Issuu on Google+

POWER ON RADIO CENTRUM

TREBLE

MIDTONES

BASS

SUPERBASS

SHOUTBOX DOE-HET-ZELF KIT VOL MEDIAWIJSHEID

ETHERCENTRUM VZW


Met dank aan Virginie Adang Mieke Causyn William De Kimpe Jana De Winter Caroline Maenhout Frederik Meul Vormgeving Hans Van Acker, Kameleon Met steun van Provincie Oost-Vlaanderen Dienst Provinciale Inspectie en Begeleiding Onderwijs www.oost-vlaanderen.be Š REC Radiocentrum www.radiocentrum.be

RADIO CENTRUM


SHOUTBOX DOE-HET-ZELF KIT VOL MEDIAWIJSHEID


Inhoud

p 8

01. Radio krijgt vorm

p 8

p 13

1.1. Radio bereikt … 1.2. Radio combineert … 1.3. Radio spreekt … 1.4. Radio programmeert … 1.5. Radiomijlpalen

p 16

02. Radio on air

p 18

03. What is that sound?

p 18

p 24

3.1. Geluid prikkelt het oor … 3.2. Geluid doorheen de akoestiek … 3.3. Geluid trilt de stem … 3.4. Geluid als muziek …

p 31

04. Radio veel boemboem én blahblah

p 32 p 34 p 36

4.1. De wonderlijke wereld van ... de presentator 4.2. De wonderlijke wereld van ... de technicus 4.3. De wonderlijke wereld van ... de redacteur 4.4. De wonderlijke wereld van ... de muzieksamensteller 4.5. De wonderlijke wereld van ... de producer

p 37

05. Radio-ideeën

p 37 p 42

5.1. De gave van het woord 5.2. Het interview 5.3. reclame

p 45

06. Radio...wablieft?

p 54

07. Radiovormen

p 54 p 56

7.1. Het Vlaamse radiolandschap 7.2. Het digitale landschap 7.3. De downloadcultuur

p59

08. Radio @ school

p 62

09. Radio @ REC Radiocentrum

p 8 p 8 p 8

p 21 p 21

p 32 p 34

p 37

p 55

5


Inleiding WE NEMEN JE IN DEZE BUNDEL MEE OP DE GOLVEN VAN RADIO. JE KOMT TE WETEN HOE RADIO WERKT. JE ONTDEKT HOE RADIO ER VROEGER UITZAG EN WELKE WEG RADIO AFLEGDE IN DE GESCHIEDENIS. DAARNA LEER JE HOE JE ZELF RADIO KAN MAKEN! RADIOBEESTEN TOMAS DE SOETE EN ALEXANDRA POTVIN HELPEN JE HIERBIJ OP WEG.

Vindt zichzelf: … een gelukzak. Ik maak al meer dan 25 jaar (heeeeeelp al zo oud) radio en ik sta nog elke morgen met evenveel plezier in de Joe FM-studio. Houdt van: …muziek, mijn allerliefste schat, de zon, een wandeling in het bos, lekker eten, mijn mini-zoo thuis, en… uiteraard, luisteren naar andere radiostations in Belgie en daarbuiten. Was op 16 jarige leeftijd: …in de ban van de “vrije radio” hype!

In deze bundel wisselen stukjes tekst en oefeningen (radio practico) elkaar af. Na elk hoofdstuk staat er wat je bijgeleerd hebt. Soms moet je stukjes lezen vooraleer je de oefeningen kan oplossen. Hiermee toetsen we niet alleen de kennis over radio, maar dompelen we de cursist ook onder in de radiocultuur.

Naast de taaloefeningen, inzichtsvragen, ... vormen geluidsmeters, opnamemateriaal en hoofdtelefoons hierbij dé praktijktools. “Radio Practico” ondersteunt de theorie en biedt de ideale voorbereiding tot hét praktijkmoment van de Shoutbox. Workshops van het REC Radiocentrum

en/of de uitbouw van een eigen schoolradio zorgen voor een finale praktijkervaring. Een ideaal speelveld voor creatieve geesten. Let op, radio is meer dan spelen alleen. Het impliceert een grondige kennis, de praktische skills én een “mediawijze” mentaliteit.

7


01. Radio krijgt vorm. JE ZOU HET MISSCHIEN NIET VERWACHTEN, MAAR TOCH LUISTERT BIJNA IEDEREEN IN VLAANDEREN ELKE DAG NAAR DE RADIO. DAT KOMT OMDAT HET MEDIUM ZICH IN DE LOOP VAN DE GESCHIEDENIS TELKENS OPNIEUW HEEFT UITGEVONDEN, EN GEMAKKELIJK AANPASBAAR IS AAN NIEUWE TECHNOLOGIEËN. WE ZETTEN EVENTJES WAT FEITEN OP EEN RIJTJE.

1.1. Radio bereikt … - Elke dag luistert meer dan 75% van de bevolking minstens een kwartier radio, bij jongeren is dat ongeveer 70%. - Vooral ‘s morgens wordt er veel radio geluisterd. Vanaf 18u ‘s avonds zijn er meer tv kijkers dan radio luisteraars. - De gemiddelde Vlaming luistert meer dan 4 uur (!!!) per dag radio. - Radio 2 heeft meest bereik in Vlaanderen. Daarna volgt Q music, MNM en Stubru. - We luisteren vaakst thuis naar de radio. Daarna volgt de auto en het werk. - Op het werk luisteren we langer naar de radio dan thuis. - De leeftijdscategorie 12-17 luistert vooral naar Q music, MNM en Stubru

8

1.2. Radio combineert ... Radio hangt nauw samen met andere activiteiten die iemand uitoefent. We noemen radio hierbij wel een begeleidend medium. Radio is met andere woorden ook persoonlijk. Het is een vriend bij het ontbijt in de keuken of je zangpartner onder de douche. Je kan dus stellen dat radio verschillende functies vervult: een middel tegen stress, een gezelschapshouder 2. Maar de kracht van radio zit ook in andere kwaliteiten van het medium. Zo is radio een direct en snel medium als we dat vergelijken met televisie. Je kan zeggen dat radio ook vrij flexibel is: live-opnames, vox poppen, studio, ... Een andere troef van het medium is de laagdrempeligheid ervan, het is toegankelijker dan televisie en iedereen kan de kans grijpen om radio te maken of mee te bepalen. Radio wordt ook wel het theater van de illusie genoemd, wat betekent dat woorden/audio tot je verbeelding spreken en dus sterker zijn dan beelden. Tenslotte moeten we ook beklemtonen dat radio vooral een kort, krachtig en puntig medium is.

1.3. Radio spreekt ... Taalkundig kende radio een zekere evolutie. Zo klonken presentatoren vroeger vaak statisch of erg beheerst. Dat schepte een zekere afstandelijkheid tussen de luisteraar en

presentator. Wat niet wegneemt dat het medium radio heel dicht bij de mens stond. We refereren graag naar ambtenarees taalgebruik of het gebruik van een oud Belgische taal. Vandaag staat daar tegenover het gebruik van “courant” Nederlands. Algemeen Nederlands is de norm, maar het mag niet hoogmoedig of onpersoonlijk klinken. Een verzorgd taalgebruik met een warm timbre is de radiotaal vandaag.

1.4. Radio programmeert ... Samen met de taalverschuiving veranderden ook de inhoud van de radioprogramma’s. Vroeger bracht radio vooral informatie en nieuws, vandaag brengt radio vooral infotainment. Dit moeilijk woord is een samentrekking van “informatie” en “entertainment”, en die woorden spreken voor zich. De radiozenders brengen nog altijd kwaliteit, maar veel meer op een ontspannende manier, en makkelijk verteerbaar.


01. Surf naar www.75jaarradio.be, klik op ‘verder naar de tijdslijn’, en kies samen met je leerkracht een audiofragment uit de oude doos. Analyseer het fragment op stijl en taal aan de hand van volgende vragen: 1. In welk jaar is dit fragment opgenomen? 2. Hoe klinkt de stem? 3. Wat valt je op als je luistert naar de kwaliteit van het fragment? 4. Welke taal wordt er gebruikt in het fragment? 5. Hoe wordt het fragment voorgesteld aan de luisteraar? 6. Wat kan je vertellen over het tempo van het fragment? 7. Hoor je nog andere verschillen met radio vandaag? Fragment 1: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

Fragment 2: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

9


01. Radio krijgt vorm.

02. Radio is meer dan geluid alleen. Doorheen de geschiedenis werd het een vriend, een concert of een muziekdoos. Maar wat betekent radio voor jou? Hieronder vind je een mindmap waarop je al je gedachten en bedenkingen rond radio kan noteren. Ter introductie hadden we reeds een kleine zelfreflectiesessie over de leerlingen en hun “luisterpatroon”. Met deze oefening gaan we dieper in op wat radio vandaag voor hen betekent. Aan de hand van een mindmap reflecteren zij zelf over radio. Op de mindmap tref je 3 kernwoorden aan. Probeer de leerlingen zodanig te sturen, dat zij die kernwoorden aanhalen binnen hun mindmap. Iedere leerling krijgt 5 minuten om zijn of haar eigen mindmap te creëren rond en over radio. Nadien, wordt er met enkele begrippen van de leerlingen, één klassikale mindmap gemaakt.

RADIO

10


01. Radio krijgt vorm.

02. 03. Een liedisdat Radio meer alledan deelaspecten geluid alleen. van radio Doorheen benadert, de geschiedenis is “Radio” van werd Stef het Bos.een metgezel, een concert of een muLuister en Maar ziekdoos. analyseer wathet betekent nummer. radio voor jou? Op de volgende pagina vind je een mindmap waarop je al

je gedachten en bedenkingen rond radio kan noteren.

Stef Bos - Radio In de jaren zestig Hoorde ik een stem Hij kwam niet uit de hemel Hij kwam niet uit de hel Zoveel mooie woorden En ik wist niet wie het was Die stem kwam uit een doosje Op de kast Mijn moeder zei: “Dat is de radio” Ik dacht: “Het is een wonder” En ik kan mijn hele leven Niet meer zonder Dat wonder Ik hou van de radio Ik hou van de radio Ik hou van de radio Radio radio Ik kijk de laatste tijd nooit meer TV Al die stomme spelletjes Wat moet je daar nou mee Geef mij maar de illusie Van een vrouw die ik niet ken Ik hoor haar stem alleen voor mij De rest denk ik erbij Ik hou van de radio Ik hou van de radio Ik hou van de radio Radio radio ‘s Morgens word ik wakker met een stem die mij omarmt En ‘s avonds ga ik slapen met een stem die mij verwarmt Ik zie het liefst de wereld met mijn ogen dicht En de ideale liefde is de liefde die tot niets verplicht

01. Wie is de ik-persoon? De auteur = Stef Bos - Geboren op 12 juli 1961 02. Welk ‘wonder’ ervaart hij? Uit dat kastje komt muziek en een lieve stem die hem erg aanspreekt. 03. Welke tijdspanne wordt met de jaren zestig bedoeld? 1960 - 1969 04. Het ontdekken van het fenomeen radio was voor hem zeer ingrijpend. Op welke manier wordt dat verwoord? Het is een wonder. Ik kan mijn hele leven niet meer zonder 05. Waarom is hij geen liefhebber van TV? Hij houdt niet van die stomme spelletjes op TV 06. Welk droombeeld houdt radio beluisteren voor hem in? Je hoort een stem en je fantaseert erbij hoe die persoon er uitziet. Je ‘ziet’ hem of haar in je eigen verbeelding. 07. Hoe verwoordt de zanger het feit dat hij een radiowekker heeft? Ik word wakker met een stem die mij omarmt. 08. Waarom is radio beluisteren een voorbeeld van liefde die tot niets verplicht? Je kan zelf beslissen wanneer en of je wel naar de radio wil luisteren. De zender kan je niet verplichten tot luisteren, het gebeurt op vrijwillige basis. Een programma of programmamaker ‘liefhebben’ gebeurt op afstand, zonder daadwerkelijk een relatie aan te gaan. 09. “Ik kan mijn hele leven niet zonder dat wonder.” Verklaar welke dubbele bodem hierin is verborgen. De auteur is een zanger die zijn liedjes o.a. via de radio aan zijn publiek laat horen. Als de radiozenders zijn liedjes niet uitzenden is een belangrijk kanaal waarlangs hij in de belangstelling komen kan en zo bekendheid kan verwerven weg. 10. Radio is een vorm van communicatie. Wie is zender? Wie is ontvanger? Is er sprake van wederzijdse communicatie? Zo ja, wanneer? De radiozender is de zender, het luisterpubliek is de ontvanger. Soms is er wederzijdse communicatie als luisteraars bellen, sms’en of verzoekjes doen.

Dus ik hou van de radio Ik hou van de radio Ik hou van de radio Radio

11


01. Radio krijgt vorm.

04. Surf naar www.75jaarradio.be en volg samen met de leerkracht de verschillende mijlpalen doorheen de geschiedenis.

05. Volg aan de hand van een powerpoint de belangrijkste mijlpalen in de radiogeschiedenis. Noteer ze op de voorziene ruimte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

..................................................................................................................................................................................

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................

12


01. Radio krijgt vorm.

1.5. Radiomijlpalen Hieronder vind je enkele mijlpalen in de radiogeschiedenis3,4. ER WAREN EENS... 1895: Technisch begint de radiogeschiedenis met de eerste perfecte radiotransmissie door Guglielmo Marconi, een Italiaans technisch ingenieur. Eerder experimenteerde Nicola Tesla met die elektromagnetische golven. Op die manier creëerde men één van de basisprincipes van radio: het verzenden van elektrische signalen over een grote afstand. Dankzij de plannen van Tesla, bouwde Marconi dat gegeven uit met een ontvanger. Daardoor werd hij lange tijd als de uitvinder van de radio beschouwd. Pas na Tesla’s dood zou gerechtigheid geschieden en wordt Nicola Tesla erkend als de oorspronkelijke uitvinder van de radio.

1901: Guglielmo Marconi, diezelfde Italiaans technisch ingenieur, brengt de eerste draadloze uitzending over de Atlantische Oceaan tot stand. Tesla’s experiment mislukt. HISTORISCHE UITZENDING 1914: Op 28 maart wordt vanuit het koninklijk paleis in Laken het eerste radioconcert in ons land uitgezonden. Het signaal reikte zo’n zeventig kilometer ver maar kon bij ideale omstandigheden zelfs worden beluisterd tot in Parijs. Het was volgens getuigenissen van buitenlandse specialisten het eerste echte Europees radioconcert. Het radiostation had nog geen naam. Men gebruikte gewoon de term TSF (Télégraphie Sans Fil). In 1949 reconstrueert omroeper Joseph Longé deze historische uitzending. Luister naar het fragment online op www.75jaarradio.be.

1923: Rond 1920 telde men in België 26 radiotoestellen. Men kon toen enkel luisteren naar uitzendingen van Duitse en Franse omroepen. Om meer radiotoestellen te verkopen besloot SBR (Société Belge Radio-électrique), een bedrijf dat radiotoestellen en zendapparatuur vervaardigde in Vorst, te starten met een radiostation. Zo werd in 1923 Radio Belgique geboren, het eerste Belgische nationale radiostation. Er waren concerten van lichte en klassieke muziek. Er was ook nieuws, sportinformatie en zelfs een weerbericht. Journalist Theo Fleischman zal drie jaar later “le journal parlé” of “het gesproken dagblad” introduceren. Op die manier werd radio aangevuld met reportages, interviews én reclame. DE KRISTALRADIO Begin jaren ’20 kon men nog niet

RADIO BELGIQUE

06. Surf naar http://archieven.beeldengeluid.nl. Je vindt er een tijdslijn met sfeervolle beelden van radio doorheen de tijd. Beschrijf elk decennium aan de hand van de evolutie van het radiotoestel (vormelijk) en het tijdskader.

07. Op de Shoutbox-dvd staat een reeks foto’s over de verschillende radiotoestellen doorheen de tijd. Welk toestel hoort bij welke periode? Kies uit volgende periodes: jaren ‘20, jaren ‘40, jaren ‘60, jaren ‘80, jaren ‘90, jaren 2000, 2008

...................................................................................

...................................................................................

FOTO 1

FOTO 5

...................................................................................

1960

2008

...................................................................................

FOTO 2

FOTO 6

1940

1990

FOTO 3

FOTO 7

1980

2000

...................................................................................

...................................................................................

...................................................................................

...................................................................................

FOTO 4

1920

...................................................................................

...................................................................................

...................................................................................

13


01. Radio krijgt vorm. spreken van een groot luisterpubliek want rond die tijd waren er slechts een tiental lampenradio’s in België. Voor zo’n radio moest je algauw 700 BEF (of €17,5) neertellen, een heus bedrag voor die tijd. Begrijpelijk dat enkel de rijken zich een radiotoestel konden aanschaffen. Mensen kwamen toen samen om een uurtje naar de radio te luisteren. Een goedkopere oplossing bestond er uit een kristalontvanger in elkaar knutselen. N.I.R. Door de omroepwet van 18 juni 1930 werd de openbare radio opgericht als Nationaal Instituut voor Radio-omroep of NIR/INR (de voorloper van de RTBF en de VRT). Het personeel werd tewerkgesteld in de nieuwe staatsradio. Vanaf toen kregen omroepverenigingen zendtijd bij de nationale radio. Aanvankelijk zond het NIR alleen ‘s avonds uit tussen 17:00u en 22:00u. In totaal werd er dus wekelijks voor vijfendertig uur uitgezonden, dat verdeeld moest worden tussen het eenheidsinstituut en de omroepverenigingen. De studio’s van het NIR hadden een uitstekende akoestiek en ontvingen de beroemdste muzikanten. Maar het NIR ondervond moeilijkheden om overal beluisterbaar te zijn en daarvan profiteerden de regionale of particuliere zenders. Zij hadden de meerderheid van het luisterpubliek en verzorgden meer artistieke programma’s en regionale nieuwsberichten. WOII Tijdens WOII ondervond het NIR heel wat moeilijkheden door de Duitse bezetting. Eind september 1940 werden de uitzendingen verplaatst naar Londen en kreeg het NIR een nieuwe naam: de Belgische Nationale Radio-Omroep (BNRO). Via de werelduitzendingen van

Een definitief einde aan de Belgische zeezenders kwam er in oktober 1978.

Hoe werkt een kristalradio nu? Een kristalradio kan gebouwd worden met behulp van huishoudelijke materialen. De antenne pikt radiosignalen uit de lucht. De antenne is dus het punt van binnenkomst, de aarding is het punt van uitgang en op die manier wordt elektriciteit opgewekt. Aan de hand van een radio’kristal’ kan je de signalen afstemmen of tunen naar een bepaalde radiozender. Echt handig is dit niet, want meestal hoor je heel wat zenders door elkaar, omdat er geen elementen aanwezig zijn die nabijgelegen frequenties wegfilteren. Voordeel van dit systeem is dat je geen stroom nodig had. Je zet als het ware de uitgezonden stralen direct om in klank. Vandaar dat het belangrijk is om een zeer lange antenne te gebruiken om “zoveel mogelijk energie op te vangen”.

de BBC bleef de regering in contact met de bevolking. De Belgen mochten van de bezetter enkel afstemmen op Zender Brussel - Radio Bruxelles die enkel Duitse propaganda de ether instuurde. Toch luisterden velen stiekem naar “Londen”, al was dat een riskante onderneming. Wie betrapt of verklikt werd, moest zijn toestel inleveren en kreeg het met de bezetter aan de stok. Na WOII moest elk radiostation onder controle staan van de staat. Zonder vergunning was het praktisch onmogelijk om uit te zenden vanop het land. Een oplossing werd gezocht in het uitzenden vanuit internationale wateren. Zo had ook België drie zeezenders; “Radio Antwerpen” met schip De Uilenspiegel van Georges De Caluwé, “Radio Atlantis” van Adriaan van Landschoot en “Radio Mi Amigo” van Sylvain Tack.

14

DE OPENBARE OMROEP Een openbare of publieke omroep streeft het algemeen nut na en wordt gefinancierd door de overheid. In België is dat de Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT). Het is de opvolger van het NIR, de BRT en de BRTN. Er gaat meer aandacht uit naar actualiteit, kunst en cultuur. De openbare omroep heeft als taak om bepaalde programma’s te ontwikkelen en uit te zenden voor specifieke doelgroepen. 1983: Op 1 april zet Studio Brussel haar eerste pasjes op de Vlaamse ether. Studio Brussel wordt één van de zes radiostations (Radio 1, Radio 2, Klara, MNM en RVi) van de openbare omroep. DE COMMERCIËLE OMROEP De commerciële of private omroep haalt zijn budget voornamelijk uit reclameinkomsten. Meer dan de openbare omroep, leggen ze de klemtoon op sport, film en amusement. Hun programma-aanbod heeft daardoor een groter bereik. Commerciële radiozenders in België zijn o.a. Q-music, Joe FM, Nostalgie, Contact, Topradio, enz... 2001: Op 12 november start Q-Music. De commerciële radiozender van de Vlaamse Media Mediamaatschappij naast JOE fm. 2008: Op 20 maart kent Vlaanderen een derde landelijke commerciële radio: Radio Nostalgie. De zender zendt uit op de frequenties van Antwerpen 1, Radio Go, Radio Mango en Radio Contact.


08. Verklaar volgende begrippen en los de inhoudsvragen op:

01. Marconi Italiaans technisch ingenieur die aan de basis staat van de ontwikkeling van de radiotransmissie. Door de perfectionalisering daarvan, werd het mogelijk een eerste draadloze uitzending te maken over de Atlantische Oceaan. 02. Le journal parlé Als aanvulling op het bekende radionieuws, kwam Theo Fleischman in 1926 op het idee om “het gesproken dagblad” in te voeren. Daarmee introduceerde hij nieuwe mediavormen als de reportage, het interview én de reclame. Nieuw vanaf nu was ook dat de journalist zélf instond voor het naar voren brengen van de actuele feiten. 03. NIR Nationaal Instituut voor de Radioomroep. Voorloper van de BRT en de VRT zoals wij die nu kennen. De openbare radio werd door het decreet in 1930 omgevormd tot een staatsomroep. Regionale zenders hadden vaak meer bereik, omdat zij een meer gedifferentieerd aanbod van programma’s brachten. Tijdens de oorlog trachtte de NIR stand te houden en na WOII was het monopolie van de NIR een feit. 04. Zeezender Een reactie op het monopolie van de NIR én tegen de controle van de staat. Zonder vergunning was het onmogelijk om uit te zenden vanop het land, dus werd een alternatief gevonden: internationale wateren. Het gegeven was bekend in geheel Europa en in België vooral van 1960 tot 1978. 05. VRT Vlaamse Radio- en Televisieomroep. Voordien beter bekend als de NIR, de

BRT en de BRTN. Nieuwe naam sinds januari 1998. 06. Openbare omroep Een openbare of publieke omroep streeft het algemeen nut na en wordt gefinancierd door de overheid. Meer aandacht gaat uit naar actualiteit, kunst en cultuur. De openbare omroep heeft ook als taak (vanuit de overheid) bepaalde programma’s te ontwikkelen en uit te zenden voor specifieke doelgroepen. 07. Commerciële omroep De commerciële omroep haalt zijn budget uit reclame-inkomsten. Meer dan de openbare omroep, besteden zij mee aandacht aan sport, film en amusement. Hun programma-aanbod heeft een groter bereik. 08. Radiotaal Een tekst die bedoeld is om te luisteren moet op een bepaalde manier worden geschreven. Die tekst moet zodanig geschreven worden dat het lijkt alsof de presentator ons een tekst vertelt. De intro, structuur, directe stijl én herhaling zijn essentiële elementen in een radiobericht. Radiotaal wordt ook wel spreektaal genoemd. Radiotaal impliceert voornamelijk het verhalend vertellen, je basis kan een tekst zijn. 09. Welke rol kreeg radio tijdens WOII toegewezen? Tijdens de WOII trachtte radio vooral de bevolking te informeren. De Duitse bezetter had hand in de radioprogrammering en zond zo veel propaganda uit. Door radiostations te verplaatsen probeerden ze zo de Duisters voor te zijn en een meer objectieve nieuwsgaring te verschaffen. Er was natuurlijk

ook ruimte voor muziek. 10. Geef de namen van de drie Belgische zeezenders. Radio Atlantis, Radio Mi Amigo en Radio Antwerpen vanop de Uilenspiegel. 11. Welke zender(s) behoort na Studio Brussel ook nog tot de openbare omroep? MNM, Radio 1, Radio 2, Klara en RVi. 12. Wat is kenmerkend voor volgende radiozenders: Q-Music, JOE fm en Nostalgie? Het zijn commerciële radiozenders. Hun focus ligt meer op het aanbieden van populaire programma’s en muziek. Hun primaire doelstelling is het vinden van inkomsten en het streven van een winstmaximalisatie. 15. Wat was destijds het verschil tussen de NIR en de regionale zenders? Regionale zenders hadden destijds meer bereik. Niet alleen door de betere frequentie, maar ook door haar gedifferentieerder aanbod in programma’s. 16. Welke naamsveranderingen onderging de VRT tussen 1960 en 1998? - NIR: Nationaal Instituut voor de Radio-omroep. Vanaf 1954 kwam daar ook televisie bij. - BRT: Belgische Radio- en Televisieomroep. - BRTN: Belgische Radio- en Televisieomroep Nederlandse uitzendingen. - VRT: Vlaamse Radio- en Televisieomroep.

15


02. Radio on air. NU WE WETEN HOE DE RADIO ONTSTAAN IS, KUNNEN WE DIEPER INGAAN OP HOE EEN RADIO EIGENLIJK WERKT. HEB JE ER OOIT AL BIJ STILGESTAAN DAT WIJ EIGENLIJK ZELF EEN RADIO KUNNEN MAKEN? Tegenwoordig worden veel radiouitzendingen digitaal (met nulletjes en eentjes) uitgezonden. Dat wil zeggen dat de geluidsmix (stem, muziek, jingles, enz...) door een computer digitaal wordt omgezet, en via het internet tot bij de luisteraar belandt. Het grootste deel van de luisteraars luistert echter nog altijd analoog via FM of AM. Dat betekent eenvoudig gesteld dat de geluidsmix in de radiostudio omgezet wordt in elektriciteit, die via een kabel naar een zendinstallatie gaat. Die zendinstallatie straalt via een antenne geluidsgolven uit, die een bepaald gebied bereiken. De luisteraar ontvangt deze golven met een eigen toestel met bijhorende FM of AM antenne, die de radiogolven weer omzet in geluid.

16

Schematisch ziet analoge klankoverdracht er als volg uit. Wist je dat je radiosignalen kan ontvangen met een eenvoudig toestel dat geen elektriciteit verbruikt? Met andere woorden: zonder batterijen of stopcontacten te gebruiken? Dat kan bijvoorbeeld met een kristalradio, die je zelf in een handomdraai in elkaar kan steken. Het belangrijkste onderdeel van de kristalradio is de antenne, die geaard moet zijn met de grond. Daardoor ontstaat een stroom die radiosignalen kan omzetten in elektriciteit. De kristalontvanger zet de elektriciteit terug om in geluid. Met een eenvoudige schuif kun je de juiste frequentie zoeken en zo geluid uit het toestel krijgen. Heel eenvoudig dus!


We haar zagen h de e eerste s oe radio Jaar ther waa tapjes i beur later is gde. 10 n werk t. Ga ze het onz 0 radio en knulf aan hee alter in elk tsel ee t radionatief op aar. Hen t : de k d rista e dure lradi o.

01. Per twee krijg je een bundeltje uit de Shoutbox. Een gebruiksaanwijzing met alle instructies bevindt zich binnenin het pakketje. Voor alle duidelijkheid werd de bouwbeschrijving opnieuw overgenomen in de cursus.

17


03. What is that sound ?  5,6

OF HET NU PETER VAN DE VEIRE, SOFIE LEMAIRE OF FRED BROUWERS IS DIE ONS VERGEZELT OF MILK INC., KINGS OF LEON OF BACH DOOR DE LUIDSPREKERS GALMT, HET IS ZELDEN STIL OP DE RADIO. HET IS EEN ECHTE BRON VAN GELUIDSGOLVEN DIE ONZE TROMMELVLIEZEN DOET TRILLEN. DAT DOET ME ER AAN DENKEN… WETEN JULLIE HOE GELUID PRECIES WERKT?

3.1. Geluid prikkelt het oor ... Als algemene definitie geldt: geluidsgolven zijn schommelingen in de luchtdruk die in staat zijn het oor te prikkelen. Elk golf bezit welbepaalde kenmerken. Zo hebben golven steeds een frequentie (=het aantal volledige golven dat een punt bereikt of aantal trillingen per seconde), een voortplantingssnelheid en een golfsterkte. Zo is de voortplantingssnelheid van geluid afhankelijk van het medium waarin geluid zich voortplant. Substantie Water Beton Lucht

Hoe hard een geluid klinkt, hangt af van de hoeveelheid energie die de geluidsgolven bevatten. Hoe meer energie, des te harder ze klinken en je trommelvliezen laten trillen. Om die geluidsintensiteiten of de geluidssterktes gemakkelijker te kunnen vergelijken, introduceerde men de decibel (dB). Je kan decibel definiëren als een eenheid van vermogens- of geluidsdrukverandering. De energie van geluid wordt voortgebracht door piepkleine, voor het oog onzichtbare deeltjes in de lucht, die in beweging worden gebracht. Naarmate de afstand van een uitgezonden geluid groter wordt, moet de energie steeds meer verdeeld worden over meer moleculen. Het gevolg hierbij is, dat een geluid steeds zachter gaat klinken wanneer de afstand groter wordt.

Geluidssnelheid (m/s) 1480 3400 340

Wanneer een voorwerp geluid produceert, worden de luchtdeeltjes in de omgeving samengeperst. Daardoor zal de luchtdruk ter plaatse toenemen. Die samengeperste luchtdeeltjes botsen met omliggende deeltjes in de lucht en geven zo hun energie door. Geluid kan dus een vorm van energie genoemd worden.

18

Geluid plant zich voort onder de vorm van golven. Je kan het vergelijken met de golfjes die je in het water ziet wanneer je er een steentje in gooit.

De zachtste geluiden die we kunnen waarnemen zijn 10dB. Praten loopt al snel op tot 50 à 60dB en een luide vrachtwagen klinkt 80 à 90dB. De schaal kan misleidend lijken, want elke toename van 10dB betekent een vermenigvuldiging van 10. Een geluid van 40dB is dus 10 keer zo luid als een geluid van 30dB. Geluiden boven de 90dB voor een lange periode zijn schadelijk voor het gehoor. Op de volgende pagina vind je een overzicht.


03. What is that sound ?

01. Earcleaning helpt ons op een actieve manier te luisteren naar onze omgeving. Dagelijks hangt er een dikke mist van geluid rondom ons. Lawaai dat we uit routine onbewust wegzuiveren. Met onderstaande oefening leer je echt luisteren naar de wereld rondom jou. • Stilte is een relatief begrip. Geluid is altijd aanwezig. Noteer daarom een week lang het allereerste geluid bij het opstaan en het allerlaatste geluid bij het slapengaan. Dat kunnen mechanische (bv. wekker), natuurlijke (bv. vogels, wind), maar ook organische (bv. maag, ademen …) geluiden zijn.

PIJNLIJK, SCHADELIJK Vuurwapens, sirenes, straaljager.................................. 140-70 Startend vliegtuig op 50m afstand...............................140-170 Autoradio’s op vol volume........................................................ 140 Rockconcerten, luide passages tijdens klassiek concert................................................... 90-130 Een massa schreeuwende kinderen....................................... 120

db db db db db

HINDERLIJK, KANS OP BESCHADIGING Draagbare radio’s, walkman op vol volume.................. 90-115 db Grasmaaiers en kettingzagen met benzinemotor....... 90-105 db

ZEER LUID Elektrisch scheerapparaat, wekkeralarm, haardroger, stofzuiger en andere huishoudelijke apparatuur.......70-85 db Rumoerige klas, schoolbus en speelplaats....................70-85 db

MATIG Normaal gesprek........................................................................... 60 db Regen. ............................................................................................... 50 db Rustige kamer, kantoor.............................................................. 40 db

STIL

• Verdeel de klas in groepjes van 4 en stuur ze de straat op. Het is belangrijk dat elk groepje op een andere plaats staat. Elke groep houdt bij hoeveel keer het specifieke geluid hoorbaar was. Achteraf vergelijk je de resultaten met andere groepen. o Claxon o Dierengeluiden o Gebabbel o Voetstappen o Gsm • Noteer één week lang het mooiste en lelijkste geluid van de dag. Vergelijk achteraf in de klas. • Een andere klassikale proef is trachten één kwartier (minimum 5 minuten) lang stil te zitten. Je mag gedurende de observatie niet praten. Noteer alles wat je hoort en vergelijk achteraf met elkaar. • Kies op school of thuis één ruimte, waarin je gedurende 10 min geluiden analyseert. Je lokaliseert de geluiden op een plannetje van die ruimte en hou ook bij welk soort geluiden je hoort. • Kies opnieuw één bepaalde ruimte op school of thuis. Analyseer de geluiden die je hoort volgens 4 criteria naar jouw keuze. Dat kunnen mooie, lelijke, pijnlijke en zachte geluiden zijn. Een andere onderverdeling zou zijn; nachtgeluiden, middaggeluiden, ochtendgeluiden en avondgeluiden. Je hoeft niet voorgaande categorieën over te nemen, maar je mag er dus zelf 4 creëren.

Gefluister, tikkend uurwerk.................................................... 30 db Leeszaal in een bibliotheek.................................................... 20 db Vallend blad.................................................................................... 10 db

19


03. What is that sound ? De ernst van de schade hangt af van de sterkte van het geluid, de blootstellingsduur én de individuele gevoeligheid. De kans op gehoorschade neemt toe eens je boven de maximaalgrens van wekelijks 8 uur bij 80dB gaat. Onderstaande tabellen geven de limiet aan de blootstellingsduur weer én het geluidsdrukniveau waarboven gehoorschade optreedt. Tijdsduur (min) 480 240 120 60 30 15

Geluidsdrukniveau (dB) 80 83 86 89 92 95

03. De decibelmeter meet het aantal decibels in bepaalde ruimtes. Het is een middel om te bepalen welke geluiden al dan niet schadelijk kunnen zijn. Hieronder vind je verschillende proefjes met en rond de geluidsmeter. • Meet de geluidshoeveelheid in verschillende ruimtes op school met een decibelmeter. Noteer de waarnemingen en orden die van stil naar luid. Ga ook na welke geluiden schadelijk zijn. • Roep met de ganse klas zo luid als je maar kan en kijk hoeveel decibel je haalt. • Verzamel je metingen en maak een tabel en een grafiek in een excel-bestand. Wat wij uiteindelijk waarnemen wanneer wij een geluid met een bepaalde frequentie horen, wordt aangeduid met het woord toonhoogte. Naarmate de frequentie toeneemt, klinkt een geluid hoger. Een hoge toon heeft namelijk meer golven per seconde dan een lage toon. Duurt het nu 1 seconde voordat de trilling voorbij is, dan mag je aannemen dat die toon een frequentie heeft van 1 Hertz of 1 Hz. Een gezond oor neemt tonen waar tussen 20 en 20.000 Hertz. Hoe hoge en lage tonen werken toont het volgende filmpje: www.radiocentrum.be/shoutbox /links 04

02. Dat geluid schadelijk kan zijn toonden voorgaande tabellen reeds aan. De vraag is nu: hoe goed is jouw gehoor? Welke frequenties hoor je beter of helemaal niet? Welke toestellen zijn schadelijk voor het gehoor? Verschillende tests hierover vind je op onderstaande websites: • www.hoortest.nl: de Nederlandse nationale hoortest voor volwassenen • www.kinderhoortest.nl: voor kinderen van 4 t/m 12 jaar • www.oorcheck.nl: voor jongeren tot 24 jaar • www.bedrijfsoorcheck.nl: voor werkers in lawaai

04. O p de site va n Tech je s r on nopol i d trill s v i nd i n gen va d e ho g je leu k n gelu e en l a e pr oe i d , me g e ffi l mpj t o n t n ad r e n . E l ke e en ve u k op p r o ef b r telt h o e o ok e v at e e jij zoie n • Mu t s k an ma zik ale b k e n. uisjes w w w.r adiocen t r u m.b e/shout box /lin • F les ks sen x ylo 05 foon w w w.r adiocen t r u m.b e/shout box /lin ks 06

20


03. What is that sound ? Gehoorschade is blijvend. Gelukkig kan je jezelf er tegen beschermen. Vingers en watjes zijn de goedkoopste dempers. De bekendste manier zijn de oordoppen en die bestaan in alle kleuren en vormen. Deze beschermingsmiddelen hebben slechts effect indien je ze trouw gebruikt telkens het lawaaainiveau oploopt. Zo zijn er ook goede en minder efficiënte oordoppen. Als de oordoppen het geluidsniveau tot 80 dB dempen, dan zit je goed. In de praktijk blijkt dat de niveau’s bij dancefeesten en concerten vaak zo hoog zijn, dat je ze continue moet inhouden. Een paar minuten zonder doppen kan dan al schade opleveren. Voor hoofdtelefoons kan men als regel hanteren dat het geluid te sterk is, als de persoon naast je kan meeluisteren. Interessante tips over hoe je de oren moet beschermen vind je op www.oorcheck.nl Onze oren transformeren de geluidstrillingen in elektrochemische pulsen of zenuwprikkels, die via het zenuwstelsel naar de hersenen worden gestuurd. De hersenen ontvangen die impulsen en “vertalen” ze in herkenbare informatie. Hoe dat proces precies werkt, lees je hieronder.

In het akoestisch onderzoek (de studie van het gedrag en van de beïnvloeding van dat gedrag) wordt aandacht besteed aan de manier waarop externe geluiden kunnen worden geweerd. De factoren die een invloed hebben op de akoestiek zijn erg talrijk en onvoorspelbaar, waardoor architecten elke ontwerp voor een ruimte als uniek moeten beschouwen. Akoestiek is dus van essentieel belang voor goede radio. In een radiostudio komen alle elementen opnieuw samen. Muziek en stem zijn er de ingrediënten van dienst!

Wanneer geluidsgolven een opppervlak raken, kunnen zij ofwel rond dit oppervlak buigen ofwel teruggekaatst worden. Als het oppervlak hard en glad is dan worden de golven weerkaatst. Dat fenomeen noemen we ook wel de echo. Zachte oppervlakken daarentegen absorberen geluiden en kaatsen geen echo terug. Indien er bijvoorbeeld minder dan 1/10 van een seconde tijd is tussen twee geluiden, dan identificeren onze oren dat als één enkel geluid. Vanwege de snelheid van het geluid betekent dat, dat het oppervlak van een duidelijke echo minstens 20 meter verwijderd moet zijn. Zoals vermeld moeten architecten bij het ontwerpen van concertgebouwen, theaters of andere, hiermee rekening houden. Ze willen natuurlijk dat iedereen in het gebouw de artiesten duidelijk kan horen, zonder die storende echo’s. Men spreekt dan ook van “de akoestiek” van het gebouw. Een volledige geluidsisolatie is meestal te duur en vaak onpraktisch, daarom brengt men meestal functieafhankelijke geluidsisolatie aan. Geluidsabsorberende panelen worden aangebracht om echo’s, nagalm en andere ongewenste geluiden onder controle te houden. Ook in een radiostudio tref je geluidsabsorberende panelen aan op de muren.

3.3. Geluid trilt de stem ... Hoe zeg ik het en vooral hoe zeg ik het goed? Voor radiomedewerkers is het een dagelijkse zorg. Presentatoren, nieuwslezers en reporters willen meteen begrepen worden en daarop bieden stemhygiëne en stemtechnieken het antwoord. 7 De uitwendige delen van je oren vangen de geluidsgolven op. De oorschelp en gehoorgang zijn in feite louter transportkanalen voor het geluid. De geluidsgolven botsen op het trommelvlies, waardoor dit begint te trillen. Het trommelvlies is verbonden met een klein spiertje en is daardoor in staat zich min of meer aan te passen aan het ontvangen geluidsniveau, om op die manier zichzelf (tijdelijk) te beschermen tegen overdreven geluidsdruk. Het staat in het middenoor in verbinding met drie botjes of gehoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel). Zij zetten de mechanische trillingen om in trillingen in een vloeistof en brengen die over naar het slakkenhuis. De zenuwuiteinden die de binnenkant van het slakkenhuis bedekken, worden door de trillingen geprikkeld en sturen de signalen door naar de hersenen. Je hersenen kunnen dan het geluid identificeren, met ander woorden bepalen welk geluid je hebt gehoord en waar het vandaan komt.

05. Neem het opnamemateriaal uit de Shoutbox en ga op zoek naar ruimtes met een verschillende akoestiek. Neem eenzelfde geluid doorheen die ruimtes op. Je kan bijvoorbeeld eenzelfde tekst of zin voorlezen, een instrument bespelen, ... Vergelijk achteraf je opnames en bepaal de ruimte met de beste akoestiek.

3.2. Geluid doorheen de akoestiek ... 21


03. What is that sound ? Als je naar de radio luistert, zijn er stemmen die je graag hoort en andere die je niet liggen. Bepaalde stemmen klinken aangenaam, dynamisch of levendig, terwijl andere stemmen kil, onsympathiek of flets klinken. Als je achter de microfoon plaatsneemt (radio, televisie, publiek) wordt verwacht dat je behoorlijk Nederlands spreekt en dat het aangenaam is om naar je stem te luisteren. Hierbij zijn volgende elementen van groot belang: • Radiofonische stem: De luisteraar of het publiek moet graag naar de stem luisteren. Een radiofonische stem is een stem die warm en vrij laag klinkt. Zo’n stem kan vertrouwen opwekken, maar straalt tegelijkertijd gezag uit. De sleutelwoorden voor een goed stemgebruik zijn ontspanning en resonantie. Bv. Je kunt je strottenhoofd (plaats waar de stembanden zitten) ontspannen door dom te kijken. Als je een dom gezicht opzet, zakt je onderkaak en hangt je mond lichtjes open. Daardoor ontspannen je halsspieren zich en kan het strottenhoofd dalen. • Verzorgde uitspraak: Algemeen Nederlands of AN is de norm, maar bijna niemand spreekt het perfect. Als radiopresentator probeer je Belgisch Nederlands te spreken, maar je mag zeker niet “bekakt” klinken. Probeer zo natuurlijk mogelijk te spreken, alsof je tegen een goede kennis spreekt. • Afwisselende intonatie: Een goede presentator legt de juiste woord- en zinsaccenten, zodat alles vloeiend verteld wordt en niet afgelezen klinkt. Je kan je stem dus trainen, waardoor je jouw stem correct leert gebruiken. De stembandjes zijn namelijk kleine minuscule spiertjes (slechts een paar millimeter). Het is dus aan te raden je stembanden op te warmen, alvorens je een grote groep toespreekt of lang moet praten. Net als bij sport, moet je ook opwarmen om stijve spieren tegen te gaan. Bij de stembanden uit zich dat in heesheid of geen stem. Er bestaan allerlei

opwarmingsoefeningen, waaronder ook de pittigheidoefeningen. In het deeltje “Radio Practico” vind je een aantal oefeningen. Ook het verzorgen van je stem is belangrijk, men spreekt ook wel van een goede of slechte stemhygiëne. Hoe doe je nu aan een goede stemhygiëne? • Roken en overmatig alcoholgebruik zijn slecht voor de stem. • Spaar je stem door goed te articuleren. • Vermijd veel praten in te droge of slecht geventileerde ruimten. • Ga verstandig met je stem om. Vermijd overmatig hard roepen, schreeuwen of over lawaai heen praten. • Let op de signalen van je lichaam. Als je hees wordt door een verkoudheid, neem dan stemrust: praat niet of toch veel minder. Fluisteren is uit den boze, want dat vraagt namelijk een nog grotere inzet van je stembanden. • Vermijd het imiteren van stemmen en geluiden. • Vermijd te weinig slaap. Dat vermindert namelijk je stemconditie. Fysieke spanning of inspanning kunnen we vaak via de stem horen. De stem kan hoog en hard klinken, maar ook de ademhaling kan onregelmatig verlopen. Een goede spreektechniek steunt op een goede ademtechniek. De beste ademhalingstechniek is de lage middenrifademhaling of de buikademhaling. Bij het inademen verzamel je bij een buikademhaling meer lucht, dan bij een borstademhaling. Dat laatste zorgt voor extra druk op de stembanden en kan leiden tot stemmisbruik. Opnieuw een paar tips: • Leer tijdig bijademen. Beschouw dus punten en komma’s in de tekst als een gelegenheid om even in te houden en bij te ademen. • Houd klink-, smek- en smakgeluiden onder controle. De microfoon versterkt ze. Als je een droge mond hebt, dan kan kauwgom of plat water een oplossing bieden.

07.

06.

gen tril lin eluids g m o . a n ie r np r o e f oudt de r e m e ba l lo d m a nd h s i E en a n ie , n n é e é , m p e en u k t de llon o wa a r t é é n ba de r e d r n e a e e w t d er en aat. De Blaas p he t o o r n e n pr o n ll e a g b e t issel on z en de ball opgebla n g e n. W e li d il r n t e e d te g t terlijk lippen lt da n le e o v r e a nd a f. elk aa r 22

Ook onze larynx of strottenhoofd schetst hoe geluid bestaat uit trillingen. Alles heeft daarbij te maken met onze stembanden. Dat zijn kleine spiertjes binnenin ons strottenhoofd, verbonden met de luchtpijp. Bij een klank, dus geluid, gaan je spiertjes trillen. Gepaard met de doorstromende lucht, kan je dus stem geven of geluid produceren. Plaats je hand op je keel, tegen je strottenhoofd en hou een bepaalde klank aan; “aaaaaa”. Wat voel je?


03. What is that sound ?

08. Geluidstrillingen verplaatsen zich in bepaalde golven. Waar dezelfde golven elkaar raken, heffen ze zich op. Waar verschillende golven elkaar kruisen, vormen ze concentraties. Volgende proef proberen we zelf uit. Wat heb je nodig? - metalen plaat - zout - strijkstok of ander instrument waarmee je tegen metalen plaat kan schrapen, waardoor het geluid produceert Bestrooi de plaat lichtjes met zout en strijk je instrument tegen de metalen plaat aan. Wat gebeurt er? Ga na of de proef gelukt is en surf naar YouTube en tik Chladnitour in. Het gaat om een klassieke proef uit de natuurkunde. De met zout bestrooide plaat veroorzaakt geluid door te trillen. Op de plekken waar de plaat niet trilt blijft het zout liggen. Beluister de hoogte van de toon en belijk het patroon dat ontstaat. (http://www.youtube.com/watch?v=vlyjKoh0NyY &feature=related)

09.

Geluid verplaatst zich door trillingen in de lucht. Lucht is hierbij een belangrijk kanaal. Zonder lucht, geen trillingen, geen geluid. Volgende proef demonstreert geluid binnen in een vacuüm. Surf naar YouTube en geef volgende gegevens in: “Natuurkunde: geluid in lucht en vacuüm”. Het maximale vacuüm of het luchtledige is een ruimte waarin geen lucht of ander gas aanwezig is. Geluid is het geheel van door het oor waarneembare trillingen. Deze trillingen kunnen zich in de vorm van geluidsgolven door de meeste stoffen voortplanten. In de getoonde proef wordt een bel in een vacuumpomp getoond. Je hoort het effect van het weghalen (terugstromen) van de lucht op het geluid. (http:// www.youtube.com/watch?v=PCVl_qp6b6g)

10. Een voorwaarde voor goed spreken en stemgeven zijn een goede en juiste houding. Hieronder een aantal loslaat- en ontspanningsoefeningen.8

• Hef de schouders zonder medebeweging van de rug of romp enkele seconden zo hoog mogelijk op. Laat ze daarna langzaam zo ver mogelijk zakken. Herhaal dit enige malen. • Leg je vingertoppen tegen de voorkant van het strottenhoofd. Voel dat het strottenhoofd omhoog getrokken wordt als je een slikbeweging maakt. In deze les mag je dus zeer veel geeuwen, aangezien je zo leert een ruime keel te krijgen. • Je probeert te geeuwen, maar geeuw niet door. Blijf daar waar je voelt dat je keel ruim wordt, het strottenhoofd naar beneden zakt en het verhemelte gespannen is. • Nabootsen van kauwgom eten. Overdrijven kan geen kwaad. • Warm je stem op door te zoemen. Heel zachtjes en ontspannen kaak maak je geluid door op een /m/ te zoemen.

11. Om een goede uitspraak of articulatie te stimuleren, bestaan er ook de pittigheidoefeningen. In workshops wordt vaak gebruik gemaakt van een kurk. Die plaats je vooraan tussen je tanden. Het traint de tong- en lipspieren.9 • Oefen vlug en pittig – herhaal elke term drie maal: - Poppententoonstellingen - Wettelijke bepalingen - Tientallen kippen te koop - Dat kan me niet bommen - ’t begint al een beetje te komen - Vooruitstrevende toeristencentra - Plaatsvervangende gemeenteraadsleden - Nieuwe investeringsmogelijkheden - Grootscheepse grondwetswijzigingen - Afvalwaterzuiveringsinstallaties • Tongbrekers - Vissers die vissen naar vissen En vissers die vissen die vangen vaak bot. De vissen waar de vissende vissers naar vissen, vinden vissers vervelend en rot! - Rioolwaterzuiveringsinstallatieconsumentenonderzoekers - hondenbrokkendieetwinkelgarderobejuffrouw - Wij wijze waswijven wilden weer wassen wanneer wij wisten waar weer warm water was - Ping en Pong speelden pingpong. Ping pingpongde de pingpongbal naar Pong en Pong pingpongde de pingpongbal naar Ping.

23


03. What is that sound ?

12. Heb jij een juiste ademhaling? Sta recht en leg één hand op je buik en de andere op je borst. Lees nu volgende zin en ga na waarmee je ademt: borst of buik? Bij een dierenarts in Meldert bij Aalst is dodelijk gif gestolen. Dat schrijft Het Nieuwsblad. De leverancier had het gif aan de deur gezet omdat de dierenarts niet thuis was. Het gaat om een heldere vloeistof, die op water lijkt. Het goedje is voldoende om 35 mensen om te brengen. Maar vee-arts Niel Steleman denkt dat de dief niet uit was op het euthanasiemiddel. De politie van Aalst is een onderzoek gestart.

14. Een goede manier om ademsteun (steun bij stemgeven vanuit je buik) te leren is de berenzit.10 Ga daarvoor op de grond zitten, hel wat achterover, til je voeten van de grond en sla je armen om je knieën. Als je op deze manier zit, zijn je buikspieren en middenrif opgespannen. Je merkt dat je adem goed gesteund wordt door het middenrif. Je stem kan dan ook voller klinken, omdat de spanning van je strottenhoofd weggetrokken wordt.

13. Lees vervolgens bovenstaande tekst met de juiste intonatie. Ontleed samen met de leerkracht de pauzes, hoofd- en bijzaken. Bij een dierenarts in Meldert bij Aalst / is dodelijk gif gestolen. / Dat schrijft Het Nieuwsblad. / De leverancier had het gif aan de deur gezet omdat de dierenarts niet thuis was.// Het gaat om een heldere vloeistof, die op water lijkt. / Het goedje is voldoende om 35 mensen om te brengen. Maar vee-arts Niel Steleman denkt dat de dief niet uit was op het euthanasiemiddel. De politie van Aalst is een onderzoek gestart. //

3.4. Geluid als muziek ... Geluid klinkt vaak als muziek in onze oren. De muziekkeuze bepaalt dan ook vaak of je graag naar een bepaalde radiozender luistert. Mensen die muziek kiezen op radio weten dan ook heel graag wat hun luisteraars willen horen. Omgekeerd bepalen zij vaak wat de nieuwe hits worden.

24

Lees gedurende een tweetal minuten een tekst in berenzit en sta dan – nog steeds lezend of pratend – op. Probeer de ademsteun mee te nemen als je gaat staan. Probeer goed te voelen wat er gebeurt: je krijgt normaal gezien meer resonans en je stem klinkt voller.


03. What is that sound ?

15. We willen graag jouw mening over muziek horen. Hoe ontdek je muziek, hoe “beleef” je muziek, deel je muziek en waar koop je muziek? Hoeveel geld geef je gemiddeld uit per maand aan muziek? (concerttickets en bvb t-shirts inbegrepen) .............................................................................................................................................................................

Als je alleen naar muziek luistert, waar is dat? En waar samen met vrienden? .............................................................................................................................................................................

.............................................................................................................................................................................

Via welke kanalen luister je naar muziek? (cd’s, platen, radio, tv, mp3-speler, computer, internetpagina’s, youtube, internetradio, netlog, facebook) .............................................................................................................................................................................

Wat is je favoriete radio? Waarom? .............................................................................................................................................................................

.............................................................................................................................................................................

Waar luister je naar de radio? (thuis, op school, onderweg, supermarkt, op je kamer,...) .............................................................................................................................................................................

Koop je soms muziek? Waar? .............................................................................................................................................................................

Download je soms illegaal muziek? Waarom (niet)? .............................................................................................................................................................................

.............................................................................................................................................................................

Wat is je favoriete muziekgenre? .............................................................................................................................................................................

Hoe ontdek jij nieuwe muziek? (vrienden, radio, tv, internet, optredens, fuiven,...) .............................................................................................................................................................................

Hoeveel uur per dag luister je naar muziek? .............................................................................................................................................................................

25


03. What is that sound ?

16. Vergelijk jouw antwoorden (opdracht 15) met de jongeren- en muziekenquête uit 2008. Door bovenstaande opdrachten te combineren kan je een klasgesprek en verschillende discussies opwekken; bv. discussie over legale en illegale muziek. Met de opdracht willen we de jongerencultuur onder de loep nemen.

De vragenlijst is gebaseerd op een “jongeren- en muziekenquête” van 2008 afgenomen door Tagger.Fm11. Ze ondervroegen 255 bezoekers van marktrock, waarvan 65% studenten. Hieronder zetten we de belangrijkste conclusies op een rijtje. Radio en TV zijn samen (nog altijd) veruit de belangrijkste bron om muziek te ontdekken. De computer met de mp3 collectie is het belangrijkste middel geworden om de muziekcollectie te beluisteren en de gsm wordt nog niet als mp3 speler gebruikt. CD’s kopen is nog altijd in, ringtones zijn volledig out, 25% koopt veel muziek op iTunes, maar filesharing of kopiëren via vrienden is veruit de belangrijkste muziekbron. Populatie: 255 bezoekers van Marktrock

Hoe ontdek je muziek? Radio is dé belangrijkste muziekbron. Het merendeel geeft aan dat ze “veel” of “heel veel” muziek ontdekken via de fm radio.

Daarmee haalt radio de hoogste score van gemiddeld bijna 3. Samen met TV zijn de ‘broadcasters’ dus nog niet afgeschreven. Muziek ontdekken via vrienden is ook belangrijk.
Online scoort gemiddeld, maar hier stellen we niet verwonderlijk vast dat het bij jongeren merkelijk hoger scoort ten koste van radio en TV. Uitgaan (concerten, clubs...) tenslotte is ook een belangrijke bron. Hoe beluister je muziek?

Wat meteen opvalt is dat de mp3 collectie op de computer de meest gebruikte muziekspeler is. Online is nog niet populair, maar komt wel duidelijk opzetten bij jongeren – youtube is daar niet vreemd aan. De CD scoort nog goed, vooral dankzij de ‘ouderen’. De mp3 speler is ook populair, maar de gsm wordt bijna nooit als muziekspeler gebruikt.
De fm radio tenslotte is verre van afgeschreven: 64,3% zegt veel of heel veel te luisteren naar de radio.

26


03. What is that sound ?

Hoe schaf je muziek aan?

in leeftijd betekenen wel dat de digitalisering van ons muziekgebruik en de dalende CD verkoop nog verder zullen evolueren. Filesharing of iTunes?

Zoals te verwachten zijn filesharing en uitwisselen met vrienden razend populair, zeker bij jongeren. Desondanks wordt nog veel muziek gekocht via CD’s. Ringtones blijken helemaal out en iTunes doet het veel beter dan we verwachtten: 23,5 % van de respondenten gaf aan veel of heel veel muziek te kopen via iTunes. 
 De prijs Meer dan de helft van de ondervraagden ten slotte is bereid om redelijk wat geld te betalen voor een live optreden van hun favoriete groepen. Bijna 30% is bereid 10 à 20 € te betalen. Blijft radio dé ontdekkingsbron? We zagen in ons vorig enquêteverslag hoe belangrijk de fm radio nog steeds is voor de ontdekking van muziek. Onze “klassieke” radio deed het met een score van gemiddeld bijna 3 immers veel beter dan online. Stubru en Q Music winnen het dus van MySpace en Youtube? De antwoorden per leeftijdscategorie helpen ons uiteraard om te kijken hoe de jongste leeftijdsgroep hierover denkt en wat we dus mogen verwachten in de toekomst. We hebben de populatie in drie groepen gesplitst (14 - 17 jaar; 18 - 26 jaar en 27+) en dan liggen de kaarten anders:

Bij jongeren van 14 tot 17 jaar, zijn de vrienden nu de belangrijkste bron. Radio staat hier nog op de tweede plaats, maar we zien dat het internet voor deze groep – zoals te verwachten – heel belangrijk is. Youtube, MySpace, Last.fm en andere online muziek kanalen spelen duidelijk een steeds belangrijkere rol. Bovendien hecht deze jongste leeftijdgroep veel belang aan het delen van muziek met vrienden. Online services en social networks spelen daar uiteraard handig op in, terwijl de fm radio daar voorlopig geen mogelijkheden biedt. We bouwen een mp3 collectie

Als we de vraag “Hoe beluister je muziek” bekijken, vallen de leeftijdsverschillen nog meer op. Waar 26 plussers vooral CD’s en radio beluisteren en minder belang hechten aan muziek op de computer of mp3 speler, is het bij de jongste groep net omgekeerd.
 
Sterker nog, 14 tot 17 jarigen gebruiken de PC veel of heel veel om muziek te beluisteren. Het hoeft uiteraard niet te verwonderen, maar de grote verschillen

Ook de vraag “hoe schaf je muziek aan” geeft terug een duidelijk verschil aan in leeftijdscategorieën. Dat filesharing veel populairder is bij de 14 – 17 jarigen is evident. Je kan stellen dat jongeren meer tijd hebben en de 26-plussers meer geld. Waarschijnlijk daarom is bij die groep muziek kopen op iTunes veel populairder dan bij de 18 – 26 jarigen. Misschien is er dan toch hoop voor de vervanging van de CD, als de 14 – 17 jarigen straks hun eerste loon gaan ontvangen? Conclusie Er komt dus wel degelijk een generatie aan die muziek op een heel andere manier ontdekt, beluistert en aanschaft. De veranderingen zijn duidelijk, ze komen als een tsunami op de “oude” muziekwereld af en de gsm moet zijn internetrevolutie nog inzetten. Toch zijn er duidelijk mogelijkheden om in die nieuwe omstandigheden muziek digitaal te verkopen.

27


03. What is that sound ?

17. Luister aandachtig naar de volgende 10 fragmenten en tracht de verschillende muziekgenres te herkennen. Kies uit: hiphop – country – reggae – folk – blues – punk – rock ’n roll – hardrock – disco – techno. 01. Reggae Oorspronkelijk de muziek van de zwarte bevolking van Jamaica. Muziek met een aantrekkelijk ritme, meestal met een revolutionaire of mythische inhoud. De belangrijkste instrumenten hierbij zijn percussieinstrumenten. Bob Marley is een bekende performer van het genre. (The Congos - Fischerman) 02. Punk Een heel primitieve, harde en agressieve rockstijl. De muziek was bedoeld als vorm van protest tegen de overheersende invloed van popgroepen, die verweten werden zich niet tot de jongeren te richten. The Sex Pistols drukten hun stempel op dit genre, ontstaan in Engeland. Het genre gaat gepaard met een extravagante kledingen haarstijl. Denk hierbij aan piercing, gescheurde t-shirts, felle kleuren en smalle broeken. (Dead Kennedy’s – Too drunk to fuck) 03. Country Verzamelnaam voor verschillende muziekstijlen uit West- en MiddenAmerika. Het genre kende een breder succes dankzij de vele westernfilms. Ook hier zijn bepaalde elementen typerend: een zangstem begeleid door een aantal eenvoudige instrumenten, vaak een akoestische gitaar. (Johny Cash – A boy named Sue) 04. Blues Heel kenmerkend voor dit genre is het soleren. De zwaarmoedige zang wordt afgewisseld met instrumentale impro-

28

visatie. Noch opmerkelijk is dat het een vast schema volgt van 12 maten die per strofe worden herhaald. De zanglijn wordt gevuld door herhaling en een vraag-en-antwoord-dialoog tussen de zanger en muzikanten. Oorspronkelijk gespeeld op akoestische instrumenten als de piano, gitaar, mondharmonica en contrabas. (John Lee Hooker – I’m in the mood)

08. Disco Vindt haar oorsprong in de discotheken. De term verwijst naar een specifieke muziekstijl die invloeden heeft uit de funk-, soul- en salsamuziek. In de jaren ’70 was er sprake van een echte rage van het genre met veel glitter en glamour. De muziek is vrolijk en ritmisch. (Donna Summer – I feel love)

05. Techno Ontstaan in de jaren ’70 maar vanaf de jaran ‘90 gedoopt tot verzamelnaam voor elektronische muziekstijlen. Het genre komt voor uit de electro en ontwikkelde zich voor het eerst in de Verenigde Staten en Duitsland. België kent jaarlijks een groot evenement rond het genre. Het heeft plaats in de stad Gent, meer bepaald in de Expo. (Dave Cark - Southside)

09. Folk De benaming voor een muziekstijl voor oorspronkelijk Engelstalige muziek. Vanaf de jaren 1960 ontwikkelde ze sterk naar rock toe. Nog breder verspreid sinds 1990 door de “wereldmuziek”. Belangrijk kenmerk van de muziek is het gebruik van traditionele muziekinstrumenten: viool, accordeon, banjo, harmonica. (Laïs – ‘t Smidje)

06. Rock ‘n roll Uitloper van rhythm ’n blues en country, maar met een rebelse geest. Deze muziek kreeg een dubbele functie: op de eerste plaats bracht deze muziek de nodige opwinding en sensatie voor de jeugd. Elvis Presley noemden men in dit genre wel “the king”. (Chuck Berry – Johnny B Good)

10.Hiphop Culturele beweging, vooral gekend als muziekstijl. Ontstaan in armere wijken van Brazilië en New York in de jaren 1970. Het genre wordt gekenmerkt door een soort ritmetaal op stevige dansbeats, ook wel “rapping” genoemd. Ook beatbox, graffiti en breakdance typeren dit genre. De teksten handelen vaak over de sociale verhoudingen en omstandigheden, maar ze kunnen evenzeer niets betekenen. (KRS One – Step into a world)

07. Hardrock Stevige, ritmische muziek die zo weinig mogelijk gebruik maakt van technische middelen en bijgevolg erg luid klinkt. Vaak gekenmerkt door een hard klinkende elektrische gitaar. (Led Zeppelin – Immigrant Song)


03. What is that sound ?

18. Situeer volgende termen en namen op de wereldkaart. 01. Hiphop: Brazilië. Een land in Zuid-Amerika dat grenst aan Frans-Guyana, Suriname, Guyana, Venezuela, Colombia, Peru, Bolivia, Paraguay, Argentinië, Urugay en de Atlantische Oceaan. Brazilië is het grootste land van Zuid-Amerika en het op vier na grootste land ter wereld na Rusland, Canada, de Verenigde Staten en China. 02. Country: West- en Midden Amerika. Midden Amerika is een culturele regio van het Amerikaanse continent. MiddenAmerika omvat Mexico, Centraal-Amerika en het Caribische Gebied. 03. Reggae: Jamaica. Een land in het Caribisch gebied ten zuiden van Cuba. De Caraïben is een gebied bestaande uit de Caraïbische Zee, de zeeën rond de Bahama’s en haar eilanden, waaronder de Antillen. 04. Punk: Engeland; Groot-Brittannië. Groot-Brittannië bestaat uit Engeland, Schotland en Wales, die samen met NoordIerland en een aantal overzeese gebiedsdelen het Verenigd Koninkrijk vormen. 05. Techno: Duitsland. Europees land. Europa wordt begrensd door de Noordelijke IJszee en de Atlantische Oceaan. Ook volgende landen behoren tot Europa; Noorwegen, Finland, Zweden, Hongarije, Roemenië, Macedonië, Oekraïne, ... Europa kan opgedeeld worden in verschillende regio’s; duid ze aan op de kaart: a. Centraal-Europa b. Noord-Europa c. Oost-Europa d. Zuidoost-Europa e. Zuid-Europa f. West-Europa

29


03. What is that sound ?

19.

EHB W Wer : Eerste k wo or d O Hu lp bij n g ev allen O.T.T ! .: On volto woo rdige oid T e Tijd: werk vb. ik gent, jullie hij werk werk t , , werk en, z wij werk jij e ij we rken n, O.V.T . .: On v Tijd: vb. ik oltooid V e hij w erk te werk te, ji rleden werk , wij wer j werk te , k ten ten, zij w , erk te jullie n.

Ook popmuziek valt niet van de wereldkaart weg te denken. Popmuziek is de af korting van populaire muziek en is de verzamelnaam voor tal van stijlen in de muziek, maar meer gericht op de populariteit dan op de diversiteit van de muziek. Muziekinstrumenten als de elektrische gitaar, de basgitaar, de drums en de synthesizer bekleden het genre en ooit was Michael Jackson “the King of Pop” . OPDRACHT: Michael Jackson aan het woord... Vul de nodige voorzetsels in, tussen haakjes staat het aantal keren dat je het woord mag gebruiken: door (1) - van (10)– naar (1) – voor (2) – in (8) - met (1) – uit (1) “De tol __________ de roem kan zwaar zijn. Is de prijs die je moet betalen het waard, vraag je je wel af. Want je kan gerust __________ mij aannemen dat je absoluut geen privacy meer over hebt. Je kunt absoluut niets meer doen zonder dat er speciale regelingen _________ je getroffen worden. Wat je ook zegt, de media melden het anders; wat je ook doet, het wordt gerapporteerd. Ze weten precies wat je koopt, welke films je bekijkt, noem maar op… Ga ik ___________ een openbare bibliotheek, dan zorgen ze er wel ___________ dat je verneemt welke boeken ik lees. __________ Florida heb ik het een keer meegemaakt dat mijn hele dagschema ___________ de krant verscheen. Alles wat ik had gedaan ___________ tien uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds stond keurig vermeld. Het imago __________ mij __________ de publieke opinie strookt niet ____________ de werkelijkheid. __________ alle perspublicaties, waarover ik het net had, kan men ___________ mij toch geen volledig, juist beeld krijgen. Allereerst omdat onwaarheden gewoon worden gedrukt als vaststaand feit. Daarnaast omdat maar al te vaak slechts de helft __________ het echte verhaal wordt verteld. De stukken die dan worden weggelaten, vormen meestal het gedeelte, dat het afgedrukte verhaal minder interessant zou maken, omdat ze de feiten ___________ een heel ander daglicht plaatsen. Ik ben ervan beschuldigd dat ik helemaal geobsedeerd ben ___________ de bescherming __________ mijn privacy. Dat is ook zo! Als je beroemd bent, staart iedereen je altijd maar aan, word je bij alles wat je doet nauwgezet ___________ de gaten gehouden. Als je mij vraagt waarom ik _________ het openbaar een zonnebril draag, dan zeg ik: “Ik doe dat omdat ik geen zin heb om voortdurend iedereen aan te moeten kijken.” Het is een goede manier om een klein beetje __________ mezelf te verbergen. Nadat mijn wijsheidstand was getrokken, gaf de tandarts mij een operatiemasker, dat ik thuis moest dragen om de bacillen __________ mijn mond te houden. Ik vond dat een prachtig ding. Veel beter zelfs dan een zonnebril. Dus heb ik het daarna nog een hele tijd gedragen. Ik heb _________ mijn leven zo weinig privacy, dat het verbergen __________ een klein beetje _________ mij al een soort rust ___________ die aanhoudende jacht betekent.”

20. OPDRACHT: Zet de werkwoorden tussen haakjes in de aangegeven tijd (OTT – OVT). Negrospirituals (zijn–OTT) __________________ godsdienstige liederen van de Noord-Amerikaanse negers. De inhoud (zijnOTT) _________________ veelal ontleend aan figuren en feiten uit de Bijbel, zoals de geboorte van Jezus, Mozes die zijn volk door de woestijn naar het beloofde land (leiden-OVT) ___________ , ea. Deze liederen (worden-OVT) __________________ aanvankelijk gezongen op godsdienstige plechtigheden die (plaatsvinden-OVT) __________________________ in de openlucht. Er (worden-OVT) ___________________ twee of meer podia getimmerd van waarop de predikanten hun Bijbellezingen (houden-OVT) ________________________ . De gelovigen (nemen-OVT) _________________ plaats voor of rondom het podium. Bij de godsdienstige plechtigheden (zijn-OVT) __________________ de zwarten actief betrokken. Aanvankelijk (blijven-OVT) ____________________ hun deelneming beperkt tot de uitroep van één woord als blijk van instemming met het door de voorzanger verhaald feit. Later (antwoorden-OVT) _____________________________ ze op de voorzanger met een altijd maar weerkerende zin. Algemeen (worden-OTT) ____________________ aanvaard dat de negrospirituals aan de basis (zullen-OVT) ____________________ liggen van de jazz.

30


04. Radio veel boemboem én blahblah RADIO… DAT IS EEN PRESENTATOR, MUZIEK EN EEN MICRO… DAT HAD JE GEDACHT! RADIO IS VEEL MEER DAN EEN PRESENTATOR ALLEEN. EEN HEEL TEAM, DAT NAUW MOET SAMENWERKEN, ZWOEGT DAG EN NACHT SPECIAAL OM JOU STEEDS TE BEKOREN NET OP DAT MOMENT WANNEER JIJ EENS ZIN HEBT OM JE TOESTEL AAN TE ZETTEN. LATEN WE MYSTERIEUZE MENSEN EENS IN DE KIJKER ZETTEN! Bob de Groof is docent communicatietechnieken en communicatiemanagement. Wat heeft hij te zeggen over ‘radiotaal’? Doeltreffend is radiotaal wanneer “ze betekenis weet over te brengen ‘op het eerste gehoor’. Dat is niet gemakkelijk, want radio is een ‘levensbegeleidend’ medium. De luisterintentie van een radioluisteraar is veel lager dan de leesintentie van een krantenlezer of de kijkintentie van een televisiekijker. Radiomakers kennen de vuistregels voor een toegankelijke radiotaal. Ze hanteren spreektaal, bewegwijzeren hun tekst, gebruiken beelden als begripsversnellers. Dat laatste vormt het verschil met de taal van een televisiereporter. Diens taal is ‘beeldondersteunend’, die van de radioreporter is ‘beeldgenererend’. Om snel in te pikken op de kennishonger van hun publiek hanteren radioreporters een strak regeltje van drie: wat weet mijn luisteraar al?, wat wil hij/zij weten? en wat moet hij/zij

weten. Wat een luisteraar wil weten en wat die volgens de radioreporter moet weten spoort overigens niet altijd. Tweede manier om de kwaliteit van radiotaal te beoordelen: is ze wel volgens het boekje? De Vlaamse radio legt sterk de nadruk op de normatieve rol van de radiotaal. Lees er het taalcharter van de VRT maar op na. De Nederlandse radiotaal lijkt meer de descriptieve benadering toegedaan. Radiotaal als echo van wat je hoort op treinen, straten en pleinen. Hoe boeiend kan radiotaal ten slotte zijn? Dikwijls gaat het zo: radio signaleert en vervolgens neemt de grote beeldmachine van televisie het over. In de nieuwsluwte die daarop volgt ligt een mooie kans voor de radio. Goede vertellers, die zich op de juiste plek weten op te stellen, die kiezen voor een aparte invalshoek en die vooral de regels van het narratief kunnen toepassen: dat zijn de radiolui die ervoor zorgen dat dit medium een eigen rol zal blijven spelen in het media-aanbod.12

01. Leg in je eigen woorden uit wat Bob de Groof vertelt over radiotaal.

02. Neem een recente krant zoek per twee naar twee interessante artikels, die je zelf “vertaalt” naar radiotaal. Dat doe je door aan je buurman op een begrijpelijke manier de belangrijkste informatie uit het artikel te vertellen. Heeft je buurman goed begrepen waarover het artikel gaat?



31


04. Radio veel boemboem én blahblah 4.1. De wonderlijke wereld van ... de presentator Als presentator ben je het uithangbord van een programma. Je bent degene die de luisteraars te horen krijgen, maar je maakt een programma lang niet alleen. Als presentator werk je af wat een team van mensen voor je voorbereidt. Het is een beetje als de spits in een voetbalploeg, die scoort als de ploeg de bal tot bij hem krijgt. De presentator heeft veel verantwoordelijkheid, maar gaat met de pluimen lopen. De beste presentator is de best voorbereide presentator. Je bent de stem van de radio. Daarom is het heel belangrijk die stem goed te onderhouden (zie stemtechnieken), maar ze moet ook juist klinken. Stem en taal zijn uitermate belangrijk voor de job als presentator. Daarnaast verzorg je ook de inhoud van een programma. Een goede uitzending vereist dus ook een goede voorbereiding. Die voorbereiding gebeurt vaak in de redactieruimte, nadien volgt het echte werk in de studio. Als je plaatsneemt achter de microfoon moet je ook letten op technische kwesties. Zo moet je op het juiste tijdstip je microfoon in- of uitschakelen. Je moet muziek starten of geluiden afspelen. Ofwel doe je dat zelf terwijl je presenteert, ofwel roep je de hulp in van een technicus. Tot slot zijn er ook de gebaren. Die tekens vertellen aan de technicus wanneer je om micro vraagt of een nieuwe plaat wilt starten. In hoofdstuk 10 leer je ter voorbereiding van de workshops meer over de rol van een presenator.

4.2. De wonderlijke wereld van ... de technicus De presentator kan vaak rekenen op de hulp van een technicus. Een radiotechnicus is verantwoordelijk voor de geluidskwaliteit van de uitzending. Hij/ zij ondersteunt de presentator, start de muziek of de reportages, en helpt ook bij audiomontages. De radiotechnicus verhelpt technische problemen, zoals een slecht werkende microfoon.

32

03. OPDRACHT: Lees kort het stukje inleidende tekst: “Hoe wordt radio gemaakt?” Zoek de onderstreepte woorden op in een woordenboek Zijn er nog andere woorden die je niet begrijpt? Onderstreep ze en zoek ze op. Hoe wordt radio gemaakt? Voordat je radio kan maken, moet het programma natuurlijk voorbereid worden. Ook bij radio is een goeie voorbereiding een vereiste voor succes. Hiervoor is het noodzakelijk om in team te werken en veel te overleggen… Samen werkt de hele redactie aan een concrete uitwerking van een format. Alle redacteurs, presentatoren,.. van een programma richten zich op dit format om een goed radioprogramma te bouwen. Op de muziekredactie zoekt men naar interessante muzieknummers voor de radiozender. De gekozen muziek wordt opgenomen in het automaatsysteem en wordt daarna door de muzieksamensteller ‘besproken’. Hij duidt in het systeem een intro en outro aan, zegt tot welk genre het nummer behoort, brengt het onder in een bepaald tempo … Daarna wordt er een playlist gemaakt. Op de redactie verzamelt de woordredacteur interessante items die passen bij het radioprogramma. Hij maakt vervolgens afspraken met eventuele gasten, bereidt interviews voor en verwerkt de info rond het gekozen onderwerp. Hierbij is de kwaliteit van de bronnen zeer belangrijk. Ook bereidt hij de presentaties voor van een bepaald onderwerp en verbetert hij de bijdragen op taal- en stijlfouten. Nu moet het programma nog gemaakt worden. De technicus en de presentator duiken met de voorbereiding de studio in om het programma te maken… De technicus moet kennis hebben van een aantal basiselementen in de studio. Het belangrijkste element is het mengpaneel waar alle geluidsbronnen in samenkomen (microfoons, cd-spelers, automaatsysteem, jinglepad,…). De presentator/presentatrice krijgt van de redactie een aantal onderwerpen en een playlist van de muzieksamensteller. Van hieruit vertrekt hij of zij om zijn of haar het verhaal te doen voor de microfoon. Niet alleen de presentatie maar ook de regie is meestal in handen van de presentator; dus hij of zij beslist wat wanneer gebeurt. Hij of zij volgt hierbij wel het format en de voorbereiding van de redacteurs…


04. Radio veel boemboem én blahblah

04. OPDRACHT: kruiswoordraadsel. Zoek de woorden die te maken hebben met redactie en techniek… tapijtje – jingle – frequentie – plofkap – regie – jinglepad – intro – scenario – zendbereik – zendmast – spectrum – radiogolven – ether – reporterkit outro HORIZONTAAL 2. melodie dat de herkenbaarheid van een radiozender of -programma kenmerkt - jingle 3. aantal trillingen per seconde van een geluidsgolf - frequentie 5. korte inleiding, het gedeelte vóór men begint te zingen in een nummer - intro 8. kapje vóór de microfoon, om scherpe stemgeluiden tegen te houden - plopkap 9. het laatste stuk, het einde van een nummer - outro 10. verschillende jingles samen in een pc programma, waaruit je kan kiezen - jinglepad 11. leiding, coördinatie, vaak in handen van de presentator; hij

beslist wat en in welke volgorde het komt - regie 12. omroepterm dat aangeeft dat er wordt uitgezenden - ether VERTICAAL 1. geeft aan welke frequenties er in een signaal voorkomen of componenten van een golf die gescheiden zijn volgens een wisselend kenmerk in de golflengte - spectrum 4. geluidsstralingen die zich door de lucht bewegen - radiogolven 6. achtergrondmuziek, gebruikt tijdens de presentatie - tapijtje 7. hoge constructie die wordt gebruikt voor het bevestigen van antennes - zendmast

Created by Puzzlemaker at DiscoveryEducation.com

• redactie: Een groep journalisten, presentatoren of andere, die verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke uitwerking van een publicatie of format. De term redactie verwijst ook naar de plaats waar journalisten of programmamakers werken. • format: Verwijst naar de opzet en vorm van iets. Meer concreet betekent een format voor een tv- of radioprogramma een basisconcept, recept of formule. • automaatsysteem: De computersoftware die het mogelijk maakt muziek in te laden. De muziekredacteur duidt in het systeem een intro en outro aan, bepaalt om welke genre het gaat, duidt het tempo aan, slaat reclame en jingles op, ... • intro: Een introductie van een nummer is vaak het instrumentale stuk voordat de zang aanvangt. Het is een inleidend gedeelte in het begin van de compositie er is erg opbouwend samengesteld. • outro: Een outro is het afsluitend stuk van een muziikale compositie. Het bouwt het nummer af, vaak instrumentaal. • playlist: Een afspeellijst is een vooraf bepaalde lijst van muzieknummers met een wel overwogen volgorde. Het doel van een playlist is meestal een bepaalde volgorde in de gedraaide muziek te krijgen. Radiostations en hun playlist stralen vaak een eigen imago uit. • item: Een item verwijst naar een programmapunt of een actuele kwestie. Het kan daarbij gaan om bepaalde nieuwsfeiten. • mengpaneel: Een mengpaneel wordt ook wel een mixer of mengtafel genoemd. Het gaat om een apparaat waarmee audio en/of videosignalen van verschillende bronnen, met elkaar gemengd kunnen worden tot een mooi klinkend eindresultaat. • jinglepad: Het jinglepad verzamelt een selectie aan jinges binnen één systeem. Je kan het vergelijken met een “numbpad” of het cijfergedeelte van je toetsenbord toetsenbord. Onder elke cijfer zit een andere jingle. Zo kan de presentator zelf bepalen welke jingle hij of zij gebruikt. • regie: Dat verwijst naar de coördinatie of de sturing van het programma. Vaak beslissen de presentatoren zelf hoe en wanneer iets gebeurt, met het vooraf afgesproken format in het achterhoofd.

33


04. Radio veel boemboem én blahblah Het mengpaneel of de mengtafel is een toestel dat verschillende geluidssignalen ontvangt. De technicus gebruikt het mengpaneel door aan knoppen te draaien en schuiven, om zo de verschillende signalen tot een vloeiend geheel te mixen. Ook dj’s gebruiken een mengpaneel om hun muziekcollectie vloeiend in elkaar over te laten vloeien.

4.3. De wonderlijke wereld van ... de redacteur De redacteur versterkt de inhoud van een radio-uitzending. Hij maakt nieuws, onderzoekt, monteert reportages, neemt interviews af, brengt verslag uit, enz... Vaak zijn redacteurs journalisten, wat wil zeggen dat ze opgeleid zijn om onderzoek te doen en informatie om te zetten naar een beluisterbaar gegeven. De redacteur moet de volgende basisregels respecteren: 1. De informatie die ik wil brengen, is interessant en relevant voor mijn luisteraar en voor het radiostation waarvoor ik werk. 2. Van alle informatie die ik zoek en vind, controleer ik of ze wel klopt of betrouwbaar is. Ik vertel niet zomaar door wat andere mensen beweren, ik check of alle feiten kloppen. 3. Als ik de ene partij aan het woord laat, dan geef ik ook de mening van de tegenpartij mee. 4. Ik respecteer de privacy van anderen, maak hen niet zonder meer belachelijk en kwets hen niet. 5. De informatie die ik vind, breng ik klaar en duidelijk over in spreektaal. Hoe zet ik de informatie om in een duidelijk radiobericht? • Ik start met de belangrijkste informatie: “wie? wat? waar? wanneer?”, en die bal ik samen in een duidelijke openingszin. • Ik probeer met mijn openingszin de aandacht van de luisteraar te trekken. • Ik breng een duidelijk structuur aan in de informatie die ik wil overbrengen. Waarmee start ik, hoe ga ik door en waarmee eindig ik? • Ik vertel alle moeilijke feiten in begrijpelijke woorden. Ik gebruik zinnen die kort genoeg zijn, zonder al te veel bijzinnen. • Cijfers en jaartallen vereenvoudig ik. 34

3012 doden wordt “meer dan 3000 doden”, bijvoorbeeld. • Ik gebruik geen afkortingen, tenzij ik ze verklaar of tenzij ze algemeen bekend zijn. • Ik gebruik concrete taal en vermijd vage begrippen zoals “maken” of “doen”.

Een nieuwsbericht is vaak opgebouwd uit interviews, achtergrond en/of muziek. Muziek in een nieuwsbericht wordt voornamelijk gebruikt bij verslaggeving van festivals of concerten. Afhankelijk van het onderwerp waarover je verslag uitbrengt. Muziek komt veeleer voor in documentaires of algemene reportages. Muziek biedt daarbij een ideale ondersteuning voor de inhoud en kan verschillende rollen14 op zich nemen. • Muziek als beschrijvend element Hierin speelt muziek haar suggestieve en beeldende troeven uit. Ze schildert als het ware het decor en schept de sfeer. • Muziek als identificerend element Muziek levert hier een link tussen het wie, het wat en het hoe. Het is een soort richtingsaanwijzer. Accordeonmuziek bijvoorbeeld brengt ons al snel naar het hartje Parijs of bij mondharmonica denken we meteen aan cowboys en saloons. • Muziek als emotieversterkend element Misschien maakte je het zelf al mee: je komt thuis, zet een plaatje op en je wordt spontaan blij. Het tegengestelde kan ook: je luistert naar een lied dat bijvoorbeeld je verdriet beklemtoont, waardoor je begint te huilen. Dat aspect kan ook gebruikt of misbruikt worden binnen radio. • Muziek als motorisch element Muziek kan ook actie of beweging suggereren. Ze heeft een bepaalde kracht, die verplaatsing in tijd en ruimte kan oproepen. Een documentaire is een montage van een radio-opname. Onderwerpen van politieke, wetenschappelijke, maatschappelijke of historische aard

worden daarin aangesneden. Ze zijn dus vaak informatief van aard en pogen een objectief beeld te geven van een onderwerp. Een reportage daarentegen is veeleer een soort documentaireprogramma met een bepaalde continuïteit. Zo zijn reportages vaak reeksen, waarbinnen elke keer een ander onderwerp centraal staat.

4.4. De wonderlijke wereld van ... de muzieksamensteller Presentator, technicus en reporter, ze werken allemaal met de muziek die de luisteraar zo belangrijk vindt. De verantwoordelijke voor de muziekkeuze op een zender is de muzieksamensteller, eventueel met zijn team. Zij zorgen voor de gepaste muzikale “sound”, voor nieuwe muziek, voor de interviews met artiesten en voor voldoende muzikale afwisseling. De muzieksamensteller stelt in onderstaand interview zelf zijn beroep voor. REC: De muzieksamensteller is verantwoordelijk voor alles waar muziek bij betrokken is op een radiozender. Hoe ga je te werk? Muzieksamensteller: Ik ga op zoek naar interessante liedjes die passen binnen de zender en die de luisteraar vermoedelijk graag zal horen. Ik ga op zoek door te praten met platenmanagers, door op internet naar nieuwe muziek te luisteren en door de muziek te beluisteren die artiesten naar me opsturen. Ik luister ook goed rond naar andere radiozenders, ook in het buitenland. Ik beluister de hitlijsten van verschillende radiostations en luister naar hun dj-sets. Ik bepaal dus welke muziek er daarna op onze radio komt. REC: Ik dacht dat de presentator de muziek koos? Helemaal niet! Een computer kiest de muziek, en ik help daarbij. Eens ik muziek heb gekozen, laad ik die in het computersysteem in. Bijna alle muziek wordt digitaal afgespeeld. Van elk nummer geef ik in wanneer de zanger begint te zingen, of het een vrolijk of droevig nummer is, of het snel of traag gaat, of het pop of rock is, enz... Op basis daarvan kiest de computer welke nummers na elkaar mogen komen, en


04. Radio veel boemboem én blahblah welke niet. De computer doet daarna een voorstel voor de volgorde aan de hand van een formule of syntax. Ik controleer zelf nadien of alles klopt of nog verbeterd kan worden. REC: Je kiest dus niet alleen muziek die je zelf graag hoort? Nee, ik moet met vanalles en nog wat rekening houden: voor welk soort programma maak ik een playlist, wanneer wordt het programma uitgezonden, hoe zit de sfeer, welke muziek past binnen dat programma, moet ik bepaalde artiesten zeker spelen, zit er voldoende evenwicht in het programma, enz... Het is geen gemakkelijke job om mijn eigen smaak uit te sluiten, maar het moet. De luisteraar is belangrijkst: wat hij graag hoort, wordt gespeeld. Om mijn eigen muzieksmaak uit te sluiten, hou ik mij strikt aan het format. REC: Wat is dat precies, een format? Een format is binnen radio en televisie heel erg belangrijk, maar moeilijk om uit te leggen hoe dat in elkaar zit. Het is een soort formule, een structuur of een recept voor een goede radiouitzending. Een format wordt gebruikt voor zowel inhoud als muziek van een radioprogramma. Er is bijvoorbeeld ook een zenderformat; dat is een formule voor het hele radiostation.

06. Het nieuws. Actualiteit is alomtegenwoordig. Maar heb jij al eens opgelet hoe zo’n bericht is gestructureerd? Luister naar het radionieuws en merk op. hoofdpunten – binnenland – buitenland – sport - weer

07. OPDRACHT: Kruiswoordraadsel. Zoek de woorden die te maken hebben met muziek en presentatie… playlist – reportage – soundcheck – beatmix – disc-jockey –syntax –vox-pop - genres HORIZONTAAL 4. geluidstest vóór de live uitzending begint - soundcheck 6. overzichtslijst van muziek die zal gespeeld worden in het programma - playlist 7. verschillende soorten muziek met elk hun eigen kenmerken genres

VERTICAAL 1. ooggetuigenverslag voor de pers, de radio of de televisie - reportage 2. mening van de mensen in de straat - voxpop 3. twee beats in elkaar laten overgaan - beatmix 4. de formule die bepaalt hoe muziekgenres elkaar afwisselen in een programma of een zender - syntax 5. persoon die voor de radio platen aankondigt en draait of mixt - DJ

Het format bepaalt welke muziek er gespeeld wordt, welke genres er per uur aan bod komen, en in welke volgorde. Het bepaalt ook hoe de informatie van de redactie verdeeld wordt over het hele radioprogramma. Stel dat alle informatie in de eerste 5 minuten van de radioshow zou zitten, dan is er iets mis met het format. Het format bepaalt wanneer de presentator tussen platen mag spreken, en waarover hij het mag hebben. Het format bepaalt wanneer de technicus een jingle mag spelen, enz... Ik ben verantwoordelijk voor het muzikaal format. Dat wil zeggen dat ik bepaal welke soort muziek we spelen. Ik bepaal bijvoorbeeld dat harde rocknummers enkel ‘s avonds gespeeld mogen worden, en niet ‘s morgens wanneer de mensen wakker worden. Ik bepaal 35


04. Radio veel boemboem én blahblah hoeveel nummers uit de jaren ‘80, ‘90 of 2000 er per uur langs komen. Ik bepaal hoeveel vrouwen en mannenstemmen aan bod komen. Ik bepaal ook wanneer we van vrolijke naar droevige muziek gaan. REC: Dank je voor dit gesprek!

4.5. De wonderlijke wereld van ... de producer De producer is verantwoordelijk voor het format. Zo eenvoudig, en tegelijk zo moeilijk is het. Eigenlijk is de producer de baas van een programma of een zender, en hij heeft de eindverantwoordelijkheid. Hij moet erop toezien dat alles vlot draait. Hij stuurt de presentator, redacteur, muzieksamensteller en technicus aan en zorgt ervoor dat alles op tijd klaar is. Hij is ook verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitzending. Hij bedenkt acties, wedstrijden voor de zender of een radioprogramma. De producer beslist hoe het format eruit ziet, en stelt aan de hand van dat format het programma samen. Hij lost problemen op tijdens de uitzending, of zorgt ervoor dat andere mensen die problemen oplossen. De producer is de regisseur van het radioprogramma of de radiozender. Hij is manusje-van-alles, maar blijft vaak in de schaduw staan. Zijn verantwoordelijkheid is groot, maar een goede producer kan vooral goed samenwerken met zijn team.

09. OPDRACHT: Bij professionele radiozenders werken verschillende mensen aan een programma. Hieronder vind je een aantal taken. Wie is hiervoor verantwoordelijk? Schrijf de taken in kernwoorden in de juiste kolom. 01. Hij/zij tekent het format uit en stelt het uiteindelijke programma samen. 02. De interviews met de eventuele gasten worden door hem voorbereid. 03. Hij zoekt in eerste instantie naar interessante nummers voor het radioprogramma of de radiozender. 04. Hij heeft verstand van geluid, ritme, techniek,… en zoveel meer. 05. Hij monteert reportages. 06. Indien er wat mis loopt tijdens de uitzending, dan lost hij het probleem op. 07. Hij onderhoudt het technisch materiaal in de studio. 08. Hij vervult de rol van journalist en die van ee reporter. 09. Hij geeft informatie aan de luisteraar over de muziek die gespeeld wordt. 10. Hij bedankt de luisteraar voor het luisteren 11. Hij maakt afspraken met artiesten die live in de studio willen komen zingen.

Producer

format

muziekverantwoordelijke

interview creatief

muziekspecialist

financiële

structuur

zorg deadlines structuur

36

Muzieksamensteller

Technicus

Redacteur

Presentator

materiaal

interview

montage

montage

montage

format

structuur

deadlines

interview

journalist

creatief

reporter

structuur

items

journalist items


05. Radioideeën RADIO IS DE MAGIE VAN WOORD EN MUZIEK. BIJ GOEIE DEUNTJES HOREN NU EENMAAL MOOIE WOORDEN. DIE WOORDEN WORDEN VOORBEREID DOOR DE REDACTIE EN DAARNA GEBRACHT DOOR NIEUWSSTEMMEN, HULPPRESENTATOREN EN PRESENTATOREN. MAAR HOE VERLOOPT DIE VOORBEREIDING NU?

5.1. De gave van het woord De woordredacteur begint met het verzamelen van de informatie die hij daarna - passend binnen het format wil doorvertellen aan de luisteraar. Om een gast aan het woord te laten moet hij op voorhand afspraken maken met zijn gast. Hij moet natuurlijk ook het gesprek op de radio voorbereiden, meestal zelfs schriftelijk. Op radio is heel veel “live”, dat wil zeggen dat het niet op voorhand is opgenomen. Uiteraard gaat hier een grondige voorbereiding aan vooraf. Heel belangrijk is dat de kwaliteit van de bron hier niet uit het oog wordt verloren. Klopt die informatie wel allemaal? Is de informatie betrouwbaar? De redacteur moet ervoor zorgen dat hij goed voorbereid is opdat hij of de presentator “on air” geen fouten maakt. Een belangrijke tip die geldt voor alles wat je op radio doet, is dat je zo beeldend mogelijk probeert te zijn. De luisteraar moet zich in gedachten een voorstelling kunnen maken van de dingen die je vertelt.

Welke bijdrages of “items” hoor je nu allemaal op radio? We zetten de meest voorkomende op een rijtje: De preview of vooruitblik Bij een preview kijkt de presentator of redacteur vooruit naar iets wat nog moet komen. Dat kan een concert van Clouseau zijn over een week, of een film die nog in de zalen moet komen. Bij een vooruitblik is het vooral belangrijk om de luisteraar zin te doen krijgen om deel te nemen, en hem een overzicht te geven van wat er allemaal gebeurt. Een vooruitblik kan ook een overzicht of een agenda zijn. De redacteur kan - gekoppeld aan de vooruitblik - een interview afnemen met een acteur of zanger. Vaak wordt ook de muziek aangepast aan de inhoud van de preview. De review of het verslag Bij een review blikt de presentator of redacteur terug naar iets wat al voorbij is. Dat kan zijn om luisteraars te vertellen wat ze gemist hebben, of om hen aan te zetten om naar een volgende voorstelling te gaan kijken of luisteren. Vaak is de radioreporter ter plaatse geweest en heeft hij daar een interview afgenomen of geluiden verzameld.

5.2. Het interview Een interview wordt ook wel een vraaggesprek genoemd. Het is een gesprek waarbij iemand (de geïnterviewde) wordt ondervraagd door een andere persoon (de interviewer). Het is een manier om

01. Welke radio presentatoren ken je? .................................................... .................................................... ....................................................

Ken je ook een hulppresentator? Wie? .................................................... .................................................... ....................................................

Noem eventueel een naam van een nieuwsstem. .................................................... .................................................... ....................................................

Ken je misschien ook een redacteur die bij een radio werkt? Wie? .................................................... ....................................................

37


05. Radioideeën via een persoon kennis te vergaren. Een interview kan plaatsvinden naar aanleiding van een nieuwsgebeuren of uit interesse voor een bepaald onderwerp. Het is vooral belangrijk rekening te houden met de actualiteitswaarde van het interview. Waarom vraag je iemand? Of je het interview zelf doet of niet, zorg voor een goede voorbereiding: achtergrondinformatie, kritische punten en originele vragen. Je moet een evenwicht zoeken tussen informatief zijn en origineel. Je moet ervan uitgaan dat je luisteraars niets weten en toch moet je de geïnterviewde laten merken dat je weet wie hij/zij is. Vragen worden niet op voorhand doorgegeven, enkel de grote lijnen. Cijfer jezelf weg, het is vooral de bedoeling dat de geïnterviewde aan het woord is. Het interview is met andere woorden een ideale vorm om informatie in te winnen. Het is de bedoeling dat een interview vlot en spontaan klinkt. Daarvoor zijn een zekere kennis en bepaalde vaardigheden onontbeerlijk. VOORBEREIDING VAN EEN INTERVIEW • Wat is het doel van een interview? Het doel van een interview kan zijn: - een bepaalde persoon beter leren kennen; - een zakelijk, informatief doel. Naargelang het soort onderwerp zijn er verschillende soorten interviews.15 1. Het informatieve interview Hierbij willen zowel de interviewer als de geïnterviewde zo duidelijk mogelijk bepaalde informatie overbrengen. De geïnterviewde is vaak een ooggetuige of deskundige. De interviewer leidt hierbij het gesprek en bepaalt welke informatie de luisteraar al dan niet te horen krijgt. Een voorgesprek kan bij een informatief interview aangewezen zijn. Je bespreekt samen met de geïnterviewde de structuur en de opbouw van het gesprek. Je stelt de grote lijnen voor en maakt afspraken rond wat wel of niet verteld mag worden. 38

2. Het confronterend interview We noemen dit soort gesprek ook wel het gerichte of directieve interview. Hierbij gaat de interviewer op zoek naar verantwoordingen van een bepaalde persoon, partij, ... De geïnterviewde moet verantwoording afleggen voor beslissingen of andere. Hierbij is de interviewer nadrukkelijker aanwezig dan het informatieve en human interest interview. Het vergt een zeker overwicht, kennis en scherpzinnigheid van de interviewer. We noemen het ook wel het harde interview. 3. Het human-interest interview Hierin staat niet het nieuws maar de mens centraal. Twee essentiële ingrediënten van het human-interest interview zijn de bijzonderheid en de emotie. De persoon moet iets bijzonders hebben gedaan. Het gaat vaak om een portret of sfeerverhaal. • Wie ga je interviewen? De informatie die moet worden gevonden, hangt nauw samen met de persoon die het interview zal geven. Die persoon wordt ook wel de geïnterviewde genoemd. • Waar ga je het interview afnemen? Hierbij zijn verschillende mogelijkheden; radiostudio, ter plaatse bij de interviewer of de geïnterviewde, vergaderzaal… Let op de juiste akoestiek en vermijd teveel omgevingslawaai. • Welke vragen ga je stellen? - De interviewer moet de leiding nemen in het gesprek en steeds goed het doel voor ogen houden. Hij of zij moet zich ten alle tijde voorbereiden op het gesprek: research + vragen opstellen. Het is aan te raden op voorhand een vragenlijst klaar te hebben, dat vormt de basis van je interview. Je kan er altijd op terugvallen. Je bent natuurlijk niet verplicht je hele vragenlijst af te lopen er is ruimte voor improvisatie en vragen à la dernière minute. - Het interview moet antwoord bieden op de “5 W’s”: Wie? Wat?

02. (1 groep)Wat was de laatste film die je zag in de bioscoop of naar welk TV-programma keek je gisteren? Teken op een blad papier 2 kolommen met bovenaan een “+” en een “-”. Schrijf eronder wat je goed of slecht vond. Zelfs als je het steengoed vond, probeer dan toch minstens 1 ding in de “-”kolom te zetten. Zoek nu wat meer achtergrondinformatie over de film of het TV-programma. Schrijf een stukje met minimum 3 alinea’s : 1 over het verhaal, 1 met leuke weetjes en 1 wat je er zelf van vond. Groepsmoment: Breng je review in radiotaal. Maximum 3 minuten. De leerkracht kan hierbij korte tussenvragen stellen.

03. Wat is er d it we e k e in jouw nd t e b g e me e eleven nte? Z er a l le o e k op maa l t w at e b ha a l d eleven aar 3 t va lt en o t 5 a c t iv wa a r j e g raa iteiten g me t uit n a a r to j e v r ie e z ou w nd e n i l o ok w a len ga a n. Z o t achte ek r g r o nd op. Ste infor m l een a a t ie g e nd a d ie k a op z o d n voor at j e lezen z een sa o n de r d a a ie b o el wor t he t vondst dt . O r en leve ig inele ren – b spr eke ij w ijz n – ex t e va n r a pu n t e n op . G r oe p s m om ent: Stel je k alend er voor .


05. Radioideeën Waar? Wanneer? Waarom? Tracht je vragen zodanig op te stellen dat je een antwoord krijgt op de “5 W’s”. De antwoorden dienen om je inleiding te construeren en een algemeen beeld te scheppen. Uiteraard ga je bij het interview dieper in op de kwestie. • Welke soort vragen ken je? - Voor radio is het interessant dat de geïnterviewde niet alleen de vraagstelling herneemt in zijn antwoorden, maar ook een beter antwoord geeft dan enkel “ja” en “neen”. Radio geeft dus de voorkeur aan gesloten of gerichte vragen. Zo kan je trouwens nadien makkelijker monteren. - Stel een reeks hoofdvragen op, die vragen naar de kern van een bepaald onderwerp of doel. Daarnaast is het belangrijk bij elke hoofdvraag ook wat detailvragen of bijvragen te stellen. Ze breiden je hoofdvraag uit. Wees dus niet bang van door te vragen. - Durf ook in te spelen op wat de geïnterviewde zegt. Je kan dat doen door hem of haar te onderbreken. Let wel op dat dit op een beleefde manier gebeurt. Nog enkele tips bij het opstellen van je vragenlijstje: • Stel altijd eerst de hoofdvragen • Bedenk per hoofdvraag enkele bijvragen • Gebruik een open vraag om je interview te beginnen • Let op dat je geen twee vragen in één vraag stelt • Gebruik woorden die de interviewer vlot begrijpt • Stel geen té persoonlijke of té negatieve vragen • Lees nooit je vragenlijstje af, dit mag enkel een “geheugensteuntje” zijn • Sluit je interview af met een leuke of interessante vraag LIVE-INTERVIEW De bovenstaande voorbereidingen worden des te belangrijker wanneer het gaat om een live-interview. Bij een live-gesprek moet alles meteen raak zijn. Je krijgt hier als interviewer maar één kans. Montage of live, interview is een kunst op zich en hanteert 3 basisprincipes:16

1. De interviewer is “baas” van het gesprek` 2. De interviewer bepaalt het thema van het gesprek 3. De interviewer luistert aandachtig en speelt in op wat de geïnterviewde zegt en niet zegt (confronterend interview) NON-VERBAAL GEDRAG Minstens even belangrijk bij het afnemen of geven van een interview, is de gedragscode. We spreken hier over het non-verbale gedrag of de lichaamstaal. Het verbale gedrag bespraken we reeds hierboven, maar één enkel gebaar zegt evenveel als één woord. Vooraleer we lichaamstaal kunnen begrijpen, is het belangrijk zich bewust te worden van de eigen uitgezonden signalen. Geloof het of niet, maar je eigen lichaamstaal kan een gesprek zowel positief als negatief beïnvloeden. Het kan een interview maken of kraken, ook al merkt de luisteraar dat niet meteen op. Hieronder vind je een aantal voorbeelden van non-verbale communicatie: 17 • Voet- en beensignalen krijgen minder belangstelling, omdat iedereen zich focust op het gelaat. Als de benen van de gesprekspartner wegkruisen, dan wordt dat als negatief ervaren. De benen naar elkaar toekruisen is dan weer positief. • Aankijkgedrag als langdurig fixeren van de ogen wordt negatief ervaren. Mensen met een onrustige blik worden onsympathiek genoemd. • Begroetingsritueel en soigneerritueel zijn erg belangrijk bij aanvang van een gesprek. Zo drukken we niet alleen iemands hand, maar vragen we ook belangstellend naar zijn of haar gemoed, nemen we de jassen aan en wordt

04. TAAK: Bereid in groepjes van 2 een interview voor. Bepaal je keuze uit onderstaande onderwerpen. WERKWIJZE 1. Stel eerst je vragenlijst op; beperk je tot een 5-tal vragen 2. Neem het interview af in de klas: de ene is de interviewer, de andere is de geïnterviewde. 3. De klasgenoten observeren de lichaamstaal van beide personen. Deadline

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

ONDERWERPEN 1. Wie is je grote idool (in de muziek, sport, kunst,…)? Wie zou je supergraag interviewen? 2. Waarover zou jij de directeur van je school willen interviewen? 3. Je werkt mee aan de wekelijkse uitzending van de schoolradio. Welke leerkracht zou je graag eens interviewen in je programma? 4. Je school werkt mee aan het project zwerfvuil. De politie is hierbij de helpende hand. Men vraagt je om de politie-agent over dit project te interviewen…

5.3 Reclame Reclame komt van het Latijnse woord

39


05. Radioideeën

05. OPDRACHT: Maak bij elk van onderstaande hoofdzinnen twee bijzinnen.

Hoofdzin

Bijzin

Wat is het suikerfeest?

Wanneer vindt het suikerfeest plaats? Wat gebeurt er precies op het suikerfeest?

Hoe bak je een appeltaart?

Welk soort appels geeft de beste smaak? Zijn er variërende ingdrediënten?

Wanneer spreek je van een alcoholverslaving?

Wat zijn de gevolgen van een verslaving? Kan u daarvan een aantal cijfers meegeven?

Wie is de koning?

Wie is de koning die een lange grijze baard heeft? Wie is de koning die een motor heeft?

06. OPDRACHT: Ga naar www.deredactie.be/cm/de.redactie Klik op “het journaal” – klik op het pijltje “ Beluister het nieuwsbericht” en beantwoord onderstaande vragen.

1. Noteer, in je eigen woorden, 3 hoofdpunten uit het nieuws: Hoofdpunt 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

Hoofdpunt 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

Hoofdpunt 3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

40


05. Radioideeën

2. Schrijf kort bij elk hoofdpunt waar het nieuws zich precies afspeelt (in welk werelddeel, land, streek/stad/gemeente) Hoofdpunt 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

Hoofdpunt 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

Hoofdpunt 3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

3. Beschrijf kort met je eigen woorden wat er precies is gebeurd. Hoofdpunt 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

.............................................................................................................................................................................

Hoofdpunt 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

.............................................................................................................................................................................

Hoofdpunt 3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

.............................................................................................................................................................................

4. Werd er iemand geïnterviewd? Zo ja, wie? (korte omschrijving van de persoon) 1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

2. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

3. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .............................................................................................................................................................................

41


05. Radioideeën ‘reclamare’, wat betekent: vragen, aandacht eisen, je meent ergens recht op te hebben. Met reclame proberen producenten je aandacht te trekken tot hun product of dienst, met als gevolg dat jij het zou aankopen of gebruik zou maken van hun diensten. RADIO … is een intiem medium: schreeuw niet tegen de luisteraar … is een emotioneel medium: harde informatie zoals het vermelden van prijzen, kortingen en telefoonnummers wordt minder vlot opgepikt … is drama: een scenario slaat of meteen of nooit aan

03. Luister naar het fragment van Douwe Egberts Als je de regels hier naast leest en het radiospotje van Douwe Egberts met dat van Kippenhoekje Baal vergelijkt, welk is volgens jou dan het creatiefst? Waarom? .....................................................................................

RADIORECLAME … kent geen zekerheden: vergeet alle andere radioreclame … is uit het leven gegrepen: maar vermijd het bevestigen van clichés … is de juiste stem kiezen voor het desbetreffende product

..................................................................................... .....................................................................................

Hoor je aan wat ze zeggen in het spotje van Douwe Egberts waarover het gaat? ..................................................................................... ..................................................................................... .....................................................................................

04. 01. OPDRACHT: luister een half uurtje naar de radio. Hoe herken je een reclameblok? Hoe lang duurt een reclamespot gemiddeld?

02. OPDRACHT: Luister naar het volgende fragment: Kippenhoekje Baal Herken je dit meteen als reclame, t.o.v. muziek/presentatie/...? Hoezo?

Overloop de checklist voor een goed radiospotje: • Het is creatief in de uitvoering • De radiospot heeft een uitgesproken karakter: de stijl van het spotje is ondertussen deel geworden van het product zelf. • Het is een ontroerende en/of leuke en/of verrassende radiospot • De radiospot lijkt niet op alle andere reclamespotjes

Voldoet de spot van Douwe Egberts aan de voorwaarden? ..................................................................................... ..................................................................................... .....................................................................................

..................................................................................... ..................................................................................... .....................................................................................

42


05. Radioideeën

05. Luister naar de volgende spotjes en duid aan welke volgens jou puur informatief zijn, en welke eerder creatief: informatief

creatief

Mobistar Het vijfde seizoen Al Dente Abbey Road

Welke overeenkomsten hebben de spot van Mobistar en die van Eurostar qua opbouw en inhoud? ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

Dit soort radiospotjes worden soms ook wel misleidend genoemd, omdat je pas laat te weten komt waarover het gaat. Verder ook omdat het eerst lijkt dat de dialoog niets te maken heeft met het product, al is dit wel zo. De spotjes zijn dus wel min of meer misleidend, maar op een amusante en positieve manier. Er zijn echter ook radiospotjes (en uiteraard ook op TV, in magazines, dagbladen,..) te vinden die wel op een negatieve manier misleiden. Dit gebeurt vooral door ‘leugens’ te vertellen over hun product, het beter voor te stellen dan het is, of door informatie achter te houden.

Een paar voorbeelden: a. Een plaatselijke garagist belooft in zijn reclamespotje dat je bij de aankoop van een nieuwe Audi A3 gratis spinner wieldoppen krijgt. MAAR wat hij niet zegt is dat je bij die A3 ook alle extra opties moet nemen. Hij misleidt je door belangrijke informatie achter te houden. b. Een vakantiebureau laat via een radiospotje weten dat hun reis naar Gran Canaria in promotie staat. Als je een reis boekt in half pension, krijg je 5% korting én volgens hen is dit ideaal om het bruisende stadsleven aan het hotel te ontdekken. Je boekt de reis en uiteindelijk blijkt dit bruisende stadsleven te bestaan uit je eigen hotel, één restaurant en één kleine spar. Hier word je misleid doordat ze je alles mooier en beter voorstellen dan het werkelijk is. Bij reclame is het dus noodzakelijk dat je je afvraagt of je wel alle informatie hebt gekregen en of het allemaal waar is!

43


05. RadioideeĂŤn

06. Luister naar het fragment van Keytrade Wat denk je dat er misleidend kan zijn aan deze radiospot? Vergelijk het fragment met de foto. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

Als laatste moet je zeker het verschil kennen tussen productreclame en boodschappen van algemeen nut. Boodschappen van algemeen nut zijn niet bedoeld om een product te verkopen maar eerder om de luisteraars te informeren en mogelijk ook tot actie aan te zetten. Een boodschap van algemeen nut dient dus voornamelijk om de mensen te helpen.

07. Luister naar het fragment van de Studietoelages Geef een aantal kenmerken waardoor je weet dat dit een boodschap van algemeen nut is en geen reclame

Luister naar het fragment van GAIA Waarom zou je hier kunnen twijfelen of het om reclame gaat of om een boodschap van algemeen nut?

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

Als je weet dat GAIA een dierenrechtenorganisatie is, ga je er dan van uit dat het hier om een reclamespotje gaat of toch eerder een boodschap van algemeen nut? ......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

......................................................................................

44

08.


06. Radio … wablieft ?? ONLANGS HOORDE IK OP DE RADIO EEN INTERVIEW MET KIM CLIJSTERS NA DE MATCH MET SERENA WILLIAMS OP DE US OPEN. HET IS MIJN DROOM OM HAAR OOK OOIT EENS TE KUNNEN INTERVIEWEN. HEB JIJ EIGENLIJK OOIT AL EEN INTERVIEW AFGENOMEN?

01. De eerste enquête onderzoekt het kijk- en luistergedrag van jezelf en jouw klasgenoten. 1. Ik ben …… jaar 2. Ik ben een jongen/meisje 3.  ik luister naar de radio  ik volg de radio live via de televisie  ik kijk noch luister naar de radio 4. Hoe vaak kijk/luister je? Hoe lang?  dagelijks  een kwartier /  een uur /  2 uren /  3 uren /  4 uren /  meer dan 5 uren  2 à 3 keer per week  1 keer per week  nooit 5. Waarom kijk/luister je? (meerdere antwoorden mogelijk)  om nieuwe liedjes te ontdekken  om je te ontspannen  uit verveling  omdat het moet ( bv. schoolopdracht)

 om op de hoogte te blijven van actualiteit, nieuwe liedjes, cd’s, sport, …  om de stilte te verbreken  om ‘in’ te zijn  om dj’s en presentatoren aan het werk te zien  andere ……………………………………………… 6. Wanneer luister je? (meerdere antwoorden mogelijk)  ’s morgens  tijdens de pauzes op school/werk  als ik studeer  voor het slapen gaan, in bed  ’s avonds  tijdens het werk  andere ………………………………………………… 7. Waar luister je ?  in mijn kamer  in de woonkamer/keuken  in de auto  bij vrienden  op straat  op school/werk  andere …………………………………………………

45


06. Radio … wablief ??

8. Naar welke zenders kijk/luister je ? ……………………………………………… ……………………………………………… ……………………………………………… ……………………………………………… ……………………………………………… ……………………………………………… ……………………………………………… ……………………………………………… ………………………………………………

9. Ik kijk/ luister via  radiotoestel  tv  pc  mp3  iPod  gsm  mp4  iPhone  andere …………………………………………………

1. OPDRACHT: Verzamel de gegevens van vraag 9 in onderstaande tabel. aantal leerlingen Ik luister vooral radio Ik kijk vooral radio totaal

Maak met die cijfergegevens een staafdiagram. Kies een eenheid. Bereken de lengte van elke staaf en noteer je antwoord in de tabel. Eenheid : 1 leerling = ……………. cm Berekening : - radioluisteraars:…………………………………… - radiokijkers:……………………………………… - staafdiagram:………………………………………

Besluit (doorstreep het antwoord dat hier niet past): In onze klas kijken / luisteren de leerlingen hoofdzakelijk naar de radio.

46

lengte van de staaf (cm)


06. Radio … wablief ??

2. OPDRACHT: Verzamel de gegevens van vraag 8 in onderstaande tabel. aantal leerlingen

%

MNM JOE fm Radio 1 Radio 2 Klara Studio Brussel Q-music Lokale zender totaal

Bereken het procentuele aandeel van elke zender in je klas. Rond af op eenheden. Berekening : ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Maak met die gegevens een vierkantsdiagram. Vergeet de legende niet!

Besluit (vul in): In onze klas is ………………………….. de meest beluisterde zender.

47


06. Radio … wablief ??

3. OPDRACHT: Verzamel de gegevens van vraag 4 in onderstaande tabel. aantal leerlingen

Hoekgrootte (°)

Dagelijks 2 à 3 keer per week 1 keer per week Radio 2 Nooit totaal

Berekening voor hoekgrootte: ( afronden tot op een eenheid). ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Maak een schijfdiagram. ( straal = 5 cm)

Besluit (formuleer je besluit in een goede Nederlandse zin): ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

48


06. Radio … wablief ??

02. Kopieer deze bladzijde voor de leerlingen van een klas, en laat hen deze enquete invullen. Daarna kan je de resultaten in klasverband analyseren. Deze enquête probeert het kijk- en luistergedrag van de school te achterhalen. Noteer duidelijk welke klas je ondervraagt. Ik ondervraag klas ………………………………………

7. Wanneer luister je ? (meerdere antwoorden mogelijk)  ’s morgens  tijdens de pauzes op school  als ik studeer  voor het slapen gaan, in bed  ’s avonds  andere …………………………………………………

1. Ik ben …… jaar 2. Ik ben een jongen/meisje. 3. Ik ben leerling uit het:  BSO  TSO  ASO  KSO  BUSO 4.  ik luister naar de radio  ik volg de radio live via de televisie  ik kijk/luister radio  ik kijk noch luister naar de radio

8. Waar luister je ?  in mijn kamer  in de woonkamer/keuken  in de auto  bij vrienden  op straat  op school/werk  andere …………………………………………………

9. Naar welke zenders kijk/luister je ? ………………………………………………………… …………………………………………………………

5. hoe vaak kijk/luister je? Hoe lang?  dagelijks  een kwartier /  een uur /  2 uren /  3 uren  4 uren /  meer dan 5 uren  2 à 3 keer per week  1 keer per week 6. Waarom kijk/luister je? (meerdere antwoorden mogelijk)  om nieuwe liedjes te ontdekken  om je te ontspannen  uit verveling  omdat het moet ( bv. schoolopdracht)  om op de hoogte te blijven van actualiteit, nieuwe liedjes, cd’s en sport, …  om de stilte te verbreken  om ‘in’ te zijn  om dj’s en presentatoren aan het werk te zien  andere …………………………………………………

………………………………………………………… ………………………………………………………… …………………………………………………………

10. Ik kijk/ luister via  radiotoestel  tv  pc  mp3  iPod  gsm  mp4  iPhone  andere …………………………………………………

49


06. Radio … wablief ??

1. OPDRACHT: Vergelijk het kijk-/luistergedrag van ASO/TSO/BSO/BUSO leerlingen op school. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

2. OPDRACHT: Vergelijk kijk-/luistergedrag van jongens en meisjes. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

3. OPDRACHT: Vergelijk kijk-/luistergedrag volgens leeftijd. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

4. OPDRACHT: Breng de resultaten voor vraag 7 van alle klassen van de school in een tabel. Haal de cijfers van het Luisteronderzoek (jaartal: …….) van de VRT Studiedienst op. Vergelijk de resultaten van de school met die van Vlaanderen. Welke pagina van het Luisteronderzoek gebruik je daarvoor ? . ............................................................................................

Besluit:............................................................................................................................................................................... ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

50


06. Radio … wablief ??

1. OPDRACHT: Vergelijk het luistergedrag van jouw huisgenoten met dat van de huisgenoten van je klasgenoten. Besluit: .............................................................................................................................................................................. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ 2. OPDRACHT: Vorm groepjes van twee en ga op bezoek bij een 70-plusser. Je peilt samen naar zijn/haar luistergedrag uit zijn/haar jeugd. Denk ook na over de periode waarin zijn/haar jeugd zich afspeelde: wat betekende radio toen? Neem het interview op met de opnametoestellen uit de mediakit. Als basis neem je de vragen uit de vorige enquêtes. Zorg ervoor dat het verschil in ‘radio beleven’ vroeger en nu in de verf gezet wordt. Herlees de gegevens i.v.m. de kenmerken en het opstellen van een goed interview. Je neemt het interview op zodat je jouw audio- of beeldmateriaal later in de klas kan verwerken. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

51


06. Radio … wablief ??

Interviewer : ............................................................................................................................................. Geïnterviewde: .......................................................................................................................................... Onderlinge relatie (duo versus geïnterviewde):.............................................................................................. Locatie : ................................................................................................................................................... Datum interview: ......................................................................................................................................

Vraag 1:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 2:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 3:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 4:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 5:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 6:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 7:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 8:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 9:................................................................................................................................................................................ Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ Vraag 10:.............................................................................................................................................................................. Antwoord:............................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

52


06. Radio ‌ wablief ??

3. OPDRACHT: Maak een kort verslag van het afgenomen interview. Zorg ervoor dat de verschillen / overeenkomsten tussen vroeger en nu er duidelijk in vermeld staan. ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................

53


07. Radio vormen

18

WE KENNEN RADIO ONDERTUSSEN ALS GELUID, MUZIEK, WOORD EN STEM. HOE HET RADIOLANDSCHAP ER VANDAAG UITZIET EN ONDER WELKE VORMEN RADIO WORDT AANGEBODEN, LEES JE HIER.

7.1. Het Vlaamse radiolandschap Vlaanderen heeft vandaag 5 landelijke publieke radiozenders en 2 landelijke private zenders in de ether. Daarnaast hebben een aantal private zenders landelijk bereik, maar geen nationale frequentie. Bovendien zijn er heel wat radiozenders die enkel lokaal (voor een dorp / stad / provincië / gebied) uitzenden. Tot slot zijn er ontelbaar veel radiozenders die via internet de hele wereld bereiken; niet via analoge radiosignalen, maar wel digitaal. Publieke of openbare zenders worden betaald met belastinggeld. Zowel hun personeel als zenders zijn dus eigenlijk publiek goed. In ruil daarvoor streeft de openbare omroep (die deze zenders bundelt) naar een kwalitatief programma-aanbod met programma’s die een duidelijk omschreven meerwaarde hebben voor het grote publiek. De klemtoon ligt bij de Vlaamse openbare omroep (VRT) op informatie, creativiteit en educatie. Dat wil niet zeggen dat er geen entertainment kan zijn, maar dat moet dan wel onder een kwalitatieve noemer. Een openbare omroep is - in de eerste plaats - niet uit op winst maken, 54

01. Onderscheid van onderstaande logo’s of ze ‘openbaar’ of ‘privaat’ zijn.


07. Radiovormen want zij krijgen dus ondersteuning door belastinggeld. Private of commerciële zenders zijn in de eerste plaats op zoek naar winst. Dat neemt natuurlijk niet weg dat kwaliteit hoog staat aangeschreven. De private omroep haalt de meeste opbrengsten van sponsors, voor wie zij reclame uitzenden. Private zenders brengen in de eerste plaats entertainment, maar deinzen er niet voor terug om de luisteraar ook correct te informeren. Als we spreken over “nationale radio”, dan spreken we eigenlijk over radiozenders die een bereik hebben in gans Vlaanderen, dus niet niet in Wallonië. Dat is een beetje verwarrend, maar probeer dat in het achterhoofd te houden.

7.2. Het digitale landschap Informatie wordt gedigitaliseerd of met andere woorden, beelden en geluiden worden weggeschreven naar een geheugen of opslagruimte. De hoeveelheid informatie wordt steeds sneller, steeds groter en steeds preciezer. De twee belangrijkste kenmerken van die digitalisering of de digitale media zijn de mogelijkheden binnen multimedialiteit en interactiviteit22. • Multimedialiteit Kranten, tijdschriften, radio en tv bestaan reeds enkele jaren als aparte media. Die gescheiden media, zoals ze worden genoemd, kunnen we ten alle tijde tezamen gebruiken. Als die verschillende media nu elektronisch met elkaar verbonden zijn en éénzelfde digitale code dragen, dan spreken we van multimedia. De term multimedia wordt ook gebruikt als verzamelnaam voor visuele en auditieve opslag. Ook computertoepassingen waarin verschillende media worden gebruikt noemen we multimedia. • Interactiviteit Hier kan een opsplitsing worden gemaakt tussen: - interactiviteit in enge zin De mediagebruiker kan zelf de informatievolgorde bepalen. Hij of zij kan dus vrij kiezen welke informatie hij of zij eerst wenst te

verkrijgen. Een voorbeeld hiervan is het surfen op het web. Jij bepaalt zelf op welke sites welke informatie je eerst aangeboden krijgt. - interactiviteit in brede zin De mediagebruiker kan de communicatie-inhoud meebepalen. Met andere woorden hij of zij kan effectief veranderingen aanbrengen. Voorbeeld: Simulatiegame als The Sims, waarbij je zelf je digitale omgeving aankleedt. MAAR WAT IS NU DIGITALE RADIO?23 Digitale uitzendingen openen een waaier nieuwe mogelijkheden die de radiobeleving rijker en intenser kunnen maken, en die radio beter kunnen laten inspelen op de eigentijdse noden van de luisteraar. Wat die verrijking precies is, hangt af van de manier waarop je luistert. Het type ontvangsttoestel speelt een rol (keukenradio, hifitoren, pc, gsm, walkman, autoradio…), het transportkanaal (luisteren via het Internet, DAB, DVB-T), het profiel van het net (informatie, spelletjes, muziek, lifestyle…), het profiel van de luisteraar (meerwaardezoeker, jongere…) en de luisteromstandigheden (thuis, op het werk,onderweg, mobiel…). Op dit ogenblik zijn dit de belangrijkste nieuwe uitzendplatforms: DAB (Digital Audio Broadcasting): de wereldstandaard voor ruisvrije (maar niet storingsvrije) kwaliteitsontvangst van digitale radio met verrijking, ook mobiel. Internet: brengt radio via audiostreaming over de hele wereld op pc’s, pda’s en andere webdevices. DVB-T (Digital Video Broadcasting Terrestrial): in het pakket dat met draadloze digitale tv-ontvangst via de setup-box kan ontvangen worden, is ook plaats voor digitale radio. HOE KAN JE NU NAAR DIGITALE RADIO LUISTEREN?24 Je kunt het digitaal radio-aanbod op drie manieren beluisteren: 1. Met een digitaal radiotoestel (DAB)

DAB of Digital Audio Broadcasting. Zo heet het systeem dat speciaal voor digitale radio ontwikkeld werd. Het systeem maakt digitale radiouitzendingen mogelijk. Om de digitale

uitzendingen te beluisteren, heb je een toestel nodig: een DAB-radio. Er is voor elk wat wils : DAB-autoradio’s, DAB-ontvangers voor in huis, voor je PC, draagbare modellen, ontvangers die gekoppeld zijn aan. Hifi- en elektrozaken bieden verschillende soorten betaalbare DAB-ontvangers aan. Digitale radio biedt heel wat voordelen: - een heldere geluidskwaliteit zonder ruis, maar wel storing - een grotere keuze: vier exclusieve digitale netten - gebruiksvriendelijk - extra informatie wordt meegegeven tijdens radio-uitzendingen. 2. Met een internet-pc (streaming)

Een andere manier om te luisteren is via internetradio. Heb je een computer met een internetaansluiting? Dan kan je het digitale radio aanbod beluisteren. Internetradio is een verzamelterm voor de manieren waarop radioprogramma’s via het internet verspreid kunnen worden. Streaming is een manier om naar rechtstreeks uitgezonden of opgenomen programma’s te beluisteren. Zo kun je luisteren terwijl het bestand nog wordt ingeladen. Je moet het dus niet helemaal opslaan op je computer, voordat je het kan beluisteren. Dat is een voordeel, want dat bespaart je lange wachttijden en kostbare bandbreedte. Er bestaan verschillende streaming services, als last.fm, spotify, radionomy, deezer, lala.com, pandora, songza, blip.fm, musicovery.com … 3. Via een televisie met setup-box (DVB)

Digitale televisie is aan zijn opmars bezig. Heb je al digitale televisie? Dan kun je op die manier ook luisteren naar digitale radio. DVB staat voor Digital Video Broadcasting. Het is de Europese standaard voor digitale televisie. Er zijn verschil55


07. Radio vormen



02. Radio kan je ondertussen beluisteren via verschillende media, waaronder het internet. Weet jij hoe?

03. Ik hoor haar stem alleen voor mij, de rest denk ik erbij”. Op de cd-rom hoor je “bekende stemmen”. Zij staan hier afgebeeld. Plaats de af beelding bij de juiste stem.

01

A

02

03

04

B

05

06

07

08

09

10

lende varianten: - DVB-S voor uitzendingen via satelliet. - DVB-C voor uitzendingen via de kabel. - DVB-T voor uitzendingen via aardse zenders. - DVB-H voor uitzendingen via draagbare toestellen. Een fenomeen dat met de digitale radio haar intrede deed, was podcasting24. Het woord podcasting is een samenvoeging van ‘iPod’ en ‘Broadcasting’. Het is een manier om je te abonneren op bepaalde radioprogramma’s. Je moet podcastsoftware op je computer installeren, om vervolgens (nieuwe) uitzendingen te kunnen downloaden. Dat proces gebeurt automatisch en wordt meteen gesynchroniseerd met je mp3-speler eens je die aansluit op je computer.

C

VOOR DE MUZIEKINDUSTRIE IS DIGITALISERING MET DE KOMST VAN DE MP3 MINDER GOED NIEUWS. PIRATERIJ WINT AAN POPULAIRITEIT, TERWIJL HET CD-FORMAAT EEN STILLE DOOD STERFT. D

G

J

56

E

H

F

I

A. Roos Van Acker (VT4 en Studio Brussel) B. Ilse Van Hoecke (Radio 2) C. Sven Ornelis (Q-Music) D. Guy De Pré (Radio 2) E. Dieter VandePitte (Radio 2) F. Luk Alloo (televisie en Radio 2) G. Evy Gruyaert (televisie en MNM) H. Tomas De Soete (televisie en Studio Brussel) I. Peter van de Veire (televisie en MNM) J. Sofie van Mol (televisie)

7.3. De downloadcultuur Naast streaming radio bestaat er ook de techniek om audiobestanden rechtstreeks te downloaden. Er zijn twee varianten: rechtstreeks downloaden vanop een website of je abonneren op een podcast. Die zorgt ervoor dat nieuwe uitzendingen van het programma waarop je geabonneerd bent automatisch gedownload worden naar je computer of mp3-speler. MP3, beter bekend als MPEG Layer 3, is een digitaal audioformaat dat ongeveer 12 keer compacter is dan het formaat dat voor een audio-cd wordt gebruikt. Een groot voordeel van mp3 is het gebruiksgemak. Niet alleen de flexibiliteit van de opslag, maar ook het makkelijk kopiëren van data telt hierbij. Vergeten we ook niet dat de mp3 toegankelijk is met relatief betaalbare technologie als de mp3-speler, gsm of computer. Dat audio gemakkelijk beluisterbaar én deelbaar is, bewijzen de file-


07. Radio vormen sharingprogramma’s als Vuze, Soulseek en Limewire. Computer- of softwarefabrikanten proberen daartegen in te gaan door het ontwikkelen van eigen geluidsformaten. Ze werken dus niet met standaard mp3-formaten, maar geven de voorkeur aan onderverdelingen als wma, aac, ... Op die manier trachten ze het ongeoorloofd kopiëren tegen te gaan en de auteurs- en productierechten beter te beschermen. De spectaculaire terugval van de platenverkoop is te wijten aan een combinatie van factoren. Het downloaden en het illegaal kopiëren vormen er twee van, maar ook downloadwinkels dragen hiertoe bij. Skynet, MSN en iTunes zijn er hier enkele van. Zij bieden een legale versie op het downloaden via Kazaa of andere. Muzieknummers zijn kwalitatiever gedigitaliseerd en worden per nummer tegen een lage kostprijs online aangeboden. Op dit moment ligt de gemiddelde prijs per nummer rond 1 euro. De betrouwbaarheid en het gebruiksgemak van legale downloadmuziek moeten opwegen tegen het illegale downloaden en de vermindering van populariteit van de cd.25 De vaak illegale file-sharingtechnieken vormen vandaag de grootste bedreiging van de hedendaagse muziekindustrie. Je kan ze opsplitsen in twee categorieën26: • File-sharing via centrale server Het principe hierbij is dat wanneer je een bepaald programma installeert, alle toegang krijgt tot muziekbestanden op de harde schijf van andere gebruikers.

Toepassingen als deze maken zich schuldig aan inbreuk op auteursrechten. Beschermde muziekwerken werden op grote schaal verspreid, zonder daarvoor de auteursrechten te hebben betaald. Volgens de wet zijn de verschillende gebruikers van dergelijk systeem schuldig aan piraterij. In de praktijk is het efficiënter om het centrale zoekpunt verantwoordelijk te stellen, omdat het haast onbegonnen werk is om alle gebruikers op te sporen en een proces in te stellen. Napster werkte volgens bovenstaand

principe en werd in 2001 veroordeeld. Een schadevergoeding van 400 miljoen dollar was hiervan het resultaat. Het systeem werd nadien platgelegd. • Peer-to-peertoepassingen Gebruikers van peer-to-peertoepassingen moeten ook op een centrale server inloggen, maar de rol van die server wordt tot een minimum beperkt. De server geeft enkel informatie door van andere gebruikers, zodat je dan eigenlijk zelf een aanvraag overmaakt.

Gebruikers van Kazaa maken zich net zo schuldig aan inbreuk op het auteursrecht als de vroegere Napstergebruikers. Ook is het hier in de praktijk echter onmogelijk om iedere gebruiker in vervolging te stellen. Ook de peer-to-peernetwerken zijn niet meer zo makkelijk te veroordelen, omdat zij eigenlijk louter informatie doorspelen. Ze brengen de gebruikers enkel in contact met elkaar. Het zoeken en het downloaden van de muziekbestanden ligt volledig in de handen van de gebruikers zelf. Toch proberen platenmaatschappijen hierop een antwoord te vinden. Men probeert aan te tonen dat er een slechte bedoeling aan het programma voorafgaat. Op basis daarvan is men er toch al in geslaagd een aantal van deze peer-to-peernetwerken via juridische weg plat te leggen. We leven meer en meer in een downloadcultuur. Het downloaden vandaag is meer dan een gedrag, het is een cultuur geworden. Toch mag men aannemen dat er ook steeds vaker wordt gestreamd en dat door het sneller worden van de internetconnecties.

SABAM27 ZIET TOE OP DIE BESCHERMING VAN AUTEURSRECHTEN IN BELGIË. SABAM IS DE BELGI-

CHE VERENIGING VAN AUTEURS, COMPONISTEN EN UITGEVERS, OPGERICHT DOOR EN VOOR AUTEURS. Zij heeft tot doel het innen en verdelen, administreren en beheren (in de ruimste zin van het woord) van alle auteursrechten in België en in de andere landen waar wederkerigheidovereenkomsten zijn gesloten (met onze zusterverenigingen, dat wil zeggen met de andere collectieve beheersverenigingen in de wereld). SABAM is een collectieve beheersvereniging en, voor alle duidelijkheid, een privé-bedrijf. 
Ze is dus geen ministerie of een semi-overheidsbedrijf. De maatschappij, die in 1922 werd opgericht op initiatief van een aantal auteurs, groepeert momenteel duizenden auteurs uit alle disciplines. SABAM, dat vaak alleen maar met muziek wordt geassocieerd, is inderdaad een vereniging van componisten, maar ook van tekstschrijvers, uitgevers, dramaturgen, scenaristen, dialoogschrijvers, fotografen, auteurs van ondertitels, regisseurs, vertalers, romanciers, dichters, beeldhouwers, kunstschilders, tekenaars, choreografen… Welke rol spelt SABAM nu? Kort samengevat begint de taak van SABAM met het documenteren van de werken van haar auteurs om haar opdracht volledig te kunnen vervullen. Die bestaat erin de auteursrechten te innen telkens als een werk van haar repertoire openbaar uitgevoerd of vertoond wordt, en die rechten vervolgens uit te keren aan de auteur. Om een werk aan te geven moet men aangesloten zijn: Wanneer de scheppend kunstenaar eenmaal aangesloten is, is het zijn plicht al zijn werken bij ons aan te geven. De werken worden in onze databank gedocumenteerd en vormen het repertoire van SABAM. Daartoe behoren ook de bij de buitenlandse maatschappijen aangegeven werken. 57


07. Radio vormen

De kwaliteit van deze documentatie is van cruciaal belang voor de goede werking van SABAM; zij maakt het immers mogelijk terecht te innen voor elke openbare uitvoering van een gedocumenteerd werk en bijgevolg de rechten correct af te rekenen. Wie betaalt SABAM? Audiovisuele of andere auteursrechtelijk beschermde werken worden verrekend volgens bepaalde criteria. Hieronder vind je de vier grote onderscheidingen. Merk op dat wanneer muziek, literatuur of andere wordt gebruikt binnen educatieve doeleinden (onderwijs), dus niet-commercieel, het recht tot SABAM betalen vervalt. 1. Eenmalige events 2. Weerkerende events + horeca Volgens de Belgische wet op het auteursrecht heb je twee belang-

rijke plichten, telkens je wanneer je beschermd werk gebruikt. Je moet toestemming hebben van de auteurs en andere rechthebbenden én je moet een vergoeding afspreken voor het gebruik van het werk. 3. Media Verschillende toelatingen of licenties zijn nodig om programma’s te kunnen verwezenlijken en door te geven. De toelating geldt voor alle programma’s: zowel radio als televisie, binnenlandse als buitenlandse omroepen die via ether uitzenden, zowel als omroepen die dit via satelliet doen. De auteurs van beschermde werken genieten het uitsluitend recht machtiging te verlenen tot de radio-uitzendingen van hun werken en openbare mededelingen ervan.

andere computernetwerken verschilt in niets van het gebruik in een ander medium of formaat. Ook op het Internet is een toelating nodig om muziekwerken online te laten beluisteren, schilderijen en foto’s op een website te plaatsen, literaire teksten aan te bieden, filmfragmenten te tonen, enz… Deze toelating kan in de praktijk verkregen worden via beheersvennootschappen zoals SABAM die, naast het nationale repertoire van haar leden, eveneens het internationale repertoire via wederkerigheids-overeenkomsten met buitenlandse zusterverenigingen beheert. Voor wat de rechten van de uitvoerende kunstenaars (muzikanten, acteurs) en de producenten betreft zijn in België de beheersvennootschappen Uradex en Simim actief.

4. Online Het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken op het internet of

04. Surf naar www.stubru.be en ga op zoek naar een podcast op jouw maat.

05. Wil je zelf eens een podcast maken? Op http://www.vaninternetnaaronderwijs.nl/podcast/maken vind je een stappenplan hoe je samen of alleen je eigen podcast crëert.

06. Stream een radiozender en vergelijk de audiokwaliteit.

07. Een antwoord op het illegale aankopen van muziek, was de ontwikkeling van iTunes. Je kan er tegen een bepaald tarief, legaal nummers aankopen. Surf naar iTunes-shop en koop samen met de klas één nummer legaal aan.

58


08. Radio  @ school HET ZAT ER AL AAN TE KOMEN EN NU IS ER GEEN ONTKOMEN MEER AAN. TIJD VOOR EEN SCHOOLRADIO! Dag, Een eigen radio-uitzending op school, zie je het al voor je? Je kan er je eigen nieuwsjes in kwijt, je favoriete nummers, interviews, ... Maak een plan en verzamel zoveel mogelijk ideeën. Bedenk dus voor wie je een radio-uitzending wil maken, welke inhoud je aan bod wil laten komen, ... Ga eventueel inspiratie opdoen op enkele sites van algemene radionetten of schoolradio’s als SPESFM (www.spesfm.be).

We zijn al enkele jaren bezig met schoolradio. Ikzelf ben er als leraar mee gestart, maar intussen ben ik directeur geworden van de school, toch ben ik er nog nauw bij betrokken. Wetgeving: indien je op web uitzendt moet je een akkoord krijgen van sabam. Je betaalt volgens het aantal uur dat je uitzendt. www.sabam.be Apparatuur: je kan daar heel ver in gaan. In principe kan je met een pc, een versterker, een mengpaneel en een microfoon al starten. Playlist: we hebben een paar jaar geleden het pakket Jazler gekocht aan educatieve prijs. www.jazler.com. Het is een automatisatiepakket waarin je je muziek (mp3) onderbrengt en jingles. Hoe SpesFM klinkt kan je horen elke schooldag tussen 17 en 22u via www.spesfm.be Je mag gerust eens op school langskomen om de studio te bekijken en om meer informatie te bekomen. Indien nog vragen, mail gerust terug. Pieter Dhuyvetter

Luister naar SpesFM elke schooldag tussen 17 en 22u via http://www.spesfm.be http://www.snh.be http://www.balspesial.be

59


08. Radio  @ school

WELKE STRUCTUUR HEEFT ONZE RADIO?

- Sponsoractie voor onze radio?

Voor we van start kunnen gaan met onze radio(uitzending), moeten we eerst een aantal praktische zaken regelen.

WE HEBBEN GEEN … NAAM

01. Aan de klasmuur hangen 6 grote bladen met de titels structuur, rubrieken, presentatie, muziekkeuze, geld, tijdstip, frequentie. Jullie krijgen elk een paar post-its, waar jullie ideeën op terecht komen. Daarna wordt er gediscussieerd en worden knopen doorgehakt. Op deze vragen moeten we een antwoord krijgen: • - - -

STRUCTUUR : Hoe begint de uitzending? Hoe beëindig je de uitzending? Wat zit er steeds in het middenblok?

• - - - - - -

RUBRIEKEN: Zijn er vaste rubrieken die in elke uitzending terugkeren? Gaan we schoolnieuws of –roddels geven? Kondigen we uitstappen, activiteiten van klassen aan? Laten we lln. over gelijk welk onderwerp hun zegje doen? Komen er interviews voor? Weer? Verkeer? Reclame?

• - - -

PRESENTATIE Werken we met vaste presentatoren? Stellen we een beurtrol op? Presentatoren die steevast dezelfde muziekgenres aankondigen? - Stellen we een presentator met sidekick aan? - Prentator(en): jongen of meisje? • - - -

MUZIEKKEUZE Eisen we vrije keuze? Keuze wordt eerst aan een ‘bevoegd’ persoon voorgelegd? Elke uitzenddag een ander genre of wisselen we de genres af?

• TIJDSTIP - Tijdens de middagpauze (12.30 – 13.00) of tussen 17.00 en 18.00 uur? • FREQUENTIE - Dagelijks? - Weekend? • GELD - Wie zal de apparatuur betalen? - Welke software hebben we nodig om playlists te maken?

60

02. We houden een korte brainstorm. Iedereen mag namen voor de radiozender opnoemen, en die komen aan bord. Maak een top 5 van goeie ideeën.

03. Misschien zijn er nog verschillende namen voor onze zender, die blijven plakken. Zet die namen op een enquêteformulier, en hoor rond bij alle andere klassen om te horen welke naam zij tof vinden. Het is tenslotte ook hun radiozender!

04. Hak uiteindelijk met de klas de knoop door. Welke naam kies je uit voor de zender? WE HEBBEN EEN NAAM, MAAR GEEN … LOGO Een logo als teken of symbool vertegenwoordigt een bepaald begrip of woord. Een grafisch ontwerp dat associatie oproept bij/met een bedrijfs- of productnaam. Een logo wordt beschermd door het merkenrecht én het auteursrecht.

05. Welk soort logo? Soorten Naamlogo Naam-/ Symboollogo Initialenlogo Picturale logo’s Associatieve logo’s

Voorbeeld

Jouw ontwerp


08. Radio  @ school

WE HEBBEN EEN NAAM, EEN LOGO, EEN SLOGAN, EEN BEGINTUNE, EN EEN PRESENTATOR !!??

06. Schrijf een logo-wedstrijd uit. De bedenker van het gekozen logo mag als hoofdprijs een programma presenteren, muziekkeuze maken, … WE HEBBEN EEN NAAM, EEN LOGO, MAAR NOG GEEN … SLOGAN

De presentator is hét verbaal uithangbord van de radio. Je kwebbelt er niet zomaar op los, maar je bereidt je teksten voor!

10. Bindteksten maken. Kies zelf twee liedjes en praat de plaatjes aan elkaar.

07. Plaats de slogan bij het juiste logo. Controleer je antwoord met de fragmenten op de dvd.

11. Nieuwsberichten

1. Altijd dicht bij jou - C 2. Meteen mee - A 3. Life Is Music - B 4. Q is good for you - D 5. The smile, the music - E 6) Let’s have a big time - F A

a. Neem het televisienieuws van vandaag op. Verdeel een a. Neem het televisienieuws van vandaag op. In groepjes van 2 brengen we hetzelfde nieuws, maar zonder beelden.

B

D

C

E

F

08. Schrijf een sloganwedstrijd uit. De bedenker van de gekozen slogan mag als hoofdprijs een programma presenteren, muziekkeuze maken, …

WE HEBBEN EEN NAAM, EEN LOGO, EEN SLOGAN, MAAR NOG GEEN … BEGINTUNE

09. Wie heeft muzikaal talent om een begintune te componeren en op te nemen?

b. Neem een krant. In groepjes van 2 zet je een geschreven artikel om in een audioboodschap. Daarna vertelt de rest van de klas na wat ze van het bericht hebben onthouden. Welke informatie blijft over van het oorspronkelijke krantenbericht?

12. Verslagje maken Bekijk een schoolvoorstelling (film - theater - optreden) en breng voor de klas een verslag uit van de voorstelling.

WE HEBBEN EEN NAAM, EEN LOGO, EEN SLOGAN, EEN BEGINTUNE, EN EEN PRESENTATOR. MAAR WAT MET VOLGENDE ZAKEN: - Algemene rollenverdeling: presentator, technicus, reporter, muzieksamensteller, producer, ... - Muziekgenre bepalen - Thema bepalen - Interview voorbereiden - Duur en doelgroep - Wie maakt er algemeen verslag en zorgt voor foto’s, filmpjes? - ...

61


09. Radio  @ REC Radiocentrum AKKOORD, MET ONZE SCHOOLRADIO DEDEN WE AL WAT ERVARING OP, MAAR WE ZIJN NOG NIET ECHT KLAAR OM NAAR HET REC RADIOCENTRUM TE GAAN OM ONZE EIGEN RADIO-UITZENDING TE MAKEN! GELUKKIG ZULLEN WE DAT NA DEZE OEFENINGEN WEL ZIJN! KLAAR VOOR DE EINDSPURT? OM GOED VOORBEREID NAAR DE WORKSHOP TE VERTREKKEN, HOU JE VOLGENDE ZAKEN IN HET ACHTERHOOFD.

MUZIEKREDACTIE

01. Hieronder wordt een voorbeeld gegeven van het opstellen van een muzikaal format. De gebruikte categorieën hierin zijn genre en leeftijd. Laat je inspireren en bepaal met de muziekredactie een eigen format. A. LEEFTIJD - Hits/trends: dit zijn recente nummers die ofwel nu in de hitparade staan ofwel door de muziekredactie worden gezien als toekomstige hits en dus in een hoge rotatie afgespeeld worden. - Recurrents: dit zijn nummers die onlangs nog een hit waren maar dit nu niet meer zijn. Recurrents situeren zich qua leeftijd tussen de hits/trends en de classics. Ze zijn nog geen classic omdat ze nog te vers in het geheugen liggen. Je wil ze als luisteraar nog wel eens terughoren maar dan in een erg lage rotatie want anders ben je ze snel weer beu. - Classics: dit zijn de tofste nummers van vroeger die leuk zijn om opnieuw te horen in een lage rotatie (max 1x per week).

62

In dit voorbeeld kiezen we er als radiomaker voor om een format te ontwikkelen waarbij evenveel hits/trends, recurrents als classics geprogrameerd worden. Recurrents operationaliseren we als alles wat geen hit/trend en maximaal 2 jaar oud is. Onze oudste classic dateert bvb. uit 1980 (dit werd bepaald tijdens het samenstellen van de muziekdatabase) en we kiezen ervoor om de helft classics van tussen 1980 en 1990 af te spelen en de andere helft van 1991 tot 2 jaar geleden (recenter is recurrent of hit/trend). Het is dus belangrijk dat je als radiomaker kiest hoeveel je van elke “leeftijd” wil draaien. Afhankelijk van het genre zender wordt er gekozen voor een andere muzikale format; zo klinkt de muziek op Studio Brussel anders dan op TopRadio. Elke keuze staat voor een ander profiel dat je aan je omroep geeft. B. GENRES We kiezen ervoor om 5 hoofdgenres te operationaliseren en geen subgenres: dance, rock, pop, urban en roots. Van elk genre wordt 20% geprogrammeerd of afgespeeld. C. VOORBEELD Per uur kun je gemiddeld 15 liedjes programmeren. Daarvan zullen er dus:


09. Radio  @ REC Radiocentrum

• volgens leeftijd: - 5 hits/trends zijn - 5 recurrents zijn - 5 classics zijn waarvan 2,5 gedateerd tussen 1980 en 1990 en 2,5 tussen 1991 en 2 jaar geleden. • Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om afwisselend een hit/trend, recurrent en een classic af te spelen. Of je kan ook 2 hits/trends na elkaar programmeren, gevolgd door een classic, een recurrent en nog een classic en recurrent. Wat je niet kan doen is bijvoorbeeld eerst 5 classics afspelen, dan 3 hits/trends, 5 recurrents en 2 hits/trends. • volgens genre: - 3 dance nummers - 3 rock nummers - 3 pop nummers - 3 urban nummers - 3 roots nummers Zoals je merkt zal één uur programma niet het volledige format kunnen bevatten (2,5 nummers van tussen 1980 en 1990). Een format draait om gemiddelden en 1 uur kan wat afwijken, 2 uur radio wijkt al minder af en vanaf 3-5 uur klopt de format perfect. Uiteindelijk is het de bedoeling dat een format zorgt voor herkenbaarheid en continuïteit, maar dit mag er niet voor zorgen dat alles voorspelbaar wordt. Met een playlist of afspeellijst bepaal je welke muzieknummers (bij naam) je binnen een programma speelt. De playlist is qua vorm gebaseerd op het muzikaal format, dat de muzieknummers bepaalt bij vorm. Het doel van de playlist is een bepaalde regelmaat te krijgen in de afgespeelde muziek.

02. Stel een muziekredactie samen en werk aan een muzikale format voor je eigen radiozender. Je krijgt 20 nummers ter beschikking. Gebruik 15 nummers in een format. Let hierbij op volgende zaken: • Wanneer is er presentatie? Dat kan belangrijk zijn voor intro’s & outro’s van nummers. • Het eerste nummer is héél bepalend voor de radioshow, hiermee wordt de toon direct gezet. Dit kan een stevigere opener zijn, onder het motto ‘Patat, we zijn er mee begonnen’.Het kan een nieuwe release zijn,

• •

onder het motto ‘Hé, klinkt interessant, hier wil ik meer over weten’. Als er een thema voor de uitzending is en je hebt de mogelijkheid om dit met een nummer te verduidelijken, mag je dit zeker doen. Ook het laatste nummer is belangrijk. Het moet de presentator genoeg ruimte geven om de show af te ronden. Soms wordt er gekozen om een nummer te spelen dat gemakkelijk en zonder dat het al te veel stoort kan worden afgebroken. Dit is echter een kwestie van afspraak met presentator & technicus; er zijn nog trucjes om de show mooi af te ronden. Het laatste nummer kan qua feeling ook een afsluiter zijn; de kers op de taart. Is er voldoende afwisseling tussen de genres? Is er voldoende afwisseling in het tempo? Een té groot verschil in tempo & genre is ook niet altijd goed. Dit is vooral belangrijk als er twee nummers na elkaar worden gedraaid; een zogenaamde mix (met of zonder jingle tussen). Is de afwisseling tussen hits, klassiekers, ... voldoende?

03. Bekijk de beschikbare muziekdatabase: welke kenmerken zou de redacteur hebben gebruikt om bepaalde nummers wel of niet in de database te plaatsen?

04. Vull je inhoudelijke format naast muziek ook met muziekprogramma’s als een “top 3: favoriete nummers allertijden”, “quiz met stop de band-ronde”, ...

05.

De muziekredactie bepaalt samen met de redactieleden het muziekformat. Het onderstaande document kan hierbij helpen. We zoeken 10 verschillende nummers, van 10 verschillende artiesten, om te spelen tijdens ons programma. • 2 Stevige nummers Eén om het programma mee te beginnen, en één om het programma mee af te sluiten.

63


09. Radio  @ REC Radiocentrum

1. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . • 3 Actuele hits De beste nummers van het moment? 1. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

06. Eens de nummerkeuze werd bepaald, kan je die in het muzikale format plaatsen. Communiceer achteraf de definitieve structuur door naar de woordredactie. Onderstaand document is een hulpmiddel, je mag dus veranderingen aanbrengen.

- WELKOM & OVERZICHT

titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Muziek: Stevig

2. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Muziek: Oude hit

titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

• 2 Oude hits Wat werd er vorig jaar veel op de radio afgespeeld?

Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 1 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

1. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Klassieker • 2 Klassiekers Naar welke muziek luisterden jouw leraars toen zij jong waren?

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

1. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 2 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Oude Hit 2. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . • 1 Rustiger nummers Een nummer waarbij je in slaap zou kunnen vallen in je zetel.

Muziek: Rustig Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

1. artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

64


09. Radio  @ REC Radiocentrum

- ITEM 3 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

d. Reclame & Nieuwsplayer: ook hier verloopt alles automatisch en hoef je als technicus niks te doen.

Muziek: Actuele Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Klassieker Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 4 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - AFSCHEID

DE (BASIS)ONDERDELEN VAN HET AUTOMAATSYSTEEM: Elke audiobron heeft een eigen kanaal op het mengpaneel. Je ziet onder andere het kanaal voor de microfoons, een kanaal voor de telefoon, een kanaal voor de cd-spelers, een kanaal voor de jingles, … De VU-meter is een belangrijk instrument. Hierop kun je zien hoe luid een bepaald signaal afkomstig van een audiobron is. Het is van groot belang dat je niet over een bepaalde volumewaarde gaat. Als je dat wel zou doen, dan is je audiosignaal (liedjes, jingles, …) overstuurd. Je signaal bereikt een té hoog niveau en klinkt te hard, waardoor het signaal vervormd of krakering klinkt. Dat verschijnsel noemen we oversturing. Dit zijn de onderdelen van een kanaal op het mengpaneel: a. Mastervolume: hiermee regel je een kanaal, bijvoorbeeld de stemmen van de verschillende presentatoren klinken niet allemaal even luid. Een stillere stem zal meer versterkt worden door dit kanaal op het mengpanneel, daarvoor draait de technicus de draaiknop meer naar rechts tot het gewenste volume behaald wordt.

Muziek: Stevig Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . TECHNICUS

07. Om een goede technicus te worden is het van groot belang dat je de basisfuncties en de onderdelen van het mengpaneel goed kent. DE (BASIS)FUNCTIES VAN HET AUTOMAATSYSTEEM: a. Audiospelers: De playlist en de audioplayers werken samen. Je kan een nummer uit de playlist in de audioplayers laden (dit verloopt niet automatisch). De audioplayers werken op dezelfde wijze als een cd-speler. Ook de bedieningsknoppen zijn hetzelfde. b. Jingles: Via het jinglepad kun je jingles starten. c. De automaat: de automaat vereist weinig uitleg. Alles verloopt immers automatisch en als technicus hoef je hier niks te doen.

b. Toonregeling: elke audiobron heeft haar eigen specificaties. Omdat het voor een radiostation van belang is dat een liedje afkomstig van een cd-speler hetzelfde klinkt als een liedje afkomstig van het automaatsysteem, zal de hoofdtechnicus deze klankinstellingen instellen. Buiten de microfoon dienen deze instellingen niet gewijzigd te worden. c. Voorbeluisteringsknop: met deze knop kun je een audiobron beluisteren zonder dat het ook op de radio te horen is. d. K anaal on/off knop: met deze knop kan een kanaal uitgeschakeld worden. Als de fader opengezet wordt maar deze knop licht niet op, dan is de audiobron niet hoorbaar op de radio. In sommige gevallen kan je met deze knop ook een liedje starten. e. Fader: de fader regelt het volume dat uitgezonden wordt. Normaal wordt een fader volledig open gezet. Alleen als de presentator bijvoorbeeld boven de muziek moet praten wordt de fader van het muziekkanaal wat minder opengezet.

65


09. Beluister een audiobron in voorbeluistering en stel het kanaal goed in.

10. EEN (BASIS)KENNIS VAN MUZIEK: Deze uitleg geldt voor de meeste nummers, niet voor allemaal. Overal heb je uitzonderingen. Een nummer is opgebouwd rond een ritme. Een ritme is opgebouwd in tellen (beats per minuut). 4 tellen vormen een maat, 4 maten een bar. Dit is de basis voor een muziekstuk. Een nummer is daarnaast ook opgebouwd uit volgende onderdelen: intro – strofe – refrein – strofe – refrein – (instrumentale) break – strofe – refrein – herhalingen van het refrein. (heel veel afwijkingen of andere vormen mogelijk). Als technicus is het van belang om de muziek aan te voelen en te kennen. Bovenstaande kennis is een hulpmiddel daarbij maar er zijn veel afwijkingen. Om een plaat af te breken om een jingle of andere plaat te starten of om de presentator z’n ding te laten doen, hou je best altijd rekening met bovenstaande redenering. Een intro is het gedeelte voor men begint te zingen in een nummer. Het is de bedoeling dat de presentator dit volpraat. Een alternatief kan zijn dat er een acapella-jingle gedraaid wordt op het eind van de intro (dus net voor er gezongen wordt). Een intro is meestal opgebouwd uit een veelvoud van vier maten. Een outro is het laatste stuk van een nummer. Een outro is in feite niet van belang omdat door middel van de muziekkennis en het muziekgevoel van de technicus automatisch beslist wordt wanneer het moment er is om een nummer af te breken. In het automaatsysteem wordt echter wel gebruik gemaakt van een outro, hiermee wordt het laatste moment bedoeld waarop de presentator aan z’n interventie bezig moet zijn, of het laatste moment waarop je je klaarhoudt als technicus om de volgende plaat te starten.

08. Gebruik alle knoppen van een kanaal op het mengpaneel. Begrijp je hun functie? Heb je vragen, aarzel niet de workshopbegeleider aan te spreken.

Start een audiobron via de knop, die daarvoor gebruikt wordt op het mengpaneel. Zorg dat het geluid te horen is via de radio.

11. Laad verschillende tracks in de 2 audioplayers. Speel ze af, stop ze en laad ze opnieuw.

12. Bestudeer het computerprogramma (CARMEN) in de studio. Switch tussen de verschillende “CARMEN”tabs in het linkerscherm en benoem de functies van de verschillende tabs. Plaats het scherm ten slotte op de jinglepad.

13. Test verschillende jingles uit.

14. Start een plaat via het mengpaneel en de audioplayer in het rechterscherm. Breek de plaat op een gepast moment af met een jingle. Draai daarna de volgende plaat.

15. Probeer een acapella jingle te mixen in de intro van een nummer. Probeer ervoor te zorgen dat de jingle aansluit met de beginnende zang van het nummer. Oefen tot je het onder de knie hebt.

16. Breek een nummer af na het eerste refrein of break,

66


09. Radio  @ REC Radiocentrum

door een ander nummer te starten. Doe dat tot je het onder de knie hebt. Als je vindt dat het gemakkelijker gaat met een jingle ertussen, mag je het ook zo doen. Probeer ten slotte twee nummers te vinden, die je wel mooi aan elkaar kan hangen (enchaîneren) met een jingle. Probeer te achterhalen waarom twee nummers wel of niet bij elkaar passen. De begeleider zal je hierbij helpen.

17. Na bovenstaande opwarmingsoefeningen kan je aan het echte werk beginnen. De presentatoren, technici en andere redactieleden nemen plaats ...

18. Zorg dat je een exemplaar van het format bij je hebt alvorens je van start gaat met de uitzending of vul format op de volgende pagina correct in.

WELKOM & OVERZICHT: Welkom luisteraars Welkom Sidekick Overzicht inhoud Muziek: Stevig Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

- ITEM 2 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Oude Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 3 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - AFSCHEID Dat was het! Bedankt luisteraars en bedankt Sidekick “Salut!!” Muziek: Stevig Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . WOORDREDACTIE Muziek: Oude hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 1 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

19. Stel een woordredactie samen en werk aan een programmaformat voor je eigen radiozender. Bepaal dus met andere woorden welke soorten programma’s je wilt maken, de interviews, een thema, ...

20. Heb je een interview gepland? Ga dan volgende aandachtspunten na:

Muziek: Klassieker Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

a.In de studio: - Maak goede afspraken, zodat de gast weet waar en wanneer hij er moet zijn : aanwezigheid 10-tal minuten op voorhand – gast ook niet te lang laten wachten.

67


09. Radio  @ REC Radiocentrum

- Zorg voor een goede ontvangst : een korte babbel, voorstellen aan presentator.

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

b. Telefonisch: - Ga de kwaliteit van de telefoonlijn na: gsm’s hebben soms een zeer slechte verbinding. - Laat de presentator de persoon even op voorhand bellen om de grote lijnen van het interview te bespreken. - Hou het gesprek kort en to-the-point. c. Op verplaatsing: Dit interview doe je zelf. - Zorg ervoor dat je materiaal in orde is en dat je weet hoe je het moet gebruiken. - Maak het niet te lang: 3 tot 4 minuten op de radio. Hoe meer je dat benadert, hoe minder je moet knippen. - Bepaal op voorhand wanneer je het af kan hebben, zodat je dat ook kan meedelen.

21. Bepaal vervolgens de structuur van je radio-uitzending. Hierbij is het van belang dat je goed communiceert met de leden van de muziekredactie. Stel daarom ook een hoofdredacteur aan die een algemeen overzicht opmaakt en bijhoudt. Het onderstaand document dient als voorbeeld bij een programmaformat van 4 items, uiteraard kan hiervan worden afgeweken.

Muziek: Klassieker Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 2 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Muziek: Oude Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 3 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

De volgorde waarin de items en de muziek in het programma zullen voorkomen.

WELKOM & OVERZICHT: Welkom luisteraars Welkom Sidekick Overzicht inhoud Muziek: Stevig

- AFSCHEID Dat was het! Bedankt luisteraars Bedankt Sidekick “Salut!!”

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Muziek: Stevig

Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Muziek: Oude hit Artiest. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - ITEM 1 ONDERWERP: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Muziek: Actuele Hit

68

Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Titel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

22. De woordredactie bezorgt een kopie van het volledige format aan zijn redactieleden, presentator en technicus.


PRESENTATOREN STEM EN TAAL Een presentator speelt met stem en taal. De volgende puntjes gaan specifiek over taal en stemtechniek. Het spreekt voor zich dat niemand dit meteen allemaal beheerst: • Presenteer met een glimlach: je hoort dat! • Probeer zo goed mogelijk op je uitspraak te letten. Bijna niemand beheerst onze taal perfect, maar daar kan aan gewerkt worden! Algemeen Nederlands is de norm. • Wanneer je twijfelt aan de uitspraak van bvb een groep/ artiest of titel, aarzel dan niet om het even na te gaan bij de mensen van de muziekredactie. • Hetzelfde geldt voor studiogasten en namen uit het nieuws. • Iedereen heeft zo zijn ‘stopwoordjes’. Probeer bij jezelf te achterhalen welk woord jou de hele tijd achtervolgt en probeer er tijdens je interventies aan te denken. • Vermijd dat je steeds dezelfde woorden gebruikt. Maak voor jezelf een lijstje van synoniemen. • Zeg ‘je’ en ‘jullie’ tegen de luisteraars in plaats van ‘u’. Gebruik vooral ‘je’, op die manier spreek je de luisteraar direct aan. • Let op je intonatie. Probeer variatie in je stem te leggen. Niets zo saai als een eentonige presentator. • Tempo is zeer belangrijk. Let erop dat je niet te snel praat. Té traag is natuurlijk ook niet goed. Alles moet verstaanbaar en duidelijk zijn. • Probeer altijd zelfzeker over te komen. Je bent zeker van wat je zegt. De luisteraar hoort dit ook. NUMMERS AAN- EN AFKONDIGEN • Probeer zo veel mogelijk de intro’s van nummers vol te babbelen. In principe is het nooit ‘stil’ op radio. Hiermee bedoelen we dat je eigenlijk nooit enkel en alleen de stem van de presentator hoort. • In- en outro’s zijn echter niet heilig. Wil je, om welke reden dan ook, een nummer sneller afbreken dan kan dat. Bij zeer lange nummers kan je eigenlijk niet anders. • Let er wel op dat je een nummer niet op elk moment kan afbreken. Je doet dit bvb niet in het midden van een refrein, maar vlak erna. LUISTER NAAR DE MUZIEK EN PROBEER OP JE MUZIKALE GEVOEL AF TE GAAN. • Kom je bij een intro tijd te kort dan kan je een beetje versnellen, heb je tijd te veel, vertraag dan. Tempo is hierbij zeer belangrijk. Alles moet natuurlijk wel verstaanbaar blijven. • Stop echter nooit in het midden van een zin! Maak af wat je wou zeggen, ook al moet je daarvoor iets langer

babbelen. • Doe je eerste interventie op de intro van het eerste nummer. Probeer bij de eerste interventies de luisteraar warm te maken voor je programma zodanig dat hij blijft luisteren. • Je kondigt een plaat aan of af. Niet de beide. • Vond je het een slechte platenkeuze? Zeg dat dan tegen de mensen van de muziekredactie, maar niet tegen de luisteraar! Nogmaals: een programma wordt gemaakt door een ploeg. • Wanneer jij, de technicus of iemand anders een fout maakt, kleed het dan in als fout van ‘de techniek’. Vb: wanneer je technicus je plaat niet op tijd kon starten, dan zeg je maar dat de ‘CD-speler niet wou starten’. • Alles bij elkaar genomen zijn timing en gevoel de twee kernwoorden van dit blokje. Intro’s en outro’s zijn technische gegevens, maar presenteren is meer dan seconden vol babbelen. VOORBEREIDING Als presentator moet je soms op veel dingen tegelijk letten. Het is daarom zeer belangrijk dat je goed voorbereid de studio binnenstapt, wil je een vlot programma maken. Een groot gedeelte van de voorbereiding gebeurt door de redactie. Zorg er dan ook voor dat je voortdurend samenwerkt met de redactie. Zorg ervoor dat je goed weet wie je interviewt, ook al is het interview volledig voorbereid door de redactie. Zoek zelf bvb een beetje extra info op over je gast. Op lange termijn is het beter niet alles uit te schrijven. Zo ga je vanzelf vlotter babbelen, maar in het begin schrijf je best alles wat je wil zeggen volledig uit. Bovendien hangt dit af van persoon tot persoon. Sommigen schrijven na 30 jaar radio-ervaring nog steeds alles uit, terwijl anderen al na dertig dagen genoeg hebben aan wat kernwoorden. Zoek info op over de muzieknummers. Bij woordprogramma’s, programma’s waar de muziek niet centraal staat, hoef je niet bij elk nummer uitleg te geven over de artiesten, maar de voorbereiding kan altijd van pas komen als je even niet weet wat te zeggen. Zoek het zeker niet te ver. Je hoeft geen lessen in popgeschiedenis te geven, maar het is bvb wel altijd leuk te weten dat een artiest naar België komt voor een concert. DE GEBAREN • Hand omhoog: micro gaat aan maar je babbelt nog niet (de schuiver van jouw microfoon gaat omhoog op het mengpaneel). • Hand naar beneden: Je doet je hand naar beneden op het moment dat je begint te babbelen. • Wijzen: Je wil een nieuwe plaat starten, maar je neemt wel de intro van die plaat.

69


09. Radio  @ REC Radiocentrum

• Hand terug omhoog: Je hebt gedaan met babbelen en de plaat mag voluit klinken (de schuiver van jouw microfoon gaat weer naar beneden).

23. Ben jij weggelegd voor de rol als presentator? Probeer onderstaande oefeningen en find it out! Onderstaande oefeningen worden vooral overgenomen in de workshops. Toch kan je de leerlingen motiveren om zelf een aantal cd’s mee te brengen en de oefeningen in de klas uit te werken.

Nummers met duidelijke outro’s • Keane - somewhere only we know • Beastie Boys - Intergalactic Nummers die hard starten • Red Hot Chilli Peppers - Give it away • Amy Winehouse - Rehab Nummers zonder outro • Bodyrox - Yeah Yeah Putje • Justin Timberlake - My love

25. Improviseer 1 minuut over een opgegeven onderwerp.

• Bij het begin van het programma zit een nummer met een intro van 15 seconden. Het is de bedoeling dat je van deze intro gebruik maakt om de mensen te verwelkomen. Schrijf die intro eens uit (ongeveer 3 lijnen tekst) en probeer hem eens uit bij jezelf al mompelend. Probeer een beetje origineel te zijn. Op 15 seconden kan je veel zeggen, zeg bvb iets over het weer, verwijs naar iets dat die dag gebeurd is,… • Je krijgt een tweetal nummers opgegeven. Luister naar de nummers, de intro en outro, noteer ‘de tijden’ en schrijf een passende tekst. • Improviseer 1 minuut over een opgegeven onderwerp. • Praat eens drie nummers aan elkaar. Zoek info op het internet over de groepen, maar je kan het ook hebben over iets fictief uit je programma. Zeg bvb: straks geef ik T-shirts weg van… Het belangrijkste bij deze oefening is dat je probeert een vorig nummer af te kondigen en het volgende aan te kondigen. Niet alles wat je zegt hoeft dus echt te zijn.

24. Zoek een nummer met een lange intro, welke je gebruikt als eerste nummer bij je programma. Gebruik bij voorkeur de intro om de mensen te verwelkomen. Schrijf je intro uit (max. 3 lijnen) en probeer hem zelf eens uit. Probeer vooral origineel te blijven en maak gebruik van een “teaser”. Daarbij hou je de luisteraar in spanning voor wat komen moet. Enkele voorbeelden: Nummers met duidelijke intro’s • Foo Fighters - Walking after you • Justin Timberlake - Love stoned • Gabriël Rios - Angelhead • B52’s - Rock Lobster

70

26. Je krijgt een tweetal nummers opgegeven. Luister naar de nummers, de intro en outro. Noteer de “tijden” en schrijf een passende tekst.

27. Praat eens drie nummers aan elkaar. Zoek informatie op via het internet over de groepen of betrek iets uit je prorgramma. Bijvoorbeeld: “Straks geef ik t-shirts weg ... ” Het belangrijkste bij deze oefening is dat je probeert een vorig nummer af te kondigen en het volgende aan te kondigen. Niet alles wat je zegt, hoeft dus echt te zijn.

28. Overleg met de technicus het verloop van de presentatie.

29. De presentatoren en de technicus oefenen de gebaren, alvorens effectief uit te zenden.

30. Zorg dat je een exemplaar van het format bij je hebt alvorens je van start gaat met de uitzending. Vul die aan met jouw presentatietekst.


Bronnen

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27

VRT-studiedienst/CIM, Het luisteronderzoek in 2008, maart 2009. R. OTTEN, Achter Televisie. Antwerpen, 2005, p 189 - 193 VRT, 75 jaar radio, online op: http://75jaarradio.vrt.be/75jaarradio_master/swf/75jaarradio.html (16/2/2009) VrijeRadio.be, online op: http://www.vrijeradio.be/ (16/2/2009) L. BERTELS, Audiotechnologie. p13 – 14, p19, p27. Oorcheck, De website over oorzaak en gevolg. Online op: http://www.oorcheck.nl (16/2/2009) B. TIMMERMANS, Klink Klaar. Leuven, 2007, p9 - p11, p19, p24 – p28. B.TIMMERMANS, Stem en uitspraak: praktijk. p3–5. B.TIMMERSMANS, Stem en uitspraak: praktijk. p6-10. B.TIMMERMANS, Klink Klaar. Leuven, 2007, p24. Tagger.fm, Enquête over jongeren en muziek. Online op: http://www.tagger.fm/nl/muzikale-nieuwtjes/p/categorie/onderzoek (16/2/2008) Wereld Audio Festival, Radiotaal: taal is de humus, van goede radio door Bob de Groof. Online op: http://portal.omroep. nl/?nav=ranjsDsHEnCowBtaCKpBI (16/2/2009) K.BONNEURE, Spreektaal schrijven. p1-5. E.BRYS, Muziek bij documentaires en reportages. p2-3. P. KNAPEN, Het radio-interview. p1-2. P. KNAPEN, Het radio-interview. p4. B. TIMMERMANS, Stem en uitspraak: theorie. P70-75. R. OTTEN, Achter televisie. Antwerpen, 2005, p41-44. VRT, Over de merken. Online op: http://www.vrt.be/vrt_master/merken/vrt_merken_een/index.shtml (16/2/2009) SpiderCop, de wereld binnen een hand click. Online op: http://www.spidercop.com/cultuur/q-music.htm (16/2/2009) Nostaligie; What a feeling. Online op: http://www.nostalgie.eu/nl/home/ K. DE LEMBRE, Medialeer. Gent, p55. Digitale Radio. Online op: http://www.digitaleradio.be (16/2/2009) K. DE LEMBRE, Module 3 Digitale media. p25 K. DE LEMBRE, Module 3 Digitale media. p20-22 K. DE LEMBRE, Module 3 Digitale media. p23-24 SABAM, Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers. Online op: http://www.sabam.be/nl/getpage. php?i=252 (16/2/2009)

71



Shoutbox - Exemplaar leerkrachten