikkelingstraject, waarbij we ideeĂŤn omzetten in realiteit met behulp van een gestroomlijnde aanpak om innovatie te vergemakkelijken en meer efficiĂŤntie en snelheid op de markt te brengen.â€? Het complex, dat zal worden gebouwd naast de bestaande chocoladefabriek van het bedrijf, omvat zowel een chocoladeervaringscentrum, als een proeffabriek en een sensorisch lab voor het Europese R&Dteam van veertig chocolade-ingenieurs.

LOKALE VOEDING 52% van de Vlaamse gezinnen hecht belang aan het land van herkomst bij hun aankoop van verse voeding. Het land van herkomst is belangrijker voor 55- tot 64-jarigen en niet-beroepsactieven en minder bij de ‘experimenteerders’.

Coca-Cola ontwikkelt papieren es Coca-Cola werkt aan de ontwikkeling van een fles die voor 100% is gemaakt van papier. Een World Without Waste is het doel dat Coca-Cola wereldwijd heeft gesteld. “Uiterlijk in 2030 (2025 in WestEuropa) willen we voor elk blikje of flesje dat we verkopen een leeg exemplaar recycleren. Ook willen we ons gebruik van nieuwe verpakkingsmaterialen aanzienlijk terugdringen en uitsluitend materialen gebruiken die 100% recycleerbaar zijnâ€?, zegt Stijn Franssen, Packaging Innovation Manager bij Coca-Cola. “Dit eerste prototype van de papieren fles

R-Biopharm AG

RIDAÂŽQUICK Gliadin Sneltest voor het aantonen van gluten. r r r r

(FFO FYUSB BQQBSBUVVS OPEJH &FOWPVEJH FO TOFM %JSFDU UF HFCSVJLFO /BVXLFVSJH

5FMFGPPO r &NBJM JOGP!S CJPQIBSN OM r XXX S CJPQIBSN DPN

BELGIAN PLEGDE 3.0 Fevia, Comeos en UBA lanceren de Belgian Pledge 3.0: een vernieuwd engagement dat de lat opnieuw hoger legt, met verstrengde voedingskundige criteria om te mogen adverteren naar kinderen, een uitbreiding naar online influencers en een test met een klachtensysteem.

bestaat nog uit een papieren buitenlaag met een plastic sluiting en binnenlaag. Het plastic is gemaakt van 100% gerecycleerd plastic dat opnieuw gebruikt kan worden. Maar onze toekomstdroom is het creÍren van een papieren fles die gerecycleerd kan worden zoals alle papier. De volgende stap is een oplossing vinden voor het maken van een fles zonder de plastic binnenlaag.�

Steeds meer Belgen zÄłn exitariĂŤr. VegetariĂŤrs en veganisten vertegenwoordigen ‘slechts’ 9% van de bevolking, terwÄłl al 48% exitariĂŤr is

BIOBOOST-PROJECT ‘Groen afval’ bestaat niet meer. Circulair ondernemen vraagt om innovatie en anders denken. Na drie jaar kennis en ervaringen verzamelen, kan het BioBoost-project ideeĂŤn aanreiken om tuinbouwreststromen te benutten in de voedingsindustrie. PLANT-BASED GLOBAL STANDARD Dutch Protein & Services voldoet aan de strikte voorwaarden van de Plant-Based Global Standard. Hiermee zegt DP&S de consument te bieden wat de verpakking belooft, namelijk dat de producten ĂŠcht veganistisch zijn. CACAOTEELT MondelÄ“z International, Inc. opende haar technisch centrum voor cacaoteelt in IndonesiĂŤ. Het doel is betere praktijken in de teelt te ontwikkelen en te bevorderen en verdere samenwerking met landbouwgemeenschappen, leveranciers en partners over de hele wereld.

7


DUURZAAMHEID & MVO

FOTO: FOOD PILOT

8

Het witloof wordt allereerst gewassen, waarna het in de Vaculiq spiraalfilterpers onder vacuüm uitgeperst wordt.


VMT FOOD 4 • december 2020

9

Coverstory

Food from Food stimuleert innovatie met reststromen VLAANDEREN-NEDERLAND INTERREG-PROJECT AFGEROND Binnen het Interreg-project Food from Food geven twee Vlaamse bedrijven meerwaarde aan het grondwitloofafval van teler Thomas Cools. Gastronello brengt een witloofkroket op de markt en Atelier m. ontwikkelt een witloofsiroop en -drank. De technologie komt van de Food Pilot, de samenwerking van de projectpartners ILVO en Flanders’ FOOD. Tekst Yves De Groote

Wereldwijd wordt in principe voldoende voedsel geproduceerd om de bevolking te voeden. Helaas gaat daarvan veel verloren, waardoor meer druk wordt gezet op de planeet dan nodig. Willen we de toenemende wereldbevolking blijven voeden zonder extra druk te leggen op klimaat, milieu en natuurlijke hulpbronnen, dan is het noodzakelijk de geproduceerde biomassa efficiënter te benutten. Minder verliezen dus. Vier jaar geleden startte het VlaanderenNederland Interreg-project Food from Food. Dit project stimuleert, ondersteunt en versnelt met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - innovaties in de agro- en voedingsmiddelenindustrie op het vlak van hoogwaardige toepassing van plantaardige nevenstromen tot voedingsproducten. Eind dit jaar loopt het project af. Elf partners, vijf uit Vlaanderen, waaronder Flanders’ FOOD en ILVO en Het Innovatiesteunpunt, werkten samen met uiteenlopende ondernemers aan een belangrijke uitdaging.

Het grootste aandeel wordt benut als voeder voor dieren (43%). Vergisting als bestemming is goed voor 21% en bodem voor 17% (bron: Vlaams Ketenplatform Voedselverlies, 2017). Aandacht voor duurzaamheid staat hoog op de agenda van de voedingsbedrijven en het -beleid. Het verder tegengaan van voedselverliezen en een betere valorisatie van nevenstromen maken deel uit van de verduurzaming van ons landbouwsysteem.

Witloofkroket Het idee voor de ontwikkeling van een witloofkroket komt van Thomas Cools. Hij is de vierde generatie op een landbouwbedrijf in Weerde, waar de authentieke wijze van grondwitloofteelt bewaard is gebleven. “Een derde van ons witloof komt niet op het bord van de consument. De buitenste blaadjes verwijderen we omdat deze bevuild zijn met aarde”,

Valorisatie van voedselrestromen

Uitgebreide informatie beschikbaar

De doelstelling van de Vlaamse overheid is vermindering van het voedselverlies met 30% tegen 2025. In de Vlaamse agrovoedingsketen, vanaf de oogst tot en met consumptie, kwam er in 2015 naar schatting 3.485.000 ton voedselreststromen vrij. Dit is het totaal van de (eetbare) voedselverliezen en de (niet-eetbare, onvermijdbare) nevenstromen. Van alle voedselreststromen wordt 92% gevaloriseerd.

Op de website van Food from Food is uitgebreide en bruikbare informatie te vinden. Bedrijven die ingrediënten gebruiken uit plantaardige grondstoffen kunnen onder de noemer “Vraag” bedrijven vinden die dezelfde grondstoffen leveren, maar dan uit nevenstromen. Business cases kunnen uitgewerkt worden in een demonstratieproject met een fonds ter beschikking van dit project. Onder de noemer “Technologie” is een overzicht te vinden van beschikbare scheidingstechnologieën binnen pilootinfrastructuur voor de verwerking van de plantaardige stromen.


10

DUURZAAMHEID & MVO

legt Cools uit. “Wassen is geen optie, omdat dit ten koste gaat van de smaak en de houdbaarheid van het witloof. Ook kunnen we niet alle tweede en derde keus (of categorie) witloof verkopen, zodat we soms veel overschot hebben. Dit ging voorheen terug naar de akker, in de compost of het veevoer, terwijl de teelt erg arbeidsintensief is.” Hij ging op zoek naar een alternatief en dacht al snel aan een witloofkroket. “De kroket wint in Vlaanderen aan populariteit en er zijn verschillende vullingen.”

Vraag was waar hij terecht kon voor de productie. Een brasserie met een breed aanbod van artisanale producten verwees de ondernemer door naar Traicar in Puurs, niet ver van Weerde. “Ik heb direct contact opgenomen en zat al snel om tafel met de zaakvoerder Carl Meskens, die meteen enthousiast was over mijn idee.” Traicar produceert onder de merknaam Gastronello al allerlei soorten kroketten, gebaseerd op klassieke recepten, zoals witloof met ham, kaas en bechamelsaus. “De eerste receptuur op basis van melk, bloem en boter was geen succes door het hoge

FOTO: TRAICAR

Food Waste Award 2020

Traicar met zijn brand Gastronello binnen de foodservice, won met deze duurzame kroket de Food Waste Award 2020. Carl Meskens staat in de foodtruck en Steven Vanden Berghe ervoor.

vochtgehalte en de verkleuring van het witloof”, blikt Cools terug. De oplossing vonden Cools en Meskens bij de Food Pilot, van Flanders’ FOOD en ILVO. Het witloof wordt allereerst gewassen, waarna het in de Vaculiq spiraalfilterpers onder vacuüm uitgeperst wordt. Het sap wordt opgevangen en de perskoek uit de machine gehaald. Traicar ging met beide ingrediënten verder aan de slag met de receptontwikkeling. Meskens: “We zochten vooral de juiste verhoudingen tussen alle ingredienten voor een uitstekende smaak en textuur van de kroket.” Traicar, met zijn brand Gastronello binnen de foodservice, won met deze duurzame kroket de Food Waste Award 2020. Deze werd uitgereikt tijdens de eerste coronagolf en de witloofkroket heeft daardoor zijn entree bij de foodies van de horeca een beetje gemist. Inmiddels is de aandacht die hij verdient echter aan het groeien, aldus Steven Vanden Berghe, commercieel manager bij Traicar.

Atelier m.

FOTO: TRAICAR

Een deel van het sap, dat Food Pilot produceert, gaat naar Atelier m. in Gent. Daar worden siropen en gefermenteerde dranken op basis van ginger beer ontwikkeld, een ideaal aperitief laag aan suikers en zonder alcohol. “De productontwikkeling zie ik als een visitekaartje dat we na de coronacrisis kunnen afgeven”, zegt Rosemarie Verlinden die het atelier samen met haar broer Michaël begon. Atelier m. begon weliswaar als cateringbedrijf, maar ontwikkelde zich - versneld door de coronacrisis steeds meer ook tot een foodlab dat bedrijven binnen de groente- en fruitsector wil ondersteunen in de transitie naar een duurzamer verhaal, door productinnovatie en -ontwikkeling. De missie van Atelier “De kroket wint in Vlaanderen aan populariteit en er zijn verschillende vullingen.”


VMT FOOD 4 • december 2020

11

FOTO: ATELIER M.

Coverstory

Rosemarie Verlinden: “De productontwikkeling zie ik als een visitekaartje dat we na de coronacrisis kunnen afgeven.”

m. is om plantaardige reststromen te valoriseren tot exclusieve voedingsproducten. Als zus en broer combineren Rosemarie en Michaël dagelijks culinaire creativiteit en wetenschappelijke kennis. Michael Verlinden studeerde aan UGent af als bio-ingenieur, zij als kunsthistorica. “Dankzij Michaels wetenschappelijke achtergrond spreekt hij dezelfde taal als de kennis- en onderzoeksinstellingen en andere partijen die bij productontwikkeling betrokken zijn.

Food from Food-project Het Interreg-project Food from Food, waarin Vlaanderen en Nederland samenwerken, mag eind dit jaar dan wel aflopen, veel initiatieven zullen een vervolg krijgen. Tientallen ondernemers en onderzoeksinstellingen werken intensief samen om voedselverspilling tegen te gaan. Projecten liepen uiteen van de productie van vleesalternatieven uit de perskoek van noten voor olieproductie of de harde voetjes van oesterzwammen, over de productie van smaakmakers uit kruidensteeltjes tot de fermentatie van groenteresten tot heerlijke ‘pickles’. Dit resulteerde in verschillende succesvolle, dan wel nog in ontwikkeling zijnde projecten rondom de verwaarding van plantaardige nevenstromen. De witloofkroket en witloofsap zijn twee interessante voorbeelden. Totaal werd binnen Food from Food gewerkt aan 24 projecten uit 2 landen en 4 regio’s; 70 ideeën werden besproken en 28 ingediend. In de afgelopen jaren kwamen de deelnemers veel hobbels tegen. Van de fluctuerende beschikbaarheid van een nevenstroom tot het houdbaar maken en houden van het uiteindelijke product en het krijgen van een gesloten business case.

Hierdoor kunnen we snel schakelen”, benadrukt Rosemarie Verlinden.

Witloofsap Via Marc De Loose, wetenschappelijk directeur van de afdeling productkwaliteit en -innovatie bij ILVO én fan van Atelier m.’s keuken, kwamen ze in contact met ILVO en de Food Pilot. Nathalie Bernaert, projectmanager groenten en fruit bij de Food Pilot en Bart Van Droogenbroeck, projectcoördinator bij ILVO, brachten het witloofsap onder de aandacht van Atelier m. “Een bestaande reststroom waar nog geen oplossing voor bestond.” Het atelier zag dit als een uitdaging en begon te experimenteren. “Gestart werd met ingedikt witloofsap, maar uiteindelijk werd gekozen voor het pure sap als grondstof voor verdere productontwikkeling. We gingen aan de slag met tal van smaken en aroma’s. Appelschil was een overtuigende match. “De schillen zijn wat smaak betreft een goede tegenhanger van het sap en dragen niet alleen bij aan een aantrekkelijke kleur, maar de bitterheid van het sap komt erdoor naar voren”, verklaart Verlinden. Voor de productie van de siropen is Atelier m. al in gesprek met maatwerkbedrijf De Groene Kans in Diksmuide, dat ook siropen maakt voor onder andere Bio Planet. “Samenwerken met de sociale economie is onderdeel van duurzaam ondernemen”, merkt Rosemarie Verlinden op. •


12

DUURZAAMHEID & MVO

Column

Don’t make things better, make better things Aan die ontwerpfilosofie – verbeter de dingen niet, maar ontwikkel betere dingen - moest ik denken toen ik het gesponsorde artikel op een krantenwebsite zag: ‘Koffiecapsules: recyclagepotentieel van aluminium onderschat’. Nu wil ik helemaal niet mijn kritische pijlen afschieten op één bepaald product of bedrijf, ik gebruik het alleen als sprekend voorbeeld. Het toont hoe we de ernst van de ecologische, meervoudige crisissen blijven ontkennen. Wie zich daar iets bij wil voorstellen, denkt best aan hoe de maatschappij zich keihard, voor de tweede keer, miskeek op de exponentiële verspreiding van het COVID-19 virus. En dat virus is, met alle respect, klein bier tegenover de klimaatontwrichting.

Kern van de zaak De kern van de zaak: om aan onze kinderen een leefbare aarde achter te laten, moeten we op opgezien korte tijd de uitstoot van broeikassen halveren, om voor 2050 te transformeren in een samenleving die geen broeikasgassen netto meer uitstoot. Tegelijk moeten we het ineenstorten van de biodiversiteit (zag u ook geen insecten meer op uw voorruit na een lange zomerrit?) keren door de introductie van generatieve landbouw, die bodems verrijkt, de natuur ondersteunt (want die zit vol natuurlijke vijanden van plagen), niet meer water verbruikt dan voorhanden is, enzovoorts. Dat vergt niets minder dan het bestaande agroindustriële model te vervangen door een veerkrachtig nieuw model, dat kringlopen sluit met een minimum

aan grondstoffen en energie. Aluminium hersmelten omdat we de capsules niet willen weggooien, is de dingen beter maken. Heerlijke koffie serveren zonder aluminium of andere eenmalige verpakking is een betere zaak. En eigenlijk back to the future.

Groene jongen En gelooft u niet direct een groene jongen, dan citeer ik graag de CEO van Danone. Emmanuel Faber getuigde de deze lente voor de coronacommissie van de Franse senaat dat “het huidig landbouwmodel niet meer houdbaar is”. Herinnert me direct aan de agrobusiness in West-Vlaanderen afgelopen zomer. Denken dat je elk jaar meer groenten kunt produceren op dezelfde plek, bleek ineens een illusie. Zeker als de gekozen gewassen waterslurpers zijn en de zomerse hittegolven het nieuwe normaal. Faber deed er nog enkele scheppen bovenop: statiegeld invoeren vindt hij noodzakelijk, massief eiwitten invoeren om onze dieren te voederen is onhoudbaar en leidt tot ongekende ontbossing in Zuid-Amerika. Uiteraard zijn er al heel wat spelers in de voedingssector die werken rond duurzaamheid. Valt alleen toe te juichen. Ik wil hen echter uitnodigen om in de spiegel te kijken: maken jullie de dingen beter, of mogen we op korte termijn betere dingen verwachten? •

Dirk Holemans Dirk Holemans is coördinator van de Denktank Oikos en auteur van het boek ‘Het Ecologisch Kompas’.


*** $%#&* '& #!

"' %" ' #" '# ) % " & (%& )##% ,# '* % " " &" " (&'%

' !

!

(เฉ FLsQWLH WUDQVSDUDQWLH ร H[LELOLWHLW GDDU 2I KHW QX JDDW RP (53 0(6 WUDFHHUEDDU KHLG RI LQWHOOLJHQWH SODQQLQJVVRIWZDUH KHW &6% 6\VWHP LV GH FRPSOHWH RSORVVLQJ YRRU

# "! && (! (+ ! #(% ) % " " (& % "'

,# %& # "! &&

XZ SURGXFWLH RSWLPDOLVHUHQ HQ PRUJHQ XZ

ZZZ FVE FRP


14

DUURZAAMHEID & MVO

Spadel is CO2 -neutraal van bron tot glas VISIE VAN MANAGEMENT IS DOORSLAGGEVEND VOOR SUCCES Na het bedrijf Spadel zelf, zijn nu ook haar merken Spa en Bru koolstofneutraal. “De visie van onze CEO en het management over dit onderwerp is zeer sterk en ook de cruciale succesfactor”, zegt CSR-manager Ann Vandenhende. “De consument juist informeren over CO2 -neutraliteit blijft een uitdaging.”

Tekst Yves De Groote Beeld Spadel

Binnen de Europese mineraalwaterindustrie is Spadel sinds oktober het eerste bedrijf dat ook koolstofneutraal is voor haar merken. Het bedrijf kreeg hiervoor het door Vinçotte gevalideerde “CO2-label neutral” van CO2logic. Het koolstofneutraal-label is gebaseerd op de internationaal erkende norm PAS2060 voor CO2- neutraliteit. In 2015 kreeg het bedrijf het label door 20% vermindering van het energieverbruik en de directe en indirecte CO2-uitstoot van haar fabrieken en kantoren. Hierbij wordt enkel gekeken naar de faciliteiten. Zo installeerde Spadel in België tienduizend zonnepanelen, destijds de grootste installatie op een industriële site. De resterende uitstoot compenseerde het bedrijf door via CO2logic te investeren in het Gold Standard-gecertificeerde klimaatproject Saving Trees in Oeganda.

Opslag, laden en lossen en transport zijn grondig onder de loep genomen. De lpg-vorkheftrucks zijn vervangen door Laser Guided Vehicles en elektrische heftrucks. Door de keuze van groene stroom voor deze nieuwe machines verminderde de CO2-emissie met 668 ton en door het gebruik van elektrische heftrucks daalde de emissie nog eens met 248 ton. De verlichting werd vervangen door led’s en de verlichtingssterkte in de distributiecentra werd aangepast, met als resultaat een vermindering van 6 ton CO2 per jaar ten opzichte van 2017. Voor het transport koos het bedrijf voor eco-combi vrachtwagens met 1,5 keer meer transportvolume. Dit betekent een besparing van 33% CO2 per vrachtwagen. Het gebruik van deze voertuigen heeft de CO2-uitstoot met 22 ton verminderd ten opzichte van 2017. Op dezelfde manier is de uitstoot met 26 ton verlaagd door het laden van de vrachtwagens te optimaliseren. Ook de emissies zijn ten opzichte van 2017 met 562 ton minder geworden door van de keuze van Lean & Green-distributeurs.

Periode 2015-2020 De afgelopen vijf jaar breidde Spadel haar milieuinspanningen uit naar de volledige waardeketen. “In het bijzonder de aanvoer van grondstoffen en de verpakking van onze producten enerzijds en anderzijds het transport. Beide zijn verantwoordelijk voor een groot deel van onze CO2-uitstoot, respectievelijk 53% en 28%.” CSR-manager Ann Vandenhende verwijst daarbij naar een aantal uiteenlopende projecten. Per gebottelde liter is de uitstoot van de fabrieken tussen 2010 en 2019 met 50% gedaald. Spadel vergrootte het aandeel hernieuwbare energie tot 35% in 2019.

Inkoopbeleid

Ann Vandenhende “De consument juist informeren over CO2-neutraliteit blijft een uitdaging.”

Het mineraalwaterbedrijf kiest nu bij voorkeur voor lokale leveranciers. In 2019 was bijna 90% van de leveranciers gevestigd binnen een straal van 500 km rond de fabrieken van de groep en 100% binnen een straal van 1.300 km. Een voorbeeld voor verpakkingen: virgin PET-granulaat voor de kunststofverpakkingen komt niet langer uit Zuid-Korea of de


VMT FOOD 4 • december 2020

15

Reportage Interview

PRODUCTIE Per gebottelde liter is de uitstoot van de fabrieken tussen 2010 en 2019 met 50% gedaald.

Verenigde Emiraten, maar van een lokale leverancier. “Zo zijn we dus gestopt met zeetransport en hebben we wegtransport gereduceerd van 650 km naar 200 km”, zegt Ann Vandenhende. “Op die manier hebben we onze CO2-uitstoot verminderd met 761 ton.”

Verpakkingen De kunststofverpakkingen en de kratten voor de glazen verpakkingen voor Bru zijn volledig van gerecycleerd PET-materiaal. “Dit is voorlopig nog niet het geval voor de Spa-flessen, aangezien de volumes veel groter zijn dan voor Bru. Maar onze intentie is inderdaad om tegen 2025 100% recycleerbaar materiaal te gebruiken voor de primaire (fles), secundaire (kratten, plastic folie) en tertiaire (op palletniveau) verpakkingen van alle Spadel-producten”, voegt de CSR-manager toe. Door het gewicht van de kunststofflessen te reduceren en de dopjes kleiner te maken, is het bedrijf erin geslaagd om de hoeveelheid plastic in één jaar tijd met meer dan 300 ton te verminderen. Door 1,5 gram PET per fles te besparen en tussen 0,5 en 2 gram PEHD per flessendop, vermindert Spa ook de koolstofuitstoot van de productie. De totale besparing bedraagt meer dan 327 ton (plastic) en 830 ton CO2-uitstoot in 2019. Het afvullen in blikken is stopgezet, omdat dit te veel CO2-uitstoot opleverde. Ook de niet-retourneerbare glazen flessen bij Spa zijn afgevoerd. “Ondanks het feit dat deze verpakkingsmaterialen

CO2-neutraal Koolstofneutraliteit betekent een evenwicht tussen de uitstoot van koolstofdioxide door het bedrijf en haar activiteiten en de opname van koolstofdioxide uit de atmosfeer door de aarde. Globaal gezien kan dit ook bereikt worden door de emissies van één actor te compenseren door bij een andere actor te investeren in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie of schone technologie met geringe koolstofuitstoot. Volgens de Europese klimaatwet, streeft de EU ernaar om tegen 2050 CO2-neutraal zijn.

100% recycleerbaar zijn, vereist het productieproces van glas en blik veel energie, waardoor de CO2-uitstoot per liter Spa-water veel hoger is dan bij herbruikbaar glas en PET-flessen”, leg de CSR-manager bij Spadel uit. Ze zet de cijfers op een rijtje: “Spadel heeft tussen 2010 en 2019 een totale CO2-besparing van 150.000 ton gerealiseerd. 95.000 ton uit minder plastic, gerecycleerd materiaal en het stoppen van koolstofintensieve verpakkingen, 45.000 ton kwam van energiebesparing en groene stroom en 10.000 ton van de distributie. In 2010 stootten Spa en Bru 90.000 ton CO2 per jaar uit in productie, transport en toeleveringsketen. Vandaag is dat 75.000 ton CO2 per jaar. Dat is een stevige vermindering, maar compensatie speelt nog steeds een belangrijke rol.”

Water Access Rwanda Naast de inspanningen om de uitstoot te verminderen, heeft de groep ook omvangrijke compensatieprogramma’s opgezet, in samenwerking met onder meer CO2logic en Water Access Rwanda. Het project in Rwanda koppelt waterzuivering aan het verminderen van koolstofemissies. Binnen het project worden 35 verouderde of vervuilde waterputten hersteld, over een periode van 10 jaar. Genoeg om meer dan 570 miljoen liter schoon en veilig water te leveren aan ongeveer 250.000 mensen. Hierdoor worden drie miljoen bomen, die anders gekapt worden voor houtvuur, beschermd en de uitstoot van 400.000 ton CO2 voorkomen.


16

DUURZAAMHEID & MVO

VERPAKKING Door het gewicht van de kunststofflessen te reduceren en de dopjes kleiner te maken, bespaart het bedrijf in één jaar tijd meer dan 300 ton plastic.

Binnen het internationale initiatief Science Based Target van onder meer de Verenigde Naties en het Wereld Natuur Fonds werkt Spadel aan nieuwe doelstellingen. Vandenhende: “Tegen 2030 willen we 42% minder CO2-uitstoot ten opzichte van 2015 en tegen 2050 een netto-uitstoot van nul. Dat betekent dat er geen compensatie nodig is.” Om tegen 2025 uitsluitend gerecycleerd of hergebruikt verpakkingsmateriaal te kunnen gebruiken, werkt het bedrijf samen met de recyclagesector en andere partners om hergebruik te innoveren en de kwaliteit van gerecycleerd materiaal te verbeteren. “Tegen 2022 zullen we proefprojecten opstarten met recyclagebedrijven en sectorgenoten die onze ambitie delen, om de kwaliteit van gerecycleerd materiaal te verbeteren en te verzekeren.”

Lessen en uitdagingen Terugkijkend op de transformatie tot dusver, noemt de CSR-manager drie belangrijke uitdagingen. “Het vinden van duurzame oplossingen zonder toe

‘In 2050 moet de netto-uitstoot nul zijn’

te geven op de kwaliteit van het product, het vinden van de juiste partners, vooral leveranciers, en alle teams binnen het bedrijf achter één doel scharen.” Lessen voor de toekomst? “De visie van onze CEO en management over dit onderwerp is zeer sterk en dé cruciale succesfactor om resultaten te bereiken”, zegt ze als eerste. Als tweede? “Flankerende maatregelen van de overheid rond recycleren zullen cruciaal zijn om het (her)gebruik van gerecycleerd materiaal haalbaar te houden.” En last but not least: “De consument juist informeren over CO2-neutraliteit blijft een uitdaging. Uit een recente bevraging die we daarover deden, bleek nog maar eens dat mensen door de bomen het bos niet meer zien. De consument meekrijgen in het belang van CO2-neutraliteit zal ook de komende jaren cruciaal blijven.” •


Pepper Steak

Creamy Steakhouse Seasoning

De Korrel Beheer BV Tolboomweg 16

|

3784 XC Terschuur

T +31 (0)88 55 777 55 info@dekorrelbeheer.nl

|

|

The Netherlands

F +31 (0)88 55 777 33 | www.dekorrelbeheer.nl


18

DUURZAAMHEID & MVO

Alpro lanceert actieplan duurzaamheid 2025 AL 40 JAAR PLANTAARDIG VOOR EEN GEZONDE TOEKOMST Ter gelegenheid van haar veertigste verjaardag lanceerde Alpro haar nieuwe duurzaamheidsactieplan voor 2025: Feeding our Future with Plants. Eva De Keyser schetst de ontwikkelingen rond teelt, verwerking en verpakking.

Tekst Yves De Groote Beeld Alpro

“De productie van voeding heeft een heel grote milieu-impact op de planeet”, zegt duurzaamheidsmanager bij Alpro Eva De Keyser. “Tot 30% van de CO2-uitstoot is gerelateerd aan de landbouw en voedingsproductie, die ook nog eens 70% van het voor de industrie benodigde zoetwater verbruiken. Verlies aan biodiversiteit is voor 60% aan de voedingsproductie toe te schrijven. Tegelijk bepaalt wat we eten onze gezondheid. Wetenschappers zijn zich gaan afvragen wat het ideale eetpatroon is, goed voor de gezondheid en voor de planeet en het antwoord luidt: meer plantaardig eten. Dat is al veertig jaar onze missie.” Met het brede aanbod van plantaardige producten op basis van soja, amandelen, hazelnoten, cashew, rijst, haver of kokosnoot - onder de merknamen Alpro en Provamel (biologisch) - is het Belgische bedrijf, actief in vijftig landen binnen en buiten Europa, in haar missie geslaagd. Sinds 2018 is Alpro B Corp-gecertificeerd vanwege de inspanningen om sociale en milieudoelstellingen te combineren met financieel succes. Transparantie is hierbij van groot belang. Het volledige auditrapport van B Lab, voor Europa gevestigd in Amsterdam, is openbaar en terug te vinden op de website bcorporation.eu. De duurzaamheidsmanager merkt nog op dat de One Planet, one Health-visie van Danone, waarvan Alpro sinds 2017 deel uitmaakt, is opgenomen in de statuten van het voedingsconcern met

‘Alpro is voorloper in duurzaam verpakken’

90% van de verpakkingen is van plantaardige materialen.

duurzaamheid in het DNA. “Ons moederbedrijf is hiermee het eerste beursgenoteerde voedingsconcern in Frankrijk.”

Een stap verder Met het actieplan Feeding our Future with Plants, dat in september werd gelanceerd, focust Alpro zich naast op gezondheid - meer vezels in de producten en meer plantaardige ingrediënten - vooral op duurzaam produceren. ”We hebben als voedingsproducent op dit vlak een grote verantwoordelijkheid”, zegt De Keyser. “We richten ons op de ingrediënten,


VMT FOOD 4 • december 2020

19

Reportage Interview

TEELT Bij de teelt van soja zet Alpro in op regeneratieve landbouw die zich vooral richt op de bodemkwaliteit.

de verwerking en de verpakkingen, ofwel de volledige keten.” Bij de teelt zet Alpro in op regeneratieve landbouw die zich vooral richt op de bodemkwaliteit. “Een gezonde bodem haalt meer CO2-uit de lucht”, legt De Keyser uit. “We gaan boeren begeleiden en adviseren bij deze transformatie.” Bovendien zal samengewerkt worden met landbouwcoöperaties om de akkerbouwer te evalueren op meer duurzaamheidscriteria, zoals biodiversiteit en waterverbruik.

“Binnen Danone zijn we voorlopers in duurzaam verpakken”, vervolgt De Keyser. “Verpakkingen zijn het meest zichtbare onderdeel van onze producten.” Tegen eind dit jaar gebruikt Alpro in al haar drankkartons van 1 liter, biobased kunststof gemaakt van suikerriet. Hierdoor is ongeveer 90% van deze verpakking gemaakt van plantaardige materialen. “Tegen eind 2021 vervangen we de polystyreen potjes, bedoeld voor de plantaardige alternatieven voor yoghurt, door recycleerbare potjes. Over vijf jaar zijn alle verpakkingen recycleerbaar en zijn alle 100% plantaardige drinks verpakt in 100% plantaardige drankkartons of 100% rPET-flessen.”

Verwerking Bij de verwerking van ingrediënten in de productiebedrijven gaat Alpro op middellange termijn voor zero impact op het milieu. “We willen voor 2050 CO2-neutraal zijn en daarom gaan we tegen 2025 meer hernieuwbare energie gebruiken. We gebruiken al uitsluitend groene stroom, maar willen overstappen van aardgas naar biogas.” Momenteel bestudeert het bedrijf biogasproductie uit sojaschroot. Uiteraard streeft het naar verdere energiebesparingen, waaronder het voorkomen energieverlies. “Een reductie van de CO2-emissie van 30% per liter product zou haalbaar zijn”, weet De Keyser. Op de productiesite in Wevelgem gaat Alpro met een capaciteit van 90m³/uur of 710 miljoen liter per jaar de grootste industriële installatie in Vlaanderen voor waterhergebruik bouwen en exploiteren, in samenwerking met De Watergroep, het grootste drinkwaterbedrijf in Vlaanderen. Dankzij moderne ultrafiltratie- en omgekeerde-osmosetechnologie zal 60% van het afvalwater uit de fabriek als drinkwater, dat aan de hoogste kwaliteitseisen voldoet, hergebruikt worden.

Science Based Targets

‘Alle partijen moeten tot een consensus komen’

De Keyser wijst nog op het groeiende belang van een wetenschappelijke onderbouwing van de duurzaamheidsdoelstellingen bij het terugdringen van de CO2emissie. “Een bedrijf kan wel een doelstelling hebben, maar moet zich altijd afvragen of deze niet te hoog of te laag is. Hoe ver kan een bedrijf werkelijk gaan?” Samen met Danone, sloot Alpro zich in 2017 aan bij het Science Based Targets-initiatief (SBT), een logisch vervolg op het WWF-programma Climate Savers, waar Alpro zich in 2011 aan verbond. Het SBT-platform, onder meer opgericht door WFF en United Nations Global Compact, biedt verschillende wetenschappelijke methodes om te berekenen hoe snel en in welke mate bedrijven hun CO2-uitstoot moeten verminderen om in overeenstemming te zijn met de doelstellingen van de Parijsakkoorden. “Binnen het SBT-initiatief, waar ook wetenschappers, ngo’s en consultants aan deelnemen, moeten alle partijen tot een consensus komen.” •


20

DUURZAAMHEID & MVO

De visie van Fevia...

Ann Nachtergaele Sinds de Europese Commissie vorig jaar de Green Deal lanceerde, en daarvoor de Circular Economy Package van 2015, is de circulaire economie meer dan ooit het nieuwe normaal. Moeten voedingsbedrijven het roer daarom radicaal omgooien en mee op de kar springen? Nee hoor.

Tekst Ann Nachtergaele Beeld Fevia

Ann Nachtergaele is directeur energie en milieu bij Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie. Zij volgt vooral de dossiers op die een directe impact hebben op de competitiviteit van de voedingsbedrijven. Ze coördineert ook de dossiers rond duurzaamheid binnen Fevia en is verantwoordelijk voor het opstellen van het duurzaamheidsverslag van de Belgische voedingsindustrie.

We durven gerust te stellen dat we als sector voorlopers waren, voordat “circulaire economie” modewoorden werden. Zelf spreken we van circulair ondernemen. Zowel op het vlak van organisch materiaal, de basis van onze voeding zeg maar, als op het vlak van noodzakelijke hulpbronnen, zoals water en energie, nam Fevia jaren geleden al initiatieven om hergebruik en efficiëntie te stimuleren. De vraag is natuurlijk wat een circulaire economie exact inhoudt en hoe je als voedingsbedrijf daaraan invulling kunt geven. De Europese Commissie (EC) zelf definieert “circulaire economie” als een systeem dat de waarde van producten, materialen en middelen zo lang mogelijk behoudt en dat het ontstaan van afval tot een minimum beperkt. Met de Circular Economy Package wil de EC materiaalkringlopen sluiten, door recyclage en hergebruik van producten te stimuleren. Bedoeling is om de afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen te verminderen en om de druk op het milieu te verlagen. Duurzamer voedselsysteem Voor ons is circulair ondernemen een middel om het voedselsysteem duurzamer te maken, een breder concept dat ook rekening houdt met voedings- en sociale aspecten. Laten we beginnen met de voeding zelf, datgene waar het tenslotte om draait in onze sector. De voeding die onze bedrijven produceren, verdwijnt per definitie, weliswaar als bron van leven en genot voor ons allemaal. Dat lijkt op zich haaks te staan op het streven de waarde van het product niet

te verliezen door het in de kringloop te houden via recycling en hergebruik. En toch gaan we zeker met het organisch materiaal dat onze basisgrondstof is zo efficiënt mogelijk om. Ketenroadmap Voedselverlies In het kader van de Vlaamse Ketenroadmap Voedselverlies en van de Waalse tegenhanger Plan Regal is de voedingsindustrie in ons land al jaren voortrekker in de strijd tegen voedselverlies. Onze bedrijven doen dat zowel in de eigen productie als via ondersteuning van consumenten, te beginnen met een correcte etikettering van de houdbaarheidsdatum. Op Europees niveau wordt er overigens nagedacht over een systeem om die data beter begrijpbaar te maken. Om consumenten te helpen, zorgden veel bedrijven bijvoorbeeld ook voor kleinere porties en hersluitbare verpakkingen.

‘Producten op basis van reststromen zijn een trend’ In de voedingsproductie zelf gaat amper 1,5% verloren en worden niet-eetbare nevenstromen bijna volledig hergebruikt. Daarmee is de voedingsindustrie één van de meest efficiënte schakels in de keten. Voedingsbedrijven zorgen ervoor dat hun organische reststromen, die voor 90% bestaan uit niet-eetbare


VMT FOOD 4 • december 2020

21

De visie

‘De voedingsindustrie is al jaren voortrekker in de strijd tegen voedselverlies’ ANN NACHTERGAELE

materialen, zoals pulp, schillen of beenderen, bijna allemaal een tweede leven krijgen, voornamelijk in diervoeding. En onze voedingsbedrijven proberen ook de 10% eetbare reststromen zo goed mogelijk te hergebruiken. Een opvallende trend zijn daarbij de ‘nieuwe’ producten, op basis van stromen die voordien verloren gingen voor menselijke voeding. Denk maar aan onze bloemkoolrijst, die tot in New York ingang vindt, of aan koekjes en brood op basis van nevenstromen uit de bierproductie. Ten slotte zijn Belgische voedingsbedrijven één van de grootste schenkers aan de Voedselbanken, in 2019 goed voor maar liefst 4917 ton voeding voor hen die het minder breed hebben. Meer dan voeding Maar circulair ondernemen draait niet enkel om de voeding zelf. Zoals elke keuken, verbruikt ook een voedingsfabriek onvermijdelijk water en energie. Ook die hulpbronnen efficiënter (her)gebruiken

maakt deel uit van circulair ondernemen. Door de droogteproblematiek kwam rationeel waterverbruik de voorbije jaren prominent op het voorplan. Laten we niet vergeten dat water in de voedingsindustrie zowel een ingrediënt is als een grondstof om de hygiëne te garanderen. Onze sector heeft gelukkig niet stilgestaan. Bedrijven investeerden massaal in projecten om efficiënter met water om te gaan en om water te hergebruiken na zuivering. Fevia bracht zelf al in 2004 een brochure uit met tips rond rationeel watergebruik en ook Flanders’ FOOD helpt bedrijven vooruit door hun waterrisico te beoordelen in het kader van het project Smart Water Use. De brouwers gaan dan weer voor duurzamer waterverbruik via de Green Deal Brouwers, door onder andere van elkaar bij te leren. Ook op het vlak van energieverbruik gaan onze voedingsbedrijven steeds efficiënter te werk. Ze verbruiken minder energie om dezelfde hoeveelheid producten te maken. Dat doen ze via de EnergieBeleidsOvereenkomsten (EBO) in Vlaanderen en de Accords de Branche in Wallonië. Voor kmo’s zette Fevia Vlaanderen samen met de Vlaamse overheid het EFES-programma op, waar een ontzorger bedrijven met raad en daad bijstaat om energiebesparende maatregelen door te voeren. Hoger op de agenda Het is duidelijk dat de circulaire economie ook steeds hoger op de agenda komt te staan van onze overheden. De Waalse regering identificeerde voeding als een prioritaire waardeketen in haar Circular Wallonia-strategie. Fevia Wallonie droeg bij aan dat plan en is vastbesloten om ook in de concrete uitvoering mee aan de kar te blijven trekken. Met de steun van Sowalfin en van Waalse minister Borsus neemt Fevia Wallonie binnenkort een adviseur in circulair ondernemen aan om de Waalse kmo-voedingsbedrijven concreet vooruit te helpen. Ook in Vlaanderen is voeding één van de “werfagenda’s” in het kader van de nieuwe aanpak rond Vlaanderen Circulair. Ook hier zal Fevia Vlaanderen ervoor zorgen dat de voedingsindustrie voorloper blijft op het vlak van circulair ondernemen. •


22

DUURZAAMHEID & MVO

RESTSTROMEN ZIJN OOK GRONDSTOFFEN Te kleine en te grote zoete aardappels raken niet verkocht, maar zijn wel geschikt voor de verwerking tot snacks.

Voedselsysteem van de toekomst is circulair KARIN OP DE BEECK: ‘OVERHEID VERSNELT UITROL VLAANDEREN CIRCULAIR’ Het voedselsysteem van de toekomst zal volgens de overheid circulair zijn. De Vlaamse agrovoedingsketen heeft een goede uitgangspositie om een circulaire voorloper te zijn en innovaties wereldwijd uit te dragen. Tekst Yves De Groote Beeld Food from Food

“Vlaanderen bevindt zich op een kantelpunt in de circulaire economie”, vertelt Karin Op de Beeck, facilitator circulaire economie voeding bij Vlaanderen-Circulair. Dit is een publiek-privaat partnerschap tussen bedrijven, kennisinstellingen, het middenveld en overheid. Om het uitrollen van de circulaire economie te versnellen, is het de ambitie van de Vlaamse regering om in 2021 een werkagenda op te starten rond voeding, maar ook rond bioeconomie, kunststoffen/chemie, water en bouw. “Voor elk van deze werkagenda’s kijken we uit naar de geschikte trekkers. Voor voeding zal het departement Landbouw en Visserij deze rol op zich nemen en een netwerk starten van betrokken stakeholders, die samen de circulaire economie zullen uitrollen.”

Alle stakeholders “Alles valt of staat bij betrokkenheid en samenwerken tussen alle partijen in de volledige keten”, benadrukt Op de Beeck. Specifiek voor de voedingssector is het nodig om alle reststromen te bekijken als grondstof bij de productie, de verwerking, de logistiek en het transport. “We moeten actoren in de verschillende schakels in de voedselketen activeren om bij te dragen aan een gezamenlijke werkagenda, die uiteraard wordt opgesteld in overleg met alle stakeholders. We willen de vele initiatieven en kennis rond circulaire voedselsystemen bundelen en versterken.”

Vlaamse minister van Landbouw Hilde Crevits lanceerde op Wereldvoedseldag haar plannen voor het ontwikkelen van een brede en toekomstgerichte voedselstrategie. Het realiseren van een circulaire en duurzame voedseleconomie is hierin één van de vier strategische doelstellingen. Het afgelopen jaar werd vanuit het landbouwbeleid al de daad bij het woord gevoegd op vlak van investeringen, innovaties en partnerships rond circulaire land- en tuinbouw. Maar er staat meer op de planning. De link wordt gemaakt met de Farm to Fork-strategie van de Europese Commissie.

Ambitieuze, circulaire werkagenda

‘Alles valt of staat met samenwerking’

Tegen 2022, wanneer een Voedseltop georganiseerd zal worden in samenwerking met vraag- en aanbodzijde, wordt de strategie afgeklopt. Tussentijdse acties worden in de kijker gezet, maar de uitrol van de strategie zelf is een werk van lange adem en gebeurt enkel in samenwerking met alle betrokkenen. Kris Roels, beleidsmedewerker voedselbeleid bij het Departement Landbouw en Visserij zegt hierover: “Onze Vlaamse agrovoedingsketen heeft een goede uitgangspositie om een circulaire voorloper te zijn en innovaties wereldwijd uit te dragen. We kunnen voortbouwen op bestaande, succesvolle ketensamenwerkingen, zoals die rond de preventie van voedselverliezen. Samen met Vlaanderen-Circulair willen we alle relevante spelers samenbrengen rond een ambitieuze, circulaire werkagenda.” •


Kun jij reanimeren?

! % '& ! % # " #$ & % ' #$%!# &( "#! & % "#! $ ' #! %# &( "#! $ % # & %) & % # ( # $ !*$ #% ( # !!# & % & % # " ! &( "#! $ % $ # ! $ & '!!# ' $ !' # " #$ & % ( % %

Red levens in jouw buurt. Meld je aan op hartstichting.nl/reanimatie

""" !#

TIL de prestaties van uw bedrijf NAAR EEN HOGER NIVEAU! # & "' " " & & " ' " & "$" %' ! & $ & ! ## & ( ( & " RSWLPDOLVDWLH YDQ NZDOLWHLW HI´ FLsQWLH HQ RSEUHQJVW ,

$ " #$ # "$ "! $& " %# , QLHXZH VWDQGDDUG LQ GLJLWDOH VRUWHULQJ 9(5<; ELHGW JHDYDQFHHUGH SHUIRUPDQWLH $

" " & + ) $ $%*$ & "% "# "& " $ $

DXWRPDWLVDWLH ) %#$" ! ## & $$ &

! $ $' "! $" "#

" $ $ & " $" # " " #!" " & ") $# "$ "

HQ YHHO PHHU

$ ' $ ( & " !$ # $ & %' " EHWHNHQHQ RS ZZZ NH\ QHW #

,


24

DUURZAAMHEID & MVO

PERMAFUNGI CEO Julien Jacquet: “Permafungi is een Brussels initiatief dat uiteraard uitgebreid kan worden naar andere steden in België.”

Permafungi zoekt samenwerking voor circulair ondernemen RECYCLEREN, LOKAAL PRODUCEREN EN WERKGELEGENHEID CREËREN Permafungi, een sociale coöperatie, recycleert koffiegruis door er bio-oesterzwammen op te kweken. Voedingsbedrijven kunnen deze gebruiken in hun recepten en dragen zo bij aan een circulaire economie, zegt CEO Julien Jacquet. Tekst Yves De Groote Beeld Permafungi

In 2014 richtte Julien Jacquet, samen met Martin Germeau, de sociale coöperatie Permafungi op. “Na een studie landbouwkunde werkte Germeau in Thailand op een kwekerij die oesterzwammen op koffiegruis teelde, volgens het principe van permacultuur. In Brussel was ook koffiegruis, maar er werden geen oesterzwammen op gekweekt.” Jacquet zag een gat in de markt. Tegelijk wilde hij werkgelegenheid creëren voor werkloze jongeren in Brussel. “Onze missie is afval recycleren, lokaal produceren, werkgelegenheid creëren en het energieverbruik minimaliseren, allemaal op één locatie. Ons huidige atelier in de kelders van Tour & Taxis is 1.000 m² groot. Per jaar verwerken we 30 ton koffiegruis voor de productie van 12 ton oesterzwammen. Het koffiegruis halen we op bij met name Exki (10 vestigingen) en Le Pain Quotidien (30). Sinds 2014 verwerkten we 77,5 ton koffiegruis. Momenteel telt ons bedrijf 12 medewerkers. Naast oesterzwammen produceren we witlof, thuiskweekkits en biomest. Voor het kweken van de oesterzwammen hebben we ook stro nodig.”

Samenwerken met bedrijven “Permafungi is een Brussels initiatief dat uiteraard uitgebreid kan worden naar andere steden in België”, zegt de CEO van Permafungi over de plannen voor de komende jaren.

Circulaire economie vraagt tijd en energie

Hij zoekt verdere samenwerking aan zowel de aanbod- als de vraagzijde. Jacquet denkt in de eerste plaats aan grote bedrijven in de horeca en de foodservice, vergelijkbaar met Exki en Le Pain Quotidien, die ook voedingsproducten bereiden met oesterzwammen, zoals quiches. “Maar het kunnen ook catering- of voedingsbedrijven zijn, die aan de foodservice of retailmarkt leveren.” Jacquet denkt tevens aan partnerschappen met de koffiebranderijen en -leveranciers en de voedingsbedrijven die koffie als ingrediënt gebruiken, zoals koffiedrankproducten. “Zij kunnen zich nadrukkelijk profileren als een duurzamer bedrijf, aangezien hun koffiegruis gerecycleerd wordt.”

Idealisten met een visie De belangstelling is er, volgens de CEO. “Wij zijn idealisten die professionals zijn geworden. Met onze groene en innovatieve ideeën hebben we professionele en efficiënte oplossingen kunnen realiseren. We hebben respect voor het milieu en de werkgelegenheid en zijn duurzaam financieel gezond. Dit trekt bedrijven aan.” Volgens Jacquet moeten ondernemers die net als hij in de circulaire economie willen stappen, zich goed realiseren dat ze niet ‘snel geld’ kunnen verdienen: “Een circulaire economie vraagt veel tijd en energie. Ze moeten een langetermijnvisie hebben.” •


HTQO VJG KPKVKCN FGUKIP VQ VJG Æ&#x201A; PKUJGF RCEMCIGF DQVVNG 1WT $QVVNGU 5JCRGU RTQITCO RQQNU QWT WPKSWG YGCNVJ QH 2'6 GZRGTVKUG HQT [QWT DGPGÆ&#x201A; V 9JGVJGT HQT VJG FGXGNQROGPV QH PGY 2'6 DQVVNGU QT VJG QRVKOK\CVKQP QH GZKUVKPI QPGU YG CTG JGTG VQ JGNR [QW TKIJV HTQO VJG XGT[ UVCTV s HTQO FGUKIP VJTQWIJ GPIKPGGTKPI CPF VGUVKPI VQ VJG RGTHGEV UGEQPFCT[ RCEMCIKPI #PF QH EQWTUG YG CNYC[U DGCT KP OKPF VJG GHÆ&#x201A; EKGPE[ QH [QWT EQORNGVG NKPG +PVGTGUVGF! MJU EQO DQVVNGU UJCRGU


26

VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT

Acrylamidegehaltes onder de loep ONDERZOEK NAAR ONGEWENSTE STOF IN LEVENSMIDDELEN Het Belgische onderzoeksinstituut Sciensano onderzocht levensmiddelen waarvan niet duidelijk was hoe hoog het gehalte acrylamide erin was. Dit onderzoek, gefinancierd door de Federale Overheid Dienst Volksgezondheid in België, helpt om op Europees niveau risicobeperkende maatregelen te actualiseren en referentiewaarden volledig te maken. De wetenschappelijke data kunnen ook helpen bij de ontwikkeling van wettelijke maximumgehaltes in het kader van Verordening 1881/2006.

Tekst Philippe Szternfeld

Acrylamide kan ontstaan bij de bereiding van zetmeelrijke levensmiddelen, zoals graan en aardappelproducten. Hoewel deze stof waarschijnlijk al zeer lange tijd aanwezig is in onze voeding, werd hij pas in 2002 ontdekt door de Universiteit van Stockholm. Onmiddellijk wezen ook alle risicobeoordelingen van deze kankerverwekkende stof op gezondheidsrisico’s voor consumenten. Om de inname zo laag mogelijk te houden, werden risicobeperkende maatregelen en referentieniveaus vastgelegd in Verordening (EU) 2017/2158. Niet alle levensmiddelen zijn echter in deze verordening opgenomen terwijl sommige ervan ook aanzienlijke

hoeveelheden acrylamide kunnen bevatten. Sciensano onderzocht 217 levensmiddelen op de aanwezigheid van acrylamide. De keuze van de levensmiddelen was grotendeels gebaseerd op de Europese aanbeveling 2019/1888 betreffende de monitoring van acrylamide in levensmiddelen.

Groentechips en olijven Een brede waaier aan levensmiddelen werd onderzocht, zoals producten op basis van graan, aardappel, zaden (bijvoorbeeld chia), noten, gedroogd fruit, koffiesurrogaten, cacao en olijven. Zo nodig werden de levensmiddelen bereid in het laboratorium

Kleur als belangrijkste indicator De kleur van een bereid levensmiddel en het acrylamidegehalte zijn zeer sterk met elkaar verbonden. In de figuur hiernaast wordt deze relatie getoond. Wanneer bijvoorbeeld de pommes duchesses harder gebakken werden (donkerder kleur), werd er ook een hoger gehalte aan acrylamide gemeten. Bij rösti gold hetzelfde, ongeacht de vraag of deze in de frituurpan of in de oven bereid werd. Verder was te zien dat wanneer de aardappelproducten goudgeel gebakken werden, de referentiewaarde voor acrylamide nooit werd overschreden. Deze goudgele kleur is dus een belangrijke indicator voor het gehalte aan acrylamide en zou altijd op de verpakking moeten worden vermeld. Dat is nu op ongeveer de helft van alle verpakkingen het geval.

Hoe donkerder het bereide levensmiddel hoe hoger de acrylamidegehaltes, ongeacht de bereidingstijd.


VMT FOOD 4 • december 2020

27

Wetenschap

Goudgeel gebakken aardappelproducten overschreden nooit de referentiewaarde voor acrylamide.

volgens de specificaties zoals vermeld op de verpakking. Uit de resultaten bleek een hoog acrylamidegehalte in groentechips en zwarte olijven.

Chips op basis van wortel- en knolgroenten Groentechips van zoete aardappel, pastinaak, wortel, rode biet en cassave worden als gezonder gezien dan de originele aardappelchips. De gevonden acrylamidegehaltes in de groentechips spreken dit echter tegen. In vergelijking met gewone aardappelchips bevat de groentevariant tot 2,5 keer meer acrylamide. Drie van de onderzochte producten bevatten zelfs zoveel acrylamide dat de resultaten werden doorgegeven aan het Belgische Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).

Frituren? Houd deze regels in gedachten Wanneer je de frituurpan gebruikt, kun je er zelf voor zorgen dat er zo weinig mogelijk acrylamide ontstaat. Zorg er allereerst voor dat de frituurpan op de juiste temperatuur staat ingesteld. Houd je aan de temperatuur die op de verpakking vermeld staat en stel de frituur nooit hoger in dan op 175°C. Daarnaast is ook de kleur belangrijk. Houdt tijdens het frituren de kleurverandering in de gaten en stop de bereiding wanneer het product goudgeel is. Een donkerbruin product heeft een hoger gehalte acrylamide, ongeacht de bereidingstijd.

Zwarte olijven Bij de analyse van zwarte olijven werden variabele acrylamidegehaltes gedetecteerd, met de hoogste gehaltes voor zwarte olijven in blik. Deze variatie in de score kan verklaard worden door de verschillende verwerkingsmethodes die olijven ondergaan voor ze op de markt komen. Welke factoren er precies

Toolbox voor aanvaardbaar acrylamidegehalte Om acrylamidegehaltes in levensmiddelen zo laag mogelijk te houden, werd in 2005 een toolbox ontworpen door de Federatie van de Voedsel- en Drankindustrieën van de EU. De hierin opgenomen maatregelen variëren van temperatuurspecificaties tot een specifieke graan- of aardappelsoortselectie die minder acrylamide vormt. De toolbox wordt regelmatig geactualiseerd aan de hand van nieuwe onderzoeksgegevens. In 2017 werden de risicobeperkende maatregelen en referentieniveaus vastgelegd in Verordening (EU) 2017/2158. Deze referentieniveaus geven aan hoeveel acrylamide er in een levensmiddel aanwezig mag zijn. Daarmee zijn ook preventieve maatregelen verplicht geworden voor bepaalde voedselgroepen. Als wordt vastgesteld dat het acrylamidegehalte in een levensmiddel het referentieniveau overschrijdt, wordt een onderzoek gestart naar het bereidingsproces. De risicobeperkende maatregelen die de producent naleeft, worden bekeken waarna het bereidingsproces wordt aangepast.

verantwoordelijk voor zijn, is echter nog niet volledig in kaart gebracht. Ook kan het acrylamidegehalte in zwarte olijven wellicht nog stijgen wanneer ze na aankoop gebruikt worden bij de bereiding van een gerecht, bijvoorbeeld een pizza.

Brood en gebak In sommige levensmiddelen werden zeer lage hoeveelheden acrylamide gevonden of werd zelfs geen acrylamide gedetecteerd. Dit laatste was het geval bij melkbroodjes, rozijnenbrood, notenbrood, tortilla’s en pitabroodjes. Lage acrylamidegehaltes werden gevonden in koffiekoeken, donuts, churros, smoutebollen, pannenkoeken en gevulde minipasteitjes. Tarwebrood met olijven is, met een hoog acrylamidehalte, een uitzondering in deze reeks van brood en gebak. De gevonden gehaltes waren hierin zelfs hoger dan de referentiewaarde voor tarwebrood. Uit de analyse van rijst-, maïswafels en andere granensnacks blijkt dat er hogere gehaltes gevonden zijn dan in de andere onderzochte graanproducten. Daarnaast vonden de onderzoekers ook acrylamide in cacaopoeder, nougat en karamel en in geroosterde zaden en noten.

Patat en aardappelproducten Uit de evaluatie van de European Food Safety Authority (EFSA) blijkt dat de bevolking het meest wordt blootgesteld aan acrylamide via patat en


28

VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT

Acrylamide kan ontstaan bij de bereiding van zetmeelrijke levensmiddelen, zoals graan- en aardappelproducten.

brood. Andere aardappelproducten, zoals rösti en kroketten, zijn eveneens belangrijke bronnen van acrylamide. Ook dit gegeven werd verder onderzocht in dit project. Zowel hoge als niet detecteerbare concentraties acrylamide werden aangetroffen in aardappelproducten. Naarmate aardappelproducten een donkerder kleur hadden, werd een hoger acrylamidegehalte gedetecteerd. Hoge gehaltes werden gevonden in zowel gesneden aardappelproducten (zoals aardappelblokjes en rösti) als in pureeproducten, zoals hertoginnenaardappelen (pommes duchesse), aardappelballetjes en kroketten. Behalve aardappelproducten werden ook groentepatat en patat van zoete aardappel onderzocht. De gehaltes aan acrylamide in deze patat waren steeds hoger dan in originele aardappelpatat.

Kookgewoonten hebben impact op de vorming van acrylamide

aardappelproducten zowel in de oven als in de frituurpan klaar te maken. De aardappelproducten die gefrituurd werden, bevatten 5 tot 25 keer meer acrylamide dan die uit de oven. Bij de bereiding werd steeds de bereidingswijze gevolgd zoals aangegeven op de verpakking. Naast de informatie over de temperatuur en de tijd van bereiden, kan op de verpakking ook een kleurindicatie staan. Deze kleur wordt meestal verwoord als ‘goudgeel’. Door dit criterium na te volgen, ontstonden aanvaardbare acrylamideconcentraties. Dit toont aan dat het acrylamidegehalte perfect overeenkomt met de uiteindelijke kleur van het bereide levensmiddel, onafh ankelijk van de bereidingswijze. Het illustreert ook het belang en de impact van de kookgewoonten van de consument op de vorming van acrylamide. •

Frituren of in de oven? Ook de bereidingswijze heeft invloed op acrylamidegehaltes. Dit werd aangetoond door dezelfde

Philippe Szternfeld is werkzaam bij onderzoeksinstituut Sciensano, Philippe.Szternfeld@sciensano.be


# & )2 . ' ) )% ## &'#&)) % ,&&( *+)) %* ! ) ) % * * / 1% &% '* , % !'% &$, * ( * &'#&)) % % ,&&( / 1% $ % $ %* &' * , % ' ()&% # % +% - ("&$ , % %!'"#*, +$ $(#* ) % * & "! ) 0 !% &%*- "" # ,&&( *+)) %* ! ) *& ' )) % &' &'' (,# "" % % '(& + * # &( *&( +$ % , ("&&'(+ $* % , % ,& % ) % ( %" % ( !, % 0 * $ . , % ##+#&) % )/%* * ) , 0 #)

VQHOOH Há&#x201A;&#x2021;HFWLHYH GHVLQIHFWLH YDQ RSSHUYODNNHQ

& &'% $ ' * *

0 ( & ,& * %

'( $ % % *+)) % & " % '(& + *

,&&( ## $ * ( # % % - * ( ,& # &'' ( ,# "" %

(&&** & " . $$ & "! ) ' ( , (' "" % *( ( ( %"0 ! # +- "# +( ( $ % % *+)) % & " % ) % * '(& + * ,&&( ,& % )$ # % % ( %" % % +)*( '#+ )* % *

')"#) # #!'% !'&

* )* ,&# %) * ( +% %

"- %* * * , &'' (,# " * * )*


30

WETGEVING & TOEZICHT

Meer e-commerce door corona, maar ook onjuiste claims HOE GAAT DE EU OM MET ILLEGALE CLAIMS OP ONLINE VERKOCHT VOEDSEL? Door de COVID-19-uitbraak is er een forse toename geweest van de verkoop van voeding via internet. Sommige kwaadwillende exploitanten nemen het daarbij niet zo nauw met de EU-wetgeving en stellen bijvoorbeeld dat hun producten bescherming bieden tegen besmetting met het coronavirus.

Tekst Katia Merten-Lentz

Deze claims worden vanzelfsprekend niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs: het onderzoek naar de effecten van voeding op de bevattelijkheid voor COVID-19 staat nog in de kinderschoenen. Dergelijke claims zijn dan ook illegaal. Ze kunnen zowel de veiligheid van de consument als de eerlijke concurrentie tussen de exploitanten van levens-

Onlineplatforms die zelf niet ook als leverancier optreden, worden niet gezien als levensmiddelenbedrijven.

middelenbedrijven (FBO’s) in gevaar brengen. Om deze frauduleuze activiteit aan te pakken, heeft de Europese Commissie de lidstaten opgeroepen hun waakzaamheid te vergroten en hun controleactiviteiten op de online reclames in verband met het immuunsysteem en COVID-19 aan te passen.

Toegestane gezondheidsclaims De Europese FIC-regelgeving (Food Information to Consumers) verbiedt exploitanten om aan een levensmiddel de eigenschap toe te schrijven dat het een menselijke ziekte voorkomt, behandelt of geneest (medische claims). Naar dergelijke eigenschappen mag ook niet direct of indirect worden verwezen. Gezondheidsclaims die stellen, suggereren of impliceren dat er een verband bestaat tussen een levensmiddel en de gezondheid moeten specifiek worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Hieraan gaat bovendien een wetenschappelijke beoordeling van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) vooraf. Claims over de heilzame effecten van levensmiddelen met betrekking tot COVD-19 zijn nog niet door de Europese Commissie in behandeling genomen en, zoals gezegd, het gebruik ervan is illegaal. Als FBO’s in dit verband aanspraken willen maken op gezondheidseffecten, zullen ze zich moeten beperken tot de reeds toegestane gezondheidsclaims met betrekking


VMT FOOD 4 • december 2020

31

Reportage Opinie

DE COVID-19UITBRAAK heeft gezorgd voor een forse toename van de verkoop van voeding via internet.

tot het behoud van het immuunsysteem (bijvoorbeeld over ijzer, koper of foliumzuur).

Controle De Europese Commissie heeft de nationale toezichthouders verzocht websites, verkopers en exploitanten met illegale praktijken bij het op de markt brengen van online verkochte levensmiddelen en voedingssupplementen in verband met COVID-19 in de EU op te sporen en te identificeren. Bij geconstateerde gevallen van niet-naleving en frauduleuze praktijken zal er worden ingegrepen. Ook wordt er aangestuurd op een intensievere samenwerking en betere onderlinge bijstand tussen de nationale autoriteiten bij de controle van de online verkoop. De nieuwe regeling (EU) 2017/6253 voor officiële controles kan in dit verband een nuttig instrument zijn, aangezien deze de controleautoriteiten nu toestaat producten online te kunnen kopen zonder dat zij zich als toezichthouder bekend hoeven te maken. Zij beschikken hiermee over de juridische basis om toegang tot websites te beperken of deze zelfs helemaal sluiten als er sprake is van voedselfraude of misleidende informatie.

Medische claims zijn in de EU verboden

Gelijk speelveld

Tekortschietende wetgeving? De online verkoop roept echter ook juridische vragen op met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de FBO’s en de online platforms. Volgens de algemene levensmiddelenverordening (EC) No 178/ 2002 zijn de veiligheidsvoorschriften van toepassing op alle FBO’s in alle stadia van de productie,

verwerking en distributie van levensmiddelen. Elke FBO die overweegt of reden heeft om aan te nemen dat een levensmiddel onveilig is, moet onmiddellijk procedures in gang zetten om het uit de handel te nemen. Maar online platforms die uitsluitend als derde partij optreden, mogen niet worden beschouwd als “exploitanten van levensmiddelenbedrijven” die online actief zijn, aangezien zij nooit eigenaar zijn van en/of fysiek omgaan met levensmiddelen. De elektronische handel in levensmiddelen wordt namelijk in de EU gedefinieerd als een “overeenkomst op afstand”, dat wil zeggen: elke overeenkomst die of elk middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de leverancier en de consument, kan worden gebruikt voor het sluiten van een overeenkomst tussen deze partijen. Online platforms die zelf niet ook als leverancier optreden, worden dan ook niet gezien als FBO’s en kunnen dus ook niet op dezelfde manier worden gecontroleerd.

Mr. Katia Merten-Lentz is partner bij Keller and Heckman LLP, Brussel

Verwacht wordt dat de handhaving van de EU-voedingsmiddelenwetgeving betreffende internetverkoop en consumentenvoorlichting het vertrouwen van de consument zal vergroten en de handhaving van de EU-voedingsmiddelenwetgeving betreffende onlineverkoop zal versterken. Maar er is nog steeds behoefte aan een duidelijke definitie en een passend wettelijk kader op EU-niveau voor online verkoop, om echt te waarborgen dat consumenten goed geïnformeerd worden en er een gelijk speelveld is voor FBO’s. •


32

VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT

De Rocker klaar voor certificaat Opslag en Distributie VOEDSELVEILIGHEID EN KWALITEIT STAAN CENTRAAL IN DE KETEN De Rocker Logistics verwacht in 2021 het BRCGS-certificaat voor Opslag en Distributie voor haar nieuwe vestiging in Zele. Voedselveiligheid en kwaliteit maken integraal deel uit van het automatiseringssysteem van dit logistiek bedrijf.

Tekst Yves De Groote Beeld De Rocker Logistics

In oktober verhuisde De Rocker Logistics naar haar moderne nieuwbouw in Zele, aan de E17 tussen Antwerpen en Gent. “Door de ligging in Zele omzeilen we de werken aan de Oosterweelverbinding rond Antwerpen, wat voor de Nederlandse markt een groot voordeel is”, zegt Rudy Denutte, CEO van dit logistiek bedrijf. “Voor verschillende voedingsbedrijven halen wij dagelijks de productie op, slaan de pallets op en verzamelen we de orders om die vervolgens aan hun klanten te bezorgen.” In 2006 nam hij het bedrijf over van de familie De Rocker. Het nieuwe magazijn is met 15 duizend vierkante meter twee keer groter dan de vorige locatie in Wetteren. Opslag is mogelijk bij 2-4°C en bij 12-18°C, afhankelijk van het product.

Voedselveiligheid en kwaliteit De BRCGS-standaard voor Opslag en Distributie is complementair aan die voor Voedselveiligheid, verduidelijkt consultant voedselveiligheid Alexander Platteeuw van A+ Quality. Hij adviseert het bedrijf op het vlak van kwaliteit en voedselveiligheid. Een terugblik: “De BRCGS-standaard kwam er op initiatief van de retailers die hoge voedselveiligheids- en kwaliteitseisen aan de producten stellen. Omdat steeds vaker logistieke dienstverleners in plaats van de voedingsbedrijven de producten leveren, lag de BRCGSstandaard voor Opslag en Distributie voor de hand en is de voedselveiligheid en -kwaliteit in de hele keten geborgd, van grond tot mond.” Het raamwerk en

Standaard voor Opslag en Distributie lag voor de hand

de opbouw van de standaard voor opslag en distributie verschilt niet met die voor voedingsproducenten. “Het is feitelijk een compacte versie”, legt Platteeuw uit. “Een groot verschil bij De Rocker Logistics is onder meer dat de verhandelde producten verpakt zijn. Daarom hoeven medewerkers in het magazijn bijvoorbeeld geen haarnetjes te dragen. Aandacht voor kruisbesmetting is ook van minder belang.” Bijkomende voedselveiligheidseisen zijn er uiteraard op het vlak van logistiek, transport en opslag. “Dat gaat in het bijzonder om temperatuurlogging bij opslag en transport, maar ook om het uitlezen van alarmen.” Als bijvoorbeeld de stockage-temperatuur de vooraf ingestelde kritische grens overschrijdt, wordt automatisch een waarschuwing uitgestuurd, zodat snel een passende actie kan genomen worden”, onderstreept Platteeuw. Ook wordt rekening gehouden met het voorraadbeheer volgens de FIFO- (First In First Out) of FEFO- (First Expired First Out)methode. De consultant wijst eveneens naar de kwaliteitseisen van een levering. “Voorbeelden zijn afspraken

Consultant voedselveiligheid Alexander Platteeuw:

‘De BRCGS-standaard voor Opslag en Distributie is complementair aan die voor Voedselveiligheid.’


VMT FOOD 4 • december 2020

33

Reportage

RUDY DENUTTE CEO van De Rocker Logistics: ‘Ook onze klanten verwachten van ons dat we fossiele energie efficiënt gebruiken.’

met betrekking tot de stapeling van verpakkingen op de pallet, maar ook de volledigheid van de pallet, de plaats van en de informatie op het etiket van de omverpakking.” Vraag bij een audit is dan ook hoe de verschillende eisen in het lastenboek van de afnemer gegarandeerd worden.

Food Defense Ook Food Defense van groot belang. Zo is het terrein volledig omheind en zijn er slechts twee toegangsplaatsen. Een zeventigtal camera’s bewaken de omgeving binnen en buiten het magazijn. Beelden worden twee weken bewaard en, ook al om de veiligheid, chauffeurs mogen het magazijn niet betreden. Er gelden ook de nodige eisen voor het transport van de voedingsproducten. De chauffeur krijgt in de cabine op een beeldscherm een verwittiging bij de minste schommeling van de temperatuur in de oplegger. Ook De Rocker Logistics krijgt een signaal.

Automatiseringssysteem Voor het borgen van de voedselveiligheid en de kwaliteit in de keten slaat De Rocker Logistics, met uitzondering van de temperatuur, alle data op in haar geïntegreerde Warehouse Management (WMS) en Transport Management (TMS) automatiseringssysteem. Temperaturen worden in een apart systeem opgeslagen. “Wij hebben met het geïntegreerde

Duurzaam ontwerp Duurzaamheid stond eveneens centraal bij het ontwerp van de nieuwe vestiging van De Rocker Logistics. De focus ligt op het energieverbruik. Uitgangspunt is de Trias Energetica: beperk de energievraag, gebruik hernieuwbare energie en gebruik fossiele energie efficiënt. “Onze klanten uit de voedingsindustrie verwachten dat van ons, zoals hun klanten dat ook verwachten van de voedingsbedrijven”, zegt CEO Rudy Denutte.

WMS-TMS een nieuwe stap gezet naar volledige bedrijfsautomatisering”, zegt operationeel-commercieel directeur bij De Rocker Logistics Hans De Landsheere. Gevraagd naar het grote voordeel noemt hij in het bijzonder de verbeterde performantie wat betreft de reservering en de locatierestricties voor de pallets in het magazijn. “Procedures rond de houdbaarheidsdatum van de voedingsproducten en de reservering van een palletpositie zijn complex. Zo kan het zijn dat een klant op een of meer pallets producten heeft staan met verschillende houdbaarheidsdata, die aan verschillende afnemers geleverd moeten worden.” Het automatiseringssysteem zorgt ervoor dat dergelijke processen vlot en foutloos verlopen. Omdat alle pallets bij in- en uitslag verplicht gescand worden, is de kans klein dat een verkeerde pallet geladen wordt. Dit geldt ook voor zogenoemde niet-conforme producten, waaronder producten dicht bij de houdbaarheidsdatum. Beschadigde producten gaan in een omheinde quarantainezone; de producten zijn immers geen eigendom van De Rocker. Deze krijgen een aparte status in het WMS, zodat een pallet niet op de vrachtwagen geladen kan worden. “Klanten zien via een webapplicatie altijd in real time wat de status en de locatie is van een pallet, ook in de cross docking-ruimte en onderweg tijdens transport. Desgewenst wordt de bestemmeling via e-mail hiervan op de hoogte gebracht.” •


34

ECONOMIE & BEDRIJVEN

6 tips

voor succesvolle productontwikkeling De uitdagingen voor productontwikkelaars nemen toe in een wereld waarin de consument steeds meer aan het stuur zit en retailers veeleisender worden: van hen wordt gevraagd om niet alleen sneller te ontwikkelen, maar ook om in te spelen op de verschillende trends, zoals duurzaamheid, gezondheid, local for local en traceability in de keten. Hoe realiseer je versnelling in een steeds complexere wereld?

Tekst Dirk Harm Eijssen

Productontwikkeling is steeds meer onderdeel van de integrale keten van consument, marketing, ontwikkeling, productie en logistiek. De grote uitdaging wordt om producten te ontwikkelen die niet alleen aansluiten bij externe wensen en eisen, maar ook nog eens bijdragen aan de (financiële) doelstellingen van de onderneming. We zien nog te vaak niet-succesvolle introducties van producten die onvoldoende vernieuwend zijn, onvoldoende aansluiten bij de strategie van de onderneming of simpelweg onvoldoende marge creëren, waardoor sanering volgt. Wij hebben de belangrijkste tips op een rij gezet voor productontwikkelaars om dit te voorkomen en de juiste balans te vinden.

Differentieer de R&D-organisatie Productontwikkeling is er in soorten en maten: van disruptieve innovaties tot tenders of kleinere aanpassingen in verpakking of ingrediënten. De praktijk laat zien dat er met name vaak kleinere aanpassingen van recepten worden doorgevoerd, gedreven door de klant of de eigen commerciële afdeling. Doordat de aandacht vaak uitgaat naar deze relatief kleine en urgente aanpassingen, is er soms weinig aandacht voor de innovaties die vooral voor de toekomst relevant zijn. Bedrijven die hun teams op de marketing- en ontwikkelafdeling splitsen, houden de juiste focus op de korte én de lange termijn. Dat betekent concreet dat

1

er twee teams ontstaan met ieder hun eigen focus en prioriteiten voor de korte en de lange termijn.

Vergroot de externe oriëntatie De ontwikkelingen bij leveranciers van grondstoffen, start-ups en technologieleveranciers gaan razendsnel. De meeste producenten zijn vooral gericht op de dagelijkse druk op de (onder 1 genoemde) kleine aanpassingen en missen veel externe ontwikkelingen en inspiratie. Dit leidt uiteindelijk tot een negatieve spiraal, waarbij productontwikkeling reactief wordt en zich vooral richt op de vragen van klanten en reductie van de kostprijs. Maak resources vrij om ‘buiten te spelen’, inspiratie op te doen en deze te vertalen naar concepten. Inspiratie voor échte innovaties haal je meestal uit andere markten en sectoren en niet uit navelstaren.

2

Wat produceer je zelf en wat besteed je uit? De connectie tussen productontwikkeling en de competenties in de eigen fabriek is traditioneel sterk bij veel foodproducenten, zeker als het private-labelproducenten betreft. De vraag of we een nieuw product zelf willen produceren of beter kunnen uitbesteden wordt vaak niet gesteld. Dit kan leiden tot het stopzetten van een interessant

3


VMT FOOD 4 • december 2020

35

Achtergrond Reportage

OP DE WINKELVLOER ‘Welke producent durft het aan om eigen ontwikkelaars mee te laten lopen met een pilot op de winkelvloer, zodat deze zelf consumenten kunnen spreken over hun innovaties?’

concept of juist het koste wat kost doorzetten van een ontwikkeling, wat regelmatig leidt tot frustraties en mislukkingen. Het zoeken naar productiepartners wordt daarbij vaak niet overwogen, omwille van de bezetting in de eigen fabriek of het gedoe om externe partners op te lijnen. Het kan echter juist inspirerend en leerzaam zijn om juist in deze disruptieve tijden te ontdekken wat er buiten de muren mogelijk is.

Houd bij innovatie rekening met de complexiteit in de operatie De complexiteit binnen de operatie neemt bij veel foodbedrijven daadwerkelijk snel toe door meer stock keeping units (SKU’s), kortere productieruns en een toename van grondstoffen en keurmerken. Het zijn niet per se de kleine artikelen die tot complexiteit en efficiencyverlies in de verwerking en supply chain leiden. De uitdaging is om de kenmerken te bepalen die dat wel doen. Vanuit gekozen “platforms”, op basis van bijvoorbeeld allergenen, verpakkingsvormen, extra reinigingen of bewerkingsstappen, kan productontwikkeling al in een vroeg stadium op nieuwe concepten worden afgestemd. Daarmee wordt de kans gemaximaliseerd dat deze ook daadwerkelijk tot een integrale, positieve marge leiden bij het opschalen in productie.

4

Werk gedisciplineerd en vanuit een helder kader Topsporters weten dat passie en talent niet voldoende zijn voor succes. Vooral discipline en/of toewijding bepalen het succes op lange termijn. Dit geldt ook voor productontwikkeling. We zien in de praktijk dat bij veel marketing- en innovatieteams voldoende passie aanwezig is, maar

5

dat het ontbreekt aan helderheid van het te volgen proces, de verwachting van de verschillende rollen en aan het ritme en de discipline om de snelheid in het proces te houden. Hoe vaak komt het niet voor dat er in een wekelijkse meeting gemeld wordt dat het niet gelukt is om die ene belangrijke actie uit te voeren? En weer zijn we een week kwijt. Maak de voortgang van de belangrijke innovaties zichtbaar vanuit een proces dat uit heldere stappen en beslismomenten bestaat. De bespreking van dit proces moet onderdeel zijn van het directieoverleg en is daarmee zichtbaar en belangrijk. Trek innovatie uit de schaduw, creëer accountability en tolereer niet meer de excuses waarom het (weer) niet gelukt is.

Maak gebruik van klantenpanels en snelle tests op de winkelvloer Soms lijkt het erop dat het überhaupt kunnen bieden van een innovatie belangrijker is dan de acceptatie van de innovatie door de consument. Marketeers, category managers en ontwikkelaars denken en handelen soms zó vanuit hun eigen, inhoudelijke of professionele perspectief, dat de “voice of the customer” nauwelijks wordt meegenomen. Onderscheid maken tussen hype en trend is daarbij meer dan ooit van belang. Goede instrumenten zijn klantenpanels en het snel kunnen piloten van innovaties in een klein aantal winkels. En welke producent durft het aan om eigen ontwikkelaars een paar dagen mee te laten lopen met een pilot op de winkelvloer, zodat deze zelf consumenten kunnen spreken over hun innovaties? •

6

Dirk Harm Eijssen is partner en oprichter van Gwynt, Move to great Performance d.eijssen@gwynt.eu; www.gwynt.eu


36

TRENDING IN 2021

Iedereen moet meedoen, nu actie voor duurzaamheid Jacob Schilstra, KTBA: ‘Duurzaamheid gaat meetbaar worden’ “De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Grote én kleine bedrijven moeten nu echt structurele stappen gaan zetten op het gebied van duurzaamheid.” Jacob Schilstra vertelt dat de EU klaarstaat om initiatieven via het Farm2Fork-programma met wetgeving en programma’s in goede banen te leiden. “De wetgeving komt eraan en ik voorzie dat duurzaamheid meetbaar gaat worden. Vervolgens zal duurzaamheid zichtbaar op consumentenverpakkingen komen te staan, net als de Nutri-Score.”

J

acob Schilstra is Directeur Business Development bij KTBA Kwaliteitszorg en krijgt van klanten regelmatig de vraag hoe ze moeten omgaan met het universele duurzaamheidsvraagstuk. “Je merkt echt dat de bewustwording dat er iets moet gebeuren steeds groter wordt. Overheid, consumenten en bedrijven beseffen dat de voedingsmiddelenindustrie een enorme milieu-impact heeft en kunnen samen een beweging in gang zetten. Consumenten staan open voor een product met een goed verhaal, bedrijven realiseren zich dat ze een positieve invloed op de samenleving moeten hebben en de overheid wil randvoorwaarden scheppen.”

Waardering voor goede initiatieven Het is volgens Schilstra noodzakelijk dat ‘succesvol ondernemen’ anders wordt gedefinieerd. “Bedrijven worden nu vaak door de financiële wereld afgerekend op de financiële resultaten. Dan zul je ook bedrijven krijgen die daar alleen op sturen. Er vallen nu echter onacceptabele slachtoffers door de winstmaximalisatie: het klimaat, dieren en mensen. Er is echt hulp nodig van de financiële sector, die goede initiatieven weet te waarderen, zodat dat ook tot uiting komt in beurskoersen. Bedrijven die hun verantwoordelijkheid nemen en hun impact op people en planet aantoonbaar verbeteren, verdienen een goede waardering die ze in staat stelt hun goede werk voort te zetten en uit te breiden.”

vend wil maken op het gebied van duurzaamheid. Maar deze strategie vraagt om een integrale en inclusieve benadering, waar alle bedrijven in de voedingsmiddelensector hun deel aan moeten bijdragen. In deze benadering staat welzijn boven welvaart en een ‘positieve maatschappelijke bijdrage’ boven winstmaximalisatie. Er zijn natuurlijk al goede initiatieven in de foodsector, zoals bijvoorbeeld bij de cacao, koffie, visvangst, palmolie en fair trade. Dit zijn echter vaak single issue initiatieven. Ze hebben wel degelijk impact, maar onvoldoende om een structurele verbeterslag voor de grote massa te maken. Daarom is wetgeving zo belangrijk”, legt Schilstra uit. “Er moet een level playing field komen, zodat voor alle ondernemingen dezelfde

‘Voor alle ondernemingen moeten dezelfde randvoorwaarden gelden om in te ondernemen’ randvoorwaarden gaan gelden om in te ondernemen. De sector neemt steeds meer gecoördineerde initiatieven en die moeten worden ondersteund met wetgeving. Het feit dat de politiek nu bereid is om daadwerkelijk deze wetgeving op te stellen is het signaal dat we er nu echt mee aan de slag moeten.”

Ondersteuning door experts Welzijn boven welvaart “Het is daarom goed dat de EU met de Farm2Fork-strategie Europa toonaange-

KTBA Kwaliteitszorg is van mening dat de QA-manager in de voedingsmiddelenindustrie zich meer moet gaan ontwikkelen

als een Business Assurance Manager. Schilstra: “Ook duurzaamheid is een issue dat bij de Business Assurance Manager zou passen. Deze moet zich daarbij echter wel omringen met en ondersteund weten door specialisten, net als dat hij dat doet voor voedselveiligheid of fraude. Hij moet zich realiseren dat hij niet overal kennis van kan hebben. Een pijler als duurzaamheid is te groot om ‘erbij’ te doen. Wel moet de Business Assurance manager zorgen dat duurzaamheid blijvend op de agenda van de directie blijft staan en dat het geïntegreerd wordt in het bedrijfsbeleid.” Schilstra vertelt dat KBTA op dit moment vooral bij directies aan de tafel zit. “Wij kunnen bedrijven ondersteunen met het zetten van de eerste stappen door het vinden van antwoorden op vragen als: wat is je identiteit, je bedrijfs-DNA? Wat zijn voor jou nou belangrijke duurzaamheidsaspecten die daarbij passen? Op welke manier kun jij je verantwoordelijkheden vormgeven? Wat zijn je ambities? Bedrijven moeten echt wennen aan het idee. Inkopers moeten bijvoorbeeld ook met een andere opdracht aan de slag. Het gaat niet meer om de goedkoopste grondstoffen, maar om de beste. En waar moet je dan op letten?”

Nutri-Score voor duurzaamheid “Ook kunnen wij een bedrijf ondersteunen bij het duidelijk krijgen van de verwachtingen van de stakeholders. Zodra deze verwachtingen duidelijk zijn gaat het om het identificeren van de duurzaamheidskenmerken die voor jouw bedrijf en je assortiment van belang zijn en waar je invloed op


VMT FOOD 4 • december 2020

37

Achtergrond

Jacob Schilstra, Directeur Business Development bij KTBA: “Bedrijven moeten zich nu voorbereiden op de wetgeving die voor duurzaamheid gaat komen.”

sumenten overtuigd worden. Duurzaamheid is niet meer alleen voor grote of idealistische ondernemingen. Duurzaamheid is voor alle bedrijven. We kunnen onze ogen er niet meer voor sluiten. Er staat echt veel te gebeuren op dit gebied en het is van groot belang er goed over na te gaan denken. Daarnaast is het belangrijk dat iedereen meedoet. Er zijn al een hoop bedrijven

‘Met een goed en transparant verhaal dat toetsbaar is, kan een onderneming zich op dit moment echt onderscheiden in de markt’

kunt uitoefenen. Deze kenmerken moeten meetbaar gemaakt worden en zo kunnen doelstellingen en plannen ontwikkeld worden. In het Farm2Fork-initiatief staat ook beschreven dat duurzaamheidsaspecten meetbaar moeten zijn en dat de consument een afgewogen keuze moet kunnen maken. Daarom denk ik ook echt dat er een soort Nutri-Score voor duurzaamheid zal komen en dat dit met wetgeving ondersteund gaat worden.”

Duurzaamheid biedt kansen Voor de iets langere termijn ziet KTBA ook echt kansen op dit gebied. Schilstra: “Consumenten zijn echt klaar om een goed verhaal te horen. Wat is jouw verhaal en hoe communiceer je dat? Wat is jouw maatschappelijke relevantie? Met een goed en transparant verhaal dat toetsbaar is, kan een onderneming zich op dit moment echt onderscheiden in de markt. Met dit verhaal kunnen stakeholders als afnemers en con-

met goede ideeën en initiatieven, maar als niet iedereen meedoet gaat het prijsmechanisme weer de keuze van de consument bepalen en krijgt het goedkoopste product weer de voorkeur. Daarom is wetgeving zo belangrijk en moet er ook gekeken worden of duurzaamheidsaspecten in de prijs verdisconteerd kunnen worden. Consumenten moeten worden meegenomen, zodat ze een eerlijke prijs gaan betalen. Een voorbeeld is de ‘plofkip’. Die is nu uit de supermarkten verdwenen en de klanten kopen nog steeds kip, ondanks dat de kip nu duurder is.” “De wetgeving gaat komen en gaat een belangrijke rol spelen. Het bedrijfsleven moet zich daar echt op voor gaan bereiden. Gelukkig zien we dat de bewustwording op alle gebieden steeds groter wordt.”


38

COLOFON

Met medewerking van Agoria, FAVV, Fevia Flanders’ FOOD, Food Pilot, ILVO

VMT en VMT food.be (Voedingsmiddelen, Management en Technologie) vormen hét mediaplatform voor de voedings-, genotmiddelen- en drankenindustrie in Nederland en België. Redactieadres (België) Gemeenteplein 43-1 8300 Knokke-Heist E redactie.vmtfood@vakmedianet.be I www.vmtfood.be Uitgever Suzanne Wanders E suzannewanders@vakmedianet.nl Hoofdredactie Willem Paul de Mooij E willempauldemooij@vakmedianet.nl

Media-adviseurs en advertenties Voor print, online en website-advies: Monique van Neutegem E moniquevanneutegem@ vakmedianet.nl; Anneloes Veerman E anneloesveerman@vakmedianet.nl Belgische klanten Trevi nv Thomas Lannoo T +32(0)9 360 62 16 E Thomas.Lannoo@trevi-regie.be Marketing Aniek te Kronnie E aniektekronnie@vakmedianet.nl Vormgeving CS content partner, www.colorscan.nl

Adjunct-hoofdredactie (België) Yves De Groote E redactie.vmtfood@vakmedianet.be

Druk Wilco BV, Amersfoort

Eindredactie Heleen van der Male E heleenvandermale@vakmedianet.nl

Nieuwsbrief Wilt u de gratis wekelijkse e-mailnieuwsbrief ontvangen? Aanmelden kan via: www.vmtfood.be

ADVERTEERDERSINDEX Vakmedianet

2

Koelnmesse BV

3

R-Biopharm Nederland B.V.

7

Koelnmesse BV

13

CSB- System Benelux B.V.

13

De Korrel Beheer B.V.

17

AZO N.V.

17

Key Technology België

23

Beko Technologies b.v.

23

Khs

25

Ecolab bvba

29

Yama Products B.V.

39

DNV GL Business Assurance Belgium

40

3M Deutschland GmbH

bijgesloten

EXTRA IN DIT NUMMER: TRENDING INTERVIEW KTBA

Scan de QR-code en abonneer u op VMT food.be

Abonnementen Voor vragen over abonnementen, bezorging en/of adreswijzigingen kunt u contact opnemen met onze klantenservice. T +31 (0) 885 840 888 E klantenservice@vakmedianet.nl Vakmedianet, VMT Food.be, Postbus 31, 2370 AA Roelofarendsveen, Nederland Kennismakingsabonnement €49,- (i.p.v. €79,-)* * prijzen zijn excl. 6% BTW en €3,95 administratiekosten. Jaarabonnement geldt tot wederopzegging. Vakmedianet Bezoekadres: Prinses Margrietlaan 3 2404 HA Alphen aan den Rijn, NL Correspondentieadres: Postbus 448 2400 AK Alphen aan den Rijn, NL E klantenservice@vakmedianet.nl ISSN 0042-7934

Copyright en disclaimer © 2020 Vakmedianet Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze , hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieen, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.


YAMA PRODUCTS B.V. T +31 30 2408030 YAMA.NL


CERTIFICERING EN TRAINING

ONLINE BESCHIKBAAR:

TIPS OM VOEDSELFRAUDE TE VOORKOMEN Kies DNV GL als uw partner in certificering! TIPS TEGEN VOEDSELFRAUDE

Door het implementeren van een gecertificeerd voedselveiligheidssysteem maakt u aantoonbaar dat u het maximale doet om de veiligheid en kwaliteit van uw producten te garanderen. DNV GL heeft jarenlang ervaring in de certificering van voedselveiligheidsystemen waaronder BRC, FSSC, IFS en ISO 22000. Kiest u voor DNV GL, dan zijn dit uw voordelen: - Pragmatische audits. - Een auditteam met kennis en ervaring binnen uw sector. - De auditoropleiding van DNV GL behoort tot de beste binnen de branche. - We auditeren niet alleen op tekortkomingen, ook ziet u positieve punten terug in de auditrapportage.

Kijk voor meer informatie over voedselveiligheid op: www.dnvgl.be/certificering of neem contact op via +32 3 206 65 30

SAFER, SMARTER, GREENER

Download de whitepaper: ‘12 tips om voedselfraude te voorkomen’. www.dnvgl.be/whitepaper OOK BESCHIKBAAR: • De verschillenmatrix FSSC, BRC en IFS • FSSC 22000 V5 wat zijn de verschillen? • Wijzigingen ISO 22000:2018


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
VMT Food (4) 2020 by VMN Media - Issuu