Page 21

PLASTIC De ketting brengt zwart slik aan dek. Als het is weggeputst gloeien mijn handen als na een sneeuwballengevecht. We varen naar de zuidelijke uitgang van de ‘kreek’. Aan bak- en stuurboord dicht geboomte. Opgezette reigers staan tussen takken, verschrikte nonnetjes en andere eenden vliegen op of verschuilen zich in struiken. Aalscholvers duiken op en onder. Onwerkelijk vaarwater. Met ons gewicht achterop varen we Eenhoorn’s boeg stevig op een strandje. Ik stap af zonder dat mijn laarzen vollopen. De oever is er wild en hoog. Overal liggen doppen, vellen, flessen, drijvers: onze eigen plastic afval, ’s zomers genadig door begroeiïng aan het zicht onttrokken. Hogerop geniet ik opnieuw van het verre uitzicht over de eilanden; wacht maar, de winter is nog lang.

WARMTE Eenmaal uit de ‘kreek’ is het pal voor de wind naar de Ketelbrug en ruime wind naar de Houtrib. In de Val van Urk zeilen we door de haarscherpe grens tussen zwart en roodbruin water; die markeert het einde van ons bezoek aan de voedster van het IJsselmeer. In de Houtribsluis leer ik hoe het in de schutkolk opgehoopte schroefwater van een uitvarend vrachtschip hard naar buiten stroomt, ook al is de brug nog dicht. Ik kijk dankbaar naar mijn mast en besluit om nooit meer los te gooien voor die brug echt open staat. Na Lelystad lost de bewolking op en zeilen we onder de mooist denkbare winterlucht naar de koudste zonsondergang van het nieuwe jaar. Ganzen vliegen over in lange V’s en vullen de lucht met ijle conversatie. Het is weer kleumen. Alleen als ik mijn capuchon opzet en mijn gezicht naar het zonlicht keer voel ik een heel klein beetje warmte. Als een belofte. Of is het illusie?

Zilt142  

Zilt Magazine 142

Zilt142  

Zilt Magazine 142