Skip to main content

VMT 4 (2016)

Page 42

VOEDINGSMIDDELEN, MANAGEMENT EN TECHNOLOGIE BIOBASED VERPAKKINGEN • BESMETTING MET MINERALE OLIE • MISLEIDENDE MILIEUCLAIMS • FOOD EVENT • CRIMINOLOGIE VAN VOEDSELFRAUDE • ZIEK VAN LISTERIA • BIOBASED VILLAGE Duurzaam verpakken Thema: WWW.VMT.NL 2016 | EDITIE 4
04 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 INHOUD
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
10. Verpakkingsbranche zet stappen in verduurzaming
. . . . . . . . .
31. Voedselfraude begrijpen
.
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .
18. Duurzaamheid niet ten koste van voedselveiligheid
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Foto cover: 123RF
37. H. van Wijnen in de problemen na recalls

Nieuws

6 Nieuws

45 Agenda

46 Colofon

Thema: Duurzaam verpakken

De verpakkingsindustrie zet flinke stappen in verduurzaming van de verpakking voor voedingsmiddelen.

10 Foodverpakkingen vanaf 2020 biobased

14 Biobased speerpunt op Empack

18 Voedselveiligheid gaat boven duurzaamheid

23 Minder verpakkingsmateriaal niet altijd duurzamer

26 Misleidende claims over verpakking

Hoe duurzaam?

Verpakkingen verduurzamen is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij het maken van dit thema nummer over duurzame verpakkingen kwam dat weer duidelijk naar voren. Om er nog een toepasselijk cliché bij te halen: elk voordeel heeft zijn nadeel.

Steeds meer fabrikanten en retailers nemen bijvoorbeeld de term ‘fossielvrij’ produceren in de mond. Biobased verpakken wordt binnen vijf jaar de norm, zo is de verwachting. Empack heeft zelfs een Biobased Village (pag. 14-15).

Marketing & Consument

34 Theatersessies op Food Event Voedselveiligheid & Kwaliteit

31 Denken als een crimineel

37 Visverwerker ziek van listeria

42 Enzym breekt biofilm veilig af

Maar de weg naar de ware duur zame verpakking is verre van eenvoudig. Zo werpt de verduurzaming van aseptische drankenkartons (pag. 10-12) nog veel vraagstukken op over een ‘groene’ laminering. Voor het vervangen van de dunne aluminiumlaag aan de binnenkant van het karton met een duurzaam alternatief moet worden gekeken naar meerlaagse barrièrefolies uit hernieuwbare bronnen. Die alternatieven zijn in de maak, maar nog erg prijzig.

Een ander issue is dat verduurzaming ten koste kan gaan van de voedselveiligheid. Foodwatch vond in een aantal gerecyclede kartonnen foodverpakkingen mogelijk kankerverwekkende resten van minerale oliën. Fabrikanten nemen nu maatregelen (pag. 18-21) en verkiezen voedselveilighei d boven duurzaamheid. Ook is het belangrijk om als foodfabrikant kritisch te blijven op de verpakkingen die als biobased in de markt zijn gezet. Milieuclaims blijken niet altijd te kloppen of worden te rooskleurig voorgesteld (pag. 26-27). Besparingen op CO 2-uitstoot zijn niet altijd te verifi ëren of soms zelfs te weerleggen als er andere onderzoeken worden bijgehaald. Kortom, bezint eer gij begint met het verduurzamen van de verpakking.

05 COLUMN
Willem-Paul de Mooij • w.mooij@mybusinessmedia.nl

Van Oers United

Familiebedrijf Van Oers, leverancier van verse groenten, kocht via de besloten vennootschap Wouda Invest een perceel van 8,8 hectare op het bedrijventerrein Nieuw Prinsenland bij Dinteloord, een initiatief van Suiker Unie. Het is de bedoeling dat daar de komende jaren nieuwe agro- en levensmiddelenactiviteiten ontwikkeld worden. Naast Suiker Unie en Van Oers vestigden zich Brisck/Nova Lignum en Grootscholte/4evergreen op het terrein.

...............................................................................www.vanoersunited.nl

BFG Warehousing

BFG Warehousing, onderdeel van koelversproducent Bieze Food Group, opende op 11 maart een distributiecentrum met een vloeroppervlakte van 15.000 vierkante meter in Nijkerk, samen met Müller Fresh Food Logistics. Het centrum kan in de toekomst met met nog eens 15.000 vierkante meter worden uitgebreid. Warehousing en vervoer worden op elkaar afgestemd. Zo heeft het gebouw dertig energiezuinige overslagdocks en wordt er gebruik gemaakt van innovatieve systemen voor warehousemanagement. Müller Fresh Food Logistics en BFG Warehousing zeggen hierdoor op een duurzame en efficiënte manier door heel Europa leveren. Het distributiecentrum voldoet aan de viersterren BREEAM-certificeringseisen.

............................................................................www.biezefoodgroup.nl

Subway

Sinds 1 maart zijn in alle Subway-vestigingen door heel Nederland de gezondere producten van Vrumona en Unilever te krijgen. Het gaat om onder meer Pepsi Max, 7up Free, Lipton Ice Tea Green, Crystal Clear, Holy Soda, Sourcy Vitaminwater en Rivella. Joost Labadie van Subway International: “Het is prettig om met voorlopers als Vrumona en Unilever te werken, die een breed assortiment aan dergelijke frisdranken hebben. Met de overstap naar het frisdrankassortiment van Vrumona en Unilever realiseren we een enorme verlaging in het aantal calorieën en suikers en bieden we onze gasten een uitgebreide keuze aan frisdranken.”

...........................................................................................www.subway.nl

Calvé en Unox

Vanaf maart is Broodje Unox Saus in een fles verkrijgbaar in de supermarkt. Calvé en Unox komen hiermee tegemoet aan verzoeken van fans. In het verleden was Broodje Unox Saus alleen in losse zakjes verkrijgbaar op events, tijdens festivals en in sportkantines. Unox en Calvé sloegen de handen ineen en introduceren Calvé Broodje Unox Saus in een knijpfles van 250 milliliter in het sauzenschap in de supermarkt.

..............................................................................................www.calve.nl

Nieuws online

• Alpro stapt met Pur’ Enjoy in de markt van drinkyoghurts. De plantaardige drank onderscheidt zich van zuiveldranken door minder verzadigd vet en suiker. Met vertrouwen gaat het Belgische bedrijf de concurrentie aan. Immers, steeds meer bewuste consumenten vragen naar plantaardige producten.

• De eiwittrend duurt al een aantal jaren. Maar voedingsmiddelen verrijkt met proteïne blijven ook anno 2016 onverminderd populair. Fabrikanten van zoetwaren en snacks geven zo hun producten extra gezondheidswaarde mee.

• Snacks en zoetwaren die bijdragen aan de consumptie van voldoende voedingsstoffen en mineralen waren volop aanwezig tijdens de Internationale Zoetwarenbeurs (ISM) in Keulen. Fabrikanten spelen daarmee in op bijvoorbeeld de achterblijvende groente- en fruitconsumptie van veel consumenten. VMT sprak met twee fabrikanten.

Breid uw abonnement uit naar een VMT optimaal abonnement en lees naast het vakblad alle informatie op vmt.nl

Explosieve stijging online foodverkoop

In het laatste kwartaal van vorig jaar heeft de Nederlandse consument 54 procent meer online uitgegeven aan food en nearfood dan in dezelfde periode in 2014. Het jaartotaal voor online food en nearfood komt hiermee uit op ruim 700 miljoen euro, 40 procent meer dan in 2014. Dit blijkt uit cijfers van de Thuiswinkel Markt Monitor, het onderzoek naar online bestedingen door consumenten in Nederland. Dit onderzoek wordt door GfK uitgevoerd in opdracht van Thuiswinkel.org en mogelijk gemaakt door PostNL.

Directeur Wijnand Jongen van Thuiswinkel.org: “We zien een onverwacht forse groei van online bestedingen aan producten in 2015.” Volgens het onderzoek draagt de groei van het online kanaal er ook aan bij dat voor het eerst sinds jaren weer een groei te zien is in het totale uitgavenpatroon van de Nederlandse consument.

06 NIEUWS IN HET KORT
................................................................................................www.vmt.nl
.................................................................................www.thuiswinkel.org

Additievenwetgeving kindervoeding aangepast

De Europese Commissie heeft een belangrijke bijlage bij de additievenverordening aangepast. Vastgesteld wordt welke additieven wel en niet gebruikt mogen worden in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters.

Bij het overbrengen van levensmiddelenadditieven naar het nieuwe indelingssysteem dat bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 werd vastgesteld, zijn levensmiddelen voor zuigelingen en peuters abusievelijk niet overgebracht vanuit de oude wetgeving (Richtlijn 95/2/EG) naar bijlage II. Daarin staan de in de EU goedgekeurde levensmiddelenadditieven en de gebruiksvoorwaarden vermeld. Op deze levensmiddelen mag het carry-over-beginsel niet worden toegepast.

De tabel in bijlage II wordt gerectificeerd door er levensmiddelen voor zuigelingen en peuters in op te nemen. Tevens worden de voorwaarden voor het gebruik van levensmiddelenadditieven die zijn opgenomen in levensmiddelencategorie 0 (‘in alle levens-

middelencategorieën toegestane levensmiddelenadditieven’) verduidelijkt. Ook de titel van die categorie wordt gewijzigd. De nieuwe titel wordt: ‘levensmiddelenadditieven die in alle levensmiddelencategorieën behalve levensmiddelen voor zuige-

Duurzamere producten

Door minder zuivere fracties van ingrediënten te gebruiken zouden producten gezonder worden, minder grondstoffen verliezen en minder energie kosten. Dat betoogde prof. dr. Atze Jan van der Groot tijdens zijn inaugurele rede duurzame eiwitstruc turering.

Tegenwoordig kost de productie van veel levensmiddelen meer energie en zijn er meer grondstoffen voor nodig. De voedingsmiddelenindustrie scheidt agrarische producten als grondstof – aardappelen, tarwe, sojabonen – in ingrediënten, waaronder vet, olie, eiwit, koolhydraat en restproducten. Volgens Van der Groot zijn er bepaalde ingrediënten in grondstoffen met een complexere structuur die heel bruikbaar zijn en waar op dit moment nog geen gebruik van wordt gemaakt. Hoe hoger de zuiverheid van een ingrediënt, hoe meer intensievere bewerkingen nodig zijn die veel water en energie kosten. Voor een zuiver product is meer grondstof nodig per kilogram product. Hierdoor worden ook de afvalstromen groter. In het algemeen zorgen zuiveringsprocessen voor lagere gehaltes aan vitamines en mineralen, vergeleken met zuivere producten. Volgens Van der Groot zouden mildere scheidingstechnieken levensmiddelen duurzamer kunnen maken. De oorspronke-

lingen en peuters zijn toegestaan, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald’. De wijzigingen zijn gepubliceerd bij Verordening (EU) 2016/324 en zijn op 28 maart in werking getreden.

lijke grondstoffen blijven hierbij behouden, waarbij toch kleine fracties kunnen worden verkregen.

07 MEER NIEUWS OP WWW.VMT.NL NIEUWS VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 advertentie
R-Biopharm AG
15 minuten
RIDA®CUBE SCAN
.................................................www.eurowet.nl
....................................................................................................www.wur.nl

Toename producten met zeewier

Geen plofkip meer in huismerkproducten

In Europa is tussen 2011 en 2015 een toename te zien van 47 procent in nieuwe producten met zeewier, zoals kombu, nori/laver en wakame. Dit blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Mintel.

Europa is hiermee de op een na hoogste innovatieve regio op het gebied van eten en drinken met zeewier. Alleen Azië scoort hoger. 37 procent van de nieuwe producten die zeewier bevatten, zijn snacks. Volgens de Global New Products Database (GNPD) van Mintel is 12 procent uitgebracht in de categorie sauzen en kruiden, 9 procent in de categorie bakkerij en 8 procent in soepproducten.

Het onderzoek laat ook zien dat gezondere snacks gewenst zijn, maar dat voor de Europese consument de smaak toch het belangrijkst is. Stephanie Mattucci, global food science-analyst bij Mintel: “Zeewier is nog redelijk nieuw in Europa, maar wordt mogelijk het nieuwe superfood. Omdat het vol zit met natuurlijke vitaminen, mineralen en plantaardige eiwitten, sluit zeewier goed aan bij de groeiende vraag naar natuurlijke functional foods en alternatieve eiwitbronnen in het Westen.” De gezondheidsvoordelen van zeewier spreken Europeanen aan. Ongeveer de helft van de ondervraagde Duitse en Britse consumenten staat open voor alternatieve eiwitbronnen. Daarnaast wil een groot deel van de ondervraagden hun zoutinname drastisch verlagen. Ze vinden zeewier een goed alternatief om meer smaak te geven aan een gerecht.

Voor het einde van het jaar zijn alle huismerk kipvleeswaren en verse kipmaaltijden van Albert Heijn en Jumbo plofkipvrij. Wakker Dier is blij met deze plannen.

Vanaf half april bevatten alle AH-stoommaaltijden met kip alleen nog maar scharrelkip met één Beter Leven-ster van de Dierenbescherming. Gedurende de rest van het jaar wordt de kip in andere verse maaltijden, maaltijdsalades en vleeswaren omgezet naar de Nieuwe AH kip. Deze Nieuwe AH kip groeit 23 procent langzamer dan plofkip en krijgt 31 procent meer leefruimte. Daarnaast vergroot Albert Heijn de komende tijd het scharrelkipassortiment in het verse vleesschap. Voor het einde van dit jaar worden alle verse kippizza’s, -maaltijden, -maaltijdsalades en -vleeswaren van het Jumbohuismerk gemaakt met Nieuwe Standaardkip.

Vanaf eind mei zal al een aantal Hollandse Maaltijden plofkipvrij zijn. De Nieuwe Standaardkip groeit 25 procent langzamer dan plofkip en krijgt 56 procent meer leefruimte.

Recall Maggi Noodles

Nestlé-baas Paul Bulcke in De Tijd, 21 maart 2016. Bulck pakte direct het vliegtuig naar de Indiase hoofdstad New Delhi toen hij hoorde dat voedselcontroleurs in een pakje instantnoedels van Maggi schadelijke hoeveelheden lood vonden.

08 NIEUWS VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4
........................................................................................www.mintel.com
....................................................................................www.wakkerdier.nl
“Dat was een uitzonderlijke tegenvaller die ons pijn heeft gedaan.”

Genomineerden Kwaliteitsmanager

Robin Franssen van Plaza Foods, Rob Kooijmans van DSM Food Specialties en Helen Peeters van Oerlemans Food Nederland zijn genomineerd voor de verkiezing Kwaliteits manager Food 2015. De jury maakt de winnaar bekend op het Food Event op 14 april.

De kandidaten hebben een zeer verschillende achtergrond. Zo werken Franssen en Kooijmans zo’n twee jaar bij hun huidige werkgever, terwijl Peeters al bijna vijftien jaar bij Oerlemans werkt, zij het in verschillende functies. Ook verschillen de bedrijven van de drie kwaliteitsmanagers sterk als het gaat om zaken als organisatiegraad en -structuur en bijvoorbeeld de mogelijkheden om qualitymanagement goed in te vullen.

HAS Hogeschool

Per 1 juni is Liz Chermin benoemd als lid van het college van bestuur van HAS Hogeschool. Daarmee is het weer voltallig, na het terugtreden van Frederike Praasterink per 1 april. Chermin wordt onder meer verantwoordelijk voor de portefeuilles Kennistransfer en Regionalisering.

www.hashogeschool.nl

McDonald’s Nederland

McDonald’s Nederland heeft Eunice Koekkoek benoemd tot manager Corporate Communicatie. In deze rol is zij verantwoordelijk voor het versterken van de reputatie van McDonald’s in Nederland. Daarnaast wordt ze woordvoerder van het bedrijf.

www.mcdonalds.nl

Unilever

Martine Zeegers is toegetreden tot de directie van Unilever Benelux als vicepresident Human Resources

Unilever Benelux. Zij volgt Rob Stolk op, die zijn carrière buiten Unilever voortzet.

VMT en partner NNK, Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement, vragen met de verkiezing aandacht voor de rol en positie van kwaliteitsmanagers in de voedingsmiddelenketen. In hun visie dient de moderne kwaliteitsmanager zich meer en meer te ontwikkelen tot iemand die op directieniveau meedenkt en praat over het te voeren beleid, niet alleen over kwaliteit en voedselveiligheid, maar ook over aanpalende beleidsterreinen als HR, logistiek en algemeen management.

“In dat opzicht zijn de kandidaten erg moeilijk met elkaar te vergelijken. Eenzijdig de nadruk leggen op quality-management zou geen recht doen aan de prestaties van de kandidaten”, aldus jurylid en NNK-bestuurslid Cees Beek. “Vandaar dat we de kandidaten ook zullen vragen om in hun presentatie te behandelen wat zij in hun organisatie hebben verbeterd, welke problemen zij daarbij zijn tegengekomen en hoe zij die wisten te overwinnen.”

Het debat over de Kwaliteitsmanager van het Jaar vindt plaats tijdens de parallelsessie Voedselveiligheid & Product Integriteit op het Food Event op 14 april in Den Bosch.

..............................................................................www.vmt.nl/foodevent

advertentie

www.unilever.nl

Analyses:

Allergenen (ELISA+PCR), voedingswaarde, mycotoxinen en andere contaminanten, microbiologie, microscopie, GMO, vleestypering, NIR enz.

Ook voor:

Labelcheck, verhandelbaarheidsrapporten, monstername en advies.

09 PERSONALIA
PARTNER IN QUALITY ASSURANCE
B.V. Burgstraat 12 4283 GG Giessen Tel: 0183-446 305 www.nutrilab.nl info@nutrilab.nl
YOUR
Nutrilab

Foodverpakkingen vanaf 2020 bioba sed

Groene multilayers nog een technologische uitdaging

Veel drankenkartons voor dagverse producten bestaan over vijf tot tien jaar volledig uit hernieuwbare grondstoffen. Omdat er voor aluminiumlaminaten nog geen betaalbaar biobased alternatief is, zijn aseptische producten een stuk lastiger te vergroenen. Nog uitdagender is het ontwikkelen van circulaire kunststoffl essen en meerlaagse materialen. Dit proces van vergroening staat nog in de kinderschoenen.

Waar eenlaagse folie- en kunststofmaterialen uit biopolymeren productietechnisch verder ontwikkeld zijn, staat de productie van groene, meerlaagse foliematerialen voor grote uitdagingen. Dit soort barrièreverpakkingen zijn juist bij veel voedingsmiddelen essentieel voor behoud van de productintegriteit. Nieuwe ontwikkelingen laten echter zien dat een doorbraak aanstaande is. Zo introduceerde het Limburgse bedrijf Yparex in 2012 de eerste biobased hechtlaag ter verduurzaming van biobased multilayers.

Algemeen directeur Wouter van den Berg denkt dat deze technologie het op termijn mogelijk maakt om meerlaagse materialen volledig te vergroenen. “Verse producten zoals vlees, vis, kaas, worst, sappen en melk worden altijd verpakt in een meerlaagse folie ter bescherming tegen zuurstof. Dat zo’n folie uit meerdere lagen bestaat, zie je

pas onder de microscoop. De verschillende foliematerialen worden met hechtlagen bij elkaar gehouden. Ze zijn als de zeep die het vuil van de handen haalt. Ze maken de verbinding tussen apolaire en polaire folielagen mogelijk. Denk maar aan een combinatie van polyethyleen met een polaire barrièrelaag als ethylvinylalcohol.”

Hernieuwbare hechtlagen

Yparex kan deze hechtlagen met een nieuwe technologie uit biobased grondstoffen produceren. “Folies zijn op twee manieren met elkaar te verbinden. Ten eerste door ze op elkaar te lijmen. Dan zit je met oplosmiddelen. Milieuvriendelijker is het om alle materialen in de extruder op te smelten en ze tegelijk uit de blaas- of vlakfoliekop te laten komen. Dan zijn de pure materialen met elkaar verbonden zonder oplosmiddelen. Dat is echter alleen mogelijk met toepassing

van de juiste hechtlagen. Deze thermoplastische materialen zorgen ervoor dat de moleculen van folies als polyethyleen en de barrièrelaag in elkaar grijpen. Zonder hechtlagen zouden ze delamineren, want ze verschillen in eigenschappen.”

Het vergroenen van verpakkingen richt

Wat is de milieuwinst?

Biobased verpakkingen moeten uiteindelijk milieuwinst opleveren. Wanneer de ecologische voetafdruk van de biobased drankenkartons naast die van conventionele wordt gelegd, levert dit een plus op. Birgit Kamp, woordvoerder van Tetra Pak: “Omdat hernieuwbare en verantwoord beheerde grondstoffen steeds opnieuw groeien, hebben ze een veel lager CO2-profiel dan de fossiele variant.” Een onafhankelijke LCAstudie door de Britse firma’s E4tech en LCAwork toont aan dat de keuze van biobased ten opzichte van de fossiele PE een besparing oplevert van 4 kg CO2 per kg polymeer. “Voor de Tetra Rex BioBasedverpakking, waarbij de hele levenscyclus in acht wordt genomen, betekent dit een CO2-besparing van 20 tot 35 procent per literverpakking.”

010 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 TECHNOLOGIE & TECHNIEK Foto: Avantium
REPORTAGE
DUURZAAM VERPAKKEN
Polyethyleenfuranoaat is de grondstof voor PEF-flessen.

zich daarom vooral op monomaterialen, zoals een biobased polyethyleen (PE) of een polymelkzuur (PLA). “In meerlaagse folie is het lastig om met al die individuele lagen een biobased multilayer te maken. Met onze technologie is dat een stap dichterbij gekomen. Je kunt nu bijvoorbeeld biobased PE van Braskem of Sabic combineren met bekende barrièrelagen als EVOH en PA. Dat zijn trouwens allebei materialen die je niet eenvoudig biobased kunt maken, al zijn de eerste ontwikkelingen in die richting zichtbaar. Er zijn producenten die een groen alternatief ontwikkeld hebben voor polyamide.”

Bio-polyethyleen

Braskem is de partner waarmee Tetra Pak samenwerkt voor de toepassing van biobased PE in drankenkartons. Dit PE wordt geproduceerd uit suikerriet. De samenwer-

king culmineerde in januari vorig jaar in Tetra Paks allereerste, volledig hernieuwbare verpakking: de Tetra Rex BioBased. Het was het sluitstuk van een lang traject om de kartonverpakkingen volledig uit hernieuwbare grondstoffen te laten bestaan,

stelt woordvoerder Birgit Kamp met enige trots vast. “De keuze voor de natuurlijke hernieuwbare grondstof karton ligt aan de basis van onze drankverpakkingen. Al sinds 2007 maken we daarbij gebruik van FSC-gecertificeerd papier. In 2011 introduceerden we de eerste biobased doppen, op basis van de grondstof suikerriet. Sindsdien bieden we deze doppen van hernieuwbare

en plantaardige grondstoffen voor steeds meer van onze kartonverpakkingen aan. Alle polyethyleenbestanddelen uit deze verpakking, zowel de dop als ook de plastic laagjes, zijn gemaakt uit biobased bronnen. Tetra Pak ontving daarvoor het hoogste beschikbare certificaat van Vinçotte: het viersterrencertificaat OK Biobased.” Voor de productie van Braskems biopolyethyleen wordt het suikerriet uitgeperst. Een fermentatie- en distillatieproces zet het sap om in bio-ethanol. “Die wordt door dehydratatie omgezet in bio-ethyleen, dat weer wordt gepolymeriseerd tot biopolyethyleen. Voor de dop en nek gaat het om highdensity polyethyleen, voor de laagjes om lowdensity polyethyleen.”

Aluminium vervangen

Het vergroenen van aseptische drankenkartons zoals de Tetra Brik, is een stuk lastiger vanwege het aluminium in het laminaat. Dit aluminium geeft uitstekende uitstekende seal- en barrière-eigenschappen aan de verpakking. Het is niet zonder meer te vervangen zonder gevolgen voor de THT-datum en voedselkwaliteit. Omdat aluminium zo’n energievreter is, wordt er industriebreed gekeken naar milieuvriendelijker alternatieven. Tetra Pak zoekt hard naar een goede vervanger die past in de circulaire economie. Voor details is het nog te vroeg, zegt Kamp. “Het vervangen van de flinterdunne laag aluminium sluit aan bij onze strategische doelstelling voor 2020. De uitdaging ligt in het behoud van de integriteit van het product dat wordt beschermd door de verpakking. Vanuit ons motto Protect what’s Good heeft Tetra Pak de intentie dat een alternatief geen gevolgen mag hebben voor de kwaliteit en smaak van de inhoud. Aan die garantie willen wij niet tornen. We werken hier volop aan en geloven dat we hierop voor 2020 een vollediger antwoord hebben.”

De Yparex-technologie zou voor aseptische verpakkingen uitkomst kunnen bie-

011
Onderzoek naar biobased verpakkingsmaterialen bij Yparex.
‘Uitdaging ligt in behoud van productintegriteit’

den, denkt Van den Berg. “Het aluminium zal vervangen moeten worden door meerlaagse barrièrefolies uit hernieuwbare bronnen. Zo kun je stappen in duurzaamheid zetten. Omdat drankenkartons al voor 80 procent uit hernieuwbare grondstof bestaan, zie je dat de interesse uit deze hoek in de verpakkingssector erg groot is. Bij het verduurzamen van die plastic barrièrelaag is er een rol weggelegd voor onze biobased hechtlaag.”

Duurder

Voor voedselproducenten is het belangrijk dat zij bij de overstap op biobased verpakking hun verpakkingsproces niet hoeven aan te passen. De nieuwe verpakkingen van Tetra Pak hebben geen consequenties voor de verwerking op bestaande lijnen, stelt Kamp: “Biobased verpakkingsmateriaal kan probleemloos worden ingezet op dezelfde lijnen als de fossiele variant. Hier is dus geen extra investering nodig door onze klanten.” Van den Berg beaamt dat. “Biobased verpakkingen veranderen het productieproces niet, want we leveren een drop-in solution.”

Voor de verpakkingskosten zijn er wel consequenties. Die gaan omhoog. De marktprijs voor biobased polyethyleen is

op dit moment hoger dan voor conventionele PE. Dit komt vooral door de beperkte beschikbaarheid en de kleinschalige productie. Kamp denkt dat de verschillen in de toekomst zullen afnemen. “We verwachten dat de prijs van dit materiaal zal dalen naarmate de productiecapaciteit wordt uitgebreid en op termijn vergelijkbaar zal zijn met de prijs van fossiele polyethyleen. Het doel van Tetra Pak is de biobased materialen aan onze klanten aan te bieden tegen de meest competitieve prijs. Je kunt het zien als de ontwikkelingen die ook gaande zijn

in de voedingsindustrie, waarbij biologisch steeds meer gemeengoed en daarmee betaalbaarder wordt.” Van den Berg kijkt er prijstechnisch iets minder positief tegenaan. “Op grondstofniveau is biobased significant duurder. Je ziet dan ook dat alleen verpakkers die een meerwaarde zien voor biobased verpakkingen hiervoor kiezen.

Biobased polyester

Naast de Tetra Rex BioBased verpakking is ook de biopolymeerfles van het Amsterdamse Avantium een stap in de goede richting. De fles is nu volop in ontwikkeling. In 2005 werd met het oplossen van wat polymelkzuur in alcohol een nieuwe technologieroute ontdekt voor de synthese van biopolymeren. Tot dan toe losten alle producenten het PLA op in water. Het bleek echter ook in alcohol gemakkelijk te gaan.

Van hieruit ontwikkelde Avantium een volledig biobased polyester met een tien keer betere gasbarrière, betere bescherming tegen licht en betere thermische en mechanische eigenschappen dan bestaande verpakkingsmaterialen. Al snel bleek dat met deze technologie flessen konden worden geblazen die superieur waren aan bestaande PET-verpakkingen. In de Avantiumfles blijven (zuurstof)gevoelige producten veel langer goed en koolzuur kan er moeilijker uit. Dit leidt tot een langere houdbaarheid. Met deze technologie is volgens Avantium bij de productie van kunststofflessen een verlaging van de CO2-uitstoot haalbaar van 50 tot 70 procent.

PEF-flessen

XYX-technologie (spreek uit: iksie) staat aan de basis van de productie van dit biopolymeer. Plantaardige suikers als polymelkzuur worden via een katalytisch proces efficiënt omgezet in op furaan gebaseerde bouwstenen. Deze furanics bestaan uit diverse, onverzadigde vijfringen met vier koolstofatomen en één zuurstofatoom.

Avantium wist in 2011 Coca-Cola en kort daarna Danone te interesseren om mee te investeren in een proeffabriek op de Chemelot Campus in Geleen. In 2013 trad ook kunststofflessenproductent Alpla toe tot het samenwerkingsverband. Concreet commercieel resultaat is er nog niet. Wel waren de diverse polyethyleenfuranoaat (PEF)-flessen te zien op verpakkingsbeurzen. Avantium is van plan een grotere fabriek te gaan bouwen, die mogelijk in de buurt komt van Calais. Laatste nieuws is een samenwerking met het Japanse Mitsui voor de productie van onder meer PEF-folies en -flessen in Azië en Japan. Mochten Coca-Cola en Danone vol voor de PEF-fles gaan, dan kan de verduurzaming van kunststofflessen wel eens in een stroomversnelling komen.

VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 012 TECHNOLOGIE & TECHNIEK
Tetra Paks alleerste , volledig hernieuwbare verpakking: de Tetra Rex BioBased.
•
REPORTAGE DUURZAAM VERPAKKEN
VINCENT HENTZEPETER • V. Hentzepeter is freelance journalist
‘Geen consequenties voor bestaande lijnen’
LabCo

VAKBEURS

Biobased speerpunt op Empack

Biobased Village belicht verpakkingsontwikkelingen

Biobased verpakken groeit snel in mogelijkheden, maar de markt moet het nog omarmen, zeggen aanbieders van deze verpakkingen. Het is daarom een van de speerpunten op Empack met een heuse Biobased Village.

Speciaal voor het thema Biobased ontwikkelden de organisatoren van Empack een Biobased Village, waar de bezoeker de laatste ontwikkelingen en potentiële partners kan vinden voor biobased verpakken. Volgens Ivo Horn, marketing-eventmanager van Empack, groeien de mogelijkheden in biobased verpakkingen. Enerzijds zijn de verduurzamingsplannen van de verpakkingsbranche hiervoor belangrijke drijfveer. “Maar merken kiezen ook steeds

Webpackaging

Vorig jaar werden in Nederland maar liefst 190 miljoen pakketjes bezorgd. In dat jaar lieten webshops een met 8 procent een duidelijke groei zien, die ook zal gelden voor dit jaar. De verzendverpakkingen die gebruikt worden binnen de e-commerce sector zijn nog niet altijd optimaal. De verscheidenheid aan producten stelt steeds andere eisen aan de verpakking om veilig en effectief verzonden te worden. Naast het juiste volume zijn ook houdbaarheid, duurzaamheid en communicatiewaarde belangrijke kostendrivers.

Sprekers van onder meer Thuiswinkel.org, Michigan State University delen tijdens de beurs Empack best practices, de nieuwste trends en ontwikkelingen voor e-commerce verpakken.

Meer informatie: www.empack.nl

014 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 TECHNOLOGIE & TECHNIEK
Biobased verpakken is een van de speerpunten op Empack met een heuse Biobased Village. Foto: Empack
DUURZAAM VERPAKKEN

pakking, want dan kan de consument de aardappelschilletjes erin doen en die met verpakking en al in de groenbak gooien. Is de toepassing echter een kaas, dan kun je beter iets anders gebruiken.” Biobased is voor Oerlemans Plastics nog een relatief kleine markt. “Hoewel biobased nu nog maar één procent is van wat wij verkopen, zien we die hoeveelheid wel sterk groeien.”

Keurmerk

vaker proactief voor duurzame alternatieven. Of het nu is vanwege het verbeteren van de CO2-footprint, het imago en het consumentenvertrouwen of de gedaalde kosten; biobased verpakkingen hebben een

enorme vlucht genomen.” Volgens experts is het de toekomst op verpakkingsgebied. Drie van ’s werelds grootste merken –Coca-Cola, Lego en Mars – zijn er al volop mee bezig en zeker niet de enigen die deze ontwikkeling omarmen, aldus Horn.

Fossielvrij

Productmanager Jan Wessemius van Oerlemans Plastics, een van de aanbieders in de biobased verpakkingen, plaatst biobased in een breder kader: duurzame inzet van plastic verpakkingen. “Eigenlijk zijn er vier soorten plastic verpakkingen voor voedselproducten: ze zijn gemaakt van fossiele of biobased grondstoffen en ze zijn wel of niet composteerbaar.” De voedselfabrikant moet volgens Wessemius kiezen op basis van de end of use. “De belangrijkste vraag is: voor welke toepassing is het plastic bedoeld? Neem een zakje aardappelen. Dat verpak je idealiter in een biodegradable ver-

Een andere speler bij biobased verpakken is PEFC Nederland. Het internationale keurmerk zet zich in om gecertificeerde papieren verpakkingen mainstream te maken. Communicatiemanager Patricia Dolman: “Het PEFC-keurmerk garandeert dat hout- en papierproducten afkomstig zijn uit een duurzaam beheerd bos, waarbij evenveel aandacht is voor people, planet & profit. Het helpt te verzekeren dat hout en papier eindeloos beschikbaar blijven uit verantwoord beheerde bossen. Nu is 10 procent van de bossen wereldwijd gecertificeerd, waarvan twee derde met PEFC-keurmerk.” Volgens Dolman is de beschikbaarheid van het gecertificeerde materiaal groot, maar is er nog veel werk te doen om dit voedingsmiddelenbedrijven duidelijk te maken. “Er zijn al wel mooie voorbeelden. Lipton werkt met PEFC-gecertificeerd materiaal en communiceert dat ook op de verpakking met het PEFC-label.”

Rondeel-ei

“PaperFoam is sinds 2000 op de markt. Dit verpakkingsmateriaal is gemaakt van spuitgegoten zetmeel. Bijna iedere verpakkingsvorm is denkbaar omdat het product wordt gegoten. Na de elektronicabranche hebben we ook de voedingsindustrie ontdekt. Sinds vijf jaar zijn de Rondeel-eieren verpakt in de bekende ronde doosjes van PaperFoam”, vertelt ceo Mark Geerts. “We kijken naar nieuwe toepassingen. PaperFoam is gemaakt van industrieel zetmeel, maar kan

niet goed tegen vocht. We kijken daarom nu naar biobased plastics die kunnen dienen als lamineringsfolie. Dan zijn er ineens veel meer toepassingen denkbaar voor deze verpakking voor onder meer vlees, kaas en fruit.”

Volgens Geerts zijn biobased verpakkingen nog relatief nieuw op de markt. “Leveranciers van plastic zijn al decennia bezig, wij nog maar kort. Er is ook nog relatief weinig kennis in de markt over biobased verpakken. Wij zijn bijvoorbeeld het enige bedrijf dat iets kan zeggen over ons materiaal Paperfoam. Er zijn ook weinig experts die het kennen. Daarbij komt dat het reguliere plastic verpakkingsmateriaal relatief goedkoop is. Dat zou belast moeten worden.”

Detector

CEIA laat op Empack een detector zien met een lengte van 800 mm voor eenvoudige integratie. Volgens het bedrijf is de CEIA THS/RB-800 uiterst compact en daardoor eenvoudig op verschillende plekken in een bestaande of nieuwe lijn in te passen. Het systeem bestaat uit een Slimline-metaaldetector, snarenband, optionele encoder, bandbediening en hygiënisch frame. De band is zonder gereedschap afneembaar. Door de snarenband biedt het maximale gevoeligheid, goede hygiëne en een heel kleine overgang naar aansluitende banden, aldus Heat and Control, de distributeur voor CEIA in Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, India en Nederland. De machine biedt dankzij de CEIA multi-spectrumtechnologie een stabiele detectie voor eliminatie van valse alarmen en een hogere detectienauwkeurigheid.

015
‘Biobased is de toekomst op verpakkingsgebied’
Het PEFC-keurmerk zet zich in om gecertificeerde papieren verpakkingen mainstream te maken. • WILLEM-PAUL DE MOOIJ, DIONNE IRVING •

Voorkom besmetting door verontreinigde perslucht

Steeds vaker wordt in de media melding gedaan van voedselbesmettingen, ondanks de strenge controles op het proces. Wanneer het productieproces wordt gecontroleerd op besmettingsrisico’s, is het belangrijk dat ook de kwaliteit van de perslucht in de bestaande installatie onder de loep wordt genomen.

Perslucht wordt geproduceerd door (buiten)lucht aan te zuigen en in een compressor te comprimeren. Deze aanzuiglucht bevat stofdeeltjes, restoliedampen en bacteriën. Na het comprimeerproces is de hoeveelheid vervuiling per m3 velen malen geconcentreerder, vanwege toename van de werkdruk, het aantal bar. Na het comprimeren komt deze vervuilde perslucht vaak zonder de juiste behandeling verderop in het proces in aanraking met het eindproduct. Deze lucht wordt zowel direct in, op als door het product geblazen. Verder kan de lucht worden ingezet om verpakkingen te openen, kleppen en cilinders te bedienen of voor het schoonblazen van instrumenten of leidingwerk.

Bacteriegroei

Vocht, warmte en een voedingsbron (lees: olie, afkomstig uit aanzuiglucht of compressor) vormen de ideale omstandigheden voor bacteriegroei. Het is essentieel de perslucht dermate goed te conditioneren zodat het proces veilig en hygiënisch is. Niet alleen een bacterie, maar ook stof in perslucht kan een sterke invloed hebben op de kwaliteit en de hygiëne van het eindproduct. Stofdeeltjes kunnen allerlei samenstellingen hebben. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan dit sterk variëren.

Gebrek aan kennis

Dat een producten of gebruiker geen verbeteringen doorvoert, komt vaak door gebrek aan kennis over richtlijnen en regelgeving. Daarnaast worden de kosten voor energieverbruik en de verbeteringen,

zoals het installeren van filtratie, droging en meetapparatuur, vaak hoger geschat dan werkelijk het geval is.

Drie Air Audits

Een Air Audit brengt de kwaliteit van de persluchtinstallatie duidelijk in kaart. Met een Air Audit worden metingen verricht in de persluchtinstallatie gedurende een bepaalde periode. De gemeten waardes worden in een uitgebreid rapport weergegeven, samen met overzichtelijke grafieken en tabellen. Met dit rapport is in één oogopslag te zien waar besparingen en optimalisatie van de persluchtkwaliteit gerealiseerd kan worden.

Beko Technologies biedt drie Air Audits aan:

1. Air Audit Energy: toont energieverbruik en potentiele besparingen in een persluchtinstallatie.

2. Air Audit Quality: toont werkelijke waardes van stof, vocht, restoliedamp om te zien waar de kwaliteit volgens regelgeving verbeterd moet worden.

3. Deeltjesmeting: het meten van stofdeeltjes in perslucht om te zien of persluchtfiltratie nog volstaat.

Food Event op 14 april

Tijdens de Food Event op 14 april vergelijken wij diverse oplossingen die voldoen aan de BRC-norm, de ISO 8573 en de ISO 11011 en laten wij zien welke installaties het best scoren op het gebied van energiebesparing, efficiëntie en kwaliteit. Mis zeker onze theatersessie niet! Tijdens deze sessie krijgt u de gelegenheid om uw vragen aan onze expert te stellen en voor elke bezoeker ligt een leuke attentie klaar.

Meer informatie: magazine.vmt.nl/food-event#!/ partner-beko

Persluchtkwaliteit wordt gemeten volgens de ISO norm 8573-1. De tabel toont de maximale waardes voor stof, drukdauwpunt en olierestdampgehalte in perslucht om aan bepaalde klassen te voldoen.

Veenen 2, 4703 RB Roosendaal www.beko-technologies.nl

017
ADVERTORIAL
TECHNOLOGIES
BEKO
Quality Class Solid particles, max. amount of particles per m3 Pressure dew point Oil (incl. oil vapour) 0.1 - 0.5 μm0.5 - 1.0 μm1.0 - 5.0 μm°C at 7 barmg/m³ 1≤ 20,000≤ 400≤ 10≤ -70≤ 0.01 2≤ 400,000≤ 6,000≤ 100≤ -40≤ 0.1 3 ≤ 90,000≤ 1,000≤ -20≤ 1.0 4 ≤ 10,000≤ +3≤ 5 5 ≤ 100,000≤ +7> 5 6≤ 5 mg/m³ ≤ +10 Meer weten over Schone Perslucht 2016 Kom naar het Food Event op 14 april in Den Bosch! www.vmt.nl/FoodEvent

DUURZAAM VERPAKKEN

ACHTERGROND

Voedselveiligheid gaat boven duurzaamheid

Een verpakking van gerecycled karton is voor veel fabrikanten een pijler onder het duurzaamheidsbeleid. Het mag echter niet ten koste gaan van voedselveiligheid. Verschillende fabrikanten en retailers overwegen te stoppen met gerecycled karton of hebben dat al gedaan vanwege problemen met restanten van minerale oliën in het voedselproduct.

Toen consumentenorganisatie foodwatch oktober vorig jaar met een onderzoek kwam naar restanten van minerale oliën (MOSH en MOAH) in voedselproducten, maakte dit behoorlijk wat los. Bij de testen op Nederlandse supermarktproducten blijken er 17 van de 36 (47%) besmet te zijn. De vervuiling werd aangetroffen in verpakte pasta’s, rijst, cornflakes en hagelslag, meldt het rapport Besmetting van ons voedsel met minerale olie, te vinden op www.foodwatch.org. Naast Kamervragen

van Carla Dik-Faber van ChristenUnie aan minister Schippers van VWS hierover, zijn verschillende fabrikanten en retailers zelf met onderzoek gestart. Die zeggen geen enkel risico te willen nemen met de voedselveiligheid en er alles aan te doen om contaminatie van levensmiddelen via verpakkingen te voorkomen. Foodwatch doet nu zelf ook een inventarisatie bij de retail en industrie, maar zegt op het moment van schrijven nog geen harde toezeggingen van maatregelen te hebben gehad.

Wat zijn MOSH en MOAH?

Er zijn twee soorten minerale oliën. De eerste is de groep aromatische, onverzadigde koolwaterstoffen: Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons, ofwel MOAH. Die bestaan uit voornamelijk gealkyleerde polycyclische verbindingen. Deze groep is mogelijk mutageen, kankerverwekkend en hormoonverstorend, zo concludeerde de EFSA in 2012 (zie www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/2704). De tweede is de groep verzadigde

koolwaterstoffen: Mineral Oil Saturated Hydrocarbons, ofwel MOSH. Dat zijn verzadigde lineaire en cyclische (niet-aromatische) koolwaterstoffen met meestal 16 tot 25 koolstofatomen.

Deze stoffen worden in hogere concentraties gevonden dan MOAH en hopen zich op in organen, zoals de lymfeklieren, de milt en de lever, en zouden die kunnen beschadigen.

Achtergrond

De problematiek met minerale olieresten is al sinds 1991 bekend. De resten bestaan uit verschillende koolwaterstoffen (MOSH en MOAH, zie kader). Die zijn meestal afkomstig uit drukinkten, maar kunnen ook voortkomen uit hormoonverstorende weekmakers of oplosmiddelen. MOSH en MOAH kunnen op verschillende manieren in voedselproducten terecht komen. De meest voorkomende manier is migratie vanuit verpakkingen van gerecycled karton naar het voedsel. Dat kan door direct contact, maar vooral via verdamping. Maar het karton van de consumentenverpakking hoeft niet per se gerecycled te zijn. De vervuiling kan ook optreden door grootverpakkingen en opslagdozen van gerecycled karton. De verontreiniging kan ook al eerder in het productieproces zijn veroorzaakt, bijvoorbeeld door verontreinigde jutezakken waar het product in heeft gezeten of door smeermiddelen in machines. Bruno De Meulenaer, professor levensmiddelenchemie en chemische voedselveiligheid aan de Universiteit Gent, wijst er in een reactie op dat bulkgrondstoffen zoals graan, oliehoudende zaden en cacao al tijdens transport gecontamineerd kunnen zijn. Een kartonnen verpakking hoeft dus niet de oorzaak te zijn.

Discussie schadelijkheid

Het probleem is dat voor zowel MOSH als MOAH geen dagelijkse innamelimieten

018 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT

Vervuiling met minerale olie werd vaak aangetroffen in onder meer verpakte cornflakes.

zijn vastgesteld, omdat er nog geen sluitende toxicologische evaluatie beschikbaar is. En daar begint de discussie. Foodwatch hanteert bij MOSH het principe: hoe lager de besmetting, hoe beter. En beschouwt naar eigen zeggen ieder product waarin MOAH is gevonden als ‘onaanvaardbaar verontreinigd’.

Of MOSH en MOAH daadwerkelijk een risico voor de gezondheid vormen, is volgens het RIVM moeilijk te zeggen omdat het grote groepen stoffen zijn. Bianca van de Ven, toxicoloog bij RIVM: “Uit een veiligheidsbeoordeling van EFSA bleek dat de aanwezigheid van deze groepen in het voedsel geen acuut risico oplevert. Sommige MOAH’s kunnen op langere termijn kankerverwekkend zijn. De overdracht van karton naar voedsel vindt plaats via de lucht. Omdat juist de vluchtige MOAH’s geen of een heel lage potentie lijken te hebben om kanker te veroorzaken, is deze overdracht mogelijk van geringe zorg.”

Voedselveiligheids- en verpakkingenexpert Jan Jetten, voorheen onder meer bij TNO en TNO Triskelion, vult aan: “In de EU is er

het RASFF-systeem (Food and Feed Safety Alerts). Als er een consumentenveiligheidsrisico is ontdekt, neemt men acuut actie op EU-niveau. Je zou denken dat er allang actie was ondernomen in het geval van

minerale oliën als er sprake was van een groot risico. De EFSA schatte het risico in 2012 aanwezig, maar heeft ook geen actie ondernomen. De toxicologen van EFSA zijn volgens mij heel streng en als die er niet direct iets mee doen, zegt dat ook wat. Dat geldt ook voor het Rapid Alertsysteem.”

Wetgeving

Overigens neemt dat volgens Jetten niet weg dat je ook een potentieel risico niet moet negeren. “Waar het aan ontbreekt is een aparte wetgeving voor papier, en met name voor gerecycled papier dat

direct of indirect in contact komt met voeding. Ook voor inkten is er niets op Europees niveau geregeld. Slechts een enkel land heeft daarvoor wetgeving.” Een voorbeeld van een land met wetgeving op dit punt is Zwitserland. Die is beschikbaar voor overname door Europa. Voor papieren voedselcontactmaterialen geldt hetzelfde. Dat er wetgeving moet komen op dit punt, daar zijn de meeste partijen het wel over eens. De industrie (FNLI) en de supermarkten (CBL) pleiten hier al enkele jaren voor. Foodwatch heeft een beroep gedaan op de Europese Commissie om wetgeving op te stellen die zogenaamde functionele barrières verplicht voor papieren en kartonnen levensmiddelenverpakkingen. Daarnaast pleit de organisatie voor nationale wetgeving, vooruitlopend op eventuele Europese regels.

Foodwatch-woordvoerder Sjoerd van de Wouw: “Minister Schippers heeft de problematiek erkend, maar er is tot dusver nog niets concreets uitgekomen.” Jetten doet een suggestie voor hoe dergelijke wetgeving eruit zou moeten zien: “Voor gerecycled

019
‘Hoe lager de besmetting, hoe beter’

papier zou er een systeem van wetgeving en controles moeten komen dat vergelijkbaar is met dat voor gerecycled plastic. Dat systeem is zeer streng en vereist bijvoorbeeld een challengetest waarmee moet worden aangetoond dat ook onbekende stoffen uit het gerecyclede plastic worden verwijderd op een niveau dat als veilig wordt beschouwd. Ook aan het kwaliteitssysteem van zo’n recyclingproces worden eisen gesteld.”

Beroep op bedrijfsleven

Omdat wetgeving nog uit blijft, doet foodwatch ook een beroep op de fabrikanten en retailers zelf. Die lijken daar niet ongevoelig voor, blijkt uit enkele reacties die VMT verzamelde. Foodretailmarktleider Albert Heijn erkent het probleem van de reststoffen in gerecycled papier en karton. Woordvoerder Dagna Hoogkamer: “Deze reststoffen binden zich met name aan specifieke producten, zoals chocolade. Wij houden hier rekening mee bij het gebruik van verpakkingen van gerecycled papier of karton. Door voor specifieke producten een andere verpakking te kiezen of door een functionele barrière aan te brengen. Bijvoorbeeld een dunne coating om migratie van een eventuele reststof naar de inhoud van de verpakking te voorkomen.”

Foodwatch stelde in een onderzoek dat vorig jaar oktober is gepubliceerd, dat de AH Lasagne en de AH Couscous minerale olierestanten bevatten. “De vastgestelde score door foodwatch was voor ons reden om actie te ondernemen. We hebben onderzoek opgestart om de waarden te verifiëren en we zijn in gesprek gegaan met onze leveranciers. Een mogelijkheid is dat we voor de verpakking van deze twee producten overstappen op virgin karton, maar het besluit daarover is nog niet genomen.”

Albert Heijn is ook voorstander van wetgeving vanuit de Europese Commissie.

Inkoopvoorwaarden

Ook Jumbo zegt dat de onderzoeksresultaten van foodwatch hebben gestimuleerd om een reeds ingezette herziening van het

verpakkingsbeleid voort te zetten. Zo bleken de zilvervliesrijst en de spaghetti van het Jumbo-huismerk resten te bevatten. “We nemen de specificaties mee in de tenders en zullen het verwerken in onze inkoopvoorwaarden”, aldus woordvoerder Laura Valks-Piessens van Jumbo. De keten zegt dat bij het verduurzamen van verpakkingen de voedselveiligheid voorop staat. “Hierbij kijken wij welke materialen het veiligst en het milieuvriendelijkst zijn.” Verder verwijst de keten naar supermarktkoepel CBL. Die zegt op zijn beurt dat wetgeving op dit vlak eigenlijk alleen zin heeft als er een eenduidige meetmethode is voor MOSH en MOAH. “Die is er nu niet. Op die manier wordt het effect van uniforme regelgeving – of dit nu internationaal of nationaal is – teniet gedaan”, zegt het CBL.

Eigen onderzoek Granfood

De industrie is ook druk met de problematiek. Zo heeft Granfood eigen onderzoek ingesteld na de foodwatchpublicatie waaruit bleek dat ook de Grand’Italia Lasagne sporen van minerale oliën bevat. Suzanne van den Briel, senior productmanager Grand’Italia bij Granfood: “We zijn geschrokken van de resultaten en doen zelf onderzoek. Het is complexe materie, want de inzet van karton van verse vezels –virgin – hoeft niet per se de oplossing te zijn als de contaminatie ergens anders

vandaan komt. Dat willen we uitsluiten. Het probleem bij het aanbrengen van een functionele barrière in een verpakking maakt deze weer minder recyclebaar. Voor ons staat de voedselveiligheid voorop. Binnen enkele maanden willen we oplossingen doorvoeren. Daarbij pleiten we voor een totaalverbod op het gebruik van minerale oliën in inkten.”

Verpakkingspolicy Wessanen

Wessanen is volgens consumercare executive Jolien Vrolijk al langer met de problematiek bezig. “Sinds ruim een jaar hebben we dit onderwerp in de verpakkingspolicy specifiek benoemd. We gebruiken bij voorkeur gerecycled karton met een functionele barrière voor onze primaire verpakkingen. En als dat niet mogelijk is, gebruiken we geen gerecycled karton. Ook hebben we, waar mogelijk, al gekozen voor inkten zonder minerale oliën. Daarnaast hebben we zelf testen gedaan op zogenaamde hoogrisicoproducten en zijn we in overleg met onze leveranciers hoe we eventuele aanpassingen kunnen doen. We hanteren daarbij de maximale gehaltes, zoals vastgesteld door de Duitse autoriteiten. Kortom, we zijn al een tijdje bezig met dit onderwerp |en het recente onderzoek van foodwatch laat ook zien dat daar reden toe is. De voedingsmiddelenindustrie heeft een tijd geleden, in 2012, er al op aangedrongen

VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 020 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Bron: FEICA
De migratie van minerale oliën in beeld gebracht.
ACHTERGROND DUURZAAM VERPAKKEN

dat er Europese richtlijnen komen. Alleen is dat tot op heden nog niet gebeurd.”

Ook Vrolijk benadrukt dat de mate van migratie van minerale oliën afhankelijk is van meer factoren dan alleen de verpak-

lijk, nadere maatregelen nemen of een verpakkingswijziging voorstellen”, onderstreept Vrolijk.

Eerdere maatregelen Mars

king. “Wat betreft onze De Rit-hagelslag (ook oliën in gevonden door foodwatch, red.) weten we op dit moment dat de oliën niet uit de primaire verpakking afkomstig zijn. We zijn samen met de leveranciers verder aan het onderzoeken wat dan wel de oorzaak kan zijn van de gevonden waardes. Uiteraard zullen we, waar moge-

Ook in Uncle Ben’s Langkorrelrijst van Mars heeft foodwatch minerale olie gevonden. Woordvoerder Roel Govers van Mars: “Hoewel we nu niet specifiek op het foodwatch-onderzoek ingaan, nemen we de problematiek van minerale olie zeer serieus. Daar hebben we al naar gehandeld. Sinds 2005 maken we geen gebruik meer van gerecycled karton en sinds 2007 niet meer van drukinkt met minerale olie. Verder voldoen we aan alle regels.”

Niet genoeg

Voor foodwatch is het voorlopig niet genoeg. De organisatie wil van alle retailers en fabrikanten liefst harde toezeggingen

hebben over te nemen maatregelen. De consumentenorganisatie is deze periode bezig met een inventarisatie. Minister Schippers gaat het gesprek met de industrie verder aan en in overleg met het RIVM wordt onderzocht of een norm voor de afgifte van minerale olie door papier en karton aan voedingsmiddelen de juiste maatregel is om risico’s voor de volksgezondheid te beheersen. De Europese Commissie wil het onderwerp meenemen in de discussie over de inventarisatie van voedselcontactmaterialen, die op dit moment wordt uitgevoerd en waarvoor Europese wetgeving al dan niet gewenst is. De conclusies uit deze inventarisatie worden vervolgens in de Gezondheidsraad in Brussel besproken.

021
• WILLEM-PAUL DE MOOIJ •
‘We zijn geschrokken van de resultaten’
Enkele resultaten uit het foodwatch-onderzoek van oktober 2015.

Connecting Global Competence

INTEGRATED ASSEMBLY SOLUTIONS

MACHINE VISION

INDUSTRIAL ROBOTICS

PROFESSIONAL SERVICE ROBOTICS

NEW: IT2Industry— Exhibition for Industry 4.0

Drive technology Positioning systems Control systems technology Sensor technology Supply technology Safety technology

One ticket–benefit in many ways:

7th International Trade Fair for Automation and Mechatronics June 21–24, 2016, Messe München

www.automatica-munich.com
Ekeris
B.V.,
Tel.
info@vanekeris.nl
Information: Van
Expo Service
Haarlem
+31 23 525 8500,

Minder verpakkingsmateriaal niet altijd duurzamer

Er zijn maar weinig onderwerpen waarover in de Nederlandse samenleving zo weinig verschil van mening bestaat als over duurzaam verpakken: we vinden allemaal dat het moet. Wat rest zijn de devils in the detail.

vast te prikken. Zo werden kunststoffen –plastics – oorspronkelijk sterk met duurzaamheid geassocieerd, omdat zij niet teloorgaan. Plastic hemdtastjes werden bij de introductie in 1972 toegejuicht als duurzamer dan papier, want ze hielden het vol in de regen. Verder waren ze dunner en konden ze relatief vaak hergebruikt worden. Inmiddels domineren de berichten over de plastic soep het nieuws en worden de tasjes in de ban gedaan. Nederland heeft sinds januari de dunne, minder dan 10 micrometer dikke gratis plastic winkeltasjes verboden. Dat wil zeggen, voor de conventionele retail, zoals die tot voor kort door bedrijven als V&D werd bedreven. De sterk groeiende webwinkelbranche in levensmiddelen levert tegelijkertijd alles veelal keurig in gratis plastic tassen en zakken bij u thuis af. Duurzamer?

al lukt, knijpen ze de fles zo snel samen dat er een flinke hoeveelheid van de inhoud wordt gemorst. Een grote margarinefabrikant presenteerde kort geleden een studie waaruit bleek dat consumenten nog lichtere kuipjes niet meer vertrouwden en dus afwezen, althans voorlopig.

People

Duurzaam verpakken als doel is iets waar niemand op tegen kan zijn. Maar consistent inhoud geven aan een duurzame ontwikkeling met behulp van verpakken blijft de uitdaging. Dat brengt uiteindelijk toch weer de people-factor in beeld, maar dan niet zozeer de consument als wel de professional die met verpakken bezig is. Nodig zijn mensen die goed zijn opgeleid, voorzien zijn van de juiste informatie en die in staat zijn in de complexe wereld van het verpakken de juiste stappen voorwaarts te maken voor hun eigen organisatie en daarmee voor het geheel.

Verpakken is het tijdelijk integreren van een externe functie en een product om het gebruik van het product mogelijk te maken. In Nederland doen we dat minstens duizend keer per seconde. Met zijn allen produceren we daarmee een flinke hoeveelheid materiaal. De uitdaging is nu om de positieve aspecten van verpakken te maximaliseren en de negatieve effecten te minimaliseren. Qua duurzaamheid gaat het dan om de sociale elementen, het milieu en de financiële aspecten: people, planet & profit.

Plastic tasjes

Het begrip duurzaamheid is niet makkelijk

Niet minder

Een ander aspect is het gegeven dat het gewicht van de verpakking in het kader van een verpakkingsdiscussie nooit geheel nul zal zijn. Er komen steeds meer aanwijzingen dat werkelijk integraal duurzaam verpakken de komende jaren wel eens tot het gebruik van méér verpakkingsmateriaal kan leiden. Zo ontstond op de Europese Conferentie over doppen en sluitingen –caps en closures – vorig jaar een duidelijke consensus dat de PET-flessen te dun worden en hun caps te klein. Consumenten krijgen de fles niet meer open. En als het

Duurzaam verpakken bij NVC Het NVC Nederlands Verpakkingscentrum heeft duurzaam verpakken verankerd in alle activiteiten. Specifiek interessant zijn de online workshop Duurzaam Innoveren in Verpakken en de informatiedienst

Members-only Environmental Regulations Guide Merge. Verder is op 7 september weer de jaarlijkse NVC-inspiratiemeeting Effectiviteit milieubeleid verpakkingen en verpakkingsafval.

023 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 TECHNOLOGIE & TECHNIEK
DUURZAAM VERPAKKEN • MICHAEL NIEUWESTEEG • M. Nieuwesteeg, directeur NVC Nederlands Verpakkingscentrum De sterk groeiende webwinkelbranche levert veel boodschappen in gratis plastic tassen thuis af, zoals deze diepvriesproducten.

Donderdag 14 april 2016

Congrescentrum 1931 in Den Bosch

Food Event: De Digitale Foodrevolutie

De foodketen staat aan de vooravond van een ingrijpende hervorming waarbij digitalisering een heel belangrijke driver is. Worden ketens korter, sneller en beter? We hebben het over digitalisering in de breedste zin van het woord:

De opkomst van het online boodschappen doen

Het gebruik van big data voor productontwikkeling

Vergaande automatisering in de voedingsmiddelenfabriek

Personalised Nutrition

Nieuwe eisen aan de verpakkingen voor e-commerce

Digitalisering van de papierstroom in de productie

Deze digitale revolutie in food heeft gigantische gevolgen, niet alleen voor traditionele retailformules, maar ook voor producenten van levensmiddelen voor bijvoorbeeld:

Hun logistieke systemen productie (kleinere batches)

Verpakkingen

De digitalisering zorgt ook voor nieuwe uitdagingen op het vlak van voedselveiligheid en productintegriteit (traceerbaarheid, fraude, etikettering). Daardoor zal de kwaliteit van (digitale) data nog (veel) belangrijker worden. Maar die laat nu al te wensen over, zo hebben de paardenvleesaffaire in 2013 en de FVO audit naar de traceerbaarheid van vleesproducten mei 2015 overduidelijk aangetoond.

Kom naar het Food Event en laat u bijpraten over deze belangrijke ontwikkelingen!

Luister naar sprekers van onder andere:

Internationaal

E-commerceplatform voor leveranciers Shopall24.dk

Logistiek dienstverlener in foodbezorging PostNL

Verpakkingenadviesbureau

GetPact

Merkendesignbureau Brand Candies

Onderzoeksinstituut TNO

Contractresearchorganisatie

NIZO

Retail Albert Heijn

Certificeerder ISACert

Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement

Kijk voor het actuele programma en
€100,-abonneekorting en nog eens + €100,-vroegboekkorting tot 1 maart 2016 Kan ik ook mijn verse levensmiddelen online bestellen? Welke invloed heeft e-retail op mijn productieproces? inschrijven op www.vmt.nl/foodevent Prijzen VMT-abonnee  € 495 Niet-abonnee € 595 Deze bijeenkomst bijwonen? Eenvoudig inschrijven kan op 3 manieren: 1. Website: www.vmt.nl/foodevent 2. E-mail: congressen@mybusinessmedia.nl 3. Telefoon: (010) 289 40 08 Tot 1 maart nog eens € 100,- vroegboekkorting dus schrijf u nu in!

Misleidende claims over verpakking

Milieuclaims niet altijd te checken of te rooskleurig

Vanwege het groene imago stappen veel producenten over op bioplastics als verpakkingsmateriaal voor voedingsmiddelen. Of bioplastics de oplossing zijn om te vergroenen, is nog maar de vraag. Op dit moment is nog onduidelijk of ze daadwerkelijk groener zijn dan fossiele plastics.

Bioplastics zijn gemaakt uit plantaardig materiaal zoals maïs, suikerriet of aardappelen. Ze kunnen normale plastics op basis van fossiele grondstoffen, meestal aardolie, vervangen. Sommige bioplastics zijn biologische afbreekbaar.

Misleidend

Met regelmaat zijn er echter milieuclaims over bioplastics die niet te checken zijn en mogelijk misleidend. Een voorbeeld is

Wat is een LCA?

Elk product heeft impact op het milieu. De levenscyclusanalyse (LCA) is een methode om deze impact te inventariseren. Via deze methode wordt de hele levenscyclus van een product in kaart gebracht. Van grondstoffen, verpakking, transport, retail, de consumentenfase tot afvalverwerking. Oftewel, van cradle to grave. Door hotspots inzichtelijk te maken, kan een proces of product verbeterd worden, wat een besparing in grondstof- en energieverbruik en dus kosten kan opleveren.

de PlantBottle van Coca-Cola. Deze fles werd gepresenteerd als groen alternatief voor de normale PET-fles. Maar na een uitspraak van de Deense ombudsman heeft Coca-Cola de milieuclaim van de PlantBottle verlaagd van een 25 procent CO2-besparing naar 7,5 tot 11 procent. Deze besparingen zijn echter niet te verifiëren. Openbare studies, zoals ‘A preliminary LCA case study’ van Yasuhiko Akanuma, Susan Selke en Rafael Auras, laten juist het tegendeel zien. Dit soort misleidende claims komen niet alleen van bedrijven maar ook van consumentenorganisaties, wetenschap en zelfs overheden. Zo vermeldt de Oostenrijkse overheid in rapporten dat bioplastics klimaatneutraal zijn of dat ze 30 tot 70 procent minder CO2-uitstoot veroorzaken dan fossiele plastics, zonder dat hiervoor een wetenschappelijke basis is.

Onderbouwen

Het ontstaan van misleidende milieuclaims heeft onder andere te maken met de levenscyclusanalyses (LCA’s) die van bioplastics zijn gemaakt. Om een milieuclaim te on-

derbouwen zijn harde feiten nodig. Hier worden vaak LCA’s voor ingezet. Bij een groot aantal LCA’s van bioplastics kun je kritische vragen stellen over de gebruikte methodiek en data. Daarnaast worden de uitkomsten vaak door een marketingafdeling vertaald. Bijvoorbeeld naar een aantrekkelijke oneliner, die net wat mooier is dan de werkelijkheid.

Bij de keuze voor bioplastics is het belangrijk om kritisch te blijven. Met een aantal kritische vragen kunnen we tot een goede overweging komen.

Vraag 1: Is het een volledige LCA –zijn alle ketenschakels meegenomen?

Bijna alle LCA’s van bioplastic hebben een cradle-to-gate afbakening. Dit betekent dat niet de hele keten in kaart wordt gebracht, zoals bij een cradle-to-grave studie. De milieu-impact wordt slechts tot het bioplastic granulaat – plastic korreltje – in beeld gebracht. Wat dus ontbreekt zijn de productie van de plastic verpakking, het gebruik van de verpakking en de afvalfase. Doordat die laatste fase niet in de studie is meegenomen, ontstaat er een vertekend beeld. De CO2 die de plant heeft vastgelegd (= biogene koolstof) als koolstof en die in het granulaat van bioplastic zit, wordt van de milieu-balans afgehaald (zie de eerste negatieve balk in figuur 1). Gevolg: in deze deze berekening heeft de teelt van gewassen voor bioplastic geen milieu-impact en

026 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 DUURZAAMHEID & MVO
DUURZAAM VERPAKKEN

levert het juist een milieuvoordeel op. In werkelijkheid is dit echter maar tijdelijk. In de afvalfase van plastic komt de biogene koolstof namelijk weer als CO2-vrij. De resultaten zijn dus rooskleuriger dan de werkelijkheid.

Aan een cradle-to-gate afbakening zitten meer haken en ogen. Het uiteindelijke verpakkingsmateriaal is vaak niet alleen gemaakt van het bioplastic granulaat, maar kent nog andere toevoegingen. Het nieuwe ‘groene’ plastic groentetasje bij de Jumbo geeft het netjes aan: gemaakt van 90% plantaardig materiaal. Een belangrijke vraag: wat is die andere 10 procent?

Daarnaast wordt bij deze benadering het gewichtsverschil tussen het fossiele en bioplastic verpakkingsmateriaal niet meegenomen. Als de uiteindelijke bioplastic verpakking zwaarder is dan het fossiele alternatief, door een hoger soortelijk gewicht, is er meer granulaat gebruikt.

Vraag 2: Is het energiegebruik boekhoudkundig verlaagd?

Een andere vraag die je moet stellen is of het energiegebruik voor het maken van bioplastic boekhoudkundig is verlaagd. Dit kan door coproducten in te rekenen als zijnde hernieuwbare energie. Een voorbeeld is de verwerking van maïs. Slechts een klein deel van de maïs wordt omgezet naar bioplastic. De coproducten van maïsverwerking, die normaal als voedsel of veevoer worden

ingezet, worden verbrand of vergist om de energiebehoefte te verkleinen van de bioplasticproductie. Het kan dus lijken alsof er maar 0,5 kg aardolie wordt gebruikt voor 1 kg bioplastic, terwijl dat in werkelijkheid ook 2 kg aardolie kan zijn.

Vraag 3: Wordt de milieu-impact ook verdeeld over andere producten?

In sommige ketenschakels van de bioplasticproducie worden ook andere producten gegenereerd. Bij de verwerking van maïs tot zetmeel bijvoorbeeld, waarbij veevoerstromen vrijkomen. In dit geval worden de gewassen, die geteeld worden voor bioplastics, ook gebruikt voor andere toepas-

van LCA. Op dit moment zijn de meeste data over het produceren van bioplastic niet publiekelijk beschikbaar. Het is een black box, de in- en output zijn onbekend. Het dupliceren of begrijpen van zo’n LCA is dan vaak niet mogelijk.

Vraag 5: Zijn fossiele plastics dan milieuvriendelijker?

singen. Bij een LCA worden deze coproducten ook in beschouwing genomen en wordt de milieu-impact verdeeld over alle producten. Dit kan op verschillende manieren, zoals massa of economische waarde. Let erop dat de milieu-impact evenredig is verdeeld, zodat een realistisch beeld ontstaat.

Vraag 4: Zijn er data beschikbaar?

De beschikbaarheid van data is cruciaal bij het meten van de milieu-impact met behulp

De keuze voor bioplastic of fossiele plastics moet per product worden bekeken. De derde en vierde vraag gelden namelijk ook voor fossiele plastics . Daarnaast hebben fossiele plastics een voorsprong van enkele decennia ten opzichte van bioplastics, dus welke efficiëntie is er nog te behalen? Bovendien zit de grootste milieu-impact van voedingsmiddelen over het algemeen niet in de verpakking, maar in de teelt en het produceren van het voedsel dat wordt verpakt. Hier kan dus echt het grote verschil gemaakt worden. Ook kan er minder verpakkingsmateriaal worden gebruikt in plaats van andere of zelfs meer verpakkingsmaterialen.

027
Figuur 1: Milieubalans van een bioplastic (Bron: ‘Life cycle assessment of the manufacture of lactide and PLA biopolymers from sugarcane in Thailand’ (2010) van W.J. Groot en T. Borén).
‘Bij keuze voor bioplastics moet je kritisch blijven’

Nico Sluis Vleeswaren kiest voor CareNet

Het handmatig samenstellen van rapportages is eigenlijk niet meer van deze tijd. Nico Sluis Vleeswaren heeft dit soort processen geautomatiseerd met het online QA-systeem CareNet. “In dit systeem zijn alle gegevens aan elkaar gekoppeld, en met één druk op de knop hebben we de juiste rapportages en analyses”, vertelt directeur Nico Sluis. “Hiermee besparen we veel tijd.”

“Nico Sluis Vleeswaren heeft altijd al vooropgelopen in de automatisering van het kwaliteitsmanagementsysteem”, vertelt businessunitmanager Rick Veldkamp van CareNet Online QA Software. “Daarmee is dit bedrijf echt een uitzondering in de branche. Zo’n 90 procent van de foodbedrijven voert de verplichte registraties, zoals inspecties, nog op papier uit. De medewerkers zetten hun bevindingen in Excel, en ook de rapportages worden handmatig gemaakt.”

Koppelingen

Eind 2014 besloot Nico Sluis Vleeswaren om de overstap te maken naar het online QA-systeem van CareNet. “We hebben gekozen voor CareNet omdat dit systeem werkt met de modernste technologie”, vertelt directeur Nico Sluis. “CareNet heeft een goede koppeling met de datapoolsystemen van onze klanten, zoals GS1 DAS en PS in Foodservice. Ook de interne koppelingen zijn goed, bijvoorbeeld tussen de productie en de kwaliteitszorg. We hoeven geen gegevens over te zetten of te kopiëren. Alles sluit naadloos op elkaar aan. Het systeem geeft ons snel de gewenste rapportages, bijvoorbeeld per proces, per afdeling, per productgroep of per persoon.”

Gebruiksvriendelijk

Nico Sluis Vleeswaren gaat met vrijwel alle modules van CareNet werken, dus e-learning, inspecties, het kwaliteitshandboek en specificaties. In januari is het bedrijf gestart met de inspectiemodule. “De implementatie verliep zeer snel”, vertelt Sluis. “Binnen een dag was het hele inspectiesysteem operationeel. Het systeem is gebruiksvriendelijk. We kunnen bijvoorbeeld eenvoudig items aan onze controlerondes toevoegen. Daar hebben we geen systeembeheerder voor nodig.”

Nico Sluis Vleeswaren voert de controlerondes met een tablet uit. Zo komen de gegevens meteen op de juiste wijze in het systeem te staan. Op een dashboard staat één centrale actielijst. Hiermee heeft het bedrijf in één oogopslag een overzicht van de actuele stand van zaken.

Klein bedrijf

Nico Sluis Vleeswaren gaat de komende tijd ook de andere modules implementeren. “Ik vind het belangrijk om met één uniform systeem

te werken”, vertelt Sluis. “We voeren het stap voor stap in.” Nico Sluis Vleeswaren is een relatief klein bedrijf met circa 25 medewerkers. Toch vindt Sluis zo’n uitgebreid automatiseringssysteem zeker geen overbodige luxe. “Met een goed automatiseringssysteem voorkom je dat medewerkers dagenlang gegevens handmatig invoeren of kopiëren van het ene naar het andere bestand. CareNet is niet duur. We verdienen het systeem snel terug. Bovendien, met een automatiseringssysteem is de kans op fouten minder groot. We werken in ons bedrijf volgens de allerhoogste normen. We zijn bijvoorbeeld BRC-gecertificeerd op AA-niveau. CareNet helpt ons om dit niveau hoog te houden.”

029
Met CareNet voert u inspecties eenvoudiger en sneller uit met een tablet.
ATS-Tanner Banding Systems B.V. | NL–8321 WX Urk | Phone +31 527 27 7000 | ats-tanner.nl FOOD GRAPHICS LOGISTICS MERCHANDISING PHARMA MANUFACTURING CONVENIENCE FOOD intelligent verpakken. Bezoek ons!EMPACK 201612.–14.04.2016 Utrecht | Hall 1 Booth A143

Denken als een crimineel

De criminologie van voedselfraude

Food science meets criminology. Zo kunnen we de recente wetenschappelijke belangstelling voor food fraud kenschetsen. Aanleiding zijn de recente schandalen van voedselfraude. Welke bijdrage kunnen criminologische inzichten bieden aan de voedingsmiddelenindustrie bij het voorkomen van voedselfraude?

Think like a criminal was het thema van de GFSI Global Food Safety Conference in 2013, een vaker gehoorde gedachte in de strijd tegen voedselfraude. Maar hoe denkt een crimineel? De vraag lijkt te suggereren dat de bedreiging van buiten komt en dat

criminelen anders zijn en anders denken dan de ‘nette’ mensen in de voedingsmiddelenindustrie. Een criminologische wetmatigheid is dat burgers het bangst zijn slachtoffer te worden van criminaliteit door vreemden, maar dat de meeste

daders bekenden zijn van de slachtoffers. We kunnen ons ook moeilijk voorstellen dat we zelf dader kunnen zijn.

Criminaliteit vooral intern

In de media wordt voedselcriminaliteit vaak voorgesteld als het werk van criminele groeperingen die de voedselindustrie aanvallen of die zelfs overstappen van bijvoorbeeld de drugshandel naar de handel in namaakvoedsel. Een enkel voorbeeld daarvan komt uit Italië, maar de nu bekende strafzaken betreffen toch vooral daders uit de industrie zelf. Het gevaar komt kennelijk ook van binnenuit. Deze kanttekening beantwoordt nog niet de vraag hoe een crimineel denkt en zich gedraagt, ook al is dat antwoord dichterbij dan we geneigd zijn te denken. Op basis van criminologisch onderzoek zijn daarover theorieën ontwikkeld die ook bruikbaar kunnen zijn voor het begrijpen van voedselfraude.

Drie factoren

Volgens een invloedrijke theorie in de criminologie wordt criminaliteit gezien als het gevolg van de samenkomst van drie belangrijke factoren: een gemotiveerde dader (een inbreker bijvoorbeeld), een aantrekkelijk doelwit (een mooi huis) en de afwezigheid van controle (niemand thuis). Dit eenvoudige model ligt ten grondslag aan de Food Fraud Vulnerability Assessment Tool die de

031 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Het ene voedselproduct is een aantrekkelijker doelwit voor fraude dan het andere.

De criminele formule van voedselfraude.

Universiteit Wageningen in samenwerking met de Vrije Universiteit ontwikkelde voor SSAFE. PwC heeft van de tool een handige app gemaakt die gratis is te downloaden. Met dit instrument kunnen bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie een inschatting maken van de risico’s om getroffen te worden door voedselfraude. Daarbij wordt zowel gekeken naar risico’s binnen de ondernemingen als daarbuiten, bijvoorbeeld die verbonden zijn aan leveranciers of afnemers. In een later VMT-nummer wordt dit instrument toegelicht door Hans Schoolderman, partner Sustainability & Responsible Governance bij PwC.

Drijfveren

Met de ‘criminele formule’ waar de tool op is gebaseerd, is eerder onderzoek gedaan naar fraude in andere economische sectoren. Uit dat onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de motivatie voor fraude lang niet altijd hebzucht is. Bedrijven, die zich normaal aan de wet houden, zien soms geen andere uitweg wanneer zij in financiële problemen komen. Een kat in nood maakt gekke sprongen. In minder ethisch georiënteerde bedrijfsculturen is het dan makkelijker om voor de illegale weg te kiezen. Complexe bedrijfsketens en autonomie van bedrijfsonderdelen bemoeilijken intern en extern toezicht. Compliance managementsystemen kunnen het risico op bedrijfsinterne wetsovertreding verminderen, maar alleen wanneer die systemen meer dan een papieren werkelijkheid zijn en daadwerkelijk gedragen en gecontroleerd worden. Dergelijke bevindingen in andere bedrijfstakken kunnen ook opgaan voor de voedingsmiddelenindustrie. Maar deze sector heeft ook eigen kwetsbaarheden.

Het ene voedselproduct vormt een aantrekkelijker doelwit voor fraude dan het andere. Hoogleraar Food Authenticity Saskia van

Ruth zal hier in een volgend VMT-nummer over berichten. Tenslotte laat voedselfraude zich makkelijk rationaliseren: de consument weet het niet, schade is moeilijk te bewijzen en door prijsdruk en concurrentie moet men wel. Daders die zichzelf zien als wetgetrouw burger en respectabel ondernemer hebben deze rationalisatietechnieken nodig om psychisch in staat te zijn fraude te plegen.

Start criminologisch onderzoek

De recente voedselschandalen hebben in verschillende landen tot strafrechtelijke onderzoeken geleid. Inmiddels zijn de eerste ondernemers veroordeeld. In Nederland ging het afgelopen jaar om onder andere een vleesverwerker, een eierproducent en een leghennenbedrijf.

Aanpak van voedselfraude heeft topprioriteit bij zowel toezichthoudende instanties als de voedselindustrie zelf. Dat leidt ook tot opdrachten voor wetenschappelijk onderzoek. Met een flinke subsidie van de Britse Food Safety Authority analyseren criminologen van de universiteit van

voedselfraude verder uitwerken en toepassen. De genoemde universitaire onderzoekers hebben zich inmiddels verenigd in het European Food Crime Research Network.

Oude wijn in nieuwe vaten

Manchester de crime scripts bij gevallen van voedselfraude en de criminogene gelegenheidsstructuren binnen verschillende voedingsmiddelenketens. Criminologen van de Katholieke Universiteit Leuven brengen de schade van wetsovertreding in de vleessector in kaart. En in het kader van een groot Europees onderzoekproject rond voedselauthenticiteit zullen de Universiteit Wageningen en de Vrije Universiteit de criminele formule als verklaring voor

Voedselfraude is letterlijk zo oud als de weg naar Rome. Vervalste Romeinse etiketten zijn gevonden op amfora gevuld met olijfolie en wijn. Vroege wetteksten uit de antieke oudheid en de middeleeuwen bevatten al bepalingen omtrent authenticiteit van voedselproducten. In zoverre hoeven de recente gevallen van voedselfraude niet te verbazen. Het is eerder verbazingwekkend dat de voedingsmiddelenindustrie nu pas object is geworden van criminologische onderzoek, terwijl dat de afgelopen jaren al is gebeurd in bijvoorbeeld de afvalverwerkingsbranche, de horeca en de financiële sector. Dat gebeurde altijd na schandalen rond criminele praktijken in de sector zelf. Dergelijk onderzoek kan bijdragen aan het herkennen van risico’s en het tijdig nemen van preventieve maatregelen. Maar dat begint dus wel met de erkenning dat het ook binnen de eigen sector kan voorkomen. Voor de vleessector valt dat inmiddels niet te ontkennen, maar in andere sectoren binnen de voedingsindustrie wordt deze suggestie nog wel eens als beledigend ervaren. Ten onrechte, want niets menselijks is ons vreemd. Think like a criminal: met behulp van criminologische inzichten kunnen we het allemaal. Maar dan niet om voedselfraude te plegen, maar om het te begrijpen en te voorkomen.

VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 032
‘Denken als een crimineel kunnen we allemaal’
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
• WIM HUISMAN • Prof. dr. mr. W. Huisman, hoogleraar Criminologie, Vrije Universiteit, w.huisman@vu.nl

Handen wassen en drogen bij de wasbak: een nieuwe hygiënische oplossing voor de voedingsindustrie.

Een samenwerking tussen

Dyson en producent op het gebied van industriële hygiëne Elpress resulteerde in de ontwikkeling van een hygiënische, volledig geïntegreerde handwas- en droogoplossing. Deze is al geïnstalleerd in enkele van de meest hygiënebewuste werkomgevingen.

De nieuwe EWG-TAP, een compleet geïntegreerde oplossing. Als leverancier van gespecialiseerd materiaal voor hygiënische ruimtes in de voedingsindustrie stelt Elpress hoge kwaliteitseisen aan hygiëne op de werkvloer. Zij werken al vele jaren samen met Dyson. Met de ontwikkeling van snelle en hygiënische handdroogtechnologie in een kraan heeft Elpress de Dyson Airblade Tap handdroger in hun roestvrijstalen handwasstations geïntegreerd.

Handen worden boven een roestvrijstalen wasbak gewassen en gedroogd. Het is niet nodig om zich naar aparte handdroogvoorzieningen te verplaatsen, dus druppelt er ook geen water meer op de vloer – dit verlaagt het risico op uitglijden en verbetert de veiligheid.

Minder knelpunten. Verhoogde productiviteit. Wanneer wassen en drogen plaatsvindt in aparte gedeeltes van de hygiëneruimte, onstaan er vaak opstoppingen en knelpunten. Met een geïntegreerde oplossing stroomt het handwas- en droogproces beter en efficiënter door – zo wint men tijd en verhoogt de productiviteit.

Ontworpen voor hygiëne.

De Dyson Airblade Tap handdroger wordt door sensoren geactiveerd, dus handen raken geen besmette oppervlaktes aan. Het gebruikt ook een HEPA-filter die 99,9% van de deeltjes ter grootte van bacteriën opvangt uit de lucht die gebruikt wordt om handen te drogen. Handen worden dus gedroogd met schonere lucht, geen vieze lucht.

HACCP goedgekeurd. Veilig voor de voedingsindustrie. De Dyson Airblade Tap handdroger is door HACCP International goedgekeurd voor gebruik in omgevingen waar voedsel wordt bereid. Daarom is er ook gekozen voor een samenwerking met Elpress, zij zijn momenteel de enige door HACCP International gecertificeerde producent van hygiënesluizen.

Vertrouwd door bedrijven die om hygiëne geven.

Een groeiend aantal belangrijke producenten in de voedingsindustrie vertrouwen Dyson om een belangrijke rol te spelen in het handhygiëne proces. Kellogg’s en de Nederlandse koekjesfabrikant Merba mogen zich hiertoe rekenen. Na het installeren van 10 Dyson Airblade Tap handdrogers in twee wassstations, was de posititieve feedback van het personeel aanleiding om de Airblade™ technologie verder uit te breiden in het bedrijf.

Voor meer informatie:

Telefoon: 0485-516969

E-mail: sales@elpress.nl www.elpress.nl

Wim Boerman, Directeur, Merba.

Geen water op de vloer.

Kost minder in gebruik - tot 97% minder dan papieren handdoeken. 1

Meest hygiënisch.

Beter voor het milieu –geen papierafval en tot 71% minder CO2 dan papieren handdoeken.2

De snelste handdroger boven de wasbak.

Bespaart ruimte.

5 jaar garantie.

www.dyson.nl
Alleen de Dyson Airblade Tap handdroger heeft al deze voordelen: Het Carbon label is het keurmerk van de Carbon Trust. Het NSF logo is het geregistreerde keurmerk van NSF International. Het HACCP International non-food keurmerk is het geregistreerde keurmerk van HACCP International. HACCP International heeft Dyson producten gecertificeerd op basis van door hen aanbevolen installatie- en gebruiksaanwijzingen. Onder licentie van Dyson. 1Voor berekeningen ga naar www.dyson.nl/calcs 2In samenwerking met Carbon Trust heeft Dyson een methode ontwikkeld om de impact van electronische apparatuur en papieren handdoeken op het milieu te meten. De CO2 berekeningen zijn geproduceerd met de GaBi software van PE International en zijn gebaseerd op een productgebruik van meer dan 5 jaar en gebruiken de VS als representatief land van gebruik. De droogtijden van de producten zijn geëvalueerd met DTM 769.
“Wij zochten naar een manier om water op de vloer te voorkomen door de papieren handdoeken te vervangen – dus een geïntegreerde was- en droogoplossing bij de wasbak was ideaal.”
JN: 79927 07.12.15

CONGRES

Theatersessies op Food Event

De Digitale Foodrevolutie, 14 april, Den Bosch

Tijdens het Food Event op 14 april in 1931 in Den Bosch staat het thema De Digitale Foodrevolutie centraal. Naast een aantal andere parallelsessies over dit onderwerp zijn er ook elk jaar de zogenoemde theatersessies waarin verschillende partijen hun visie op de ontwikkelingen in de foodsector geven.

Sessieronde 1: Theater Voedselveiligheid

Samen maken we de toekomst voor digitaal leren

Verhoging voedselveiligheid door risicobeperking

Streeft u naar efficiëntie in de keten en het bedrijf? En wilt u ook door risicobeperking de voedselveiligheid verhogen? Riskplaza

Dit jaar worden er tijdens de twee sessierondes in het theater twee verschillende onderwerpen aangesneden. De eerste ronde is Theater Voedselveiligheid van 13.45 uur tot 15.15 uur. Verschillende bedrijven spreken over het borgen van voedselveiligheidsstandaarden en de systemen hiervoor. De tweede ronde is Theater Digitalisering Papierstroom van 15.45 tot 17.15 uur. Welke stappen kunnen er richting de toekomst worden genomen om de papierstroom te digitaliseren. “We willen geen papier meer op de werkvloer.” Sessievoorzitter is Simone Hertzberger, senior director productintegrity bij Ahold en hoofdredacteur VMT Voedselveiligheid. De inhoud van de sessies wordt hierna toegelicht.

Voedselveiligheid en kwaliteit kun je alleen waarborgen met competente medewerkers. Dit bereik je door effectief én efficiënt opleiden. Mits goed ingezet, is e-learning de efficiëntste opleidingsvorm. Maar hoe gaat e-learning er in de toekomst uitzien? En hoe gaat het ons helpen? Kijken we straks met een Google Glass naar een productielijn en komen dan gelijk de werkinstructies in beeld? Houdt een verpakkingsmachine straks bij hoe vaak een operator fouten maakt en wordt dit uitgewerkt in een opleidingsadvies?

Big data, gamification, personalization, mobile learning, api’s, automation, augmentend learning, corporate moocs, cloud based systems; allemaal termen uit de wereld van e-learning die ons een eerste blik bieden op de toekomst, maar wat gaat het uiteindelijk worden?

neemt u op 14 april mee in de wereld van het online beheersen van voedselveiligheidsingrediënten. Tijdens de sessie wordt een uitgebreide case behandeld die makkelijk toepasbaar is in de praktijk. Sjoerd Kanters, directeur Riskplaza

Perslucht steeds kritischer in productie

Voedingsproducenten voelen de druk van de consument om minder middelen toe te voegen aan producten. Daardoor wordt perslucht steeds kritischer in het productieproces. Perslucht wordt steeds vaker gezien als ingrediënt op deze manier en moet daarom streng worden behandeld. De BRC en FDA geven richtlijnen aan voor perslucht in de voedingsindustrie, maar de opvolging door controlerende instanties laat zien dat men niet de juiste kennis in huis heeft om het systeem goed te keuren. De operator moet de zekerheid hebben dat zijn proces aan de strengste normen voldoet.

Jan Slatman, projectmanager Beko Technologies

034 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 MARKETING & CONS UMENT

Certificering is niet het doel van kwaliteitszorg

Veel bedrijven koppelen voedselveiligheid en kwaliteit aan verplichte certificering die vereist wordt door de klant. Daarmee wordt het een noodzakelijk kwaad en een verplichting die niet komt vanuit intrinsieke motivatie. Echter, goed management van een foodbedrijf heeft kwaliteit en voedselveiligheid als focus en strategisch uitgangspunt. Niet alleen om afbreukrisico’s te beperken, maar ook omdat het kansen biedt bedrijfsprocessen te optimaliseren, invulling geeft aan verantwoordelijkheid naar de maatschappij maar ook toegevoegde waarde biedt in de markt. Michaël van Duijnhoven, directeur N&S Quality

Sessieronde 2: Theater

Digitalisering papierstroom

Borging van grondstofgevaren

De borging van grondstofgevaren, waar liggen de uitdagingen en hoe actueel is de grondstofgevarenanalyse? Welke invloeden hebben de RASFF en Riskplaza en welke rol kan automatisering hierin spelen? Tijdens deze sessie wordt er antwoord gegeven op deze specifieke vragen.

Ruud Stoop, coördinator QA-online, KTBA

Meer ruimte voor het echte werk

Om de kwaliteit en veiligheid in uw organisatie te beheersen moet u veel ballen in de lucht houden. De administratieve werkdruk is groot en aan managen en continu verbeteren komt u onvoldoende toe. Hoe fijn zou het zijn als er een oplossing is waarmee u en uw collega’s meer ruimte krijgen voor het echte werk? Tijdens deze sessie wordt de visie van Infoland uiteengezet op continu en aantoonbaar verbeteren aan de hand van praktijkvoorbeelden.

Marieke Kessels, directeur businessdevelopment Infoland

De digitale revolutie: van grondstofspecificatie tot eindproduct

De weg vanaf de eerste ideeën over een nieuw product tot aan het publiceren van productinformatie naar de consument is niet eenvoudig. Het beheren en integer houden van alle data rondom grondstoffen, recepturen en eindproductspecificaties is daarbij een voortdurende uitdaging. Het aanhouden van een ‘enkele bron van waarheid’ is daarbij essentieel. Deze presentatie gaat in op het centraliseren van alle data binnen een enkel systeem waarbij het risico op het gebruik van onjuiste data tijdens product ontwikkeling wordt geminimaliseerd en het publiceren van on-

juiste productinformatie wordt voorkomen. Roel de Hoop, businessdevelopmentmanager Specpage

De digitale fabriek

Aan de hand van de goederenflow van een voedingsmiddelenproductiebedrijf zullen Jacques

Jobse en Paul Nass van CSB-System

Benelux de digitale informatiestroom volgen. Aan de hand van praktijkvoorbeelden leggen zij uit hoe bedrijven hun werkzaamheden papierloos kunnen afhandelen en welke voorwaarden nodig zijn om in het digitale tijdperk succesvol te zijn. Uitgediept worden onder meer de praktische inzet van robots in de foodindustrie en een geautomatiseerde receptuur-optimalisatie. Op basis van 39 jaar ervaring als ERP- en MES-leverancier in de branche staat een praktijkgerichte benadering bij CSB voorop.

Aan het einde van de lezing kunnen nog andere digitaliseringsonderwerpen worden toegelicht.

Food Event 2016

Donderdag 14 april

Congrescentrum 1931, Den Bosch

VMT-abonnees 495,-

Niet-abonnees 595,Voor informatie en inschrijving: www.vmt.nl/foodevent

035
Dit jaar worden er tijdens de twee sessierondes in het theater twee verschillende onderwerpen aangesneden: Voedselveiligheid en Digitalisering papierstroom. Paul Nass, directeur CSB-System Benelux • WILLEM-PAUL DE MOOIJ •
2016

Visverwerker ziek van listeria

H. van Wijnen in problemen na recalls zalm en forel

Wat aanvankelijk leek op een ver onder de norm gevonden hoeveelheid listeriabacteriën, mondde uit in een recall die uiteindelijk dramatisch uitpakte voor zalmfabrikant H. van Wijnen uit Krimpen aan den IJssel. De export stortte in en de leveringen aan Jumbo stopten. Hoe nu verder? VMT bezocht H. van Wijnen en sprak met directeur Dick van Prooijen en kwaliteitsmanager Martijn de Widt.

December is voor veel consumenten een feestelijke maand vol lekkers en cadeaus. Zalmverwerker H. van Wijnen profiteerde volop van de feestvreugde afgelopen december. De gerookte zalmen gingen als

de spreekwoordelijke warme broodjes over de toonbank. Dit was mede te danken aan een speciale actie samen met belangrijkste afnemer Jumbo Supermarkten. De zalmverkoop piekte met 700.000 verpakkingen.

Zalm is hot: de vraag naar deze vette vissoort overstijgt al jaren het aanbod. Van Wijnen had daarom plannen de productie flink uit te breiden. Maar in februari verdween de euforie al snel na recalls van gerookte zalm bij onder andere Jumbo en kort daarna van gerookte forel bij Aldi. Nooit eerder was het familiebedrijf, dat al bestaat sinds 1864, betrokken geweest bij een dergelijk voedselveiligheidsincident. De gevolgen van de recalls pakten desastreus uit: klanten werden terughoudend en de export zakte in. Dat valt te merken in de productie, die normaal gesproken

Medewerksters

snijden de gerookte zalmen op hun werkblad, wegen deze af en leggen de trays met vis op de lopende band om te worden verpakt.

037 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4
REPORTAGE VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Foto’s: Desirée Schippers

oogt als een bezige mierenkolonie. Nu gebeurt alles in een veel lagere versnelling. Rustig snijden medewerksters met blauwe schorten, mutsjes en handschoenen de gerookte zalmen op hun werkblad, wegen ze af en leggen de trays met vis op de lopende band om te worden verpakt.

Op een andere afdeling werkt een groep stevige mannen bij de splitter en ontkopmachine. Hier heerst dezelfde gemoedelijkheid. “Normaal gesproken staat de lopende band op een snellere stand”, verzucht

zo’n 6.000 ton rauwe zalm per jaar. Die hoeveelheid wordt in 2016 waarschijnlijk niet gehaald. Ook de geplande uitbreidingsplannen gaan voorlopig in de ijskast. Directeur Van Prooijen schat dat de omzet dit jaar 15 miljoen euro lager zal uitkomen dan vorig jaar.

Listeria in Italië

kwaliteitsmanager Martijn de Widt. Zo’n 80 flexwerkers zijn het kind van de rekening door de weggevallen productie. De huidige vraag is net genoeg om de 120 vaste medewerkers aan het werk te houden.

Normaal gesproken verwerkt de fabriek

Italië, de voormalige grootste afzetmarkt in de EU, vormde de aanzet voor de recalls bij Jumbo. In dat land werden vorig jaar mensen ziek door een listeriastam die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) eerder ook bij de zalm van Van Wijnen in lage aantallen aantrof. Van Prooijen: “De NVWA vroeg ons daarom mee te doen aan een onderzoek. Inspecteurs onderzochten ruim 100 productmonsters uit de fabriek en de retail op listeria. Twintig zalmen en één forel testten positief. Dat aantal was hoger dan was toegestaan.” Hoewel geen enkel afzonderlijk zalmmonster de wettelijke

norm van 100 kve/g listeria overtrof, besloten de NVWA en Jumbo – en na aandringen – Van Wijnen de zalmproducten terug te roepen, vertelt de directeur. De resultaten van het onderzoek naar aanleiding van de recall zijn inmiddels binnen. Eén monster had 40 kve/g, één 25 en de rest zat allemaal onder de 10 kve/g, geen overschrijding van de wettelijke norm dus, bevestigt Van Prooijen. “Uiteindelijk bleek de in Italië gevondene listeria afkomstig van varkensvleesproduct .”

Challengetesten

Direct na de vondst van listeriabacteriën op de gerookte zalm stelde de NVWA Van Wijnen onder verscherpt toezicht, ook omdat het bedrijf de gehanteerde challengetest of modelberekening via het Deense FSSPmodel onvoldoende kon onderbouwen. Hierop verlaagde de toezichthouder de houdbaarheid tot maximaal vier dagen. Dat beperkte de afzet en daarmee ook de productie, benadrukt Van Prooijen.

Wil H. van Wijnen de ondertoezichtstel-

VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Directeur Dick van Prooijen (l) en kwaliteitsmanager Martijn de Widt tonen de gerookte zalm die H. van Wijnen produceert.
REPORTAGE
‘Uitbreidingsplannen H. van Wijnen in de ijskast’

ling opheffen, dan moet het bedrijf aantonen dat het zijn processen en challengetesten op orde heeft. Vooral dat laatste blijkt een crime. De NVWA beoordeelde tot drie keer toe de challengetest als onvoldoende. “Dit kwam omdat we de testen niet uitvoerden op het meest kritische deel van het proces: we hadden het gesneden plakje moeten testen in plaats van een hele moot. Dat plakje is het kleinste, meest risicovolle deel van het product”, legt Van Prooijen uit. “We hadden dit beter moeten afstemmen met de NVWA.”

Houdbaarheid

Om weer zalm te mogen verkopen met een langere THT-datum lopen er nu drie verschillende challengetests met verschillende einddata bij diverse zalmproducten. “Je moet drie batches onderzoeken van begin tot eind. De langste is 21 dagen extern en vier dagen intern”, vertelt kwaliteitsmanager

De Widt, die de afgelopen zes weken uren maakte voor ruim twee maanden. Inclusief

THT-tijd, onderzoek en rapportage ben je zo dertig dagen verder, weet hij. “Nu zijn we bezig met de eerste batch van de challengetest die op 22 maart gereed is. Het duurt dan nog zo’n anderhalve maand en zullen we in overleg met de NVWA mogelijk tot een aanpassing komen .” Van Prooijen:

“Voor de export is dat cruciaal; afnemers willen in het algemeen een zo’n lang mogelijke houdbaarheid.”

Verbeteringen productie

Van Prooijen erkent dat bepaalde zaken beter hadden gekund. Op 2 februari meldde Omroep Gelderland dat de zalmrokerij haar interne controles niet op orde heeft. Zo zou Van Wijnen tussen 2008 en 2016 veertig waarschuwingen en enkele boetes

hebben ontvangen van de NVWA. Ronduit overdreven, vindt Van Prooijen. In zijn ogen ging het vaak om zaken die je in een normale bedrijfsvoering tegenkomt, zoals het repareren van roldeuren, kozijnen of kapotte tegeltjes. Drie waarschuwingen deden er echt toe: één voor de temperatuur van de zalm die tijdens de pauzes opliep van 6 naar 12 °C, één voor de challengetest en één voor een batch forel waarop eveneens listeria werd aangetroffen.

Het bedrijf is nu druk doende om de kritische punten in zijn productie te verbeteren. Hoewel nog steeds niet vaststaat wat de exacte oorzaak van de besmetting is, zou deze wel eens van de vloer kunnen komen. “De bacterie kan met de grondstof meekomen. Via lekwater van het koelijs kan de listeria dan op de vloer terechtkomen. Werknemers en pompwagens kunnen de bacteriën dan als het ware van afdeling naar afdeling verslepen”, zegt Van Prooijen. Om besmetting door versleping tegen te gaan, liggen er nu desinfectiematten tussen de verschillende fabrieksruimtes en mag slechts een beperkt aantal medewerkers tussen de afdelingen heen en weer lopen. Andere verbetermaatregelen zijn toevoegen van citroenzuur aan het water waarin de hele zalmen van hun slijm worden ontdaan. De aanvangsbesmetting wordt daarmee gereduceerd. Ook wordt voorkomen dat het (besmette) smeltwater uit de vrachtwagens de laadperrons besmeurt.

Van Wijnen meet de AW-en pH-waarden consequenter. De eerste moet onder de 0,955 blijven (was 0,960) en de tweede mag niet hoger zijn dan 6. Direct na

039
Een medewerkster maakt de werkbladen schoon. Het is in de fabriek van H. van Wijnen in Krimpen aan den IJssel een stuk rustiger sinds een deel van de productie is weggevallen als gevolg van een aantal recalls.
‘We hadden alerter moeten zijn op waarschuwingen van de NVWA’

het roken of drogen én na het verpakken vinden metingen plaats. “In het verleden hebben we te weinig gemeten”, erkent Van Prooijen. Van Wijnen schafte voor dat doel daarom speciale meters aan. “We hebben ook de droogtijden aangepast om de AW beter te kunnen beheersen.”

Verder doet Van Wijnen onderzoek met diverse lactaten en acetaten, bijvoorbeeld bij de graved lacks die zowel gepekeld als

(ESSA). “Die heeft een database met analysegegevens bij zalmkwekerijen. Als lid kun je daar gebruik van maken en de informatie meenemen in je aankoopbeslissingen.”

Hoge prijs

betrokken partijen zoals afnemers en NVWA over hoe met zo’n situatie om te gaan in de toekomst.

nagezouten en gerookt wordt (combi salted). Daarnaast experimenteert het bedrijf met conserveermiddelen die al bij andere processen succesvol worden toegepast.

Leveranciers Van Wijnen

Aan de leverancierskant voert H. van Wijnen ook verbeteringen door. Dat doet de zalmverwerker samen met TNO, dat het familiebedrijf ondersteunt in het verbeteringsproces. De kennisinstelling benadrukt dat de listeriatesten van de Noorse zalmkweker (de zalmen komen vooral uit Schotland en Noorwegen, red.) anders moeten. De Noren nemen monsters met verhoudingsgewijs meer zalmvlees dan huid. Van Prooijen: “De listeriabacterie zit vooral op de huid en niet in het vlees. We hebben TNO gesproken en die benadrukt om meer huid mee te nemen bij de monstername. De monsternamemethodiek van onze zalmleveranciers moet dus veranderen, nauwkeuriger worden.” Het zal nog lastig genoeg worden om die leveranciers in beweging te krijgen. De vraag naar zalm overstijgt de productie. Ze raken hun waar toch wel kwijt, stelt de directeur.

Om listeria nog beter onder controle te krijgen, wil Van Wijnen lid worden van de European Salmon Smokers Association

De recalls mogen dan wel een forse impact hebben, ze laten je wel zien dat het altijd beter kan, realiseert Van Prooijen zich. Na de terugroepacties en de media-aandacht riep hij de hulp in van een externe crisismanager. De viswerker streefde samen met samen met Jumbo en de NVWA naar een zo transparant mogelijke communicatie. Maar medio maart zit H. van Wijnen nog steeds met de nasleep van de recalls in zijn maag.

“We hadden alerter moeten zijn op de waarschuwingen van de NVWA over de challengetesten”, toont Van Prooijen zich schuldbewust. Maar de prijs die het familiebedrijf nu betaalt, is volgens hem te hoog. Immers, er zijn geen normoverschrijdingen van listeria gevonden na de zalmrecalls. H. van Wijnen wil in gesprek gaan met alle

“We willen waken voor een te vergaande toepassing van het voorzorgprincipe”, zegt Van Prooijen, die refereert aan een onaangekondigde audit van IFS in opdracht van een relatie . “We behaalden een 98%-score. Dan doen we ook wel wat goed.” Alleen de terugroepactie bij de forel vindt de directeur terecht. Daar zat te veel listeria in.

“De forel was afkomstig van een producent in Turkije. Wij hadden alleen een handelsfunctie, maar de recall werd volledig ten onrechte aan ons productieproces toebedeeld.”

De crisis als gevolg van de recalls werpt Van Wijnen terug. Sommige klanten zullen niet terugkomen, verwacht hij, anderen wel. En H. van Wijnens grootste klant Jumbo?

“We willen graag leveren aan Jumbo. Maar Jumbo is erg kritisch, zalm ligt onder een vergrootglas”, zegt Van Prooijen.

NVWA: ‘Challengetesten moeten op orde zijn’

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) stelt dat listeria een bekend risico is in de visverwerkende industrie: hygiënebeheersing, gecontroleerde temperaturen en een goed reinigings- en desinfectieplan moeten dit risico beheersbaar maken. Ook moeten bedrijven die rauwe producten verwerken met studies aantoonbaar maken dat listeria tijdens de bewaarperiode niet tot gevaarlijke aantallen – niet meer dan 100 bacteriën per gram – kan uitgroeien, aldus de voedselautoriteit.

NVWA-woordvoerder Tjitte Mastenbroek: “Omdat uit inspecties van de NVWA bleek dat het bedrijf (H. van Wijnen, red.) deze studies niet op orde had, heeft het bedrijf partijen gerookte zalm waar listeria in was aangetroffen van de markt moeten halen.” Dat de hoeveelheid listeria op de vis op dat moment de 100 kve niet oversteeg, is niet relevant, stelt de woordvoerder. “Het gaat om het op orde hebben van de studies die moeten aantonen dat het product aan het einde van de THT-datum nog veilig te consumeren is.”

De NVWA voert sinds vorig jaar meer controles uit bij visverwerkende bedrijven. De capaciteit breidde hiervoor uit van zeven naar negen inspecteurs. De aanleiding voor het verscherpte toezicht vormt een inspectierapport bij 399 visverwerkers, gepubliceerd in februari 2015. De NVWA constateerde hierin 217 afwijken. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) noemde dit aantal ‘onacceptabel’ en kondigde daarom vorig jaar meer controles aan.

VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 040 REPORTAGE VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
• MAURICE DE JONG, HANS DAMMAN •
‘Via lekwater van het koelijs kan listeria op de vloer komen’

Verpakken onder beschermende atmosfeer

Verpakken onder beschermende atmosfeer (MAP) staat synoniem voor vers. Versheid die afhangt van een perfecte gassamenstelling in de verpakking. U vertrouwt op Dansensor om zeker te zijn van die samenstelling. De LeakMatic II detecteert lekke verpakkingen tijdens het verpakkingsproces, dus voordat ze de supermarkt of consument bereiken. Als distributeur van Dansensor in de Benelux demonstreren we de LeakMatic II eens in de twee jaar op de Empack. Ook introduceren we hier onze nieuwe servicepakketten voor onderhoud en kalibratie. We informeren u graag op onze stand D204.

+31 (0)74 265 77 88

• info@gullimex.com

• www.gullimex.com

Bezoek ons op stand D204 Empack 2016

Enzym breekt biofilm veilig af

In Amerika en een aantal Europese landen heeft enzymatische reinigingstechnologie zich in de voedingsmiddelenindustrie bewezen bij het terugdringen van microbiële besmettingen. In Nederland roepen de veiligheid, de toepasbaarheid en werking van enzymen nog vraagtekens op. Wat doen enzymen precies en in welke mate borgen ze nu de voedselveiligheid?

Micro-organismen hebben de eigenschap zich sterk te hechten aan oppervlakken –ook in de productieruimte. Dat zorgt voor een diversiteit aan problemen, waaronder vermindering van de effectiviteit van membraanfilters en leidingen, verstopte vetputten en de opbouw van biofilm. Pathogenen als listeria en salmonella vertonen nog een vervelend karaktertrekje: ze overleven in moeilijke omstandigheden. Ook als hygiëneplannen van a tot z zijn gevolgd, kan dat zorgen voor terugkerende pieken in microbiologische waarden, waardoor er kans is dat batches worden afgekeurd. Grip krijgen op stabiele waarden blijkt in dergelijke gevallen een enorme uitdaging. Voedingsmid-

delenbedrijven zijn zich er niet altijd van bewust dat biofilms hierbij mogelijk een rol spelen.

Traditionele reinigingsmiddelen, en ook desinfectiemiddelen, blijken lang niet altijd in staat organische vervuiling helemaal te verwijderen. Dat geldt ook voor biofilms. Enzymen kunnen dat wel omdat ze de structuur van een hardnekkige organische vervuiling helpen af te breken. Enzymen zijn natuurlijke eiwitten die als een katalysator reageren met organische vervuiling. Deze reactie zorgt ervoor dat vuil wordt afgebroken tot kleine, in water oplosbare resten. Enzymen zorgen dus voor een extreme mate van dieptewerking.

Tabel 1 illustreert het effect van een enzymatisch reinigingsmiddel op het verwijderen van zetmeel ten opzichte van een alkalisch reinigingsmiddel. Enzymen werken krachtiger en hebben een veel langere werkzaamheid. Zolang er vuil aanwezig is blijven enzymen actief. Het effect is dan ook vele male groter.

Van slachterij tot zuivelindustrie

Er zijn verschillende soorten enzymen geselecteerd, waaronder protease, amylase, cellulase en lipase, voor het verwijderen van uiteenlopende soorten vervuiling. Het toepassingsgebied van enzymatische reinigingsmiddelen is daardoor breed: van fabrikanten van kant-en-klaarmaaltijden tot de vis- en vleesindustrie. Ook in moeilijke omstandigheden zijn enzymen doeltreffend, zoals in slachterijen waar vaak gereinigd moet worden met lage watertemperaturen. In de praktijk wordt de enzymatische reinigingstechniek onder meer toegepast voor

042 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Tabel 1: Prestatie werkzaamheid enzymatische versus alkalische reiniging. Tabel 2: Filtratie zuivelindustrie, debietherstel ultrafiltratie-unit in stappen.

Schematische weergave van de vijf fasen van biofilm: van opbouw tot uitbraak.

het reinigen van membraanfilters in de zuivelindustrie. Tijdens productie vormt zich hier een organische laag die de filters verstoppen. Traditionele alkalische reinigingsmiddelen verwijderen deze laag maar deels, waardoor daling in het productiedebiet ontstaat. Enzymen echter breken de organische laag af in een vloeibare massa die kan worden weggespoeld. Tabel 2 laat zien dat het debiet aanzienlijk meer verbetert bij gebruik van enzymatische producten.

Biofilm hardnekkig

Bij biofilm speelt een ander probleem. Hier is sprake van organische restvervuiling die zich in een aantal fasen opbouwt. Om de micro-organismen heen vormt zich een beschermende, organische polymeerlaag: ExoPolySachariden (EPS), conglomeraat van polymeren dat vooral bestaat uit eiwitten, polysachariden, glycoproteïnen en nucleïnezuren. De EPS-laag is resistent gebleken tegen alkalische en zure middelen. Desinfectiemiddel biedt ook geen uitkomst. Om de onderliggende bacteriën te kunnen doden, moet eerst de beschermende, organische laag worden verwijderd. Pas daarna kan een desinfectant zijn werk doen.

Biofilm vormt zich zowel op open oppervlakken als in gesloten systemen. Onder meer listeria en salmonella zijn belangrijke kiemen die bij besmetting door biofilm aan het licht komen. Biofilm is onzichtbaar en onvoorspelbaar. Zolang de bacteriën ingekapseld zijn, is er geen sprake van afwijkende waarden. Zodra een biofilm openbreekt, verspreiden de bacteriën zich, met hoge

piekwaarden en kwaliteitsproblemen als gevolg. Als een biofilm niet grondig of helemaal wordt verwijderd, blijft de opbouw en afbraak zich herhalen. Met de biotechnologische ontwikkeling in reinigingsmiddelen is ook de kennis rond de complexe materie van biofilm gegroeid. Zeer specifieke, gepatenteerde, mixen van enzymen zorgen voor afbraak van de beschermlaag, waarna in de desinfectiefase de bacteriën gedood kunnen worden. Om nieuwe biofilmopbouw te voorkomen is periodiek gebruik van enzymen afdoende.

Veiligheid van enzymen

Enzymen worden ten onrechte nogal eens geschaard onder de noemer bacteriële reinigingsmiddelen. Dat maakt dat er vraagtekens gezet worden bij de veiligheid. Een veelgehoorde vraag is of enzymen ook actief blijven na reiniging en daarmee het eindproduct beïnvloeden. Enzymatische reinigingsmiddelen hebben een langere

Nieuwe werkgroep

Enzymatische reinigingsmiddelen worden ten onrechte nog wel eens vergeleken met bacteriële reinigingsmiddelen. Dat veroorzaakt troebele informatievoorziening en een negatieve beeldvorming omtrent dit type reiniging, ook in publicaties van controlerende instanties. De Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten (NVZ) start een nieuwe werkgroep, met als doelstelling de verschillen tussen enzymatische en bacteriële reinigingsmiddelen duidelijk te maken. Qlean-tec BV maakt deel uit van deze werkgroep.

werking dan traditionele reinigingsmiddelen. De activiteit van enzymen neemt na twee tot vier uur af en net als bij een traditionele reiniging worden tijdens de desinfectie- en naspoelfase alle residuen verwijderd. De kwaliteit van het eindproduct is dus niet in het geding. Enzymatische middelen zijn pH-neutraal. Ten opzichte van de traditionele middelen zijn ze vriendelijker voor gebruikers en materialen. Bijkomend voordeel is hun duurzame karakter. De bacteriologische activiteit, die cruciaal is voor het afbreken van organische stoffen voor het zuiveren van water, wordt aanzienlijk versneld.

Complementaire oplossing

Uit een rondgang langs kwaliteitsmanagers blijkt dat zij graag vasthouden aan bestaande reinigingsprotocollen. De gedachte is dat er een complete overstap gemaakt moet worden naar enzymatische producten voor bijvoorbeeld de bestrijding van biofilm, met ingrijpende gevolgen voor de dagelijkse methodieken. In de praktijk is dat niet aan de orde. Enzymen vormen een complementaire oplossing voor de complexe hygiëneproblematiek waar de voedingsmiddelenindustrie zich tegen moet wapenen. Door traditionele middelen te combineren met enzymatische reinigingsmiddelen wordt op het gebied van reiniging een optimale vorm van hygiëne bereikt.

L. Frings is directeur Sales & Marketing, Qlean-tec, lfrings@qleantec.com

043
Bron: Realco

Back to Basics: haalbare kaart voor food?

Clean label, clear label, vereenvoudigde producten en natuurlijke ingrediënten. De consument smult ervan, maar verwacht wel dat producten tegelijkertijd lang houdbaar en vers blijven. Is dat haalbaar? Waar kunnen recepturen vereenvoudigd worden en waar liggen de limieten? De vraag naar natuurlijke voeding, vrij van additieven, blijft een hot topic. En het ziet ernaar uit dat deze cleanlabeltrend de komende jaren niet afzwakt. Integendeel, intussen is er al een verschuiving naar clear label: zo weinig mogelijk ingrediënten, en dan liefst alleen maar ingrediënten die bekend in de oren klinken. Tijdens de studiedag worden deze trends bezien vanuit de vraagzijde: wat verwachten consumenten? Welke additieven jagen hen angst aan en hoe komt dat? Maar bovenal wordt de trend vanuit een praktisch oogpunt voor de producent bekeken en worden de mogelijkheden en beperkingen doorlopen. Er komen verschillende types additieven aan bod: bewaarmiddelen, kleur- en smaakstoffen, verdikkingsmiddelen en stabilisatoren.

Datum: 12 mei, Locatie: Affligem

Vitafoods

Vitafoods Europe is de beurs waar de hele keten van neutraceuticals zaken doet. Vier sectoren komen aan bod: ingrediënten en grondstoffen, productie en private label, diensten en apparatuur en eindproducten. Meer dan 850 aanbieders tonen hun producten en diensten.

Datum: 10-12 mei, Locatie: Genève (CH)

.www.vitafoods.eu.com

Free From Food Expo

De Free From Food Expo is een internationale beurs voor de groeiende markt van free-from voedingsmiddelen. Deze vierde editie vindt plaats in Amsterdam. Aanbieders tonen producten, waaronder free-from gluten, lactose, gist, soja, tarwe en nog veel meer. Nieuw dit jaar is een tweedaagse conferentie over lactosevrije producten. Daarnaast zijn er twee landenpaviljoens van Ierland en Finland.

Datum: 9-10 juni, Locatie: Amsterdam

1 apr Training Communicatie voor de kwaliteitsfunctionaris, Doorn

4 apr Food Professional Day, Wageningen

5 apr Mixing Day 2016, Den Haag/Nootdorp

5 apr LabAutomation 2016, ‘s-Hertogenbosch

6 apr Live demo SI Foodware AGF, Etten-Leur

6 apr Training Beheersing microbiologische risico’s van kant-en-klare levensmiddelen, Deventer

7 apr Live demo SI Foodware Food Handel en Productie, Etten-Leur

8-22 april Driedaagse cursus Hygiënisch Ontwerpen, Utrecht/Ede

12-14 april Empack 2016, Utrecht

14 apr Training VITAL2 drempelwaarden, Sint-Niklaas (BE)

14 apr Food Event 2016, ‘s-Hertogenbosch

15 apr Training Microbiologie basis, Doorn

15 apr Masterclass Voedselintegriteit, Amsterdam

15 apr Training IFS, Doorn

18-21 april Djazagro 2016, Algerije (DZ)

21-22 april How to customize texture, Ede

25-29 april Hannover Messe 2016, Hannover (DE)

26 april-1 juli Cursus Basis Statistiek, ‘s-Hertogenbosch

26 april-1 juli Cursus Procesontwikkeling, ‘s-Hertogenbosch

26 april-1 juli Cursus Voedselveiligheid, ‘s-Hertogenbosch

29 apr Training Interne Auditvaardigheden, Doorn

10-12 mei Vitafoods Europe, Genève (CH)

10 mei Bio Career Event, Amsterdam

10 mei Training Microbiologie gevorderd, Doorn

10 mei Masterclass Microbiologie, Delfgauw

12 mei Back to basics: haalbare kaart voor de voedingsindustrie?, Affligem (BE)

Voor de volledige agenda: www.vmt.nl

045 KIJK VOOR DE VOLLEDIGE AGENDA OP WWW.VMT.NL VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4
AGENDA
Cursussen Beurzen Congressen
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
.www.flandersfood.be
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
www.freefromfoodexpo.com

Voedingsmiddelen, Management en Technologie is hét mediaplatform voor de voedings-, genotmiddelen- en drankenindustrie in Nederland en België. VMT is opgenomen in Food Science and Technology Abstracts (FSTA) en is een voortzetting van Conserva en Voeding + Techniek, waarin opgenomen het internationaal tijdschrift voor Brouwerij & Mouterij. VMT verschijnt 16x per jaar.

MYbusinessmedia

Essebaan 63 c

2908 LJ Capelle a/d IJssel

Postbus 8632

3009 AP Rotterdam

T 010 2894078

F 010 2894076

E redactie.vmt@mybusinessmedia.nl

I www.vmt.nl

Uitgever

Suzanne Wanders

T 010 2894017

E s.wanders@mybusinessmedia.nl

Hoofdredactie

Willem-Paul de Mooij

T 010 2894065

E w.mooij@mybusinessmedia.nl

Eindredactie

Margo Verbiest

T 010 2894022

E m.verbiest@mybusinessmedia.nl

Redactie

Hans Damman

T 010 2894070

E h.damman@mybusinessmedia.nl

Dionne Irving

T 010 2894071

E d.irving@mybusinessmedia.nl

Maurice de Jong

T 010 2894041

E m.jong@mybusinessmedia.nl

Nathan Strik (webredactie)

T 0570 504380

E n.strik@mybusinessmedia.nl

Bianca van de Schraaf (stagiaire)

Redactie-adviesraad

Dr. ir. R.W. van den Berg; prof. dr. ir. M.A.J.S. van Boekel; prof. dr. ir. M. Uyttendaele; F. Egberts, dr. ir. C.D. de Gooijer; M. Janssen; dr. P.M. Klapwijk; prof. dr. ir. A. Van Landschoot; ir. F. Lanting; ir. J. Maagd; A. Postema; ir. J. van de Put; drs. J. Stark (voorzitter); dr. W. Visser; Ir. E.J.C. Paardekooper (erelid)

Met medewerking van TNO, NIZO food research, Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Universiteit Gent, Universiteit Utrecht.

Advertentie Monique van Neutegem

T +31 6 50449402

E m.neutegem@mybusinessmedia.nl

Anneloes Veerman

T +31 6 12707014

E a.veerman@mybusinessmedia.nl

Marketing

Judith Verbeek

T +31 10 2894039

E j.verbeek@mybusinessmedia.nl

Vormgeving

Colorscan bv, www.colorscan.nl

Druk

Drukkerij Roelofs, Enschede Abonnementen

Voor vragen over abonnementen, bezorging en/of adreswijzigingen

kunt u: Bellen met +31 10 2894008; Mailen naar klantenservice@vmt.nl; Schrijven naar MYbusinessmedia bv, VMT, Postbus 8632, 3009 AP Rotterdam.

Jaarabonnement VMT Optimaal

Nederland € 299,40.

Jaarabonnement VMT Magazine

Nederland € 227,40.

Jaarabonnement VMT Online

Nederland € 203,40.

Studentenabonnement € 104,79

Vacatureservice

QA Specialist Professionals in food Zuid-Holland

Plant Manager

NovoSana/ DUPP- Food Recruitment Shanghai

Analist / Zetmeeltechnoloog Duynie Holding Nijmegen

Medewerker Commerciële Binnendienst

Professionals in food Limburg

Procestechnoloog Gelita Nederland Ter Apelkanaal

QC Medewerker Professionals in food Gelderland

Proefabonnement (3 edities) € 29,Prijzen zijn excl. btw en € 3,95 administratiekosten. Beeindiging van het abonnement kan uitsluitend schriftelijk geschieden, uiterlijk drie maanden voor het einde van de abonnementsperiode; nadien vindt automatisch verlenging plaats.

ISSN 0042-7934

Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, waaronder begrepen het reproduceren door middel van druk, offset, fotokopie of microfilm of in enige digitale, elektronische, optische of andere vorm.

Publicaties geschieden uitsluitend onder verantwoording van de auteurs. Alle daarin vervatte informatie is zorgvuldig gecontroleerd. De auteurs aanvaarden echter geen aansprakelijkheid voor de gevolgen van eventuele onjuistheden.

www.vmt.nl

Kwaliteitsmanager Levensmiddelen

Professionals in food

Noord-Brabant

QA Medewerker H&S Group/ DUPP - Food Recruitment Beneden-Leeuwen

Quality Manager Food Ahold/ DUPP - Food Recruitment Zaandam

Kwaliteitsmanager gourmet Grootebroek

Meer vacatures: zie vacatures.vmt.nl of check de QR-code

046 VMT . 1 APRIL 2016 . NR 4 COLOFON

NIEUWE ISO :

EN ISO :

De nieuwe ISO-normen bevatten grote wijzigingen ten opzichte van de vorige versies. Wat zijn deze wijzigingen in de nieuwe ISO-normen en hoe kunt u uw organisatie voorbereiden op de nieuwe ISO-normen?

Onze auditoren en trainers hebben voor u whitepapers opgesteld, webinars ontwikkeld, trainingen opgezet en GAP-analyses voorbereid om u te helpen bij de overgang naar de nieuwe ISO-normen.

Alles over de nieuwe ISO-normen vindt u op www.dnvgl.nl/nieuweiso

Gratis webinar ISO 9001 en ISO 14001

Onze trainers vertellen u alles over de nieuwe normen in een gratis webinar.

www.dnvgl.nl/nieuweiso

SAFER, SMARTER, GREENER CERTIFICERING EN TRAINING

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
VMT 4 (2016) by VMN Media - Issuu