Issuu on Google+

EROTIQUE RODIN

Auguste Rodins passie voor het vrouwelijk naakt, de seksualiteit, de menselijke emotie en beweging wordt in dit boek onder de loep genomen. De getoonde tekeningen, aquarellen en beelden uit de verzameling van Musée Rodin, zijn letterlijk en figuurlijk onthullend. Het is algemeen bekend dat het menselijk naakt een centraal thema is voor de beeldhouwer. Weinigen weten dat Rodin vanaf 1890 duizenden tekeningen en aquarellen maakte van het vrouwelijk naakt. Hij noemde ze ‘de sleutel tot mijn oeuvre’. Met deze beeldschone, ‘ongepolijste diamanten’ was Rodin zijn tijd vooruit. Kunstenaars als Klimt, Schiele, Picasso en Matisse volgden zijn voorbeeld.

120220_omslag.indd 1

28-08-12 15:39


120220_p001_152.indd 2

21-08-12 14:41


NADINE LEHNI J A N R U D O L P H D E LO R M HÉLÈNE PINET LO U K T I L A N U S

EROTIQUE RODIN

120220_p001_152.indd 3

21-08-12 14:41


4

120220_p001_152.indd 4

21-08-12 14:41


5

120220_p001_152.indd 5

21-08-12 14:41


6

120220_p001_152.indd 6

21-08-12 14:41


7

120220_p001_152.indd 7

21-08-12 14:41


8

120220_p001_152.indd 8

21-08-12 14:41


9

120220_p001_152.indd 9

21-08-12 14:41


V O O RW O O R D J A N R U D O L P H D E LO R M

14

A U G U ST E R O D I N: ‘ DA N S L A N AT U R E TO U T E ST B E A U ’ LO U K T I L A N U S

24

C ATA LO G U S 1 . N A A R D E N AT U U R

36

C ATA LO G U S 2 . E E R ST E M O D E LT E K E N I N G E N

45

C ATA LO G U S 3 . V L U C H T I G E V R O U W E L I J K E N A A K T E N

50

D E T R I O M F VA N D E E R OT I E K I N D E L AT E T E K E N I N G E N VA N R O D I N NADINE LEHNI

58

C ATA LO G U S 4 . T E K E N I N G E N R O N D 19 0 0

68

C ATA LO G U S 5 . D E FATA L E V R O U W

82

C ATA LO G U S 6 . V R O U W E N L I E F D E

98

T H E AT E R , O F H E T D O E K GA AT O P: RODIN EN ZIJN MODELLEN HÉLÈNE PINET

10 6

C ATA LO G U S 7 . H E T O N T H U L D E L I C H A A M

12 0

C ATA LO G U S 8 . V R I J M O E D I G E P O S E S

13 6

C ATA LO G U S 9 . V O R M E N E N K L E U R E N

14 8

N OT E N

15 0

L I T E R AT U U R

15 2

C O LO F O N

af b. 1 Eva ca. 1881-1882, gegoten ca. 1930-1937 Brons, h. 75 × br. 24 × d. 30 cm Singer Laren, inv. 56-1-413

INHOUD

12

10

120220_p001_152.indd 10

21-08-12 14:41


11

120220_p001_152.indd 11

21-08-12 14:41


VOORWOORD

I

n de nadagen van zijn carrière, toen hij al lang en breed naam had gemaakt als beeldhouwer, kon Auguste Rodin het zich veroorloven om dagelijks vrouwen voor hem te laten poseren. Hij tekende en aquarelleerde ze met grote snelheid, hun bewegingen steeds volgend. Zijn potlood of penseel bleef onafgebroken in contact met het papier. Rodin zelf noemde ze ‘dessins instantanés’, ‘vluchtige tekeningen’. Hij maakte er vele duizenden, in inkt, gouache, waterverf, krijt en potlood. De eerste kennismaking met deze buitengewoon vrijmoedige en vaak kleurrijke werken is overrompelend. Op zeer intieme wijze maken deze schetsen ons getuige van Rodins creatieve proces en van zijn bezielde verering van het menselijk lichaam in beweging. Met deze ‘ongepolijste diamanten’ was de Franse meester zijn tijd vooruit. Werden schetsen tot dan toe uitsluitend beschouwd als voorbereidend werk, Rodin tilde het genre naar een nieuw en hoger plan en beschouwde ze als de sleutel tot zijn werk. Rodins passie voor het vrouwelijk naakt, de vrouwelijke seksualiteit, voor de menselijke emotie en beweging, die het lichaam kan uitdrukken, wordt in dit boek onder de loep genomen. Het getoonde ensemble van 74 tekeningen & aquarellen en twintig beelden uit de verzameling van Musée Rodin is letterlijk en figuurlijk onthullend. William Singer (1868-1943) en Anna Singer-Brugh (1878-1962) hadden een grote passie voor het werk van Auguste Rodin. In de jaren twintig en dertig van de voorbije eeuw verwierven ze in totaal veertien beelden van de Franse meester. In Singer Laren worden er zeven bewaard, de grootste Rodin-collectie in Nederland. Eén daarvan is de bronzen Eva, die uit het paradijs wordt

12

120220_p001_152.indd 12

21-08-12 14:41


verbannen, hét oervoorbeeld van de ‘fatale vrouw’ (afb. 1). Het berust dus niet op toeval dat van de drie na-oorlogse Rodin-tentoonstellingen hier te lande er twee in Singer Laren hebben plaatsgevonden: in 1995 werd gelijktijdig in Museum het Paleis in Den Haag en in Singer Laren de tentoonstelling Rodin georganiseerd; in 2011 presenteerde Singer Laren de gerestaureerde Denker in de tentoonstelling Rodin. De Denker denkt weer. In 2001 was, eveneens in Singer Laren, al een tentoonstelling gewijd aan Rodins geliefde Camille Claudel (Uit de schaduw van Rodin). Al deze tentoonstellingen mochten tot stand komen dankzij de bijzondere samenwerking met Musée Rodin. En dat is ook nu weer het geval. De titel Erotique Rodin laat geen twijfel bestaan over de inhoud van de tentoonstelling en voorliggend boek. De beroemde Franse beeldhouwer heeft de vrouw in ontelbare erotische poses verbeeld. Het zijn de werken van een geïnspireerd genie, niet van een voyeur. Het is algemeen bekend dat het menselijk naakt, dat van de vrouw in het bijzonder, de kern vormde van Rodins oeuvre als beeldhouwer. Fel gekant tegen de dwingende regels van het academisme werkte hij als een van de eersten ’d’après la nature‘, dat wil zeggen naar levend model, naar de oervorm van de naakte mens, zijn lijnen en eenvoud. Als geen ander wist hij de menselijke emoties te vangen in klei, gips, brons en steen. Wereldberoemde beelden als De Kus (cat.nr.1 ), Eeuwige lente (cat.nr. 3 ), Eva (cat. nr. 30 ), Danaide (cat.nr. 7 ) en Iris (cat.nr. 76) zijn daar fraaie voorbeelden van. De vrijmoedige en niet traditionele poses van deze beelden werden zelfs door Rodins bewonderaars met groot wantrouwen ontvangen. Wij zijn er inmiddels allang aan gewend.

De vraag is of dat ook geldt voor Rodins talrijke - veel minder bekende - tekeningen en aquarellen van het vrouwelijk naakt. Zij tonen, vaak op zeer expliciete wijze, de vrouw als seksueel en erotisch wezen. Dergelijke, destijds als onfatsoenlijk beoordeelde, voorstellingen kennen we van Gustav Klimt, Pablo Picasso, Henri Matisse of Egon Schiele. Verrassend genoeg ging Rodin hen hierin voor, maar hij tekende krachtiger, rauwer, aardser. Rodins schetsen werden aanvankelijk slechts mondjesmaat aan de buitenwereld getoond. In 1897 werd er voor de eerste keer een bescheiden aantal tekeningen gepubliceerd in het album Les dessins de Rodin (uitgave Goupil), waarvan slechts 125 exemplaren werden gedrukt. In 1899 kreeg Rodin de smaak van het tekenen pas goed te pakken. Toen illustreerde hij Gustave Mirbeau’s Jardin des supplices met twintig litho’s. Datzelfde jaar werd een honderdtal tekeningen tentoongesteld - naast beelden en foto’s - in de eerste solotentoonstelling van Rodin. De reizende expositie ging van start in Brussel, om vervolgens door te reizen naar Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. In de jaren daarna zouden nog verschillende Europese hoofdsteden worden aangedaan. De daar geëxposeerde, met waterverf ingekleurde tekeningen tonen het vrouwelijk naakt in velerlei beweeglijke poses. Zowel de houdingen van de figuren als het kleurgebruik illustreren dat Rodin het voorbeeld van de klassieke oudheid nog niet geheel had losgelaten (cat. nrs. 22-29 ). Maar afgezien van het exposeren van deze serie naakten, toonde Rodin diens erotisch getinte tekeningen slechts aan intimi. Pas vrij recent, in de periode 1982-1994, is de complete verzameling van 4300 werken

op papier van Musée Rodin in vijf delen gepubliceerd (Claudrie Judrin, L’inventaire des dessins). Een deel daarvan betreft het vrouwelijk naakt. Na het ‘ontsluiten’ van dit onbekende aspect van Rodins oeuvre volgden enkele tentoonstellingen die volledig waren gewijd aan de erotische tekeningen. De eerste vonden plaats in Münster en München in 1985; de meest recente in 2011-2012 in Musée Rodin onder de titel Rodin. 300 dessins. La Saisie du Modèle. Nadine Lehni, hoofdconservator tekeningen en schilderijen van Musée Rodin, stelde laatstgenoemde tentoonstelling samen. Zij droeg ook bij aan de inhoud van de tentoonstelling in Laren en is mede auteur van voorliggende publicatie. Wij zijn haar daar zeer erkentelijk voor. Evenzeer bedanken wij Hélène Pinet, conservator fotografie van Musée Rodin voor haar inhoudelijke bijdrage aan deze publicatie, Aline Magnien, hoofd collecties en Catherine Chevillot, directeur van Musée Rodin. Opnieuw vonden wij in Musée Rodin een zeer gewaardeerde partner. Louk Tilanus, wetenschappelijk medewerker aan het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit Leiden, zette zijn grote kennis over Rodin in voor zowel publicatie als tentoonstelling. Hulde daarvoor. Dank ook aan Museum Boijmans van Beuningen voor het uitlenen van de gipsen Eva. Tenslotte een diepe buiging voor de Turing Foundation, hoofdbegunstiger van de tentoonstelling, de BankGiroLoterij en Velthuis kliniek voor hun grote financiële bijdragen, zonder welke de tentoonstelling Erotique Rodin niet mogelijk zou zijn geweest. JAN RUDOLPH DE LORM directeur museumzaken Singer Laren

13

120220_p001_152.indd 13

21-08-12 14:41


14

120220_p001_152.indd 14

21-08-12 14:41

af b. 1 Ch. Gerschel Portret van Rodin voor een antiek beeld, ca. 1913 Ontwikkelgelatinezilverdruk, h. 22,5 × br. 16,8 cm Musée Rodin, Parijs, inv. Ph. 873


AUGUSTE RODIN: ‘DANS LA NATURE TOUT EST BEAU’ LOUK TILANUS Het leven van een beeldhouwer in Frankrijk in de tweede helft van de negentiende eeuw was hard. Zeker als je niet de juiste opleiding gevolgd had en niet de mensen kende die zich voor je zouden kunnen inzetten. Auguste Rodin, Parijzenaar, geboren in 1840 in een arm gezin, heeft dat aan den lijve ondervonden. Hij wist van jongsaf aan dat hij beeldhouwer wilde worden; maar als je daarmee verder wilde komen, moest je toelatingsexamen doen voor de École Impérial des Beaux-Arts; Rodin deed dat drie keer, zakte telkens en gaf toen zijn pogingen op. Wel werd hij toegelaten op een ouderwetse kunstnijverheidsschool, de Petit École des Arts Décoratifs, waar hij werd opgeleid tot vakman in de beeldhouwkunst. Hij ontwikkelde daar zijn onwaarschijnlijke vaardigheid in het modelleren van beweeglijke figuren, bloemen en ornamenten en hij leerde tekenen. Dat laatste deed hij al van kinds af aan: hij tekende op elk papiertje dat hij te pakken kon krijgen. Zijn tekenleraar, Horace Lecocq de Boisbaudran, had een methode ontwikkeld waarmee studenten hun geheugen konden oefenen. Zij kregen dan de tijd om een paar objecten goed te bekijken en in zich op te nemen, vervolgens werd er een doek overheen gelegd en moesten de leerlingen tekenen wat zij gezien hadden. Die aanpak liep van eenvoudig naar gecompliceerd. Zo konden de leerlingen een gevoel voor opbouw, voor structuur ontwikkelen dat in hun geheugen was geprent. Hij bleef er drie jaar en werkte sindsdien voor verschillende bazen, alleen ’s zondags werkte hij voor zichzelf. Maar om bekend te worden, om naam te krijgen, moest een jong beeldhouwer zijn werk op exposities inzenden, de eerste maal dat Rodin dat deed was in 1864. Hij had lang gezwoegd op een doorleefde kop

van een oude man, maar die werd door de uit gevestigde beeldhouwers bestaande jury geweigerd. Veel te realistisch was het oordeel. Dertien jaar later probeerde hij het opnieuw: nu met een levensgrote, staande figuur. Deze werd schoorvoetend geaccepteerd en kreeg een plaats onder bij een trap. Het beeld leek zo echt dat enkele juryleden het voor een afgietsel van een levend mens hielden. Voor hen moest een beeld lijken op een klassiek beeld, een fraaie contour hebben en een vloeiend oppervlak. Rodin echter was op zoek naar het pulserende leven onder de huid, hij wilde de energie uitbeelden die van binnen uit kwam, het leven zelf. Hij zag dat in de antieke beelden in het Louvre; de Académie des Beaux-Arts, waar de regels over kunst werden opgesteld, en de École waar die regels werden toegepast waren daar volkomen blind voor. Voor Rodin moest een beeld vitaal zijn, eigentijds; dat was een onoverbrugbare kloof tussen hem en de lieden die hij als kunstambtenaren zag. Het is een lange weg die hij gegaan is: hij was grenzeloos koppig en gaf nooit toe of op. Zijn doorbraak kwam toen hij veertig was: hem werd gevraagd een monumentale entree te modelleren voor een nog te bouwen museum voor kunstnijverheid. Het werd zijn levenswerk, de op zijn lectuur van Dante geïnspireerde Hellepoort, met meer dan 200 gebeeldhouwde figuren. Het was een keerpunt in zijn leven en in zijn werk. Vanaf de jaren negentig van de negentiende eeuw, toen Rodins werk bekendheid kreeg en zijn ster begon te rijzen, een ontelbare hoeveelheid uitspraken van hem opgetekend; in een vorm die voor die tijd nog onbekend was: het interview in de krant. Dat was zó nieuw dat er geen Frans woord voor was: ‘Le statuaire Rodin interviewé par Le Figaro’.

15

120220_p001_152.indd 15

21-08-12 14:41


Rodin heeft alles bewaard wat over hem gepubliceerd werd – hij had een abonnement op de verscheidene persbureaus, niet alleen Franse, maar ook buitenlandse waardoor hij de best gedocumenteerde kunstenaar van zijn generatie is geworden. Gesprekken met hem zijn vanaf een vroeg stadium opgetekend, de vroegste stammen uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Toen heeft Truman Bartlett, een Amerikaanse beeldhouwer, tien lange gesprekken met Rodin opgetekend en gepubliceerd in een bouwkundig tijdschrift in zijn vaderland. Vijftig jaar na Rodins dood zijn zij ontdekt en bekend geworden.1 Als er voor hem één onderwerp was waar zijn haat, woede en afkeer op gericht was, dan wel het Institut de France. Dat is, in het ambtelijkhiërarchisch georganiseerde Frankrijk, de hoogste instelling waar over kunst, cultuur en wetenschap beschikt wordt. Daar vallen de vijf Académies onder; Rodins object van

af b. 2 Homme qui marche/Lopende man, ca. 1900 Brons, h. 213,5 × br. 71,7 × d. 156,7 cm Musée Rodin, Parijs, inv. S. 998

spot en hoon was de Académie des Beaux-Arts. Het is deze Académie waar de opleidingen, de vijf Écoles, verspreid over het land, onder vielen. Op de Académie werd de theorie bepaald en daarmee wat het lesprogramma van de École moest inhouden en welke docenten aangesteld konden worden. De Académie zag zichzelf als de hoeder van de ware, namelijk de klassieke cultuur. Dat had voor beeldhouwkunst een groter nadeel dan voor schilderkunst: de antieke schilderkunst was alleen bekend uit beschrijvingen - de wandschilderingen uit Pompeï die in de late achttiende eeuw bekend geworden waren, vielen behoorlijk tegen - maar de beeldhouwkunst werd altijd met antieke voorbeelden vergeleken. Daarom moesten eigentijdse beelden de klassieke zo dicht mogelijk benaderen: dat was de kunst die op de écoles onderwezen werd. Eigenheid of, originaliteit werd niet op prijs gesteld en daarom lijken de beelden die de negentiende-eeuwse gebouwen, pleinen en straten in Frankrijk sieren, zo op elkaar. Je vraagt je nooit af wie ze gemaakt zou hebben. Zij zijn door een beeldhouwer ontworpen in klei, maar omdat klei geweldig krimpt als het droogt, worden ze in gips afgegoten. Met die gipsen komt de beeldhouwer naar buiten, die worden geëxposeerd en door de Staat aangekocht. Voor gebouwen worden beelden in steen uitgehakt, niet door de beeldhouwer, maar door een uitvoerder, een praticien. Gipsen die Grote Mannen uitbeelden gaan naar de bronsgieter om daar gegoten te worden. In opstellingen bij monumenten komen bijna altijd combinaties voor van steen en brons: de sokkel, al of niet versierd, die het standbeeld letterlijk en figuurlijk moet verheffen, is altijd van steen. Over dit alles had de Académie dus heel veel te zeggen. Rodin was er ten diepste van overtuigd dat de Académie de uitbeelding van het pulserende leven, dat hij in antieke, Middeleeuwse, Renaissance en Aziatische sculptuur waarnam, volkomen was kwijt geraakt. Daarom werkte hij altijd naar levend model, dat was de kern van zijn aanpak. ‘Pour l’artiste tout est beau dans la nature’, ‘Voor de kunstenaar is alles mooi in de natuur’ was een geliefde uitspraak van hem, en met natuur

16

120220_p001_152.indd 16

21-08-12 14:41


File-1357297980