Issuu on Google+

J.S. BACH Weihnachtsoratorium cantates 4, 5 & 6 Met medewerking van: Clara de Vries - sopraan Gea Gijsbertsen - alt Jan Caals - tenor Romain Bischoff - bas Ensemble Conservatoire Wolfried Kaper – Dirigent


Geacht publiek, Wij wensen u van harte welkom bij de start van ons lustrumjaar en wij wensen u een voorspoedig en gezegend 2009 toe. De Christelijke Zang en Oratorium Vereniging “Zanglust” werd officieel opgericht op 8 juli 1939 en vindt zijn oorsprong in een fusie tussen het kerkkoor van de Hervormde Gemeente Heemse en de Christelijk Gemengde Zangvereniging “Zanglust” uit Heemse. Onze doelstelling staat omschreven als: “De vereniging heeft ten doel de beoefening van de zang in het algemeen en van het christelijke lied in het bijzonder, eventueel met instrumentale begeleiding. Daarbij is het Christelijke lied een uiting van het godsdienstig leven en een middel ter verrijking daarvan.” “Zanglust” is in de afgelopen zeven decennia uitgegroeid tot een veelzijdig zang- en oratoriumkoor, mede dankzij de inspirerende en enthousiaste muzikale leiding van dirigent Wolfried Kaper (sinds januari 1978) en de professionele pianobegeleiding bij de repetities van Jos Mulder. Na de uitvoering van Die Jahreszeiten van Joseph Haydn, op 19 april 2008, hebben wij in zes maanden de moeilijke, maar prachtige 4e, 5e en 6e Cantate van het WeihnachtsOratorium van Johan Sebastiaan Bach ingestudeerd. Wij hebben ons allemaal zeer verheugd op dit concert en hopen dat ons plezier in muziekmaken op u overslaat en dat u samen met ons van deze concertavond zult genieten. Toekomstmuziek: Het volgende concert van ons koor staat gepland op zaterdag 26 september 2009 in de Höftekerk in Hardenberg. Wij voeren dan werken uit van Buxtehude, Durante en Vivaldi. Het concert wordt herhaald op 3 oktober in Ludwigslust te Duitsland. Anneke van Nes, voorzitter

Dit concert werd mede mogelijk gemaakt door: Administratiekantoor Odink Autobedrijf Pouw Hardenberg Bakkerij Slatman Bloemen Beijer Blokker Boekhandel Schutte Bouwbedrijf Kampman Bouwbedrijf Schröer Brink Transport DA Drogisterij Ter Veen Dr. D.F. Koldijk Consultanty Gert Reiling Caravans HL Ecoservices Installatiebedrijf Fikse Installatiebedrijf Welink Martin Keur Optiek Rabobank Vaart en Vecht Vrieling Adviesgroep

Ons koor heeft een nieuwe website. Neem eens een kijkje op: WWW.CZOV-ZANGLUST.NL


Alten Anneke Maaike Alie Jennie Liene Henny Klaske Hilly Dixy Siny Miny Henny Lub Lies Wilma Bouwina Christel Anneke

Anneke Riek Diny Anneke Riet Riet Rinie Geke Trijnie Truus Janny Corrie Annie Cobie Jannie Annie Riek

Buijs Delden Dijk Ekkelenkamp v Gelder Grendelman de Haan Huising v Kamer Kampman Kerkdijk Kooy Kuper v Lenthe Meijer Mennes Naijman v Nes

Nijman Petersen Petter Post Pullen Rikkers Rotman de Ruiter Salomons Smit Timmers v Veen Veldhuis Veurink Westerveld Wevers Zemmelink

Tenoren Gerard Albert Jan Rob Henk Paul Herman Dick Simon

Bosman Colijn Cramer Dijkstra v. Doorn Hamberg Koldijk Koorn

Fedde

Kroon

Albert

Marsman

Richard

Offringa

Peter

Pot

Gerrit

Potgieter

Dik

Zemmelink

Bassen Cor Ad Ewout Kees Jan Ph

Akkermans vd Assem Berenst Boschhuizen v Bruggen

Heiko Jan Hendrik Leen Kees

Bult Compagne v Groningen Scholten vd Steen

Dirigent: Wolfried Kaper Repetitor: Jos Mulder

Clara de Vries - sopraan Clara de Vries deed in 1989 eindexamen solozang aan het Conservatorium te Zwolle, daarna bekwaamde zij zich verder bij Aafje Heynis. In 1990 was ze finaliste van de Erna Spoorenberg Solisten Presentatie. Vanaf die tijd is Clara een veelgevraagd soliste bij oratoriumverenigingen en beschikt zij mede daardoor over een breed repertoire. Interpretatiecursussen volgde zij aan het Mozarteum te Salzburg voor de Duitse liedkunst. Voor opera aan het Internationaal Opera Centrum te Amsterdam en voor het lied met orkest aan het Internationaal Vocalisten Concours in ’s-Hertogenbosch. Tegenwoordig is Charlotte Margiono haar coach. Verschillende omroepen vroegen haar medewerking voor radio- en t.v. optredens. Ze maakte tournees door Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Canada, Korea, Singapore en Indonesië. Clara maakte deel uit van het Midas Ensemble met bezetting sopraan, klarinet en piano. In Korea kreeg dit ensemble een speciale prijs tijdens een internationaal muziekfestival. Met name in liedrepertoire maakte zij een aantal cd-opnamen. Zij speelde in de bijzondere operaproducties ‘Samson’ van Handel en ‘The death of Klinghoffer’ van Adams.

GEA GIJSBERTSEN. Alt Gea Gijsbertsen studeerde solozang (klassiek) aan het Stedelijk Conservatorium te Zwolle. Zij behaalde haar U.M. diploma (uitvoerend musicus). Later volgde zij een post HBO opleiding lichte muziek aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Zij won het Erna Spoorenberg concours met het hoogst haalbare aantal punten. Zij zong in diverse operaproducties o.a. la Zingara in la Traviata, Dolcina in Il Trittico. Bij Joop van de Ende zong zij de rol van Ida Stauss in Titanic. Verder zong zij een jingle in voor het radioprgramma van Jeroen van Inkel, was zij te gast in het radioprgramma van Hanneke Kappen met musicalfragmenten uit o.a. Phantom of the Opera. Zij zong als gastsoliste op verschillende popfestivals zoals Lowlands, Pinkpop, Graspop. Momenteel maakt zij deel uit van een theatraal operatrio.


Jan Caals. Tenor Jan Caals studeerde aan het Lemmensinstituut en aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel bij Louis Devos. Zijn repertoire gaat van de middeleeuwse Ars Nova (als lid van het vocaal kwartet Capilla Flamenca) tot de hedendaagse muziek, met vele creaties van o.a. Piet Swerts, Kurt Bikkembergs, Willem Kerstens, Lucien Posman, Philipe Boesmans, Max-Ernst Kerstens, Paul Belaerts en Peter Pieters. Hij trad op met het Nederlands Danstheater, in de Koninklijke Muntschouwburg, in de Vlaamse Opera, de Philharmonie van Vlaanderen, het Nationaal Orkest van België, de Filharmonie Hungarica, I Fiamminghi, Il Fonadamento, Currende, Le Parlement de Musique, Ex Tempore, … en dit in Passies en Cantates alsook in latere oratoria van o.a. Strawinsky, Rossini, Webber, Tippet, Janaçec, e.a. … Jan Caals is te beluisteren op een 50-tal CD-opnames van o.a. Naxos enEufoda, Ricercar. Veelvuldige concerten voerden hem door Europa, Japan, de Filipijnen, Canada, Taiwan, China en Nieuw-Zeeland.

C.Z.O.V. ”Zanglust” mag zich de laatste jaren verheugen in de belangstelling van nieuwe leden. In alle stemsoorten hebben wij nieuwe mensen mogen begroeten. Maar hoewel ”Zanglust” een groot koor is, blijkt ook telkens weer hoe kwetsbaar het koor is, met name in bepaalde stemsoorten. Zo raakt vooral de bassectie wat onderbezet. Wij zien het koor dan ook graag versterkt met enkele basstemmen. Mocht uw belangstelling zijn gewekt, dan willen wij u graag nader informeren. Overigens in alle stemsoorten zijn nieuwe leden van harte welkom. Het koor repeteert op maandag-avond van 20.00-22.00 uur in de Höftekerk in Hardenberg. Knoopt u vanavond gerust een gesprekje aan met één van onze (bestuurs) leden.

Sopranen Marieken Irene Carla Joke Corrie Hanneke Lenie Ina Annie Herma Janine Klaaske Elly Truus Gozineke Anneke Martha Marja Lies Wineke Inge Tjits

Allema vd Berg Boer Bonthond Boon Borggreve Borneman Bosscher Bulthuis Colijn v Dijk Drenthen Drost Entjes Gerrits Hamberg Hamhuis v Harten Hoffman v Houdt Jonkhans Kerkdijk

Alie Wilma Trijntje Dineke Marijchje Adri Femmy Grada Janny Gerrie Rachel Corrie Inez Ineke Eline Jenny Trix Dicky Leni Hennie Fettje Gees

Kerssies Kieft Klok Koers Kremer Kremer Kroon Landeweerd Leenheer Meier Noorlander Oosterman Pot Reiling Schröer Slatman Slot Smit vd Steen Stegeman Stoeten Timmerman


Deel zes is een muzikale synthese van het oratorium als geheel: het openingskoor in 3/8-maat, de dansante ¾maat voor de sopraanaria Nur ein Winken von seinem Händen, de galante 2/4-maat in de bruisende tenoraria Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken en de traditionelere 4/4-maat voor het slotkoraal. Dit slotkoraal is een stralend concertant deel met een prominente trompetpartij, waarbij Bach de koraalmelodie Herzlich tut mich verlangen – ook gebruikt voor het eerste koraal van het oratorium – gebruikt. In deel één nog met een tekst die de verwachting van Christus' komt uitdrukt, hier de triomfantelijke overwinning van Christus op het kwaad.

ROMAIN BISCHOFF. Bas Bas-bariton Romain Bischoff begon zijn loopbaan als solist bij het befaamde ensemble Les Arts Florissants van William Christie, waaraan hij enkele jaren verbonden was. Sindsdien bouwde hij een internationale carrière op met vele klassieke operarollen. Zowel op het gebied van de oude muziek en het negentiende eeuwse operarepertoire is hij een veelgevraagde zanger. Bischoffs specialisme ligt op het gebied van de hedendaagse muziek, waarin hij al diverse werken in wereldpremière bracht. Hij is een regelmatig terugkerende gast op festivals voor hedendaagse muziek over de hele wereld. Bischoff werkte met dirigenten als Reinbert de Leeuw, Hartmut Haenchen, Kenneth Montgomery, Henry Lewis, William Christie, Msitislav Rostropovich, Gary Bertini, Ed Spanjaard, John Adams, Philippe Entremont en Lothar Zagrosek. Hij is de komende tijd te gast op een aantal festivals voor Hedendaagse Muziek: onder meer in Budapest, Parijs, Milan en Madrid. Bischoff is sinds 2002 artistiek leider van VocaalLAB (voormaals het Nederlands Vocaal Laboratorium genoemd), een Internationale werkplaats en productiehuis voor hedendaagse vocaal-theatrale muziek. In 2006 richtte hij een eigen vijfstemmig ensemble, de Compagnie Bischoff op.


Ensemble Conservatoire Het orkest is in het verleden ontstaan uit studenten van het Zwolse Conservatorium en speciaal opgericht voor het begeleiden van koren. Hoewel het orkest regelmatig aangevuld wordt met jonge, talentvolle musici is met name de strijkersgroep steeds uit een vaste kern blijven bestaan, waardoor de homogeniteit van klank en samenspel groeide. De inbreng van de op hoog niveau musicerende blazers completeren dit orkest. De toenemende bekendheid van het Ensemble Conservatoire, de flexibiliteit en de geestdrift waarmee door de orkestleden gemusiceerd wordt, heeft er toe geleid dat het orkest zijn medewerking heeft verleend aan radio- en televisieopnamen en aan talrijke concerten in binnen- en buitenland. Ook heeft het orkest inmiddels meerdere CD’s opgenomen. Het Ensemble Conservatoire bestaat uit een vaste kern van beroepsmusici die ook deels hun werkterrein hebben in de grote professionele orkesten en in het onderwijs aan conservatoria en muziekscholen. Met 15 tot 20 producties per jaar in het gehele land heeft het Ensemble Conservatoire een goede naam verworven voor wat betreft betrouwbaar en hoogstaand orkestspel van baroken romantische muziek. Ondanks dat er op moderne instrumenten gemusiceerd wordt, streeft het orkest naar een zo authentiek mogelijke klankbenadering aangaande de uitvoeringspraktijk. Het plezierige contact tussen de musici onderling zorgt voor een extra stimulans om met elkaar een zo goed mogelijk product neer te zetten. Dit wordt vooral duidelijk door de grote en toenemende belangstelling voor dit orkest vanuit de koorwereld en ook wanneer men kennis neemt van de vele recensies, die zich lovend uitspreken over het ensemblespel en daarbij melding maken van bijzondere solistische bijdragen. Het Ensemble Conservatoire is dan ook een veel gevraagd orkest voor de begeleiding van koren. Daarnaast heeft het ensemble inmiddels meerdere malen bewezen ook ander orkestrepertoire op zeer professioneel niveau uit te kunnen voeren.

Vijfde deel (voor de zondag na Nieuwjaar) Deel 43 t/m 53 van het Kerstoratorium In 1734/1735 was er geen zondag tussen Kerst en Oud & Nieuw, maar wel een tussen Oud & Nieuw en Driekoningen. Ehre sei dir, Gott, gesungen werd gezongen op deze zondag na Nieuwjaarsdag. In deze cantate wordt het bezoek van de drie wijzen uit het oosten aan koning Herodes behandeld. De cantate vertelt over het licht dat de wijzen hebben gezien. Het vijfde deel opent met een nieuw gecomponeerd koor in snel tempo, dat oproept om Gods glorie te bezingen, en waarin de oboe d'amore's concerteren met de strijkers en alle instrumenten op hun beurt een dialoog aangaan met de zangers. Het recitatief van de Evangelist, het daarop volgende koor plus het recitatief van de alt en de rustig doorgaande aria van de bas bezingen het licht dat Christus heeft gebracht, gesymboliseerd door de ster die aan de wijzen verschijnt. Voordat dit deel wordt afgesloten door het recitatief van de alt en een koraal, worden in een terzet van sopraan, alt en tenor, begeleid door een soloviool, twijfels over wanneer de tijd van Christus' troost zal komen resoluut door de alt (=Maria) terzijde geschoven. - PAUZE Zesde deel (voor Driekoningen) Deel 54 t/m 64 van het Kerstoratorium Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben is geschreven voor Driekoningen. Het vertelt van het bezoek van de wijzen uit het oosten aan Jezus. In dit deel staat centraal dat de vijandelijke machten het Christuskind geen schade kunnen toebrengen. Bach maakte hier een koppeling naar het heden, door te stellen dat ook een gelovige, die zich onder Jezus’ bescherming stelt, veilig is. In het openingskoor, een passepied, keren de pauken en trompetten uit deel één weer terug. Concertante delen worden afgewisseld met fuga's en canons. De 'stolzen Feinde (de harde dissonanten) worden overwonnen door het geloof (de stralende akkoorden en trompetfanfares).


De koralen zijn Lutherse kerkliederen aanvankelijk bedoeld voor gemeentezang. Bach selecteerde met zorg bestaande koralen en harmoniseerde ze voor koor en orkest om zo vorm te geven aan de rol van de gelovige gemeente binnen een cantate. In Bachs tijd waren de melodieën en teksten alle bekend voor het kerkpubliek. Aan het eind van een cantate vinden we altijd een koraal, echter soms ook een of twee middenin. In het Weihnachts-Oratorium vinden we in totaal 16 koralen. Soms hebben ze een eenvoudige vierstemmige zetting, soms zijn er aparte tussenspelen tussen de tekstregels voor (delen van) het orkest. In het WeihnachtsOratorium vinden we deze vorm bij de slotkoren van de delen 1, 2, 4 en 6 (resp. nr. 9, 23, 42 en 64). Van een aantal koralen wordt de melodie alleen gezongen door de sopranen, vervlochten met een solistisch recitatief (nr. 7, 38 en 40). Tijdens het concert van vanavond zullen de cantates 4, 5 en 6 te beluisteren zijn. Tussen de cantates 5 & 6 is er pauze. Hieronder treft u een korte uitleg van elk van deze cantates aan: Vierde deel (voor Nieuwjaarsdag) Deel 36 t/m 42 van het Kerstoratorium Fallt mit Danken, fallt mit loben is geschreven voor Nieuwjaarsdag. Het gehele vierde deel geeft uiting aan het volgen van Christus. Het openingskoor roept op tot dank en lof. Dit openingskoor (Fallt mit Danken) is in 3/8-maat geschreven, als een zwierig menuet. Na de recitatieven van de Evangelist en die van de bas, gevolgd door een duet van sopraan en bas, zingt de sopraan de echo-aria Flößt mein Heiland. Deze aria is gecomponeerd als een Italiaanse giga. Het oorspronkelijke echo-spel uit de Herkulescantate (BWV 213) is in het oratorium getransformeerd tot een dialoog tussen de gelovige ziel en de reddende Heer. Deel vier is het meest op zichzelf staande deel van het oratorium: de toonsoort is F, er worden hoorns ingezet en in dit deel is de enige aria te vinden in de meer gebruikelijke 4/4-maat (Ich will nur dir zu Ehren leben), gecomponeerd als een 'ouderwetse' vierstemmige fuga met een gelijkwaardige partij voor tenor en instrumenta-

ROB ENGELS. Concertmeester Rob Engels studeerde viool en blokfluit aan het conservatorium te Zwolle bij Jan Hulst en Adrienne du Clou. Hij behaalde de onderwijsakten voor beide instrumenten en het einddiploma Uitvoerend Musicus voor viool. Vervolgens studeerde hij in Brussel. Hij specialiseerde zich op de barokviool aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag bij Sigiswald Kuyken en Monica Hugget. Daarna volgde hij nog diverse aanvullende cursussen. Tevens bekwaamde hij zich in koor- en orkestdirectie. Rob Engels doceert viool aan de muziekscholen in Nijmegen en Wijchen. Naast zijn docentschap is hij dirigent van een aantal koren, waarvoor hij o.a. zelf arrangementen schrijft. Rob Engels is sinds de oprichting concertmeester en organisator van het Ensemble Conservatoire. Wolfried Kaper - Dirigent Dirigent-componist Wolfried Kaper ontving zijn opleiding aan het Stedelijk Muzieklyceum in Hilversum en aan het Stedelijk Conservatorium te Zwolle, waar hij koordirectie, zang en schoolmuziek studeerde. Hij geeft leiding aan het vanavond deelnemende koor en enkele andere koren in de regio en is als docent muziek verbonden aan “De Noordgouw” te Heerde.


Bach’s Weihnachts-oratorium . Bach schreef het Weihnachtsoratorium in de jaren 17341735 als een reeks van zes zelfstandige Kerstcantates, bestemd voor de drie Kerstdagen, voor Nieuwjaarsdag, voor de zondag na Nieuwjaar en voor het feest van Driekoningen. In die tijd was Bach cantor van de Thomasschule en Director Musices van de Nicolai- en Thomaskirche in Leipzig waar ook de eerste uitvoering van deze cantates plaatsvond. De prachtige muziek is echter grotendeels voor andere gelegenheden geschreven. Alleen de recitatieven werden origineel voor dit oratorium gecomponeerd. Het verhaal wordt geput uit de evangeliën van Lucas (cantate 4) en Mattheus (cantates 5 en 6). De tenor vertelt het verhaal in een recitativo. Het volk betuigt zijn deelname aan het gebeuren in de koralen waarvan de melodieën gemeengoed waren. De gelovige zong ze meestal elke zondag in de kerkdienst mee. Op heel plechtige momenten worden de zinnen van elkaar gescheiden door instrumentale tussenspelen. Subjectieve en vaak sentimentele meditaties op het verhaal worden door de vocale solisten ten gehore gebracht in de aria's die een wijds muzikaal commentaar geven op een soms erg beknopte tekst. De bezetting van de aria's is solistisch. De begeleiding is toevertrouwd aan de continuo. Meestal één, soms meer instrumenten spelen een concerterende partij en geven zo repliek op de vocale solist Elke cantate telt twee aria's. De opdrachten worden netjes verdeeld. Elke vocale solist komt 3 à 4 maal aan de beurt en ook alle in het orkest aanwezige soloinstrumenten krijgen de kans om naar voren te treden. De instrumentatie van het Weihnachtsoratorium is buitengewoon rijk. Naast de strijkers en de continuo, standaard in elke barokcantate, verschijnen er trompetten en pauken. Opvallend zijn de hobo's: de "oboe" (onze gewone hobo) en de lagere varianten oboe d'amore en oboe da caccia.

Wat is een cantate? Een kerkcantate is een gewijd zangstuk met orkestbegeleiding voor soli, koor of beide, bestaande uit meerdere delen. De tekst bestaat uit bijbelteksten, kerkliederen of vrije gedichten (of een combinatie daarvan) die nauw aansluiten bij het kerkelijk jaar. Cantates zijn dus bedoeld voor een speciale dag, zo ook de zes cantates van het Weihnachts-Oratorium. Qua opbouw begint een cantate vaak met een groots opgezet openingskoor; soms polyfoon, soms homofoon, soms hele fuga's (in een fuga wordt het thema door alle stemmen heen gevoerd doordat de één na de ander het thema inzet). Een enkele keer opent een cantate met een instrumentale sinfonia, zoals deel 2 van het Weihnachts-Oratorium. De afsluiting van een cantate wordt gevormd door een vierstemmig koraal. Tussen deze twee koorstukken bevinden zich afwisselend meestal twee arias's (zo ook in alle zes de delen van het Weihnachts-Oratorium) en twee recitatieven (een secco en een accompagnato, zie hieronder) en soms nog meer koorwerken. Een recitatief wordt verteld; natuurlijk gesproken taal is het uitgangspunt. Vaak is dit een bijbeltekst. In het Weihnachts-Oratorium reciteert de evangelist. Er bestaan twee soorten van recitatief: secco, welke alleen begeleid wordt door continuo, een basgroep met meestal orgel en cello, en accompagnato met orkest, waarbij strijkers en blaasinstrumenten naast akkoorden ook eigen motieven kunnen hebben. Een aria heeft vaak een korte lyrische tekst die uitgebreid behandeld wordt en meestal gezongen wordt door solist(en), met instrumentale begeleiding. Ook instrumenten kunnen hierin een solodeel hebben. Een aria heeft een of meerdere melodische thema's, vaak met versieringen en herhalingen om belangrijke woorden in de tekst te accentueren. Een arioso is een tussenvorm tussen recitatief en aria. Ze komen zelfstandig voor maar ook vaak aan het einde van een recitatief om de beweging van de komende aria voor te bereiden. In tegenstelling tot het vrije recitatief wordt een arioso streng in de maat gezongen.


Programmaboekje