Issuu on Google+

Evaluatie Prateur 2011


Voorwoord

Prateur 2011

In de zomer van 2010 schreef De Plaats in het kader van de nieuwe regeling “Het beste van twee werelden” van het Fonds voor Cultuurparticipatie haar plan Prateur 2011 t/m 2013. De Plaats werkt in Prateur aan nieuwe mogelijkheden voor professionals en amateurs in de kunsten om samen te werken en van elkaar te leren. Prateur 2011 is de eerste editie van een serie van drie. Later volgen nog Prateur 2012 en Prateur 2013. De volledige serie Prateur wordt in opdracht van De Plaats gemonitord door buro zi. Doel van deze monitoring is om stukje bij beetje en op een levendige wijze inzicht te krijgen in de leerresultaten van de deelnemende profs en amateurs. Daarnaast zal De Plaats in het kader van “Het beste van twee werelden” werken aan een dicht op de praktijk geschreven beschrijving van haar methodes van werken in Prateur. Bijzonder in Prateur 2011 is dat de cast bestaat uit uitvoerend kunstenaars uit alle delen van de wereld. Slagwerkers van Afrikaanse afkomst. Snaarinstrument bespelers uit de Arabische en (Noord) Afrikaanse traditie. Dansers en danseressen uit Oostelijke culturen: Turkije en India. Gospelzangers met roots in Suriname, de Antillen en de Molukken. Een Gamelan orkest met Indonesische achtergrond. Zij hebben samen gerepeteerd en elkaar geïnspireerd. Een impressie van hun leerervaring vindt u in dit verslag. Albert Hoex Artistiek leider De Plaats januari 2012

-3-


Leren van Prateur 2011 De combinatie van een verrassend voorstellingsconcept en artistieke begeleiding vanuit alle disciplines met oog voor de sociale component maakte het voor alle deelnemende uitvoerend kunstenaars (professionals en amateurs) mogelijk om in korte tijd veel te leren en uit te voeren. Het scheppingsverhaal fungeerde voor de meesten als vertrekpunt of aanleiding van de voorstelling, niet als script. Maar omdat het verhaal voor alle spelers nieuw was, hadden zij wel meteen een gezamenlijk richtpunt. Amateurs hebben voor een nieuwe voorstelling meer tijd nodig dan professionals. Zij moeten vaker repeteren. Samenwerken met onbekenden maakt het extra spannend. Om samen goed te kunnen spelen moet er dan ook tussen de repetities tijd worden besteed aan de sociale processen. Dat is bij Prateur 2011 goed gelukt. De spelers kregen de gelegenheid onderling vertrouwen op te bouwen. Daarna schept het samen werken aan een voorstelling een band. Om te kunnen omgaan met de (grote) verschillen in niveau en ervaring maakten de begeleiders compositie en choreografie op maat van de individuele spelers. Daardoor werden de beginners bij repetities en uitvoering “meegenomen� door gevorderde spelers en de professionals. Dat maakte Prateur extra leerzaam voor iedereen. De interactie tussen verschillende groepen hielp om de amateurs uit hun vaste spelpatroon te krijgen. De spelers hebben dat ervaren als een verrijking.

-4-


-5-

Prateur 2011


ervaren als verrijking De locatie was voor iedereen een belangrijk onderdeel van de voorstelling. De combinatie van verhaal, muziek, theater, kleding en ongebruikelijke speellocaties (kerk, straat, onder een brug) heeft veel indruk gemaakt. Ook de gevorderde spelers hebben door Prateur hun repertoire kunnen verbreden en gaan de nieuw verworven ervaring in eigen voorstellingen direct weer toepassen. Prateur 2011 had een relatief korte productietijd. Dat zette de nodige druk op de spelers en hun begeleiders. De productie van de verschillende onderdelen kon niet altijd parallel plaatsvinden. Bij sommige scènes moest de choreografie wachten tot de muziek was gecomponeerd en het podium was gebouwd, of moest het lichtontwerp wachten op het scenario. Het was voor iedereen hard werken. Sommige scènes waren nog niet helemaal af voor de première. Maar het leerproces ging tussen de voorstellingen gewoon door. Zo werden de voorstellingen tijdens het spelen steeds beter. Het spelen van een groot aantal voorstellingen, snel achter elkaar, was zwaar. Vooral de dansers moesten nog leren hun energie te doseren. Niet iedereen kon ook elke dag optreden. Spelen in wisselende samenstelling was niet altijd even gemakkelijk. Maar iedereen was er op de afgesproken momenten. En verlangde aan het eind naar meer. Uiteindelijk was het spelen van zo veel voorstellingen achter elkaar voor nagenoeg iedereen een nieuwe ervaring. Met een verrijking en verdieping van vakkennis en podiumervaring als resultaat.

-6-


-7-

Prateur 2011


Hoe de tijd in beweging kwam Locatie Walburgiskerk Tekst Albert Hoex en Albert van der Weide Toneelbeeld Arno Arts en Albert van der Weide Compositie Armeno Alberts Choreografie Noura Rezgui

Dansers Indiaas dansgezelschap Madhoerie o.l.v. Aartie Jagmohan: Evita Issa, Amberien Pierkhan, Ritoe Basropansingh, Karien van Jaarsveld, Janneke Dickhout, Amelia van den Bergh, Leonie Schakelaar, Marjol Rooze, Mayke Gielens, Surayda Mahboeb Turkse dansschool EL ELE o.l.v. Nermin Cingöz: Volkan Kardesseven, Ulas Ipekci, Haci Ali Ipekci, Safak Kardesseven, Tolga Dayi, Yasin Usta, Can Bicer, Ozcan Koylu, Deniz Bingol, Tanua Ozmay Instrumentalisten Gamelan ensemble Gending Utrecht: Armeno Alberts, Robbert van Hulzen, Oscar Alblas Gamelan ensemble Koesoema Boedaya Arnhem – Bronbeek: Maarten van den Berg, Ruud Willems, Jos Janssen, Margreet te Hietbrink, Sari Kurniati, Francis de Bruijn, Marianne Spaans, Djumilah Somopawiro, Sonja Dietz, Netty Astuti Wirawati, Lilis R. Hassan, Corrie König

-8-


-9-

Prateur 2011


Armeno Alberts (componist, gamelan speler): “spiraal van enthousiasme” “Albert Hoex zocht informatie over gamelan en werd naar mijn ensemble verwezen. Ik mocht de muziek componeren en ben met Albert gaan kijken bij een repetitie van de gamelan van Bronbeek. Voor amateurs met beperkte spelvaardigheid moet de muziek simpel zijn. Je moet iets maken waar ze plezier aan kunnen beleven. Maar zij moeten het ook goed kunnen spelen, zodat de voorstelling wel professioneel overkomt. Anders krijg je geklungel en denken de toeschouwers meteen ´het zijn wel amateurs´. Dat wilde ik vermijden. Als iemand iets niet kon, verzon ik voor die persoon een oplossing. En zo heb ik tijdens de repetities de muziek op maat gemaakt. De mensen zijn ver boven hun niveau uitgestegen. Het was een spiraal van enthousiasme. Iedere keer als wij repeteerden ging het weer beter. Dan zag je de mensen groeien. Je moet in zo´n bestaand gezelschap wel geaccepteerd worden. Dat was even aftasten. Het is wel fijn om er een paar professionals bij te hebben. Zij kunnen de rest meetrekken. Dat brengt de voorstelling naar een hoger plan. En met profs erbij kun je compositorisch een differentiatie aanbrengen. Virtuoze dingen componeren voor mensen die dat kunnen uitvoeren. De muziek moest ook dansbaar zijn. Maar de dansers konden pas repeteren als de muziek af was. Dat was pas een week voor de generale repetitie. Ik had het met een professionele club sneller voor elkaar gekregen. Maar het had niet veel beter geklonken. Ik ben echt super tevreden over het resultaat.”

- 10 -


Sonja Dietz (gamelan speelster): “je wordt meegenomen” “Het gamelanorkest van Bronbeek bestaat uit zestien mensen. Sommigen spelen al heel lang, maar ik was net begonnen. Ik zing in twee koren en ik heb pianoles gehad. Dan lijkt gamelan makkelijk, maar je moet goed opletten omdat snelheid en ritme steeds veranderen. Dat staat niet in de muziek, het wordt aangegeven door de centrale speler. Armeno´s compositie begon langzaam, met veel pauzes. Daarna werd het tempo sneller. Hij gaf goed aan waar wij op moesten letten. En als hij bij de repetitie merkte dat het voor iemand te ingewikkeld was paste hij het aan. Ik kreeg een instrument thuis, om vaker te kunnen oefenen. Anders had ik mij heel onzeker gevoeld tussen de andere spelers. Ik heb zo´n plezier gehad in het meedoen. Ook de kleding was geweldig. Ik vond het allemaal heel goed verzorgd. Het was heel inspirerend. Je kon je echt optrekken aan de professionals. Die tillen je boven je eigen niveau uit. Je wordt als het ware meegenomen. Door mee te spelen met mensen die het beter kunnen word je zelf ook beter. Het heeft mij geen moment verveeld dat we iedere keer hetzelfde speelden. Het was heerlijk. Ik heb veel meer zelfvertrouwen gekregen. Samen repeteren en spelen verbindt mensen. In de pauzes leer je elkaar ook persoonlijk beter kennen. Ik liep een keer de kerk uit toen er net twee mannen binnenkwamen van een andere muziekgroep. Die zeiden ´Dag Gamelanmeisje´. Je hebt elkaar maar even gezien en dan krijg je zo´n begroeting. Dat vond ik zo leuk, dat je zo een verbinding legt tussen mensen.”

- 11 -

Prateur 2011


Nermin Cingoz (dansschool El Ele): “laten zien dat het niet zo moeilijk is om iets heel anders te doen” “Ik was heel blij dat de jongens het wilden doen. Zij moeten af en toe dit soort kansen krijgen, om iets anders te leren kennen. Choreografe Noura Rezgui kwam het voordoen tijdens een les. Ze keken hun ogen uit. Ook de muziek was nieuw voor ze. Maar er zitten ook stukjes in de voorstelling die de jongens in hun eigen dans al kennen. Dat was ook Noura´s bedoeling, zij wilde er stukjes van beide dansgroepen in hebben. Ik vond het geweldig om te doen. Je ontmoet nieuwe mensen, er komt een heel ander sfeer. En de ambiance van de voorstellingen was heel mooi. De eerste avond zijn de ouders komen kijken. Die vonden het geweldig.  Het optreden was wel lastig combineren met school. In het begin zeiden ze ´het is wel veel, juf´. Maar na de eerste voorstelling heb ik ze nergens meer over gehoord. Prateur heeft ons laten zien dat het niet zo moeilijk is om iets heel anders te doen. De jongens zijn heel trots, ze kunnen altijd blijven vertellen wat ze hebben gedaan. Ook als ze in de les komen bij de jongens die niet hebben meegedaan.”

- 12 -


Volkan Kardesseven (danser): “teambuilding”

“Wij dansten met zeven jongens van dansgroep El Elle. De oudste is 25, de jongste 20. De meesten zitten nog op school. Ik volg een opleiding op de HAN. Bij El Elle dansen wij klassieke Turkse dansen uit verschillende regio´s. Vooral stoere mannendans. Nu moesten we een combinatie 0maken van Indiaanse dans, Turkse dans en moderne dans. Op muziek die we niet kenden. Ik had nog nooit van gamelan gehoord. Maar wij hebben het vaak geoefend, ook om de gamelan muziek te leren herkennen. Het bleek perfect te passen. Ik vond vooral de combinatie erg interessant. Hoe het allemaal samenviel, de muziek, de verschillende dansstijlen, de kleding, dat dat in het plaatje zo perfect samen viel. Erg mooi. Ik heb nu zes jaar les en treed al vijf jaar op, maar ik had nog nooit meer dan een keer op een avond opgetreden. En de volgende dag moest ik weer gewoon naar school. Het was zwaar. Maar ik heb echt genoten, elke dag weer. Je danst met mensen die je niet kent. We moesten ook aan teambuilding doen. Dat was toch een spirit die je creëerde. En ik heb geleerd dat andere dansen ook erg leuk kunnen zijn.”

- 13 -

Prateur 2011


De schepping van man en vrouw en hoe het genot in de wereld kwam Locatie Stadhuis Tekst Albert Hoex Regie Bert Geurkink Compositie Marielle Woltring Acteurs Nienke de la Rive Box, Nick Livramento Silva

Koren Gospelkoor Praise & Worship Team IMO: Idhayly Beliot, Remi Berkel, Takira Charls, Chenevienne Provance, Suliviene Molina, Chernelou de Paula, Jacqueline de Paula, Sidney de Paula, Reugene Provanc, Shanine Tiel Moluks Gospelkoor Voices of Imahai: Marna Nahuway, Pasqual Nanuru, Hennie Pattiapon, Ghislaine Pattikawa Instrumentalisten Harold Coffie, Edsel Lucas, Lauwrence Roberts, Jeroen Vink

- 14 -


- 15 -

Prateur 2011


Marielle Woltring (muziek): “patronen doorbreken” “Albert Hoex wilde er gospelkoren bij hebben, die open stonden voor iets nieuws. Gezien de korte tijd moesten wij aan het werk gaan met iets wat de zangers al min of meer kenden. Daarmee ben ik gaan arrangeren. De koorleden hadden wel veel opgetreden, maar lang niet iedereen had zangles gehad. Als je tien man een microfoon in de handen geeft, wordt het er niet mooier van. Dus moesten zij leren om zonder microfoon de overkant van de zaal te bereiken. Wie het beste zong kreeg de grootste rol. Het acteren ging ze goed af. Zij hadden een natuurlijke flow. Een losheid die zich makkelijk liet regisseren. Op de eerste dag was iedereen wat onwennig en verlegen. Maar zij kregen er lol in. En het leuke was dat dat ook steeds meer herhaalbaar was. Want amateurs kunnen per ongeluk wel een keer iets heel moois doen, maar dat wil niet zeggen dat zij dat twee weken lang zes keer op een avond kunnen herhalen. Albert Hoex wil in Prateur met meer groepen per voorstelling werken. Op die manier worden zij geconfronteerd met elkaar, om patronen te doorbreken. En dat heb je nodig, omdat je amateurs niet op hun professionaliteit kunt aanspreken. Je moet veel uitleggen zonder theatertermen te gebruiken. En opletten dat iedereen de afspraken nakomt. Maar deze mensen werken overdag en zondag zitten ze in de kerk. Er bleef erg weinig tijd over. Normaal laat je het met première los. Maar nu zijn wij ook tussen de voorstellingen door blijven werken. En daardoor is de scène steeds beter geworden.”

- 16 -


Jacqueline de Paula (gospelkoor): “je leert hoe het anders kan” “Onze gospelgroep is geboren in het hartje van de kerk. Wij oefenen twee keer per week. Een keer per week treden wij op. Wij hebben heel veel in het buitenland opgetreden. Maar alleen met gospel. Albert Hoex kwam samen met Marielle Woltring tijdens een repetitie bij ons kijken. Om te horen hoe wij zongen. Wij waren natuurlijk nieuwsgierig. Dit was de eerste keer dat wij echt iets anders gingen doen. Ook met andere mensen. De samenwerking vonden wij fantastisch. Naast je eigen groepje ken je eerst niemand. Dat was spannend en leuk en leerzaam. Wij zijn langzaam maar zeker familie van elkaar geworden. En dan ga je elkaar na de voorstelling missen. De mensen om je heen, de gezelligheid, samen praten, muziek maken en zingen. En het publiek was elke keer anders De kleding vond ik heel leuk. Het was niet moeilijk om iets sjieks van thuis mee te nemen. In onze cultuur ga je echt deftig gekleed als je naar een bruiloft gaat. Dit was net zo. Het paste precies in ons straatje. Wij zongen zonder versterkers, dat waren wij niet gewend. Sommigen hadden daar moeite mee. In de grote zaal kon je elkaar nauwelijks horen. Dan moet je op je intuïtie vertrouwen. Goed naar de piano en je eigen stem luisteren. Je leert weer te waarderen wat je aan het doen bent. Je leert hoe het anders kan. Ik vond Prateur lijken op een musical. Daar wilde ik altijd al meer van weten. En nu hadden wij een regisseur die dat uitlegde. Dat gaan wij in onze volgende voorstelling overnemen.”

- 17 -

Prateur 2011


Waarom de aarde van tijd tot tijd met man en muis moet vergaan Locatie Waalse Kerk

Theaterzanggroep Schudden voor Gebruik: John Beyer, Sjors te Braak, Lisa Tekst Groener, Christa Helder, Albert Hoex Judith Klaasse, Nicoline Knaven, Anneloes Olieman, Ben Schulte, Regie , video Mark Vermeeren, Theo Yedema, Hanneke de Jong & Jonas de Witte Luc Zwaanenburg Compositie Andries van Rossem

Instrumentalisten Lamien Kuyateh, Carel van Rijn, Jasser Ghiri, Mohadin Molly

- 18 -


- 19 -

Prateur 2011


Hanneke de Jong (regie): “leerzaam om met een half idee aan de slag te gaan” “Wij begonnen met een kader en een aantal ingrediënten. Een verhaal over de zondvloed, de Waalse kerk als locatie, verschillende instrumentalisten en een koor. Het scheppingsverhaal was voor iedereen nieuw om te spelen. Het was een basis, maar wij konden er nog van alles van maken. Wij zijn eerst bij een repetitie van het koor gaan kijken. Daarna bij de muzikanten. Het was wel moeilijk om ze bij elkaar te krijgen. Na een repetitie hebben muzikanten de neiging om niet op te letten bij de theaterbespreking, en andersom. Maar nu moesten zij echt samen de voorstelling maken. Zij moeten op elkaar reageren. Het was een heel andere manier van spelen dan zij gewend waren. Dat was in het begin wel lastig. Maar af en toe was Albert Hoex er ook bij en als hij dan iets zei dan pakten zij dat goed op. De musici en acteurs waren zelfstandig, maar ook flexibel. Zij konden veel aan, ook om bij de laatste doorloop nog iets om te gooien. Dat deden zij heel professioneel. Zo hebben zij samen een nieuwe manier van spelen geleerd. Als regisseur moet je van te voren weten wat je wilt, zeker als er maar zo weinig tijd is. Dat was nog lastig met het beeld. Video is een traag medium. Als iets niet werkt zie je dat pas als het beeld, de spelers en de muzikanten samen komen. En dan kun je de video niet in een uur veranderen. Dat kost meer dan een dag. Het was rennen tegen de deadline aan. Ik heb geleerd wat snel kan als het moet. Het is toch wel te gek dat je in zo´n korte tijd een voorstelling kunt maken. Het was ook leerzaam om met een half idee aan de slag te gaan. Gewoon beginnen. Uiteindelijk vielen alle onderdelen in elkaar.”

- 20 -


Anneloes Olieman (Schudden voor gebruik): “verrassende combinatie” “Normaal zingen wij een heel ander repertoire. Veel minder theatraal. Maar wij zijn gewend om regie-aanwijzingen op te volgen. Direct inleven en uitvoeren. Het was wel even zoeken. Wij zingen normaal zonder instrumentalisten. En de muzikanten waren niet gewend om op te treden met acteurs. Zij moesten goed kijken wat wij deden. Wij maken onderling ook veel grapjes. Af en toe dacht ik ´oh jee, kunnen de muzikanten daar wel tegen?´ Maar zij kwamen ook steeds meer los. Hoe het in elkaar is gezet, die combinatie was heel verrassend. Onze begeleiders wisten wat zij wilden en zeiden ´neem dit en dat aan kleren mee´. Dat zouden wij zelf nooit zo bedacht hebben. Het was geweldig. En het Gregoriaans was nieuw voor ons. Daar genoot ik heel erg van. Wij moesten heel flexibel zijn omdat wij niet elke avond met dezelfde mensen konden zingen. Zes keer op een avond spelen was heel intensief, maar het was voorbij voor je het wist. De scènes komen heel snel achter elkaar. Je houdt de spanning vast, ook na de voorstelling. En het publiek was zo leuk. Je kon aan de reacties merken dat ze verrast waren. Na het klappen zeiden ze ´dank je wel´. Daar doe je het voor. Het was bijzonder om dit met elkaar te doen. Het was een hele verrijking. Ik heb het gevoel dat wij elkaar beter hebben leren kennen. Wij gaan deze theaterervaring, de manier van spelen, kleding en licht meteen gebruiken bij onze volgende voorstellingen.”

- 21 -

Prateur 2011


Waarom de goden behalve de rede ook de roes uitvonden Locatie steegjes rond de Korenmarkt Compositie Tim Hammer Choreografie Lorenzo Borella (Fysiek theatergroep GIF-T) Repetitor Lex te Dorsthorst (Fysiek theatergroep GIF-T)

Dansers ROC Aventus Zutphen: Lisette Kerkdijk, Tess Muller, Tunckan Atay, Gioella Cellie, Karen Mulder, Daniella Pinto, Kim Hilderink, Chayenne Brouwer, Ashley Roessink, Fayette Harbers, Anna-Sophie Postmaa New Arts Arnhem: Samantha Modesta Frans, Rachel Dutrieux, Aristos Iastrou, Jearney Cornelis, Tanja Slits, Eline Boerboom

- 22 -


- 23 -

Prateur 2011


Lorenzo Borella (choreograaf): “eerst een groep creëren” “Met amateurs heb je een bepaalde aanpak nodig. De kwaliteit van de dans blijft lager dan een professional kan leveren. En de snelheid van werken is anders. Maar je krijgt ook dingen die je met professionals niet kunt bereiken. Het nieuwe van het materiaal creëert een soort spanning. Het is mijn taak om dat in de uitvoering op één niveau te brengen. Ik heb mensen geselecteerd die wat meer kunnen dan anderen. Als je op straat speelt moet je kunnen omgaan met reacties van omstaanders. Dat kan niet iedereen. In een technische les heb ik gekeken hoe zij konden dansen. Op basis daarvan hebben wij het stuk gemaakt. Bij amateurs moet je eerst zorgen dat zij zich veilig voelen. Er moet vertrouwen komen. Daar moet je tijd aan besteden. Zorgen voor een goede sfeer, en de drive om samen een stuk te maken. Ik leer ze het materiaal totdat zij zich daarin veilig voelen. Daarna vraag ik ze er een eigen versie van te maken en die aan elkaar te leren. Zo krijg je een groep die staat achter het concept. En dan zie je dat ze gretig worden. Het is ook een educatief project geweest. Leren dat je op tijd moet komen, dat je voorbereid moet zijn. Leren focussen en energie verdelen. Zij gingen voor het eerst zes keer op een avond dansen. Als je dan al je energie in de eerste scène gooit, ben je bij de laatste scène dood. Dat moet je dus ook uitleggen. Maar dan willen zij meer, zij willen vaker zo´n productie maken. Je ziet dat zij meer doorzettingsvermogen hebben gekregen. En elkaar stimuleren om door te gaan.”

- 24 -


Tunçkan Atay (danser): “leren samenwerken” “Ik volg de vierjarige ROC dansopleiding Als je door wilt naar het HBO kun je het in drie jaar doen. Daarvoor moet ik in 2012 auditie doen. Lorenzo Borella geeft bij ons improvisatieles. Hij vertelde wat hij van plan was met Prateur. Wij konden ons er niet echt iets bij inbeelden. Maar ik vind het altijd leuk om met Lorenzo te werken. Hij heeft iedereen een frase geleerd om te oefenen. Daarna moesten wij elkaar in groepjes die frase leren. Zo had iedereen een eigen inbreng. Daarna heeft Lorenzo ons de posities uitgelegd en nette overgangen gemaakt. Uitgelegd wie wanneer moest invallen. En hoe de route was. Je moest gebruik maken van de omgeving. Tonnen die er staan, muurtjes. Bij een normaal podium is dat niet. Buiten kan het warm zijn, maar ook glad van de regen. En het publiek blijft niet zitten, dat loopt achter je aan. Wij mochten het publiek een beetje intimideren. Mensen aankijken, licht aanraken, een beetje bang maken, … Geweldig. Het was wel een uitdaging om in een keer met een andere groep samen te werken. Met vaste mensen weet je wat de ander kan. Nu kwam er ook een andere groep bij. Maar als danser moet je dat durven. Als je een baan krijgt ga je ook werken met mensen die je nog niet kent. Het was spannend om elke avond zes keer op te treden. Ik woon in Enschede, dus ik moest ´s avonds ook weer twee uur terugreizen. Voor mij was vooral de energieverdeling belangrijk. Dat ik goed presteer, maar alles een beetje gemiddeld houd. Dus niet een keer goed en een keer slecht. En leren samenwerken met andere mensen. Het was zwaar, maar wel een hele leuke ervaring. Ik zou het zo weer doen.”

- 25 -

Prateur 2011


Hoe het vuur uit de hemel is gestolen Locatie onder de John Frost brug Tekst en regie Albert Hoex Acteurs Jacques Riebeek, Raoul Copier, Nina van der Woude

Instrumentalisten Afrikaans slagwerkensemble o.l.v. Claude Mukwaba: Bimba Toure, Giovanni Majemba, Sedric, Mardoni Bombang Vuurkunstenaar Arnout Schouten

- 26 -


- 27 -

Prateur 2011


Claude Mukwaba (muzikant): “een bijzondere plek kiezen” “Ik ben geboren in Congo. Vanaf het moment dat ik oud genoeg was om de ngoma te bespelen, werd ik opgenomen in de band van de kerk. Daar leerde ik de kerkliederen swingend te begeleiden op de ngoma en de djembe. In Nederland geef ik Afrikaanse dans- en djembe workshops. En ik treed op met mijn band. Als er weinig geld is bij een opdracht vraag ik amateurs om mee te doen. Zo´n theaterverhaal was voor deze muzikanten nieuw. Ik moest uitleggen hoe zoiets gaat. Waar ze op moeten letten. Welke timing. Dat hebben wij gerepeteerd. Zo hebben zij iets nieuws geleerd. En ik heb geleerd dat je ver moet denken. Niet te dicht bij jezelf blijven. En dat neem ik mee in mijn werk. Het was heel bijzonder om zoiets te doen. Het vuur, de acteurs die met de trap naar boven komen. De combinatie was perfect. Maar het was vooral de plek. Onder een brug, dat was fantastisch. De locatie heeft mij geleerd dat je niet alleen maar hoeft te denken in grote zalen om iets te presenteren. Je kunt ook een bijzondere plek buiten kiezen.”

- 28 -


Giovanni Majemba (muzikant): “jammer dat het weer afgelopen is” “Claude Mukwaba vroeg mij om mee te doen aan Prateur. Ik had nog niet eerder met acteurs opgetreden. Het was echt leuk. Je kreeg contact met die mensen. Je leert hoe zij werken. Het was heel leerzaam om mee te maken hoe een voorstelling tot stand komt. Hoe je samenwerkt. En ik heb nieuwe ritmes geleerd. Claude deed het voor en dan probeerden wij het na te doen. Eerst vond ik het wel moeilijk om elke avond zes keer te spelen. Maar je raakt er snel aan gewend. In de pauzes hadden we steeds overleg over wat er volgende keer beter kon. Ik kwam iedere avond laat thuis en moest de volgende dag weer naar school. Maar het was leuk omdat je het samen kon doen. Ook buiten de voorstellingen. De spullen konden niet onder de brug blijven liggen, dus moesten wij elke dag samen de set weer opbouwen. Zo raak je verbonden met elkaar, je gaat met elkaar praten, elke dag weer. Ik vind het jammer dat het weer afgelopen is.  Eerst weet je niet wat je te wachten staat en na afloop mis je het.”

- 29 -

Prateur 2011


Colofon Prateur 2011 Concept en productie Theater de Plaats Monitor zi Foto´s Karlijne Pietersma Theater de plaats

De Plaats maakt op verschillende manieren muziektheatervoorstellingen op locatie. Voorstellingen met professionele uitvoerenden, voorstellingen waarbij op bijzondere manieren samengewerkt wordt met professionele en amateurkunstenaars en community art projecten. De Plaats maakt voorstellingen/projecten in opdracht en eigen voorstellingen. Voor meer informatie: www.theaterdeplaats.nl / info@theaterdeplaats.nl / 026 445 46 67

- 30 -



Prateur 2011