Quickscan Flora en Fauna Deurvorster kerkpad Ulft

Page 1

Quickscan Flora en Fauna

Deurvorster kerkpad Ulft

september 2011


Titel:

Datum:

september 2011

Opdrachtgever:

Buro Antares Ambachtweg 10 7021 BT Zelhem

Uitvoerend bureau:

Buiting Advies bv

Auteur:

ing. Elmar Prins, ing. Bas Visscher

Vormgeving:

Quickscan Flora en Fauna, Deurvorster kerkpad Ulft

Esther Nijhuis

Š Buiting Advies, 2011


Quickscan Flora en Fauna

Deurvorster kerkpad Ulft

Buiting Advies Wilhelminaweg 64 6951 BP Dieren www.buiting.nl


Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

4


Inhoudsopgave

Inleiding 1. Het onderzoeksgebied 1.1 Ligging van het onderzoeksgebied 1.2 Omschrijving van het plangebied 2. Onderzoeksmethode 3. Resultaten literatuurstudie en veldbezoek 3.1 Resultaten van de literatuurstudie 3.2 Resultaten veldbezoek 3.2.1 Flora 3.2.2 Fauna

9 9 11 12 12

4. Conclusie & Aanbevelingen 4.1 Conclusies 4.1.1 Speciale beschermingszones 4.1.2 Flora- en faunawet 4.1.3 Consequenties indien genoemde soorten worden aangetroffen op de planlocatie 4.2 Overige aanbevelingen

16 16 16 16 16 17

Bijlage

7 7 7 8

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

Geraadpleegde literatuur

6


Inleiding

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

In augustus 2011 is door Buiting Advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan het Deurvorster kerkpad (gemeente Oude IJsselstreek). Aanleiding voor de quickscan is de voorgenomen herinrichting van het voormalig terrein van houthandel ‘t Anker. De herinrichting betreft de omvorming van het huidig terrein naar een park. Doel van de quickscan is om vast te stellen of als gevolg van de herinrichtingsplannen nadelige effecten te verwachten zijn op soorten die wettelijke bescherming genieten vanuit de Flora- en faunawet. Tevens is onderzocht of de herinrichtingsplannen nadelige effecten kunnen hebben op speciale natuurbeschermingszones die onderdeel uitmaken van Natura 2000 of de Ecologische Hoofdstructuur. Voorliggende rapportage beschrijft de aanpak en de resultaten van de uitgevoerde quickscan. In het eerste hoofdstuk wordt de ligging en het karakter van het onderzoeksgebied beschreven. In hoofdstuk 2 wordt vervolgens ingegaan op de onderzoeksmethode die tijdens de quickscan is gevolgd. Hoofdstuk 3 bevat de onderzoeksresultaten van het onderzoek, waarna in hoofdstuk 4 tot slot de conclusies en aanbevelingen op een rij worden gezet.


1. Het onderzoeksgebied

In dit hoofdstuk worden zowel het onderzoeksgebied (tevens het plangebied voor herinrichting) zelf als de ligging ervan in de omgeving beschreven. Daarnaast wordt in het kort het toekomstplan voor het gebied beschreven.

1.1 Ligging van het onderzoeksgebied

Afbeelding 1 ligging plangebied ten oosten van het dorp Ulft

1.2 OmschrÄłving van het plangebied

Het onderzoeksgebied bestaat voor een groot deel uit braakliggend terrein met daarop een drietal opstallen. De opstallen betreffen het voormalige kantoorpand van houthandel ’t Anker en twee opslagloodsen/kapschuren. In het zuiden van het plangebied ligt een bosschage van ongeveer 3.800m2 met daarin een kolk. Vermoedelijk staat de kolk alleen tijdens hoog water in verbinding met de Oude IJssel.

7 Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

Het onderzoeksgebied is gelegen aan de oostkant van het dorp Ulft (afbeelding 1), aan de overzijde van de Oude IJssel. Het vormt een overgangsgebied van de bebouwde kom naar het buitengebied van Ulft. Het gebied ligt in het zuidelijk deel van de Gelderse Achterhoek. De Gelderse Achterhoek beslaat het gebied tussen de IJssel in het westen,

de Oude IJssel in het zuidwesten, de Duitse grens in het zuiden en oosten en de Overijsselse streken Salland en Twente in het noorden.


2. Onderzoeksmethode

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan flora en fauna is gevolgd, bestaat uit drie onderdelen en omvat een theoretische en een praktische verkenning van het onderzoeksgebied. Hieronder worden de onderdelen korte toegelicht.

Bureaustudie

Tijdens de bureaustudie is in bestaande literatuur en andere beschikbare bronnen onderzocht wat er bekend is over de aanwezigheid van beschermde soorten in het gebied en de directe omgeving daarvan. Hiervoor zijn onder meer de meest recente verspreidingsatlassen geraadpleegd en zijn beschikbare gegevens van internet opgezocht. Tevens is onderzocht of het onderzoeksgebied binnen of in de periferie ligt van een Natura2000-gebied of is gelegen binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ten leste is onderzocht of er ter plaatse sprake is van een Nationaal Landschap of Nationaal Park.

Veldbezoek

De praktische verkenning van het onderzoeksgebied betreft een ĂŠĂŠnmalig veldbezoek dat heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2011. Tijdens een nauwkeurige verkenning van het onderzoeksgebied zijn de aard en de bijzonderheden van het gebied in beeld gebracht. Tevens is bepaald welke habitats zich in het gebied bevinden en in hoeverre het gebied geschikt is voor beschermde soorten.

Analyse en conclusie

Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek is ingeschat of er in

het gebied beschermde soorten voor kunnen komen en of als gevolg van de voorgenomen plannen voor het gebied negatieve effecten kunnen optreden voor deze soorten. Daarbij is zowel rekening gehouden met (al dan niet tijdelijke) effecten die worden veroorzaakt door de uitvoering van noodzakelijke werkzaamheden als met de gevolgen van een veranderende leefomgeving.


3. Resultaten literatuurstudie en veldbezoek

• Is het gebied onderdeel van een Nationaal Park/Landschap? • Is de Flora- en faunawet van toepassing?

3.1 Resultaten van de literatuurstudie

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de EHS wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd komen te liggen en dat planten en dieren uitsterven. Het plangebied valt buiten de contouren van de EHS (zie afbeelding 2). Wel liggen er op circa 370 meter afstand van het plangebied enkele tot EHS aangewezen percelen.

In het kader van de literatuurstudie is bepaald welke ‘groene’ wet- en regelgeving op het onderzoeksgebied en de voorgenomen werkzaamheden van toepassing kunnen zijn. Daarbij zijn de volgende zaken onderzocht: • Is het gebied onderdeel van de EHS? • Is het gebied onderdeel van een Natura2000gebied?

Ecologische Hoofdstructuur

EHS

Afbeelding 2: Ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van de EHS

9 Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de quickscan uiteengezet. Deze resultaten vormen de basis voor de in hoofdstuk 4 gepresenteerde conclusie en aanbevelingen.


Natura2000

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

10

Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen als beschermd natuurgebied omdat ze habitats en soorten herbergen die speciale bescherming nodig hebben. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura2000-gebieden zijn Bekkendelle en Wooldseven. Beide Natura2000-gebieden liggen hemelsbreed op een afstand van circa 20 kilometer afstand van het plangebied.

Nationaal Park en Nationaal Landschap

Een Nationaal Park is een aaneengesloten natuurgebied van tenminste 1.000 hectare, bestaande uit natuurterreinen, wateren en/of bossen, met een bijzonder landschappelijke gesteldheid en planten- en dierleven, waar tevens goede mogelijkheden zijn voor recreatief medegebruik. Het plangebied is geen onderdeel van een Nationaal Park of Nationaal landschap

Flora- en faunawet

De Flora- en faunawet (Ff-wet) dient ter bescherming van de wilde flora en fauna in Nederland. Volgens deze wet heeft een ieder een algemene zorgplicht (art. 2) ter bescherming en instandhouding van wilde flora en fauna. Daarnaast geniet een deel van de wilde soorten extra bescherming (bijlage 1). Deze beschermde soorten zijn in vier categorieĂŤn in te delen: algemene soorten (tabel 1 soorten), overige soorten (tabel 2 soorten), strikt beschermde soorten (tabel 3 soorten) en vogels. De algemene soorten (tabel1) genieten de minst zware bescherming. Voor ingrepen in het kader

van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting geldt ten aanzien van deze soorten een vrijstelling en hoeft dus geen ontheffing te worden aangevraagd. Voor soorten van tabel 2 hoeft voor ingrepen in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting ook geen ontheffing te worden aangevraagd, mits volgens een goedgekeurde gedragscode wordt gewerkt. In tabel 2 zijn soorten opgenomen die niet algemeen, maar die ook niet zo strikt beschermd zijn als de soorten van tabel 3. Tabel 3 soorten zijn strikt beschermd. Indien sprake is van te verwachten negatieve effecten op deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Voor soorten die tevens op de habitatrichtlijn bijlage IV staan is een ontheffing in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting niet mogelijk. Te allen tijde zullen dan mitigerende maatregelen genomen worden die de functionaliteit van de vaste verblijfplaats garanderen. Ook vogels zijn goed beschermd door de Floraen faunawet. Een ontheffing voor het verstoren van vogels in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling of inrichting wordt nimmer verleend. Aangeraden wordt om buiten het broedseizoen (15 maart-15 juli) te werken zodat broedende vogels niet hoeven worden gestoord. Van sommige vogelsoorten is de nestplaats jaarrond beschermd. Een ontheffing in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting is niet mogelijk. Omdat met betrekking tot voorgenomen herinrichting voor tabel 1 soorten een vrijstelling geldt, is tijdens de literatuurstudie met name aandacht uit gegaan naar soorten van tabel 2 en tabel 3. Tabel 1.1 van deze rapportage geeft een overzicht


Soorten

Geraadpleegde Bron(nen)

Vleermuizen

Gewone baardvleermuis, Franjestaart, Watervleermuis, Meervleermuis,Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Laatvlieger en Gewone grootoor

Atlas van de Nederlandse vleermuizen (Limpens, et al 1997

Zoogdieren overig

Steenmarter, Waterspitsmuis, Bever

Telmee.nl, vzz.nl

Dagvlinders

Rouwmantel

Vlindernet.nl

Reptielen en amfibieĂŤn

Levendbarende hagedis, Zandhagedis, Hazelworm, Knoflookpad, Rugstreeppad

Telmee.nl, ravon.nl

Libellen

-

Libellennet.nl

Vissen

Kleine modderkruiper, Grote modderkruiper Ravon.nl

Telmee.nl

Vaatplanten

Diverse soorten komen in de omgeving voor.

Waarneming.nl (zoekgebied Ulft zuidoost)

Vogels met Jaarrond beschermde nesten

Vrijwel alle soorten komen in de omgeving voor. Telmee.nl, waarneming.nl

Tabel 1.1: soortoverzicht van voorkomende beschermde dier- en plantensoorten (tabel 2 en 3) in de omgeving van het plangebied op basis van literatuurstudie.

van de tabel 2 en 3 soorten waarvan op basis van de literatuurstudie kan worden vastgesteld dat deze in en/of in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen.

3.2 Resultaten veldbezoek

Tijdens het veldbezoek van 17 augustus 2011 is onderzocht of op de planlocatie geschikt habitat aanwezig is voor beschermde plant- en diersoor-

ten. Daarbij hebben wij rekening gehouden met (maar ons niet beperkt tot) de soorten als weergegeven in tabel 1.1. Tijdens dit veldbezoek is tevens gelet op de aanwezigheid of sporen van beschermde soorten. Ook is gelet op eventuele aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Uitdrukkelijk dient vermeld dat het veldbezoek in geen geval een volledige inventarisatie betreft.

11 Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

Diergroep


Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

12

Afbeelding 3: kenmerkende vegetatie voor een groot deel van het plangebied.

3.2.1 Flora Het is niet geheel uit te sluiten dat in het plangebied beschermde soorten voorkomen. De vegetatie bestaat voor een groot deel uit ruderale soorten zoals bijvoet, melganzenvoet en Canadese fijnstraal, zie afbeelding 3. Langs de Oude IJssel bevindt zich een rietzoom. Deze blijft behouden. Rondom de kolk bevindt zich een bosje met ruige ondergroei. Tijdens de veldverkenning zijn geen zwaarder beschermde plantensoorten aangetroffen. Op een groot deel van het terrein is pulp aangebracht ter voorkoming van uitwaaien van

asbest. Er is geen sprake van muurplanten op de gebouwen. Er lijkt verder geen geschikt natuurlijk habitat voor beschermde planten aanwezig. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

3.2.2 Fauna

Vogels Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Door de kleine omvang van het bosje kon dit tijdens het veldbezoek voldoende onderzocht worden op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten zoals hors-


ten of nesten van roekenkolonies. In de gebouwen kon goed worden gekeken en ook daar zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Werkzaamheden dienen wel buiten het broedseizoen (15 maart tot 15 juni) plaats te vinden om verstoring van broedvogels te voorkomen. Ontheffing hiervoor is niet mogelijk.

Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn in de gebouwen geen sporen aangetroffen die er op wijzen dat sprake is van een vaste verblijfplaats van steenmarter. Vaste verblijfplaatsen zijn in het algemeen goed herkenbaar aan latrines en diverse prooiresten. Er is wel één eierschaal aangetroffen. Op dit moment lijkt er geen sprake te zijn van vaste verblijfplaatsen van steenmarter. Indien er werkzaamheden aan de gebouwen plaatsvinden is nader onderzoek naar de aanwezigheid van steenmarter desalniettemin noodzakelijk. De dichtstbijzijnde vindplaats van waterspitsmuis ligt 10 ´waterwegkilometer` verwijderd van de

Er is geen sprake van een vaste verblijfplaats van bever. Langs de Oude IJssel zijn ook geen waarnemingen van de soort bekend, waardoor gebruik van het plangebied door bever zo goed als uit te sluiten is. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Dagvlinders In de nabije omgeving van het plangebied is in het verleden een rouwmantel waargenomen (zie literatuurstudie tabel 1.1). De rouwmantel is een soort van gevarieerde open bossen met wilgen en zonnige plaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn geen rouwmantels aangetroffen. De bosschage met kolk kan wel als een geschikte leefomgeving worden beschouwd. In Nederland zijn echter geen vaste verblijfplaatsen van de soort meer bekend. Het betreft eigenlijk altijd zwervers. Het plangebied lijkt niet te voldoen aan de eisen die overige zwaar beschermde vlindersoorten (tabel 2 en 3 Ffwet) aan hun leefgebied stellen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Reptielen en amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen van de in tabel 1.1 vermelde soorten waargenomen. Het plangebied is mogelijk als habitat geschikt voor de levendbarende hagedis, al is het zeker geen optimaal habitat. De soort is echter nooit in dit uurhok aangetroffen. Daarmee is de kans dat deze soort

13 Eindrapportage Groote Slink en De Hugte

Vleermuizen Het gebied is (potentieel) geschikt als leefgebied voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet uit te sluiten in de holle bomen rondom de kolk of in de aanwezige gebouwen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen. Het plangebied is daarnaast ook geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Of het gebied daadwerkelijk gebruikt wordt soort vleermuizen als leefgebied en/of foerageergebied kan alleen worden vastgesteld door aanvullend onderzoek.

planlocatie langs de Bielheimerbeek bij Slangenburg. Deze beek komt uit in de Oude IJssel. Het is onwaarschijnlijk dat waterspitsmuis in het plangebied voorkomt. De IJsseloever is als habitat bovendien zeker niet optimaal. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.


Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

14

Kaart 1 : waarnemingen van rugstreeppad (waarneming.nl)

hier aanwezig is uiterst klein. Nader onderzoek naar het voorkomen van reptielen is niet noodzakelijk. De aanwezige kolk lijkt niet geschikt als voorplantingsplaats voor zwaarder beschermde amfibieënsoorten. In de kolk zijn diverse vissen waargenomen. Vermoedelijk is er sprake van een grote populatie vissen. Dit is zeer ongunstig voor amfibieën. Er is ook geen sprake van (ontwikkelde) water/oevervegetaties anders dan kroos. Verder is de poel geheel beschaduwd. Het water is zeer troebel. Al deze factoren sluiten het voorkomen van zwaarder beschermde amfibieën zo goed als uit. Rugstreeppad is een soort die met name op open terreinen voorkomt. Deze pad

plant zich veelal voort in zeer ondiepe plasjes. Kleine ondiepe plasjes in het voorjaar van een decimeter diep zijn al geschikt. De rugstreeppad overwintert in zandige verhogingen. De soort is berucht omdat deze zich vaak op bouwplaatsen vestigt. Deze terreinen bevatten veelal vergraven natte delen, of met water gevulde bandensporen die als voortplantingsplaats geschikt zijn. Verder is vrij open jachtterrein aanwezig en vormen bulten met grond, puin en/of zand geschikte overwinteringsplaatsen. Uit de verspreidingskaarten (Ravon.nl en Waarneming.nl) blijkt dat deze soort in de omgeving van het plangebied voorkomt. Nadere beschouwing op Waarneming.nl laat zien dat de aangegeven “stippen” alle liggen in/bij de Azewijnsche en Netterdensche Broek ten westen


1

(waarneming.nl, waarneming J. Berendsen 2011) t.o.v. plangebied

van Gendringen, zie kaart 1 en kaart 2. Het ligt gezien de afstand en tussenliggende infrastructuur niet voor de hand dat deze soort zich van hier uit snel naar de planlocatie kan verplaatsen. Nader onderzoek naar het voorkomen van amfibieĂŤn is niet noodzakelijk. Libellen Het plangebied is als habitat niet geschikt voor beschermde libellensoorten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vissen De in het plangebied aanwezige kolk bevat vissen. Vermoedelijk gaat het hier om algemene soorten zoals snoek en karper. De aanwezig-

heid van beschermde soorten als grote- en met name kleine modderkruiper is op basis van deze quickscan echter niet uit te sluiten. Indien werkzaamheden aan de kolk plaats vinden die een negatief effect zouden kunnen hebben op deze soorten, is nader onderzoek naar hun aanwezigheid noodzakelijk. Het is ook goed mogelijk dat er beschermde vissen aanwezig zijn in de Oude IJssel. Indien werkzaamheden plaats vinden aan de waterloop zelf (vergraven van wateren en/of oevers) dient nader onderzoek plaats te vinden naar aanwezigheid van beschermde vissen. Indien alleen werkzaamheden aan de oever plaats vinden zonder directe invloed op watergang/water is dit niet noodzakelijk.

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

Kaart 2: Locatie rugstreeppad


4. Conclusie & Aanbevelingen

In dit hoofdstuk worden de conclusies en aanbevelingen beschreven. De conclusies zijn gebaseerd op de bevindingen uit zowel het literatuur- als het veldonderzoek.

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

16

4.1 Conclusies 4.1.1 Speciale beschermingszones

Het plangebied maakt geen onderdeel van de EHS, Nationaal park/landschap of Natura2000. Gezien de afstand van het plangebied tot de Natura2000-gebieden wordt ook geen nadelige invloed verwacht door externe werking. Er is geen nader onderzoek nodig m.b.t. effecten op speciale beschermingszones.

4.1.2 Flora- en faunawet

Er zijn tijdens de veldverkenning geen zwaarder beschermde soorten of sporen daarvan waargenomen. Wel is sprake van een aantal zwaarder beschermde soorten die in ieder geval in de nabije omgeving voorkomen en waarvoor het plangebied als habitat mogelijk geschikt is. Indien ingrepen plaats vinden die een nadelige invloed kunnen hebben op deze soorten is nader onderzoek gewenst. Nader onderzoek wordt aanbevolen voor onderstaande groepen/soorten en bij beschreven werkzaamheden: Vleermuizen: • voorafgaand aan werkzaamheden aan gebouwen; • voorafgaand aan eventuele kap van bomen; • indien het inrichtingsplan een significante kwalitatieve achteruitgang van het gebied als foerageergebied inhoudt (ook tijdelijk tijdens omvorming);

• indien sprake is van meer lichtuitstoot (tijdens werkzaamheden dan wel na herinrichting); Steenmarter: • voorafgaand aan werkzaamheden aan gebouwen; Vissen (Grote en kleine modderkruiper): • voorafgaand aan eventuele werkzaamheden aan de kolk; • voorafgaand aan eventuele werkzaamheden aan de waterloop van de Oude IJssel.

4.1.3 Consequenties indien gneoemde soorten worden aangetroffen op de planlocatie

Vleermuizen: Indien vaste verblijfplaatsen worden aangetroffen op de planlocatie dienen deze gespaard te worden. Een ontheffing op basis van het wettelijk belang “ruimtelijke inrichting of ontwikkeling” is niet mogelijk. Indien er kans op verstoring bestaat dienen voldoende mitigerende maatregelen genomen te worden. Tevens zal een ontheffing moeten worden aangevraagd die door het bevoegd gezag officieel moet worden goedgekeurd op basis van het feit dat de mitigerende maatregelen er voor zorgen dat de functionaliteit van de verblijfplaats gewaarborgd is. Een werkprotocol dient onderdeel uit te maken van de ontheffingsaanvraag. Als vast komt te staan dat het plangebied als foerageergebied wordt gebruikt, moet worden vastgesteld hoe groot het belang van het gebied is als foerageergebied. Steenmarter: Indien er kans op verstoring van een vaste verblijfplaats van steenmarter bestaat, dient gewerkt te


worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Anders moet een ontheffing worden aangevraagd.

4.2 Overige aanbevelingen

Sterk aanbevolen wordt om alle werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart-15juni) plaats te laten vinden. Broedgevallen van vogels mogen nimmer verstoord worden. Het plangebied is onder de huidige omstandigheden zeker geschikt voor allerlei broedvogels. Een en ander houdt in dat werkzaamheden in de omgeving van broedende vogels niet zijn toegestaan. Indien vogels zich tijdens of tussen de werkzaamheden door vestigen kunnen de werkzaamheden ook geen voortgang meer vinden tot dat de jonge vogels uitgevlogen zijn. Indien er toch uitdrukkelijk de wens bestaat om in de broedtijd te werken wordt geadviseerd het terrein zo goed mogelijk en tijdig ongeschikt te maken voor broedende vogels. Daarbij kunnen bijvoorbeeld verstorende elementen worden aangebracht op het terrein. Garanties kunnen daarbij overigens niet worden afgegeven, dus als ondanks die maatregelen toch sprake is van broedvogels kan ter plaatse niet gewerkt worden. Een ontheffing is niet mogelijk. Aanbevolen wordt daarnaast om zoveel mogelijk volgens een goedgekeurde gedragscode te werken.

17 Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

Vissen: Indien kans bestaat op verstoring van kleine modderkruiper kan het best volgens een goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Anders is een ontheffing noodzakelijk. Indien grote modderkruiper wordt aangetroffen dienen mitigerende maatregelen te worden genomen.


Geraadpleegde literatuur

Limpens, H.J.G.A. et al, 1997, Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV Uitgeverij Zeist.

Quickscan Flora en Fauna - Deurvorster kerkpad Ulft

1

Internet www.waarneming.nl www.telmee.nl www.vzz.nl www.ravon.nl

www.vlindernet.nl www.libellennet.nl www.ravon.nl


Bijlage





Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.