Page 1

Donkermonsters Marije Dijkema


Colofon Donkermonsters Tekst en Illustraties: Marije Dijkema Eerste druk, 2013

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopieĂŤn, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder schriftelijke toestemming van de auteur.


Donkermonsters Marije Dijkema


Op een mooie zomeravond zitten Uiltje en mama uil knus in hun holle boom. “Uiltje, zullen we een stukje gaan vliegen?”, vraagt mama uil. “Maar ik durf niet mama!”, zegt Uiltje bang, “Het is zo donker buiten! En misschien zijn er wel monsters!”


Mama uil doet een lantaarntje aan en zegt: “Zie je wel Uiltje, Er zijn geen monsters! Niets om bang voor te zijn!”


Samen vliegen ze het bos in, maar als ze te ver bij de lantaarn vandaan zijn, wordt Uiltje weer bang.


“Ik durf niet verder mama! Er zit daar een monster verstopt!� Een paar vuurvliegjes horen het bange uiltje. Ze vliegen naar hem toe


“Je hoeft niet bang te zijn Uiltje!”, zegt één van de vuurvliegjes. “Maar kijk dan, er zit daar een monster verstopt!”, zegt Uiltje bang.


“Dat is geen monster!”, zegt het vuurvliegje, “Kijk maar!” Het vuurvliegje vliegt erheen. Het monster is een vastgeraakte vlieger. “Zie je wel Uiltje, niets om bang voor te zijn!”, zegt mama uil.


“Wij vliegen wel een stukje mee!”, zeggen de vuurvliegjes.


Na een tijdje worden de vuurvliegjes moe. Ze willen een dutje doen. “Tot ziens Uiltje!�, roepen ze Uiltje en mama uil na.


Als de vuurvliegjes slapen, wordt het weer donker in het bos. “Ik durf niet verder mama! Er zit daar een monster verstopt!�, zegt Uiltje bang.


Twee eekhoorntjes horen het bange uiltje. Ze komen naar hem toe. “Je hoeft niet bang te zijn Uiltje!”, zegt één van de eekhoorntjes. “Maar kijk dan, er zit daar een monster verstopt!”, zegt Uiltje bang.


“Dat is geen monster!” zegt het eekhoorntje. “Kijk maar!” Het eekhoorntje hipt erheen. Het monster is brandhout voor het kampvuur. “Zie je Uiltje, niets om bang voor te zijn!”, zegt mama uil. “Neem anders een fakkeltje mee!”, zeggen de eekhoorntjes. “Dan is het niet zo donker.”


Met het fakkeltje vliegen Uiltje en mama uil verder het bos in.


Na een harde windvlaag waait het fakkeltje plotseling uit. Het wordt weer donker in het bos. “Ik durf niet verder mama! Er zit daar een monster verstopt!�, zegt Uiltje bang.


Een wasbeer hoort het bange uiltje en komt naar hem toe. “Dat is geen monster!” zegt de wasbeer. “Kijk maar!” De wasbeer loopt erheen. Het monster is zijn was die te drogen hangt. “Zie je Uiltje, niets om bang voor te zijn!” , zegt mama uil.


“Neem anders mijn lampionnetje mee!”, zegt de wasbeer. “Dan is het niet zo donker.”


Plotseling klinkt er een hard geluid. Van schrik laat Uiltje zijn lampionnetje vallen. Het wordt weer donker in het bos. “Ik durf niet verder mama! Er zit daar een monster verstopt!�, zegt Uiltje bang.


Het monster vliegt naar Uiltje en mama uil toe. Mama uil schrikt en slaat vlug haar vleugels om Uiltje heen. “Ga weg!�, krast ze bang. Het monster piept en verstopt zich achter een boom.


“Doe me geen pijn!”, zegt het monster zachtjes. Voorzichtig kijkt hij langs de stam van de boom. “Ik zal je niks doen!”, zegt Uiltje verbaasd. Langzaam komt het monster achter de boom vandaan.


“Ik ben Grumbl”, zegt de gedaante verlegen. “Sorry dat ik zo piepte hoor, maar ik ben vaak een beetje bang!” “Ik was ook bang.” , zegt Uiltje dapper. “Maar je bent helemaal niet eng!” “Je liet ons wel schrikken!”, zegt mama uil.


Uiltje en Grumbl beginnen te lachen. “Zie je mama, niets om bang voor te zijn.” , zegt Uiltje blij. “Ik ben ook niet meer bang! Zullen we vriendjes worden?” “Dat is goed.”, zegt Grumbl. “Dan gaan we morgen samen spelen!”


“Maar nu gaan we naar huis!”, zegt mama uil, “want het is al laat.” “Dag Grumbl!”, roept Uiltje. “Tot morgen!” en samen met mama uil vliegt hij naar huis.


Donkermonsters  

geschreven en geillustreerd door Marije Dijkema

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you