Eerlijke en duurzame handel in Rwanda

Page 1

TRADE FOR DEVELOPMENT

EERLIJKE EN DUURZAME HANDEL IN RWANDA 1


Verantwoordelijke uitgever Carl Michiels COÖRDINATIE La Machine à Écrire sccs - Samuel Poos (BTC) REDACTIE Marc VANHELLEMONT CONCEPT Julie RICHTER Foto cover Guenter GUNI © BTC, Belgisch ontwikkelingsagentschap, january 2010. Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie mag enkel vermenigvuldigd worden mits toestemming van BTC en mits bronvermelding. De inhoud van deze publicatie van het Trade for Development Centre vertegenwoordigt niet noodzakelijk het standpunt van BTC.


Inleiding

Joab Jonadav Keki, initiateur du projet

Rwanda, gelegen in het hart van Oost-Afrika tussen Tanzania en Oeganda, kende in 1994 de snelste genocide uit de geschiedenis. Meer dan een miljoen inwoners werden toen uitgeroeid omdat ze als Tutsi geboren waren of bekend stonden als tegenstanders van de dictatuur. Vandaag werkt het Land van de Duizend Heuvels aan een waardige wederopbouw. De veiligheid is teruggekeerd, de corruptie is afgenomen, het transport is betrouwbaarder geworden‌ Al die ontwikkelingen zijn pluspunten voor de bezoeker en voor de uitbouw van een eerlijke en/of duurzame handel. Ongeveer 90% van de bevolking werkt in de landbouw. Rwanda produceert voornamelijk twee grote exportgewassen (koffie en thee) naast een aantal voedingsgewassen (bonen, bananen, erwten, maniok, zoete aardappelen‌). Het in 2000 gelanceerde overheidsprogramma Vision 2020 promoot met name het ondernemerschap en de modernisering van de landbouw. De zwakke prijzen van de koffie op de wereldmarkt, ongunstige klimaatomstandigheden en de noodzakelijke herstructurering van het land beletten echter al enkele jaren een echte herneming van de groei. De landbouwsector, die goed is voor meer dan 40% van het BBP, slaagt er nog altijd niet in de 8,5 miljoen Rwandezen te voeden. De initiatieven voor duurzame en eerlijke handel, die vooral uit Europa en Amerika buitenlandse investeerders aantrekken, zijn in deze context buitengewoon belangrijk. Deze brochure geeft een overzicht van de veranderingen die zich in Rwanda voltrekken en presenteert de initiatieven die in de voorbije jaren het licht hebben gezien.

2


Rwanda, een land in wederopbouw

4

Eerlijke handel: ketens, marktspelers en organismen

5

Oorsprong van de eerlijke handel Wat is eerlijke handel? De gelabelde en de geïntegreerde keten De belangrijkste actoren van de eerlijke handel De grote internationale koepelorganisaties van de eerlijke handel

7

WFTO - World Fair Trade Organisation FLO - Fairtrade Labelling Organisation EFTA - European Fair Trade Association FINE De initiatieven voor eerlijke handel in Rwanda

9

De rol van COFTA en RWAFAT Cards from Africa De Coopérative des Producteurs artisanaux de Butare (COPABU) De “Dancing Pots” van de vzw COPORWA De koffieketen in Rwanda

14

De coöperatie Abahuzamugambi Ba Kawa De door FLO gecertificeerde coöperaties De coöperatie Abakundakawa – ABK De Coopérative pour la Promotion des Activités-Café – COOPAC The Pygmy Survival Alliance Coopérative des caféiculteurs de Gashonga – COCAGI De coöperatie Dukunde Kawa Starbucks en FLO met Dukunde Kawa De coöperatie Abahinzi ba Kawa Karaba – Koakaka De acht fairtradecoöperaties van de Misozi Coffee Company Ltd Thee in Rwanda

26

Een nieuwe strategie voor de Rwandese theesector Een enkel bedrijf met FLO-certificering BTC in Rwanda

28

BESLUIT

30

3


Rwanda, een land in wederopbouw Het Land van de Duizend Heuvels Met een bevolking die in 2004 op 8,5 miljoen inwoners werd geschat1, is Rwanda niet alleen het dichtst bevolkte land van Afrika maar ook een van de armste. “Le pays des mille collines” in het gebied van de Grote Meren is een opeenvolging van heuvels en steile bergen. Vooral de geografische ligging vormt echter een rem op de sociaaleconomische ontwikkeling. Rwanda wordt in Oost-Afrika immers ingesloten door Oeganda in het noorden, Tanzania in het oosten, Burundi in het zuiden en de Democratische Republiek Congo in het westen. De dichtstbijzijnde haven, Dar es Salaam, ligt in Tanzania, op ongeveer 1.400 kilometer van de Rwandese grens - een reis van ongeveer tien dagen. Sinds enkele jaren werkt het land aan de uitbouw van zijn wegen- en luchtvaartinfrastructuur om zijn export en zijn competitiviteit op de internationale markten te versterken.

Het programma “Vision 2020” Sinds het einde van de burgeroorlog in 1994, waarin meer dan een miljoen Tutsi om het leven kwamen, is Rwanda zich langzaam aan het herstellen en voert het geleidelijk aan nieuwe democratische instellingen in. In 2003 werd een nieuwe grondwet aangenomen en in september van datzelfde jaar vonden parlementaire en presidentsverkiezingen plaats. De volgende verkiezingen zijn voor augustus 2010 gepland. Rwanda bezit weinig natuurlijke rijkdommen en een nauwelijks ontwikkelde industrie. Bijna 90% van de bevolking werkt in de landbouw. 47% van die bevolking is analfabeet2. In 2000 lanceerde de Rwandese minister van financiën en economische planning het plan “Vision 2020” dat iets wil ondernemen tegen de onderontwikkeling van het land en de armoede onder de bevolking door economische groei met sociale vooruitgang te combineren (uitroeiing van de extreme armoede en de honger). Deze strategie, uitgewerkt in een Plan Stratégique de Transformation de l’Agriculture (strategisch plan voor de transformatie van de landbouw) streeft naar de overgang van een overlevingslandbouw naar een marktlandbouw. Het wil vooral het gedeelte van de bevolking dat in de landbouw werkt, terugbrengen van 90 tot 50 procent3.

4

“Het plan heeft tot doel het gebruik, de bescherming en het beheer van de grond te verbeteren, (…), de vorming van samenwerkingsverbanden tussen landbouwers en de oprichting van beroepsverenigingen te bevorderen, en de opslag, de markten en de wegeninfrastructuur te verbeteren om de boeren uit hun isolement te halen. Daarnaast zal de diversificatie van de gewassen worden aangemoedigd alsook het verbouwen van producten die meer winst opleveren en een grotere voedingswaarde hebben, zoals aardappelen, maniok, maïs, sorghum, tarwe en soja”4.

Thee en koffie De landbouw die momenteel nog de basis van de Rwandese economie vormt, vertegenwoordigde in de periode 2000-2004 bijna 45% van het bruto binnenlands product (bbp) en ongeveer 80% van de inkomsten in vreemde valuta5. De productie van thee, het belangrijkste handelsgewas, is tussen 1995 en 2002 sterk toegenomen, terwijl de productie van koffie in dezelfde periode met ongeveer 14% terugviel. Dat laatste was vooral te wijten aan de droogte en aan de prijsschommelingen op de internationale markten. Deze twee gewassen zijn de belangrijkste exportproducten van het land. De in deze brochure besproken initiatieven voor eerlijke handel mikken dan ook vooral op deze twee sectoren.


Eerlijke handel: ketens, marktspelers en organismen

Oorsprong van de eerlijke handel

Wat is eerlijke handel?

Eerlijke handel is ontstaan uit een eenvoudige vaststelling: ondanks de bedragen die in ontwikkelingshulp worden geïnvesteerd, blijft de armoedekloof tussen de bevolking van de rijkste landen en die van de armste landen groeien.

In 2001 zijn de belangrijkste internationale fairtradeorganisaties (de World Fair Trade Organisation, de Fair Trade Labelling Organizations (FLO) en het Network of European World Shops) het eens geworden over een gemeenschappelijke definitie:

In minder dan een eeuw is de verhouding tussen de inkomens in de 20% rijkste landen en de 20% armste landen gestegen van 11 tegen 1 in 1913 naar 75 tegen 1 vandaag. Oorlogen, natuurrampen, gebrekkige infrastructuur, corruptie,… Er vallen veel oorzaken op te sommen voor dit verstoorde evenwicht, maar er spelen ongetwijfeld ook en vooral fundamenteel structurele economische kwesties mee. Grondstoffenspeculatie, de schuldenspiraal, de gesubsidieerde concurrentie van producenten uit de noordelijke landen: al die mechanismen vormen obstakels voor een opleving van de armste landen die hun ontwikkeling niet zelf in handen hebben.

“Eerlijke handel is een commercieel partnerschap dat steunt op dialoog, transparantie en respect, met als doelstelling te komen tot een rechtvaardiger wereldhandel.

Hoewel de ongelijkheden in de handel al in de 19e eeuw werden aangetoond (vooral vanaf de publicatie in 1860 van de roman van de Nederlander Edward Douwes Dekker, met Max Havelaar als held), zagen pas na de Tweede Wereldoorlog de eerste projecten voor eerlijke handel van Amerikaanse en Engelse organisaties het licht (Ten Thousand Villages in de VS; de ngo Oxfam in het Verenigd Koninkrijk). Op de UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development) van 1964 werd voor het eerst het concept «eerlijke handel» gedefinieerd: «Trade, not Aid» (handel, geen hulp) was het basisprincipe. Op het einde van de jaren 60 gingen in Europa de eerste winkels voor eerlijke handel open, terwijl in de ontwikkelingslanden producentencoöperaties en -verenigingen werden opgericht die voordeel zouden halen uit een eerlijker handelsverkeer. De landbouw- en de handwerksectoren kwamen als eerste aan bod.

5

Eerlijke handel draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden te bieden en door de rechten van de gemarginaliseerde producenten en werknemers te waarborgen, vooral in het Zuiden. De organisaties voor eerlijke handel (gesteund door de consumenten) verbinden er zich actief toe de opinie te sensibiliseren en campagne te voeren voor veranderingen in de regels en praktijken van de conventionele internationale handel.» Om de implementatie van dit economische systeem te ondersteunen, hebben de organisaties 10 hoofdprincipes bepaald die moeten worden nageleefd: •K ansen creëren voor de producenten die zich economisch in een benadeelde situatie bevinden. •D e transparantie en de geloofwaardigheid bevorderen. •D e individuele competentie aanmoedigen. •E erlijke handel stimuleren. •D e betaling van een rechtvaardige prijs garanderen. •W aken over de gelijkheid tussen de geslachten. •A anvaardbare arbeidsomstandigheden garanderen. •K inderarbeid vermijden. •H et milieu beschermen. •H andelsrelaties aanmoedigen gebaseerd op vertrouwen en wederzijds respect.


Concreet garandeert eerlijke handel de producenten in de armste landen betere aankoopprijzen dan de prijzen op de wereldmarkt, een relatieve prijsstabiliteit en gunstige betalingsvoorwaarden en –termijnen (zelfs voorfinancieringsmogelijkheden), zodat de boeren en ambachtslui hun producten niet tegen dumpingprijzen moeten verkopen of woekerleningen moeten aangaan. De eerlijke prijs wordt door onderhandelingen bepaald. Hij moet alle productiekosten voor het product kunnen dekken, met inbegrip van de milieukosten, en de producenten een aanvaardbare levensstandaard garanderen. De kopers van fairtradeproducten zetten zich in het algemeen in voor sociale programma’s (alfabetisering, toegang tot de onderwijs- en medische zorgsystemen enz.) en steunen de productieve investeringen van de producentenorganisaties.

De gelabelde en de geïntegreerde keten

De belangrijkste actoren van de eerlijke handel

Sinds 1988 en de oprichting van de IFAT, de internationale federatie voor eerlijke handel (die in 2009 de WFTO werd, de World Fair Trade Organization), enerzijds en de lancering van het Max Havelaarlabel anderzijds, stellen we vast dat er twee grote distributieketens voor de regulering van de eerlijke handel zijn ontstaan, die naast elkaar blijven bestaan: de geïntegreerde keten (WFTO en EFTA) en de gelabelde keten (FLO Max Havelaar).

• De organisaties van producenten of arbeiders die de lokale grondstoffen produceren, verbouwen of verwerken. Om aan programma’s voor eerlijke handel te kunnen deelnemen, moeten zij zich aansluiten bij een erkende organisatie. In de landen van het Zuiden worden de organisaties meestal door Fairtrade Labelling Organisations gecertificeerd.

De geïntegreerde keten, de historische organisatievorm van de eerlijke handel, heeft als belangrijkste kenmerk dat alle actoren die bij de productie en de commercialisering van het product betrokken zijn (producent, verwerker, importeur en verkooppunten) deelnemen aan de eerlijke handel en zich vrijwillig (en zelfs actief) aan de principes van eerlijke handel houden. De certificering komt dus ten goede aan de actoren van de keten. Ze gaat meestal samen met een logo en volgt regels en criteria die veelal in onderling overleg worden gedefinieerd. De gelabelde keten steunt op de certificering van het gecommercialiseerde product. De bedrijven die deze producten aanmaken, verbinden zich ertoe een specifiek lastenboek te respecteren en hun grondstoffen aan te kopen bij organisaties van producenten in ontwikkelingslanden (vaak coöperaties) die door de labelingorganismen zijn erkend. Deze gelabelde producten mogen vervolgens in om het even welk verkooppunt worden verkocht, ook in de klassieke grootdistributie. Max Havelaar, dat het FLO-label in België vertegenwoordigt, is het bekendste van deze labels. Het naast elkaar bestaan van deze twee ketens illustreert het bestaan van twee verschillende visies op eerlijke handel. Deze visies hebben hoofdzakelijk betrekking op het soort relaties dat met de private marktspelers wordt aangegaan (multinationals, grootdistributie) en op de verschillen tussen een ontwikkelingsvisie (en een aanklacht tegen de internationale handel) enerzijds, en een commercieel perspectief op basis van controle anderzijds.

6

• De marktoperatoren importeren, exporteren of verwerken de producten van de eerlijke handel. Voorbeelden zijn Oxfam Fair Trade of Maya Fair Trade in België, of alle andere conventionele marktspelers die werken met producten uit eerlijke handel. • De kleinhandelaars ten slotte verkopen rechtstreeks aan de consument, ofwel in speciaalzaken zoals de Wereldwinkels, ofwel - en steeds vaker - in de traditionele supermarktketens.


De grote internationale koepelorganisaties van de eerlijke handel WFTO - WORLD FAIR TRADE ORGANISATION FLO - FAIRTRADE LABELLING ORGANIZATION (Internationale fairtradeorganisatie) (Fairtrade-keurmerkorganisatie) De WFTO, de internationale fairtradeorganisatie, groepeert 350 ledenorganisaties (waarvan 65% uit landen in het Zuiden) die alle schakels van de keten van de eerlijke handel vertegenwoordigen (producenten, verwerkers en distributeurs). Ze wordt sinds de oprichting in 1989 als de belangrijkste coördinator van de organisaties in de sector beschouwd. Sinds 2004 wordt het “Afrikaanse hoofdstuk” van de organisatie verzorgd door de Cooperation for Fair Trade in Africa (COFTA), die ongeveer 70 organisaties uit 20 Afrikaanse landen groepeert. In juni 2007 stichtte COFTA in Rwanda de “Fédération rwandaise du commerce alternatif - RWAFAT”, die op pagina 9 wordt voorgesteld. Tot voor kort droeg de WFTO de naam IFAT (International Fair Trade Association, internationale fairtradeorganisatie). Als symbolische organisatie van de geïntegreerde keten labelt de WFTO geen producten, maar organisaties. Deze organisaties krijgen het FTO-label, na een evaluatie op basis van strenge criteria en normen. In de WFTO wisselen organisaties informatie en ervaringen uit. Honderden organisaties nemen deel aan de internationale conferenties die ze organiseert en die tot de belangrijkste evenementen van de fairtradeketen worden gerekend. Voor meer informatie: www.wfto.com

7

De FLO (Fairtrade Labelling Organization) is zowel een federatie van labelingorganisaties als een onafhankelijke structuur die een fairtradelabel toekent. Ze stelt fairtradenormen op, controleert hun toepassing en certificeert de producten die aan deze normen voldoen. Om haar opdrachten optimaal te vervullen, is de FLO samengesteld uit twee aparte structuren: FLO International en FLO-Cert. De vereniging FLO International telt meer dan 20 nationale certificeringsorganismen, waarvan 15 Europese (in België en in Frankrijk vertegenwoordigt Max Havelaar het label). Ze stelt fairtradenormen op en ontwikkelt ze (specifiek voor elk type product), steunt nieuwe handelsketens en versterkt de producentenorganisaties. FLO-Cert certificeert producentenorganisaties en verleent officiële goedkeuring aan de economische actoren van de keten (importeurs, exporteurs, verwerkers en merken) na regelmatige audits en controles. Meer dan 500 organisaties (coöperaties en plantages) in meer dan 50 landen in Afrika (waaronder Rwanda), Azië en ZuidAmerika werden al gecertificeerd. Voor meer informatie: www.fairtrade.net


EFTA - EUROPEAN FAIR TRADE ASSOCIATION (Europese fairtradevereniging) De EFTA, een soort van historische club van organisaties die een toonaangevende rol spelen in hun land, groepeert de belangrijkste Europese fairtrade-importcentrales die zich bij ongeveer 400 groepen van producenten in groeilanden bevoorraden. De EFTA werd in 1990 opgericht als een platform voor het uitwisselen van informatie en goede praktijken en heeft tot doel de import van fairtradeproducten te ontwikkelen door de synergieĂŤn te versterken en de uitwisseling van ervaringen tussen de leden te bevorderen. De EFTA is meer een werkinstrument dan een instrument voor politieke vertegenwoordiging. Ze ontwikkelt onder meer gedeelde databanken en een monitoringsysteem dat gezamenlijk wordt gebruikt. Voor meer informatie: www.european-fair-trade-association.org

FINE Deze grote instellingen vormen FINE (acroniem van de initialen van de 4 organisaties) dat tot doel heeft hun acties te coĂśrdineren, eenzelfde betekenis te geven aan eerlijke handel en vooral het vertrouwen op te bouwen en in stand te houden dat nodig is voor een behoorlijke ontwikkeling van de eerlijke handel.

8


De initiatieven voor eerlijke handel in Rwanda De rol van COFTA en RWAFAT De in 2004 gestichte «Coopération pour le commerce équitable en Afrique – COFTA» is de regionale afdeling van de Wereldorganisatie voor eerlijke handel (WFTO, het vroegere IFAT). Ze groepeert 90 organisaties uit 24 Afrikaanse landen, voornamelijk uit de handwerknijverheid (80% van het netwerk). COFTA legt zich toe op het versterken van de capaciteit van de leden om nieuwe markten te veroveren, door hen te helpen bij de ontwikkeling van hun producten en door middelen te delen, met respect voor de principes en structuren van de eerlijke handel. COFTA heeft al netwerken ontwikkeld in Kenia, Tanzania, Rwanda en Swaziland. Senegal en Zimbabwe zullen binnenkort volgen. Het is de bedoeling om in elk land dat lid is van de organisatie een netwerk uit te bouwen.

9


De Rwanda Fair Trade Association (Rwandese vereniging voor alternatieve handel - RWAFAT) werd in juni 2007 door COFTA opgericht. Ze groepeert uiteenlopende kleine fairtradeproducenten en wil een nationaal netwerk vormen dat bijdraagt tot de uitroeiing van de armoede in Rwanda. RWAFAT beschikt momenteel over een voorlopig comité (dat als stuurcomité optreedt) en voert, onder meer met de steun van BTC (het Belgisch ontwikkelingsagentschap), een strategisch tweejarenplan uit, het RWAFAT Network Development Network. Het plan focust op 4 doelstellingen: • de ontwikkeling binnen het netwerk van volledig functionele systemen en structuren, en de versterking van de bestuursstructuren, • de bevordering van de betrokkenheid en deelname van de aangesloten fairtradeproducenten bij en aan het besluitvormings- en groeiproces van het netwerk, • de impact (met inbegrip van de lokale zichtbaarheid) van het netwerk in Rwanda versterken door de groei ervan te ondersteunen en bewustmakings- en lobbyacties te voeren,

De leden van RWAFAT RWAFAT telt momenteel drie leden: Cards from Africa, de Coopérative des Producteurs artisanaux de Butare (COPABU) en de vzw COPORWA.

Cards from Africa «Cards from Africa», een onderneming die in 2004 door Chris Page werd opgericht, is geïnspireerd op een initiatief van een Keniaanse arts voor de vrouwen van de sloppenwijken van Nairobi. Het idee is eenvoudig: wezen, slachtoffers van de genocide, maken met de hand papieren prentkaarten die op heel het Afrikaanse continent worden verkocht. Het bedrijf is in een voorstad van Kigali gevestigd en verschaft een twintigtal wezen tussen 18 en 25 jaar hoogwaardig werk, zodat ze weer vertrouwen krijgen in zichzelf en hun capaciteiten.

• de leefbaarheid van het netwerk ondersteunen om aan de behoeften van de leden te voldoen (met inbegrip van de markttoegang), in het bijzonder door kleine producenten die nog niet klaar zijn voor de export te helpen om op de lokale en regionale markten te verkopen.

“Als lid van COFTA en RWAFAT is ‘Cards from Africa’ sterk aan de principes van de eerlijke handel gehecht”, vertelt Chris Page. “De minimumleeftijd om bij ons te werken is 18 jaar, zodat de toegang van de Rwandese kinderen tot het onderwijs gevrijwaard blijft. Wij betalen lonen boven het niveau van de lokale markt en moedigen onze werknemers aan om te sparen. Bovendien maken wij ons eigen papier van afvalpapier dat anders verbrand zou worden. Op die manier beschermen wij het milieu en dragen wij bij tot de lokale economie.” Volgens zijn promotor heeft dit project het leven van de werknemers echt verbeterd, want “de meeste jonge wezen van Rwanda hebben niet veel onderwijs gehad en klusjes brengen maar een dollar per dag op, vaak in gevaarlijke en moeilijke omstandigheden. Een ‘cardmaker’ van ‘Cards from Africa’ kan meer dan 6 dollar per dag verdienen, in een veilige, schone omgeving en met waardig werk. Het loon volstaat voor het eten, de huisvesting, de medische zorgen en het onderwijs van hun broertjes en zusjes. Wij hopen dat wij al onze mensen in staat kunnen stellen om later zelf een bedrijfje te starten”.6 Voor meer informatie: www.cardsfromafrica.com

10


De Coopérative des Producteurs artisanaux de Butare (COPABU) Na de massale terugkeer van de vluchtelingen, in oktober 1996, konden heel wat ambachtslieden terug aan het werk gaan. In Butare, een van de grootste steden van het land, hebben zij in 1997 met de steun van het Duitse project «GTZ-Promotie voor het ambacht in Butare», COPABU - Inganzo Yacu gesticht, een handelshuis dat ambachtelijke producten verkoopt op een «Tentoonstelling met permanente verkoop». De aangesloten ambachtslieden werken vanuit hun eigen atelier en leveren producten aan de coöperatie al naargelang hun capaciteit en vaardigheden. COPABU telt nu ongeveer 63 handwerklieden en 51 producentenverenigingen. De producten zijn erg divers (beeldjes van Jacaranda- en Umusavehout, houten speelgoed, traditioneel vlechtwerk, wenskaarten, blikwerk, objecten van smeedijzer). Ze worden verkocht tegen prijzen die de makers zelf bepalen. 22% van de opbrengst gaat naar de vereniging die het geld gebruikt om haar activiteiten uit te bouwen. De coöperatie is ook lid van de “Fédération des Associations des Artisans de Butare” (FAAB) waarin ze dankzij haar economische gewicht in de streek maar vooral dankzij haar export in het kader van de eerlijke handel met Italië een belangrijke rol speelt. Op die manier kan ze de leden die het wensen kleine kredieten verlenen, met de in de winkel verkochte producten als gedeeltelijk onderpand. “Dankzij deze solide basis zal COPABU andere strategieën kunnen ontwikkelen om zijn binnen- en buitenlandse markt te verruimen”, legt de leiding van FAAB uit. “Men zal eerst de productiecapaciteit in de provincie Butare moeten verhogen, zodat men niet meer zoals vroeger producten uit de naburige provincies moet importeren. Er is nog een grote behoefte aan technische opleidingen, vooral voor vlechtwerk. Wij zoeken trouwens financiering voor de bouw van een centrum voor opleiding, productie en innovatie. (…) Vervolgens moet de markt beetje bij beetje worden uitgebreid, met een diversificatie van de handelspartners uit zowel de eerlijke als de gewone handel. De contacten met Amerikaanse importeurs zijn veelbelovend maar hebben nog niet tot vaste contracten geleid. En ook in Rwanda zelf kan er nog marktaandeel veroverd worden. (…) Ten derde vragen de typisch Afrikaanse handelsproblemen, zoals de kwaliteit van de producten en de stiptheid van de leveringen (planning en uitvoering), vooral in het kader van de export bijzondere aandacht. Een tekortkoming in een van beide categorieën leidt onvermijdelijk tot het verbreken van de handelsbanden.” 7 Voor meer informatie: www.copabu.co.rw et www.pasud-faab.org.rw

11

Op het einde van 2006 stichtte COPABU samen met de coöperatie Kakira in de Oostprovincie de productiecoöperatie COPARWA in Muhanga en de productiecoöperatie COPAF (Union des Coopératives d’Artisanat d’Art du Rwanda – RWANDA - ART) in Nyamagabe. Het is de bedoeling alle leden de kans te geven hun ambachtelijke producten te promoten op de Europese exportmarkt, in de buurlanden en in ZuidAfrika.

Voor meer informatie: www.rwanda-art.com


De «Dancing Pots» van de vzw COPORWA Het project «Dancing Pots» werd in 2001 met de steun van het Forest Peoples Programme (FPP) (zie kader) door een groep van 14 pottenbakkers gelanceerd, met als hoofddoel de steun aan de Rwandese Batwapygmeeën (ook bekend als de Twa). Het initiatief gaat trouwens uit van de «Communauté des Autochtones Rwandais» - CAURWA, de belangrijkste nationale organisatie van de Rwandese Twa. De Batwa-pygmeeën, de oorspronkelijke bewoners van de equatoriale wouden van Centraal Afrika, werden vaak verdreven en gemarginaliseerd, eerst door kolonisten en herders maar nog veel meer door de grootschalige ontbossing en de aanleg van jachtparken. Scholastique Mukasonga, de auteur van verscheidene boeken over de Tutsi en Rwanda: «De Batwa vormen zowel in Burundi als in Rwanda een bevolkingscategorie die helaas sinds lang gemarginaliseerd en misprezen wordt. Het zijn voornamelijk pottenbakkers die hun producten op de markten ruilen of verkopen. Toch hebben sommige Batwa belangrijke posities bekleed aan het koninklijke hof van Rwanda: zij waren de dansmeesters. De Batwa telden niet mee maar waren toch onmisbare ambachtslieden. Voor de komst van het ‘Made in Hong Kong’-vaatwerk, waren zij de enige leveranciers van keukengerei. Waar had men zonder de Batwa kruiken gevonden om water te gaan halen, voedsel te bereiden of bier te bewaren?» 8 Hoewel niet alle Batwa van Rwanda pottenbakkers zijn en niet alle pottenbakkers Batwa, werkt meer dan 90% van deze bevolkingsgroep in de pottenbakkerij, een kunst die dus in grote mate met de Twa geassocieerd wordt.

12

Het project van CAURWA combineert de traditionele vaardigheden van de Batwa, namelijk de dans en het pottenbakken, in een ambachtelijk fairtradebedrijf waar de pygmeeën hun potten maken en ze in het «Centre de la Poterie» in Kigali en tijdens dansdemonstraties aan de man brengen.

De belangrijkste activiteiten van de vzw, vertelt directeur Zéphyrin Kalimba, zijn «de modernisering en de valorisatie van producten die uit klei vervaardigd worden, de beroepsopleidingen in het moderne pottenbakkersvak en keramiek, de bouw van technische ovens en de handel in kleiproducten. Daarnaast zijn er heel wat activiteiten die bedoeld zijn om de vergeten cultuur van de pottenbakkers te beschermen (dans, poëzie, theater, liederen).


Na jaren onderhandelingen met de Rwandese regering, die na de etnische conflicten wil benadrukken dat alle Rwandezen autonoom zijn en dus liever niet meer in termen van etnieën denkt, veranderde de vzw in oktober 2007 van naam en werd ze de «Communautés des Potiers Rwandais», COPORWA. Op die manier kon ze zich vast laten registreren als ngo, zodat ze haar vitale steun aan de Batwa-gemeenschap kon voortzetten. De vzw heeft het Fair Trade-label van de World Fair Trade Organization gekregen en is ook lid van RWAFAT.

Volgens de Groupe international de travail pour les Peuples Autochtones (GITPA), werkt COPORWA sinds 2007 verder aan “de bestaansmiddelen, het onderwijs en de mensenrechten. Het ontvangt nog steeds overheidssubsidies voor zijn sociale programma’s voor de (Ba)Twa-gemeenschappen, op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting. (…) Het project draagt bij tot de realisatie van de Millenniumdoelstellingen. Het past in het kader van de armoedebestrijding van de Rwandese regering en in de economische strategie voor het platteland, want het vermindert het aantal Rwandezen die afhankelijk zijn van overlevingslandbouw en moedigt de ontwikkeling aan van niet-landbouwactiviteiten die inkomsten opleveren”.9 COPORWA is gebaseerd op de principes van de eerlijke handel (eerlijk loon in verhouding tot de lokale context, deelname aan de besluitvorming, veilige arbeidsomstandigheden, bescherming van vrouwen en kinderen, respect voor het milieu). De vereniging heeft in 2007 een belangrijke financiering ontvangen van het Britse Big Lottery Fund. Ze kreeg daardoor de middelen om een nieuw vierjarenplan te ontwikkelen dat de vaardigheden en de productiecapaciteit van de ambachtslieden moet versterken en hun toegang tot de nationale en internationale markten zal vergroten. “Van 2001 tot nu heeft Dancing Pots 10 coöperaties met in totaal 192 pottenbakkers (102 vrouwen en 90 mannen) begeleid”, zegt Zéphyrin Kalimba. “De vzw helpt bovendien elk jaar 150 kleine coöperaties van Batwa op het niveau van de productiemiddelen voor de landbouw (zaden, meststoffen, pesticiden...), de aankoop van kleinvee, de opleiding in de landbouw, de alfabetisering van de volwassen en de vertegenwoordiging in de politieke en administratieve instanties.”

Info: Communauté des Autochtones Rwandais COPORWA asbl, B.P. 3809 Kigali, Rwanda tel. en fax: +250 50 23 57 of 55 10 75 41 www.coporwa.org

13


De initiatieven voor eerlijke handel

De koffieketen in Rwanda

De context De Rwandese koffie, lange tijd een van de beste ter wereld, begon in de jaren 1970 langzaam maar zeker achteruit te gaan. Dat was het gevolg van de daling van de koffieprijzen op de internationale markten maar ook van de nationale liberalisering van de sector. Het aantal gezinnen actief in de koffieproductie daalde van 42% in 1990 naar 18% in 2001. De inkomsten uit de export van koffie vielen in tien jaar tijd met 65% terug10. Naast de problemen met het rendement, de kwaliteit en de prijs van de koffie is er nog een structurele kwestie. “Men heeft in Rwanda zowat overal koffie geplant, zonder rekening te houden met het reële potentieel van de verschillende streken van het land voor dit gewas. Nu begint men beetje bij beetje de streken en de grond te kiezen die het best voor de teelt geschikt zijn en selecteert men de meest gemotiveerde producenten”11.

14

Bovendien hebben veel boeren tijdens de jaren van de burgeroorlog hun koffieplanten in de steek gelaten of gerooid, om gewassen te verbouwen die belangrijker waren om te overleven. “Voor de genocide waren er 52.000 hectare koffieplantages. Hun eigenaren werden gedood of sloegen op de vlucht en de nieuwe bewoners verwaarloosden de planten of rooiden ze, zodat vier jaar later (in 1998 - nvdr) slechts ongeveer 24.000 hectare overbleef.”12 Sinds het begin van de jaren 2000 herstelt de sector zich langzaam. Rwanda plant 4 tot 6 miljoen koffiebomen per jaar en doet ook zijn voordeel met de stijging van de wereldkoersen en de waardevermindering van de nationale munt. Dit versterkt zijn competitiviteit en trekt buitenlandse investeerders aan, vooral uit Amerika en het Verenigd Koninkrijk (zie boven).


De instroom van kapitaal en de financiĂŤle steun van de overheid hebben de bouw van moderne installaties mogelijk gemaakt. Men heeft nieuwe wasstations geopend en vooral de planters opgeleid.

15


«Vandaag plukt de planter zijn rijpe koffiebessen en brengt hij ze naar het wasstation, waar hij er 0,15 euro per kilogram voor krijgt. Hij hoeft zich niet meer bezig te houden met het omslachtige en dure wassen en drogen. Vijf kilogram bessen leveren 1 kilogram koffie van hoge kwaliteit op. Een dorpeling uit Gatare, in de Westprovincie, vertelt dat een goed onderhouden plantage alsmaar rendabeler wordt. (…) In sommige gevallen kan een veelbelovende plantage zelfs als bankwaarborg dienen. ‘Nadat ze de oogst van mijn planten had geschat, heeft de volksbank mij een lening gegeven om de schoolkosten van mijn kinderen te betalen en me met andere uitgaven te helpen’, zegt deze boer uit Ngoma, in het zuiden van het land.» 13 Ook de komst van het internet heeft grote veranderingen teweeggebracht. De consumenten kunnen hun producten nu kiezen in functie van de kwaliteit en geven in het geval van de Rwandese koffie voorrang aan koffie uit streken met een bekende en erkende kwaliteit. Dit nieuwe gegeven leidt tot een mentaliteitsverandering bij de planters, die geleidelijk kwaliteit boven kwantiteit verkiezen. In deze context ontstonden de eerste schuchtere fairtradeinitiatieven in Rwanda. Die handel vertegenwoordigde op het Afrikaanse continent 1% van de markt in 1996 en 36% in 2000.14

De coöperatie Abahuzamugambi Ba Kawa “In een van de armste streken van het land kwaliteitskoffie produceren om de natie moed te geven”. Dat is de uitdaging die het Office des Cultures Industrielles du Rwanda (OCIR), een dienst die direct afhangt van het ministerie van handel, in 2001 aanging. Het district Maraba, in de provincie Butare, een van de armste gebieden van het Land van de Duizend Heuvels, werd gekozen voor de bouw van een eerste wasstation in het kader van het project PEARL: “Partnership for Enhancing Agriculture in Rwanda through Linkages”. Dit proefproject is een samenwerking met de Michigan State University en de Texas A&M University, gefinancierd door USAID, het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling15. Het wil “de productie en de kwaliteit van de koffie in het district verbeteren om hem te verkopen op de markt van de speciaalkoffie, dankzij een betere begeleiding en organisatie van de producenten, betere landbouwpraktijken en een betere behandeling van de koffie (…)” 16. Een van de eerste begunstigden was de coöperatie Abahuzamugambi Ba Kawa, naam die de filosofie van de vereniging, met name “Mensen met gemeenschappelijke doelstellingen”, perfect samenvat. De coöperatie werd na de genocide gesticht door 300 kleine producenten die hun levenspeil wilden verbeteren. Ze telt nu bijna 2.000 leden en is erin geslaagd om Tutsi en Hutu te laten samenwerken op de groene heuvels van Butare - een bewonderenswaardig succes. Etienne Bihogo, een van de leiders van de coöperatie, is er trots op: “Het is een feit dat deze samenwerking bijdraagt tot de verzoening. We zien bijvoorbeeld in de wasstations voor koffie mensen samen hetzelfde werk

16

doen. Ze denken nu allemaal in termen van opbrengst en vergeten hun tegenstellingen”. François Habimana, uitvoerend secretaris van de coöperatie, benadrukt dat gegeven: “Wanneer mensen deel uitmaken van een vereniging of een coöperatie, hebben ze een gezamenlijke activiteit waarmee ze geld verdienen. Dat helpt hen om zich met elkaar te verzoenen” 17.


De coöperatie, die in oktober 2002 gecertificeerd werd door de Union Hand-Roasted Coffee (Londen), verkoopt haar koffie onder het merk Maraba in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, onder meer in de 350 winkels van de Sainsbury’s-keten. Dankzij de kwaliteit van haar koffie maakt het bedrijf ongeveer 20.000 € winst en kan ze haar producten driemaal duurder verkopen dan de andere Rwandese koffieplanters. Twee cijfers zeggen alles over de evolutie van de coöperatie: een pond koffie dat in 2001 0,14 $ (0,09 €) opleverde, werd in 2004 voor 1,36 $ (0,9 €) verkocht18. Abahuzamugambi Ba Kawa stelt vandaag een groot aantal weduwen tewerk, die dankzij het geld van de koffiehandel koeien kopen en hun kinderen naar school sturen. « (…) het is significant dat in de streek van Maraba honderden kinderen van koffieboeren allemaal naar school gaan, dat de poliklinieken nu over geneesmiddelen beschikken en vooral dat de huizen weer opgebouwd of gerenoveerd zijn. En dat kan nog verder gaan.»19

RWASHOSCA PEARL heeft in Rwanda geholpen met de stichting van twaalf andere coöperaties, waarvan er twee het Fairtrade-label hebben gekregen. De dertien coöperaties groeperen meer dan 15.000 leden en drijven nu handel met Europa en de Verenigde Staten. PEARL heeft er bovendien voor gezorgd dat de coöperaties na 2007, toen het programma ten einde liep, konden blijven bestaan door RWASHOSCA te stichten, de Rwandan Small Holder Specialty Coffee Association. Deze vereniging dient als «front office» voor de coöperaties. Ze verzorgt de marketing en de communicatie, de verzending van de producten en de boekhouding van de diensten.

17


De door FLO gecertificeerde coöperaties De FLO-certificering «Organisaties van producenten en arbeiders moeten uit een land komen met een laag menselijk ontwikkelingspeil om in aanmerking te komen voor certificering. De methodologie van FLO is gebaseerd op vijf algemeen erkende en toegepaste indicatoren voor de analyse van het ontwikkelingspeil. De landen die hulp ontvangen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling worden getoetst aan de vier indicatoren van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties: de index van de menselijke ontwikkeling (IDH), de index van de menselijke armoede (IPH), de verhouding van de armste 10% van de bevolking tegenover de rijkste 10% en de index van de ontwikkeling naar geslacht. Op die manier heeft FLO zijn actiedomein bepaald. 114 landen werden geïdentificeerd en gerangschikt naar prioriteit. 22% ligt in Latijns-Amerika, 46% in Afrika en 32% in Azië.

Vervolgens evalueert men het ontwikkelingsniveau van de organisatie zelf. Men onderzoekt drie brede gegevenscategorieën. De eerste heeft betrekking op de productiecapaciteit van de organisatie: haar productieniveau, de omvang van de bedrijven, het mechanisatieniveau… Er wordt ook rekening gehouden met de geografische ligging van de organisatie want dat maakt de analyse mogelijk van de toegang tot de infrastructuur en de diensten van het land (transport, onderwijs, gezondheidszorg, bankdiensten…). Een organisatie die ver van de grote economische assen ligt, heeft het moeilijker. Tot slot hecht men veel belang aan de gemeenschapscomponent van de organisatie. De inheemse gemeenschappen van Latijns-Amerika of de kaste van de paria’s in India zijn bijvoorbeeld bevolkingsgroepen die in hun eigen land «structureel» benadeeld worden. Die algemene methode biedt FLO een onderbouwde basis om zijn actiegebied af te bakenen, met name de organisaties van de gemarginaliseerde producenten en arbeiders van de landen van het Zuiden.» Citaat uit “Fair(e) Actualités” n°4, uitgegeven door Max Havelaar France

18


De coöperatie Abakundakawa – ABK De coöperatie Abakundakawa, in het noorden van het land, beschikt eveneens over een fairtradecertificering. Ze behandelt haar bourbonkoffie in het wasstation van Rushashi, dat dankzij de steun van het PEARL-project, OCIR-Café en RSSP kon worden gebouwd. 720 van de 1.750 leden van de coöperatie zijn vrouwen. Een zeventigtal van hen vormt de groep «Duhingekawa», die haar koffie dankzij een speciale sortering van de beste bonen tegen interessantere prijzen kan verkopen. Dit initiatief wordt ook gesteund door het programma «African Women’s Development Fund». Charles Habinshuti, de voorzitter van ABK, zegt zonder aarzelen dat de mannen van dit voorbeeld kunnen leren en dat zij hun vrouwen meer zouden moeten betrekken bij de koffieteelt, die traditioneel als mannenwerk wordt beschouwd. “Als de koffie van de vrouwen meer dan het gemiddelde opbrengt en de mannen hun koffiestruiken met hun vrouwen weten te delen, kan dat de samenleving echt doen veranderen. De vrouwen hebben dan zelf geld, zodat hun status in de gemeenschap verbetert en een economisch evenwicht tussen de geslachten ontstaat. Het lijkt misschien een kleinigheid, maar het is gewoonweg revolutionair...” 20. In 2006 sloot ABK zich aan bij de Misozi Union, die nu onder de naam Misozi Coffee Union acht coöperaties uit alle delen van het land verenigt (zie boven).

Info: Coopérative Abakundakawa B.P. 5308 Nyabugogo – KIGALI

19

Verschillende opleidingen zijn speciaal ontworpen voor vrouwen in Rwanda. Hier, twee vertegenwoordigers van verenigingen die behoren tot Abakunda Kawa en COOPAC.


De Coopérative pour la Promotion des Activités-Café – COOPAC

In 2001 keerde Emmanuel Nzungize Rwakagara na 30 jaar in Congo naar zijn vaderland terug om de door zijn vader gestichte coöperatie nieuw leven in te blazen. Het bedrijf ligt op de steile hellingen van het vulkanische gebergte in het noorden van Rwanda, bij het Kivumeer, een streek op grote hoogte met een rijke bodem en frequente en overvloedige neerslag, met andere woorden de ideale omgeving om de beste arabicakoffiebonen te produceren. De koffiecoöperatie COOPAC ging van start met 110 koffieplanters uit de districten Rubavu en Rutsiro. Ze ontwikkelde haar productiecapaciteit snel, door op korte tijd drie wasstations te bouwen. Twee jaar later telde ze al meer dan 2.200 leden en zes verenigingen (Ack, Ubuzima, Tuzamurane, Kopabm, Abakundakurima en Abanyamurava). Vandaag produceert ze 377 ton bourbonkoffie, die in de Verenigde Staten, Europa en zelfs Japan verkocht wordt.

COOPAC heeft in 2003 de fairtradecertificering van Max Havelaar verkregen. Hoe past haar werking in de filosofie van de eerlijke handel? Het antwoord staat duidelijk te lezen op haar website21: “De langetermijnverbintenis van de kopers en de voorfinanciering stellen de coöperatie en de producenten in staat om het verschijnsel van de woekerrenten efficiënter te bestrijden. Het is in de streek een courante praktijk dat woekeraars hun “diensten” aanbieden op de momenten van het seizoen waarop de boeren het het moeilijkst hebben (de zaaiperiode, ogenblikken waarop ze uitzonderlijke uitgaven moeten doen, het begin van het schooljaar, ziekte, ...). De schuld (meestal met 200% interest!) moet afbetaald worden in geld of in natura (koffie, andere landbouwproducten) en wordt bijna altijd chronisch, als de boer al niet het weinige dat hij bezit aan de schuldeiser moet afstaan”, schrijft Emmanuel Nzungize Rwakagara, de voorzitter van de coöperatie. COOPAC ijvert ook voor de bevordering van de rol van de vrouwen. In de streek van Gisenyi is een plantage op tien eigendom van een vrouw, vaak een weduwe met een gezin van soms wel acht kinderen. “Microkredieten, verenigingen van vrouwen die ambachtelijke producten maken, verenigingen voor de opvoeding van wezen, toegang tot medische zorgen, enz., het zijn allemaal initiatieven die bijdragen tot hun volledige erkenning.”

20


Maar de wedergeboorte van COOPAC heeft vooral de koffieboeren opnieuw zin gegeven om kwantiteit met kwaliteit te laten samengaan, omdat ze weten dat ze nu een eerlijke prijs krijgen. COOPAC speelt tenslotte ook nog een belangrijke rol bij de bescherming van de grond en de strijd tegen bodemerosie en de organisatie heeft tevens een impact op het beleid. «Nadat de koffieproductie lang in handen van de staat lag (voor 1994 beheerde de Société Rwandex 49% van de nationale koffiemarkt en was de rest in handen van buitenlands kapitaal), opent de sector zich voor nationale privé-initiatieven.

COOPAC heeft de belangstelling van veel politieke verantwoordelijken gewekt en de regering bewust gemaakt van de noden en het potentieel van de Rwandese koffieproductie. Deze veranderingen kunnen een positieve weerslag hebben op heel de gemeenschap van de streek, door de overheid bewust te maken van de zaken die dringend en prioritair moeten aangepakt worden (bv. de financiering van de wegeninfrastructuur).» Info: COOPAC, B.P. 186, Gisenyi tel. +250 540 869 - e-mail: contact@coopac.com www.coopac.com

The Pygmy Survival Alliance De Rwandese pygmeeën die ook bekend staan als de «gemeenschap van de pottenbakkers» zijn een uitstervende minderheid die geen bescherming krijgt van de regering van het land. Sommige van haar leden werken binnen COOPAC en worden geholpen door het programma «The Pygmy Survival Alliance», dat enkele jaren geleden door een Amerikaan uit Seattle werd gestart. Het programma wordt gefinancierd door de verkoop in de Verenigde Staten van koffie onder het merk «Coffee Rwanda». Voor elke verkochte zak koffie krijgen de kinderen van het dorp Bizwa drie paar schoenen. Ze kunnen ook naar school, vaak voor het eerst. Meer details op: www.coffeerwanda.com of sur www.pygmysurvival.org

Coopérative des caféiculteurs de Gashonga – COCAGI Deze coöperatie, ook bekend onder de naam Coopérative des Caféicultures de Gishoma (COCAGI) ligt in het district Gashonga, in de provincie Cyangugu, ten zuidoosten van Bukavu en niet ver van de grens met de Democratische Republiek Congo. Hier werden historisch de eerste koffiebomen geplant... door de toenmalige Belgische kolonisten. COCAGI werd in 1998 door een twintigtal planters gesticht. Het heeft nu 680 leden, waarvan een derde vrouwen. Na het succes van de marabakoffie, dat we al hebben besproken, nam ze in 2003 contact op met de promotoren van het PEARL-project en slaagde ze erin een nieuw wasstation te bouwen. De coöperatie had dan ook een sterk argument: ze heeft het geluk dat ze over een van de grootste koffieplantages van het land beschikt, met meer dan 5.000 koffiestruiken die ongeveer 40.000 kilogram bessen en 8 ton perkamentkoffie opleveren. In mei 2005 kreeg de coöperatie de fairtradecertificering. Dit stimuleerde haar om meer aandeelhouders aan te trekken en nieuwe technieken te ontwikkelen voor de productie en verwerking van de koffie. Bijna 85% van de productie wordt uitgevoerd en sommige waarnemers verwachten

21

dat de export in 2010 met 60% zal stijgen. Dat is te danken aan de coöperatie “Shared Interest”, die de voorfinanciering van de export verzorgt. Ze geeft specifieke kredieten die weken of maanden later worden afgelost, wanneer de buitenlandse kopers hun rekeningen hebben betaald22. COCAGI is de derde coöperatie die een beroep doet op deze dienst, die nog maar sinds een jaar beschikbaar is.

Om de duurzame ontwikkeling van de coöperatie te verzekeren, heeft COCAGI ook 400 geiten gekocht, die de leden melk, voedsel en meststof leveren. Info: COCAGI, BP06, Cyangugu


De coöperatie Dukunde Kawa Toen ze in 2003 door het USAID-programma naar Rwanda werd uitgenodigd, ontdekte de directrice van de Californische Thanksgiving Coffee Company, Joan Katzeff, niet alleen het werk van de Dian Fossey-stichting voor de bescherming van de gorilla’s van het Volcanoes National Park, maar ook en vooral een nabijgelegen jonge coöperatie. Dukunde Kawa werd in 2000 gesticht met de ambitie om ongeveer 2.000 boeren van de Hutu en de Tutsi, onder wie 80% vrouwen, met elkaar te laten samenleven. Er werden contacten gelegd en ontmoetingen georganiseerd, met onder meer een reis naar Nicaragua. Daar ontdekte een Rwandese delegatie het Zuid-Amerikaanse coöperatieve model en zijn werkmethoden.

22

In 2003 werd een eerste wasstation gebouwd, dankzij fondsen die door het Rwandese ministerie van defensie werden voorgeschoten. In ruil moest de coöperatie 10% van haar jaarlijkse winst afstaan aan een fonds voor de bouw van andere wasstations in Rwanda. In 2004 kreeg Dukunde Kawa de fairtradecertificering van FLO. Met de steun van PEARL bouwde de coöperatie in 2006 en 2007 twee bijkomende kleine wasstations. Tegelijkertijd ontwikkelde ze een programma voor nieuwe aanplantingen, zodat sinds 2005 ettelijke duizenden nieuwe bomen in productie zijn genomen.


In januari 2007 verzamelden de Thanksgiving Coffee Company en de ngo Bikes to Rwanda in de Verenigde Staten voldoende fondsen om de arbeiders van de coöperatie voor weinig geld uit te rusten met... «koffiefietsen». Met deze speciaal ontworpen fietsen kunnen de boeren hun zware zakken met bonen (ze wegen soms 80 kg!) naar de wasstations van Dukunde Kawa brengen. De actie werd een succes: met behulp van microkredieten werden 200 fietsen aan de coöperanten verkocht. Naast het wasstation werd een reparatiewerkplaats geopend, om het voortbestaan van de actie te verzekeren23. Dankzij de hogere prijzen die de eerlijke handel oplevert, heeft de coöperatie ook geïnvesteerd in enkele computers, heeft ze een speciaal kredietprogramma gestart om het onderwijs van de kinderen van de leden te financieren, en helpt ze de boeren hun woningen te vernieuwen en wat dieren te kopen. Dukunde Kawa is nu aangesloten bij de coöperatie Rwashosca (zie boven).

Info: Dukunde Kawa en www.thanksgivingcoffee.com

Starbucks en FLO met Dukunde Kawa Starbucks Coffee Company, de grootste afnemer van fairtradekoffie ter wereld, heeft zich er onlangs toe verbonden dat het vanaf maart 2010 in al zijn Europese vestigingen uitsluitend koffie met het Fairtrade/Max Havelaar-label zal verkopen. Dit geeft wereldwijd bijna 100.000 koffieproducenten de kans om hun toekomst in eigen handen te nemen. In Rwanda werken Starbucks en FLO in het kader van het «Small Farmer Support Initiative» (SFSI) samen met Dukunde Kawa en levert het de coöperatie zijn knowhow en best practices op het vlak van een verantwoorde toelevering. Starbucks heeft in Kigali een centrum voor de ondersteuning van de boeren (Starbucks Farmer Support Center) geopend en biedt de koffieproducenten van Oost-Afrika opleidingen en advies aan.

Howard Schulz, CEO van Starbucks, Harriet Lamb, Executive Director van FLO en Darcy Willson-Rymer, directeur van Starbucks UK, in gesprek met de coöperanten van Dukunde Kawa.

23


De coöperatie Abahinzi ba Kawa Karaba – Koakaka De coöperatie Koakaka, die eveneens in 2003 door het PEARL-project en zijn partners geholpen werd met de bouw van een wasstation. Het bedrijf, dat ook bekend staat onder de naam «Karaba Coffee Cooperative», verenigt ongeveer 2000 gezinnen die elk gemiddeld 250 bomen bezitten. De meeste zijn al twee of zelfs drie generaties lang koffieplanters. Het door Maria Mukampirwa geleide bedrijf werkt in grote lijnen op dezelfde manier als de andere coöperaties. De opbrengst van de fairtradepremies stelt de coöperanten in staat gezondheidszorg te betalen, hun kinderen naar school te sturen en nieuwe koffiestruiken te planten. Wat haar echt bijzonder maakt, is dat de coöperatie haar koffie uitsluitend verkoopt aan een groep Amerikaanse branders die vertegenwoordigd worden door «Sustainable Harvest» 24 (letterlijk: «Duurzame oogst»). “Deze groep branders betaalt de planters prijzen die ver boven die van de fairtrade liggen, als beloning voor de toewijding en de ernst waarmee de koffie wordt geproduceerd. Vertegenwoordigers van de branders en van de planters vergaderen regelmatig in de streek van herkomst, tijdens handelsbeurzen of op de jaarlijkse conferentie van Sustainable Harvest, “Let’s talk Coffee” (“Laten we over koffie praten”), een officieel gebeuren waarop de planters (de leveranciers) en de branders (de afnemers) samen de profielen van de koffie bepalen en overleggen over manieren om hun betrekkingen te verbeteren en te versterken.” 25

24

Voor de volledigheid merken we nog op dat hier de echte wieg stond van het programma «Bikes for Africa», dat later ook in Dukunde Kawa werd toegepast. Bijna 400 boeren in Koakaka kunnen hun producten nu in betere omstandigheden en vooral sneller leveren. De fietsen uiteraard mountain bikes - worden ook hier niet zomaar weggegeven maar wel erg goedkoop (voor ongeveer 100 euro) verkocht, vaak via microkredieten. Ook Koakaka lijkt dus de volgende jaren een mooie ontwikkeling tegemoet te gaan.


De acht fairtradecoöperaties van de Misozi Coffee Company Ltd Dankzij goedkope leningen van de Rwandese Ontwikkelingsbank openden de coöperaties IAKB (in 1999 gesticht) en Kopakama (in 1998 gesticht) in het noordoosten van het land twee nieuwe wasstations, waardoor 1.800 producenten uit 21 dorpen een degelijke uitrusting kunnen gebruiken en technisch en commercieel advies krijgen. Toen de vraag in de loop van 2006 toenam, besloten twee coöperaties die al samenwerkten met Alter Eco, een Franse fairtradedistributeur, een bondgenootschap te vormen met vier andere coöperaties met een fairtradecertificering (zie boven). Ze bundelden hun middelen en stichtten in 2006 een gezamenlijk handelsplatform: de Misozi Union. De Union was aanvankelijk een verbond van coöperaties maar werd in februari 2007 een commercieel bedrijf met de naam «Misozi Coffee Company Limited», afgekort tot MCCo Ltd.

De zes stichtende coöperaties komen uit verschillende Rwandese regio’s. Het zijn Kopakama (westen), IAKB (oosten), Kopakabi (noorden), Abakunda Kawa - ABK (zie boven) (noorden), Abakangukiye Kawa – AKG (noorden) en Muyumbu – MCAC (oosten). In 2007 sloten ook Kopakaki Dutegure en Twisungane zich bij de onderneming aan. Elke coöperatie bezit een achtste van het maatschappelijk kapitaal. Het bedrijf groepeert nu meer dan 7.000 producenten. Volgens artikel 2 van zijn statuten is het hoofddoel van MCCo Ltd “de duurzame verbetering van de bestaansmiddelen van de gezinnen die bij de coöperaties van de vereniging aangesloten zijn, het voeren van marketingacties op markten met toegevoegde waarde en het bedingen van de best mogelijke prijzen voor de koffie van zijn leden” 26. Misozi beperkt zich trouwens niet tot de controle van de productie en het verzorgen van opleidingen. Het levert ook inspanningen om kwaliteitsnormen voor alle aangesloten coöperaties in te voeren en in stand te houden, met het oog op de export en de eisen van de internationale markten.

Het bedrijf is nu in staat om meer dan 250 ton arabicakoffie van hoge kwaliteit te leveren. Het is van plan om bijna 450 ton koffie op de Amerikaanse, Europese en Aziatische markten te verdelen. Een van zijn partners is de Clinton Foundation van de gewezen Amerikaanse president, die samen met de Schotse filantroop Sir Tom Hunter het «Clinton Hunter Development Initiative» gelanceerd heeft. Het doel: Misozi in zijn ontwikkeling helpen en vooral een nieuw merk van fairtradekoffie op de markt brengen, «Rwandan Farmers». De koffie wordt direct bij de producenten27 gekocht tegen een gemiddelde prijs van 3,79 $/kg! Hij wordt rechtstreeks verkocht aan distributiebedrijven zoals Sainsbury’s in het Verenigd Koninkrijk, zonder tussenpersonen en met meer winst voor de boeren. Sinds 2008 ontwikkelt CHDI nieuwe verkoopkanalen voor deze Rwandese koffie in de Verenigde Staten. Info: Misozi Coffee Company Ltd OCIR Cafe Yard, Gikondo - P.O. Box 104 Kigali tel. 00 250 0856 4088 info@misozicoffee.biz www.misozicoffee.biz

Alter Eco en Misozi In 2006 importeerde Alter Eco in samenwerking met Twin voor het eerst rechtstreeks koffie van de coöperatie Kopakama. «In zijn streven naar de uitschakeling van de tussenpersonen in de ketens, heeft Alter Eco voor het eerst fairtradekoffie direct bij een coöperatie van producenten aangekocht (meestal koopt het de koffie bij importeurs met wie het samenwerkt). Door voor deze primeur een jonge fairtradecoöperatie te kiezen, wil Alter Eco zijn steun betuigen aan dit specifieke project en aan heel het Rwandese verzoeningsproject.» 28 Dankzij de aankopen kon Kopakama leningen afbetalen voor de bouw van zijn wasinstallaties en andere uitrustingen waardoor het onafhankelijk werd. In 2007 heeft Alter Eco uiteraard de stichting van Misozi actief gesteund.

25


De initiatieven voor eerlijke handel

Thee in Rwanda Een nieuwe strategie voor de Rwandese theesector De thee werd als industrieel gewas in het begin van de jaren 60 in Rwanda ingevoerd. De productie van zwarte thee ging in 1965 echt van start. Vandaag is dit het meest rendabele exportproduct van het land, goed voor bijna 35% van de totale uitvoer. In het kader van het plan “Vision 2020” (zie pag. 4) heeft de theesector zijn strategische doelstellingen vastgelegd tot in 2010 in een document met “doelstellingen voor de theeproductie en strategieën die de algemene prestaties moeten verbeteren door de productiviteit, de kwaliteit, de snelle groei van de theesector, de werkgelegenheid en de inkomsten te stimuleren, om zo bij te dragen tot de economische en monetaire stabiliteit op het platteland en tot de armoedebestrijding”.29 De Rwandese theesector omvat vandaag 6 productieeenheden in staatshanden (Gisovu, Kitabi, Mata, Mulindi, Shagasha, Gisakura), vier privébedrijven (Sorwathe, Pfunda Tea Company, Nyabihu en Rwanda Mountain Tea), 3 coöperaties en 11 verenigingen van kleine planters.

26

Samen bestrijken de plantages 12.862 hectare en zijn ze goed voor 53.000 banen in de verschillende beroepen. De theeproductie bedraagt ongeveer 15.500 ton per jaar.


Een enkel bedrijf met FLO-certificering Van al die bedrijven bezit er echter maar een de FLOcertificering: de Société rwandaise pour la production et la commercialisation du thé – afgekort tot Sorwathé, werd in 2007 gecertificeerd. Sorwathé, dat iets minder dan 7000 kleine planters groepeert, bestaat sinds 1975 en is gevestigd in het noorden van het land, in het dorp Kinihira, op 75 km van Kigali. «Wij produceren ongeveer 3 miljoen kilogram per jaar», vertelt Rohith Peiris, de productiedirecteur. «Wij zijn de grootste producent van het land, met ongeveer 15% van de nationale productie. Sorwathé bestrijkt 263 hectare theeplantages (118 hectare wordt biologisch geëxploiteerd) en 500 hectare bossen. Wij kopen ook groene thee van Assopthé, een andere coöperatie (zonder CE-certificering - nvdr), die meer dan 4.000 boeren groepeert en op meer dan 900 hectare thee verbouwt.» De in 2005 aangevraagde certificering werd niet gemakkelijk verkregen, want aanvankelijk stelden de inspecteurs van FLO een aantal tekortkomingen vast (soms ging het om kleinigheden, zoals het ontbreken van een brandblusser…)30. Sinds 2007 is alles in orde en heeft Sorwathé zijn fairtradecertificering. Het verkoopt zijn thee vooral in de Britse kleinhandel maar ook in meer dan 420 winkels in Canada. Dankzij de certificering kon het zijn marktaandeel met 30% vergroten. «We hebben bovendien in 2000 de ISO 9001-certificering en in 2005 de ISO 22000-verkregen», zegt Peiris nog. «Wij zijn het eerste en nog altijd het enige Rwandese theebedrijf dat die erkenning heeft ontvangen.» En voor het geval u zelf een kijkje wilt gaan nemen: Sorwathé verhuurt drie kamers aan toeristen... Info: Sorwathé Sarl, BP 1136 Kigali tel. (250) 57 85 16

27

Belangrijkste wereldproducenten van thee (cijfers 2005 in ton): India

927.984

China

875.000

Kenia

328.498

Sri Lanka

317.196

Turkije

205.500

Indonesië

160.000 (cijfers 2004)

Malawi

37.978

Oeganda

35.000

Tanzania

31.342 (cijfers 2004)

Rwanda

15.484

Zimbabwe Wereldtotaal

14.884 (cijfers 2004) 3.470.000 ton

Bron: FAO, 2006 Fotocredits thee = EATTA - East African Tea Trade Association


BTC in Rwanda In Rwanda werkt BTC samen met het ministerie van landbouw. BTC verzorgt de financiële, administratieve en technische opvolging van bepaalde projecten van het «Programma ter ondersteuning van de Rwandese tuinbouwsector» dat in 2008 werd opgestart. «Onze rol», zegt Emmanuel Grosjean, technisch assistent van BTC in Kigali, «bestaat erin een heuse mentaliteitswijzing teweeg te brengen.» Tegen deze achtergrond heeft BTC verschillende overheidsopdrachten uitgeschreven en gefinancierd. Enerzijds om na te denken over de valorisatie en het merkimago van de Rwandese producten, anderzijds om de ontwikkeling van de tuinbouwsector te ondersteunen, meer bepaald via de oprichting van een fonds voor tuinbouwinvesteringen (Fonds d’Investissement Horticole – HIF). Dit fonds moet, analoog aan hulpinstrumenten voor grote investeringen (o.a. publiek-private samenwerkingen), kleine en middelgrote investeringen in de tuinbouwsector ondersteunen. Het moet met andere woorden de risico’s bij op middellange termijn rendabele investeringen beperken. Het fonds richt zich vooral tot de pioniers die willen professionaliseren maar blijft openstaan voor iedereen.

28

Nu keurmerken voor goede landbouwpraktijken zoals «bio», «fairtrade» en «globalgab» hun intrede doen, worden Afrikaanse producenten uitgedaagd om hun bedrijven om te vormen en profijt te halen uit de mogelijkheden die zo’n keurmerk biedt op de nationale en internationale markt. «We moeten hen hierin ondersteunen want het is een dure investering. Zonder financiële hulp zouden heel wat producenten niet in dit systeem kunnen instappen en het aan deze investering gebonden risico nemen,» onderstreept Emmanuel Grosjean. «BTC heeft dus een proces ingevoerd waarmee het mogelijk wordt om in afnemende mate tot 95% van de certificatiekosten te financieren.» De ondersteuning van de tuinbouwsector op het vlak van certificeringen is een heuse springplank om kwaliteitsstrategieën te implementeren. De steun zou moeten leiden tot een meer winstgevende toegang tot de nationale, regionale en internationale markten en zou de actoren hun activiteiten moeten doen professionaliseren.


De steun aan producenten, één van de interventiemechanismen van het ‘Trade for Development Centre’ van BTC, is bestemd voor organisaties van gemarginaliseerde producenten, microbedrijven en kleine ondernemingen die in de 18 partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking aan eerlijke/duurzame handel31 doen. Het mechanisme kadert binnen de Belgische aidfor-tradestrategie en moet kleine producenten, microbedrijven en kleine ondernemingen in de ontwikkelingslanden helpen in hun inspanningen om profijt te trekken uit internationale, regionale en lokale handel. Het programma wil de markt toegankelijker maken voor producenten (en hun organisaties) die aan eerlijke en/ of duurzame handel doen. Door hun organisatie-, technische en productiecapaciteiten te versterken en de relevante informatie (certifiëringen, bestaande labels, marktonderzoeken…) door te geven. Het programma doet dit via financiering van verschillende soorten activiteiten: • capaciteitsversterking van de producenten en hun organisaties (in management, productcyclusbeheer…)

Steun aan de overgang naar biologische landbouw bij COOPAC-leden In 2004 hebben de leden-producenten van COOPAC (zie pagina 20) beslist om op hun plantages niet langer chemische producten te gebruiken en zo de kwaliteit van de koffie te beschermen. De overgang naar bio is niet veraf af… De hindernis zal genomen worden dankzij de hulp van het Trade for Development Centre. In drie jaar en met een financiering van 150.0000 euro, zullen de boeren gecertifieerde biokoffie kunnen produceren. 78 ton eind 2012, en nog veel meer in de toekomst, want de productiecapaciteit van de coöperatie ligt op om en bij de 1000 ton koffie. Daartoe moeten de nodige omkaderingsstructuren worden opgezet, de opleiding van de 2.200 leden van de coöperatie in productietechnieken van meststoffen en biokoffie worden verzekerd, het controle- en kwaliteitslabo uitgerust worden, de biocertificatie behaald worden en moet een netwerk van zaadkwekerijen gecreëerd worden om plaatselijke houtsoorten te verdelen met het oog op herbebossing en promotie van schaduwkoffie.

• ontwikkeling van nieuwe producten • kwaliteitsverbetering en -controle • haalbaarheidsstudies over het behalen van een eerlijke of duurzame certifiëring • marktonderzoek • deelname aan handelsbeurzen • ’company matching’ dat producenten en invoerders rechtstreeks met elkaar in contact brengt • versterking van nationale of regionale netwerken van producentenorganisaties…

29

Versterking van het Rwandese fairtradenetwerk Het Trade for Development Centre draagt ook actief bij tot de utibouw van het RWAFAT (Rwanda Forum for Alternative Trade), lid van COFTA. Dit netwerk wil vooral de capaciteiten van de producenten in Rwanda versterken zodat ze aan de vereisten van het ‘Sustainable Fair Trade Management System – SFTMS’ kunnen voldoen, het systeem voor fairtradecertifiëring dat de World Fair Trade Organisation in mei 2007 heeft ingevoerd. SFTMS streeft naar de certifiëring van organisaties eerder dan producten en legt het accent op een sterk milieubeheer (en dus duurzaam), maar ook op het algemene zakelijke beheer van de geaccrediteerde instantie (inclusief administratie, arbeidskwesties, productiesysteem en kwaliteitscontrole).


BESLUIT Zoals we reeds vermeld hebben in de inleiding van deze brochure is Rwanda een ingesloten land, dat over weinig verbindingsmogelijkheden beschikt en ver verwijderd ligt van kusten en havens waar ze hun producten zouden kunnen uitvoeren. Er zijn wel mogelijkheden, maar is het echt interessant om vers fruit uit te voeren, zelfs als is het eerlijk of biologisch fruit? Kan een ananas die in Kigali 0.8 $ maar na het luchttransport bijna 1.5 $ kost, concurreren met de ananas op de Europese of Amerikaanse markt? Het antwoord is vrij duidelijk. In deze omstandigheden lijkt het voor Rwanda interessanter om zich op de lokale markt te richten. Het International Trade Centre noemt in zijn “Overview of Organic Agriculture in Rwanda and Options for Policy and Trade Development”, verschenen in 2008, “de belangrijkste uitdagingen voor de ontwikkeling van de lokale markt in de Oost-Afrikaanse landen: • transparantie en kwaliteitscontrole • betrouwbare en regelmatige leveringen door de landbouwersgroepen • een gevarieerd productengamma • meer sensibilisering naar de consumenten • capaciteitsversterking van de landbouwers om voor de markt te produceren.”

De markt van biologische producten is momenteel quasi onbestaande in Rwanda. Eerst en vooral moet de binnenlandse markt ontwikkeld worden: de Rwandese consument, uit welke bevolkingslaag ook, moet gesensibiliseerd worden voor het belang van biologisch consumeren. In deze context werd de “Rwanda Organic Agriculture Movement” (ROAM) in 2007 opgericht. De beweging verenigt een zestigal fruit- en groenteboeren en -exporteurs, privébedrijven, ngo’s en projecten die biologische landbouw promoten. Dit is de eerste fase in het structureren van een biosector die hoopt de markten te stimuleren, de consumenten te sensibiliseren en de rol van de landbouwers als verantwoordelijke spelers in de bevoorradingsketen van het land te versterken. Net zoals dit het geval is met fairtradecoöperaties, zijn ook dit nog ontluikende, eerder zeldzame initiatieven. Met uitzondering van de coöperatie Fairtrade Sorwathé die voor een deel van haar productie op bio is overgestapt, is er nog geen enkele band tussen fair trade en bio. Alles moet opgebouwd of heropgebouwd worden. Een heuse uitdaging en alle spelers ter plekke, laat de strijd beginnen…

30


Bronnen, Extracten en notities

1

Bron: Ministère des Finances et de la Planification économique, nov. 2003 (www. Minecofin.gov.rw)

2

ron: Banque africaine de Développement – Fonds africain de Développement, Document de stratégie, B République du Rwanda, 2005.

3

Bron: www.rwandagateway.org, een website van de Rwandese regering die door de Université Nationale du Rwanda (UNR) wordt beheerd.

4

Ibidem.

5

ron: Banque africaine de Développement – Fonds africain de Développement, Document de stratégie, B République du Rwanda, 2005.

6

Citaat uit http://www.cardsfromafrica.com/

7 Citaat

uit http://www.pasud-faab.org.rw

8

Citaat uit de blog van Scholastique Mukasonga, januari 2008.

9

Citaat uit www.gitpa.org et de www.cofta.org

10

Cijfers uit «Le café et les caféiculteurs au Rwanda: cas du district de Maraba, (Butare) dans la province du sud», door Déogratias Harorimana, Mathias Harebamungu, Jean-Pierre Bizimana, EPU, Éditions Publibook Université, 2007, 154 blz.

11 Machulka

D., in «Marchés tropicaux – Spécial Rwanda», 16 novembre 2001, p 2341, cité par Déogratias Harorimana in «Le café et les caféiculteurs au Rwanda», op. cit., page 12.

12 Citaat 13

uit www.infosud-belgique.info/article.php3?id_article=278

Ibidem.

14 Cijfers

van Scott Loveridge, Edson Mpyisi, Michael T. Weber, in Perspectives dans le défi de la coordination de la filière caféicole au niveau des exploitations au Rwanda. Note de Synthèse Agro-Économique, Rwanda Food Security Research Project/MINAGRI, n°2F, maart 2000, pagina 3.

15 PEARL

heeft nog meer partners dan deze twee organismen. Het bundelt de Université nationale du Rwanda – UNR, het Institut des Sciences agronomiques du Rwanda – ISAR, de Agricultural Cooperative Development International/Volunteers in Overseas Cooperative Assistance – ACDI/VOCA, het Office des Cultures industrielles du Rwanda – OCIR, het Kigali Institute of Sciences and Technology – KIST en het centrum IWACU.

16 «

Le café et les caféiculteurs au Rwanda », op. cit., p.15

17 Benoît

Vochelet, in «Afriques», internationale uitgave maart-april 2006.

18 Cijfers

van Samuel Goff, de auteur van verscheidene publicaties over dit onderwerp, in «International partnerships for the development of the speciality coffee sector un Rwanda» voorgesteld op de «22nd Annual Conference Proceedings» van de AIAEE, Florida, 2006.

19 Ibidem. 20 Bron:

http://www.sweetmarias.com

21 Website

31

van COOPAC: www.coopac.com


22

Meer details op www.shared-interest.com

23

De werking begon in de praktijk in de coöperatie Koakaka, zie boven.

24

ustainable Harvest vertegenwoordigt de belangen van Green Mountain Coffee, Whole Foods Allegro Coffee, S Terroir Coffee et Counter Culture Coffee.

25 In

«Diagnostic de compétitivité et stratégie de développement de la filière café au Burundi», réalisé par le Projet d’Appui à la gestion Economique– PAGE , Gouvernement du Burundi, februari 2007.

26

Citaat uit de statuten, gepubliceerd op 12 oktober 2009 in het Journal Officiel du Rwanda – Année 48, n°41.

27

Meer informatie op www.rwandanfarmers.com en op www.clintonfoundation.org

28

Citaat uit www.altereco.com

29

OCIR-Thé, «A new tea sector strategy for Rwanda - year 2005-2010», Kigali, december 2006, dossier downloadbaar op www.minagri.gov.rw

30

Meer details op sur www.snvworld.org

31 Erkende

Belgische ngo’s, nationale en regionale organisaties in eerlijke en duurzame handel komen ook in aanmerking omtrent de steun aan hun partners, hun leden, als ze zich bevinden in de 18 partnerlanden die hieronder worden opgesomd : Algerije, Benin, Bolivia, Burundi, DR Congo, Ecuador, Mali, Marokko, Mozambique, Niger, Palestijnse gebieden, Peru, Rwanda, Senegal, Zuid-Afrika, Tanzania, Oeganda en Vietnam.

32


BELANGRIJKSTE REFERENTIES (in chronologische volgorde) • David Tardif-Douglin, Jean-Léonard Ngirumwami, Jim Shaffer, Anastase Murekezi, Théobald Kampayana, “Aperçu sur la politique caféicole au Rwanda”, Ministère de l’Agriculture de l’Elevage - Division des Statistiques Agricoles, december 1993. • “Les transports internationaux du Rwanda”, MINITRACO, juni 1998. • Scott Loveridge, Edson Mpyisi, Michael T. Weber, “Perspectives dans le défi de la coordination de la filière caféicole au niveau des exploitations au Rwanda”, note de Synthèse Agro-Économique, Rwanda Food Security Research Project/MINAGRI, n°2 F, maart 2000. • “Examen des politiques commerciales - Rwanda”, OMC, augustus 2004. • “Conférence des partenaires de développement”, MINECOFIN, december 2004 • “Annual Economic Report 2004”, MINECOFIN, maart 2005. • Banque africaine de développement - Fonds africain de développement, “Document de stratégie par pays: République du Rwanda 2005-2007 axé sur les résultats”, juli 2005 • OCIR-Café, “ New action plan 2006-2008 for the development of the Rwanda coffee sector”, november 2005. • “Oeuvrer pour que les ruraux pauvres se libèrent de la pauvreté au Rwanda” FIDA/IFAD, Rome, 2006 • Samuel Goff, “International partnerships for the development of the speciality coffee sector in Rwanda”, lezing tijdens de “22nd Annual Conference Proceedings” van de ’AIAEE, Florida, 2006. • Nouveau partenariat pour le développement de l’Afrique (NEPAD), Appui à la mise en œuvre du programme pour le développement de l’agriculture africaine (PDDAA): “Profil de projet d’investissement bancable - Recherche appliquée sur les cultures d’exportation traditionnelles et non traditionnelles”, uitgegeven door de Rwandese regering en de FAO voor voeding en landbouw, maart 2006 • “Assessing USAID’s investments in Rwanda’s coffee sector – Best practices and lessons learned to consolidate results and expand impact”, USAID, april 2006. • OCIR-Thé, “A new tea sector strategy for Rwanda year 2005-2010”, Kigali, december 2006. • Déogratias Harorimana, Mathias Harebamungu, Jean-Pierre Bizimana, “Le café et les caféiculteurs au Rwanda: cas du district de Maraba, (Butare) dans la province du sud”, Éditions Publibook Université, 2007, 154 blz. • Gaudiose Mujawamariya, Cooperatives in the Development of Coffee Farming in Rwanda, Wageningen Universiteit – Department of Social Sciences, juli 2007. • “Overview of organic agriculture in Rwanda and options for policy and trade development”, International Trade Centre (ITC), Genève, 2008. • Daniel J. Plunkett, “Diversification des exportations au Rwanda: promotion des ventes des produits de l’artisanat et de l’horticulture”, CNUCED, mei 2008. • “Budget Framework Paper 2009/10 – 2011/12”, Ministry of Finance and Economic Planning, april 2009.

33


Trade for Development Centre Het Trade for Development Centre is een programma van BTC, het Belgisch Ontwikkelingsagentschap, dat instaat voor de promotie van eerlijke en duurzame handel met de ontwikkelingslanden, en dat zorgt voor handelshulp.

Het Trade for Development Centre heeft drie hoofdactiviteiten:

> expertisecentrum Het Trade for Development Centre is het expertisecentrum voor eerlijke handel, duurzame handel en handelshulp. Verzamelen, analyseren en produceren van informatie (opiniepeilingen bij de consumenten, marktstudies, enz.) Leiden een werkgroep in het platform “Ondernemen voor ontwikkeling” dat steun biedt aan de privésector.

> steun aan producenten Het Trade for Development Centre is een instrument voor de ondersteuning van producentenorganisaties. Het steunt gemarginaliseerde producenten, micro- en kleine ondernemingen en projecten in de sociale economie die kaderen in de dynamiek van eerlijke en duurzame handel. Versterken van de organisatorische en technische capaciteiten evenals de productiecapaciteiten. Relevante informatie doorgeven (over de markt, potentiële certificeringen, enz.).

> sensibilisatie Het Trade for Development Centre organiseert bewustmakingscampagnes en ontwikkelt instrumenten voor de sensibilisatie van de consumenten, de economische actoren en de Belgische overheid.

34


BTC - Belgisch ontwikkelingsagentschap TRADE FOR DEVELOPMENT centre HOOGSTRAAT 147 1000 BRUSSEL T +32 (0)2 505 19 35 www.btcctb.org www.befair.be 35


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.