Page 1

aan(ge)dacht

nummer 38

aan

december 2012

dacht ge Nieuwsbrief 38 december 2012

Een Gelukkig Nieuwjaar!!

Vragen, kritiek, bijdragen of andere reacties altijd welkom! aangedacht@gmail.com In- of uitschrijven op bovenstaande adres Cindy schrijft…..

Brussen,… Een heel nieuw woord voor ons, het klonk ons alleszins niet bekend in de oren. Brussen,… Broers en zussen van kinderen met autisme, ADHD, …. In ons geval alleen zussen. Vier sterke meiden van wie het leven nooit meer hetzelfde zal zijn,.. want zus zijn van een broer met autisme en ADHD is helemaal niet eenvoudig. Zij ervaren alles van op de eerste rij: verdriet, onmacht, woede, ongemakken,… Zij voelen de explosies tot in het diepste van hun ziel.

Jan Vanthomme

Beste Lezer, Het oude jaar zit er (bijna) op! Een jaar waarin ADHD vaak op een negatieve wijze in de media belicht werd. We kregen de reacties van de psychoanalytici die zich luidop afvroegen of ADHD eigenlijk wel bestaat. ‘Het is een paraplubegrip en eigenlijk is de neurobiologische oorzaak niet bewezen’: beweren zij. We hadden de oude professor die plots tot het besef kwam dat hij eigenlijk heel zijn leven zich had bezig gehouden met iets (ADHD) dat niet bestond en daarover zoveel spijt had. De verontrustende berichten over de toename van het Rilatine-gebruik konden natuurlijk ook niet ontbreken. En tenslotte weerklonken opmerkingen dat men te snel en te vaak, teveel sticordi maatregelen treft (vooral bij lezen en spelling). Moet je daar nu van wakker liggen, beste ouder? Neen! Tenminste wanneer de diagnose op een deskundige wijze is gesteld. Met aandacht voor de sterke en zwakke punten van jullie kind. Ook niet als je een medicamenteuze behandeling volgt nadat alle andere inspanningen van psychologische aard werden uitgeprobeerd. Bovendien is het opvoeden van kinderen geen exacte wetenschap en zeker niet bij ADHD. We wensen jullie daarom het volgende jaar: • succes met jullie inspanningen • een begripsvolle omgeving • voldoende zelfzorg • en de ontplooiing van de talenten die je kind zeker en vast in zich draagt. Jan

Inhoud ☺ In deze nieuwsbrief vinden jullie na deze korte berichten alleen maar boekbesprekingen. We zijn bijzonder verheugd dat één van de ouders de tijd nam om een bespreking te schrijven over het boek van Marc Willems. ‘Als de wereld er anders uitziet’. Dit boek handelt over autisme maar we konden er niet omheen, niet alleen omdat de auteur zo’n warme persoonlijkheid is of omdat de recensente het hart op de juiste plaats draagt maar ook omdat autisme en ADHD zo’n vaak voorkomende combinatie is. ☺ In onze maatschappij komt vaker ‘opvoedingskramp’ voor. Over dit begrip -dat Micha de Winter ontwikkelde- lees je meer in de boekbespreking van Peter over het boek: ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding’. ☺ In de laatste bijdrage staan we stil bij ‘oplossingsgerichte therapie’ een onderwerp dat veeleer voor de professionele lezers onder ons is weggelegd maar waar we in onze bespreking zoveel mogelijk ons richten op de ouder. ‘De trein van Boos tot Middel’.

info aangedacht@gmail.com

1

1


aan(ge)dacht

Onze meiden hebben hun broer niet zien veranderen, wel ons als ouders, vooral mentaal dan. We dwingen hen als het ware om mee te gaan in die veranderingen. Meer structuur en regelmaat, meer… Voortdurend moeten ze zichzelf aanpassen aan hun broer, aan veranderingen in on gezin, aan hulpverleners die op hun territorium komen. Aan de aandacht die te vaak naar broerlief gaat. Ze moeten ook zomaar slikken dat er van broer vaak meer door de vingers wordt gezien. Lieve, sterke meiden van ons! Wij doen onze uiterste best voor jullie. We zijn en blijven ontzettend fier op jullie en zijn dankbaar dat jullie deel uitmaken van ons gezin. Cindy

Agenda Dinsdag 29 januari 2013 Leerproblemen bestaan echt! Je staat er niet alleen voor. Vormingplus, Sint-Pieterkerklaan 5, 8000 Brugge Leden Sprankel/Gezinsbond €3 niet –leden €6 vzw Sprankel 050/823354 Dinsdag 26 februari 2013 Leren leren met Reflecto Dienstencentrum Schiervelde Schierveldestraat 55, 8800 Roeselare Leden Sprankel/Gezinsbond €3 niet –leden €6 vzw Sprankel 050/823354 www.sprankel.be/agenda/westvlaanderen Donderdag 18 april 2013 Als ADHD plots je gezin /klas binnendartelt!? CC De Spil Roeselare om 20u Inschrijven vooraf verplicht! zie www.zorgzaamomgaan.be

Jan Vanthomme

nummer 38

december 2012

Enkele berichten: Bij ADHD ontwikkelt het brein zo'n twee jaar trager ADHD: zou eerder te verklaren zijn vanuit een vertraagde ontwikkeling dan vanuit een verstoorde werking van de hersenen. Dit is de conclusie uit een onderzoek waarvan verslag werd gedaan in het tijdschrift van 'Biological Psychiatry'. Uit vroeger onderzoek weet men dat de dikte van de hersenschors trager aangroeit bij kinderen met ADHD dan bij syndroomvrije kinderen. In deze studie ging men na of het oppervlak van bepaalde hersengebieden verschilt bij kinderen met of zonder ADHD. 234 kinderen met ADHD en 231 kinderen met een normale ontwikkeling namen deel aan het onderzoek. Ieder kind werd op verschillende tijdstippen gescand. Men startte aan de leeftijd van 10 jaar en de laatste scan vond plaats aan 17 jaar. Op die manier werden 80.000 punten in het brein in kaart gebracht. Dit onderzoek toonde aan dat de voorste regionen van het brein trager ontwikkelen bij kinderen met ADHD. Zo zijn 50% van de gelokaliseerde punten in de rechterprefrontale gebieden bij syndroomvrije kinderen aan 12.7 jaar ontwikkeld terwijl dit bij de groep met ADHD pas 2 jaar later het geval is(14.6 jaar). Het is aan de onderzoekers om verder na te gaan waarom die vertraging optreedt. Geef het geheugen rust! In de nieuwsbrief "aan(ge)dacht" nummer 37 blz. 9 schreven we al dat na een geheugenopdracht kinderen de tijd nodig hebben om de info te verwerken. In het tijdschrift 'Psychological Science' verscheen een artikel van Michaela Dewar waarbij blijkt dat ouderen beter presteren op het onthouden van een voorgelezen tekst wanneer zij na de opdracht 10 min rustig met de ogen dicht in een verduisterde kamer even nadenken over de tekst die ze te horen kregen. Dergelijk moment heeft het geheugen zowel op korte als lange termijn een 'boost'. De wijze waarop we reageren na het memoriseren of het leren van een nieuwe taak bepaalt hoe we de info opslaan en zorgt ervoor dat we de info later kunnen reproduceren. Strikter toezicht op terugbetaling Rilatine ®/ Rilatine MR ® Artsen wijzen ons er op dat de Medische Adviseurs van de ziekenfondsen strikter toezien op de voorwaarden voor terugbetaling (of de verlenging) van Rilatine® of Rilatine MR®. Vooral de verplichting om een niet-medicamenteuze aanpak te bewijzen stelt kinderen of (jong)volwassenen, die reeds geruime tijd behandeld worden, soms voor een probleem. Ook in het Federale Parlement werden hierover vragen gesteld. U kunt deze nalezen via www.zorgzaamomgaan.be. Gezinnen die in dit geval zijn geven wij de raad om dit alvast tijdig met hun arts te bespreken.

info aangedacht@gmail.com

2

2


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

Als De Wereld er Anders Uit Ziet Cindy

Als de wereld er anders uitziet is vooral geschreven om ervaringen van ouders en opvoeders van kinderen met autisme te delen. Uit contact met lotgenoten putten ouders kracht. Hun veerkracht wordt opgekrikt. Ondanks alle moeilijkheden waarmee ze al te kampen kregen, doet het hen goed om erkenning en herkenning te krijgen. In veel gevallen liggen gedragsproblemen aan de basis om de stap naar hulpverlening te zetten. In eerste instantie denken de meeste ouders dat het aan hen ligt. Heel vaak is de tweede gedachte: hij of zij kan wel, maar wil niet. Eenmaal je als ouders ervaart ernstig genomen te worden in de hulpverlening vallen veel puzzelstukjes op zijn plaats. Hoewel men na een diagnose een antwoord krijgt op de hoofdvraag: “wat is er aan de hand?”, schieten meteen nog 1001 andere vragen door het hoofd. De auteur reikt ouders van kinderen met autisme handvaten aan. Zo leert hij ouders, onder meer, dat het nuttig kan zijn om een analyse te maken van het probleemgedrag. Hoewel ook hier uitdrukkelijk benadrukt wordt dat er meer kan geleerd worden uit de positieve uitzonderingen. Als de wereld er plots anders uitziet, moeten ouders en opvoeders leren voor het kind met autisme een autisme vriendelijke omgeving te creëren. Dergelijke omgeving, kan je, aldus Marc Willems, proberen te bouwen door te visualiseren en vooral alert te zijn voor signalen van stress of spanning. De auteur pleit er niet voor en schuift neuroleptica niet op de voorgrond, maar het kan een onderdeel zijn van een multidisciplinaire aanpak. Alle uitbarstingen en gedragsproblemen helemaal wegkrijgen is quasi een onmogelijke opgave. Het is vooral belangrijk het aantal explosies en de impact ervan onder controle te houden. Verder vindt de auteur het heel belangrijk dat ouders voldoende en op een goede manier begeleid worden. Het is geenszins de bedoeling de ouders te overvragen en te overladen met tips en adviezen, waardoor mensen nog meer het gevoel krijgen dat ze echt wel ‘super ouders’ moeten worden. Marc Willems duidt er ook op dat ouders niet mogen vergeten hun engagement van partners tegenover mekaar waar te maken. Het is zeker zinvol om “als de wereld er anders uitziet” in huis te halen. Het is een verrijking voor ons leven, om kinderen met autisme met een andere bril op te bekijken. Marc Willems heeft ruim ervaring in de problematiek van autisme, hij werkt als orthopedagoog op de dienst kinder- en jeugdpsychiatrie van A.Z. Sint-Lucas te Brugge. Hij biedt er o.m. oudertrainingen en ouderleergroepen aan. ‘Als de wereld er anders uitziet’ auteur Marc Willems, is uitgegeven bij Acco bevat 152 blz.

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

3

3


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding. Peter Glorieux

Er is niets dat mensen meer beroert dan het opvoeden van kinderen. Ouders, leerkrachten… opvoeders allerhande houden hierbij vooral de ontwikkeling van een specifiek kind in het vizier. Maar, opvoeden die je ook vanuit een bepaalde collectiviteit en in die zin bouwt opvoeden ook mee aan de samenleving van morgen. Opvoeden is een issue geworden. Ouders worden reeds van vóór de geboorte overstelpt met regelgeving, tips en trucs (waarvan er weinig een evidence based basis hebben). In kranten, tijdschriften, televisie houdt men constant voor hoe het niet moet. De supernanny ‘s wijzen met het vingertje… foei, foei… en het is dan ook niet onlogisch dat vele ouders vervallen in datgene wat prof. de Winter een ‘opvoedingskramp’ noemt. De onzekerheid slaat toe. Elk probleem wordt geïndividualiseerd en gemedicaliseerd. De individuele ontwikkelingskansen van het kind staan voorop. Enzovoorts. Nochtans stelt de auteur is er een duidelijk verband tussen opvoeden en de wijze waarop een samenleving functioneert. De waarden en normen die kinderen meekrijgen uiten zich in een collectief gedrag, hetzij van geweld en chaos, hetzij van een democratisch model waaraan elkeen zich aan groepsregels houdt. Hij citeert Blockland die democratie definieert als “de mogelijkheid voor individuen om samen met degenen waarmee ze gemeenschap vormen, richting te geven aan hun samenleving” 1 Micha de Winter deelt de visie van Isaiah Berlin2 die twee soorten vrijheid voorhoudt: een ‘individuele vrijheid’, die leidt tot maatschappelijke ongelijkheid omdat iedereen onbelemmerd door de andere zijn zin kan doen. Of, anders gesteld het individu kan zelf doen wat het hij wil en wanneer hij dat wil. Een positieve vrijheid daarentegen die gaat over de mate waarin iemand meester is over zijn eigen bestaan. De laatste vorm heeft betrekking op de waarde van gemeenschap, culturele identiteit en culturele zelfbeschikking. Toegepast op het jeugd en opvoedingsbeleid stelt de auteur dat de laatste decennia de nadruk te veel op de negatieve vrijheid is gericht: regelgeving, bestraffing, individualistisch. Het is een beleid dat te weinig aandacht heeft voor de idealen van de jeugd die per definitie anders zijn dan die van volwassenen. Het pleidooi van de Winter3 is duidelijk! ‘Kinderen en jongeren moeten meer aangesproken worden over hun idealen, hun identiteit, over de

1

Micha de Winter, Verbeter de Wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verandering, Amsterdam: SWP, 2011 p. 24.

2

Isaiah Berlin, Twee opvattingen over vrijheid, Amsterdam: Boom, 1996. Vertaling van: Two Concepts of Liberty, (1958. ) in Isaiah Berlin, Four Essays on Liberty, Oxford: Oxford University Press, 1969 3

Micha de Winter, Verbeter de Wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verandering, Amsterdam: SWP, 2011, p. 27.

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

4

4


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

manier waarop ze de samenleving ervaren en haar zouden willen veranderen. Kortom, over positieve vrijheid… “Opvoeden tot positieve vrijheid is dus van groot belang omdat dit de positie bepaalt van elk individu binnen de democratische rechtstaat!’ Het boek behandelt ook de gezamenlijke opvoedingskramp waarin niet alleen ouders, leerkrachten en alle andere opvoeders in verzeilt zijn geraakt, maar ook de media en de politiek. Opvoeden is geen natuurlijk proces meer, maar een voortdurend afwegen wat mag en niet mag, wat je maakt tot een goede ouder over niet, in welke mate je schuld hebt aan ontstane problemen… Opvoedingskramp is een sociaal fenomeen, dat ontstaat uit opvoedingsonzekerheid. Allerhande opvoedingsexperts leggen de lat zeer hoog waardoor ouders opvoedingsfaalangst ontwikkelen. Daaruit ontstaat bv. een reflex om zeer vlug professionele hulp te zoeken. De opvoeding wordt gepsycholiseerd. Enzovoorts. Ouders worden individueel verantwoordelijk gesteld als kinderen teveel lawaai maken in een speeltuin, in een publieke ruimte… Op den duur denken ouders dat opvoeden de plicht is om het perfecte kind te construeren.! Op den duur leven wij in een angstcultuur: angst voor atoombommen, voor inslaande astroïden… maar ook voor ongevallen, ontvoering en verkrachting… sterven door de vogelgriep of de vleesetende bacterie… En ook: kan één glaasje wijn kwaad tijdens de zwangerschap? Mag je dan een hond aaien? Dit leidt zelfs tot kramachtige preventie, stelt de auteur. Is het nodig om alle kinderen te screenen op hyperactiviteit, gedragsproblemen, leerproblemen, emotionele problemen, autismevermoeden…? Op den duur is elke leerling een zorgleerling en zo’n programma’s kosten bovendien handenvol geld die allicht beter kan besteed worden. Die preventieaanpak is misschien wel oorzaak van de epidemie van ADHD–achtige stoornissen en de overdiagnostisering van dergelijke ontwikkelingsstoornissen.  Uiteindelijk worden in het boek remedies voor de opvoedingskramp aanboden: o Opvoeden als collectieve zorg en betrokkenheid, bv. door overlegmomenten voor ouders in plaats van individuele opvoedingsondersteuning (parent-responsegroepen) zodat het ouderschap zich ontspant… o Betere samenwerking tussen ouders onderling en tussen ouders en scholen, een bedenking die bv. ook reeds in ‘het boek Gevraagd: ‘superouders’ is4 opgenomen… o Verstevigen van de netwerken, zowel van gelijkgestemden (bonding) als ver buiten de eigen cirkel (bridging). o …

4

Peter Glorieux, Gevraagd: ‘superouders’. Als opvoeden net niet loopt zoals je wenst, Tielt: Lannoo, 1998 e.v.

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

5

5


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

In een vijfde hoofdstuk wordt stilgestaan bij het algemeen belang als opvoedingsdoel. Via vroegtijdige voorlichting, ouderschapseducatie, media-aandacht… kan bijvoorbeeld de relatie tussen ouderschap en democratie in het daglicht gebracht worden. Mensen kunnen elkaar de meest verschrikkelijke dingen aandoen. Dit kwaad bestrijden behoort ook tot de pedagogische problemen! Tot besluit: Initieel ben ik het in grote mate eens met de stellingen van prof. de Winter. Zo wisten en weten dictators maar al te goed hoe belangrijk ‘opvoeden’ en ‘onderwijs’ is voor de vorming van een samenleving! Het is immers een domein waarop ze zeer vlug vat willen krijgen! Ook het actuele onderwijsdebat in Vlaanderen over Onderwijs hitst de gemoederen op. Het beste systeem uitdokteren is immers geen sinecure. Toch wens ik een aantal kanttekeningen te maken. Bijvoorbeeld:  Een ouder heeft niet te kiezen in welke samenleving het kind op de wereld wordt gezet. Het is een open deur intrappen om te beweren dat geboren worden in een koninklijke wieg andere perspectieven opent dan voor een kind dat geboren wordt op een gevlochten bakermat ergens diep verscholen in het regenwoud.  Maar ook op de vele waarden en normen heb je als individuele ouder geen impact. Mama en papa kiezen er niet steeds voor om studiedruk op te leggen! De huidige samenleving houdt ons voor dat het behalen van een diploma zeer belangrijk is. Zo’n 50 jaar geleden was een Secundair Diploma nog ruim voldoende. Nu is een bachelor toch een minimum geworden.  Ook op andere domeinen moet je als ouder vaak de gemeenschap waarin je leeft ondergaan. Buren dienen klacht in als kinderen op een speelpleintje teveel lawaai maken. Jongeren worden op jonge leeftijd met illegale genotsmiddelen geconfronteerd. Als de meeste kinderen in de klas over een GSM beschikken dan is het moeilijk om aan die druk te weerstaan. Enzovoorts.  Als kinderen in het watervalsysteem terechtkomen in school, is het vreselijk om vast te stellen dat het daar niet op zijn plaats zit en meer zelfs dat zijn of haar leerproblemen gewoon mee naar beneden zijn getuimeld. Al wie in een Technische School rondwandelt in de werkplaats hout- of metaalbewerking houdt zijn hart vast als hij een kind met ernstige aandachtstoornissen voor ogen neemt. Anderzijds is een goede studieoriëntering van primordiaal belang. Kinderen hoeven niet per sé naar het Algemeen Vormend Onderwijs (ASO) als blijkt dat hun vaardigheden op een ander vlak liggen. Ten onrecht denken ouders dat het Technisch Secundair Onderwijs (TSO) gemakkelijker zou zijn dan ASO. De waarheid is net andersom: sommige TSOrichtingen zijn gelijkwaardig qua moeilijkheidsgraad of zelfs moeilijker! Richtingen als industriële wetenschappen, elektriciteit A2 en vele andere bewijzen dit. Zelf ben ik grote voorstander om jongeren op hun later ouderschap voor te bereiden zodat ze leren keuzes maken, hun eigen opvoedingshouding leren onderkennen, leren wat wel en niet mag. Zo’n aanpak mag niet leiden tot indoctrinatie! Maar, ik heb voldoende vertrouwen in de Vlaamse leerkracht om zo’n lessen met vertrouwen tegemoet te zien. Tenslotte ik in dit verband toch waarschuwen voor 2 zaken: 1. We moeten men zijn allen oppassen voor een overdreven etikettering en medicalisering van het opvoedingsproblemen. Afzonderlijke symptomen staan los

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

6

6


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

van syndromen. Vooraleer alle registers open te trekken is het goed om eerst de impact van ‘een probleem’ in kaart te brengen. Vaak kan vanuit een ondersteunde en aangepaste opvoedingshouding de opvoeding thuis en op school bijgestuurd worden. Niet omdat ouders en leerkrachten het slecht zouden doen! Maar, bijzondere kinderen vergen een bijzondere aanpak. Daarenboven is het belangrijk dat de wachtlijsten voor therapie worden weggewerkt. Het is ongehoord dat ouders en leerkrachten maandenlang moeten wachten op een grondig onderzoek en een aangepast behandelingsplan! Uiteraard moet er gewaarschuwd worden voor de maatschappelijke slingerbewegingen. Het is niet omdat wij het gevoel hebben dat er een overconsumptie is aan medicijnen dat ze in vele gevallen niet meer dan ondersteunend kunnen zijn in een totale aanpak van opvoeden, therapie en medische begeleiding. 2. Ouders zijn gevoelig aan een vorm van opvoedingsburn-out. Als ouders langdurig problemen ondervinden tijdens het opvoeden van één of meerdere kinderen ontstaat er een gevaar op een ‘foertgevoel’: “wij trekken het ons niet meer aan; dat hij of zijn plan trekt’. Dit effect ontstaan: na een jarenlange isolatie, het niet (meer) weten waar hulp te zoeken. Door steeds opnieuw met de neus tegen de muur te lopen. Door opeenstapeling van problemen. Door… Door… Hulpverleners moeten hier gevoelig voor zijn, zowel in hun relatie met ouders als in hun contacten met school en bijvoorbeeld streven naar succeservaringen op korte termijn5 . In ons eigen boek ‘Omgaan met ADHD’ 6onderschrijven ikzelf en Jan Vanthomme eveneens de idee van een opvoedingskramp. Maar wij pleiten voor een adequaat opvoedingsmodel waarin wij waarschuwen voor etiketjes. Toch, als ze nodig zijn, moeten ze kunnen gegeven worden en dit geldt ook voor medicijnen voor ADHD. Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding; vanachter de voordeur naar democratie en verbinding van Micha de Winter is geen boek waar de modale ouder veel zal aan hebben. Ik hoop wel dat beleidsdragers, directies en professionelen van Centra voor Leerlingenbegeleiding, Diensten Geestelijke Gezondheidszorg, centra voor Leermoeilijkheden, artsen… dit boek te hand nemen… al was het maar om bij zichzelf een filosofisch denkproces over opvoeden op gang te zetten.

Titel: Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. • Ondertitel: Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding. • Auteur: Micha de Winter, prof. • Uitgever: SWP –uitgeverij, Amsterdam. • Uitgiftedatum: 2011. • Isbnr.: 978 90 8850 187 6. • Nur: 840. • Digitale uitbreiding? Neen. • Aantal blz.: 158. • Richtprijs (raming): € 20,00.

5 6

Myriam Lefevere de Ten Hove, e.a., Survivalkit voor leerkrachten (2008). Peter Glorieux en Jan Vanthomme, Omgaan met ADHD; een positieve kijk op opvoeden, (2011), P.21

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

7

7


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

Bibliografie: • Isaiah Berlin, Twee opvattingen over vrijheid, Amsterdam: Boom, 1996. Vertaling van: Two Concepts of Liberty, (1958. ) in Isaiah Berlin, Four Essays on Liberty, Oxford: Oxford University Press (1969). • Micha de Winter, Verbeter de Wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verandering, Amsterdam: SWP, (2011), p. 27. • Myriam Le Fevere de Ten Hove, e.a., Survivalkit voor Leerkrachten. Oplossing op school, Garant (2008) • Peter Glorieux, Gevraagd: ‘superouders’. Als opvoeden net niet loopt zoals je wenst, Tielt: Lannoo, (1998), e.v. • Peter Glorieux en Jan Vanthomme, Omgaan met ADHD; een positieve kijk op opvoeden, Roeselare: Roularta Books (2011).

De trein van Boos naar Middel Een nieuw transportmiddel in oplossingsgerichte gesprekken. Jan Vanthomme Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor mensen die beroepshalve in gesprek gaan met mensen die problemen ervaren. Bij het lezen van dit boek hield ik vooral de opvoedingsvragen voor ogen waarvoor ouders vaak hulp zoeken. Wel dit boek is verhelderend! Het is zeer leesbaar en de voorbeelden zijn duidelijk. Bovendien spreekt uit de taal een grote gedrevenheid van de auteurs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit een verslag is vanuit jarenlange ervaring. Over wat gaat het? Het boek biedt een metafoor aan, een beeld, om personen in gesprekken te leiden naar het zelf oplossen van hun problemen. Het gaat dus om ‘oplossingsgericht werken’. Het uitgangspunt is zoeken naar oplossingen vanuit het kijken naar wat wel al lukt. Eigenlijk, stellen de auteurs, is het zoeken naar oplossingen een treinreis die mensen maken samen met een aantal helpers, inclusief de therapeut. En hier maak ik een ommetje vanuit de praktijk van het kind met een ontwikkelingsongelijkheid en zijn ouders. In de trein van Boos naar Middel worden verschillende stations aangedaan. En meermaals wordt er zelfs eens teruggereden. Bovendien is het geen sneltrein maar een boemeltrein die langzaam maar zeker vooruit stoomt. Indien ouders merken dat hun opvoedingsstijl, hun aanpak niet rendeert en het kind blijvend een moeilijk gedrag vertoont, ontstaat er vaak Boosheid. Kinderen die aan de (intellectuele) verwachtingen van hun ouders niet voldoen roepen soms vanuit de ontgoocheling eveneens boosheid op bij de ouders. Ouders willen dat hun kind de kansen krijgt die men zelf in de eigen jeugd ontbeerde. Het is vanuit die boosheid dat de trein vertrekt. Boosheid bevat energie die we omzetten naar positieve kracht om toekomst gericht te kijken. Boosheid ligt in de ene schaal en in de andere ligt het probleem. Soms lijkt het wel of de Boosheid helemaal

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

8

8


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

doorslaat omdat ze niet in dezelfde proportie is als het probleem. Bovendien is Boosheid een kracht die de botsing opzoekt. Het is aan de ouders om hun Boosheid te kaderen en te leren temperen. Mensen zijn boos omdat hun zoon niet genoeg gestudeerd heeft en daardoor niet aan de verwachtingen voldoet. Ouders zijn boos op hun partner omdat hij/zij er soms een andere mening op nahoudt. Ouders zijn boos omdat ze hun eigen leven moeten aanpassen bij de moeilijke opvoedingsvraag. Ze moeten therapieën volgen, medicatie kopen, slaap laten … Ouders zijn boos op de leerkracht, de logopedist, het CLB … omdat de achterstand niet weggewerkt wordt … Steeds opnieuw heeft de boosheid te maken met ontgoocheling. Heel vaak ook vanuit de eigen voorgeschiedenis of door de zaak enkel vanuit een egocentrisch standpunt te bekijken. In gesprekken komen die eigen frustraties voor het eerst naar voor en dit deblokkeert de sporen zodat de trein kan vertrekken. Maar zolang de Boosheid blijft kan de trein zich niet in beweging brengen. Achter de Boosheid schuilt bezorgdheid. En het is goed daar over na te denken. Bezorgdheid brengt het element tijd in het omgaan met het probleem. Wie zich zorgen maakt om de ander kijkt vooruit! ‘Wat als hij het niet meer ziet zitten? Nu gaat hij nog graag naar school maar hoe lang zal dit blijven duren?’ Of ‘Die medicatie is de eerste stap naar druggebruik en dan zitten we helemaal in de problemen!’ Maar zorgen bevat tevens het element eigen zorg. ‘Zal ik dit nog wel allemaal blijven volhouden?’ Mensen begeleiden betekent: inzicht verschaffen in die zorgen om van daaruit perspectief, hoop te kunnen bieden. Het station Zorgen is de eerste stopplaats die leidt naar oplossing; maar de weg is nog lang. Niet alleen Zorgen zet negatieve energie om in een positieve reactie ook het derde station ‘Wensen’ doet dit. Ik citeer de auteurs op blz. 71 ‘Op station Zorgen putten we energie uit het rampscenario: als we nu niets doen, dan loopt het fout. Dit is de kracht van de lijdensdruk’ ...Wensen wijzen naar een betere toekomst. Ze hebben de kracht van de hoop, de droom, de glimlach.” De Wensen die op deze stopplaats besproken worden staan soms mijlenver af van de realiteit maar dit geeft niet. Ouders wensen dat hun hyperactieve zoon een rustige jongen wordt die samen met zijn broer uren lang kan spelen. Een zoon die geliefd wordt en op school geen problemen ervaart! Alleen moeten we daar niet op gefixeerd geraken. Vanuit die Wensen wordt de weg voorbereid naar het station Doelen. In de hulpverlening moeten we vermijden dat hier een irritante medereiziger de trein opstapt. Namelijk ‘de oplosser’. De therapeut denkt dat hij het probleem kan oplossen in plaats van de persoon met het probleem. Ouders wensen dat ook. ‘Kan je mij helpen?’ ‘Vertel mij hoe ik dit moet oplossen?’ Dit is een valstrik waar men niet mag intrappen. Het is aan de ouders zelf om het probleem op te lossen. Bij ouders met een druk kind krijg je soms de boodschap van: ’Hoe kunnen wij hem veranderen? ‘ Of bij de relatietherapeut wordt er gevraagd om de partner te veranderen. Stel je voor (wensen) dat na een nachtje slapen alle problemen zouden opgelost zijn. Wat zou je dan ervaren. Bijvoorbeeld: jouw zoontje komt thuis van school en maakt spontaan zijn huiswerk of Piet gehoorzaamt wanneer je hem verbiedt van een snoep uit de kast te halen. Vanuit deze gedachten kunnen we ons eigen gedrag bevragen en stellen we misschien vast dat wij zelf ook veranderd zijn. Werken vanuit Wensen kan dus perspectief bieden. Aan het begin van hoofdstuk 8 op blz. 83 schrijven de auteurs: ’Wensen zijn gemaakt van sterrenstof, doelen van klei... Sterrenstof gloeit, glittert en wolkt. Je bouwt er luchtkastelen van, prachtig om naar te kijken... Klei is grauw en klef, plakt aan je handen en het doet net

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

9

9


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

niet wat jij wilt dat het doet. Maar als het je gelukt is om er iets van te maken, kun je dat bakken en wordt het hard en degelijk. Op de stations Doelen en Middel werken we met klei.’ Het is belangrijk van eerste kleine stapjes te zetten op weg naar verandering. Probeer niet alles in eens te veranderen. Zoek naar haalbare doelen die een hoge garantie op succes hebben. Soms stellen we graag de dingen uit. Dus naast het voorop stellen van doelen plaatsen we ook een tijdstip. Ofwel wanneer we willen starten of wanneer we het doel willen bereikt zien. Maar soms zijn de problemen zo complex, loopt er zoveel verkeerd dat het werken aan doelen nog niet mogelijk is. In dit boek spreekt men over de wissel ‘doelrijpheid’ Is er nog te weinig doelrijpheid dan rijden we terug naar de Wensen. Samen met de hulpverlener staat men stil bij de cliënt en zijn omgeving. Wat zijn de persoonlijke kwaliteiten en beperkingen? Wat biedt de omgeving van mogelijkheden? Waar wil men eigenlijk naar toe, probeer het beeld scherper te stellen? En terwijl met rondsnuffelt doemt er vanuit de mist een doel op! En natuurlijk zal je bij de keuze van een eerste doel al direct in gedachten een middel verzinnen. Alhoewel Middel het volgende station is wordt er bij Doelen al voortdurend vooruit gekeken. Belangrijk is succes want dit leidt tot motivatie om door te gaan! Problemen die niet opgelost geraken en dag in dag uit de ouders voor nieuwe uitdagingen plaatsen kan hen wanhopig maken. Nieuwe doelen, al zijn het kleine stapjes, boezemen onzekerheid in. Dan is het goed om even terug te kijken. Even stil te staan bij die situaties waarmee goed werd omgegaan. Of zich gewoon af te vragen hoe het komt dat men er nog altijd is! Dergelijke reflexie leidt soms naar wat hoop. Doelen stellen zijn stapstenen om onze wensen te vervullen. Maar hoe we die stapstenen nemen bepaalt het Middel. Middelen zijn acties die we ondernemen om het doel te bereiken. Onze trein brengt ons zomaar niet van doel naar middel. Meestal wordt er heen en weer gereisd tussen wensen doelen en middel. Bovendien lopen de dingen niet altijd zoals we ze vooraf bedenken. Er kondigen zich nieuwe doelen aan die we met andere middelen moeten vervullen. De auteurs illustreren dit met wat Christoffel Colombus overkwam. Hij vertrok op ontdekkingsreis om een korte weg te vinden richting India en hij ontdekte uiteindelijk Amerika. Zijn doel heeft hij niet bereikt maar zijn droom kwam in vervulling. Station Middel is het laatste station dat in het boek beschreven wordt. Het is geen eindstation. Heel dikwijls wordt er vanuit station Middel teruggereden. Misschien vertrokken we uit het verkeerde station Boosheid en was die boosheid niet waaruit we wilden vertrekken. Soms zien we de kleine vooruitgang die we boeken niet. Het zijn kleine lichtpuntjes die erop wijzen dat onze middel wel werkt, maar we zien het niet. Ouders hebben de indruk dat zij samen met hun zoon of dochter niet goed bezig zijn terwijl ze al een hele weg te samen hebben afgelegd... alleen vergeten ze van waar ze komen! ‘Het zoeken naar wat er goed gaat is een middel om middelen te vinden die naar het doel gaan.’ schrijven de auteurs. Het is belangrijk na te gaan waarom iets werkt. Er zijn twee middelen. De dingen die je nodig hebt om iets te doen en het doen zelf. Zo is een heen- en weerschriftje een middel om met de leerkracht te communiceren maar het gebruik ervan zelf is het tweede middel!

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

10

10


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

Brainstormen over welke middelen zouden kunnen werken is een eerste stap. Het experimenteren zelf is de noodzakelijke tweede stap. Beiden maken het middel uit. Iedere brainstorm bestaat uit twee fasen: in een eerste fase worden ideeën rondgestrooid dit is de zogenaamde zaaifase. Alles is hier toegestaan! Daarna wordt er gewikt en gewogen, denkt men na over de uitvoerbaarheid en gaat men ideeën combineren of deelaspecten samenbrengen. Deze fase heet de oogstfase. Brainstormen vraagt een stuk vertrouwen. Je moet, wat vroeger plaatsvond, kunnen loslaten om de ideeën een kans te geven. Criticasters zullen onmiddellijk ingrijpen. Maar in de eerste fase is dit niet toegelaten. Daarom is brainstormen interessant wanneer verschillende mensen samen werken. Het is hier ook een uitgelezen kans om helpers (vrienden, kennissen, familie...) in te schakelen. Op pagina 103 geven de auteurs twee suggesties om de ‘geest te laten waaien’ Als je met zijn twee bent, neem je elk een blad papier en noteer je twee ideeën en daarna wissel je de bladen. Of je start een ‘oplossingsgenerator’ op. Je schrijft bovenaan de hulpvraag daarmee ga je mensen af die je mogen adviseren en je vraagt hen om hun ideeën te noteren. Dit blad wordt doorgegeven en aan het eind maakt de persoon waarom het draait de eindrekening. Eens een middel gekozen en het experiment gestart is willen we wel eens weten of het effect geeft. ‘Wat gaat er beter? ‘ Is er de afgelopen week iets gebeurd dat op verandering wijst?’ ‘Stel dat het wat beter zou gaan. Wat is dan het eerste waaraan je het zou merken?’ ‘En waaraan zou je moeder het zien?’....Iedere kleine verandering in de goede richting is een lichtpuntje dat wat klaarheid brengt. Koppelen van de treinen Twee mensen die in conflict leven zijn elk afzonderlijk op reis met een trein. Het is nu zaak om beide treinen te koppelen. Op elk station kan dit! Voorwaarde is dat mensen naar elkaar kunnen luisteren. Dit is soms heel moeilijk op het station Boos. Want dergelijke gesprekken beperken zich tot verwijten naar elkaar slingeren. Het koppelen op station Boosheid is moeilijk. Soms slagen mensen erin om hun verwijten aan de kant te schuiven wanneer ze merken dat ze een gemeenschappelijke zorg hebben. Mensen die op station Boosheid blijven elkaar naar het leven staan geraken soms uit de impasse door het AABB gesprek. Deze regel stelt dat men elkaar niet in de rede valt maar eerst samenvat wat de ander precies vertelde vooraleer men zijn eigen boosheid uit! Koppelen van treinen op station Zorgen is geen garantie. Wanneer iemand een andere wissel neemt richting Wensen of Doelen kan de koppeling niet plaatsvinden. Dit is het geval bij ‘Bemoeizorg’. Bijvoorbeeld: een leerkracht maakt zich zorgen om een leerling en contacteert het CLB die onderzoek plannen. Indien de ouders niet op de hoogte zijn, zullen ze dit niet positief ervaren ook al zijn de zorgen gemeenschappelijk! Het koppelen van treinen kan een tijdelijk gegeven zijn. De auteurs spreken van een ‘gelegenheidscoalitie’. Zelfs al hebben bijvoorbeeld ouders of school andere doelen dan kan een koppeling van hun treinen op het station Middel toch plaatsvinden. Denk maar de testing op het CLB. Voor de ouder kan dit een voorwaarde zijn om bijv. logopedie verstrekkingen te kunnen krijgen. En voor de leerkracht kan dit een bevestiging inhouden dat de leerbaarheid van de leerling

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

11

11


aan(ge)dacht

nummer 38

december 2012

beperkt is. Bij dergelijke onderzoeken schuilt het gevaar dat men het probleem in de hoek van de psychologie steekt en het probleem bij het kind legt!!!! Dit vormt dan een excuus om zijn eigen handelen niet meer af te stemmen op het gedrag van de ander want de schuld ligt bij het kind. Middelen die niet gedragen worden door gemeenschappelijke doelen leveren vaak problemen en geen oplossingen! In het laatste hoofdstuk van het boek bespreken van den Berg en Bouweriks stremmingen. Veel mensen komen met een hulpvraag en hebben al een idee over de oplossing gevormd aangezien zij de oorzaak van hun probleem bij een ander leggen. Het is vaak moeilijk om hier een draaipunt te vinden. Geduldig en langzaam opbouwen met respect en hoop zijn de kernpunten in de begeleiding. Stremmingen zijn afhankelijk van de aard van de doorverwijzing en de reden. Men stelt dan niet de cliënt maar de relatie met de cliënt centraal. De Jong en Berg (2004) stellen drie relatietypen voor: • Klanttypische relatie: cliënt en hulpverlener hebben een gemeenschappelijk probleem en de cliënt geeft aan; zichzelf als een onderdeel van het probleem te zien en toont bovendien dat hij/zij bereid is om er iets aan te doen. • Klaagtypische relatie: de cliënt ziet hier wel het probleem maar ziet hier nog niet dat hij/zij een onderdeel van de oplossing is. • Bezoekerstypische relatie: de cliënt ziet geen probleem en is dan ook niet bereid om constructief mee te werken. Het boek ‘De Trein van Boos naar Middel’ is een duidelijk geschreven stuk met sprekende voorbeelden. Het wordt gedragen door de ervaring die beide auteurs hebben in het oplossingsgericht werken. Het is een aanrader voor elke hulpverlener die psychologische (gedrags) problemen wenst aan te pakken. Titel: De Trein van Boos nar Middel. • Ondertitel: Een nieuw transportmiddel in oplossingsgerichte gesprekken. • Auteurs: Frank van den Berg en Ernst Bouweriks. • Uitgever: SWP –uitgeverij, Amsterdam. • Uitgiftedatum: 2012. • Isbnr.: 978 90 8850 260 6. • Nur: 770. • Digitale uitbreiding? Neen. • Aantal blz.: 143. • Richtprijs (raming): € 18,50.

Jan Vanthomme

info aangedacht@gmail.com

12

12

nieuwsbrief aan(ge)dacht 38  
nieuwsbrief aan(ge)dacht 38  
Advertisement