Page 1

VERHALEN VAN ZIENN

Elk bed bezet

DRUKTE IN DE NACHTOPVANG | PAG 8

Huis voor Jongeren

JONG ZIJN EN VOLWASSEN WORDEN | PAG 16

#2 2016

Gebiedsteamwork

‘SAMEN KUNNEN WE VEEL BEREIKEN’ | PAG 22

Herstellen doe je zelf

GEA WAS CLIËNT EN IS NU CURSUSLEIDER | PAG 26


INHOUD 04 VOORWOORD 06 MOOI MOMENT - SOCIAAL PENSION HOOGEZAND

6

08 DE TOENEMENDE VRAAG NAAR NACHTOPVANG 11 BALANCEREN OP DE GRENS VAN BEMOEIZORG EN BEMOEIZUCHT 12 ALICE VELLINGA: ‘WE DOORBREKEN DE CIRKEL VAN ONMACHT’ 14 HET VERHAAL VAN GEA

‘Als het om mensen gaat, raken wij nooit uitgekeken’

16 WONEN IN HET HUIS VOOR JONGEREN 8

19 ‘JONGEREN HOUD JE NIET TEGEN IN HUN EXPERIMENTEN’ 20 VIJF VRAGEN OVER VRIJWILLIGERSWERK 21 PORTRET VAN VRIJWILLIGER WIETSKE CUPERUS 22 ZIENN IN HET SOCIALE DOMEIN: GEBIEDS-TEAMWORK

14

2

12

26 CURSUS ‘HERSTELLEN DOE JE ZELF’

21

29 DENKEN IN MOGELIJKHEDEN: HEB JE AL GEZIEN HOEVEEL RUIMTE ER ‘TUSSEN DE REGELS’ ZIT? 32 HOE HELP JE MENSEN VOORUIT? SPEEL ‘KANTELEN OF KAPSEIZEN’ 33 WERKEN MET DE VEERKRACHT VAN KINDEREN 34 DE WEEK VAN LAMMY OTTER, AMBULANT BEGELEIDER

16

36 HET VERHAAL VAN KOEN

26

38 DE CIJFERS VAN 2015: 1 JAAR OP 2 PAGINA’S 40 ZIENN NIEUWS

QUOTE VAN MEDEWERKERS

42 ZIENN OP DE KAART

34

22

ZIENN ONDERSTEUNT MENSEN DIE IN EEN CRISIS ZITTEN, DAKLOOS ZIJN OF DIT DREIGEN TE WORDEN.

36

OMZIENN is een uitgave van Zienn opvang & ondersteuning, Postbus 2579, 8901 AB Leeuwarden, t 088 - 066 30 00, e info@zienn.nl eindredactie: Zienn tekst: Zienn en GH+O communicatie en creatie, gho.nl vormgeving: GH+O fotografie: Team Horsthuis drukwerk: Scholma Print & Media oplage: 3.500 ex.


voorwoord

ZIENN, VAN EN VOOR DOORVECHTERS

4

5

‘Ik wil mezelf niet meer veranderen, alleen verbeteren’

Ik ben een vechter. In de goede zin van het woord, zeg ik er meteen maar bij. Eigenlijk heb ik altijd gevochten. Vooral tegen mijn verslaving: het grootste deel van mijn leven was ik verslaafd aan heroïne. Iets in mij wilde niets liever dan stoppen. Klaar zijn met de drugs. Maar dat deel kon het niet winnen van de verslaving.

Toch kwam na al die jaren het moment dat ik het gevecht won. In Sociaal Pension Sneek kreeg ik de kans om mijn drugsgebruik langzaam af te bouwen, zonder tijdsdruk. Ik stopte met heroïne, daarna met methadon en nu bouw ik de suboxone af. In een tempo dat bij mij past. Afbouwen en opkrabbelen, dat is waar mijn leven de afgelopen jaren uit bestond en nog steeds bestaat. Ik volgde verschillende cursussen, zoals de cursus ’Herstellen doe je zelf’, waarover u in dit magazine meer leest. Inmiddels ga ik ook naar dag­besteding en ben ik lid van de cliëntenraad en de incidenten­commissie van Zienn, en van de bewoners­ commissie van Sociaal Pension Sneek.

Ja, het gaat goed met me. Dat durf ik wel te zeggen. Ik ben op zoek naar een eigen woning en een betaalde baan. Mijn leven is geen gevecht meer. Ik heb mezelf geaccepteerd. Ik ben wie ik ben en net als ieder mens ben ik niet perfect. Mijn verslaving hoort bij me, net als het traject om beter te worden. Ik wil mezelf niet meer veranderen, alleen verbeteren. Ik ben een vechter - maar ik niet alleen. In dit magazine leest u de verhalen van nog veel meer vechters. Mensen die, net als ik, vechten voor een beter leven. Ook de medewerkers van Zienn doen dat. Elke dag strijden zij voor hun cliënten, voor ons. Ze bijten zich vast en laten niet los. Dankzij hen staan wij er niet alleen voor. Dat maakt Zienn voor mij bijzonder. Een club van doorvechters! Marcel Damsma bewoner Sociaal Pension Sneek


mooi moment Elke zaterdagmiddag dampen er pannen in de gezamenlijke keuken van Sociaal Pension Hoogezand. De kookclub van en voor bewoners staat dan achter het fornuis. Henk (50) is een van de oprichters van de club. ‘Ik bloei als ik in een groep ben.’ LOCATIE: SOCIAAL PENSION HOOGEZAND MOMENT: ZATERDAG, 17.00 UUR

‘Het begint wekelijks met de samenstelling van het menu’, vertelt Henk. ‘Geen ingewikkelde kost hoor. Gewoon nasi, witlof­stamppot of lasagne. Lekker toch? Met verse producten. Boodschappen halen en koken maar. Kosten? 2,50 per persoon. Mensen tekenen vooraf in, zodat ik het budget en het aantal eters ken. Er is altijd meer dan genoeg, ik kan moeilijk maat houden!’ lacht Henk. ‘Soms eten we met een man of zes, een andere keer zijn we met z’n drieën. Tja, niet iedereen hier kan of wil 2,50 missen of houdt van samen eten. Ik wel. Ik ben graag onder de mensen.’

GEVULDE RUGZAKJES

6

‘ER IS ALTIJD MEER DAN GENOEG, IK KAN MOEILIJK MAAT HOUDEN!’

Henk is een van de 24 bewoners van Sociaal Pension Hooge­ zand. Ze hebben allemaal een eigen kamer met keuken­blok en krijgen begeleiding bij wonen en leven. Zelf­standig wonen zit er door problemen - tijdelijk - niet in. Schulden, verslaving, psychische problematiek, eenzaamheid. Er speelt vaak van alles in het leven van de bewoners. ‘Ieder­een hier heeft z’n rugzakje’, zegt Henk. Het zijne is goed gevuld: alcohol­misbruik, afwezige ouders en op elf­­jarige leeftijd van school om “op de vaart” te werken. De bodem onder Henks bestaan verdween toen hij na een huwelijk van twintig jaar zijn echt­genoot verloor. ‘Man weg, alles weg. Zo voelde het. Ik werd depressief, trok me terug en er kwam drank in het spel. Veel drank. Verslavings­­zorg heeft me op het spoor van Sociaal Pension Hoogezand gezet. “Het moet maar”, dacht ik. In m’n eentje ging het niet.’

KIJKEN NAAR KRACHTEN ‘Het bevalt me hier, ik maak weer ergens deel van uit en er is stabiliteit in mijn leven. Daardoor speelt ook de drank geen hoofd­rol meer. Mijn begeleider houdt een vinger aan de pols. Bij mijn financiën, de schulden, post, administratie. “Denk je hieraan? Heb je dat gedaan?” Ze helpt me grip te houden op het leven. Hier kijken ze naar je krachten. Mooi, die focus op het positieve, al vind ik het wel moeilijk om altijd positief te zijn. Ik bloei als ik in een groep ben. Als ik voor anderen kan zorgen, gaat het ook goed met mij.’

7


ELK BED BEZET de toenemende vraag naar nachtopvang De nachtopvang in Leeuwarden zit bomvol. In 2015 overnachtten er 34% meer mensen dan in 2014. En ze bleven langer: het aantal overnachtingen steeg met 62%. Wat verklaart de explosieve toename? En hoe gaan medewerkers en cliënten om met de drukte?

8

9 WIE: JOLANDA VAN DEN BOSCH WAT: BEGELEIDER NACHTOPVANG ZIENN IN LEEUWARDEN

‘Het is hier af en toe rennen en vliegen’ ‘Het is af en toe rennen en vliegen in onze nacht­opvang. De afgelopen twee jaar is de druk op ons als team flink toe­­genomen. We hebben slaap­ plaatsen voor 52 mensen en die bedden zijn eigen­lijk constant bezet. Zelfs in de zomer zaten we vol. Onze ploeg van zes vaste mede­werkers was nog ingericht op de vroegere, kleinere bezetting in de nacht­­opvang. Gelukkig zijn er zes nieuwe collega’s bij­gekomen, en we hebben hulp van flex­werkers. Maar het blijft aanpoten.’ ‘Niet alleen door het groeiend aantal bezoekers, maar ook door de toename van verwarde mensen in onze opvang. Naast verslaafde mensen zien we hier steeds meer mensen met ernstige psychiatrische problemen. Voor hun hulp­vraag is specialistische kennis nodig en die

hebben we niet altijd in huis. Dus moeten we bij hen afgaan op ons gevoel en creatieve oplossingen bedenken. Soms voelt het alsof we op een GGZ-afdeling werken in plaats van in een nachtopvang.’ ‘We werken samen met instanties als Verslavings­zorg Noord Nederland (VNN) en GGZ. Het duurt vaak lang voor­dat mensen hulp krijgen van de juiste organisatie. In de tussentijd zijn ze bij ons, want juist deze verwarde mensen wil je niet op straat zetten. Deze situatie zet niet alleen ons, maar ook de andere cliënten onder druk. Dat zorgt voor onrust in de opvang. Het is wel eens gebeurd dat wij iemand uit veiligheids­­over­ wegingen moesten weg­sturen. Soms moet je hier­mee een signaal afgeven aan andere instanties: “We

weten het niet meer. Waar kunnen zij terecht? Wie reikt ze de hand toe?” We moeten samen zorgen dat we de druk verlichten. Zorgen dat niet alleen de verwarde mensen, maar ook alle anderen bij de juiste instanties terecht komen. En dat hun uit­­stroom wordt bevorderd. Door huis­vesting en passende begeleiding of dagbesteding. Anders vallen deze mensen terug. Ondanks dat het werk veel van ons vergt, doen we het elke dag met heel veel liefde. Het is zo’n mooie, oprechte groep mensen. Ik weet dat we niet alle problemen voor ze kunnen op­lossen, maar we kunnen er wel voor hen zíjn. En soms is er een door­braak of een klein succes. Dan zien we een bezoeker ineens glim­lachen of kunnen we iemand uitzwaaien waarvan we weten: dit gaat goed komen.’

W  IE: JANNY WAT: OVERNACHT SAMEN MET HAAR PARTNER, ZEVEN DAGEN PER WEEK IN DE NACHTOPVANG IN LEEUWARDEN

‘Soms loopt de spanning té hoog op’ ‘Laat ik voorop stellen dat ik hier over het algemeen niets te klagen heb. Ik heb ’s nachts een dak boven mijn hoofd, kan warm douchen, krijg eten en mijn medicijnen staan hier veilig. Maar van tijd tot tijd valt het verblijf in de nachtopvang me zwaar. Zo was de intake, het moment dat ik hier over de drempel stapte, voor mij een persoonlijk dieptepunt. Mijn vriend en ik hadden er weken tegenaan gehikt, maar beseften dat we geen keus meer hadden.’ ‘Eenmaal binnen zat hij meteen in een aparte kamer voor de intake. Ik moest, in m’n eentje, nog een uur wachten. Als de begeleider toen niet naast me was komen zitten, was ik waar­schijnlijk weggelopen. Ik voelde me angstig. Vooral toen ’s avonds

de deur tussen de mannen- en vrouwenafdeling sloot. Ineens was ik letterlijk gescheiden van m’n partner en lag ik op een slaap­zaal met zeven, vreemde vrouwen. Inmiddels heb ik hier mijn weg in gevonden. Toch vind ik het jammer dat er in de nacht­ opvang geen plekje is waar stelletjes even samen kunnen zijn. Dat is toch niet van deze tijd?’ ‘Soms zorgt de drukte op de slaapzaal voor spanning. Extra lastig vind ik personen met psychiatrische problemen. Ze houden je soms nachtenlang uit je slaap. Ik voel dat door hen de spanning in de opvang soms té hoog oploopt en dat de bom op een gegeven moment wel móet barsten.’

‘Gelukkig hebben mijn vriend en ik een doel voor ogen. Dat scheelt. We willen hier samen de deur uitlopen, op weg naar ons eigen plekje. Momenteel staan we op de wachtlijst voor een woning. Na iedere reactie wachten we in spanning af. Urgentie krijgen we niet. We zijn niet verslaafd en onze problemen zijn niet ernstig genoeg. Het wachten frustreert, maar we weten: dit is voor ons niet het eindpunt, vanuit hier klimmen we weer omhoog.’


BALANCEREN OP DE GRENS VAN BEMOEIZORG EN BEMOEIZUCHT

ALS IK ME ER EVEN MEE MAG BEMOEIEN... WIE: RINA BEERS WAT: SENIOR BELEIDSMEDEWERKER BIJ BRANCHE­ORGANISATIE FEDERATIE OPVANG

10

‘Te veel mensen in de nachtopvang vallen tussen wal en schip’ ‘De cijfers uit Leeuwarden laten een forse stijging van de vraag naar nacht­ opvang zien in de afgelopen jaren. Die stijging is landelijk. Om een paar voor­beelden te noemen: in Leiden is het aantal mensen dat gebruik maakt van de nacht­opvang verdubbeld, in Amersfoort is de capaciteit van de winter­­opvang nu de standaard capaciteit. En wat we helaas ook horen, is dat veel opvang­centra iedere avond mensen weg moeten sturen omdat ze vol zitten.’

Daarnaast is er een behoorlijke toe­name van “verwarde mensen” binnen deze opvang. Mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische stoornis. Sinds 2013 komt namelijk nog maar een zeer beperkte groep in aanmerking voor beschermd wonen. De “lichtere gevallen” moeten nu zelf­­standig wonen en krijgen hulp aan huis. In de praktijk werkt dit niet altijd goed, met als gevolg dat ze vaak op straat belanden.’

‘Twee groepen worden momenteel extra getroffen: jonge mensen met flexibele arbeidscontracten en weinig financiële zekerheid én mensen van boven de vijftig jaar die hun baan zijn verloren en niet of nauwe­lijks meer aan de bak komen. Zij komen steeds vaker in ernstige, financiële problemen. Zo ernstig dat ze uit­ eindelijk in de nachtopvang belanden.

‘Hoe we deze toename binnen de nachtopvang kunnen terugdringen? Met preventie én praktische oplossingen. Gemeenten zijn verant­ woordelijk voor het beleid hiervoor. Ze moeten nog meer nadruk leggen op het voorkomen van dakloosheid. Inkomens­verlies en huisuitzettingen terug­dringen en een waterdicht plan hebben voor mensen die een instituut

- zoals een gevangenis of GGZ-kliniek verlaten. Hierin ligt een belangrijke rol voor de wijkteams. Zij zijn immers de oren en ogen van de gemeente. Tegelijkertijd is er “aan de achterkant” meer betaalbare huisvesting en goede begeleiding nodig om de uitstroom bij de nachtopvang te bevorderen.’ ‘Daarnaast is het natuurlijk de taak van opvangcentra om bij de gemeente duidelijk te maken welk type mensen bij hen in de opvang komen en wat hun zorgbehoeften zijn. Kennis­ overdracht over de doelgroepen en hulp­vragen is ontzettend belang­rijk. Alle verantwoordelijke instanties binnen de gemeente - van opvang­ instanties, GGZ en woning­corporaties tot wijkteams en verslavingszorg moeten intensiever samenwerken. Want nog té veel mensen in de nacht­ opvang vallen tussen wal en schip.’ p

Hoe we ons zorgstelsel ook inrichten, er zijn altijd mensen die geen zorg willen of deze niet kunnen vinden. Voor hen is er bemoeizorg.

WAT IS BEMOEIZORG? Het begrip bemoeizorg is eind jaren ‘80 ontstaan. Bemoeizorg is actief ingrijpen in het leven van mensen die zelf geen hulp vragen of accepteren, maar door problemen hun leven niet op de rit hebben. Denk aan totaal verwarde, geïsoleerde, in zichzelf gekeerde mensen. Vaak zijn het zorgwekkende “zorgmijders”. Bemoeizorg wordt ook ingezet voor mensen die wel hulp willen, maar de weg ernaartoe niet weten te vinden en daardoor tussen wal en schip dreigen te vallen. Het doel van bemoeizorg is hulp organiseren en grotere problemen voorkomen.

IS BEMOEIZORG POSITIEF OF NEGATIEF? Bemoeien betekent: je inlaten met iemand met wie je niets te maken hebt. Dat klinkt negatief. Toch is bemoeizorg vooral positief, vindt Zienn. Wij zien het als betrokkenheid bij mensen. Onderzoeksresultaten* tonen aan dat mensen die hun woning verliezen, er razendsnel meer problemen bij krijgen. Ze weten vaak niet waar en hoe ze moeten beginnen om er weer bovenop te komen. Verpaupering ligt op de loer, ze isoleren zichzelf en drijven af van de samenleving. Met bemoeizorg kunnen we ervoor zorgen dat ze hulp krijgen en weer mee kunnen doen.

WANNEER WORDT BEMOEIZORG BEMOEIZUCHT? Stel: je hebt je buurvrouw in tijden niet gezien. Je weet: ze heeft geen mensen om zich heen en is erg “op zichzelf”. Je belt regelmatig aan, maar de deur blijft dicht. Je maakt je zorgen en schakelt de politie in, die vervolgens de deur openbreekt en de buurvrouw geschrokken en boos aantreft. Bemoeizorg? Of bemoeizucht? Voor jou en de politie het eerste, voor de buurvrouw waarschijnlijk het laatste. De grenslijn is dun en waar de grens ligt, verschilt per persoon en situatie. Je zou kunnen zeggen dat er sprake is van bemoeizucht als je vanuit de gedachte “ik weet wat goed voor jou is en ga het wel even voor je regelen” je hulp opdringt. Ook bij bemoeizorg moet de hulpvráger de touwtjes in handen kunnen houden.

WIE IS VERANTWOORDELIJK VOOR BEMOEIZORG? Bemoeizorg valt onder de Wet Maatschappelijke Onder­ steuning (WMO) en is dus een verantwoordelijkheid van gemeenten. Het wordt veelal toegepast binnen samen­ werkings­verbanden van GGZ, zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, maat­schappelijke opvang, ouderen­­zorg en gemeenten. Bemoeizorg is een vak. Veel zorg­ instellingen en gemeenten hebben daarom “bemoei­zorgers” (wijk­werkers of sociaal werkers) in dienst. Bij Zienn verstaan onder meer de interventiewerkers, intakers en ambulante werkers het vak van bemoeizorg. Ze weten wanneer en hoe ze mensen moeten benaderen. Ze gaan de straat op of doen huis­bezoeken. Bemoei­zorg is nooit een quick win, maar een heel traject. Want: wie veel heeft meegemaakt, heeft tijd nodig om te herstellen. p * Bron: socialevraagstukken.nl

11


‘WE DOOR­BREKEN DE CIRKEL VAN ONMACHT’ CV Naam: drs. Alice Vellinga EMPM Geboren: 1966

12

OPLEIDINGEN • HBO personeelswerk/arbeids­ verhoudingen • WO A&O-psychologie • Leergang strategisch veiligheids­ management • Masteropleiding strategisch leiding­ gevende Politieacademie NSOB • Leergang bestuurlijk leiderschap WERKERVARING • Juli 2015 - heden Bestuurder personele unie stichtingen Het Kopland en Zienn • Februari 2013 - juni 2015 Directeurbestuurder Stichting Het Kopland (maatschappelijke opvang, vrouwen­ opvang en AMHK/Veilig Thuis en trajecten en opvang voor zwerf­ jongeren) • 2009 - 2013 Plv. voorzitter College van Bestuur Politieacademie • 2002 - 2009 Districtschef politie Drenthe, district Noord en later district Zuid-Oost. Tevens regionaal proces­eigenaar Intake en algemeen commandant Grootschalig Optreden • 2000 - 2002 Plaatsvervangend districts­­ chef politie Flevoland, district Zuid • 1993 - 2000 Waarnemend chef Personeel en Organisatie, plaats­ vervangend chef en senior beleids­ medewerker politie Flevoland • 1988 - 1993 Bedrijfsleven. HRM

In je eentje twee organisaties besturen. Alice Vellinga bewijst dat het kan. Ze is bestuurder van Zienn en Het Kopland (maatschappelijke en vrouwen­opvang in Groningen en Drenthe). Haar geheim: een gezamen­lijk belang boven het organisatie­belang stellen. ‘We gaan niet voor de winst, maar voor de cliënt.’

als je het slim organiseert, beide organisaties elkaar kunnen versterken. En dat is in het belang van de cliënt. Zowel Zienn als Het Kopland hebben unieke krachten. Het Kopland heeft een prachtig kennis­centrum dat trainingen en opleidingen aanbiedt. Ook is ze actief in vrouwenopvang. Zienn is verder in organisatie­ontwikkeling, met vier beleidspijlers die stevig zijn verankerd in de organisatie.’

Sinds juli 2015 ben je bestuurder van Zienn. Wat voor organisatie heb je leren kennen? ‘Een warme organisatie met gedreven, betrokken en heel professionele mensen. Uniek is de uit­ gebreide mede­zeggen­schap binnen Zienn. De organisatie is van íedereen en mede­werkers worden overal bij betrokken, ook bij strategische onder­werpen. Zo mocht iedereen wat zeggen over de personele unie met Het Kopland.’

Wat zie je in de praktijk al van jullie samenwerking? ‘Medewerkers van Zienn zijn door medewerkers van Het Kopland getraind in de methode Veerkracht (zie pag. 33, red.). Ook ontwikkelden we gezamenlijk en met andere partners een visie op bestrijding van dakloosheid, waar­voor we nu onder­steuning krijgen van het landelijk ondersteunings­ programma Nieuwe Weg. En in Emmen, waar we allebei actief zijn, werken we intensief samen. Daardoor kunnen cliënten soepel doorstromen van de ambulante hulp van Zienn naar de voor­­zieningen van Het Kopland en anders­om.’

Werkt dat niet vertragend als iedereen mag meepraten? ‘Besluitvorming lijkt lang­zamer te gaan. Als ik in m’n eentje wat mocht bedenken, zou dat natuurlijk sneller klaar zijn. Maar door iedereen te betrekken, creëer je breed draagvlak voor beleid en gaat de invoering makkelijker.’ Twintig jaar werkte je bij de politie. Waarom heb je overstap naar de hulp­verlening gemaakt? ‘Het werk bij de politie was prachtig, maar ik had het gevoel weinig structureel te kunnen doen. Ik zag mensen in moeilijke situaties die ongeloof­lijk hun best deden, maar die het niet lukte om eruit te komen. Ze bevonden zich in een cirkel van onmacht. Bij Zienn en Het Kopland door­­breken we die cirkel. We zijn er altijd; 7 dagen per week, 24 uur per dag en laten niet los.’ Voor welke uitdagingen staat Zienn? ‘Voor veel. De eerste zijn de decentrali­saties, waardoor niks meer vanzelf­sprekend is. Daarnaast verwacht ik dat de eisen die aan ons worden gesteld - door de maat­schappij en door cliënten - veranderen. We moeten nóg meer uitgaan van wat cliënten willen en kunnen. Onze rol wordt meer onder­steunend, we gaan vanuit klein­­­schaliger voorzieningen werken en zetten meer in op preventie. Tot slot is het belang­rijk dat we meer aandacht hebben voor kinderen. Zij verblijven al wel in onze voor­ zieningen, maar hulp­verlening richt zich nog vooral op volwassenen. We willen ervoor zorgen dat kinderen onder­wijs krijgen en hun huis­werk kunnen maken, maar we willen ze ook helpen bij het verwerken van trauma’s.’ Waarom wil je je ook op kinderen richten? ‘Problematiek geweld, maar ook dakloos­heid - wordt door­gegeven van ouders op kinderen. Inter­generationele over­dracht, met een moei­lijk woord. Door kinderen te helpen, willen we voor­­­ komen dat zij in hun latere leven in dezelfde situatie terecht­ komen als hun ouders en dat ze bij ons moeten aan­kloppen.’ Bestuurder zijn van twee organisaties is niet niks. Waarom heb je ‘ja’ gezegd tegen Zienn? ‘Omdat ik ervan overtuigd ben dat

Is de personele unie die Zienn en Het Kopland vormen de opmaat naar één organisatie? ‘Nee, dat is niet gezegd. We denken na over hoe we elkaar optimaal kunnen versterken, maar zijn nog niet uit over de organisatievorm die daarbij het beste past. Zienn en Het Kopland zijn beide oude organisaties, met een hoge naamsbekendheid. Onze lokale herken­baar­­heid willen we hoe dan ook behouden.’ Is het lastig om twee petten op te hebben? ‘Dat ervaar ik niet zo. Volgens mij omdat ik nooit het organisatiebelang van Zienn of Het Kopland vooropstel, maar het hogere doel waarvoor we ons allebei inzetten. We gaan niet voor de winst, maar voor de cliënt. Samen onder­zoeken we waar het beter kan. Om vooruitgang te boeken, ben ik bereid het bestaande los te laten. Voor sommige medewerkers zijn de veranderingen die daarbij horen best spannend. Het najagen van ambities en de organisaties tegelijker­tijd stabiel en veilig houden vind ik uitdagender dan het dragen van twee petten.’ Heb je nog tijd voor andere dingen dan werk? ‘Een van mijn twee zoons woont nog thuis. Dat dwingt me om regel­matig thuis te zijn. Ook sport ik veel, doe ik leuke dingen met mijn vriend en probeer ik sociale contacten te onder­houden. En ik houd van reizen. Ik ben een actieve reiziger. Ga met een rug­zakje de jungle in, ontdek historische plekken en bezoek musea. Zo ontspan ik. In steden kijk ik ook altijd hoe het met dak­lozen gaat. Zijn er veel? Hoe worden ze opgevangen? Hoe is het met hun veiligheid gesteld? Dat kan ik niet nalaten. Ik vind het boeiend.’ Ben je een trotse bestuurder? ‘Absoluut. Ik voel me bevoorrecht dat ik me in twee prachtige organisaties en voor bijzondere doelgroepen mag inzetten. Ik kan me niet voorstellen dat ik ergens anders zou werken.’

13


het verhaal van Gea

14

‘MIJN HOND KAI BOOD ME BESCHERMING EN EEN REDEN OM DOOR TE GAAN’ ‘Pukul terus terimah kassi banjac’. Gea (45) heeft het ooit laten tatoeëren op haar rug. Het is Maleis voor ‘doorgaan ondanks de pijn’. Precies wat Gea deed. Ze sliep in haar auto, kampeerde maanden­lang in een tent en sloot zich op in een om­gebouwde garage. Met hulp van Zienn lukte het haar uiteindelijk om in een op­waartse spiraal te komen.

VROEGER ‘Eerst liep mijn relatie stuk. Door de crisis kregen mijn ex-vriend en ik ons huis niet verkocht en bleven we er samen wonen. We raakten beiden onze baan kwijt, kregen een hypotheek­achterstand en konden diverse rekeningen niet meer betalen. De stress nam toe, ik kon mijn emoties niet meer onder controle houden en raakte volledig uit balans. Het huis werd uiteindelijk via een executie­

verkoop verkocht. We bleven zitten met een forse rest­schuld en ik moest schuld­sanering aan­vragen. Inmiddels had ik een nieuwe vriend die nog getrouwd was. Ik logeerde regel­­ matig bij hem. Inwonen was voor mij geen optie, omdat zijn vrouw van onze relatie wist en ik me door haar bedreigd voelde.’ ‘Uiteindelijk sliep ik meerdere nachten in mijn auto, samen met mijn hond Kai. Daarna kreeg ik van mijn vriend kampeer­­spullen en ging ik op een camping bij Leeuwarden staan. Bij het Leger des Heils vroeg ik een postadres aan, want dat is wettelijk verplicht. Het was toen mei 2012. Bij Zienn kon ik niet terecht in een crisis­­opvang of sociaal pension, omdat ik een grote hond bij me had. Van Kai kon en wilde ik geen afstand doen. Hij bood me bescherming, afleiding en een reden om door te gaan. Ook

vocht ik samen met mijn vriend voor onze relatie. Het lukte me niet mijn problemen aan te pakken en afspraken met hulpverleners kwam ik uit schaamte niet na. Tot in oktober verbleef ik op de camping, waar­van de laatste maand in een stacaravan. De eigenaar ervan bood me een om­ gebouwde garage in Harlingen aan.’

‘Vanuit paniek en angst deed ik de deur vaak niet open’ VERANDERING ‘Inmiddels had ik contact met Astrid (zie kader, red.) en ik kwam soms bij haar langs op kantoor. In Harlingen stond ze regel­matig voor de deur, maar vanuit paniek en angst deed ik vaak niet open. Uit­einde­lijk wist Astrid mijn vertrouwen te winnen. Het lukte ons

TRAJECTBEGELEIDER ASTRID SPAANSEN

‘Ze veranderde van een bang vogeltje in een sterke vrouw’

samen om mij bij de krediet­bank onder te brengen en de schuld­hulp­verlening kwam op gang. Ongeveer een half jaar later werd een onder­bewind­­stelling uitgesproken. Veertig euro per week had ik te besteden. Ik ging naar de Voedsel­bank. Dat vond ik heel erg, maar het kon even niet anders. Eind 2014 ging ik met Astrid naar Elkien, we legden mijn situatie uit en toe­vallig kon ik vrij snel een flatwoning krijgen. Ik ging vrijwilligers­werk doen en bouwde sociale contacten op. De dood van Kai en later de onverwachte dood van mijn vader hadden grote impact, maar ik was sterk genoeg om over­eind te blijven. Ik ging op zoek naar werk en vond een werk­­ervarings­ plek bij een apotheek, waar ik mijn oude vak van apothekersassistente kon uit­­voeren. Oktober 2015 kreeg ik een jaar­­­contract, waar ik dolblij mee was. Mede door mijn eigen inzet, werd na ander­­­half jaar mijn proces van schuld­

‘Voor Gea was het belangrijk dat ik heel betrouwbaar overkwam. Daarom maakte ik steeds opnieuw afspraken en kwam ik altijd op tijd. Deed ze niet open, dan sprak ik haar voicemail in en ik bleef terugkomen. In het begin was het heel moeilijk om contact te leggen en beweging in haar situatie te krijgen. Ik heb angstige momenten gekend, waarop ik bang was dat Gea het niet zou redden. Aan het begin van het traject had ik zeker niet gedacht dat we hier zo zouden zitten. Het is ongelooflijk hoe snel het in de laatste anderhalf jaar van het traject is gegaan. Na een omslagpunt ging opeens alles goed. Gea werd rustiger en begon zaken zelf op te pakken. Mails aan de krediet­bank bijvoorbeeld stuurde ze zelf waarin ze mij alleen cc’de. Gea was een klein, bang vogeltje dat blind tegen het raam vloog. Nu is ze een sterke vrouw die weer op eigen benen staat. Ik ben ontzettend trots op haar!’

15

sanering beëindigd. In september 2015 kon ik met een schone lei verder omdat mijn schulden werden kwijtgescholden en in december mocht ik na een gerechte­lijke uit­spraak definitief weg bij de krediet­bank.’

VOORUIT ‘Het leven lacht me weer toe. Mijn vriend is in juni 2015 gescheiden. Hij, zijn ex-vrouw en ik hebben nu goed onder­ling contact. Ook de relatie met zijn kinderen is prima. Mijn vriend en ik wonen nu samen in een groot huis met tuin en garage. Ik voel me er ontzettend rijk onder. Astrid zegt vaak dat ze trots op me is en dat raakt me. Ik ben dankbaar voor haar hulp. Ze liet niet los en deed ontzettend haar best. Zonder Astrid had ik het moge­lijk niet gered, maar ik weet ook dat ik uit­­eindelijk zelf omhoog ben geklommen.’ p


Het Huis voor Jongeren in Leeuwarden biedt jongeren een jaar lang de kans om zich voor te bereiden op zelfstandigheid. Ze krijgen begeleiding, maar mogen ook “gewoon” jong zijn. Stefan wil er eigenlijk niet meer weg. ‘Ik zit hier wel goed.’

wonen in het Huis voor Jongeren Dinsdagochtend, 9 uur. Het Huis voor Jongeren maakt een verlaten indruk. De gemeen­schappelijke ruimtes zijn leeg, op de gangen is het stil. ‘Een aantal jongeren zijn naar school, sommigen volgen een traject bij de gemeente en nog een aantal slapen nog. Toevallig zijn er nu vrij veel jongeren in huis die soft­drugs gebruiken. Zij worden meestal tussen elf en één wakker’, verklaart traject­­ begeleider Paul van der Zwaag (31) de rust. ‘Overigens nemen we drugs­ gebruik mee in onze begeleiding, als het dag-nacht­ritme van jongeren erdoor verstoord raakt.’

16

Hoewel je die indruk op dit tijdstip niet zou krijgen, zit het Huis bomvol. Alle twintig kamers zijn bezet. Op de wacht­lijst staan gemiddeld tien jongeren die ook een kamer willen.

‘HIER HEB IK VEEL MEER VRIJHEID’

KEURIG OPGERUIMD

Stefan (links) en Paul

Paul klopt aan bij kamer 2.01, de kamer van Stefan (18). Hij is al wakker en begroet ons vanaf zijn bank. ‘Voor de zeker­­heid heb ik hem op tijd wakker gemaakt’, vertelt Paul. En dat was misschien maar goed ook. Niet omdat Stefan softdrugs gebruikt, maar omdat hij tot half twee ’s nachts bezig is geweest zijn kamer op te ruimen. ‘Het was een troep’, zegt Stefan. ‘En ik had het op­ruimen zo lang mogelijk uit­ gesteld.’ De kamer ziet er nu keurig uit. De vloer geveegd, het bed opgemaakt en een verzameling schoenen netjes in twee rijen naast elkaar. Zijn Playstation 4 heeft Stefan in de doos opgeborgen. ‘Ik ben er zuinig op.’

Wat opvalt is de ruimte. ‘Ja, dit is de kamer voor VIP-gasten’, grijnst Stefan. Toen hij in augustus 2015 in het Huis voor Jongeren kwam, kreeg hij eerst de kleinste kamer van het huis toe­ bedeeld; instroom­­kamer 7. Toen er een andere kamer vrijkwam, stroomde hij door. Inmiddels zit Stefan in fase 2, de fase vóór zelfstandig wonen en daar hoort een grotere kamer bij, met eigen keuken­blok. Voordat Stefan aanklopte bij het Huis voor Jongeren had hij al drie jaar ellende achter de rug. Die was begonnen met het over­lijden van zijn vader. ‘Ik trok veel met hem op en hij was een voorbeeld voor me.’ Paul vult aan: ‘En hij kon goed omgaan met je opvliegerig­heid.’

DICHTE DEUREN Stefan kreeg problemen, zijn moeder verloor de grip op hem en uit­eindelijk ging hij weg uit huis. Eerst zat hij op enkele groepen in een jeugdzorg­ instelling. ‘Maar daar kon ik niet functioneren. Ik kan er niet tegen als ik continu achter m’n boek wordt gezeten.’ Ook in een meeleefgezin kon hij zijn draai niet vinden. Voordat hij naar het Huis voor Jongeren kwam zat Stefan in gesloten instelling Wood­ brookers in Korte­hemmen. ‘Daar zaten de deuren voor en achter me dicht. Dat trok ik niet. Ik ging naar een externe school en zag na twee weken kans om weg te lopen. Eerst logeerde ik bij vrienden op verschillende adressen en toen kwam ik in aanraking met het gebieds­team in Tytsjerkstera­diel. Zij zochten contact met Zienn.’

17


GZ-psycholoog Merijn Lindeboom:

een psychische stoornis, én drugs­ problemen én trauma’s. En daar komt dat puberende brein dan nog bij. Belangrijk is dat je het in ieder geval begrijpt en er rekening mee houdt.’

‘JONGEREN HOUD JE NIET TEGEN IN HUN EXPERIMENTEN’ Volwassen als je achttien bent? Op papier misschien, maar in je hoofd nog lang niet. Daar puber je nog tot je 25ste door. Iets om in de hulpverlening aan jongeren rekening mee te houden. Dat stelt GZ-psycholoog Merijn Lindeboom van de Pi-groep.

18 In het Huis voor Jongeren voelt Stefan zich meteen thuis. ‘Hier zijn minder regels en heb ik veel meer vrijheid. De begeleiding is ook leuker. Minder serieus. Ik kan gewoon wat ouwe­ hoeren met Paul en grapjes maken.’ Paul: ‘Jongeren mogen van ons doen wat bij hun leeftijd past. De stad in, sociale contacten opdoen, een mobieltje op zak hebben. Ze krijgen de vrijheid om jong te zijn. Tegelijker­ tijd doen we een beroep op hun verant­woordelijkheid en houden we de focus op waarom ze hier zijn. Dus als we merken dat een jongere elke doorde­weekse avond op stap gaat, dan komt dat aan de orde in begeleidings­­gesprekken. Gedrag mag het traject niet in de weg zitten. Ons doel is dat een jongere binnen een jaar weer uitstroomt.’

ACTIEPLAN Om dat doel te halen heeft elke jongere een actieplan. Stefan laat een

uitdraai van zijn plan zien. Het bestaat uit twee A4’tjes, één voor elk van de twee doelen waar hij nu aan werkt. Het eerste doel gaat over het contact met thuis. Onder het doel staat een opsomming van concrete, kleine stappen om het doel te halen. Zoals vijf uur achter elkaar thuis kunnen zijn, meer interesse tonen en frustraties bespreken met zijn moeder. Het tweede doel gaat over Stefan zelf: hij hoopt dat zijn therapie werkt, zodat hij stappen vooruit kan zetten. Dat doel is gehaald. Zijn therapie is onlangs afgerond en Stefan is van de medicatie af. De actieplannen worden twee keer per jaar bijgesteld en ondertekend. Stefan kan nieuwe doelen formuleren. Eerst wil hij zijn hoveniersdiploma halen. ‘Dat was al bijna gelukt, maar hij kreeg problemen met zijn stage­begeleider. Die was vrij directief en daar­door schoot Stefan in de verdediging’, vertelt Paul. Samen zoeken ze een

nieuwe plek, waar Stefan zijn laatste stageweken kan vol­brengen.

KLEIN HARTJE Ook gaat hij zich oriënteren op een volgende woonplek. Heeft Stefan al wat op het oog? ‘Sowieso iets met begeleiding.’ Paul: ‘We dragen Stefan straks over aan een instantie die bij hem past. Hij moet zich er goed bij voelen, dat is het belangrijkste. Ik heb er vertrouwen in dat het goedkomt met Stefan. Hij is een goede jongen, met een klein hartje in een stoer omhulsel.’ Wil Stefan eigenlijk wel weg uit het Huis voor Jongeren? ‘Neuh, ik zit hier wel goed...’ Paul lacht. ‘Dat zeggen de meesten. Jongeren hebben hier een mooie kamer, zitten dicht bij het centrum en hebben mensen om op terug te vallen. Ideaal. Maar het is goed om een volgende stap te maken.’ Richting Stefan: ‘Daar ben je straks helemaal klaar voor!’ p

Merijn ziet jongeren in de hulp­ verlening soms tussen wal en schip vallen, omdat ze ten onrechte volwassen worden verklaard als ze acht­tien zijn. Deze misvatting komt voort uit het idee dat het brein zich dan vol­ledig heeft ontwikkeld. ‘De theorie rond het puberbrein spitste zich tot voor kort toe op de pre­frontale cortex. Dat ligt aan de voor­kant van de hersenen en is betrokken bij cognitieve en emotionele functies, zoals beslissingen nemen, plannen, sociaal gedrag en impulsbeheersing. De pre­­­frontale cortex ontwikkelt zich als laatste deel van het brein. Het idee was: als dat stukje klaar is, ben je volwassen’, vertelt Merijn. ‘Inmiddels is de weten­­schap erachter dat het zo simpel niet is. De “hardware” van het brein is bij achttien jaar klaar, maar de hersenen functioneren nog niet als die van een volwassene. De prefrontale cortex is soms wel, maar soms ook niet actief en het emotionele deel van het brein heeft duide­lijk de overhand.

Dat staat sterk onder invloed van hormonen, die bij jongeren door het lichaam gieren. Dat verklaart waarom jongeren tot hun 25ste nog puberaal gedrag vertonen. Ze willen erbij horen, zijn gericht op het hier en nu en zoeken nieuwe ervaringen. Hun gedrag is nog grillig en niet consistent.’

NIET GEMIDDELD Merijn gelooft dat deze fase een duide­lijke functie heeft. ‘Alleen door ervaringen op te doen, kun je je eigen ik vormen. Plat gezegd: als je de deur niet uitkomt, word je ook niet volwassen. De jongere heeft zijn ervaringen, of ze nou verstandig zijn of niet, nodig om zijn identiteit te kunnen ontwikkelen. Als je dat tegen­houdt, ontneem je een jongere de kans om te leren.’ Maar, weet Merijn, de jongeren met wie Zienn te maken heeft zijn niet gemiddeld. ‘Ze hebben vaak te maken met complexe problematiek: én

Hoe doe je dat? ‘Je kunt jongeren niet strak begrenzen en tegenhouden in hun experimenten. Dat gaat je niet lukken. Als je te normatief bent, knippen ze de lijn met je door. Wees er maar gewoon voor ze en luister. Geef advies in plaats van iets te verbieden. Natuurlijk hebben jongeren wel grenzen nodig, maar binnen die grenzen moeten ze vrij­heid ervaren. Vergelijk het met een knikker in je hand. Als je je hand dicht­knijpt, schiet hij weg. Beter kun je de knikker vrij laten rollen, waarbij de uiteinden van je hand de grenzen zijn.’

KLEINE STAPJES Om de prefrontale cortex actief te krijgen, is het belangrijk dat de jongere motivatie ervaart. Motiverende gesprekstechnieken, die Zienn ook toepast, kunnen daarbij helpen. Merijn: ‘Je kunt bijvoorbeeld cognitieve dissonantie verhogen. Dat houdt in dat iemand het verschil ervaart tussen wat hij denkt of vindt en wat hij doet. Om die onprettige dissonantie op te heffen, wil een jongere misschien wel in beweging komen. “Jij wilt graag je diploma halen, maar als je op deze manier doorgaat, lukt dat niet. Wat zou ervoor nodig zijn om te slagen?” En denk dan in kleine stapjes, want als een toekomstdroom te ver weg ligt, lukt het niet. De jongere is immers gefocust op de korte termijn.’ Het jongerenbrein heeft ook een positieve kant, benadrukt Merijn. ‘Jongeren kunnen flexibel en creatief denken en zitten nog niet vast in in­gesleten patronen. Vergis je niet: pubers zijn niet onnozel. Ze kunnen niet minder goed nadenken dan volwassenen, hun denken is alleen anders georiënteerd. Weet je ze te motiveren, dan werkt hun brein messcherp.’ p

19


5 VRAGEN OVER VRIJWILLIGERSWERK Een opleiding is niet nodig, enthousiasme en betrokkenheid wél

20

1

WERKEN ER VRIJWILLIGERS BIJ ZIENN?

Jazeker! Vrijwilligerswerk is een aan­ vulling op de hulp van begeleiders. Vrijwilligers geven onze cliënten aandacht en ondernemen activiteiten met ze. We zijn erg blij met de inzet van vrijwilligers. Ze maken een belangrijk verschil.

2

WAT DOEN VRIJWILLIGERS PRECIES?

Dat hangt af van de voorziening waar ze actief zijn. Vrijwilligers ondersteunen bijvoorbeeld bij groepsactiviteiten, zoals een kookgroep, een bingoavond of een wandeltocht. Maar het kan ook gaan om één­op­één aandacht: samen de stad in, fietsen, een kaartje leggen of een kopje koffie drinken. Ook zijn vrijwilligers actief in de dagbesteding. Denk daarbij aan de textielsortering of een fietsenwerkplaats. Bij het project Kamers met Kansen is de vrijwilliger

een coach, die studerende jongeren helpt bij zelfstandig wonen, leven en leren.

3

HOE KAN IK VRIJWILLIGER WORDEN?

Check onze vrijwilligersvacatures op www.zienn.nl (kijk onder Over Zienn > Werken bij Zienn > Vrijwilligerswerk). U leest per vacature wat het vrijwilligerswerk precies inhoudt en hoe u zich kunt aanmelden (vaak via een webformulier). Na uw aanmelding wordt u uitgenodigd voor een intakegesprek, om te praten over uw wensen en mogelijkheden. Eenmaal “aangenomen” krijgt u een vrijwilligerscontract, waarin ook verzekeringszaken zijn geregeld. Is er geen vacature bij u in de buurt, maar wilt u graag iets voor onze cliënten betekenen? Neem dan contact op met een voorziening in uw omgeving en informeer naar de mogelijkheden.

4

MOET IK EEN OPLEIDING VOLGEN OM VRIJWILLIGER TE WORDEN?

Nee, dat is niet nodig. Enthousiasme en betrokkenheid bij onze doelgroep wél. Belangrijk is dat u tijd heeft voor uw vrijwilligersfunctie en onze cliënten op u kunnen rekenen. In een vrijwilligers­ vacature staat specifieker omschreven wat er van de vrijwilliger wordt gevraagd.

5

WAAROM ZOU IK VRIJWILLIGERS­ WERK BIJ ZIENN GAAN DOEN?

Zoals gezegd: als vrijwilliger kunt u echt een verschil maken voor onze cliënten. U doet samen leuke dingen en u helpt mensen hun talenten te ontwikkelen. Ook levert het vrijwilligerswerk u wat op: gezelligheid, mooie momenten en unieke levens­ verhalen van een bijzondere groep mensen.

portret van een vrijwilliger

‘NEEM DE TIJD OM ÉCHT NAAR IEMAND TE KIJKEN’

‘Ieder mens mag gezien worden.’ Het is de stellige overtuiging van Wietske Cuperus (49). Sinds oktober 2015 is ze vrijwilliger bij Zorgopvang De Marene in Leeuwarden. Hoe kwam je bij De Marene terecht? ‘Vorig jaar ben ik mijn fulltimebaan als managementassistent kwijtgeraakt. Na vier jaar kreeg ik geen vast contract en moest ik vertrekken. Na mijn ontslag miste ik sociale contacten en structuur. Vijf jaar geleden heb ik hetzelfde mee­ gemaakt en ben toen als vrijwilliger bij De Terp* in Leeuwarden gaan werken. Dat beviel ontzettend goed. Vooral de sfeer. Het was een plek waar iedereen, met zijn of haar bijzonderheden, zich­ zelf kon zijn. En waar ik als “mensen­ mens” iets kon bijdragen. Na mijn laatste ontslag heb ik daarom geen moment getwijfeld en bij De Marene gevraagd of ze een paar extra handen konden gebruiken.’ Wat is jouw drive als vrijwilliger? ‘Ik heb er ­ helaas ­ nooit een opleiding voor gevolgd, maar mijn hart ligt bij de

zorg. Begaan zijn met mensen, iets voor hen betekenen of met hen opbouwen. Prachtig vind ik dat! Wanneer ik hier een gesprek met een bewoner heb en écht contact krijg, geeft me dat héél veel energie. Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens gezien mag worden. En dat je de tijd moet nemen om écht naar iemand te kijken. Ongeacht in wat voor situatie hij of zij zich bevindt.’

best spannend, Jappie doet het juist met heel veel flair. Vooral wanneer hij zijn specialiteit erwtensoep maakt. Verder help ik bij de sport­ en spel­ ochtend en ga ik mee naar de zorg­ boerderij. Ook klop ik gewoon wel eens bij bewoners aan en vraag waar ze behoefte aan hebben. Dat kan van alles zijn: een praatje, een wandeling naar de stad of samen naar de bioscoop.’

Je oudere broer Jappie woont ook in De Marene. Was dat voor jou een reden om hier vrijwilliger te worden? ‘Niet direct. Het is wel een heel mooie bijkomstigheid. Want sinds ik hier werk hebben we weer contact. Toen hij nog alleen woonde was dat niet mogelijk, omdat hij nog drugs gebruikte. Nu zie ik dat het goed met hem gaat. Hier krijgt hij de (medische) zorg die hij nodig heeft. Hij is open en onderneemt weer dingen. Ook samen met mij.’

Wat voegt het vrijwilligerswerk toe? ‘In de Zorgopvang bied je letterlijk een paar extra handen. Bijvoorbeeld wanneer je een bewoner begeleidt bij een bezoek aan het ziekenhuis. Zo houden de verzorgers tijd over voor andere belangrijke taken. En eerlijk gezegd voegt dit werk ook iets toe aan mijn eigen leven: ik voel me weer onderdeel van een team, een ontzettend fijne groep mensen.’ p

Wat doen jullie zoal? ‘Eens in de twee weken koken Jappie en ik samen voor de afdeling. Hij bepaalt het menu, samen halen we boodschappen en bereiden we het eten. Ik vind koken

*Opvanglocatie De Terp heeft in december 2015 plaatsgemaakt voor de nieuwe Zorgopvang De Marene en de nieuwe Nachtopvang in Leeuwarden.

21


gebieds-teamwork De wereld van cliënten en hulpverleners is flink opgeschud na de decentralisaties in 2015. Er wordt een groter beroep gedaan op de eigen kracht van mensen en die van hun netwerk. Wie hulp of ondersteuning nodig heeft, klopt eerst aan bij een wijk- of gebiedsteam. Is een hulpvraag complex, dan schakelt dat team een gespecialiseerde partij in. Zoals Zienn. Hoe verloopt die samen­werking? Twee medewerkers van Zienn en twee gebiedsteam­ medewerkers delen hun ervaringen.

Sinds in 2015 de drie decentrali­saties van kracht werden, was het voor alle organisaties ‘even zoeken’ naar een plekje in het sociaal domein, vinden Ank Masselink, buurt­werker in gebieds­team Emmen-Noord en Anita van der Struik, ambulant begeleider bij Zienn Drenthe. Maar inmiddels hebben ze elkaar gevonden.

Ank: ‘2015 was het officiële startjaar van onze samenwerking, maar Zienn en Sedna, de welzijnsgroep waarvoor ik werk, wisten elkaar ook daarvoor al te vinden. Bij complexe cliëntsituaties schakelden wij Zienn in en gingen we samen aan de slag met een cliënt. Sinds het sociaal team (een wekelijks overleg van verschillende partijen, red.) bestaat, is de samen­werking echter meer gebundeld.’

22

Anita: ‘Elke gemeente vult nu de onder­ steuning op het gebied van werk, zorg en jeugd anders in. Als Zienn Drenthe hebben we daarom besloten dat elke collega zich op een bepaalde regio richt. Zo weet ik nu precies hoe alles in Emmen is geregeld, en is mijn collega helemaal op de hoogte van de situatie in Borger-Odoorn. Dat blijkt een handige aanpak.’

‘SAMEN KOMEN WE SNELLER TOT EEN PASSENDE OPLOSSING’ Anita (links) en Ank

Ank: ‘Elkaar weten te vinden is cruciaal voor het succes van deze aanpak. Die korte lijntjes met Zienn zijn fijn: dan kun je snel handelen. Dat geldt trouwens ook voor de andere organisaties in het sociaal team; het wekelijks overleg met sociale partners. Tijdens dat overleg bespreken we casussen of lastige kwesties. Altijd met toestemming van de cliënt, overigens. Doordat we met veel verschillende partijen aan tafel zitten, komen we vrijwel altijd tot een passende oplossing of aanpak.’

Anita: ‘Zo had ik eens een cliënt die graag meer aansluiting wilde in haar buurt. Omdat ik zelf niet zo bekend ben met mogelijk­heden voor bijvoorbeeld vrijwilligers­werk, heb ik haar wens in het sociaal team besproken. Er bleken meerdere mogelijkheden te zijn, en inmiddels heeft mijn cliënt een werkplek gevonden in de keuken van De Meerstede, een woon-, zorg- en welzijnscomplex in Emmen. Daar heeft ze het ontzettend naar haar zin.’ Anita: ‘Ik denk dat het sociaal team de komende tijd steeds belangrijker voor ons zal worden. In de toekomst zullen indicaties korter worden, waardoor Zienn kortere tijd hulp kan bieden. Dankzij het sociaal team betekent dat echter niet dat een cliënt helemaal geen hulp krijgt: als de indicatie afloopt, zouden we de cliënt kunnen inbrengen in het team.’ Ank: ‘Dan kijken we samen met alle partijen wat we die cliënt kunnen bieden. Niet alleen wij als organisaties weten elkaar trouwens steeds beter te vinden. Ook inwoners van Emmen-Noord kennen inmiddels de weg naar het gebiedsteam. Op het inloopspreekuur van Sedna in het gebied Noord, dat twee keer per week plaatsvindt, komen steeds meer mensen af.’ Anita: ‘En dat is natuurlijk waar het om gaat. Wij kunnen ontzettend ons best doen om mensen te helpen, maar zij moeten ons eerst wél weten te vinden. Na de start van de decentralisaties was het voor iedereen even zoeken. Nu lijken betrokken partijen hun plek gevonden te hebben en kunnen we elkaar daadwerkelijk gaan versterken en samenwerken.’

23


gebieds-teamwork Het is pas de tweede keer dat ze elkaar ontmoeten: Marije Hoekstra, mede­ werker in gebiedsteams Sneek-Zuid en IJsselmeerkust en Christa Brak, intaker van Zienn. Maar dat wil niet zeggen dat ze elkaar niet weten te vinden. Integendeel: ‘Samen kunnen we veel bereiken.’

Christa: ‘In 2015 hebben we alle gebieds­teams een brief gestuurd, met de uit­nodiging om kennis te maken. De timing bleek niet ideaal, want de gebiedsteams hadden het te druk.’ Marije: ‘We wilden graag kennis­maken, ook om onszelf voor te stellen, maar we hadden er simpelweg geen tijd voor. De begin­periode na de decentralisaties was hectisch.’

24

Christa: ‘Maar we hebben wel veel contact met elkaar, via mail en telefoon. Een cliënt voor het gebieds­team meld ik in principe via een algemeen mailadres aan, maar vaak zoeken Marije en ik elkaar direct op. We weten wat we aan elkaar hebben en Marije heeft maatschappelijk werk als specialisatie.’ Marije: ‘De aanmeldingen die ik krijg komen uit alle hoeken. Van Zienn, maar ook van verslavingszorg of GGZ. En sommige cliënten melden zichzelf.’ Christa: ‘Nog niet iedereen weet de weg naar het gebiedsteam te vinden. Er zijn cliënten die ons rechtstreeks bellen of hier op de stoep staan. Dan neem ik contact op met het gebiedsteam of verwijs hen door.’ Marije: ‘Wij voeren het welbekende keuken­ tafel­gesprek, om in te schatten of en welke begeleiding iemand nodig heeft. Het gebieds­ team is er voor kortdurende hulp­verlening. We hebben in totaal twaalf uur per cliënt als richt­lijn. Als dat te kort is of de hulpvraag te complex, neem ik contact op met een andere gespecialiseerde partij, zoals Zienn. Sommige situaties zijn heel duidelijk: die pakken we zelf op of we schakelen er direct gespecialiseerde hulp bij in. Maar vaak is het lastiger. Dan blijkt na twee of drie gesprekken dat er veel meer aan de hand is.’ Christa: ‘Dan belt Marije mij en maken we afspraken. Marije zorgt voor de indicatie en ik zoek passende begeleiding. Het gebiedsteam

Christa (links) en Marije

houdt de regie en we houden de lijntjes kort, om de hulp­verlening zo goed mogelijk te laten verlopen.’ Marije: ‘In de gemeente Súdwest-Fryslân hebben we er een aantal mede­werkers bij gekregen, die zich volledig richten op herindicaties. Dat geeft de gebieds­teamleden meer tijd voor hulpverlenen. Dat is fijn, want er is genoeg te doen. Zorg­wekkend is het groeiend aantal dak- en thuis­lozen in SúdwestFryslân, onder wie steeds meer jongeren. Het zijn mensen die niet eens een keukentafel hébben om aan te praten, maar die bij ons op kantoor langskomen en melden dat ze geen huis hebben. Wat het extra moeilijk maakt is dat we in deze regio nauwelijks opvanglocaties voor ze hebben.’ Christa: ‘Dat klopt. In Sociaal Pension Sneek hebben we één crisiskamer, bedoeld voor een kortdurend verblijf. Eventueel kunnen we nog wat noodbedden neerzetten en anders verwijzen we naar de nachtopvang in Leeuwarden. De dichtstbijzijnde crisis­opvang­ locaties van Zienn zitten in Leek en Burgum. We zouden in Sneek makkelijk een eigen nacht- of crisisopvang kunnen vullen.’ Marije: ‘Komt nog bij dat woning­corporaties nu ook vluchtelingen met een verblijfs­status moeten huisvesten, dus blijft er nauwelijks woonruimte over voor mensen van hier.’ Christa: ‘Gelukkig zijn er ook genoeg succesverhalen. Zoals de Herberg hier in Sneek. Een locatie die draait op vrijwilligers en waarin gemeente, opvangorganisatie Limor en Zienn gezamenlijk optrekken. Limor kijkt naar huisvesting en wij doen de begeleiding. We wisten er laatst een man die veel problemen had in drie maanden naar een eigen woning te begeleiden. Zo zie je dat we samen veel kunnen bereiken.’ Marije: ‘Absoluut. Regelmatig trekken we ook samen op in de ambulante hulp­verlening. Waarbij Zienn bijvoor­beeld een aantal uren per week begeleiding biedt en wij de regie houden. Ook dat werkt heel goed.’ Christa: ‘Het is belangrijk dat we elkaar blijven vinden én dat we laag­drempelig blijven. We willen hulp blijven bieden, aan iedereen die dat nodig heeft.’

25

‘STEEDS MEER MENSEN HEBBEN GEEN KEUKENTAFEL OM AAN TE PRATEN’

SIGNALENKAART

Herken dreigende dakloosheid Dakloos worden haalt alles in een mensen­ leven overhoop. Bij volwassenen, maar ook bij kinderen. Geen thuis meer, geen basis, geen vertrouwde plek. Daarom doen wij er alles aan om dakloosheid te voor­ komen. Wat helpt is dreigende dakloos­ heid signaleren. Hoe? Welke risicofactoren spelen een rol? Hoe herken je iemand die zijn huis dreigt kwijt te raken? De kaart die bij dit magazine is ingestoken geeft u houvast. Kan u helpen om signalen op te vangen, en ondersteuning te zoeken. Een klein hulpmiddel, in de strijd tegen de grote dak- en thuislozen­problematiek.

ZIT DE SIGNALENKAART NIET MEER IN DIT BLAD? Kijk dan op www.zienn.nl/signalenkaart. Gedrukte exemplaren kunt u bestellen via communicatie@zienn.nl.


herstellen doe je zelf

Getrouwd, kinderen, mooie woning, goed opgeleid. En dan raak je alcoholverslaafd. Dakloos zelfs. Het overkwam Gea (41). Een krachtige vrouw, maar ook angstig en getraumatiseerd door haar gewelddadige relatie. Ze vond opvang en hulp bij Zienn en in 2015 deed ze de cursus ‘Herstellen doe je zelf’. Nu gééft ze de cursus. ‘Hier word je weer mens en leer je om zelf regie te nemen.’

Je bent zelf jouw beste hulpverlener en leert van elkaars ervaringen. Dat is het uitgangs­punt van de training “Herstellen doe je zelf” voor cliënten. In 2015 startte Zienn met de training, elders in het land waren er al positieve ervaringen. Uit onder­ zoek van de Universiteit Tilburg blijkt dat de cursus bewezen effectief is. Veel­belovend dus!

26

‘JE BENT GEEN STEMPEL, MAAR EEN MENS MET KANSEN’

Gea: ‘De cursus is voor mensen die een volgende stap in hun herstel willen zetten, samen met anderen. Dit kan ook een heel klein stapje zijn, want herstellen is op­krabbelen. Belangrijk is dat iemand er zelf voor kiest om mee te doen en niet wordt “gestuurd”. Een deel­nemer moet hier namelijk niets, maar kán werken aan zichzelf. Aan herstel van binnenuit. Door te praten, te delen en jezelf weer als mens te gaan zien. De insteek van de cursus is positief, maar iedereen ervaart hier ook pijn. Door dát te erkennen en te merken dat je steeds weer keuzes kunt maken, kom je verder.’

DIEP GAAN De cursus bestaat uit twaalf bijeen­komsten met elk een eigen thema. In een groep zitten maximaal zes tot acht deel­nemers, die eerst een intake­gesprek hebben. ‘Daar­bij bespreken we iemands motivatie en kijken we ook naar de juiste groeps­ samen­­stelling. In de cursus zijn veilig­heid en continuïteit cruciaal, want we gaan heel diep.’ Deelnemers krijgen een werk­boek en gaan met aller­lei onder­werpen aan de slag. Voor­beelden zijn opkomen voor jezelf, de betekenis van zelf herstellen, keuzes maken, regie nemen en op tijd steun vragen. Gea: ‘Ook is er veel aandacht voor de verschillende rollen die je hebt. Veel deelnemers ervaren een stempel. Ik ben alcohol­­verslaafde. Ik ben beroeps­dakloze. Ik doe altijd alles verkeerd. Hier leer je juist dat je veel meer bent. Dat je talenten hebt. Dat je een méns bent met kansen! Zo ont­staat ruimte om te groeien, om stappen te zetten.’

MOOI CADEAU Natuurlijk is er aandacht voor theorie, maar het oefenen en zelf ervaren staat centraal. ‘We blijven heel dicht­­bij de deelnemers’, vertelt Gea. ‘Wat wil jij? Wat heb je nodig? Waar loop je tegenaan? Er is veel ruimte voor gesprek en het delen van ervaringen. We doen oefeningen. Ook starten we elke sessie met iets positiefs. Ik zie bijvoor­beeld bij alle deelnemers dat ze moeilijk kunnen omgaan met complimenten. Heel herkenbaar, dat had ik zelf ook. We delen dus bewust complimenten aan elkaar uit. Waarbij we leren om het te beschouwen als een letter­lijk cadeau om uit te pakken. En dán lukt het opeens wel.’ Niet voor niets zijn de trainers ook ervarings­deskundigen. Gea: ‘Het zorgt voor herkenning en er is geen duidelijk onder­ scheid tussen hulpverlener en cliënt. Dat leidt tot openheid en vertrouwen. Ook kunnen wij eigen ervaringen inbrengen en begrijpen we wat iemand doormaakt.’ Gea merkt dat ze trainer en deelnemer tegelijk is. ‘Door samen de cursus te doen, kijk ik ook steeds naar mijn eigen proces. Waar sta ik nu? Wat heb ik bereikt? Dat is waarde­vol. Zo kom ik steeds meer in verbinding met mezelf en de wereld om me heen.’

CONCREET RESULTAAT De resultaten mogen er zijn, deel­nemers zetten stappen. Voorbeelden zijn een eigen woning, meedoen met activiteiten in een buurthuis, lid worden van een sportvereniging of juist heel bewust stoppen met iets. En daar gaat het om. Zelf bewuste keuzes maken en regie nemen. Gea hoopt dat veel meer mensen de weg naar de cursus gaan vinden. ‘Ik gun het iedereen om dit te ervaren. Het is waardevol voor elk mens die een steuntje zoekt bij herstel.’ En Gea zelf? Zij is klaar voor een eigen woning, na enkele jaren in een woonvorm. ‘Ik ben niet meer bang en heb mezelf weer gevonden. Van daaruit maak ik nu mijn keuzes. Ik mag er zijn.’

MEER WETEN? Meer informatie over de cursus ‘Herstellen doe je zelf’ is te verkrijgen bij Fred Gruter, Beleid & Kwaliteit Zienn, f.gruter@zienn.nl, telefoon 088 - 066 30 72.

27


herstellen doe je zelf

Wetten, regels, procedures. We hebben ze nodig. Omdat ze duidelijkheid verschaffen. Grenzen aangeven. Houvast bieden en helpen mensen gelijkwaardig te behandelen. Maar soms zitten ze ook gewoon in de weg. Werken ze onnodig vertragend en lijkt niemand bij ze gebaat.

28 DEELNEMER FREDDY (45):

‘EINDELIJK VOND IK DE COMPLETE FREDDY’ ‘Twintig jaar lang was ik verslaafd. Drugs bepaalden mijn leven. Ik was ook agressief en loste alles op met mijn handen. Totdat ik werd opgepakt vanwege een wiet­plantage. Na een taak­straf kwam ik in de opvang bij Zienn. In die periode kreeg ik hulp en ben ik gestopt met drugs. Ik wilde heel graag een volgende stap zetten, rust vinden in mezelf. Een medebewoner vertelde over de cursus “Herstellen doe je zelf”. Hij was enthousiast en maakte me nieuwsgierig. Toen ik er meer over las, twijfelde ik geen moment: dit ging ik doen. De cursus heeft mij wezen­lijk veranderd. Ik heb een nieuwe kant van mezelf leren kennen. Een kant die lang is weggestopt. Vroeger was ik altijd bang, had ik een slecht zelf­beeld. Mensen zeiden vaak: “He, daar heb je die agressieve verslaafde”. En zo keek ik ook naar mezelf. Tijdens de cursus vond ik eindelijk de complete Freddy. We gingen tijdens de bijeenkomsten heel diep, spraken open en eerlijk met elkaar. Vertelden wat we mooi vonden aan de ander en onszelf. Maar

ook wat we lastig vonden. Het mocht er allemaal zijn. Ik kreeg positieve dingen te horen en dat deed me goed. Voor het eerst durfde ik te vertellen over mijn zoon die ook verslaafd is geweest. Het lukte om dingen te benoemen, om open te zijn. Er kwamen wel pijn en verdriet naar boven, maar dat is niet erg. De twee trainsters hielpen ons daarbij. Ze begrepen ons. Mijn leven is erg veranderd. Ik heb nu een eigen flatje en werk als scooter­reparateur. Mijn baas geeft me nog wat begeleiding, maar verder doe ik het zelf. Mijn leven voelt nieuw. Ik ben rustiger en meer open geworden. Ik vind het nu zelfs leuk om dingen met mijn mond op te lossen, in plaats van met mijn handen. Dat geeft zo’n kick. Voor het eerst kijk ik kijk uit naar de toekomst. De volgende stap is schuldenvrij worden. Het grootste verschil met eerdere trainingen is dat het nu écht mijn keuze was. Tijdens een feestelijke bijeenkomst met gebak kregen we ons certificaat. Het gaf me een trots gevoel: dit heb ik maar mooi geflikt.’

Heb je al gezien hoeveel ruimte er ´tussen de regels´ zit? Dan kun je klagen over ‘het systeem’ of juist omdenken en kijken naar wat wél kan. Want ‘tussen de regels door’ zit meer ruimte dan je denkt! Twee inspirerende voorbeelden.

29


ELLEN DE BRUIN VAN DE GEMEENTE LEEUWARDEN:

denken in mogelijkheden

´Bureaucratie zit niet alleen in regels, maar ook in mensen´

GEMEENTE EN ZIENN VERSNELLEN INDICATIEPROCES

´Een cliënt die belt kan ik nu direct helpen´ 30

Vanaf januari 2015 beoordeelt niet langer het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ), maar de gemeente zélf de indicatie­stelling voor maat­ schappelijke opvang. Dorcas Pool, intaker bij Zienn en Annette Kremer van centrum­gemeente Groningen sloegen de handen in­een om nodeloos lange en ingewikkelde procedures te voor­komen. Ze ontwikkelden een gezamenlijke werk­wijze waarmee een cliënt die (dreigend) dakloos is, binnen een dag hulp kan krijgen. Langer dan een dag zou het ook niet mogen duren, stelt Dorcas: ‘Iemand die eerste hulp nodig heeft, stuur je toch ook niet eerst langs een huisarts? Natuurlijk moet de (centrum)­gemeente inhoudelijk goed kunnen beoordelen of we recht hebben op financiering voor een cliënt, maar er is simpelweg geen tijd voor een uitgebreide aanvraag en diagnostiek. Daarvoor zijn de problemen van onze cliënten te urgent.’ Toen Annette (indicatiesteller Beschermd Wonen & Opvang) en Dorcas in 2015 samen aan de slag gingen, liepen ze tegen een verouderde en ingewikkelde procedure aan. Annette: ‘Met de werk­wijze die er toen lag, duurde het zeker drie maanden voor­dat ik een beschikking kon afgeven. Bovendien ontstond hier­door een enorme papierwinkel.’

RAZENDSNELLE BEOORDELING En dus brachten ze - in goed overleg met alle betrokken partijen - de vuistdikke dossiers terug tot twee, simpele indicatie­­­formulieren. Eén voor de directe, verkorte toegang tot maatschappelijke opvang (tot zes weken opvang) en een tweede voor de herbeoordeling. ‘Op het eerste formulier vullen we de naam en adresgegevens en de ZRM (zelf­ redzaamheid­matrix) score in, met een korte toelichting’, vertelt Dorcas. ‘Het is uiteraard een versimpelde weergave van iemands persoonlijke situatie, maar op basis hiervan kan Annette’s team razendsnel beoordelen of er wel of geen financiering moet komen vanuit de gemeente.’ Na zes weken beoordeelt de centrumgemeente, op basis van een tweede formulier (met een nieuwe ZRM score), of de indicatie voor de cliënt wordt verlengd.

VERTROUWEN Deze werkwijze pakt niet alleen op papier, maar ook in de praktijk goed uit. Dorcas: ‘Een cliënt die belt kan ik nu direct helpen. Dat is heel veel waard. Want vroeg ingrijpen voor­ komt ergere problemen.’ Ook Annette vindt de samen­werking waardevol: ‘Ook zonder stapels informatie kunnen we met een gerust hart een beschikking afgeven want er is een sterke vertrouwensband tussen ons en Zienn. Bovendien leveren ze kwaliteit bij de aanvragen: korte en krachtige toelichtingen die de kern raken. Door zó samen te werken, houden we tijd over voor waar het echt om draait: de cliënten.’

De gemeente als starre, stroperige club. Van dat imago wil Ellen de Bruin af. En snel ook! De manager Werk en Inkomen bij de gemeente Leeuwarden wil geen remmende, maar juist een versnellende factor zijn. Geen tegenwerker, maar een meedenker.

NETWERKPARTNER

Door de drie decentralisaties zijn veel taken van het rijk naar de gemeenten verschoven. Waar sommigen klagen over de bezuinigingen die hierbij horen, ziet Ellen vooral kansen in de transitie. ‘Er ontstaat ruimte voor nieuwe beleidsontwikkeling. Sommige dingen kunnen anders en sommige dingen hoeven we helemaal niet meer te doen.’

Ze ziet de gemeente als een netwerkpartner. ‘Ambtenaren moeten goed in de materie zitten én in de stad. Weten waar ze het over hebben én in gesprek zijn met sociale wijkteams en maatschappelijke instellingen. Daarom hebben we aan elk wijk­team een beleidsambtenaar gekoppeld. Hij of zij kan zien hoe beleid in de praktijk uitpakt en hoort van de teams waar het anders of beter kan.’

DOEN WAT NODIG IS Ze heeft een voorbeeld. ‘We zien nauwelijks ouderen in armoede. Veel van hen hebben namelijk pensioen op­ gebouwd. Dan moet je de vraag durven stellen: zijn alle voor­zieningen die we hebben voor ouderen nog wel nodig? We moeten de taken die we hebben gekregen uitvoeren met minder geld. Laten we daarom in godsnaam doen wat nodig is! We vragen ons steeds af: waar geven we ons geld uit? Waar helpt het echt?’ Zo heeft de gemeente Leeuwarden besloten mensen die al drie jaar een uitkering hebben een langdurigheidstoeslag te geven. ‘Het is te makkelijk om te zeggen: “ze moeten maar aan het werk”. Natuurlijk is dat de eerste prioriteit. Maar deze groep heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt’, weet Ellen, ‘en je kunt je afvragen of ze ooit weer een zelf­ standig inkomen kunnen verdienen. Dus helpen we hen. Richting andere groepen worden we juist strenger. Zo is er voor mensen in de “top” van de bijstand, die duidelijk in staat zijn om te werken, minder geld beschikbaar.’

Tot zeven jaar geleden werkte Ellen voor diverse maat­ schappelijke organisaties. ‘Ik ken dus de andere kant van de tafel. Daarom weet ik hoe belangrijk het voor instellingen als Zienn is dat wij geen starre organisatie zijn die moeilijk doet, maar een gemeente die meedenkt en kansen ziet.’

Dat wijkteams soms nog bureaucratisch werken, erkent ze. ‘Het heeft deels te maken met de verschillende systemen waarin sociaal werkers letterlijk en figuurlijk vastlopen. Dat kan veel slimmer! Dus zijn we bezig met de inkoop van één systeem. Ook wil ik graag overbodige processtappen schrappen. Dat scheelt in tijd en proceskosten.’

NIET WEGKIJKEN Nog belangrijker is volgens haar de menselijke factor. ‘Bureaucratie ziet niet alleen in regels, maar ook in mensen. Sommige medewerkers zitten vast in werkprocessen of laten zich te veel leiden door regels. Zo kennen we bij de gemeente een maximale reactietijd van zes weken op een verzoek. Maar dat je binnen zes weken móet reageren, betekent niet dat het niet binnen drie dagen mág. ‘Gedrag doorbreek je niet van de een op de andere dag. Maar ik ben blij dat de bewustwording er is en dat dienstverlening hoog op onze agenda staat. Iedereen moet zijn rol pakken. Niet wegkijken als hij wat ziet, maar er iets mee doen. Daar begint de verandering.’

31


WERKEN MET DE VEERKRACHT VAN KINDEREN 32

33

HOE HELP JE MENSEN VOORUIT? SPEEL ‘KANTELEN OF KAPSEIZEN’! Iemand vanuit de opvang naar een eigen woning begeleiden, hoe werkt dat? Wat en wie komen erbij kijken? Ontdek het door ons simulatiespel “Kantelen of Kapseizen” te spelen. Het spel geeft inzicht in de werking van regels, wetten en proto­ collen in ons zorg­systeem. In hoe ze op elkaar inhaken. In hoe ze botsen met de leefwereld van hulpvragers. In wat ze doen met hun spirit. In hoe ze maatschappelijke kosten verhogen.

Tijdens een congres van Zienn Crisisopvang Leek op 21 april 2016 hebben onder meer gemeenten, welzijnsorganisaties, zorginstellingen, woning­corporaties het spel voor het eerst gespeeld. De opdracht: de dakloze Harold zo snel mogelijk weer aan een eigen woning helpen. Een leerzaam spel, vonden de spelers. Met slim samenwerken, snel schakelen en een flinke portie durf van alle betrokken instanties helpen we mensen als Harold het snelst vooruit! Ons simulatiespel ook spelen? Neem contact op met Lieuwe de Boer (hoofd bij Zienn), l.deboer@zienn.nl, 088 - 066 38 21.

In onze crisisopvangcentra verblijven jaarlijks ruim 70 kinderen tussen de 0 en 17 jaar. Zij komen “niet alleen maar met hun ouders mee”, maar verdienen net zo hard begeleiding. Crisisopvang Leek werkt daar­voor met Veerkracht, een begeleidings­ methodiek speciaal voor kinderen en hun ouders. Veer­kracht gaat over welzijn, ouderschap en opvoeding.

De methodiek komt uit de vrouwenopvang, waar het accent in de begeleiding ligt op huiselijk geweld. Daar is in de maat­ schappelijke opvang - zoals de crisisopvangcentra van Zienn niet altijd sprake van. Wel is de positie van kinderen ook in deze situaties kwetsbaar. Ze groeien op met schulden, ruzies, verslaving, criminaliteit, psychische problemen of dakloos­­­ heid om hen heen. Omstandigheden die hun welzijn in de weg kunnen staan. De methodiek Veer­kracht is onlangs door­­ ontwikkeld voor kinderen in de maat­schappelijke opvang. Samenwerkings­­partner Het Kopland (vrouwen- en maat­ schappelijke opvang) heeft de drie kind-ouder­begeleiders van Crisis­­opvang Leek getraind in de toepassing van Veerkracht.

KINDERBOEKEN ALS GESPREKSSTOF De kind-ouderbegeleiders gaan na hoe het kind in zijn vel zit en waar het hulp bij kan gebruiken. Speciale kinderboeken voor jongere en oudere kinderen geven aanleiding voor gesprek. De verhalen brengen thema’s als emoties, zelfbeeld, armoede, hobby’s, krachten en familie ter sprake. Aan de hand van werkbladen en praatplaten gaan kinderen met die thema’s aan de slag. De methodiek doet een beroep op de veerkracht van kinderen.

KIND VOOROP Veerkracht richt zich ook op ouders, en dan vooral op de versterking van hun rol als opvoeder. De kind-ouder­ begeleiders zijn vraagbaak en stimuleren ouders om zelf met én voor hun kinderen aan de slag te gaan. Samen leuke dingen doen bijvoorbeeld. Zijn er zorgen over de veiligheid of ontwikkeling van een kind, dan worden die bespreekbaar gemaakt. Het kind staat voorop!


LAMMY OTTER is een van de 57 ambulant begeleiders bij Zienn. Ze komt in de regio

‘Ik ben trots op de veerkracht van cliënten’

Noordoost-Friesland over de vloer bij alleenstaanden, echt­paren en gezinnen die het leven thuis niet (meer) op de rit hebben. Vaak door een combinatie van problemen: schulden, verslaving, psychiatrische problematiek of eenzaamheid. Vooral als iemands welzijn gevaar loopt, er misschien overlast is en/of dakloosheid dreigt, kan ambulante begeleiding van Zienn uitkomst bieden. Lammy helpt mensen weer grip te krijgen op hun leven. Dat vraagt om samenwerking met keten­partners en vooral met de cliënt. ‘Want’, vertelt Lammy, ‘hij of zij houdt de regie en maakt de keuzes. Als begeleider schep ik de voorwaarden.’ Ze geeft een kijkje in haar werkweek.

de week van...

LAMMY OTTER MAANDAG

in het Friesland College voor een schoolproject in Ethiopië. Ik geniet van de energie, de positieve kijk en houding van de jongeren die het diner bereiden.’

‘Een rollenspel helpt haar denkpatronen te veranderen’ 34

‘Mijn dag begint bij een vrouw die last heeft van verzamelwoede. Om het niet op­nieuw uit de hand te laten lopen, maken we afspraken over het open­houden van het looppad in haar kamer. We praten over de reden van haar verzamel­drang en hoe ze deze hanteer­baar kan houden. Ik draai de rollen om: ik ben haar en zij is mij. Ik vraag haar advies. Het is een leuk spel dat haar helpt om bewust te worden van haar denkpatronen en hoe ze deze kan veranderen. Aan het einde van de ochtend lopen we haar post na, waar­mee ze zelf aan de slag gaat. Op een later moment ga ik met haar mee naar een behandelaar die werkt aan de dieper­liggende oorzaak van de verzamel­drang.’

35 WOENSDAG

DINSDAG

‘Zonder mij erbij wil hij niet in gesprek’ ‘Een van mijn cliënten heeft het zwaar. Hij zegt dat zijn buurvrouw hem ernstige geluids­overlast bezorgt, maar niemand gelooft hem. Hij heeft de politie en vertegen­woordigers van het Dorpen­team gebeld. Een gesprek met de buur­vrouw wil hij niet. Onlangs is er een zorgoverleg over hem geweest, waar hij niet bij wilde zijn. Er is afgesproken dat verslavings­ zorg en GGZ worden ingeschakeld. Ik regel dit samen met hem en zal aanwezig zijn bij de gesprekken. Hij zegt dat hij de gesprekken niet zonder mij wil aangaan. Ik cc hem alle mails, om argwaan te voor­komen. Later op de dag heb ik een team­overleg met mijn collega’s. We proberen staand te vergaderen. Dat heeft een positief effect: we zijn veel actiever en meer betrokken. ’s Avonds ga ik met mijn man naar een Benefiet Diner

‘Ook wat ik probeer op te pakken, gaat moeizaam’ ‘Er is een zorgoverleg gepland om de hulp aan een cliënt van mij te analyseren. Inzet van politie, huisarts, GGZ Friesland en Fier Fryslân heeft zijn situatie niet verbeterd. Ook wat ik met hem probeer op te pakken, gaat moei­zaam. Wel is bewind­voering geregeld. Na het over­leg werk ik alle gegevens uit op mijn lap­top. Door het nieuwe werken kan ik dat ook thuis doen. Dat geeft een gevoel van vrij­ heid.’

DONDERDAG

‘Ik kan aan op keten­ partners en zij op mij’ ‘Vandaag heb ik een gesprek met een cliënt die intensief contact heeft met reclassering. Hij raakt geïsoleerd. We zijn naar een buurtgebouw geweest voor vrijwilligers­werk, maar een volgende keer hoeft voor hem niet. “Het zijn allemaal mensen met wie iets aan de hand is”, zegt hij. Deze ochtend moeten we ook de kwijt­schelding aanvragen. Als we de brieven erbij pakken, merk ik dat hij moeite heeft met lezen. Dat maak ik zo zorgvuldig mogelijk bespreek­baar. Na dit gesprek regel

ik voor een andere cliënt een spoed­ aanvraag voor schuld­hulp­verlening. Dat lukt, ook mede dank­zij de goede contacten die ik met de meeste ketenpartners heb. Ik kan aan op hen en zij op mij. Mijn derde en laatste bezoek op deze dag is aan een cliënt met PTSS (post trauma­ tisch stress syndroom) en trekken van borderline. Ze komt de deur nauwe­lijks uit. We nemen eerst haar financiën en administratie door. Na een lang gesprek geeft ze aan dat ze specialistische hulp wil. We maken een plan van aanpak: wie, wat, hoe, wanneer. Ze wil naar GGZ Friesland, waar ze bekend is en gaat haar huisarts vragen om een verwijs­brief. Ook checkt ze de bus­verbinding naar de GGZ en gaat na of ze bij familie en vrienden terecht kan na een behandelgesprek. Het is haar verjaardag, vertelt ze. We sluiten de middag af met een kop koffie in het dorp om het te vieren. Het is meteen een moment om even onder de mensen te komen.’

VRIJDAG

‘Ik ben blij onderdeel te zijn van een krachtig vangnet’ ‘Vrije dag en dus lekker een paar uurtjes sporten! Terwijl ik me in het zweet werk, denk ik aan de werkweek en aan de cliënten die zich moeizaam alleen kunnen redden, maar het toch doen. Ik ben blij onder­­deel te zijn van een krachtig vang­­net dat mensen helpt als ze vallen. En ik ben trots op de veerkracht van mijn cliënten. Want uiteindelijk komen ze weer over­eind en vinden de moed om verder te gaan. Op hún manier!’ p


het verhaal van Koen

36

‘UIT VERVELING GREEP IK NAAR DE FLES’

37 ZUS AFIANNA BIJLSMA

Een brave borst. Dat was Koen (48) volgens zijn zus Afianna. Tot hij door ‘foute vrienden’ verslaafd raakte aan alcohol en drugs, begon met stelen en zwartrijden en uiteindelijk psychotisch werd. Nu woont Koen sinds twee jaar in Sociaal Pension Drachten. Daar werkt hij hard aan zichzelf.

de combinatie van stress, drugs en alcohol werd ik uiteindelijk psychotisch. Na crisis­­­opvang in Leeuwarden en Franeker kreeg ik een plek in Sociaal Pension Drachten van Zienn. Daar woon ik nu sinds twee jaar.’

VROEGER

VERANDERING

‘Door zuurstofgebrek bij mijn geboorte heb ik Minimal Brain Dysfunction (MBD). Daardoor ben ik makkelijk te beïnvloeden. En makkelijk om misbruik van te maken. “Foute” vrienden maakten me verslaafd aan alcohol en GHB. Ze leenden geld van me, wat ik nooit meer terugzag. Toen ik zelf geen geld meer had, begon ik te stelen en zwart te rijden. Natuurlijk deed ik dat zelf, maar ik vond het verschrikkelijk om te doen. Ik was continu gestrest. Door

‘De eerste tijd in het sociaal pension bracht ik vooral in bed door. Door de medicijnen die ik in de crisisopvang kreeg, voelde ik me duf en was ik luste­ loos. Onder begeleiding van Zienn en Verslavingszorg Noord Neder­land (VNN) kickte ik af van de GHB en alcohol. Ook hebben we de hoeveel­ heid medicijnen die ik slikte, langzaam afgebouwd. Het belangrijkste wat ik de afgelopen jaren heb geleerd, is om actief te blijven. Toen ik nog zelfstandig

‘Toen ik hier kwam, kon ik nog geen ei bakken’

woonde, hing ik vaak maar wat op de bank. Uit verveling greep ik dan naar de fles. Nu doe ik elke dag vrijwilligerswerk in een verzorgingshuis. Ook zit ik bij een shantykoor, ga ik vaak op visite bij mijn broer en vader en doe ik elke week mee aan het groepskoken, hier in het sociaal pension. Toen ik hier kwam, kon ik nog geen ei bakken. Nu kook ik elke avond zelf. Mijn specialiteit? Kip-kerrie met rijst.’

VOORUIT ‘Binnenkort start ik met therapie om met tegenslagen te leren omgaan. Zodat ik minder snel boos word. Misschien kan ik ooit weer zelfstandig wonen. Lukt dat niet, dan heb ik daar ook vrede mee. Ik heb tien jaar lang zelf­standig gewoond, maar toen was mijn leven allesbehalve leuk. Naar dat leven wil ik niet meer terug. Nee, ik zit hier prima.’

‘We zijn weer broer en zus’ ‘Door zijn MDB is Koen altijd een zorgen­ kindje geweest. Onze moeder overleed twaalf jaar geleden, onze vader woont van­wege een handicap in een kliniek. Daardoor kwam de zorg voor Koen al gauw op de schouders van mij en mijn jongere broer terecht. Dat was zwaar: we zagen hem aftakelen, maar konden niks voor hem doen. Hij nam zijn eigen beslissingen. Toen hij met een psychose werd opgenomen, viel er een last van mijn schouders. Ik hoefde me geen zorgen meer te maken. Hoefde niet meer zijn mantel­zorger te zijn, maar werd weer gewoon zijn zusje. Af en toe komt Koen een weekendje logeren bij mij in Houten, dan past hij op de kinderen. Oppassen vindt hij ontzettend leuk. Hij is een trotse oom. En ik? Ik ben vooral trots op hem. Want wat doet ‘ie het goed!’

VERPLEEGKUNDIG SPECIALIST PETRA MULDER (VNN):

‘We nemen steeds meer afstand’ ‘Koen kwam in zorg bij VNN vanwege zijn alcoholverslaving. Na een opname werd duidelijk dat hij erg veel medicijnen kreeg voorgeschreven. Terwijl mijn collega als casemanager met Koen werkte aan het verminderen van zijn alcoholgebruik, hield ik me bezig met het afbouwen van zijn medicijnen. Dat ging voorspoedig. Al snel veranderde Koen van een versufte, gesedeerde man naar een heldere vent. Nu krijgt hij nog maar vijf verschillende medicijnen. Dat blijft voorlopig zo, zodat hij kan

wennen aan alle gevoelens die hij door de medicijnen en overmatig alcoholgebruik een tijd­lang niet voelde, maar die nu wel weer aanwezig zijn. Koens alcohol­gebruik is inmiddels ook sterk verminderd. Hij drinkt nog wel eens, maar kan dit binnen de perken houden. Kortom: het gaat goed met Koen. We houden nog een oogje in het zeil, maar nemen steeds meer afstand. Dat is een heel goed teken.’

Koen en zijn zus Afianna


DE CIJFERS VAN 2015

WE HEBBEN 22,6 MILJOEN EURO TE BESTEDEN. ONZE INKOMSTENBRONNEN:

1 JAAR OP 2 PAGINA’S

WLZ EN JUSTITIE (5%) MAATSCHAPPELIJKE OPVANG-GELDEN (41%) WMO (54%)

WIJ BEGELEIDEN IN TOTAAL 2.509 MENSEN WE KOMEN BIJ

6%

38

MEER DAN IN 2014

32%

VAN DE CLIËNTEN IS VROUW

ONZE INTERVENTIEWERKERS HELPEN 305 JONGEREN EN (VAN JUNI T/M DECEMBER) 148 VOLWASSENEN DIE DAKLOOS ZIJN GEWORDEN

OP 1 JANUARI 2015 HEBBEN WIJ 384 MEDEWERKERS IN DIENST. RUIM 4% MINDER DAN IN 2014. 33,3% IS MAN; 66,7% IS VROUW. EEN PLUIM VOOR ONS LAGE VERZUIM VAN 3,87%! ONZE MEDEWERKERS WERKEN SAMEN 570.885 UUR.

28%

IS JONGER DAN 27 JAAR

CRISISOPVANG BURGUM VANGT 161 VOLWASSENEN EN 38 KINDEREN OP. CRISIS­ OPVANG LEEK 154 VOLWASSENEN EN 33 KINDEREN. HET AANTAL AANMELDINGEN VOOR DE CRISISOPVANGCENTRA DAALT MET 8% TEN OPZICHTE VAN 2014

WIJ HEBBEN DAGELIJKS RUIM 1.100 MENSEN IN BEGELEIDING. DE GEMIDDELDE LEEFTIJD VAN ONZE CLIËNT IS 38,4 JAAR.

1.234

HUIS­HOUDENS OVER DE VLOER

DRENTHE: 148 GRONINGEN: 265

VOOR AMBULANTE BEGELEIDING.

FRIESLAND: 621

T.O.V. 2014

JONGEREN: 200

DAT IS EEN DALING VAN 7%

132 MENSEN BRENGEN ELKE MAAND 714 BEZOEKEN AAN DE DAGOPVANG. DAT ZIJN 12% MEER BEZOEKEN PER MAAND DAN IN 2014.

1.159 MENSEN MAKEN GEBRUIK VAN EEN VAN ONZE 10 OPVANG­ VOORZIENINGEN. 243 MENSEN WONEN IN EEN VAN ONZE 8 WOONVOORZIENINGEN.

DE NACHTOPVANG VERWELKOMT 354 MENSEN. EEN STIJGING VAN 34%! ZIJ BRENGEN ER SAMEN 13.222 NACHTEN DOOR. MAAR LIEFST 62% MEER DAN IN 2014. 29% VAN DE BEZOEKERS IS TUSSEN DE 18 EN 27 JAAR.

MET ENERGIEBESPARENDE EN –OPWEKKENDE MAATREGELEN (WAARONDER 815 ZONNEPANELEN) MAKEN WE ONZE PANDEN ZO DUURZAAM MOGELIJK. SINDS 2013 HEBBEN WE MAAR LIEFST 34% MINDER STROOM EN 30% MINDER GAS GEBRUIKT. BESPARINGSKOSTEN PER JAAR: 128.000 EURO!

39


INTERVENTIEWERKERS HENK & ERIK

40 WAT ZEGGEN DE CIJFERS VAN 2015 De infographic op de vorige pagina brengt onze jaarcijfers 2015 in beeld. Wat ons opvalt? Na een lichte daling in 2014 stijgt in 2015 ons cliënt­aantal weer. In de Nachtopvang is die stijging zelfs explosief. Jolanda, Janny en Rina vertellen over de Nachtopvang in een achtergrond­verhaal op pagina’s 8, 9 en 10. Zowel in de ambulante ondersteuning als in het interventie­werk zien we meer jongeren dan ooit. Vorig jaar zagen we sinds lange tijd een daling van het aantal aanmeldingen voor onze crisis­opvang­centra in Leek en Burgum. Die daling zet zich in 2015 door, al melden zich veel meer mensen voor een crisisopvang­plek dan vijf jaar geleden.

Niet iedereen die op straat leeft, kent de weg naar onze Nacht­ opvang of naar andere passende hulp. Hulpvragers die tussen wal en schip raken, hebben we graag snel in beeld en op het spoor van de juiste hulp. Henk Beenen en Erik Christians zijn sinds 2015 als interventiewerker voor volwassenen (27+) in Leeuwarden actief. Hun begeleiding is laagdrempelig en duurt zo kort mogelijk. Hoe krijgen we iemand vooruit? Dat is de start­­vraag. Wie kan helpen? De interventiewerkers werken intensief samen met bijvoorbeeld Veiligheidshuis, GGZ, VNN en wijk­teams. Ze leiden niet alleen mensen toe, hulpinstanties kunnen ook rekenen op hun advies en ondersteuning. Contact met Erik of Henk? Erik Christians (rechts op de foto): e.christians@zienn.nl, 06 45 64 69 08; Henk Beenen: h.beenen@zienn.nl, 06 10 49 48 77.

ZIENN EN HET KOPLAND: SAMEN STERKER

VRIENDEN WORDEN?

Zienn werkt nauw samen met Het Kopland, onze evenknie in Groningen en Drenthe. Naast maat­schappelijke opvang biedt Het Kopland ook vrouwenopvang. Samen staan we sterker in een snel veranderende welzijnswereld. Het Kopland en Zienn vormen een personele unie op bestuurlijk niveau, met Alice Vellinga (zie pagina 12) als bestuurder van beide organisaties. Daarnaast werken we op inhoud samen. Bijvoorbeeld: is er geen plek in de voorzieningen van Het Kopland in Emmen, dan kijken we wat de ambulant begeleiders van Zienn voor een cliënt kunnen betekenen.

De Vrienden van Zienn maken allerlei extra’s in de opvang- en woon­voorzieningen van Zienn mogelijk. Extra’s die niet uit het budget van Zienn kunnen worden betaald. Denk aan een picknick­tafel in de tuin van een sociaal pension, zwembadkaartjes voor kinderen in de crisisopvangcentra of sportpassen voor cliënten. Extra’s die het leven van onze cliënten wat meer glans geven. Als u €15,- per jaar doneert, bent u al Vriend van Zienn. Eenmalig doneren kan ook. Wordt u onze “vriend”? U kunt zich aanmelden via www.zienn.nl/vriendenvanzienn.

RELOAD2GO HOUDT JONGERE DAK BOVEN HET HOOFD HERSTELWERK WORDT KRACHTWERK Onze begeleidingsmethodiek Herstelwerk heeft het certificaat “Goed Onderbouwd” gekregen van kennisinstituut Movisie. Ook de methodieken Houvast (in het jongerenwerk) en Kracht­werk (vrouwenopvang) zijn volgens Movisie “Goed Onder­bouwd”. Alle methodieken zijn krachtgericht. De Academische Werkplaats - eigenaar van Herstelwerk - heeft de naam Herstelwerk daarom veranderd in Krachtwerk. Ook binnen Zienn heet Herstelwerk voortaan Krachtwerk.

KRACHTGERICHT WERKEN, ZO DOEN WE DAT! Met onze begeleidingsmethodiek Krachtwerk (her)­ ontdekken mensen waar hun talenten én die van hun net­ werk liggen. We stimuleren hen die talenten in te zetten om het leven weer op de rit te krijgen. Krachtgerichtheid is ook de basis van ons werkgevers- en werknemersschap. In onze vernieuwende manier van medezeggenschap denkt, praat en besluit iedereen continu en op alle niveaus mee. Een Raad voor Medezeggenschap stimuleert dat proces. We werken resultaatverantwoordelijk, wat betekent dat mede­ werkers de ruimte krijgen om hun werk naar eigen inzicht te doen. Naar cliënten en als collega’s onderling gebruiken we de gespreksstijl Motiverende Gespreksvoering. Krachtwerk, Medezeggenschap, Resultaatverantwoordelijk Werken en Motiverende Gespreksvoering zijn de pijlers onder kracht­ gericht werken. Ons krachtgerichte werkproces hebben we in beeld gebracht in de animatie ‘Zo werkt Zienn, de pijlers van ons werk’.

NIEUWSGIERIG? SCAN DE QR-CODE!

Ruzies. Problemen. Soms loopt de spanning zo hoog op dat een jongere zijn ouderlijk huis wil of moet verlaten. Op dat moment komt Reload2GO in actie, een begeleidingstraject voor jongeren én hun ouders in de gemeente Súdwest-Fryslân. De begeleider is twee tot drie weken gemiddeld twee uur per dag in het gezin aanwezig en biedt dus intensieve onder­ steuning in korte tijd. Er wordt gewerkt aan een stabiele gezins- en thuis­situatie. Het doel is vertrek van de jongere uit het gezin te voorkomen of een goede woonoplossing elders te vinden, met steun van de ouders. Voorkomen van dakloosheid van de jongere is het uitgangspunt. Jongeren en ouders kunnen zich aanmelden voor Reload2GO bij Chris de Jong (interventiewerker Jongeren), c.dejong@zienn.nl, 06 10 46 74 28. Het begeleidingstraject Reload2GO wordt in een andere vorm ook toegepast in Crisisopvang Leek. Hier richt de begeleiding zich op een zo kort mogelijk verblijf. Met succes! Jongeren stromen sneller door naar een woning.

MEER ZIENN? Op LinkedIn, Twitter en Facebook delen we van alles: vacatures, kijkjes achter de schermen, nieuws en wetenswaardigheden. Nog meer leest u in E-Zienn, onze e-mailnieuwsbrief die regelmatig verschijnt. Op zienn.nl kunt u zich erop abonneren.

41


ZIENN OP DE KAART WE HEBBEN ONS WERKGEBIED - FRIESLAND, GRONINGEN, DRENTHE - OPGEDEELD IN 6 REGIO’S EN 4 BOVENREGIONALE CLUSTERS. DE KAART BRENGT ONZE VOORZIENINGEN EN CONTACTPERSONEN PER REGIO/CLUSTER IN BEELD.

42

REGIO FRIESLAND WEST

REGIO FRIESLAND ZUIDOOST

∆ Sociaal Pension Sneek: wonen voor 24 mensen ∆ Ambulante woon­onder­steuning in de gemeenten Súdwest-Fryslân, Littenseradiel, De Fryske Marren, Harlingen, Franekeradeel ∆ Contactpersonen: Richtsje Sietsma (hoofd) r.sietsma@zienn.nl, 06 26 52 84 25 Christa Brak (intaker) c.brak@zienn.nl, 06 26 52 67 11

∆  Sociaal Pension Drachten: wonen voor 24 mensen ∆  Ambulante woononder­steuning in de gemeenten Smallingerland, Opster­land, Heerenveen, Oost­ stellingwerf, Weststellingwerf ∆  Contactpersonen: Agatha Klijnstra (hoofd) a.klijnstra@zienn.nl, 06 17 10 18 28 Arjan Boven (intaker) a.boven@zienn.nl, 06 45 17 23 89

REGIO LEEUWARDEN/ FRIESLAND NOORD

REGIO GRONINGEN WEST/ KOP VAN DRENTHE

∆  Algemene Opvang: opvang voor 40 mensen in Leeuwarden ∆  Verlengd Verblijf Oldegalileën, 24 trainingsappartementen in Leeuwarden ∆  Ambulante woononder­steuning in de gemeenten Leeuwarden, Het Bildt, Menamera­diel, Leeuwardera­deel ∆  Contactpersonen: Imar van der Ark (hoofd) i.vanderark@zienn.nl, 06 16 64 33 25 Simone van der Molen (intaker) s.vandermolen@zienn.nl, 06 47 05 71 69

∆ Crisisopvang Leek: crisis­opvang voor volwassenen en gezinnen (60 plaatsen) ∆ Verlengd Verblijf Leek: 11 trainings­appartementen ∆ Begeleid Wonen Leek/Tolbert: (verlengde) opvang/wonen ∆ Ambulante woononder­steuning in de gemeenten Marum, Leek, Grootegast, Zuidhorn, De Marne, Winsum, Bedum, Noordenveld, Tynaarlo ∆ Contactpersonen: Lieuwe de Boer (hoofd) l.deboer@zienn.nl, 06 17 29 40 73 René Jager (intaker) r.jager@zienn.nl, 06 10 05 51 33 Dorcas Pool (intaker) d.pool@zienn.nl, 06 12 97 01 11

REGIO FRIESLAND NOORDOOST

OVER WOONONDERSTEUNING AAN HUIS Zienn biedt ambulante woononder­ steuning aan mensen met doorgaans meer­voudige problematiek: schulden, verslaving, isolement, werkloosheid, gebrekkig netwerk, slechte zelfzorg en psychische/psychiatrische problema­ tiek. De situatie is dan zo complex dat iemands welzijn in gevaar is, er misschien over­last speelt en/of huis­ uitzetting dreigt. We kunnen worden ingeschakeld door wijk-/gebieds-/ dorpen­teams in de gemeente. Ook andere hulpverleners, familie of de cliënt zelf kan ons benaderen.

ZIENN ALGEMEEN ∆  Zienn Aanmeldpunt t 0900 - 118 88 81 e aanmeldpunt@zienn.nl. ∆  Zienn website: www.zienn.nl. Klik op de knop ‘Professionals’ en stel uw vraag via het webformulier. ∆  Zoektool per gemeente: www.zienn.nl. Klik op de knop ‘Professionals’ en ga naar ‘Regio’s en verwijzen’. De zoek­tool brengt per gemeente de voorzieningen en contact­­personen in beeld. U vindt er ook ons diensten­­ boek dat per voor­ziening de doel­ groep, financiering, toegangs­criteria enzovoort beschrijft.

∆  Zienn Interventiewerk (Friesland): Voor jongeren: Donja Bruning d.bruning@zienn.nl, 06 26 97 40 30 Chris de Jong c.dejong@zienn.nl, 06 10 46 74 28 Aline Tigchelaar a.tigchelaar@zienn.nl, 06 26 97 40 33 Voor volwassenen: Henk Beenen h.beenen@zienn.nl, 06 10 49 48 77 Erik Christians e.christians@zienn.nl, 06 45 64 69 08

∆ Crisisopvang Burgum: crisis­opvang voor volwassen en gezinnen, 35 plaatsen ∆ Verlengd Verblijf Burgum: 6 trainings­ appartementen (18 plaatsen) ∆ Ambulante woononder­steuning in de gemeenten Ferwerderadiel, Dongera­ deel, Dantumadiel, Kollumer­land, Achtkarspelen, Tytsjerkstera­diel ∆ Contactpersonen: Sjoerd Woudstra (hoofd) s.woudstra@zienn.nl, 06 47 05 71 66 Arjan Boven (intaker) a.boven@zienn.nl, 06 45 17 23 89

REGIO GRONINGEN OOST/ DRENTHE ZUID ∆  Sociaal Pension Hoogezand: wonen voor 24 mensen ∆  Ambulante woononder­steuning vanuit Hoogezand en Emmen in de gemeenten Groningen (stad), Eems­ mond, Loppersum, Appingedam, Delfzijl, Ten Boer, Slochteren, Old­ambt, Menter­wolde, Haren, Hoogezand-Sappe­meer, Veendam, Pekela, Bellingwedde, Stads­kanaal, Vlag­twedde, Assen, AA en Hunze, Midden-Drenthe, Westerveld, Meppel, De Wolden, Hoogeveen, Coevorden, Emmen, Borger-Odoorn ∆  Contactpersonen: Martijn Draaisma (hoofd) m.draaisma@zienn.nl, 06 26 52 84 08 Albert Westerhof (intaker) a.westerhof@zienn.nl, 06 17 29 40 97

CLUSTER DAGOPVANG/ NACHTOPVANG/SOCIALE ACTIVERING LEEUWARDEN ∆  Dagopvang: opvang op werkdagen tussen 10.00 - 16.00 uur, 40 plaatsen ∆  Nachtopvang: opvang gedurende de nacht, vanaf 17.00 uur, 50 plaatsen ∆  Sociale Activering: activering/ dagbesteding voor cliënten in de voorzieningen op werkdagen ∆  Skrep: activering voor dak-/thuisloze mensen met grote afstand tot arbeidsmarkt op werkdagen ∆  Contactpersonen: David Itaar (hoofd) d.itaar@zienn.nl, 06 45 60 01 41 Alie Steensma (intaker) a.steensma@zienn.nl, 06 33 74 75 74

CLUSTER SOCIALE PENSIONS LEEUWARDEN ∆  Sociaal Pension Hoekstersingel, wonen voor 24 mensen ∆  Sociaal Pension Bonifatiusplein, wonen voor 24 mensen ∆  Contactpersonen: Peter Damsma (hoofd) p.damsma@zienn.nl, 06 10 29 19 60 Christa Brak (intaker) c.brak@zienn.nl, 06 26 52 67 11

CLUSTER JONGEREN LEEUWARDEN ∆  Huis voor Jongeren ∆  Kamers met Kansen ∆  Contactpersonen: Marieke de Ruiter (hoofd) m.deruiter@zienn.nl, 06 45 17 23 53 Henk Warrink (intaker) h.warrink@zienn.nl, 06 26 97 40 23

ZORGOPVANG DE MARENE LEEUWARDEN ∆  Wonen met verzorging en verpleging voor 50 mensen ∆  Contactpersonen: Cor Schaafsma (hoofd) c.schaafsma@zienn.nl, 06 26 97 40 12 Christa Brak (intaker) c.brak@zienn.nl, 06 26 52 67 11

43


Zienn Oostergoweg 1-d, 8911 MA Leeuwarden Postbus 2579, 8901 AB Leeuwarden Telefoon 088 - 066 30 00 E-mail info@zienn.nl www.zienn.nl Centraal aanmeldnummer: 0900 - 118 88 81 aanmeldpunt@zienn.nl

Omzienn | verhalen van Zienn (nr. 2, juni 2016)  

Een magazine met cijfers, weetjes en vooral verhálen. Van cliënten, medewerkers en ketenpartners.