Issuu on Google+

aan

dacht ge Nieuwsbrief 4 februari 2004

Beste ouders, dokters, collega’s en andere lezers, Zijn ze niet schattig: moeder beer en haar tweeling. Een alleenstaande moeder, want bij ijsberen is dat normaal evenals het krijgen van tweelingen. Zouden er ook hyperactieve beren bestaan? En zou mama dan ook haar geduld soms verliezen ? En papa … hij trekt er zich niets van aan, hyperactief of niet! Gelukkig zijn niet alle ouders zoals ijsberen …  reacties  uit- of inschrijven jan.vanthomme@skynet.be

agenda: •

15/03/2004 Zit Stil “ ADHD? Laat je niets wijsmaken” door Hermien De Backer CC Het Spoor Harelbeke 19u45 ingang € 5.

20/03/2004 Dranouter even iets anders zie:

www.zjamoel.be

Jan

inhoud : ♣ Boekbespreking “ADHD ? Laat je niets wijsmaken” Hermien De Backer ♣ Boekbespreking “ ADHD de complete gids voor volwassenen en ouders” Thom Hartmann ♣ Vaak gestelde vragen na een info-avond over ADHD beantwoordt door Peter Glorieux ♣ Artikel uit de zondagskrant over de aanvraag tot terugbetaling van Rilatine. ???!!! LINKS LINKS LINKS LINKS Hier onder beschrijven we een website die een bezoekje waard is: www.hersenstorm.com deze Nederlandse site is absoluut de moeite waard. Je vindt er enkele vragenlijsten om na te gaan of je zelf ADHD hebt. Je kan er tevens naast een literatuurlijst, artikels uit de geschreven pers opzoeken. Voor de ouders uit de cursus is het interessant om ondermeer bij de alternatieve verklaringswijzen van ADHD eens bij Jagers te klikken op weconnet waar je kan nagaan tot welk temperamenttype men hoort. DOEN !!!!


Boekbespreking ADHD ? Laat je niets wijsmaken ! Hermien De Backer voorwoord Prof. Dokter Marina Danckaerts uitgegeven bij EPO www.epo.be of bij www.zitstil.be isbn 90 6445 273 3 pb (15 x 21cm) - 120p. Winkelprijs: 17.00 euro.

Inhoud Dit boek is een leesbaar middel om jongeren met ADHD inzicht te geven in hun problematiek. Het is ontstaan vanuit de ervaring van de auteur met pubers met ADHD. De voorbeelden die zij aanhaalt zijn daarom waarachtig en herkenbaar. De directe stijl, de ik-vorm waarmee de jongeren in de voorbeelden zich tot de lezer richt, verhoogt de betrokkenheid en de motivatie van de lezer. De schrijfster laat dan kort even zien hoe ouders en leerkrachten die ADHD herkennen. Daarna verklaart zij de verschijningsvorm van ADHD aan de hand van een “vertaling” van de DSM IV- kenmerken en hoe de jongere zelf dit ervaart;.thuis, op school en met vrienden. In vetjes gedrukt worden belangrijke aspecten aangeduid. Bijv. blz. 26 “Je doet geen “abnormale “ dingen, maar je leert op het gebied van aandacht en zelfcontrole een aantal vaardigheden toch maar moeizaam aan.” Blz. 28 “Ondanks veel inspanning, bereik je nooit een goed niveau van concentratie en zelfcontrole. Je zelfsturing is zo beperkt dat het altijd fout loopt.” Hermien De Backer laat duidelijk blijken dat de ADHD-er een biologisch excuus heeft. Ze verklaart de verschillende types: overwegend onoplettend type - het overwegend hyperactieve type/impulsieve type - het gecombineerde type. De frequentie van voorkomen houdt de auteur op 3 à 5 % met een geslachtsverhouding van ¼ meisjes/jongen. Halverwege het boek schrijft De Backer in “Slechts Nieuws over ADHD” dat bij 70 % van de jongeren met ADHD nog andere problemen voorkomen: ernstige gedragsproblemen, leerproblemen, tics, depressieve stemmingen en zelfs anti-persoonlijkheidsstoornis. Dat ADHD risico’s inhoudt spreekt voor zich. Maar er is ook goed nieuws! In het volgende hoofdstukje licht ze dit toe. Vooreerst ben je niet alleen: veel beroemdheden hebben ADHD (cfr www.hello.to/hersenstorm) . Je hebt ook talenten (we zien tussen de lijntjes Thom Hartmann). En de cijfers spreken voor zich: 10 % van de kinderen functioneren als volwassene “normaal” . Bij 60 % verbeteren , milderen de kenmerken. Maar 30 % blijft toch ernstige problemen vertonen. Op het einde van dit hoofdstuk lezen we …..(zie tekening).

Nog steeds is de oorzaak van ADHD niet duidelijk. Toch zijn er wetenschappelijke evidenties (zekerheden). De verschillen tussen mensen op vlak van aandacht, beweeglijkheid en impulsiviteit zijn vaak temperamentverschillen en dus sterk genetisch bepaald. Dit geldt ook in 70 % voor ADHD. 30% heeft een andere oorzaak. Hermien De Backer vermeldt fysieke omstandigheden tijdens de groei, directe hersenbeschadigign of blootstelling


aan giftige stoffen tijdens de eerste levensjaren. Vanaf blz. 58 tot 70 wordt de relatie verduidelijkt tussen hersenen en gedrag. ADHD is niet het gevolg van een slechte opvoeding en ook niet van slechte voeding. ADHD is geen kwestie van slechte wil. Je hebt als ADHD jongere wel en biologisch probleem met je zelfbeheersing. Dit houdt in: o Je rem doet het niet! ook denkprocessen lijden daaronder o Moeite om feiten te scheiden van gevoelens o Te weinig terugblikken en vooruitdenken o Onvoldoende luisteren naar de “stem van je gedachten” o Moeite om te analyseren en synthetiseren. Je hebt een biologisch probleem met je geduld! Je hebt een biologisch probleem met je energie toevoer. Als dan uit een degelijk onderzoek toch blijkt dat je ADHD hebt, blijft de vraag …en nu ? In het boek lezen we dat een goede behandeling bestaat uit: o Voorlichting: “begrijpen” o Medicatie: “pillen…gekkenwerk of wondermiddel?” o Coaching:”praktische problemen aanpakken.” o Psychotherapie: “bouwen aan je sterke kanten” Wat de behandeling of begeleiding van ADHD betreft, zijn er pas aan het eind van het boek enkele suggesties. Dit kun je sowieso doen! • Zorg voor een gezond levenspatroon • Gebruik je ADHD nooit als excuus • Verwerf kennis • Zoek steun • Zoek hulp • Probeer je ouders en leerkrachten ertoe te bewegen om ook hun steentje bij te dragen. Het boek eindigt met enkele (positieve) getuigenissen. Wat is nu de waarde van dit boek? Het is in de eerste plaats geschreven voor jongeren. Daarmee komt ze tegemoet aan een nood die er heel zeker is. Blijft de vraag of jongeren gemotiveerd zijn om dit te lezen. Binnen een begeleiding in groep lijkt mij dit best mogelijk. In andere gevallen zal veel afhangen van de gedragsproblemen en/of de lees-(leer)vaardigheden. Het is zeker een nuttig boek voor ouders of leerkrachten omdat het op een verhelderende manier inzicht verschaft in de ADHD. Spijtig dat er bijna niets terug te vinden is over het ontwikkelingsverloop van ADHD. Het boek is in de eerste plaats informatief en wie meer verwacht wordt wat ontgoocheld. Hier geen systemen om problemen op vlak van impulscontrole of aandacht aan te pakken. Het gaat allemaal over wat ADHD is en niet” hoe ga ik er mee om?”. Maar die laatste fase is maar mogelijk wanneer je goed geïnformeerd bent…en dat doet het boek! Ik vind dit een aanrader voor de jongere met ADHD en zijn omgeving (ouders,leerkracht, jeugdbeweging, vrienden…) vooral indien je het samen leest . (zie agenda)


auteur Hermien De Backer is psychologe, gespecialiseerd in het vormingswerk en de begeleiding van ADHD. Ze is staflid van het Centrum Zit Stil! + 1963: geboren te Gent. + 1986: zij studeert af als licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen en postgraduaat gedragstherapie. + 1987-1990: start van haar loopbaan als psycholoog-gedragstherapeut. Na haar studies werkte Hermien drie jaar als psycholoog-groepschef in een MPI voor kinderen en adolescenten met gedrags- en emotionele problemen. + In de periode 1990-1999 was zij als psycholoog verbonden aan het COS te Wilrijk. Ze deed er ruime ervaring op in de diagnostiek bij kinderen, adolescenten en jong-volwassenen met ontwikkelingsstoornissen. + Sedert 1999 is ze tewerkgesteld bij het Centrum ZIT STIL, een kennis- en expertise-centrum op het gebied van ADHD. Zij is er als psycholoog betrokken bij de interventies met een educatief of gedragstherapeutisch tintje: oudertrainingen, mediatie-therapie, individuele begeleidingen, ondersteuning van externe diensten‌ + Uiteraard volgt zij de wetenschappelijke evolutie en het beleid inzake ADHD. Af en toe vertaalt zij haar 'wetenschap' in een artikel voor het tijdschrift Zit Stil of een brochure. Haar resterende tijd besteedt zij aan het uitwerken van nieuwe projecten zoals bv. de psycho-educatie aan jongeren met ADHD. Het boek ADHD? Laat je niets wijsmaken! is een neerslag van zo'n project. + Sedert half 2001 is zij ook gestart met een zelfstandige praktijk als kinder- en jeugdpsycholoog. + November 2003: publicatie van haar eerste boek ADHD? Laat je niets wijsmaken! Met een Voorwoord van prof.dr. M. Danckaerts (KUL). Het is het eerste informatieve boek in Vlaanderen voor jongeren met ADHD.


Thom Hartman

ADHD

Bij uitgeverij EPO verscheen in 2002 de Nederlandse vertaling van het boek “Complete Guide to ADHD” van Thom Hartmann in een vertaling van Philippe Lenaers (zelf een ADHD – er).

Thom Hartmann brengt met zijn boek een andere visie op ADHD dan wat we tot op heden kenden. Thom Hartmann definieert ADHD op een wijze waarmee men de toekomst in kan. Hij levert met het beeld van de jager een hulpmiddel om actief, zonder te berusten in het lot, om te gaan met een verhoogde impulsiviteit, hyperactief gedrag en een beperkte aandacht. Omdat hij dit boek in eerste instantie schreef om zijn zoon te kunnen verklaren wat ADHD is, biedt het ons ook een middel om ADHD aan andere kinderen/jongeren uit te leggen. Zijn boek begint met een uitleg over zijn zoektocht naar ADHD. Hij beschrijft de kenmerken o.a. met de schaal van Hallowell en Ratey, ook te vinden op de website van www.hersenstorm.com. In de volgende bladzijden lezen wij hoe ADHD kan verklaard worden. Haast bij toeval kwam Hartmann op het idee dat er een verband is tussen de ADHD-er en de “jager”. Mensen zonder ADHD zouden aansluiten bij het archetype van de “landbouwer”. Leven als “jager” in een landbouwmaatschappij is echter niet eenvoudig. Jagers houden van spanning, afwisseling. Ze zoeken hun prooi op. Terwijl landbouwers geduldig de weersomstandigheden afwachten. Ieder jaar leeft men op het ritme der seizoenen. Eens een beslissing genomen werd, kan men niet meer terug. Wat gezaaid werd moet geoogst worden. Een jager op zoek naar een everzwijn zal echter niet nalaten van zijn jacht te wijzigen als hij de kans ziet om een haas neer te leggen. Noem het afleidbaarheid, impulsief... het zijn eigenschappen die voor een jager iets positiefs inhouden. Eigenschappen die een landbouwer beter kan missen. Mensen handelen om te overleven. Eens de vraag naar voedsel en veiligheid is beantwoord zoeken mensen ernaar om hun eigenwaarde, hun zelfwaardegevoel te versterken. Van daar uit kan men zichzelf verder ontplooien en zo ontstaan nieuwe behoeften. Maslov beschreef dit mechanisme in 1954. In de psychologie behoort dit tot één van de standaardwerken over persoonlijkheid. Hartmann zoekt hier naar verklaringen maar één vraag blijft onbeantwoord. “ Waarom stellen mensen die de primaire behoefte van veiligheid hebben bevredigd toch nog risicogedrag? (p. 48). De uitleg schuilt binnenin onze hersenen, meer bepaald in de thalamus: “ De thalamus werkt als een kraan boven een gootsteen. Zintuiglijke input (wat we zien, horen, voelen,...) stroomt er doorheen naar haar uiteindelijke bestemming, zoals water eerst door de kraan stroomt om de gootsteen te bereiken. De thalamuskraan bepaalt hoeveel informatie haar uiteindelijke doel zal bereiken en hoe snel en intens dit gebeurt” ( p 44).


Mensen met een open thalamuskraan krijgen veel info binnen, ze worden als het ware overspoeld en als reactie daarop sluiten ze zich af. Ze worden introvert, teruggetrokken genoemd. Wanneer de thalamuskraan vrij gesloten is, komt er maar weinig informatie door. De wereld wordt als “te” rustig ervaren en het individu gaat op zoek naar prikkels. Het zijn de fuifnummers, mensen die graag in de belangstelling staan, de kick opzoeken… De meeste mensen bevinden zich tussen die twee uitersten en kunnen als normaal bestempeld worden. Hartmann gaat dieper in op de vraag of ADHD een stoornis is? Of zijn ADHD-ers overgebleven jagers in een landbouwmaatschappij? Het model van “jagers “ en “landbouwers” biedt hoop. Vooral naar adolescenten is dit essentieel. Maar het risico is dat mensen dit model zullen aanwenden om hulp te weigeren. Als ADHD een verschil is en geen stoornis moet er ook geen terugbetaling zijn ! Hartmann stelt duidelijk (p.68) dat het niet verkeerd is “iemands jagersafkomst te durven uitspreken en tegelijkertijd medicatie te geven.” De vraag is “Schaadt het jager-zijn de ontwikkeling van het kind, van de volwassene?” p.73 “De eerste 200.000 jaren van de menselijke evolutie werd de wereld overheerst door ADHD-ers, nu bestaat zij voor 98 % uit landbouwers in een geïndustrialiseerde cultuur. ADHD is een nadeel geworden - tenzij jij één van hen bent die geleerd hebben om hun leven opnieuw uit te vinden en te werken met in plaats van tegen dit neurologisch “anders –zijn” . JAGER

LANDBOUWER

ADHD

OMGEVING SCANNEN

RUSTIGE WERKER

AFLEIDBAAR

PLOTS MAAR STEEDS WEER EEN KORTE AANDACHT LANGDURIG JAGEN ZELFDE WERK EN LEVEREN HYPERAANDACHT VLUG KUNNEN PLANMATIG WERKEN IMPULSIEF VERANDEREN DOELGERICHT FLEXIBEL ONVERMOEIBAAR IN TIJDSBEWUST SLECHTE TIMING STRESS-SITUATIES SLECHTE ORGANISATIE ONGEDULDIG RESULTAAT GEDULDIG GERICHT GEEN AFWACHTEN FOEFKES ONAFHANKELIJK TEAMSPELER MOEITE MET ZIJN REGELS SNEL VERVELEN

GERICHT OP WAT ER VAAK DAGDROMEN NU GEBEURT

DURFT RISICO’S NEMEN

VOORZICHTIG HANDELEN

ZEGT WAT ER OP ZIJN HART LIGT EERLIJK.

OVERWEEGT ONDERHANDELT

HANDELEN ZONDER NADENKEN EERST DOEN DAN DENKEN SOCIAAL ONHANDIG


In een tweede hoofdstuk krijgen we een aantal voorbeelden van hoe mensen pogen te werken aan hun ADHD. EEG-neurofeedback , voeding, sport en meditatie enz. …passeren de revue als mogelijke alternatieven of ondersteunend bij medicatie (Rilatine). Het derde deel in het boek heet: oudergids om, de school opnieuw uit te vinden . Het derde deel van het boek heeft het over de relatie tussen school en (ouders van) ADHDkinderen. We krijgen een stukje geschiedenis waarbij Hartmann sterk benadrukt hoe het onderwijs gemanipuleerd wordt door de gezagdragers. Maar er is tevens de kritiek op het huidig systeem. Uiteraard gaat het hier om Amerikaanse toestanden en mogen we niet zomaar de zaken toepassen op ons onderwijssysteem. Toch zijn er overeenkomsten. We hebben de mond vol over hoe moeilijk de kinderen zijn , hoe weinig respect, hoe slecht hun werkhouding wel is of vaak basisvaardigheden bij spelling en rekenen niet gekend zijn. We praten makkelijk over gedragsstoornissen, emotionele problemen ,ADHD … maar naar het onderwijssysteem zelf wordt maar weinig met het vingertje gewezen. De basisschool is voor (te) veel kinderen een school waar een basis van wantrouwen en faalangst aangebracht wordt. En waar het vaak wachten is tot het middelbaar onderwijs eraan komt; omdat ze dan eindelijk hun mogelijkheden kunnen ontplooien. !? En daar treft in de meeste gevallen de leerkracht geen schuld. Volgens Hartmann worden de kinderen te weinig gemotiveerd en verhongeren ze. Ik wil hier toch even de aandacht vestigen dat je niet zomaar kinderen kan laten beslissen wat ze zullen leren waarbij alleen leuke dingen onderwezen worden. Er moeten nu namelijk enkele basisvaardigheden worden aangeleerd . Uiteraard krijgt men een probleem wanneer de leerstof te weinig het belevingsveld raakt van de kinderen - zij het omwille van niet-interessant of te complex. Vanuit de verklaring van Hartmann dat ADHD-ers te weinig stimulatie ontvangen vanuit de thalamus en dus zelf opzoek gaan naar prikkels, zijn prikkelarme klassen en erg gestructureerde klassen niet aan te raden; want ze lenigen de “honger” van de kinderen (jongeren) niet. Dit verklaart volgens hem: • Waarom stimulantia deze kinderen rustig maakt. “Ze worden op chemische wijze voldoende gestimuleerd. “ • Waarom kinderen die niet kunnen leren en zich niet kunnen concentreren experts worden van videospelletjes. • Waarom gedragstherapeutische interventies zoals beloningssystemen maar tijdelijk werken (verveling slaat toe, gewoonte ed) “Wanneer een kind geprikkeld raakt, leert het , om het even wat. Geen enkel punten- systeem, geen enkele dreiging met uitsluiting, schorsing of medicatie zal nog maar in de buurt komen van deze twee ��énvoudige begrippen : geestdrift en stimulatie. “ blz. 168 In “eigenwaarde als voorspeller van toekomstig succes “ laat hij zich leiden door Daniel Goleman bekend van het boek Emotionele Intelligentie. In het vierde deel “Jagers in een businesswereld” komt de uitdaging van ADHD op de werkplaats aan de orde. Hij heeft het over creativiteit , hevig stimulerende jobs,verkoop, hoe je een goed manager kan zijn . Vanaf blz 230 worden tips gegeven hoe je succes kan nastreven ondanks je ADHD. Conclusie: Dit boek is in zekere opzichten interessant. Vooral het eerste deel spreekt mij aan. De theorie van de thalamus is wetenschappelijk niet voldoende bewezen. Maar de idee over “jagers” en “landbouwers “ haalt de problematiek uit de medische hoek. Je kan ADHD makkelijker bespreekbaar maken. Na de eerste honderd bladzijden kon het boek mij veel minder bekoren. Er werden verschillende voorbeelden aangehaald die eigelijk het geheel wat onoverzichtelijk maken. Bepaalde delen verlaten te veel het ADHD onderwerp en zijn eerder filosofische overpeinzingen. Het lijkt mij dan ook eerder een boek dat je ontleent dan zomaar in je boekkast te plaatsen… tenzij je het later bespreekt in een Nieuwsbrief bijvoorbeeld. Zie ook artikel in EOS van 11 november 2003


‘Gevraagd: superouders’, als opvoeden net niet loopt zoals je denkt:

ADHD/ADD bij tieners ― Vragen en antwoordduiding ― Datum: 17 / 11 /2003 Plaats: cc De Spil O r g a n i s a t o r : B o t i e n , W e r f 5 4 Door: Peter Glorieux, auteur van ‘Gevraagd: superouders’, Lannoo-Tielt.

t e

8 9 7 0

P o p e r i n g e .

De vragen werden beantwoord vooral door Peter Glorieux (auteur van ‘Gevraagd: superouders) en verder ook Jan Vanthomme (logopedist) en Martijn (getuigenis) Medicatie en alternatieven hiervoor: • Bestaat er een (homeopathisch) middel om mijn zoontje van 3 j. beter te doen slapen • Op ’t internet bestaan er sites waar vitamines worden aangeprezen die neurotransmitters stimuleren… Een goede zaak? Een vervangmiddel voor Rilatine? • Mijn zoon neemt Rilatine, maar ik ben er niet gelukkig.mee… Is dit de beste manier om te helpen? • Moet je een behandeling met Rilatine opbouwen of mag je dit enkel geven in bvb. de examens, als je kind niet presteert volgens zijn capaciteiten met een ADHD –diagnose… • Is het haalbaar om een kind met ADHD op te voeden zonder medicatie? • Momenteel wordt mijn dochter met homeopathische middelen behandeld, namelijk ‘mor epa (visolien)’. Is dit zinvol? • Is het nemen van Rilatine enkel tijdens de schooldagen (en vb. Niet tijdens weekend en vakantie) aan te raden of niet? • Kan het dat Rilatine niet helpt bij ADHD en een omgekeerd effect heeft, zoals loomheid, lusteloosheid, enz. • Onze zoon van 18 jaar neemt sinds zijn 7 jaar Rilatine… Hij vindt van zichzelf dat hij de medicatie niet nodig heeft: zijn omgeving en de leerkrachten hebben hierover een andere mening. Sinds hij gestopt is gaat het bergaf op school. Kan je zijn houding begrijpen, en wat kan hem overtuigen om toch de medicatie in te nemen? • Hebben jullie ervaring met ‘omega-3 –vetzuren’… Dit schijnt goede resultaten te boeken bij kinderen bij ADHD. • Is het met Rilatine zo dat je steeds meer nodig hebt om hetzelfde effect te bekomen. • Zijn er alternatieve behandelingswijzen? (Kruiden, diëten…) • Medicatie bij volwassenen met ADHD… zinvol? • Wat is het effect van vis –olie –supplement op kinderen met ADHD? • Zo’n kind is toch speciaal… Er valt altijd iets te beleven… gaat dit niet verloren met medicamenten… • Martijn, neem je nog Rilatine? (3X) Wanneer ben je gestopt. • Heeft voeding invloed? (Snelle suikers…) • Alternatief voor Rilatine (bij eetstoornissen)


De vragen rond medicatie kan ik doorgaans steeds rangschikken volgens een aantal items: A. Homeopathie en andere alternatieven voor medicatie: Het is steeds moeilijk om op alternatieven voor medicatie in te gaan. Enerzijds is er een zeer grote verscheidenheid aan middelen en therapieën. Anderzijds worden deze middelen vaak samen met klassieke medicaties en therapieën gebruikt zodat het moeilijk wordt om het effect in te schatten. Persoonlijk mis ik bij alternatieve therapieën en medicatievormen de ‘dubbelblinde wetenschappelijke onderzoeken’. Als in diverse universiteiten van de wereld een zelfde trend kan vastgesteld worden –en liefst over een lange tijdspanne- in verband met het effect van een medicatie/ therapievorm (ongeacht of die nu onder de klassieke of onder de alternatieve noemer valt) dan is die therapie ten aanzien van ouders en patiënten makkelijker verdedigbaar. Bovendien: de ‘alternatieven’ zijn vaak nog duurder dan de klassieke vormen, dus in elk geval die raad: hou de knip op uw portemonnee!. Maak steeds afspraken in verband met het te verwachten effect en de te verwachten duur hiervan. Veel middelen zijn tijdsgebonden: ze duiken met veel tamtam in de pers op, en later sterven ze een stille dood. Het is bovendien niet omdat iets tot de zogenaamd ‘alternatieve sfeer’ zou behoren of het stempel ‘natuurlijk’ meekrijgt dat het daarom onschadelijk zou zijn voor de gezondheid. Zo is een teveel van bepaalde vitamines (bv. B en D) schadelijk voor de gezondheid! Specifiek: - Het klopt bijvoorbeeld dat er in visolie bestanddelen zijn die aandachtsversterkend zijn. Maar, die moeten in die mate ingenomen worden, dat een gewoon ‘visdieet’ gewoonweg zinloos is. Honderden kilo’s vis per dag verslinden… het is niet iedereen gegeven. Vitamines: Een extreme ondervoeding of zelfs een extreme inspanning leidt inderdaad tot een disfunctioneren van het lichaam en kan tijdelijk of permanent schade veroorzaken: krampen, geen controle meer over sluitspieren, zintuiglijke afwijken, concentratieverlies… In het westen is ons voeding doorgaans ‘te rijk’… Een kind dat een voldoende gevarieerd dieet volgt (klavertje vier…) zal meestal voldoende vitamines binnenkrijgen. Bij twijfel: raadpleeg je huisarts. Een fout die ik nogal eens zie bij ‘Alternatieve verstrekkers’ is dat ze ADHD/ADD zien als een ‘energetisch probleem’, met name dat er sprake zou zijn van een teveel aan energie. Dit is een fout uitgangspunt. Mensen die toch kiezen voor zogenaamde alternatieve vormen zou ik toch de raad willen geven om hun heil te zoeken bij ‘goed gevormde verstrekkers’, met andere woorden bij personen die een degelijke medische voorkennis beschikken… Zo ken ik homeopaten die bij ADHD gewoon… Rilatine/Concerta voorschrijven! Wanneer we van ouders horen dat er met homeopathie een verbetering van het gedrag optreedt, melden die ouders later dat het effect van voorbijgaande aard is. Het gecombineerd toedienen van homeopathie of kruiden en amfetamines is uiteraard zinloos. Bepaalde interventies zijn soms heilzaam voor de gevolgen van ADHD. Zo kan relaxatie zeker bij oudere kinderen en jongeren een hulp zijn om tot rust te komen bij het slapen gaan. Bij jongere kinderen hebben wij weet van positieve effecten met “fascia-therapie” (uit de osteopathie) maar net zoals bij zelfinstructie is de transfer gering. Tenslotte: Uiteraard is iedereen vrij om die therapie te kiezen die hem en haar het best past. Wat belangrijk is, als je nu kiest voor zogenaamde klassieke therapieën en/of medicatie of voor alternatieve therapie en medicatievormen: het belang, en specifiek de ontwikkeling, van het kind moeten voorop staan. B. Noodzakelijkheid van Rilatine. Voor de goede orde: het is steeds de arts die beslist over het al dan niet toedienen van medicatie. In elk geval is het aan te raden om medicatie steeds in te passen in een totaal behandelingsplan, waarbij het moeilijk aan te geven is bij welke type kind/(jong)volwassene en bij welk type ADHD –syndroom nu wel of niet medicatie aan te raden is. Zelf verkondig ik steeds de stelregel: Medicatie is een nuttige aanvulling als er: - een ernstige bedreiging is voor de verdere persoonlijkheidsontwikkeling - en als het syndroom een ernstige invloed heeft op de omgeving. - Bovendien moet de medicatie steeds ingepast worden in een totaal behandelingsplan, gaande van informatie en opvoedingsadvies, over diverse therapieën voor kind en gezin, opvoedingsadvies voor de leerkracht tot coaching en monitoring van het probleem in al zijn facetten…


Dus: Medicatie geef je noch voor betere schoolresultaten noch als gemakkelijkheidoplossing. Methylphenidaten grijpen in op het niveau van de hersenen, daar waar de neurotransmitters (hersenzenuwschakelaars) aangemaakt worden en zorgen voor een betere informatieoverdracht en aandachtssturing waardoor de bewegingsdrang onder controle komt, de aandacht toeneemt en de impulsiviteit vermindert. Medicatie zal nooit een karakterstoornis oplossen, nooit een mentale handicap genezen, nooit faalangst wegwerken…Het kan wel zorgen voor een soort openheid waardoor opvoeding meer kansen krijgt. En waar een totale aanpak loont. (Vandaar mijn pleidooi voor ons globaal behandelingsplan.) C. Gebruik en misbruik van Rilatine Regelmatig duiken in de pers berichten op van misbruik van ADHD–medicatie (vb. verkopen op de speelplaats van Rilatine), maar die misbruiken zijn volgens wetenschappelijk onderzoek zeer marginaal. Waar het voorkomt (gebeurt) moet terecht krachtig ingegrepen worden. Methylphenidaten kunnen zonder veel bijverschijnselen en zonder veel gevaren op lange termijn toegediend worden indien de ADHD–diagnose bevestigd is. Trouwens, methylphenidaten worden reeds meer dan een halve eeuw toegediend, dus is er onderzoek op lange termijn mogelijk. Het is niet zo dat elk kind dat in zijn lagereschooltijd Rilatine heeft genomen automatisch gedoemd is om dit de rest van zijn leven te moeten doen. De meeste kinderen met ADHD slagen erin om succesvol als volwassene te leven zonder medicatie. Sommigen nemen bijvoorbeeld opnieuw medicatie als ze zich bijvoorbeeld op een examen voor promotie op het werk voorbereiden. Zeer ernstige vormen en laat gediagnosticeerde vormen zullen vaak ook in de volwassenheid met succes behandeld kunnen worden met medicijnen. De hoeveelheid medicatie, het tijdstip van toedienen en de duur van toediening op lange termijn bespreekt u best met uw arts, omdat dit geval per geval bepaald moet worden. Naast Rilatine ® en Concerta ® (=methylphenidaat met verlengde werking), die in 75% van de gevallen de eerste keus zijn, kunnen ook andere medicatievormen voorgeschreven worden, zoals ‘clonidine’ (Dixarit ®) of sommige ‘antidepressiva’. Wereldwijd gebeuren wetenschappelijke onderzoeken naar nieuwe vormen en toedieningsvormen. In 2004/2005 wordt op de Belgische markt ook ‘Strattera’ ® (atomoxetine)./ verwacht. Indien uw kind nog nooit Rilatine/Concerta of een andere medicatievorm heeft gebruikt in het kader van zijn ADHD –behandeling kan het zijn dat de arts eerst een ‘blinde studie’ voorstelt. Onder nauw toezicht zal uw kind dan gedurende enkele weken medicatie innemen onder verschillende hoeveelheid: een week volle dosis , volgens het gewicht , éen week halve dosis en één week placebo (foppil) . Alleen weet enkel de dokter of de apotheker wat juist genomen wordt in iedere week. Na iedere week worden vragenlijsten ingevuld door ouders en leerkracht. gegeven worden. Zo kan het effect objectief worden vastgesteld. Nadeel van dergelijke procedure is de arbeidsintensiteit en de kost (want de medicatie wordt door de apotheker samengesteld en is dus duurder (magistrale bereidingen). Vaak stelt de arts ook voor om de dosis langzaam op te bouwen, omdat anders lichte nevenverschijnselen zoals hoofdpijn en bleekheid kunnen optreden. Zeker bij ernstige gevallen is het raadzaam om tijdens het weekend en tijdens de vakantieperiodes de medicatie door te nemen. Zowel voor het kind als het gezin kan dit belangrijk zijn. Spreek er in elk geval met uw arts over. Methylphenidaten zijn niet verslavend. Met andere woorden: de dosis moet niet opgedreven worden om hetzelfde effect te bekomen. Wel is het zo dat bij sommige kinderen/volwassenen de dosis ‘lichaamsgewicht -gevoelig’ is. Indien de arts dit vaststelt zal hij de dosis uiteraard aanpassen. Indien uw kind suf en slaperig wordt van de medicatie, dan zal in veel gevallen de dosis moeten aangepast worden. Aarzel niet om zo vlug mogelijk hierover met je arts contact op te nemen.

D. Motiveren kinderen tot gebruik. Vooral adolescenten, maar soms ook kleine kinderen, hebben een grote weerstand om medicatie in te nemen. Het is belangrijk om van kleins af niet te liegen, maar op het niveau van het kind de juiste informatie te verstrekken. Diverse boeken en verhaaltjes (bv. Twinkel pinkel uit Gevraagd: superouders) kunnen daarbij inspirerend werken. Zelf werkten we (en werken we) met medicatie-verdeeldoosjes. Als ouder zet je die wekelijks klaar. De


verdeeldoosjes kunnen makkelijk bij de maaltijd op tafel geplaatst worden of meegegeven worden naar school. Zo heb je als ouder een discreet toezicht op al of niet inname. Vermijd in elk geval dat medicatie-inname als een ‘straf’ wordt ervaren: “je bakt er weer niks van… neem maar vlug je pilletje” is eigenlijk niet zo’n verstandig bevel van een ouder voor zijn kind met ADHD. Zeker bij oudere kinderen en wanneer de school weinig coöperatief is kan een langdurig werkend medicament als Concerta ® een goede keuze zijn. Door zijn +/- 12 uur werkzame tijd overbrug je niet alleen de tijd op school maar ook naschoolse activiteiten en studie profiteren nog van het nutseffect van de medicatie. Op die wijze hoeft niemand het te weten dat de jongere medicatie neemt, wat minder stigmatiserend werkt. Het blijft echter aangewezen om school op te hoogte te brengen. De kans om de inname te vergeten wordt er ook kleiner door. E. Gevaren van Rilatine Zoals reeds gezegd onder hoofdstuk C ‘Gebruik en misbruik van medicatie’ zijn Methylphenidaten onschadelijk op voorwaarde dat er een degelijke diagnose is gesteld. Hoe completer het behandelingsplan, hoe meer effect er kan verwacht worden. De medicatie kan gerust na de puberteit en, indien wenselijk, tot ver in de volwassenheid worden doorgegeven. Medisch toezicht is bij elk medicatiegebruik geen overbodige luxe, dus ook hier is dit zo. Meestal vallen in de praktijk de berichten over ernstige eetlustremming en groeiachterstand zeer goed mee. Hebt u in het specifieke geval van uw kind toch twijfels, raadpleeg dan eerst uw arts alvorens u zelf zou beslissen om de medicatie stop te zetten. Er zijn enkele contra-indicaties, zoals: - ernstige tics worden niet veroorzaakt door Rilatine, maar kunnen er door worden versterkt. - Het samen gebruiken van methylphenidaten met cannabis of andere illegale drugs kan leiden tot psychotische ervaringen. - Ook bij het voorkomen van depressie moet er behoedzaam omgesprongen worden met medicatie.

Therapie, overbelasting: • Martijn, wie had je nog meer kunnen helpen in de hulpverlening en hoe? • Mijn 7- jarige zoon met ADD volgt 2 x/week logopedie en 4 x/week zorgverbreding tijdens de lesuren. Beertjesmodel. Medicatie wordt overwogen. • Wordt er niet teveel gevraagd? Wordt de lat niet te hoog gelegd? Het lijkt inderdaad wat paradoxaal: kinderen die het moeilijk hebben, thuis en op school, worden extra belast door diverse therapieën. Die overbelasting treft overigens niet enkel het kind maar ook de ouders die ook heel wat tijd, energie en geld moet besteden aan deze therapieën, zoals logopedie, kine, ergo, psychotherapie, gezinstherapie…Het is steeds belangrijk de balans tussen draagkracht (van ouders en kind) en draaglast in evenwicht te houden. En soms moet je keuzes maken en laat je bepaalde aspecten nog even liggen om er later aan te werken. Het is belangrijk dat alle therapieën in onderlinge afspraak gebeuren met school, centrum (revalidatiecentra, geestelijke gezondheidszorg, privé-behandelaars) en ouders. Misschien kan een deel van de therapie gegeven worden tijdens de schooltijd? Maar, als de hulpverlening geschiedt tijdens de lesuren mogen zeker niet de lessen lichamelijke opvoeding en expressie opgeofferd worden! Als het kind een flinke achterstand heeft in taal, is de taalles de beste keuze om deze achterstand weg te werken. Want, motoriek, psychomotoriek, expressie zijn voor de ontwikkeling van het kind minstens even belangrijk.Therapie moet efficiënt zijn: dit betekent dat de ouders moeten betrokken worden . Tips, methodieken die in de klas, de therapie nuttig lijken kunnen voor ouders ook bruikbaar zijn (denken we maar aan het huiswerk). Betrokkenheid betekent niet dat ouders nog even extra gaan oefenen. Ouders zijn ouders geen taakleerkrachten of therapeuten!


Erfelijkheid: Ene kind is reeds gediagnosticeerd met ADD. Broertje wordt heden getest. Is ADHD erfelijk? Wetenschappers zijn het er steeds meer over eens dat ontwikkelingsstoornissen uitgelokt worden door een genetische voorgeschiktheid.(70 %) Maar deze voorgeschiktheid is niet voldoende om het syndroom actief te maken. Er zijn bijkomende starters nodig, die gezocht kunnen worden binnen algemene maatschappelijke factoren (milieuvervuiling, op latere leeftijd zwanger worden…), toevallige factoren (medicatie, voedingsgewoonten, roken…) en erfelijke voorgeschiktheid. In vele gevallen is erfelijkheid een belangrijke starter, maar niet alle kinderen met ADHD krijgen dit door erfelijkheid. Een toevallige ‘fout’ van de natuur kan ook nog steeds. Samen gaan met andere syndromen: • Autisme-Asperger: dezelfde aanpak als bij ADHD? • Het begon allemaal in de kleuterklas (Kindjes plagen). We besloten om naar Gent te gaan om hem te onderzoeken. Na twee jaar luidde het verdict: een lichte vorm van autisme. We besloten om hem naar ‘De Brug’ te sturen. Elke avond van de week stuurden wij hem naar ‘De Kindervriend’. Dit ging goed, tot dit jaar: nu begint hij met de leerkrachten en de opvoeders te lachen, pesten, domme dingen doen (bv. Op een heel hoog klimrek kruipen en dan zeggen dat hij er niet meer af durft; schoppen naar kindjes, op de tenen trappen van leerkrachten; nu begint hij thuis te schoppen en iedereen pijn te doen). Wij probeerden met Rilatine, maar dit lukt niet (het heeft geen effect). Ook eet hij de ganse tijd. Wij zijn ten einde raad: wat kunnen wij doen? • Is er een verband tussen Autisme en ADHD? Kunnen mensen die ‘normaal’ ervaren worden toch autisme hebben? • Kunt u meer vertellen over de relatie tussen ADHD en autisme? Het is bekend dat ADHD/ADD in een niet te verwaarlozen percentage samengaat met andere syndromen en stoornissen: - Samengaan met ontwikkelingsstoornissen: Alle combinaties zijn mogelijk, zoals ADHD/ADD en Dyslexie/dyscalculie, ADHD en Gilles de la Tourette, ADHD en autistisch spectrum - Ook kinderen met andere aandoening, zoals kanker, fysische of psychische of sociale handicap… kunnen lijden aan één of meerdere ontwikkelingsstoornissen. Voor de behandeling brengt dit een specifieke moeilijkheid met zich mee. Kinderen laten zich immers niet opdelen. Je kunt dus niet zeggen: dat probleem wijs ik toe aan dyslexie, dat wijs ik toe aan ADHD en ik zal dat afzonderlijk behandelen. Ook hier, hoe moeilijk ook, zal een geïntegreerd opvoedings- en behandelingsplan zich opdringen. Wanneer twee stoornissen samen voorkomen is de zaak van die stoornis die het meest ingrijpend de ontwikkeling schaadt voorop te stellen. Bovendien is het fundamenteel onjuist om te spreken over autisme en ADHD. Autisme is een veel ingrijpender stoornis met een andere neurologische basis. Trouwens wanneer men de kenmerken van ADHD kritisch bekijkt zal men vaststellen dat deze niet in alle situaties te allen tijde voorkomen bij autisme. Bij jonge kinderen wordt het Aspergersyndroom nog al eens ten onrechte als ADHD gezien omdat de hyperactiviteit op de voorgrond staat. Pas wanneer het sociale aspect en de communicatie ten volle in ontwikkeling zijn vallen de autistische kenmerken op. Dit illustreert nog maar eens het belang van een grondig multidisciplinair onderzoek om tot een correcte diagnose te komen. ADHD in de school: • Hoe reageren op een hyperactief kind in de klas? Je kan toch niet voortdurend straf geven of het kind alleen zetten? • Wat doen in een beroepsklas als de leerling met ADHD het de andere leerlingen bijna onmogelijk maakt? (hem voortdurend toertjes laten lopen?) • Martijn, hoe stonden je klasgenoten tov. ADHD die je persoonlijkheid en gedrag beïnvloedde? • Een kind met ADHD vereist veel aandacht in de klas, ten nadele van de anderen die minder aandacht krijgen. Hoe kan een kind met ADHD positief worden aangepakt, zodat hij om zo te zeggen geïntegreerd wordt in de groep? Is dit wel mogelijk? • Afspraken klassikaal aangebracht in lessituatie verlopen vaak slecht. Hoe kan dit binnen de klassikale aanpak worden georganiseerd? (Voor leerlingen in het secundair onderwijs). • De leerkrachten zien je komen: “die moeder met het moeilijke kind…” • Mijn zoon wil eigenlijk zelf niet dat ik er over praat met de leraren… Hij wil gewoon zijn en hij wil niet in de neus zitten… • Internaat of externaat… wat is er beter? • Hoe herken je als leerkracht een kind dat hyperactief is en geen ADHD heeft? Waar ligt het onderscheid?


• •

Martijn, kreeg je in de 3° kleuterklas reeds specifieke hulp van de leerkracht? ADHD bij 6 jaar.. problemen in 1° leerjaar.. zit nu in brugklas… Kan hij daarna terug naar ‘t 1° leerjaar in ’t normale onderwijs, of zal het kind gegarandeerd na dit jaar opnieuw problemen hebben? • Is Freinet –onderwijs aangewezen, of te weinig discipline? • Leerkrachten hebben nog steeds moeilijkheden met ADHD… Komt dit wil in de opleiding voor? • Hebben ADHD –kinderen meer leermoeilijkheden? • Morgen moet hij prentjes van speelgoed meebrengen naar de klas, voor een brief voor Sinterklaas, maar hij wil niet… Hij heeft al dingen opgestuurd en hij vindt dat hij teveel zou vragen. Wat moet ik doen, meegeven of niet? • Mijn kind zit nu in het bijzonder onderwijs (type 8). Zal hij zijn achterstand nog ophalen? • Jammer dat de scholen het probleem niet erkennen, ook al waren ze goed ingelicht. De vragen kunnen opgesplitst worden volgens een aantal thema’s: Taak van de leerkracht/directie CLB: Nog te vaak klagen ouders er over dat het moeilijk is om met directies en leerkrachten samen te werken. Alhoewel, in vergelijking met 25 jaar terug is er reeds een ganse weg afgelegd. Vanuit wederzijds begrip en respect kunnen ouders en leerkrachten een positieve communicatie uitbouwen waarbij allebei de betrokken partijen werken aan een eenduidige weg voor het ADHD-kind. • Het CLB werd onlangs herschikt waardoor men nu ‘vraag gestuurd’ werkt. Het signaleren van problemen komt daardoor in grote mate bij het de school te liggen i.c. de zorgcoördinator. Pas wanneer deze het CLB op de hoogte brengt treden zij in actie. Ouders of andere externe diensten kunnen evengoed rechtstreeks een beroep doen op het CLB. Na onderzoek kunnen zij zoeken naar gepaste hulp. Bovendien zijn ze uitermate goed geplaatst om leerkrachten op te vangen, te begeleiden en te vormen. Het CLB de dienst bij uitstek om het kind op lange termijn is te volgen en bij belangrijke momenten te coachen. • De leerkracht moet de kans krijgen om zich voldoende te informeren en te vormen. Hij zal binnen zijn klas niet alles kunnen oplossen. Vaak zal een beroep moeten gedaan worden op externe hulp voor wegwerken leerachterstand, ontwikkeling psychomotoriek…Het is niet makkelijk voor een leerkracht om vandaag de dag aan alle zorgen van zijn leerlingen aandacht te schenken. Het is niet makkelijk maar niet onmogelijk! Daarom is het onaanvaardbaar als je hoort hoe leerkrachten administratief overspoeld worden; wat voor extra druk zorgt. • De leerkracht heeft een belangrijke taak tijdens het diagnoseproces en de opvolging ervan. Naast een signaalfunctie zijn observaties en conclusies van onschatbare waarde voor het diagnostischen behandelingsteam: vragenlijsten, observaties…Daarom achten wij dat er op school sprake moet zijn van een medicatiebeleid. Dit houdt dan in dat school op de hoogte is van het opstarten van een proeftherapie met medicatie, onder controle van een arts. Zo kan de leerkracht het effect en de eventuele nevenwerkingen observeren. Een ernstig medicatiebeleid moet tevens vermijden dat leerkrachten even “doktertje spelen” en vb ouders aanzetten om de dosis te verhogen, te verlagen of de medicatie stop te zetten. Zij kunnen echter wel suggereren van de (huis)arts te consulteren. • De leerkracht, ook in het secundair onderwijs, heeft een belangrijke taak in het totale opvoedingstraject. Zeker bij probleemkinderen moeten leerkrachten zich hiervan terdege bewust zijn. Recent werd heel wat wetgevend werk verricht in verband met zorgzaam met leerlingen omgaan. Maar, de wet is één ding, de praktijk op het veld een ander. De leerkracht is de persoon bij uitstek bijvoorbeeld om het kind/jongere positief te stimuleren en te ondersteunen. Daartoe moet hij hulpmiddelen aangereikt worden. • Hoe beter de gouden driehoek KIND – GEZIN – OMGEVING (leerkracht) rond draait, hoe groter de kans is op succes op lange termijn, op voorwaarde dat het opvoedingstraject standvastig is, en over een zeer lange tijd volgehouden wordt. De rol van de zorgcoördinator ( onlangs gecreëerd door de minister) is hierbij erg belangrijk. Want te vaak horen we nog dat informatie niet doorgegeven worden. Schoolsysteem/internaten…: • Het is niet de onderwijsvorm (gewoon onderwijs – bijzonder onderwijs; traditioneel onderwijs – ervaringsgericht leren; ASO-TSO-BSO…) die bepaalt of een kind met ADHD/ADD goed zal opgevangen worden, maar de kwaliteit van de leerkracht.


Sommige kinderen met ADHD/ADD voelen zich opperbest in de structuur van het internaat. Voor weer andere kinderen is dit hun ondergang. Dergelijke beslissingen zijn individueel bepaald en moeten genomen worden in samenspraak met het kind en in het belang van zijn ontwikkeling. • Wij wensen toch te waarschuwen voor het ‘cascadesysteem’, met name kinderen die uit een bepaald niveau worden geduwd, richting TSO – BSO… Een kind behoort in het onderwijsniveau te zitten die het best bij hem of haar past. Scholen zijn er voor kinderen en niet omgekeerd! Trouwens, zonder adequate behandeling zal een kind die in het ASO thuishoort in het TSO ook niet functioneren omdat aan de basisproblemen (aandacht, faalangst, studeerattitude… niet gewerkt werd) Persoonlijk typeren wij ADHD/ADD niet automatisch als een ‘leerstoornis’. De leerstoornis is in deze een secundair gevolg. Mits tijdige en goede opvang kan bij veel kinderen met ADHD ernstige leerachterstand vermeden worden. Een klas is een gemeenschap van kinderen met individuele mogelijkheden en beperktheden. Van zodra het leerkrachtenteam, samen met CLB, externe therapeuten en ouders vindt dat het kind een uitzonderingspositie bekleedt die het niveau van het ‘begrip’ ver overstijgen, dan moet inderdaad gedacht worden aan bijzonder onderwijs… maar dit mag nooit een lichtzinnige beslissing zijn. Steeds moeten de differentiatiemogelijkheden bekeken worden. Daarbij is het belangrijk dat de mogelijkheden voldoende kunnen aangesproken worden. Maar bovenal staat het welbevinden van het kind centraal. Wanneer de druk te groot is en de evolutie te gering is een bijzondere onderwijsvorm onafwendbaar. Ernstige gedragsmoeilijkheden in de klas zijn een secundaire stoornis en zullen een gespecialiseerde aanpak vergen. Soms zal het kind tijdelijk uit de klas moeten verwijderd worden. Schorsen zal zelden een oplossing zijn. Een beperkte opname in een gespecialiseerde kliniek/instelling kan in een aantal gevallen soelaas brengen. ADD:

Morgenstond geeft goud in de mond…’ Bij ons is dit ½ tot ¾ uur zagen: doe voort, vergeet je boekentas niet, je schoenen zijn nog niet toe, straks haal je de bus niet… • Zijn er nuttige tips om daaraan te werken? • Waar kan ADD gediagnosticeerd worden? • Bestaat er specifieke informatie rond ADD (zonder H en zonder )? In de literatuur is er niet zo heel veel te vinden over ADD (de niet-hyperactieve vorm van ADHD). Er zijn wel wat boeken te vinden over aandachtsproblemen bij volwassenen. Er is ook wat begripsverwarring omdat de termen ADD en ADHD door elkaar gebruikt worden om het syndroom te benoemen. Zo vind u op het internet sites over ADD, die de drie subtypes behandelen. ADD wordt in dezelfde centra gediagnosticeerd als ADHD. Een bijkomende moeilijkheid is dat de niet hyperactieve vorm in één adem genoemd wordt als het op behandelen aankomt. In grote mate is dit zo: medicatie, oefenen innerlijke spraak, voorkomen leerstoornissen en faalangst… Maar, noch de ouders noch de leerkrachten herkennen zich in de spectaculaire verhalen die over de hyperactieve variant verteld wordt. De traagheid wordt onterecht als lui, dom, niet geïnteresseerd bestempeld. Gevoelens: •

Als moeder kun je je soms zo ongelukkig voelen als de deur toeslaat en je kind naar ’t school vertrekt… Je hebt dan niks anders gedaan dan ertegen gezaagd… Zijn er nuttige tips om daaraan te werken? • Peter, welke waren uw gevoelens toen u verteld werd dat uw kind ADHD had? • “Ik vind het dom dat ik geboren ben. Ik wil niet meer. Ik wil niet meer leven…” Hoe moet ik daarop reageren? • Mijn zoontje van 7 heeft ADHD… U hebt het over informatie aan ouders, leerkrachten, kind… op welke manier kun je dit aanpakken tav. een kind van 7 ja • Martijn, met wie kon je praten over je eigen gevoelens omtrent het hebben van ADHD? ’s Avonds het bord uitvegen om ’s morgens met een nieuwe witte zijde te beginnen is vaak moeilijk. Maar soms lukt het nog wel. Vaak zijn de verwachtingen gespannen bij het begin van een nieuwe dag . De gedachten gaan uit naar negatieve zaken die zich zullen voordoen… en ja, ze doen zich voor. Al van in de badkamer is de gevreesde ruzie met zus er weer. En weer is hij niet gewassen als je een kijkje komt nemen. En weer is er geruzie bij het ontbijt over het beleg op de boterham …Er bestaat geen tovermiddel om die situaties te veranderen. Veel negatieve


gevoelens worden gewekt door de verwachtingen te hoog te stellen of teveel ineens te willen veranderen. Beginnen met concreet haalbaar gedrag en andere aspecten negeren kan voor een doorbraak zorgen. Hoe beter men geïnformeerd is over de aard van ADHD, hoe gemakkelijker het wordt om geduld op te brengen. ADHD/ADD kan zowel bij de ouders, bij de omgeving als bij het kind zelf hevige emoties oproepen. Het is niet eenvoudig om hierop een eenvoudig standaard antwoord te geven. • Kinderen met ADHD, en zeker de hyperactieve vorm, geven de indruk een ‘olifantenvel’ te hebben. Niets is minder waar! De opmerkingen en vernederingen kunnen zeer diep in de persoonlijkheid insnijden en daar grote littekens achterlaten. Vandaar dat het belangrijk is dat uw kind uitlaatkleppen heeft, via sport, kunst… maar ook terecht kan bij een psychotherapeut! Een voldoende mate aan zelfwaarde is hel belangrijk want een positief zelfbeeld is de sleutel voor de toekomst. • Dit geldt evenzeer voor het gezin. ‘Je kan uw kind niet opvoeden. Je hebt er zelf schuld aan’ is zijn niet prettig om te horen. Soms worden zelfs partners tegen elkaar uitgespeeld. Er over praten met vrienden, met je partner is hierbij een must. Vergeet ook de ‘niet-ADHD–kinderen’ niet in het gezin: geef hen ook de nodige aandacht. Verzorg uw relatie met uw partner, en verwen uzelf en uw partner op tijd en stond. Indien de situatie onhoudbaar wordt kan professionele hulp belangrijk zijn om de juiste weg gewezen te worden. Een ontwikkelingsstoornis kan leiden tot depressie, zowel bij de kinderen als bij de ouders. Negeer opmerkingen in de trend van ‘ik wil dood, ik wil niet leven, ik doe nooit iets goed’ niet, maar praat erover met de psychiater/psycholoog. van uw kind… Hulp bij opvoeding: • Rond welke leeftijd is het aan te raden je kind te vertellen dat het ADHD heeft? (Hij is nu 6 jaar, en heeft een klein hartje). • Zijn er ‘Cursussen’ waar je intensief rond concrete zaken kan werken, zoals ‘hoe geef je tijd’, hoe pak je broers aan die vinden dat je voor diegene met ADHD te zacht bent…’ • Waar kun je als ouder terecht om over ADHD te praten? (2 X) • Hoe kunnen hulpverleners u helpen in de opvoeding? • Hoe reageren op impulsief en agressief gedrag. • Hoe kan een oplossing worden gegeven aan risico –gedrag bij uitgaan, bij overmatig drinken, enz. • Is het bij ADD nuttig om bij tijdslimieten te werken? • Wat te doen als je kind met ADHD uw regels niet accepteert en niet navolgt, ondanks vele pogingen • Martijn, het je enkele tips om kinderen met ADHD te motiveren om te studeren en te structureren? (bv. Hem leren op bepaalde tijdstippen te studeren…) • Vinden jullie dat je de kinderen moet straffen indien hun gedrag niet door de beugel kan (bv. Wanneer de Rilatine is uitgewerkt). • Martijn, wat kan men doen als de 14 –jarige zijn medicatie niet kan innemen? • Hoe omgaan met 2 pubers in huis en jongste kind heef t ADHD: men moet rusting omgaan met ADHD (niet roepen of luider praten).. De andere hebben het daar soms moeilijk mee: de jongste mag alles. • Hij zegt altijd met volle moed en overtuiging: ‘ja is zal dit zeker doen, ik ga het niet vergeten… maar toch vergeet hij het … (bv. Vuile was wegdoen). Wat kunnen wij doen om dit te laten doordringen? Opvoeden, ook als ADHD/ADD in het spel is, is steeds een individueel gebeuren. Het is dus moeilijk advies geven als de concrete situatie onbekend is. • Het opvoeden van een probleemkind (om welke reden dan ook) gebeurt steeds bij een goede diagnose en een daaraan gekoppeld dynamisch opvoedings- en behandelingstraject. • De ouders en de opvoedende omgeving moeten zich goed informeren, door documentatie, via internet, via de hulpverlening, via zelfhulpgroepen • Tal van diensten en organisaties richten ouder- & leerkrachtencursussen in, waarbij specifieke vaardigheden kunnen ingeoefend worden. Informeer bij de hulpverlener waar uw kind behandeld wordt voor adressen in uw streek. • Zoals reeds gezegd, maar het kan niet voldoende herhaald worden, besteed voldoende aandacht aan de andere gezinsleden (of in casu de andere klasgenoten). • Zorg voor een goede partnerrelatie. Een probleemkind zal die relatie hoedanook onder druk zetten, maar een stabiel gezin waarborgt een in de tijd lang volgehouden


en consequente aanpak. Denk vooruit en wees blij met iedere nieuwe stap hoe snel een ander kind die ook neemt. Wees zoveel mogelijk positief. En wees ontwikkelend bezig; leer nieuw gedrag aan zo leer je op die manier omgaan met de ADHD en er greep op krijgen. Bedplassen: • Mijn kind is 11 jaar en bedplast nog altijd… Heeft dit met ADHD te maken? Bedplassen komt niet enkel voor bij kinderen die ADHD –hebben. Soms kan deze ontwikkelingsstoornis het bedplassen en zelfs incontinentie overdag beïnvloeden omdat het kind ‘onvoldoende aandacht’ voor zijn sluitspieren opbrengt. Indien dit bedplassen problematisch wordt dringt zich in elk geval een gespecialiseerde aanpak op, waarbij met het ADHD –syndroom moet rekening gehouden worden. Omgevingsreacties: • Familie kan niet aanvaarden dat mijn kind zo is… Ze zeggen dat ik hem zo opgevoed heb, teveel verwen. Wat kan ik hieraan doen, want op den duur denk je van jezelf dat je een slechte moeder bent… • Peter, hoe vertelde je het aan de omgeving? • Vormt de omgeving niet vaak het grootste probleem? Als ouder probeer je je kind begripvol en positief op te voeden. Dit botst meestal met de bemoeizucht van familie en omgeving, zodat uiteindelijk niet het kind maar wel de omgeving en de familie het zwaarst om dragen zijn…. Het is delicaat als de omgeving (grootouders, ooms/tantes, goede vrienden…) negatief inbeuken op het feit dat een kind ADHD heeft, medicatie moet innemen… Enerzijds wil je je eigen kind beschermen. Anderzijds wil je de eigen ouders/schoonouders (schoon)broers/zussen niet voor het hoofd stoten. Ook hier start een en ander met goede informatie. Neem desnoods uw familie eens mee naar een info-avond! Eerlijkheid van in ’t begin is in elk geval de beste aanpak. Indien je echt vindt dat de omgeving te negatief is voor uw kind, zult u daaruit conclusies moeten trekken, en minder vaak op bezoek gaan, eens op uw tanden bijten en uw mond houden (als één van de ouders zelf ADHD heeft kan dit knap lastig zijn)… Ruzie is nefast voor uw kind, omdat dit een hoop onnodige schuldgevoelens kan opwekken. Broers/zussen: • Welke tips geef je mee aan je andere kinderen met ADHD –broer? Ze hebben niet het geduld als een volwassene… Gevolg: ruzie. • Hoe stonden je broers/zussen tegenover je ADHD en hoe reageerden ze hierop? Het samengaan tussen syndroomvrije kinderen en probleemkinderen binnen één gezin kan voor heel wat spanningen zorgen. Ouders hebben nu eenmaal de (goede!) eigenschap om het zwakkere kind in (over)bescherming te nemen. • Ook hier is informatie op zijn plaats, aan de hand van gespecialiseerde kinderliteratuur, verhalen… De meeste professionelen zullen graag instemmen op een gezinssessie waar spanningen in verband met ADHD kunnen geventileerd worden. • Schenk uw syndroomvrije kinderen ook voldoende aandacht. Ook voor hen met uw gezin een warm nest zijn: lees eens apart een verhaaltje voor, neem ze eens apart mee op boodschap of een uitstapje, draag er zorg voor dat je ze op tijd en stond eens prijst… Diagnose: • Is ADHD hetzelfde als wat men vroeger onder MBD verstond? • Is het mogelijk om bij het stellen van een diagnose (bv. Op 7 à 8 jaar) een leesniveau te bepalen en dient dit nogmaals te gebeuren bij overgang lager naar middelbaar. Is het aangewezen dit door 2 afzonderlijke mensen te laten testen? • Is er sprake van ADHD als op school alles perfect loopt, en de kenmerken zich alleen thuis voordoen? • In principe is ADHD een ontwikkelingsstoornis. Toch vertoont de ADHD ‘er nogal veel gedragsproblemen, ook in de klas. Kunnen wij dan niet stellen dat ADHD een gedragsstoornis is. • Vanaf welke leeftijd kan ADHD vastgesteld worden… • Martijn, Was er al sprake van ADHD in de kleuterklas? • Is het van belang dat een 6 –jarige jongen al getest wordt op ADHD, ook al heeft hij tot nu goede resultaten? Hij is temperamentvol en krijgt hij veel straf, is thuis ook moeilijk handelbaar. Zus heeft ADD. • Hoe verklaar je dat een kind op school overkomt als ADD (niet actief, ondergaand.. zelfs zonder Rilatine) en thuis superactief is?


• •

30 jaar terug sprak men over MBD. Daarna sprak men over ‘het hyperkinetisch syndroom’. Sinds geruime tijd wordt de term ADHD gebruikt. In grote lijnen zijn dit dezelfde syndromen, al komen de diagnostische criteria niet helemaal met elkaar overeen. ADHD is een biologische stoornis. Deze stoornis kan echter (nog niet?) door exacte testbatterijen aangetoond worden. Maar, het syndroom beïnvloedt het gedrag (aandachtsstoornissen, impulsiviteit, roekeloosheid, slaapproblemen…). Door dit ‘gedrag te lezen als een boek’ (aan de hand van vraaggesprekken, observatie, testing, vragenlijsten bij ouders/leerkrachten) kan het syndroom wel aangetoond worden. ADHD/ADD is geen gedragsstoornis of geestesziekte, maar het gedrag wordt wel beïnvloed. Deze beïnvloeding wordt gebruikt, als diagnose- en behandelingsgegeven. Uit recente studies blijken de interviews met de omgeving heel belangrijk om tot een diagnose te komen . En verder is een gerichte observatie in de klas heel veel zeggend vooral wanneer men de kinderen (zonder juf) even laat wachten. In principe wordt ADHD/ADD gediagnosticeerd vanaf de leeftijd van 6 jaar. In sommige gevallen kan dit vroeger. In principe is er geen eindleeftijd voor een diagnose. Maar, hoe ouder het kind, hoe meer secundaire gevolgen (leerachterstand, depressie, faalangst…) het syndroom kunnen verdoezelen. Men hoeft niet te wachten op slechte schoolresultaten alvorens een ontwikkelingsstoornis de laten vaststellen. Veel problemen (leerachterstand, faalangst, depressie…) kunnen voorkomen worden bij vroegtijdige opsporing. En, hoe minder negatieve gevolgen er zijn van het syndroom, hoe minder complex de behandeling zal worden. De school is een gestructureerde omgeving. Bovendien, als het kind medicatie krijgt, werkt die vooral tijdens de schooluren. Vandaar dat de ADHD –symptomen in de klas soms minder frappant zijn als thuis. Indien het kind medicatie neemt kan er trouwens ook een soort ‘terugslageffect’ van de medicatie zijn: als de medicatie uitgewerkt is is het kind dan gedurende een bepaalde tijd veel actiever dan normaal het geval is.

Slapen: Kan het dat kinderen met ADHD wel veel slaap nodig hebben? U vermeldde ‘impact op de slaap’… Kunt u dit toelichten? Zowel inslaapproblemen als ontwaakproblemen zijn vaak voorkomende klachten van ouders. Ze zijn eigen aan het syndroom en worden niet door de medicatie veroorzaakt. Ze ontstaan waarschijnlijk omdat het lichaam omgekeerd reageert op kalmerende en opwekkende stoffen die het lichaam zelf produceert (bv. Als je moe bent, produceert het lichaam slaapverwekkers…). Inslaapproblemen pak je het best aan door te maken dat het kind ‘langzaam uitbolt’ en zo in inslaapmodus verzeild geraakt. Maak goede afspraken over: niet-naar-beneden-komen, broers/zussen-niet-storen, lezen-in-bed, snoep-in-bed… Hetzelfde geldt voor ’s morgens. Gooi desnoods uw mooie principes over boord en laat uw kind ’s morgens wat tv kijken, zodat de rest van het gezin kan uitslapen. (Gaston Eyskens zei ooit: principes zijn als het laten van windjes… je moet ze inhouden zolang je kunt en daarna langzaam lossen…). Het lijkt of kinderen met ADHD/ADD minder behoefte hebben aan slaap. Niets is minder waard, want daardoor missen ze de relaxatie van de slaap maar ook het nachtelijk geestelijk verwerkingsproces… Misschien is dit de reden waarom nogal wat ouders klagen over de rancuneuze houding van hun kind met ADHD? Soms kunnen de inslaapproblemen behandeld worden door de laatste medicatie in te nemen op minder dan 4 uur voor het slapengaan. Dit is belangrijk omdat het kind anders in zijn ‘terugslagperiode’ zit. Bij extreme uitzonderingsgevallen kan ADHD –medicatie net voor het slapengaan ingenomen worden, maar enkel de arts mag dit beslissen.

Toekomstverwachtingen: Mijn zoontje is nu 6. Hij wordt momenteel gediagnosticeerd. Wij zijn er veel mee bezig, laten hem sporten, helpen bij huistaken en schoolwerk, brengen structuur aan… Binnenkort starten wij waarschijnlijk met Rilatine. Onze vraag: blijft hij voor altijd een ADHD–der? Geneest het, groeit het uit of blijft het een levenslang probleem? Niemand heeft een glazen bol waarin hij de toekomst kan voorspellen. Statistisch gezien hoeft ADHD/ADD niet uit te groeien tot een handicap die het functioneren op volwassen leeftijd zal belemmeren. In een taal gevallen –ook bij syndroomvrije kinderen!- kan het fout lopen. De slaagkans om het syndroom te overwinnen hangt af van een aantal factoren:


    

De graad van ernst en het eventueel samengaan met andere syndromen en/of aandoeningen. De mate waarin het kind, het gezin en de omgeving gecoacht werd De mate waarin het aangepast opvoedingstraject en behandelingsplan consequent en langdurig werd gevolgd De mate waarin het kind zijn puberteit heeft doorgesparteld En tal van factoren, die de toekomst zal brengen en die we niet in de hand hebben‌ Het lot, bestemming, geloof‌ de mensheid gaf er vele namen aan, maar kon ze tot op heden nog niet vatten.


nieuwsbrief aan(ge)dacht 4