Page 1

40 45

40 45

Vijf dagen slechts had de rampzalige oorlog in mei 1940 geduurd. Vijf lange jaren van Duitse bezetting volgden. Kort na de meidagen werden de bombardementen op de stad hervat – de oorlog ging dus gewoon door – en g ­ eleidelijk groeide de repressie en begon de vervolging van joden en verzetsmensen. en kinderen bleven alleen achter. De schaarste nam bovendien steeds meer toe. Die ging in de Hongerwinter haar tol eisen. In dezelfde barre periode werden 52.000 ­Rotterdamse mannen opgepakt en weggevoerd. En dit alles speelde zich af in een gehavende, onttakelde en volledig ontwrichte stad.

Dr. J.L. van der Pauw is historicus. Eerder publiceerde hij onder meer het omvangrijke standaardwerk Rotterdam in de Tweede

j . l . van der pauw

Daarnaast werden veel mannen verplicht in Duitsland te werken; vrouwen

Rotterdam

Rotterdam heeft het gedurende de oorlogsjaren zwaar te verduren gehad.

Rotterdam

Rotterdam 40-45 vertelt het verhaal van de stad in de Tweede Wereldoorlog.

40 45

Wereld­oorlog. Aan dit boek werd in 2008 de Mr. J. Dutilhprijs toegekend voor de beste historische publicatie over Rotter­dam in de periode 2006-2007.

j . l . van der pauw in samenwerking met s ta d s a r c h i e f r ot t e r da m

www.wbooks.com


Rotterdam

40 45

wbooks in samenwerking met

Stadsarchief Rotterdam


vo o r w o o r d

De stad Rotterdam kan niet los worden gezien van haar ver­ leden. En in dat verleden neemt de Tweede Wereldoorlog een cruciale plaats in. Hoe Rotterdam er tegenwoordig uitziet, hoe de stad is aangelegd en opgebouwd, werd in grote mate be­ paald door en tijdens de oorlog. Op 14 mei 1940 werd het hart van de stad verwoest en ­onmiddellijk daarna werden de eerste ­plannen ont­worpen voor een nieuwe inrichting van dit gebied. Deze plannen legden de basis voor het Rotterdam zoals we dat nu kennen. Maar de oorlog heeft ook zijn impact gehad op de bevolking. Veel oudere Rotterdammers hebben nog steeds heftige herinne­ ringen aan de oorlogsjaren. Door wat er in de oorlog verloren ging, voelen zij zich afgesneden van een belangrijk deel van hun verleden. Wat de stad toen is aangedaan heeft een breuk ver­ oorzaakt, zowel voor de stad zelf – de breuk tussen het oude en het ­nieuwe R ­ otterdam – als voor zijn inwoners.

Als burgemeester van Rotterdam kom ik veel mensen ­tegen voor wie het verleden nog zeer levend is. Maar daarnaast heeft het verleden ook mijn persoonlijke inte­resse, de geschiede­ nis boeit me en ik voel me erbij betrokken. Daarom ben ik zo blij met deze publicatie, die zo aanschouwelijk en toegankelijk maakt wat de oorlogs­jaren voor Rotterdam hebben betekend. Door de opzet van dit nieuwe boek kunnen we de oorlogsjaren bijna als een film volgen. Ik hoop dat deze uitgave ook de jongere generaties zal weten te boeien en dat zij daardoor meer gaan beseffen wat de oorlogs­ periode voor Rotterdam heeft betekend.

Burgemeester Ahmed Aboutaleb, Rotterdam 2014


i n h o u d

4

Inleiding

6

1

voor de storm

2

d e m e i dag e n va n 1940

12

3

h e t b o m b a r d e m e n t va n 14 m e i 1940

30

4

d e

50

5

d e w e d e r o p b o u w

66

6

h o e l a n g n o g ?

76

7

het verzet

8

d e h o n g e r w i n t e r

100

9

d e

114

eerste oorlogsjaren

bevrijding

88

Tot slot

126

Toelichting

127

Illustratieverantwoording

128

Colofon

128


i n l e i d i n g

Dit boek over de oorlogsgeschiedenis van Rotterdam gaat uit van ruim honderd foto’s die gekozen zijn op basis van twee kwali­ teiten: ze zijn elk voor zich aansprekend en ze bieden daarbij een aanknopingspunt voor het vertellen van een belangrijk onder­ deel van deze geschiedenis. Bovendien vormen ze met elkaar in opeenvolging een goede weergave van wat zich in de oorlog in Rotterdam heeft afgespeeld. De foto’s worden bij ieder hoofdstuk ingeleid door een korte tekst die bedoeld is om ze b ­ innen de his­ torische context te kunnen plaatsen. De bijschriften g ­ even ver­ volgens nadere informatie. Op deze manier heb ik geprobeerd om in alle beknoptheid toch een juist beeld te geven van de afzonder­ lijke gebeurtenissen en van de oorlogsperiode als geheel. Voor een uitgebreide geschiedenis van Rotterdam in oorlogstijd ver­ wijs ik in alle bescheidenheid naar mijn omvang­rijke standaard­ werk Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog (2006). Tot zo ver mijn doel en aanpak. Maar ik wil ook nog iets anders kwijt. Station Hofplein, inmiddels ter ziele, was in de jaren zestig al een dooie boel. Je kon er als kind eens van voor naar ­achter en van links naar rechts doorheen rennen, of hooguit, als je ­moeder even niet keek, een vuile broek halen door op het stoot­ blok te klauteren, maar dan was de lol wel ongeveer op. ­

Hoewel… je had aan één kant van de hal ook nog een loket, al was dat ­vrijwel nooit open. Daar maar eens kijken. Door het ­venster kon je ­binnen in de ruimte twee grote ingelijste foto’s zien hangen. Ze toonden allebei een deel van de stad en als je even beter keek, zag je bij beide ongeveer in het midden het­ zelfde grote, langwerpige bouwwerk. Dat moest toch ook het ­station Hofplein zijn? Alleen was het op één foto veel ouder­ wetser, doordat er een mooi rond gebouw voor stond, met markiezen. Maar wat opvallender was, op die ene foto werd het station omgeven door allemaal huizen en een levendige drukte, terwijl het op de ­andere in een naargeestige, grotendeels lege vlakte lag. Wat was hier gebeurd? Ik kon het niet begrijpen en de uitleg van mijn moeder was voor mij ook niet echt te ­vatten. Ik weet nu meer, maar de verbazing is altijd gebleven. Ik wil ­daarvan graag het een en ander laten zien en daarbij wat ver­ tellen. Want ook in de doorgeleerde vakhistoricus holt nog steeds dat nieuws­gierige jongetje rond.

J.L. van der Pauw

 uchtfoto’s van Station Hofplein en omgeving voor en na L de oorlog (1938 en 1946), dezelfde foto’s die in het groot in de ­loketruimte van het station hingen.

40

Inleiding 45 Rotterdam

5


40 45

hoofdstuk 1

Voor de storm Rotterdam eind jaren dertig. Een drukke, rommelige werkstad. Vanaf het einde van de 19e eeuw had de Maasstad zich overgegeven aan haar eco­ nomische expansie, maar daarbij had zij jammer genoeg haar zin voor stijl en schoonheid verloren. Voor wat er nog aan waardevolle bouwwerken en stadsgezichten resteerde, kon de stad bij haar groei weinig respect meer opbrengen. Veel moois werd dan ook afgebroken of voorgoed bedorven. En wat er vanaf ca. 1880 aan troosteloze volksbuurten werd bijgebouwd, heeft het stadsbeeld verder afbreuk gedaan. Zo kreeg Rotterdam de naam een van de lelijkste steden van het land te zijn. Maar intussen was Rotterdam er wel in geslaagd een transitohaven van wereldformaat op de kaart te zetten. Die haven had echter veel te lijden gehad van de wereldwijde econo­ mische crisis die in oktober 1929 was begonnen en jarenlang had aangehouden. In 1937 was de haveneconomie deze malaise eindelijk weer te boven. Maar nieuwe problemen ­doemden inmiddels al op. In Duitsland waren sinds 1933 de nationaal-socialisten aan de macht en hun leider Adolf Hitler stelde zich op het Europese toneel agressief op. Hij had de Duitsers een imposant Duizendjarig Rijk voorgespiegeld en vervolgens eiste hij Lebensraum op om die droom van een Großdeutschland te verwezenlijken. In maart 1938 annexeerde hij Oostenrijk, in ­oktober 1938 het Sudetenland en in maart 1939 de rest van Tsjechoslowakije. Op 1 sep­ tember 1939 viel hij vervolgens Polen aan. Voor Engeland en Frankrijk, die tot dan toe zijn expansie­drift hadden gedoogd, was toen de maat vol. Op 3 september 1939 verklaarden zij Duitsland de oorlog. Daarmee was het begin van de Tweede Wereldoorlog een feit. Nederland zag die ontwikkelingen allemaal met grote zorgen aan en hoopte vurig niet in het conflict te worden meegezogen. De regering deed er alles aan om het land net als ­tijdens de Eerste Wereldoorlog strikt neutraal te houden en dat was koorddansen boven de afgrond. Het einde van de jaren dertig was een beklemmende tijd.

40

Voor de storm 45 Rotterdam

7


Atlanta

pagina 6

Een vooroorlogs kopje koffie. Het befaamde Atlanta, op de hoek van de Coolsingel en de Aert van Nesstraat, prees zichzelf inder­ tijd aan als hotel, restaurant en tearoom. Maar Atlanta had ook een dakterras, met een prachtig uitzicht over het stadsgewoel. Dat terras was in de jaren dertig het domein van het serveer­ stertje Miepie, sensueel vereeuwigd door ‘Schetsboekanier’ Cocheret in een van zijn cursiefjes in de Nieuwe Rotterdamsche Courant (“een schelpblank velletje, een vochtig rijtje bijter­ tjes en het gezond rood van lipjes, die geen weet hebben van zwoel-doorgeurde toilettafel-kleursels…”). Miepie neemt juist de bestelling op van een heer met hoed, op een zonnige maar frisse dag, eind jaren dertig. Alles is nog bij het oude. Naast het stadhuis rookt opgewekt een schoorsteen en daarachter buigt de weg af naar het drukke Hofplein, dat toen nog voor het trein­ station Hofplein lag, dat nu ook al niet meer bestaat. Enzo­ voorts. De stad verandert voortdurend, maar de ingrijpende veranderingen die op deze vooroorlogse dag al donker achter de horizon lagen, waren vanaf het dakterras nog niet te zien.

8

40

Voor de storm 45 Rotterdam

Neutraal Te midden van drie grootmachten die met elkaar in oorlog waren, spande het kleine Nederland zich tot het uiterste in om ­buiten de strijd te blijven en aan de vechtende partijen een strikte neutraliteit ten toon te spreiden. En wat doe je dan als een Brits oorlogsvliegtuig onverhoopt boven je grondgebied verschijnt? Je schiet het uit de lucht. Dat overkwam op 28 maart 1940 een Whitley bommenwerper, die na een missie boven Duitsland op weg naar huis uit de koers was geraakt. Het vliegtuig werd bij het Rotterdamse vliegveld Waalhaven door twee Nederlandse Fokker G-1 jachtvliegtuigen onderschept en beschoten, waarna het in brand raakte en een noodlanding moest maken in een troosteloze akker bij Pernis. Van de vijf bemanningsleden kwam er één om; hij was in doods­ angst zonder parachute uit het brandende toestel gesprongen. De vier anderen werden na de landing door soldaten naar een plaatselijk café gebracht, waar ze met koffie en cognac weer wat op verhaal gebracht werden. Ze toonden geen rancune en raakten al snel in een geanimeerd gesprek met de luitenant die hen tot landen gedwongen had. Het viertal werd geïnterneerd; de vijfde man werd met militaire eer op Crooswijk begraven. Engeland reageerde officieel begripvol op het incident, maar Churchill zelf was woedend.


Schuilkelders Met het toenemen van de oorlogsdreiging werd op last van het Rotterdamse gemeente­bestuur het aantal schuilplaatsen voor de burgerbevolking snel uitgebreid. Hier een beeld van de Walen­burgerweg – op het vrachtwagentje van de melkrijder na was er toen nog geen auto te bekennen. De plantsoen­stroken in het midden van de weg worden opgeofferd aan de bouw van eenvoudige, langwerpige bovengrondse schuilkelders die bij bombardementen bescherming moesten bieden tegen de scherfwerking van de ontploffende bommen en rondvliegende

stukken puin en glas. Tijdens een lucht­aanval zat binnenin iedereen dan ook te hopen en te bidden dat een voltreffer zou uitblijven. Een nadeel van dit soort schuilplaatsen was overi­ gens wel dat ze ’s avonds laat vaak als openbaar toilet gebruikt werden. Veel mensen zochten daarom bij luchtalarm liever hun toevlucht in de portieken en kelders van nabijgelegen huizen.

40

Voor de storm 45 Rotterdam

9


Staat van Beleg Op 9 april 1940 kwam er een schokkend bericht: Duitsland was Noorwegen en Denemarken binnengevallen. In één dag waren de beide hoofdsteden Oslo en Kopenhagen en alle belangrijke havensteden langs de gehele Noorse kust ingenomen en bezet. Het werd nu steeds moeilijker te blijven geloven dat Nederland nog buiten de oorlog zou kunnen blijven. De regering besloot op 13 april de Staat van Beleg af te kondigen voor een brede strook langs de Nederlandse grenzen en op 19 april werd deze toestand tot het gehele land uitgebreid. Ook in Rotterdam werd die dag de Staat van Beleg van kracht. Dat betekende onder meer dat een belangrijk deel van het burgerlijk gezag overging op het militair gezag, waarmee de kantonnementscommandant van Rotter­ dam, kolonel P.W. Scharroo, feitelijk boven de burgemeester, mr. P.J. Oud, kwam te staan. Op 20 april 1940 worden overal in Rotterdam onder grote pu­ blieke belangstelling aanplakbiljetten met de afkondiging van de Staat van Beleg en met uitgebreide nadere instructies op­ geplakt, zoals hier op de Coolsingel. Op de achtergrond een deel van het Beursgebouw.

10

40

Voor de storm 45 Rotterdam

Zandzakken De oorlog was nu heel dichtbij gekomen en vormde het gesprek van de dag. Onrust alom. Van overheidswege werd bij de bevol­ king aangedrongen op het treffen van allerlei voorzorgsmaat­ regelen tegen luchtaanvallen en dat maakte de stemming er niet beter op. Maar voor sommige bedrijven betekende de naderende oorlogsdreiging een florerende handel. Hier een demonstratie van effectieve luchtbescherming door de N.V. Zakken­handel v/h K. Hulst in de Eenhoornstaat, lopend van de Zalmhaven naar de Leuvehaven. Een straat die door het grote bombardement van 14 mei 1940 met zandzakken en al zou worden weggevaagd.


40

Voor de storm 45 Rotterdam

11


40 45

hoofdstuk 2

De meidagen van 1940 De Nederlandse regering en de legertop waren er in de vooroorlogse jaren van uitgegaan dat bij een nieuwe oorlogsdreiging een eventuele aanval op Nederlands grondgebied vooral van Duitsland te verwachten was. Die aanval zou dan dus over land vanuit het oosten en het zuiden plaats hebben en de verdediging was daarop ingericht. Opeenvolgende linies en stellingen beschermden het meest belangrijke en vitale deel van het land, de Vesting Holland. Dit gebied omvatte ongeveer de huidige Randstad, met de steden Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Terwijl in Nederland de spanning in het vroege voorjaar van 1940 gestaag opliep, lagen in Duitsland de uitgewerkte plannen voor een Westfeldzug al sinds februari 1940 gereed. In die plannen had de Duitse legertop de overrompeling van Nederland als volgt voorbereid. Duitse legertroepen zouden aan de oostgrens van Nederland klaarstaan om op een nader te bepalen moment het land binnen te vallen en door te stoten tot in de Vesting Holland. Tegelijkertijd zouden binnen de Vesting op verschillende vliegvelden bombardementen worden uitgevoerd. Die moesten de Nederlandse luchtstrijdkrachten uitschakelen, de ver­ dediging ter plekke desorganiseren en de weg vrijmaken voor omvangrijke Duitse lucht­ landingen. Daarvan waren de luchtlandingen rond Den Haag erop gericht de residentie met een snelle aanval te veroveren en de koningin, de regering en de legerstaf gevangen te nemen. Mocht dit mislukken – en het zou mislukken – dan kwam alles aan op de verove­ ring van de Moerdijkbruggen, de bruggen bij Dordrecht en de Rotterdamse Maasbruggen, om de opmars van Duitse grondstrijdkrachten naar Den Haag langs deze as mogelijk te ­maken. In dit aanvalsplan speelde Rotterdam dus een sleutelrol. In de vroege ochtend van 10 mei 1940, om 3.55 uur Nederlandse tijd, werd de lang geplande aanval ingezet. In Rotterdam werd het vliegveld Waalhaven zwaar gebombardeerd, waar­ na in de nabijheid gelande Duitse parachutisten de aanval openden op de daar aanwezige Neder­landse soldaten. De aanval vanuit de lucht kwam zowel voor de Nederlandse sol­ daten als voor de bevolking als een volslagen verrassing. Een dergelijke operatie van die omvang had niemand voor mogelijk gehouden. Rotterdam had zich beschermd gewaand achter de linies rond de Vesting Holland, waar de oprukkende vijandelijke troepen eerst maar eens doorheen moesten zien te komen. Na de verovering van Waalhaven, voerden de Duitsers daar per vliegtuig meer troepen en materieel aan. Die troepen rukten, met een deel van de parachutisten, op richting het Noordereiland om vandaar de Maasbruggen in te nemen.

40

De meidagen van 1940 45 Rotterdam

13


Inmiddels waren er rond 04.55 uur op de Maas aan weerszijden van de bruggen ook twaalf grote Heinkel He-59 watervliegtuigen geland. Ze waren tot aan de grens van hun ­draagvermogen volgestouwd met in totaal 120 Duitse soldaten – tien per vliegtuig, de ­bemanning niet meegerekend – compleet met rubberbootjes, bewapening, munitie en verdere uitrusting.* De opdracht van deze soldaten luidde: “11. Kompanie landet mit Wasser­flugzeugen auf der Maas, bildet an den Maasbrücken nach Norden und Süden ­einen Brücken­kopf und hält bis zum Eintreffen des Bataillons die Brücken offen.” Kortom de inname en verdediging van de Maasbruggen, opdat de later aangevoerde Duitse troe­ pen daarover konden doorstoten naar Den Haag en Amsterdam en zo de Vesting Holland in bezit konden nemen. Ook moesten aan de bruggen aangebrachte springladingen on­ schadelijk worden gemaakt (maar die bleken er niet te zijn). De soldaten waren zo licht mogelijk uitgerust, enerzijds om in de vliegtuigen gewicht te besparen, anderzijds om ­tijdens de actie zo mobiel mogelijk te zijn. Hun rugzakken waren vervangen door opblaas­ bare zwemvesten, hun zware spijkerlaarzen door lichter schoeisel, ook om het lektrappen van de bootjes te voorkomen. Met vier tot zes man per bootje peddelden ze van de water­ vliegtuigen naar de wal. Een deel koerste naar de noordelijke Maasoever (Boompjes en Ooster­kade), anderen gingen richting de oostelijke kop van het Noordereiland (Antwerpse Hoofd) en de zuidelijke Maasoever (Nassaukade). Eenmaal aan land namen ze op en rond de beide bruggenhoofden posities in. Het bruggenhoofd op het Noordereiland, waar van­ uit Zuid al snel ook luchtlandingstroepen arriveerden, kwam wel stevig in hun handen, maar tot een effectieve verdediging van het noordelijke bruggenhoofd zouden ze vanwege de grote overmacht aan Nederlandse troepen in dat stadsdeel niet meer in staat zijn. Het overgrote deel van de Duitse troepenmacht bevond zich vanaf 10 mei op de Linker Maasoever (op het Noordereiland en in Rotterdam-Zuid), terwijl een betrekkelijk kleine ge­ ïsoleerde troep zich aan de overkant van de Maas had verschanst, in de omgeving van de noordelijke oprit van de Willemsbrug. De Nederlandse verdediging bevond zich op de Rech­ ter Maasoever, in hoofdzaak in het gebied tussen de Willemskade en het Maasstation, dat tegenover het Noordereiland gelegen was. Omdat geen van beide partijen in staat was de Maasbruggen te veroveren, ontstond er een patstelling. Die hield aan totdat de Duitsers op 14 mei het besluit namen deze met een luchtaanval te doorbreken en zo de doortocht over de Maasbruggen te forceren. Deze luchtaanval was door de bevelhebber van de Duitse troepen te Rotterdam, Generalleutnant R.F.K. Schmidt, gepland als een tactische aanval met ­Stuka’s (duikbommenwerpers) op de Nederlandse verdediging rond het noordelijke bruggen­ hoofd. Schmidt bood de Nederlandse bevelhebber ter plaatse, kolonel P.W. ­Scharroo, echter wel eerst de kans om de strijd voordien te staken. Hij stelde hem een ultimatum waardoor de ‘scherpste maatregelen van vernieling’ voorkomen zouden k ­ unnen worden.

* Zie: Toelichting, pagina 127.

14

40

De meidagen van 1940 45 Rotterdam


Vliegveld Waalhaven Vrijdagochtend 10 mei 1940. Nadat de Luftwaffe vliegveld Waal­ haven om 03.55 en 04.45 gebombardeerd had, landden er rond 05.00 uur in de omgeving van het vliegveld 667 Duitse parachu­ tisten, die de verdediging van Waalhaven uiteen­joegen en de weg vrijmaakten voor de landing van Junkers Ju-52 transport­ vliegtuigen, die meer luchtlandingstroepen en materieel moes­ ten aanvoeren. Bij die omvangrijke operatie zouden 215 Junkers worden ingezet. Op de eerste foto zitten soldaten van het Infanterie Regiment 16 opeengepakt in een Junkers Ju-52 tijdens hun vlucht in de vroege ochtend van 10 mei van Paderborn naar vliegveld Waal­ haven. Bij hun landing op Waalhaven kwamen ze in een waar

i­nferno terecht: ratelende machinegeweren, de doffe slagen van granaatwerpers, brullende vliegtuigmotoren en explode­ rende munitie in de brandende hangars. Zonder dekking h ­ olden ze onder vuur van de Nederlanders het vliegtuig uit, waarbij ­sommigen al meteen gewond of dodelijk getroffen neervielen. Op de tweede foto is de Nederlandse verdediging van Waal­ haven al uiteengejaagd. Links loopt een Duitse Fallschirmjäger (een parachutist, herkenbaar aan de helm met ingekorte oog- en nekbescherming) en voor de rest zien we infanteristen, die met de Junkers waren ingevlogen. Op de achtergrond de uitgebran­ de hangars van de Koolhoven Vliegtuigenfabriek, die eerder die ochtend door de hevige bombardementen getroffen waren.

40

De meidagen van 1940 45 Rotterdam

15


i l l u s t r at i e v e r a n t w o o r d i n g i n s t e l l i n g e n

n e d e r l a n d

• Stadsarchief / Gemeentearchief Rotterdam (GAR)

C. Baars: 16, 17 W. Gnodde: 30 H.F. Grimeyer: 86-boven A. den Herder: 58-onder, 61, 103 C.A.M. Kierdorff: 54 C. Kramer: 72, 99, 114, 123-boven Polygoon: 11, 104 J. van Rhijn: 56, 59, 85, 88, 92-93, 100, 106, 117, 124 J.F.H. Roovers: 66, 73, 74, 75, 125-L Rotterdams Nieuwsblad: 57-R, 105 J.A. Vrijhof: 98 L. van der Werff: 109 Onbekend: 9, 32-L, 32-R, 36, 38, 46-47, 48, 49, 53, 70, 71, 82, 112-L, 112-R, 118, 119, 121, 122

• Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH): 28 • Historische Collectie Nationale-Nederlanden: 24-L, 24-R • Spaarnestad Fotoarchief, Haarlem: 6 • Aviodrome, Lelystad: 4-boven, 4-onder • War Photo Holland: 15-onder, 23 • Collectie Imkamp (foto A. Hustinx): 45 i n s t e l l i n g e n

pa r t i c u l i e r e

• Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

Algemeen Dagblad: 126 Nationaal Bevrijdingsmuseum Groesbeek: 34 Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon: 39-onder J. van Rhijn: 10 J.F.H. Roovers: 57-L Stapf Bilderdienst: 55, 84 Onbekend: 8, 20, 33, 58-boven, 60, 83, 87-L, 87-R, 95, 96, 108, 125-R

• Nederlands Fotomuseum

b u i t e n l a n d

• Associated Press: 19 • Getty Images: 41, 42-43, 44 • Imperial War Museum: 62 • National Archives (NARA), USA: 76, 79, 80-81 • The National Archives (TNA), UK: 50, 63, 64 • Bundesarchiv: 26 r e c h t h e b b e n d e n

J.J. Baart: 37 J.C.A. Gadourek-Backer: 29, 35 G.M. Keislair: 52 A. Koster: 86-onder, 110 J. Kroon: 12, 22 K. Mallan (erven): 18 J. van Mill: 27 R. Schiller: 15-boven, 21, 25-L, 25-R, 40 H.E. Sturm: 69 H. Romer: 120 Collectie auteur: 65, 90, 91, 94, 97

A. den Herder: 39-boven C.L.M. Molkenboer: 107, 111, 113 J. Kamman: 123-onder

c o l o f o n u i tgav e

De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

WBOOKS, Zwolle info@wbooks.com www.wbooks.com i.s.m. Stadsarchief Rotterdam www.stadsarchief.rotterdam.nl stadsarchief@rotterdam.nl t e k s t

e n

Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een CISACorganisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2014.

s a m e n s t e l l i n g

Deze uitgave kwam mede tot stand dankzij genereuze bijdragen van de Erasmusstichting Rotterdam, de G.Ph. Verhagen-Stichting en de Stichting Bevordering van Volkskracht.

J.L. van der Pauw, Schagen vo r m g e v i n g

Riesenkind, ’s-Hertogenbosch

© 2014 WBOOKS / J.L. van der Pauw Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden ver­ veelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektro­ nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

128

40

Illustratieverantwoording / colofon 45 Rotterdam

ISBN 978 94 625 8001 5 NUR 689, 693


40 45

40 45

Vijf dagen slechts had de rampzalige oorlog in mei 1940 geduurd. Vijf lange jaren van Duitse bezetting volgden. Kort na de meidagen werden de bombardementen op de stad hervat – de oorlog ging dus gewoon door – en g ­ eleidelijk groeide de repressie en begon de vervolging van joden en verzetsmensen. en kinderen bleven alleen achter. De schaarste nam bovendien steeds meer toe. Die ging in de Hongerwinter haar tol eisen. In dezelfde barre periode werden 52.000 ­Rotterdamse mannen opgepakt en weggevoerd. En dit alles speelde zich af in een gehavende, onttakelde en volledig ontwrichte stad.

Dr. J.L. van der Pauw is historicus. Eerder publiceerde hij onder meer het omvangrijke standaardwerk Rotterdam in de Tweede

j . l . van der pauw

Daarnaast werden veel mannen verplicht in Duitsland te werken; vrouwen

Rotterdam

Rotterdam heeft het gedurende de oorlogsjaren zwaar te verduren gehad.

Rotterdam

Rotterdam 40-45 vertelt het verhaal van de stad in de Tweede Wereldoorlog.

40 45

Wereld­oorlog. Aan dit boek werd in 2008 de Mr. J. Dutilhprijs toegekend voor de beste historische publicatie over Rotter­dam in de periode 2006-2007.

j . l . van der pauw in samenwerking met s ta d s a r c h i e f r ot t e r da m

www.wbooks.com

File 1391689976  

http://www.wbooks.com/media/custom/upload/File-1391689976.pdf

Advertisement