Page 16

foto: © Michiel Scholtes

NACHT De nacht staat te dringen. Overnachten we in Urk? Zeilen we door? In het donker kruisen over het Ketelmeer? In het oosten pinkelen de lichtjes van de Ketelbrug, het zicht is goed genoeg, het vriest bijna en morgen zal er genoeg wind staan voor de terugtocht. Het zeilt lekker. In drie slagen halen we de Ketelbrug. We zeilen onder de hoogste overspanning door - het water staat 3 decimeter boven IJsselmeer-winterpeil. Aan de andere kant van de brug is het nacht. Ik zet ik mijn mobiel aan om te zien waar de dijken liggen en de rivier zijn slijk heeft neergelegd. Het kaartje toont plekken van minder dan anderhalve meter boven IJsseloog en voor het Kattendiep. Ik zie ons daar al vastlopen terwijl het IJsselmeerpeil zakt. We strijken voor Schokkerhaven en motoren de laatste halve mijl in bochten om de ondiepste plekken naar de noordoostelijke ingang van de ‘kreek’ oost van IJsseloog. Ik hoef mijn ogen niet te sluiten om me voor te stellen dat we gaan ankeren in het vroegere Camperdiep, vlak onder Ens, het zuidelijke gehucht op Schokland; typisch een plek waar ooit beladen tjalken wachtten op het draaien van de oostenwind.

Zilt142  

Zilt Magazine 142

Zilt142  

Zilt Magazine 142