Issuu on Google+

MUMMIES overleven na de dood

Mummies overleven na de dood


Mummies overleven na de dood Redactie: V.T. van Vilsteren


Pagina 2/3: Mummies in de catacomben van het Kapucijnerklooster van Palermo (zie ook pag. 179)


Inhoud 1 2 3 4

Ten geleide (V.T. van Vilsteren) Hoezo Egypte? – Mummies: een wereldwijd verschijnsel

S. Bernschneider-Reif

5 6

Mumia, creeftogen en duivelsdreck (V.T. van Vilsteren) Nat en droog – Menselijke preparaten

J.R. Beuker en V.T. van Vilsteren

7 8 9

Het meisje en de duivel (J.R. Beuker) Vermalen veenlijk tegen alle kwalen (V.T. van Vilsteren) Moord of magie? (V.T. van Vilsteren) Overleven na de dood – Mummies uit Egypte

E. Bruijn

10 11

Zelfmummificatie (V.T. van Vilsteren) De onnozele kinderen (F. Huisman) Voorouders – Mummies uit Oceanië en Azië

A. Fleckinger

W. Rosendahl en V.T. van Vilsteren

Luguber en verschrompeld – Natuurlijke mummificatie

12

W. Rosendahl

De dikke dame (G. Hotz) In spleten en spelonken – Dierlijke mummies

24 26

M. Bertling, M. Feuersenger en V.T. van Vilsteren

De brulaap van Argentië (M. Freudenberg) Mumia vera Aegyptiaca – Het wondermiddel van de apotheker

34 36 46 50

W. Rosendahl, H. Gill-Frerking en K. Füldner

In f lessen en potten (V.T. van Vilsteren) Ultieme offers – Mummies in het veen

56 58 68 70 72 74

W. Rosendahl, K.W. Alt, F. Rühli, H. Gill-Frerking, G. Hotz en T. Pommerening

Een lijk in linnen (F. Huisman) Een mummie met vier benen (E. Korendijk) Uitwikkelen (V.T. van Vilsteren) Mummies in bundels – Zuid-Amerikaanse mummies uit de collectie Mannheim

82 86 88 90

W. Rosendahl, K.W. Alt, F. Rühli, E. Michler, S. Mitschke en M. Tellenbach

Voldragen maar vol drama (H. Cuykx) Een heilige met kiespijn – Observaties bij een boeddhistische mummie uit China

102 104 116 118 120

M. Tellenbach, K.W. Alt, F. Rühli en W. Rosendahl

Vuurmummies (F. Huisman) Koud en kil – IJsmummies in de permafrost

12 Stille getuigen – Crypte-mummies uit Vác

7 8

126 128 152

I. Szikossy, Á. Kustár, L.A. Kristóf en I. Pap

Het ‘wonder’ van Wieuwerd (K. Heijmann) 13 Rimpelloos – Balsemen en andere conserveringsmethoden

172 174

M. Rupp, S. Birkenbeil, S. Bock en F. Huisman

14

Balseming business (F. Huisman) 182 Uitgekleed tot op het bot – Restauratie van mummies 184 J. Klocke

Illustratieverantwoording en auteurs

190


De Franklin-expeditie naar de Noordpool in 1845 liep voor de complete bemanning uit op een drama (zie pagina 148).

6

m u mmi e s


Ten geleide

Op 15 mei 1897 stond in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het bericht dat ‘in een veentje tusschen Vries en IJde een volledig menschengeraamte’ was gevonden. Het duurde vervolgens nog ruim een week voordat Mr. Joosting, bestuurslid van het museum in Assen, besloot om ‘in loco inspectie te gaan houden en te trachten het lijk te veroveren’. Dat lukte en sinds 19 juni van dat jaar behoort ‘het meisje van Yde’ officieel tot de collectie van wat toen nog het Provinciaal Museum van Oudheden in Drenthe heette. Daarmee had het museum in Assen het eerste veenlijk van Nederland verworven. Het veengebied in Drenthe zou daarna nog een aantal veenlijken prijsgeven, die voor een deel terechtkwamen in de collectie van wat nu het Drents Museum is. Zo telt de verzameling op dit moment niet minder dan acht complete of gedeeltelijke veenlijken en daarmee is het Drents Museum wereldwijd het museum met de meeste veenlijken in de collectie. Al direct na de ontdekking van het meisje van Yde werd haar lichaam tentoongesteld in het museum. In de afgelopen 117 jaar hebben honderdduizenden bezoekers gefascineerd gekeken naar de strop om haar hals, waarmee zij is gewurgd. Ook heeft zij van 2002 tot en met 2007 een reis om de wereld gemaakt. Ze was achtereenvolgens te zien in musea in Hannover, Ottawa, Calgary, Manchester, Pittsburgh, Los Angeles en Wenen. Zo gewoon als bezoekers het vinden om de veenlijken in de vitrine te zien liggen, zo verrast reageren ze vaak als hen wordt verteld, dat veenlijken ook mummies zijn. ‘Maar mummies heb je toch alleen in Egypte?’ Natuurlijk zijn dat soort ingewikkelde Egyptische mummies overal op de wereld bekend. Maar er zijn nog veel meer soorten mummies en ze zijn verspreid over alle continenten te vinden. Ook zijn lang niet alle mummies bewust gemummificeerd. Tegenwoordig gebruiken we het woord mummie heel algemeen voor al die menselijke en

dierlijke lichamen, waarvan hetzij door natuurlijke, hetzij door kunstmatige omstandigheden nog weke delen bewaard zijn gebleven. Een tentoonstelling over verschillende soorten mummies is in Nederland nog nooit te zien geweest. Dat het Drents Museum daarmee de primeur heeft, is dan ook niet zo verwonderlijk gezien de veenlijken in de collectie. De tentoonstelling Mummies – overleven na de dood wil de grote verscheidenheid in mummies laten zien. Ook hopen we de bezoeker te boeien met de vele verschillende verhalen die mummies ons vertellen. Was het de bedoeling van de Egyptenaren om hun dierbaren goed voor te bereiden op een leven in het hiernamaals, bij andere mummies spelen vaak heel andere ideeën en gedachten een rol. De veenlijken bijvoorbeeld zijn waarschijnlijk als offer aan de goden in het veen gelegd en daardoor gemummificeerd. Bij bepaalde godsdiensten zien we dat stoffelijke overblijfselen van heiligen of verlichte personen na hun dood worden geconserveerd en aanbeden. En in sommige culturen was het gebruikelijk om voorouders te mummificeren en zo te blijven betrekken bij het dagelijks leven. Maar heel vaak ook zijn mummies door toevallige omstandigheden op natuurlijke wijze gemummificeerd. Ook dan vertellen ze vaak aangrijpende verhalen. Moderne onderzoeksmethoden maken het mogelijk om zonder schade aan de mummies een maximum aan informatie te verzamelen. De resultaten van dat onderzoek zijn in deze tentoonstelling verwerkt. De individuele mummies hebben ieder hun eigen achtergrond. Hun verhalen bieden ons een boeiende kijk op de wereld van de mummies, een intrigerende wereld vol onverwachte ervaringen. Voor mummies is de dood niet het einde. Zij vertellen ons ook hoe het is om te overleven na de dood. V.T. van Vilsteren

m u m m i e s

7


Hoezo Egypte? Mummies: een wereldwijd verschijnsel W. Rosendahl V.T. van Vilsteren

8

m u m m i e s

Bij het woord mummie denkt iedereen al snel aan Egypte. Dat is ook niet verwonderlijk. Hoe vaak worden we niet geconfronteerd met de bekende mummies van de Egyptische farao’s? Maar mummies zijn op alle continenten te vinden en al duizenden jaren voordat de Egyptenaren mensen mummificeerden,

gebeurde dat ook al in Peru en Chili. Maar een lichaam kan ook op natuurlijke wijze mummificeren. Zo kunnen bijvoorbeeld hitte, droogte, kou en wind ervoor zorgen dat insecten, aaseters en bacteriĂŤn hun werk niet meer kunnen doen.


De Atacama-woestijn in het noorden van Chili staat bekend als de droogste woestijn ter wereld. Begraven lichamen kunnen daar door de droogte op natuurlijke wijze gemummificeerd worden.

Maar het is allemaal begonnen bij het Perzische woord mūm. Daarmee wordt net als met het Arabische woord mūmiya een wasachtige substantie aangeduid. Mūmiya was in de Oudheid heel bekend en wijd verbreid als medicijn. Als grondstof is het in feite niets anders dan bitumen of asfalt. In de 11de eeuw werd het Arabische woord mūmiya ook als mumia in de betekenis van geneesmiddel opgenomen in het Latijnse vocabulaire van West-Europa. In de loop der eeuwen kwam er steeds meer vraag naar dit medicijn mumia, zodat het allengs moeilijker werd om de Arabische en de Europese markt te bedienen. Al in de 12de eeuw zijn er berichten dat in de lijken van Egyptische mummies ook een soort mumia te vinden was. De bij het balsemen van overledenen rijkelijk gebruikte harsen, oliën en stoffen waren in de loop der tijd samengeklonterd tot een zwartbruine teerachtige substantie, die veel overeenkomst had met het eigenlijke mumia. In latere teksten blijkt dat langzamerhand de geconserveerde Egyptische lijken in Europa ook met het woord mumia werden aangeduid. Het Latijnse mumia heeft zich zo verder ontwikkeld tot het woord mummie. Heel lang werden daarmee alleen de Egyptische lijken aangeduid waarvan ook nog weke delen (haren, huid, ingewanden) bewaard waren gebleven.

Wat is een mummie? Tegenwoordig wordt het woord mummie veel algemener gebruikt voor al die menselijke en dierlijke lichamen, waarvan hetzij door natuurlijke, hetzij door kunstmatige omstandigheden nog weke delen bewaard zijn gebleven. Waar die lichamen dan vandaan komen, doet niet ter

zake. Het proces waarbij mummies ontstaan noemen we mummificatie. Daarbij is onderscheid te maken tussen natuurlijke of toevallige mummificatie enerzijds en intentionele of opzettelijke mummificatie anderzijds. Het woord intentioneel heeft daarbij de voorkeur boven het woord kunstmatige mummificatie, omdat dat dat niet alleen allerlei kunstmatige balsemings- en preparatietechnieken omvat, maar ook het bewust deponeren van een lijk op een plek waar het van nature gemummificeerd wordt. Zo is bij veel van de Zuid-Amerikaanse mummies geen enkele vorm van kunstmatige balseming toegepast. Toch blijkt soms de plek waar de doden zijn bijgezet dusdanig specifieke en voor mummificatie gunstige eigenschappen te hebben, dat we ervanuit kunnen gaan dat de doden weloverwogen daar zijn bijgezet. Waarschijnlijk wist men heel goed dat het menselijk lichaam op die plekken goed bewaard bleef.

Interesse Interesse voor mummies en mummificatie is al heel oud. De Griekse schrijver Herodotus bracht al in de 5de eeuw v.Chr. een bezoek aan Egypte en schreef daarbij uitgebreid over kunstmatige mummificering en de verschillende soorten van balseming. Nog veel uitvoeriger zijn vier eeuwen later de beschrijvingen van de Romeinse schrijver Diodorus Siculus. Maar dit soort informatie over kunstmatige mummificatie is niet alleen te vinden bij schrijvers uit de antieke oudheid. Ook in de bijbel wordt er over bericht (Mozes I, hoofdstuk 50). In de 13de eeuw komt in Europa de interesse voor oud-Egyptische mummies goed op gang in verband met de productie van het geneesmid-

m u m m i e s

9


10

m u m m i e s


Mummies opgegraven in de Vallei der Koningen in Thebe (Egypte) worden als koopwaar aangeboden. Historische foto uit 1870 gemaakt door Félix Bonfils.

del mumia. In de 16de en 17de eeuw blijkt dit één van de meest gebruikte geneesmiddelen. Allengs ontstond in de 17de eeuw ook om een andere reden belangstelling voor mummies, namelijk als object voor de rariteitenkabinetten. Door de expedities van Napoleon naar Egypte (tussen 1798 en 1801) en de daaruit voortvloeiende fascinatie voor Egypte nam de vraag naar mummies enorm toe. Het bleef niet alleen bij het exposeren van mummies. Er werden ook bijeenkomsten georganiseerd waarbij men mummies letterlijk te lijf ging door ze ‘uit te pakken’. De drijfveer voor dergelijke bijeenkomsten was behalve nieuwsgierigheid ook een stukje fascinatie en afgrijzen én natuurlijk de hoop om kostbare sieraden te ontdekken.

Onderzoek In 1834 zette de chirurg van de hertog van Kent, Thomas Joseph Pettigrew, de eerste stap op weg naar het wetenschappelijk onderzoek van mummies. In zijn boek History of Egyptian Mummies werden voor het eerst de bevindingen van de ‘uitpaksessies’ vastgelegd. In het begin van de 20ste eeuw begon het wetenschappelijk onderzoek steeds serieuzer te worden. De kennis over de mensen kwam daarbij steeds meer centraal te staan. Zo ontstonden interdisciplinaire onderzoeksprogramma’s met allerlei nieuwe non-destructieve technieken (bijv. röntgen). Dergelijk modern onderzoek was aanvankelijk nog puur gefocust op Egyptische mummies. Maar dat veranderde snel. Tegenwoordig richt het onderzoek zich zowel op dierlijke als op menselijke mummies uit allerlei culturen en uit verschillende natuurlijke milieus. In de tentoonstelling in het Drents Museum wordt

duidelijk hoezeer dat onderzoek tegenwoordig in internationaal en interdisciplinair verband plaatsvindt met allerlei hypermoderne analysemethoden. Door intensieve samenwerking tussen antropologen, anatomen, medici, chemici, natuurkundigen, biologen, genetici en andere specialisten lukt het de geheime wereld van de mummies te ontrafelen. Zo stelt de toepassing van CT-scans, DNA-analyse, isotopenonderzoek en C14-datering ons in staat om informatie te verzamelen over geslacht, leeftijd, grootte, herkomst, ziekten, doodsoorzaak, voeding, ouderdom en ook over de wijze van mummificatie. Heel belangrijk is dat dit onderzoek zo ook een bijdrage levert aan de bestrijding van besmettelijke ziektes zoals tbc. De tegenwoordig best onderzochte mummie bijvoorbeeld is er niet een uit het oude Egypte. Het is de gletsjer-mummie die beter bekend is als Ötzi. De tentoonstelling ‘Mummies – Overleven na de dood’ presenteert een verrassende hoeveelheid mummies uit alle delen van de wereld: mensen en dieren, jong en oud, met opzet of per ongeluk door de natuur gemummificeerd. Zoals gezegd is er veel aandacht voor de bijzondere resultaten die het wetenschappelijk mummieonderzoek heeft opgeleverd. Met respect voor de overledenen geeft de tentoonstelling een verrassende kijk op overleven na de dood.

Wetenschappelijk onderzoek, zoals hier aan de Universiteit van Zürich, levert niet alleen tal van gegevens over de betreffende mummie, maar kan ook een bijdrage leveren aan de bestrijding van besmettelijke ziektes zoals tbc.

m u m m i e s

11


Mammoeten behoren tot de best bewaard gebleven dierenmummies. In de ijzige omstandigheden van SiberiĂŤ is soms zelfs nog het bloed van 30.000 jaar oude mammoeten bewaard gebleven.

Luguber en verschrompeld Natuurlijke mummificatie W. Rosendahl

12

m u m m i e s

Als een levend organisme mummificeert, onttrekt het zich aan de natuurlijke kringloop. In de praktijk komt dit soort gevallen maar betrekkelijk zelden voor. Op sommige plaatsen komen mummies vaker voor dan op andere. Meestal hangt dat samen met de natuurlijke omstandigheden, die op die plaatsen dan

gunstiger zijn voor mummificatie. In dit hoofdstuk laten we een aantal voorbeelden zien van de verschillende milieus waarin mummificatie kan optreden. Daarbij komen ook de processen aan bod die daarbij een rol spelen.


De belangrijkste voorwaarde voor alle milieus om überhaupt mummificatie te kunnen laten plaats vinden, is dat de vertering van een dood lichaam min of meer wordt stopgezet. Zowel het ontleden van de organische structuur door allerlei enzymen als ook het bacteriële rottingsproces dient zo veel mogelijk te worden voorkomen of vroegtijdig te worden tegengehouden. Vanzelfsprekend moeten dan de omstandigheden ook zo zijn dat het lijk ongestoord aan het mummificatiemilieu wordt blootgesteld en daar lang genoeg kan verblijven. Alleen zo kan het natuurlijke mummificatieproces zijn werk doen om te zorgen dat de weke delen lange tijd bewaard blijven. Komt zo’n natuurlijk gemummificeerd lijk in een ander milieu terecht, dan kan ook na lange tijd het verrottingsproces alsnog verder gaan. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een door ijs geconserveerd lichaam door het afsmelten van een gletsjer weer vrij aan de lucht komt. Afhankelijk van de hoogte waarop dit gebeurt, kan in de zomer een periode van enkele dagen al genoeg zijn om een lichaam te

laten verteren, hoe oud het ook is. In principe blijft geen enkele mummie eeuwig bewaard. Of het nu honderden of duizenden jaren zijn, vroeger of later wordt ook een gemummificeerd organisme weer opgenomen in de kringloop van het leven, zelfs als het gaat om een volledig versteend fossiel uit de tijd van de dinosauriërs. Het aardoppervlak verandert immers ook voortdurend langzaam, maar gestaag. Alles wat in de bovenste aardlagen ligt begraven, verandert mee en kan zo ook een andere vorm krijgen of helemaal verdwijnen.

De Sprengisandur op IJsland is een typisch voorbeeld van een koude woestijn. Door de koude lucht drogen organismen snel uit en blijven zo goed bewaard.

Natuurlijke mummificatiemilieus Woestijnen Woestijnen zijn gebieden waar door specifieke droogte of koude geen of slechts extreem aangepaste vegetatie kan overleven. In deze definitie besloten ligt een onderscheid tussen koude en droge woestijnen. Al naar gelang de geografische ligging kunnen die laatste dan weer onder-

m u m m i e s

13


Meestal is het de buitenkant van een organisme die het eerst uitdroogt...

De Sina誰 in Egypte is een goed voorbeeld van een droge woestijn.

14

m u m m i e s

verdeeld worden in subtropische woestijnen zoals de Sahara, kustwoestijnen zoals de Atacama en woestijnen in ge誰soleerde berggebieden zoals de Gobiwoestijn. Bij de koude woestijnen in polaire gebieden en in het hooggebergte is vaak niet alleen de lage temperatuur doorslaggevend, maar is ook de extreme droogte van belang. In veel gebieden in Antarctica valt haast nooit regen of sneeuw. De belangrijkste factor bij mummificatie in woestijngebieden is wel de droogte. Of droge lucht nu warm of koud is, in beide gevallen veroorzaakt het samen met directe zonnestraling een snelle onttrekking van vocht en daarmee uitdroging van een dood lichaam. Door de

intensieve onttrekking van vocht verloopt het verteringsproces langzamer of kan het zelfs helemaal tot stilstand komen. Meestal is het de buitenkant van een organisme die het eerst uitdroogt en daardoor hard wordt, waardoor de eventuele opname van nieuw vocht wordt verhinderd. Een lijk wordt op deze manier als het ware verzegeld, waarbij dieper in het organisme het vochtgehalte langer op peil blijft en het verrottingsproces verder kan gaan, natuurlijk afhankelijk van de mate en de snelheid van de uitdroging. Vaak wordt dat tegengewerkt doordat bij het verrottingsproces ook stoffen ontstaan, die weefsel verder doen afbreken. Bij mummificatie in woestijnen kan daardoor de


De oudste mummies uit Egypte zijn natuurlijk gemummificeerd in het hete en zoute woestijnzand. Heel bekend is deze mummie in het British Museum in Londen. Hij wordt ‘Ginger’ genoemd en dateert uit 3500 v. Chr.

conservering van interne organen heel verschillend zijn. In woestijngebieden kan mummificatie niet alleen aan de lucht optreden, maar ook als een lijk in het zand begraven is. Vooral in heet woestijnzand kan het uitdrogingsproces heel snel verlopen. Als dat zand dan ook nog specifieke eigenschappen heeft zoals een hoog zoutgehalte, dan vindt in zulke omstandigheden mummificatie nog veel sneller plaats. De oudste mummies uit het prehistorische Egypte geven een goed voorbeeld van een dergelijke natuurlijke mummificatie in het hete en zoute woestijnzand. Ook de aanwezigheid van de beroemde mummies in de Taklamakanwoestijn in China heeft direct te maken met het woestijnklimaat en het hoge zoutgehalte in de bodem ter plaatse. In het geval van natuurlijke mummies uit woestijngebieden spreken we meestal over woestijnmummies of droge mummies. Maar zoals nog zal blijken is het voorkomen van natuurlijke droogmummies niet perse beperkt tot woestijngebieden. Venen Veen is meestal een relatief recent onderdeel van het landschap, waarvan het ontstaan veelal pas na het eind van de laatste ijstijd (circa 12.000 jaar geleden) valt. Belangrijkste voorwaarde is een neerslagoverschot in combinatie met een hoge grondwaterstand en een gebrekkige afvoer vaak op ondoorlatende bodems. Het voortdurende hoge grondwaterniveau zorgt

voor een gebrek aan zuurstof met dientengevolge een onvolledige afbraak van plantenmateriaal. Tekort aan zuurstof remt de afbraak door allerlei micro-organismen. Op deze manier wordt er niet alleen een dik pakket van afgestorven plantenmateriaal gevormd, maar wordt dat materiaal ook nog chemisch omgezet. Afhankelijk van de klimatologische omstandigheden en de plek in het landschap worden verschillende soorten veen onderscheiden. Laagveen is afhankelijk van het grondwater en ontstaat meestal bij het dichtgroeien van meertjes of in beekdalen. Het water in dit soort veen is relatief voedselrijk, hetgeen resulteert in een rijk gevarieerde f lora en fauna. Voor de natuurlijke mummificatie zijn de laagvenen van weinig belang, omdat de weke delen in dit voedselrijke milieu niet bewaard blijven. Het tweede type veen is het hoogveen, dat uitsluitend afhankelijk is van neerslag. Vanwege die afhankelijkheid kunnen hoogvenen ook boven het grondwaterniveau uitgroeien en als een bolle deken over het landschap liggen. Door de extreme omstandigheden zijn de hoogvenen relatief arm aan plantensoorten. Niet meer dan 30 soorten veenmos, enkele heidesoorten en een handjevol andere planten zijn zodanig aangepast dat ze in een zuur milieu met een pH-waarde van 3,4 tot 3,7 en in de zuurstof- en voedselarme omstandigheden van het veen kunnen overleven. Daarbij komt nog dat door de lage warmtegeleiding van het met water verzadigde veen onder het plantendek veen-

m u m m i e s

15


Colofon Verschenen bij WBOOKS, Zwolle (NL) in samenwerking met het

Dit is deel 6 van de serie ‘Internationale archeologie in het Drents

Drents Museum, Assen en de Reiss-Engelhorn-Museen, Mannheim

Museum’.

ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Mummies – overleven na

Eerder verschenen in deze serie:

de dood’ in het Drents Museum te Assen (4 februari – 31 augustus

B. Mater, Het terracotta leger van Xi’an – schatten van de eerste keizers van China. Assen/Zwolle (2008),

2014).

V.T. van Vilsteren en A.Z. Anninga (red.), Goud uit Georgië – de mythe Uitgave

van het Gulden Vlies. Assen/Zwolle (2010),

Drents Museum, Assen

B. Mater (red.), De gouden eeuw van China – Tang-dynastie (618-907

WBOOKS, Zwolle

n. Chr.). Assen/Zwolle (2011),

V.T. van Vilsteren (red.), Vikingen! Assen/Zwolle (2012). (Eind)redactie

M. Popovic (red.), De Dode Zeerollen - Nieuw licht op de schatten van Qumran, Assen/Zwolle (2013).

Drs. V.T. van Vilsteren Vertaling K. Heijmann F. Huisman M.A. V.T. van Vilsteren Ontwerp en opmaak AlbertsKleve BNO, Assen Gerard Alberts

Hoofdsponsors

sponsors

Subsidiegever

Begunstigers

Subsidiënten tentoonstelling

samenwerkingsPartners

IMMUNITEITVERSTREKKER

In samenwerking met

INDEMNITEITVERSTREKKER

© 2014 WBOOKS / Drents Museum / de auteurs Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. ISBN 978 94 625 8004 6 NUR 682


MUMMIES overleven na de dood

Mummies overleven na de dood


File 1391083997