Issuu on Google+

PERSONEELSMAGAZINE GEMEENTE ENSCHEDE NR 32 - MEI 2010

ANDERS WERKEN? MARCEL MEIJS IN GESPREK MET BURGERS RIEN NEEMT AFSCHEID VAN ROOMBEEK

k e o z e b s i u R h E E p W O D N BRA E D T ME

Moi 32.indd 1

17-05-10 15:19


2

IN DIT NUMMER - BUITELINGEN

Buitelingen door Noël |

KLUNEN 18

11 redenen om dit blad te lezen

6

2 3 3 4 6 10 10 12 16 18 19 20 20

Omdat Noël droomt van een goddelijk torso. Omdat Jan Boers nooit zonder Leni op de motor weggaat. Omdat onze COR-voorzitter een echte vergadertijger is. Omdat de Brandweer studenten opzoekt. Omdat Rien Wilderink pijn heeft. Omdat Hans en Peter hun werkhorizon verbreden. Omdat Hengelo meer vierkante meters ‘wegwerpmeubels’ wil. Omdat Marcel Meijs zijn kantoor verlaat en zelf met burgers gaat praten. Omdat het college een harde dobber heeft aan een Pathmos zonder werklozen. Omdat Marc Oude Luttikhuis in mei ons al een stoer kerstpakket wenst. Omdat Fatima El Hafi een extra klusje opknapt.

Ja, ik weet het. Het is eindelijk lente. Dat is genieten van een eerste zonnetje dat alle koude winterherinneringen eindelijk doet vervagen. Toch wil ik met u even terugkijken op de winter. Het was immers een winter vol schaatsen met als hoogtepunt de Olympische Spelen. Nu is dat op zich geen ramp. Ik ben zelf gek op schaatsen. Mijn probleem zit hem in onze nationale held: Sven. Nee, ik doe niet mee aan al die criticasters die hem die ene foute wissel eeuwig blijven verwijten. Dat was als nationale ramp al triest genoeg. Nee, het gaat mij om de persoon ‘Sven’. Heeft u het gezien? Hij was deze winter overal. Op de televisie, publicatieborden aan de straat, in de bioscoopreclame. Ja zelfs in ons eigen stadskantoor. Overal zag je Sven. Sven in schaatspak met ontblootte oertorso, de schaatsen in de ene en een groot bruin brood in de andere hand. Waar zit nu het probleem hoor ik u vragen? Dat zal ik u zeggen. Ik mag er zelf best zijn, al zeg ik het zelf. Ondanks het feit dat ik deze maand een halve eeuw onder de zon mag verkeren, paar ik nog steeds een strak lichaam aan een lichtverende sportieve tred. Iets dat maar weer eens werd bewezen met mijn deelname aan het winnende team van het gemeentelijk breedtesporttoernooi van dit jaar. Dit feit bleef deze winter echter totaal onopgemerkt. Sterker: werd iedere keer hevig ontkend. Oorzaak: Sven. Het dieptepunt speelde zich af op een kantoor vol vriendelijk ogende collegae. Dames met een groot relativerend vermogen. Dacht ik. Ook daar hing Sven en ook daar ging iedere aandacht uit naar deze papieren god van het gladde ijs en de scheve schaats. En ik, o oliedomme columnist, waagde het te zeggen dat er in het stadskantoor toch ook zoveel andere mooie en levensechte sportieve mannen rondliepen en dat de verafgoding van deze broodgod daarom toch niet echt nodig was. Wat volgde was een hilarisch gelach van drie collegae die hikkend en hijgend mij met de staart tussen de benen deden afdruipen. “Ik weet in ieder geval wél hoe ik moet wisselen!”, dacht ik wraakzuchtig en nam als ultiem voorbeeld hiervan met zwier aan het eind van de gang de binnenbocht. Op hetzelfde moment kwam ik onzacht in aanraking met een koffiekar. Schotels en kopjes vlogen mij om de oren… Als u in het stadskantoor een oude man in slobberend schaatspak met ontbloot bovenlichaam op hoge noren al klunend en bruin brood etend door het trappenhuis ziet gaan, schrik dan niet. Het is een van zijn voetstuk gevallen oude god die tegen beter weten in probeert alsnog in de gunst te komen van drie collegae. Het is tenslotte lente. Noël

COLOFON

Moi! is het interne blad voor medewerkers van de gemeente Enschede. Het verschijnt zes keer per jaar op het huisadres van de medewerkers. Hoofdredacteur: Henny van den Berg Eindredactie: Henny van den Berg en Wilfried Brandsma Redactionele bijdrage: Jan Willem Lemmens, Rob Marsch, Herman Nijhof, Jan de Vries en Jessica van Loenen Journalist: Stefan Klein Koerkamp Columnist: Noël Redactionele begeleiding: Maters & Hermsen Journalistiek Redactie-adres: Redactie Moi!, postbus 20, 7500 AA Enschede, telefoon (481) 7598, e-mailadres: redactie@enschede.nl Fotografie cover: Marjo Baas Vormgeving: Inline Design bv, Doetinchem Drukwerk: Tuijtel Hardinxveld-Giessendam Copyright: Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na overleg met de hoofdredacteur. De inhoud van Moi! weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de visie van de gemeente Enschede. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen naar eigen inzicht te weigeren, wijzigen en te plaatsen.

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 2

17-05-10 14:06


3

DE PORTEFEUILLE VAN

door Henny van den Berg | Jan Boers werkt als teamleider Operationele Voorbereiding bij de Brandweer. In deze rubriek onderzoekt Moi! de inhoud van zijn portemonnee.

Old Dutch

Wanneer heb jij je rijbewijs gehaald? “Voor ik bij de Brandweer kwam had ik B+C+D+E gehaald. Daar is in 1977 het motorrijbewijs bijgekomen. Ik heb een Yamaha XJ650. Daar maak ik samen met mijn vrouw achterop toertochten mee. Ik kom niet zonder haar weg!”

Over je vrouw gesproken, is dit haar? “Ja, ik heb altijd een foto van Leni bij me. We zijn al 36 jaar samen. Ik heb haar leren kennen tijdens het uitgaan bij Old Dutch. De oudere collega’s kennen dat vast nog wel.”

Bijna honderd euro in je portemonnee, altijd zoveel cash bij je? “Ik heb altijd geld in mijn portemonnee. Ik ben van de ouderwetse stempel en pin alleen grotere bedragen.

Drie visitekaartjes. Waarom juist deze? “Het eerste kaartje is van een Amerikaan. Die heeft een nieuw blusmiddel op de markt gebracht. Het volgende kaartje is van de vertegenwoordiger in Europa en de laatste is van een collega uit Rotterdam die aanwezig is geweest bij testen in Barcelona. Er loopt nu een proef in Enschede. Het gaat om een toevoeging aan het bluswater. Innovatie blijft belangrijk.”

Wat is dat voor rood muntje? “Dat is een betaalpenning voor de consumpties van de personeelsvereniging Brandweer. We hebben samen met de Politie een eigen locatie op het DCW-terrein. Vrijdag is de vaste avond voor de Brandweer en die wordt goed bezocht.”

VERGADERTIJGER Naam: Herman Nijhof Functie: voorzitter COR Onderwerp: diverse Aantal deelnemers: 16 Datum: 29 april 2010

door Jan de Vries | We vergaderen veel, maar zijn al die besprekingen wel nuttig? De Moi-politie post bij vergaderruimtes om dat te onderzoeken. Wie was het meeste aan het woord? “COR leden + bestuurder(s). Per saldo, daar kan ik kort en bondig over zijn: Fridse Mobach en ikzelf.“

FOTO: HERMAN NIJHOF

Hoeveel tijd was je zelf aan het woord? “Van de totale vergadertijd was ik zelf een kwart aan het woord. Maar dat had voornamelijk te maken met mijn rol als voorzitter.” Wat is het percentage nice to know ten opzichte van need to know? “Die verhouding is tien om negentig. Die tien procent kwam vooral ten bate van de vergadersfeer. Indirect zeker van belang voor het formele resultaat van de vergadering.”

FOT

O: M

AR JO

BA A

S

Wat is je laatste grotere aankoop met je betaalpas? “Auto-onderdelen voor de hobby. Ik sleutel graag en doe het onderhoud van mijn Volkswagen Passat zelf.”

Welke portefeuille moet in de volgende Moi! staan? “Ik ben benieuwd wat Henk Spijk van de DSOB er in heeft zitten.”

Welk percentage van de informatie was relevant voor jou? “Voor mij is in principe alles relevant. Hoewel je met het één meer doet dan het ander en er best weleens onderwerpen zijn die mij minder interesseren.” Zijn er belangrijke besluiten genomen? “Zeker! Er moet meer duidelijkheid komen over de intranetberichtgeving over Matchpoint. In het bijzonder met betrekking tot de opengesteldheid van functies. Daar bestaat nog steeds onvoldoende duidelijkheid over.” Had het effectiever gekund? “Op voorhand schrappen in de agenda. Overigens was deze vergadering qua tijd al ingekort en strak georganiseerd.”

Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 3

17-05-10 14:07


4

serie | DE STRAAT OP

Contact met de burger is belangrijk, aldus de brandweer. En studentenhuizen zijn een zorgenkindje, want ze blinken niet uit in brandveiligheid. Dus trekt het team eropuit voor oefening en inspectie. “Twee kleine raampjes, Als hier brand uitbreekt, zitten ze als ratten in de val.” door Jan Willem Lemmens

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

veel hout en een CV op de kamer.

Brandweer belt aan “Mijn huis, mijn huis!” Een oudere vrouw rent in paniek richting haar winkelpand aan de Haaksbergerstraat, waar een flinke rookwolk boven hangt. De schrik slaat haar om het lijf op deze warme lentemiddag. Met gillende sirenes rijdt de brandweerauto echter door, naar het naastgelegen studentenhuis Fortuna. In de rokende zolderslaapkamer ligt Kevin Drost (student Crime Science, Saxion Hogeschool) moederziel alleen op bed. Zijn maatjes bevinden zich op de terrassen van de Oude Markt. Zes brandweermannen in zwarte uniformen met gele reflecterende strepen, getooid met witte helmen, rookmaskers en blauwe luchtflessen, stormen uit de brandweerauto via een nauwe steeg richting de voordeur. Vier brandweerlui lichten Kevin razendsnel van bed, twee van hen tillen de bewusteloze student naar buiten. Hij krijgt direct eerste hulp en overleeft het ternauwernood. Vrouwe Fortuna is hem gunstig gezind.

Slagersvrouw

De oudere vrouw is de slagersvrouw van de naastgelegen slagerij. Ze komt langzaam tot rust. “Mijn man heeft me niets verteld over deze oefening: ik dacht dat ons pand in lichterlaaie stond. Ik schrik me lam.” Het wemelt van de pers. SBS 6, RTV Oost, TC Tubantia en Enschede FM leggen de actie vast. De brandweerlui bergen de blusslangen op in de brandweerauto. Hendrie Olthof (medewerker operationele voorbereiding) komt flink zwetend op adem. “Ik vind deze oefening wel mooi. We zijn bij dit huis naar binnen gegaan en van tevoren niet ingeseind over wat we zouden aantreffen. Niks is in scène gezet”, zegt hij op nuchtere toon. Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 4

17-05-10 14:07


5 Huisbaas

Later die middag verplaatst de actie zich naar een pand van de Stichting Jongeren Huisvesting Twente aan de Blekerstraat 67. Het brandweerteam geeft hier een brandveiligheidadvies aan bewoners en huisbaas. Wanneer het team op het punt staat om het pand te inspecteren, komt de huisbaas de hoek om. Hij is nogal kortaf en oogt geïrriteerd als hij de voordeur opent. Via een smalle trap naar boven, komt het brandweerteam in een brede gang. Aan weerszijden zitten deuren die leiden naar de studentenkamers. De huisbaas baalt, want er zijn geen studenten in het pand. Zijn oudere metgezel, de beheerder, haalt zijn schouders op: “Ik ben hier gisteren nog geweest, toen zaten er veertien studenten en iedereen beloofde vandaag aanwezig te zullen zijn. Studenten, daar kun je geen afspraken mee maken”.

Vluchtroute

Het brandweerteam wandelt rond en inspecteert de vluchtroute. “Het pand heeft een brede gang en een groot dakterras. Dat is uitermate geschikt voor een snelle ontruiming”, merken ze tevreden op. Ook nemen ze een kijkje in de kamers. Twee brandweermannen kijken naar boven en stoten elkaar aan: “Kijk, een hoogslaper boven de deur. Dat is goed om te weten. Als wij binnenkomen en alles staat vol rook, gaan wij op de tast op zoek naar slapers. Die vinden we dan niet boven de deur. Toch fijn dat we dit zien, daar kunnen we bij een brand rekening mee houden”, denkt Mark Gunneman hardop.

Verduisteringsbril

Geen stormram om binnen te komen; het brandweerteam gebruikt vandaag de deurbel.

Vette bende

Nadat de brandweermensen de actie hebben verwerkt, gaan ze samen met de deskundigen opnieuw het studentenhuis in om Kevin een brandveiligheidadvies te geven. “Hier heb je een informatiemap en een pen en dan lopen we samen even de woning door.” Joost Nijenhuis (Coördinator Meer Rood Op Straat) loopt de keuken in en controleert het gasfornuis: “Het is hier één vette bende. Als je de afzuigkap niet schoon houdt, verhit je de kap nodeloos bij het koken en kan kortsluiting ontstaan. En als de vlam in de pan slaat, heb je zo een schoorsteenbrand te pakken.“ Kevin ziet het met lede ogen aan, knikt instemmend en schrijft het advies direct op in zijn informatiemap. Brandweerman Jeffrey Hulsmeijer inspecteert ondertussen met het brandweerteam een slaapkamer. “Twee kleine raampjes, veel hout en een CV op deze kamer. Als hier brand uitbreekt, zitten ze als ratten in de val”, merkt hij op. In dit pand valt nog veel eer te behalen met een degelijk brandveiligheidadvies.

Guido Boerboom (student Advanced Technology, UT) komt de trap op. Hij is een van de bewoners en is meteen aan de beurt. In zijn kamer kijkt het brandweerteam naar alle stopcontacten en bedrading. “Oppassen met die snoeren, dat is een potentieel struikelgevaar bij brand,” geeft Frank Heurman aan. Guido mag het in de praktijk uitproberen. Hij krijgt een verduisteringsbril op en moet op de tast naar buiten lopen. Dit lukt hem vlekkeloos. Hoewel het jeukt bij de brandweermannen (“Alleen door zo’n huis lopen is niet wat, we willen graag wat doen”), blijven ze doorgaan met hun inspectie. De meterkast wordt ook bekeken. “Waar zit de gasaansluiting? Oh, daar helemaal onder de trap. Die vind ik nooit in geval van nood. Kun je daar een briefje of een sticker op plakken? Dan kan ik die in één oogopslag vinden”.

Leerzaam

Hier wonen nette studenten. De kamers lijken veilig, blusmiddelen zijn goed voor elkaar en ook de snoeren zijn niet te vaak doorgelust. Joost Nijenhuis hangt tussendoor een promotieposter op in de gang. Volgens Frank Heurman is het voor het team een leerzame middag: “Het is toch maar goed dat we deze inspectie hebben gedaan. Als hier volgende maand brand uitbreekt, weet ik dat ik moet zoeken naar hoogslapers. Het kan mensenlevens schelen, die studenten zijn vaak zo lam dat ze niet eens wakker worden van ons”. Dat studenten een apart leventje leiden was al bekend. Na deze middag weet de Brandweer dat een goed inzicht in die afwijkende levensstijl van levensbelang kan zijn.

Guido is als enige aanwezige student meteen aan de beurt

De inspectie gaat door : “Met studenten kun je geen afspraken maken”. Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 5

17-05-10 14:07


6

Afscheid van Roombeek doet pijn tien jaar bij het projectbureau Roombeek, een aparte projectorganisatie bij de gemeente. Moi! kijkt met hem terug op een decennium wederopbouw. ‘Er is een nieuwe wereld ontstaan.’ door Jessica van Loenen

Veel collega’s associeren jou met Roombeek. Wat heb je voor de ramp eigenlijk gedaan? “Ik werk al 27 jaar bij de gemeente. Ik ben begonnen als beleidsmedewerker culturele minderheden en doorgestroomd via onderwijs naar de sociale projecten. Zeg maar, de ‘zachte’ kant van de gemeente. De overstap naar de ‘harde’ fysieke kant maakte ik in ’89 als projectmanager Stedelijke Vernieuwingsprojecten.” Hoe raakte je bij Roombeek betrokken? “Op het moment van de ramp werkte ik al aan het project Groot Roombeek, met als doel de herontwikkeling van 35 hectare gebied en de realisering van 1100 woningen. Op 13 mei 2000 verdubbelde de omvang van dit project.” Is er een groot verschil tussen de werkzaamheden van nu en tien jaar geleden? “Net na de ramp brak een chaotische tijd aan. Een jaar van ruimen, slopen én rondleiden. Omdat ik één van de mensen was die wist hoe Roombeek in elkaar stak - het was immers al anderhalf jaar mijn werkterrein - heb ik veel mensen ontvangen en rondgeleid. Vóór de ramp was ik eindverantwoordelijke voor het project Groot Roombeek. Na de ramp is er letterlijk en figuurlijk een nieuwe wereld ontstaan. Met interim directeur Peter Kuenzli, stedenbouwkundige Pi de Bruijn en wethouder Roelof Bleker heb ik als projectmanager van alle deelprojecten gewerkt aan de wederopbouw van Roombeek.’

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

Rien Wilderink (52) werkt

In de gemeentelijke organisatie hoor je vaak dat men Roombeek-moe is. Wat vind je daarvan? “Ik begrijp dat niet. Werkelijk, ik snap er niets van. Het projectbureau is opgestart om de wederopbouw van de wijk te versnellen, om mensen te laten terugkeren naar hun wijk. Losgemaakt van de gemeentelijke organisatie is het projectbureau slagvaardig en heeft de regie in eigen handen. Ik verwonder me over deze interne kritiek. De hele wereld komt hier, deskundige professionals benoemen hoe goed we dit hebben gedaan als gemeente. We werken in het projectbureau samen met honderden mensen van de gemeente, alleen is het anders georganiseerd. De gemeente kan juist leren van Roombeek.” Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 6

17-05-10 14:07


7

Maar voor Roombeek is veel geld beschikbaar; andere projecten moeten het met heel wat minder geld doen? “Het beeld bestaat dat voor Roombeek veel geld beschikbaar is. Met name is er veel geld nodig geweest omdat de ramp veel specifieke kosten met zich mee heeft gebracht. Ruimen en slopen heeft bijvoorbeeld 15 miljoen euro gekost. Daarnaast is alle ondergrondse infrastructuur op kosten van de gemeente vernieuwd. Dat heeft tientallen miljoenen euro’s gekost. Afgezien van deze bijzondere kosten is Roombeek financieel een normaal project dat z’n eigen boontjes dopt. Het is wel zo dat door het succes van het project de grondopbrengsten nergens zo hoog zijn als in Roombeek. Ook is het gelukt om door slim aanbestedingsbeleid de afgelopen tien jaar extra geld over te houden. Daardoor heeft het college en de gemeenteraad kunnen besluiten een aantal extra projecten op te pakken waarvan we met z’n allen vinden dat die goed zijn voor de stad. Al met al lijkt mij dit geen reden om moe te worden van Roombeek. Ik ben er juist blij mee!” Wat kan de gemeente leren van Roombeek? “Dat het veel simpeler kan. Sinds begin 2008 werk ik ook

voor het havengebied, en ik merk weer hoe voortvarend het projectbureau werkt. Eén dag is nodig voor het plaatsen van paaltjes ergens in Roombeek. Voor het havengebied ben ik een week en drie contactrondes met veel administratie verder om dat geregeld te krijgen. Omdat ik aan het Havengebied en aan Roombeek mag werken, zijn deze verschillen nu zichtbaar.“ En hoe zou dat kunnen? “Een succesvol stedelijk ontwikkelingsprogramma kan als kleine projectorganisatie veel slagvaardiger zijn. Om dat te bereiken zijn er vier succesfactoren vereist. Als eerste een krachtig en inspirerend leiderschap, ten tweede is de financiële organisatie op Roombeekse wijze -dus kleinschaligingericht. Een derde vereiste is dat er supervisie georganiseerd is. In ons geval is Pi de Bruijn aangesteld als stedenbouwbouwkundig supervisor. Hij houdt toezicht op de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten binnen het plangebied. Nog steeds heeft Pi iedere twee weken op het projectbureau afspraken om bouwplannen te beoordelen. Hij is een continue factor in de uitwerkingsfase wat resulteert in een architectonische samenhang tussen de verschillende gebouwen. De > Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 7

17-05-10 14:07


8

INTERVIEW Rien Wilderink Rien toont zijn persoonlijke succes: “Deze kantoorvilla’s verrijken de singel.”

‘Roombeekmoe? Daar snap ik werkelijk niets van’

vierde succesfactor is groepsgevoel. Samen moet je de klus klaren. Door groepsgevoel is er voelbare energie, een veerkracht die medewerkers bindt, samenhoudt en stimuleert. In een kleinere organisatie is groepsgevoel onmisbaar.“ Waar ben je het meest trots op? “Het proces is het belangrijkste geweest, hoe het gegaan is. Er zijn doordachte en snelle stappen gemaakt. Het ontwikkelplan dat in 2001 is bedacht en in 2002 door de raad is vastgesteld, is allemaal gerealiseerd. We hebben onderweg niets verloren. Ik ben erg trots dat ik een bijdrage heb mogen leveren aan het waarmaken van deze plannen. Ook wil ik een persoonlijk succesje noemen. Zonder mijn inspanningen hadden de prachtige kantoorvilla’s aan de Boddenkampsingel er niet gestaan. De projectontwikkelaar had namelijk heel andere plannen. Nu verrijken de kantoorvilla’s de typisch Enschedese Singel, ze passen qua uitstraling precies bij de bestaande gebouwen.” En het minst? “Ik vind het spijtig dat ik van een aantal mensen op een nare manier afscheid heb moeten nemen. Een kleine projectorganisatie betekent dat je bovenop elkaars lip zit, er wordt keihard en onder druk gewerkt, de verwachtingen zijn hoog. Het is gebeurd dat hoogopgelopen emoties en wrijvingen resulteerden in het vertrek van medewerkers. Wanneer we het hebben over het fysieke aspect, dan zie ik kleine onregelmatigheden die een buitenstaander niet ziet. Zo ligt een aantal gebouwen op een te hoog niveau. Wat dat betreft kan ik niet neutraal naar Roombeek kijken.”

staat, maar nog niet in Roombeek. Twee prachtige elegante gebouwen in de Lasonderbleek die passen bij de wijk. Gebouwen die een enorme allure uitstralen.” Het projectbureau sluit dit jaar haar deuren. Wat ga jij hierna doen? “Ik heb veel ambities met het havengebied, maar mijn grootste en persoonlijke ambitie is het afmaken van Roombeek. Dat lijkt een simpele, maar nu het bijna klaar is, ebt de belangstelling weg. Terwijl het nog steeds één van de grootste projecten in Enschede is. Met de helft van mijn tijd zal ik, samen met een kernteam, onze taak met liefde en aandacht vervolmaken.” Ga je het projectbureau missen? “Ja, ik zal echt alles enorm missen, het is een bijzondere periode in mijn leven geworden. Met een grote emotionele betekenis. Afscheid nemen van het projectbureau doet pijn, het voelt als een rouwproces. Afscheid nemen van de intensieve samenwerking met mensen, het krakkemikkige gebouw waarin we werken. Het voelt emotioneel en doet pijn. Ik kijk terug op tien aparte jaren van mijn leven.” De stedelijke projecten Spoorzone, Binnenstad en Centrum gaan waarschijnlijk in dezelfde vorm verder. Welke tips heb je? “Ook Roombeek gaat onder het Bureau Binnenstad, Spoorzone en Centrum vallen. De vier succesfactoren die ik eerder noemde zijn essentieel in een projectorganisatie. Daarnaast? Richt je op de buitenwereld en minder op de organisatie, dat is het grootste en meest waardevolle advies dat ik kan geven. Juist de buitenwereld, daar doe je het voor.”

Wat mist er nog in Roombeek? “Iets wat wel op papier in het stedenbouwkundig plan Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 8

17-05-10 14:07


door Henny van den Berg |

Het goede leven

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

veel sollicitatiegesprekken hoor ik dat ik toch te weinig werkervaring heb”.

In dienst

M

arie José Holtman is medewerker Arbeidsvoorwaarden, haar eerste echte baan na haar studie Personeel & Arbeid. “Het is moeilijk een baan te vinden.” Er staat geen telefoonnummer in het ‘Gezicht van de gemeente’. Mag je niet worden gebeld? “Hè, ik word wel gebeld hoor. Gewoon bereikbaar op 8855, het nummer van de P&O-helpdesk. Ik ga het toch nakijken” *) Hoe ben je bij de gemeente Enschede terecht gekomen? “Ze zochten iemand voor het opschonen van de personeelsdossiers. Inmiddels leer ik ook andere klussen op te pakken. Ervaring opdoen is voor mij belangrijk. Bij

BURGELIJKE STAND

De gemeente biedt sinds kort bedrijfsfitness aan. Iets voor jou? “Ik denk er nog over na. Ik ben net begonnen met hardlopen. Voordeel is dat ik direct vanuit huis kan beginnen en niet eerst naar een sportschool hoef te gaan.” Wat is voor jou de mooiste plek in Enschede? “Een mooiste plek heb ik niet echt. Tijdens de pauzes leer ik de stad wel steeds beter kennen. Ik ben geboren in Almelo en woon daar nog steeds. Ik zou wel de terrasjes en gezelligheid van de Oude Markt mee willen nemen naar Almelo.” Wat is jouw droom? “Ik wil denk ik dat wat iedereen uiteindelijk wil. Leuke baan, mooi huis met tuin, dus gewoon het ‘goede leven’. Ik zou ook wel wat meer van de wereld willen zien, zou graag nog eens naar New York gaan. Ik zou ook nog een keer de vierdaagse van Nijmegen willen lopen. Dat gaat waarschijnlijk volgend jaar gebeuren. Dus niet echt een droom. Maar wel genoeg dingen die ik nog wil doen.” *) inmiddels staat het nummer 8855 vermeld.

IN- EN UIT DIENST

Uit dienst

N

irvi Mes, een kleurrijk figuur die altijd in het zwart gekleed gaat. Op geheel eigen wijze gaf hij invulling aan het vak communicatieadviseur. “Mocht ik terugkomen, dan als vuilnisman.” Wat is je het meest opgevallen bij de gemeente? “De enorme druk om alles wat je doet te verantwoorden. Dat kost wel een paar mailtjes extra. Verder is mij de complexe organisatie opgevallen, dat had ik niet verwacht. ” Waarom heb je je taak als communicatieadviseur van een wethouder breed opgepakt? “Zonder het verleggen van grenzen leer je nooit iets nieuws. Wanneer je als communicatieadviseur alleen maar in de organisatie blijft lopen, kun je nooit de emotionele peilstok zijn. Een wethouder heeft ook behoefte aan feedback. Mensen praten nu eenmaal anders tegen een bestuurder. Een goede communicatieadviseur is net als een journalist. Hij achterhaalt wat mensen werkelijk denken.” Nog een paar dagen, spijt? “Nee, geen seconde. De menselijke soort blijkt rijker aan variatie dan ik dacht. Maar als ik weer bij een

Vrijdenker gemeente ga werken dan het liefst als vuilnisman. Kan ik eindelijk zichtbaar de rommel opruimen.” Je vertrekt naar ……? “Eerst nog een paar klussen afmaken. Ik wordt dit jaar zestig en wil in dat jaar mijn spirituele dimensie meer recht doen dan ik de afgelopen jaren heb gedaan. Dat betekent dat ik een aantal van de mooiste meditatiecentra van de wereld hoop te mogen bezoeken.” Je noemde Marcel Meijs eens lieverd. Hoe reageerde hij? “Verrast, maar niet blij! Het ontglipte mij.”

Op 27 april ging Karin Jongman, werkzaam bij de Postregistratie van de DPGO een partnerregistratie aan met Annelies Termijtelen.

Getrouwd, jubileum, kindje gekregen? Meld het Moi! Stuur een kaartje naar Moi!, Stadskantoor, erve 5.1. het Borggreve, Postbus 20, 7500 AA Enschede of mail: redactie@enschede.nl.

IN DIENST april t|m mei 2010 Dienst Org.eenh. DMO Subsidie en Con Ex Mij Vastgoed Team Zorgloket

Naam medewerker Functie Machiel van Dam Adviseur Subsidie en Contracten Marcel van Dijk Beheerder wijkcentrum Debbie Donker Medewerker Frontoffice Nienke James Medewerker Frontoffice DPGO Team Tech Infra Turan Aydin Technisch beheerder IT infrastructuur P&O Onderst Marie Jose Holtman Medewerker arbeidsvoorwaarden Communicatie Annemarie Hooftman Afdelingssecretaresse DSOB Loc Zuid/West Medjit Ajeti Algemeen Assistent Onderhoud Enschede Sam Bozdemir Algemeen Assistent Onderhoud Enschede Halit Celik Algemeen Assistent Onderhoud Enschede Simon Isik Algemeen Assistent Onderhoud Enschede Harold de Vries Algemeen Assistent Onderhoud Enschede Freddie Woortman Algemeen Assistent Onderhoud Enschede Michael Yusuf Algemeen Assistent Onderhoud Enschede

9

UIT DIENST april t|m mei 2010 Dienst Org.eenh. Naam medewerker BRW Brandweerzorg Gerrit Wennink CS Strat. & Control Erdo Smit Henk van den Graven DMO A&I Oost team 2 Paulien van Voorst Team Voorz Jan van Twisk DPGO Communicatie Nirvi Mes DSOB Vergunningen Wim Blekkenhorst

Functie Teamleider Beleidsadviseur Senior Beleidsadv

Senior comm adv Senior tech adv

Reden Func. leeftijdsontslag EV EV EV Flex. EV Flex.

EV* = Eigen verzoek Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 9

17-05-10 14:07


10

Een grote broer help je Geen Calimero-effect Wie: Hans Duininck Wat: jurist bij Juridische Zaken en Rechtsbescherming Tijdelijk werkzaam in: Oldenzaal

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

Hoe ben je in Oldenzaal terecht gekomen? “Diverse collega’s van onze afdeling hebben al eens ergens anders hun licht opgestoken. Tijdens mijn functioneringsgesprek vroeg mijn leidinggevende of het ook iets voor mij was. Ik stond er wel positief tegenover en twee dagen later kwam er toevallig al een verzoek uit Oldenzaal. Na een klikgesprek zat ik er anderhalve week later voor drie dagen per week.” Waar hou jij je mee bezig? “Net als in Enschede met de commissie bezwaarschriften. Ik ben gevraagd ter vervanging van iemand die langdurig ziek is.” Wat is er anders in Boeskoolstad? “De kleinschaligheid: we zitten allemaal in één gebouw. Je loopt veel sneller bij elkaar binnen. Verder kreeg ik hier te maken met een weigering van een herziening bestemmingsplan. Dat hebben we

in Enschede de afgelopen jaren niet meegemaakt. Heel leerzaam!” Heb jij ze nog iets kunnen leren? “Begin vorig jaar is in Enschede een nieuw registratiesysteem, onder andere voor de bezwarenprocedure, in gebruik genomen. Dat systeem is voor Oldenzaal te kostbaar, maar ik heb wel een schema voor ze kunnen maken waardoor de bewaking van hun procedures overzichtelijker kan. Verder het ‘Kluwerportal’. Dat is een digitaal abonnement op allerlei juridische vaktijdschriften. Dat is in samenwerkingsverband tussen diverse steden aangeschaft. Ik heb ze de voordelen laten zien en nu is de invoering in een stroomversnelling geraakt.” Is je verder nog iets opgevallen? “In Oldenzaal heerst er geen gevoel dat Enschede overheerst. Ze hebben beslist geen last van een Calimero-effect.”

Wie: Peter Blaauwbroek Werkzaam bij: gemeente Almelo team Bouw, Milieu, Controle & Handhaving Tijdelijk geplaatst bij: afdeling vergunningen Enschede Hoe ben jij in Enchede terecht gekomen? “Door het vertrek van Jeroen Olde Olthuis naar de DCW was er direct behoefte aan versterking bij het team Bouwvergunningen. Mijn teamleider in Almelo benaderde mij met de vraag of dat iets voor mij was. Ik werk nu een halve week in Enschede en de andere helft in Almelo.“ Hoe lang blijf je en zijn er verschillen tussen Almelo en Enschede? “Vanaf acht februari ben ik voor vijf tot acht maanden in Enschede werkzaam. Qua inhoud van het werk zijn er weinig verschillen. Bouwaanvragen beoordelen blijft bouwaanvragen beoordelen. In Enschede loopt het procedureel wel anders.” Nog andere verschillen? “Ja, In Enschede is het allemaal wat formeler. De organisatiestructuur is uiteraard anders en er werken veel meer collega’s dan in Almelo. In Almelo gaat het afstemmen van een probleem met een

collega sneller. Omdat het kleiner is, loop je sneller naar een collega toe. Iedereen waar ik daar mee te maken heb, zit op de dezelfde etage. Het is daardoor ook gemakkelijker. In Enschede loop ik nogal eens te zoeken, vooral omdat ik de juiste personen nog niet echt ken. Maar goed, dat is een kwestie van tijd.” Naar welke bouwaanvragen gaat je voorkeur uit? “Het liefst werk aan ik aan grotere, complexe bouwaanvragen. In Enschede komt de verbouwing en uitbreiding van het MST eraan. Ook de bouw van het Van der Valk hotel bij de Zuiderval zou ik een leuke klus vinden om te doen.” Geen spijt? “Nee, zeker niet. Als bij een gemeente in de buurt door vertrek of ziekte behoefte is aan tijdelijke ondersteuning, dan help je elkaar. Bij inhuur krijg je toch vaak niet de juiste persoon die je zoekt en uiteraard ben ik een gemeentelijke organisatie gewend. Dat is dan een voordeel.”

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 10

17-05-10 14:08


Snuffelen in andere keuken

Hans & Peter gaan vreemd

11

Steeds meer collega’s gluren bij de buren, en ook naar Enschede komen regelmatig werkemigranten. Twee ervaringsdeskundigen vertellen over tijdelijk werken in een andere gemeente.

Hans ging naar Oldenzaal.

door Henny van den Berg Het is hier formeler dan in Almelo.

Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 11

17-05-10 14:08


12

SERIE | ONCE UPON A TIME IN THE EAST

SCHUTTERSVELD EN DE WEGWE Oftewel, wat gebeurde er in Enschede in vroeger tijden, en wat gebeurt er met datzelfde thema anno 2010. In deze reeks worden gebeurtenissen en beelden van toe en nu met elkaar vergeleken, en door de huidige producthouders van opmerkingen voorzien.

door Herman Nijhof |

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 12

17-05-10 14:08


13

1959: 100 jaar textielfabriek Schuttersveld 2009: 20 jaar meubelplein Schuttersveld 2010: Na de Boulevard, ook de woonboulevard weg?

WERPCULTUUR

Twintig procent van de winkels in het centrum is in 1980 nog bestemd voor de woninginrichtingsbranche. Door de meubelboulevard op het Schuttersveld loopt dat percentage na 1989 aanzienlijk terug. Nu wil Hengelo nog wat meer concurrentie bieden door extra aanbod van vierkante meters. Houdt Enschede nog wel iets over?

“N

ou zo dramatisch moet je dat niet meteen zien,” zegt Karin Ligthart-Kaalverink, beleidsadviseur economische zaken bij de DSOB. “Enschede heeft een heel goede regionale positie, mede door alle ontwikkelingen rond het van Heekplein.” Toch kan Karin niet ontkennen dat de meubelbranche verandert: “Tja, dat gaat ook aan Enschede niet voorbij. Enerzijds zie je meer vraag naar de zogenaamde ‘wegwerpmeubels’, aan de andere kant meer naar de speciaalzaken die een service-gericht aanbod hebben.”

Bedreiging In een brochure van de afdeling Onderzoek en Statistiek van

de Gemeente Enschede uit 1982 over de ontwikkeling in de detailhandel in het Enschedese stadscentrum staat dat het segment woninginrichting nog ruim 22% van het totale aanbod uitmaakte. In 2007 vertrok de beddenwinkel van ter Horst uit de Korte Hengelosestraat, als laatste der Mohikanen. En nu is er volgens de berichten in de pers ook nog eens een bedreiging uit Hengelo. Dat lijkt toch een beetje op over en uit voor Enschede! Karin gaat verder: “Zo op het eerste oog misschien wel, maar over en uit is het zeker niet! Wel hebben we te maken met een erg groot regionaal aanbod in de woninginrichting, zowel in Enschede als in Almelo, Hengelo en Oldenzaal. Dat aanbod breidt zich nog steeds uit, maar dan vooral in, noem het maar, snelle inrichting. Je koopt niet meer je meubels voor de eeuwigheid. Tegelijk zijn er wel degelijk meubelspeciaalzaken die het volhouden. Die zitten alleen niet meer in het centrum en ook niet op de woonboulevard, maar meer aan de zogenaamde aanloopstraten als de Haaksbergerstraat.”

Verzet Dan nog even weer naar Hengelo, daar wil een ontwikkelaar ruim

20.000 vierkante meter woonwinkels toevoegen aan het plein Westermaat. Uit de krant blijkt ook dat zo ongeveer alle Twentse woonboulevards zich daartegen verzetten? “Dat klopt,” beaamt Karin. “Er is wat onrust in Twente, maar in feite gaat het bericht alleen maar over een al lang bekende volgende fase in plan Westermaat, en is het ook qua omvang helemaal niet zo bedreigend. Tenminste niet voor Enschede. In Hengelo zelf willen de bestaande meubelzaken helemaal niet van hun huidige plek weg.”

Gedateerd Wat volgens Karin ook een algemene ontwikkeling is, is dat

het concept van de woonboulevards een beetje gedateerd raakt. Ze merkt het ook aan Schuttersveld, waar de gelijknamige meubelboulevard het niet veel langer dan twintig jaar heeft volgehouden. “Een meubelboulevard is het nu echt niet meer. We moeten dus nu kijken of we daar bijvoorbeeld naar nog verdere verbreding van het segment moeten streven. Misschien moeten we de ontwikkelingen op het Schuttersveld wel helemaal heroverwegen.” Maar Karin kijkt ook vooruit naar de positieve neveneffecten die sommige ontwikkelingen op kunnen leveren, zoals bijvoorbeeld aan de Korte Hengelosestraat. “De invulling van het lange winkelfront van Ter Horst heeft een ondernemer er juist toe gebracht om hier allerlei kleine winkeltjes een plek te geven. En bovendien is op de bovenverdiepingen weer wonen toegevoegd. Dat is op twee manieren goed voor de leefbaarheid van ons stadscentrum.” Karin stipt tot slot aan dat het stadscentrum nog lang niet is uitontwikkeld, onder andere als de ontwikkeling rond de voormalige Schouwburg en de Rots een definitieve invulling gaan krijgen. Dus geen angst voor ontwikkelingen in de regio, maar vertrouwen in de kracht van Enschede, benadrukt Karin: ‘En nog steeds proberen uit ons verleden de voordelen te halen. De oude textiellocaties geven nog steeds aanleiding tot ontwikkeling en doorontwikkeling. Bijvoorbeeld het Schuttersveld, het MST en straks ook de spoorzone bieden veel kansen.” Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 13

17-05-10 14:08


14

Moeten wij hun v schoonhouden? We gaan anders werken. Als het aan de gemeentesecretaris ligt althans. Een terugtrekkende overheid? Verantwoordelijkheid bij de burgers neerleggen? Moi! onderzoekt met Marcel Meijs waar dat kan.

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 14

17-05-10 14:08


15

veldje

Sinds de opening van het Cruijff Court in Glanerbrug afgelopen zomer komt er dagelijks een team van Onderhoud Enschede om de blikjes en sigarettenpeuken op te ruimen. Enkele jongeren volgen vanuit het naastgelegen jongerencentrum De Hut cursussen om zelfstandig een toernooi te kunnen organiseren, maar het veldje schoonmaken lijkt niet mogelijk. Marcel vraagt jongeren Willy en Galip (niet op de foto) waarom niet. Dit trapveldje is aangelegd door de Cruijff Foundation, wordt schoongehouden door de gemeente en jullie voetballen erop. Van wie is dit veldje? “Van ons. De jonkies mogen hier ’s middags voetballen, soms samen met ons, maar na zes uur is het ons veld.” Er komt hier vijf keer per week iemand van de gemeente om het schoon te maken. Kunnen jullie dat dan niet zelf doen? “Dat krijg je toch niet voor elkaar. Ik doe in ieder geval niet mee, ga andermans rommel niet opruimen. Ik gooi mijn rotzooi wel in de ton, maar niet iedereen doet dat. Dat pak ik dan niet op, laat ze dat zelf doen.”

En als je dat ziet, zeg je daar wat van? “Nee, ze doen toch niks op mij uit.” Jullie willen wel activiteiten organiseren, zoals het toernooi vorig jaar juli. “Alifa-jongerenwerker Guus vroeg of wij dat wilden doen. En dat leek ons wel leuk. Het ging ook hartstikke goed. Zeven teams, tweehonderd bezoekers, de wethouder kwam een wedstrijd fluiten. De hele buurt was er en iedereen vond het mooi.” Jullie hebben een zetje van Guus nodig? “Misschien. Weet je, er is hier niet veel te beleven. En als De Hut nou elke avond open zou zijn, was het met die rotzooi ook niet zo erg. Maar als er helemaal niets zou zijn, dan was het helemaal bende.” Wat als jullie nu elke week, samen met Guus, het veldje opruimen? Zou je er dan wat van zeggen als iemand zijn blikje op de grond gooide? “Ja, dan wel. En ik wil ook best een keer de rommel opruimen. Maar niet elke week.” Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 15

17-05-10 14:34


16

Lossen wij deze leegstand op?

In het centrum van Enschede staat vier procent van de winkelpanden leeg. Een bemiddelingspoging van de gemeente tussen scholen en de eigenaren, om tijdelijke invulling te geven door schoolprojecten te plaatsen in de leegstaande winkels, is stukgelopen. Marcel wil weten wat er dan moet gebeuren om deze leegstand weg te werken en vraagt het makelaar Alexander Engelbertink. Waarom staat dit pand leeg? “Een ongelukkig verhaal; de vorige huurder heeft nooit een cent betaald, waardoor de eigenaar failliet is gegaan. En zo heeft elk pand

zijn eigen verhaal. En de moeilijke economische situatie maakt het niet makkelijk om dat weer in te vullen.” Maar waarom is zo’n project dat wij als gemeente hadden bedacht, waarbij scholen die lege plekken innemen, dan nog niet gelukt? “Op papier klinkt dat prachtig, Small Business-studenten die een proefwinkel draaien in de stad. Maar dan moet de huurprijs flink omlaag, anders is het voor die scholen niet te betalen. Het risico is dat er een huurder komt die het gewone bedrag wil betalen; dan moeten die studenten er snel uit.

Daar begint die school niet aan.” Die eigenaren willen de boel toch vol hebben? Dan moeten zij concessies doen. “Dat doen ze ook. Je ziet de huurprijzen zakken, en meestal worden de eerste maanden huurvrij verhuurd.” Dat is dus niet genoeg. Zijn er eigenlijk potentiële huurders? “Jazeker wel, maar als gezegd: het is een moeilijke tijd. Huurders moeten over de drempel worden geduwd.”

Nog meer? Moeten wij als gemeente daar een rol in vervullen? “Een subsidiepotje voor startende ondernemers, graag! Maar het kan bijvoorbeeld ook met leges op bouwaanvragen. Wanneer iemand een nieuw pand betrekt, wil ie vooral de gevel aantrekkelijk hebben. Daarvoor is een bouwvergunning nodig. Door de leges hierop af te schaffen én intensief te helpen tijdens dat traject, duw je hem misschien net over de streep. En tijdens die overbruggingsperiode kan er dan prima een kunstenaar exposeren in de etalage.”

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 16

17-05-10 14:31


Waarom betalen wij haar poetsvrouw?

Mevrouw Mannie van de BergThesink is 79 jaar en woont zelfstandig in het centrum van de stad. Zes uur per week komt Thela van TZorg om haar huis schoon te maken. Deze huishoudelijke hulp kost de gemeente jaarlijks veertien miljoen euro. Terwijl mevrouw ook twee kinderen heeft. En buren. Is het niet eens tijd voor het Nieuwe Noaberschap, vraagt Marcel zich af. Hoe gaat het met u? “Naar omstandigheden goed. Ik heb hartklachten en ben nu aan het herstellen van een longontsteking. Daar ben ik echt goed ziek van geweest.”

Dus u heeft de hulp in uw huishouding wel echt nodig? “Ja, absoluut. Stofzuigen houd ik al niet vol, bijna meteen pijn in de borst. Dan denk ik alleen maar: niet weer naar dat ziekenhuis. Zonder Thela zou ik niet weten wat ik zou moeten.” U heeft twee kinderen. Kunnen zij niet af en toe bijspringen? “Dat doen ze al, hoor. Mijn dochter, zoon en schoondochter gaan regelmatig mee naar de winkel. En als het uitkomt helpen ze me hier in het huis met allerlei klusjes. Maar dat valt niet mee, hoor. Mijn dochter woont in Hengelo en heeft

17 En nu? De werkelijkheid is stukken weerbarstiger dan de regels. Maar in die veelgekleurde realiteit moeten wij werken. Dergelijke voorbeelden moeten we dus opzoeken, maar dat heeft alleen zin als we kunnen reageren. Als we ons niet strak aan de regels houden, maar ook buiten de paden durven te treden. Ambtenaren moeten een mandaat hebben om naar eigen inzicht problemen aan te pakken. Willen en durven we dat? Dat is de vraag die we onszelf de komende tijd moeten gaan stellen.

een baan, en mijn zoon is erg zwak omdat hij de ziekte van Lyme heeft. Mijn schoondochter heeft een darmziekte, maar ze doet alles wat ze kan voor me. Maar ze kunnen gewoon niet altijd voor klaar staan.” Het zit uw gezin niet mee. Zijn er misschien buren die u kunnen helpen? “In mijn oude huis wel, aan de Veldkampstraat. Daar heb ik 68 jaar gewoond, die buurvrouw kookte geregeld voor me als ik in het ziekenhuis had gelegen. Hier woon ik nu twee jaar, de mensen hier ken ik niet zo goed. Daar durf ik niet van alles aan te vragen. De buurman

neemt elke week mijn vuilniszak mee naar beneden, da’s heel fijn.” Zonder de huishoudelijke hulp komt u dus in de problemen. Hoe ging de aanvraag? “Moeiteloos, ik kreeg meteen drie uur. En toen ik meer wilde, kreeg ik er direct drie uur bij. Maar nu ik een bijrijderspas wil, zodat mijn dochter op een invalidenparkeerplaats kan parkeren als ik met haar de stad in wil, moet ik ineens helemaal gekeurd worden. Denk toch dat ik wel ziek genoeg ben.”

Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 17

17-05-10 14:29


18

DE STELLING

Pathmos moet op slot Het college wil dat Pathmos een wijk zonder werklozen wordt. Iedereen moet actief zijn. Liefst in een betaalde baan, anders door een gesubsidieerde baan of door vrijwilligerswerk. Wat vinden vier collega’s van dit plan? door Rob Marsch |

TREK VOORBEELDEN AAN

“In twee jaar lukt het niet. Er zijn in Pathmos gewoon veel mensen waarbij een echte cultuuromslag nodig is. Het kost veel moed om wat je gewend bent, los te laten en een ander geluid te laten horen. Dat kost meer tijd. In twee jaar zou het misschien kunnen lukken met drang en dwang, maar het is bewezen dat dat zeker niet werkt. Volgens mij moeten we Pathmos aantrekkelijk maken voor positieve, ondernemende mensen die een voorbeeldrol kunnen vervullen.”

Marieke Vermeer DCW trajectbegeleider

HOE VER GA JE? MENSEN MOETEN WILLEN

“De formule moet werken. Het begint bij de mensen zelf. Mensen moeten actief willen zijn. Wij moeten ze helpen om zichzelf in die richting te ontwikkelen. Anders zou het ook een oplossing zijn om de werklozen gewoon uit Pathmos weg te sturen. Het resultaat is dan immers hetzelfde! Feit is dat we een structureel probleem hebben, weliswaar geconcentreerd in een aantal wijken. Deze proef zou een goede start kunnen zijn. Maar dan moet het zich wel snel als inktvlek over de stad verspreiden.”

Tuba Avdan

“De mensen in Pathmos vormen een soort familie. Mensen die daarbij willen horen, zouden dat uit principe gewoon moeten kunnen. De wijk is overigens ook al ten goede veranderd. Je moet je afvragen hoe ver je wil gaan. Moet iedere wijk als het Zwering zijn? Een eigen karakter voor verschillende wijken is juist belangrijk. Ik vind wel dat mensen iets te doen moeten hebben, al is het vrijwilligerswerk. Voor wat betreft gesubsidieerd werk is het wel belangrijk dat de motivatie, de bonus op de uitkering, hoog genoeg is.”

MOOI, MAAR ONHAALBAAR

Zahide Akkoze

DMO medewerker KCC

“Het college haalt zich wat op de hals. De mensen uit Pathmos laten zich in de regel niet dwingen. Sancties zullen daarbij ook weinig uithalen. Ze willen niet of ze kunnen niet. En de problemen vergroten willen we natuurlijk ook niet. Hoe dan ook: de ambitie is mooi, maar onhaalbaar. De termijn die gesteld is lijkt me, zeker in de tijd van bezuinigingen, ook problematisch. De gemeente zal er tijd en geld in moeten steken en het werk moet er ook wel zijn.”

Frank Remers

DPGO administratief medewerker

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

CS manager versnellingskamer

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 18

17-05-10 14:09


door Henny van den Berg |

DE SPIEGEL

19

Wat doet de gemeente goed en wat minder? Marc Oude Luttikhuis is eigenaar van het Food Atelier dat sinds oktober 2009 is gevestigd in de oude portiersloge van Tetem 2.

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

Loyaliteit kweken

M

arc Oude Luttikhuis kijkt trots om zich heen. In de ruimte waar zich vroeger de trafo’s, schakelkasten en douches bevonden voor het technisch personeel, staat nu de keuken van het Food Atelier. Hier worden volop nieuwe producten zoals Brassica koolzaadolie en Beemster kaassaus, ontwikkeld, die vervolgens in de showroom staan te schitteren. Sinds een half jaar pas, begint Marc: “Mijn bedrijf stond in Hengelo. Daar kon ik niet uitbreiden, dus ik was al een tijdje op zoek naar een nieuwe bedrijfsruimte.” Na een paar oude boerderijen te hebben bekeken kwam Marc Nicole Verzijl van het projectbureau tegen. Zij wees hem op deze oude portiersloge: “Super!

onderwerpen met voor- en tegenstanders. Ik wil dat deze avond me iets oplevert, dat is nu niet het geval.”

Maak een stoer kerstpakket

Organiseer eens een debat Nicole en haar andere collega’s van het projectbureau zijn buitengewoon actief bij het adviseren van ondernemers in Roombeek. In Hengelo heb ik geen binding met de stad gekregen. In Enschede zijn ze beter in staat de stad als geheel te zien en de verschillende onderdelen met elkaar te verbinden. In een half jaar hier heb ik tien keer zoveel mensen leren kennen als in tien jaar Hengelo.”

Wat Marc als ondernemer belangrijk vind, is dat de gemeente niet alleen maar een loketfunctie heeft. De gemeente moet juist een dynamische rol vervullen: “Enschede moet zichzelf, instellingen en ondernemers met elkaar verbinden rond belangrijke thema’s in de stad, bijvoorbeeld gezondheid. Één of meerdere keren bij elkaar komen

en concrete zaken en oplossingen bespreken. Op die manier kweek je loyaliteit onder ondernemers.” Door gebrek aan loyaliteit mis je kansen, is Marcs overtuiging. Maar naar de ondernemersavond zoals die nu plaatsvindt gaat hij niet. Daar moet meer reuring zijn: “Organiseer een debat, net als in het tv-programma Het Lagerhuis, over actuele

Marc wijst naar het lege parkeerterrein. Nu is er ruimte genoeg, maar voor de toekomst heeft hij er zorgen over. “Ik vraag me af of het voldoende is als Tetem 2 en de nieuwe AKI klaar zijn. Mijn personeel komt toch met de auto. Het openbaar vervoer is geen optie omdat de reistijd absurd lang zou worden. Tot slot moet Marc het nog even hebben over eten. De kwaliteit daarvan loopt hard terug. De gemeente moet een voorbeeld geven hoe het wel moet, stelt Marc fel: “Neem kerstpakketten, die bevatten vaak veel en goedkope producten. Meestal zijn het dan ook nog saaie standaardpakketten of kan men via internet zelf een keuze maken. Dit is het afkopen van onzekerheid. Ik zou het stoer van de gemeente vinden als ze kiest voor een pakket met lekkere kwaliteitsproducten. En dan ook nog eens uit de eigen streek. Dan hebben de lokale boeren er ook nog iets aan.”

Mei 2010 | Moi! 32

Moi 32.indd 19

17-05-10 14:09


20

ONMEUNIG GREUTS OP

118.000 stempassen Door Henny van den Berg |

FOTOGRAFIE: MARJO BAAS

De val van het kabinet levert Fatima El Hafi een berg extra werk op. Twee stembusgangen betekent een druk jaar voor de verkiezingscoördinator.

Moi! 32 | Mei 2010

Moi 32.indd 20

“Het begint allemaal op de dag van de kandidaatstelling. Dan moeten we controleren of mutaties als verhuizingen en sterfgevallen zijn verwerkt in het Gemeentelijk Basis Administratie Personen. Pas daarna versturen we aan alle kiezers de stempassen. Voor de Tweede Kamerverkiezing zijn dat er ongeveer 118.000. Verder instrueren we elke verkiezing de ruim driehonderd leden van de stembureaus. Er verandert altijd wel iets. Omdat we nog steeds met het rode potlood moeten stemmen duurt het tellen van de stemmen langer. Maar we werken niet meer tot ’s morgens vroeg door; we controleren pas de volgende morgen alle processen-verbaal en brengen de uitslag in de uitslagmodule. Dan kan de uitslag van Enschede naar het hoofdstembureau in Zwolle. En ja, dat doen we allemaal naast ons reguliere werk.”

17-05-10 14:09


Moi!