Page 1

JAARGANG 105 - NUMMER 7 - 17 JULI 2013

Coรถperaties Gert van Dijk ziet leden falen

Milcobel Nieuwe CEO geeft visitekaartje af Dairy Alley Silicon Valley, maar dan voor zuivel

505125.indd 1

15-7-2013 14:21:43


zijlijn

R e n é va n b u i t e n e n , h o o f d r e d a c t e u r

Vakmanschap Dat de zuivelsector de komende jaren groeit, daar gaat iedereen inmiddels gewoon van uit. Maar vorige week beloofde de zuivelsector dat zij ook netjes binnen de perken zal groeien. Daarmee wordt bedoeld: binnen de milieurandvoorwaarden van de overheid. Dat is precies waar staatssecretaris Sharon Dijksma eerder dit jaar om had gevraagd. Zij wil voor eens en voor altijd het mestprobleem oplossen en daar moet de veehouderij zelf voor zorgen. In twee opzichten is het plan van de zuivel een sympathiek plan. Ten eerste wordt ‘Kansen voor de Zuivelketen na 2015’ zoals het plan heet, breed gedragen. Want niet alleen de zuivelindustrie en de vakgroep Melkveehouderij van LTO Nederland doen mee. Ook de veevoerbedrijven, verenigd in de Nevedi, en de Vereniging van Accountants en belastingadviesbureaus hebben zich er aan verbonden. Bovendien is het zuivelplan onderdeel van ‘Koersvast richting 2020’, het milieuplan van de totale veehouderijsector. Tijdens de presentatie twee weken geleden op het ministerie van Economische Zaken toonde staatssecretaris Dijksma zich onder de indruk van die brede aanpak. Ander belangrijk punt van het zuivelplan is de eigen verantwoordelijkheid. Melkveehouders gaan zelf aan de slag om het overschot aan fosfaat, ammoniak en broeikasgassen aan te pakken door de Kringloopwijzer te volgen, een instrument waar ook onafhankelijke derden positief over oordelen. De gedachte is dat melkveehouders worden gestimuleerd tot het nemen van maatregelen op hun bedrijf om mineralen efficiënter te benutten. Het is aan de zuivelonderneming om het gebruik van de Kringloopwijzer te borgen via de kwaliteitssystemen. Dat schept verplichtingen. Als veehouders onvoldoende vaart maken in de reductie van emissies is het aan de zuivelindustrie om een inhaalslag af te dwingen. Er is een alternatief. Een aantal opinieleiders van binnen en buiten de melkveehouderij (onder anderen Herman Wijffels, ex-minister Cees Veerman, melkveehouder Jan Cees Vogelaar en schrijver Geert Mak) bepleit een nieuwe vorm van quotering: maximaal 15.000 kilogram melk per hectare mag een melkveehouder produceren. Bedrijven die meer produceren zijn intensief en gaan op slot. Zij mogen pas uitbreiden als zij meer grond aankopen. Want ook deze groep staat pal voor de maatschappelijk gewenste grondgebondenheid van de melkveehouderij. Zwak punt is de limiet. Niemand zit te wachten op een nieuwe quotering, uitgezonderd de quotumhandel. Bovendien koppelt de groep de limiet rechtstreeks aan de milieunormen voor het gebruik van mest. Daarmee legt zij de verantwoordelijkheid bij de overheid en niet bij de melkveehouder zelf. Het breedgedragen sectorplan stimuleert veehouders de mineralen efficiënter te benutten, waarmee niet alleen allerlei emissies worden teruggedrongen. Want actief gebruik van de Kringloopwijzer kan ook de levensduur van de koe verlengen. Anders gezegd: het brede zuivelplan doet een appel op het vakmanschap van de boer.

colofon ZuivelZicht Magazine is

Druk: BDUprint Barneveld. Ontwerp: Giesbers, Velp

Abonnementenadministratie: BDUmedia, Postbus

een uitgave van BDUmedia

Abonnementsprijzen 2013: (12 nummers) € 100,14

67, 3770 AB Barneveld. Tel 0342-494889, e-mail:

in Barneveld

(studenten € 56,60); buitenland: € 132,41.

abonnementen@bdu.nl

ISSN: 0165-8573.

Proefabonnement (3 edities): € 7,08. Schriftelijke

Postbus 67, 3770 AB Barneveld

beëindiging (vóór 1 november) per eind kalenderjaar.

www.bdumedia.nl

Advertenties: BDUmedia, Robijnlaan 2, 2132 WX Hoofddorp. Contactpersoon: Hielke van

Hoofdredactie: René van Buitenen, email:

der Werf, 020-5736056 E-mail: h.v.d.werf@bdu.nl

Redactie ZuivelZicht

r.v.buitenen@bdu.nl

Adres: Louis Braillelaan 80 | Postbus 165,

Eindredactie: Yvonne Mors, e-mail: y.mors@bdu.nl

Het volgende magazine

2700 AD Zoetermeer

Medewerkers aan dit nummer: Tiny Brouwers,

verschijnt op 21 augustus 2013.

Tel: 079-3430307

Yves De Groote, Lili Hu, Jolande Valkenburg,

Internet: www.zuivelzicht.nl

Martin de Vries.

email: redactie.zuivelzicht@bdu.nl 2

505134.indd 2

zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:22:11


inhoud

“De slagkracht moet beter”

“De slagkracht van de onderneming moet beter. Het moet bovendien professioneler en het productenpakket moet evenwichtiger verspreid worden. Kortom: Milcobel moet beter kunnen concurreren. Dat is essentieel om te overleven in de markt.” Hij is nog maar enkele maanden in dienst, maar Eddy de Mûelenaere weet al waar het naar toe moet met de grootste Belgische zuivelonderneming: Milcobel. Waar de coöperatie volgens De Mûelenaere vooral tegenaan loopt is de relatief sterke afhankelijkheid van basiszuivelproducten als boter en melkpoeder,

20 14

16

26

En verder...

4 Gert van Dijk ziet de leden van de coöperatie falen

14 De Zwaluw ambassadeur voor

24 DMK focust op internationalisering

Bioforum Vlaanderen

26 Belgische speciaalzaken die zelf 6 LTO tempert euforie over hoge melkprijzen

16 Eerste bedrijf Dairy Alley

kaas rijpen wettelijk erkend

Leeuwarden opent de deur.

29 Melkprijs NRW naar 35/36 cent 8 Zuivelsector witte motor Nederland

17 Export Hochwald flink hoger.

10 Zuivelcijfers 2012 in vogelvlucht

18 Rust weergekeerd bij MUH Arla in Duitse Pronsfeld.

12 Nieuwe lijn Optimel drinkyoghurt 22 Walhorn verwacht duidelijk beter 13 FrieslandCampina 100 jaar zuivelzicht / 17 juli 2013

505156.indd 3

jaar.

COVER Een groep betrokken burgers hielp op 6 juli bij de jaarlijkse hooidag georganiseerd door NatuurHoeve in Benschot. Foto lebokaas/ natuurhoeve 3

15-7-2013 14:22:48


visie

t e k s t e n f o t o r e n é va n b u i t e n e n

‘melkveehouders beseffen niet wat er te gebeuren staat’

Gert van Dijk ziet de leden van de coöperatie falen Er schort iets aan de coöperatie anno 2013, meent hoogleraar Gert van Dijk. Natuurlijk, de bedrijfsvorm floreert als nooit te voren. Jaarlijks komen er in Nederland enkele honderden coöperaties bij. Niet alleen in de land- en tuinbouw. Ook in de energiesector, de zorg en de advocatuur komen bestuurders er achter dat het model dat de Duitser Friedrich Wilhelm Raiffeisen halverwege de 19e eeuw bedacht, zo gek nog niet is. Zeker wanneer het lastig is om bij buitenstaanders kapitaal los te peuteren. Samen investeren en samen de lusten en lasten delen is dan een praktische oplossing. Toch wordt er te gemakkelijk over coöperaties gedacht, meent Van Dijk. “De coöperatieve ondernemingsvorm is niet zo eenvoudig. In het begin gaat het er nog zeer gedisciplineerd aan toe binnen een coöperatie. Dan kom je alle principes tegen. In die eerste fase zit nog het oude vuur. De leden willen nog iets; wij tegen de rest. De coöperatie wil markttoegang versterken, de kwaliteit te verbeteren of de keten in de klauwen krijgen. Maar na verloop van tijd, in de rijpheidsfase, begint het oude vuur te doven. Dan neemt de ambitie af.”

‘Verflodderen’ “Dat is het slechtste dat de coöperatie kan overkomen. Want dan verworden de ledenrelaties voor de coöperatie als onderneming tot een kostenpost en biedt het geen toegevoegde waarde meer voor het coöperatieve bedrijf. Ik zie dat op dit moment in heel Europa gebeuren. Het is aan het verflodderen.” Dat ligt niet aan de coöperatieve vorm als zodanig zelf, vindt Van Dijk. Want die doet het over het algemeen goed. Hij wijst naar de bankensector, waar de coöperatieve Rabobank als enige grote bank niet aan het infuus van de staat ligt, omdat de leden de bank voor al te drieste stappen hebben behoed. Hij haalt de zuivelsector aan. In landen 4

505212.indd 4

Bijna tien jaar geleden schreef Gert van Dijk, hoogleraar aan Nyenrode Business Universiteit, het boek ‘Als de markt faalt – Inleiding tot coöperatie’. Dit jaar verschijnt een inleiding tot de nieuwe generatie coöperaties. Van Dijk is kritisch gestemd, getuige de titel van zijn nieuwe pennenvrucht: ‘Als de leden falen’.

waar de coöperaties meer dan de helft van de melk verwerken, ontvangen de boeren 10 tot 15 procent meer voor hun melk. Waarom? Omdat de coöperatie als eerste de verhoging van de melkprijs agendeert. Met andere woorden: daar waar coöperaties en de leden een gemeenschappelijke ambitie hebben, gaat het goed, stelt Van Dijk. Uiteindelijk ligt de kracht van de coöperatie in het concurrerend vermogen als zuivelketen, inclusief eisen van duurzaamheid.

‘Ik zie steeds vaker een georganiseerd wantrouwen van leden’ Hij onderscheidt nog enkele andere kritische succesfactoren, zoals de financiering. “Voor een coöperatie geldt dat de financiering van de coöperatie bij de leden hoort te liggen. Ik hecht van alle coöperatieve principes nog maar aan een: dat is de proportionaliteit. Als je meer melk levert moet je een grotere bijdrage leveren aan de financiering van de coöperatie. Dat vind ik het coöperatieve principe.”

Andere belangrijke factor is de organisatie van de verhouding tussen leden en het bestuur. “Ik zie steeds vaker een georganiseerd wantrouwen van leden. Dan barst het van de toetsingscommissies en accountants. We schieten daarin door. Leden hebben de neiging het wantrouwen te organiseren. Dat neemt toe naarmate de coöperatie volwassen wordt. In de loop der jaren zie je de toezichthoudende activiteiten even snel toenemen als in de rest van onze samenleving. Ons land buigt door onder de toezichthoudende colleges. Er is een mededingingsautoriteit, een Autoriteit Financiële Markten, een Nederlandse Bank. Je mag best wat doen, maar er is meteen een set regels waar je je aan moet houden en ik begin meteen te controleren of je niks fout doet. Dat verlamt onze economie. Als dat in een coöperatie gebeurt, kan je het schudden. Je moet de balans zien te vinden.”

Wederkerigheid En dan is er de Wederkerigheid, een term uit het gedachtegoed van Raiffeisen. De coöperatie doet wat voor het lid; het lid doet op zijn beurt wat voor de coöperatie. Vooral daar ziet Van Dijk het steeds vaker fout gaan. “Als lid wordt een tegenprestatie van je verlangd. De minimale tegenprestatie naast de zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:25:30


visie

Denk aan de informatie over de relatie tussen voederkwaliteit en melkkwaliteit of diergezondheid en melkkwaliteit. Of denk aan marktinformatie, zodat veehouders hun prijsrisico’s via bijvoorbeeld termijnhandel kunnen afdekken.”

Boekhoudgegevens

Gert van Dijk, hoogleraar aan Nyenrode Business Universiteit.

levering van het product is dat je de coöperatie informatie verstrekt, dat je constructief kritisch bent en dat je de buitenwereld bij de coöperatie naar binnen brengt. Dat is niet eenvoudig. De meeste coöperaties hebben niet het management of een ledeninformatiesysteem om dat goed te doen. Terwijl informatie over de leden van cruciaal belang is voor de leiding van de onderneming. Want die wederkerigheid geeft de coöperatie een concurrentievoordeel. Coöperaties beschikken namelijk over leden die iets meer willen doen voor de coöperatie dan alleen melk en kapitaal leveren. In feite zijn ze voortdurend voor jou op zoek naar verlaging van de kosten.” De hoogleraar treft die wederkerigheid steeds minder vaak aan in de coöperatieve wereld. “De leden falen daar waar ze onvoldoende bijdragen aan de coöperatie. Ze zijn tegenwoordig in feite vaak alleen nog maar leverancier en kijken slechts naar de melkprijs. Ze zijn nauwelijks meer bezig met andere zaken waarmee ze hun coöperatie kunnen versterken, zoals de strategie of de financieringsmogelijkheden. Natuurlijk hebben ze daar een directie en een bestuur voor. Die moeten uiteindelijk ook de beslissingen zuivelzicht / 17 juli 2013

505212.indd 5

nemen, maar als leden geen ambitie meer tonen met hun coöperatie ontstaat er een status quo.” “Dat zie je heel sterk op dit ogenblik bij leden van de Rabobank. Die doen niets, terwijl ze wel willen meepraten en van alles van de coöperatie verwachten. Maar ze tonen geen loyaliteit en wisselen geen informatie uit.” Bij zuivelcoöperaties valt het nog mee, vindt Van Dijk. Maar hij stelt wel vast dat er het nodige schort aan de informatie-uitwisseling tussen melkveehouders en zuivelcoöperaties. En juist daar komt het de komende jaren in de zuivel naar zijn mening op aan.

‘Er is een ongekende luxe in de melkveehouderij’ “Ik vind dat er opvallend weinig gebeurt aan de uitwisseling van informatie in de zuivel. Coöperaties zouden veel meer kunnen doen aan de ondersteuning van hun veehouders.

“De zuivelonderneming zou een plek moeten zijn waar al die informatiestromen bijeenkomen. Als zuivelonderneming zou ik bijvoorbeeld de leveranciers om hun boekhoudgegevens vragen, om die te kunnen analyseren. Want ik zou inzicht willen hebben in hoe het er voor staat met mijn melkveebedrijven. Maar coöperaties komen niet graag aan de bedrijfsvoering van het individuele lid, terwijl de informatiestromen tot een totaaloverzicht leiden, waarmee je als coöperatie in de markt uiteindelijk het verschil kan maken. Een zeer succesvol bedrijf als Alta Genetics doet dat wel. Die hebben een managementinformatiesysteem dat de meerderheid van de grote bedrijven in de wereld benut.” “Kijk ook naar de dierenartsen, in toenemende mate de vertrouwenpersoon van de melkveehouder. De goede dierenartspraktijken beschikken al over die gegevens. Zij maken wel de relatie met de bedrijfsvoering van de individuele melkveehouder. Daar ligt een rol voor de zuivelcoöperaties.” Melkveehouders zijn er niet happig op veel bedrijfsinformatie te delen met hun coöperatie. Ze zijn per slot van rekening baas op eigen erf. En daar zit nou net het punt voor Van Dijk. Want de geringe bereidheid tot informatie-uitwisseling binnen de coöperatie schaadt in zijn visie de concurrentiekracht van die coöperatie. “Ik zie het zo: de huidige situatie in de melkveehouderij is er eigenlijk een van ongekende luxe. Die komt nooit meer terug. Na 2015 breken er echt andere tijden aan. Er komt in mijn ogen dan meer melk aan dan de markt in eerste instantie kan opnemen. In zo’n situatie is het belangrijk dat er een eenheid is tussen het melkveebedrijf en de zuivelcoöperatie. Dat belang realiseren melkveehouders zich onvoldoende. “ “Je zult zien dat er voor 2015 nog grote demonstraties komen in Brussel tegen afschaffing van de quotering. Dat zijn natuurlijk achterhoedegevechten. Ik wil daarmee aangeven dat veehouders zich dan pas beginnen te realiseren wat er te gebeuren staat. Ook dat is het gevolg van eigen falen van de leden.” 5

15-7-2013 14:25:40


visie

t e k s t e n f o t o r e n é va n B u i t e n e n

‘er zit geen rendementsverbetering in‘

LTO Nederland tempert euforie over hoge melkprijzen Naar verwachting wordt 2013 voor de melkveehouders een jaar met goede melkprijzen. Reden voor gejubel is er echter niet, vindt Kees Romijn, voorzitter van de LTO-vakgroep Melkveehouderij. Want de kosten zijn ook hoog en dus verbetert het rendement niet, constateerde de boerenvoorman recent bij de presentatie van de jaarlijkse Europese melkprijsvergelijking.

Na het uitstekende melkprijsjaar 2011 valt 2012 iets tegen. In Europa lag de gemiddelde melkprijs het afgelopen jaar op € 33,37 per honderd kilogram, blijkt uit de LTOmelkprijsvergelijking die het Productschap Zuivel al sinds 1999 opstelt, in samenwerking met de European Dairy Farmers. Misschien was het daarom wel dat LTObestuurder Kees Romijn vorige maand tijdens de presentatie van de ranglijst langer stilstond bij het lopende melkprijsjaar. Want 2013 belooft een fantastisch jaar te worden wat betreft de opbrengstprijs van melk. Een record is in zicht. Vrijwel het hele jaar al ligt de maandelijkse melkprijs hoger dan vorig jaar. Voor mei berekende het PZ een plus van 12 procent ten opzichte van 2012. “Maar de situatie kan over een jaar weer heel anders zijn. Zowel de melkveehouders als de zuivelindustrie moeten daar rekening mee houden”, meent Romijn, die de ranglijst vorige maand op zijn bedrijf in Langerak presenteerde, samen met Willem Koops van het Productschap Zuivel.

ders gemiddeld € 32,52 uit, hetgeen in historisch opzicht toch ook aan de hoge kant is. Want wie alle jaargemiddelden uit de ranglijst meetelt (dus van de periode 1999-2012) komt tot een gemiddelde van € 31,20. Je kunt dus met andere woorden stellen dat de melkprijs in Europa de laatste jaren structureel op een hoger niveau is komen te liggen. Daar staar wel iets tegenover: de

schommelingen zijn ook heviger geworden. Een gevolg van het Europese landbouwbeleid, dat zijn greep op de Europese markt langzaam maar zeker los laat. “We zijn steeds meer afhankelijk geworden van de wereldmarkt”, concludeert Romijn. “Er wordt wel gezegd dat we dat na 2015 als de quota verdwijnen, afhankelijk worden van de ontwikkelingen op de wereldmarkt,

Bovengemiddeld Na de forse prijsstijgingen van 2011 ging de gemiddelde melkprijs van de 17 grootste zuivelbedrijven in Europa vorig jaar met 3,7 procent omlaag tot € 33,37. Toch is dat nog steeds een bovengemiddelde prijs. In de jaren 2008 -2012 betaalden de grootste Europese zuivelondernemingen hun veehou6

505387.indd 6

Willem Koops (midden, links) en Kees Romijn (rechts) lichten de LTO-melkprijsvergelijking tyoe. zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:15:14


visie

maar in feite zijn we dat nu al.” Uit de cijfers blijkt dat FrieslandCampina op de ranglijst 2012 van 17 zuivelbedrijven een derde plaats inneemt met een prijs van € 35,19 (-5,3%). Dat is gelijk aan het jaar daarvoor, al is het verschil met Arla Foods en de Franse zuivelbedrijven kleiner geworden. DOC Kaas, in 2011 nog vierde, staat nu met € 33,42 (-9,3%) op de achtste plaats. Toppers zijn de Finse zuivelonderneming Hämeenlinnan O. (€ 44,06, +1,8%) en het Noord-Italiaanse Granarolo (€ 40,73, +0,8%). Grootste stijger is de Britse zuivelonderneming Dairy Crest (Davidstow), die met € 35,15 (+10,6%) steeg van de 16e naar de vierde plaats. Kijkend naar de periode 2008-2012 blijkt de derde plaats van FrieslandCampina een stabiele plek is, na Hämeenlinnan (gelieerd aan Valio) en Granarolo. FrieslandCampina blijft haar Franse concurrenten (inclusief Danone

en Lactalis) en Arla Foods voor. DOC Kaas volgt op de negende plaats en blijkt over een langere periode gezien een goede middenmotor. De coöperatie blijft alle Duitse, Engelse en Ierse bedrijven voor.

uitbetaalcapaciteit “Het is een aardige reeks”, vindt Romijn. “De prijsvergelijking geeft een goed beeld van de uitbetaalcapaciteit van de diverse ondernemingen door de loop der jaren heen; de incidenten zijn er uit. Twee aspecten zijn belangrijk: de efficiëntie van een onderneming en de mate waarin zij in staat is haar producten weg te zetten in de markt. Hieruit blijkt dat de betere bedrijven tot beide zaken in staat zijn.” Tegenover het huidige hoge melkprijsniveau van vandaag de dag staan voor de veehouder hoge kosten. Vooral de voerkosten zijn sterk gestegen, en het ziet er volgens Romijn

niet naar uit dat daar op korte termijn verandering in komt. “Er zit dus geen rendementsverbetering in voor de melkveehouders. Daarom is het terecht om druk uit te blijven oefenen op de zuivelondernemingen, om de melkprijs naar een hoger niveau te brengen.” Geconfronteerd met die situatie heeft LTO weleens een internationale voerprijsvergelijking overwogen. Maar het blijkt nog veel lastiger om de internationale voerprijzen in kaart te brengen dan de internationale melkprijzen. “Ten opzichte van voerprijzen is een melkprijsvergelijking vrij simpel”, zegt Willem Koops, die de melkprijsranglijst opstelt. “Voerprijzen zijn nauwelijks internationaal vergelijkbaar. Het is bovendien heel erg afhankelijk van het moment van aankoop. Daarnaast zijn de onderlinge verschillen in voer groot.”

Adverteren

zuivelzicht / 17 juli 2013

505387.indd 7

7

15-7-2013 14:15:16


visie

t e k s t r e n é va n B u i t e n e n F O T O B a r t M a at

rapport ‘Lang Houdbaar’ toont belang zuivelketen aan

‘Zuivelsector is witte motor van Nederlandse economie’ De zuivelsector is op dit moment groter dan voor de crisis. Het is een van de opvallende conclusies uit het rapport ‘Lang Houdbaar’, dat Roland Berger Strategy Consultants trok na een analyse van de economische waarde van de Nederlandse zuivelsector. De sector is met recht de witte motor van de economie. Liefst 700 miljoen euro pompt zij de komende jaren in de economie, blijkt uit het onlangs verschenen rapport.

De zuivelsector is van groot belang voor de BV Nederland. Als een van de weinige sectoren in de Nederlandse economie vertoont de zuivel nog groei. Die groei zet zich de komende jaren naar verwachting door, omdat de wereldwijde vraag naar zuivel toeneemt. De sector grijpt de kansen om te groeien met beide handen aan, maar houdt daarbij nadrukkelijk rekening met de grenzen die het milieu stelt. Dat is de boodschap die de voorzitter van de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO), Cees ’t Hart, onlangs in petto had voor de staatssecretaris van Economische Zaken, Sharon Dijksma. Hij bood haar enkele weken geleden het rapport ‘Lang Houdbaar’ aan. Daarin brengt Roland Berger Strategy Consultants de bijdrage van de sector aan ’s lands economie in kaart. Het bureau schetst ook het toekomstperspectief van de zuivelindustrie.

pompt. Want er wordt flink geïnvesteerd door de zuivelindustrie. Ondanks de crisis heeft Nederland er binnen twee jaar zeker zeven nieuwe zuivelfabrieken bij. Zo worden er fabrieken gebouwd in Heerenveen, Middenbeemster, Gorinchem en Borculo. In Hoogeveen, Dalfsen, Leeuwarden en Veghel worden de bestaande zuivelfabrieken uitgebreid. Daarmee is een bedrag gemoeid van minimaal 700 miljoen euro. Alleen al FrieslandCampina investeert de komende ja-

ren zeker een half miljard euro in uitbreiding van haar capaciteit in Nederland. De onderneming opent bovendien dit najaar een nieuw Innovation Centre op de Campus van het Wageningen University and Research Centre (WUR). De investeringen leveren naar schatting duizend nieuwe arbeidsplaatsen op. “Ook in tijden van economische crisis blijft de sector groeien en blijven bedrijven investeren. Daar omheen gedijen stallenbouwers, veevoederbedrijven, fokkerijen, groothande-

Groeikansen De sector vond het hoog tijd haar economisch belang voor het voetlicht te brengen. “We willen met actuele cijfers laten zien dat er enorme groeikansen liggen”, aldus ’t Hart, die van mening is dat de economische positie van de Nederlandse zuivelsector te lang onderbelicht is gebleven. Een van de opmerkelijke zaken uit het rapport is de constatering dat de Nederlandse zuivelsector de komende twee jaar ruim 700 miljoen euro in de Nederlandse economie 8

505207.indd 8

Cees ‘t Hart (NZO) overhandigt staatssecretaris Sharon Dijksma het rapport ‘Lang Houdbaar’. zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:16:40


visie

laren, zakelijke dienstverleners en nog veel meer andere bedrijven. Samen maken zij een sterk zuivelcluster”, aldus Roland Berger Strategy Consultants. “De zuivelsector is de witte motor van de Nederlandse economie”, is dan ook een van de conclusies uit het rapport. De sector is goed voor 44.000 banen, en de melkveehouderij en de zuivelindustrie hadden het afgelopen jaar een productiewaarde van respectievelijk 4,3 miljard en 6,4 miljard euro. Uit het onderzoek blijkt dat de zuivelsector op dit moment groter is dan vóór de economische crisis. Dat is vooral te danken aan de export. De waarde van de uitvoer van zuivelproducten groeit jaarlijks gemiddeld met 7 procent. Het afgelopen jaar voerde de sector voor 5,9 miljard euro aan producten uit zoals kaas, boter, consumptiemelk en melkpoeder. De import is veel kleiner, zodat de Nederlandse zuivelsector in 2012 een handelsoverschot realiseerde van EUR 3,6 miljard. Dat is 9 procent van het Nederlandse totaal. “De zuivelsector levert hiermee een flinke bijdrage aan de verdiencapaciteit van Nederland. Een economie wordt immers gedragen door die sectoren die blootstaan aan internationale concurrentie en daarin succesvol zijn. Dat zijn de sectoren die het welvaartsniveau van een land bepalen. In Nederland is de zuivelsector bij uitstek zo’n sector”, stellen de analisten van Roland Berger. De Nederlandse zuivelindustrie profiteert van de groeiende vraag naar zuivel in de wereld.

De export naar opkomende landen als China, Rusland en Nigeria is tussen 2000 en 2012 gestegen met gemiddeld 11 tot 17 procent per jaar.

‘De zuivelsector levert een flinke bijdrage aan de verdiencapaciteit van Nederland’ Volgens de opstellers van het rapport biedt deze groeiende vraag kansen. Zeker als de melkquotering wordt afgeschaft. Belangrijkste troeven voor de Nederlandse zuivelsector zijn de strategische ligging, de aanwezige kennis en technologie en het ondernemerschap. De rapporteurs kwalificeren zuivelproducten als ‘een belangrijk basisvoedingsmiddel’, vanwege de rijkdom aan nutriënten, de relatief lage calorische waarde en de toegankelijke prijs. “De partijen in de zuivelketen nemen voortdurend initiatieven om de kwaliteit van zuivelproducten verder te verbeteren. De internationale reputatie die de Nederlandse zuivelsector op dat gebied bezit en haar ondernemerschap zijn een belangrijk concurrentievoordeel.”

Bouw van de nieuwe kaasfabriek van CONO, een van de vele investeringen in de zuivelketen. zuivelzicht / 17 juli 2013

505207.indd 9

9

15-7-2013 14:16:44


markt

Lili hu, productschap zuivel

Aanbodgedreven zuivelmarkt

Nederlandse zuivelsector: 2012 in vogelvlucht De zuivelmarkt hield zich in 2012 redelijk goed ondanks economische tegenwind in diverse mondiale zuivelregio’s. De prijzen van de meeste zuivelproducten lagen gemiddeld lager maar bleven op aanvaardbare niveaus, aldus het Productschap Zuivel in ‘Zuivel in cijfers’, het onlangs gepubliceerde statistisch jaaroverzicht voor zuivel over 2012.

Een groot deel van 2012 was er in de internationale zuivelmarkt sprake van een aanbodgedreven ontwikkeling. In de eerste helft van het jaar leidde het (door de hoge prijzen van 2011) wereldwijd toegenomen aanbod tot groeiende prijsdruk. Vanaf juni was er prijsherstel door een solide vraag gecombineerd met een beperking in de productie door droogte in enkele sleutelregio’s en hoge voederprijzen. De gemiddelde noteringen voor boter en niet-mager melkpoeder, evenals de gemiddelde indicatieve waarde voor Gouda 48+, bleven uiteindelijk ruim achter bij die van 2011. Bij mager melkpoeder was die daling beperkt (humane consumptie) of bleef deze achterwege (veevoeder). Weipoeder liet voor het vierde opeenvolgende jaar een stijging in de gemiddelde notering zien en lijkt zich daarmee naar structureel hogere prijsniveaus te bewegen.

Nederland is van alle EU-lidstaten het meest actief op de wereldmarkt, met een aandeel van 5%.

op 2012 ondanks de relatief goede melkprijzen.

laagterecord quotumprijs Lagere melkprijs In het kielzog van de (internationale) marktontwikkeling zagen Nederlandse melkveehouders hun inkomen uit melk dalen. Gemiddeld bleef de melkprijs ruim 8 procent achter bij het topjaar 2011 en bedroeg € 33,80 per 100 kg. Daarmee lag de melkprijs nog wel boven het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar. Naast minder melkgeld kregen veehouders ook te maken met meer kosten, vooral voor voer. Dit alles beïnvloedde het saldo negatief, waardoor de meeste melkveehouders met weinig plezier terugkijken 10

504558.indd 10

Het einde van de Europese melkquoteringsregeling na het seizoen 2014/15 heeft de afgelopen jaren, met ups en downs, zijn weerslag gehad op de prijs van het melkquotum in Nederland. In lijn met de dalende trend van de afgelopen jaren, lag de quotumprijs in 2012 ruim 29 procent onder het gemiddelde niveau van 2011 en kwam uit op € 11,89 per kg vet. In december werd een nieuw minimum bereikt. In Nederland is het melkquotum in het quotumjaar 2012/13 opnieuw met 1 procent verruimd. Het totale Nederlandse melkquo-

tum voor leveringen aan fabrieken bedroeg daarmee ruim 11,9 miljard kg. Dit quotum werd niet geheel benut. Een slechte ruwvoerpositie in combinatie met relatief koud weer in de winter en het vroege voorjaar waren van negatieve invloed op de melkproductie. De hieruit ontstane situatie van onderschrijding (-0,37%) betekende dat Nederlandse melkveehouders voor het eerst sinds het seizoen 2005/06 geen superheffing verschuldigd waren.

Minder melk per koe De langjarige trend van grotere doelmatigheid met minder koeien lijkt in 2012 onderbroken. De melkproductie nam nog slechts bescheiden toe (+0,3%), terwijl de melkveezuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:20:07


markt

tie afnam. Kaas blijft met afstand het belangrijkste zuivelproduct van de Nederlandse zuivelsector. Met 764 duizend ton aan productie legde deze productcategorie beslag op ruim 56 procent van de hoeveelheid verwerkte melk.

Stijgende uitvoerwaarde

Veel van de extra melk ging in kaas en condens, met goede internationale afzetmogelijkheden.

De Nederlandse uitvoer toonde in 2012 substantiële volumegroei bij belangrijke productgroepen als kaas, boter, gecondenseerde melk en, in minder mate, niet-mager melkpoeder. Ondanks het wat lagere prijsniveau kon daardoor per saldo toch een groei in de uitvoerwaarde worden gerealiseerd. De uitvoerwaarde bedroeg ruim € 5,9 miljard (+4,5%). Tegelijk daalde de invoerwaarde per saldo tot krap € 2,4 miljard (-3,7%). Minder invoer van melk, room en mager melkpoeder droeg hieraan in belangrijke mate bij. In combinatie met de gestegen uitvoerwaarde resulteerde dit in een relatief forse stijging in de bijdrage van zuivel aan de totale Nederlandse handelsbalans. Met bijna € 3,6 miljard droeg zuivel daaraan voor bijna 9 procent positief bij.

Grootste Europese exporteur

In het kielzog van de markt zagen melkveehouders hun inkomen uit melk dalen met gemiddeld 8%.

stapel groeide tot 1,48 miljoen dieren (+1,0%). Hierdoor daalde de gemiddelde melkgift per dier voor het eerst in jaren licht, tot 8.006 kg (-0,7%). Een matige kwaliteit van het ruwvoer en kostprijsoverwegingen vormden in 2012 factoren die op korte termijn van negatieve invloed waren op de productieontwikkeling.

Groei melkaanvoer De Nederlandse melkaanvoer nam in 2012 met 0,3 procent bescheiden toe tot 11,7 miljard kg. Daarmee bleef Nederland wat achter bij de gemiddelde groei in de EU. Deze bedroeg per saldo 0,8 procent, met een wisselend beeld bij grote lidstaten als Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Buiten zuivelzicht / 17 juli 2013

504558.indd 11

de EU nam de melkaanvoer relatief sterker toe, ondermeer door groei bij concurrenten op de wereldmarkt als Nieuw-Zeeland (+8,5%), de VS (+2,1%) en Australië (+2,5%).

Melkverwerking In lijn met de toegenomen melkaanvoer nam de hoeveelheid in Nederland verwerkte melk in 2012 toe tot ruim 11,8 miljard kg melk (+0,4%). Veel van de extra melk werd benut voor de productie van kaas en gecondenseerde melk, waarvoor internationale markten goede afzetmogelijkheden boden. Dit laatste gold in 2012 duidelijk minder voor niet-mager melkpoeder, een traditioneel exportproduct naar derde landen waarvan de produc-

De Europese Unie blijft de belangrijkste bestemmingsregio voor Nederlandse zuivelproducten, goed voor 65 procent van het totaal. Bijna de helft van de totale uitvoerwaarde wordt in Duitsland, België en Frankrijk gerealiseerd. Nederland is daarnaast van alle lidstaten het meest actief op de wereldmarkt, met een aandeel van circa 5 procent. Buiten de EU zijn Rusland, Saudi-Arabië en Nigeria de belangrijkste bestemmingen. Kaas blijft met afstand het belangrijkste exportproduct. Het zwaartepunt in de toegenomen kaasuitvoer lag binnen de EU. Vooral Duitsland nam veel meer product af. Ook de handel naar derde landen groeide, vooral met Rusland. De groei bij boter betrof alleen intrahandel (Duitsland, Frankrijk), terwijl de uitvoer naar derde landen opnieuw afnam. Niet-mager melkpoeder gaat vooral naar bestemmingen buiten de EU (86%). Concurrentie op de wereldmarkt van landen als Nieuw-Zeeland en Argentinië beperkte voor dit product de ruimte voor groei. Opvallendste daler in de uitvoer was mager melkpoeder (-18%), waarvan na jaren van groei vooral de uitvoer naar derde landen flink terugviel. 11

15-7-2013 14:20:14


markt

Ria besseling

Nieuwe lijn Optimel drinkyoghurt In de perceptie van de consument bevatten drinkyoghurts te veel kunstmatige stoffen. Sommigen willen dit niet of vinden de smaak hiervan niet lekker. Daarom lanceert FrieslandCampina deze maand Optimel Puur, zonder toevoegingen. “Het segment drinkyoghurt heeft de laatste twee jaar wat aan penetratie verloren”, vertelt Carola Boer, portfolio manager Flavoured Drinks bij FrieslandCampina. “Dit is onder meer te wijten aan de perceptie van de consument dat drinkyoghurts te veel kunstmatige stoffen bevatten. Sommigen willen dit niet of vinden de smaak hiervan niet lekker. We zien dat de groep mensen groeit die op zoek is naar pure producten zonder zoetstoffen. Met Optimel Puur bieden we een alternatief”. Optimel Puur, dat sinds 8 juli verkrijgbaar is, bestaat uit drie nieuwe smaken: citrus, perzik en bosvruchten in literverpakking. Dit zijn lichte, natuurlijke en fris-zachte smaken die minder zoet zijn dan de huidige Optimel drinkyoghurts. Bosvruchten is de favoriete smaak onder kinderen, zo blijkt uit smaaktests.

voor volwassenen “De lancering van het merk Optimel in 1998 is de laatste grote innovatie in de drinkyoghurtmarkt geweest”, blik Boer terug. “Met de introductie van Optimel kwam er voor het eerst een drinkyoghurt voor volwassenen met nul procent vet en zonder toege12

505868.indd 12

voegd suiker in het schap. Het assortiment van Optimel drinkyoghurt bestaat in totaal uit 15 items. De populairste smaken zijn de literpakken Optimel Framboos en Optimel Aardbei Kers. Met Optimel Puur lanceren we een nieuwe generatie drinkzuivel. Juist de combinatie van nul procent vet, geen toegevoegd suiker en geen zoetstoffen is nog niet eerder op de markt gezet”.

Optimel-consument “De Optimel-consument staat bewust in het leven, let op een gezonde levenswijze, maar wel in combinatie met een goede dosis genieten. Ze wil zich ook niet te veel zorgen maken om wat ze eet. Daarom past Optimel goed bij haar”, aldus Carola Boer over de wensen en behoeften van de diverse consumentengroepen voor het segment Optimel. “Optimel is verkrijgbaar in zowel Drink, Yoghurt, Vla en Kwark, en biedt behoorlijk wat variatiemogelijkheden. Daarnaast is er iedere drie maanden een nieuwe variatie in deze categorieën”.

Drinkyoghurts: de markt De totale markt van drinkyoghurts in Nederland heeft een omvang van 240 miljoen euro. Deze is verdeeld in houdbare en verse drinkyoghurts met een aandeel van 83 procent en 17 procent. In het segment verse drinkyoghurts is Optimel al enige jaren marktleider met een aandeel van ruim een derde van de markt. De eerste drinkyoghurts kwamen in de jaren zeventig op de markt. Het toenmalige Campina introduceerde het merk Optimel in 1998 als eerste drinkyoghurt met nul procent vet en geen toegevoegd suiker. Vorig jaar werden al producten met de zoetstof stevia en rietsuiker gelanceerd. Zo kwam Arla in het voorjaar van 2012 met Zin!, een drinkyoghurt met nul procent vet, gezoet met de natuurlijke zoetstof stevia en rietsuiker. De producten zijn verkrijgbaar in de smaken rode vruchten, mango en aardbeien. Ongeveer 60 procent van de Nederlandse huishoudens koopt minimaal eenmaal per jaar verse zure drinkyoghurt. De gemiddelde frequentie waarmee de huishoudens dat doen is 16 keer per jaar. De bestedingen per huishouden liggen voor totaal Nederland op gemiddeld 35 euro per jaar. Vooral welgestelde gepensioneerden en gezinnen met kinderen besteden bovengemiddeld veelaan de categorie verse zure drinkyoghurt. Gezinnen met kinderen zijn voor meer dan de helft verantwoordelijk voor het volume van de categorie verse zure drinkyoghurt. Dit blijkt uit gegevens van GfK Panel Services Benelux bv.

zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:29:23


bedrijf

t e k s t j o l a n d e va l k e n b u r g f o t o ’ s f r i e s l a n d c a m p i n a

Hoe Nederlandse melk de oceaan over ging

Viering 100 jaar ‘De Condens’ Op 30 juni vierde FrieslandCampina dat de CCF 100 jaar geleden werd opgericht. De Condens, zoals de fabriek wordt genoemd, is uitgegroeid tot zuivelreus die jaarlijks 1 miljard blikjes condens produceert voor de hele wereld. “Geïnspireerd worden en later een inspiratie zijn voor anderen.” Het had een beschrijving kunnen zijn van Sietze Hepkema, de man die in 1913 namens 33 zuivelfabrieken de Cooperatieve Condensfabriek Friesland oprichtte. De woorden kwamen echter van Johannes Althuisius, een van de young potentials bij Friesland Campina. Jarig Langhout, directeur van Friesland Campina Leeuwarden, vroeg hem en andere jonge medewerkers tijdens het symposium ter viering van het honderdjarig bestaand van hun productielocatie, wat hen inspireerde en energie gaf. Langhout richtte zich nadrukkelijk tot de jonge medewerkers omdat zij de groei in de komende eeuw mogelijk moeten maken. Langhout: “De vraag naar zuivel in de wereld neemt toe en wij stemmen onze groei daarop af. Op korte termijn is er behoefte aan instroom van jonge medewerkers. We investeren daarom samen met anderen in zuivelopleidingen, want wat is er leuker dan werken bij een wereldbedrijf!”

Om aan te tonen wat sinds jaar en dag in Leeuwarden wordt geproduceerd liet Freek Rijna, verantwoordelijke voor FrieslandCampina Consumer Products International, twee vrijwel identieke blikjes gecondenseerde melk zien bij de opening van het symposium. Het ene blikje bleek een eeuw geleden geproduceerd en de ander zeer recent. Rijna kreeg de lachers op zijn hand door te constateren dat er in een eeuw tijd blijkbaar weinig sprake was geweest van innovatie. Later nuanceerde hij dit door een opsomming te geven van innovaties. Rijna: “In Leeuwarden wordt jaarlijks 1 miljard kilo melk verwerkt tot melkpoeder en 1 miljard blikjes gecondenseerde melk. Om te voldoen aan de groeiende wereldvraag naar gecondenseerde melk investeert FrieslandCampina daarom komende jaren zo´n 35 miljoen in uitbreiding van de Condensfabriek. Die investering zal zorgen voor een productieverhoging van 50 procent.”

In het midden Ferd Crone (burgemeester van Leeuwarden) en John Jorritsma (Commissaris van de Koning in Friesland) naast Cees ‘t Hart. Rechts voorzitter Piet Boer. zuivelzicht / 17 juli 2013

506010.indd 13

Freek Rijna met condensmelk van toen en nu.

Cees ‘t Hart, CEO van FrieslandCampina, benadrukte hoe groot de economische impact van de zuivelsector is op de Nederlandse economie. “De Nederlandse zuivelsector heeft een omzet van 12 miljoen, en neemt daarmee een plek in tussen Nederlandse bedrijven als DSM en Akzo Nobel. De sector draagt met 5 miljard euro bij aan de Nederlandse export.” De CEO ziet ook uitdagingen. ‘t Hart: “FrieslandCampina besloot in 2010 CO2-neutraal te gaan produceren. Dat is nog niet zover, maar we zijn goed op weg. Daarnaast moeten we de wereld veel meer en beter vertellen dat melk een bijzonder product is vol met nutriënten en dat hier een heel bijzondere productie aan ten grondslag ligt. We moeten voortbouwen op het succes dat we vandaag vieren, waarin verleden en toekomst elkaar tegenkomen voor een welvarende toekomst.” Omdat het honderdjarig bestaan voor een groot deel te danken is aan de eerste directeur van de CCF, Sietze Hepkema, roemde ‘t Hart diens visie: “Door zijn koopmanschap en vasthoudendheid is onze onderneming al sinds de jaren twintig actief in Afrika, het Verre Oosten en Nederlands Indië. De inzichten die Hepkema opdeed tijdens zijn studiereizen zette hij om in de praktijk. Het laboratorium in Leeuwarden, een van de grootste van z´n soort, is ook het resultaat van zijn vernieuwende ideeën. Sietze is een voorbeeld voor ons allemaal.” 13

15-7-2013 14:29:54


bedrijf

tekst en foto’s yves de groote

innovatieve melkveehouder voorbeeldbedrijf

De Zwaluw ambassadeur voor Bioforum Vlaanderen Biomelkveebedrijf De Zwaluw in Lovendegem is ambassadeur voor Bioforum Vlaanderen. Tijdens de Bioweek in juni toonde boer Nils Mouton de innovatieve investeringen. Zo werd geïnvesteerd in een open compoststal, efficiënt energie- en waterverbruik en eigen voerproductie. Bijzonder is ook dat verschillende koerassen worden gekruist voor een optimale bouw.

Dichtbij de oude autoweg Gent-Eeklo ligt, aan de rand van een Lovendegemse woonwijk, het biologische melkveebedrijf De Zwaluw. Nils Mouton (24 jaar) nam in 2010 het bedrijf over van zijn ouders, Dirk en Ria Mouton. Beiden werken nog wel mee in het bedrijf. Zijn moeder bereidt en verkoopt ambachtelijke zuivelproducten in de eigen winkel op het erf. Zijn vader, die in 1998 overschakelde op biologische landbouw, werkt volop mee op het gemengde bedrijf. De historie gaat terug tot de overgrootvader van Nils Mouton. Het bedrijf telt nu 45 koeien, 30 kalveren en één stier. Het bedrijfsoppervlak bedraagt inmiddels 75 hectare, verspreid over 40 locaties in de regio. In de loop der jaren werden grond bijgekocht, omdat uitbreiding rond het melkveebedrijf niet mogelijk is. De akkerbouwgrond is vooral nodig voor de productie van het eigen veevoer: grasklaver, bieten, haver en gerst, waar het bedrijf liefst geheel zelfvoorzienend in is. “We zijn hierbij afhankelijk van de oogst, maar voor dit jaar zal dit lukken”, glimlacht Nils Mouton. “Zo nodig kopen we krachtvoer in, maar nooit soja.” De gemiddelde melkproductie bedraagt ruim 6000 liter per koe. Om de twee dagen haalt een rmo bijna alle melk op voor Biomelk Vlaanderen. Dat is een coöperatie van biologische melkveehouders die de melk van haar leden ophaalt en verhandelt. Mouton benadrukt het belang van de coöperatie voor een 14

505247.indd 14

goede voorschotprijs, die momenteel 38 cent per liter bedraagt (in de gangbare zuivel bedraagt de voorschotprijs 32 tot 33 cent). “Ik krijg wel eens de vraag om melk rechtstreeks te leveren aan een zuivelfabrikant. Er wordt dan veel beloofd, maar uiteindelijk spelen ze de bioboeren tegen elkaar uit voor een zo laag mogelijke prijs.” UITGEKIEND FOKPROGRAMMA Voor een zo duurzaam mogelijke samenstelling van zijn melkveestapel kruist Nils

Mouton zijn Holstein koeien ook met andere rassen, zoals het West-Vlaamse Rood, het Zwitserse Brown Suisse of het Duitse Fleckvieh ras. “Vooral van belang in het fokprogramma zijn een stevig, breed achterwerk, een stevig benenwerk en de kwaliteit en positie van de uier (boven de hielen), maar ook het gedrag. Een fragiele Holstein koe die smal wordt, tengere benen krijgt kruisen we dan met Fleckvieh of WestVlaams Rood, omdat die robuuster zijn en zwaardere poten hebben.

De overdekte open compoststal is een nieuwe ontwikkeling in de melkveehouderij. zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:27:11


bedrijf

Hij bestelt samen met zijn vader op basis van de kwalificatie van de zogenoemde fok-kenmerken het te gebruiken sperma voor de kunstmatige inseminatie. “De boer kent zijn dieren nog altijd het best”. PLEEGMOEDERS De kalveren worden na de geboorte niet weggehaald. De eerste 14 dagen blijven ze bij de eigen moeder. Daarna worden ze drie maanden in een aparte stal ‘s avonds door een pleegkoe gezoogd. De kalveren zitten er in groep en hebben voldoende ruimte om te rennen en te spelen. De reden is dat de kalveren anders alle melk van eigen hun moeder zouden drinken. “Een pleegkoe geeft melk met een minder goede kwaliteit en voedt drie tot vier kalveren”, aldus Nils Mouton. Overdag zijn de pleegkoeien net als de andere koeien buiten; zij worden aan het eind van dag net als de andere koeien machinaal gemolken. Daarna gaan ze op stal bij de kalveren, die overdag kunnen rusten en ruwvoer kunnen eten. “Bijkomend voordeel van het melken van de pleegkoeien in combinatie met het zogen is dat het goed is voor de uiergezondheid. Sinds we dit doen is de conditie significant verbeterd. Het celgetal verminderde 70 procent.” Nils Mouton benadrukt dat de melk van de koe door haar samenstelling van nature gezonder is dan kalvermelk. De melk op lichaamstemperatuur is ook bijzonder aangenaam voor het kalf. En zogen versterkt

volgens hem de emotionele gezondheid. “Ik zie dat uit het gedrag van de kalveren als ze een koe zien, ook als dit niet hun moeder is.” Andersom zijn de pleegkoeien ook erg zorgzaam. “Een wondje bij een kalf likken ze af.” COMPOSTSTAL Het bedrijf beschikt als een van de weinige melkveebedrijven in België over een volledig overdekte - grotendeels open compoststal van ruim 500 m2, een nieuwe ontwikkeling in de melkveehouderij. De dieren leven op een comfortabele 1,5 meter dikke laag fijn compost met humus. “De melkkoeien voelen zich goed omdat ze kunnen gaan en staan of liggen waar ze willen. Elk dier heeft 12 vierkante meter vrije ruimte”. De luchtventilatie stimuleert nog eens het verdampen van vocht en vluchtige bestanddelen, waardoor de bovenlaag snel droog is. Hierdoor is de bovenlaag geen microbiële besmettingsbron. “De dieren zien er bovendien schoner uit dan in een strostal”, stelt Nils Mouton tevreden vast. De bovenlaag wordt ’s morgens na het melken handmatig met een riek bewerkt, en ‘s avonds met de tractor, zodat de mest en urine goed in de compost mengen en de bovenlaag mooi egaal is. Na het legen van de ingegraven compostbal in de zomermaanden en het verspreiden van de compost over de akkers en de weides, wordt deze opnieuw gevuld met plantaardig afvalmateriaal, afkomstig van tuinders.

Mouton kruist zijn Holstein koeien met rassen zoals West-Vlaamse Rood, Brown Suisse of Fleckvieh. zuivelzicht / 17 juli 2013

505247.indd 15

UTILITEITEN De Zwaluw investeerde met een duidelijke visie op het melkveebedrijf van de toekomst in duurzaam opereren. In de nieuwe stal is onder de composthoop een betonnen regenwaterreservoir aangelegd met een capaciteit van 150 duizend liter. Al het water van de daken op de nieuwe stal, maar ook de andere stallen en gebouwen op het erf wordt hier verzameld. Het regenwater wordt gebruikt als drinkwater voor het vee, maar ook voor de andere dieren (varkens en kippen) op het bedrijf. Bij uitzondering - hoogstens twee keer per jaar - wordt maximaal een week, omgeschakeld op water uit een eigen waterput op het erf. “Belangrijk is dat het grondwater niet wordt uitgeput.”

Al het spoelwater wordt hergebruikt Verder wordt al het spoelwater van de melkmachine hergebruikt. Het eerste spoelwater is voor de kalveren ouder dan 3 maanden en het tweede spoelwater wordt gebruikt om de melkruimte zelf te reinigen. Het water afkomstig van de eigen productie van boter en yoghurt gaat naar de varkensstal voor de varkens. “Dat betekent wel heen en weer rijden met een kruiwagen, maar we willen dit water niet verloren laten gaan”, zegt Nils Mouton. De warmte van de koeltank voor de melk wordt met behulp van een warmtewisselaar gebruikt voor de productie van warm water voor bijvoorbeeld de reiniging van de melkinstallatie of voor het schoonmaken van apparatuur en gebruiksmiddelen voor de productie van de eigen zuivelproducten. Op de nieuwe melkveestallen zijn tien jaar en zeven jaar geleden zonnepanelen geïnstalleerd met een piekvermogen van 10 KW. “Wanneer we een hoger vermogen zouden hebben, moeten we een leveringscontract afsluiten met onze stroomleverancier en de nodige investeringen doen, zoals een extra teller voor de stroomlevering.” Natuurlijk wordt zo veel mogelijk elektriciteit bespaard door bijvoorbeeld zo weinig mogelijk verlichting te gebruiken. “We betalen nu 500 euro per maand voor de elektriciteit op ons bedrijf, inclusief het huis.” 15

15-7-2013 14:27:20


bedrijf

tekst martin de vries foto Cowhouse

Eerste bedrijf start op Dairy Alley Leeuwarden

Oprijlaan voor expansie zuivel Stalinrichting Cowhouse International is het eerste bedrijf dat de deuren opent op het bedrijventerrein voor de Dairy Campus in Leeuwarden. De opening is de opmaat voor meer. “Verwittig uw netwerk”, geeft projectmanager Bart Hermans van Dairy Alley aan, “Alles wat met zuivel te maken heeft, moet de kansen die hier liggen benutten.” Een internationaal gezelschap is getuige van de opening van het pand dat heel toepasselijk de zwart-witte kleuren van de koe heeft gekregen. Het bedrijf Cowhouse richt zich sinds 2000 op de inrichting van melkveestallen en heeft zich gespecialiseerd in koecomfort. Na een eerste uitbreiding in Harkema zat het bedrijf van Rinse Andringa rond 2011 aan haar grenzen. Het groene licht voor de realisatie van de Dairy Campus in Leeuwarden deed Andringa besluiten om niet voor Drachten te kiezen maar voor de Friese hoofdstad. “Hier liggen straks de kennis, het netwerk en de samenwerkingsmogelijkheden in de zuivel. Een unieke kans waar we van moeten profiteren. De wereld heeft immers steeds meer melk nodig.”

drie pilaren De Dairy Alley moet juist de verbinding leggen die Andringa voor ogen heeft. Het bedrijventerrein voor alle zuivelgerelateerde zaken wordt gerealiseerd voor Nij Bosma Zathe, de plek die wordt omgebouwd tot de Dairy Campus. “Onderzoek, onderwijs en ondernemers vormen de pilaren onder de Dairy Campus”, legt Bart Hermans uit, “De drie pilaren moeten mogelijkheden creëren om de verschil16

506021.indd 16

Cowhouse International is het eerste bedrijf op Dairy Alley in Leeuwarden. Het bedrijf is gespecialiseerd in koecomfort.

lende netwerken te combineren. De export biedt uiteindelijk de mogelijkheden om te groeien. Friesland is de ideale plek. De weersomstandigheden zijn ideaal voor de melkveehouderij en uit historisch oogpunt heeft deze provincie een naam opgebouwd als het gaat om export van melk en andere zuivelproducten. Bovendien zitten er in Friesland veel bedrijven met specifieke kennis, zoals Cowhouse.”

Dairy Alley wordt als Silicon Valley maar dan voor zuivel “Leeuwarden is de hoofdstad van de zuivel”, stelt wethouder Henk Deinum. “Willen we een wereldspeler zijn dan moeten we de handen ineenslaan, kennis met elkaar delen en elkanders netwerk aanspreken. Met de Dairy Alley faciliteren we dat.” Voorzitter Bram Prins van het internationale netwerk Dairy Farmers onderstreept dat.

“De groei zit in landen als Rusland, India en China. Er is een groeiende vraag naar melk. We moeten de wereld voeden met hoogwaardige zuivelproducten. We hebben een boost van de melkproductie nodig. Als ik kijk naar de hoge melkprijs, dan weet ik niet of we op de goede weg zijn. Prijzen kunnen ook te hoog zijn. Nederland wil leider in de dairy industrie zijn en blijven. Naast het opleiden van vakmensen, zal het aankomen op teamwork. We moeten elkaar helpen.”

Ideeën moeten getest Bedrijfsleider Peter Jan ten Haken van de Dairy Campus is het met Prins eens. “Op het moment dat wij zochten naar een plek voor de Dairy Campus gaf ‘het leggen van verbindingen’ de doorslag. We hebben studenten nodig om het belang van de zuivel uit te dragen. Bovendien zijn zij betrokken bij onderzoek en innovatie. De ondernemers hebben echter de vooruitstrevende ideeën. Die moeten getest worden op een boerderij. De Dairy Campus wordt een melkveehouderij met 550 koeien. De ideale plek om nieuwe concepten te testen. Door elkaar te helpen wordt de Dairy Alley een plek zoals Silicon Valley, maar dan voor de zuivel.” zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:30:22


bedrijf

tekst en foto tiny brouwers

Derde Landen zijn belangrijke groeimotor

Export Hochwald flink hoger Voor Hochwald Foods is de export naar landen buiten de EU een belangrijke groeimotor geworden. Bij een licht gedaalde concernomzet steeg deze export maar liefst met 37 procent. Over het afgelopen jaar daalde de Hochwald-omzet van 1,257 miljard euro (in 2011) naar 1,254 miljard. Daarentegen groeide de export van 427,7 naar 464,7 miljoen. De coöperatieve zuivelonderneming Hochwald Foods in Thalfang (deelstaat Rheinland-Pfalz) realiseert 63 procent van zijn omzet in Duitsland zelf, 20 procent in de EU en 17 procent in landen buiten de EU. De onderneming verwerkte vorig jaar 2,043 miljard kg melk, tegen 2,047 miljard kg het jaar daarvoor. De uitbetaalde melkprijs bij 4,0% vet en 3,4% eiwit inclusief nabetaling en BTW daalde van 37,64 cent per kg in 2011 naar 34,74 cent vorig jaar. Volgens bestuursvoorzitter Anton Streit herstelt de melkprijs zich in 2013 inmiddels weer. Kort geleden is de uitbetaalde melkprijs bij Hochwald met 2 cent gestegen.

Karl-Heinz Engel: “Wij staan nog steeds open voor joint ventures en alle mogelijke vormen van samenwerking”.

in de zuivelbranche. Hochwald stelt zich daarbij actief op. Wij staan nog steeds open voor joint ventures en alle mogelijke vormen van samenwerking.” Als concreet voorbeeld noemde hij de joint venture AHL, met de gemeenschappelijke dochter van de Belgische coöperatie Societé Laitière de Recogne. Deze samenwerking houdt zich bezig met de verkoop en afzet van producten uit beide ondernemingen in België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk. “De verkoop- en afzetdoelen werden in het eerst jaar ruimschoots overtroffen en het assortiment producten wordt steeds verder uitgebreid”.

Open voor samenwerking Op 25 juni presenteerde Hochwald de jaarcijfers 2012 aan de pers in Maria Laach. Algemeen directeur Karl-Heinz Engel benadrukte daarbij dat zijn onderneming ook de komende jaren een belangrijke partner blijft van de Duitse supermarktketens. Maar ook gaf hij aan dat de markten in beweging zijn gekomen vanwege de lagere prijzen die in Duitsland kunnen worden gerealiseerd en het naderende einde van de melkquota. Engel: “We zien nationaal en internationaal een hogere bereidheid tot samenwerkingen zuivelzicht / 17 juli 2013

505161.indd 17

Samenwerking met Milupa Engel en ook Hans-Jürgen Sehn van de raad van commissarissen van Hochwald Foods GmbH, benadrukten dat de strategische focus van Hochwald sinds het aannemen van het strategische plan ‘Focus 2011’ steeds meer op de internationalisering ligt. Met de nieuwe organisatiestructuur en de business units ‘producten op melkbasis’, ‘merken’, ‘kaas’, ‘ingrediënten’ en ‘internationaal’ is de basis gelegd voor verdere ontwikkeling.

Het is de bedoeling dat vooral de businessunits ‘ingrediënten’ en ‘kaas’ de komende jaren verder groeien. Sehn: “Een belangrijke bouwsteen voor deze groei is de investering in de nieuwe fabriek voor gedemineraliseerd weipoeder bij de fabriek in Hünfeld. Vanaf 2015 gaat dit product naar Milupa GmbH, een wereldwijd leidende producent van baby- en kindervoeding.” Sinds 2012 levert Hochwald overigens al melkpoeder voor de productie van babyvoeding aan deze onderneming. De uitbreidingsinvesteringen bij de fabrieken in Hünfeld en Thalfang worden in de komende herfst afgesloten. Detlef Latka, directeur van Hochwald Foods GmbH: “In totaal is in 2012 45,2 miljoen euro geïnvesteerd vanwege het 100 miljoen euro omvattende toekomstconcept Focus 2011. In 2011 was dat nog 20,2 miljoen, terwijl voor 2013 een investeringsbedrag is voorzien van 60 miljoen euro.” Engel tot slot: “Na twee moeilijke jaren voor de Duitse zuivelindustrie en voor Hochwald verwacht ik in 2013 een goede exportontwikkeling en voor onze leden een concurrerende melkprijs.” 17

15-7-2013 14:23:18


bedrijf

tiny brouwers

zoektocht naar een wenspartner

Toekomststrategie weer centraal bij MUH Arla De rust is weergekeerd bij MUH Arla in het Duitse Pronsfeld. De aandacht van de leden gaat minder uit naar de melkprijs en meer naar de toekomststrategie. Dat bleek op 11 juni, tijdens de ledenraadsvergadering van MUH Arla. Diezelfde week had ZuivelZicht een interview met Klaus Land en Manfred Graf van de nieuwe coöperatie.

Een bezoek aan Pronsfeld maakt duidelijk dat de bordjes zijn verhangen. Op de parkeerplaatsen en bezoekerspasjes is het allemaal ‘Arla Foods’ wat de klok slaat. Een monitor bij de receptie informeert de wachtende bezoeker over het Arla-concern. In de vitrines staan naast het MUH-merk voorbeelden van zuivelproducten onder het Arla-merk.

Zoektocht naar een wenspartner Klaus Land en Manfred Graf van MUH Arla en tevens twee van de drie Duitse bestuursleden van Arla Foods Amba - blikken terug op het afgelopen jaar, waarin Milch-Union Hocheifel (MUH) fuseerde met het Scandinavische coöperatieve Arla Foods Amba, en waarin de grote fabriek in Pronsfeld werd geïntegreerd in de operationele Arla-activiteiten. “Hoewel we fors investeerden in een poedertoren en een boterfabriek, werd onze melkprijs uitsluitend bepaald door de opbrengsten uit de witte lijn, consumptiemelk en verse producten. Een lage uitbetalingsprijs kon niet lang blijven duren, vandaar dat we op zoek zijn gegaan naar een wenspartner. Dan zet je voor jezelf eerst de criteria op een rij waaraan een dergelijke partner moet vol18

505274.indd 18

Klaus Land (links) en Manfred Graf maken samen namens MUH Arla deel uit van de Raad van Commissarissen van het Scandinavische zuivelconcern Arla Foods Amba (Foto TB).

doen.” Graf noemt er vijf: “De beoogde partner moet internationaal actief zijn, sterke merken hebben, coöperatief van structuur zijn, besloten hebben om ook na 2015 alle melk van de leden/melkveehouders af te nemen en bovendien een duidelijke visie hebben op zijn toekomst. Dan kom je in de EU uit bij drie en hooguit vier bedrijven, die hieraan voldoen. Met deze coöperaties hebben we dan ook gesproken.” Op de vraag of ook met FrieslandCampina over samenwerking is gesproken, geeft Graf eerst een diplomatiek antwoord: “Degene

die denkt dat FrieslandCampina niet tot de leidende concerns in de EU behoort, heeft geen goed beeld van de realiteit.” Na enig aandringen zeggen Graf en Land: “Ja, we hebben met alle belangrijke coöperaties gesproken, ook met hen. Maar inmiddels waren er intensieve contacten met Arla over samenwerking bij de productie en afzet van melkpoeder en boter. Toen bleek ook dat we dezelfde gedachten hebben over de toekomststrategie. Vandaar dat we onze leden hebben voorgesteld te fuseren met Arla Foods”. zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:27:56


bedrijf

nieuwe RvC Na de fusie met de Duitse en Britse coöperaties MUH en Milk Link heeft Arla Foods Amba zijn Raad van Commissaris-sen in mei 2013 opnieuw samengesteld. De Raad bestaat nu uit 19 leden, waarvan 15 melkveehouders en 4 vertegenwoordigers van de medewerkers. Van de leden/melkveehouders komen er 6 uit Denemarken, 4 uit Zweden, 3 uit Duitsland en 2 uit GrootBrittannië. De Duitse inbreng komt van Manfred Graf en Klaus Land (MUH Arla) en Manfred Sievers (Hansano Arla). De vertegenwoordigers van medewerkers komen uit Zweden, Denemarken, Duitsland en GB.

In Pronsfeld wordt langhoudbare melk afgevuld voor de Chinese markt. Graf en Land waren trots toen ze hun product met het “ovaaltje EU R.P. 247” tegenkwamen in een supermarkt in Peking (Foto Arla Foods)

Veel werk verzet Nadat de kartelautoriteiten het groene licht gaven voor deze fusie, zijn MUH en Arla per 1 oktober vorig jaar gefuseerd tot MUH Arla eG, en werd het productiebedrijf geïntegreerd in de Arla-activiteiten. Inmiddels is er veel werk verzet. Zo heeft de uitbetaling van het melkgeld plaats volgens het afrekeningsmodel van Arla. Dat was volgens Graf en Land best ingrijpend. De staffel voor de aangevoerde hoeveelheid boerderijmelk is verdwenen, en er gelden andere waarden voor inhoudsstoffen en kwaliteit. Terwijl zuivelcoöperatie MUH zijn melkveehouders maandelijks uitbetaalde, krijgen ze nu iedere 14 dagen hun melkgeld. Daarnaast moeten de leden van MUH Arla eG hun aandelen bij Arla volstorten. Die aandelen vertegenwoordigen een waarde van zes cent per kg boerderijmelk. Het was de afspraak dat de leden van MUH Arla per 1 oktober 2013 dezelfde melkprijs krijgen uitbetaald als hun collega’s in Denemarken, Zweden en Engeland. Graf: “Natuurlijk hadden de leden-melkveehouders van MUH al het nodige geïnvesteerd in hun eigen zuivelcoöperatie. Ik schat de waarde daarvan op 3 tot 4 cent per kg aangevoerde melk. Daarom hebben de eerste leden van MUH Arla met een melkaanvoer van 200.000 kg melk hun aandelen al volgestort. Veehouders met een melkproductie van één miljoen kg melk moeten zo’n 60.000 euro in het aandelenkapitaal van hun Arla Foods zuivelzicht / 17 juli 2013

505274.indd 19

Amba storten. Ze doen dat geleidelijk via inhoudingen op hun melkgeld en hebben daarvoor de tijd tot 2015.” Vanaf september gaat MUH Arla bij zijn melkveehouders het kwaliteitsborgingssysteem Arlagården invoeren. Land en Graf: “In Duitsland werken we met het algemene borgingssysteem QM voor alle melkveebedrijven. Maar het Arla-programma is belangrijk, omdat alle veebedrijven die aan het concern leveren moeten zorgen voor eenzelfde topkwaliteit melk, die op dezelfde duurzame en verantwoorde manier is geproduceerd. Het afgelopen voorjaar hebben we dit kwaliteitsborgingssysteem aan de leden gepresenteerd. Er zijn intussen intern in de onderneming auditors opgeleid. We nemen de tijd tot 2015 om onze melkveehouders volgens dit systeem te certificeren.”

Nationale Raden Voorts heeft Arla Foods Amba tijdens zijn laatste ledenraadsvergadering in het Engelse Reading besloten om ook in Duitsland een Arla-commissie (een nationale Raad) op te richten. Deze Arla-Raden zijn er al in Denemarken, Zweden en Engeland. De vierde Raad zal bestaan uit de Duitse leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van Arla Foods Amba en de ledenraadsleden van de Duitse Arla-fusiepartners MUH en Hansano. In deze vierde Raad zijn daarmee melkveehouders uit Duitsland en de MUH-

ophaalgebieden België en Luxemburg vertegenwoordigd. De Raden moeten ervoor zorgen dat de RvC van Arla Foods zich nog meer kan bezighouden met algemene en strategische thema’s van de totale coöperatie. De nationale Raden bemoeien zich met de speciale thema’s van de leden in de verschillende landen, en bereiden voorstellen voor die in de RvC kunnen worden behandeld en besloten. Het gaat bij voorbeeld om zaken rond Arlagården, toeslagen en kortingen bij biomelk, het aantal regio’s, etc. Daarnaast kunnen de nationale Raden contacten onderhouden met belangrijke organisaties in hun eigen land. Voorzitter van deze vierde nationale Raad wordt Manfred Graf van MUH Arla eG. Manfred Sievers van Hansano Arla is zijn plaatsvervanger. Graf en Land: “Onder leiding van de Zweedse voorzitter Áke Hantoft vergadert de RvC in de diverse landen. Iedereen spreekt in zijn eigen taal en tolken zorgen voor de simultaanvertaling.” Ze geven aan dat het er bij Arla Foods Amba aan toegaat zoals eerder bij MUH. “Het gaat over strategische plannen, de daarbij behorende investeringen en uiteindelijk over de uit te betalen melkprijs en toevoeging van gelden aan de reserves. Daarbij spreken alle melkveehouders dezelfde taal, ongeacht uit welk deel van Noordwest-Europa ze komen.” 19

15-7-2013 14:28:06


bedrijf

t e k s t e n F O T O r e n é va n B U i t e n e n

‘Gewoon je best doen is niet goed genoeg’

Nieuwe CEO van Milcobel geeft zijn visitekaartje af Hij is nog maar enkele maanden in dienst bij Milcobel, maar Eddy de Mûelenaere weet al waar het naar toe moet met de grootste Belgische zuivelonderneming. “De slagkracht van de onderneming moet beter. Het moet bovendien professioneler en het productenpakket moet evenwichtiger verspreid worden. Kortom: Milcobel moet beter kunnen concurreren”, vindt de nieuwe CEO. “Dat is essentieel om te overleven in de markt.”

“Er is bij Milcobel veel werk aan de winkel” en “gewoon je best doen is niet goed genoeg”. Twee uitspraken van Eddy de Mûelenaere, de nieuwe baas van de Belgische zuivelonderneming Milcobel. In maart van dit jaar volgde hij Patric Buggenhout op. Afgelopen maand sprak de nieuwe CEO de jaarvergadering van de coöperatie toe. Een ideaal moment om zijn visitekaartje af te geven. En dat deed De Mûelenaere met verve. Hij presenteerde zich als de “kersverse nieuweling, zeker nog geen expert”. Maar na drie maanden in alle geledingen van het bedrijf te hebben rondgekeken weet hij ge-

noeg: het moet beter. Dat kan De Mûelenaere met de cijfers over 2012 zeker zeggen. Want de resultaten vielen tegen. Omzet en winst daalden, maar belangrijker was de melkprijs. Die daalde harder dan bij de concurrentie, getuige de positie van Milcobel op de ranglijst van de LTO-melkprijsvergelijking. De melkprijs daalde met bijna 10 procent en dook onder het niveau van 2008 en 2010. Alleen in 2009, dat te boek staat als het rampjaar voor de zuivel, lag de melkprijs nog lager. De gang van zaken in 2012 resulteerde in een 16e plaats op de internationale melkprijsranglijst. Over 2011 was Milcobel nog een midden-

Milcobel zet deur open voor nieuwe leden Milcobel opent de deur voor nieuwe leden. Vijf jaar lang was de coöperatie dicht voor melkveehouders die wilden toetreden tot de coöperatie. Maar met het oog op de afschaffing van melkquotering gaat Milcobel weer ‘open’. “We zijn wat ik noem gecontroleerd open. Dat betekent dat wij de evolutie voortdurend evalueren en toetsen”, aldus voorzitter Guido Veys. Destijds stond Milcobel geen nieuwe leden meer toe uit vrees om richting 2015 in de problemen te komen met de melkwerverwerking. “Het ontbrak ons toen aan capaciteit en we wilden meer duidelijkheid krijgen over de te verwachten melkstromen bij de leden. Ook hadden we tijd nodig om de investeringen af te ronden om onze melk beter te valoriseren”, legt Veys uit. Nu Milcobel meer inzicht heeft in de te verwachten aanvoer van melk, wil zij weer nieuwe leden verwelkomen. Veys: “Het openstellen van de coöperatie blijft een delicate evenwichtsoefening, zeker na een moeilijk jaar als 2012”.

20

505201.indd 20

motor. “We zijn weggezakt tot een niveau dat enkel nog vergelijkbaar is met Ierland en Duitsland”, is dan ook de constatering van De Mûelenaere. Vindt hij dat Milcobel de afgelopen jaren in slaap is gesust? “Nee, dat vind ik niet. Ik denk dat het bedrijf sterk gegroeid is. Er is de afgelopen jaren zwaar geïnvesteerd. Nu moeten we het ook professioneel laten werken op een manier zoals dat vandaag de dag nodig is.”

Afhankelijkheid Waar Milcobel volgens De Mûelenaere vooral tegenaan loopt is de relatief sterke afhankelijkheid van basiszuivelproducten als boter en melkpoeder, producten waarvan het prijsniveau in hoge mate afhankelijk is van de omstandigheden op de wereldmarkt voor zuivel. Zuivelondernemingen met een vergelijkbaar portfolio blijken beter in staat de waardeschommelingen van deze producten te managen is zijn constatering. “De meesten van onze concurrenten kunnen door een grotere of betere spreiding van hun activiteiten de negatieve effecten van de lage valorisatie beter opvangen. Dat heeft vorig jaar in hun voordeel gespeeld.” Dit jaar gaat het overigens een stuk beter vindt De Mûelenaere. “Dankzij de stijgende prijzen voor boter, room en poeder zijn we de Duitse en Ierse concurrenten op de melkprijsranglijst alweer voorbij.” zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:24:47


bedrijf

tie opzetten om die strategie te realiseren; de operationele prestatie verbeteren; en de medewerkers laten en doen groeien. Om de grillen van de markt beter op te vangen heeft het bedrijf volgens De Mûelenaere een efficiencyslag nodig. “Veel meer dan vroeger moet er aandacht en prioriteit worden gegeven aan een efficiënte en professionele verwerking.”

Competitief “We moeten er alles aan doen om Milcobel in het verwerken en vermarkten slagkrachtig te organiseren en te laten werken. Zorgen dat al onze activiteiten op zich competitief zijn is niet alleen van belang voor de melkprijs die we aan de leden uitbetalen. Het is essentieel om te overleven in de markt.”

‘We moeten er meer een groep van maken’

Eddy de Mûelenaere in gesprek na afloop van de jaarvergadering van MIlcobel.

De sterke afhankelijkheid van de wereldmarkt betekent volgens de volgens de nieuwe CEO niet dat Milcobel het roer helemaal moet omgooien. Hij kiest voor een geleidelijke aanpassing van het portfolio, een proces dat overigens al enige tijd gaande is. “Het is duidelijk dat een spreiding van de activiteiten absoluut helpt. Het is ook evident dat met het productenpakket zoals wij dat hebben, je eerder met de volatiliteit van de prijzen te maken hebt. Daarom hebben wij denk ik de juiste keuze gemaakt om ook in andere producten uit te breiden.” Daarbij gaat het met name om kaasspecialiteiten, een segment zuivelzicht / 17 juli 2013

505201.indd 21

waarin de onderneming de afgelopen jaren flink geïnvesteerd heeft. “De strategische keuzes uit het verleden zijn grotendeels gerealiseerd”, vindt De Mûelenaere. “We moeten nu onze keuzes in verband met verdere specialisaties gaan maken. Ons programma is nog niet af. We moeten hard werken om de groep zoveel mogelijk op de toekomst voor te bereiden.”

Vier opdrachten Bij zijn aantreden kreeg De Mûelenaere vier opdrachten mee: de missie en de strategie van de groep actualiseren; de juiste organisa-

Hij vindt dat Milcobel zich terecht manifesteert als een hechte coöperatie. Aan de ondernemingskant is de eenheid minder sterk. Milcobel is naar zijn mening nog te veel een conglomeraat van afzonderlijke bedrijven in plaats van een eenheid. “We moeten er meer een groep van maken”, zegt hij. “Het groepsfunctioneren moet nu proportioneel en evenveel aandacht krijgen als het coöperatiewezen. Daar moeten we bij de besluitvorming rekening mee houden.” Eigenlijk gaat het volgens de nieuwe topman van het bedrijf om een cultuurverandering. “Er moet nog meer focus zijn op de kwaliteit van het werk. Het moet in een keer juist zijn. Gewoon ons best doen is niet goed genoeg.” “Er veel werk aan de winkel”, concludeert De Mûelenaere, maar hij realiseert zich dat niet alles snel te verwezenlijken is. “We moeten realistisch blijven in de verwachtingen. We kunnen en mogen niet beloven dat we in alle mogelijke omstandigheden hoge prijzen zullen hebben, zelfs niet dat we altijd bij de beteren in de markt zullen zijn. Maar we moeten wel een goede gemiddelde marktvalorisatie kunnen realiseren; gemiddeld zowel ten opzichte van andere spelers als in de tijd, dus soms bij de minderen, meestal wel bij de beteren.” 21

15-7-2013 14:24:58


bedrijf

tekst en foto’s tiny brouwers

franse subsidiemaatregel dwarsboomt uitvoer melk

Walhorn verwacht melkprijs van 39 cent Voor de Waalse zuivelcoöperatie Eupener Genossenschaftsmolkerei (EGM) Walhorn was 2012 geen goed jaar. Maar de coöperatie, die via Walhorn S.A. een joint venture heeft met het Franse zuivelconcern Lactalis, verwacht duidelijk beterschap. “Het is niet onmogelijk dat onze melkprijs in 2013 rond of over de 39 cent komt”, aldus directeur Joseph Locht tijdens de presentatie van de jaarcijfers 2012.

Tijdens de presentatie van de jaarcijfers op 27 juni stelde voorzitter Matthieu Dobbelstein dat voor zijn coöperatie het afgelopen jaar niet goed is verlopen. In vergelijking met 2011 is de EGM-melkprijs drie cent gedaald. Vooral vanwege de gestegen energie- en voerkosten was dat voor de leden/melkveehouders een onbevredigende prijs.

over 2012 32,54 cent In totaal betaalde EGM Walhorn zijn leden over 2012 een melkprijs uit van 31,74 cent per kg. Dat is voor boerderijmelk met de daadwerkelijke inhoudsstoffen (42,37 gram vet en 35,05 gram eiwit), inclusief hoeveelheidstoeslagen en kwaliteitspremie, excl. BTW. Tijdens de persconferentie werd bekend dat EGM Walhorn zijn leden in september nog een nabetaling overmaakt van 0,8 cent per kg, zodat de melkprijs 2012 uiteindelijk 32,54 cent bedraagt. Dobbelstein: “De weersomstandigheden en de fors gestegen bedrijfskosten gaven onze leden weinig aanleiding tot enthousiasme. Hun melkaanvoer groeide dan ook slechts 0,7 procent, het laagste groeicijfer sinds 2008. Het plafond van de verwerkingscapaciteit in Walhorn en de vooruitzichten op een moeizame zuivelmarkt in de komende jaren leidt ertoe dat we nieuwe leden blijven weigeren. We geven de voorkeur aan het beter 22

505304.indd 22

tot waarde maken van de aanwezige boerderijmelk.” Toch zijn er volgens directeur Josef Locht lichtpuntjes. ”Het jaar 2013 wordt duidelijk beter. Er hangen geen grote voorraden boven de markt, terwijl de wereldwijde melkproductie niet snel groeit. Daarom verwachten we 15 tot 20 procent hogere melkprijzen. Het is niet onmogelijk dat onze melkprijs in 2013 rond of over de 39 cent uitkomt. Dan praat ik over de gangbare melk en niet over de biologische. De biologische melk krijgt doorgaans een toeslag van 6,5 tot 7 cent. Daarmee komt biomelk ca. 2 cent per kg tekort. Wij verwerken nu 18 tot 19 miljoen kg biologische melk. Inmiddels halen we deze melk in Duitsland zowel bij onze eigen leden als bij die van FrieslandCampina en Arla Foods op. Zo proberen we gezamenlijk de redelijk hoge ophalingskosten voor biomelk te verlagen.”

531 miljoen kg melk De 849 leden van EGM Walhorn leverden vorig jaar 531 miljoen kg melk aan Walhorn S.A (de joint venture). Ruim de helft hiervan kwam uit Duitsland, een derde uit België en bijna 10 procent uit Nederland; de rest betrof biologische melk. Iedere veehouder was goed voor een aanvoer van gemiddeld 625.000 kg melk. Deze melk ging naar het samenwerkingsverband Walhorn S.A. Dat verwerkte in totaal 569 miljoen kg melk. Het

maakte daarvan mager melkpoeder, langhoudbare melk, room in grootverpakking voor verwerking binnen het concern Lactalis en room in kleinverpakking. Volgens financieel directeur Roland Franck van Walhorn S.A. zette de joint venture vorig jaar 245,8 miljoen euro om (in 2011 248 miljoen euro). Het nettoresultaat bedroeg daarbij 4,65 miljoen euro, tegen 0,39 miljoen euro in 2011. Uiteindelijk vloeit van dit resultaat van 4,65 miljoen euro zo’n 3,96 miljoen euro (0,8 cent per kg) als nabetaling terug naar de leden/melkveehouders.

‘Wij garanderen de afname van de ledenmelk’ Tijdens de persconferentie kwamen twee belangrijke pijnpunten naar boven, die fors besproken worden in de relatie tussen EGM en Lactalis. Het is de zuivelcoöperatie al vele jaren een doorn in het oog dat in de joint venturefabriek nauwelijks wordt geïnvesteerd. Het tweede probleem heeft te maken met het feit dat het particuliere Lactalis (in eigendom van de Franse familie Besnier) bij het afzuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:28:40


bedrijf

Voorzitter Matthieu Dobbelstein

Directeur Josef Locht

Directeur Michel Dedericks

lopen van de melkquotering in 2015 tendeert naar het zelf opleggen van fabrieksquota aan zijn leverende melkveehouders. Wat het eerste pijnpunt betreft heeft een topdirecteur van Lactalis jaren geleden aangegeven dat in Walhorn geïnvesteerd zou worden in nieuwe zuivelproducten. Sindsdien is niets gebeurd en bewegen de jaarlijkse investeringen zich tussen de 1,65 en 0,5 miljoen euro, terwijl de afschrijvingen tussen de 1,23 en 1,53 miljoen euro liggen. Bovendien is de fabriek door de groei van de melkaanvoer langzamerhand aan de grenzen van zijn capaciteit gekomen. Daarom moet steeds een deel van de aanvoer als industriemelk en room in grootverpakking aan andere fabrieken binnen het concern worden geleverd. Maar nog altijd heeft de Lactalis-directie niet aangegeven welke strategie met bijbehorende investeringen zij voor Walhorn SA in petto heeft. “Het is duidelijk dat wij op onze algemene ledenvergaderingen hierover veel vragen krijgen. We zijn inderdaad afhankelijk van de strategie van Lactalis. Maar we willen hier groeien. En dat betekent dat we onze plaats opeisen in het concern en daarover strijden we een beetje met onze partner”, beklemtoonde voorzitter Dobbelstein. Een tweede probleem is de gedachte van Lactalis om zijn melkveehouders fabrieksquo-

ta op te leggen na maart 2015. “Wij willen als EGM Walhorn geen hoeveelheidsgrens invoeren en garanderen de afname van de melk van onze leden ook in de toekomst. Ik zie in de periode tot 2018 geen explosie van de melkproductie bij onze leden, hooguit een geleidelijke aanvoerstijging van ongeveer 2 procent per jaar tussen 2014 en 2018. We zijn hierover in voortdurend overleg met Lactalis”, beklemtoonden Dobbelstein en Locht. De laatstgenoemde relativeert tot slot:

“Weet wel dat de joint venture met Lactalis ons tot op heden alleen maar voordelen heeft opgeleverd. Toen we in 1993 deze samenwerking zijn gestart haalden we niet meer dan 100 miljoen kg melk op. Nu is dat 550 miljoen kg. En de hiervan gemaakte producten vinden wereldwijd hun bestemming via het verkoopnetwerk van Lactalis. Natuurlijk, we blijven met hen in gesprek, gaan de discussie aan. Maar tegelijk dienen we geduld op te brengen.”

Franse subsidiemaatregel benadeelt export Zuivelonderneming Walhorn S.A. (joint venture van coöperatie Walhorn en het Franse Lactalis) ziet zijn afzet van consumptiemelk naar Frankrijk sinds afgelopen maand fors dalen. Dat zegt Michel Dedericks, directeur van Walhorn S.A.. De reden is een nieuwe steunmaatregel voor Franse melkveehouders. Deze regeling is afgesproken tussen de Franse regering en melkveehouderorganisaties, en werd begin juni ingevoerd. De regeling voorziet in een subsidie van 2,5 cent per liter melk op de consumentenprijzen in de Franse supermarkten. De retailers geven deze subsidie door aan de Franse zuivelondernemingen, op voorwaarde dat hun producten voor 100 procent uit Franse melk zijn gemaakt. De zuivelbedrijven maken de toeslag op hun beurt over aan hun veehouders. Om voor deze subsidie in aanmerking te komen biedt Lactalis er uitsluitend producten aan die gemaakt zijn van Franse melk. Dat heeft volgens Dedericks grote gevolgen voor de consumptiemelkproductie in Walhorn. “Deze melk ging vooral naar Frankrijk, maar daarvoor moeten nu andere bestemmingen worden gevonden”, aldus de directeur. De Europese Commissie heeft zich inmiddels tegen deze protectionistische maatregel gekeerd.

zuivelzicht / 17 juli 2013

23

505304.indd 23

15-7-2013 14:28:49


bedrijf

tiny brouwers

Na geslaagde fusie focust DMK op internationalisering De fusie tussen Nordmilch en Humana Milchunion tot DMK Deutsches Milchkontor GmbH is in 2012 praktisch afgesloten. Alleen bij IT en de stroomlijning van DMKdochters moet nog werk worden verzet. De gemiddelde melkprijs van 31,43 cent per kg over 2012 lag 0,06 cent boven die van de regionale vergelijkingsbedrijven.

Dat maakte de hoofddirectie van het coöperatieve zuivelconcern DMK op 18 juni bekend, tijdens de perspresentatie van de jaarcijfers 2012 in Bremen. Met welke zuivelbedrijven DMK zijn melkprijs vergelijkt mocht/wilde financieel directeur Volkmar Taucher niet aangegeven, omdat de Duitse kartelwaakhond dat recent heeft verboden. Volgens algemeen directeur Josef Schwaiger is de melkprijsdaling van 34,19 cent in 2011 naar 31,43 cent het gevolg van de prijsval bij de witte lijn (consumptiemelk, yoghurt en andere verse melkproducten) in de eerste helft van 2012. Uiteindelijk zou de melkprijs over 2012 lager zijn geweest dan die van de vergelijkingsbedrijven, ware het niet dat de fusie tussen Nordmilch en Humana zo’n 60 miljoen euro aan synergievoordelen opleverde. Dat is bij de door de leden/melkveehouders van DMK aangevoerde hoeveelheid melk een bijdrage van ruim 1 cent aan de uitbetaalde melkprijs.

Naar 37 cent in juli Tussen januari en mei 2013 bedroeg de uitbetaalde melkprijs 33,4 cent per kg, om in juni te stijgen naar 35 cent. Op de ledenraadsvergadering van 19 juni in Hannover kondigde Schwaiger aan dat deze melkprijs in juli verder stijgt naar 37 cent. Hij lichtte toe: “We willen onze veehouders een melkprijs betalen die niet alleen boven die van de naburige zuivelbedrijven ligt, maar boven het totale Duitse gemiddelde. 24

505083.indd 24

Algemeen directeur Josef Schwaiger (links) met de nieuwe verkoopdirecteur Michael Feller, voorheen actief voor FrieslandCampina in Keulen (Foto TB).

De markten herstellen zich nu duidelijk. Daarvan moeten onze eigenaren profiteren in de vorm van een concurrerende melkprijs.”

Iets lagere omzet De DMK-omzet daalde vorig jaar naar 4,438 miljard euro, tegen 4,575 miljard in 2011 (-2%). Deze daling van 137 miljoen euro is grotendeels veroorzaakt door de prijsdaling bij verse melkproducten in de eerste helft van 2012. Kaas droeg vorig jaar voor 29 procent bij aan de omzet, gevolgd door zuivelingrediënten

(19%), verse melkproducten (15%), boter (11%), houdbare melk (9%), ijs/babyvoeding/gezondheidsproducten (7%) en overige producten (10%). Het nettoresultaat bedroeg 21,1 miljoen euro (2011 21,4 miljoen euro). De eigenkapitaalquote werd verhoogd naar 36 procent. De 6.240 medewerkers van DMK verwerkten vorig jaar 6,6 miljard kg melk. Ongeveer 6,07 miljard kg melk is daarbij afkomstig van 10.011 melkveehouders (0,9% minder dan in 2011). De eigen leden/melkveehouders leverden in totaal 5,809 miljard kg melk (+1,8%). De 164 melkveehouders zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:20:47


bedrijf

waarmee contracten waren afgesloten, leverden vorig jaar 253,7 miljoen kg melk (-38,6%). Op deze wijze schept DMK ruimte, zodat de eigen leden/melkveehouders met het oog op het verdwijnen van de melkquotering in 2015 hun melkproductie kunnen verhogen. Nieuw voor 2013 is een allesomvattende planning van de melkaanvoer. Daartoe hebben alle melkveehouders van DMK een prognose afgegeven over de door hun aan te leveren hoeveelheid boerderijmelk. Vervolgens wordt berekend hoeveel melk in elk van de totaal 24 DMK-fabrieken dit jaar wordt verwerkt.

Meer internationalisering Schwaiger benadrukte dat de export één van de sleutelelementen is voor DMK. “De zuivelmarkt bevindt zich in ingrijpende veranderingen. Terwijl de vraag naar zuivel in Europa de komende jaren stagneert vanwege de demografische ontwikkelingen, stijgt de wereldwijde vraag zeer snel. Vooral ontwikkelingslanden zoals China, Brazilië en India, maar ook andere landen in deze regio’s, hebben grote importbehoeften aan melkproducten. Ze zijn de komende tijd niet in staat om de bevolking uit eigen kracht te voorzien van voldoende melk. Daarom moeten wij ons daar engageren.” In 2012 exporteerde DMK voor 530 miljoen euro. Daarmee werd 37,5 procent van de totale omzet buiten Duitsland verkocht, te weten 29,5 procent in andere EU-landen en 8 procent buiten de Europese Unie. In 2012 is een verkoopkantoor geopend in

DMK investeert 160 miljoen euro in de uitbouw van fabrieken zoals de kaasbedrijven in Dargun en Georgsmarienhütte (Foto DMK).

Shanghai. Daar steeg de DMK-omzet van 23 miljoen euro in 2011 naar ongeveer 50 miljoen euro vorig jaar. En als het aan Michael Feller, de nieuwe directeur Marketing/Verkoop, ligt, stijgt de exportquote rond 2015 boven de 40 procent en op langere termijn naar meer dan 45 procent. Feller: “We hebben de afgelopen maanden de verkooporganisatie ingrijpend veranderd. Daarbij volgt deze structuur onze verkoopstrategie en niet andersom. In eigen land brengen we onze merken Milram, Ravensberg en Osterland in de beide kanalen

kieskeurig over fusiepartners Bij de start van DMK twee jaar geleden sprak algemeen directeur Josef Schwaiger de verwachting uit dat zijn zuivelcoöperatie binnen enkele jaren de melkverwerking zou opvoeren van 6 naar ten minste 10 miljard kg melk. Omdat in 2012 ca. 6,6 miljard kg melk is verwerkt, kreeg hij tijdens de perspresentatie van de DMK-jaarcijfers de vraag over de groeipotentie van DMK, ontstaan uit Nordmilch en Humana. Volgens Schwaiger is DMK inmiddels veel kieskeuriger als het gaat over fusies. “Er zijn de laatste maanden veel zuivelcoöperaties die de weg naar ons weten te vinden. DMK wil een goede melkprijs uitbetalen en zich tegelijk voorbereiden op de toekomst, ook vanwege het aflopen van de melkquotering in 2015. Andere zuivelcoöperaties, onder andere in Zuid-Duitsland, investeren niet in hun bedrijven, maar steken alle geld in het uitbetalen van een vergelijkbare melkprijs. Dat gaat goed totdat hun productiebedrijven verouderd zijn. En als er dan geïnvesteerd moet worden komen ze naar DMK met ideeën over fuseren of samenwerken. DMK wil geld verdienen voor zijn leden/melkveehouders en zit op dergelijke fusies niet te wachten.”

zuivelzicht / 17 juli 2013

505083.indd 25

supermarktketens en gastronomische bedrijven. Een tweede speerpunt vormt de handelsmerken voor de Duitse supermarktketens, waarbij we de verkoop van alle zuivelproducten én kaas bundelen. In de klassieke export gaat het merk Oldenburger de belangrijkste rol spelen. In veel afzetmarkten in de wereld willen we een dominant of duurzaam aandeel opbouwen. Dat is best moeilijk, omdat in die landen onze concurrenten al tientallen jaren actief zijn. Die klassieke afzet wil DMK bovendien versterken door er met lokale partners samen te werken, die daar veel kennis en ervaring hebben van markten, merken en zuivelproducten. En tenslotte wil DMK zich focussen op enkele belangrijke gebieden. Te weten China, de voormalige Sovjetrepublieken waar in Moskou dit jaar een bureau wordt geopend - de landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, evenals Afrika en ZuidAmerika, die worden bewerkt vanuit een nieuw bureau in Madrid”, lichtte Feller toe. Basis van deze internationalisering vormen investeringen in de bedrijfsstructuur. Terwijl vorig jaar 77 miljoen euro is geïnvesteerd in de productie, steekt DMK dit jaar ruim 160 miljoen euro in de bedrijven, die vooral voor de export buiten de EU produceren. Daarbij worden de fabrieken in Zeven (melkpoeder), Nordhackstedt (wei), Erfurt (houdbare producten), Georgsmarienhütte en Dargun (kaas) uitgebouwd. 25

15-7-2013 14:20:56


handel

tekst en foto’s yves de groote

wettelijk kader voor het rijpen van kaas ontbrak

Belgische speciaalzaken die kaas rijpen naar keurmerk Kaasspeciaalzaken in België die zelf hun kaas afrijpen kunnen binnenkort de beschikking krijgen over een door het FAVV erkende autocontrolegids, met een hoofdstuk over dit voor de smaakontwikkeling cruciale proces. Door de Europese hygiënewetgeving waren er nogal eens discussies met de voedselwareninspectie, aldus Luc Callebaut, mede-initiatiefnemer van de gids. “Die discussie kan nu achterwege blijven”

Luc Callebaut en zijn vrouw Nathalie Vanhaver werden vorig jaar verkozen tot ‘Eerste Kaasmeester van België’. Ook in 2008 kregen ze die onderscheiding al eens. Bovendien werd Vanhaver in Tours verkozen tot ‘3e Beste Kaasmeester ter Wereld’ op het Concours Mondial du Meilleur Fromager. “Het is uiteindelijk de bedoeling dat alle kaasspeciaalzaken met eigen rijping die voldoen aan de voorschriften in de autocontrolegids in België een keurmerk krijgen, zodat ze zich kunnen onderscheiden”, vertelt Callebaut. België telt zo’n 300 kaasspeciaalzaken. Hun marktaandeel in de totale kaasverkoop bedraagt 9 procent.

den. Het richtte daarvoor een speciale afdeling op. De kick-off is in september. Bedrijven die voldoen aan eisen in de autocontrolegids en gevalideerd worden door een externe audit, krijgen op termijn een keurmerk, en bovendien een 75 procent korting op de jaarlijkse heffing van de FAVV, het federaal agentschap voor de voedselveiligheid.

onderscheid Luc Callebaut opende vier jaar geleden aan de Mark in Oudenaarde zijn nieuwe modern ingerichte kaasspeciaalzaak. Daarvoor had hij tien jaar een kleinere winkel elders in de stad, zonder eigen rijpingsmogelijkheid. Hij verkocht hier bijna uitsluitend (90%) in-

‘Vakmanschap en ervaring is van het allergrootste belang voor een goede kaas’ De gids omvat bijzonder uitgebreid de wettelijke eisen en GMP- en HACCPaanbevelingen voor het beheersen en waarborgen van de voedselveiligheid en de kwaliteit. Bij de ontwikkeling werd nauw samengewerkt met de Universiteit Gent en Buurtsuper, aangesloten bij Unizo - de unie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Buurtsuper gaat de kaaswinkels bij de implementatie van het kwaliteitssysteem begelei26

505244.indd 26

dustrieel bereide kazen van de grote kaasfabrikanten uit België en de omringende landen. De kaaswereld was nieuw voor hem, maar door de ontwikkelingen in de kaasmarkt, maar ook in wet- en regelgeving te volgen, maakte hij zich het vak rap meester. Om zich te kunnen onderscheiden van de supermarkten koos hij er al gauw voor om zich te specialiseren in de Europese ambachtelijke kazen.

In zijn nieuwe zaak heeft hij de nodige voorzieningen om deze ambachtelijke kazen, doorgaans uit rauwe melk, verder te laten afrijpen. De kaas koopt hij wekelijks zelf in eigen land en om de twee of drie weken in op de culinaire versmarkt in Rungis (bij Parijs). Kazen uit Italië en Spanje en andere Europese landen voert hij in. “We verkopen, afhankelijk van het seizoen, ruim 280 ambachtelijk kaassoorten afkomstig van kleine ambachtelijke producenten. Nu is minder dan tien procent van de kaas in de winkel nog industrieel bereid, aangezien de klant daar om vraagt.”

koelen en rijpen Achter in het winkel bevinden zich naast elkaar twee ingebouwde rijpingsruimes en een ingebouwde koelruimte, elk vier vierkante meter groot. De koelruimte heeft een temperatuur van 2 °C, waardoor de kaas niet verder rijpt, en wordt gebruikt om de kaas te bewaren. Net als in de koelruimte liggen de kazen in de rijpingsruimten op rekken die aan de voorschriften voldoen. In de eerste statisch gekoelde rijpingsruimte liggen vooral witschimmel-, gewassenkorst- en vaste kazen, terwijl in de tweede (geventileerde) ruimte vooral geiten- en schapenkazen liggen. Door de ventilatie kan tijdens het rijpen voor de verschillende soorten de juiste temperatuur en vochtigheid worden ingesteld. zuivelzicht / 17 juli 2013

15-7-2013 14:26:24


handel

Niet temperatuur en vocht vormen een risico, maar de hygiënische omstandigheden.

meten ze ook de temperatuur van de kaas, maar hiervoor werden waarden gehanteerd die ze vreemd genoeg ook voor een slagerij gebruikten. “Gedacht werd dat kaas net als vlees gekoeld wordt aangekocht, bewaard en verkocht bij maximaal 6°C. Ze hadden van kaas geen kaas gegeten.” Aan het rijpen van de kaas is dus duidelijk voorbij gegaan, terwijl daarbij de temperatuur hoger kan zijn zonder enig gevaar voor de voedselveiligheid. Voorwaarde is wel dat het rijpen plaatsvindt onder de juiste hygiënische condities en maatregelen. Dit is recent ook bevestigd door een wetenschappelijke risicoanalyse van verschillende kaassoorten op het laboratorium voor voedselveiligheid en voedselkwaliteit de Universiteit Gent. “Aanwezigheid van de Listeria monocytogenes bacterie in de rauwe melk werd verondersteld het grootste risico te zijn, maar het gevaar wordt niet bepaald door de temperatuur en vochtigheid tijdens het rijpen, maar wèl door de hygiënische omstandigheden waarin het rijpen plaats vindt. Temperatuur en vochtigheid zijn dus veel minder van invloed op deze bacterie dan steeds werd gedacht, en geven geen aanleiding tot een verhoogd risico”, aldus Luc Callebaut.

rijping bij 14 °C

Callebaut: “Alle speciaalzaken die aan de eisen voldoen gaan een keurmerk krijgen.”

Voor de eerste ruimte liggen de waarden tussen 8-11°C en 92-95 procent vocht en voor de tweede ruimte is dat 6-8 °C en 90 procent vocht. De kaasmeesters binnen het bedrijf stellen zelf de gewenste waarden in door vooral goed naar de ontwikkeling van de kazen te kijken en de kaas te proeven. “Vakmanschap en ervaring is van het allergrootste belang voor een goede kaas. We hebben hier geen automatisch geprogrammeerd systeem voor.” zuivelzicht / 17 juli 2013

505244.indd 27

Wettelijke schemerzone De achtergrond van de vernieuwde autocontrolegids, die overigens voorlopig nog niet verplicht is, is dat voor het rijpingsproces een wettelijke kader ontbrak, weet Luc Callebaut. Door de Europese hygiënewetgeving die strenge eisen stelt aan met name de temperatuur van kaas waren er nogal eens discussies met de voedselwareninspectie. In het verleden letten Inspecteurs van het FAVV vooral op de hygiëne in de winkelvitrines en de rijpingsruimte. Bij grondigere controles

De ‘Gids voor de invoering van een autocontrolesysteem voor de detailhandel in voedingswaarden’, zoals de autocontrolegids formeel heet, besteedt in een apart hoofdstuk over de kaaswinkel uitgebreid aandacht aan hygiëne, waardoor kaas kan rijpen bij temperaturen tot 14°C. Zo moeten rekken bijvoorbeeld bestaan uit een inerte houtsoort of een ander materiaal dat eenvoudig te reinigen is. Voor het koelen moeten er twee ruimten zijn: een voor temperaturen tot 4°C en een voor temperaturen tussen 7°C en 14°C, gekoppeld aan een vochtigheidsgraad. Er moet ook een reinigingsplan zijn. Om de flora niet te storen moet de ruimte één keer per jaar ontsmet worden. Rauwmelkse kaas moeten gescheiden worden van de anders kazen en voor het snijden worden aparte of gereinigde messen gebruikt. Verder staan in de autocontrolegids de nodige standaard hygiënemaatregelen voor personeel, en wordt aandacht besteedt aan het volledige behandelingsproces van de kaas, van ontvangst tot en met de verkoop, zoals in elk gevalideerd kwaliteitssysteem voor een voedingsmiddelenbedrijf of -winkel. 27

15-7-2013 14:26:35


MARKTCIJFERS

PRODUCTSCHAP ZUIVEL

Melkaanvoer belangrijke zuivellanden jan. – apr.’13; % wijziging t.o.v. 2012; x mrd kg

Melkprijsontwikkeling internationaal apr.’12 – apr.’13; €/100 kg 41

VS

- 0,8%

(euro per 100 kg)

Duitsland

39

+ 0,1%

37

DE

Frankrijk

- 3,8%

35

FR

Nieuw-Zeeland

- 11,2%

33

NL

Nederland

VS

29

- 7,6%

Australië

NZ

31

+ 0,3%

27

0

10

20

30

40

50

Marktprijsontwikkeling Jun.’12 – jun.’13; €/1.000 kg Vol melkpoeder 26%

Mager melkpoeder ADPI

Note ing per 100 kg af fab iek, excl. BTW 5.000

5.000 4.000

4.000

3.000 Verse boter, in EEG-doos 2.000

3.000

5.000 16/02

▲ ▼ = stijging/daling NZ 78 (+11%)

390,00

▲ 1.000338,00

333,00

280,00

270,00

268,00

260,00

105,00

97,00

2.053 (+5%)

1.754 (+8%)

341 (-8%)

FR 1.098 (-4%)

505194.indd 28

▲ 3.000398,00 2.000

Mager verstuivingsmelkpoeder van EG-origine, voor veevoederdoeleinden, in bulk, franco geleverd Weipoeder, verstuivingspoeder, in bulk Exportwaarde belangrijke zuivellanden jan. – mrt.’13; % wijziging t.o.v. 2012; x € mln 1) op eiwit gestandaardiseerd

28

09/02 EURO

2.000

Mager verstuivingsmelkpoeder van gebruikelijke handelskwaliteit food grade 1)

405 (-1%) EU

NL

731 (+3%)

VS

9 (+11%)

AU

7 (+179%) 387 (-6%) 0

EURO

4.000

Vol verstuivingsmelkpoeder, 26% vet, 1.000 in 6-wandige exportzakken 1) 1.000

DE

Boter 82%

480 (+7%)

Derde landen

865 (+2%)

600

1.200

1.800

2.400

3.000 ZUIVELZICHT / 17 JULI 2013

15-7-2013 14:24:16


markt

tiny brouwers

binnenlands verbruik dalend, uitvoer neemt toe

Melkprijs NRW naar 35/36 cent De melkprijs in NoordrijnWestfalen over 2013 komt uit tussen de 35 en 36 cent, zo is de schatting. De deelstaat exporteert steeds meer zuivel met toegevoegde waarde. Meer export, een lagere binnenlandse afzet van Duitse zuivelproducten en een melkprijs van 32,9 cent. Dat waren de belangrijkste elementen van de persconferentie in Kerken op 3 juli, belegd door de Landesvereinigung der Milchwirtschaft Nordrhein-Westfalen (Milch NRW), de ronde tafel van de zuivelketen in deze deelstaat. Directeur Rudolf Schmidt sprak er de verwachting uit dat de gemiddelde prijs voor standaardmelk (4% vet en 3,4% eiwit ) over 2013 in de deelstaat uitkomt tussen de 35 en 36 cent. Op voorwaarde dat de zuivelmarkt de komende maanden stabiel blijft.

Productiegroei afgezwakt Schmidt schetste de situatie in de Duitse zuivelketen. Door de weersomstandigheden (wateroverlast in het oosten en zuiden) én de slechte kwaliteit van het ruwvoer is de productiestijging behoorlijk afgezwakt. De productie ligt nog 0,1 procent boven die van vorig jaar. De binnenlandse zuivelafzet is al enkele jaren dalend in Duitsland. Dat blijkt ook uit de verbruikscijfers over januari t/m mei. Volgens GfK daalde de vraag naar yoghurt en consumptiemelk ten opzichte van dezelfde periode in 2012 met 2,3 procent en die van kaas en kwark met 0,1 procent. Alleen de boterconsumptie steeg - met 1,1 procent.

Comeback voor boter Volgens Schmidt is boter de laatste drie jaar zuivelzicht / 17 juli 2013

505191.indd 29

Melkveehouders breiden uit in Noordrijn-Westfalen. Het quotum steeg er sinds 2000 met meer dan 80 miljoen kilogram.

aan een comeback bezig in Duitsland. Als redenen noemde hij innovaties in verpakkingsvormen, portieverpakkingen, het gebruik van nieuwe technologieën en recepturen, verbreding van de aanbodvarianten (gezouten, ongezouten, met kruiden) en de fors hogere vraag naar mengsels van boter en plantaardige oliën. Het hoofdelijk verbruik van zuivelproducten beweegt zich al vele jaren rond de 335 kg melkequivalent per persoon. De Duitse bevolking daalt echter in aantal (tot 81 miljoen vorig jaar) en deze daling zet door. Daarom richten Duitse zuivelondernemingen zich op de export van producten met toegevoegde waarde naar vooral landen buiten de EU. De uitvoer van (losse) industriemelk naar derde landen daalde tussen 2011 en 2012 met maar liefst 51 procent. De uitvoer van producten met meer toegevoegde waarde steeg: die van verpakte melk met 62,9 procent, condensmelk 47 procent en kaas met 16,7 procent. Ook de export van poeders steeg (mager melkpoeder +3,6%, caseïnaten +7,5%, weipoeder +11,8%). De export van langhoudbare melk naar landen in Azië - zoals China - is volgens Schmidt aan een opmars bezig. Hij stelde dat

dat voor de betrokken zuivelbedrijven prijstechnisch interessant is. Het vervoer van deze melk vanuit Noordrijn-Westfalen naar de Hamburgse haven kost 3,7 cent per literverpakking. Het transport per zeecontainer Schmidt: “die toch terug moet naar China” kost slechts 0,7 cent.

Meer melk Tenslotte benadrukte Schmidt dat in NRW, een van de meest dichtbevolkte Duitse deelstaten, de melkveehouderij in de lift zit. Hij vergeleek de productie in de 1e helft van 2000 (1,33 miljard kg) met de 1e helft van 2013 (1,58 miljard kg). Deze schatting wijst op een stijging van 18,2 procent. Melkveehouders breiden uit en kopen voortdurend bij op de Duitse quotumbeurs. Sinds 2008 groeide het melkquotum in de deelstaten Nedersaksen en Sleeswijk-Holstein samen met 321 miljoen kg. Noordrijn-Westfalen was goede tweede, met een aanwas van 81,4 miljoen kg quotum, gevolgd door Mecklenburg-Vorpommern (+58,5 miljoen kg). Grote verliezers waren Beieren (-235,8 miljoen kg), gevolgd door Hessen (-80,2 miljoen kg) en Baden-Württemberg (-74,8 miljoen kg). 29

15-7-2013 14:23:48


505762.indd 30

12-7-2013 10:56:21


BELRUBRIEK KAASPROMOTIE INEN VERKOOP TANKS

KWALITEITSCONTROLE KAASBEWERKINGSMACHINES

KAASBEWERKINGSMACHINES INDUSTRIËLE AUTOMATISERING

UW FOOD & LIQUIDS SPECIALIST INDUSTRIËLE AUTOMATISERING

Operationele verbeteringen, rendementsverhoging en procesoptimalisatie door doelgerichte industriële automatisering en IT, gebouwgebonden installaties en service en onderhoud.

KALIBRATIE

verkoop@doeschotbv.nl www.doeschot.nl sales@ferdar.nl www.ferdar.nl

KWALITEITSCONTROLE

Méér dan alleen het controleren van het meetinstrument. Uw kalibratiedienstverlener voor o.a. druk, temperatuur, (massa)flow, gewicht en geleidbaarheid maar ook voor validatie van uw processen en het maken van energiebalansen. STORK TECHNICAL SERVICES T 0314 684 545 (Industriële Automatisering) T 058 284 4600 (Kalibratie)

WWW.STORKTECHNICALSERVICES.COM

Snel

Praktisch

Betrouwbaar

Uniek assortiment voor de zuivelindustrie

KWALITEITSCONTROLE INEN VERKOOP TANKS

Kant-en-klare voedingsbodems 3M™ Petrifilm™ Telplaten Testen van oppervlaktehygiëne en water 3M™ Clean-Trace™ ATP meting Verrijking en verdunning van monsters 3M™ Sampling

LUCHTBEHANDELING

Eindcontrole UHT-zuivelproducten 3M™ MLS Detectie Salmonella, Listeria en E.coli O 157 3M™ Tecra™ Moleculair Detectiesysteem Surf naar www.3M.nl/voedselveiligheid Of bel (071) 5 450 342

RVS TANK- EN APPARATENBOUW

inlichtingen: tel: 020-5736056 • fax 020-6242519

505763.indd 31

12-7-2013 10:56:55


• In en verkoop zuivelapparatuur • RVS tanks • Ontwerp en realisatie van zuivellijnen

g packa ing & lo gi

ic

SE

RV

ICES

wa r eh

si

, ng

st

ou

v.d. Heuvel Zuivelmachines B.V. info@heuvelzuivelmachines.nl www.heuvelzuivelmachines.nl Tel. 0184-642208

CHEE

SE

De juiste partner voor U! Voor meer kwaliteit in opslag, verpakking en distributie van kaas Van der Heiden Cheese Services Landjuweel 15 3905 PE Veenendaal Telefoon +31 (0)318 56 26 50 E-mail info@vanderheidencheeseservices.nl Internet www.vanderheidencheeseservices.nl

505764.indd 32

12-7-2013 10:59:53

ZuivelZicht juli 2013  

ZuivelZicht, nummer 7, juli 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you