Page 1

IN GESPREK MET HERBERT & ADRIE

~ Wat goed is komt snel gaat in het geval van dit interview zeker niet op. Geduld is een schone zaak wél. Vooral geduld van de geïnterviewden. Bij deze nogmaals excuses voor de vertraging. Desalniettemin ging het gesprek met Herbert Sepers en Adrie van Huizen zo natuurlijk, dat het zowel tijdloos als bijzonder vermakelijk was. Vandaar ook uitgebreid aandacht aan beide voetbaldieren, die er een leven lang Zeeland Sport op hebben zitten. In de geschiedkunde van Zeeland Sport komt de naam van Adrie als eerste voor. Adrie: “Ik ben in 1969 bij Zeeland Sport gekomen, meteen bij de senioren. Het jaar daarvoor zat ik in dienst. Van 1958 tot 1968 heb bij VC Vlissingen gezeten, zelfs nog het eerste gehaald in de Eerste Klasse. Mijn vader was nogal een verwoed Vlissinger, dus mijn overgang viel niet helemaal goed. Dat was een apart verhaal overigens. Toen

was Joep van den Berg voorzitter hierzo en die komt op een gegeven moment aan de deur bij ons. Ik lag nog op bed en zaterdagmorgen belt die man aan. Ik snel naar beneden en die zegt “we hebben een keepersprobleem bij Zeeland Sport. Ben je bereid om naar ons te komen?” Daar had ik wel zin in, want ik wilde niet meer terug naar Vlissingen. Meteen stond die ouwe op van de bank en liep boos naar achter haha”. In september zat ik nog in dienst, maar vervolgens kwam ik er gewoon bij. Frans Rieteco was toen trainer en die haalde me gewoon in Gilze Rijen op voor een wedstrijd. Ook het

Herbert een

Bijlage Spurt – Maart 2014 - Jaargang 59 - Interview

1

kende – zij korte –


historie bij de rood-wit gestreepte buurman. “In 1967 ben ik naar hier gekomen, uit het land van Maas en Waal. Ik ben bij De Schelde gaan werken en bij Vlissingen gaan ballen in ‘69. Daar speelde ik in het tweede. Ik zou naar de eerste selectie gaan, dat was beloofd, maar ja, op een gegeven moment moest Bram de Smit, de trainer, de belofte nakomen en dat is niet gebeurd. Er kwam een aantal spelers terug en wij werden aan de kant geschoven. Toen ben ik in ‘71/’72 bij Zeeland Sport gekomen. Toen heb ik een korte periode Olijhoek nog meegemaakt. Daarna Janus Smits. Dat was de perfecte trainer voor mij. Ik was gewend om veel te lopen. Prachtig figuur ook.” Adrie vult meteen aan. “Ja, dat wil je niet geloven hè, dan gingen we trainen en kwam er opeens een vrachtwagen. Die donderde zo een lading vol met banden op het veld.” Herbert lachend, “Ja dankzij Janus Smit ben jij in het Zeeuws Elftal gekomen jongen.” Adrie beaamt. “Ja, kwam ook door die fietsbanden. Eentje aan de lat, eentje aan mijn middel. Dan gooide hij de bal in de hoek en springen mocht je haha.” Niet alleen de keeper moest hard werken, ook de spelers moesten er aan geloven, vertelt Herbert. “Ja, op de Leeuwentrap. Mocht je iemand op je rug nemen en drie keer naar boven en naar beneden. Of met stenen, nog zwaarder.” Daar was Adrie ook bij. “En wat zei Chris van Zalen? “Neem allemaal zo’n zak stenen mee en donder het in zijn tuin. Kan die een mooi straatje leggen.” Toch kijken beide mannen met een goed gevoel terug op de trainer. “ De beste conditie die we ooit gehad hebben. Als we toen Janus voor de conditie hadden gehad en Dick van Westen voor de techniek, dan hadden we betaald voetbal gespeeld met Zeeland Sport!” Adrie vult aan: “Hij was ook een enorme oppepper. Dan kreeg je een kaart

in de bus over De Noormannen of met Sinterklaas een chocoladekikker in je schoen.” En meteen schudt ook Herbert er weer een anekdote uit. “Dat was een keer met z’n verjaardag op zondag. Wij hadden een fiets ‘ ‘geregeld’ in de stad en weer opgeknapt. Zaterdag ’s avonds. Wij die fiets gebracht. We gaan daar drinken en drinken. Op zondag naar Domburg, reden we glad verkeerd naar daar. De ene was nog slechter dan de andere. We kwamen achter te staan. Janus kwaad, als je kan zuipen kan je ook voetballen! En toen wonnen we nog met 2-1. Een hoop mooie herinneringen, maar aan alle periodes komt een eind. Adrie vertelt: “Ik heb 13 jaar onder de lat gestaan. Onafgebroken. Ik heb 6 trainers gehad. In 1982 was ik 33 en was het mooi geweest. Ik had zelf nieuwe keepers opgeleid, Jaap Peijnenburg en Jan de Rooij en stopte er mee. Daar heb ik nog altijd spijt van. Ik kon naar Erremuu, dat had nog leuk geweest”. Toch kijkt hij met een tevreden blik terug. Ik heb drie jaar bij het Zeeuws Elftal gezeten en mooie wedstrijden tegen onder andere Anderlecht gespeeld. Ik heb niet alles bijgehouden hoor, wel wat verslagen en uitslagen en zo,” vertelt hij, terwijl er door een grote hoeveelheid foto-albums wordt gebladerd. Tussendoor vertelt hij nog even dat hij door Eeklo gescout was. Hij zou een vast contract krijgen voor 3000 BFr plus 1500 BFr voor een gewonnen wedstrijd. Helaas…. Toen Adrie meldde dat hij niet over een auto beschikte maar alleen een fiets bezat, was het gesprek meteen klaar.

Bijlage Spurt – Maart 2014 - Jaargang 59 - Interview

2


Ook voor Herbert was er geen eeuwig leven in Zeeland Sport 1 mogelijk. “Dick van Westen haalde mij er uit. Dat was een verhaal apart. Ik speelde op een gegeven moment in het tweede en schoot een bal vanaf het middenveld over de keeper heen. Ik hoorde Dick zeggen “Da’s geluk”, dus ik zei “Da’s geen geluk, ik doe het nog wel een keer over”. En twee minuten later deed ik precies hetzelfde, dus ik naar hem toe: “Zie je nou wel?”. Toen speelde ik een tijdje niet in het eerste. Ja ik was iemand

die enkel de goal zag. De makkelijkste ballen schoot ik gewoon over, de moeilijke gingen er in.” Adrie vult aan: “Ja dat was ook zo. Je was een hele harde werker, liep op elke bal en liep ook duuzend keer buitenspel.” Herbert verdedigt zichzelf met een glimlach. “Ja, dat was ook tijdswinst hè. Als de tegenstander sterker is op een gegeven moment.” Het valt even stil, voordat Herbert vervolgt. “We hebben lang

Bijlage Spurt – Maart 2014 - Jaargang 59 - Interview

3


samengespeeld. Zeker een jaar of 8. Ik ben gestopt met Maarten de Kok zo’n beetje, ‘80 of ‘81.” Adrie verbetert snel; “Je bent later gestopt, zo rond ‘83/’84. Die Maarten de Kok. Dat was ook een apart verhaal. Ik had als aanvoerder dikwijls overleg met hem. Ik weet nog dat we in de winter eens niet op het Arodaveld mochten, dus zaten we hier in de kantine. En toen zei die: Heren, we gaan óf biljarten óf kaarten óf ouwehoeren. Dus ik zei: Daar ben ik het niet mee eens. We gaan lopen. En je gaat mee of niet. Hij: ik stel dit voor als trainer. Ik: en ik dit als aanvoerder. Hij: als je terug komt wil ik met je praten Ik; en ik met jou.. Maarten heeft het niet lang bij ons uitgehouden.” We zijn inmiddels al even onderweg, maar over prijzen is nog niet gesproken. Totdat het tweetal over het eerste seizoen samenspelen begint. Adrie: “Volgens mij zat je pas vanaf ’72 bij ons. Toen zijn we kampioen geworden, maar daar was jij niet bij. Zat je toen in het tweede?” Herbert “Nee, nee, toen was ik in Spanje. Dat was in Koewacht hè, dat kampioenschap? Ja klopt, was ik niet bij. Wel goede contacten gehad tijdens de wedstrijd.” In het buitenland zat Herbert wel vaker, voornamelijk vanwege zijn werkzaamheden. Eerst bij De Schelde (“Op De Schelde was het vrijdag en maandag voetbaldag. Het ging over niets anders. En blessurebehandelingen bij Brammetje de Smit.”), later bij een diversiteit aan bedrijven. Toch bleef Zeeland Sport altijd een belangrijke rol spelen in het leven van de aanvaller. “Ik heb nog een flink aantal jaren in lagere elftallen meegedaan. Ik zat op een gegeven moment veel in het Midden Oosten voor mijn werk en toen ben ik gestopt. Ik heb wel lang in het

derde gespeeld, Jan Fleurbaaij als leider. Was een mooie tijd. Ik zag het niet zo zitten om het trainerswereldje in te gaan. Ik ging wel de organisatie in. Het secretariaat of een toernooitje organiseren en achter sponsors aan. Ik heb met Tonnie Poortvliet nog een wedstrijd van het Nederlands elftal hier bij Zeeland Sport georganiseerd en later CSKA Moskou en Club Brugge. Ik had een maat uit Yerseke en die had een vissersboot. Daar ging ik ook vaak mee en daar kwam je altijd wel nieuwe contacten tegen om wedstrijden te organiseren. Leo Streng was de voorzitter, die was eigenlijk van de atletiek. Eerder hadden we nog wat problemen gehad met voorzitters, Dijkstra en Nelemans. Leo was een hele prettige. Daar kon ik mee lezen en schrijven en we kregen prachtige ploegen hier op bezoek. Ik weet ook nog dat we een keer aan de overkant hadden gevoetbald. Stonden we bij de boot, komt Cruijff in één keer aangelopen. Die had meubels bij Morres gekocht. Die stapt daar uit en die ziet mij. En die zegt jaja. Dus ik zeg “ja, ik heb je vis bij me hoor”. Niemand begreep er wat van, haha!” Ik heb toen in het Midden Oosten in Bahrein gezeten, en het bedrijf waar ik toen werkte was hoofdsponsor bij Ria W. Die kwamen dan langs met de selectie. De trainer daar was toen Wim van Hanegem en Schoenmakers speelde daar ook. Wij hadden als enige alcohol daar, ze waren hartstikke blij met ons natuurlijk haha!.” Het hield echter niet op bij werkzaamheden over de grenzen. “Ik was als koppelbaas eigenlijk de uitvinder van de uitzendbureaus. Ik had hele goede vakmensen. Ik zat op Scheldepoort vroeger, dan kreeg ik een telefoontje “ik heb vanavond 25 mensen nodig”. Nou, ik bel een paar mensen op en binnen een uur is het geregeld. 58 gulden per uur.

Bijlage Spurt – Maart 2014 - Jaargang 59 - Interview

4


Peter Dommisse had een functie bij de Schelde op de Botlek. Ik had op zaterdag een verjaardag bij Peter en toen bleken ze mensen nodig te hebben. Dat moest voor maandagochtend gedaan zijn. Toen zijn we even naar boven gelopen. Dat heb ik geregeld, over een uur staan ze er. Zo is het ook gegaan. Daar heb ik veel plezier van gehad. Adrie valt meteen in met de gewetensvraag: “Miljonair van geworden?” Herbert; “Nee dat niet.” “Wel een mooie tijd.” -Adrie vervolgt: Ik ben nog altijd trainer bij De Meeuwen. Ik ben begonnen bij de A’s en B’s. Toen de Fjes, met die kleine van me. Later ben ik van ’85 tot ’86 en van ’93 tot ‘95hoofdtrainer geweest hier. Als trainer kreeg ik mot met een aantal spelers,

waaronder Lion van Luijk. Die wou ik uit de selectie verwijderen en daar waren de heren het niet mee eens. Dan gingen die mannen met het bestuur in het krachthonk vergaderen en zat ik aan de bar. Kwamen ze niet uit, ze wilden mij niet kwijt en Van Luijk ook niet. Toen ben ik er mee gestopt. Zoek het maar uit verder. Amper een maand later stond GPC voor mijn neus. Kwam Lion ook, haha, maar die ging in het derde spelen. Wie dit verhaal gelezen heeft, zal alleen maar kunnen concluderen dat deze mannen beeldbepalend zijn geweest voor Zeeland Sport. We besluiten dit verhaal dan ook met het uitspreken van onze waardering voor hun verdiensten voor Zeeland Sport.

Bijlage Spurt – Maart 2014 - Jaargang 59 - Interview

5

Interview herbert adrie  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you