Issuu on Google+

High-Tech Automotive Algemene Inleiding en samenvatting

Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken, dg O&I, Projectdirectie Innovatieprogramma’s

Colofon

Dit rapport is opgesteld door drs. J.J. (Jos) Winnink

Datum

23 oktober 2006

Kenmerk

KOB/2006/am_inleiding

Status

Definitief


Cluster Kennisontwikkeling en Beleidsinteractie (KOB) KOB analyseert octrooi-informatie ter ondersteuning van beleidsontwikkeling op het gebied van innovatie en industrieel eigendom. Door de combinatie van databases met bibliografische gegevens van octrooien, octrooiregisters en bronnen met andere (economische) gegevens is het mogelijk om analyses te maken die beleidsrelevante informatie verschaffen. Vragen die KOB ondermeer kan beantwoorden, zijn: Ø Ø Ø Ø Ø Ø Ø Ø

2

Wie is binnen een bepaald technologiegebied actief en met welke technologie in het bijzonder? Welke bedrijven zijn (in potentie) concurrenten? En welke zijn (in potentie) partners? Wat is de positie van de BV Nederland ten opzichte van de belangrijkste concurrenten op de wereldmarkt? Welke zijn de belangrijkste Nederlandse spelers in een technologiegebied? Welke geografische concentraties (valleys) zijn er te identificeren en wie maken er deel van uit? Wat zijn opkomende technologiegebieden? Wat is de octrooistructuur van een land? Op welk gebied worden naar verhouding veel octrooien aangevraagd en op welk gebied minder? Hoe verhoudt deze situatie zich met die in de EU en die in Nederland?


Samenvatting In 2005 werden ruim 66 miljoen motorvoertuigen (auto’s, vrachtauto’s en bussen) geproduceerd in de wereld. De automotive-industrie is een omvangrijke bedrijfstak, die naast de productie van voertuigen ook veel toeleverende bedrijven kent. Voor Nederland met een bescheiden productie capaciteit is vooral de toeleverantie voor de automotive-industrie van betekenis. Het rapport “The U.S. Competetive Position in Advanced Automotive Technologies” uit januari 2003 van het Amerikaanse Office of Technology Policy geeft inzicht in de ontwikkeling van octrooien op een elftal technologiegebieden. Deze technologiegebieden zijn door de Amerikaanse automotive-industrie geïndentificeerd als de gebieden waarin de komende jaren vooral in zal (moeten) worden geïnvesteerd. Deze gebieden zijn daardoor de gebieden waarin in het bijzonder onderzoek en ontwikkeling en dus ook innovatie zal plaatsvinden. Binnen de groep van elf technologiegebieden zijn ook nog een drietal deelgebieden (Libatterijen, hoge temperatuur membraan brandstofcellen en koolstofcomposietmaterialen) nader bekeken. De onderzoeken geven een beeld van de octrooiposities van de verschillende landen in de tijd, de belangrijkste actieve octrooiaanvragers en samenwerkingsverbanden. De positie van Nederlandse bedrijven en instellingen wordt apart belicht. Nederland blijkt, niet geheel tegen de verwachtingen in, geen vooraanstaande positie in te nemen. Vooral de Verenigde Staten, Japan en de Bondsrepubliek Duitsland spelen een vooraanstaande rol. In sommige gebieden komt ook Zuid-Korea naar voren. Verwonderlijk is dit niet gegeven de omvangrijke automobielindustrie in die landen. Op het gebied van vermogenselektronica is Philips een belangrijke speler, maar binnen Nederland de enige octrooiaanvrager van betekenis. Nederland komt daardoor op dit gebied niet als één van de belangrijkste landen naar voren. De technologiegebieden en de drie deelgebieden worden elk in een apart deelrapport beschreven, zodat het totale rapport inclusief deze inleiding vijftien rapporten omvat.

3


4


Inhoudsopgave Samenvatting....................................................................................................................................3 Inleiding.............................................................................................................................................7 1 Automotive industrie.............................................................................................................8 Producenten van personen-, vrachtauto’s en bussen in 2005 ..........................................................9 De 20 grootste producenten............................................................................................................10 2 Deelgebieden van high-tech automotive industrie ..........................................................11 Brandstofcellen................................................................................................................................11 Hoge temperatuur membraan brandstofcellen................................................................................11 Opslag van Waterstof......................................................................................................................11 Geavanceerde Accu’s .....................................................................................................................11 Lithium accu’s..................................................................................................................................11 Hybride elektrische voertuigen (HEV) .............................................................................................12 Lichtgewicht materialen...................................................................................................................12 Koolstof composieten ......................................................................................................................12 Ultra condensatoren ........................................................................................................................12 Vermogenselektronica.....................................................................................................................12 Directe brandstofinjectie..................................................................................................................12 Emissiebeheersing ..........................................................................................................................12 Nieuwe technologieën voor verbrandingsmotoren ..........................................................................13 Waterstofverbrandingsmotoren .......................................................................................................13 3 Octrooiaanvragen................................................................................................................14 Algemeen beeld ..............................................................................................................................14 Octrooiaanvragen per deelgebied ...................................................................................................15 4 Structuur van de deelstudies .............................................................................................16 5 Conclusies ...........................................................................................................................17 Algemeen ........................................................................................................................................17 Brandstofcellen................................................................................................................................17 Hoge temperatuur membraan brandstofcellen................................................................................17 Opslag van Waterstof......................................................................................................................17 Geavanceerde Accu’s .....................................................................................................................17 Lithium accu’s....................................................................................................................................2 Hybride elektrische voertuigen ..........................................................................................................2 Lichtgewicht materialen.....................................................................................................................2 Koolstof composieten ........................................................................................................................2 Ultra condensatoren ..........................................................................................................................2 Vermogenselektronica.......................................................................................................................2 Directe brandstofinjectie....................................................................................................................3 Emissiebeheersing ............................................................................................................................3 Nieuwe technologieën voor verbrandingsmotoren ............................................................................3 Waterstofverbrandingsmotoren .........................................................................................................3 Bijlage 1 Literatuur ....................................................................................................................5 Bijlage 2 Automobielproductie in 2004 en 2005 .....................................................................6 Bijlage 2.1 Productie van personenauto’s per land ...........................................................................6 Bijlage 2.2 Productie van personenautos, vrachtwagen, bussen per land........................................8 Bijlage 2.3 Productie van auto’s, vrachtwagens en bussen per producent .....................................10 Bijlage 3 Begrippen en methoden..........................................................................................12 Bijlage 4 Onnauwkeurigheden in de resultaten....................................................................14 Bijlage 5 Landcodes ................................................................................................................15 Bijlage 6 Gebruikte afkortingen..............................................................................................16

5


6


Inleiding Ten behoeve van de projectdirectie Innovatieprogramma’s is een onderzoek gedaan naar de positie van de Nederlandse automotive industrie vanuit het perspectief van octrooiaanvragen. Als uitgangspunt is het in januari 2003 verschenen rapport met de titel “The U.S. Competetive Position in Advanced Automotive Technologies” gebruikt. Dat rapport geeft inzicht in die technologievelden van de automotive industrie die in de Verenigde Staten op dat moment als speerpunten voor innovatieve ontwikkelingen worden beschouwd. De basis van dat onderzoek wordt, evenals in dit onderzoek, gevormd door gegevens die in de octrooiliteratuur zijn te vinden. Het doel van dit onderzoek is om te bepalen waar zich kansen voor de Nederlandse automotive industrie zich bevinden. Hiertoe worden de ontwikkelingen in kaart gebracht, de positie van Nederland bepaald en samenwerkingsverbanden vastgesteld. Dit alles vanuit het perspectief van octrooien. Gekeken is naar octrooiaanvragen in de periode 1990 – 2005, die zijn ingediend bij het Europees Octrooibureau (EOB) of bij de World Intellectual Property Organisation (WIPO). Voor een verdere uitleg over de methode zie de Bijlage 3 Begrippen en methoden (p. 12) en en Bijlage 4 Onnauwkeurigheden in de resultaten (p. 14).

7


1 Automotive industrie1

12

Miljoenen

Geproducerde eenheden

De automotive industrie in Nederland bevindt zich voornamelijk in de rol van toeleverancier. De productie van personen-, vrachtauto’s en bussen tezamen in 2005 in Nederland is op wereldschaal bescheiden zoals de volgende figuur laat zien.

10

8

6

4

2

B el gi N e ed er la nd

Ita lië

In di a R us la nd Th ai la nd

C hi Zu na id -K or ea Fr an kr ijk Sp an je C an ad Ve a re ni B ra gd zi K on lië in kr ijk M ex ic o

Ja pa D n ui ts la nd

pu bl ie k re

B on ds

Ve re ni gd

e

S

ta te n

0

Figuur 1-1 Productie van personen-, vrachtauto’s en bussen in 2005

Op grond van de aantallen geproduceerde eenheden mag worden verwacht dat de grootste activiteiten op onderzoeksgebied plaats zullen vinden in de Verenigde Staten, Japan, de Bondsrepubliek Duitsland en ZuidKorea. China wordt in dit rijtje buiten beschouwing gelaten vanwege de betrekkelijk jonge automotive industrie. Ook wanneer naar de productie per 1000 inwoners van een land wordt gekeken is de rol van Nederland bescheiden. De productie van personenauto’s, vrachtwagens en bussen ligt voor Nederland onder het gemiddelde voor de hele wereld van 13 eenheden per 1000 inwoners.

1

De gegevens mbt productieaantallen zijn gebaseerd op publicaties van de International Organization of Motor Vehicle Manufacturers (www.oica.net). Voor meer gedetaileerde gegevens zie Bijlage 2 Automobielproductie in 2004 en 2005.

8


Productie per 1000 inwoners

100

80

60

40

Gemiddelde

20

B el Sl g ië ov en ië B J on Zu ap ds a id re -A n pu fr ik bl ie C a an k D u i ad ts a R la ep nd ub l i e Sp k a T s nj je e ch Ve r e Fr i ë ni an gd kr i e St jk at e Zw n Ve e re O ni o de gd ste n n K on rijk in kr M ijk al ei si ë Se rv Po ië rt A uga us l tr al i Ta ë iw an I t N ed alië er la nd

0

Figuur 1-2 Productie per 1000 inwoners in 2005

Producenten van personen-, vrachtauto’s en bussen in 2005 In Figuur 1-3 is de samenstelling van de wereldwijde productie van personen-, vrachtauto’s en bussen voor 2005 weergegeven. bestel- en kleine vrachtwarens 26% grote vrachtwagens 4%

bussen 1%

personenauto's 69%

Figuur 1-3 Samenstelling van de productie wereldwijd in 2005

Ruwweg 70% van de productie in aantallen betreft personenauto’s en de overige 30% grote en kleine vrachtauto’s en bussen. Voor Nederland lag deze verhouding in 2005 op 64% en respectievelijk 36%. In

9


2004 bedroeg de verhouding voor Nederland 75% versus 24%. Door de dalende productie bij Nedcar verschuift deze verhouding steeds meer in de richting van de vrachtauto’s en bussen.

De 20 grootste producenten General Motors was in 2005 naar aantallen gemeten de grootste producent van personen-, vrachtauto’s en bussen met meer dan 9 miljoen stuks, zoals de onderstaande figuur laat zien.

Miljoenen

10

8

6

4

2

Da

rd Fo

Ge

ne

ra lM

ot

or s

(O

pe

l-V

au

xh

al

l-G

M

Da

(J ew ag ua To oo ) im V ryo le r C o l k Vo ta sw lvo hr ys ag c a le r ( e nG r s) wi th ro u p Ev ob N i us) PS ss A an Pe H ug Re e o ond a tC na ul H y itr t-D u n oën ac ia dai-S K Su am ia su Fi z u at -Iv ki -M n g ec o- ar ut Iri i s M bu its s* ub is h BM i W M Do az ng D a da fe ih Be ng at i ji ng (w Av s u ith AI to ou G va (w z t Fu Citr ith oë ji ou (S n tH y u uba ) nd ru ) ai -Is uz u)

0

Figuur 1-4 Productieaantallen van de 20 grootste autofabrikanten in 2005

10


2 Deelgebieden van high-tech automotive industrie In het rapport “The U.S. Competetive Position in Advanced Automotive Technologies” zijn high-tech gebieden in de geavanceerde automotive industrie geïdentificeerd en vervolgens geanalyseerd aan de hand van octrooi-informatie. In dit rapport wordt dezelfde indeling aangehouden. In de hierna volgende paragrafen worden deze gebieden nader omschreven. In afzonderlijke deelrapporten wordt elk gebied nader bekeken.

Brandstofcellen Het betreft hier brandstofcellen die specifiek ontwikkeld worden voor het gebruik in voertuigen. Onder deze brandstofcellen vallen: Ø de polymeer elektrolyt membraan- of proton exchange membraan (PEM) brandstofcellen; Ø de direct methanol omzettende brandstofcellen; Ø de zink-lucht brandstofcellen; Ø de solid oxide fuel cells (SOFCs) voor zover bedoeld voor mobiele toepassingen; Ø relevante hoge temperatuur membraan brandstofcellen; Ø Ook inbegrepen (en niet opgenomen bij de Waterstof opslag systemen) zijn systemen die in staat zijn om rechtstreeks brandstoffen om te zetten in waterstof ( H 2 ) De categorie hoge temperatuur membraanbrandstofcellen is als apart deelgebied onderzocht. Een aantal soorten brandstofcellen worden niet als geschikt voor de automotive-industrie beschouwd. Het betreft hier de op fosforzuur gebaseerde brandstofcellen (: PAFC), de op gesmolten carbonaat (: MCFC) gebaseeerde brandstofcellen, de zogenaamde protonic ceramic (: PCFC) cellen, de regenerende brandstofcellen en de alkaline brandstofcellen.

Hoge temperatuur membraan brandstofcellen Afzonderlijk wordt de deelcategorie van de hoge temperatuur membraan brandstofcellen binnen de categorie brandstofcellen beschreven. Dit type brandstofcellen wordt als veelbelovend beschouwd. De ontwikkeling is nog maar vrij recent op gang gekomen.

Opslag van Waterstof Het gaat hier om technieken voor het on-board opslaan van waterstof ( H 2 ) voor brandstofcellen. Voor het overgrote deel wordt de opslag gedaan in verschillende soorten legeringen; micro-bollen en zogenaamde nanostructuren, zoals nano-buisjes. Technieken om het waterstof op te slaan in de elektroden van accu’s zijn zoveel mogelijk uitgefilterd, omdat deze het beeld te zeer zouden gaan overheersen.

Geavanceerde Accu’s De zoektocht is naar een voordurend hogere opslagcapaceit per gewichtseenheid. In deze categorie vallen de lithium ion, lithium polymeer, lithium metaal of zwavel, nikkel-metaal- hydride (NiMH), nikkel zink and natrium-nikkel-chloride accu’s. Lood and nikkel cadmium (NiCd) accu’s worden buiten beschouwing gelaten evenals op lithium-zwavel dioxide en op andere lithium-zwavel ion samenstellingen gebaseerde accu’s. De lithium metaal en de lithium polymeer technologieën worden gezien als de volgende generatie van geavanceerde accu’s. Natrium-nikkel-chloride wordt vooral in Europa als een technologie met toekomst gezien. De werkingstemperatuur van dit type accu’s ligt op 375 °C. Nikkel-zink technlogie wordt niet meer als een serieuze kandidaat beschouwd voor de toepassing in auto’s. Deze technologie is voornamelijk om historische redenen in dit onderzoek meegenomen

Lithium accu’s De Li-polymeer en Li-S accu’s wordt als een veelbelovende technologebied beschouwd. Om die reden is een afzonderlijk rapport aan deze accu’s gewijd.

11


Hybride elektrische voertuigen (HEV) Het concept van HEV’s heeft enige tijd sterk in de belangstelling gestaan en de eerste commercieel verkrijgbare exemplaren rijden rond. Inmiddels lijkt het ontwikkelingswerk te verschuiven in de richting van brandstofcellen, maar er is nog steeds een aanzienlijke octrooiactiviteit op het gebied van HEV’s. HEV’s die gebruikmaken van brandstofcellen worden beschouwd als een interessante mogelijkheid om voertuigen te maken met een lage uitstoot.

Lichtgewicht materialen Het betreft lichtgewicht of sterke materialen, die niet alleen zijn ontwikkeld voor de automobiel industrie. De volgende materialen zijn in deze categorie ondergebracht: Ø metaal matrix composieten; Ø koolstofvezel (composieten); Ø titanium-, magnesium- en aluminium legeringen; Ø glasvezel composieten; Ø met glas- of koolstofvezel versterkte materialen; Ø lichtgewicht materialen, materialen met een lagere dichtheid dan staal, staal met een hoge sterkte, warm forming en hydro-forming.

Koolstof composieten Koolstof composiet materialen vormen een belangrijke deelcategorie van de lichtgewicht materialen. Om die reden is aan de koolstof composietmaterialen een eigen deelrapport gewijd.

Ultra condensatoren Ultra condensatoren (dubbellaags condensatoren) zijn weliswaar een onderdeel van het gebied vermogenselektronica, maar vormen zelf ook een belangrijk technologiegebied dat sterk in de belangstelling staat. Om deze reden is het onderwerp vermogenselektronica in twee afzonderlijke delen gesplitst. Deze delen zijn de ultra condensatoren en de overige vermogenselektronica. Door deze splitsing zijn de ontwikkelingen op het gebied van ultra condensatoren afzonderlijk te volgen.

Vermogenselektronica Deze categorie is een verzameling van technologieën op het gebied van de vermogenselektronica. Het betreft: Ø automotive integrated power mode/modules (AIPM); Ø vermogenselektronica in het algemeen; Ø systemen voor het besturen en regelen van motoren in voertuigen; Ø vermogensomzetters, DC-DC omzetters; Ø AC inductiemotoren (geen 3-fase systemen); Ø switched reluctance motoren; Ø methoden voor het reduceren van de productiekosten van motoren; Ø vermogens schakelaars; Ø …

Directe brandstofinjectie De technologie voor dieselmotoren vormt het overgrote deel van deze categorie. Ook systemen voor brandstofinspuiting in benzinemotoren (SIDI) vallen in deze categorie. Naverbranding (verbranding in het uitlaatsysteem) is uitgefilterd en valt in de categorie Emissiebeheersing. Octrooiaanvragen op het gebied van dieselbrandstoffen zijn buitenbeschouwing gelaten.

Emissiebeheersing Hieronder vallen alle aspecten van de technologieën om het probleem van de uitlaatgasemissie te beheersen. Naverbrandingssystemen worden ook in deze categorie meegenomen en niet bij de directe brandstofinjectie.

12


Nieuwe technologieën voor verbrandingsmotoren In deze categorie ligt de aandacht op de volgende technologieën: Ø brandstof-lucht menging in Compression-Ignition Direct-Injection (CIDI) motoren; Ø secundaire brandstof injectie; Ø systemen met een variabele compressie verhouding; Ø diesel systemen waarin de brandstof rondwervelt in de cylinder; Ø systemen met variabele zuiger activering.

Waterstofverbrandingsmotoren Het gaat hier om verbrandingsmotoren die direct waterstof verbranden. Ook systemen waarin waterstof een onderdeel is van het brandstofmengsel worden beschouwd. De gebruikte definitie was in staat om vervuiling met vindingen op het gebied van brandstofcellen, accus’, biomassa e.d. uit te filteren.

13


3 Octrooiaanvragen Algemeen beeld

Duizenden

In Figuur 3-1 is de ontwikkeling in de aantallen octrooiaanvragen over alle technologiegebieden bij het Europese Octrooibureau (EOB) en de World Intellectual Property Organisation (WIPO) weergegeven voor de periode 1990 – 2005.

200

Aantal

150

100

50

0 1990

1995

2000

2005

Jaar EOB

WIPO

Figuur 3-1 Algemene ontwikkeling van het aantal octrooiaanvragen

Bovenstaande figuur is opgenomen om de aantallen octrooien in dit onderzoek enigszins in perspectief te kunnen plaatsen. Het totale aantal octrooiaanvragen is in de loop van de tijd in het algemeen toegenomen. Het aantal octrooiaanvragen op het gebied van high-tech automotive is in verhouding tot de totale aantallen dermate gering dat het in deze figuur zou samenvallen met de X-as en is daarom niet weergegeven. In Figuur 3-2 is de ontwikkeling van het aantal octrooiaanvragen zowel bij het EOB als de WIPO als indexcijfer met basisjaar 2000 weergegeven. Tevens is hier de ontwikkeling van het totaal aantal octrooiaanvragen op het gebied van de High-tech automotive, zoals dat in dit onderzoek is gedefinieerd en het aantal aanvragen afkomstig van Nederlandse aanvragers weergegeven. Het totaal aantal High-tech automotive aanvragen loopt in de pas met de totalen over alle octrooiaanvragen. Nederland lijkt na 2000 momentum te verliezen.

14


150

(2000=100)

100

50

0 1990

1995

2000

2005

Jaar

high-tech automotive (NL) EOB (totaal)

high-tech automotive (totaal) WIPO (totaal)

Figuur 3-2 Indexcijfers van het aantal octrooiaanvragen met basisjaar 2000

Octrooiaanvragen per deelgebied In Figuur 3-3 zijn de aantallen octrooiaanvragen in de onderzochte technologiegebieden over de periode 1990 – heden weergegeven. De meeste aandacht gaat uit naar technologieÍn om de uitlaatgasemissie te beheersen. Directe brandstofinspuiting en de lichtgewicht materialen volgen op geruime afstand. H2-opslag H2-verbrandingsm otoren Ultra condensatoren Nwe. Techn. verbrandingsmotoren Hybride voertuigen Ov. brandstofcellen HT-mem braan brandstofcellen Emissiebeheersing Verm ogenselectronica Ov. Accu's Li-accu's Directe brandstofinspuiting Ov. Lichtgewicht mat. Koolstof composieten 0

1000

2000

3000

4000

5000

6000

7000

8000

9000

Aantal octrooiaanvragen (1990-2005)

Figuur 3-3 Verdeling van octrooiaanvragen over de deelgebieden

15


4 Structuur van de deelstudies De deelstudies zijn allemaal op dezelfde manier gestructureerd. Eerst wordt de ontwikkeling van de octrooiaanvragen op basis van absolute aantallen besproken. Hierbij worden zowel in tabelvorm als grafisch voor de belangrijkste landen de gegevens per jaar gepresenteerd. De belangrijkste landen zijn over het algemeen de Verenigde Staten, Japan en de Bondsrepubliek Duitsland. Voor de belangrijkste landen in een technologiegebied worden de ontwikkelingen weergegeven aan de hand van indexcijfers met als basisjaar het jaar 2000. Vervolgens wordt de verdeling naar nationaliteit van de aanvragers van de octrooi over de gehele periode weergegeven. Daarna volgt een overzicht van de grootste aanvragers per jaar en worden de Nederlandse aanvragers, indien aanwezig, apart vermeld. De rapporten eindigen met een overzicht van samenwerkingsverbanden. In deze context spreken we van een samenwerkingsverband als meer dan ĂŠĂŠn bedrijf / instelling als aanvrager voorkomt op dezelfde octrooiaanvraag. Aanvragers met een beperkt aantal aanvragen zijn weggelaten in de overzichten, omdat het dan voornamelijk particulieren betreft. De conclusies uit de verschillende deelrapporten zijn in het volgende hoofdstuk vermeld.

16


5 Conclusies Algemeen § § § §

De grootste aandacht gaat uit naar Hoge Temperatuur Membraan brandstofcellen, methoden en technieken om de uitlaatgasemissie te beheersen. Over het algemeen is de positie van de Verenigde Staten, Japan en de Bondsrepubliek dominant, zoals verwacht mag worden op basis van de productieaantallen; De positie van Nederlandse aanvragers is over het algemeen bescheiden, met uitzondering van de positie van Philips op het gebied van vermogenselektronica; Nederland lijkt sinds 2000 terrein te verliezen (zie: Figuur 3-2);

Brandstofcellen § § § § §

De Verenigde Staten zijn de grootste aanvrager van octrooien op het gebied van brandstofcellen; De Verenigde Staten, Japan en de Bondsrepubliek Duitsland zijn samen goed voor 85% van de aanvragen; De meest actieve bedrijven zijn Matsushita Electric uit Japan, gevolgd door General Motors, Siemens en Honda; Onder de top tien aanvragers bevinden zich 5 bedrijven uit de Verenigde Staten. Nederland speelt nauwelijks een rol;

Hoge temperatuur membraan brandstofcellen § § § § §

Het gebied van de hoge temperatuur membraan brandstofcellen is klein en er zijn geen octrooiaanvragen gevonden van voor 1996. Japan en de Bondsrepubliek Duitsland zijn de grootste aanvragers van octrooien in dit gebied en zijn samen goed voor 70% van de aanvragen. De meest actieve bedrijven zijn Sekisui Chemical Co Ltd uit Japan en Siemens uit de Bondsrepubliek Duitsland Het Deense bedrijf Danish Power Systems Aps staat op een gedeelde derde plaats. Er zijn geen octrooiaanvragen gevonden van Nederlandse aanvragers.

Opslag van Waterstof § § §

De Verenigde Staten zijn met 46% de belangrijkste bron van de aanvragen van octrooien met betrekking tot de opslag van waterstof (H2). Het totale aantal aanvragen is gering. Nederland speelt op dit moment geen rol.

Geavanceerde Accu’s § § § § §

De grootste activiteit op het gebied van geavanceerde accu’s vindt plaats in Japan. Daarna volgen de Verenigde staten, Zuid-Korea en de Bondsrepubliek Duitsland. Zuid-Korea is sinds 1997 sterk in opkomst. Van de landen met een aanzienlijke automobielindustrie is de geringe activiteit van Italië opmerkelijk. Nederlandse aanvragers spelen een zeer bescheiden rol en er zijn geen aanvragen gevonden die dateren van na 2000. Het aantal samenwerkingsverbanden is gegeven het grote aantal aanvragers zeer bescheiden.

17


Lithium accu’s § § § § § § § §

Het aantal octrooiaanvragen is gering. Japan en de Verenigde Staten spelen een vergelijkbare rol met elk ongeveer 1/3 van de aanvragen. Zuid-Korea, Frankrijk, Canada en de Bondsrepubliek Duitsland vormen op ruime achterstand een tweede groep. Sharp en Matsushita behoren tot de bedrijven met de meeste aanvragen. Van de aanvragen uit Zuid-Korea staat ongeveer 60% op naam van het Korea Inst Science Technology. Ondanks het betrekkelijk geringe aandeel van de Bondsrepubliek Duitsland staat het bedrijf Gaia Akkumulatorenwerke GmbH in aantallen op een vierde plaats. Nederland speelt geen rol. Samenwerkingsverbanden zijn voornamelijk gevonden tussen bedrijven en instellingen uit hetzelfde land.

Hybride elektrische voertuigen § § §

Veruit de meeste octrooiaanvragen (48%) zijn afkomstig uit Japan. Frankrijk neemt met 6,5% een opmerkelijke positie in als bedacht wordt dat het hier om slechts twee concerns gaat. Honda en Toyota zijn de bedrijven met de meeste aanvragen op hun naam en op de derde plaats staat het Japanse concern Nissan.

Lichtgewicht materialen § § § § § §

Japan en de Verenigde Staten zijn de landen waar het grootste aantal aanvragen vandaan komt. De Bondsrepubliek Duitsland komt op een derde plaats, op geruime afstand van de eerste twee. Het aantal aanvragen is over de gehele periode nagenoeg constant. Nederland speelt een bescheiden rol. DSM en Corus / Hoogovens zijn de Nederlandse bedrijven met de meeste aanvragen op hun naam. Er zijn veel aanvragers van octrooien en ook veel samenwerkingsverbanden geïdentificeerd.

Koolstof composieten § § § §

De Verenigde Staten en Japan zijn de landen waar de meeste octrooiaanvragen vandaan komen. De Bondsrepubliek Duitsland en Frankrijk zijn de belangrijkste “kleinere” landen. Nederland speelt in dit speciale gebied met slechts één aanvraag, geen rol van betekenis. Er is, zeker in relatie tot het betrekkelijk geringe aantal octrooiaanvragen, een behoorlijk aantal samenwerkingsverbanden.

Ultra condensatoren § § §

Japan domineert dit technologieveld met ruim 50% van het totaal. De dominantie van Japan manifesteert zich ook in de vele Japanse bedrijven die actief zijn. Nederland speelt geen rol.

Vermogenselektronica § § § §

2

De meeste octrooiaanvragen staan op naam van Amerikaanse bedrijven. Japan en de Bondsrepubliek Duitsland staan op de tweede respectievelijk derde plaats. Nederland staat op een zesde plaats. Philips is wereldwijd de grootste octrooiaanvrager in dit gebied.


Directe brandstofinjectie § § § §

Bondsrepubliek Duitsland is de grootste bron van octrooiaanvragen. De Bondsrepubliek Duitsland, Japan en de Verenigde Staten zijn samen goed voor 65% van het totaal aantal aanvragen. Nederland speelt een bescheiden rol. Bosch GmbH is wereldwijd veruit de grootste aanvrager van octrooien in dit gebied.

Emissiebeheersing § § § § § §

Japan is de grootste aanvrager. De Bondsrepubliek Duitsland is over de gehele periode genomen de tweede aanvrager. In de loop van de periode is Japan de Bondsrepubliek Duitsland voorbijgestreefd. Samen zijn Japan, de Bondsrepubliek Duitsland en de Verenigde Staten verantwoordelijk voor 77% van de aanvragen. Ook uit andere landen komen octrooiaanvragen, zij het in geringe mate. De rol van Nederland is bescheiden als gekeken wordt naar octrooiaanvragen.

Nieuwe technologieën voor verbrandingsmotoren § § § § §

De meeste octrooiaanvragen komen uit Japan en de Verenigde Staten. De Bondsrepubliek Duitsland neemt op zekere afstand een derde plaats in, op grote afstand gevolgd door de andere landen. De bedrijven met de meeste octrooiaanvragen op hun naam zijn Nissan en Toyota gevolgd door Robert Bosch GmbH, Honda en Ford. De rol van Nederland is klein. Bij de samenwerkingsverbanden vallen de combinaties van de verschillende onderdelen van het Ford concern op.

Waterstofverbrandingsmotoren § § § §

Het aantal octrooiaanvragen is gering. De Verenigde Staten heet met 45% het grootste aandeel in de aanvragen. De bedrijven met de meeste aanvragen op hun naam zijn BMW en Robert Bosch GmbH uit de Bondsrepubliek Duitsland. Nederland speelt vooralsnog een bescheiden rol.

3


4


Bijlage 1 Literatuur Office of Technology Policy, “The U.S. Competetive Position in Advanced Automotive Technologies”, januari 2003; International Automobile Manufacturers ”Automotive,Industry as a partner for sustainable development” 2, 2002, ISBN 92-807-2177-1; Alexander H. Tullo, “Driving Efficiency”, Chemical and Engineering News, June 12, 2006.

2

http://www.uneptie.org/outreach/wssd/docs/sectors/final/automotive.pdf

5


Bijlage 2 Automobielproductie in 2004 en 2005 De volgende twee tabellen zijn afkomstig van de International Organization of Motor Vehicle Manufacturers (www.oica.net).

Bijlage 2.1 Productie van personenauto’s per land World Motor Vehicle Production By Country 2004-2005 OICA correspondents survey 2004

2005

change

(unit) 17 636 131 15 781 042

(%)

25 Countries

(unit) 17 829 721 16 042 155

15 Countries

Cars Europe

-1 -2

14 664 891

14 178 455

-3

Double Counts Germany / Austria Double Counts Germany / Belgium Double Counts Portugal/Spain Austria Belgium Finland France(1) Germany(2) Italy Netherlands(1) Portugal Spain Sweden (3) United Kingdom(1)

63 244 231 503 66 382 227 244 857 119 10 051 3 227 416 519 2101 833 578 187 600 150 781 2 402 501 290 383 1 647 246

66 818 253 000 73 775 230 505 895 788 21 233 3 112 961 5 350 187 72 5528 115 121 137 602 2 098 168 288 659 1 596 296

6 9 11 1 5

European Union New Members Double Counts Germany / Slovakia Czech Republic Hungary Poland Slovakia Slovenia

1 377 264 47 542 443 065 118 590 523 000 223 542 116 609

1 602 587 42 160 599 472 148 533 540 000 218 349 138 393

East en Central Europe

1 340 414

1 401 426

5

98 997 13 266

174 538 12 574

76 -5

CIS

1 228 151

1 214 314

-1

Double Counts Ukraine / Russia Double Counts Ukraine / South Korea Double Counts Ukraine / Czech Double Counts Ukraine / Romania Double Counts Ukraine / Germany Russia Belarus Ukraine Uzbekistan(4) Turkey

67 922 50 000 5 000 2 500 2 500 1 110 079

66 565 60 000 5 500 3 000 3 000 1 068 145

-2 20 10 20 20 -4

179 098 66 896 447 152

196 722 87 512 453 663

10 31 1

Romania Serbia

6

++ -4 3 -13 -9 -13 -1 -3 16 -11 35 25 3 -2 19


America Nafta Canada(1) Mexico United States of America South America Argentina Brazil Chile(4) Colombia(4) Ecuador(4) Uruguay Venezuela(4) Asia-Oceania Double Counts Malaysia / World Australia China India Indonesia Iran Japan Malaysia Pakistan(4) Philippines(4) South Korea Taiwan Thailand Vietnam(4) Africa Double Counts Egypt / World Double Counts South Africa / World Botswana Egypt Kenya Morocco(4) Nigeria(4) Others South Africa Zimbabwe Total

8 566 853 6 468 454

8 956 858 6 667 310

5 3

1 335 516 903 313 4 229 625

1 356 198 989 840 4 321 272

2 10 2

2 098 399

2 289 548

9

171400 1 862 780

182 761 2 009 494

7 8

39 739

51905

31

78 24 402

0 45 388

86

17 870 039 58 000 337 510 2 480 231 1 178 354 262 752 707 773 8 720 385 364 852 76 456 61 070 3 122 600 299 639 299 439 16 978

19 096 260 91 000 316 414 3 078 153 1 264 000 233 492 725 000 9 016 375 405 000 133 998 36 236 3 357 094 323 819 277 603 20 076

7 57 -6 24 7 -11 2 3 11 75 -41 8 8 -7 18

287 655 18 211 37 498 0 34 591

319 598 14 440 50 531 1 566 48 034

11 -21 35

2 518 4 272 1 020 300 963

7 622 2 472 0 324 875

++ -42

44 554 268

46 008 847

3.3

39

8

(1) All manufacturers. (2) Official figures include Belgian GM assembly. (3) Official figures take account of Swedish manufacturers world production in this report, we only use the vehicles produced in Sweden, and the vehicles for which Volvo Trucks does not specify the country of production. (4) Estimation

7


Bijlage 2.2 Productie van personenautos, vrachtwagen, bussen per land World Motor Vehicle Production By Country 2004-2005 OICA correspondents survey 2004 (unit)

2005 (unit)

20 834 700 18 330 912

20 801 468 18 176 860

0 -1

16 851 240 63 244 231 503 74 777 248 718 900 273 10 510 3 665 990 5 569 954 1 142 105 247 503 226 728 12 174 340 270 1 856 539

16 440 332 66 818 253 000 82 733 253 194 928 965 21 644 3 549 008 5 757 710 1 038 352 180 748 219 135 2 752 500 338 578 1 803 049

-2 6 9 11 2 3

European Union New Members Double Counts Germany / Slovakia Czech Republic Hungary Poland Slovakia Slovenia

1 479 672 47 542 448 360 122 666 601 000 223 542 131 646

1 736 528 42 160 604 930 152 015 625 443 218 349 177 951

17 -11 35 24 4 -2 35

East en Central Europe

1 680 380 122 185 15 194

1 745 516 194 802 14 179

4 59 -7

CIS

1 543 001 71 035 50 000 5 000 2 500 2 500 1 386 127 20 290 186 890 80 729 823 408

1 536 535 77 887 60 000 5 500 3 000 3 000 1 351 199 23 150 215 759 95 814 879 092

0 10 20 10 20 20 -3 14 15 19 7

18 947 305 16 278 082 2 711 536 1 577 159 11 989 387

19 324 491 16 339 678 2 688 363 1 670 403 11 980 912

2 0 -1 6 0

Cars, (Light) Commercial verhicles, busses/coaches Europe 25 Countries 15 Countries Double Counts Germany / Austria Double Counts Germany / Belgium Double Counts Portugal/Spain Austria Belgium Finland France(1) Germany(2) Italy Netherlands(1) Portugal Spain Sweden (3) United Kingdom(1)

Romania Serbia

Double Counts Ukraine / Russia Double Counts Ukraine / South Korea Double Counts Ukraine / Czech Double Counts Ukraine / Romania Double Counts Ukraine / Germany Russia Belarus Ukraine Uzbekistan(4) Turkey America Nafta Canada(1) Mexico United States of America

8

change (%)

++ -3 3 -9 -27 -3 -9 0 -3


South America Argentina Brazil Chile(4) Colombia(4) Ecuador(4) Uruguay Venezuela(4)

2 669 223 260 402 2 317 227 7 185 42 959 3 620 78 37 752

2 984 813 319 755 2 528 300 6 660 55 435 25 465 49 198

30

Asia-Oceania

24 291 548

25 817 187

6

Double Counts Malaysia / World Australia China India Indonesia Iran Japan Malaysia Pakistan(4) Philippines(4) South Korea Taiwan Thailand Vietnam(4)

58 000 411 406 5 234 496 1 511 157 408 311 788 658 10 511 518 471 975 93 172 70 728 3 469 464 430 814 927 981 19 868

91 000 394 713 5 707 688 1 626 755 494 551 817 200 10 799 299 563 837 156 222 45 311 3 699 350 446 345 1 125 316 31 600

57 -4 9 8 21 4 3 19 68 -36 7 4 21 59

422 667 31 269 69 773 1 566 49 335 405 12 996 4 272 1 020 455 702 384

522 262 29 898 66 053

24 -4 -5

69 223

40

14 881 2 937 2 970 525 271 960

15 -31 ++ 15 ++

64 496 220

66 465 408

3,1

Africa Double Counts Egypt / World Double Counts South Africa / World Botswana Egypt Kenya Morocco(4) Nigeria(4) Others South Africa Zimbabwe Total

12 23 9 -7 29 ++

(1) All manufacturers. (2) Official figures include Belgian GM assembly. (3) Official figures take account of Swedish manufacturers world production in this report, we only use the vehicles produced in Sweden, and the vehicles for which Volvo Trucks does not specify the country of production. (4) Estimation

9


Bijlage 2.3 Productie van auto’s, vrachtwagens en bussen per producent World motor vehicle production by manufacturer (in units) World ranking 2005 OICA STATISTICS COMMITTEE June 2006

TOTAL

passenger cars

light commercial vehicles*

heavy trucks*

bus & coaches*

2

General Motors (Opel-VauxhallGMDaewoo) Toyota

3

Ford (Jaguar-Volvocars)

6 497 746

3 514 496

2 903 920

79 330

-

4

VolkswagenGroup

5 211 413

4 979 487

193 864

32 563

5 499

5

DaimlerChrysler (withEvobus)

4 815 593

1 965 410

2 353 989

435 535

60 659

6

Nissan

3 494 274

2 697 362

650 671

140 188

6 053

7

Honda

3 436 164

3 324 282

48 642

63 240

-

8

PSA Peugeot Citroën

3 375 366

2 982 690

392 676

-

-

9

Hyundai-Kia

3 091 060

2 726 600

126 836

137 995

99 629

10

Renault-Dacia-Samsung

2 616 818

2 195 162

421 656

-

-

11

Suzuki-Maruti

2 071 707

1 723 022

348 685

-

-

12

Fiat-Iveco-Irisbus*

203 769

1 539 576

394 900

81 632

21 587

13

Mitsubishi

1 331 060

998 043

328 992

4 025

-

14

BMW

1 323 119

1 323 119

-

-

-

15

Mazda

1 287 561

1 091 756

193 374

2 431

-

16

Daihatsu

1 011 249

803 176

194 877

13 196

-

17

Avtovaz

721 492

721 492

-

-

-

18

Dongfeng (withoutCitroën)

593 055

-

403 055

180 000

10 000

19

Fuji (Subaru)

591 825

508 281

83 544

-

-

20

Beijing AIG (withoutHyundai-Isuzu)

559 190

-

559 190

-

-

21

FAW Group (withoutVW,Toyota,Mazda)

539 029

58 817

397 266

73 753

9 193

22

SAIC-Sangyong (withoutGM&VW)

518 353

131 536

378 255

-

8 562

23

Isuzu

510 730

-

225 533

282 021

3 176

24

ChanaAutomobileLiability

422 168

-

422 168

-

-

25

Tata (Telco)

419 445

163 089

130 250

114 865

11 241

26

Harbin Hafei Automotive

225 260

-

225 260

-

-

27

Volvo-Renault Trucks-Mack

215 420

-

94 601

95 554

10 406

28

Gaz

214 755

51 596

163 159

-

-

29

Chery Auto

185 588

185 588

-

-

-

30

Anhui Jianghuai Auto

167 436

-

155 359

-

12 077

31

Paccar-Daf

149 629

149 629

-

32

Zhejiang Geely

149 532

-

149 532

-

-

33

Manhindra & Mahindra

125 994

-

125 994

-

-

34

Navistar

122 326

-

-

108 383

13 943

35

Changhe Aircraft Industrie

115 652

-

115 652

-

-

36

Nanjing Auto

111 397

111 397

-

-

-

37

Jinbei Auto Holding

109 505

-

109 505

-

-

38

Porsche

98 135

98 135

-

-

-

39

Hino

97 381

-

5 239

86 873

5 269

40

MAN-ERF-NEOMAN Bus

76 066

-

-

69 677

6 389

41

UAZ68687

29 141

39 546

-

-

42

Great Wall Motor

67 657

67 657

-

-

-

43

Kamaz

62 324

30 361

-

31 963

-

1

10

9 097 855

5 657 225

3 383 084

46 786

10 760

7 338 314

6 157 038

943 129

185 910

52 237


44

Scania

59 506

45

Soueast Auto Industrial

46

IJmach-Avto

47 48

-

-

53 365

6 141

58 649

-

58 649

-

-

49 803

42 582

7 221

-

-

Nissan Diesel

41 071

-

630

38 917

1 524

MG Rover

29 141

29 104

37

-

-

7 309

-

-

-

7 309

65 318 744

45 855 503

16 657 683

2 467 985

337 573

Evobus Total Manufacturers shown Others manufacturers (China, India, ussia, Poland, Turkey‌ ) Total production

1 146 664 66 465 408

*Non homogeneous tonnage limit

11


Bijlage 3 Begrippen en methoden Octrooi Een octrooi, of met een ander woord een patent, is een volgens de wet verleend monopolie op de exploitatie van een uitvinding. De maximale wettelijke duur van een octrooi is in bijna alle landen 20 jaar. Octrooiwetgeving beoogt de (technologische) vooruitgang te stimuleren. Deze stimulatie is tweeërlei. Enerzijds beschermt een octrooi de uitvinders en aanvragers (particulieren, bedrijven, instellingen) tegen concurrentie, waardoor investeringen in innovatief onderzoek terug verdiend kunnen worden. Anderzijds worden de octrooien en aanvragen gepubliceerd en vormen de octrooipublicaties een inspiratiebron voor verdere innovatie. Een mogelijke maat voor het innovatievermogen van een bepaald land is het aantal octrooiaanvragen per jaar op naam van aanvragers of uitvinders met overeenkomstige nationaliteit. Octrooiaanvragen / -verleningen / -publicaties Een octrooi wordt volgens nationale wet- en regelgeving aangevraagd, beoordeeld, verleend en in stand gehouden. Een octrooiaanvrage wordt na een periode van doorgaans 18 maanden geheimhouding gepubliceerd, terwijl verlening en publicatie van het eventuele uiteindelijke octrooi nog jaren op zich kunnen laten wachten. Een octrooi dat niet wordt verleend wordt niet gepubliceerd, maar de publicatie van de aanvrage blijft bestaan. Er zijn daarom meer octrooiaanvragen dan octrooien in de databases van octrooipublicaties beschikbaar. Bij statistisch octrooionderzoek gaat men voor het samenstellen van indicatoren bij voorkeur uit van octrooiaanvragen in plaats van van verleende octrooien. Er zijn er meer en ook al wordt een aanvrage geen octrooi, er ligt toch een innovatieve actie aan ten grondslag. Bovendien zijn aanvragen van recenter datum beschikbaar en ligt de indieningsdatum van een aanvrage dichter bij het 'tijdstip van uitvinding' dan de verleningsdatum van een octrooi. Door uit te gaan van aanvragen wordt daarom een reeëler beeld gekregen van de mate waarin innovatie plaats heeft. Internationale procedures Om een octrooi in meerdere landen te verkrijgen moet in elk land afzonderlijk een octrooiprocedure worden gestart. Omwille van de harmonisatie van wetgeving en voor het gemak van de aanvrager van een octrooi in meerdere landen zijn een aantal internationale overeenkomsten gesloten. De belangrijkste zijn het Patent Cooperation Treaty (PCT), dat door praktisch alle landen van de wereld is ondertekend en het Europees Octrooi Verdrag (EOV) waarbij momenteel 31 landen uit Europa zijn aangesloten. Het PCT-verdrag wordt uitgevoerd door de WIPO (World Intellectual Property Organisation) en het EOV door het EOB (Europees Octrooi Bureau). Met één aanvraag kan nu in meerdere landen tegelijk een octrooi worden aangevraagd. De desbetreffende instantie beoordeelt de aanvrage en stuurt deze dan door naar de aangewezen landen (of regio's) voor de vervolgprocedure. Ter onderscheiding van de verschillende soorten aanvragen en octrooien worden verschillende voorvoegsels bij de registratienummers gebruikt. Een aanvrage ingediend bij de WIPO ontvangt de aanduiding PCT- of WO, een aanvraag bij het EOB krijgt EP als voorvoegsel en een nationale aanvraag in bijvoorbeeld de VS krijgt US toegevoegd aan zijn unieke nummer. Al naar gelang de gevolgde weg spreekt men van de PCT-route, de EP-route of een nationale route. Een aanvraag die via de WIPO bij het EOB wordt ingediend krijgt de benaming Euro-PCT. Oudste prioriteit Bij verlening van internationale aanvragen door de aangewezen landen ontstaan meerdere octrooien voor dezelfde uitvinding in verschillende landen. Deze octrooien behoren dan tot één zogenaamde octrooifamilie. Aan al deze octrooien ligt een en dezelfde aanvrage ten grondslag. Deze aanvrage is het oudste lid van de familie en wordt aangeduid met de term 'oudste prioriteit'. De indieningsdatum van deze aanvrage staat bekend als de 'oudste prioriteitsdatum'. De oudste prioriteitsdatum is van belang op het moment dat een uitvinding op nieuwheid moet worden getoetst. Ook het land van indiening van de oudste prioriteit is van belang. Meestal is dat het land van vestiging of herkomst van de uitvinder of de aanvrager. Technologiegebied De (nationale) octrooibureaus hanteren een classificatiesysteem om een uitvinding onder te brengen in een technologiegebied. Dit vergemakkelijkt het zoeken naar soortgelijke octrooien bij het beoordelen van de nieuwheid van een octrooiaanvraag. Dit classificatiesysteem is de zogenaamde International Patent Classification (IPC), die momenteel uit ongeveer 70.000 ingangen bestaat. In dit onderzoek is bij het zoeken in de databases naar aanvragen op het gebied van de procesvernieuwing gebruik gemaakt van de IPC en van de European Classification (ECLA), de wat uitgebreidere Europese pendant van de IPC. Beschermingsgebied De in dit onderzoek gebruikte octrooipublicaties zijn afkomstig van de drie belangrijkste aanvraagroutes, namelijk WO-aanvragen (ook: PCT-aanvragen), EP-aanvragen (Europees). EP-aanvragen kunnen uitmonden in octrooien in momenteel 31 Europese landen. Kunnen leiden tot octrooibescherming in nagenoeg alle landen van de wereld.

12


Bij het onderzoek gecorrigeerd voor het feit dat dezelfde octrooiaanvragen zowel de WO-route als de EProute kunnen volgen en dan dubbel geteld zouden worden. Datum van indiening Als datum van indiening wordt de zogenaamde oudste prioriteitsdatum (OPD) gebruikt en niet de datum waarop de aanvraag bij de WIPO, het EOB (Europees Octrooi Bureau) of het USPTO (United States Patent and Trademark Office) is ingediend. De oudste prioriteitsdatum benadert het tijdstip waarop de uitvinding is gedaan het dichtste en is dus veelzeggend bij de bepaling van de stand van de techniek. Nationaliteit van de aanvrager De aanvrager van een octrooi is degene die het octrooi kan gaan exploiteren. De aanvrager is niet noodzakelijkerwijs ook de uitvinder en kan ook een andere nationaliteit dan de uitvinder hebben. Een octrooiaanvrage kan op naam staan van meerdere uitvinders en meerdere aanvragers van uiteenlopende nationaliteiten. Periode van onderzoek De jaren van 1990 – heden zijn gekozen als onderzoeksperiode. Gegevens van na 2003 zijn incompleet vanwege de gehanteerde geheimhoudingsperiode van 18 maanden vanaf de indieningdatum. Gegevens van voor 1990 worden als minder relevant voor huidige ontwikkelingen gezien De dalingen voor de meest recente jaren kunnen daarom grotendeels worden toegeschreven aan de periode van geheimhouding van (ten minste) 18 maanden tussen het tijdstip van aanvraag en het tijdstip van eerste publicatie (WO en EP). Indicatoren Octrooien worden wereldwijd al lange tijd nauwkeurig geregistreerd en zijn momenteel grotendeels via computerbestanden toegankelijk. Dit heeft er toe bijgedragen dat de belangstelling voor indicatoren op basis van octrooien is toegenomen. De nationaliteit van aanvragers van octrooien kan bijvoorbeeld een beeld van de innovatieve capaciteit van het bedrijfsleven van het betreffende land geven, terwijl de nationaliteit van de uitvinder een indicator is voor (de innovativiteit van) het onderzoeksklimaat in een bepaald land. Om landen onderling met elkaar te vergelijken kunnen aantallen aanvragen/octrooien per land genormeerd worden naar bijvoorbeeld het aantal inwoners, het bruto nationaal product, de nationale onderzoeksbestedingen enzovoort. Niettemin blijft het lastig om landen onderling te vergelijken vanwege verschillen in gewoonten, wetgeving en procedures. In het onderhavig onderzoek kijken we naar de nationaliteit van aanvragers en concentreren we ons dus op de activiteiten van het bedrijfsleven. Specialisatie-index De specialisatie-index is een maat voor de aandacht (in termen van octrooiaanvragen) die door een bepaald land aan een bepaald technologiegebied wordt gegeven in vergelijking met de aandacht die wereldwijd aan dat technologiegebied wordt gegeven. Een index groter dan 1 betekent dat uit het betreffende land meer octrooien dan gemiddeld in het betreffende technologiegebied worden aangevraagd. Deze index is vooral geschikt om een beeld van het innovatieve karakter van een bepaald land te verkrijgen, maar zegt niets over de innovatieve kracht van dat land. De specialisatie-index is goed bruikbaar om bijvoorbeeld Nederland en Canada met elkaar te vergelijken of om te zien hoe innovatieve en/of economisch succesvolle landen hun researchaandacht verdelen. Ze is niet bruikbaar om de invloed van een bepaald land in een bepaald technologiegebied vast te stellen, omdat ze niets zegt over de absolute aantallen aanvragen.

13


Bijlage 4 Onnauwkeurigheden in de resultaten Een octrooiaanvraag kan door meerdere aanvragers worden ingediend. Wanneer hun nationaliteiten verschillen leidt dit tot een dubbeltelling omdat iedere nationaliteit per octrooiaanvraag eenmaal in de tellingen voorkomt. Wanneer echter de nationaliteit van een aanvrager niet in de gegevens van een aanvraag vermeld staat dan valt de aanvraag geheel buiten de tellingen (nultelling). Gemiddeld veroorzaken dubbeltellingen en nultellingen samen een vermeerdering van het aantal getelde octrooipublicaties van +5,6% bij de WO-aanvragen, +2,3% bij EP-aanvragen en +0,4% bij de US-octrooien. Een andere oorzaak van dubbeltellingen is het volgen van meer aanvraagroutes voor dezelfde uitvinding. Hieruit resulteren meer octrooipublicaties voor dezelfde uitvinding. Daardoor kan de uitvinding geregistreerd zijn als WO-aanvraag, als EP-aanvraag en ook als nationale aanvraag (US-, NL-, enz). Voorzover mogelijk is hiervoor gecorrigeerd. Volledig ontdubbelen van WO- en EP-aanvragen is niet mogelijk. Door het voorgaande en de vermelding van meer aanvragers per octrooiaanvraag ontstaat er een teveel van 7% in de tellingen van WO+EP-aanvragen. In onderlinge vergelijking van aantallen aanvragen van verschillende landen speelt het overschot (mits gelijkmatig verdeeld) geen rol. Vóór 2001 publiceerde het Amerikaanse octrooibureau (USPTO) de octrooien pas na de verlening. Daarom is het gebruikelijk voor een analyse van de Verenigde Staten om tot en met het jaar 2000 te kijken naar de verleende octrooien en pas vanaf 2001 naar de octrooiaanvragen. Octrooiaanvragen leiden echter niet altijd tot verleende octrooien, waardoor de resultaten van vóór 2001 een onvolledig beeld geven van de aanvragen. Door de procedurele termijnen voor publicatie (zie Bijlage 1) zijn de verzamelingen octrooidocumenten vanaf het jaar 2003 in toenemende mate onvolledig. Dit geldt nog sterker voor de documenten die betrekking hebben op verleende octrooien in de Verenigde Staten (US-verleningen). Om hiervoor te compenseren worden de meeste gegevens relatief ten opzichte van de jaartotalen gepresenteerd. Daarbij wordt er dan van uit gegaan dat de nog ontbrekende aanvragen/octrooien gelijkmatig over de verschillende technologieklassen en nationaliteiten (van aanvragers) verdeeld zijn. Niettemin dienen cijfers van na 2002 −zeker die met betrekking tot de US-verleningen− met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd.

14


Bijlage 5 Landcodes (PCT Contracting States, as of: August 2006) Landcode

Land

Landcode

Land

AM

Armenië

JP

Japan

AT

Oostenrijk

KR

Zuid-Korea

AU

Australië

KY

Kaaiman eilanden

BA

Bosnië-Herzegovina

LI

Liechtenstein

BB BE

Barbados België

LU LV

Luxemburg Letland

BG

Bulgarije

MX

Mexico

BH

Bahrein

MY

Maleisië

BR

Brazilië

NL

Nederland

BS

Bahamas

NO

Noorwegen

CA

Canada

NZ

Nieuw-Zeeland

CH

Zwitserland

PL

Polen

CL

Chili

PT

Portugal

CN

China

RO

Roemenië

CO

Colombia

RU

Rusland

CZ DE

Tsjechië Bondsrepubliek Duitsland

SE SG

Zweden Singapore

DK

Denemarken

SI

Slovenië

ES EU15

SK SV

Slowakije El Salvador

FI FR

Spanje (AT+BE+DE+DK+ES+FI+FR+GB+ GR+IE+IT+LU+NL+PT+SE) Finland Frankrijk

TR TW

Turkije Taiwan

GB

Verenigd Koninkrijk

UA

Oekraïne

GR

Griekenland

US

Verenigde Staten

HU IE

Hongarije Ierland

VE VG

Venezuela Maagdeneilanden (UK)

IL

Israël

YU

Servië en Montenegro

IN IT

India Italië

ZA

Zuid-Afrika

15


Bijlage 6 Gebruikte afkortingen Afkorting

Verklaring

AIPM CIDI dg O&I

Automotive Integrated Power Mode / Modules Compression-Ignition Direct-Injection directoraat generaal Ondernemen en Innovatie van het ministerie van Economische Zaken European Classification. Europees Octrooi Bureau. Octrooiaanvragen die via het EOB worden ingediend, krijgen als nummer EPxxxxxxxxxx en worden daarom ook wel aangeduid als EP-aanvragen. Route die octrooiaanvragen volgen die bij het EOB worden ingediend. De Europese Unie is in het onderzoek gedefinieerd naar de situatie in de onderzoeksperiode; daarin maakten de volgende 15 landen deel uit van de EU: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Zweden. EUropean REGister. Een database met bibliografische, juridische en administratieve informatie over alle gepubliceerde Europese en Euro-PCT applicaties (sinds 1978). Octrooiaanvragen die nadat zij zijn ingediend bij de WIPO ook bij het EOB worden ingediend. Ministerie van Economische Zaken International Patent Classification; classificatie systeem dat wereldwijd wordt gebruikt om octrooiaanvragen te classificeren. Japanese Patent Office; het Octrooicentrum van Japan Afdeling Kennisverspreiding en Voorlichting van Octrooicentrum Nederland. Cluster Kennisontsluiting en Beleidsinteractie van Octrooicentrum Nederland. Octrooicentrum Nederland Organisation for Economic Co-operation and Development, Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Oudste prioriteitsdatum Patent Cooperation Treaty, verdrag waarbij praktisch alle landen van de wereld zijn aangesloten. Octrooiaanvragen kunnen bij de WIPO worden ingediend. Na indiening gaan de octrooien de diverse regionale- of nationale fasen in. Route die octrooiaanvragen volgen die via de WIPO onder het PCT-verdrag worden ingediend. Spark-Ignition Direct-Injection Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek. United States Patent and Trademark Office; het Octrooicentrum van de Verenigde Staten World Intellectual Property Organisation; is een onderdeel van de Verenigde Naties en is gevestigd in Génève. WIPO houdt zich bezig met intellectueel eigendom en voorziet in de PCT-route. Deze aanvragen krijgen als nummer WOxxxxxx die ook wel WOaanvragen worden genoemd. Octrooiaanvragen die worden ingediend via de PCT-route krijgen als nummer WOxxxxxxxxxx. Om die reden worden ze ook wel WO-aanvragen genoemd. (zie PCT-route). Derwent World Patents Index, van Thomson Scientific, de belangrijkste private aanbieder van octrooi-informatie.

ECLA EOB EP EP-route EU15

EUREG EURO-PCT EZ IPC JPO K&V KOB OCNL OECD OPD PCT

PCT-route SIDI TNO USPTO WIPO

WO WO-route WPI

16


High tech automotive