Page 1

aan

ge

dacht Nieuwsbrief 12  december 2005

Beste lezer, GELUKKIG 2006 

Opmerkingen, suggesties  kritieken of vragen …kan je  kwijt op  aangedacht@skynet.be  Op dit adres kan je in – of  uitschrijven 

Erratum

Wij wensen jullie het allerbeste in het Nieuwe Jaar. Hopelijk blijven jullie en al wie je dierbaar is gespaard van tegenslagen. Hou moed en vind alle creativiteit om hindernissen te nemen, mochten die zich voordoen. Verder wens ik allen die met een kind met ADHD leven een groot inlevingsvermogen, respect en een grote dosis zelfcontrole zodat ook zij eerst… STOPPEN dan DENKEN en dan pas DOEN !!!! Ten slotte wens ik alle beleidsmensen, directies, diensthoofden, therapeuten voldoende bescheidenheid in hun eigen goed bedoelde oplossingen. Alle personen die de gezondheidszorg of het onderwijs gebruiken om hun eigen status te verhogen zonder respect voor de patiënt en zijn omgeving wens ik heel veel ongelijk en tegenwind! Jan

I nhoud ¬

In nieuwsbrief 11 stond  www.add­adhd­plus.com is  verkeerd: de website is nu:  www.adhdplus.be 

Agenda * donderdag 19 januari2006  Een ogenblik! Ik denk na.  Leren volgens Prof.Feuerstein  spreker: Jannes Baert  Org. Sprankel  Hogeschool W­VL Oostende  Om 20 u  Inl. www.sprankel.be 

¬

¬

¬

* maandag 31 januari 2006  Alsof ADHD op zich niet  lastig genoeg is …  Dr. Emmanuel Nelis 

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Dat het niet altijd kommer en kwel is in het onderwijs blijkt uit een brief die ik kreeg van een mama die de school bedankt voor de inspanningen en het begrip dat zij mocht ontvangen in haar zoektocht om een aangepaste leef­ en leeromgeving te vinden voor haar “gevoelige” jongen. Na ons artikel over kwantitatieve EEG kregen we een opmerking van Dr. Werner Van Den Bergh die we graag publiceren. We geven toe dat wij weinig enthousiast waren maar tijd brengt wellicht raad. Als we de lezeres mogen geloven ( en dat doen wij) dan is er wel iets te zeggen over neurofeedback!!!! Hoofdmoot van deze brief is de bijdrage over “slapen”. Hier hadden we graag dat jullie, lezers, reageerden. Heeft jullie zoon/dochter ook last met inslapen? Zijn er therapieën die hun nut toonden? Laat maar horen. Wie wat meer wenst te weten willen we de teleac cursus aanraden die je kan terug zien door op onderstaande link te klikken.

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


org. ZitStil  CC De Valkaart  A.Rodenbachstr. Oostkamp  Om 20u  €7/€5 abonnees 

http://www.teleac.nl/beterslapen/index.jsp?nr=574751

* zaterdag 4 februari 2006  “ Kinderen opvoeden een  uitdaging!”   Vier thema’s: 

Woensdag 26 oktober 2005 Een school is een grote complexe gemeenschap en men moet geen speciale gaven hebben om in te zien dat het niet evident is om dat Grenzen stellen aan kleuters.  allemaal in goede banen te leiden, het is een hele opgave voor iedereen. Heeft mijn kind ADHD?  Veel te weinig wordt opgemerkt dat veel mensen van goede wil daar aan Omgaan met moeilijke  het werk zijn. kinderen  Ondersteunen van zelfbeeld bij  Voor “gevoelige” kinderen is het echter vaak met de beste wil van de wereld niet mogelijk om hen voldoende positieve aandacht te geven om kinderen.  te gedijden in het onvermijdelijk drukke systeem van een school. Ze van 9u30 tot 16 u maar men  raken ontredderd, worden nerveus, druk, gestresseerd en zelfs vaak kan apart inschrijven .€12/€6  org. SIG en vormingplus W­VL  depressief. in Licht &Ruimte Roeselare inl.  Ze sturen onmiddellijke signalen uit, worden lastig en volgens het www.sig­net.be  systeem onhandelbaar; noodkreten: "Ik kan die omstandigheden niet aan".Ze lokken pesterijen uit wat het nog eens moeilijker maakt, en als * maandag 13 februari 2006  het gezonde pubers zijn gaan ze ook daartegen nog eens een stoere Workshop ADHD:  houding aannemen om achteraf te huilen in stilte. “Van Snoepje tot Porsche  Hoe ga je daar als moeder mee om? Tien of twaalf jaar lang hetzelfde …over belonen”   probleem want een aangepaste school voor gevoelige kinderen bestaat org. ZitStil om 20 u  nu eenmaal niet. CC De Valkaart  Je zachtmoedige kind groeit op met de reputatie van een lastpak, een A.Rodenbachstr. Oostkamp  buitenbeentje, een kind waar zogezegd "iets mis" mee is. €5 / gratis voor abonnees  inl. en inschrijven :  Er is natuurlijk het befaamde (beruchte) pilletje waarmee de lastige www.zitstil.be  kinderen wel gedijen in het systeem en ik ben al heel dankbaar dat ik daar het laatste jaar niet meer heb moeten tegen vechten. * woensdag 8 maart 2006  Mijn zoon is nu op leercontract bij een goede patroon denk ik. Behandeling van ADHD  Hij wordt zo niet meer geconfronteerd met de grote massa mensen Dr. Jo Wieme  elke dag,Hij heeft nu een vaste begeleider samen met een medeleerling. Ipsoc Doorniksestnwg Kortrijk  Deze brief schrijf ik om iedereen te bedanken in school want ik ben om 20 u €7/€5 abonnees  niet ontgoocheld in mijn zoon, ik weet dat hij bepaalde kwaliteiten org. ZitStil  heeft en het is een werkertje. Hij komt er wel. In deze school is echt veel goede wil! *dinsdag  28 maart 2006  De leerlingenbegeleiding probeert echt de leerlingen zo goed mogelijk Workshop ADHD:  “Van Snoepje tot Porsche  te begeleiden, de leerkrachten proberen zo goed mogelijk te …over belonen”   onderwijzen en de directeur probeert zo goed mogelijk alles te leiden, org. ZitStil om 20 u  hij heeft volgens mij een ideaalbeeld voor ogen zoals het meisje met de CC Het Spoor Eilandstr 6  zwavelstokjes een ideaalbeeld heeft over kerstavond vieren met het Harelbeke  hele gezin in een warme woonkamer. €5 / gratis voor abonnees  Dat is schitterend, alles is haalbaar, hoe utopisch het soms ook inl. en inschrijven :  lijkt.Het enige wat we als mens nog moeten leren is beter communiceren www.zitstil.be  zodat de goede wil van de ene verwerkelijkt wordt door de goede wil van de andere en vice-versa. *woensdag 29 maart 2006  Mijn zoon heeft veel geleerd in deze korte tijd op deze school. Workshop ADHD:  Hij heef niet alleen zijn stiel gevonden, hij moet ook een stukje puber “ Hoe straf moet straf? over  negeren en straffen”   zijn en zichzelf ontdekken. org. ZitStil om 20 u  Nogmaals oprechte dank voor alles! En ik zou zeggen: "Keep up the good CC De Valkaart  work". A.Rodenbachstr. Oostkamp  €5 / gratis voor abonnees  inl. en inschrijven :  www.zitstil.be 

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


Zoals beloofd stuur ik je hierbij mijn bevindingen van de sessies neurofeedback die gevolgd werden  door mijn dochter Elke (14j) en door mezelf (49j). Volledigheidshalve moet ik er wel bij zeggen dat het  over twee verschillende soorten biofeedbackbehandelingen gaat.  Bij Elke werd de "klassieke" neurofeedbacktraining toegepast waarbij de trage thètagolven  afgezwakt en de snelle bétagolven versterkt werden.  Over een verloop van 20 sessies was er een  duidelijke evolutie van de scores te zien, met een verbetering van de houding tussen trage thèta­ en  snelle bétagolven.  Tijdens de verschillende sessies zagen wij de scores geleidelijk maar zeker, soms  met een terugval, omhoog gaan.  Ze startte met een puntenaantal van ± 350 en eindigde met een  score van ± 1200 punten. Wij dachten een verbetering te kunnen vaststellen van haar  concentratievermogen.  Impulsiviteit en weerbarstigheid blijven echter hun tol opeisen.  Of dit te  maken heeft met puberteit als bijkomende factor kan ik zelf persoonlijk moeilijk inschatten.  Sinds dit  jaar is ze wel overgeschakeld van ASO naar TSO (wegens uitsluiting ASO in de Middenschool).  Ze  moet dus minder op de tippen van haar tenen staan maar blijft het voor sommige vakken toch erg  moeilijk hebben.  We besloten de medicatie te blijven toedienen.  Nu we hadden van Neurofeedback  niet verwacht dat het een wondermiddeltje zou zijn.  Maar samen met Rilatine (soms Concerta ­ en  voortaan Rilatine MR) denken we wel dat we haar op verschillende fronten tegelijk de beste  ondersteuning geven.  Thans volgt ze de maandelijkse onderhoudsbeurten (1 per maand)  om het  proces in de gaten te houden en tijdig te kunnen ingrijpen mochten de scoren (al te zeer) afzwakken.  Wij denken er met Elke goed aan gedaan te hebben neurofeedback gevolgd te hebben. De dokter  wist ons te vertellen dat 80 % van de patiënten een blijvende verbetering overhouden aan de  behandeling en het feit dat de ziekenkas een deel van de kosten mee helpt dragen heeft ons over de  streep gehaald om deze behandeling te volgen.  Aangezien het gaat om een langdurige inname van  medicatie hadden we gehoopt de medicatie te kunnen achterwege laten. Voorlopig kan dit echter wel  nog niet omdat Elke soms nog heel heftig uit de hoek kan komen (misschien te wijten aan de puberteit  ­ want een tijdje geleden dachten we net dat die buien aan het overgaan waren).  We moeten het nog even aanzien om te kunnen stellen dat neurofeeback voor Elke op lange termijn  ook vruchten zal dragen.  Bij mezelf werd een nieuwere versie neurofeedbacktherapie toegepast.  Ze wordt 'Chaoscontrole  Neurofeedback' genoemd.  Er worden prachtige kleurrijke en bewegende beelden op een scherm  voorgesteld, die ogenschijnlijk qua vormen en kleuren voortdurend in elkaar schuiven, vloeien, glijden  en vervormen.  Het is een kleurrijk en mooi spektakel waarbij je totaal geen moeite hebt om  geconcentreerd te blijven.  Tegelijk wordt een CD'tje met muziek afgespeeld (daar mag je eventueel  zelf een eigen cd'tje met je voorkeurmuziek voor meebrengen).  De sessie duur ± 20 min.  Het is de  bedoeling dat je tijdens deze voorstelling met muzikale achtergrond relaxeert.  Tijdens het afspelen worden de beelden en de muziek nu en dan kort onderbroken op momenten dat  er in het EEG een begin van "ontregeling" van de globale samenhang van de hersenwerking  optreedt.  Door deze korte pauzen (onderbrekingen) worden de ontregelingen onbewust de kop  ingedrukt.  Voor het aanvangen van de sessie en erna wordt er een meting door de behandelende  dokter uitgevoerd waarmee de kwaliteit van de globale hersenwerking bekeken wordt. De dokter wist  mij te zeggen dat die kwaliteit zoals ze in de basismetingen gebeurt na de sessie bijna altijd beter is  dan voor de sessie.  Alhoewel ik maar een vijftal behandelingen ontvangen heb meen ik hier en daar toch wel iets te  merken van verandering in mijn attitudes. Maar ook hier kan ik niet spreken van een echte grandioze  metamorfose.  Het zijn kleine details waar ik thans precies toch wel meer oog voor heb. De situaties  bieden zich spontaan aan en zijn niet het gevolg van een aangelegd briefje met notities  (zoals ik mezelf toe moet verplichten om aan te leggen).  Ik wil hierbij een voorbeeld geven.  Ik begeleidde mijn zoon naar het zwemmen en toen hij terug uit  zwembad kwam had ik de ingeving om te vragen of hij zijn zwembril niet vergeten was?  En zijn  zwemmuts ook niet?  En het geldstuk voor het kastje?  En zijn jas?  Enfin... we zijn naar huis gereden,  dat we niets kwijt of vergeten waren.  Een unicum voor mij.  Want ik kan je zeggen hoeveel keer ik  voor vergeten zaken moest terug rijden.  Wat de snelheid van begrip betreft en het vasthouden van de concentratie tijdens het volgen van  lessen die ik thans volg, meen ik toch wel beterschap te ondervinden.  U moet weten dat ik tegelijk  een slecht gehoor heb en de NKO­arts schreef me een nieuw paar gehoorapparaten voor die ik nog  niet aangeschaft heb.  Ook heb ik mezelf "ietsjes" meer onder controle bij een overdosis of toevloed van taken en informatie  die me als het ware verdonderen. Het paniekerige is blijkbaar enigszins aan het wegebben.  Net of ik  me onbewust een houding aanneem van : "Je doet al wat je kan.  Je krijgt links en rechts hulp.  Als

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


het dan nog niet wil lukken, dan heb je het niet in de hand.  Het zij dan maar zo!"  Ik moet aanvaarden  dat scoren gelijk er ander (die geen ADHD heeft) er misschien voor mij nooit zal inzitten. Voor de  rest moet men vertrouwen hebben, denk ik. En dat vertrouwen wil ik hebben omdat ik  meen  druppelsgewijs enig resultaat te zien.  En elk resultaat, hoe klein ook, is voor mij een reden om door te  zetten. Het enige waar ik (nog) geen evolutie in voel/ervaar is in het geheugen en  onthouden. Misschien is het daar wat te vroeg voor.  Als laatste wil ik opmerken dat in een samenleving die de lat altijd maar hoger legt, waar mensen  langer moeten werken, beter moeten functioneren, zichzelf altijd maar moet bijscholen, levenslang  leren moeten, allerlei kwaliteiten voor de arbeidsmarkt naar voor moeten kunnen schuiven  (management, communicatie, leidinggevende capaciteiten enz...)  dat daar de overheid nog steeds  geen enkele moeite voor wil doen om de kosten voor medicatie bij volwassenen met ADHD enigszins  te verzachten, daar heb ik het soms moeilijk mee.  Zo, Mr Vanthomme, ik hoop dat u iets aan mijn verhaal hebt en er iets mee kan doen.  Als ik de klok  kon terugdraaien, dan nog zou ik deze behandelingen zeker volgen.  Ook het feit dat deze sessies  onder toezicht gebeuren van een dokter met jarenlange ervaring, die zich baseert op ernstig  wetenschappelijk onderzoek, waarbij het economisch aspect niet op de voorgrond staat zoals bij  sommige andere pseudo­medische of wetenschappelijke organisaties, kan mij enkel geruststelling  inboezemen.  Met vriendelijke groeten. 

REACTIE DR. Werner Van Den Bergh neuroloog  “Ik heb uw recente nieuwsbrief doorgenomen, met name het stuk over QEEG en  neurofeedback.  Ik wil er toch uw aandacht voor vragen dat de laatste 2 jaar er een  stroomversnelling is in het aanvaarden van QEEG en neurofeedback in de  "mainstream" van AD/HD diagnose en behandeling. Het blijft zeker zo dat deze  methoden vaak door ondeskundigen op inaccurate wijze gebruikt worden.  Het januarinummer van het degelijke, peer­reviewed "Child and Adolescent  Psychiatric Clinics of North America" is grotendeels gewijd aan  neurofeedback, waar dezelfde Monastra een degelijk overzicht geeft in een  overzichtsartikel.  Wat QEEG betreft heeft de gezaghebbende American Academy of Pediatrics in  2004 voor het eerst in zijn "Authorative Guidelines for AD/HD" QEEG  aanbevolen als nuttig objectiverend diagnostisch hulpmiddel, en dit op basis  van 15 degelijke artikels in ernstige per­reviewed vaktijdschriften (dit kunt  u op mijn website lezen).”

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


SLAPEN: ZO GEWOON OF TOCH NIET ???????????????????????  Op Rhode eiland in Massachusetts (V.S.) werden 74 kinderen tussen 6 en  12 jaar onderzocht naar het effect van verminderde slaap.  Ieder kind was vooraf onderzocht op medisch en psychologisch  welbevinden, om zeker te zijn dat geen enkel kind slaapstoornissen of een  psychiatrisch beeld had (zoals ADHD).  Ieder kind nam 3 weken deel aan de studie. Eén week gingen ze op hun  gewoon uur naar bed en stonden ze op hun normaal uur op. Gedurende een  andere week bleven ze langer op dan normaal. Kinderen uit de eerste en tweede graad sliepen  8 uur en kinderen uit de derde graad zes en een half uur. Tenslotte volgden de kinderen tijdens  de laatste week een routine van niet minder dan 10 uur in bed per nacht.  Om hun medewerking te controleren droegen de kinderen een polsmonitor; die dag en nacht  hun beweging maten. Per week vulden de leerkrachten een lijst van 34 vragen in met  betrekking op het gedrag en de prestaties van de kinderen in de klas. De leerkrachten wisten  op voorhand niet welk schema de kinderen volgden.  De leerkrachten gaven duidelijk meer leerproblemen aan in de week dat de leerlingen minder  sliepen. Daarnaast stelden ze ook meer aandachtsproblemen vast. Maar de studie gaf geen  bewijs dat slaaptekort overbeweeglijkheid veroorzaakt. Integendeel, de onderzoekers vonden  dat de leerlingen lichtjes minder actief waren wanneer ze langer opbleven. De resultaten van  dit experiment zijn aanvullend op het groeiende besef dat onvoldoende slaap negatieve  gevolgen heeft voor tieners zoals: meer depressie, verminderde leerprestaties en meer  (auto)ongevallen. Tezelfdertijd “verliezen” kinderen hun slaap door GSM, computer, T.V.,  naschoolse activiteiten, meer huiswerk en een groter verbruik van dranken als koffie of  cafeïne houdende frisdranken.  Fallone die het onderzoek leidde, merkte op dat de resultaten dokters en psychologen of  anderen die verantwoordelijk zijn voor diagnose van ADHD opmerkzaam moeten maken  voor slaaptekort als (mede) oorzaak voor aandachtstekort. “Kinderen op tijd in bed is even  belangrijk als op tijd op school “.  Veel ouders van hyperactieve kinderen overleven met enkele uren slaap waardoor  familierelaties onder druk komen te staan.  Een onderzoek vond dat 6/10 moeders en vaders van ADHD­  kinderen 6 of minder uren slaap hadden. §  30 % sliepen 6 u  27% sliepen 5 u of minder  Het gemiddelde aantal uren slaap bij ouders van syndroom vrije  kinderen bedraagt 8 u.  Een ander onderzoek vond dat 19 % van de ouders van een  ADHD kind werkverlet hadden in een poging met hun ADHD­  kind om te gaan. Terwijl 64 % sociale activiteiten afzegden of vermeden. 43% van de ouders  vond dat vermoeidheid ook een impact had op hun relatie.

§

opm. De verhoogde kans bij ouders van ADHD kinderen dat één van de ouders ook ADHD heeft, kan al een  invloed hebben op het gemiddelde aantal uren slaap omdat het niet­onwaarschijnlijk is dat volwassen ADHD­ers  sowieso minder slapen.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


Slapen … zo gewoon, zo natuur lijk maar  zo noodzakelijk. 1  Slapen is even belangrijk als eten en drinken. Wie niet slaapt … sterft! Slapen heeft een  invloed op de concentratie en het geheugen. Bovendien helpt het slapen om je weerstand te  verhogen.  Vaak melden ouders slaapproblemen bij hun kinderen met ADHD. In sommige gevallen is er  sprake van een verergering wanneer de kinderen (stimulerende) medicatie nemen. Zelfs  kinderen met ADHD die geen last hadden om in te slapen, liggen plots enkele uren wakker bij  het opstarten van de medicatie! Het is dus zinvol om even stil te staan bij het slaapproces en  de problemen die zich kunnen voordoen bij kinderen, tieners of adolescenten.  1.  Het normale slaapproces bij hele jonge kinderen.  1.1. De duur en de spreiding van de normale slaap evolueert aanzienlijk gedurende de  eerste levensjaren. Pasgeborenen  slapen 16 tot 18 uur meestal in periodes van 3  tot 4  uur­ zowel overdag als ’s nachts. Binnen de eerste maand start de slaap met zich aan  te passen aan het dag/nachtritme. Geleidelijk verlengen zowel de slaapperiodes  ’s  nachts als de waakperiodes overdag.  Aan 6 maand duurt de totale slaap ongeveer 14 uur en de langste periode van  doorslapen ’s nachts bedraagt dan ongeveer 6 uur.  Tussen 1 en 2 jaar vermindert de totale slaap van 13,9 uur naar 13,2 uur terwijl het  slapen overdag zich beperkt tot één dutje in de namiddag.  Rond 3 jaar stoppen de meeste kinderen met hun middagdutje. De totale slaaptijd  vermindert verder en aan 5 jaar bedraagt deze 11,4 uur. Vandaar dat de meeste  kinderen in het eerste kleuter een volledige dag school kunnen lopen. Dit neemt niet  weg dat de drukte, de nieuwe omgeving niet voor extra vermoeidheid (en  prikkelbaarheid) kan zorgen.  1.2. Naast de duur zijn er tevens belangrijke kwalitatieve veranderingen in het  slaapproces. Zo zien we dat bij jonge kinderen de helft van het slapen bestaat uit zgn.  R.E.M.­ slaap. R.E.M. is de afkorting voor rapid­eye­movement (snelle –oog­  bewegingen). Soms wordt de REM­fase ook droomfase genoemd. Tijdens deze fase  verslappen de spieren maar de hersenen blijven op volle toeren werken. Alles wat op  je afkwam gedurende de dag wordt verwerkt! REM­slaap ligt heel dicht bij wakker  zijn. Een REM­fase treedt om de 50 à 60 minuten op afgewisseld met niet­REM­slaap  (zgn. diepe, rustige slaap). Het begin van de REM­slaap begint vanaf  3 maand af te  nemen. Aan 3 jaar bedraagt de hoeveelheid REM­slaap nog maar 30 % van de totale  slaap. Ook de REM­fase zelf wordt groter en bedraagt in de adolescentie 90 tot 100  minuten.  2.  Slapeloosheid bij hele jonge kinderen  ’s Nachts wakker zijn, is normaal bij jonge kinderen en is noodzakelijk om het kind te  kunnen voeden. Deze nachtvoedingen duren tot de leeftijd van 5 à 6 maand. Sommige  kinderen slapen zelfs aan 3 maand de hele nacht door! Je zal maar geluk hebben!  Kinderen tussen de 9 maand en 2 jaar komen gemiddeld 2 keer per nacht  wakker maar de  meeste kinderen vallen vanzelf weer in slaap zonder tussenkomst van de ouders. Er  bestaat eigenlijk geen grenscijfer waarmee wakker zijn ’s nachts als problematisch kan  worden aangeduid. In de plaats is men aangewezen op het aanvoelen van de ouders.  De verhalen die we horen over huilbaby’s zijn echter zo duidelijk dat je als ouder  onmiddellijk geconfronteerd wordt met een probleem. In eerste instantie moet  er dan  gezocht worden naar oorzaken. Een doktersconsult kan eventuele voedingsproblemen  onderkennen of misschien ligt er een andere lichamelijke oorzaak aan de basis. Blijft  1 

Vrije (gedeeltelijke) vertaling en bewerking van “Sleep and Its Disorder in Children” Timothy F. Hoban, M.D.  uit Sem. Neurol. 24(3): 327­340, 2004

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


natuurlijk nog het temperament. Huilbaby en ADHD als combinatie wordt  wel eens  teruggevonden in een vraaggesprek met de ouders. Maar of dit duidt op een oorzakelijk  verband is zeer de vraag.  2.1. Er zijn enkele factoren die het wakker worden beïnvloeden.  2.1.1.  Het blijven geven van nachtelijke voeding. Bij de meeste gezonde kinderen  ouder dan 6 maand is nachtvoeding meer aangeleerd gedrag, dan een biologische  behoefte. In sommige gevallen moet men een stappenplan volgen om die  voedingsmomenten af te bouwen. Daarbij gaat men geleidelijk de hoeveelheid  voedsel en het aantal momenten afbouwen.  2.1.2.  Scheiding: vanaf ongeveer 9 maand ervaren jonge kinderen angst bij het  gescheiden worden van hun ouders of opvoeders. Alhoewel dit normaal is binnen  de ontwikkeling kan het problemen geven bij het gaan slapen. Het gebruik van  een knuffel of een dekentje kan soelaas brengen.  2.1.3.  Temperament: vooral de bekwaamheid om zichzelf tot rust te brengen is een  belangrijk temperamentaspect in functie van het inslapen. Een moeilijk  temperament zorgt vaak voor meer (in) slaapproblemen. Bovendien hebben deze  kinderen dikwijls een lagere zintuiglijke drempel zodat ze sneller verstoord  worden door geluiden! En wat als het gedrag niet zomaar een  temperamentsverschil is maar kadert binnen het beeld van een  ontwikkelingsstoornis? Het blijft op jonge leeftijd moeilijk om daar zomaar uit te  geraken.  2.1.4.  Samen slapen: In heel wat gezinnen slaapt het jonge kind op de kamer van de  ouders . Uit verscheidene studies blijkt dat het samen slapen een verhoogd risico  inhoudt voor ‘s nachts wakker worden.  2.1.5.  Weerstand om te slapen uit zich op verschillende manieren. Kinderen verlaten  de kamer, vragen naar water, hebben honger, klagen over niet kunnen slapen of  vragen aandacht van de ouders … Soms kaderen die problemen binnen een  ruimer opvoedkundig probleem waarbij kinderen moeite hebben met gezag,  grenzen … Het probleem van de weerstand tegen slapen komt bij 1/5 van de 1 tot  3 jarigen voor en bij 1/10 van de 4,5 jarigen.  De weerstand om te slapen wordt verergerd door: ·  Het ontbreken van slaaprituelen (gewoontes) en een omgeving die  prikkelend is (veel licht, flitsende beelden, luide en opzwepende muziek…) ·  Angsten: Kinderlijke angsten zijn meestal beperkt en kinderen leren daar  zelf mee omgaan. Rond bedtijd komen die angsten naar boven; soms zijn  ze specifiek (bang voor dieven, monsters, donker…) soms eerder algemeen  – meer een gevoel van angst. Dit laatste is dikwijls een aanwijzing dat het  kind wat ziekjes is.  Vaak lost een slaaplichtje het probleem op. ·  Bepaalde ontwikkelings­ of gedragstoornissen brengen (in)slaapstoornissen  met zich mee. We denken daarbij aan autisme, ADHD, oppositionele  gedragsstoornissen enz. …De medicatie die daarbij voorgeschreven wordt  is op zich soms oorzaak van de slaapproblemen. ·  Ziektes (bijv. oorontstekingen) kunnen tijdelijk het slapen in gedrang  brengen. ·  Psycho­sociale gebeurtenissen: een overlijden, ouderlijke ruzies, feesten …  kunnen door de stress aanleiding geven tot (in)slaapmoeilijkheden.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


2.2.Behandeling van slapeloosheid bij jonge kinderen  Het behandelen van slapeloosheid bij jonge kinderen begint met een goede aanpak  van het avondritueel. De tussenkomsten richten zich tot een regelamtig slaapmoment,  een aangepaste slaapomgeving en een volharden in de tijdsgrens bij het omgaan met  bedtijdruzies.  2.2.1.  Bedtijdgewoonte. Een vast en goed gestructureerde opbouw van de  avondactiviteiten voor het slapengaan helpt het tijdig naar bed gaan. Bij jonge  kinderen horen o.m. bij de routine: uitkleden, baden, verhaaltje, instoppen.  Stimulerende activiteiten (zoals een wild spel, tekenfilms…) moeten vermeden  worden omwille van hun effect op het wakker zijn. Zorg voor rust en een  ontspannen sfeer want dat strekt tot tijdig slapen gaan.  2.2.2.  Slaapschema: het aanhouden van eenzelfde slaaptijd en eenzelfde wektijd, 7  nachten per week, is meestal doeltreffend. Te laat gaan slapen en dutten overdag  (wanneer dit niet meer hoeft) verhoogd de kans wakker te zijn bij normale  slaaptijd. Een vast slaapmoment zorgt voor een stabiele circadiaans slaapritme. 2  2.2.3.  Slaapomgeving: Een rustige omgeving leidt bij de meeste kinderen tot beter  slapen. Zo ook is donker of gedimd licht beter dan een helder verlichte  omgeving. Het gebruik van een nachtlampje echter is geschikt voor kinderen met  angst voor het donker. Hou er ook rekening mee dat de ouders best de kamer  verlaten wanneer het kind ingestopt werd.  2.2.4.  Begrens het slapen gaan. Kinderen die dralen, roepen of de kamer verlaten bij  bedtijd, om opblijven af te dwingen, herhalen dit gedrag meestal tot op een punt  dat de ouders toegeven. Bij sommige kinderen zien we dit gedragspatroon  dagelijks. Begrenzen moet door beide ouders op eenzelfde manier over  verscheidene dagen of weken plaats vinden om ongepast gedrag te stoppen. Als  ouder moet je wel beseffen dat, bij het opstarten van zo’n vastberaden houding,  de kinderen in het begin meestal nog erger gedrag stellen. Daarna neemt dit  gedrag af. In die gevallen waar bedtijd management onvoldoende is, moet soms  meer gebeuren, vaak onder begeleiding van een (kinder) psycholoog: bijv.  systematisch negeren , geleidelijke aanpak, gepland wekken, bedtijd verschuiven  met beloningssysteem werken enz. …  2.2.5.  Het gebruik van medicatie. Dit laten we hier buiten beschouwing omwille  van te weinig inzage in studies bij die doelgroep. 

2

Circadiaanse ritmes zijn regelmatige veranderingen in geestelijke en lichamelijke toestand van een persoon.  Circadiaanse ritmes ontstaan vanuit de biologische klok. Deze klok situeert zich in een klein hersengebiedje in de  thalamus. Dit gebied bevindt zich dicht bij de gezichtszenuw Licht dat op het netvlies valt wordt doorgestuurd naar  de hersenen en bereikt zo ook de biologische klok. Daarop reageren de hersenen met een signalen naar  verschillende gebieden waaronder de   pijnappelklier. Die reageert op de door licht veroorzaakte signalen door te  stoppen met de afgifte van het hormoon melatonine. Normaal gesproken stijgt het gehalte  melatonine nadat het  donker wordt; dit maakt de mens slaperig. De biologische klok bestuurt daarnaast functies die synchroon lopen  met het waak/slaap ritme zoals: lichaamstemperatuur, hormoonafscheiding, urine productie, en veranderingen in  de bloeddruk. Wetenschappers hebben ontdekt dat onze biologische klok eigenlijk een cyclus van 25 uur vormt in  plaats van een 24 uur cyclus. Het ritme van dacht en nacht : licht en donker zorgen voor een correctie. Het  circadiaanse ritme kan worden beïnvloed door allerlei vormen van ‘tijdsaanduidingen’, zoals het aflopen van een  wekker, de herrie van de vuilnisauto of de vaste tijden van maaltijden. Onderzoek laat verder zien dat een  bepaalde stof, die adenosine wordt genoemd, geleidelijk opbouwt in het bloed wanneer we wakker zijn en  waardoor slaperigheid wordt veroorzaakt. Het niveau van de adenosine in het bloed neemt vervolgens weer af als  we slapen.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


3. Normale slaap bij oudere kinderen en adolescenten.  De slaap bij oudere kinderen blijft evolueren volgens de leeftijd maar minder snel dan  tijdens de eerste levensjaren. De gemiddelde slaaptijd vermindert van 11,1 uur aan 5 jaar  tot 10,2 uur aan 9 jaar.  Ook het slaappatroon verandert. Zo blijft de hoeveelheid diepe niet­REM slaap afnemen,  verhoogt fase 2 van de slaap 3  en het ontwikkelen van een vaste hoeveelheid REM­slaap  tussen 6 en 11 jaar.  Jonge pre­adolescenten zijn heel alert met bijna geen slaperigheid overdag. Indien bij een  12­jarige overdag regelmatig moeheid, slaperigheid opgemerkt wordt, ligt daar misschien  een ernstige slaapstoornis aan de basis!  Gedurende de adolescentie daalt de hoeveelheid slaap verder van 9 uur aan 13 jaar tot 7,9  uur aan 16 jaar. Het slaappatroon vervolledigt zijn ontwikkeling met een vermindering  van 40 % in de hoeveelheid trage­golf slaap tussen de leeftijd van 10 en 20 jaar en een  matige verhoging van de lichte non­REM slaap.  Slaperigheid overdag neemt duidelijk toe in de adolescentie ook als de totale slaap gelijk  blijft. Blijkbaar neemt de behoefte aan slaap niet af op deze leeftijd; maar integendeel  neemt ze nog toe.  In Vlaanderen blijkt uit onderzoek dat 8/10 kinderen uit het eerste en tweede leerjaar voor  20u30 gaat slapen. De meeste kinderen uit het 3 de  en 4 de  leerjaar gaan nog voor 9u slapen.  3 

De slaap kent eigenlijk 5 fasen slaapstadium 5 is de  REM­slaap. Deze 5 slaapstadia verlopen in eerste  instantie een opeenvolgende cyclus van stadium 1 tot en met de REM­slaap, waarna de slaap weer overgaat  naar stadium1. Ongeveer 50% van onze slaap bevinden de volwassen mens zich in Slaapstadium 2, ongeveer  20% van de tijd in de REM­slaap en de resterende 30% in de andere stadia. Kinderen brengen ongeveer 50%  van hun slaap door in de REM­slaap. Gedurende slaapstadium 1, de lichte slaap, schommelen we tussen waken  en slapen en worden we makkelijk wakker. De ogen bewegen daarbij uiterst traag en de spieractiviteit in het  lichaam neemt af. Als iemand gedurende slaapstadium 1 wakker wordt gemaakt dan herinnert de persoon zich  vaak beelden. Regelmatig worden in dit eerste stadium ook wat plotselinge spiertrekkingen gezien of zelfs  gevoeld, meestal zijn dit spierschokjes in de benen. Deze spierschokjes worden nogal eens voorafgegaan door  het gevoel van ‘vallen’. De bewegingen zijn vergelijkbaar met het ‘opspringen’ als iemand je plotseling wat laat  schrikken. Binnen slaapstadium 2 stoppen de trage oogbewegingen en de hersenactiviteit vertraagt nog verder.  In dit tweede slaapstadium, treden gedurende korte periodes de zogenaamde ‘sleep spindles’ op in het EEG van  snellere en meer uitgesproken hersenactiviteit.  In slaapstadium 3 vertraagt de hersenactiviteit nog verder en wordt er veel van de zogenaamde Delta­activiteit  (0,5­3 Hz hersenactiviteit) waargenomen. In slaapstadium 4 wordt vrijwel alleen Delta­activiteit waargenomen in  het EEG. Het kost enige moeite om iemand in slaapstadium 3 of 4 wakker te maken. Deze stadia worden  daardoor in de volksmond ‘de diepe slaap’ genoemd. In deze slaapstadia worden er geen oogbewegingen of  spieractiviteit waargenomen. Wordt iemand in deze stadia wakker gemaakt dan duurt het vaak even voor hij of zij  ‘echt wakker’ is. Vaak voelt de ontwakende persoon zich dan ook de eerste minuten nog slaapdronken.  Bepaalde kinderen hebben in de stadia 3 en 4 van de slaap last van bedplassen, nachtmerries of slaapwandelen.  Als slaapstadium 4 overgaat in de REM­slaap verandert de ademhaling. Deze wordt wat sneller, onregelmatiger  en oppervlakkiger. De ogen gaan zich sneller bewegen en draaien in allerlei richtingen. Onze ledematen worden  tijdelijk slap. De hartslag neemt toe, de bloeddruk stijgt wat en bij mannen wordt er peniserectie gezien. Wordt  iemand in de REM­slaap wakker gemaakt dan herinnert men zich vaak bizarre en onlogische verhalen, die we  dromen noemen.  De eerste REM­slaap treedt gewoonlijk 70­90 minuten na het in slaap vallen op. Een volledige slaapcyclus (van  alle 5 de stadia) duurt gemiddeld 90­110 minuten. De eerste cycli van de slaap bevatten gewoonlijk slechts korte  perioden van REM­slaap en langere perioden van de stadia 3 en 4. Gedurende de nacht worden de perioden van  REM­slaap geleidelijk wat langer waarbij de lengte van stadia 3 en 4 afneemt. Tegen de ochtend bestaat bij de  meeste mensen de slaap uit de stadia 1, 2 en de REM­slaap.  Nadat er een aantal minuten is geslapen, heeft men in de meeste gevallen geen herinneringen meer van de  laatste paar minuten die net aan het in slaap vallen voorafgingen. Deze vorm van slaap gerelateerd  geheugenverlies is er de oorzaak van dat mensen nachtelijke telefoontjes de dag daarop kunnen zijn vergeten.  Ook zorgt dit aan de slaap gerelateerde (en dus normale) geheugenverlies er voor dat we het daadwerkelijk (en  dus echt wel) afgaan van de wekker niet meer kunnen herinneren als deze ‘snel’ werd uitgezet toen ze afging en  we snel daarop weer in slaap zijn gevallen.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


Per graad (2 leerjaren) mogen de kinderen ongeveer ½ u  langer opblijven. Dit betekent  dus dat voor kinderen uit het 5 de  en/of 6 de  leerjaar 22u te laat is om te gaan slapen.  Lagere  schoolkinderen staan in Vlaanderen gemiddeld rond 7u op. Een schoolkind ligt gemiddeld  10u30 in bed waarvan het effectief 10u slaapt.  3.1.Slapeloosheid bij oudere kinderen en adolescenten  Een onderzoek naar de aard van slaapstoornissen bij kinderen tussen de 5 en 12 jaar  gaf het volgende resultaat (onderzoek uit de V.S.)  27 %  had weerstand om te gaan slapen  11,3 % had inslaapproblemen  6,5 % had last om wakker te worden  Het grote aantal inslaapproblemen bij oudere kinderen en adolescenten is meestal  vergezeld van slaperigheid overdag.  Bij oudere kinderen en adolescenten blijft de weerstand om te slapen groot terwijl  ook inslaapproblemen vrij algemeen worden.  Volgende aspecten beïnvloeden dit fenomeen:  ¬  naarmate kinderen ouder worden krijgen ze meer vrijheid in de keuze van  tijdstip om te gaan slapen Dit resulteert in later gaan slapen, onregelmatig  slaapschema, slechte slaaphygiëne …  ¬  het fysiologische verschijnsel in de late kindertijd waarbij onze biologische  klok neigt naar een latere fase waardoor het voor oudere kinderen en  adolescenten moeilijker wordt om op tijd in slaap te vallen.  3.1.1.  DSPS : ( Delayed Sleep Phase Syndrom­ Vertraagde SlaapFase Syndroom) is  de meest voorkomende circadiaanse stoornis bij adolescenten. DSPS kan  gediagnosticeerd worden wanneer de vertraging van de circadiaanse fase zo  groot is dat ze voortdurend en in erge mate het dagelijks functioneren, verstoort  in de vorm van: zich overslapen, slaperigheid of een verstoord slaapschema,  moeilijker wakker worden …  DSPS is meestal vergezeld door:  dutjes overdag, steeds later inslapen en lang  uitslapen op vrije dagen wat dan weer de abnormale circadiaanse fase nog  versterkt.!  3.1.2.  Psycho­fysiologische slapeloosheid wordt minder vaak gezien bij oudere  kinderen en adolescenten dan bij volwassenen. Dergelijke slapeloosheid komt  voor samen met gepeins of slaapangst. Omwille van psychologische oorzaken  zoals verdriet, stress, jetlag, dieet …. wordt het slaapmechanisme verstoord.  3.2. Behandeling van slapeloosheid bij oudere kinderen en adolescenten.  In de eerste plaats moeten alle medebepalende invloeden in kaart worden gebracht.  Zo kan een tiener met een inslaapprobleem tegelijk weerstand om te slapen, slechte  slaaphygiëne en een verlate slaapfase vertonen.  3.2.1.  Weerstand om te slapen.  De behandeling steunt op:  ¬  afdwingen van een leeftijdsgepast slaapuur.  ¬  begrenzen van negatief gedrag: dralen of emotionele opwinding.  ¬  optimaliseren van de slaaphygiëne ( geen TV of ophitsende muziek…)  ¬  een regelmatig slaapschema  ¬  vermijden van dutjes overdag.  Om dit alles te bereiken zijn soms leeftijdsgepaste beloningen noodzakelijk; gegoten  in een “contract”.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


3.2.2. DSPS (Delayed Sleep Phase Syndrom)  De behandeling hiervan is zeer moeilijk. Dit is te wijten aan de fysiologische  oorzaak en het gegeven dat een later tijdstip om te slapen en uit te slapen op vrije  dagen dit verschijnsel nog versterkt. Bovendien wordt dit gedrag nog versterkt  door het belonend  karakter van laat op te blijven nl. het ontsnappen aan het  ouderlijk toezicht.  De correctie van een verlate slaapfase wordt meestal bereikt door een geleidelijke  heraanpassing van de slaap door het volgen van en stappenplan. Bijvoorbeeld  wordt slaap­ en wektijd  per nacht met 10 of 15 minuten vervroegd.  In sommige ­ erge en hardnekkige ­ gevallen wordt een snelle correctie  nagestreefd door slaap – en wektijd progressief te verlaten (zgn. chronotherapie).  Met deze methode worden slaap­en wektijd met 2 of 3 uur per nacht verlaat tot  de vooropgestelde slaaptijd terug wordt  bereikt. Daarna moet verder een strak  schema aangehouden worden. Zelfs een  paar dagen waarbij iets later wordt  ingeslapen kan al voldoende zijn om  terug te vallen in het oude slaappatroon.  Na verschillende weken van trouwe  opvolging kan er wat afgeweken worden.  Er wordt soms bij volwassenen met  lichttherapie gewerkt . Bij kinderen is dit  nog niet zo aan de orde.  De behandeling met medicatie laten we hier buiten beschouwing. 

4. Andere slaapafwijkingen.  4.1.Slaapafwijkingen van de Niet –REM slaapfase (4 de  fase).  Slaapwandelen en beangstigende dromen zijn de meest voorkomende problemen in  deze fase van de diepe slaap. (stoornissen van de arousel). Ze komen voor tijdens het  eerste derde van de slaap (trage golven) Slaapwandelen op zich komt regelmatig voor  bij kinderen. Iets meer dan 1% van de 6 à 7 jarigen slaapwandelt regelmatig! Na de  leeftijd van 10 jaar verdwijnt het meeste slaapwandelen. Het verschijnsel komt  evenveel bij jongens als bij meisjes voor.  Beangstigende dromen: beginnen met schreeuwen of erge opwinding meestal bij  oudere kinderen of adolescenten. Deze dromen duren slechts enkele minuten maar  zijn meestal vergezeld van visuele tekens zoals verhoogde hartslag. Bijna 17 % van  de lagere schoolkinderen beleven ongeveer twee keer per maand een enge droom.  Maar slechts iets meer dan 1% heeft 3 keer of meer per week een enge droom.  4.2.Problemen tijdens de REM –slaap (fase 5 )  Nachtmerries bij kinderen zijn het resultaat van wakker worden tijdens de REM  slaap. Alhoewel nachtmerries op beangstigende dromen kunnen lijken maakt het feit  dat de kinderen wakker zijn, troost vragen en hun droom kunnen beschrijven, het  meestal mogelijk om het onderscheid te maken. Nachtmerries ontstaan meestal  gedurende de tweede helft van de nacht wanneer de REM­ fase het langst is. Het  frequente voorkomen van nachtmerries is zeker een aanwijzing voor verder  psychologisch onderzoek.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


4.3.Bewegingsproblemen tijdens de slaap  ¬  RMD (Rhythmic Movement Disorder). Ritmische bewegingsstoornissen worden  gekenmerkt door terugkerende – periodieke ritmische bewegingen die  geassocieerd worden met slapen. Ze komen meestal voor gedurende het  indoezelen of de lichte Niet­REM slaap, maar soms ook gedurende het wakker­  zijn. Het bewegen kan “bonken” met het hoofd zijn of zelfs met de romp, of met  de ledematen. Ook  “rocken” van het lichaam komt voor. Dergelijke bewegingen  gedurende het indoezelen of de lichte slaap is bij een meerderheid van de  kinderen te zien en verdwijnt spontaan rond 5 jaar.  6 % van de 5 – jarigen vertoont nog ritmische bewegingspatronen en in een  andere studie vond men bij 3 % van de 13­jarigen nog “rocking”. Dergelijke  ritmische bewegingsstoornissen worden zowel bij overigens gezonde kinderen  gezien als bij kinderen met autisme of andere ontwikkelingsstoornissen ( bijv.  ADHD).  Meestal gaat RMD vanzelf over. Bij jongeren kinderen die vrij geweldig  bewegen, kan men maatregelen nemen die het lichaam beschermen.  ¬  R.L.S. (Restless leg syndroom – rusteloze benen). Dit wordt vrij recent erkend als  één van de meest voorkomende slaapstoornissen bij ouderen en nu ook bij  kinderen. De stoornis uit zich in het bewegen om kriebelende, tintelende sensaties  in de benen tegen te gaan. Overdag ziet men dit terug omdat de persoon niet stil  kan zitten.  ¬  Veel RLS­ patiënten hebben tevens “periodic limb movement disorder  (periodisch romp bewegen). Deze bewegingen kunnen om de 20 à 40 seconden  optreden en veroorzaken ontwaken en een verstoorde slaapcyclus. Uit recent  onderzoek is er een groeiend besef dat RLM meer voorkomt bij ADHD­kinderen.  RLS en RMD zouden te maken hebben met de neurotransmitter “dopamine” van  daar dat er zoveel kinderen met ADHD daaronder lijden, want ook bij ADHD  speelt “dopamine” een rol.  4.4 Slaap­ademstoornissen (SBD­ sleep breath disorder)  Snurken is een bekend verschijnsel bij volwassenen maar komt ook wel bij kinderen voor.  Eén op 20 kinderen snurkt meer dan 3 nachten per week. Vaak wordt het snurken veroorzaakt  door een belemmering van de luchtwegen. Bij kinderen tussen de 2  en 5 jaar is dit dikwijls het gevolg van vergrote amandels .  Uiteraard kunnen andere aandoeningen eenzelfde probleem  veroorzaken. (bijv. een verhemeltespleet, een vergrote tong …) Een  factor zoals overgewicht die bij volwassenen vaak  ademhalingsmoeilijkheden veroorzaakt kan ook bij kinderen een rol  spelen. 

opmerking: In de Knack van 23/11/2005 lazen we een artikeltje  waarbij melding gemaakt  wordt dat ons slaapgedrag voor een groot deel door onze genen wordt bepaald. Bepaalde  mensen zouden een “sluimergen” bezitten. Zo’n gen zou minder goed het enzym adenosine  deaminase besturen waardoor de molecule adenosine langer in onze hersenen aanwezig zou  blijven. En dit doet ons langer slapen.

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


ADHD en SLAPEN §  ADHD van het impulsief­hyperactieve type of de gemengde vorm, gaat heel vaak gepaard  met slaapproblemen.  De slaapproblemen komen bij sommige kinderen al voor juist na de geboorte: bij huibaby’s of  baby’s die maar niet leerden doorslapen. Maar de meeste slaapproblemen samen met ADHD  doen zich voor, vanaf 12 jaar. Net zoals ADHD niet verdwijnt rond de adolescentie, verdwijnt  ADHD soms ook niet ’s nachts.!  Vroeger werden slaapstoornissen genoemd als kenmerk binnen het beeld van ADHD. Omdat  er te weinig wetenschappelijk bewijs was liet men dit kenmerk vallen.  Volgens William Dodson 4  zou het criterium “slaapstoornis” in de diagnose voor volwassenen  opgenomen worden in de DSM V in 2010! Nu worden de slaapproblemen ontzien of  geassocieerd als een stoornis met een onduidelijke relatie tot ADHD. Slaapmoeilijkheden  worden te vaak verkeerdelijk gelinkt aan de stimulerende medicatie voor ADHD!  Slaapproblemen bij ADHD behoren meestal tot de volgende 4  categorieën.  1.  Inslaapproblemen: Ongeveer ¾ van volwassenen met ADHD geven aan dat ze hun  gedachten niet kunnen stoppen bij het slapen gaan. Velen beschrijven zichzelf als  “nachtuilen” die een opstoot aan energie krijgen wanneer de zon ondergaat.  Voorafgaand de puberteit hebben 10 tot 15 % van de kinderen problemen met  inslapen. Dit is 2 x zowel als bij syndroomvrije kinderen. Met de leeftijd stijgt het  aantal ADHD­ers met inslaapproblemen drastisch: aan 12,5 jaar ongeveer 50 % ; aan  30 jaar rapporteren meer dan 70 % van de ondervraagde ADHD­ers dat ze meer dan 1  uur “proberen” om in slaap te vallen.!  2.  Rusteloze slaap. Eens iemand met ADHD in slaap valt is zijn/haar slaap erg rusteloos.  Ze draaien en keren. Ze worden van het geringste geluid wakker. Hun onrust is soms  zo erg dat de partner kiest om in een afzonderlijk bed te slapen!  3.  Moeilijk ontwaken. Dr. Dodson meldt dat 80% van de volwassenen met ADHD in zijn  praktijk verschillende malen wakker worden voor 4 uur in de morgen. ‘s Morgens zijn  ze dan  zo moe dat ze de wekker niet horen. Ze zijn dan meestal niet uitgeslapen en  humeurig. Vaak zeggen ze pas wakker te zijn tegen de middag!  4.  Indringende slaap. Zo lang een ADHD­volwassene gericht is, aandacht geeft of  gemotiveerd is zijn er geen symptomen van slaapstoornissen. (hyperfocussen). Maar  wanneer men de interesse voor de activiteit verliest zoeken de hersenen nieuwe  interesses. Wordt de aandacht niet aangescherpt dan ontstaat een plotselinge  slaperigheid zelf soms zo erg dat iemand in slaap valt. Dr. Maria Sigurdson vond bij  EEG onderzoek dat er op dat moment “theta­golven” indringen tussen de alfa en beta  aandachtsgolven. Het indringen van de thetagolven zien we bij de leerling die plots  van zijn stoel valt. Dit verschijnsel zou levenslang blijven en kan zich dus ook  voordoen bij het autorijden op een lange  ­ saaie – autosnelweg!

§

Gebaseerd op artikel uit ADDitude 2005  Dr. Dodson is psychiater in Denver, Colorado (V.S.). Hij is gespecialiseerd in de behandeling van volwassenen  met ADHD. Verder doet hij onderzoek naar slaapstoornissen. 4 

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


Tenslotte enkele tips van Dr. Dodson.  DOEN  ¬  Drink een glas warme melk  ¬  Drink kamille thee 

¬

Neem een warme douche of bad voor  het slapen 

¬ ¬ 

Neem een kleine snack  Zoek hulp wanner je last hebt van het  RLS syndroom (rusteloos gevoel in de  benen) 

NIET DOEN  ¬  Alcohol drinken voor het slapen gaan  ¬  Cafeïne houdende dranken of  versnaperingen tot zich nemen (zoals  koffie, chocolade...) minder dan 4 uur  voor het slapen.  ¬  Neem een grote maaltijd voor het  slapen. De maag heeft 4 uur nodig om  dit te verteren.  ¬  Medicatie nemen voor het slapen gaan. 

WAT TE DOEN BIJ  SLAAPPROBLEMEN ??????? §  In de overgrote meerderheid van de gevallen moet geen enkel onderzoek worden uitgevoerd.  Een slaaponderzoek (registratie van de slaap) is enkel aangewezen in complexe gevallen.  Slaapstoornissen bij kinderen komen meestal spontaan in orde, zeker als de ouders er passend  op reageren. ·  ·  ·  ·  ·  · 

Een goede levenshygiëne is een eerste vereiste. is inderdaad belangrijk dat de ouders erop toezien dat het kind op vaste uren gaat  slapen, en rustige omgeving, en licht avondmaal. verhaaltje voorlezen en een waaklampje in de kamer laten branden kunnen het  inslapen bevorderen. de leeftijd van ongeveer 4 jaar kan ook een middagdutje nuttig zijn. 

Als het kind 's nachts wakker wordt: ·  · 

moet u het geruststellen, daarna moet u het terug in zijn bedje leggen. 

In geval van een nachtmerrie: Luister naar het kind en troost het. kind zal terug inslapen zodra het gerustgesteld is. er eventueel 's anderendaags over spreken opdat het kind zijn angst zou kunnen  verwoorden en u er misschien de reden van geven. ·  Het kan ook dat de nachtmerries niet ernstig zijn en een noodzakelijke fase in de  evolutie vormen. ·  ·  · 

§

overgenomen uit slaapstoornissen bij kinderen www.gezondheid.be

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be


·

Bedplassen kan erop wijzen dat het kind niet genoeg slaapt, bijv. als het geen  middagdutje meer doet. Het kind moet dan 's avonds vroeger gaan slapen ofwel laat u  het 's morgens wat langer slapen, als dat mogelijk is. 

Wat mag men niet doen? ·  ·  · 

·

· ·  · 

Geen enkel geneesmiddel kan slaapstoornissen genezen behalve in geval van een  ziekte die door een arts werd gediagnosticeerd. Een kind dat weent (pavor nocturnus) of 's nachts opstaat (slaapwandelen) niet  volledig wekken. Het kind zou er nog meer verward door raken. De slaap van de allerkleinsten moet worden gerespecteerd. Het is geen probleem als  de zuigeling een fles of borstvoeding overslaat. Maar als het kind wakker wordt van  de honger, moet u het eten geven. Een middagdutje is belangrijk voor kleine kinderen, maar mag niet te lang duren of te  laat in de namiddag plaatsvinden, want dan zou de nachtelijke slaap eronder kunnen  lijden. Denk niet dat het kind beter zal slapen als u het later te slapen legt. Integendeel, het zal  slaap te kort hebben en zou 's morgens vroeger kunnen ontwaken. Laat het kind 's avonds geen spel spelen dat het agiteert of zenuwachtig maakt. U mag ook niet de slechte gewoonte aankweken het kind te laten inslapen in uw  armen of in uw bed. Als het dan 's nachts wakker wordt, zal het beseffen dat het alleen  in de kamer ligt en beginnen wenen... 

Jan http://www.teleac.nl/beterslapen/index.jsp?nr=574751

nieuwsbrief aan(ge)dacht nr. 12 dec’ 2005 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

nieuwsbrief aan(ge)dacht 12  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you