Issuu on Google+

Taalverhalen 17 maskers afgezet


Alles moet geleerd worden, ook lezen heere heeresma , nederlands schrijver en dichter, 1932 – 2011


Voorwoord Stichting Lezen & Schrijven

Merel Heimens Visser Algemeen directeur Stichting Lezen & Schrijven

Kent u iemand die laaggeletterd is? Weet u of uw verpleger, magazijnmedewerker of receptioniste moeite heeft met lezen en schrijven? Als u zich bedenkt dat de Nederlandse beroepsbevolking 1,1 miljoen mensen telt die moeite hebben met taal, dan is de kans levensgroot dat u iemand kent die laaggeletterd is. Alleen weet u dat lang niet altijd. Veel mensen die worstelen met een taalachterstand, zijn handig in het verbergen van hun probleem: bril vergeten, ontstoken oog, geen tijd, noem maar op. Laaggeletterdheid kost de maatschappij jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s. Een laaggeletterde maatschappij is minder productief en kan minder economische groei realiseren. Dat is belangrijk, maar voor ons niet het allerbelangrijkste. Want laaggeletterde mensen hebben vaker gezondheidsproblemen, voelen zich vaker eenzaam en missen ontplooiingsmogelijkheden en perspectief. Wij vinden dat het vermogen om te kunnen lezen en schrijven een basisrecht is voor iedereen. Geletterdheid is een randvoorwaarde voor een gezonde, veerkrachtige, welvarende en duurzame samenleving waaraan iedereen actief kan deelnemen. Werkt u met ons samen om laaggeletterdheid de wereld uit te helpen? Wilt u met ons proberen om de feiten en cijfers te veranderen? Helpt u ons om meer mooie verhalen te creÍren, zoals u die in dit boek kunt lezen? In dit boek hebben we verhalen opgetekend van zeventien dappere mensen die de stap durfden te zetten om aan de slag te gaan met hun probleem. Zeventien mensen die anderen inspireren om ook de strijd aan te binden tegen laaggeletterdheid. Zeventien gezichten achter de feiten en cijfers. Veel leesplezier! Voorwoord | 3


Voorwoord Stichting ABC

Kees Hammink Voorzitter vereniging en Stichting ABC, belangenbehartiging laaggeletterden.

Laaggeletterden motiveren om met hun taalprobleem aan de slag te gaan, ervaringen delen en laten zien dat het niet erg is om voor je taalachterstand uit te komen. Dit is in het kort wat de taalambassadeurs van Stichting ABC doen. In 1996 is Stichting ABC opgericht om op te komen voor de belangen van laaggeletterden, om te pleiten voor voldoende en kwalitatief goede lees-, schrijf- en rekencursussen en om betrokkenen elkaar te laten ontmoeten. Sinds onze oprichting doen we dit met veel enthousiasme en inzet. Onze ambassadeurs weten wat het is om laaggeletterd te zijn. Ooit waren ze het zelf. Nu, na het volgen van specifieke trainingen ontwikkeld door ABC en de onderwijssector, helpen onze ambassadeurs anderen. Zij doen dit geheel belangeloos omdat ze weten wat het is om met een taalachterstand te moeten leven en omdat ze het iedereen gunnen om zichzelf te ontwikkelen. Onze ambassadeurs zijn helden. Zij vormen het hart en de kern van de vereniging en van de stichting. Ik ben trots op onze ambassadeurs. Niet alleen vanwege hun inzet, maar vooral omdat zij zelf ooit de stap hebben genomen om te erkennen dat ze laaggeletterd waren en er iets aan durfden te doen. Ze zijn een voorbeeld voor velen en geven een gezicht aan de strijd tegen laaggeletterdheid. Anderhalf miljoen Nederlanders zijn laaggeletterd. Ik hoop van harte dat wij, samen met Stichting Lezen & Schrijven, dit aantal gestaag zullen zien dalen en ik weet dat de ruim tweehonderd helden, waarvan er zeventien in dit boekje staan, daar een grote bijdrage aan gaan leveren. Ik hoop dat de zeventien verhalen in dit boekwerk mensen inspireren en motiveren om zelf de strijd aan te gaan met laaggeletterdheid. Of dat nu is door zelf weer naar school te gaan of door anderen te helpen. Iedereen kan helpen om laaggeletterdheid te verminderen. Voorwoord | 5


Laaggeletterdheid: de feiten en cijfers

Algemeen - Nederland telt 1,1 miljoen laaggeletterden tussen de 16 en 65 jaar. Dit is 10% van alle Nederlanders in deze leeftijdscategorie. - Bijna driekwart (73 procent) hiervan is autochtoon. - Van de 70 procent laaggeletterden die bereikbaar zijn, zijn er 260.000 nog relatief jong (45 jaar en jonger) en in bezit van minimaal een vmbo-diploma. - Vrouwen, laaggeschoolden, ouderen, allochtonen uit de eerste generatie en inactieven zijn vaker laaggeletterd; 57 procent is vrouw, 20 procent heeft een kind van 12 jaar of jonger. - 29% van de laaggeletterden heeft in het afgelopen jaar een bibliotheek bezocht, tegenover 49% van de geletterden.

Scholing - Ruim een derde (35 procent) van de laaggeletterden heeft het lager onderwijs afgerond, een kwart heeft een vmbo-diploma, 30 procent een mbo-diploma en 9 procent een havo/vwo-diploma of hoger. basisschool : 35%

vmbo : 26 %

mbo : 30%

havo + vwo : 9%

- Een kwart van alle leerlingen verlaat de basisschool met een leesachterstand van twee jaar. - Nederland laat in 2011 een daling zien in de leesprestaties van negen en tienjarigen. Nederland is daarmee ĂŠĂŠn van de weinige landen die slechter presteert dan tien jaar geleden. De verschillen tussen autochtone en allochtone leerlingen zijn kleiner geworden. Beide groepen laten een achteruitgang zien in leesprestaties, maar de achteruitgang van de 6 | De feiten en cijfers


allochtone groep is kleiner dan die van de autochtone groep. - Nederland behoort tot ĂŠĂŠn van de weinige landen die een achteruitgang heeft laten zien in de toetsscores voor lezen en rekenen. - Een kwart van de leerkrachten op basisscholen heeft de afgelopen twee jaar geen bijscholing gehad op het gebied van leesonderwijs. - Vrijwel alle leerkrachten (86%) hebben een klassenbibliotheek ter beschikking waaruit de leerlingen boeken kunnen kiezen. Opvallend is hierbij dat de leerlingen geen boeken mee naar huis mogen nemen terwijl dit in de meeste andere landen wel toegestaan is.

Gemeenten - De helft van alle laaggeletterden woont in een van de 30 grootste gemeenten (G30). - Ruim 30 procent van alle 415 Nederlandse gemeenten maakt actief werk van de aanpak van laaggeletterdheid.

Kinderen - In internationaal perspectief zijn er veel Nederlandse basisschoolleerlingen met een negatieve houding ten opzichte van lezen. Bijna de helft van de basisschoolleerlingen leest niet dagelijks thuis. - Het percentage basisschoolleerlingen dat de vaardigheden behorend bij beginnende geletterdheid onder de knie heeft voordat ze naar groep 3 gaat, is gestegen. Echter in internationaal perspectief blijven deze percentages nog steeds achter. - Volgens Nederlandse voorlezers is voorlezen goed voor het taalgevoel, het vergroten van de woordenschat en prikkelt het de fantasie. - Kinderen van drie jaar oud, die dagelijks 15 minuten worden voorgelezen, scoren na twee jaar hoger op taal en rekenen. Ook lopen ze voor op sociale, emotionele, fysieke en creatieve ontwikkeling. - De helft van de Nederlanders leest wel eens voor aan kinderen of De feiten en cijfers | 7


volwassenen. De frequentie waarmee wordt voorgelezen, varieert sterk; ruim de helft van de voorlezers leest minstens eenmaal per week voor. Het voorlezen duurt in driekwart van de gevallen 5 tot 15 minuten. - Kleuters van 4-6 jaar worden het vaakst voorgelezen, gevolgd door peuters (2,5 – 4 jaar) en oudere kinderen (6 – 8 jaar). Voorlezen gebeurt minder vaak aan volwassenen dan aan kinderen.

Werk De helft van de laaggeletterden werkt, en dan vooral in: - Zorg- en welzijnssector (25 procent). - Industrie en energie (20 procent). - Horeca (17 procent).

Gezondheid Ziekten en aandoeningen zoals astma, diabetes, kanker en hartinfarcten komen vaker voor bij laaggeletterden. Ook psychische problemen komen vaker bij hen voor en zij ervaren in het algemeen hun gezondheid ook als slechter. Bovendien blijken laaggeletterde ouderen een hogere sterftekans te hebben dan adequaat geletterde ouderen.

Computergebruik 6% van de mensen in Nederland gebruikt nooit een computer, deze mensen zijn vaak laaggeletterd. Een laag taalniveau kan voor deze groep een belemmering zijn om aan de digitale wereld deel te nemen. Meer dan de helft van de basisschoolleerlingen zit dagelijks thuis achter de computer. Dit percentage is gestegen sinds 2001.

8 | De feiten en cijfers


Financiële gevolgen - Een structurele aanpak van laaggeletterdheid bespaart de Nederlandse staat 537 miljoen euro per jaar. - Een toename in geletterdheid resulteert in verhoging van het brutoloon van ongeveer 0,3 procent. Als een vmbo’er zou beschikken over de geletterdheid van een gemiddelde mbo’er zou deze persoon 3 procent meer salaris ontvangen.

Toekomst - De prognoses voor 2020 zijn somber. Het gemiddelde niveau van geletterdheid zal dalen. Onder jongeren met een middelbaar opleidingsniveau is de neerwaartse trend het grootst. Bronvermelding - O pbrengsten in Beeld, Rapportage Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010 (Cinop, 2011) - L aaggeletterdheid in Nederland, Resultaten van de Adult Literacy and Life Skills Survey (ALL), Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO), september 2011 - K ernvaardigheden in Nederland, Resultaten van de Adult Literacy and Life Skills Survey (ALL), Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO), april 2012 - S til vermogen, een onderzoek naar de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid, Stichting Lezen & Schrijven, 2e druk, mei 2008 - P IRLS- en TIMSS 2011 - Trends in leerprestaties in Lezen, Rekenen en Natuuronderwijs (Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit Twente), december 2012 - V oorlezen in Nederland en Vlaanderen (Stichting Lezen Nederland, Stichting Lezen Vlaanderen, Nederlandse Taalunie, maart 2013) - Laaggeletterdheid te lijf, Centrum voor ethiek en gezondheid (2011)

De feiten en cijfers | 9


‘Ik lees elke dag de krant voor’

10 | Persoon in kwestie


Gerrit zat altijd heel toevallig net op het toilet als er een vrachtbrief moest worden afgetekend. Hij was ineens zijn bril kwijt. Tot zijn opzichter hem door kreeg. Hij was de eerste die naar zijn taalprobleem durfde te vragen. En de eerste die hem terug naar school stuurde. Ik word nog altijd emotioneel als ik terugdenk aan het moment waarop mijn opzichter vroeg waarom ik de vrachtbrieven nooit aftekende. Jaren had ik mijn handicap weten te verbloemen, maar nu viel ik door de mand. Vanaf dat moment moest ik van hem elke dag mijn naam en adres opschrijven. En niet veel later stuurde hij me terug naar school. Het volwassenenonderwijs beleefde ik compleet anders dan de basisschool. Daar zat ik met 49 kinderen in de klas en werd ik ingezet voor schoonmaakklusjes en het rondbrengen van koffie. Nu zaten we met maximaal acht studenten in een klas en twee begeleiders die de tijd voor ons namen. Eindelijk kon ik alles vragen, ook al moesten ze iets honderd keer uitleggen. Om me heen zag ik dat bij veel studenten het kwartje viel, maar bij mij gebeurde dat nog steeds niet. Uiteindelijk bleek dat ik dyslectisch ben. Al betekende dat niet dat ik het opgaf. Mijn opzichter bleef me stimuleren en zo is het me gelukt om niet alleen mijn Nederlands op te halen, maar ook een EHBO-cursus te

volgen en een diploma voor heftruckchauffeur te halen. En dat mocht allemaal in de tijd van de baas. Jaren later kreeg mijn moeder een hersenbloeding. Terwijl ze herstelde in een verpleeghuis ontdekte ik dat ik het leuk vond om met de patiënten om te gaan. M’n moeder zag dat ook. Ze zei: “Waarom doe je daar niets mee? Die mensen zijn gek op je.” Ze had gelijk en ik besloot me opnieuw in te schrijven. Deze keer voor de opleiding helpende in de zorg. Ik ben heel erg trots dat ik het doorzettingsvermogen had om deze opleiding af te ronden. De examens heb ik zelfs schriftelijk afgelegd. En ik heb er een leuke baan aan overgehouden. Inmiddels heb ik er geen problemen meer mee om in het openbaar te lezen en te schrijven. Op mijn werk lees ik elke dag de krant voor aan patiënten. Mailtjes sturen vind ik soms nog lastig. Die controleert mijn man nog even voordat ik ze verstuur. Of ik los dat probleem op door een e-mail telefonisch te beantwoorden. Nog steeds ben ik elke dag blij dat mijn

opzichter me er jaren geleden tussenuit pikte. Dankzij hem heb ik een heel nieuw leven kunnen opbouwen, waar ik veel voldoening uit haal.

Gerrit Kwakkel (1956) uit De Rijp Gooide het roer om in: 1975 Actief als: helpende in de zorg Leest graag: De Telegraaf en de boekjes van Prinses Laurentien Gouden tip: ‘Vertel mensen over je taalprobleem, zo wordt je handicap zichtbaar’ Gerrit Kwakkel | 11


‘Tegenwoordig leg ík de grammaticaregels uit’

12 | Persoon in kwestie


Kapper heeft vliegtuig gekaapt las Lenie in de krant. Toen ze door kreeg dat het niet om een kapper, maar om een kaper ging, trok ze aan de bel bij de juf van haar dochter. Die verwees haar door naar een cursus aan het ROC.

In de kleuterklas ben ik één keer blijven zitten. Toen de juf besloot om mij weer te laten zitten, hebben mijn ouders me overgeplaatst naar een andere school. Daar werd ik vanwege mijn leeftijd in de derde klas geplaatst. Dat ik daarmee een cruciale klas oversloeg, had niemand in de gaten. Jarenlang heb ik met een taalachterstand geleefd en niemand pikte me eruit. Ik werd achterin de klas geplaatst en ging elk jaar met de hakken over de sloot over. Zo ging dat vroeger. Toen ik mijn man in 1978 ontmoette, ben ik twee jaar later nog wel aan een LOI-cursus Nederlands begonnen. De eerste twee weken ging het goed, de derde week minder en de vierde week kreeg ik de boodschap dat ik beter opnieuw kon beginnen. Weg was mijn motivatie. Mijn man en ouders waren de enigen die wisten van mijn taalachterstand. Mijn kinderen las ik gewoon voor, ook al haalde ik de volgorde van de zinnen door elkaar. Gelukkig hadden ze dat niet in de gaten. Later bouwde ik een vertrouwensband op met de juf van

mijn dochter en via haar ben ik bij het ROC terechtgekomen. Doodeng vond ik dat in het begin. Ik durfde nooit antwoord te geven op een vraag en wachtte net zo lang tot een ander antwoordde. Tot ineens het kwartje viel en ik de regels doorkreeg. En toen werd ik kwaad: al die jaren hadden ze me voor dom versleten en nu realiseerde ik me dat ik de basis gemist had. De kwaadheid maakte al snel plaats voor trots. Ik zag in hoe goed ik al die jaren gefunctioneerd had, ondanks mijn taalachterstand. Ik deed elke dag boodschappen, haalde mijn rijbewijs en zelfs verschillende naaicursussen. Nu pas besef ik hoeveel kracht daarvoor nodig was. Stapje voor stapje bouwde ik meer zelfvertrouwen op. Ik leerde om voor mezelf op te komen en wilde verder groeien. Inmiddels werk ik als vrijwilliger op het ROC en help ik zelf mensen die binnenkomen met leesproblemen. Als ze horen dat ik ook zo ben begonnen, schept dat meteen een band en geeft het vertrouwen. Ondertussen volg ik ook

een opleiding tot telefoniste en receptioniste. Van de vier modules heb ik er al drie gehaald. Nederlands is een van de onderdelen en tegenwoordig ben ik degene die de grammaticaregels uitlegt aan mijn klasgenoten in plaats van andersom. Voor het eerst geniet ik van taal en lezen. Zo heb ik een e-reader aangeschaft en wissel ik boeken uit met mijn dochter. Hartstikke leuk is dat.

Lenie Valk (1959) uit Almere Gooide het roer om in: 1994 Actief als: vrijwilliger op het ROC Flevoland en volgt een opleiding tot telefoniste en receptioniste Leest graag: boeken, van Thea Beckman tot Saskia Noort Gouden tip: ‘Pak jezelf bij elkaar en ga naar school’ Lenie Valk | 13


‘Prinses Laurentien stuurde me een handgeschreven kaart’

14 | Persoon in kwestie


Mien kon tot haar 47ste niet lezen of schrijven. Pas tijdens haar scheiding merkte ze hoe lastig dat was. Formulieren invullen lukte bijvoorbeeld niet. Haar tweede man adviseerde haar om terug naar school te gaan. Dat werd een succes. Ze slaagde in vier jaar en vult nu formulieren voor anderen in. Terug naar school gaan, was geen gemakkelijke beslissing. Van het idee alleen al kreeg ik zoveel stress dat ik er letterlijk ziek van werd. Ik werd opgenomen in het ziekenhuis en moest van daaruit een brief naar school schrijven waarom ik niet naar de eerste les kwam. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb, maar het is me gelukt. Toen ik uiteindelijk naar school ging, moest ik als eerste die brief voorlezen. Ik had geen idee wat ik had geschreven, maar wilde er alles aan doen om dat te leren. Dat ik in een klas vol gelijkgestemden terechtkwam, was een grote opluchting. Vroeger werd ik gepest omdat ik niet meekwam, daar heb ik een minderwaardigheidscomplex aan overgehouden. Na de basisschool ging ik naar de huishoudschool. Eigenlijk heb ik daar niet veel meer geleerd dan schoonmaken en kleren naaien. Dat was vroeger belangrijk. Inmiddels realiseer ik me dat ze me destijds nooit de kans hebben gegeven. Nu ik een tweede kans kreeg, leerde ik als een trein. In vier jaar tijd heb ik acht

certificaten gehaald. Van Engels tot computerkennis en natuurkunde. Ik kreeg steeds meer interesse voor taal en begon zelfs gedichten te schrijven. Toen Prins Bernhard overleed, stuurde ik een gedicht naar Prinses Laurentien. Die schreef een handgeschreven kaart terug. Dat ontroerde me. Opnieuw naar school gaan, is de beste beslissing die ik in jaren heb genomen. Ik had het er zo naar mijn zin dat ik er ook ging werken en vrijwilligster werd. ’s Ochtends maakte ik het gebouw schoon, ’s middags stond ik in de kantine en tussendoor volgde ik lessen. “Mien hoort bij de inboedel”, zeiden docenten gekscherend. Ik vond het dan ook heel erg toen ik al mijn vakken gehaald had en klaar was. Gelukkig heb ik pas geleden weer een nieuwe cursus aangeboden gekregen. Die kans ga ik met beide handen aanpakken. De school heeft me in vier jaar een hoop geleerd. Vroeger kon ik nog geen formulier invullen, nu schrijf ik brieven voor de hele buurt. Desnoods naar de koningin. Taal is erg

belangrijk voor me geworden. Ik let ontzettend op andermans spelling. En als ik een foutje zie? Dan ben ik de eerste die iemand daarop wijst.

Mien van de Pol (1949) uit Tilburg Gooide het roer om in: 1997 Actief als: schrijfster van gedichten Leest graag: haar kleinkinderen voor, het liefste boeken van Hans Christian Andersen Gouden tip: ‘Ga zo snel mogelijk weer naar school, desnoods gaan we hand in hand’ Mien van de Pol | 15


‘Nu is het tijd voor mijn eigen boek’

16 | Persoon in kwestie


Jarenlang hield Koos zijn taalachterstand verborgen. Totdat zijn vrouw hem een zoekterm zag intypen achter de computer. Confitiev in plaats van configuratie. Hij was betrapt en op zijn 45ste ging hij terug naar school. Elke dag kwam hij zwaar bezweet thuis, maar hij hield vol. Pas toen ik op mijn 45ste weer terug naar school ging, werd dyslexie bij mij vastgesteld. Eindelijk snapte ik waarom ik het al die jaren zo zwaar had gehad. Met een groot gezin en een alcoholistische vader werd er thuis niet naar me omgekeken. Op school kreeg ik het stempel “onhandelbaar” en dat was dat. De enige keer dat de juf extra aandacht aan me besteedde, was toen ze de tafels uitlegde. Het kon er bij mij niet in dat één keer één één was en geen twee. Daarom pakte ze er een appel bij en toen viel het kwartje. Nu ik opnieuw naar school ben gegaan, weet ik dat ik dingen voor me moet zien. Dan leer ik gemakkelijker dan wanneer alles abstract is. Vlak na de uitleg met de appels kwam ik in een tehuis terecht. Daar moest je elke week een brief naar huis schrijven. Ik probeerde daar onderuit te komen, maar een docente had dat door en riep me bij zich. Zij hielp me met schrijven en liet me net zo lang brieven overschrijven tot het goed ging.

Soms wel vier of vijf keer, maar daar ik leerde van. Op de middelbare school ging het weer mis. Ik kreeg mot met de conciërge en besloot te gaan werken. In de bouw: daar was het kijken en leren, een methode die goed voor mij werkte. Al ging het lezen en schrijven achteruit. Tot ik op mijn 45ste weer naar school ging. Elke dag brak het angstzweet me uit, maar elke dag was ook een overwinning. Toen ik op een dag hardop zei: “Ik ben de domste”, antwoordde een klasgenoot: “Nee hoor, dat ben ik al”. Eindelijk was ik niet meer de enige, we zaten met z’n allen in hetzelfde schuitje. Langzaam kreeg ik de smaak te pakken en groeide mijn zelfvertrouwen. Jarenlang had ik stilgezeten, nu wilde ik weer dingen ondernemen. Ik ging op schildercursus, werd voorzitter van de biljartvereniging, kookte zelf, ging op reis en haalde een diploma basiskennis boekhouden. Maar ik had nog een grote droom: een boek schrijven over mijn leven. Ik ontmoette schrijfster Ria van

Adrichem en samen met haar is het boek er gekomen. Het eerste exemplaar van Dit is pas het begin overhandigde ik aan Prinses Laurentien. Inmiddels is de derde druk uit en kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Ik ben bezig met een nieuw boek, maar deze keer schrijf ik het helemaal zelf, in mijn eigen woorden.

Koos Vervoort (1959) uit Schiedam Gooide het roer om in: 2004 Actief als: magazijnmedewerker en heeft een boek uitgegeven Leest graag: Wikipedia en boeken over tuinieren, biljarten en kwantumfysica Gouden tip: ‘Ga naar school en houd vol, het wordt steeds makkelijker’ Koos Vervoort | 17


‘Ik ga steeds meer uitdagingen aan’

18 | Persoon in kwestie


Op school kwam Yvonne al moeilijk met de rest mee, maar na een auto-ongeluk waarbij haar hoofd een klap kreeg, liep ze pas echt een taalachterstand op. Toen ze op haar 21ste een vriendin in vertrouwen nam, adviseerde die haar om weer terug naar school te gaan. Als ik terugkijk op mijn schooltijd, heb ik het gevoel alsof ik er altijd tussendoor ben geglipt. Al hadden mijn ouders na twee jaar regulier onderwijs wel door dat het daar niet goed ging. Ik ben toen naar een school voor moeilijk lerende kinderen gegaan. Die heb ik met horten en stoten doorlopen. Net als de huishoudschool die daarop volgde. Na het auto-ongeluk zag ik in hoe groot mijn taalachterstand was. Vooral omdat ik inmiddels kinderen had gekregen die ik zelf niet kon voorlezen. Ik kwam niet verder dan een verhaaltje bij een plaatje verzinnen. Daarom ben ik blij dat ik een vriendin in vertrouwen durfde te nemen. Dat was een grote stap, want ik schaamde me verschrikkelijk voor mijn laaggeletterdheid. Die vriendin heeft me dan ook echt moeten meeslepen naar school. Daar ben ik haar achteraf ontzettend dankbaar voor. Hoewel het voelde alsof ik weer bij het begin moest beginnen, heb ik een geweldige tijd gehad op school. Stapje voor stapje leerde ik meer en groeide mijn zelfvertrouwen.

Op taalgebied durfde ik steeds meer. Het kwam zelfs zo ver dat ik tijdens de Week van de Alfabetisering meedeed aan het televisieprogramma Lingo. Ik zat in het team met Simone van der Vlugt. Superspannend was dat. Toen ik het programma later terugzag, dacht ik ook: dat ik dat gedurfd heb! Sinds ik mijn taalachterstand overwonnen heb, ga ik steeds meer uitdagingen aan. Zo zochten ze in Leiden afgelopen jaar iemand die een groepje kinderen wilde voorlezen. Ik heb toen bij kinderboekenschrijfster Betty Sluyzer een voorleescursus gevolgd en vervolgens dat groepje kinderen voorgelezen. Ik was zo trots op mezelf dat ik dat voor elkaar kreeg! Die ervaring was nog waardevoller dan meedoen aan Lingo. Dat ik ben teruggekeerd naar school heeft me veel gebracht. Ook op het gebied van werk. Voordat ik mijn taalprobleem aanpakte, deed ik altijd maar wat. Pas daarna realiseerde ik me hoe graag ik in de keuken stond. Daar heb ik inmiddels mijn beroep van gemaakt.

Thuis sta ik ook graag in de keuken en ook daar is een hoop veranderd. Vroeger kookte ik op gevoel, wat niet altijd een succes was. Nu lees ik recepten en durf ik ingrediënten met elkaar te combineren. Lekker is dat. Het kunnen lezen en schrijven heeft een nieuw mens van me gemaakt. Iemand die gelukkig en tevreden is.

Yvonne Geers (1969) uit Leiden Gooide het roer om in: 1990 Actief als: webredacteur voor Stichting ABC, werkt in de keuken en volgt een opleiding tot arbeidsmarkt kwalificerend assistent Leest graag: Leeslicht-boeken en kookboeken Gouden tip: ‘Stap over je schaamte heen, je krijgt er zoveel voor terug’ Yvonne Geers | 19


‘Ik kan mijn dochter leren schrijven’

20 | Persoon in kwestie


Hendrik werkte altijd met zijn handen en werd daarom niet vaak geconfronteerd met zijn taalprobleem. Totdat hij op zichzelf ging wonen. Ineens vielen er brieven op de deurmat die hij niet kon ontcijferen. Op dat moment realiseerde hij zich dat het tijd werd om terug naar school te gaan. Ik heb altijd op speciale praktijkscholen gezeten. Daar leerde je heel goed met je handen werken, maar de theorie bleef achter. Met lezen en schrijven kwamen we niet veel verder dan de boomroos-vis-leesplankjes. Als voorzitter van Stichting ABC kom ik erachter dat het op veel praktijkscholen nog steeds zo gaat. Dat vind ik erg jammer. Ik probeer dit ook te veranderen door afspraken met die scholen te maken en mijn verhaal te vertellen. Als je moeite hebt met lezen en schrijven, wordt dat tegenwoordig vaak afgedaan als dyslexie, maar dat is lang niet altijd het geval. Nederlands is gewoon een ontzettend moeilijke taal. Op het ROC leerde ik dat het – op het Chinees na – zelfs de moeilijkste taal ter wereld is. Doordat ik niet op mijn mondje ben gevallen, heb ik me altijd wel kunnen redden met mijn taalachterstand. Pas toen ik de opleiding volgde, zag ik wat ik al die jaren gemist had. In de supermarkt waar ik werk, kon ik ineens alle

aanbiedingen lezen en met televisiekijken kon ik de ondertiteling volgen. Voor die tijd maakte ik zelf een verhaal bij het beeld. Ik ben daardoor trouwens wel heel visueel ingesteld. Als er een continuïteitsfout in een film zit, zie ik die meteen. Aan huiswerk maken heb ik altijd een hekel gehad, maar nu zag ik daar voor het eerst het nut van in. Ik weet dat ik het lezen en schrijven goed moet bijhouden, want anders loop je de kans dat het weer wegzakt. Daarom schrijf ik e-mailtjes, brieven en kaartjes. Dat moet ook voor mijn functie als voorzitter, net als agendapunten voorlezen. Dat doe ik inmiddels zonder problemen. Na de opleiding Nederlands bood mijn werk me een mbo-opleiding verkooptechnieken aan. Het diploma daarvan heb ik inmiddels op zak. Stukje bij beetje klim ik hogerop in het bedrijf. Hopelijk schop ik het ooit tot leidinggevende. Vorig jaar ben ik vader geworden. Ook een moment waarop ik inzag hoe belangrijk het is om goed te kunnen lezen en schrijven. Toen mijn vrouw zwanger was, heb ik het boek

Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt van Kluun in twee dagen uitgelezen. En straks kan ik mijn dochter voorlezen en leren schrijven. Ik ga er alles aan doen dat zij beter taalonderwijs krijgt dan ik destijds!

Hendrik de Kubber (1977) uit Sint Odiliënberg Gooide het roer om in: 2001 Actief als: verkoopmedewerker in de supermarkt en voorzitter van Stichting ABC, afdeling Limburg Leest graag: thrillers en geschiedenisboeken Gouden tip: ‘Blijf niet met je leesprobleem zitten, maar trek aan de bel bij de gemeente’ Hendrik de Kubber | 21


‘Ik zat met half Klundert in de klas’

22 | Persoon in kwestie


Anke wist haar laaggeletterdheid jarenlang te verbloemen. Ze gebruikte afkortingen en spiekbriefjes. Tot de bom barstte tijdens haar stage als ziekenverzorgster. Ze stortte in en nam een maatschappelijk werkster in vertrouwen. Die adviseerde haar om op Nederlandse les te gaan. Vlak nadat ik mijn man leerde kennen, zijn we samen een horecabedrijf gestart. Ik stond in de bediening en schreef bestellingen over of gebruikte afkortingen: p voor pilsje en w voor wijntje. Niemand had in de gaten dat ik met een taalprobleem zat. Ik had mijn babbel ook mee. Als ik vastliep, vroeg ik: “Kun je dat even spellen?” Toen we stopten met het bedrijf was ik bang dat ik thuis zou komen te zitten. Daarom begon ik aan een opleiding tot ziekenverzorgster. Op de basisschool was ik altijd weggekomen met spieken, dat lukte me ook nu weer. Tot ik stage ging lopen, daar was smokkelen een stuk moeilijker. Opeens werd het me te veel. Ik denk dat alles wat ik al die jaren verborgen had gehouden naar boven kwam. Ik raakte daardoor in een zware dip en kwam mijn huis niet meer uit. De dokter verwees me door naar een maatschappelijk werkster waar ik mijn geheim mee deelde. Zij adviseerde me om terug naar school te gaan. Dat zag ik in het begin helemaal niet zitten.

Aan de basisschool had ik vreselijke herinneringen. Omdat ik tijdens een leesbeurt vaak woorden oversloeg, werd ik erg gepest. Opnieuw aan Nederlandse les beginnen, bracht die spookbeelden weer naar boven. Bovendien kende heel Klundert me van ons bedrijf, dus daar naar school gaan, was geen optie. Toen de maatschappelijk werkster me uiteindelijk toch overtuigde, besloot ik in Zevenbergen naar school te gaan. En wat denk je? Ik zat daar met half Klundert in de klas! De lessen vielen me ontzettend mee. Alles werd rustig uitgelegd en als ik iets verkeerd deed, werd ik niet uitgelachen. Achteraf baal ik dat ik mijn geheim niet eerder gedeeld heb. Daarom probeer ik mensen nu ook te overtuigen om terug naar school te gaan. Ik heb inmiddels al een paar mensen over de streep getrokken, daar ben ik best trots op. Tegenwoordig vertel ik iedereen over mijn taalprobleem. Op mijn werk weten ze dat ik dat aan het bijspijkeren ben. Als ik ergens niet uitkom, kan ik altijd om hulp vragen.

Vandaag twijfelde ik nog over het woord misschien, maar ik vraag nu gewoon aan een collega of ik het goed heb geschreven. De cursus heeft me een hoop gebracht. Met de hulp en aanmoedigingen van mijn dochter heb ik mijn opleiding tot ziekenverzorgster afgemaakt en een leuke baan gevonden. Er is een nieuwe wereld voor me opengegaan waarin ik mijn zelfvertrouwen heb teruggekregen. Maar ik vind het nog het allerleukste dat ik mijn kleinkinderen eindelijk kan voorlezen.

Anke van de Reijt (1949) uit Klundert Gooide het roer om in: 1991 Actief als: logistiek medewerker in een verzorgingstehuis Leest graag: Leeslicht-boeken en doktersromannetjes Gouden tip: ‘Vraag bij de bibliotheek om informatie over laaggeletterdheid’ Anke van de Reijt | 23


‘Vroeger had ik schulden, nu heb ik een huis’

24 | Persoon in kwestie


Elke dag ging Dicky met lood in zijn schoenen naar zijn werk. Bang om rapporten te moeten schrijven. Maar juist doordat een collega opmerkte dat er bij hem altijd woorden ontbraken, werd de dialoog geopend. Hij gaf toe dat hij een taalprobleem had en niet veel later ondernam hij actie. Door zware bronchitis en een longontsteking heb ik veel gemist op school. Als ik terugkwam van een ziekbed moest ik gewoon weer met de rest meedoen. Er werd nooit rekening mee gehouden dat ik een deel van de stof miste. Een jaar ben ik blijven zitten, daarna ging ik altijd over – op basis van mijn leeftijd. Af en toe gingen we met de hele klas naar de bibliotheek. Daar koos je een leesboek uit waar je een boekverslag over moest schrijven. Het enige wat ik deed, was een pagina uit het boek overschrijven. Eén keer vroeg mijn leraar of ik ergens problemen mee had, maar dat was voor een volle klas. Ik schaamde me zo erg dat ik mijn mond niet durfde open te trekken. Tot mijn zestiende ben ik naar school gegaan, daarna ben ik gaan werken. Na verschillende baantjes kreeg ik werk bij een parkeergelegenheid. Een plek waar ik dagrapporten en formulieren moest invullen. Ik was blij met mijn baan, maar ging er ook elke dag angstig naartoe, omdat ik wist dat ik weer zou moeten schrijven.

Mijn collega merkte op dat er in mijn rapporten steeds woorden ontbraken of verkeerd geschreven waren. Hij vroeg of ik een schrijfprobleem had en vertelde dat daar cursussen voor zijn. Ik schrok me rot dat hij het ontdekt had en durfde pas drie maanden later naar mijn teamleider te stappen. Veel te bang dat ik ontslagen zou worden. Achteraf was dat nergens voor nodig, want mijn teamleider reageerde heel positief en stuurde me naar het ROC. In het begin vond ik het ontzettend eng om weer naar school te gaan. Het heeft me dan ook bijna een jaar gekost om mijn zelfvertrouwen terug te winnen. Vanaf dat moment kreeg ik er plezier in om nieuwe dingen te leren. Ik voelde me vrijer in mijn doen en laten en mijn leven kreeg een andere wending. Voordat ik naar school ging, stopte ik alle rekeningen die ik ontving in een la. Doordat ik ze niet kon lezen, had ik niet in de gaten dat ik zo een gigantische schuld opbouwde. Dankzij alles wat ik op school geleerd heb, heb ik mijn schulden kunnen wegwerken. En daarna heb ik samen

met mijn broer een huis gekocht. Mijn zus heeft me geholpen met het papierwerk, maar zo’n grote stap had ik in het verleden nooit durven zetten. Tegenwoordig durf ik ergens voor te vechten en trots te zijn op wat ik bereik.

Dicky Gingnagel (1969) uit Amsterdam Gooide het roer om in: 2002 Actief als: medewerker bij een parkeergelegenheid Leest graag: kranten en boeken van André Hazes Gouden tip: ‘Als je de kans krijgt om iets aan je taalprobleem te doen, grijp die dan’ Dicky Gingnagel | 25


‘Eindelijk snap ik waarom lezen mij meer moeite kost’

26 | Persoon in kwestie


Graddie timmert al jaren aan de weg als poppenmaakster. Een aantal jaren geleden kreeg ze zelfs een grote bestelling uit Amerika. Omdat ze niet in het Engels terug kon mailen, besloot ze een cursus aan het ROC te volgen. Daar werd ze ook op Nederlands getest en bleek ze dyslectisch te zijn. Als ik terugdenk aan de basisschool, komt er een hoop frustratie naar boven. Ik was altijd een serieus meisje dat goed haar best wilde doen, alleen ging alles te snel. Vooral tijdens het gezamenlijk lezen. Omdat het tempo zo hoog lag, liep ik meestal een pagina achter. Als de juf dat zag, kreeg ik een tik met de liniaal en riep ze: “Zit niet zo te dromen!” Daarop reageerde ik met: “Ik droom niet”. Maar dat kapte ze af met: “Houd je mond”. De huishoudschool was ook geen succes. Ik moest daar bedden opmaken met een centimeter. Wij waren thuis met veertien kinderen en daarom vond ik dat veel te veel tijd kosten. Toen ik daar een opmerking over maakte, kon ik bij de directrice komen en werd ik naar huis gestuurd. Mijn moeder was daar eigenlijk wel blij mee, nu kon ik tenminste meehelpen in het huishouden. Later ben ik in de schoonmaak gaan werken. Lezen en schrijven was daar niet belangrijk, dus eigenlijk heb ik nooit beseft dat ik een taalprobleem had. Zelfs niet toen

ik vroeger mijn kinderen voorlas. Die vonden het juist geweldig dat ik zo’n grote fantasie had. Elke avond kon ik rond een boek met plaatjes een ander verhaal vertellen. Dat vinden mijn kleinkinderen nu ook geweldig. Die zeggen vaak: “Oma heeft altijd van die spannende kabouterverhalen”. Eigenlijk kwam ik voor het eerst op het idee om terug naar school te gaan toen ik die e-mail uit Amerika kreeg. Ik had in de loop der jaren van mijn hobby mijn werk kunnen maken en moest nu zelfs in het Engels mailen. Toen ik getest werd op dyslexie, begreep ik eindelijk waarom lezen mij meer moeite kost. De tijd op het ROC is erg waardevol voor me geweest. Eindelijk kreeg ik lol in het naar school gaan en verdween de frustratie van vroeger naar de achtergrond. Als ik tegenwoordig een brief ontvang, begrijp ik beter wat erin staat. Met Engels ben ik niet veel verder gekomen dan: “Here’s your new doll. Do you like it?” Maar veel meer heb ik ook niet nodig. Het gaat erom dat ik nu beter met mijn klanten kan

communiceren. Natuurlijk schrijf ik nog weleens iets verkeerd, maar gelukkig geeft de computer dat dan aan met een rood kringeltje en kan ik vervolgens opzoeken hoe het wel moet.

Graddie Jansen-van Leeuwen (1945) uit Soest Gooide het roer om in: 2004 Actief als: poppenmaakster en geeft cursussen in het maken van poppen Leest graag: handwerkboeken, vooral de breiboeken van Arne & Carlos Gouden tip: ‘Volg een opleiding aan het ROC, daar word je begrepen’ Graddie Jansen-van Leeuwen | 27


‘Mijn eerste schooldag haalde ik de krant’

28 | Persoon in kwestie


Peter maakte carrière in het schoonmaakwerk. Ondanks zijn laaggeletterdheid startte hij zijn eigen bedrijf. Hij redde zich prima, totdat hij het aan zijn knieën kreeg en gedeeltelijk werd afgekeurd. Bij re-integratie bleek dat goed kunnen lezen en schrijven noodzakelijk was voor een nieuwe baan. ‘In de tijd dat ik een schoonmaakbedrijf had, zette ik mijn eigen afkortingssysteem op. Ik werkte niet met namen van klanten, maar met straatnamen en huisnummers. Die straatnamen schreef ik over van de bordjes. Achter het huisnummer zette ik een afkorting: h betekende hele huis en ak achterkant van het huis. Mijn laaggeletterdheid viel op deze manier niet op en het systeem werkte zo goed dat een ander bedrijf het later heeft overgenomen. Toen ik moest stoppen met werken, was ik wel huiverig om weer naar school te gaan. Op de basis- en middelbare school werd er weinig aandacht aan me besteed, waardoor ik meer met de vogeltjes buiten bezig was dan met wat er in de klas gebeurde. Op mijn vijftiende ging ik bij een vriendje op het woonwagenkamp wonen. Vlak daarna werd er een project gestart waarbij woonwagenjongeren bijspijkercursussen kregen. Dat was leuk geprobeerd, maar eigenlijk werd er vooral gekeet in de klas. Ik was bang dat het er in het

volwassenenonderwijs net zo aan toe zou gaan, maar niks was minder waar. Vanaf het begin was de sfeer in de klas goed. Het lokaal zat vol mensen met hetzelfde probleem en iedereen was gemotiveerd om te leren. En als iemand ergens niet uitkwam, dan hielp je elkaar. De eerste schooldag kan ik me trouwens nog goed herinneren. Er kwam een fotograaf van de ROC-krant langs en voor ik het wist, stond ik met m’n gezicht op de voorpagina. Twee weken later werd ik gevraagd als Taalambassadeur. Dat was een welkome afleiding, want vlak daarna werd ik volledig afgekeurd. Ik ben blij dat ik me nu kan inzetten tegen laaggeletterdheid. Voor veel mensen is het nog een groot taboe. Dat is jammer, want dat maakt de stap om er iets aan te doen groter. Daarom probeer ik mijn verhaal zo vaak mogelijk en met enthousiasme te vertellen. Ik hoop dat ik mensen daarmee bereik. En nog belangrijker: mensen overtuig om hun probleem aan te pakken. Nu ik zelf het traject heb afgerond, probeer ik mijn taalniveau bij te

houden op de computer. Er zijn speciale programma’s waarmee je online kunt leren. Maar ik train het lezen en schrijven ook op andere manieren. Door msn-gesprekken te voeren en door films met ondertiteling te kijken. Zo combineer ik het aangename met het nuttige.

Peter Schipper (1973) uit Wieringerwaard Gooide het roer om in: 2009 Actief als: Taalambassadeur Leest graag: de krant en marktplaats.nl Gouden tip: ‘Probeer iets aan je laaggeletterdheid te doen. Het levert veel op en kost niets.’ Peter Schipper | 29


‘Ik loop nu trots met mijn borst vooruit’

30 | Persoon in kwestie


Door haar taalprobleem leidde Ine een teruggetrokken leven. De cursus Spaans die ze ging volgen, was een grote overwinning. Maar ze kwam niet mee. Haar lerares adviseerde haar om eerst Nederlandse les te volgen. Dat advies sloeg ze in de wind, tot ze jaren later een flyer ontving. In 1955 ben ik van Indonesië naar Nederland verhuisd. We hadden midden in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog geleefd, waardoor we het ene jaar wel school kregen en het andere niet. Een echte basis heb ik dus nooit kunnen leggen. Eenmaal in Nederland ging ik naar de mulo, maar ik werd al snel teruggeplaatst naar de huishoudschool. Toen ik die had afgerond, zocht ik banen in fabrieken en wasserijen. Daar viel het niet op dat ik niet goed kon lezen en schrijven. Ik leidde een teruggetrokken leven. Thuis kwam ik niet verder dan de supermarkt. Als ik onderweg buren tegenkwam, maakte ik hooguit een praatje over het weer of de kinderen. Ondertussen hoopte ik dat ze geen moeilijke woorden zouden gebruiken. Of spreekwoorden, want daar snapte ik al helemaal niks van. Uitspraken als “de appel valt niet ver van de boom”, vatte ik letterlijk op, dus dan was ik compleet de kluts kwijt. Dat ik een cursus Spaans durfde

te doen, was een hele stap voor me. Maar door mijn taalachterstand kwam ik niet ver. Het advies van die lerares om een cursus Nederlands te volgen, was goed. Maar ik durfde niet. Toen er jaren later een flyer voor een cursus Nederlands in de bus viel, zei mijn man: “Ga nou maar”. Nu ben ik blij dat ik naar hem geluisterd heb. Al durfde ik in het begin alleen ’s avonds naar school te gaan. Ik was als de dood dat iemand mij overdag zou herkennen. Na een paar lessen was die schaamte weg en ging ik gewoon overdag naar school. Dankzij de cursus leerde ik niet alleen lezen en schrijven, maar ook converseren. Ik ging gesprekken met mensen niet meer uit de weg en deed dingen die ik daarvoor nooit had gedurfd. Ik paste op buurkinderen, deed vrijwilligerswerk in het bejaardentehuis, bezocht bibliotheken en musea en ging met mijn kleinkinderen op vakantie naar Spanje. En ik schreef een boek over mijn leven. Terwijl ik bezig was met dat

boek, volgde ik een voorleescursus bij schrijfster Betty Sluyzer. Ik heb haar gevraagd of ze mijn boek wilde bewerken. Dat heeft ze gedaan. Inmiddels ben ik bezig met mijn tweede boek. Hierin breng ik mijn gevoelens nog beter onder woorden. De cursus heeft me een heel nieuw leven gegeven en mijn houding veranderd. Vroeger liep ik altijd krom uit schaamte, nu loop ik trots met mijn borst vooruit.

Ine Hinne (1940) uit Groesbeek Gooide het roer om in: 2004 Actief als: schrijfster en doet vrijwilligerswerk in het bejaardentehuis Leest graag: boeken van Danielle Steel en boeken over Indonesië Gouden tip: ‘Probeer de eerste drempel over te stappen, dan heb je al een hoop overwonnen’ Ine Hinne | 31


‘Eindelijk zette ik mijn masker af’

32 | Persoon in kwestie


John werkte altijd met zijn handen, tot hij een baan kreeg bij het Leger des Heils. Daar moest hij rapportages schrijven. Dat ging zweterig en langzaam. Hij baalde van zichzelf. Na veertig jaar was hij het zat om laaggeletterd te zijn en trok hij aan de bel. Mijn eerste schooljaren heb ik in Suriname doorgebracht. De leraren waren daar ontzettend streng. Als je iets verkeerd deed, werd je geslagen. In 1970 vertrokken we naar Nederland. Ik kwam op een school in Den Haag terecht. Daar werd niet gekeken of ik dezelfde basis had als de Nederlandse kinderen. Ik moest gewoon met de rest mee. Elke dag ging ik gestrest naar school. Zodra ik iets moest schrijven, begonnen mijn handen als een gek te zweten. Het lukte niet. Na Den Haag ben ik vaak verhuisd. Zo heb ik in Amsterdam en Roermond gewoond. Ik zat inmiddels op het speciaal onderwijs en wilde erbij horen. Maar ik kwam niet mee met de rest. Daarom ging ik me als een clown gedragen. Toen ik doorkreeg dat ik beter was met mijn handen, focuste ik me daarop. De theorie verdween naar de achtergrond. Mijn eerste baan was in een betonfabriek. Daarna volgden er allerlei andere fabrieken. Ondertussen ontdekte ik dat ik talent had voor dansen en entertainen.

Dat deed ik ernaast. Ik kreeg er veel waardering voor en daardoor groeide het zelfvertrouwen dat ik de jaren daarvoor was kwijtgeraakt. Tot ik voor mijn baan bij het Leger des Heils rapportages moest gaan schrijven. Ineens kwam alle ellende van vroeger weer naar boven. Maar deze keer wilde ik er niet voor weglopen. Ik besloot aan de bel te trekken en terug naar school te gaan. Ik kwam in een klas met gelijkgestemden terecht en durfde voor het eerst in mijn leven mijn masker af te zetten. Eindelijk was ik een keer niet die clown en durfde ik te vertellen wat er werkelijk in me omging. Dat mijn klasgenoten mijn verhaal herkenden, heeft me echt een boost gegeven. Ik was niet de enige. Vanaf dat moment stortte ik me op alles wat met lezen en schrijven te maken had. Ik werd taalverliefd en ging met sprongen vooruit. Natuurlijk krijg ik nog weleens een black-out als ik een rapportage schrijf, maar dan durf ik een collega om hulp te vragen. Tegenwoordig lees ik via een kennis vaak voor op een crèche.

De kinderen vragen steeds wanneer de meneer met de grappige stemmetjes weer komt. Dat doet me goed. Dankzij school heb ik geleerd hoe ik me moet redden in deze maatschappij. En voor het eerst sinds tijden durf ik weer van mezelf te houden.

John Sariman (1963) uit Heerlen Gooide het roer om in: 2004 Actief als: patiëntenbegeleider bij het Leger des Heils Leest graag: boeken waar mysterie en overtuiging in zit Gouden tip: ‘Ga naar de bibliotheek en leg je probleem uit of bezoek een maatschappelijk werker’ John Sariman | 33


‘Mijn wereld is zoveel groter’

34 | Persoon in kwestie


Ondanks zijn taalprobleem runde Jos een bloemenzaak. Hij gebruikte afkortingen en was blij toen het faxapparaat op de markt kwam. De bestellingen kwamen er geschreven uitrollen. Maar de fax maakte plaats voor de computer, en toen liep hij vast. Ik kon wel lezen en schrijven, maar alleen de makkelijke woorden. En ik schreef in dialect. “Schrief” in plaats van “schrijf”. Op school ging ik elk jaar met de hakken over de sloot over. De leraar riep dan: “We hebben ook stratenmakers nodig”. Toch werd ik geen stratenmaker. Op mijn 21ste begon ik mijn eigen bloemenzaak. Als je doorzettingsvermogen hebt, kom je een heel eind, zelfs met een taalprobleem. Mijn vrouw deed de administratieve zaken erbij en ik stond vooral in de winkel. Klanten belden vaak om hun bestelling door te geven. Wanneer ik de telefoon opnam, gebruikte ik altijd dezelfde smoes: “Een momentje, ik heb mijn handen vol, ik geef even mijn collega”. En als er geen collega in de buurt was, gebruikte ik afkortingen. Hg voor hartelijk gefeliciteerd en be voor beterschap. Het faxapparaat was een uitvinding. Nu kwamen de bestellingen op papier binnen. En ik kon ze overschrijven. Toch kwam ik ook weleens in de problemen. Ik

herinner me nog dat ik mijn zoontje voorlas. Ik bedacht zelf een verhaal rond het boek, tot hij zei: “Pap, dat staat er helemaal niet”. Dat was echt een klap in mijn gezicht. De komst van de computer was een ramp voor mij. Anders dan de faxmachine deed hij nooit wat ik wilde. Toen ik in de krant een oproep voor een computercursus zag staan, ben ik overstag gegaan. In een gesprek met de docente spraken we af om de computercursus te combineren met een cursus Nederlands. De eerste lesdag ging ik met lood in mijn schoenen naar school. Ik wilde ertussenuit knijpen, maar net op dat moment kwam mijn docente aanlopen. Ze zei: “Hé Jos, ben je er al? Loop met me mee naar de klas”. Ik had nooit verwacht dat de cursus zoveel voor me zou veranderen. Mijn wereld werd ineens zoveel groter. Binnen een paar jaar kon ik de ondertiteling van films lezen en deed de computer wat ik wilde. Niet lang daarna schreef ik een boek over mijn leven. Toen dat verscheen, kwam er ook een

signeersessie. Daar zag ik tegenop. Tot schrijver Jan Siebelink me twee goede tips gaf. Hij zei dat ik van tevoren moest bedenken wat ik in het boek wilde schrijven en dat ik aan de mensen moest vragen of ze hun naam wilden spellen. Dat deed hij ook altijd. Ik kreeg veel goede reacties op mijn boek. Daarom ben ik nu bezig met het tweede deel. Voor signeersessies ben ik niet bang meer. Ik schrijf gewoon: “Veel leesplezier. Jos”.

Jos Niels (1950) uit Gendt Gooide het roer om in: 2000 Actief als: schrijver en runt een boxerkennel Leest graag: de krant en boeken en tijdschriften over boxers Gouden tip: ‘Je bent niet dom, je hebt een handicap. Praat daarover, dan gaat er een nieuwe wereld voor je open.’ Jos Niels | 35


‘Dat ene telefoontje veranderde alles’

36 | Persoon in kwestie


Maandenlang keek Anita naar de flyer die haar moeder haar had gegeven. Met daarop het nummer van volwassenenonderwijs. Ze wilde het dolgraag bellen, maar door haar telefoonfobie durfde ze niet. Tot ze op een dag al haar moed verzamelde. Ik kan me nog goed herinneren dat ik een keer bij de bloemist stond. Iemand was jarig en ik had een mooie bos uit gezocht. Het enige wat nog ontbrak, was een kaartje met een felicitatiewens. Terwijl ik “hartelijk gefeliciteerd” probeerde op te schrijven, voelde ik de rij achter me groeien. Uiteindelijk zei ik: “Jullie hebben het zo druk, ik schrijf het kaartje thuis wel”. Zoiets zou me nu niet meer overkomen. Drie jaar heb ik op het regulier basisonderwijs gezeten. Omdat ik daar niet meekwam, ging ik naar het speciaal onderwijs. Daar was alles gericht op met je handen werken. Als we al iets met schrijven deden, was het overschrijven – en daar leer je weinig van. Ik was goed met mijn handen en ging de technische kant op. Ik kwam terecht in de wereld van het elektrometaal. Solderen was mijn specialiteit, dat kon ik heel netjes, alleen was ik niet snel genoeg. Na een aantal jaren werd ik arbeidsongeschikt verklaard. Ik kwam thuis te zitten en moest ineens allerlei formulieren invullen en brieven schrijven. Maar hoe doe

je dat met een taalachterstand? Op dat moment kwam mijn moeder met die flyer aanzetten. Drie maanden duurde het voordat ik de hoorn durfde op te pakken. Een hele overwinning, maar ik was er nog niet, want ik moest ook nog daadwerkelijk naar school. Ik zag ontzettend op tegen de eerste lesdag, maar toen ik de klas binnenstapte, viel er een last van mijn schouders. De klas zat namelijk vol met bekenden uit Klundert. Allemaal mensen van wie ik nooit had verwacht dat ze taalproblemen hadden. Vanaf dat moment ging alles erg snel. Het leren ging een stuk makkelijker dan op vroeger op school en na een tijdje pakte ik zelfs twee nieuwe cursussen op: Engels en maatschappijleer. De school heeft me veel zelfvertrouwen gegeven. Vorig jaar was Stichting ABC op zoek naar een voorzitter voor de afdeling Brabant. Enkele ambassadeurs stootten mij aan en zeiden: “Dat is echt iets voor jou”. Ik heb daar wel een nachtje over moeten slapen, maar heb het vervolgens met beide handen

aangegrepen. Er is na die tijd veel veranderd. Tegenwoordig schrijf ik zakelijke brieven, zelfs naar het ministerie van OCW. Mijn agenda staat vol afspraken, terwijl ik vroeger alles in mijn hoofd opsloeg. En mijn telefoonfobie? Daar ben ik ook vanaf. Waar één telefoontje al niet goed voor kan zijn.

Anita Ossewaarde (1967) uit Klundert Gooide het roer om in: 2000 Actief als: voorzitter van Stichting ABC, afdeling Brabant Leest graag: boeken van Dan Brown en biografieën Gouden tip: ‘Schaam je niet voor je laaggeletterdheid; dat is je overkomen, maar je kunt er ook iets aan doen’ Anita Ossewaarde | 37


‘Eindelijk kon ik mezelf zijn’

38 | Persoon in kwestie


Rob wist als geen ander hoe hij zijn taalachterstand moest verbergen. Samen met zijn vrouw zorgde hij ervoor dat niemand iets in de gaten had. Tot zijn vrouw een ernstig ongeluk kreeg. Ineens was hij degene die de zaken moest regelen. Toen dat spaak liep, schakelde hij de huisarts in. Achteraf ben ik nog steeds verbaasd dat ik het zo lang heb weten te verbergen. Ik werkte als voorman stratenmaker en het kwam zelfs zo ver dat mijn leidinggevende me hoofduitvoerder wilde maken. Hij zette me zo onder druk dat ik ja zei. Voor die functie moest ik belangrijke contracten tekenen. Ik stond doodsangsten uit, want ik had geen idee waarvoor ik tekende. Na twee weken vroeg ik mijn oude baan terug. Voor mijn werk moest ik het hele land door. Het is nog steeds een raadsel hoe ik zonder TomTom altijd op de goede plek aankwam. Ik zweette me kapot tijdens die ritten. Er lag altijd een extra setje kleren in de achterbak, zodat ik me kon omkleden als ik bij een klus aankwam. Eén keer ging het mis. Ik herkende de weg niet meer en bleek in België te zitten. Ik heb die dag twee tanks leeggereden. Mijn vrouw hielp me met het verdoezelen van mijn geheim. Als ik met de feestdagen een gedicht moest voorlezen, souffleerde zij me. Niemand had het in de gaten.

Tot zij dat ongeluk kreeg en ik de boodschappen moest doen. Ik kwam thuis met karren vol, in de hoop dat het goede ertussen zat. Dit kon zo niet langer. Ik bezocht mijn huisarts en die verwees me door naar het ROC. Nog steeds was ik bang dat mijn geheim zou uitkomen. Daarom zei ik tegen iedereen dat ik naar computerles ging. Tot ik gevraagd werd om mijn verhaal te doen bij omroep Max. Ontzettend eng vond ik dat, maar toch heb ik ja gezegd. Terwijl ik op televisie was, stond thuis de telefoon roodgloeiend. Niemand had dit verwacht, maar iedereen was trots dat ik mijn verhaal durfde te vertellen. Dat televisieoptreden heeft me goed gedaan. Voor mijn gevoel was ik altijd twee personen: de vrolijke jongen en de jongen die van alles achterhield. Het was zo’n opluchting dat ik eindelijk mezelf kon zijn. Die stap had ik tien jaar eerder moeten zetten. Sindsdien is er een hoop veranderd. Ik ga er meer op uit. Ik kweek vogels, maar durfde nooit lid

te worden van de vogelvereniging – bang dat ik iets zou moeten opschrijven. Nu ben ik lid en doe ik mee aan shows. En ik ben een boek over mijn leven aan het schrijven. Het is tijd dat alles eruit komt.

Rob Weijers (1959) uit Groesbeek Gooide het roer om in: 2004 Actief als: schrijver en kweekt vogels Leest graag: boeken over vogels en oude munten en De voorlezer van Bernhard Schlink Gouden tip: ‘Durf naar school te gaan, ik wou dat ik het eerder had gedaan’ Rob Weijers | 39


‘Ik heb zelfs mijn man overtuigd’

40 | Persoon in kwestie


Tonnie liet haar formulieren vaak door hulpinstanties invullen. Maar toen het digitale tijdperk aanbrak, werd dat steeds lastiger. Dat ze niet overweg kon met computers, maakte haar handicap nog groter. Tot ze een folder ontving waarin computer- en Nederlandse les werd aangeboden. Voordat ik naar de cursus ging, kon ik mijn computer niet eens aan- en uitzetten. Dat was lastig omdat tegenwoordig steeds meer via de computer gaat. Daarom kwam de folder, waarin computer- en Nederlandse les werd aangeboden, als geroepen. Wat ik vooral fijn vond, was dat het een combinatiecursus was. Dat maakte de drempel om naar Nederlandse les te gaan een stuk lager. Vroeger ben ik alleen naar de lagere school en de huishoudschool geweest. Verder leren, zat er helaas niet in. En doordat ik daarna altijd in de huishouding heb gewerkt, hield ik het lezen en schrijven niet genoeg bij. In het begin vond ik het ontzettend eng om weer naar school te gaan. Tot ik zag dat er ook dames uit mijn flat naar de cursus gingen. Een van hen wist nog minder dan ik. De eerste weken was ik heel afwachtend, maar al snel bouwde ik een vertrouwensband op met mijn klasgenoten en durfde ik meer te vragen. Langzaam maar zeker werd ik

mondiger. Dat hoorde ik ook in mijn omgeving. Ik leefde altijd heel teruggetrokken, maar kwam nu meer naar buiten. Mensen zeiden: “Wat ben jij in positieve zin veranderd”. In de klas merkte ik ook dat steeds meer mensen met vragen bij mij kwamen, zelfs de juf. Blijkbaar lag ik goed in de groep. Wat ik leuk vond aan de klas was dat er ook veel buitenlanders in zaten. Zo leerde ik over hun cultuur, bijvoorbeeld wat ramadan inhoudt. Ik kan me daardoor nu beter inleven in mensen uit andere landen en culturen. Op een gegeven moment was ik zo enthousiast over de cursus dat ik zelfs mijn man heb overtuigd om mee te gaan. Tegenwoordig vullen we samen formulieren in. Waar ik het meest trots op ben, is dat ik nu kan computeren. Ik kan telebankieren en e-mailen. Daardoor heb ik meer contact gekregen met kennissen en familie. Verder maak ik tegenwoordig flyers voor de ouderenbond. Daar gebruik ik sierletters en plaatjes voor, allemaal op de computer. Dankzij de cursus

is niet alleen mijn kennis, maar ook mijn kennissenkring uitgebreid. Soms vind ik het jammer dat ik dit niet eerder heb gedaan. Ik heb vroeger nooit diploma’s kunnen halen omdat dat niet mocht van mijn ouders. Nu ik de cursus heb gedaan, zie ik in wat ik ben misgelopen. Ik heb altijd zwaar werk gedaan, terwijl ik ook veel mensenkennis heb. Achteraf was ik heel graag maatschappelijk werkster geworden.

Tonnie Toonen (1946) uit Nijmegen Gooide het roer om in: 2008 Actief als: flyermaker voor de Katholieke Bond voor Ouderen Leest graag: waargebeurde levensverhalen Gouden tip: ‘Zorg dat je een leuke cursus vindt en combineer die met Nederlands’ Tonnie Toonen | 41


‘Ik wilde opnieuw beginnen’

42 | Persoon in kwestie


Begin 2000 was een slechte tijd voor Veronica. Ze verloor haar man en niet veel later zag ze haar huis in rook opgaan door de vuurwerkramp in Enschede. Ze raakte getraumatiseerd en kwam bij een maatschappelijk werkster terecht. Toen die vroeg wat ze wilde, had ze meteen een antwoord klaar. Jarenlang heb ik me gered zonder te kunnen lezen of schrijven, maar nu wilde ik het roer omgooien. Ik heb op de zusterschool gezeten, maar omdat ik daar niet kon meekomen, kreeg ik elke dag een tekenblaadje. Daar moest ik het mee doen. Mijn twee broertjes, die niet mee konden meekomen op school, mochten buitenspelen. Toen ze van het schoolplein afgingen, werden ze opgepakt door de politie. Alles kwam uit. M’n moeder was woedend en haalde ons van school. Daarna ben ik op het Buitengewoon Lager Onderwijs terechtgekomen. Daar leerde ik koken en schoonmaken, maar ik kreeg geen lees- en schrijfonderwijs. Op mijn veertiende ging ik van school om in een textielfabriek te werken. Nooit werd er gevraagd of ik kon lezen en schrijven. Toen ik vier jaar later met mijn man trouwde, ontdekte ik wat een handicap het is als je niet kunt lezen en schrijven. Als ik boodschappen deed en mijn koffiemerk van vormgeving was veranderd, dacht ik dat de supermarkt geen koffie meer

verkocht. Mijn dochter voorlezen kon ik ook niet. Totdat ze naar school ging, verzon ik het verhaal bij een prentenboek. Maar toen ze eenmaal naar school ging, durfde ik haar niet meer voor te lezen. Ik zei altijd dat ik druk was en dat ze het aan haar vader moest vragen. De vuurwerkramp was heftig. Ik woonde tegenover de fabriek en was onderweg naar de stad toen het begon. Ik kon nog net vluchten in de kelder van de buren. De brandweer heeft me daar later uit gehaald. Er was niks meer over van mijn huis. Alles was nat, vies en verbrand. Mijn plek was weg. Ik wilde opnieuw beginnen. Tegen mijn maatschappelijk werkster zei ik dat ik wilde leren lezen en schrijven. De eerste schooldag kwam er een hoop op me af, maar al snel had ik mijn weg gevonden. Ik ontdekte waar mijn probleem zat: ik draaide de letters om. Als ik bijvoorbeeld auto schreef, gooide ik de a en de u door elkaar. Nu doe ik dat nog steeds, maar ik heb wel door dat ik het verkeerd doe en verbeter mezelf.

School heeft een ander mens van me gemaakt. Ik ben veel zelfverzekerder en opener geworden. Mijn dochter en schoonzoon zijn trots op me dat ik zo veranderd ben. Op mijn werk ben ik ook gegroeid. Ik stuur een team aan en heb al een hele serie certificaten gehaald. Dat had ik tien jaar geleden niet durven dromen.

Veronica Diepenveen (1951) uit Hengelo Gooide het roer om in: 2002 Actief als: aanstuurder van een schoonmaakteam op een universiteit Leest graag: de krant en roddelbladen Gouden tip: ‘Klop bij de gemeente aan en zorg dat je bij het ROC terechtkomt’ Veronica Diepenveen | 43


Stichting Lezen & Schrijven

Stichting Lezen & Schrijven is in 2004 opgericht op initiatief van H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden. Zij is voorzitter van het bestuur. Visie Het vermogen om te kunnen lezen en schrijven is een basisrecht voor ieder individu. Geletterdheid is een randvoorwaarde voor een gezonde, veerkrachtige, welvarende en duurzame samenleving waaraan burgers actief deelnemen.

Missie Wij willen laaggeletterdheid structureel helpen oplossen in Nederland en geleerde lessen van onszelf en anderen zo breed mogelijk verspreiden. Dit draagt ertoe bij dat iedereen zich bewust wordt van het belang van geletterdheid. Wij passen onze rollen aan, al naar gelang wat nodig is: van aanjager tot communicator, van uitvoerder tot regisseur.

Doel Wij dienen één helder doel: het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid op de lange en korte termijn. We richten ons primair op Nederland, maar zijn internationaal actief om kennis en goede voorbeelden te delen, te identificeren en toe te passen.

Ketenfilosofie Het belang van geletterdheid raakt baby’s, kinderen, jongeren en volwassenen. In onze aanpak denken wij altijd vanuit de mens en diens omgeving – van ouders tot leraren, van bedrijven tot maatschappelijke organisaties en overheden. Hierdoor is het duidelijk waar de verantwoordelijkheden liggen en kunnen we praktische handreikingen bieden en duurzame afspraken maken. 44 | Stichting Lezen & Schrijven


Internationaal Ook buiten Nederland hebben landen in meer of mindere mate te maken met laaggeletterdheid. H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden zet zich als Speciaal Gezant voor Geletterdheid voor Ontwikkeling van UNESCO en als voorzitter van de High Level Group on Literacy ook buiten de Nederlandse grenzen in voor de ontwikkeling van geletterdheid. Door op de hoogte te zijn van wat er speelt in het buitenland voorkomen we dat wij in Nederland het wiel opnieuw uitvinden. Aan de andere kant kunnen andere landen profiteren van de benadering die Stichting Lezen & Schrijven en andere organisaties in Nederland kiezen. Stichting Lezen & Schrijven | 45


Toelichting op interviewpagina’s 10 t/m 43 Op de pagina’s met de geïnterviewden zijn op de tekstzijden sierlijke vormen te zien. Deze vormen zijn opgebouwd uit onderdelen van de titel van dit boek. Zo ontstaat er op iedere tekstpagina in de interviews een beeldverhaal in letters.


Colofon

Algemeen Taalverhalen 17 maskers afgezet is een uitgave van Stichting Lezen & Schrijven in samenwerking met Stichting ABC.

Uitgever Young Crowds (www.youngcrowds.nl) Coรถrdinatie: Jeannette Jonker, Alette Reneman en Laura Lammers (Stichting Lezen & Schrijven) Corrector: Mans Kuipers Redactie: Claudia Lagermann Fotografie: Ruud Pos Vormgeving: Dirk Bijdendijk en Rinze Vegelien (Studio Misc.)

Drukwerk Dijkman Offset, Diemen Heeft u problemen met lezen en schrijven of kent u iemand die hier problemen mee heeft? Bel dan 0800 - 023 44 44

Stichting Lezen & Schrijven Koninginnegracht 15 2514 AB Den Haag www.lezenenschrijven.nl



Taalverhalen