Issuu on Google+

TU Delft reageert op Energieakkoord

TECHNOLOGIE ONDERBELICHT IN ENERGIE-AKKOORD Laten we vooropstellen dat dankzij het Energieakkoord veel partijen de schouders nu echt onder de energietransitie gaan zetten. Daarmee krijgen we meer lijn in gezamenlijke inspanningen om op de korte termijn iets te doen en ontstaat er een nieuw elan. In combinatie met vernieuwing van wet- en regelgeving en soepele subsidieprocedures kan er veel bereikt worden. Maar voor de echte doorstoot naar de lange termijn zal er meer aandacht moeten komen voor technische ontwikkeling en innovatie.

tekst paulien herder en chris hellinga

De maatregelen in het akkoord zijn veelal gebaseerd op bestaande technologie. Energie-innovatie speelt nauwelijks een rol in het Energieakkoord. Het is alsof wetenschap en technologie-ontwikkeling de komende decennia stil blijven staan. De gewenste omschakeling naar duurzame groei vergt nog veel innovatie en visie op de meest kansrijke ontwikkelingen. Bovendien dienen die grote vervolgstappen in de juiste volgorde te

40

zit vooral in landen als Denemarken en Duitsland met een krachtig energietransitiebeleid. We krijgen nu hopelijk de kans daar aansluiting bij te vinden en laten we het dan meteen goed doen.

De verbinding tussen wetenschap en marktkansen Nederland presteert goed in de internationale ranglijsten van wetenschappelijke excellentie en dat betreft met

worden gezet. Dat is niet alleen hard nodig om onze eigen energiehuishouding op een betaalbare manier betrouwbaar te houden en duurzaam te maken, het

name het werk van publiek gefinancierd energieonderzoek, bij ECN, bij TNO, bij de drie technische universiteiten en andere universiteiten. Alleen al bij de TU

zal onze industrie ook de mogelijkheid bieden om in het internationale speelveld een sterke positie in te nemen. Tot nu toe hebben we veel kansen laten

Delft werken circa 700 wetenschappers en duizenden studenten aan energieinnovaties. Het is vooral de kunst al dat talent effectief te benutten in de lastige

liggen. De bloei van de cleantechsector

discussies die voor ons liggen, en de

infra | nummer 4


open vizier risco’s aangaan, en niet (alleen) zo veel mogelijk draagvlak vinden.

ENERGIEAKKOORD IN HET KORT

Polderen leidt tot het begaan van platgetreden paden ‘hoe houden we het zo

Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord, dat onder leiding van de voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) tot stand is gekomen, hebben kabinet, werkgevers, werknemers, milieu-organisaties, energiebedrijven, provincies, gemeenten en vele andere organisaties de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energiebeleid.

goedkoop mogelijk’, en niet tot formules waarin nieuwe (technische) ontwikkelingen krachtig gestimuleerd worden om daar in de toekomst nieuwe inkomsten mee te genereren.

Stap in goede richting Partijen zetten zich in om de volgende doelen te realiseren: • Een besparing van het finale energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar; • 100 Petajoule aan energiebesparing in het finale energieverbruik van Nederland per 2020; • Een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking (nu 4%) naar 14% in 2020; • Een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023; • Ten minste 15.000 voltijdsbanen, voor een belangrijk deel in de eerstkomende jaren te creëren. Met het Energieakkoord worden belangrijke stappen gezet op weg naar een duurzame energievoorziening en krijgt de economie op korte termijn een stevige impuls. Met het Energieakkoord nemen alle betrokken partijen gezamenlijk de verantwoordelijkheid op zich om te komen tot grote investeringen die leiden tot energiebesparing, meer duurzame energie en extra werkgelegenheid. Tegelijkertijd zal de energierekening voor burgers en bedrijven lager zijn dan voorzien in het regeerakkoord. Het is evenwel niet meer dan een eerste stap. De overige 84% van de omschakeling naar hernieuwbare energieopwekking zal na 2023 moeten plaatsvinden en we zullen de komende jaren ook moeten gebruiken om ons daarop voor te bereiden. De sleutelwoorden zijn dan visie op de langetermijnontwikkelingen en innovatie. Bij lezing van het Energieakkoord valt daarom op dat er een belangrijke stoel aan tafel miste: die van de wetenschap.

agenda’s voor onderzoek en maatschappelijke ontwikkeling aan elkaar te knopen. Neem windenergie. Vanuit Nederland hebben we vroeg onderkend (in de jaren ‘70 van de vorige eeuw) dat een wetenschappelijke benadering windenergie mede tot een economisch succes kan maken. Daar horen de namen van prof. Gijs van Kuik en prof. Gerard van Bussel bij. Wij hebben daar met onderzoeksbudgetten op geïnvesteerd, en roepen nu vaak trots dat iedere windturbine in de wereld gebouwd is met Delftse kennis. Tot op de dag van vandaag spelen

we een grote rol in het internationale wetenschappelijke ‘windcircuit’. Toch staan de grote windturbinefabrieken niet in Nederland. Het zal investeerders namelijk om het even zijn waar de kennis vandaan komt. Als je visie niet combineert met het uitrollen van marktkansen, mis je de boot. De Denen en Duitsers hebben wel hun nek uitgestoken, en daar bloeit de windindustrie. Deze link tussen langetermijnvisie en marktkansen missen we dus opnieuw in het Energieakkoord. Zet onze visionaire mensen ook aan tafel, en doe meer dan polderen alleen. Ondernemen is met

infra | nummer 4

Het topsectorenbeleid is een stap in de goede richting, maar er is meer nodig. Een heel belangrijk ingrediënt is de intensieve verbinding van het innovatieve mkb met de onderzoeksinstituten en universiteiten. Onze studenten starten eigen bedrijfjes, hebben visie op opkomende kansen en zouden vele marktkansen kunnen pakken als ze ondersteund en gestimuleerd worden in de uitwerking van concepten, producten en diensten. Universiteiten doen fundamenteel onderzoek met onderzoekers die daar in drie, vier jaar op promoveren. Zo’n constructie werkt minder makkelijk met het mkb: kleine ondernemers kunnen niet vier jaar wachten op resultaten, laat staan een traject van vier jaar bekostigen. Er zullen dus nieuwe structuren moeten komen om de knappe bollen dichter bij elkaar te brengen en elkaar te laten inspireren. En dat gaat zich ook vertalen in ander soort onderzoeksprogramma’s, al dan niet via de geijkte kanalen. De dynamiek die je hiermee creëert is zeker ook interessant voor de grote bedrijven, voor wie het vaak lastig is echt innovatieve ontwikkelingen in de eigen organisatie tijdig een plek te geven, zeker als die over de grenzen van de eigen kerncompetenties heen gaan. En de energietransitie wordt nu juist gekenmerkt door het feit dat bedrijven nieuwe businessmodellen nodig hebben. Energiemaatschappijen zitten met elektriciteitscentrales en andere assets die niet meer goed passen bij de huidige ontwikkelingen, en zullen verliezen moeten compenseren met nieuwe vormen van inkomsten. Aardgas, een belangrijke kurk van onze economie, raakt op en betrokken bedrijven zullen met iets nieuws moeten komen als ze

41


op de langere termijn willen overleven. Hoe benutten we de komende jaren om de huidige inkomsten en onze expertise om te zetten in de energiedragers en -aders van de toekomst? Hoe kan de Rotterdamse haven het beste inspelen op de energie- en grondstoffenvoorziening van de toekomst? We zullen over de bestaande hokjes heen moeten kijken om radicaal de bakens te verzetten, en wetenschap, kleine en grote bedrijven, en overheden op een effectieve manier te laten schakelen om het onderste uit de kan te halen.

‘We zullen over de bestaande hokjes heen moeten kijken om radicaal de bakens te verzetten’

Investering in onderzoek en ontwikkeling Het is beslist een vereiste om meer budget vrij te maken vanuit de miljarden per jaar die gemoeid zijn met de transitiemaatregelen vanuit het Energieakkoord, de SDE+ regeling, om structureel onze innovatiekracht te versterken. R&D- inspanning gaat over enkele procenten van de grote investeringen. Een paar procent extra zal zich op termijn ruim terugbetalen vanuit de grote economische cijfers. De wereld zal in deze eeuw een enorme draai moeten maken als we de toenemende wereldbevolking van een fatsoenlijk welvaartsniveau willen voorzien: er ontstaat een wereldmarkt die grote behoefte heeft aan nieuwe technologieën, producten en diensten die verantwoord aansluiten bij de behoeftes van burgers. Om daarvan ook economisch te profiteren, is het verstandig nu in onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe technologieën te investeren, die zich zonder twijfel gaan terugbetalen en waarmee de transitie naar duurzame energie wereldwijd versnelt.

daarom om internationale samenwerking en afstemming. Onze universiteiten, kennisinstituten en internationaal opererende bedrijven zijn cruciaal om gezamenlijk die technologieën en beleidsinstrumenten te ontwikkelen waarmee innovatie evenwichtig kan worden gestimuleerd en gerealiseerd. Opnieuw een pleidooi deze partijen intensief bij het vervolgtraject te betrekken. De aanzet in het Energieakkoord voor een innovatietraject voor wind op zee zou ook in andere gebieden navolging moeten krijgen. Er is aandacht om geld vanuit de SDE+ regeling door te sluizen naar demonstratieprojecten, maar die staan niet in het teken van het bouwen van een goed innovatieklimaat waar we op internationale markten ook geld mee kunnen gaan verdienen. Alleen met een

instellingen) komt er innovatie op nationaal niveau tot stand die internationale impact kan hebben.

Naast voloende aandacht voor innovatie, mist het Energieakkoord een heldere reflectie op mondiale ontwikkelingen. Verder dan Europese samenwerking op

gedegen samenwerking in de ‘gouden driehoek’ (overheid, bedrijven, kennis-

kunnen verkleinen, zonder dat daar jaren overheen gaan.

de energietransportnetwerken gaat dit akkoord niet. De revolutie van schaliegas in de VS liet de steenkoolprijzen zover dalen dat in Nederland nieuwe,

OVER DE AUTEURS

De internationale context

schone gascentrales moeten sluiten. De snelle opmars van zon- en windenergie in Duitsland heeft directe consequenties voor de stabiliteit van onze elektriciteitsnetten. Innovatietrajecten vragen

42

Van nieuw elan naar een sterke innovatieagenda Samengevat willen we nadrukkelijk pleiten voor een veel sterkere nadruk op de innovatiekansen van de energietransitie dan wat we nu in het Energieakkoord vinden. Geef universiteiten, instituten en innovatieve bedrijven de ruimte. Betrek ze nadrukkelijker bij de ontwikkelingen, en laat ze meesturen om de onderzoeks- en onderwijs agenda’s te vernieuwen en Nederlandse prioriteiten goed te laten aansluiten bij de grote ontwikkelingen in het buitenland. Beloon initatieven die de kloof tussen wetenschap en industriële innovatie werkelijk

Prof. Paulien Herder is voorzitter van Delft Energy Initiative en hoogleraar Engineering Systems Design in Energy & Industry aan de TU Delft. Chris Hellinga is wetenschapsadviseur bij Delft Energy Initiative van de TU Delft. Delft Energy Initiative is de toegangspoort tot energieonderzoek, -onderwijs en -innovatie aan de TU Delft. Het initiatief jaagt samenwerking en debat aan tussen wetenschappers en studenten onderling en tussen de TU Delft en bedrijven, overheden en politici.

infra | nummer 4


Delft energy initiative