Skip to main content

Vakblad Arbo, nummer 1 februari 2023

Page 34

VAKBLAD OVER VEILIG EN GEZOND WERKEN Met welke regels moet je rekening houden in 2023? Kijk eens anders door de twaalf brillen van Busch Spot ook de risicoʼs in de scenariokloof
veiligheid VUISTREGELS VOOR EEN GOEDE AANPAK 1 februari 2023 jaargang 99
Algoritmische
Ga naar Gites.nl of scan deze code Nu tot 10% vroegboekkorting! Ontdek onze vakantiehuizen in Frankrijk

Colofon

VAKBLAD ARBO IS EEN UITGAVE VAN VMN MEDIA

HOOFDREDACTEUR

Jacqueline Joosten jacquelinejoosten@vmnmedia.nl

EINDREDACTEUR

Inge Mulder / Moon Saris

VASTE MEDEWERKERS

Walter Baardemans, Bas van Batenburg, Ton Bennink, Maartje Glorie, Gert van der Kolk, Tamara Onos, Rob Poort, Paul Verloop, Radbout van Wezel, Pascal Willems, Arthur Zanders en Walter Zwaard

REDACTIEADVIESRAAD

Peter Coffeng, Cécile de Roos, Jan Smid, Arthur Zanders en Walter Zwaard

UITGEVER Thijs van Pinxteren

ACCOUNTMANAGER

André van der Hammen, telefoon+31 (0)6 46 41 88 43 andrevanderhammen@vmnmedia.nl

VORMGEVING & OPMAAK colorscan, www.colorscan.nl

DRUK Wilco BV, Amersfoort

ADRES

VMN media

Utrechtseweg 44, 704HD Zeist www.arbo-online.nl

ABONNEMENTENADMINISTRATIE

klantenservice@vmnmedia.nl, tel. 088-5840888

ABONNEMENTEN

Vakblad Arbo verschijnt 5 x per jaar: in februari, april, juni, september en november. Jaarabonnement 295 euro ex BTW. Verzending buitenland per jaar € 29,50 (EU) en € 41,50 (niet-EU-landen). Prijzen zijn exclusief btw.

Op alle uitgaven van VMN media zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vmnmedia.nl.

COPYRIGHT

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

© VMN media 2023

PUBLICATIEVOORWAARDEN

Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van VMN media van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vmnmedia.nl.

DISCLAIMER

Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. VMN media en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.

ISSN 1571-4152

Arbovisioenen

Al duizenden jaren proberen mensen over de hele wereld de toekomst te voorspellen. Met tarotkaarten, waarzeggeij, wichelarij, horoscopen, visioenen of een medium. Zo gingen de oude Grieken naar het Orakel van Delhpi als zij advies wilden over het verloop van hun leven. In ruil voor een geit mocht je een vraag stellen aan Pythia. Haar reactie bestond uit een multi-interpretabel antwoord, waarover je met priesters in gesprek moest. Best vaag dus, maar het gaf toch een gevoel van zekerheid.

Tegenwoordig hechten de meesten van ons minder waarde aan dit soort waarzeggerij. Maar de behoefte aan houvast bij onzekerheden is er nog steeds. Want bepaalde ontwikkelingen kunnen heel ingrijpende gevolgen hebben. In de arbowereld kunnen we daar tot op zekere hoogte grip op krijgen. Al zullen we 100 procent veiligheid nooit realiseren, veiligheid mag niet van toeval afhangen. Daarvoor is het essentieel dat we de risicoʼs en valkuilen scherp in beeld hebben. Dan kunnen we de juiste voorzorgsmaatregelen treffen. Algoritmisch veiligheidsmanagement kan daar bijvoorbeeld aan bijdragen. Software en data helpen ons dan om ontwikkelingen te voorspellen en werkprocessen in te richten. Er kunnen meteen maatregelen volgen als die processen niet optimaal blijken, al kleven hier wel ethische bezwaren aan. Maar ondanks allerlei pogingen om scenarioʼs te schetsen, kunnen deze in de praktijk door allerlei oorzaken niet worden gezien en onderbelicht blijven. Doordat de wereld om ons heen steeds gecompliceerder wordt, wordt dat risico ook steeds groter. We nemen ze dan niet mee in de RI&E. Daar is tot op zekere hoogte iets aan te doen. Hoe? Dat lees je in dit nummer.

Maar er blijven helaas altijd risicoʼs, en sommige moeten we gewoon accepteren. Daar moeten we mee zien te dealen door de juiste balans te vinden. Dat betekent dat we de risicoʼs moeten overdenken, beschouwen, zegt Carsten Busch. Hij schreef er een boek over. Volgens hem hebben we reflectie nodig: ʻrisicoflectieʼ. Voor die risicoflectie reikt Busch twaalf brillen aan. En die brillen, die perspectieven, bepalen hoe we onzekerheden te lijf gaan. Want sommige themaʼs vragen nu eenmaal om een andere bril “dan altijd weer die RI&E”. In dit blad geeft hij vast een voorproefje van zijn ʻmentale gereedschapskistʼ. Geen visioenen, geen orakel, geen Pythia. Maar wel ʻmulti-interpretabeleʼ hulpmiddelen om gevarieerder, kritischer en minder rechtlijnig naar risicobronnen te kijken en daarover in gesprek te gaan. Dat zorgt toch voor meer houvast en veiligheid.

Jacqueline Joosten hoofdredacteur

3 arbo 1 | 2023

KIJK AF EN TOE EENS ANDERS TEGEN RISICOʼS AAN, DAT HELPT

Inhoud

8 De twaalf brillen van Busch

Veiligheidskundige Carsten Busch kijkt in het boek Risicoflectie vanuit verschillende perspectieven naar risicodenken en risicomanagement. Risiko ergo sum.

Door Walter Baardemans

12 Algoritmisch management

Hoe is het gesteld met het algoritmisch veiligheidsmanagement in ons land? Een drietal vuistregels voor een veilige introductie.

Door Coen van Gulijk

16

Risico's in de scenariokloof

Veel ongevallen verlopen via niet geïdentificeerde scenarioʼs. Overal om ons heen speelt onzichtbaarheid een rol, ook op de werkvloer. Hoe kun je dat aanpakken?

Door Paul Lindhout en Genserik Reniers

4 arbo 1 | 2023
8 12 16

arbo

Verder in dit nummerIedere maand

21 Een machine veranderen

Regelmatig voelen gebruikers de noodzaak een machine aan te passen. Is het mogelijk om een machine te wijzigen binnen de wettelijke kaders?

Door Radbout van Wezel

24 Burn-out bestaat niet Steeds meer werknemers zijn ziek door psychische klachten. De term burn-out duikt dan al snel op. Maar is dat terecht? Want bestaat burn-out eigenlijk wel?

Door Cécile de Roos

30 Opdrachtgever in nieuwe rol

Veiligheid en gezondheid op de bouwplaats beginnen bij de opdrachtgever. Dat was niet altijd zo. Een uitleg naar aanleiding van de nieuwe Werkinstructie. Door Dennis Hitajihubessy

34 De arboregels voor 2023

In 2023 wordt weer nieuwe arboregelgeving van kracht. Ook laten eerdere wetswijzigingen hun invloed gelden. We zetten alles op een rij. Door Koen Langenhuysen

6 Trending Nieuws en tweets

11 Column Gert van der Kolk 20 Column Tamara Onos 28 Jurisprudentie 33 Recht Ziek door covid 39 Ongeval Onder binnenmuur 38 Producten 40 Media 41 Opleidingen

5 arbo 1 | 2023
34 30 24

Zeer subjectief en voor discussie vatbaar selecteert de redactie iedere maand highlights op het gebied van veiligheid en gezondheid.

Trending in arbo

Meer bescherming zwangere werknemers

Nog geen 20 procent van de werkgevers heeft aandacht voor de werkomstandigheden van hun zwangere medewerkers.

Zwangere vrouwen met een baan hebben een groter risico op complicaties tijdens de zwangerschap. De bestaande wettelijke regels en richtlijnen om deze zwangere werknemers te beschermen, worden vaak niet toegepast.

Dit blijkt uit het onderzoek van Monique van Beukering, arts-onderzoeker en bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak. Zij promoveerde onlangs op haar proefschrift Healthy work in pregnancy

In Nederland werken negen van de tien zwangere vrouwen tijdens hun eerste zwangerschap. De helft van hen verricht arbeid die niet altijd veilig is, vooral in zorg en welzijn, en daarnaast in pedagogische en dienstverlenende beroepen. Uit het onderzoek blijkt dat het risico op vroeggeboorte onder bepaalde omstandigheden stijgt bij gezonde zwangere werknemers. Bijvoorbeeld als zij tijdens hun werk regelmatig 3 uur of langer staan, 5 tot 10 kilo of meer tillen of ander lichamelijk inspannend werk doen.

Van Beukering adviseert werkgevers om werknemers vroeg in de zwangerschap te verwijzen naar de bedrijfsarts om in een preventief consult de risico’s van het werk aan te kaarten. Zij pleit ook voor een grotere rol van verloskundigen en gynaecologen in de advisering en roept de bedrijfsgezondheidszorg op om bedrijven en organisaties actief te motiveren een ‘zwangerschapsbeleid’ in te voeren.

Kort nieuws

Pur-opleiding

Vanaf 24 augustus 2023 stelt REACHwetgeving dat werknemers die met purschuim werken een speciale opleiding moeten hebben gevolgd.

In purschuim zitten diisocyanaten, stoffen die onder andere allergieën kunnen veroorzaken. Gegevens hierover zijn te vinden op het etiket van de purschuimbusjes of de verpakkingen van bepaalde lijmen en lakken. De leveranciers van producten zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen en beschikbaar maken van opleidingsmateriaal. Volandis

Exo-valbeveiliging

Strukton Rail presenteerde tijdens de beurs Innotrans een ontwerp voor een geïntegreerd exoskelet met valbeveiliging, ontworpen door het TU Delft Robotics Institute.

Het omhulsel verlicht armwerkzaamheden voor bovenleidingmonteurs en zorgt ook voor valbeveiliging. Bij het gebruik van een exoskelet liggen de armen van de monteur in speciale cups met veren die in werking treden wanneer iemand iets boven zijn macht gaat tillen. Spoor pro

Chroom-6-bepaling

De Nederlandse Arbeidsinspectie hanteert vanaf dit jaar standaard een gedifferentieerde aanpak ongevalsonderzoek (GAO).

Werkgevers moeten meldingsplichtige arbeidsongevallen direct melden aan de Arbeidsinspectie. Is sprake van een overtreding van de Arbowet en is er een directe link tussen die overtreding en het ongeval? Dan stelt de inspectie een boeterapport op.

Maar nu biedt de GAO ook een andere mogelijkheid. Namelijk dat werkgevers

zelf onderzoek doen. De werkgeversrapportage bestaat altijd uit een ongevalsrapportage en een verbeterplan. Het doel is meer bewustwording van de risico’s voor de veiligheid en gezondheid in het bedrijf en passende maatregelen tegen die risico’s.

Keurt de inspectie de complete werkgeversrapportage goed, dan volgt geen handhaving. Tenzij uit een vervolginspectie blijkt dat sprake is van een overtreding. Uit een vervolginspectie kan ook blijken of de werkgever het verbeterplan voldoende heeft uitgevoerd.

Is de werkgeversrapportage uiteindelijk onvoldoende, dan voert de Arbeidsinspectie alsnog een volledig ongevalsonderzoek uit. In sommige gevallen doet de Arbeidsinspectie sowieso zelf onderzoek.

Voor meer informatie: rijksoverheid.nl/documenten/ kamerstukken/2022/12/23.

De VOAM Werkgroep Chroom-6 heeft het Onderzoeksprotocol zware metalen inclusief chroom-6 onderzoek coating- en verflagen gepubliceerd. Concrete wetgeving of richtlijnen voor onderzoek ontbraken tot nu toe. Dit protocol beschrijft de werkwijze voor de inspectie en monsterneming voor de bepaling van zware metalen inclusief chroom-6 in gebouwen en objecten. Voam.nl

Oud en vitaal

Ouderen van 55 plus ervaren meer energie en plezier in hun werk, herstellen beter en zijn meer betrokken dan hun collegaʼs van 34 jaar en jonger. SKB vergeleek oudere medewerkers van 55 jaar en ouder met medewerkers tot en met 34 jaar. Alleen op het gebied van initiatief nemen en actief leren doen de jongeren het beter. SKB.nl

6 arbo 1 | 2023
Discussieer mee in de linkedIn-groep vakblad Arbo
Nieuwe aanpak ongevalsonderzoek

Twitter@TweetNVAB 9 jan.

Vanochtend was NVAB-voorzitter @BoydThijssens te gast in het radioprogramma @SpraakmakersOp1 Met econoom @NicVrieselaar ging hij in gesprek over het toenemende ziekteverzuim. Luister het gesprek terug. bit.ly/3IEqrZf #bedrijfsarts #verzuim #werkdruk

@nvvkveiligheid 13 jan.

Platform Risicodeskundigheid heeft Handreikingen Beveiligingsmaatregelen Buitenterreinen beoordeeld - verzekeraars.nl. Handreikingen Beveiligingsmaatregelen Buitenterreinen aangepast

Saskia @shupje 13 jan.

Seksueel ongewenst gedrag is natuurlijk van alle tijd en ieder gedrag, 50 jaar geleden precies hetzelfde - of wellicht nog meer - maar nu komt alles meteen in de media en op social media. Met andere woorden, niet nieuw, wel goed dat er aandacht aan wordt besteed

Arbo in cijfers

In 2021 gaf 64 procent van de werknemers aan dat er op hun werk veel aandacht is voor veilig en gezond werken.

Net als in 2018 is er vooral veel aandacht in sectoren met meer zichtbare risico’s (zoals gevaarlijk en fysiek belastend werk). In 2021 is er in de bouw (79%), de landbouw (75%) en de industrie (73%) veel aandacht voor, maar in de recreatiesector (58%), de ICT (56%) en het onderwijs (49%) minder. Wat houdt aandacht hebben voor veilig en gezond werken in? Van alle werknemers krijgt 71 procent van de werknemers informatie over veilig en gezond werken, geeft 69 procent aan dat men

zich aan de regels hierover houdt, zegt 64 procent dat hun leidinggevenden er alles aan doet, spreekt 64 procent collega’s hierop aan en krijgt 59 procent het zelf te horen krijgen wanneer ze onveilig of ongezond werken.

Als laatste kan 78 procent van de werknemers iemand op hun werk aanspreken over onveilig of ongezond werk. Ook dit komt het vaakst voor in de bouw (88%) en het minst in het onderwijs (72%). Daarnaast geven werknemers in het onderwijs (22%) vaker dan gemiddeld (14%) aan dat ze niet weten of er een aanspreekpunt is.

Bron: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2021 (TNO | CBS)

To do Meester in de RI&E

Als arboadviseur zet je gezondheid en veiligheid op de agenda. Maar daar houdt je werk niet op. Je wilt met succes adviseren over allerlei arbozaken.

Jij en je organisatie kunnen ook werken aan gedrag en cultuur. Met meer inzicht in het proces van de RI&E komt dit binnen handbereik. Door een brug te slaan tussen RI&E en cultuurverandering ga je verder dan alleen het treffen van maatregelen. Dan kan je ook werkelijk veranderingen doorvoeren op het gebied van veilig en gezond werken.

Tijdens de masterclass Meester in de RI&E ontwikkel je de kennis en vaardigheden om succesvol te adviseren over de RI&E, managementsystemen en ontwikkeling van organisatiecultuur.

Zie: arbo-academy.nl/opleidingen/ meester-in-de-rie

Meer nieuws? www.arbo-online.nl

Meer lezen? Kijk op monitorarbeid.nl

7 arbo 1 | 2023 @vakbladarbo

Risicoflectie: perspectieven op risico

De twaalf brillen

Veiligheidskundige Carsten Busch zet in het boek Risicoflectie twaalf verschillende brillen op. Perspectieven op risicodenken en -management is een lijvige, maar toegankelijke handreiking om goede kritische vragen te stellen over risicoʼs. Risiko ergo sum.

Met 589 pagina’s is Risicoflectie, perspectieven op risicodenken en -management een flinke pil geworden. “Het was ook een zware bevalling”, zegt auteur en veiligheidskundige Carsten Busch. Hij woont en werkt in Noorwegen als senioradviseur arbeidsveiligheid bij Politidirektoratet, de overkoepelende organisatie voor de Noorse politie. Busch publiceerde eerder onder andere Safety Myth 101 en Veiligheidsfabels 1-2-3. Na zes jaar is zijn nieuwste boek klaar. “Het idee was om een leerboek te schrijven voor veiligheidskundige opleidingen op hbo-plus-niveau. Toegankelijk en minder instrumenteel dan de bestaande boeken over risicomanagement of het gebruik van methodieken; een boek dat in deze vorm nog niet bestond in het Nederlandse taalgebied.” Gaandeweg werd het leerboek een handreiking en interessant voor een brede doelgroep.

Risicoflectie

Risico draait volgens Carsten Busch altijd om de onzekerheden van toekomstige gebeurtenissen. “Bij risicodenken probeer je vooruit te denken: wat kan er gebeuren? Je bent er mentaal mee bezig. Individueel of samen met anderen.” Risicomanagement gaat over acties daarna, zegt hij. “Hoe gaan we daadwerkelijk met het risico om? Moet je er überhaupt iets mee? Veel risico’s accepteren we gewoon. Dat kan ook.” Risicoflectie is een creatieve samentrekking van risico en reflectie. Hij is niet de eerste die hem gebruikt, dat doet ook de Duitse pedagoge Schödlbauer. “Ik vond het een mooie term, maar toen ik op google keek, was iemand mij natuurlijk al voor geweest.”

Risiko ergo sum

Hij verwijst in het boek ook naar de Duitse socioloog Ulrich Beck om nog maar eens duidelijk te maken dat een leven

8 arbo 1 | 2023

RISICOMANAGEMENT

brillen van Busch

zonder risico’s niet bestaat: ‘Risiko ergo sum.’ Vrij vertaald: ik neem risico, dus ik besta. Busch: “We moeten leren omgaan met risico’s. Als we willen leren, ontdekken, vooruitgang boeken of liefde beleven dan zijn we genoodzaakt risico’s te nemen. Het gaat om de balans. En om die te vinden is vaak reflectie nodig, of beter gezegd, risicoflectie nodig.”

Twaalf perspectieven

Zijn boek behandelt risicodenken en risicomanagement vanuit twaalf perspectieven. Na een eerste blik op ‘een beetje geschiedenis en basale termen en elementen’ neemt Busch de lezer mee op reis om risico’s met verschillende brillen te bekijken: met de bril van het proces, de bril van acceptatie, die van getallen, van gevoel, van tijd, van gedrag, van complexiteit, van communicatie, van organisaties, van cultuur en de bril van macht, ethiek en risico.

Busch: “Je kunt op heel veel manieren naar een risico kijken. Met welke bril je kijkt, heeft invloed op hoe je omgaat met een

risico. In sommige hoofdstukken zitten meerdere brillen. Macht en ethiek zijn al twee brillen.”

De bril van de getallen is nog altijd volop in de mode, stelt Busch. “Vooral binnen de procesindustrie en offshore kijken mensen graag met die bril naar risico’s. Ook overheden en handhavers hebben graag getallen, want die geven zekerheid. Hang er getallen aan, bereken het maar, streep eronder en klaar. Dat lijkt heel precies, maar je negeert veel. Je mist aannames en kennis die is opgedaan. Berekeningen werken alleen in een geheel gesloten systeem zoals een gloeilamp. In systemen met mensen en organisaties wordt het een stuk schimmiger; dan moet je er ook rekening mee houden dat je te maken krijgt met toevalligheden.”

Mentale gereedschapskist

De twaalf verschillende brillen zijn volgens Busch vooral bedoeld om de mentale gereedschapskist van mensen te vergroten. Om te helpen een gevarieerde, kritische en brede blik te ontwikkelen. En om te beseffen dat sommige aanpakken beperkingen kennen. Of, zoals Busch zegt: “Als je alleen een hamer tot je beschikking hebt, lijkt alles op een spijker.” Hij vervolgt: “We gebruiken binnen ons vakgebied veelal alleen de risico-inventarisatie als vast stramien om gevaren te identificeren. We zitten vastgelijmd aan ons middeltje. Als je je mentale flexibiliteit vergroot, kun je eerder onderkennen dat een aanpak niet past.”

Want niets is onder één noemer te vangen, zegt hij. Busch geeft een voorbeeld. “Hoe wil je risico’s gekoppeld aan een reorganisatie tackelen met een risico-inventarisatieaanpak? Dat vraagt dat je met een de bril van organisatie, cultuur of communicatie

9 arbo 1 | 2023
Risicoflectie is een creatieve samentrekking van risico en reflectie

ʻDe bril van getallen lijkt precies, maar je mist aannames en opgedane kennisʼ

Carsten Busch

en -management

risicodenken

Perspectieven op risicodenken en -management

Verwarring

Het boek heeft op zichzelf ook een risico. Met de twaalf (plus) benaderingen dreigt het gevaar dat iemand door de bomen het bos niet meer ziet. Busch onderkent dat risico. “Misschien raak je verward op een hoger niveau.” Maar het blijft volgens hem een handreiking. “Ik zeg niet dat mensen altijd alles moeten gebruiken. We kunnen veel af met traditionele benaderingen. Dat doen we ook gewoon. Zonder erover na te denken hanteren we dagelijks talloze risico’s en daar zijn we als mensen ook goed in. Toch gaat het af en toe mis. Doordat je een breder repertoire hebt, kun je beter omgaan met die gevallen.” Risicoflectie kan arboprofessionals helpen om anders tegen risico’s aan te kijken, stelt Busch. Hij hoopt niet dat een arboprofessional zich na het lezen van het boek Superman voelt die glijdend door het leven gaat. “Dat is absoluut niet mijn bedoeling met het boek. Ik hoop juist dat we wat bescheidener zijn over onze aanpak.”

naar risico’s kijkt.” Ook bij psychosociale risico’s werken traditionele benaderingen minder goed. Het vergroten van de mentale gereedschapskist verruimt het blikveld, stelt Busch. “Het helpt om beter om te gaan met dingen die minder rechtlijnig zijn.” En het helpt om na te denken over neveneffecten. “Want alles wat je doet, heeft consequenties voor andere dingen. Het is belangrijk om daarover na te denken.”

Conflicterende perspectieven

Soms botsen perspectieven met elkaar. Busch wijst daarbij op het migratiemodel van de Deense wetenschaper Jens Rasmussen. Rasmussen stelt dat activiteiten altijd plaatsvinden binnen zekere beperkingen. In zijn model kiest hij voor drie grenzen: economische (financiën), werkbelasting en acceptabel functioneren (waaronder bijvoorbeeld veiligheid). Busch “Binnen de grenzen kun je variëren. Maar er is altijd druk vanuit de financiële kant en werkdruk. Dat zorgt ervoor dat je zachtjes de kant van de veiligheidsgrens op gaat. Als je de grenzen overschrijdt en iets snel of goedkoop wilt doen, gaat dat vaak ten koste van de veiligheid. Dat is een uitdagend spel.”

De favoriet van Busch zelf is de bril van tijd. “Tijd kan een risicobron zijn omdat het kan zorgen voor sleur, routine en slijtage. Tijd kan ook positief werken doordat je meer ervaring en kennis krijgt, waardoor je dingen beter doet. En risico’s kunnen zich geleidelijk in de tijd opbouwen. Bij de mijnramp in 1966 in Aberfan in Wales kwamen 144 mensen om, onder wie 116 kinderen, doordat een lawine aan mijnafval van een berg afgleed. Het risico had zich in de jaren opgebouwd. Achteraf zeggen we vaak ‘dat hadden we kunnen zien aankomen’. Maar hoe kun je zoiets oppikken en voorkomen? Dat vind ik fascinerend.”

Gevoel

Met mentale flexibiliteit kunnen arboprofessionals hopelijk eerder waarderen waar anderen mee komen, ook al klinkt iets ze misschien onzinnig in de oren, zegt Busch. “Wat als iemand begint over gevoel? ‘Het voelt niet goed.’ Daar kun je wel veel waarde uit halen. In die gevoelens zit vaak een aanwijzing die je niet krijgt door alleen naar getallen te kijken. Het kan echt grote meerwaarde hebben als je daar dieper op doorvraagt, zeker bij de zachte risico’s.”

Belangrijk blijft om het gesprek te voeren over risico’s. Busch: “Ga de dialoog aan.” Dat is niet alleen een zaak van werkgever en werknemers, maar van alle relevante partijen, voegt hij eraan toe. “Omwonenden van een fabriek die schadelijke stoffen uitstoot, zijn ook belanghebbende partij. Maar die hebben daar vaak nauwelijks een stem in. Meestal gaan degene die de beslissingen nemen over risico’s. Maar dat zijn vaak niet de risico-ontvangers.”

Zwitsersekaasmodel

Hebben we met de kleine zeshonderd pagina’s nu het complete werk over risico’s in handen? “Nee natuurlijk niet”, lacht Busch. “Het is nog steeds een selectie uit dingen die je erover kunt zeggen. Ik hoop dat de lezer wordt aangezet tot gevarieerd denken over risico’s. En wordt geholpen om aan zaken te denken waar je bij risico’s misschien niet meteen bij stilstaat.”

Welke aanpak je ook kiest, er zitten toch gaten in, verzekert Busch met een verwijzing naar het Zwitsersekaasmodel. “Hoe goed we ook ons best doen, het gaat een keer mis.”

10 arbo 1 | 2023
Perspectieven op
/ Carsten Busch Risico’s zijn er altijd en overal. We hebben ermee te maken tijdens alledaagse activiteiten, in het openbare leven, wanneer we naar het nieuws kijken en natuurlijk op de werkplek. Dit boek helpt om op andere, misschien betere, manieren over risico’s na te denken en ermee om te gaan. Vaak denken we te beperkt over risico’s. We gebruiken een voorgeschreven methode en kenschetsen risico’s in een kleurtje, getalletje of categorie. Die inschatting dekt echter vaak maar een fractie van wat relevant is. Enerzijds missen we relevante aspecten van risico’s waardoor we voor verrassingen komen te staan, anderzijds onderkennen we vaak niet de verschillende belangen die spelen bij risico’s. Als we in staat zijn om verschillende perspectieven in te nemen, helpt dit om verrassingen te voorkomen of er beter mee om te gaan. Het helpt ook om betere en eerlijkere besluiten te nemen en relevante aspecten tegen elkaar af te wegen, inclusief belangrijke factoren, zoals emoties, ethiek of macht. Carsten Busch is veiligheidsprofessional met ervaring in de industrie, spoorwegen, o shore en politie. Daarnaast is hij actief
binnen academische opleidingen, diverse vakfora en is hij eigenaar van www.mindtherisk.com. Hij wisselt voortdurend tussen allerlei vormen van praktisch risicomanagement en het bezig zijn met academische benaderingen. Deze combinatie van praktijk en theorie vindt de lezer terug in dit boek. Gebaseerd op dertig jaar ervaring met risico’s binnen diverse sectoren en puttend uit bronnen die verder kijken dan de geijkte risicomethodes biedt de auteur in Risico ectie perspectieven om beter mee te zien en te denken. Carsten Busch: “Hoe goed we ook ons best doen, het gaat een keer mis.” Foto: Yehuda Swed

Gert van der Kolk

Staat van ontkenning

Nee, het is toch echt geen 1 april… Ik voelde de behoefte aan een datumcheck toen ik een opiniestuk in de NRC las waarin een aantal compliance officers van financiële instellingen hun werk in de uitverkoop deed.

Zij moeten toezien op de naleving van wet- en regelgeving. Vooral met de wet tegen witwassen en terrorismefinanciering gaat het nogal eens mis. Zie de schikkingen met ING en ABN Amro, en de vervolging van de Rabobank. Hun punten: de poortwachtersfunctie verhoudt zich slecht met de doelstelling van de bank om geld te verdienen en de compliance officer wordt niet serieus genomen. Maak daarom de CEO eindverantwoordelijk, schaf de compliance officer af (die wordt anders toch maar de zondebok) en laat de overheid diens taken overnemen.

Het klinkt als alweer een stug voorbeeld van privatize profit, socialize risk Even dacht ik dus dat het een grap was.

Maar hoezo hoort een fatsoenlijk risicomanagement eigenlijk niet tot de dagelijkse, deugdelijke bedrijfsvoering van willekeurig welke organisatie? Want het naleven van die wet is natuurlijk precies dat: een vorm van risicomanagement. Het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting, van schade aan het financiële systeem, van het eroderen van de waarde dat ieder naar vermogen bijdraagt aan de financiering van de publieke zaak.

Het managen van risicoʼs is geen bijzaak die maar afleidt van de hoofdzaak. Het moet een geïntegreerd onderdeel van die hoofdzaak zijn. En als dat niet zo is, dan deugt de opvatting van risicomanagement niet, of is er iets misgegaan in de vormgeving ervan.

De grootste obstakels voor een deugdelijk risicomanagement liggen niet in hoe we het inrichten, maar in hoe we tegenover risicoʼs staan ‒ in een permanente staat van ontkenning. Die wordt erdoor gevoed dat we ons niet kunnen voorstellen dat onze projecten zullen mislukken, dat we onze bekwaamheden doorgaans schromelijk overschatten en een blinde vlek hebben voor wat we niet goed kunnen.

Het maken van een risico-inventarisatie en het benoemen van beheersmaatregelen lukt vaak nog wel. Maar bij het opvolgen ervan haken de meesten af ‒ niet zo negatief doen joh, we weten nu toch wat er mis kan gaan dus we letten heus wel goed op!

Het is de kunst om de mensen van de tribune af te krijgen, de arena in, zodat risicobeheersing een gedeelde inspanning wordt. Dat begint met de eindverantwoordelijkheid van de hoogste bazen, zoals die compliance officers terecht schrijven. En dat gaat verder door iedereen te laten delen in de lusten van goed en de lasten van slecht risicomanagement. En niet door de lasten af te wentelen op een deus ex machina, zoals de overheid.

Gert van der Kolk | vennoot OIO (bureau voor Organisaties in Ontwikkeling), traint, adviseert en schrijft over samenwerkingsvragen.

COLUMN 11 arbo 1 | 2023

Een drietal vuistregels voor veiligheid

Algoritmisch

Hoe is het gesteld met het algoritmisch veiligheidsmanagement in ons land?

Coen van Gulijk boog zich over deze vraag samen met een aantal collega's.

Zij suggereren een drietal vuistregels voor een veilige introductie.

12 arbo 1 | 2023
Tekst Coen van Gulijk

RISICOMANAGEMENT

management

Uber, Deliveroo, Gorillas en andere flitsende vormen van dienstverlening kunnen bestaan vanwege algoritmisch management. Het bestaat uit het slim inzetten van een brede set dataverzamelingen en softwaretools om arbeidsprocessen te optimaliseren. Platformbedrijven ontlenen hun bestaansrecht aan algoritmisch management maar de methodes verspreiden zich ook naar ‘normale’ bedrijven. Algoritmisch management automatiseert taken die normaal gesproken door het management worden uitgevoerd. Denk aan surveilleren, beoordelen, vergelijken en aansturen van werknemers. Tegelijkertijd snijdt het alle ‘onnodige bijwerkingen’ van management weg, zoals persoonlijk contact, intuïtie en medeleven. Meestal is het doel van algoritmisch management om de productiviteit te verhogen door bestaande processen meer efficiënt te maken of door mens-arme werkwijzen te introduceren.

Algoritmisch veiligheidsmanagement

Veiligheidsmanagement is ook maar management. Het is geen uitzondering voor algoritme-ontwikkelaars. Verschillende

organisaties werken aan artificiële intelligentie-applicaties (hierna AI) voor het monitoren van veiligheid. Met name fabriekshallen, transportmiddelen en bouwplaatsen zijn geliefde objecten van computer vision-software om de (werk)veiligheid te verbeteren. AI kan controleren op persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), maar ook herkennen of werknemers zich in een onveilig gebied bevinden, verkeerde bewegingen maken of voldoende afstand houden van elkaar of van rondrijdende objecten. Die laatste tegenwoordig óók steeds vaker zonder bestuurder. Al deze functionaliteiten worden al geadverteerd door commerciële softwarepakketten van bedrijven zoals ASUS AICS en Intenseye. Omdat deze technieken onverbiddelijk met het internet verbonden zijn, kan er direct actie volgen, zoals een notitie maken, een waarschuwing geven of een machine preventief stilzetten. Zo creëer je digitale barrières op de werkvloer. Dat kan effectiever zijn dan echte hekken. Daarmee wordt het mogelijk om te controleren of veiligheidsprocedures wel ‘naar de letter’ worden opgevolgd. Algoritmisch veiligheidsmanagement is een voldongen feit.

De kracht van PBS PBS staat voor Predictive-Based Safety (PBS), een generieke internationale verzamelnaam van technologische oplossingen. Deze gebruiken de kracht van big data, voorspellende analyses en kunstmatige intelligentie (AI) om data te verzamelen en te analyseren. Het doel is om risico's te identificeren en te verminderen dan wel te reduceren naar nul (goal zero).

En de resultaten mogen er zijn. Bedrijven die vooroplopen, claimen een vermindering van het aantal geregistreerde incidenten tot wel 60 procent. Overigens hebben de auteurs zélf dat vooralsnog niet kunnen verifiëren. En dan is er de tijdbesparing. Dat wil zeggen, minder tijd voor handmatige gegevensverzameling, analyses en het schrijven van rapporten. Maar ook lagere directe ongevalscompensatie vergoedingen voor werknemers, meer effectieve manuren en lagere verzekeringskosten.

13 arbo 1 | 2023
Digitale barrières op de werkvloer kunnen effectiever zijn dan echte hekken

6-delige collegereeks Leidinggeven aan veiligheid, cultuur en gedrag

1,5 - 3 Hobéon punten

9 maart t/m 13 april 2023 | Nyenrode

Word als veiligheidsprofessional de leider die nu nodig is

De wereld verandert snel en het werk daardoor ook. Veilig werken in nieuwe situaties met andere risico’s vraagt om stevig leiderschap van veiligheidsprofessionals.

Tijdens deze collegereeks gaan we diepgaand op verkenning, binnen en buiten de organisatie, naar concrete aanpakken die je kunt vertalen naar jouw eigen praktijksituatie. Je krijgt de nieuwste inzichten en handvatten aangereikt van absolute topexperts over o.a. veilig risicoleiderschap, bevlogen medewerkers en psychologische veiligheid.

Meer informatie en inschrijven via: arbo-academy.nl/leidinggeven

In een kort tijdsbestek leer je hoe je gedrag verandert door aan de juiste knoppen te draaien. Je draagt bij aan verbetering van de veiligheidscultuur in het algemeen en het individuele gedrag in het bijzonder.

Wat levert deze collegereeks je op?

 Je kunt onderscheid maken tussen de zin en onzin van ‘veiligheid’ voor en door de organisatie;

 Je hebt diepgaand inzicht in de mindset en vaardigheden voor veilig leiderschap;

 Je kunt concrete handelingsperspectieven vertalen naar jouw eigen praktijksituatie.

Inclusief deelnamecertificaat van Arbo en Nyenrode

Business Universiteit

Je kunt overigens zelf ook profiteren van dit fenomeen met de ANWB Veilig Rijden Autoverzekering. Daarbij wordt je rijgedrag gemonitord met een telematica plug-in in je auto. Veilig rijden kan je een ‘veilige chauffeurskorting’ opleveren. Je werkelijke rijgewoonten worden dan gedurende een bepaalde periode geobserveerd in plaats van dat je als chauffeur wordt beoordeeld op basis van je rijverleden of dat van andere bestuurders ‘zoals jijzelf’.

Controle op de werkvloer

Maar zoals altijd is het niet alléén rozengeur en maneschijn. Laten we beginnen met computer vision. Als individuele werknemers bepaalde gebieden in willen gaan is het noodzakelijk om hen te herkennen, door bijvoorbeeld gezichtsherkenningssoftware te gebruiken. Dat brengt natuurlijk allerlei bezwaren met zich mee in relatie tot privacy. En laten we eerlijk zijn: Nederlanders worden niet graag bespied. Dat levert vervolgens weer discussies op over het balanceren van belangen: veiligheid versus privacy. En op de achtergrond blijft natuurlijk de kosten-batendiscussie van veiligheidsinvesteringen bestaan. Daarnaast staat algoritmisch management niet bekend om het creëren van excellente arbeidsomstandigheden. Door middel van algoritmisch management kan de productiviteit worden gemeten. Hier kan vervolgens op worden gestuurd door hogere doelen te stellen, het werktempo op te voeren of rustmomenten in het werkproces te minimaliseren. Erg efficient, maar het vraagt ontzettend veel van werknemers. Zo noemt Amazon zijn warenhuiswerknemers bijvoorbeeld 'industriële atleten', en raden zij hun werknemers aan om te leven als een atleet in training, zodat zij het loodzware werk aankunnen. In de praktijk leidt het ertoe dat werknemers een zeer hoge werkintensiviteit, stress en overmatige uitputting ervaren. Het hoge werktempo zorgt er ook voor dat veel lichamelijke klachten op de werkvloer ontstaan. In Amerika doen Amazonwerknemers dubbel zo veel serieuze lichamelijke klachten op als in de rest van de sector. Ook op eigen bodem leidt het hoge werktempo tot klachten aan de rug, schouder en polsen.

Drie vuistregels

Amerikanen of Aziaten hebben misschien weinig ethische bezwaren maar Nederlanders wel. En we hebben de wetten om dat kracht bij te zetten. Evengoed zouden we wel graag willen profiteren van technologische vooruitgang die de veiligheid vergroot. Dan is de vraag dus onder welke condities we dit soort technieken willen of kunnen toelaten voor arbeidsveiligheid. Wij suggereren een drietal vuistregels voor de introductie van veilig algoritmisch veiligheidsmanagement:

»Gebruik de technologie alléén voor veiligheidsdoeleinden, voorkom zoveel mogelijk de neiging om het systeem tegelijkertijd voor productie te gebruiken.

»Gebruik de technologie nooit om individuen te beoordelen of berispen maar monitor de effectiviteit van maatregelen en geef feedback op groepsniveau.

»Zorg dat de functionaliteit inzichtelijk, transparant en toegankelijk is voor alle werknemers en, in het gunstiger geval, deel de resultaten zodat zij kunnen participeren.

RISICOMANAGEMENT

procent

Wij denken dat dit aansluit bij de mens-centrale aanpak van de EU. Het biedt in ieder geval een startpunt voor een veilige introductie in de Nederlandse (arbeids)veiligheidsmarkt. Ongetwijfeld lopen we na een paar jaartjes ervaring tegen nieuwe bezwaren aan, ontdekken we haperingen in de techniek en vinden we manieren om de veiligheidsmaatregelen te omzeilen (zoals we dat nu eenmaal doen). Maar daar zullen we dan tegen die tijd opnieuw over rapporteren.

Conclusie

Samen met mijn collega’s Thijmen Zoomer, Dolf van der Beek en Jan-Harmen Kwantes heb ik me gebogen over de introductie van algoritmisch veiligheidsmanagement in Nederland. Wat triggerde ons? Het publieke debat over de zorgen om flexwerkers, de aanstaande EU-wetgeving voor platformmedewerkers, de in de wetenschappelijke literatuur gerapporteerde vooruitgang en ons eigen onderzoek naar digitalisering van veiligheidsmanagement.

Wij denken dat er een aantal randvoorwaarden zijn vanuit het Nederlands/Europees normenkader. Deze moeten eerst geadresseerd worden. Dit is een goed moment om daar- over na te denken omdat de technologische vooruitgang niet te stoppen is en uiteindelijk óók in Nederland breed wordt ingezet.

Eerder verschenen onze gedachten in het Tijdschrift voor Toegepaste Arbeidswetenschap (TtA) met de titel Algoritmisch management en arbeidsveiligheid: het doel heiligt niet alle middelen. Dit is een korte samenvatting zonder de wetenschappelijke referenties. Bekijk voor een meer diepgaande discussieTtA 2022; 35(2).

Coen van Gulijk is senior scientist digitale veiligheidsinnovatie bij TNO, hoogleraar op datzelfde onderwerp bij de Universiteit van Huddersfield in Engeland en gastonderzoeker bij de sectie Safety and Security Science van de TU Delft.

15 arbo 1 | 2023
Bedrijven die vooroplopen, claimen een vermindering van incidenten tot wel 60

Risicoʼs in de Tactiek voor de veiligheidsprof

De veiligheidsprofessional staat voor de opgave om alle denkbare ongevalsscenarioʼs in beeld te krijgen en passende preventieve maatregelen te nemen. Veel ongevallen verlopen desondanks via niet geïdentificeerde scenarioʼs. Overal om ons heen speelt onzichtbaarheid een rol, ook op de werkvloer. Is onzichtbaar gevaar aan te pakken?

16 arbo 1 | 2023
Tekst

scenariokloof

Dat veel arbeidsongevallen niet in de risico-inventarisatie (RI&E) waren voorzien, wijst op een ‘scenariokloof’ tussen inventarisatie en werkelijkheid. Die kloof is het gevolg van een onvolledige, met een ongeschikte methode uitgevoerde RI&E. Er kan bijvoorbeeld alleen naar de meest ernstige scenario’s gekeken zijn, waarbij kleinere scenario’s met een hogere kans niet zijn meegenomen.

Vergeten scenarioʼs

Slecht gekozen indicators kunnen tot een te optimistisch beeld van de veiligheid leiden. Voor het te weinig leren van (bijna-) incidenten geldt dat ook. Scenario’s die met menselijke fouten te maken hebben of met verschillende oorzaken die tegelijk optreden, blijven in praktijk nogal eens onderbelicht. Verder zijn er scenario’s die als te onwaarschijnlijk worden bestempeld of te optimistisch als restrisico worden afgedaan. Gevolg: al deze scenario’s worden niet meegenomen bij het bepalen van veiligheidsmaatregelen. Tegelijk leiden de steeds complexer wordende technische installaties tot steeds meer scenario’s en wordt de scenariokloof zelfs groter. Deze en ook andere onbekende en onzichtbare scenario’s zijn in die kloof te vinden. Die komen door hun eigenschappen niet vanzelfsprekend in een systematische RI&E naar voren. Bedrijven onderkennen die gevaren daarom vaak niet¹ terwijl voor scenario’s met onbekend gevaar² toch wel degelijk een proactieve aanpak mogelijk is. De auteurs stelden vast dat dit bij onzichtbaar gevaar ook kan³.

Drie voorbeelden van onzichtbaar gevaar Scenario’s die met onzichtbaarheid te maken hebben kunnen op alle denkbare plekken in een organisatie worden gevonden, kader hiernaast.

I - Hittestress niet onderkend Seizoenskrachten trekken met duizenden tegelijk elk jaar naar het platteland van Sonora in het Noorden van Mexico. Hoge temperaturen en luchtvochtigheid, weinig drinken en weinig rust tijdens het zware werk op het land spelen er een belangrijke rol in de oogsttijd. In de periode van 2002 tot en met 2010 werden 393 doden ten gevolge van de hitte geregistreerd. Pas in een drie maanden durend onderzoek in de zomer van 2016 stelde onderzoeker Rietta Wagoner⁴ uit Tucson, Arizona, vast dat het merendeel van de werkkrachten het grootste deel van elke werkdag verhoging (37-38ºC) of zelfs koorts (boven 38ºC) had gehad. Dit is levensgevaarlijk.

II - Administratieve processen kunnen mensen, informatie of activiteiten verbergen Net als in de biologie, de natuurkunde en in de krijgskunde zijn er in administratieve processen ook manieren waarop ‒ in dit geval ‒ informatie onzichtbaar kan worden. Onderzoekers Matteo Turilli uit Hatfield, UK en Luciano Floridi uit Lissabon in Portugal toonden aan dat alleen het verstrekken van veiligheidsinformatie niet voldoende is. Ook moet duidelijk gemaakt worden hoe die informatie tot stand is gekomen⁵ zodat controle mogelijk is.

III - Ongevallen in het donker verminderen Adviseur en verkeersonderzoeker Ian Noy uit Fort Myers in Florida stelde in 2019 vast dat het nachtelijk duister niet alleen de weg zelf vrijwel onzichtbaar maakt maar dat datgene wat nog wel zichtbaar is bovendien ook nog tot verwarring kan leiden. Om dodelijke ongevallen daardoor te voorkomen is zijn advies om verkeerssituaties vooral juist ook in het donker te inspecteren⁶.

Hoe ontstaat onzichtbaarheid?

Onzichtbaarheid fascineert al sinds mensenheugenis. De evolutie heeft ervoor gezorgd dat sommige dieren haast onzichtbaar zijn door hun schutkleuren. Iedereen kent voorbeelden uit de natuur: een kameleon, een wandelende tak of een inktvis die de kleuren van zijn omgeving kan aannemen. Mensen gebruiken onzichtbaarheid soms ook bewust, bijvoorbeeld om iets te verbergen. De eigenschappen van dat ‘iets’ zelf zijn daarbij vaak het belangrijkst.

17 arbo 1 | 2023
RISICOMANAGEMENT

Maar het kan ook anders. Je verstoppen achter een boom, een aanval doen van achter een rookgordijn, jezelf verschuilen achter een beeldscherm waarop jouw achtergrond zonder jou te zien is. Het pad waarlangs wordt waargenomen maakt het ‘iets’ dan deels of geheel onzichtbaar. Handig gebruikmaken van een verblindend tegenlicht of juist van een donkere schaduw werkt ook. Een object is zo zelfs zonder camouflage te verstoppen terwijl de waarnemer er gewoon naar kijkt. Hier zijn de zwaktes van de waarnemer de belangrijkste factor. In de praktijk ontstaat onzichtbaarheid uit combinaties van object-, pad- en waarnemer eigenschappen, zie figuur 1 hieronder. Elke manier waarop ‘iets’ in meer of mindere mate onzichtbaar wordt, is met deze drie eigenschappen te beschrijven. De auteurs vonden in de literatuur 202 verschillende manieren. Ze realiseerden zich dat dit voor veiligheidskundigen een schat aan gegevens oplevert³.

Figuur 1 Model voor onzichtbaarheid

Toepassen in de praktijk

De veiligheidskundige kan hier zelf direct aan de slag gaan. Daarvoor is tabel 1 (op de pagina hiernaast) het beginpunt. De auteurs analyseerden de 202 gevonden manieren en konden die indelen in 10 groepen. In de tabel staan ze op volgorde aangegeven, de meest gevonden groep bovenaan. Die groepen laten zich in de dagelijkse praktijk in het eigen bedrijf herkennen. De veiligheidskundige kan hiermee onderzoeken of er gevaren, gegevens, mensen of gebeurtenissen onzichtbaar blijven. Met deze nieuwe invalshoek kan een RI&E worden uitgebreid.

Tot slot zijn met de diverse gevonden eigenschappen van object, pad en waarnemer nog veel meer andere combinaties te maken dan de 202 die de auteurs in de literatuur vonden³. Om bruikbare combinaties daaruit te selecteren is het handig om hun mate van onzichtbaarheid onderling te kunnen vergelijken.

Rekenen

aan onzichtbaarheid

In figuur 1 blijft van het object, een knalrode kubus, voor de waarnemer slechts een vaalrood vierkant over. In welke mate is een object nu onzichtbaar voor een waarnemer? De volledige werkelijkheid is lastig met een enkel getal aan te geven. De auteurs kozen er daarom voor om onzichtbaarheid – heel globaal – als een percentage op een schaal van 0 tot 100 procent uit te drukken. Met drie transmissiefactoren fo (object), fp (pad) en fw (waarnemer) is dat percentage met een formule te berekenen. Deze factoren liggen elk tussen 0 (er komt niets door) en 1 (alle objecteigenschappen komen erdoor). Hun gezamenlijke effect op het onzichtbaarheidspercentage is dan: P = 100 * (1 – fo * fp * fw ) %

18 arbo 1 | 2023
Veel werkers hadden een groot deel van elke werkdag verhoging of koorts. Levensgevaarlijk

RISICOMANAGEMENT

Groep Frequentie Omschrijving

1 51 Object is verminderd herkenbaar - door het er anders uit te laten zien, delen ervan uit het zicht te houden, het onopvallend in de omgeving laten opgaan, of het tussen heel veel soortgelijke objecten te plaatsen.

2 48 Waarnemer let niet op ‒ en negeert waarneembare zaken, merkt zaken niet op, kijkt weg naar iets anders, of kijkt niet goed genoeg.

3 29 Waarnemer is beperkt ‒ en kan door zwakten of tekortkomingen verminderd waarnemen, kiest bewust voor selectief waarnemen, of is subjectief door een vooroordeel, of door onkunde.

4 22 Object is verhuld ‒ door iets waarmee het object is bedekt dat het zicht erop vermindert of wegneemt.

5 21 Pad transmissie beperkt ‒ en is verminderd door objecten, geaccidenteerd landschap, nevel, verstoringen, andere activiteiten of administratieve lacunes.

6 11 Van nature onzichtbaar ‒ bijvoorbeeld brandbare of toxische damp of gas, te hoog of laag zuurstof percentage, hoge druk.

7 9 Object uit het blikveld ‒ door niet melden of registreren, bewust uit het zicht houden, of administratieve blokkade.

8 5 Ongelijktijdig ‒ bijvoorbeeld door blinde momenten, vertraging op middellange of lange afstand, objectzichtbaarheid en waarnemer-kijkmoment niet synchroon.

9 3 Snel bewegen ‒ bijvoorbeeld door hoge snelheid, of door snel heen en weer bewegen.

10 3 Verblinden ‒ object overstraald door lichtpunt er vlakbij of door heldere achtergrond - 202Totaal

Tabel 1 De meest gevonden manieren waarop iets goeddeels onzichtbaar kan worden.

Paul Lindhout is gastonderzoeker bij de Universiteit van Antwerpen, faculteit AES-ENM Engineering Management en bij de Universiteit voor Humanistiek, afdeling Care Ethics te Utrecht, geeft opleiding aan Seveso III ‒ BRZO-inspecteurs bij het ministerie van SZW en is consultant/eigenaar bij Paal39.

Genserik Reniers is professor bij de TUDelft TBM Vakgroep Safety & Security Science S3G, bij KU-Leuven Campus Brussel /CEDON en bij de Universiteit van Antwerpen, faculteit AES-ENM Engineering Management.

Noten

[1] Gjerdrum, D., Peter, M., 2011. The new international standard on the practice of risk management ‒ a comparison of ISO 31000:2009 and the COSO erm framework. Risk Management. March 2011 21, 8‒12.

[2] Lindhout P., Kingston J., Hansen F.T., Reniers G. (2020) Reducing unknown risk. The Safety Engineersʼ new horizon. Journal of Loss Prevention in the Process Industries 2020(1), 1-26.

Rekenvoorbeeld

Een veiligheidskundige onderzoekt of derden meer gevaar lopen dan eigen werknemers. Het is bekend dat maar 20 procent van de bijna-ongevallen wordt gemeld en dat maar ongeveer de helft van de ingehuurde werknemers van onderaannemers zich individueel laat registreren. Dit betekent fo=0.2, en fp=0.5. Alles is verder zichtbaar dus fw=1. Voor het zoeken naar geregistreerde bijna-ongevallen van werknemers van derden, levert dit op: P = 100*(1 - 0.2*0.5*1) = 90%. Hierbij gaan bij deze veiligheidskundige meteen de alarmbellen rinkelen. Er is een nagenoeg onzichtbaar probleem uit de scenariokloof ontdekt. Het is duidelijk dat hier in de RI&E aandacht aan besteed moet worden.

https://doi.org/10.1016/j.jlp.2020.104330

[3] Lindhout, Reniers (2022) Curtailing invisibility of health and safety risks [Accepted 21-3-2022] Journal of Integrated Security and Safety Science, 2(1), 1-29. https://doi.org/10.18757/jisss.2022.1.6152

[4] Wagoner, R. S., López-Gálvez, N. I., de Zapien, J. G., Griffin, S. C., Canales, R. A., & Beamer, P. I. (2020). An occupational heat stress and hydration assessment of agricultural workers in North Mexico. International journal of environmental research and public health, 17(6), 2102.

https://www.mdpi.com/1660-4601/17/6/2102/pdf

[5] Turilli, M., & Floridi, L. (2009). The ethics of information transparency. Ethics and Information Technology, 11(2), 105-112.

https://philpapers.org/archive/TURTEO-4.pdf

[6] Noy, I. Y. (2020). Misperception and visual illusion as contributing factors in nighttime crashes. Theoretical Issues in Ergonomics Science, 21(3), 312-326. https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/146392 2X.2019.1694727

19 arbo 1 | 2023
Slecht gekozen indicators kunnen tot een te optimistisch beeld van de veiligheid leiden

Klimaatklever Tamara Onos

Het woord van 2022 is klimaatklever! Ik lees snel, maar kennelijk ook slordig, want ik zag direct een insect met een glimmend dekschild voor me.

Klimaat-klever, geen kever. Natuurlijk. Het ging om de klimaatactivisten die zich vastlijmen aan schilderijen, asfalt of de tafel van een talkshow. Ook bij hen verschijnen er beelden op mijn netvlies die me doen fronzen

Inmiddels is het dertig jaar geleden dat ik Milieuhygiëne studeerde in Wageningen. De problemen die toen tijdens de colleges aan bod kwamen, zijn in feite nog dezelfde als waar we nu mee worstelen. Al dertig jaar weten we dat stikstof niet handig is, dat we zuinig moeten zijn met zoet water, dat de wereld draait op grondstoffen die opraken, dat fijnstof omwonenden en werkenden de adem beneemt, dat het bodemleven hard achteruitgaat, dat tegels de tuin uit moeten en ga zo nog maar even door.

Dertig jaar praten heeft weinig zoden aan de dijk gezet. Ik vind het niet heel raar dat de acties van klimaatactivisten een tandje extremer worden in de hoop dat het gevoel van urgentie wat groter wordt, of op zijn minst ontstaat.

Hun actie is niet de reden dat ik frons als ik de klimaatklevers zie op tv. Het is meer de beroepsdeformatie die op de voorgrond treedt en plaatjes van kapotte handen oproept. Dat asfalt kan wel een stootje hebben, maar wat doet secondelijm met de huid van de activist? Een beetje secondelijm heeft al snel het gevarensymbool uitroepteken (schadelijk voor de gezondheid) en de gevarenzin H315 (veroorzaakt huidirritatie). Hoe vaak kun je zoʼn actie doen voor je huid totaal kapot is door de lijm?

Het eind van de actie zien we zelden. Hoe komen die handen weer los? Ik lees over aceton, colamengsels, olijfolie en andere trucjes om de hand los te weken van een object. Aceton dringt vrolijk de huid in, zeker als die beschadigd is. Ook niet goed voor je. Hopelijk hebben ze er geen liters van nodig.

En wat dacht je van mechanische schade? Bij de klimaatactivist die zich op de tafel van talkshowpresentator Beau vastlijmde, zag ik in gedachten de huid van de hand scheuren toen het blad schuin gehouden werd en hij er langzaam maar zeker af gleed. Hij was in orde, meldde RTL4. ʻHij is inmiddels van de tafel af, is backstage, heeft een colaatje gedronken en het gaat goed met hem.ʼ Zou die cola echt gedronken zijn? Of had hij het nodig om de laatste restjes lijm van zijn handen te spoelen?

Het woord van het jaar 2022 spreekt in ieder geval tot de verbeelding. Het zet me aan het denken. Net als ʻknaldrangʼ, het woord van 2021. Ik ben erg benieuwd wat het jaar 2023 brengt. Welk woord zal dan winnen? Laten we hopen dat het gaat om een onverwachte redding, een innovatie die al onze problemen oplost. Of een woord dat een omslag in denken eert. Follow-thisbelegger, klimaatjurist, windwagen, natuurstem, voormalig-vliegveld-vinexwijk, grasjas, veganproof.

Stuur me een berichtje als je een mooi woord weet. Dan kijken we eind van het jaar wie het bij het rechte eind had.

COLUMN 20 arbo 1 | 2023

Voldoen aan de Machinerichtlijn

Een machine veranderen

Regelmatig wijzigen gebruikers machines. Ze voegen er bijvoorbeeld een functie aan toe of willen de prestaties verbeteren. Is het mogelijk om een machine te wijzigen binnen de wettelijke kaders?

De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) houdt naast toezicht op onder andere arbeidsomstandigheden ook toezicht op een aantal Warenwetbesluiten. Een daarvan is het Warenwetbesluit Machines. De NLA houdt toezicht op machines voor beroepsmatig gebruik en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op machines voor consumentengebruik. In het Warenwetbesluit Machines is de Machinerichtlijn (2006/42/EG) geïncorporeerd. Deze richtlijn is bedoeld voor machines die voor het eerst in de handel gebracht en/of voor het eerst in gebruik gesteld zijn. Maar het komt vaak voor dat in de handel gebrachte machines worden veranderd, bijvoorbeeld om er een functie aan toe te voegen of de prestaties ervan te verbeteren. Sinds de Machinerichtlijn in werking is getreden, is er binnen Europa discussie over de vraag hoe je omgaat met het (ingrijpend) wijzigen van CE-gemarkeerde machines en hoe om te gaan met het wijzigen van machines die op de interne

markt in de handel gebracht en/of voor het eerst in gebruik gesteld zijn vóór de inwerkingtreding van de Machinerichtlijn.

Voorbeeld Ingrijpende wijziging Om werkzaamheden op het spoor te kunnen uitvoeren wordt gebruikgemaakt van machines die op het spoor kunnen rijden. Bijvoorbeeld om aan de bovenleidingen te kunnen werken. Vaak wordt hiervoor een bestaande machine omgebouwd. Denk hierbij aan een hoogwerker waar spoorwielen aan gemonteerd worden. Deze ombouw wordt door de NLA gezien als een ingrijpende wijziging omdat er diverse aspecten zijn die invloed hebben op de veiligheid van de machine. Alleen al de spoorbreedte is hierbij onder andere een aspect. De spoorwielen van de hoogwerker die op het spoor rijdt, hebben een andere spoorbreedte dan de wielen (of rupsen) voor op de weg of open terrein. Dit heeft dus invloed op de stabiliteit en daarmee

op de veiligheid en de gebruiksgrenzen van de hoogwerker. Bedrijf X zou deze wijziging uitvoeren. Maar de NLA kreeg het signaal dat men geen EG-typecertificaat van de Conformiteits Beoordelings Instantie (CBI) kreeg.

Omdat de hoogwerker een machine is die in bijlage IV van de machinerichtlijn is opgenomen moet degene met de fabrikantsverplichtingen extra aandacht besteden aan de conformiteit met de Machinerichtlijn. Dit kan door het inschakelen van een Conformiteits Beoordelings Instantie (CBI) die vervolgens een EG-typecertificaat verstrekt. De reden dat er geen EG-typecertificaat werd afgegeven was dat het bedrijf dat de wijziging ging uitvoeren niet de originele fabrikant van de hoogwerker was. Dit bedrijf had niet de beschikking over het oorspronkelijke technisch dossier (TD) van de hoogwerker. De CBI was van mening dat het kunnen overleggen van het oorspronkelijke TD

21 arbo 1 | 2023
tekst Radbout van Wezel

een bindende voorwaarde was. Doordat het bedrijf het EG-typecertificaat niet kreeg, kon het bedrijf de machine niet voorzien van de CE-markering en dus de machine niet uitleveren aan de klant. Dit terwijl vergelijkbare machines voorzien van CE-markering wel uit andere landen binnen de EU in Nederland in de handel werden gebracht.

Vragen over wijzigingen De NLA wordt regelmatig geconfronteerd met vragen en problemen rond het wijzigen van machines. Deze vragen worden zowel intern vanuit de NLA ge-

steld, maar ook extern, zoals fabrikanten, gebruikers, notified bodies, enzovoort.

In de loop van 2021 waren de vragen die gesteld werden van zodanige aard dat de NLA signalen kreeg dat de markt in Nederland op slot zat en dat er faillissementen van fabrikanten dreigden. De reden was dat in Nederland het beeld was ontstaan dat het wijzigen van een machine niet toegestaan was als niet het volledige technisch dossier van de oorspronkelijke fabrikant kon worden overlegd door diegene die de wijziging van de machine ging doorvoeren.

Onderzoek mogelijkheden

Om dit te doorbreken onderzocht de NLA de mogelijkheden binnen de bestaande wet- en regelgeving. De kern van het onderzoeksresultaat was dat het wel degelijk mogelijk is om een machine te wijzigen binnen de wettelijke kaders. Ook bleek dat de interpretatie die in de loop der jaren in Nederland ontstaan was te rigide was en onvoldoende pragmatisch.

Daarom heeft de NLA een handzaam document opgesteld, ook voor de buitenwereld. Dit heeft geresulteerd in de werkinstructie Beoordelen van gewijzigde machines (zie nlarbeidsinspectie.nl). Deze werkinstructie is in april 2022 gepubliceerd op de website van de NLA. Sinds de publicatie van de werkinstructie is deze meerdere malen toegelicht. Zoals bij alle notified bodies inzake typecertificering van zogenaamde bijlage IV-machines, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inzake het elektrificeren van bouwmachines, diverse brancheorganisaties inzake onder an-

22 arbo 1 | 2023
Ook oude machines moeten veilig zijn en voldoen aan wet- en regelgeving

dere het elektrificeren van bouwmachines, de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) inzake het keuren van autohefbruggen, FME inzake voorlichting aan haar leden, de Nederlandse bruggenwereld inzake beweegbare bruggen, Europese collega-toezichthouders inzake delen van Nederlands standpunt en tijdens de vakbeurs Safety & Health at Work en Safety Event. De reacties hierop waren overwegend zeer positief.

Werkinstructie in het kort

De kern van de werkinstructie is samengevat in onderstaande schematische voorstelling.

We teach...

…een breed scala aan medische vervolgopleidingen en bij- en nascholing, ook incompany. Jaarlijks keuze uit meer dan 30 nieuwe titels en 160 modules.

PERSOONLIJKE ONTWIKKELING VIA MBTI 6 en 20 maart 2023, Utrecht

KRACHTENVELDANALYSE: MAAK STRATEGISCH GEBRUIK VAN JE NETWERK 14 maart en 4 april 2023 (9.30-12.40 uur), Utrecht

JOBCRAFTING: ZELFSTURING IN JE WERK 20 maart 2023, Utrecht

1.Voor onderbouwing van de essentiële veiligheidsen gezondheidseisen conform Bijlage 1 van de Machinerichtlijn 2006/42/EG kan gebruik gemaakt worden van oorspronkelijke documentatie (handleiding en EG-Verklaring van Overeenstemming), voor dat gedeelte waar de wijziging geen invloed op heeft.

2.Diegene die wijzigt, moet onderbouwen (zoals beschreven in Bijlage VII onder A van de Machinerichtlijn) dat het nieuwe gedeelte volledig voldoet aan de eisen van de Machinerichtlijn.

3.De invloeden van de wijziging op de basismachine moeten volledig onderbouwd worden zoals omschreven in punt 2. De grenzen van de wijzigingen die invloed hebben op de basismachine moeten duidelijk zijn.

En oude machines?

Een veelgestelde vraag is: en hoe zit het dan als de ‘basismachine’ van voor het CE-tijdperk is? Dit is in de werkinstructie nader beschreven. Kort gezegd komt het erop neer dat oude machines al sinds 31 december 1996 (en specifiek mobiele arbeidsmiddelen en arbeidsmiddelen voor het hijsen/heffen van lasten sinds 5 december 2002) moeten voldoen aan de Richtlijn Arbeidsmiddelen (2009/104/EG). In deze Europese Richtlijn, die in Nederland in de Arbeidsomstandighedenwetgeving (Arbobesluit) is geïncorporeerd, zijn naast gebruikerseisen ook minimumvoorschriften opgenomen betreffende de inrichting van Arbeidsmiddelen. Met andere woorden: ook oude machines moeten veilig zijn en voldoen aan wet- en regelgeving.

Radbout van Wezel is specialist (product-)veiligheid bij de Nederlandse Arbeidsinspectie

ACTUALITEITEN MEDISCHE ADVISERING IN HET SOCIAAL DOMEIN 6 april 2023, Utrecht

LOBBYEN EN NETWERKEN 12 en 21 april 2023, Utrecht

PASCKLARE ANTWOORDEN: BEGELEIDING AAN EN BEOORDELING VAN WERKENDEN NA EEN COVID19 INFECTIE 21 april 2023, Utrecht

HAAL MEER UIT JE VERGADERINGEN 15 mei 2023 (9.30-12.40 uur), Utrecht

UITVOERING SOCIALE ZEKERHEID IN DE PRAKTIJK 30 mei en 6 juni 2023, Utrecht

AUTISME BIJ VROUWEN 6 juni 2023 (9.30-12.40 uur), Utrecht

PARTICIPATIEWET 12, 19 en 26 juni 2023, Utrecht

Bekijk onze actuele bij- en nascholingskalender op www.nspoh.nl

De NSPOH wil een waardevolle bijdrage leveren aan de verbetering van de volksgezondheid, de arbeidsomstandigheden en participatie in Nederland. Dit doen wij door professionals kwalitatief goed en vraaggestuurd op te leiden voor de hedendaagse praktijk van public en occupational health. Wij ontwikkelen en organiseren opleidingen, bij- en nascholing, in-company programma’s en symposia op academisch en post-hbo niveau.

23 arbo 1 | 2023
NIEUW
(advertentie)

CBS neemt afscheid van de term

Burn-out bestaat niet

Steeds meer werknemers zijn ziek door psychische klachten. De term burn-out duikt dan al snel op. Maar is dat terecht? Want bestaat burn-out eigenlijk wel?

Larry zakte vlak voor de deur van zijn appartement in elkaar, met vreselijke hoofdpijn, een kloppend hart en duizeligheid. “Eerst dacht ik dat ik een beroerte had gehad”, herinnert hij zich nu, een jaar later. Maar de diagnose van de arts was anders: het burnoutsyndroom. De consulent was ziek van jarenlang overmatig zwoegen.

Als een medewerker het stempel ‘burnout’ krijgt, kan dat eraan bijdragen dat de oorzaak te veel komt te liggen bij de medewerker in plaats van het werk. In de praktijk zitten mensen dan vaak thuis terwijl de ziekmakende situatie op de werkplek niet wijzigt. Zo kan het gebeuren dat de medewerker herstelt, terugkeert en snel weer ziek wordt. Dat is dweilen met de kraan open. Het is dus belangrijk om met die term zorgvuldig om te gaan.

Uitputtingssyndroom

De term burn-outsyndroom werd bedacht in de vroege jaren 1970 door Herbert J. Freudenberger, een New Yorkse psychoanalyticus. Freudenberger had gemerkt dat zijn eigen baan, die ooit zo

lonend was, hem vermoeid en gefrustreerd had gemaakt. Hij merkte dat hij niet de enige was. Veel van zijn collega’s veranderden na verloop van tijd eveneens in neerslachtige cynici.

Freudenberger zocht naar meer voorbeelden buiten de gezondheidszorg en vond vergelijkbare gevallen in verschillende beroepen. Het viel hem op dat de mensen die zich opgebrand voelen, vaak slaapproblemen hadden. Dit leek van invloed te zijn op hun emotionele vermoeidheid, uitputting en zelfs hun gezondheid. Daarnaast lieten ze stemmingsschommelingen zien en hadden last van concentratieproblemen.

Freudenberger definieerde het burn-outsyndroom als een toestand van mentale en fysieke uitputting veroorzaakt door iemands professionele leven.

De bomen en het bos Anno 2023 zijn er veel verschillende visies op ‘burn-out’. Vanwege de verscheidenheid aan vragen en de diversiteit aan onderzoeken met verschillende manieren van meten en benoemen kun je op basis van de statistieken niet goed nagaan waar burn-outklachten zich onderscheiden van klachten van andere aandoeningen zoals diabetes of iemand met veel pijn.

24 arbo 1 | 2023
Tekst Cécile de Roos

Bovendien bestaat burn-out helemaal niet volgens hoogleraar Stress en Veerkracht bij het Amsterdam UMC, Christiaan Vinkers. Hoe zit dit?

Allereerst is burn-out niet opgenomen in het handboek voor psychiaters, de DSM-5. DSMstaat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Daarin staan erkende ziektebeelden op basis van psychische stoornissen. En burn-out dus niet. Met andere woorden: burn-out wordt als aparte ziekte door psychiaters niet erkend. Burn-outklachten als slaapstoornis, stemmingswisselingen, prikkelgevoeligheid en vermoeidheid verschillen niet fundamenteel van klachten bij bijvoorbeeld angst. En psychiaters zijn het er bovendien over eens dat een ernstige burn-out niet goed te onderscheiden is van een depressie. Zo staat in de GGZstandaard over depressie: ‘De aandoening leidt vaak tot ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en kan grote gevolgen hebben voor het gezinsleven en het sociaal functioneren [...] De aandoening leidt er meestal toe dat een patiënt zichzelf steeds meer als waardeloos gaat zien.’

Lastig te interpreteren

Ten tweede zijn de cijfers die het CBS door de jaren heen presenteerde onder ‘burn-outklachten’ om allerlei andere redenen lastig te interpreteren. Om te beginnen is de lat erg laag om tot de groep met burn-outklachten te behoren, zo schrijft Vinkers. Je hebt burn-outklachten wanneer je gemiddeld enkele keren per maand scoort. Dit voedde krantenkoppen als ‘1 op de 3 mensen

heeft burn-out'. Het probleem is dat we daarmee andere oorzaken van moeheidsklachten over het hoofd kunnen zien.

Inmiddels heeft het CBS afscheid genomen van de term burn-out. Het schrijft hierover het volgende: ‘Er is een verbetering doorgevoerd in de naamgeving van één onderwerp. Dit wordt voortaan aangeduid als ‘psychische vermoeidheid door het werk’. Tot 2021 werd dit nog

door het werk’. Dit vormt een risico. Zeker wanneer daardoor andere oorzaken met moeheid als symptoom, zoals diabetes of hartkwalen, over het hoofd worden gezien. Bovendien, zo stelt Vinkers, kun je via alleen een vragenlijst niet komen tot een officiële diagnose, omdat je de context mist. Daardoor weet je niet waar de moeheid vandaan komt. Met de uitslag kun je niet stellen dat iemand ziek is. Het geeft eerder

aangeduid als ‘burn-outklachten’.’

Wie momenteel op de website van het CBS terecht komt, ziet inderdaad de term ‘psychische vermoeidheid’. Zie ook de linker kolom van figuur 1 (p.26). De klachten worden gemeten met een variant van de UtrechtseBurn-outSchaal, UBOS (gebaseerd op de Maslach Burnout Inventory (MBI) uit 1981).

Met een snelle blik op de cijfers lijkt het aantal mensen – in dit geval verpleegkundig specialisten – met psychische vermoeidheid op het werk te zijn toegenomen. Vinkers adviseert om daar even bij stil te staan. Want wat meet het CBS eigenlijk?

Wie goed kijkt, ziet dat de vragen aan de respondenten waarop deze cijfers gebaseerd zijn, gaan over symptomen. Zoals ‘hoe vaak voelt u zich uitgeput

aan dat er een disbalans kan zijn met het werk.

Anders kijken

We moeten dus anders kijken naar burn-out. Volgens Vinkers is burn-out het eindstadium van te veel stress en moeten we het dus over stress hebben en niet over burn-out. Vinkers geeft aan dat je de kenmerken die in de praktijk aan burn-out worden toegeschreven het beste kunt relateren aan stressreacties, die ontstaan door:

»Verwachtingen van de maatschappij. »Hormonen die zorgen voor stressregulatie.

»Cultuur: die bepaalt of gedrag moreel juist is of wenselijk.

Op zichzelf kan je werk heel vermoeiend of leuk zijn, maar de cultuur, je ei-

25 arbo 1 | 2023
Hoe je het ook noemt, mensen hebben klachten die je serieus moet nemen

gen fysieke conditie en de verwachtingen bepalen uiteindelijk of je er stress of energie van krijgt. Bepaalde verwachtingen zijn van invloed op de fysieke en mentale processen van iemand en na verloop van tijd op zijn gezondheid. Hormonen zijn van invloed op de persoonlijke beleving en daarmee op de situatie en dus op hoe je omgaat met uitdagingen.

Soms komt het voor dat stressbronnen zich in de loop der tijd opstapelen. Het lichaam kan alle gebeurtenissen dan niet meer in evenwicht brengen. Dan kan een laatste druppel de trigger zijn om te ‘knappen’. Dat zorgt voor een heftige stressreactie. Het ziet zo iemand dan zwart voor de ogen en hij kan geen stap meer zetten. Volgens Vinkers kun je burn-outklachten daarom zien als een normale reactie op een stressvolle situatie en moeten we dit dus geen burn-out noemen maar stress.

Voorbeeld

Gestapelde stressrisicoʼs “Sorry, dat ik me even laat gaan”, vertelt Jolanda. “Voor het gesprek had ik me zo voorgenomen om niet emotioneel te worden. Het is mij allemaal even te veel. Net voor de lockdown nam ik deze baan als leidinggevende aan. Daarna kregen we ook nog een pleegkind, omdat mijn zus het niet meer aankon. Een heel lief kind hoor, we hebben er geen extra werk aan, maar toch. En tot overmaat van ramp zit mijn man al maanden zonder werk, omdat de culturele sector op zijn gat ligt.”

De arbodeskundige

Net als Vinkers worstelen ook arbodeskundigen met het onderwerp burn-out. Over burn-out als beroepsziekte was in 2019 verwarring. De wereldorganisatie

WHO liet aanvankelijk weten dat burnout werd erkend als beroepsziekte. Maar in hun communicatie maakten ze een fout: de burn-out is niet gedefinieerd als beroepsziekte, maar als een ‘werkfenomeen’. De verwarring blijkt uit de terughoudendheid van bedrijfsartsen om burn-out te duiden als beroepsziekte.

Los van de discussie of burn-out een (beroeps)ziekte is of niet, is het belangrijk om mensen bij te staan. Want hoe je de symptomen ook noemt, mensen hebben klachten. Wanneer de oorzaken in het werk liggen, hebben we als arbokerndeskundigen de taak om deze serieus te nemen.

Ook volgens het Arbobesluit heeft de arbodienstverlening een belangrijke taak, namelijk: ‘Professionele dienstverlening onderkent en beoordeelt de

gevaren, zowel van het technisch systeem als van de organisatie en het menselijk gedrag, waarbij tevens binnen het bedrijf of de inrichting plaatsgevonden gebeurtenissen worden betrokken.’

Multifocaal kijken

Binnen organisaties overzien leidinggevenden of HR-adviseurs soms niet goed wat zij kunnen verwachten van de verschillende arbo-adviseurs en welke taken die hebben. Bovendien heeft iedere expert een eigen manier van kijken. De ene adviseur kiest voor een individuele benadering en de andere is meer gericht op teamverband of de organisatie. Arbo-adviseurs opereren vaak los van elkaar en dat kan zorgen voor verkeerde diagnoses. De oplossing hiervoor ligt bij de arbo-

26 arbo 1 | 2023
Psychische vermoeidheid door het werk (%) Emotioneel uitgeput (%) Leeg voelen (%) 's Ochtends moe voelen (%) Vergt veel om met mensen te werken (%) Uitgeput door werk (%)
arbeidsbelasting werknemers;
specialisten,
15,6 15,8 33,217,2 12,1 11,3 12,1 13,0 29,213,7 8,8 11,0 15,2 16,6 33,318,6 12,8 11,6 17,2 18,7 33,320,3 16,9 13,5 16,8 20,4 32,418,8 14,3 12,4 19,4 22,3 36,821,2 15,9 15,2 16,7 20,0 34,218,7 16,2 13,5 22,3 23,7 39,325,9 20,2 17,8 Figuur 1: Psychosociale
beroep verpleegkundig
cijfers van 2014-2021 Bron: CBS

adviseurs zelf, namelijk: multifocaal kijken. Maar dat lukt alleen wanneer arbo-experts in de praktijk samenwerken, de situatie kennen en de cliënt als

een volwaardige persoon zien. Dan openen ze de weg naar passende maatregelen. Zo laat ook het volgende voorbeeld zien.

Voorbeeld Hartkwaal

Op een middag bij een arbodienst. Tijdens een terugkoppeling over de burnoutuitslag van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek vraagt een vrolijk ogende dame van in de veertig: “Heb jij dat ook weleens? Ik ben misselijk en het voelt alsof mijn bh veel te strak zit.” De arboverpleegkundige herkent de symptomen van een hartinfarct bij vrouwen. Zij waarschuwt meteen een bedrijfsarts. Deze belt even later terug. “Wat goed dat je breder keek en haar doorverwees. Ze is zojuist met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht.”

Soms blijft de medewerker vastzitten in een hulpvraag en krijgt de bedrijfsarts het probleem niet helder. Dan kan het helpen om de situatie te laten onderzoeken door een A&O-deskundige

(advertentie)

of de cliënt te laten begeleiden door een bedrijfsmaatschappelijk werker. Zonder een constructieve samenwerking zal een aanpak van psychische vermoeidheid als los zand aan elkaar hangen. Want soms is stress de oorzaak van vermoeidsheidsklachten maar soms ook niet.

Cécile de Roos is oprichter van de A&O-opleiding bij Hollands College, docent en zelfstandig arbeids- en organisatiedeskundige.

Literatuur

Christiaan Vinkers, Joeri Tijdink, Toon Taris, artikel Verwarring rond burn-out maakt diagnose lastig, Medisch Contact, 2019.

Christiaan Vinkers, In de ban van burn-out, Over de grenzen van stress, Prometheus Amsterdam, 2022.

Cecile de Roos, Stress zit NIET tussen je oren, hoe ga je om met mentale blessures? Vakmedianet, verschijnt in 2023.

https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/ detail/83415NED

https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/depressieve-stoornissen/over-depressieve-stoornissen/verschillende-vormen-van-depressie

Niks verliest zijn waarde; de waarde verschuift hoogstens. Met die gedachte schreef de bijna 50-jarige veiligheidskundige Jos Villevoye zijn boek Old School Safety. Géén managementboek, géén lesboek en géén handboek, zo zegt hij zelf, maar eerder een mild manifest. Met zijn tweede titel wil Villevoye de nieuwe generatie veiligheidskundigen hernieuwd laten kennismaken met de klassiekers in zijn vak. “Ik ken mijn klassiekers. Ik koester ze. Ik vind er ook duidelijk iets van. De ene spreekt me meer aan dan de ander. Ik blijf continu op zoek naar een eigentijdse interpretatie en toepassing.”

Kijk snel op www.vakmedianetshop.nl

27 arbo 1 | 2023
Kijk snel op www.vakmedianetshop.nl
9789462158054
Tijdloze inspiratie voor een nieuwe generatie
Jos Villevoye ISBN:
Boek Old School Safety 185x130.indd 1 18-10-22 13:23

RECENTE jurisprudentie

Waar gewerkt wordt gebeuren ongelukken, ontstaan conflicten en wordt verzuimd. Soms komt de rechter eraan te pas om te bepalen of iedereen wel volgens de regels heeft gehandeld. Een overzicht van recente rechterlijke uitspraken ten aanzien van arbeidsongevallen, conflicten, ziekteverzuim en re-integratie.

Door lichtstraat gevallen

Ook als (nog) niet wordt gewerkt op een deel van het dak moet je denken aan maatregelen om risico's te voorkomen.

Bij een afvalverwerker worden zonnepanelen geïnstalleerd op het dak van een loods. De opdracht is gegeven aan een Duits bedrijf. Die heeft een Letse onderaannemer ingeschakeld en een eigen werknemer (we noemen hem K) aangesteld als toezichthouder. Het zwak hellend puntdak van ruim 12 meter hoog is afgedekt met stalen platen afgewisseld met kunststof lichtstraten. De zuidkant van het dak wordt volledig belegd met zonnepanelen en is tijdens de werkzaamheden grotendeels voorzien van randbeveiliging. Er zijn netten gespannen over de lichtstraten.

De noordkant zal gedeeltelijk van zonnepanelen worden voorzien. Daar is geen beveiliging en er is ook geen afbakening tussen de zuid- en noordzijde van het dak.

Op 10 mei 2017 wordt geconstateerd dat in de dakplaten aan de noordkant roestplekken en gaatjes zitten. Een werknemer moet daar een dag later foto’s van maken en ziet K over het nokdak naar de noordkant stappen. Hij komt op de kunststof lichtstraat, zakt erdoor en overlijdt. Wegens overtreding van artikel 3.16 Arbobesluit (valgevaar niet voorkomen) volgt in december 2018 een boete van 13.500 euro. Bezwaar wordt ongegrond verklaard.

In beroep stelt de rechtbank vast dat de staatssecretaris van SZW de boete heeft opgelegd omdat bij het nokdak geen voorzieningen waren om valgevaar te voorkomen. Volgens de werkgever was er geen overtreding omdat de geplande veiligheidsvoorzieningen nog niet volle-

(advertentie)

dig waren gerealiseerd. Op de noordkant werd niet gewerkt en het nokdak, zo’n 0,5 tot 0,7 meter hoog en 1,20 meter breed, vormde een obstakel vergelijkbaar met een hek. Extra voorzieningen waren niet nodig. Het slachtoffer kende het mogelijke valgevaar, maar dat weerhield hem er niet van niet om de noordkant onbeveiligd te betreden. Volgens de rechtbank staat vast dat op de nok geen doelmatige voorzieningen waren om te voorkomen dat werknemers naar de onbeveiligde noordkant van het dak zouden gaan. Nergens is uit gebleken dat een waarschuwingslint zou worden aangebracht. Een eigen RI&E ontbrak en in het veiligheidsplan waarnaar de werkgever verwijst, wordt valgevaar slechts in algemene zin genoemd. Ook in de last minute risicoanalyses (LMRA), komt het specifieke valgevaar niet aan de orde. Een veilige werkwijze was niet ontwikkeld. Dat werknemers elkaar mogelijkerwijs corrigeren, is niet

28 arbo 1 | 2023
Arbo Actualiteitendag In 1 dag up-to-date over alle arbo onderwerpen 23 mei 2023 | Utrecht

voldoende. De nodige randvoorwaarden om valgevaar te voorkomen ontbraken. Volgens de werkgever zou de inspectie van de noordkant van het dak worden gedaan door een werknemer van het Letse bedrijf die zich op instructie van veiligheidscoördinator K moest beveiligen met vallijn en harnas. Maar specifieke schriftelijke werkinstructies ontbraken en getuigen hebben verklaard dat de boordeling of veiligheidsgordels werden gedragen op plaatsen waar randbeveiliging en netten over de lichtstraten waren geplaatst, werd overgelaten aan de werknemers. Daarmee is terecht geen aanleiding gezien voor matiging van de boete. Het beroep is ongegrond.

Bron: Rechtbank Den Haag, 22 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:5655

Ziekmelding geweigerd

Een arbodienstverlener zou toch moeten weten hoe het er rondom een ziekmelding aan toegaat. Dat blijkt niet altijd het geval.

Mevrouw X werkt sinds januari 2019 als casemanager bij een arbodienst. Eerst voor bepaalde tijd, maar sinds augustus 2019 met een arbeidsovereenkomst voor

Save the date

onbepaalde tijd. Zij meldt zich op 8 april 2020 via whatsapp ziek, maar haar chef is daar kennelijk niet van gediend en mailt dat dit toch wel per telefoon had gekund. Mevrouw X mailt terug zich niet in staat te voelen om iets te doen. Zij vraagt de gegevens van de arbodienst/bedrijfsarts waarbij de dienst is aangesloten, zodat zij een afspraak kan maken. De werkgever geeft de gegevens niet, maar deelt mee dat haar ziekmelding niet wordt geaccepteerd en dat het loon is opgeschort.

Na veel heen en weer mailen spant mevrouw X op 13 mei een kort geding aan. De werkgever beweegt nu kennelijk wel, want zij ontvangt een uitnodiging voor een consult. De bedrijfsarts stelt 25 mei vast dat sprake is van zowel ziekte als een arbeidsconflict en verwacht dat dit bij de-escalatie binnen afzienbare termijn oplosbaar zal zijn.

In kort geding stelt de rechter dat een werkgever in beginsel een ziekmelding moet accepteren. Weigeren kan alleen als voldoende zwaarwegende gronden aanwezig zijn. Wat de werkgever aanvoert – er is een conflict en geen ziekte – is niet zo’n zwaarwegende grond. Het is niet de werkgever die vaststelt of een werknemer ziek is of niet, maar de (bedrijfs)arts – en deze werkgever, nota bene een arbodienst, zou dat moeten weten.

(advertentie)

De werkgever is volgens de Arbowet (artikel 14 en 14a) en de Regeling procesgang het eerste en tweede ziektejaar (artikel 2) verplicht om een bedrijfsarts/ arbodienst in te schakelen voor de beoordeling. Dat volgt ook uit goed werkgeverschap en re-integratieverplichtingen voor de werkgever (artikel 7:611 en 658a BW). De werkgever had dus de ziekmelding niet mogen weigeren en had kort na de melding, en niet pas weken later, de arbodienst/bedrijfsarts moeten inschakelen. Uit de probleemanalyse van de bedrijfsarts blijkt dat de werkneemster door ziekte verhinderd was de bedongen arbeid te verrichten (artikel 7:629 BW). Mede gelet op de arbeidsovereenkomst was de werkgever verplicht het loon door te betalen. Dat de werkneemster zich in 2020 twee keer heeft ziekgemeld en/of ten onrechte niet met de werkgever zou communiceren, is onvoldoende grond voor loonopschorting. De werkgever moet het achterstallige loon betalen.

Bron: Kantonrechter Arnhem, 11 juni 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2894

Rob Poort, jurist en veiligheidskundige, www.bureaupoort.nl.

Helder en praktijkgericht

Tijdens de Arbo Actualiteitendag praten experts op het gebied van jurisprudentie en arbo-ontwikkelingen je op hoog niveau bij in 4 masterclasses. Ze nemen de belangrijkste actualiteiten met je door en geven direct aan wat de gevolgen voor jouw praktijk zijn. Altijd het laatste nieuws vertaald naar de praktijk.

Houd de website in de gaten voor meer informatie arbo-online.nl/actualiteitendag

29 arbo 1 | 2023

Veilig en gezond op de bouwplaats

Opdrachtgever in nieuwe rol

Veiligheid en gezondheid op de bouwplaats beginnen bij de opdrachtgever. Dat was niet altijd zo. In die ontwikkeling hebben de bouwprocesbepalingen een belangrijke rol gespeeld. Een uitleg naar aanleiding van de nieuwe werkinstructie Bouwproces van de Arbeidsinspectie.

Met de implementatie van de bouwprocesbepalingen in de jaren 90 van de vorige eeuw gebeurde er iets unieks. Een revolutie bijna op het gebied van de Arbowetgeving. Vanaf dat moment was de Arbowet namelijk niet langer een strikte aangelegenheid tussen werkgevers en werknemers.

In het hele bouwproces De Arbowet legde nu ook verplichtingen op aan de opdrachtgevers en uitvoerende partijen in het bouwproces. Vanaf nu zou er in het hele bouwproces aandacht zijn voor veilig en gezond werk. Van het ontwerp tot en met de uitvoering, oplevering, ingebruikname en sloop.

Dit alles hadden we te danken aan een belangrijke Europese richtlijn¹. In 1994 werd het Bouwprocesbesluit in Nederland van kracht. Per 1 juli 1997 is het Bouwprocesbesluit opgegaan in het Arbobesluit afdeling 5 Bouwproces.

Maar wat was nu eigenlijk de aanleiding en het doel van deze ‘nieuwe’ regelgeving? Hoe verliep de implementatie ervan in Nederland?

Betere coördinatie

Op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen hebben werknemers en zelfstandigen te maken met grote en soms bijzondere risico’s. De Europese Richtlijn maakte duidelijk dat inadequate bouwkundige en/of organisatorische keuzen of een slechte planning van het werk bij de opzet van het project een rol speelden in meer dan de helft van de arbeidsongevallen op de bouwplaatsen in de EU. De richtlijn wees op de noodzaak de coordinatie al te verbeteren vanaf de uitwerking van het ontwerp. Een ander aspect dat werd beklemtoond, was dat een gebrek aan coördinatie bij de uitvoering van een bouwwerk een groot aantal arbeidsongevallen tot gevolg kan hebben. Met name als gevolg van de gelijktijdige of achtereenvolgende aanwezigheid van verschillende ondernemingen op dezelfde tijdelijke of mobiele bouwplaats. Kortom: de regelgeving had als voornaamste doel het aantal arbeidsongevallen op de bouw te reduceren. Uitgangspunt daarbij was dat opdrachtgever, uitvoerende partij, afzonderlijke werkgevers en zelfstandigen in samenwerking

met elkaar ongevallen in de bouw kunnen voorkomen.

Andere rol

Hoe dan? Door een goede coördinatie, doordachte bouwkundige, technische en organisatorische keuzes en een goede planning. En vooral door aandacht voor veiligheid en gezondheid vanaf het ontwerpproces tot en met de uitvoering. De betrokken partijen waren nog niet goed voorbereid op de enorme verandering die van hen werd gevraagd. De essentie van de regelgeving: de opdrachtgever moest in de ontwerpfase ‘rekening houden met’ de verplichtingen voor de arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase. Een vrij abstract voorschrift.

Het ging daarbij om de verplichtingen die gelden voor werkgevers, werknemers en zelfstandigen op de bouwplaats. Hoe dit dan precies moest gebeuren en in welke mate, was niet precies voorgeschreven. Dat ‘rekening houden met’ werd in 2006 vervangen door ‘zich ervan vergewissen dat’. Iets minder vrijblijvend dus, maar daarover later meer.

30 arbo 1 | 2023
Tekst Dennis Hitijahubessy

Meenemen in ontwerp

Opdrachtgevers waren gewend om alle bouwgerelateerde zaken aan de hoofdaannemer over te laten. Zij hielden zich niet zozeer bezig met veiligheid en gezondheid in de uitvoering, en al helemaal niet tijdens de ontwerpfase. Hetzelfde gold voor de ontwerpende partijen. Veiligheid en gezondheid ‘meenemen’ in het ontwerpproces was toen een nog betrekkelijk nieuw fenomeen. Hoe moest je dit dan doen? Het was duidelijk dat er veel meer van opdrachtgever en uitvoerende partijen werd verwacht. Maar dat riep nog veel vragen op. Want wat moet de opdrachtgever dan allemaal regelen? Waar moet je in de ontwerpfase op letten rondom veiligheid en gezondheid? Wat houdt ‘het zich vergewissen van’ precies in? Ook voor de praktische uitvoering was nog veel onduidelijk. Wat moet er in een veiligheids- & gezondheidsplan (V&Gplan) staan, bijvoorbeeld? Welke verantwoordelijkheden liggen bij de uitvoeren-

de partij? Hoe passen alle andere werkgevers op de bouw in het plaatje? En wanneer moet je nu precies een bouwwerk aan de Arbeidsinspectie melden?

Eigen informatie

In de dagelijkse praktijk ging de bouwsector aan de slag met voorbeeld-V&Gplannen, leidraden voor ontwerpers en ander informatiemateriaal. De overheid hield zich afzijdig van deze ontwikkelingen uit het oogpunt van deregulering en marktwerking.

Bouwend Nederland, Stichting Arbouw, Aboma, BNA en andere brancheorganisaties ontwikkelden gaandeweg zelf informatiemateriaal. Daarmee gaven zij verder invulling aan de nogal abstracte regelgeving. Ook de toenmalige Rijksgebouwendienst (nu: het Rijksvastgoedbedrijf) ontwikkelde voor iedereen toegankelijke leidraden².

De Europese Commissie kwam daarnaast met een aanvullende handleiding

over de concrete invulling van de verplichtingen uit de Europese Richtlijn. Helaas is daar in Nederland weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Verder publiceerde de toenmalige Inspectie SZW (nu: Nederlandse Arbeidsinspectie) in 2017 een informatieve brochure³ over de rollen en verplichtingen van de verschillende partijen in het bouwproces. Op de website van de Arbeidsinspectie is nu meer informatie over deze tools en handreikingen⁴ te vinden.

Uitvoerbare handhaving Wat zich aanvankelijk liet aanzien als een revolutie in de bouwwereld, bleek bij nader inzien dus meer een evolutie: een betrekkelijk langzame ontwikkeling. Hetzelfde gold voor de handhaving door de Arbeidsinspectie. Die werkte met man en macht aan een praktisch uitvoerbare handhavingsstrategie. Daarbij hoorde het ‘opschalen’ van de handhaving van overtredingen op de bouwplaats naar overtredingen die het gevolg waren van onvolkomenheden in het bouwproces. In het begin pasten de inspecteurs dit nog niet op grote schaal toe. Inmiddels is de handhavingsstrategie van de Arbeidsinspectie ontwikkeld naar een aanpak van een weloverwogen opdrachtgeversbenadering. Daarbij ligt de focus op verantwoordelijkheden van verschillende partijen in de hele bouwketen⁵.

31 arbo 1 | 2023
Opdrachtgevers lieten bouwgerelateerde zaken aan de hoofdaannemer over

De vergewisplicht

Eén begrip dat in de praktijk veel vragen opriep, was de zogeheten ‘vergewisplicht’. Omdat het hier gaat om de kern van de bouwprocesbepalingen, ga ik daar even op in. In artikel 2.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit staat letterlijk:

‘De opdrachtgever is verplicht in de ontwerpfase zich ervan te vergewissen dat de betrokken werkgevers en zelfstandigen in staat zijn de verplichtingen voor de arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase na te komen.’

In deze ene zin wordt behoorlijk wat van een opdrachtgever verwacht. Namelijk: hij moet zich er in de ontwerpfase van vergewissen (Van Dale: zich zekerheid verschaffen) dat werkgevers en zelfstandigen hun arboverplichtingen kunnen nakomen in de uitvoeringsfase. Dat houdt in dat die opdrachtgever in zekere mate op de hoogte moet zijn van deze verplichtingen voor werkgevers en zelfstandigen. In het bijzonder gaat het daarbij om de verplichtingen bedoeld in artikel 3, artikel 5 eerste en derde lid en artikel 8 van de Arbowet en hoofdstuk 4, afdeling 5 van het Arbobesluit. Deze verplichting is inmiddels bekend onder de naam ‘vergewisplicht’.

Voorbeelden

Maar hoe kun je jezelf zekerheid verschaffen over iets dat in de toekomst zal plaatsvinden? De wetgever heeft een handje geholpen door in het Arbobesluit enkele voorbeelden te geven van hoe een opdrachtgever dat zou kunnen doen. Om na te gaan of een opdrachtgever heeft voldaan aan de vergewisplicht, zou je moeten kijken naar ‘de inspanningen die hij heeft verricht om werkgevers en zelfstandigen in staat te stellen hun verplichtingen op grond van de arbeidsomstandighedenwetgeving na te leven’.

Gevaren en risico’s inventariseren, voorkomen en beperken ‘Zich ervan vergewissen in de ontwerpfase kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het (laten) inventariseren van gevaren en risico’s die verbonden zijn aan het bouwwerk, het maken van bouwkundige, technische en organisatorische keuzen in de ontwerpfasen waarmee gevaren en risico’s kunnen worden voorkomen, het zoveel mogelijk beperken van de resterende risico’s en op het bie-

den van randvoorwaarden die veilig en gezond werken mogelijk maken (zoals een goede planning, coördinatie, voldoende tijd en geld). Ook is het mogelijk bij de aanbesteding te kijken naar past performance en de inzet om gezond en veilig werken te hanteren als selectiecriterium.’

Omgang met vooraf voorzien- en beïnvloedbare risico’s ‘Het gaat bij zich vergewissen dus om de omgang met gevaren en risico’s die vooraf voorzien- en beïnvloedbaar zijn en niet om uitvoeringsrisico’s die op de werkvloer kunnen ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van een samenloop van niet voorzienbare omstandigheden. De beïnvloedingsmogelijkheden van een opdrachtgever zijn het grootst aan het begin van een bouwproces. Naarmate dit proces voortschrijdt, is de uitvoerende partij het best in staat om invloed uit te oefenen op het voorkomen van gevaren en risico’s.’

Dit zijn natuurlijk slechts voorbeelden van de inspanningsverplichting van de opdrachtgever. Afhankelijk van de grootte, soort en complexiteit van het bouwproject varieert deze vergewisplicht in reikwijdte en diepgang.

Toezicht op naleving

Hoe gaat de Arbeidsinspectie om met het toezicht op de naleving van de bouwprocesbepalingen? Bij haar inspecties hanteert zij werkinstructies, voorheen bekend als basisinspectiemodules (BIM). Deze werkinstructies geven inspecteurs een handvat om inspecties op specifieke onderwerpen systematisch en grondig uit te voeren.

De werkinstructies worden ook extern gepubliceerd. Dit heeft als voordeel dat werkgevers en werknemers weten hoe de Arbeidsinspectie naar bepaalde arboonderwerpen kijkt. Daarnaast bieden ze arbokerndeskundigen extra uitleg en houvast bij de beoordeling van bepaalde arbeidssituaties.

Voor het onderwerp Bouwprocesbepalingen heeft de Arbeidsinspectie in november 2022 een werkinstructie gepubliceerd⁶.

Samenwerking

Veilig en gezond bouwen bereik je vooral door te investeren in een soepele samenwerking tussen alle betrokken partijen in de hele bouwketen. Iedereen heeft hierin een eigen rol: een zelfstandige verantwoordelijkheid die niet overdraagbaar is aan een andere partij. Met de bouwprocesbepalingen heeft de opdrachtgever ook ‘arboverantwoordelijkheid’ gekregen. Daarmee is hij dus medebepalend geworden voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en zelfstandigen op de bouwplaats. Want hoe eerder er in het bouwproces aandacht is voor veiligheid en gezondheid, hoe groter de positieve invloed die partijen kunnen uitoefenen op de arbeidsomstandigheden op de bouwplaats. Hiermee voorkomen zij samen ongevallen op de bouwplaats. En die veilige en gezonde bouwplaats, die begint bij de opdrachtgever.

Dennis Hitijahubessy is arbeids- & organisatiedeskundige bij het Inspectiebreed kenniscentrum (IKC) van de Arbeidsinspectie

Noten

1 Richtlijn nr. 92/57/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen.

2 Modeldocumenten Veiligheid en Gezondheid (V&G) | Richtlijn | Rijksvastgoedbedrijf

3 www.nlarbeidsinspectie.nl/onderwerpen/ verantwoordopdrachtgeverschap/documenten/brochures/2017/05/17/samen-veilig-engezond-bouwen

4 Naslagwerken en tools bouwprocesbepaling | Bouw en Infrastructuur | Nederlandse Arbeidsinspectie (nlarbeidsinspectie.nl)

5 https://www.nlarbeidsinspectie.nl/nederlandse-arbeidsinspectie/publicaties/jaarplannen/2021/11/23/jaarplan-2022 (blz. 39)

6 Werkinstructie bouwprocesbepalingen | Richtlijn | Nederlandse Arbeidsinspectie (nlarbeidsinspectie.nl)

32 arbo 1 | 2023
Zich vergewissen draait om gevaren en risicoʼs die vooraf voorzienbaar zijn

Ziek door covid

Het lijkt erop dat de covid-19-epidemie in ons land bijna tot het verleden behoort. Dit neemt niet weg dat nog veel mensen met ernstige en langdurige gezondheidsklachten kampen. Is de werkgever aansprakelijk?

Met name medewerkers in de zorg die veelvuldig in aanraking kwamen met besmette patiënten zijn hiervan de dupe geworden. De overheid heeft maatregelen genomen om deze specifieke kwetsbare groep te beschermen. Die draaien vooral rond ontslagbescherming.

Maar hoe zit het met de aansprakelijkheid van de werkgever als een werknemer geleden en nog te lijden letselschade wil vorderen? Denk aan inkomensschade als gevolg van blijvende arbeidsongeschiktheid.

Baanbrekende uitspraak

Recentelijk is hier voor het eerst een baanbrekende uitspraak over gedaan (Rechtbank Amsterdam, 16 december 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7569).

Met deze uitspraak lijkt de deur te zijn geopend voor vergoeding van letselclaims in vergelijkbare zaken.

Wat speelde in deze casus? Een werkneemster werkte tijdens de lockdown als verpleegkundige in een zorginstelling. Zij stelde dat zij tijdens het werk aan covid-19 is blootgesteld en daardoor besmet is geraakt. Ze mat op die bewuste dag de bloeddruk en temperatuur van een bewoner zonder persoonlijke beschermingsmiddelen als een mondkapje en handschoenen te gebruiken. De dag daarna bleek deze bewoner covid19-gerelateerde klachten te hebben. Ook voerde werkneemster aan dat de klachten niet in de privésituatie waren ontstaan.

Claim voor letselschade

Vanwege aanhoudende klachten en langdurige arbeidsongeschiktheid claimde werkneemster vergoeding van haar letselschade. Werkgeefster weigerde de aansprakelijkheid te erkennen. Het belangrijkste verweer: werkneemster had het voorgeschreven mondmasker moeten gebruiken maar had dat nagelaten. Werkgever voldeed aan de richtlijn van het RIVM waarin dit werd geadviseerd. Bovendien zou de besmetting in de privé-situatie zijn opgedaan. Werkneemster legde haar claim aan de rechter voor. De kantonrechter overweegt in zijn uitspraak als eerste dat de besmetting tijdens werkzaamheden is opgelopen. Algemeen bekend feit is inmiddels dat mensen dit virus ook een of twee dagen voordat ze symptomen krijgen, kunnen overdragen. Er zijn volgens de kantonrechter geen aanwijzingen dat de besmetting in de privéomstandigheden is opgelopen.

Verdenking van klachten

De cruciale vraag blijft of werkgeefster voldeed aan de op haar rustende zorgplicht. Bepalend in dit verband is de woordelijke interpretatie van de richtlijn. Deze schreef voor dat bij ‘verdenking’ van coronagerelateerde klachten door de dienstdoende arts werknemers verplicht waren mondkapje en handschoenen te dragen.

De uitleg van werkgeefster was dus onjuist. De arts had geen verdenking vastgesteld dus werkneemster was terecht

in de veronderstelling dat zij het masker niet hoefde te dragen. De kantonrechter vindt dat werkgeefster wel degelijk haar zorgpersoneel had moeten verplichten beschermingsmiddelen te gebruiken vanwege bestaande verdenkingen op covid-19 binnen de afdeling. Door dit na te laten is ze tekortgeschoten in haar zorgplicht en aansprakelijk voor de schade van betreffende werkneemster.

Commentaar

Wat mij betreft een juiste toepassing van de zorgplicht zoals bepaald in artikel 7:658 BW. Werkgeefster was bekend met de noodzaak van de te nemen maatregelen en met het risico dat de besmetting gezondheidsschade tot gevolg kon hebben. Met bescherming had de besmetting kunnen worden voorkomen. Wenk. Het al dan niet (wettelijk) verplichte karakter om beschermingsmiddelen voor te schrijven doet niet af aan de eigen verantwoordelijkheid om (tijdig) adequate maatregelen te nemen om besmetting en daarmee gepaard gaande schade te voorkomen.

Met name voor zorgpersoneel zal deze uitspraak belangrijke handvatten bieden om met succes de letselschade te verhalen op werkgever. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat nog hoger beroep kan worden ingesteld en het Gerechtshof in tweede instantie anders kan oordelen.

Bas van Batenburg is advocaat/partner van Van Batenburg & Pracht Advocaten

RECHT 33 arbo 1 | 2023

Nieuwe regelgeving om op te letten

De arboregels voor 2023

In 2023 wordt weer nieuwe arboregelgeving van kracht. Ook laten eerdere wetswijzigingen hun invloed gelden. Tot slot zijn er voorstellen waarvan komend jaar zal blijken of ze daadwerkelijk leiden tot nieuwe regelgeving. We zetten alles op een rij.

Tekst

We beginnen met een overzicht van de regelgeving die van kracht wordt in 2023.

Tegemoetkoming bij beroepsziekten door gevaarlijke stoffen

Per januari 2023 treedt de nieuwe regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB) in werking.

Met deze regeling kunnen medewerkers die ziek zijn geworden door het werk met gevaarlijke stoffen sneller en eenvoudiger aanspraak maken op een eenmalige financiële tegemoetkoming.

De regeling geldt voorlopig voor drie beroepsziekten: longkanker door asbest, allergische astma en de ‘schildersziekte’ (OPS/CSE). In de komende jaren wordt de lijst met beroepsziekten door stoffen waarvoor de regeling geldt verder uitgebreid.

Werkenden die denken recht te hebben op de tegemoetkoming kunnen zich aanmelden via de website van het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen (ISBG). Daar is ook meer informatie te vinden over de regeling en de voorwaarden.

Aanvullende RI&E (ARIE)

Per 1 januari 2023 is de aangepaste regelgeving inzake risico’s zware ongevallen met gevaarlijke stoffen van kracht geworden. Deze regeling is gericht op risicovolle bedrijven die werken met een zodanige hoeveelheid gevaarlijke stoffen dat deze een zwaar ongeval kunnen veroorzaken.

Door de aanpassing komen minimaal 200 extra bedrijven onder deze regeling Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (ARIE) te vallen. Deze bedrijven moeten aan de ARIE-verplichtingen gaan voldoen. Zoals een aanvullende RI&E uitvoeren voor de beheersing van risico’s van zware ongevallen, een veiligheidsbeheerssysteem ontwikkelen en invoeren, en een intern noodplan opstellen. Ook moeten alle bedrijven die ARIE-plichtig zijn als werkgever een

eenmalige melding doen aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Nieuwe ARIE-bedrijven hebben tot 1 januari 2024 de tijd om aan de ARIE-verplichtingen te voldoen.

Let op: ondanks dat er een verband is met de nieuwe Omgevingswet, schuift de invoering van deze nieuwe ARIE-regels niet op.

Nieuwe Omgevingswet

De Wet milieubeheer zal waarschijnlijk per juli 2023 (grotendeels) opgaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt een lappendekken aan wetten en voorschriften in één wet. Daarnaast zorgt de wet voor één digitaal loket voor de aanvraag van vergunningen en het starten van projecten.

Ook brengt de Omgevingswet enkele nieuwe voorschriften met zich mee. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verplichting tot het aanwijzen van een veiligheidscoördinator bij bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze veiligheidscoördinator richt zich met name op de veiligheid in de directe omgeving

van de plek waar wordt gebouwd. Let op: de invoering van de nieuwe wet stuit op allerlei inhoudelijke en ICT-problemen. Daardoor is de invoeringsdatum al meermaals verschoven. Het is goed mogelijk dat ook de nieuwe datum van juli 2023 niet wordt gehaald.

Veiligheidscoördinator verplicht bij bouw- en sloop Zijn er bij een bouwproject risico’s voor de veiligheid in de omgeving van de werkzaamheden? Dan is het binnenkort verplicht om een veiligheidsplan op te stellen voor bouw- en sloopwerkzaamheden. Ook een veiligheidscoördinator aanstellen is dan verplicht. Of er veiligheidsrisico’s zijn blijkt uit de in te vullen risicomatrix. Een infoblad geeft hierover meer informatie. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat dit regelt, gaat tegelijk in met de Omgevingswet (zie hierboven).

Energielabel voor kantoren Jaren geleden al heeft de Rijksoverheid afgekondigd dat kantoren groter dan

35 arbo 1 | 2023
Mogelijk wordt ook juli 2023 voor de Omgevingswet niet gehaald

100 m² in 2023 minimaal over energielabel C moeten beschikken. Begin 2022 bleek dat bij vier op de tien Nederlandse kantoren nog niet het geval. En wat als een kantoorgebouw in 2023 nog niet is verduurzaamd volgens energielabel C? Dan volgt een boete of mag de werkgever het pand niet meer als kantoor gebruiken. Overigens is label C nog maar een eerste stap. In 2030 moeten deze kantoorgebouwen voldoen aan energielabel A.

Machinerichtlijn wordt Europese verordening

De huidige machinerichtlijn (2006/42/ EG) is in Nederland in het Warenwetbesluit Machines opgenomen. Deze wordt momenteel omgezet naar een nieuwe Europese Verordening. De verwachting is dat deze Verordening medio 2023 gepubliceerd gaat worden. Een verordening is rechtstreeks van toepassing. Bij een Europese Verordening worden alleen zaken als de aanwijzende autoriteit en de sanctionering in nationale regelgeving opgenomen. Hierdoor zal er binnen Europa meer eenheid ontstaan omdat verschillen tussen lidstaten verdwijnen. De Verordening zal verder bouwen op de Machinerichtlijn, maar zal een aantal zaken verduidelijken en uitbreiden. Zo zal er bijvoorbeeld meer aandacht zijn voor nieuwe technologieen, wijzigingen van machines en digitalisering van gebruikersinformatie. Ook zal de huidige bijlage IV van de Machinerichtlijn over gevaarlijke machines op de schop gaan. Voor gevaarlijke machines is extra aandacht nodig.

Recente wetswijzigingen

Hieronder volgen de recente wetswijzigingen die belangrijk zijn in 2023.

Strengere toetsing RI&E’s

In juli 2022 is nieuwe regelgeving van kracht geworden voor de toetsing van een RI&E. Zo’n toetsing door een gecertificeerde kerndeskundige is wettelijk vereist. Tenzij er in een organisatie minder dan 25 medewerkers werkzaam zijn en een erkend branche-RI&E-instrument is gebruikt.

De strengere eisen aan de toetsing betekenen in de praktijk dat een nieuwe RI&E aan meer eisen moet voldoen om een positief advies te krijgen van een toetser. Sommige eisen zijn daadwerkelijk nieuw. Andere golden al, maar krijgen nu meer focus. Een paar belangrijke onderdelen:

» Er moeten meerdere gecertificeerde toetsers worden ingeschakeld voor de toetsing van een nieuwe RI&E. Eerst volstond één gecertificeerde toetser. Nu kan het aantal, afhankelijk van de aangetroffen risico’s, oplopen tot drie. »De invuller moet per aangetroffen knelpunt de ‘basisrisicofactor’ aangeven.

»Bij ieder niet als knelpunt aangemerkt aspect moet de invuller beargumenteren dat dit punt daadwerkelijk in orde is in het bedrijf.

»Een RI&E moet aantoonbaar zijn gebaseerd op analyses van het ziekteverzuim en de ongevallenregistratie, op resultaten uit PAGO’s en op inzichten van de medewerkers, de preventiemedewerker en de bedrijfsarts.

»Maatregelen in de RI&E moeten SMART zijn geformuleerd en moeten zich richten op de aanpak van de achterliggende oorzaken van een knelpunt.

»Als een werkgever bij een maatregel niet voor bronaanpak (eerste maatregel volgens de arbeidshygiënische strategie) kiest, moet hij dat voortaan in de RI&E beargumenteren.

»Verder is nu vereist dat de invuller in de RI&E per maatregel beschrijft hoe het bedrijf een maatregel precies invoert, welke maatregelen al zijn genomen, wat de ingeschatte effectiviteit van de nieuwe maatregel is en of de maatregel ook ongewenste consequenties heeft.

Daarnaast moet de RI&E beschrijven: »Hoeveel preventiemedewerkers nodig zijn, met hun tijdsbesteding, deskundigheden en plaats in de organisatie.

»Welke nadere inventarisaties het bedrijf moet uitvoeren.

»Hoe het arbobeleid en de organisatie van de bedrijfshulpverlening (bhv) eruitzien, met daarbij een beoordeling of deze beide zaken in de praktijk ook operationeel zijn.

»Welke medische onderzoeken (PAGO’s) nodig zijn en hoe vaak.

» Wat de risico’s zijn voor bijzondere groepen als jeugdigen, ouderen, zwangere vrouwen, mindervaliden, derden, stagiairs en uitzendkrachten, bewakings- en schoonmaakpersoneel. De vraag is of de grote lijst aan zwaardere eisen tot de beoogde kwaliteitsverbetering leidt of dat die vooral de weerstand vergroot om een RI&E uit te voeren.

Thuiswerkvergoeding

Sinds 2022 kunnen werkgevers hun werknemers een belastingvrije vergoeding geven voor de kosten die ze maken bij thuiswerken. Per 1 januari 2023 stijgt dit bedrag van 2 euro naar 2,13 euro per dag. Over deze vergoeding wordt geen loonbelasting betaald. Dit kan ook worden betaald als werknemers maar een deel van de dag thuiswerken.

Gewijzigde NEN-norm tillen en dragen De norm NEN-ISO 11228-1 voor het beoordelen van fysieke belasting in werksituaties is onlangs herzien. De belangrijkste wijzigingen die zijn aangebracht gaan over de manier van beoordelen van

36 arbo 1 | 2023

tillen, neerzetten en dragen. Arbofunctionarissen moeten nagaan of deze nieuwe inzichten zijn verwerkt in de methode die ze gebruiken bij de RI&E Fysieke belasting in hun organisatie.

Voorstellen in de pijplijn Dit, tot slot, zijn de relevante wetsvoorstellen die in de pijplijn zitten.

Wet werken waar je wilt

In deze wet is vastgelegd dat de werkgever een verzoek van de werknemer om thuis te werken in beginsel moet accepteren. Mits dit mogelijk is voor het type werk dat hij doet. Dat geldt ook voor verzoeken van thuiswerkers die juist op kantoor willen werken. Deze wet geldt alleen voor bedrijven met tien of meer werknemers en onder een aantal voorwaarden. De Wet werken waar je wilt is een aanpassing van de bestaande Wet flexibel werken. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, de Eerste Kamer moet dit nog goedkeuren. De verwachting is dat die goedkeuring er komt.

Nieuwe asbestregelgeving

Het ministerie van SZW wil het asbeststelsel meer risicogericht maken. Onderdelen daarvan zijn aanpassing van de arboregels en gelijktijdige lancering van het digitale instrument SMART-ns om de risico’s beter in kaart te brengen. Deze wijziging heeft gevolgen voor onder andere asbestinventarisatiebedrijven en asbestverwijderingsbedrijven. En ook voor niet-gecertificeerde bedrijven (zoals aannemers) die mogelijk in de toekomst bepaalde asbesttoepassingen willen gaan verwijderen. Daarnaast heeft deze veran-

dering in regelgeving invloed op toezichthouders, eigenaren van vastgoed waar asbest in zit en inspectie-instellingen. De wijziging van de arboregelgeving heeft ook gevolgen voor het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit/ Besluit bouwwerken leefomgeving. Deze worden tegelijkertijd aangepast, zodat de regelgeving op elkaar blijft aansluiten. De ministerraad is inmiddels akkoord gegaan met de wijzigingen. Nu kijken de Eerste Kamer, Tweede Kamer en de Raad van State er nog naar. Naar verwachting gaan de veranderingen in de regelgeving medio 2023 in.

Alcohol- en drugsbeleid

Enige jaren geleden heeft de Autoriteit Persoonsgegevens duidelijk gemaakt dat medewerkers testen op het gebruik van alcohol en drugs alleen is toegestaan bij enkele in de wet aangewezen beroepen. Denk daarbij aan risicovolle beroepsgroepen in luchtvaart, scheepvaart, trein- en wegverkeer.

Voor alle andere beroepen mag een werkgever geen test laten afnemen. Niet bij wijze van steekproef, niet bij een concreet vermoeden van middelenge-

bruik, niet als de medewerker daarmee instemt en ook niet als een (bedrijfs)arts de test uitvoert.

Maar er is nu een kleine uitbreiding op komst van de mogelijkheid om medewerkers te testen. In eerste instantie blijft die uitbreiding beperkt tot bedrijven die vallen onder het Brzo-regime (Besluit risico zware ongevallen). Het gaat hier om aangewezen bedrijven met zodanige hoeveelheden gevaarlijke stoffen dat ze een risico vormen voor medewerkers én omgeving.

Het overgrote deel van de werkgevers mag dus nog altijd geen alcohol- of drugstesten uitvoeren op zijn medewerkers. Zij zullen een beleid rond alcohol, drugs en medicijnen moeten hanteren zonder medewerkers te testen.

Nieuwe regelgeving ongewenst gedrag? De huidige regelgeving rond ongewenst gedrag is vrij globaal uitgewerkt. Omdat de Nederlandse Arbeidsinspectie bij inspecties eigen, concretere richtlijnen hanteert over bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon, zorgt dit voor onduidelijkheid. Mariëtte Hamer, de regeringscommissaris grensoverschrijdend gedrag, schreef hierover een brief aan de Tweede Kamer. Daarin stelt zij dat het kabinet scherper zal normeren wat er van organisaties verwacht mag worden in het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag. In de brief noemt zij geen termijnen van nieuwe regelgeving.

Bont beeld

Alles overziend ontstaat een bont beeld van vaststaande en mogelijke wetswijzigingen in 2023. Daarnaast staat de invoeringsdatum van diverse nieuwe regelingen nog niet vast. Kortom, 2023 is een jaar waarin de arbo-geïnteresseerde de wet- & regelgeving nauwlettend in de gaten moet houden.

Koen Langenhuysen is or- en arbotrainer bij Fijn Werk.

37 arbo 1 | 2023
Nieuwe ARIE-bedrijven hebben tot 1 januari 2024 de tijd om aan de ARIEverplichtingen te voldoen

Producten

Blijvend zichtbaar

Het onderhoud van hoge-zichtbaarheidskleding is complexer dan het lijkt. Vuil of beschadigd werken de retroreflecterende strips niet meer optimaal. Thuis wassen of herstellen is geen optie, dan zijn die dure spullen nog sneller hun waardevolle eigenschappen kwijt. Een professionele textieldienstverlener kan garanderen dat de regels rond bescherming en hygiëne volledig worden nageleefd. Mewa biedt beroepskleding, inclusief onderhoud, herstel, controle en logistiek aan via zijn uitgebreide dienstverleningssysteem. Waaronder diverse collecties volgens Europese norm EN ISO 20471, nodig voor onder meer werk aan de weg, afvalbeheer, spoorwegvervoer en gemeentelijke diensten. Mewa-service.nl

Mobiel stil alarm

SPIE Nederland is een samenwerking aangegaan met MultiBel. Fire Protection & Security van SPIE gaat de gecertificeerde stil-alarm-ontruimingsinstallatie van MultiBel verkopen en implementeren. Dat systeem alarmeert via smartphones. MultiBel levert de cloudoplossing en SPIE neemt straks grote delen van de implementatie voor haar rekening, bijvoorbeeld bij het installeren. Kortere lijnen, snellere implementatie, één centraal aanspreekpunt zijn voordelen voor de klant. Multibel.eu, spie-nl.com

Radar door weer en wind

Bij hevige regen, zware sneeuwval, dichte mist en in zeer stoffige omgevingen is het niet makkelijk om betrouwbaar objecten te detecteren. Speciaal daarvoor heeft SICK de radarsensor RMS1000 ontworpen. Die doet zelfs onder de meest extreme omgevingscondities betrouwbaar zijn werk. De robuuste sensor kan goed tegen schokken en trillingen, en bepaalt gelijktijdig de radiale afstand en snelheid van objecten – ook van meerdere objecten tegelijk. Met instelbare openingshoek en een diversiteit aan interfaces is de sensor inzetbaar voor tal van veeleisende toepassingen. Sick.com

Mail uw informatie voor deze rubriek (met jpg-foto) naar arbo@vmnmedia.nl

38 arbo 1 | 2023

Onder binnenmuur

Ook werkzaamheden die niet ingewikkeld lijken, vragen om een planmatige aanpak. Anders kan het flink misgaan.

Tekst Maartje Glorie

De arbeidsinspecteur kreeg in piket een melding van de politie. Hij ging er direct naartoe en startte het onderzoek. Een bouwbedrijf had de opdracht aangenomen om een pand te verbouwen tot woonhuis. Voordat de nieuwbouw kon beginnen, moest er eerst gestript worden en diverse binnenmuren gesloopt. Het slachtoffer was hier samen met een collega mee bezig. Zij gebruikten allebei een elektrische sloophamer.

Ik heb mijn collega onder de brokstukken zien liggen en ik heb hem eruit gehaald”.

Oorzaak en lessen

De ongevalslocatie was afgezet en ongewijzigd. De arbeidsinspecteur betrad samen met de eigenaar het pand. Op de ongevalslocatie schatte de arbeidsinspecteur dat het pand 10 meter breed en 15 meter lang was en dat de vloer voor ongeveer 75 procent bezaaid was met

zaamheden waren niet ingewikkeld. We hadden geen instructies of aanwijzingen nodig. Er was geen toezichthouder aanwezig. Door mijn jarenlange werkervaring bepaal ik zelf welke werkvolgorde ik het beste kan aanhouden. Ik droeg alleen gehoorbescherming, nog geen veiligheidshelm- en -bril, omdat ik nog niet met de werkzaamheden was begonnen.”

Het boeterapport

Uit het onderzoek bleek dat er sprake was van een meldingsplichtig arbeidsongeval en een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet. De werkgever kreeg een ongevallenboeterapport aangezegd op basis van artikel 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het gevaar dat het slachtoffer bedolven werd onder en geraakt werd door de brokstukken van de muur was door de werkgever niet voorkomen en niet zoveel als mogelijk beperkt. Dat komt doordat de werkgever heeft nagelaten de volgende maatregelen te nemen:

Op een gegeven moment stortte een van de binnenmuren in en deze viel op het slachtoffer. De ambulance en politie waren snel ter plaatse. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat het slachtoffer diverse breuken in het aangezicht had, op de intensive care lag en in een kunstmatige coma werd gehouden. De collega, de enige mogelijk getuige, verklaarde: “Ik heb het niet goed kunnen zien. Ik was op een andere plek in het pand werkzaam. Ik hoorde een knal, een groot lawaai en op dat moment stortte de muur in. Door de elektrische sloophamers was er veel geluidsoverlast.

bergen puin. De inspecteur vroeg aan de eigenaar of er een veiligheids- en gezondheidsplan was. De eigenaar antwoordde: “Nee, want er moest eerst nog gesloopt worden.” De arbeidsinspecteur heeft het werk op de ongevalslocatie stilgelegd op basis van instortings-, beknellings-, val- en struikelgevaar. Het slachtoffer werd na dertien dagen ziekenhuis ontslagen en keerde terug naar zijn geboorteland. Hij verklaarde schriftelijk: “Ik bukte om mijn sloophamer te pakken, deze lag tegen een muur aan die mijn collega aan het slopen was en die muur stortte op mij. De werk-

-Voor aanvang van de sloopwerkzaamheden de risico’s te inventariseren.

-De medewerkers voor te lichten en instrueren over de projectspecifieke risico’s.

-Gedurende de sloopwerkzaamheden overleg te voeren over en toezicht te houden op de veiligheid, zodat er gewerkt kon worden volgens een bepaalde werkvolgorde en medewerkers niet in elkaars werkgebied werkten.

-Het werk afzetten als er een kans bestond op vallende materialen.

Het boetebedrag dat werd opgelegd was €10.800 euro.

ONGEVAL 39 arbo 1 | 2023
ʻIk hoorde een knal, lawaaide muur stortte in. Ik heb mijn collega onder de brokstukken vandaan gehaaldʼ

HR met ballen

Als HR-professional is het niet altijd makkelijk je punt te maken tegenover het management. Omzet en winst zijn immers vaak belangrijker dan investeren in medewerkers. Wat zou er gebeuren als HR met een gele markeerstift wel bovenaan de MT-agenda staat? Als je met supersimpele gesprekstechnieken adviezen geeft waar de oogjes van je management van gaan glimmen, zodat je weer alle tijd hebt om aan de slag te gaan met belangrijke HR- thema’s? In dit boek de negen succesformules van HR-expert Bob Zeegers voor HR met ballen. HR met ballen, Bob Zeegers, Van Duuren Management, ISBN 9789089656568

Casemanager

Zodra er sprake is van (dreigend) langdurig verzuim is elke werkgever verplicht om een casemanager aan te wijzen. Deze begeleidt en bewaakt het proces richting een goede re-integratie en voorkomt onnodig hoge kosten en sancties. Deze niet-hiërarchische positie vraagt om specifieke kennis en vaardigheden, en vereist een grote mate van creativiteit en resultaatgericht handelen. Dit boek is een wegwijzer voor doeltreffende begeleiding bij langdurig verzuim en re-integratie, met praktische checklists en stappenplannen voor casemanagers en organisaties.

Casemanagement bij verzuim en re-integratie, Wies Weijts en Cor van Duinhoven, uitgeverij Thema, ISBN 9789462723467

Arbeidsveilig

Een praktisch naslagwerk voor iedereen die te maken heeft met veiligheidstaken. Ook voor HSE-professionals en mensen die een opleiding volgen op het gebied van veiligheid. Het boek geeft overzichtelijk handreikingen voor een veilige en gezonde werkplek. Naast arbeidsveiligheid komen ook aspecten als arbeidshygiëne, ergonomie en gezondheid aan de orde. Samengesteld door experts die de teksten jaarlijks actualiseren. Praktijkgids Arbeidsveiligheid 2023, Vakmedianet, EAN 9789462157880.

Donʼt panic

Paniek. Eén op de vier mensen krijgt er ooit mee te maken. Mensen die dit ervaren, zoeken allerlei oplossingen maar doen dat niet altijd op de juiste plaats. Daardoor blijven ze verstoken van de juiste hulp, terwijl die wel degelijk bestaat. Het begint bij een beter begrip van het fenomeen paniek. Dit boek put uit jarenlange ervaring met patiënten en uit onderzoek, en ontkracht hardnekkige mythes en misverstanden.

Paniek. En hoe het aan te pakken. Koen Schruers & Saskia Broeckx, uitgeverij Lannoo Campus, EAN 9789401482462

Veilig rijden

Op zoek naar informatie over een veilig gebruik van voertuigen tijdens het werk? VeSafe is een interactieve, gratis en gebruiksvriendelijke e-gids over veilig rijden, vervoer op de werkplek en werken op of langs de weg. De gids is opgesteld door EU-OSHA in samenwerking met de Europese Commissie. Hij bevat een groot aantal voorbeelden van goede praktijken, ingedeeld naar voertuig en risico, en een overzicht van de relevante regelgeving. VeSafe-gids, EU-OSHA, eguides.osha.europa.eu/vehicle-safety/

MEDIA 40 arbo 1 | 2023

Collegereeks Leidinggeven aan veiligheid, cultuur en gedrag

9, 16, 23 EN 30 MAART EN 6 EN 13 APRIL 2023

Meester in de RI&E

23 EN 30 MAART 2023 € 1195

Collegereeks Bedrijfskunde voor arboprofessionals

16,

23 EN 30 MEI EN 6, 13 EN 20 JUNI 2023

5 OKTOBER 2023 € 550

VOOR ARBOPROFESSIONALS DIE MEER WILLEN WETEN Bekijk
het complete programma op ARBO-ACADEMY.NL
Hoe maak je onderscheid tussen de zin en onzin van ‘veiligheid’ voor en door de organisatie? En hoe stimuleer je alle collega’s in de ontwikkeling van het juiste veiligheidsgedrag? Tijdens deze collegereeks krijg je de nieuwste inzichten en handvatten aangereikt van absolute topexperts over o.a. veilig risicoleiderschap, bevlogen medewerkers en psychologische veiligheid. € 2595
€ 2595
In deze collegereeks laten hoogleraren en een praktijkspreker je zien hoe je arbo als middel inzet om primaire bedrijfskunde te voeren en je invloed binnen de organisatie te vergroten. Je ontwikkelt je daarbij tot een arbo business partner met een stevig bedrijfskundig inzicht. In een kort tijdsbestek voeg je met jouw arbobeleid meer economische waarde aan de organisatie toe.
Save the date: Landelijk Arbocongres 2023
Het Landelijk Arbocongres is al 20 jaar dé dag voor professionals die door experts in één dag helemaal bijgepraat worden over actuele arbothema’s. Een dag vol inhoud, inspiratie en interactie! Noteer 5 oktober 2023 alvast in je agenda en houd de website in de gaten voor het programma en meer informatie.
Tijdens deze tweedaagse masterclass komt aan de orde wat het verschil is tussen de harde en zachte kanten van omgaan met risico’s. Hoe kan je het gedrag van werknemers begrijpen en beïnvloeden? Wat is de invloed van beleid, organisatiestructuur en leiderschap? En wat is jouw rol hierbij? Ontwikkel tijdens deze masterclass de kennis en vaardigheden om succesvol te adviseren over de RI&E, managementsystemen en de ontwikkeling van een organisatiecultuur.

Binnenkort in Arbo

Gevaarlijke stoffen

42 arbo 1 | 2023 Deze
» Lexces:
» Centrale
» Lachgas verboden?
» Arbowetgeving, REACH en veiligheidsbladen » Het
grensoverschrijdend
» De vertrouwenspersoon
» En veel meer...
arbo
aankondiging is onder voorbehoud
Landelijk Expertisecentrum stoffengerelateerde beroepsziekten
registratie met Mijnblootstelling.nl
En verder
Actieplan
gedrag
verplicht?
ZORGT VOOR EEN AANGENAAM LOOPGEVOEL, MAAR OOK VOOR DAT EXTRA PORTIE LICHTHEID EN DYNAMIEK! VEILIGHEIDSKLASSE S3 BENTE XXE GTX GREEN MID ESD BENTE XXE GTX BLUE LOW ESD ART. NR.: 760731 + 720721 | MAAT: 40 – 48 VOOR UW VOETEN WELLNESS

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vakblad Arbo, nummer 1 februari 2023 by VMN Media - Issuu