Issuu on Google+

DECEMBER 2011 NR 2

Zeeuwind Nieuws

Thema

Algemene Ledenvergadering 14 december:

Biomassavergisting


VOORWOORD

Beste leden van Zeeuwind,

COLOFON Uitgave Coöp. Windenergievereniging Zeeuwind u.a.

Dit is geen jaarverslag, maar de tijd van het jaar leent zich voor reflectie en ­perspectief. Vandaar.

Vereniging Zeeuwind is op  januari  opgericht en heeft als doelstelling: het bevorderen van het gebruik van duurzame, niet vervuilende energie­ bronnen. Hiertoe exploiteert zij wind­turbines, die op een rendabele wijze schone elektrische energie ­produceren, die gebruikt wordt door particulieren

Een jaar gaat snel voorbij, met of zonder crises. Op de wieken van de wind kun je goed de taferelen beneden gadeslaan. Alweer een jaar wordt er gedoogd, euro’s tel je in miljarden, schuldigen zijn er in vele rangen en standen, fossiele brandstof brandt flink door en na 25 jaar sappelen komt 4% van ons energiegebruik uit ­duurzame bronnen. Nog 10 jaar en dan moet het 14% zijn. Uitdaging? Mwah.

en bedrijven. Iedereen kan lid worden van Zeeuwind. Adres Correspondentie: Postbus ,  KB Vlissingen Kantoor: Edisonweg F, Vlissingen Telefoon -, fax - Email: info@zeeuwind.nl Internet: www.zeeuwind.nl Medewerkers Marco Spaans

Projectmanager

Niek Tramper

Productiemanager

Ben van der Borgt

Adm. financieel medewerker

Ferenc Hieronymi

Interim directeur

Bestuur Joop Lasseur

Voorzitter

Pieter Vollaard

Vicevoorzitter

Sjoerd Ypma

Secretaris

Paul Weststrate

Penningmeester

Richard Geevers

Bestuurslid

Ferenc Hieronymi

Bestuurslid

Vacature

Bestuurslid

Redactie Adrie van ‘t Westeinde Eindredactie

In een provincie waar alles krimpt, meld ik met genoegen dat Uw Vereniging groeit. Zijn we nu groot en belangrijk? Belangrijk? Best wel. Zeeuwind schuift aan bij vrijwel alle DE aangelegenheden in Zeeland. Groot? Met 0,3% van de Zeeuwse bevolking als lid is er ruim perspectief voor meer. Als Nederland van 4 naar 14% DE stijgt ­moeten wij in die tijd van 0,3 naar 1% kunnen. Daarvoor bent u, ons lid, onze beste agent. Er woont vast nog wel iemand in uw straat die nog geen lid is, dus aan de slag! Uw vereniging groeit ook als energieproducent. Dat is groei op weg naar ons doel. Puur schone windenergie kunnen we nu met een opgesteld vermogen van 35,5 MW onder ons beheer opwekken. Laat maar waaien. Ook dat willen we in de komende 10 jaar verdrievoudigen. Op de Krammersluizen hopen we een grote stap te kunnen zetten. Zonne-energie heeft en houdt onze aandacht, het dient nut (opwekking) en noodzaak (bewustwording) van duurzame energie in de woonomgeving. Onze blik reikt nog verder, zo staan ook biogas en getijdenenergie in onze belangstelling. Zorgen? Succes kan niet zonder. We braken ons het hoofd over de bestuursvorm, die nodig is voor een groeiende vereniging, waarin het groeiende windenergiebedrijf om volledige professionaliteit vraagt zonder de overige verenigingstaken te ­veronachtzamen. Lastig, na zoveel jaren een andere vorm te moeten vinden. Om de vereniging optimaal te steunen, nu en in de toekomst, wordt daarom de bestuursvorm aangepast. U hoort er nog van. Meer zorgen? Niet meer dan die van de gemiddelde bijstandstrekker en zeker niet meer dan de exploitant van Fukushima. Als weer en weder ons dienen en onze ­overheid in al z’n vormen beleidsvast doorkoerst, is het aan ons om de kansen te verzilveren. Wij rekenen daarbij op uw volle steun en medewerking. En het lidmaatschap van uw buren.

Adrie van ‘t Westeinde

Joop Lasseur Foto’s Adrie van ‘t Westeinde, Zeeuwind Vormgeving Adri Cornelisse

2


Inhoud 4

Uitnodiging Algemene Ledenvergadering 14 december 2011. Thema biomassavergisting

5

Heeft biogas de toekomst? Wat is biogas? Is biomassavergisting duurzaam?

8

Biomassavergisting in Zeeuws-Vlaanderen De boer als stroomproducent

10 12

Slibvergisting bij waterschap De Scheldestromen Rioolslibvergisting in Walcheren. Windpark Krammer Voortgang initiatief van Zeeuwind en Deltawind.

13 Overige Zeeuwindprojecten Stand van zaken Zeeuwindprojecten. 14 Verslag opening Windpark Noordpolder De officiële opening van Windpark Noordpolder. 16 Hoe doet ú dat? De familie Roumen is selfsupporting in energie. 17 Zonnestroominstallatie op basisschool De Wegwijzer te Heinkenszand Feestelijke ingebruikname. 18 Het Zon Effect Van dromen naar realisatie.

Bijlage Zeeuwindleden I

Verslag Algemene Ledenvergadering van 18 juni 2011.

II Jaarplan 2012 V Begroting 2012

Kijk op pagina 4 voor de uitnodiging voor de Algemene Ledenvergadering 3


Uitnodiging Algemene Ledenvergadering 14 december 2011 Het bestuur van de Coöperatieve Windenergievereniging Zeeuwind u.a. nodigt haar leden uit Adrie van ‘t Westeinde

voor de ­halfjaarlijkse Algemene Ledenvergadering op woensdag 14 december 2011 om 19.30 uur in Hotel Terminus (bij station NS) te Goes. 19.00 uur Ontvangst 19.30 uur Aanvang Algemene Ledenvergadering

Agenda Ledenvergadering 1. Opening door de voorzitter, Joop Lasseur; 2. Mededelingen; 3. Vaststellen van het verslag van de ledenvergadering van 18 juni 2011 te Sint Maartensdijk; 4. Vaststellen van het Jaarplan 2012; 5. Vaststellen van de Begroting 2012; 6. Stand van zaken projecten en activiteiten; 7. (Her-)benoeming bestuursleden; 8. Rondvraag. 20.30 uur: thema biomassavergisting. Gastspreker is ir. Anne Douwe van der Zee

Thema biomassavergisting Inleiding door Ir. Anne Douwe van der Zee, directeur Groene Poort BV te Rilland Anne Douwe van der Zee is afgestudeerd aan de Landbouw­ universiteit Wageningen op het onderwerp biobrandstoffen. Hij heeft in een maatschap met zijn ouders een akkerbouw­ bedrijf in Zaamslag. Anne Douwe van der Zee is een van de jonge boeren, die via een project van het Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontakt (ZA JK) onderzoek deed naar de agrificatie van de Zeeuwse landbouw. Een van de uitkomsten uit het onderzoek was, dat bio-based economy oplossingen bood voor de Zeeuwse landbouw.

4

Vijf ZA JK leden zijn doorgegaan en hebben de Groene Poort opgericht. De Groene Poort heeft als doel om bij de kassen van Lans in Rilland een biogasinstallatie op te richten. De aanwezigheid van kassen geeft een belangrijke toe­ gevoegde waarde bij deze installatie. De laagwaardigere warmte is zeer geschikt voor de opwarming van de kassen. De aanwezige WKK’s (warmtekrachtkoppelingen) met een ­vermogen van in totaal 10 megawatt, die nu op fossiele brandstof draaien, worden geschikt gemaakt om te draaien op biogas. Voor de verwarming van de kassen is momenteel circa 14 miljoen m3 aardgas per jaar nodig. De vrijkomende zuivere CO2 wordt in de kassen ingebracht, de tomaten ­zetten de CO2 weer om in O2.


Heeft biogas de toekomst?

Het kabinet Rutte heeft direct al bij haar aantreden aangekondigd te willen sleutelen aan de SDE-regeling (regeling Stimulering Duurzame Energieproductie). Er is een SDE+ bedacht, die er vooral op is gericht de meest kosteneffectieve manier van duurzame energieopwekking voorrang te geven. Met andere woorden: Adrie van ‘t Westeinde

de subsidie gaat naar de producent, die het goedkoopst duurzame energie kan produceren.

SDE-subsidie Het systeem van de SDE bestaat uit een tender van 4 fasen, waarbij producenten kunnen inschrijven op een garantieprijs voor de door hen opgewekte energie. Op 1 juli 2011 ging de eerste fase van start. Producenten ­konden inschrijven op een garantieprijs van 9 cent per kWh. Dit is bijna het bedrag, waarbij een windmolen op land in stand kan worden gehouden. Tot ieders verrassing bleek, dat in de eerste ronde het ­merendeel van de beschikbare subsidie ging naar projecten voor biomassavergisting, zowel naar de productie van ­elektriciteit als voor de productie van groen gas. In totaal werd een bedrag van 360 miljoen euro subsidie aangevraagd

voor windenergieprojecten op land. Voor ­elektriciteit uit ­biogas werd voor een bedrag van 425 miljoen euro aan ­subsidie ­aan­gevraagd. Voor de productie van groen gas was dit 2106 ­miljoen euro. In totaal werd voor een bedrag van 3 miljard euro aan subsidie aangevraagd, terwijl het beschikbare budget slechts anderhalf miljard is. Het lijkt er op, dat de SDE-subsidie vooral naar biomassa­ vergisting gaat, dit ten koste van de ­subsidiemogelijkheden voor windenergie. Reden voor Zeeuwind om te kijken in de wereld van de biomassavergisting.

5


Z eeuwind N ieuws 2 2 0 1 1

|

biomassavergisting

Wat is biogas? Biogas ontstaat door vergisting van organische stoffen ofwel biomassa. Vergisting is een biologisch proces waarbij, organische stof door micro-organismen wordt afgebroken tot methaan en kooldioxide. In de praktijk wordt veel drijfmest vergist. Als aan die drijfmest nog andere biomassastromen worden ­toegevoegd, dan spreekt men van co-vergisting. Deze biomassa­ stromen bestaan meestal uit organische materialen zoals maïs, gerst, aardappelen, bieten etc. Deze stoffen worden toegevoegd om het rendement van het vergistingsproces

te verhogen. Het geproduceerde biogas heeft eigenschappen, die sterk op die van aardgas lijken. Biogas bestaat voor een groot deel uit methaan (CH4) en heeft een energieinhoud, die vijftig tot zeventig procent bedraagt t.o.v. aardgas. Hierdoor kan het ­biogas zonder al te veel aanpassingen ­worden toegepast in installaties, die geschikt zijn voor ­aardgas, zoals een gasmotor met generator, waarmee warmte en elektriciteit worden opgewekt. Bij het vergistingsproces worden niet alle stoffen omgezet in biogas. Er blijft een vaste substantie over. Dit wordt digestaat genoemd.

Aanvoer mest en co-producten zoals plantaardig afval

Opslag biogas. Kan ook met generator naar groene stroom worden omgezet. De restwarmte kan dan weer gebruikt worden voor vergisting. Beiden kunnen rechtstreeks aan het net worden geleverd

Door bacteriën afgescheiden methaangas stijgt op

Circulatie en verwarming: bacteriën breken organisch afval af

Digestaat/modder zakt naar de bodem

Na-vergister. Digestaat verder te gebruiken als  meststof in de landbouw Principe biomassavergisting

6


Z eeuwind N ieuws 2 2 0 1 1

|

biomassavergisting

De installatie Een vergistinginstallatie bestaat uit een opslag waar de aangevoerde biomassa wordt verzameld. Er is een installatie, waarin deze massa wordt gemengd en voorbehandeld. Van daaruit wordt de vergister gevoed. De vergister is een grote tank of reactor met een gasdichte overkapping. In de vergister circuleert het ingevoerde materiaal door ­middel van een roerwerk met een temperatuur, die op 30 tot 40º Celsius wordt gehouden. Nadat het materiaal grotendeels is ­uitgegist, wordt het verplaatst naar de na-vergister waar nog een beperkte gasproductie plaatsvindt. De na-vergister dient tevens als opslag voor het restproduct, het digestaat.

Toepassing Het gas wordt verbruikt in een motor, die een generator ­aandrijft. De in de generator opgewekte elektriciteit kan benut worden voor eigen gebruik en/of geleverd worden aan het elektriciteitsnetwerk. Een deel van de koelwarmte van de motor wordt gebruikt om de vergister op temperatuur te houden en eventueel voor levering aan een naburige warmtevrager. Indien de restwarmte ook economisch wordt ingezet, wordt de rentabiliteit van de installatie vergroot. Een andere ­mogelijkheid is het geproduceerde gas direct in te voeren in het lokale gasnet. Dan moet het gas eerst ­behandeld worden om te kunnen voldoen aan de eisen van de afnemer.

Eenvoudig rekenvoorbeeld Een middelgrote installatie, waarin ca. 25.000 ton per jaar wordt vergist, produceert zo’n een miljoen m3 methaangas. Dit is voldoende om een 1 MW-generator aan te drijven, die 7.000 uur (80%) op jaarbasis op vol vermogen draait en daarmee 7 miljoen kWh produceert. Ter vergelijking een 3 MW-windmolen levert ongeveer evenveel elektriciteit op jaarbasis.

Het digestaat De reststof, het digestaat wordt gezien als een meststof voor gebruik in de landbouw. De stikstof is grotendeels als nitraat aanwezig en de stank- en de ammoniakuitstoot zijn veel ­minder dan bij drijfmest, die over het land wordt uitgereden. De toevoeging van een co-product aan de te vergisten mest kan ongewenste stoffen toevoegen aan het digestaat.

Als het eindproduct als meststof gebruikt gaat worden, dan moeten co-producten voorkomen op een zogenaamde positieve lijst. Indien andere stoffen dan de stoffen, die op de positieve lijst staan, gebruikt worden in het proces, dan mag het digestaat niet als meststof gebruikt worden en moet dus als afval behandeld worden. Enkele willekeurige voorbeelden uit deze positieve lijst zijn groente- en tuinafval, aardappel­zetmeelslib, uitgepakte zuivelproducten en ­uitgepakte voedingsmiddelen.

Is biomassavergisting duurzaam? Het vergisten van biomassa draagt bij aan het terugdringen van broeikasgassen. Als mest over land wordt uitgereden, is de uitstoot van broeikasgassen (methaan en ammoniak) vele malen hoger dan wanneer het vergist wordt. Door het gebruik van methaangas voor de opwekking van elektriciteit en warmte wordt de verbranding van fossiele brandstoffen vermeden. Vergisting van biomassa draagt dan ook bij in de duurzame energie-opwekking. Toch zijn er wel kant­tekeningen te plaatsen. Vergisting van pure varkensdrijfmest heeft een negatieve energiebalans. Er moet meer energie in dan er uit komt. Het rendement kan alleen verhoogd worden door er andere energiegewassen bij te mengen. In de praktijk wordt veel maïs bijgemengd. Als een belangrijk deel van de energie­behoefte moet komen uit biomassavergisting dan zal het ­areaal voor energiegewassen fors uitgebreid moeten worden. Dit zou ten koste kunnen gaan van de diversiteit van het landschap. De vergisting van biomassa op grote schaal ­veroorzaakt grote vervoersstromen, die ongewenst zijn. De Partij voor de Dieren in Gelderland blokkeerde onlangs nog een vergunningaanvraag voor een vergistingsinstallatie. Volgens de PvdD is biomassavergisting onlosmakelijk ­verbonden met intensieve veeteelt. Minder vlees eten zou een grotere bijdrage aan een duurzame samenleving ­leveren dan het verwerken van de mest. Vooralsnog moet het vergisten van biomassa gezien worden als een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van de ­energievoorziening. Echter de techniek is aanvullend op andere vormen van duurzame energieopwekking, zoals windenergie. Beide vormen van duurzame energie-opwekking moeten naast elkaar kunnen opereren en geen concurrent van elkaar worden

.

7


Eigenaar Jan van Alphen

Biomassavergisting in Zeeuws-Vlaanderen

In het Zeeuws-Vlaamse tussen Zaamslag en Axel heeft Jan van Alphen zijn veebedrijf met een biomassaAdrie van ‘t Westeinde

vergistingsinstallatie. Jan heeft zich in 1999 op deze plek gevestigd om een melkveehouderij te starten.

Investering Zijn interesse in een biomassavergistingsinstallatie ontstond al in 2002. Na uitvoerige oriëntatie o.a. in Duitsland heeft hij er in 2004 een vergunning voor aangevraagd. De vergunning werd binnen een tijdsbestek van ongeveer een jaar verleend. De uiteindelijke beslissing tot investeren viel in 2008 en de installatie kon in 2010 in gebruik worden genomen. De installatie, die een investering van ongeveer 2 miljoen bedroeg, bestaat uit 3 vergistingsilo’s van ieder 3.000 m3 en een gasturbine met een generator, die een capaciteit heeft van 850 kW. Deze turbine draait ongeveer 8.000 uur per jaar op vol vermogen, zodat hij in totaliteit zo’n 6.800.000 kWh stroom kan opwekken. Inmiddels heeft Jan van Alphen

8

zijn melkvee vervangen voor ongeveer 100 stuks opfokvee. De vergistingsinstallatie draait niet alleen op de mest van zijn eigen vee. Voor de installatie haalt hij ook drijfmest. Mest is geen probleem, er is goedkoop aan te komen. Maar op drijfmest alleen kan de installatie niet draaien. Voor een goede gasproductie is het van belang ook andere organische stoffen toe te voegen. Zo vind je op zijn terrein ook uienpellen, een afgekeurde partij grapefruits en een tank met wortel­ schraapsel als restant van ingeblikte wortelen. Ook ander afval zoals aardappel­schillen, bietenpuntjes, snijmaïs etc. voegt hij toe. Het succes van de onderneming is sterk ­afhankelijk van de mate, waarin hij op een goedkope wijze organische stof kan toe­voegen aan de mest om zo tot een juiste mix te komen.


Z eeuwind N ieuws 2 2 0 1 1

|

biomassavergisting

Kunstmestvervanger Van Alphen wil innovatief zijn, inmiddels heeft hij met steun van de provincie een installatie aangelegd om uit de rest­ fractie (digestaat) stikstof in de vorm van ammoniumsulfaat te halen. Dit kunnen boeren dan in de toekomst als kunstmestvervanger gebruiken. Voor het zover is, zal dit wel door de politiek als kunstmestvervanger moeten worden erkend. Verder zou hij graag de mogelijkheid krijgen om fosfaat uit het digestaat te halen. Dit fosfaat zou dan weer als ­grondstof voor een bedrijf als Thermphos kunnen dienen. Voor deze stap is de tijd echter nog niet rijp.

vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien gebruik je nu het methaan om groene stroom op te wekken. Daarmee vermijd je de verbranding van fossiele brandstoffen. En de stoffen, die worden toegevoegd bestaan voor 95% uit af­val­­stoffen. Deze afvalstoffen vinden hier een goede toepassing

.

Foto’s van boven naar onder. 1: tank met menginstallatie voor toevoer van organische stof. 2: navergistingstank met installatie voor de productie van ammoniumsulfaat. 3: navergistingstank met silo’s voor vloeibare organische stof (bijv. wortelschraapsel). Op de voorgrond het digestaat in droge vorm.

De boer als stroomproducent Inmiddels bestaan zijn bedrijfsinkomsten voor meer dan 50% uit de levering van groene stroom. Deze stroom verkoopt hij aan Greenchoice. Biomassavergisting lijkt een eenvoudig ­proces, maar voor Jan is het wel een zaak om er dagelijks ­aandacht aan te besteden. Alles moet er op gericht zijn om de bacteriën, die het werk in silo’s doen, in leven te houden. Dus voldoende goede voeding toevoegen. Het overkwam hem een keer dat hij een partij mest binnen kreeg waar nog te veel ontsmettingsmiddel in zat. De productie loopt dan onmiddellijk terug. Om deze reden heeft hij een nog een extra silo aangeschaft, waarin de aangevoerde biomassa eerst goed kan mengen, zodat de voedingsbasis zo homogeen mogelijk is. De biomassa verblijft gemiddeld 30 dagen in de eerste vergistingssilo, daar komt dan ongeveer 60% van de gasproductie vandaan, daarna gaat het naar de tweede ­vergister, die nog ongeveer 25% levert. De laatste vergister is goed voor 15% van de productie en is vooral van belang om ook nog een opslag van de uitgegiste biomassa te hebben. De restwarmte, die vrijkomt bij de verbrandingsmotor, wordt gebruikt om zijn silo’s op temperatuur te houden. De vergisting is optimaal bij een temperatuur van rond de 38 graden. De overige restwarmte gebruikt hij om het digestaat te drogen en om huis en stal te verwarmen. Droog digestaat draagt bij aan een forse verlaging van de ­vervoerskosten van mest, die weer op het land uitgereden moet worden. Deze mest stinkt overigens veel minder dan niet vergiste mest.

Duurzaam Op de vraag of biomassavergisting duurzaam is, is hij vrij stellig. Als mest gewoon op het land wordt uitgereden, dan komt de methaan, lachgas en ammoniak gewoon in de lucht terecht. Vergisten van mest levert een belangrijke bijdrage in de

9


Slibvergisting bij Waterschap De Scheldestromen De zuiveringsinstallatie Ritthem is het eindpunt van het gehele rioolstelsel van Walcheren. Waterschap Adrie van ‘t Westeinde

De Scheldestromen heeft hier de taak om het vieze water te zuiveren en via de Westerschelde af te voeren. Het Waterschap probeert dat op de meest efficiënte manier te doen en daarbij zo min mogelijk energie te gebruiken. Al in 1986 is bij de bouw van de rioolzuiveringsinstallatie een ­vergistingsinstallatie voor biogas gebouwd. De installatie bestaat uit twee gistingtanks, ieder met een inhoud van 3800 m3, een gashouder met een inhoud van 750 m3 voor het gas en twee omgebouwde vrachtwagenmotoren, die ieder een 155 KW generator laten draaien. Het Waterschap Scheldestromen is hiermee in staat om per jaar 2.500.000 kWh aan stroom op te wekken. Het lukt niet om de gehele zuiverings­ installatie energieneutraal te maken. Er wordt jaarlijks nog 600.000 kWh ingekocht. Het proces van opwekken van stroom gaat als volgt: Via de rioolpersleiding komt dagelijks ongeveer 50.000 (bij droog weer) tot 100.000 m3 (bij regen) rioolwater aan. Dit rioolwater bestaat voor een deel uit slib, hoofdzakelijk fecaliën. Via 2 bezinkbassins wordt het slib gescheiden van het water. Het slib gaat daarna naar een slibindikker om ­verder in te dikken. Het slib wordt vervolgens overgebracht naar 2 gistingtanks. In deze tanks wordt het slib op een

10

t­ emperatuur van 28 tot 38º C gehouden zodat het anaërobe vergistings­proces goed op gang blijft. Het is wel nodig om ijzerhoudend slib aan die massa toe te voegen om de sulfiden in het slib te binden. Te veel sulfiden zouden schade aan de motoren kunnen veroorzaken. Door de vergisting van het ­organische materiaal ontstaat methaangas (biogas). Dit wordt opgevangen in een gashouder met een inhoud van 750 m3 en voor een deel weer terug gebracht in de vergistings­tank om het slib in beweging te houden. De gashouder heeft een atmosferische druk. De hoeveelheid gas, die hier opgeslagen wordt, varieert van 25 tot 750 m3, zodat het vat ook als een energiebuffer kan dienen. Dit biogas gaat naar de twee verbrandingsmotoren, die vervolgens een ­generator aandrijven. De warmte, die vrijkomt bij het draaien van de motoren, wordt gebruikt om het slib op temperatuur te houden en om in de winter de eigen kantoorruimte te ­verwarmen. Het slib blijft gemiddeld 22 dagen in de ­gistingtanks. Nadat het slib zijn methaan heeft prijsgegeven wordt het residu overgebracht naar de slibverbranding Moerdijk om te worden verbrand. Het gaat daarbij nog steeds om 7 tot 8 vrachtwagens per week

.


Duurzame stroomproductie 2011 Adrie van ‘t Westeinde

Na enkele slechte jaren met minder wind lijkt 2011 weer een gemiddeld jaar te worden. Het is overigens wel een bijzonder jaar, want de verdeling van de productie over de maanden is zeer afwijkend t.o.v. de afgelopen 10 jaar. Het eerste kwartaal was er naar verhouding veel minder wind dan gebruikelijk,

het tweede en derde kwartaal daarentegen was er meer wind dan gemiddeld. In de onderstaande grafiek staat de Windex per maand. De Windex, de standaard, is de ­actuele productie gedeeld door de langjarige ­gemiddelde maandproductie.

160% Windex Zeeland gem. ‘96-’05

140% 120% 100%

Zeeuwindex 2011

80% 60% 40% 20%

Duidelijk is het verschil tussen het gemiddelde en de actuele productie, waarbij vanaf mei een grotere productie is te zien. Een grotere productie hoeft nog niet direct te leiden tot meer inkomsten. Een groot deel van de stroom verkoopt Zeeuwind op de energiebeurs. De APX, (Amsterdam Power Exchange) De APX laat het onderstaande prijsverloop zien. In juli en augustus is de prijs het laagst. Een grotere productie in de ­zomermaanden levert dus relatief minder inkomsten op. € 60.000

dec

nov

okt

sept

aug

juli

juni

mei

april

maart

feb

jan

0%

.

verhandelt de stroom voor Nederland, België, Luxemburg. In 2010 is deze beurs gekoppeld aan de Duitse beurs. Dit heeft een lichte stijging van de APX tot gevolg gehad

De productie van de Zeeuwindparken en deelnemingen ziet er als volgt uit: kWh 20.000.000

€ 50.000

Okt

18.000.000

Sept

16.000.000

€ 40.000

Aug

14.000.000

Juli

12.000.000

€ 30.000

Juni

10.000.000

€ 20.000

Mei

8.000.000

April

6.000.000

€ 10.000

Maart

4.000.000

Feb

2.000.000

sept

aug

juli

juni

mei

april

maart

feb

jan

0

Jan

0 Zeeuwind WAP

Kats II Noordpolder

11


G R E V E L I N G E N

K R A M M E R

De illustratie links is een van de 6 varianten beschreven in de notitie ‘Reikwijdte en Detailniveau’ VO L K E R A K

PHILIPSDAM

Windpark Krammer

Windpark Krammer is een project van Zeeuwind en de zusterorganisatie op Goeree-Overflakkee, Deltawind. Adrie van ‘t Westeinde

Het gezicht van dit project wordt gevormd door 2 projectmanagers, Gijs van Hout van Deltawind en Marco Spaans van Zeeuwind. Een gesprek met Marco Spaans.

Marco (31) werkt sinds 2 jaar voor Zeeuwind. Hiervoor ­studeerde hij bedrijfseconomie, afstudeerrichting Organisatie en Strategie aan de Universiteit van Tilburg. Na zijn studie was hij 6 jaar werkzaam in de vastgoedsector. Een bijzondere overstap. Hoe verklaar je deze overstap? Marco: “Voor mij was het een logische overstap, ik heb me altijd al betrokken gevoeld bij duurzame ontwikkeling. Bij de projectontwikkeling voor woningbouw was ik ook ­geïnteresseerd in duurzaam bouwen. Die interesse komt voort uit een algemene zorg voor het milieu. Ik voel me echt in een bevoorrechte positie, want in deze baan kan ik mijn talenten, strategisch denken en organiseren combineren met wat ik belangrijk vindt, zorg voor het milieu. Uiteraard is het daarnaast een gegeven, dat er met deze leuke baan ook brood op de plank komt voor mijn gezin.” Naast de projecten Borssele, Estlandweg en Derde Dijk ben je een van de trekkers van het windpark Krammer. Hoe kijk je tegen dit project aan? “Windpark Krammer is een groot project, niet alleen voor Zeeuwind maar ook voor Zeeuwse en zelfs landelijke begrippen. Aan alles merk je, dat de vele partijen, die erbij betrokken zijn

12

het belang van dit ­project in zien. Voor mij is het de uitdaging om allen met hun neus de zelfde kant op te krijgen. Dit is niet altijd makkelijk, omdat je te maken hebt met ­partijen, die op ­verschillende beleidsniveaus insteken op dit project. De belangen voor het Rijk zijn toch weer anders dan die voor de provincie of omliggende gemeenten. De omgeving van de Krammersluizen vind ik een logische locatie. Het ligt aan een in het kader van de Deltawerken ­aangelegd kunstwerk van dijken en dammen, ver van ­bewoning. Dergelijke locaties lenen zich bij uitstek

Foto: Marco Spaans met verwijzing naar locatie Windpark Krammer


Fotografie: Eendrachtbode

voor windparken. Het is een project met veel uitdagende vraagstukken. Er moet niet alleen rekening gehouden worden met de belangen van natuur, maar ook met omwonenden, scheepvaart, radar, visserij en wegverkeer etc. Ook het ­bouwen op dammen is geen sinecure. Ik ben er trots op, dat ik hieraan kan mee­werken en blij met het vertrouwen van Zeeuwind en haar vele leden.” Hoe zit het met het draagvlak voor deze locatie?. Voor dit project is veel geïnvesteerd in het verkrijgen van ­politiek draagvlak. Het Rijk en de Provincie zijn positief in deze ontwikkeling. De omliggende gemeenten zijn positief kritisch. Zij hebben een aantal randvoorwaarden aangegeven in een door hen opgestelde ‘9-puntenlijst’. Het bestuurlijk draagvlak zie ik steeds meer groeien. Op 1 november was er een inloopavond. De inloopavond werd georganiseerd in het kader van de Startnotitie MER. Ik heb daar veel mensen gesproken. Wat mij opviel was, dat de bezoekers vooral kwamen om helderheid over het project te krijgen. De gesprekken gingen vooral over hoe het project vorm moet krijgen en in mindere mate over of het project er moet komen. Mensen willen weten wat er in hun omgeving speelt en willen geïnformeerd worden. Ik zie het ook als mijn taak alle betrokkenen te blijven informeren over de gang van zaken. Blijven vertellen wat er op stapel staat. Zo hopen we in de omgeving een brede acceptatie te krijgen.“ Welke mijlpalen zijn er al bereikt? “De terinzagelegging van de Startnotitie voor de MER is een belangrijke mijlpaal. In deze notitie wordt geformuleerd, welke onderzoeken we in ieder geval moeten doen. En dat zijn er heel wat. Als de onderzoeksvraag helder is, gaan we er een klein jaar lang hard aan werken om het MER-rapport op te stellen. Het is onze taak om al de verschillende onderzoeken te integreren en daar een optimum in te zoeken. Het zijn ­overigens niet alleen de milieuaspecten die daar een rol in spelen, ook de technische, logistieke en financiële haalbaarheid maken een integraal onderdeel uit van al deze onderzoeken. Complicerende factor bij dit alles zijn de ontwikkelingen

Foto’s vlnr: Krammer gezien vanaf de weg en inloopavond Krammer 1 nov. 2011 rondom de Krammer-Volkerak. Wordt dit zout of blijft het zoet? Deze keus heeft een grote invloed op de ecologie in de omgeving en dus ook indirect op de ontwikkeling van het windpark. Toch, als je ziet waar we nu staan dan is er in relatief korte tijd veel bereikt. Het project staat goed op de rails en de trein rijdt. Ik ben zeker trots op wat er al bereikt is, maar er is ook nog een lange weg te gaan.” Wanneer zien we de eerste molens draaien? “Bij dit soort ontwikkelingen is het moeilijk om een ­planning te geven. Er kan van alles gebeuren, dat weer vertraging ­oplevert, maar als het aan mij ligt dan wordt het 2015-2016”

.

Overige Zeeuwindprojecten Zeeuwind is voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden om haar productiecapaciteit voor duurzame energie uit te breiden. Projectontwikkeling is vaak een kwestie van lange adem. Soms lijkt er lange tijd niets te gebeuren en dan zijn er weer nieuwe doorbraken, die zicht geven op de realisatie van nieuwe capaciteit. Hieronder een overzicht van de ­projecten, waarbij Zeeuwind betrokken is.

Borssele Na een vrij soepel verlopen procedure is de bouwvergunning inmiddels verleend. Met de gebruikelijke restricties qua geluid en slagschaduw kan hier een turbine met een ashoogte van 80 meter en tiphoogte 130 meter worden gebouwd. Een mooi resultaat, want hiermee kan de productie op deze locatie ­aanzienlijk groeien. Afhankelijk van de uiteindelijke

13


Z eeuwind N ieuws 2 2 0 1 1

|

P rojecten

turbinekeuze kan de productie ongeveer vervijfvoudigen. Cruciaal in de planning voor vervanging van de huidige turbine aan de Zeedijk is het verkrijgen van SDE (Stimuleringsregeling Duurzame Energie) ofwel een garantieprijs voor elke ­opgewekte groene kWh. Dit is nodig om een veilige investerings­beslissing te kunnen nemen. Helaas kwam de bouwvergunning te laat om mee te dingen voor de SDEregeling 2011, zodat we onze hoop zullen moeten vestigen op 2012. Dat zal weer spannend genoeg worden: in 2011 was het totaal beschikbare budget voor de SDE in één(!) dag volgetekend! Onvoorstelbaar, dat de verduurzaming van de stroomproductie in NL afhankelijk is van een dergelijke regeling, maar we zullen het ermee moeten doen. Goed nieuws is, dat de beperkingen inmiddels ook in Den Haag worden onderkend. Helaas betekent dit voor veel plannen vertraging.

Stavenisse Het plan voor 4 windturbines nabij het dorp Stavenisse op Tholen is veel in het nieuws geweest. Na jarenlange voor­ bereidingen ging het feest steeds op het laatste moment niet door. Na de gemeenteraadsverkiezingen leken er nieuwe kansen te komen. De gemeente Tholen zag, veelal net buiten de gemeentegrens, meerdere plannen op zich af komen. Na ­uitvoerig overleg met de gemeente is het plan Stavenisse, in afwachting van de ontwikkelingen bij De Krammer in de ijskast gezet.

Derde Dijk – afronding Noordpolder Als onderdeel van de afspraken rondom Stavenisse/Krammer is de gemeente Tholen voornemens medewerking te ­verlenen aan de visuele afronding van windpark Noordpolder. Met de plaatsing van een extra turbine in het verlengde van het huidige park, komt er in de Noordpolder een rij van 5 ­turbines te staan. Tholen krijgt daarmee 3 windparken van ieder 5 turbines. Er is al veel werk verzet voor het opstellen van een goede ruimtelijke onderbouwing, die hoort bij de vergunning­ aanvraag voor de Derde Dijk. Uitgebreide onderzoeken naar o.a. geluid, slagschaduw, natuur en veiligheid zijn nog nodig. De vergunningaanvraag en ruimtelijke onderbouwing gaat, dan als een pakket de procedure in. Als alles goed gaat kan in 2012 een omgevingsvergunning worden verleend voor een windturbine met het zelfde formaat als de huidige E82-turbines. De drie ‘oude’ V29-turbines op de kop van het eiland blijven hun productie op het Thoolse elektriciteitsnet zetten.

14

Estlandweg De verwachting was dat voor de turbine aan de Estlandweg een snelle procedure gevolgd kon worden. Na een soepele start bleek er toch een grote hobbel te zijn die eerst moest worden genomen voordat de procedure volledig doorlopen kon worden. Het rapport externe veiligheid bracht een aantal aspecten aan het licht, waar in het drukke Sloegebied ­rekening mee moet worden gehouden. Uiteindelijk bleek het veiligheidsaspect op een vrij eenvoudige manier (technisch) oplosbaar te zijn. Ook de dorpsraad van Nieuwdorp stelde de nodige kanttekeningen bij de windturbine, die relatief dicht bij de dorpskern is gepland. Kortom, Zeeuwind en haar partner Winvast konden vol aan de bak om hier een oplossing voor te bedenken, waar een ieder zich in zou kunnen vinden. Met de dorpsraad zijn inmiddels afspraken gemaakt over ­participatie. Zeeuwind wil op deze manier laten zien, betrokken te zijn met de omgeving en onderscheidt zich daarmee van andere marktpartijen. Want de grootste kans op succes is er nu eenmaal als, naast de politiek, ook de directe omgeving de windturbine accepteert.

OSK/Bouwdokken Het jaar 2011 staat bij dit project in het teken van de plano­ logische procedure. Het ontwerp-bestemmingsplan en het ontwerp M.E.R. hebben ter inzage gelegen bij de gemeente. Hierop zijn een aantal bezwaren binnengekomen van de ondernemers van het Deltapark en de Klimpijler. Dat is ­uiteraard jammer, maar bij (grote) windenergieprojecten als deze haast onvermijdelijk. Er wordt natuurlijk geprobeerd in goede harmonie tot een oplossing te komen, zo zijn we dat bij Zeeuwind gewend en aan onze stand verplicht. Er ­lijken goede kansen te liggen, bijvoorbeeld door een ­koppeling tussen windenergie en het educatieve karakter van het Deltapark. Eind 2011 zal bekend zijn of de gemeenteraad van Veere het bestemmingsplan vaststelt. Daarna duurt het nog een aantal jaren, voordat het plan voor 9 wind­ turbines van elk 6 MW, kan worden gerealiseerd. Op de ­achtergrond vinden tegelijk studies plaats naar zaken als netinpassing en funderingstechniek. Bouwen op de ­dammen van de Bouwdokken is nog een flinke puzzel

.


Opening Windpark Noordpolder Op 18 juni 2011 heeft onder grote belangstelling de officiële opening van Windpark Noordpolder plaatsgevonden. Onder de ruim 150 belangstellenden waren uiteraard veel leden van Zeeuwind, maar ook veel andere Adrie van ‘t Westeinde

­geïnteresseerden wisten de weg naar Sint Maartensdijk te vinden. Normaal hoop je bij een opening op mooi weer, maar bij een opening van een windpark moet het ­natuurlijk flink waaien. Wind was er volop tijdens het ­openingsfeestje van het windpark. De geplande openings­handeling aan de voet van de ­turbine moest vanwege het slechte weer in de tent naast de ­windturbines plaats­vinden. Alle turbines konden meteen op vol vermogen draaien. Wethouder Frank Hommel verrichtte de officiële openingshandeling middels een druk op de knop.

Op een scherm in de zaal kon worden gevolgd hoe een ­turbine langzaam op gang kwam en al vrij snel kon men zien hoeveel kWh er aan het net werd geleverd. In zijn toespraak refereerde ­wethouder Hommel aan de lange voorgeschiedenis van dit windpark en de standvastigheid, waarmee de ­ontwikkelaars aan dit project hebben gewerkt. Andere ­sprekers ­verwezen naar de belangrijke bijdrage van dit park voor duurzame ­energie­voorziening in de toekomst. Op deze bijeenkomst werd tevens het boek ‘Windpark Noordpolder’ gepresenteerd. Dit boek, samengesteld door Gees Gmelich-Meijling, gaat in op de voorgeschiedenis van windpark Noordpolder en laat o.a. foto’s van het bouwproces zien. Windpark Noordpolder B.V. kan terug zien op een geslaagde opening. Als de hoeveelheid wind op deze dag de toon zet, dan gaat het park een gouden toekomst tegemoet. Inmiddels draaien de turbines al weer bijna een jaar. In deze periode is 20.140.000 kWh aan groene stroom geproduceerd. De turbines hadden in de eerste maanden nog enkele aanloop­problemen, maar vanaf maart 2011 waren ze voor 98,7% beschik­baar. Het windpark voldoet daarmee aan de verwachtingen

.

15


Jacques en Geert Roumen

H o e d o e t ú d at ?

Familie Roumen

Zeeuwind heeft inmiddels 1420 leden. Veel van deze leden zijn op hun eigen manier bezig met duurzame energie-opwekking. Voor de een volstaat deelname aan de coöperatie, de ander is actief met eigen Adrie van ‘t Westeinde

installaties. Hoe doet ú dat?

Finse woning Zeeuwindnieuws ging op bezoek bij de familie Roumen. Rijdend over de A58 zie je ergens tussen Lewedorp en ­s’-Heer-Arendskerke achterin de polder een groengrijs huis. Hier wonen vader en zoon Jacques en Geert Roumen. Tijdens een fietstocht 8 jaar geleden, zag Jacques de kavel te koop staan. Er stond een woning, maar die was vrijwel ­onbewoonbaar. Het bestemmingsplan liet toe, dat hij er mocht bouwen. Er lag een waterleiding, maar een ­elektriciteits- en gas­aansluiting ontbrak. Hij kocht de kavel en een ­houten Finse woning, die hij als bouwpakket zelf in elkaar kon zetten. Of dit duurzaam

16

­ ouwen is, is de vraag. Bomen kappen en vanuit Finland b naar Nederland ­vervoeren kost veel energie, maar dat geldt ook voor ­bouwen met steen en beton.

Selfsupporting in energie Aansluiting op het elektriciteitnet kostte veel geld. Hij koos er daarom voor selfsupporting te worden voor wat zijn energievoorziening betreft. Voorwaarde was wel, dat hij niet ­chagrijnig van zijn eigen huis werd: dus niet inleveren op ­comfort en zeker niet met 3 truien aan ‘s winters in de kou ­zitten. Hylke Boonstra hielp hem op weg dit op te lossen.


Z eeuwind N ieuws 2 2 0 1 1

|

H oe doet ú dat ?

Voor zijn stroomvoorziening heeft hij een windmolen en ­zonnepanelen aangeschaft. De eerste molen, die hij kocht, begaf het na een jaar. Maar de windmolen, die hij nu heeft, een Fortis Passaat, blijkt een gouden greep. De Passaat draait alweer twee jaar zonder ­problemen. Als aanvulling op de windmolen liggen er 12 zonnepanelen op zijn dak. Beide installaties ­vullen een accu van 24 volt. Deze accu is de buffer. Stel dat er geen wind en geen zon is, dan heeft hij met deze accu ­ongeveer voor drie dagen energie. Achter de accu zit een ­omvormer, zodat hij in huis overal 220 Volt heeft. Als noodvoorziening staat er een ­aggregaat, maar die heeft hij zelden nodig. Op de dag dat wij de familie Roumen bezochten, stond er een aardige wind en de zon was behoorlijk fel. De accu was ­overvol, er werd meer stroom geproduceerd dan ­afgenomen. Normaal gesproken lever je dan terug aan het net, maar dat is daar niet mogelijk. De oplossing is dan een energieslurpend verwarmingselement inschakelen. Als je zelf in je energie moet voorzien, ga je heel bewust met het energiegebruik om: er is nog een spaarlamp in huis, de ­overige verlichting komt van powerleds. De wasmachine

is een hotfillmachine, die aangesloten is op de zonneboiler. Een vaatwasser vindt Jacques niet nodig. Hij verbaast zich wel over het energieverbruik van de pompen, drie op de ­CV-ketel en een voor zijn afvalwaterzuivering. Maar ook daar ziet hij al weer mogelijkheden tot besparing. Onlangs heeft hij een pomp van 50 Watt vervangen voor een pomp van 5 Watt. Vader en zoon gebruiken ­ongeveer 1100 Kwh per jaar, inclusief het gebruik van een router, die 24 uur per dag aanstaat. Ook in de winter wil hij er warmpjes bijzitten. De verwarming is een CV-ketel, die brandt op houtpellets. Die werkt volledig automatisch zodat hij er verder geen omkijken naar heeft. Wel moeten er op tijd nieuwe pellets besteld worden, zo’n 1.500-2.000 kg per jaar.

Energieneutraal Jacques kan met recht zeggen dat hij een energieneutrale woning heeft: geen Co2-uitstoot en alles duurzaam. ‘De duurzaamheid zit vooral in mijn hypotheek’ grapt hij: als de banken zijn installaties niet hadden meegefinancierd, dan was dit allemaal niet gelukt

.

Zonnestroominstallatie op basisschool De Wegwijzer In 2010 deed Zeeuwind 10 subsidieaanvragen voor grote ­zonprojecten de deur uit. Slechts één aanvraag werd ­gehonoreerd: de installatie van 15.000 Wp op een basisschool in Heinkenszand. Voor de basisschool was dit aanleiding om samen met de leerlingen een thema rondom duurzame ­energie uit te werken. Het project werd afgesloten met de officiële in­gebruikname van de installatie. De Borselse wethouder Marga Vermue verrichtte op 16 juni 2011 onder het toeziend oog van vele leerlingen de officiële opening. De installatie heeft inmiddels (september 2011) 10.700 kWh aan zonne­ stroom geproduceerd. Inmiddels is in het beleidsplan van Zeeuwind het voor­nemen opgenomen, dat zij jaarlijks een zonnestroom-installatie op een school, sporthal of appartementencomplex in gebruik wil nemen. Vooral daar, waar educatie en duurzame energie samenkomen, ligt de prioriteit.

17


Zon Effect Van dromen naar realisatie Zeeuwind is samen met de Zeeuwse Milieufederatie initiatiefnemer van Zon Effect. Het project heeft één doel Martin Verstelle

voor ogen, namelijk door participatie, deling van kennis en ervaring en een flinke dosis enthousiasme te komen tot vergroting van het aantal geplaatste zonnepanelen in Zeeland en daardoor het terugdringen van CO2-uitstoot. Is dat nodig dan? Vraagt u zich misschien af. Ja, er zijn nog steeds een aantal drempels, die plaatsing van zonnepanelen lastig kunnen maken. Dit kan het gebrek aan kennis of goede voorlichting zijn, maar ook complexe regelgeving en technische situaties. Verder kunnen financiën een initiatief alsnog de das omdoen. Voor een particuliere woningeigenaar zijn zonne­panelen te plaatsen tegen een kostprijs per kWh, die in de buurt komt van de leveringsprijs van de meeste energie­leveranciers. Kleine ondernemers met een eigen pand kunnen zelfs met ­fiscale mogelijkheden zonnepanelen tot een rendabele ­investering maken.

18

De mogelijkheden om in collectieve vorm zonnepanelen te installeren zijn echter nog een stuk lastiger tot stand te ­brengen. Terwijl daar juist in volume meer mogelijkheden ­liggen, denk aan grote daken van appartementengebouwen, boeren­schuren en andere bedrijfspanden. Een belangrijk onderdeel van Zon Effect is het benutten en leren van initiatieven in de Zeeuwse samenleving en het enthousiasme en ervaringen te delen met elkaar. De initiatieven en dromen zijn in de zomer verzameld en besproken. Van de grote hoeveelheid dromen die zijn ingediend, zijn een viertal onderwerpen geselecteerd waar in groepen


Z eeuwind N ieuws 2 2 0 1 1

|

Z on E ffect

v­ erder aan wordt gewerkt: – het plaatsen van zonnepanelen op sportgebouwen; – het realiseren van een vorm van collectieve plaatsing van zonnepanelen bij (agrarische) bedrijven; – het plaatsen van zonnepanelen via Verenigingen van Eigenaren; – een inkoopcollectief voor zonnepanelen 2012 voor alle Zeeuwen. In dit vierde deelproject worden de ervaringen uit het GIZZ

project van Zeeuwind nadrukkelijk meegenomen om in 2012 een nog groter volume te realiseren. Het project wil begin 2012 met eerste zichtbare resultaten gaan komen en moet medio 2012 afgerond zijn. Meer informatie over Zon Effect of mogelijkheden om deel te nemen aan deelprojecten kunt u krijgen bij: www.hetzoneffect.nl Zodra het inkoopcollectief vorm gaat krijgen worden alle leden van Zeeuwind hierover geïnformeerd

.

¨ Ja, ik wil meer informatie ontvangen over het lidmaatschap van Zeeuwind

Naam . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Adres . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Postcode/woonplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Geboortedatum . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

E-mailadres . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Vereniging Zeeuwind

Lidmaatschap/ informatie

In een ongefrankeerde envelop sturen aan: Vereniging Zeeuwind, antwoordnummer 104, 4380 NV Vlissingen


Postbus 5054, 4380 KB Vlissingen


zeeuwind_nieuws2_11