Page 1

Paper Scissors Stone Leon Vranken

NL

1


11.05 – 31.08.2014

Paper Scissors Stone Leon Vranken


Paper-Scissors-Stone Leon Vranken Met Paper-Scissors-Stone nodigt Z33 kunstenaar Leon Vranken uit voor een eerste grote solotentoonstelling. De titel van de tentoonstelling verwijst naar het gelijknamige spel waarbij blad, steen en schaar met elkaar wedijveren. In tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden, zijn het papier, de schaar en de steen niet nodig om het spel te kunnen spelen. Dit spel met materialen vinden we ook terug in het werk van Leon Vranken. Hij snijdt door gebouwen, objecten en tweedimensionale werken; sculpturen worden uit balans gehaald. De tentoonstelling biedt een synthese van alle thema’s waar de kunstenaar in zijn carrière al mee bezig was. Je zou Paper-Scissors-Stone een retrospectieve tentoonstelling met nieuwe werken kunnen noemen. Het is stilaan een traditie dat Z33 in de zomermaanden een platform biedt aan een opkomende Belgische kunstenaar. Door jonge kunstenaars op het juiste moment in hun carrière een eerste solotentoonstelling aan te bieden, wil Z33 een katalysator zijn voor de (verdere) uitbouw van een internationale loopbaan. Na o.a. Sarah & Charles, Philip Metten, Kris Verdonck en Frederic Geurts, is Leon Vranken dit jaar kunstenaar van dienst. Vrankens werk balanceert tussen architectuur, performance en beeldende kunst. Hij bedenkt kunstwerken en tentoonstellingen op maat van de ruimte, met een open blik. Hij speelt met verwachtingen van bezoekers, gaat op zoek naar echtheid en onderwerpt de bezoeker aan een spel van lijn en beweging. Dit alles past in de visie van Z33 en biedt een meerwaarde aan het onderzoek dat Z33 voert naar presentatie- en tentoonstellingsmodellen. Leon Vranken biedt de bezoeker van Z33 alweer een andere blik op de dagelijkse realiteit.

NL

7


Paper-Scissors-Stone Leon Vranken With Paper-Scissors-Stone, Z33 invites artist Leon Vranken for a first major solo exhibition. The title of the exhibition refers to the eponymous game in which paper sheet, stone and scissors compete with each other. Contrary to what the name suggests, no paper, scissors or stone is needed to play the game. This play with materials can also be found in the work of Leon Vranken. He cuts through buildings, objects and two-dimensional works; sculptures are tipped out of balance. The exhibition presents a synthesis of all the themes the artist has addressed throughout his career. PaperScissors-Stone, in this way, might be called a retrospective exhibition of new works. It is slowly becoming a tradition for Z33 to provide a platform for an emerging Belgian artist during the summer months. By offering young artists the opportunity to stage a first solo exhibition at the right time in their careers, Z33 aims to be a catalyst for the (further) development of their international trajectory. This year’s featured artist, after, among others, Sarah & Charles, Philip Metten, Kris Verdonck and Frederic Geurts, is Leon Vranken. Vrankens work is at the crossroads between architecture, performance and visual arts. He creates artworks and exhibitions tailored to the specific space, with an open mind. He plays with the expectations of visitors, sets out in search of authenticity and subjects the visitor to a play of lines and movement. This all fits into the vision of Z33, adding value to the research the organisation conducts into presentation and exhibition models. Leon Vranken offers the visitor at Z33 yet another look on everyday reality.

EN

9


Paper Scissors Stone


Een mathematicus, fysicus en architect moeten met een touw een zo groot mogelijke oppervlakte omspannen. De architect maakt een vierkant. De fysicus beweert dat de cirkel de grootst mogelijke oppervlakte oplevert. De mathematicus maakt met het touw een klein driehoekje, gaat erin staan, en definieert de hele wereld erbuiten als oppervlakte. Wanneer ik vraag welke kunstenaars uit het verleden hij belangrijk vindt, noemt Leon Vranken slechts twee namen. Daarnaast zoekt hij hoe de radicaliteit van de minimal art gecombineerd kan worden met iets dat heel diep in hem geworteld zit, omdat het teruggaat op zijn culturele achtergrond: vlijt. Ook de noeste arbeid moet zich in het materiële eindresultaat weerspiegelen. Zijn deze werken een ode aan bouwmaterialen? Het gebruik ervan staat in elk geval voor iets zeer constructiefs: opbouwen, of gewoon “bouwen”, als oerinstinct. Toepassing van kracht. Als uitdrukking van vooruitgang? Mijn eerste ingreep is, alles wat vals is eruit te halen. De benedenverdieping moet terug naar haar oorspronkelijke toestand gebracht worden. Opruimen! Hij maakt van deze eerste ruimte die de bezoeker ziet een lege ruimte. Nadat 28 meter valse muren en raambedekking uit gyproc verwijderd zijn en er weer daglicht kan binnenschijnen, start hier de tentoonstelling: de bron van de fontein. NL

11


In het spel “paper-scissors-stone” staan kansberekening en inschatting van wat de ander zal doen centraal. Gokken en anticiperen zorgen voor de plezierige spanning met afwisselend winnen en verliezen. Een deelnemer maakt een schaar en de andere papier: de schaar wint. Zal de deelnemer zijn instrument/materiaal behouden en hopen opnieuw te winnen? Het is bijna een psychologische oefening om de voorspelbaarheid van je tegenstander in te schatten. Je bent in de eerste plaats met de ander bezig. Hoe sterk houdt de kunstenaar zich bezig met wat de toeschouwer verwacht bij het bezoek van zijn tentoonstelling? Vranken doorprikt onze verwachtingen. In het verleden draaide hij al eens de hele ervaring van een tentoonstellingsbezoek om: de toeschouwer moest in het werk stappen en het weer verlaten om het te kunnen bekijken. Dit principe wordt hier op een andere wijze verder gezet: wat verwachten we in een vitrine te zien, waarom lijkt ze leeg? Is ze leeg? Het tonen van glas achter glas leidt tot een weerspiegeling van wat niet in de vitrine ligt, maar er wél in te zien is. De buitenwereld. Net als de mathematicus bepaalt Leon Vranken wat hij ons tonen wil. In zijn vitrine wordt het weerspiegeld, zien wij het, zonder dat het erin aanwezig is. Hoe kan een kunstenaar de toeschouwer keer op keer verrassen, en zo voorkomen dat de tentoonstelling voorspelbaar wordt?

12

NL


Einstein, Newton en Pascal spelen verstoppertje. Einstein telt tot 10, Newton en Pascal verstoppen zich. Terwijl Pascal een schuilplaats zoekt, stelt Newton zich achter Einstein op. Hij tekent een vierkant van 1 x 1 meter op de grond en gaat erin staan. Einstein draait zich om en ziet Newton. “Newton gevonden!”, roept hij. “Niet waar”, zegt Newton, “Je hebt Pascal gevonden, want Newton per m² is Pascal.” Geometrische vormen brengen rust. Wiskundige axioma’s worden niet in vraag gesteld. Als vaste ijkpunten ontbreken, installeert Leon Vranken ze zelf. Binnen een opgelegde structuur vindt hij namelijk zijn vrijheid. Zonder referentiekader chaos. De krachtige waterstraal is tot boven te zien. Welke druk ligt aan de basis om deze straal zo hoog te stuwen? Het vloeibare wordt getoond als vaste materie. De bakstenen muren worden op 2 meter hoogte gestut, gedragen. Hoe ziet gewicht er langs onder uit? Kleine objecten rusten op sokkels van duizenden vellen papier. Het gewicht ervan is zeer hoog, de druk op het vloeroppervlak bijna te groot.

NL

13


Via een heel verscheiden beeldentaal toont de kunstenaar als beeldhouwer wat zijn discipline zo zwaar maakt: de permanente uiteenzetting met de zwaartekracht, in dit geval door middel van onverwachte beelden. Hij geniet van de confrontatie met krachten die hem te boven gaan. In de tegenoverliggende zaal staan objecten van alledag. Een rek: bouwen, ordenen, stapelen, opruimen. Een ladder: klimmen, opwaarts. De hoogte in! Eindeloos‌ Nadat men even twijfelt over wat men juist ziet, volgen opluchting en vreugde. Het oeuvre van Vranken maakt goed gezind. Een gevoel dat hij met zijn kunst graag bewerkstelligt. Soms veredeld, soms geabstraheerd‌ Gebruiksvoorwerpen zijn kwetsbaar gemaakt. Ze zijn nu kunst(objecten). Er staat nog iets anders tegenover de zwaarte van de steen, de kracht van papier, en tot slot, de mechaniek van de schaar. Ernst en humor. Constantin Brancusi en Marcel Duchamp.

Stella Lohaus

14

NL


Il Doppio (2012, wood, paint, 150 x 38 x 50 cm)


Paper Scissors Stone


Using a rope, a mathematician, a physicist and an architect have to span as wide a surface area as possible. The architect makes a square. The physicist claims that the circle yields the greatest possible surface area. The mathematician makes a small triangle with the rope, goes to stand in it, and defines the whole outside world as surface area. When I ask which artists of the past he finds important, Leon Vranken mentions only two names. He also investigates how the radicalism of minimal art can be combined with something that is deeply rooted within him because it goes back to his cultural background: diligence. Hard work must be reflected in the final outcome. Are these works a tribute to building materials? In any case, their use stands for something very constructive: erecting, or simply “building�, as a primal instinct. Application of force. As an expression of progress? My first intervention is to remove everything that is false. The ground floor has to be brought back to its original state. Clean up! He turns this first room visitors will encounter into an empty space. After removing 28 metres of plasterboard divider walls and window coverings, thereby letting daylight in again, the exhibition starts here: the source of the fountain. EN NL

17


In the game “paper-scissors-stone�, probability calculus and estimation of what the other will do are key elements. Gambling and anticipating create an enjoyable tension, with alternating winning and losing streaks. A participant makes scissors and the other paper, the scissors win. Will the participant stick to his choice of instrument/material and hope to win again? It is almost a psychological exercise to predict the behaviour of your opponent. First and foremost, you focus on the other. How much is the artist concerned with what the audience expects of their visit to his exhibition? Vranken upsets our expectations. In the past he already turned the whole experience of the exhibition visit upside down: the spectator had to first step into the work, and then step out of it again to actually see it. Here, this principle is expanded further in another manner: what do we expect to see in a showcase, why does it appear empty? Is it empty? Displaying glass behind glass creates a reflection of that which is not in the display, but which can be perceived within it. The outside world. Like the mathematician, Leon Vranken determines what he wants to show us. It is reflected in his display, we see it, without it being in it. How can an artist surprise the audience time and again, and prevent, in this way, the exhibition from becoming predictable?

18

EN


Einstein, Newton and Pascal play hide and seek. Einstein counts to 10, Newton and Pascal go hide. While Pascal is looking for a place to hide, Newton sneaks up behind Einstein. He draws a square of 1 x 1 metre on the ground and goes to stand in it. Einstein turns around and sees Newton. “Newton found!” he shouts. “Not true,” says Newton, “You’ve found Pascal, because Newton per m² is Pascal.” Geometric shapes bring calm. Mathematical axioms are not questioned. When fixed points of reference are missing, Leon Vranken installs them himself. For within an imposed structure he finds his freedom. Without frame of reference there is chaos. The powerful water jet can be seen way up high. What pressure causes this jet to be pushed up so high? The liquid is presented as solid matter. The brick walls are shored up, supported, at a height of 2 metres. What does weight look like from underneath? Small objects rest on pedestals of thousands of sheets of paper. Its weight is very heavy, the pressure on the floor almost too great. Using a very varied visual language, the artist, as a sculptor, reveals what makes his discipline so heavy: the permanent consideration of gravity, in this case EN

19


by means of unexpected images. He enjoys the confrontation with forces that transcend him. In the opposite room there are everyday objects. A rack: building, organizing, stacking, cleaning. A ladder: climbing, upwards. Up, up, up! Endlessly... After a moment of doubt about what one has just seen, there is relief and joy. The oeuvre of Vranken creates a good mood. A feeling he likes to encourage with his art. Sometimes refined, sometimes abstracted... Utensils are made vulnerable. They are now art (objects). Aside from the weight of the stone, the strength of paper, and finally, the mechanics of scissors, there is something else. Seriousness and humour. Constantin Brancusi and Marcel Duchamp.

Stella Lohaus

20

EN


Untitled (2012, massive wood, veneer, plywood, paint, varnish, 21,5 x 19 x 132 cm)


Untitled ( 2013, wood, paint, multiplex, ca 133 x 20 x 20 cm, ca 117 x 15 x 15 cm)


Brick Ball ( 2009, bricks, cement)


Interview met Leon Vranken


Lijnen, Marcel Duchamp, toile cirée en het toeval. Z33 sprak met Leon Vranken over verleden, heden en toekomst. Je bent nu ongeveer tien jaar actief als kunstenaar. Hoe is het allemaal begonnen?

Leon Vranken: Het klinkt misschien vreemd, maar eerder toevallig. Toen ik afstudeerde als tuin- en landschapsarchitect, ontdekte ik de afstudeerrichting In Situ aan de Academie in Antwerpen. Die opleiding richt zich vooral op kunst in de publieke ruimte. Het leek me een goed alternatief voor een opleiding stedenbouw of ruimtelijke ordening. Aanvankelijk startte ik ook op die manier aan de opleiding; planmatig, als een stedenbouwkundige. Maar na het tweede jaar maakte ik ook al eens een sculptuur, zonder er echt bij na te denken. Dat beviel me zo, dat ik er nooit meer mee gestopt ben. Daarna heb ik nog een posthogeschoolvorming gevolgd aan het HISK in Gent. Daar kon ik in alle rust mijn werk ontwikkelen. Ik heb nooit het plan gehad om kunstenaar te worden. Het is voortgevloeid uit iets dat ik op dat moment erg graag deed. Tijdens beide opleidingen had ik bovendien het geluk om enkele heel bezielende personen rondom mij te hebben; mensen die mij motiveerden en die mijn gezichtsveld hebben verruimd. Welke kunstenaars zijn voor jou inspirerend?

Eigenlijk beschouw ik zowat de hele kunstgeschiedenis als een voortdurende bron van inspiratie. Kunstenaars zoals Duchamp, Brancusi of Fontana, maar ook de tijdsgeest waarin die kunstenaars werkten, boeien mij mateloos. Ze waren heel vernieuwend in hun tijd en hebben de kunst op een nieuw spoor gezet. De manier waarop Brancusi sculpturen maakte en met materialen omging, fantastisch! Ook Broodthaers en Duchamp hadden de gave om de inherente gevoeligheid van bepaalde materialen naar boven te brengen. Zij zijn bovendien de pioniers van de ”Ready-made” of “Objet trouvé”. NL

25


Uiteraard vind ik ook inspiratie in mijn eigen werk. Vaak ontstaat uit een werk weer een nieuw werk. Ik kan eigenlijk door zoveel dingen geïnspireerd worden, een volle container puin op straat, de natuur, mensen‌ Laat je je inspiratie aan het toeval over of ben je altijd op zoek?

Dat gebeurt eerder toevallig. Ik vind iets op straat, een oude stoel of een spiegel, die ik dan met de fiets meeneem naar mijn atelier, tot ik het kan gebruiken. Dat kan gemakkelijk een jaar later zijn. Ik kijk veel rondom mij en dat maakt het toeval een belangrijke factor in mijn werk. Afgelopen winter ben ik een week gaan wandelen in het Lake District in het Noorden van Engeland. Daar, in het landschap, heb ik de inspiratie gevonden voor deze tentoonstelling. Ik was al veel langer bezig met de voorbereidingen, maar daar is alles duidelijk geworden. Die week was heel inspirerend.

26

NL

Pitfall ( 2013, Meessen De Clercq, multiplex, massive wood, marble, paraffin, spoon, paint, varnish, ca 123 x 20 x 34 cm)


Zit er een evolutie in jouw werk?

Ik hoop van wel! Ik denk dat mijn werk vaak van toon verandert, maar de kern blijft hetzelfde. Ik maak werk voor een specifieke locatie of ruimte, naar aanleiding van een specifieke vraag, maar de vorm kan anders zijn. Dat kan een fonteininstallatie zijn, een leuning die de contouren van een ruimte volgt, of een sculptuur. Een andere belangrijke evolutie is de schaalvergroting van mijn werken.

Every End Has a Beginning (2013, CC Mechelen, installation view)

Weet je nog wat je eerste werk was?

Mijn eerste werk dat ik als een kunstwerk beschouw, was gemaakt met een stuk toile cirĂŠe dat ik in een Marokkaans winkeltje had gekocht en met een hele kleine foto van een man in maatpak. Die foto heb ik uitvergroot en vervolgens het silhouet uit het doek geknipt zodat die man een wit-blauw geruit kostuum aangemeten kreeg. Zes meter hoog was het! NL

27


Bestaat het werk nog?

Nee, nee, ik heb indertijd alles weggegooid; in de container afgevoerd. Ik heb toen afstand genomen van mijn ouder werk. Ik wou vooruit, nieuw werk maken, en het ouder werk bleef ik als een soort bagage meezeulen. Soms moet je afstand nemen van een werk, om het later weer op te zoeken. Dat zou je ook wel een constante kunnen noemen, het steeds verversen van wat ik doe. Een eerste werk heeft iets speciaals. Zijn er daarnaast sleutelwerken of sleutelmomenten in je carrière tot nu toe?

The Travelling Riddle, een installatie die ik maakte naar aanleiding van mijn eerste solotentoonstelling bij Stella Lohaus in Antwerpen in 2009, is een echt sleutelwerk voor mij. In de galerie heb ik een gang gebouwd, 60 cm breed en 3 meter lang. Bezoekers zagen in eerste instantie enkel die afgesloten gang. Door tegen de achterwand te duwen, kon de bezoeker zich een toegang tot de galerie verschaffen en bovendien zette hij, zonder het te beseffen, een groep sculpturen die zich achter de toegang bevonden in beweging. Voor mij is dit een belangrijk werk omdat ik voor het eerst een aantal elementen die ik tot dan apart gebruikte in één installatie samenbracht: de voorliefde voor sculpturaal werk, verwijzingen naar de kunstgeschiedenis, interactie met een publiek, het in vraag stellen van de tentoonstellingsruimte… Verder beschouw ik elke tentoonstelling waaraan ik op dat moment werk als de belangrijkste tot dan toe, maar 2013 was ongetwijfeld een verhelderend jaar voor mij, met een grote installatie in het Middelheimmuseum en een duidelijke ingreep in het Cultuurcentrum in Mechelen. Eigenlijk zijn die werken de voorlopers voor de tentoonstelling hier in Z33.

28

NL


The Traveling Riddle ( 2009, Stella Lohaus Gallery, wood, paint, metal, varnish, plastic, 245 x 910 x 132 cm)


Zou jij jezelf een beeldhouwer noemen, een installatiekunstenaar of zelfs een schilder?

Ik denk dat In Situ-kunstenaar de lading het beste dekt. Ik vertrek meestal vanuit de locatie. Daaruit ontstaan installaties, sculpturen of soms video’s met verwijzingen naar de schilderkunst. Misschien zou ik wel een schilder of beeldhouwer willen zijn… Maar altijd is er op één of andere manier een verwijzing naar de ruimte, soms heel subtiel en nauwelijks zichtbaar.

Study of a Vertical Line ( 2013, Installation view at the Middelheim Museum, Antwerp. ca 11 x 6 x 6 m)


Je werkt ook in de publieke ruimte. Study of a Vertical Line voor het Middelheimmuseum noemde je al, maar er is bijvoorbeeld ook het werk dat je maakte voor ‘21ste eeuw buiten’, naar aanleiding van 350 jaar Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Is er een verschil tussen een werk maken voor de publieke ruimte en een “gewone” tentoonstelling maken?

Inhoudelijk is er weinig verschil. Natuurlijk moet je rekening houden met het materiaal en de tijd. Een werk in de publieke ruimte moet meestal een langere tijd kunnen meegaan en vandalisme- en weersbestendig zijn. Je moet dus rekening houden met enkele factoren die in een binnenruimte in mindere mate van toepassing zijn. Ik beschouw dat niet als een beknotting van mijn vrijheid. Het is juist de beperking die een kader schept waarbinnen ik vrij kan zijn. Je kunstwerken zijn eigenlijk heel formeel, heel klassiek. Ik heb de indruk dat je een spel speelt met die formele taal van de klassieke kunsten.

Ergens is mijn werk ook een eerbetoon aan en tegelijk een herinterpretatie van wat er in het verleden is gedaan. Daarnaast hou ik van radicaliteit, maar dan verdoken in een aanvaardbaar omhulsel. De klassieke sokkel bijvoorbeeld, dient om de verheven sculptuur op te tonen. Ik deconstrueer de sokkel zodat hij zelf sculptuur wordt. Een verfrol die schuin tegen de muur balancerend een vlak schildert, verwijst naar action painting of het monochrome schilderij, maar evenzeer naar de enthousiaste doe-het-zelver. Ik probeer steeds iets nieuws toe te voegen…

NL

31


Laten we het even hebben over de tentoonstelling in Z33. De tentoonstelling heeft de titel Paper-Scissors-Stone gekregen. Dat was niet de eerste titel die je hebt bedacht?

Dat klopt. Ik heb een tijdje gespeeld met The Beauty of Painting omwille van de subtiele verwijzingen naar de schilderkunst in mijn werk. De allereerste titel, The Grand Tour, had een duidelijke verwijzing naar de klassieke oudheid. Vanaf de 18e tot begin 20e eeuw was het gebruikelijk voor de Europese elite om een rondreis te maken door ItaliĂŤ en Griekenland, langs de klassieke kunstwerken. Deze titel was ook een verwijzing naar het parcours van de tentoonstelling. Uiteindelijk heb ik voor Paper-Scissors-Stone gekozen. Enerzijds draait de titel om materialen die ik gebruik in de tentoonstelling, zoals papier en steen, maar ook om technieken die ik toepas zoals het snijden door gebouwen, objecten en tweedimensionale werken. Anderzijds verwijst de titel naar een spel dat ik vroeger als kind wel eens speelde. Dat spel riep een soort spanning bij mij op, het ging om de inschatting van wat de ander deed. Ik beschouw de tentoonstelling dan ook als een spel waar de bezoeker aan kan deelnemen. Ik speel met het verwachtingspatroon van de toeschouwer en ik probeer in te schatten hoe hij naar het werk zal kijken en zo zijn beleving te sturen. Hoe ga jij te werk wanneer je een tentoonstelling maakt?

Ik zet mijn ideeĂŤn altijd om in maquettes en technische tekeningen, omdat ik vrij goed op schaal kan denken. Voor mij werkt dat het beste. Andere kunstenaars maken virtuoze schetsen, ik werk beter met maquettes. Een heel groot deel van het proces naar een tentoonstelling toe gebeurt in die maquettefase.

32

NL


Flowing Line ( 2014)


Paper-Scissors-Stone is je eerste grote solotentoonstelling. Hoe belangrijk is deze tentoonstelling voor jou?

Het is de eerste keer dat er zoveel verschillende facetten van mijn werk in een grote vorm samenkomen en bovendien heb ik ervoor gekozen om veel nieuwe werken te tonen. Deze tentoonstelling is dus heel belangrijk voor mij en komt op het juiste moment in mijn nog niet zo lange carrière. Elke tentoonstelling is een leerproces waar je steeds beter in wordt. In die zin zou je het een retrospectieve met nieuwe werken kunnen noemen. Wat nu? Wat zijn je volgende plannen?

Ik wil graag een boek samenstellen met evenveel aandacht als waarmee ik een tentoonstelling maak. Ik heb ondertussen behoorlijk wat werk verzameld… Ik zou een boek willen publiceren, enerzijds om het werk de kans te geven om verspreid te worden, anderzijds voor mezelf. Om achterom te kijken naar wat ik gemaakt heb de afgelopen jaren en daarna vooruit te kunnen gaan. Om af te sluiten: is er een werk dat je heel graag zou willen maken? Een wilde droom?

Dat is moeilijk op voorhand te zeggen. Mijn werken ontstaan meestal pas als ik een locatie zie, of naar aanleiding van een specifieke vraag. Uiteraard blijf ik sculpturen maken in mijn atelier, maar dan gaat het vaak over een heel andere schaal en context. Het is niet dat ik een kast heb met lades vol ideeën. Mijn werk komt steeds voort uit de dingen waarmee ik op dat moment bezig ben.

34

NL


Interview with Leon Vranken


Lines, Marcel Duchamp, oilcloth and chance. Z33 discussed past, present and future with Leon Vranken. You have been active as an artist for about ten years now. How did it all begin?

Leon Vranken: It may sound strange, but rather accidentally. When I graduated as a landscape architect, I discovered the specialization In Situ at the Academy in Antwerp. This training mainly focuses on art in the public space. It seemed like a good alternative to a course in urban design or urban planning. Initially, that’s how I started the training; in a very planned way, as an urban planner. But after the second year I would occasionally make a sculpture, without really thinking about it. I liked it so much that I never stopped. Then I did a postgraduate at HISK in Ghent, where I was able to quietly develop my work. I never had the intention to become an artist. It grew out of something I really liked doing at that time. During both courses, I was lucky enough to have some very inspiring people around me; people who encouraged me and who have broadened my view. Which artists inspire you?

Actually, I just think of the whole history of art as a constant source of inspiration. Artists like Duchamp, Brancusi and Fontana, but also the spirit of the age in which these artists worked fascinates me immensely. They were very innovative in their time and have put art onto a new track. The way Brancusi made sculptures and ​​ dealt with materials, fantastic! Broodthaers

Untitled (2013, lambda print, 60 x 60 cm)

EN

37


and Duchamp also had the gift to bring the inherent sensitivity of certain materials to the fore. They are also the pioneers of the “Ready-made” or “Objet trouvé”. Of course, I also find inspiration in my own work. Often an existing work will generate a new one. I am actually inspired by many things, a skip full of debris on the street, nature, people... Do you leave inspiration to chance or are you always on the outlook for ideas?

It rather happens by accident. I find something on the street, an old chair or a mirror, which I then take on my bike to my studio, leaving it there until I can use it. Which might easily be a year later. I look around a lot and that makes chance an important factor in my work. Last winter I went hiking for a week in the Lake District in the North of England. There, in the countryside, I found the inspiration for this exhibition. I had been concerned with the preparations for a longer time, but it was there that everything came together. That one week has been very inspiring.

Flowing Line ( 2014)


Is there an evolution in your work?

I hope so! I think the tone of my work changes often, but the essence remains the same. I make work for a specific location or space, in response to a specific question, but the form might be different. It can be a fountain installation, a handrail that follows the contours of a room, or a sculpture. Another important development is the increase in scale of my works.

Every End Has a Beginning (2013, CC Mechelen, installation view)

Do you remember your first artwork?

My first work I consider a work of art was made ​​with a piece of oilcloth I had bought in a Moroccan shop and a small picture of a man in a suit. I enlarged that picture and then cut the silhouette out of the cloth, in this way fitting the man with a white-blue chequered suit. It was six metres tall! EN

39


Does it still exist?

No, no, I’ve thrown everything out at that time; disposed of it in the trash bin. At that point, I moved away from my older work. I wanted to go forward, create new work, and I continued to lug around the older work like some kind of luggage, so I threw it away. Sometimes you have to move away from a work, only to return to it later. Again you could call that a constant, the continual renewing of what I do. A first work has something special to it. Are there other key works or key moments in your career so far?

The Travelling Riddle, an installation I made in the frame of my first solo exhibition at Stella Lohaus in Antwerp in 2009, is a real key work for me. In the gallery I built a corridor, 60 cm wide and 3 metres long. At first, visitors could only see that closed-off corridor. By pushing against the rear wall, visitors could make their way into the gallery, while at the same time, without realizing it, setting a group of sculptures in motion that were situated behind the entrance. For me this is an important work because, for the first time, it brought together in one installation a number of elements I had until then only used separately: the predilection for sculptural work, references to art history, interaction with the audience, the questioning of the function of the exhibition space... I really consider every exhibition I’m working on at a given time as the most important one until then, but 2013 was undoubtedly an enlightening year for me, with a large installation in the Middelheimmuseum and a very distinct intervention in the Cultural Centre in Mechelen. Actually, these works are the precursors of the exhibition here in Z33.

40

EN


The Traveling Riddle ( 2009, Stella Lohaus Gallery, wood, paint, metal, varnish, plastic, 245 x 910 x 132 cm)


Would you call yourself a sculptor, an installation artist or a painter?

I think In Situ artist would describe it best. I usually start with the location. This inspires installations, sculptures and sometimes videos with references to painting. Maybe I would like to be a painter or sculptor... But there is always somehow a reference to the space, sometimes very subtle and barely visible.

Horizon scale model (2014)


You also work in the public space. You already mentioned Study of a Vertical Line for the Middelheimmuseum, but there is for instance also the work you made for ‘21ste eeuw buiten’ (21st century outside), on the occasion of the 350th anniversary of the Academy of Fine Arts in Antwerp. Is there a difference between making a work for the public space and creating a “normal” exhibit?

Content-wise, there is little difference. Of course, you have to take into account the material and the time. A work in the public space should last longer and be vandal and weather resistant. You must take into account some factors that are less important in an indoor space. I do not regard that as a curtailment of my freedom. It is precisely the limitation that creates a framework within which I can be free. Your works are actually very formal, very classical. I have the impression that you are playing with the formal language of the classical arts.

In some way, my work is also a tribute to, and a reinterpretation of, what was done in the past. I also love radicalism, but then hidden beneath an acceptable veneer. The classic pedestal for example, serves to show the elevated sculpture. I deconstruct the pedestal to the point where it becomes the sculpture in itself. A paint roller held at an angle against the wall to paint a surface refers to action painting or monochrome painting, but also to the avid do-it-yourselfer. I always try to add something new...

EN

43


Let’s talk about the exhibition at Z33. The exhibition has been given the title Paper-Scissors-Stone. This was not the first title you conceived?

That’s right. I’ve played for a while with The Beauty of Painting because of the subtle references to painting in my work. The first title, The Grand Tour, was a clear reference to classic antiquity. From the 18th to the early 20th century, it was common for the European elite to tour Italy and Greece to visit the Classic artworks. In addition, this title was also a reference to the trajectory of the exhibition. In the end I opted for Paper-Scissors-Stone. On the one hand, the title has to do with the materials I use in the exhibition, such as paper and stone, but also to the techniques I use, such as cutting through buildings, objects and two-dimensional works. In addition, the title refers to a game I used to play as a kid. That game used to create a certain feeling of tension in me, it was about guessing what the other was going to do. I see the exhibition as a game in which visitors can participate. I play with the expectations of the audience and I try to predict how they will perceive the work, to then steer their experience. How do you go about making an exhibition?

I always translate my ideas into models and technical drawings, because I can think in scale quite well. For me this works best. Other artists make virtuoso sketches, I work better with models. A very large part of the process of making an exhibition happens at the stage of the scale model.

44

EN


technical drawing (2013)

EN

45


Paper-Scissors-Stone is your first major solo exhibition. How important is the exhibition for you?

It is the first time that so many different facets of my work come together in a large presentation, yet I have also chosen to show many new works. This exhibition is very important to me and comes at the right time in my not-so-long career. Every exhibition is a learning process you become increasingly better at. In that sense, you could call it a retrospective with new works. So now what? What are your next plans?

I would like to create a book with the same level of attention I apply to making an exhibition. I’ve collected quite a body of work in the meantime... I would like to publish a book, in one part to give the work a chance to be circulated and for the other part for myself. To look back at what I’ve made over ​​ the last few years and then move forward. To conclude: is there a work you would really like to make? A wild dream?

That’s hard to say in advance. My works usually only arise in response to a specific question or when I see a particular location. Of course, I keep making sculptures in my studio, but there I’m often concerned with a very different level of scale and context. It’s not like I have a cabinet with drawers full of ideas. My work always originates in the things I’m involved with at that moment.

46

EN


NL Leon Vranken (째1975, Maaseik) studeerde In Situ aan de Koninklijke Academie in Antwerpen en voltooide zijn opleiding aan het HISK in Gent in 2007. Zijn werk balanceert tussen architectuur, performance en beeldende kunst en werd o.a. getoond in New York, Londen en Toronto. Leon Vranken wordt vertegenwoordigd door Galerie Meessen De Clercq Brussel.

EN Leon Vranken (째1975, Maaseik BE) studied In Situ at

the Royal Academy in Antwerp BE and finished his education at the HISK in Ghent BE in 2007. His work balances between architecture, performance and visual arts. He has had exhibitions in New York, London, Toronto and elsewhere. Leon Vranken is represented by Gallery Meessen De Clercq Brussels.


Deze minicatalogus werd gemaakt voor de solotentoonstelling Leon Vranken – Paper-Scissors-Stone van 11mei tot 31 augustus 2014 in Z33 – huis voor actuele kunst. Z33 – huis voor actuele kunst Zuivelmarkt 33, Hasselt be +32 (0)11 29 59 60 info@z33.be www.z33.be

This mini catalogue was created for the solo exhibition Leon Vranken – Paper-Scissors-Stone, from 11 May 2014 to 31 August 2014 at Z33 – house for contemporary art.

Partners NV Mathieu Gijbels Provinciaal Domein Dommelhof Met dank aan / Thanks to Atelier Alternatief vzw, Genk-Zwartberg Centrale Werkplaatsen, Stad Hasselt Tekst / Text Stella Lohaus Lieve Vanhoyland Vertaling / Translation Michael Meert Vormgeving / Design Laura Bergans V.U. / Publisher Jan Boelen Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt Wettelijk Depot / Legal Depot: D/2014/5857/056

Z33 is een initiatief van de Provincie Limburg, gedeputeerde van Cultuur Igor Philtjens en wordt gesteund door de Vlaamse Gemeenschap. Z33 is an initiative of the Province of Limburg, Culture delegate Igor Philtjens and is supported by the Flemish Community.

© Z33 – All rights reserved. Nothing from this publication may be multiplied, saved in an automated data file or published, in any form or way (electronically, mechanically, by copying, recording, photographing or in any other way) without prior written authorization from the publisher.

49


Leon Vranken - Paper-Scissors-Stone  

Paper-Scissors-Stone is artist Leon Vranken's first solo exhibition. A game of lines and movement. On show at Z33, Hasselt, Belgium from 1...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you