Page 1

De vrije tijd in de kinderjaren van Colette Knapen Ik interviewde Colette Knapen, een sympathieke vrouw die woont in de serviceflatjes van Onze-Lieve-Vrouw-Troost te Zandhoven over vrije tijd in haar kinderjaren. 78 jaar geleden werd ze geboren nabij Tongeren. Ze studeerde enkele jaren aan het middelbaar onderwijs, werd nadien huisvrouw en kreeg samen met haar echtgenoot 4 kinderen. Spijtig genoeg overleed hij enkele jaren geleden.

U was kind in de jaren 1935-1950, maar vond u dat u veel vrije tijd had in uw kinderjaren of moest u veel werken? Colette: Veel vrije tijd had ik niet. Van kleins af aan moest ik helpen in het huishouden of op de akker. Maar vroeger was het heel anders dan nu! Als klein meisje moest ik samen met m’n moeder water gaan halen in het dorp en als ik wat ouder was stond het werk wel klaar als ik thuis kwam! Zojuist heeft u me verteld dat u niet zoveel vrije tijd had. Maar kan u me vertellen wat u zoal deed als u het wel had? Colette: Ik heb nog twee oudere broers. Als ik vrije tijd had, dan speelden we veel samen. Thuis speelden we voetbal en dergelijke. Mijn twee broers gingen samen met mij en een groepje vrienden van hen wel eens op stap. Thuis hadden we ook een wei met schapen en een bok. Ze zetten dan de schapen en de bok los, riepen mij en toen ik eraan kwam, moest ik vliegensvlug maken dat ik weg was, want schrik dat ik had van die bok! Vroeger had je zo nog geen videogames als wij nu. Tegenwoordig zitten we daardoor ook steeds meer binnen. Maar waar bracht u uw vrij tijd door? Colette: Buiten! Altijd speelden we buiten! Of het nu winter of zomer was, altijd speelden we buiten! Ik herinner me nog toen het

winter was, dat we steeds naar de beek gingen om te schuiven (deze was uiteraard bevroren). We liepen aan, vielen op onze knieën en schoven over het ijs. Keer op keer hadden we weer dolle pret! Had u vroeger veel vrienden om samen te spelen en kan u ook enkele voorbeelden geven van wat u dan zoal deed? Colette: ik speelde vaak samen met mijn broers, hun vrienden en mijn vrienden. Dan knikkerde we of bikkelde we … En een ander heel leuk spel was ook: je had een wiel van een fiets, zonder band eraan, en een stok. Je moest om ter snelst een bepaalde afstand lopen, terwijl je met de stok het wiel vooruit trok. Vroeger kon men nog niet naar een speelgoed winkel rijden om spelletjes te kopen. Maakte jullie het dan zelf? Colette: Ja, ons speelgoed maakte we zelf. Bijvoorbeeld voor een spelletje waarvoor je een fluitje nodig had, moesten we het zelf maken. We namen een vlierstruik, sneden er het zachte gedeelte uit en daar maakte we dan het fluitje mee. Ik zal nog een ander voorbeeld geven: poppen kochten we ook niet, maar maakten we ook zelf. We namen wat klei en boetseerde het zo tot een popje.


Nu gaan we meermaals per week onze hobby uitoefenen. Deed u dat vroeger ook? Colette: Neen, maar soms gingen we wel met vader naar een voetbalmatch kijken of gingen we in het dorp supporteren voor de koers. Vroeger had de Kerk een sterke invloed op ons leven, ging u er vaak naar toe? Colette: Ja, naar de eucharistieviering gaan was toen verplicht. En zeker op zondag, dan moesten we er zelfs drie keer naar toe. Eerst om half acht en om tien uur twee gewone missen en na de middag was er nog het Lof. In de week, als we tijd hadden, moesten we er ook nog eens naartoe. Moest u er dan naar toe of was het uit eigen wil? Colette: Het moest, maar verder zeiden we er ook niets over. Iedereen deed het dan ook. Werd er vaak samen met heel de familie gebeden? Colette: Ja, heel vaak. Thuis werd er iedere dag gebeden, samen met grootmoeder, want die woonde toe bij ons. ’s Avonds na het eten gebeurde dat, we baden samen het Rozenhoedje. Met Allerheiligen werd er ook vaak gebeden, maar dan speciaal voor de overleden mensen. En in de kerk ‘peschonkelden’ we. ‘Peschonkelen’ is een speciale vorm van bidden. Je bid telkens vijf Wees Gegroetjes en Onze Vaders na elkaar, terwijl de kerk in en ui wandelt.

Hoe ging dat bidden met de familie dan in z’n werk? Colette: ‘s Avonds na het eten kwamen we samen met de hele familie rond de stoof om het rozenhoedje te bidden. Dit deed men met een Pater Noster door eerst het Onze Vader te bidden en daarna tien Wees Gegroetjes tot de Pater Noster rond was. Dit deed men dan drie keer na elkaar. De Tweede Wereldoorlog viel nog onder uw kinderjaren. Had u dan nog veel vrije tijd en wat deed u dan? Colette: Ja, er veranderde eigenlijk niet zoveel voor ons. Het werk ging gewoon door. Ik weet nog toen ik eens met mijn broer op de akker bezig was, toen hoorden we een vliegende bom voorbij komen, op de grond dachten we. We zagen ze recht op de Kathedraal van Tongeren afkomen, we dachten dat ze vernietigd zou worden, maar net voor ze zou inslagen op de Kathedraal zagen we ze nog juist afwijken. Een mirakel, de Kathedraal is bespaard gebleven! Had de oorlog dan een invloed op uw vrije tijd? Colette: Neen, als kind ben je er nog niet zo hard mee bezig. Maar als we buiten aan het spelen waren en we hoorden een bom aankomen, dan waren we dikwijls heel bang. Uit dit interview concludeer ik dat men vroeger (1935-1950) wel vrije tijd had, maar men moest ook werken. Veel middelen om hun vrije tijd door te brengen hadden ze niet, of ze moesten het zelf maken. Ook nam de kerk een heleboel vrij tijd in beslag.

de vrije tijd in de kinderjaren van Colette Knapen  

vrije tijd

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you