Issuu on Google+

# 4 | juni 2008 | christelijke organisatie voor internationale vluchtelingenhulp

Bert Koenders ‘Instabiele landen niet loslaten’

Angola

ZOA vertrekt na negen jaar

Noodhulp

Ongekend leed in Ethiopië


Recht op een toekomst

02 | voorwoord | tekst Leo den Besten, fotografie Folkert Rinkema

“Waar ligt je toekomst?” Ik stel de vraag aan een Birmese vluchteling in een kamp op de grens tussen Birma en Thailand. Hij neemt deel aan een basistraining voor bromfietsmonteur. “Ik weet het eigenlijk niet,” is het antwoord. “Maar waar het ook zal zijn, wat ik hier leer, neem ik altijd mee.”

Net als voor circa 150.000 andere vluchtelingen speelt het dagelijks leven van mijn gesprekspartner zich voorlopig vrijwel geheel af binnen de grenzen van een vluchtelingenkamp. Onzeker over wat de toekomst brengen zal. Sommigen van hen wonen hier al bijna 25 jaar. Ik stap even hun wereld binnen, maar stap er na een paar uur weer uit. Ik ben op dienstreis in Thailand, op de grens met Birma. Ik heb hier een workshop met ZOA-collega’s uit Sri Lanka, Thailand, Afghanistan en Cambodja. Samen werken we aan een methode om beter inzichtelijk te krijgen wat onze projecten op langere termijn kunnen betekenen. Bij aankomst in Thailand hoorde ik van de verwoestende gevolgen die de cycloon Nargis de dag ervoor in Birma heeft aangericht. Ik realiseer me dat we er nietsvermoedend op 10 kilometer hoogte overheen gevlogen zijn. Langere termijn effecten lijken even heel relatief, nu voor de slachtoffers van deze cycloon van dag tot dag overleven hun enige zorg is. Gelukkig weet ik dat een klein team van andere collega’s al in Birma was voordat de cycloon toesloeg. Zij waren daar om de mogelijkheden te onderzoeken voor

een hulpprogramma in Birma voor langere termijn. Door hun aanwezigheid kunnen ze nu ook snel mogelijkheden voor noodhulp in kaart brengen. De start van mijn reis illustreert op een bizarre manier hoe korte en langere termijn hulp bij elkaar kunnen komen. En dat is ook precies waar ZOA voor staat: enerzijds korte termijn hulp bieden, maar ook zo snel mogelijk werken aan oplossingen die weer lange-termijn perspectief brengen. Soms is dat wel een zoektocht, zoals in de situatie op de Thai-Birmese grens. Waar de mensen in vluchtelingenkampen onzeker zijn over hun toekomst en waar jongeren opgroeien zonder concreet toekomstperspectief. Maar ook daar zoeken we samen met hen naar mogelijkheden om toch perspectief te kunnen houden. Ik realiseer het me deze reis weer des te meer: aan het werk van ZOA wil ik op een betrokken en professionele manier bijdragen. Omdat mensen daar evenveel recht hebben op een hoopvolle toekomst als wij. Leo den Besten is hoofd van de afdeling Monitoring en beleidsontwikkeling.


Inhoud:

Voorpagina: 08 | Interview Bert Koenders

Minister Koenders en ZOA vinden elkaar in hun inzet voor fragiele staten: landen die te maken hebben (gehad) met conflicten en geweld. Hij legt uit wat hij als minister wel en niet kan doen in de hulpverlening aan dergelijke landen, en vertelt wat hij vindt van het werk van ZOA.

14 | Zonder hulp verder

22 | Ongekend leed

In de Ethiopische woestijn aan de grens met Somalië troffen twee mede-werkers van ZOA erbarmelijke omstandigheden aan. Inmiddels is de noodhulp op gang gekomen voor de vluchtelingen.

26 | De bittere beker

Ton van der Lee, schrijver en filmmaker, heeft gezocht naar Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen. Hij wijst hij op tekortkomingen van hulpverlening in de afgelopen decennia. In Uganda stuitte hij op traditionele rechtspraak, die een bijdrage levert aan de genezing van de gewonde samenleving.

En verder: 04 | Dag in, dag uit 06 | De vluchteling 07 | ZOA-nieuws 13 | De veldmedewerker

19 | De ondernemer 20 | De campagne 24 | De expat 25 | Het kind 28 | De ambassadeur

Naw May Say is weduwe, 55 jaar en wonend in een kamp met 40.000 anderen. Zie pagina 6.

ZOA-VLUCHTELINGENZORG WERKT IN: AFGHANISTAN CAMBODJA | MYANMAR | THAILAND | SRI LANK A BURUNDI | ETHIOPIË | LIBERIA | SUDAN | UGANDA

Colofon: ZOA-magazine is een periodieke uitgave van ZOA-Vluchtelingenzorg. Oplage 42.500, ISSN 1871-0727 Adresgegevens Sleutelbloemstraat 8, 7322 AG Apeldoorn Postbus 4130, 7320 AC Apeldoorn T: 055 3663339 F: 055 3668799 E: info@zoa.nl I: www.zoa.nl K.v.K.: 41009723, Bank: 38.75.12.012, Giro 550, t.n.v. ZOA Apeldoorn Vorm : Frivista - (y)our mission Druk : Senefelder Misset Redactie: Jolande Bijl, Folkert Rinkema, Ewout Suithoff (hoofdredacteur), Els Sytsma (eindredacteur), Orville Zichterman Aan dit nummer werkten verder mee: Maud Belder, Leo den Besten, Rosanne de Boer, Ton van der Lee en Inge van der Weijden © ZOA-Vluchtelingenzorg - het kopiëren of vermenigvuldigen van artikelen wordt door ons op prijs gesteld mits met bronvermelding. Graag ontvangen wij een bewijsexemplaar. Adressenbestanden van ZOA worden niet uitgeleend of doorverkocht.

03 | inhoud |

We werken er zolang naar toe, en dan is het zover: de fase van wederopbouw komt tot een einde en het werk van ZOA kan worden overgedragen aan lokale organisaties. Een verslag uit Angola, waar in december 2007 een einde kwam aan negen jaar ZOA-aanwezigheid.


04 | ZOA-project | tekst en fotografie Folkert Rinkema

Ma Lae is een vluchtelingenkamp in Thailand. Er bevinden zich zo’n 40.000 Birmese vluchtelingen die hutje mutje naast elkaar leven. Zij verblijven al jaren in het kamp. En daarin rijgen de dagen zich naadloos in elkaar. Zoveel gebeurt er niet, zoveel kun je er niet doen. Buiten het kamp is verboden terrein en binnen het kamp is verveling je grootste vijand. En dan zijn veel vluchtelingen ook nog psychisch beschadigd door de ellende die zij in Birma hebben meegemaakt. ZOA is daarom vooral aktief op het gebied van onderwijs. Beroepstrainingen geven mensen weer een daginvulling en het geleerde kunnen ze in de praktijk brengen in een leven na het kamp. Kinderen kunnen onderwijs volgen, kind zijn, dromen van een baan en spelen met vrienden. Het zijn deze aktiviteiten die veel vluchtelingen in de kampen enorm waarderen. Want onderwijs is voor hen -naast kennis- ook afleiding van het leven van alle dag, dag in dag uit.


Dag in, dag uit


06 | de vluchteling | tekst en fotografie Folkert Rinkema

‘We moeten erg sociaal zijn’

Thailand herbergt al jaren lang tienduizenden vluchtelingen uit Birma. Het merendeel van hen behoort tot de Karen, een bevolkingsgroep die de wapens heeft opgenomen tegen de militaire junta van het land. Repressailles met veel geweld hebben hen naar vluchtelingenkampen in Thailand doen vluchten. Hier, aan de grens met hun moederland, wachten ze op de dag waarop ze allemaal hopen: hun terugkeer in een democratisch land. In Ma Lae woont Naw May Say op de hoek van een van de vele straatjes die het vluchtelingenkamp kent. Het heeft net geregend en de vochtigheidsgraad klimt met de minuut omhoog. Naw May Say heeft dan ook het zweet op haar gezicht staan. Haar hutje is opgetrokken uit bamboe en heeft een dak van bladeren. Heel even geeft een opstekende wind verkoeling en doet de bladeren op het dak bewegen.

Je moet er niet aan denken wat er gebeurt wanneer ooit op een dag de wind een orkaan wordt. Ik moet mijn slippers uitdoen en mag dan naar boven klimmen om plaats te nemen op de vloer. Meubels zijn in dit kamp niet belangrijk. Wat wel belangrijk is zijn de vele persoonlijke verhalen die de inwoners hebben. Zo ook Naw May Say. Ze is een weduwe van 55 jaar en heeft drie kinderen. ‘‘Ik kwam hier elf jaar geleden met mijn familie en mijn kinderen. Mijn man is een paar maanden voor onze

vlucht gedood door regeringssoldaten. Hij zat in het verzetsleger van de Karen en vocht tegen het onrecht wat ons als Karen wordt aangedaan. Na zijn dood zijn we gevlucht. De soldaten hadden het ook op mij voorzien vanwege mijn man. Ik wilde weg van de onderdrukking van alle dag. Maar het leven is dit kamp is moeilijk. We kunnen niet weg uit het kamp, hebben dus geen inkomen of werk. Ik vind het moeilijk om toe te geven dat ik mijn zoon geen schoenen kan geven. Gelukkig krijgen we voedsel. En er is geen onderdrukking, geweld of gesar van soldaten en niet constant het geluid van geweerschoten. In het kamp wonen we heel dicht op elkaar dus moeten we wel goed met elkaar opschieten. We moeten dus allemaal erg sociaal zijn!’’ Als ik haar huisje verlaat blijft Naw May Say achter. Hoelang ze er nog zal moeten wonen is een open vraag. ‘‘Ik hoop terug te keren als de problemen Birma hebben verlaten’’, zegt ze zacht. ‘‘Want een ding weet ik goed. We moeten terug naar ons land.’’


[r]echt nalaten Er is een nieuwe brochure beschikbaar, waarin de mogelijkheden staan beschreven om ZOA te steunen via een lijfrente of in een testament. ZOA wil door haar werk gehoor geven aan de bijbelse opdracht om recht te doen aan onze naasten. Vanuit die overtuiging durven en willen we onze achterban oproepen om ook recht te doen. Eén van de mogelijkheden daarvoor is via een nalatenschap, uitgestelde schenking of lijfrente. U kunt de brochure aanvragen bij Yolenta Pater (y.pater@zoa.nl), 055 3663339.

Nieuwe hiv/aidsbewustwordingscampagne ZOA gaat samen met de organisaties Woord en Daad, TEAR, Kindernothilfe uit Duitsland en ACET uit Slowakije een Europese campagne opzetten. Het doel daarvan is om jongeren te informeren over de desastreuze gevolgen van hiv en aids in ontwikkelingslanden en ze in te zetten in de strijd tegen deze verwoestende ziekte. Zo zullen er o.a. jongerengroepen gevormd worden die zelf voorlichting gaan geven over hiv en aids in ontwikkelingslanden. Voor de uitvoering van deze campagne hebben de organisaties een subsidie van ruim 1 miljoen euro gekregen, waar we natuurlijk heel blij mee zijn.

Uitgezonden: ZOA-Afghanistan Bernhard en Miriam Kerschbaum Cok en Liesbeth Verduijn Sari en Steve Vilen E-mail: afghanistan@zoa.nl ZOA-Cambodja Bernie O’Neill E-mail: cambodia@zoa.nl ZOA-Ethiopië Paul en Janine Roelofsen E-mail: ethiopia@zoa.nl ZOA-Liberia Nic Street E-mail: liberia@zoa.nl ZOA-Myanmar E-mail:info@zoa.nl ZOA-Sri Lanka Maarten en Hester van Briemen Bernard en Margreet Jaspers Faijer Anne-Marie Hollander E-mail: srilanka@zoa.nl ZOA-Sudan Wim en Cathy Groenendijk Jan en Marjo Huls Douwe en Stijnie Slot Corine Verdoold E-mail: sudan@zoa.nl

ZOA zichtbaar in eerste halfjaar

Afghanistan is volop in het nieuws, onder andere vanwege de inzet van Nederlandse militairen in Uruzgan. Ook ZOA is actief in Afghanistan. Wij geven landbouwtrainingen, bouwen irrigatievoorzieningen en introduceren nieuwe gewassen. Dat is ‘ònze missie in Afghanistan’. Afgelopen kerst heeft ZOA kerken in Nederland benaderd deze missie te steunen. De actie heeft tot nu toe ruim 10.000 euro opgebracht. Daarmee konden ruim honderd Afghaanse gezinnen alles ontvangen wat ze nodig hebben om elke dag te kunnen eten. De komende maanden steunt de PKN-kerk in Ter Aar deze actie, door de opbrengst van de avondmaalscollecte te bestemmen voor onze missie in Afghanistan.

De eerste helft van 2008 heeft ZOA zich weer op diverse manieren gepresenteerd. Naast onze eigen evenementen Walk4Water en de landelijke huis-aanhuis collecte waren we ook aanwezig bij Nederland Zingt in de Jaarbeurshallen in Utrecht, bij het Opwekkingsweekend in Biddinghuizen en op de EO-jongerendag in Arnhem. U komt ons ook tegen bij het concert van onze ambassadeur Gospelchoir D-light op 9 oktober in Kampen, en bij Red Ribbon op 29 november in Zwolle. Op deze manier raken we met steeds meer mensen in gesprek over (on)recht en de situatie van vluchtelingen. Daarbij dagen wij iedereen uit na te denken over hoe je deel kunt uitmaken van de strijd tegen onrecht. Wilt u mèt ons opkomen tegen extreme ongelijkheid in de wereld, lees dan het artikel op pagina 20.

ZOA-Thailand Brian Solomon E-mail: thailand@zoa.nl ZOA-Uganda Astrid en Gerbrand Alkema Guido de Vries E-mail: uganda@zoa.nl

Daarnaast worden regelmatig Short Term Workers uitgezonden, met name bij noodhulpacties.

Wereldwijd heeft ZOA-Vluchtelingenzorg ruim 900 mensen in dienst, waarvan het merendeel lokaal wordt aangetrokken. Als u wilt schrijven met een van de medewerkers, dan kunt u de adressen van de buitenlandse kantoren op het hoofdkantoor opvragen (055 3663339).

07 | ZOA-nieuws | tekst: Els Sytsma

Actie ‘Onze missie in Afghanistan’


08 | interview | interview: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

‘Ik wil landen met zwak bestuur niet loslaten’

Bert Koenders heeft het druk. De desastreuze gevolgen van de cycloon in Birma beginnen net bekend te raken. Hulpverleners staan klaar met vliegtuigen vol hulpgoederen, maar mogen Birma niet in. Vlàk voor een persconferentie wil hij toch graag tijd maken voor ZOA. “Vaak doen hulporganisaties het echte werk, zoals bijvoorbeeld in Sudan.” De redactie interviewt voor elk ZOA Magazine een bekend persoon over humanitaire hulpverlening. Hun ervaringen geven een blik van buitenaf op het werkveld van ZOA. De geïnterviewde krijgt de ruimte om zijn of haar visie te verwoorden op internationale vluchtelingenproblematiek, welke niet per se de visie is van ZOA. Ditmaal Bert Koenders.

ZOA en de huidige minister voor Ontwikkelingssamenwerking vinden elkaar in hun inzet voor fragiele staten: landen waar een conflict prominent aanwezig is, zoals Afghanistan en Sudan, of met een recente geschiedenis van geweld, zoals Burundi. Landen waar de overheid zwak is, waar fysieke en emotionele wonden zijn geslagen (zie kader). In tegenstelling tot zijn voorgangers heeft Koenders steun aan dergelijke landen juist tot prioriteit bestempeld. Hij is heel gemotiveerd om deze instabiele landen te steunen. “Eén derde van alle kindersterfte vindt bijvoorbeeld in deze landen plaats. In fragiele staten lopen we dramatisch achter op het bereiken van de millenniumdoelen.


Om hulp te krijgen, lag de nadruk voorheen altijd op goed bestuur als voorwaarde voor die hulp. Dat heeft ertoe geleid dat landen die de hulp het hardst nodig hadden geen hulp kregen, omdat ze niet aan die voorwaarde voldeden.”

Risico’s ZOA helpt in deze complexe landen, omdat we geloven dat mensen ook daar recht hebben op onze hulp. Koenders kan daarin een eind meegaan, maar zijn insteek is deels een andere. “Uiteindelijk is toegenomen ontwikkeling en veiligheid in andere

landen ook voor onze veiligheid van groot belang. Terrorisme en vluchtelingenstromen raken ons immers rechtstreeks.” Maar werken in fragiele staten brengt politieke risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld dat de belofte van groeiende stabiliteit en ontwikkeling niet waargemaakt wordt en het land terugvalt in conflict. Dat kan betekenen dat de hulp, waar grote bedragen mee zijn gemoeid, soms in rook opgaat. “Toch heb ik nog nooit een moment gehad waarin ik dacht: tot hier en niet verder. Ik wil die landen niet loslaten.” Hoewel, hij erkent dat er een grens is. “Ja, als regimes zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen. Met Birma bijvoorbeeld hebben we

geen relatie.” Ook met de Sudanese overheid heeft de Nederlandse overheid geen directe relatie. Maar tijdens het bezoek van Koenders aan Sudan, afgelopen februari, werden geen onderwerpen geschuwd. Samen met Maxime Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, bracht hij tijdens het gesprek met president Bashir ook de mensenrechtenschendingen ter sprake. “Maar het echte werk op het gebied van hulpverlening doen de hulporganisaties en de Verenigde Naties. Wij steunen dat alleen financieel.” De teletekstpagina’s, die in zijn werkkamer continu het laatste nieuws geven, melden halverwege het gesprek dat de VN gestopt


zijn met hulpvluchten naar Birma. Minister Koenders haakt meteen in op deze actualiteit. “Deze catastrofe overstijgt politieke belangen, het humanitaire belang staat nu voorop. Dit is heel duidelijk niet alleen een kwestie van geld, maar ook van toegang. Daar zullen jullie als ZOA ook wel tegen aan lopen.”

Een stem voor vluchtelingen

10 | interview |

‘...Ik ben wel eens teleurgesteld of gefrustreerd, natuurlijk...’

Er is overigens nog een grens in de hulp aan fragiele staten, en die ligt bij de belastingbetaler. “We kunnen natuurlijk geen belastinggeld via een onbetrouwbare overheid laten lopen, dat is niet uit te leggen. Wat we in zo’n geval doen is maatschappelijke organisaties steunen; oppositiepartijen, vakbonden, onafhankelijke media. Zo kun je een land toch versterken, hoewel het dan - nog meer dan anders - een kwestie van lange adem is.” Als voorbeeld noemt de minister Somalië, dat eigenlijk helemaal geen staat meer is. Daar is de Nederlandse overheid bij betrokken door gesprekken met de oppositie en met de buurlanden Ethiopië en Eritrea.” Ook ZOA richt zich op die versterking van maatschappelijke organisaties. Vooral lokaal, zoals vrouwenorganisaties, oudercomités van scholen en coöperaties. De achterliggende reden is dat wij niet alleen hulp willen bieden, maar de mensen vooral willen leren voor zichzelf op te komen. Koenders juicht deze rol van ZOA en andere niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) toe: naast de praktische hulp zoals drinkwater, gezondheidszorg en scholing geven deze organisaties een stem aan mensen die anders niet gehoord worden, de gemarginaliseerde groepen. “Jullie werken

op dorpsniveau, jullie kennen deze gemeenschappen veel beter dan wij als internationale overheden.”

Foto’s Koenders kan daarom helemaal achter de beleidskeuze van ZOA staan om versterking van de dorpsgemeenschappen, of ‘capaciteitsopbouw’, tot doel van onze hulp te maken (zie voor een voorbeeld van capaciteitsopbouw het artikel over Angola op pagina 14). Maar hij herkent het probleem dat het soms moeilijk is hiervoor voldoende geld te vinden. Voor donoren is het immers leuk om bij te dragen aan zichtbare resultaten: een nieuw schoolgebouw, een waterpomp of velden vol met gewassen. Bovendien zijn dergelijke projecten vrij snel te realiseren en kun je er mooie foto’s van maken. Terwijl capaciteitsopbouw een proces van jaren is en voor buitenstaanders moeilijk zichtbaar te maken. “Te hoge verwachtingen kunnen zulke grote teleurstellingen veroorzaken dat donoren afhaken. Terwijl het juist bij fragiele staten gaat om betrokkenheid op lange termijn.” Koenders geeft daarvan een voorbeeld uit de Democratische Republiek Congo. “De rechten van mensen worden daar op gruwelijke wijze geschonden, terwijl in het hele oosten van Congo slechts één rechter en één officier van justitie actief zijn. Wij gaan daar rechters opleiden. Maar er gaat natuurlijk een behoorlijke tijd overheen voordat dat leidt tot een functionerend juridisch systeem.” Minister Koenders is daarom onvermoeibaar om bij grote instellingen als de Wereldbank


‘Te hoge verwachtingen kunnen zulke grote teleurstellingen veroorzaken dat donoren afhaken’

en de VN het belang van lange termijnbetrokkenheid aan te kaarten. En vindt daar tot zijn tevredenheid positieve respons. Hij noemt een klein succesje bij de Wereldbank. Door eenvoudiger procedures kunnen ook lokale organisaties daar tegenwoordig een beroep op doen. Dat brengt hem op het dilemma van corruptie, in veel landen met een zwak bestuur een dagelijkse realiteit. “Het blijft zoeken naar een juiste balans tussen precies willen weten wat er met het geld gebeurt, en aan de andere kant goede, kleinschalige initiatieven niet dood willen gooien met een verplichte papierwinkel.”

Extra energie Toegegeven, een dergelijke verbetering bij de Wereldbank zal lokale initiatieven stimuleren. Maar heeft Koenders nou nooit eens de neiging het bijltje erbij neer te gooien, teleurgesteld door de kleine stapjes vooruit, door terugval in chaos en geweld, door logge internationale bureaucratie en onwillige autoriteiten? Na die vraag staart hij even nadenkend voor zich uit. “Nee”, klinkt het dan vastberaden. “Ik ben wel eens teleurgesteld of gefrustreerd, natuurlijk. Ik baal er bijvoorbeeld van dat het niet lukt om internationaal echte stappen te zetten voor wat betreft Darfur. Maar opgeven? Nee. Het geeft alleen maar extra energie om tòch door te gaan.”

Fragiele staten Fragiele staten kenmerken zich door politieke instabiliteit en een overheid die niet of nauwelijks functioneert. Er is vaak sprake van machtsmisbruik en politieke manipulatie door elites, religieuze of etnische spanningen, corruptie en geweld door leger, politie en rivaliserende clans. Daardoor ontbreken basisvoorwaarden voor ontwikkeling en investering met alle desastreuze gevolgen van dien. Minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking heeft steun aan fragiele staten tot beleidsprioriteit gemaakt. Fragiele staten die steun ontvangen van de Nederlandse overheid: Afghanistan*, Burundi*, Colombia, Democratische Republiek Congo*, Guatemala, Kosovo, Pakistan, Palestijnse Gebieden, Sudan* ZOA werkt in de landen met een *. In de Democratische Republiek Congo willen we in 2009 een programma starten. Daarnaast werkt ZOA in Liberia, een land dat eveneens aan de definitie ‘fragiele staat’ voldoet.


- advertentie-

Doe [r]echt Wereldwijd STERVEN 200 KINDEREN per uur door gebrek aan schoon drinkwater...

Vanuit de bijbel geloven wij dat God ons oproept om recht te doen aan de mensen om ons heen. En om er echt te zijn voor hen die onze hulp zo hard nodig hebben.

ZOA biedt haar achterban de volgende mogelijkheden om zich in te zetten voor vluchtelingen: Geef je hart.

U kunt uw hart geven door vluchtelingen in uw gebeden te gedenken, door te lezen en te praten over hun situatie en op die manier betrokkenheid te tonen.

Geef je kennis.

U kunt uw kennis ten behoeve van vluchtelingen inzetten op verschillende manieren. Bijvoorbeeld als ondernemer bij het bedrijvenplatform ZOA-Zakelijk, of als vertaler van rapportages uit het Engels naar het Nederlands.

Geef je tijd.

U kunt uw tijd geven aan vluchtelingen, bijvoorbeeld door mee te werken aan de organisatie van de collecte, door als vrijwilliger te helpen bij evenementen als Walk4Water of Red Ribbon of door ambassadeur te worden van ZOA.

Geef je geld.

Voor al ons werk is veel geld nodig. U kunt ons steunen met een periodieke gift, bijvoorbeeld per maand of per kwartaal of met incidentele giften.

Als ambassadeur van ZOA strijdt u mèt ons tegen extreme ongelijkheid in de wereld. Ambassadeurs realiseren zich dat armoede in de wereld onrechtvaardig en onnodig is. En, belangrijker nog, dat armoede oplosbaar is. Zij beantwoorden concreet de bijbelse oproep om recht te doen aan de naaste. Meer info? Bel ZOA: 055 3663339 en vraag naar Nathalie Eilander of Anja Kuipers.


: Eyerusalem Demissie : 30 jaar : accountant : Ethiopië

‘Dit werk vind ik heerlijk’

Ethiopië wordt al jaren geteisterd door oorlogen en conflicten. Er zijn duizenden intern ontheemden. Bovendien zijn ook duizenden vluchtelingen vanuit de buurlanden Sudan, Somalië en Eritrea naar Ethiopië gevlucht. ZOA werkt sinds 1993 in Ethiopië, aan drie landsgrenzen: in het westen met Sudanese vluchtelingen, in het noorden met Eritrese vluchtelingen en in het oosten met vluchtelingen uit Somalië. In de hoofdstad Addis Abeba staat het landenkantoor, waar Eyerusalem (meestal afgekort tot Eyerus) sinds 2004 als accountant werkzaam is. In mei is ze drie weken in Nederland om ingewerkt te worden op een nieuwe functie. “Onrecht maakt me boos.”

voor straatkinderen. In 2004 zag ik de vacature bij ZOA in de krant staan en heb ik daar gesolliciteerd. Ondertussen heb ik nog verder gestudeerd. Vorig jaar ben ik afgestudeerd. Gelukkig, want fulltime werken en daarnaast studeren is erg druk.’’

Kun je iets over jezelf vertellen? ‘‘Ik kom uit Nazret, een plaats ongeveer 100 kilometer ten zuid-oosten van Addis. Voor mijn opleiding accountancy ben ik naar Addis Abeba verhuisd. Mijn eerste baan was bij een lokale organisatie

Wat vind je van het werk van ZOA in Ethiopië? ‘‘Ik vind het heerlijk om voor een humanitaire organisatie te werken. Ik ben me zeer bewust van de situatie van mensen in nood, en voel me daar erg bij betrokken. Weet je, het zijn gewone

Wat doe je precies bij ZOA? ‘‘Ik ben accountant, dus ik doe de boekhouding. Ik moet de budgetten in de gaten houden en rapportages maken voor de donoren.’’

mensen die gewone levens leiden. Plotseling gebeurt er iets en ineens hebben ze niets meer. Er gebeurt veel onrecht, en dat maakt me boos. Het geeft me daarom veel bevrediging om iets te kunnen doen – ook al is mijn aandeel maar een klein stukje in het geheel. Het is ook een bijbelse opdracht om de behoeftigen te helpen. Die opdracht inspireert mij, en ook het hele team.’’ ‘‘Mijn tijd in Nederland is heel bijzonder. In de eerste week dat ik op het kantoor in Apeldoorn werkte, begon de hulpactie voor Birma. De betrokkenheid en de inzet van alle medewerkers voor zo’n noodsituatie heeft me erg geraakt. Het is zeer inspirerend en bemoedigend om te weten dat het werk in de landen wordt ondersteund en gedragen door een team dat dezelfde inzet en motivatie kent als wij in Ethiopië. Veel mensen in Ethiopië zijn zich nauwelijks bewust van de situatie van vluchtelingen aan de grenzen. Het is fijn om te merken dat ik met ZOA-collega’s van over de hele wereld de betrokkenheid bij het lot van vluchtelingen en de wil om hen te helpen, kan delen. Het maakt me blij om daar deel vanuit te mogen maken.’’

13 | de veldmedewerker | tekst: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

Naam Leeftijd Functie Land


ZOA sluit werk

14 | reportage| tekst Jolande Bijl, fotografie Eljee en ZOA

Na tien jaar noodhulp en wederopbouw heeft ZOAVluchtelingenzorg haar werk in Angola afgesloten. De lokale organisatie Adespov neemt het werk over. ZOA’s bijdrage in Angola is een voorbeeld van capaciteitsopbouw: het zodanig ondersteunen van bevolking, plaatselijke organisaties en overheden dat de voormalige vluchtelingen weer zonder hulp van buiten verder kunnen.


in Angola af


Jeremias Antonio was vanaf november 2006 landendirecteur van ZOA-Angola en heeft het hulpverleningstraject van begin tot eind meegemaakt. Hij weet nog goed dat ZOA in 1998 in de stad Lubango aankwam: “Angola was kapotgeschoten in het conflict tussen regeringspartij en Unita-oppositie. Boeren waren massaal van het platteland naar de steden getrokken om het geweld te ontvluchten. Het eerste wat ZOA te doen stond, was het redden van levens. Zo snel mogelijk moesten er drinkwatervoorzieningen komen en latrines worden aangelegd. Meteen vanaf het begin heeft ZOA samenwerking gezocht met plaatselijke non-gouvernementele organisaties (ngo’s) en kerken, want het werk was te veelomvattend om alleen te doen.”

Terugkeer en wederopbouw

16 | reportage |

‘Angola was kapotgeschoten in het conflict tussen regeringspartij en Unita-oppositie’

Na het vredesakkoord in 2002 werd de situatie in Angola stabieler en konden vluchtelingen weer terug naar hun oorspronkelijke woonplaatsen op het platteland. Het geografische gebied waar ZOA werkzaam was, werd daardoor enorm uitgebreid. Er werden wederopbouwprogramma’s opgestart in de districten Cacula, Caluquembe, Caconda en Chipindo. De mensen die zich opnieuw in deze gebieden vestigden, werden door ZOA geholpen om weer

een bestaan op te bouwen. Deze hulp bestond voornamelijk uit het verbeteren van de toegang tot basisvoorzieningen als water en voedsel. Ook zijn er scholen en gezondheidsposten hersteld en werden wegen en bruggen gebouwd. Hulp aan vluchtelingen veranderde zo in hulp bij terugkeer en wederopbouw. Jeremias: “Zo langzamerhand kwam daarbij het eind van ons mandaat als vluchtelingenorganisatie in zicht.” Om de projecten een duurzaam karakter te kunnen geven, was het belangrijk om goed samen te werken met lokale organisaties, overheidsinstanties en natuurlijk de vluchtelingen zelf. “We wilden het werk niet zomaar achterlaten”, vertelt Jeremias, “maar we wilden zeker weten dat de wederopbouw door zou gaan totdat de Angolezen het ontwikkelingsproces weer zelf ter hand konden nemen. In Chipindo droegen we het werk van ZOA in 2005 over aan een grote kerk, de Igreja Evangélica Sinodal de Angola (IESA). In de andere drie programmagebieden was Adespov een geschikte partner om het werk van ZOA voort te zetten.” ZOA kreeg een coachende rol richting de medewerkers van Adespov, en werkte zelf niet meer rechtstreeks met de doelgroep. Ondertussen kreeg Adespov steeds meer verantwoordelijkheden, zoals het voorzitten van directievergaderingen, waarbij ze werden begeleid door


Capaciteitsopbouw? ZOA wil vluchtelingen helpen zelf hun ontwikkelingsproces weer ter hand te nemen. Daarom doet ZOA aan capaciteitsopbouw: het zodanig versterken van lokale gemeenschappen, partnerorganisaties en overheden dat dit leidt tot duurzame lokale ontwikkelingsinitiatieven. Leo den Besten van ZOA-Nederland: “We werken in gebieden die niet alleen fysiek, maar ook sociaal behoorlijk beschadigd zijn. Een belangrijk deel van de wederopbouw is gemeenschappen te helpen zelf hun verantwoordelijkheid weer op te nemen, zodat ze niet meer afhankelijk zijn van de hulp van externe partijen.” medewerkers van ZOA. Vorig jaar werd een overdrachtsovereenkomst getekend en heeft ZOA de drie programmagebieden één voor één aan Adespov overgedragen.

Mondig Sleutel in het ontwikkelingsproces was de bevolking te leren voor zichzelf op te komen in het contact met de plaatselijke overheid. Via ‘community development committees’ leerden de Angolezen hun noden kenbaar te maken bij de relevante overheidsinstanties. Parallel hieraan liep een proces om de lokale overheden ontvankelijk te maken voor deze noden en hen te leren hoe zij met een mondige bevolking om kunnen gaan. ZOA begeleidde deze processen. Dit was niet alleen voor Adespov nieuwe materie, maar ook voor Angola als land, dat geen geschiedenis kent van inspraak. Maar al gauw bleek Adespov goed in staat om de committees te ondersteunen.

Voldaan Jeremias is heel tevreden over de samenwerking met Adespov. “De overdracht verliep vrijwel vlekkeloos. We kenden elkaar goed, want we trokken al jaren met elkaar op in het veld, in de gezamenlijke uitvoering van onze projecten. De lokale overheden waren ook blij dat Adespov het werk van ZOA voort zou zetten, want ze hadden gezien hoe goed we met elkaar samenwerkten.” Het werk van ZOA is nu afgerond. ZOA-Nederland zal Adespov tot het

einde van dit jaar financieel ondersteunen. Het contract van Jeremias is in april beëindigd. Voorlopig gaat hij even van zijn vrijheid genieten – voldaan. “Mijn doel was om mijn naaste te helpen en dat heb ik kunnen doen. Ik ben dankbaar dat ZOA het werk in Angola zo goed heeft kunnen afsluiten. De meeste hulporganisaties zijn met de noorderzon vertrokken, maar ZOA heeft gezorgd voor duurzame hulpverlening. Het programma is gesloten, maar voor ZOA als organisatie blijft de deur altijd open. Hopelijk niet weer in een gewapende conflictsituatie.”

Caconda Eén van onze zakelijke donoren die het programma in Angola mogelijk heeft gemaakt is Albert Bril, commercieel directeur van ProBizz uit Bergentheim. Hij heeft hiervoor stichting Caconda opgericht, naar een district in Angola. Samen met ZOA heeft hij voor de mensen in Caconda veel kunnen betekenen. Meer informatie? Bel Harry Verwaaijen, accountmanager bedrijven: 055 3663339

• Capaciteitsopbouw richt zich in de eerste plaats op de vluchtelingen en ontheemden zelf. Na het herstel van de fysieke voorzieningen (water, wegen, huizen etc.) gaat de aandacht van het wederopbouwproces uit naar sociale structuren. In ‘community based organizations (CBO’s)’ leren mensen om tegengestelde belangen – zoals geschillen rond land- en waterrecht - weer samen op te lossen. • Daarnaast richt de capaciteitsopbouw zich op lokale ngo’s die het werk van ZOA in de toekomst kunnen overnemen. Deze partnerorganisaties worden door ZOA geselecteerd op basis van hun visie voor vluchtelingen. ZOA werkt intensief met ze samen; vaak doen zij een deel van de uitvoering, en wordt de organisatie tegelijkertijd begeleid om het werk uiteindelijk helemaal te kunnen overnemen. • De derde doelgroep waar ZOA zich met capaciteitsopbouw op richt, is de lokale overheid die verantwoordelijk is voor de basisvoorzieningen in het gebied. Ook deze lokale overheden zijn vaak verzwakt door de conflicten. ZOA helpt hen weer op de rit door middel van gerichte trainingen.

Overzicht ZOA in Angola 1999 2002

2005

2006

2007

2008

Start van de noodhulp aan vluchtelingen in Lubango. Na het vredesakkoord breidt ZOA haar programmagebieden uit naar de districten Cacula, Caluquembe, Caconda en Chipindo. District Chipindo wordt gesloten. Het mandaat van ZOA in Angola loopt ten einde en de afbouw wordt ingezet. ZOA tekent een handing-over protocol met partnerorganisatie Adespov. In december wordt het programma in Caconda overgedragen. Gefaseerde overdracht van de andere programmagebieden: in maart Caluquembe, in juni Cacula. Officiële afsluiting van ZOA in Angola (februari).


Samenvatting jaarverslag 2007

18 | jaarverslag | tekst: Inge van der Weijden en Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

In 2007 heeft ZOA opnieuw vele honderdduizenden vluchtelingen en ontheemden in Afrika en Azië kunnen helpen met noodhulp en bij de wederopbouw van hun bestaan. Vorige maand is het jaarverslag verschenen. Op deze pagina vindt u daarvan een samenvatting. Het volledige jaarverslag kunt u lezen op www.zoa.nl.

2007 is voor ZOA een goed jaar geweest, waarin we erin zijn geslaagd een efficiencyslag te maken. We hebben effectiever gewerkt doordat we meer inkomsten konden realiseren tegen minder kosten. Dat blijkt uit: • groei van de inkomsten met 7 procent, van 21,9 miljoen naar 23,3 miljoen euro; • stijging van het percentage van het budget dat rechtstreeks aan de doelstellingen kon worden besteed van 88 procent in 2006 naar 90 procent in 2007; • daling van het percentage administratieen beheerskosten van 6 procent in 2006 naar 5 procent in 2007; • daling van het percentage kosten fondsenwerving ten opzichte van het gehele budget van 6 naar 5 procent. • een CBF-percentage van 16%, iets lager dan begroot en ruim onder het maximum dat is gesteld op 25%. Dit percentage zegt alleen iets over de kosten fondsenwerving Nederland. Meer informatie kunt u hierover lezen op www.zoa.nl.

Vermeldenswaard is dat het Centraal Bureau Fondsenwerving nieuwe richtlijnen voor de jaarverslaggeving heeft opgesteld. ZOA is een van de eerste organisaties die de cijfers publiceert volgens deze nieuwe richtlijnen, waarin de beheers- en administratiekosten expliciet worden genoemd.

Landen In 2007 was ZOA werkzaam in de landen Afghanistan, Angola, Burundi, Cambodja, Ethiopië, Liberia, Myanmar, Sri Lanka, Sudan, Thailand en Uganda. Wij hebben met 900 medewerkers in het veld en 40 mensen in Apeldoorn onze doelstellingen gerealiseerd; de situatieverbetering van veel vluchtelingen en ontheemden op het terrein van drinkwater en sanitatie, onderwijs, gezondheidszorg, landbouw en beroepstrainingen. Nationale (lokale) partnerorganisaties hebben hierin vaak een belangrijke rol gespeeld, en hun uitvoeringscapaciteit hebben we in veel gevallen kunnen versterken. Door de verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan en Sri Lanka hebben onze doelstellingen in deze beide landen vertraging opgelopen.

Opstarten en afbouwen In Noord-Uganda, in het Pader-district, startte ZOA een nieuw programma. Dit programma is gericht op de ondersteuning van gemeenschappen die ontheemd zijn geraakt door de strijd tussen de regering en het ‘Verzetsleger van de Heer’ (LRA – the Lord’s Resistance Army). In Burundi steunt ZOA het vredesopbouwen rehabilitatieprogramma van de Burundese organisatie MiParec. Het programma in Angola, waarvan de afbouw in 2006 werd begonnen, werd in 2007 verder overgedragen aan partnerorganisaties. Alle lopende projecten zijn per december 2007 afgesloten. Daarnaast zijn we gestart met concrete plannen om onze activiteiten in Myanmar verder uit te breiden en in Congo (DRC) op te starten in 2008. Om kosten te besparen, publiceren wij ons volledige jaarverslag op onze website, www.zoa.nl. Heeft u geen internet en wilt u graag een geprint exemplaar thuis ontvangen, neemt u dan contact met ons op via 055 3663339 of mail naar info@zoa.nl.


19 | de ondernemer | tekst Els Sytsma, fotografie ZOA

‘Investeren in mogelijkheden’ Met jarenlang hard werken en investeren hebben Hans en Jeannette Joosse uit Nieuwerkerk aan den IJssel een flink vermogen opgebouwd. Met dit vermogen willen ze zich nu inzetten voor de medemens. “Geld is per slot van rekening een middel dat we in bruikleen hebben gekregen en geen doel op zich.” De Joosses hebben zich in 2007 uit hun bedrijven teruggetrokken en richtten hun eigen Foundation op. Daarmee willen ze kansarme gebieden helpen zich economisch te ontwikkelen. “Het vermogen dat we hebben opgebouwd geeft een enorme verantwoordelijkheid”, vindt Jeannette Joosse.

Mogelijkheden “Ondernemers willen graag ondernemen en ontwikkelen. Maar als alles kapot is, wat moet je dan? Dat is de situatie waarin vluchtelingen zich bevinden.” Hans Joosse weigert te spreken over ‘armen’, want hij concentreert zich vooral op de mogelijkheden van ieder individu. Alleen, die mogelijkheden moet je tot ontwikkeling kunnen brengen. Hij

benadrukt zijn zakelijke ervaring te willen inzetten. “Daar ligt immers mijn kracht. Ik ben niet de aangewezen persoon om bijvoorbeeld een kliniek of schooltje te bouwen.”

Drive Via ZOA-Zakelijk had het echtpaar Joosse al contact met ZOA-Vluchtelingenzorg. “In een van de gesprekken vroegen we: hebben jullie nog iets leuks voor ons?” lacht Hans Joosse. Zo raakten ze vanaf 2006 betrokken bij het toen nog te starten ZOA-programma in Uganda. Zij betaalden de opstartkosten; zoals het aannemen van personeel en inrichten van het kantoor, de auto’s, de motoren. Tot hun verbazing wil bijna niemand deze indirecte opstartkosten voor zijn rekening nemen. Terwijl het toch logisch is dat je eerst moet investeren, voordat je kunt oogsten. “Het is juist wel leuk, wel spannend”, vinden ze.

In februari brachten ze een bezoek aan het programmagebied Pader in Uganda. Een leerzame ervaring, vinden ze beiden. Hans Joosse verbaasde zich erover dat veel dingen precies zo werken als in Nederland. “Mensen hebben een financiële prikkel nodig voordat ze in beweging komen. Die drive zit in ieder mens. Maar als er geen geld is, hoe komen ze dan nog in beweging? Straks hebben de boeren in Pader bijvoorbeeld prachtige opbrengsten van hun akkertjes, maar kunnen ze het niet vermarkten.” Samen met ZOA’s landendirecteur Guido de Vries gaan de Joosses bekijken hoe ze hierbij kunnen helpen. “Er is nu nog niks in Pader. Maar er zitten wel slimme en initiatiefrijke mensen. Die helpen we graag op weg.” Naast hun betrokkenheid bij deze ZOAprojecten hebben ze ook plannen voor eigen investeringsprojecten. Zo hebben ze contact met een biologische rozenkweker in Uganda en hopen ze binnen een jaar een eigen investeringsmanager in Kampala te stationeren.

Ondernemers Bent u als ondernemer geïnteresseerd in betrokkenheid bij de projecten van ZOA? Neem dan contact op met Harry Verwaaijen (accountmanager bedrijven), 055 3663339 of h.verwaaijen@zoa.nl.


Gospel Choir D-Light ambassadeur voor ZOA-Vluchtelingenzorg

20 | de campagne | tekst: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

Wie kent niet het gevoel van moedeloosheid tijdens het journaal, als rampen, oorlog en onrecht over het beeldscherm trekken? Als enkeling kun je je tegenover problemen van wereldformaat alleen en machteloos voelen. ZOA is op zoek gegaan naar mogelijkheden om mensen actief in te schakelen tegen extreme ongelijkheid. Omdat u en ik wèl een verschil kunnen maken. De achterban van ZOA is zeer trouw in haar financiële steun. De meeste donateurs geven al jaren aan ZOA en maken daarmee het werk voor vluchtelingen in Afrika en Azië mogelijk. We zien daaraan dat onze achterban zich niet afsluit voor de nood van de naaste, maar juist wil helpen. Graag willen we onze donateurs de mogelijkheid bieden om nog actiever betrokken te raken bij ons werk. Want we zijn ervan overtuigd dat de armoede en ongelijkheid in de wereld oplosbaar zijn – in ieder geval deels -, mits we ons daarvoor echt willen inzetten. Daarvoor is de inzet van zoveel mogelijk mensen in Nederland van cruciaal belang. Daarom zoeken we ambassadeurs, die zich realiseren dat armoede in de wereld onrechtvaardig en onnodig is. En, belangrijker nog, dat armoede oplosbaar is. Deze ambassadeurs beseffen dat ook ‘niet-handelen’ een keuze is, namelijk om je neer te leggen bij onrecht. Voor mensen die dat machteloze gevoel kennen – ‘iets’ te willen doen, maar niet weten wat -, biedt het ambassadeursnetwerk concrete mogelijkheden. Want door deel te nemen aan het netwerk kan iedereen zichzelf inzetten, op een manier die bij u past.

Concreet aan de slag Als u zich aanmeldt om ambassadeur te worden, krijgt u van ZOA een inhoudelijke training over onrecht en ongelijkheid in het leven van vluchtelingen, over de bijbelse visie op (on)recht en over de oplosbaarheid van de armoedeproblematiek. Daarna gaan de kersverse ambassadeurs in hun eigen omgeving aan de slag: in kerken, bij evenementen of op scholen. Dat doen zij door een presentatie te geven, artikelen te schrijven en een actie op te

zetten. Deze ambassadeurs zijn ook aanspreekpunt tijdens speciale acties, zoals noodhulpacties of rond Wereldvluchtelingendag en Wereldaidsdag. Ter ondersteuning ontwikkelt ZOA een pakket met een kant-en-klare presentatie, actiematerialen en een voorbeeldartikel voor kerkblad of plaatselijke krant. Het ambassadeursnetwerk sluit aan op het thema [r]echt. Vanuit de bijbel geloven wij dat God ons oproept om recht te doen aan de mensen om ons heen. En om er echt te zijn voor hen die onze hulp zo hard nodig hebben. Ambassadeur van ZOA worden is een praktische mogelijkheid handen en voeten te geven aan de opdracht recht te doen en te strijden tegen onrecht. Wij geloven in de kracht van ambassadeurs, omdat we zo veel mensen bereiken: iedere


Ambassadeur van ZOA:

Verschil maken kan wèl

ambassadeur in zijn eigen omgeving, op zijn eigen manier. Op de laatste pagina van dit magazine leest u een inspirerend interview met Carmen Petter. Met de jongerengroep Pitstop organiseert zij speciale jeugddiensten. De hele groep Pitstop is ambassadeur van ZOA geworden en wil de boodschap over recht uitdragen. Carmen geeft een mooi voorbeeld van de inktvlekwerking van het ambassadeursschap: de jongeren die Pitstop bereikt, komen vervolgens zelf met initiatieven om op te komen voor recht. Wilt u ambassadeur worden? Bel dan 055 3663339 en vraag naar Anja Kuipers.

De visie van ZOA: in een wereld vol conflicten, onrecht, armoede en rampen willen wij bijdragen aan tekenen van hoop en herstel. Wij zien dit gebeuren als mensen weer vrede, recht en wederzijds vertrouwen ervaren en hun persoonlijke waardigheid en zelfvertrouwen hervinden. ZOA handelt naar en draagt bij aan het bijbels perspectief van Gods koninkrijk, dat verzoening en herstel in volle glorie zal brengen. In de tussentijd roept God ons op recht te doen en trouw te zijn aan de mensen die onze steun nodig hebben.

Ook voor kinderen en jongeren Naast volwassen ambassadeurs zoekt ZOA ook young ambassadors (12 – 18 jaar) en junior ambassadeurs (leeftijd 6 – 12). Zij kunnen met spreekbeurten en stukjes in de schoolkrant de ongelijkheid in de wereld op hun eigen school aankaarten. Kent u iemand die het leuk zou vinden hiermee aan de slag te gaan? Neem dan contact op met Anja Kuipers, a.kuipers@zoa.nl, 055 3663339.


22 | noodhulp | tekst: Els Sytsma, fotografie: ZOA

Ongekend leed Terwijl de ogen van de wereld zich richtten op de ramp in Birma, bezochten twee ZOAmedewerkers de Somaliregio in het oosten van Ethiopië. ZOA is daar sinds 2005 betrokken bij een water- en sanitatieproject voor Ethiopische ontheemden. Zij troffen een onverwachte en wanhopige noodtoestand aan in een nieuw kamp voor Somalische vluchtelingen. Een bezoek aan projectgebied Hartisheik stond op het programma. De situatie is daar moeilijk, vanwege aanhoudende droogte. Daarnaast brachten Harry Verwaaijen en Marco van de Weerd een bezoek aan een nieuw kamp aan de uiterste oostgrens van Ethiopië: Lefe Isa. Dit kamp is in maart 2008 door de Ethiopische overheid opgericht om vluchtelingen uit Somalisch oorlogsgebied te registreren. Toch was die registratie begin mei nog niet gestart en wachtten de vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden al maanden op hulp.

Emotioneel Volgens de kampautoriteiten is zo’n 40%

van de aanwezige vijftienduizend vluchtelingen gehandicapt. Harry Verwaaijen, accountmanager bedrijven op het kantoor in Apeldoorn: “Dat konden we eerst niet geloven. Maar na het bestuderen van de registratieformulieren en de statistieken van de kamparts moesten we vaststellen dat de schatting dicht bij de werkelijkheid ligt. Mensen met afgeschoten voeten, zware hoofdwonden en buikwonden.” Het was een heftig en indringend bezoek voor de beide ZOA-medewerkers. Het kamp is al overvol en dagelijks arriveren nieuwe vluchtelingen. Amfra Abdi (zie kader) is slechts één van die duizenden vluchtelingen, en ieder van hen heeft zijn eigen verdriet, verlies en wanhoop. De gebrekkige huisvesting is een groot probleem: wat stokken en een stuk plastic zeil bieden voor een deel van de vluchtelingen wat bescherming. De recente regenval is een zegen voor de omwonende boeren, maar een heuse beproeving voor de vluchtelingen, die met hun gezinsleden soms in de open lucht moeten slapen. Harry: “We hebben veel oorlogsgewonden en uitgemergelde, zelfs stervende kinderen gezien. Het is heel emotioneel om zo’n noodsituatie te moeten aanschouwen.”


Verenigde Naties en collega-organisaties goed op gereageerd. Ook is de registratie van deze mensen door de Ethiopische autoriteiten nu gestart. Maar vanwege de grote achterstand en de instroom van nieuwe vluchtelingen blijft levensreddende hulp voorlopig hard nodig. Uw gift zullen we inzetten voor vluchtelingen en ontheemden in zowel Hartisheik als Lefe Isa. Red levens en stort uw gift op giro 550 o.v.v. noodhulp Somaliregio, Ethiopië. Meer info: www.zoa.nl

Waar komen deze vluchtelingen vandaan?

Wat doet ZOA? ZOA heeft direct het werkgebied uitgebreid en geeft nu zowel in Hartisheik als in Lefe Isa, dat zo’n 70 kilometer verderop ligt, noodhulp. In april is al begonnen met watertransporten naar Hartisheik. Naar Lefe Isa kon de dag na het bezoek aan het kamp op 7 mei al een vrachtwagen met speciale kindervoeding gestuurd worden. Tevens werd een noodhulpactie gestart, om de komende weken en maanden dagelijks water en voedsel aan te kunnen voeren. Naast de snelle reactie om noodhulp te kunnen bieden, zijn we een sterke lobby gestart om de nood van deze ongeziene vluchtelingen onder de aandacht te brengen. Gelukkig wordt daar door de

In 1991 werd de Somalische dictator Siad Barre verdreven. Dat was het begin van een bloedige burgeroorlog. In 2006 leek de rust enigszins weergekeerd, toen een interimregering werd geïnstalleerd. Helaas is echter in 2007 de strijd weer fel opgelaaid, deze keer tussen islamitische rechtbanken aan de ene kant, en de interimregering aan de andere kant. Het Ethiopische leger is in Somalië aanwezig om de interimregering te steunen. Mei 2008 bracht Amnesty International een rapport uit over de mensenrechtensituatie in Somalië. Daaruit bleek dat alle partijen in dit conflict zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen. “De bevolking van Somalië wordt vermoord, verkracht en gemarteld. Plundering is wijdverbreid en hele wijken worden vernietigd”, vertelt het rapport.

Het verhaal van Amfra Abdi uit Baladwayn, Zuid-Somalië ‘Terwijl mijn stad door soldaten beschoten en gebombardeerd werd, heb ik vorige maand hals over kop mijn huis moeten verlaten. Zonder enige waarschuwing zaten we midden tussen de gevechten. Ik heb alleen mijn twee kinderen van 1 en 8 jaar oud kunnen meenemen. Ik weet niet waar mijn andere vier kinderen nu zijn. Ook mensen die de laatste dagen uit Baladwayn zijn gevlucht, hebben geen nieuwe informatie over mijn man en kinderen. Ik weet niet waar ze zijn, of ze nog leven, of ze misschien gewond zijn. Mijn twee kinderen hier in het kamp zijn inmiddels sterk verzwakt, ik kan de kleinste geen bortsvoeding meer geven en in het dorp Lefe Isa is niemand die babymelk voor me heeft. De mensen in Lefe Isa helpen ons zo goed ze kunnen, maar we zijn met te veel en ze hebben zelf ook maar weinig. Ik vraag de mensen in Europa om ons te helpen, hier sterven onze kinderen. Alstublieft, vertel wat wij hier meemaken aan de mensen in jullie land, jullie zijn onze laatste redding…’


24 | de expat | tekst: Els Sytsma, fotografie: Folkert Rinkema

‘Geen druppel op een gloeiende plaat’

Naam Leeftijd Bij ZOA Waar

: Guido de Vries : 39 jaar : sinds 2004 : Landendirecteur Uganda

Guido de Vries werkt sinds 2004 voor ZOA. Eerst in ZuidSudan, sinds 2007 als landendirecteur in Uganda. Hij woont met plezier in Kampala en gaat elke maand ongeveer een week naar het programmagebied in Pader, noord-Uganda. Eind maart was hij even in Nederland, waar hij meeliep met Walk4Water en de opbrengst in ontvangst mocht nemen.

Het bedrag van € 320.000,- is bestemd voor latrines en waterpompen bij scholen in Pader. “Mensen zijn hun leven weer aan het oppakken. Dat ik daarbij betrokken mag zijn, geeft me veel voldoening.’’

dese collega’s over praat, merk is dat zij daar ook tegen aanlopen, maar er vaak machteloos tegenover staan. Daar heb ik het, met mijn Nederlandse achtergrond, wel eens moeilijk mee.’’

Het geweld in noord-Uganda is pas vorig jaar gestopt. Merk je daar iets van als je in Pader bent? ‘‘Afgezien van de kapotte infrastructuur en braakliggend land, zie je in eerste instantie niet direct de diepe wonden die in de afgelopen twintig jaar zijn geslagen. Maar toen ik vertrouwder raakte met de mensen waarmee ik werk, kwamen de schrijnende verhalen. Dit gebied heeft rust nodig om te verwerken en vooruit te kijken. Ik kom in Uganda steeds meer tot het inzicht dat oorlog en geweld het verschrikkelijkste is wat mensen kan overkomen. Vooral het brute geweld, zoals het afsnijden van ledematen en het verkrachten van meisjes en vrouwen, is vaak moeilijk om te verwerken. Dit bepaalt me heel direct bij de gebrokenheid van deze wereld.’’

Is er iemand die voor jou de situatie in Pader symboliseert? ‘‘Ja, dan denk ik aan de 18-jarige Florence. Zoals ze me met berusting vertelde over haar leven in het vluchtelingenkamp waar ze vijf jaar heeft gewoond, over haar twee overleden broertjes, en toch vol vertrouwen was dat God het beste met haar voor heeft. Ze heeft weinig opleiding, geen mogelijkheden, niets. Daarin is ze typerend voor veel jonge mensen in noord-Uganda. Een heel verschil met mijn eigen situatie op mijn achttiende!’’

Wat doet het met je, van dichtbij te worden geconfronteerd met zulk gruwelijk geweld? ‘‘Ik realiseer me dat de Nederlandse situatie voor de meerderheid van de wereldbevolking niet gewoon is. De vanzelfsprekendheid van inkomen en rechten, zoals we dat in Nederland kennen, staat haaks op de wreedheid en alle onrecht die ik hier vaak tegenkom. Als ik er met mijn Ugan-

Waar ben je blij mee voor wat betreft je werk? ‘‘Ik ben heel blij dat ZOA eindelijk in noordUganda aan het werk is. Het was een afschuwelijk conflict, waarbij anderhalf miljoen mensen ontheemd zijn geraakt. Het werken voor deze gemarginaliseerde doelgroep is heel motiverend. Een rechtvaardige wereld creëren kunnen we niet, maar ons werk is géén druppel op de gloeiende plaat. Het is goed dat we daar zijn.”

Het verhaal van Florence Auma Gladys is te vinden op www.walk4water.nl


Voor de start van de tien-kilometer sponsorloop: Waarom doe jij mee aan Walk 4 Water? ‘‘Ik moest mee van mijn vader en moeder. Eigenlijk had ik er helemaal geen zin in!’’

Cristine is 8 jaar. Ze woont met haar ouders in een normaal huis. Ze heeft heel veel spullen waar ze blij mee is. Op 29 maart 2008 liep ze mee met de sponsorloop Walk4Water over de dijk tussen Lelystad en Enkhuizen. Ze zegt: ‘schoon drinkwater heeft iedereen nodig!’ Betrek kinderen bij het werk van ZOA. Vier keer per jaar verschijnt de kinderkrant ZIEZOA. Vraag een gratis proefnummer aan en bel: Toekomst 055 3663339.

kinderkrant van ZOA-Vluchtelingenzorg • jaargang 9 • nummer 40 • 2007

Ik denk aan hoe het is geweest, in ons oude dorpje daar. Van mama hield ik het meest en iedereen kende elkaar. Toen kwam de oorlog in ons land, en was het leven niet meer fijn. mannen met geweren in hun hand, deden bij mensen heel veel pijn. Nu is het geen oorlog meer, en wil ik snel vergeten. In mijn hart doet het wel zeer, maar wie wil dat nou weten? Ik denk aan wat nu gaat komen, het nieuwe dorp en een eigen huis. Ik vind het fijn om te dromen, over de toekomst en een thuis.

Kon je sponsors vinden? ‘‘Nee, ik hoefde niet naar sponsors te zoeken, omdat mijn moeder dat al had gedaan. Het waren er best veel!’’ Vind je het lopen leuk of doe je het voor het goede doel? ‘‘Ik doe het alleen voor het goede doel. Om de mensen in Uganda te helpen, zodat ze schoon drinkwater krijgen, want dat is heel belangrijk!’’ Heb je geoefend? ‘‘Ja, ik heb bijna elke dag een stuk gelopen! Dat was heel leuk. Ik loop wel vaker een stukje, met de kinderen uit de straat. Maar niet tien kilometer!’’ Waarom is water belangrijk voor de mensen? ‘‘Zonder water kan je niet leven. Voor drinken is het natuurlijk belangrijk, maar ook om jezelf te wassen. Als je jezelf met vies water wast, dan ben je ongezond en kan je ziek worden. Iedereen heeft schoon drinkwater nodig!”

Na een lange wandeling van 10 kilometer komt Cristine over de finish! Moe, maar ze heeft het gehaald! Hoe was het lopen? ‘‘Het was ontzettend gezellig! Ik heb veel plezier gehad, maar het was wel heel ver. Toen ik bijna bij de finish was, vond ik het niet leuk meer, want ik was zo moe! Maar ik vind het wel fijn dat ik de mensen heb kunnen helpen!’’ Kinderen in Uganda van jouw leeftijd lopen elke dag, langer dan tien kilometer, met een veel zwaardere jerrycan. Wat vind jij daarvan? ‘‘Ik vind het heel knap dat die kinderen zo’n eind lopen. En dan ook nog met zo’n zware jerrycan! Ze moeten hun ouders daarmee helpen, en dan kunnen ze ook niet naar school! Het moet veranderen, want ze zijn heel snel moe en daardoor ook snel ziek. Het doet ook heel zeer aan je armen.’’ Stel: je mag de kraan één keer per dag gebruiken. Waarvoor zou jij dat dan doen? ‘‘Om het water te drinken. Want het is heel belangrijk, en het is gezond. Maar voor jezelf wassen is het ook heel belangrijk. Ik zou het toch gebruiken om te drinken.’’ Wil je nog wat zeggen? ‘‘Ik hoop dat ze gezond en schoon drinkwater krijgen, zodat ze niet snel meer ziek worden. Ik vind dat wij ze moeten helpen!’’

25 | het kind | tekst: Maud Belder, fotografie Folkert Rinkema

‘Water is gezond!’


De

bittere beker 26 | de gast | tekst: Ton van der Lee, foto: Allard de Witte/Hollandse Hoogte en F. Rinkema

De westerse ontwikkelingshulp van de afgelopen vijftig jaar is in belangrijke mate mislukt. Kijken we naar Afrika, dan is er nauwelijks verbetering in de toestand gekomen. Oorlog, honger, ziekte en grote stromen vluchtelingen zijn nog steeds aan de orde van de dag. De toekomst ziet er somber uit. Het is daarom hoog tijd om te zoeken naar Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen. De redactie nodigt voor elk ZOA Magazine een gastschrijver uit. Hiermee ontstaat een platform waar derden hun visie kunnen verwoorden over onderwerpen die het werk van ZOA raken. Dit keer schrijver en filmmaker Ton van der Lee, die al elf jaar in Afrika woont. In zijn meest recente boek, De Afrikaanse Weg (feb. 2008, uitgeverij Balans) vertelt hij over zijn reis per auto van Kaapstad naar Caïro. Voor een uitgebreidere versie van dit artikel: zie www.tonvanderlee.nl

Het is hoog tijd dat het failliet van het westerse ontwikkelingsmodel aan de kaak wordt gesteld. Het opleggen en toepassen van westerse modellen en denkwijzen blijkt vaak niet te werken. Ook een toenemend aantal Afrikaanse economen, politici en activisten realiseert zich dat hulp niet altijd helpt. Het is daarom tijd voor nieuwe ideeën waarmee het westen haar solidariteit met Afrika vorm kan geven. Tot nu toe is er grotendeels voorbij gegaan aan de mogelijkheid om in de Afrikaanse traditie naar dergelijke ideeën te zoeken. Ik ondernam met mijn auto een tocht van Kaapstad naar Caïro om naar Afrikaanse oplossingen te speuren.

De bittere beker Ik ontmoette een bonte stoet van Afrikanen. Sommigen kwamen met zeer werkbare traditionele oplossingen voor Afrikaanse problemen. Oplossingen voor kleine, lokale problemen, maar ook voor de grote kwesties als oorlog, milieu, ziekte, corruptie en displacement. In de grensstreek van Uganda en Kenia ontmoette ik veel mensen die op de vlucht waren geslagen voor de burgeroorlog in noord-Uganda. Sommigen leven in

kampen, anderen hebben zich zomaar ergens gevestigd; allen wachten op het einde van de ‘vuile’ oorlog van het Leger van de Heer (Lords Resistance Army; LRA), een oorlog die wordt uitgevochten met met kindsoldaten tegen de bevolking en het regeringsleger. Het einde van deze oorlog lijkt telkens dichtbij, nu al sinds juli 2006 gesprekken gaande zijn en relatieve vrede heerst. Helaas weigerde de leider van het LRA, Joseph Kony, onlangs op het laatste moment een vredesverdrag te tekenen. Hij is bang om te worden uitgeleverd aan het tribunaal voor internationale oorlogsmisdaden in Den Haag (het International Criminal Court). Misschien was Kony minder bevreesd geweest, als hij had mogen deelnemen aan een traditionele berechtingsvorm: de mato oput, ofwel ‘de bittere beker’. Dit is een traditionele vorm van rechtspraak en boetedoening onder het Acholi volk, het volk waartoe leiders, soldaten en slachtoffers van de LRA toe behoren. Inmiddels zijn er via de methode van de ‘bittere beker’ al 17.000 LRA-soldaten berecht. Zij hebben boete gedaan, hebben amnestie gekregen en zijn nu


weer volwaardige leden van de samenleving.

Vergeef mij, vergeef mij Hoe werkt de ‘ bittere beker’? De soldaat verschijnt voor een raad van stamouderen. De woordvoerder van de familie die hij onrecht aan heeft gedaan (bijvoorbeeld door iemand te vermoorden of te ontvoeren) zet de zaak uiteen voor de raad. De soldaat mag zich vervolgens verweren. Dit alles gebeurt publiekelijk en vaak onder massale belangstelling. De stamoudsten beraden zich en geven een oordeel. Meestal wordt een boete naar draagkracht vastgesteld in de vorm van geld, vee of een werkstraf en een termijn waarbinnen deze moet worden betaald. Vervolgens wordt de schuldige en plein publique uitvoerig beschimpt door de klager, waarbij hij als antwoord steeds ‘vergeef mij, vergeef mij’ uitroept. Hierna drinken klager en dader

gezamenlijk een traditioneel, zeer bitter sap uit een kalebas. Is de kalebas leeg, dan is de zaak afgelopen. Na het voldoen van zijn boete is de schuldige vergeven, niemand zal ooit nog aan zijn misdaad refereren, het is alsof het nooit is gebeurd. Sinds kort erkent de Ugandese overheid deze vorm van rechtspraak.

Leiders Bij de ‘mato oput’ wordt de strafmaat door de stamoudsten bepaald aan de hand van de ernst van het vergrijp. Veel LRAsoldaten zijn niet alleen dader, maar ook slachtoffer. Velen van hen zijn gedwongen bij de LRA ingelijfd, vaak toen ze zelf nog kind waren. Misschien is de zeer volkse ‘mato oput’ niet direct geschikt voor de verantwoordelijken van de LRA. Maar ik pleit ervoor om de berechting van leiders als Joseph Kony wel plaats te laten vinden in het eigen land, op een transparante en voor de bevolking begrijpelijke manier die verband houdt met de eigen traditie. Veel Afrikaanse volkeren kennen zo’n eigen, traditionele vorm van rechtspraak.

Het westen zou daar meer aandacht aan moeten besteden. Het erkennen, stimuleren en formaliseren van de traditionele rechtspraak in Afrika zou een prioriteit moeten worden, en zou ook kunnen helpen bij het oplossen van het vluchtelingenprobleem. In Kenia heb ik gemerkt dat de vluchtelingen uit Uganda veel meer vertrouwen hadden in de ‘mato oput’ dan in westerse berechting, die ze niet begrijpen en ook wantrouwen. Het feit dat de ‘bittere beker’ nu op grote schaal wordt toegepast, stimuleert hun terugkeer. Westerse hulp heeft in mijn opinie geen zin als een westers denk- en uitvoeringsmodel wordt opgelegd, zoals bij rechtspraak vaak het geval was. Het westen kan wel helpen bij het identificeren, onderbouwen en organiseren van traditionele rechtspraak. Functioneert het systeem eenmaal, dan zouden de westerse ‘hulp’verleners zich moeten terugtrekken. Afrikanen zijn het beste in staat om hun problemen op te lossen als de oplossing wortelt in hun eigen traditie.


‘‘Ik werk mee aan speciale diensten voor jongeren, met de groep Pitstop. Het thema van één van de diensten is ‘recht op hoop’, waarbij we een meditatie hielden over Achab en Naboth (1 Koningen 21). In die geschiedenis wordt een situatie van extreem onrecht geschetst, en wordt duidelijk dat God dit onrecht niet accepteert. Dat zet je stil bij hoe je zelf omgaat met recht. We hebben toen als Pitstop-groep besloten ambassadeur van ZOA te worden. Tijdens de voorbereiding van Pitstop namen we een film op waarin ik de slechte koningin Izebel speel. Zij laat het onrecht zien en daarom was die rol voor mij makkelijk om te spelen. De rol staat namelijk ver van me af. Recht past bij mij. Als kind was ik me er al bewust van dat veel dingen in de wereld niet eerlijk zijn. Toen ging ik niet meteen actie ondernemen. Nu pak ik de kansen aan die ik krijg om in actie te komen voor recht. Zo raakte ik onlangs betrokken bij een actie voor ZOA op mijn school. Na de Pitstop-dienst stelden veel jongeren zich open. Zij kwamen zelf met ideeën en toonden initiatief om ook op te komen voor recht’’. Wilt u de Pitstop-dienst over ‘recht op hoop’ in uw eigen gemeente organiseren? Neem dan contact op met Anja Kuipers (055 3663339) of mail: pitstopkampen@gmail.com. Meer info over Pitstop: http://pitstop.web-log.nl

‘Recht past bij mij’

Tekst: Rosanne de Boer, fotografie: Folkert Rinkema

: Carmen Petter (29) : Kampen : docente : Ambassadeur sinds januari 2008

28 | de ambassadeur |

Naam Plaats Beroep [r]echt


ZOA-Vluchtelingenzorg - magazine juni 2008