Page 1

Aan de frontlijn Getuige lijkentrein Bondowoso Vooruitblik Veteranendag

juni 2011

5


Veteranen nemen deel aan bevrijdingsdefilé op 5 mei

Warmte in Wageningen Het weer werkt mee, dus het is druk op 5 mei in Wageningen. Zelfs zo druk dat een aantal toeschouwers van het defilé bijna in de verdrukking komt, maar de politie kan voorkomen dat het echt misgaat. De deelnemende veteranen geven zonder uitzondering aan dat het defilé in Wageningen belangrijk voor hen is: “Nergens voelen we zulke warme belangstelling.”

Door: Linde van Deth Foto’s: William Moore

A

an het begin van de middag verzamelen de veteranen zich op het terrein van De Dreien, waar ze elkaar in grote tenten ontmoeten en alvast even kunnen bijpraten. Er zijn op het terrein oude legervoertuigen te zien en er klinken af toe keiharde kanonschoten. Traditiegetrouw lopen er veteranen, erfopvolgers en muziekkorpsen mee met het bevrijdingsdefilé, dit jaar in totaal zo’n 1.500 mensen. Toch is het nog niet al te druk op het terrein waar verzameld wordt. Het is er wél warm en dat levert de eerste wanklank op van die dag: de drank is te duur. Je betaalt voor een biertje of fris één consumptiemunt van € 2,50. Ook bij het toilet moet je een consumptiemunt inleveren, maar dan kun je de rest van de dag gratis. Een aantal veteranen rijdt met het defilé mee in oude legervoertuigen, die in afwachting daarvan staan opgesteld op het terrein. In een van de voertuigen met een internationale bezetting zit ook drievoudig veteraan Aad de Leeuw. Hij heeft er zin in, vertelt hij. “Ik ga al jaren naar Wageningen, ik heb ook bij een infopost gestaan om mensen op te vangen. Meelopen gaat helaas niet meer, maar dat we mee kunnen rijden, is ook fantastisch. Toen wij terugkwamen uit Indië was er totaal geen aandacht voor ons. Dit in tegenstelling tot hier in Wageningen, je ervaart hier zo veel warme belangstelling en waardering. Ik ga ervan genieten.”

8

Check point

Vrijheid Op dat moment heeft Chris van der Klauw De Dreien al verlaten en loopt hij rond in Wageningen. Met een protestbord wil hij aandacht vragen voor de situatie in West-Papoea: ‘In WestPapua, ons voormalige Nederlands Nieuw Guinea, wordt de inheemse bevolking verjaagd uit hun dorpen, misbruikt, gevangen gezet en vermoord, voor het opkomen voor hun legitieme recht op zelfbeschikking.’ Hij wil mensen erop wijzen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Van der Klauw vertelt dat hij van de veteranen een warm onthaal krijgt: “Veteranen vertellen me dat ze de onvrijheid in West-Papoea zelf ervaren hebben op hun latere reizen naar het land waar ze dienden.” In Wageningen loopt hij echter tegen een agente aan die hem vertelt dat hij iets doet wat niet mag, omdat vandaag de dag van de vrijheid gevierd wordt. Ze wil zijn bord afnemen, maar hij weigert dat. Hij wordt aangehouden op grond van artikel 184 Sub 1 van het Wetboek van Strafrecht, zo blijkt later. In Ede wordt zijn verklaring opgenomen, daarna mag hij gaan. Omdat zijn geld in de auto in Wageningen ligt, zit er voor Van der Klauw niks anders op dan 15 kilometer terug te lopen naar Wageningen. Inmiddels heeft hij een officiële klacht ingediend bij de korpschef politie Midden-Gelderland tegen het optreden van de politie.

Missing man Ondertussen stellen de veteranen zich alvast op voor het defilé. Het is lang wachten voordat er beweging in de stoet komt en al die tijd staan de vete-

ranen in de volle zon, zonder drinken. Gelukkig worden er op een gegeven moment flessen water aangesleept. Op het veld staat een groep Unifillers klaar voor de start. Achter de vaandeldragers staan drie Libanonveteranen, met tussen hen in een lege plek. “We lopen in de missing man-formatie”, vertelt de detachementscommandant. “Die plek is voor onze onlangs overleden kameraad Jens van der Vorm en voor alle andere kameraden die ons ontvallen zijn.” De Libanongangers zijn met ongeveer veertig man, maar in Den Haag hopen ze met meer te zijn. “Dat is op een zaterdag, dus dat scheelt. Dan zijn meer veteranen vrij”, vertelt Libanonveteraan Van Ingen. “Wat voor ons de Veteranendag is, is Wageningen voor de oude veteranen. Dit is voor hen de plek waar zij voor het eerst de waardering van Nederland konden ervaren. Dat is ontzettend belangrijk.” Ook de groep van Dutchbat 3 maakt zich klaar voor het defilé. Van enkele Dutchbatveteranen zijn ook de partners en kinderen aanwezig. De kinderen stellen zich op achter hun ouders, ze willen meelopen. “Dit is een geweldige dag voor de veteranen. En de kinderen zijn trots op hun vader of moeder”, vertelt de vrouw van een oud-Dutchbatter. “Het thuisfront is ontzettend belangrijk voor deze veteranen. De partners en kinderen horen er wat ons betreft bij”, zegt de detachementscommandant. Verderop heft het detachement Jonge Veteranen het ‘Lang zal ze leven’ aan voor een jarige veteraan. Dan zet het defilé zich eindelijk in beweging en kunnen de veteranen trots op weg naar het enthousiaste publiek in Wageningen. CP

Nr. 5 / juni 2011


Jonge veteranen zingen het ‘Lang zal ze leven’ voor de jarige veteraan in het midden.

Waardering van het publiek tijdens het defilé in Wageningen.

Nr. 5 / juni 2011

Check point

9


Tips en tools voor in de frontlinie

‘Wie zijn hier de good guys Om in oorlogsgebied te overleven, kun je alle extra informatie en tips goed gebruiken. Oorlogsverslaggever Arnold Karskens, tevens journalist bij dagblad De Pers en oud-columnist voor Checkpoint weet daar alles van. Hij schreef het overlevingshandboek Reizen langs de frontlijn. Ook Libanonveteraan en cameraman Eric Feijten is een doorgewinterde frontlijnreiziger.

Door: Anne Salomons

A

rnold Karskens staat bekend als een uiterst volhardend oorlogsverslaggever. Toen de Arabische lente Libië bereikte, verzamelde de gehele wereldpers zich in het ‘bevrijde’ oosten van Libië, maar Karskens toog juist naar Tripoli, vooralsnog een Khadaffi-bolwerk, om van daaruit

verslag te doen. En Syrië? Journalisten komen er niet in, behalve Karskens. Onlangs wist hij vermomd als toerist – met strohoed en slippers – het land binnen te komen om er uitgebreid verslag te doen van de gespannen situatie. Vermommingen zijn zeker niet nieuw voor de oorlogsverslaggever. Zo valt in zijn handboek Reizen langs de frontlijn te lezen dat Karskens in 1997 verkleed als priester ‘de woelige delen van

Albanië’ binnenkwam en hoe hij verkleed als vrouw met een alles verhullende sluier door het ontvoeringsgevoelige Jemen reisde. Er staan veel meer vermakelijke survivaltips en geestige anekdotes in zijn handboek, maar verder zijn de toon en de inhoud uiterst serieus, want werken en reizen in conflictgebieden blijft levensgevaarlijk. Met zijn boek wil Karskens de ervaren en onervaren bezoeker van

Libanonveteraan en cameraman Eric Feijten aan het werk in Uruzgan, juli 2010. Foto: archief Eric Feijten

10

Check point

Nr. 5 / juni 2011


en wie de bad guys?’ crisishaarden, zoals militairen, diplomaten, hulpverleners en toeristen helpen om uit de problemen te blijven. “Koop dat boek zodat je het kunt navertellen”, benadrukt Karskens. Hij bedoelt dit alles behalve grappig. Volgens hem was een aantal journalisten niet om het leven gekomen als ze zijn overlevingshandboek hadden gelezen. Hij refereert onder meer aan de dood van journalist Sander Thoenes in 1999. Deze journalist werd in Oost-Timor door het Indonesische leger doodgeschoten toen zijn chauffeur bij het zien van een militaire blokkade omdraaide en op de vlucht sloeg. Karskens: “Omdraaien bij een checkpoint moet je nooit doen. Ik denk dat Thoenes zich van te voren niet voldoende op de hoogte had gesteld van de situatie ter plekke. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plek.”

Tijdsdruk Karskens publiceerde zijn overlevingshandboek in 2002, maar sinds die tijd is er wel wat veranderd, er zijn nieuwe brandhaarden, nieuwe wapens en er is over het algemeen meer informatie over conflictgebieden beschikbaar. Daarom verschijnt er begin volgend jaar een herziene versie. “Vooral de communicatie is veranderd, die is nu veel sneller via internet”, vertelt Karskens. “Voor lokale informatie bijvoorbeeld in Egypte of Syrië, kun je nu op Facebook zien waar de rellen plaatsvinden. Het is ook heel belangrijk om zoveel mogelijk informatie te verzamelen voor je op pad gaat. Dat is tevens raadzaam voor de gewone toerist, want je kunt zomaar in een rel verzeild raken.” Als voorbeeld noemt Karskens de grote menigtes in het Midden-Oosten, zoals onlangs de volksopstand op het Tahirplein in Caïro. “Het gevaar bestaat dat zo’n menigte zich tegen je keert, dat moet je snel kunnen inschatten, goed naar de gezichten om je heen kijken. Iedereen kan zich tussen zo’n menigte bewegen, ook undercoveragenten. Daarom moet je met iemand zijn die de lokale situatie goed kent.”

Nr. 5 / juni 2011

Tijdsdruk is volgens Karskens de belangrijkste vijand. “Het gevaar bestaat dat een journalist onder tijdsdruk toch nog snel, snel, snel, rechtstreeks naar de rebellen reist, terwijl het veel slimmer en veiliger was geweest om met een omweg, bijvoorbeeld via een buurland, de rebellen te bereiken. Maar ja, daar doe je dan wel langer over.”

te kunnen luisteren, een zakmesje en een fles water. “Ik heb er ook een klein cameraatje in zitten, ik ben tenslotte cameraman.” Hoewel hij deze vluchttas gelukkig nog nooit nodig heeft gehad, zorgt hij dat al die spullen erin zitten. “Daar mag je niet in verslappen”, benadrukt hij. Als hij voor zijn werk op reis gaat, zorgt hij er ook altijd voor dat zijn cameraspullen zo over de koffers zijn

Don’ts: Naast handige adviezen en uitgebreide informatie heeft Karskens in zijn boek ook een aantal voorbeelden opgenomen van dingen die je juist níet moet doen. Sommige zaken kunt u beter niet vragen, aan de orde stellen, opperen of toestaan aan het front oog in oog met norse militairen: • Wie zijn hier de good guys en wie de bad guys? • Zeker nooit van mensenrechten gehoord? • Wat u zegt: Het schenden van mensenrechten is ook een mensenrecht! • Wie is die lelijke man op dat portret boven uw bureau? • Dat geld dat ik u geef, verdwijnt toch niet in uw eigen zakken? • Een glaasje champagne? Waarom niet!

Zelf heeft hij zich ook niet altijd aan zijn eigen adviezen gehouden. “In Afghanistan heb ik weleens ’s ochtends op een weg gereden waar die dag nog niemand had gereden, dat had ik beter moeten inplannen. Je moet nooit de eerste zijn. Altijd wachten tot een ander je hierin voor gaat.”

Vluchttas Conflictgebieden en rampgebieden, Libanonveteraan en cameraman Eric Feijten is voor actualiteitenprogramma’s als het NOS Journaal en Nieuwsuur overal geweest. Uit zijn tijd in Libanon in 1982 heeft hij een aantal goede gewoontes overgehouden die hij vandaag de dag nog steeds hanteert. “Discipline is het allerbelangrijkst”, aldus Feijten. “De discipline om altijd je spullen op orde te hebben. Je moet ready to go zijn.” Hiervoor heeft Feijten standaard een vluchttas bij zich met onder meer eten, een kaart van de locatie, een telefoon, een paspoort, reservegeld, EHBO-spulletjes een radiootje om naar de BBC Worldservice

verdeeld dat hij altijd nog kan filmen wanneer er een koffer kwijtraakt of ergens op een ander vliegveld terecht is gekomen. Iets wat met enige regelmaat gebeurt.

Gijzeling Al achttien jaar reist de cameraman over de hele wereld om beeldverslag te doen van oorlogen en gewapende conflicten. Deze ervaring zet hij ook al jaren in als journalistentrainer bij de zogenaamde HEST-trainingen (Hostile Environment Safety Training) van de European Broadcasting Union (EBU). “Er zijn veel van dergelijke survivaltrainingen, maar die worden vooral vanuit militair perspectief gegeven, bijvoorbeeld hoe je door loopgraven moet sluipen. Dat hoeven wij als journalisten niet. Bij de training ziet hij regelmatig journalisten die naar het slagveld willen, maar daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. “Als je twijfelt of je er geschikt voor bent, kun je het beter niet doen”, aldus Feijten. “Sommigen hebben te veel bravoure, die gaan vaak

Check point

11


een stap te ver en zijn daar nog trots op ook. Het zijn juist de rustige en onopvallende types die zich veel beter handhaven in conflictgebieden dan de mensen met een grote bek.”

Tijdens de HEST-trainingen wordt de journalisten ook wapenkennis bijgebracht en worden ze erin getraind hoe ze zich moeten gedragen tijdens een ontvoering of kidnapping. “Om

kidnapping te voorkomen, moet je zorgen dat je geen vaste routines hebt. Draag geen schreeuwende kleding en maak je zo onopvallend en onzichtbaar mogelijk. Ga niet elke ochtend precies om dezelfde tijd je hotel uit. En als je gekidnapt wordt, wees dan een grijze muis, houd je vooral rustig en op de achtergrond. Vraag alleen het hoognodige en ga niet meteen lopen roepen dat je de ambassade zal inschakelen en zorg dat je een goed verhaal hebt dat klopt. Ze kunnen alles controleren en als je hebt zitten liegen, dan krijg je echt problemen.” “Ik ben daar inmiddels ervaringsdeskundige in”, vult Feijten lachend aan. Hiermee doelt hij op zijn hachelijke avontuur afgelopen februari in Egypte toen hij een etmaal gegijzeld werd door Egyptische troepen. “Ik heb me heel rustig gehouden en de sfeer een beetje afgetast. Maar je moet je ook niet als slaaf opstellen, je moet wel je waardigheid proberen te behouden.”

Leven

Arnold Karskens bevindt zich als oorlogsverslaggever regelmatig aan de frontlijn. Foto: privécollectie Arnold Karskens

Tips van de lezers Checkpoint deed een oproep aan de lezers om hun tips en tools met ons te delen. Een paar opvallende tips: Jozef Pluijmaekers uit Heerlen heeft een verbetersuggestie voor de schietopleiding: ‘Wanneer een soldaat door het gevecht, ongeval of ziekte een arm niet kan gebruiken, is hij of zij aangewezen op de andere arm. Met name voor het schieten kan dit nadelig zijn. Soldaten hebben in hun opleiding geleerd met de rechterhand aan de trekker en met het linkerbeen naar voren of met de linkerhand aan de trekker en het rechterbeen naar voren met het geweer te schieten. Het zou beter zijn beide (aan) te leren in de schietopleiding.’ Verder heeft hij een nogal dieronvriendelijke, maar wellicht levensreddende suggestie om mijnen op te sporen wanneer je onverhoeds geen mijnendetector tot je beschikking hebt. “De soldaat kan dan een aantal dieren aan een lange stok binden en voor zich uit laten lopen.” Ook heeft hij nog een handige tip om munitie uit te sparen bij het jagen, daarvoor kun je een handkatapult maken en schieten met ronde metalen kogels die in de kogellagers zitten. De heer Oudijk heeft een bijzonder goede tip voor reizigers die graag veel sokken meenemen. Hij vermeldt dat je bij de slager je sokken vacuüm kunt laten zuigen. ‘Zo kan je wel veertig sokken meenemen. En hetzelfde geldt voor handdoeken.’ Ten slotte beschrijft een anonieme inzender wat hij naast zijn gebruikelijke bagage standaard meeneemt als hij op reis gaat: lucifers in een plastiek kokertje, tien meter touw, supertape en een fietsspin. Tips die Karskens kan gebruiken in zijn boek kunt u nog altijd sturen aan checkpoint@veteranen.nl

12

Check point

Hoewel hij zijn ontvoering niet heeft kunnen voorkomen, het was pure pech, hamert Feijten erop dat je als journalist of avonturier in conflictgebieden niet voorzichtig genoeg kunt zijn: “Blijf op de hoogte van de lokale gebeurtenissen, zoek een hotel uit waar je makkelijk vandaan kunt wegvluchten, kijk meter voor meter waar je dekking kunt zoeken als dat nodig blijkt, zorg voor een goede tolk, luister naar de locals en maak vrienden onder het personeel in het hotel. Zij kennen de weg en kunnen je helpen als dat nodig is. Maar het allerbelangrijkst: wees niet eigenwijs, maak van minuut tot minuut een inschatting of het je leven wel waard is wat je aan het doen bent. Niets is je leven waard, dus ook niet dat verhaal dat je zo graag wilt maken.” CP Reizen langs de frontlijn van Arnold Karskens. Een overlevingshandboek voor journalisten, hulpverleners en avonturiers, Meulenhoff, 2002, ISBN 9029071478 (begin volgend jaar verschijnt de herziene versie). Eric Feijten maakte samen met verslaggever Peter ter Velde de documentaire Fokking Hell!, Uruzgan de ervaring. Een verzameling ongecensureerde filmpjes gemaakt door Nederlandse militairen in Uruzgan. Informatie: www.fokkinghell.nl

Nr. 5 / juni 2011


Dutchbatveteranen vrezen dat Mladic einde proces niet haalt

‘Arrestatie veel te laat’ Door Dutchbatveteranen is opgelucht gereageerd op de aanhouding van de van oorlogsmisdaden en genocide verdachte Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic op 26 mei. Maar velen denken dat zijn berechting veel te lang gaat duren. “Ik denk dat hij net als Milosevic de uitspraak niet zal meemaken.” Door: Fred Lardenoye Foto: William Moore

H

umanistisch raadsman Bart Hetebrij, destijds uitgezonden met Dutchbat naar de Moslimenclave Srebrenica, was met een ploeg van de humanitaire stichting Veteranen Actief bezig met het opknappen van een schoolgebouw in het Bosnische Zavidovici toen hij het bericht hoorde van de arrestatie. “De Moslims hielden zich op de vlakte. Er kwam geen Slivovic aan te pas, zoals wel door journalisten werd gesuggereerd. Integendeel, ze waren bang voor de tegenreactie van Serviërs. Een terechte angst als je kijkt naar de pro-Mladic-demonstraties in Belgrado. Het plaatsje ligt een kilometer of zestig boven Zenica, je moet ook niet vergeten dat een dorp verder de BosnischeServiërs het voor het zeggen hebben.”

Politiek opportunisme De humanistisch geestelijk verzorger reageert zelf met enige scepsis op de arrestatie. “Het heeft natuurlijk veel te lang geduurd. Het lijkt nu een operatie die vooral is ingegeven vanuit politiek opportunisme. Omdat Servië onder premier Tadic nu eenmaal graag deel wil gaan uitmaken van de Europese Unie.” Die mening wordt gedeeld door Bosniëveteraan Cor Knufman, die destijds deel uitmaakte van Dutchbat 1. “Ik ben

Nr. 5 / juni 2011

Cor Knufman (r) werd tijdens een terugkeerreis in 2007 geconfronteerd met de weduwen van Srebrenica.

natuurlijk heel blij dat hij opgepakt is, maar ik had van te voren ook al het idee dat ze hem wel eens zouden pakken. Hij was en is voor veel Serviërs de held en ze hebben hem daar tot op hoog niveau goed verborgen gehouden en beschermd tot het moment dat hij problemen begon te krijgen met zijn gezondheid. Omdat het lidmaatschap van de EU op het spel staat en mede van zijn arrestatie afhing, hebben ze hem nu geofferd.” Boudewijn Kok, destijds als chauffeurmonteur deel uitmakend van Dutchbat 3, reageert opgelucht. “Ik was ’s ochtends blij verrast toen ik een telefoontje kreeg of ik het goede nieuws al had gehoord.” Kok maakte net als Knufman deel uit van een groep oud-Dutchbatters die in 2007 een terugkeerreis naar Srebrenica maakte. Hij heeft daar goede contacten aan overgehouden in de enclave. Met hen is hij tevreden over de arrestatie. “Eindelijk gerechtigheid, eindelijk kan er weer een hoofdstuk van het boek Srebrenica dicht.”

Onbeantwoorde vragen Wel maakt hij zich zorgen over hoe het nu verder gaat. “Het is jammer om te

horen dat hij niet in zo’n goede gezondheid is. Het wordt waarschijnlijk een lang en traag proces dat hij niet zal overleven, dus ik hoop in dit geval dat de rechters nu eens gaan kijken naar het leed dat hij heeft aangericht en dat ze niet teveel gaan kijken naar zijn welzijn. Gewoon berechten, hij moet zijn straf horen.” Hetebrij denkt dat het proces wel kansen biedt voor nog altijd onbeantwoorde vragen met betrekking tot de val van de enclave. “Bijvoorbeeld of de verovering van Srebrenica een vooropgezet plan was, inclusief de genocide. Ik weet dat militairen die aan de grens van de enclave zaten, konden waarnemen dat een invasie werd voorbereid. Dat is ook gemeld, maar onduidelijk is gebleven wat daarmee is gebeurd.” Net als Kok is ook Hetebrij bang dat de gezondheid van Mladic een bevredigend proces in de weg staat. “Ik denk dat we net als bij Milosevic weer een heel lang proces gaan krijgen.” Knufman is dezelfde mening toegedaan: “Als ik hoor op televisie dat het proces tegen Mladic tot 2015 gaat duren, weet ik nu al dat hij net als vriend Milosovic de uitspraak niet zal meemaken.” CP

Check point

13


Feestelijke Veteranendag 2011 Veteranendag 2011 wordt weer een feestelijke en gevarieerde dag waar waardering voor onze veteranen centraal staat. Er zijn dit jaar ook weer nieuwe aspecten. Zo ziet het Malieveld er op 25 juni helemaal anders uit. Midden op het veld staat een opvallende entreeboog. Het complete defilé – zo’n vierduizend man met voertuigen – wordt via deze ereboog feestelijk ingehaald op het Malieveld.

Door: Nancy Verkooijen

N

erkenning die zij daarvoor in de maatschappij verdienen. Journalist en schrijver Gijs Wanders heeft daarnaast speciaal voor de Ridderzaal een programma samengesteld waarin met beeld, tekst en muziek een indrukwekkende schets wordt gegeven van de wereld van veteranen, toen en nu. Daarna, tijdens de medaille-uitreiking op het Binnenhof, ontvangen zeventig militairen voor hun inzet bij recente missies de Herinneringsmedaille voor Vredesoperaties, uitgereikt door de Prins van Oranje, de premier, minister van Defensie Hans Hillen en een aantal veteranen. De plechtigheid in de Ridderzaal en de medaille-uitreiking kan door

Kunt u er zelf niet bij zijn op 25 juni? Volg de dag dan via de (social) media. Naast het live verslag van de NOS zal er ook volop getwitterd, gechat, gekrabbeld, gefilmd en gefacebooked worden. Vergeet u zich vooral ook niet aan te melden voor de Online Erehaag op Hyves, die op 31 mei is gestart. Alle informatie over deze bijzondere dag en linkjes naar de sociale media zijn terug te vinden op www.veteranendag.nl CP

Malieveld 9.30-16.30 uur: Activity park, kamp kids, militaire musea en historisch en modern materieel. 14.00-16.45 uur: Optredens van Glennis Grace, Raffaëla, Tante Lien en Jeroen van der Boom, begeleid door de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso en de Marinierskapel der Koninklijke Marine.

Plechtigheid in de Ridderzaal Vanaf 10.25 uur start de plechtigheid in de Ridderzaal voor genodigden. Niet-genodigden kunnen die plechtigheid volgen via schermen op het Malieveld of de videostream op de website www.veteranendag.nl.

Ridderzaal en medaille-uitreiking

Nr. 5 / juni 2011

Social media

Programma Veteranendag

ieuw is ook de spectaculaire aankomst – zo tegen 12.00 uur - op het Malieveld van tweehonderd veteranen op hun motoren. En je kunt er met hulp van deskundigen een eigen zandsculptuur bouwen of meedoen aan het interactieve landenspel. Vanaf het Malieveld is het slechts een korte wandeling naar het Buitenhof. Daar staat een grote zandsculptuur van de Zandacademie. Die staat dit jaar helemaal in het teken van de veteraan in de samenleving. De grote witte saaie tenten op het Malieveld worden omgeruild voor vrolijk gekleurde tenten. Die staan rond een groot gezellig terras met aan de kop het grote muziekpodium. Daar wordt het swingen met onder anderen Jeroen van der Boom, Glennis Grace en Rafaëlla.

In de ochtend krijgen de genodigde veteranen en hun partners in de Ridderzaal weer een indrukwekkend programma voorgeschoteld. In het bijzijn van de Prins van Oranje, premier Mark Rutte en andere politici en autoriteiten wordt daar op diverse manieren stilgestaan bij de inzet van veteranen en de

iedereen worden gevolgd via schermen op het Malieveld of door te kijken naar de live videostream op de website van de Nederlandse Veteranendag.

Defilé Zanger Jeroen van der Boom zal optreden op Veteranendag 2011, begeleid door de Marinierskapel der Koninklijke Marine.

Vanaf 13.20 uur zal de Prins van Oranje het defilé afnemen op het defileerpunt op de Kneuterdijk, vanaf 14.00 uur is er een grote intocht op het Malieveld.

Check point

15


Oproep aan coalitiepartijen om wet te steunen

Initiatiefwet Veteranen gereed Het ziet ernaar uit dat er nog in juni een Initiatiefwet Veteranen wordt ingediend. Hij is gemaakt met steun van vakbonden en deskundigen op het gebied van veteranenbeleid, maar onzeker is nog hoe breed het draagvlak is in de Tweede Kamer. Zoals wel vaker dreigt het gebrek aan financiën roet in het eten te gooien, omdat er ook nog een ‘ereschuld’ ligt met betrekking tot schadevergoeding aan ‘oude veteranen’ die letsel hebben opgelopen tijdens een uitzending. Door: Fred Lardenoye

H

et was bij het forum tijdens het jubileumcongres ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de BNMO op 4 november 2005 dat eigenlijk de kiem werd gelegd voor de Initiatiefwet Veteranen. PvdA-Tweede Kamerlid Angelien Eijsink hield een warm pleidooi voor een integrale benadering van de zorg voor veteranen voor, tijdens en na een uitzending, waarover zij eerder een motie had ingediend in de Tweede Kamer. Vakbondsvoorzitter Wim van den Burg van de AFMP/FNV pleitte daarop voor een wettelijk kader voor deze integrale zorg. “Wij willen een Defensiewet waarin de bijzondere zorgplicht van Defensie wordt vastgelegd”, aldus Van der Burg. Eerder had Marie-Louise Tiesinga, voorzitter van de Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO), al gepleit voor een zelfstandig bestuursorgaan voor de uitvoering van het veteranenbeleid ‘met een stevige begroting op basis van een goed geformuleerde veteranenwet.’

Kamer beloofde Van der Knaap om er toch serieus naar te gaan kijken. Zijn opvolger Jack de Vries, die in december 2007 aantrad, liet in zijn veteranennotitie van 2008 aanvankelijk nog optimistisch weten dat hij nog vóór het einde van het jaar zou komen met een Kaderwet Veteranen waarin de definitie van veteraan en de erkenning van en de waardering voor de veteraan zouden worden verankerd. Tot ongenoegen van de Tweede Kamer en de militaire vakbonden werd in de volgende Veteranennota in 2009 met geen woord meer gerept over de Kaderwet. Met name Eijsink nam daar geen genoegen mee en kreeg steun van een meerderheid van de Tweede Kamer om desnoods met een eigen initiatiefwet te komen. Daarop beloofde De Vries om vóór 1 november met een ontwerp voor

Wettelijke basis Het was vervolgens Eijsink die werk maakte van het tot stand brengen van de veteranenwet. Zo kwam de PvdA in oktober 2006 met de nota Zorgdragen voor veteranen waarmee invulling werd gegeven aan het pleidooi om te komen tot een wettelijke basis voor veteranenbeleid. De toenmalige staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap toonde zich aanvankelijk geen voorstander van een veteranenwet, omdat hij vond dat er al genoeg wettelijk was vastgelegd en dat nieuw beleid ook op een andere wijze geregeld kon worden. Maar mede onder druk van de Tweede

26

Check point

Nationale ombudsman Brenninkmeijer: “Financiering van de schaderegeling voor ‘oude veteranen’ heeft grote politieke urgentie.” Foto: Bureau Nationale ombudsman

de veteranenwet te komen. Aangezien die belofte niet werd ingelost, begon Eijsink samen met Tweede Kamerleden van GroenLinks, SP en D66 vanaf dat moment met een Initiatiefwet Veteranen. Het zorgde ervoor dat medio 2010 de vrij unieke situatie ontstond dat bij de Raad van State zowel een Initiatiefwet Veteranen als een Kaderwet Veteranen van het ministerie van Defensie werd aangeboden voor advies.

Eén loket De in oktober vorig jaar aangetreden minister van Defensie Hans Hillen liet gelijk weten dat hij voorstander was van een zo breed mogelijk gesteunde veteranenwet. Daardoor leek de weg vrij voor de initiatiefwet met een groot draagvlak waar Eijsink c.s. al bijna twee jaar aan werkten. Ook de VVD en de PVV namen in dat kader aan de gesprekken deel. Een belangrijk element van de initiatiefwet is een uitbreiding van de definitie van veteraan, conform de in februari 2010 aangenomen en mede door de VVD ondertekende motie van D66-leider Alexander Pechtold, waardoor ook actieve militairen die een uitzending achter de rug hebben de veteranenstatus krijgen. Voorts worden het Centraal Aanmeld Punt Veteranen (CAP) in Doorn en het Zorgloket Veteranen bij het ABP samengevoegd tot één loket waar veteranen met een zorgvraag (ook op materieel gebied) terechtkunnen. Ook komt er een onafhankelijke instantie waar veteranen hun klachten over de zorg kunnen indienen. “Belangrijk is dat de speciale zorgplicht die Defensie heeft voor veteranen wordt vastgelegd. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld ook in het recht op een minimuminkomen voor een militair die beschadigd is teruggekeerd van een

Nr. 5 / juni 2011


PvdA-Tweede Kamerlid Angelien Eijsink reikt het gevechtsinsigne uit aan enkele militairen van de Luchtmobiele Brigade. Foto: ministerie van Defensie

missie, zodat hij of zij zich volledig kan wijden aan herstel”, aldus Eijsink.

Ereschuld Dat de initiatiefwet nog vóór de Veteranendag zal worden ingediend was bij het ter perse gaan van Checkpoint het enige wat vrijwel zeker was. Of de regeringspartijen de wet steunen, lijkt vooral van het financiële plaatje af te hangen. Volgens de makers van de initiatiefwet levert het geen extra kosten op, maar ligt er wel nog de ‘ereschuld’ met betrekking tot de schadevergoeding voor ‘oude veteranen’. Een schuld waarover al in juni 2010 een akkoord bereikt is tussen de militaire vakbonden en het ministerie van Defensie met bemiddeling van de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer, die toen al de noodzaak van een voortvarende aanpak benadrukte. Het betreft een finale afdoening die betrekking heeft op de groep veteranen ‘die gewond is geraakt tijdens daadwerkelijke uitzending in het kader van een oorlogs- of crisisbeheersingsoperatie vóór 1 juli 2007.’ Gezien de grote aan-

Nr. 5 / juni 2011

tallen dossiers, gerechtelijke procedures van veteranen die soms al meer dan tien jaar slepen, zou met deze regeling een bedrag van 200 miljoen gemoeid zijn. Brenninkmeijer schreef aan het ministerie van Defensie: ‘Als Nationale ombudsman beklemtoon ik dat de behoorlijkheid met zich meebrengt dat aan de gerechtvaardigde belangen van deze kwetsbare groep veteranen met voortvarendheid recht wordt gedaan. De financiering van de beoogde regeling heeft daarom grote politieke urgentie.’

Oproep aan coalitiepartijen Eerder dit jaar verklaarde VVD-Kamerlid André Bosman over de schadevergoedingsregeling voor ‘oude veteranen’ dat er op dat moment geen geld voor vrijgemaakt kon worden: “Dat wil niet zeggen dat het mij niet ontzettend spijt en dat is nog zachtjes uitgedrukt. Maar met bijna 1 miljard aan bezuinigingen krijg je dat nu bij Defensie niet voor elkaar.” De Defensiewoordvoerder van regeringspartij VVD vindt dat het eigenlijk een verantwoordelijkheid is

die breder ligt. “Het is een groter goed dan Defensie. We moeten er als samenleving voor zorgen dat deze mensen een vergoeding gaan krijgen. Er moet een groot bedrag vrijgemaakt worden en als er ergens een financiële meevaller is, dan is dit een van de topprioriteiten waar het naartoe moet gaan.” De militaire vakbonden ACOM en AFMP/FNV vinden dat invoering van de veteranenwet en het inlossen van de ‘ereschuld’ onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer naar aanleiding van de enorme bezuinigingsoperatie op het ministerie van Defensie liet ook voorzitter van het Veteranen Platform Leen Noordzij weten een warm voorstander te zijn van invoering van de Veteranenwet en de verruiming van de definitie van veteraan. “Ik hoop ook dat de coalitiepartijen goed opgelet hebben en dat als de veteranenwet in stemming komt in de Tweede Kamer de fracties, met de mening van veteranen in het achterhoofd, hier in mee zullen gaan.” CP

Check point

27


CheckBOEK

Bijdrage: Fred Lardenoye

Bernhard Gate of droomprins? Op 29 juni is de honderdste geboortedag van prins Bernhard en hoewel de ‘veteraan onder de veteranen’ al ruim zes en een half jaar geleden overleden is, lijkt er aan de stroom boeken over zijn leven geen einde te komen. De meeste daarvan zijn grotendeels gesitueerd in de Tweede Wereldoorlog of kort daarna als de zogeheten Greet Hofmans-affaire zich afspeelt. Uitzondering daarop is de vijfjarige studie van Annejet van der Zijl, Bernhard, een verborgen geschiedenis, die korte metten maakt met een aantal mythes die de prins zelf de wereld in hielp over zijn afkomst bij zijn introductie aan het hof in de jaren dertig. Van der Zijl schetst een af en toe onthutsend beeld van de jonge jaren van Bernhard en vond en passant in de archieven van Berlijn een document dat zijn lidmaatschap van de NSDAP van Hitler bewees. In het knap geschreven boek komt Bernhard vooral over als een frivole opportunist die al talloze liefdesaffaires beleefde en zelfs twee aanzoeken deed, alvorens hij trouwde met Juliana, die immers stamde uit een van de rijkste families van Europa. Het meest omvangrijke werk is de huwelijksbiografie Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 19361956 van Cees Fasseur. Hij kreeg in tegenstelling tot andere auteurs toegang tot het Koninklijk Huisarchief en dat levert, soms pikante, ontboezemingen op van zowel de voormalige koningin als de prins. Hoewel Fasseur er geen geheim van maakt dat prins Bernhard in zijn Londense jaren in de Tweede Wereldoorlog – terwijl zijn echtgenote met de kinderen in Canada verbleef – een buitenechtelijke relatie had met Lady Ann Orr Lewis, concentreert hij zich vooral op de huwelijkscrisis die ontstond na de introductie van Greet Hofmans op Soestdijk in 1948. Deze geheimzinnige vrouw, die bekend stond als gebedsgenezeres, verwierf een positie als vertrouwelinge van Juliana en ontpopte zich door haar invloed op de koningin tot een splijtzwam in het koninklijk huwelijk. Er moest in 1956 zelfs een commissie van wijze mannen onder leiding van minister Beel aan te pas komen om Soestdijk te ‘zuiveren’ van Hofmans en haar getrouwen. Wie Fasseurs boek leest, kan niet aan de indruk ontkomen dat de sympathie van de auteur vooral bij prins Bernhard ligt, die volgens hem ook ‘redder van het Koninkrijk’ werd. Dat ging onder meer ten koste van de inmiddels veelbesproken Gerrie van Maasdijk, die in het ‘Julianakamp’ wordt ingedeeld en met Bernhard gebrouilleerd raakte. Gelijk al bij de introductie van Van Maasdijk, die in 1948 door de prins zelf als adviseur van de hofcommissie op Soestdijk werd benoemd, wordt hij door Fasseur in een negatief daglicht gezet. Benamingen als

28

Check point

‘scheurmaker’, ‘onruststoker’ en ‘het Trojaanse paard, dat het huwelijk zou zijn binnengedrongen’, doen zelfs potsierlijk aan. Alsof het promiscue gedrag van de prins zelf niet genoeg reden was voor een huwelijk dat onder spanning komt te staan. Fasseur haalt zelfs, zoals vaker in het boek, een grafoloog (handtekeningdeskundige) aan om in dit geval zijn gelijk te bewijzen (in een ander geval doet hij overigens het omgekeerde). In schril contrast hiermee staat de aandacht voor de mede door Van Maasdijk aanhangig gemaakte marechausseeonderzoeken naar betrokkenheid van (vrienden van) Bernhard met wapenleveranties en de bekende couppoging van Raymond Westerling in Nederlands-Indië. Fasseur heeft het over slechts drie marechausseerapporten die ‘nog geen spoor van bewijs’ opgeleverd hebben over de verdachtmakingen. In het boek ZKH. Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid. De geheime dagboeken van mr. Dr. I.G. van Maasdijk van Harry Veenendaal en de van tv bekende Jort Kelder komt een heel ander beeld naar voren en blijken er maar liefst acht marechausseerapporten te bestaan. Op basis van de authentieke dagboeken van Van Maasdijk, die Fasseur overigens ook tot zijn beschikking had, wordt gesuggereerd dat prins Bernhard omstreeks 1950 betrokken zou zijn geweest bij meerdere pogingen tot wapenhandel en een staatsgreep met de bedoeling om een soort onderkoning van Nederlands-Indië te worden. In de publiciteit rondom het boek kwamen, naast de talrijke documenten die in het boek staan afgedrukt, ook documenten van de Britse inlichtingendienst aan het licht waaruit in elk geval blijkt dat de prins zeer nauwe contacten onderhield met een netwerk van internationale wapenhandelaren. Fasseur heeft het in zijn boek al over ‘een niet altijd gelukkige keuze van vrienden’ van de prins, maar wie de boeken leest van de inmiddels oud-NIOD-medewerker Gerard

Nr. 5 / juni 2011


Tenzij anders vermeld, zijn deze boeken verkrijgbaar (dan wel te bestellen) bij de erkende boekhandel

Aalders, zoals diens onlangs verschenen boek Bernhard zakenprins, kan niet anders dan concluderen dat Bernhards hele leven gekenmerkt wordt door ‘foute’ keuzes. Aalders onthulde eerder al Bernhards SDAP-lidmaatschap in zijn boek De affaire Sanders. Spionage en intriges in herrijzend Nederland (1996), een feit dat de prins zijn hele leven is blijven ontkennen. Dat deed hij ook heel stellig ten aanzien van de geruchten die bleven opduiken over de zogeheten stadhouKarin de Korte–MunK dersbrief, een schrijven uit 1942 aan Hitler of een van diens naaste getrouwen, waarin de prins zou hebben aangeboden om stadhouder te worden van Nederland. In zijn boek De De laatste jaren van prins kan mij nog meer vertellen probeert Aalders veelal een droomprins aan de hand van historische ‘Karin de Korte schrijft op een prettige manier over de laatste jaren van feiten op Koninklijke een rij te zetten een omstreden hoogheid, vanuit haar eigen discipline, uiteraard, en tegelijkertijd een beetje betoverd door de droomprins die waarom de brief zou passen Bernhard heet.’ lies schut – De Telegraaf in de ontwikkelingen en de speciale aanbieding positie van de prins in die € 2,00 korting op Basta van Karin de Korte-Munk 901-86868 ook voor het tijd.actienummer: Dat geldt normale prijs: € 16,95 / actieprijs: € 14,95 isbn: 978 90 450 1837 9 boek Bernhard Gate. Zwarte deze korting is geldig tot 30 juli 2011 bladzijden uit het leven lever deze bon in bij de boekhandel of kom naar de tentvan in het vP-village op de nederlandse veteranendag 2011 de Prins der Nederlanden van onderzoeksjournalist Ton Biesemaat waarin een minstens even boeiende studie is gemaakt naar deze brief. Maar ook in dit boek wordt naast een hoop ‘circumstantial evidence’ (indirect bewijs) waar Aalders in zijn boek nog het nodige aan heeft toegevoegd, uiteindelijk slechts gewezen op enkele personen die zeggen dat ze de brief ooit hebben ingezien, laat staan dat het meest besproken document uit de koninklijke geschiedenis zelf wordt opgevoerd. De stadhoudersbrief is ook de ondertitel van De Oorlogsjaren van Prins Bernhard II, de tot nu toe laatste verschenen aflevering van de strip Agent Orange van Erik Varekamp en Mick Peet. Het is al het vierde deel in deze reeks en wat opvalt is dat, ondanks de waarschuwing van de auteurs dat een deel van het beschrevene op speculatie gebaseerd is, dit stripverhaal heel accuraat met de feiten omgaat. Het levert in dit deel zelfs een primeur op met de onthulling dat Bernhard bij een bezoek aan de Rolls Royce Vliegtuigmotorenfabriek tijdens de Tweede Wereldoorlog in Engeland bijna door een communistische arbeider werd doodgeschoten. Voor wie geen zin heeft om die soms omvangrijke andere publicaties door te

Basta

uitgeverijatlas. nl

Nr. 5 / juni 2011

0205249823

spitten, levert Agent Orange een prima alternatief met aan het slot altijd een door Coen Hilbrink geschreven verantwoording van de historische feiten waarnaar verwezen wordt. En voor wie dat toch nog te confronterend is, brengt het onlangs verschenen boek Basta. De laatste jaren van een droomprins, wellicht uitkomst. Het is geschreven door Karin de Korte-Munk, echtgenote van de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Rudolf de Korte en als psychotherapeut gespecialiseerd in droomanalyse. Daarmee trok ze tijdens recepties en etentjes ten tijde van haar mans vicepremierschap in het kabinet Lubbers II de aandacht van prins Bernhard, die haar prompt uitnodigde om zijn dromen te verklaren. De naïeve toon van het boek (‘Hoe kunnen mensen dingen over u schrijven zonder u gesproken te hebben?’) en het hoge ‘kijk mij eens’-gehalte worden niet gecompenseerd door de voorspelbare verklaringen van dromen over olifanten en onbestemde vliegreizen met kroonprins WillemAlexander. De titel ‘droomprins’ die Bernhard wordt toebedeeld, krijgt een wellicht onbedoelde dubbele betekenis, want als dit boek al iets aantoont, dan is het de gave van Bernhard om – tot zijn dood – mensen voor zich in te nemen en met name vrouwen om zijn vinger te winden. Bernhard, een verborgen geschiedenis – Annejet van der Zijl. ISBN 9789021437644 Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk – Cees Fasseur. ISBN 9789460032202 ZKH. Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid – mr. drs. H.F. Veenendaal en mr. J.P.W. Kelder. ISBN 9789051796797 Bernhard zakenprins – Gerard Aalders. ISBN 9789461530158 (Kijk voor een aanbieding van dit boek op pag. 34) De prins kan mij nog meer vertellen – Gerard Aalders. ISBN 9789038919065 Bernhard Gate – Ton Biesemaat. ISBN 9789038918075 Agent Orange. De oorlogsjaren van prins Bernhard II. De stadhoudersbrief – Erik Varekamp en Mick Peet. ISBN 9789049032094 Basta – Karin de Korte-Munk. ISBN 9789045018379 (Kijk voor een aanbieding van dit boek op pag. 34)

Check point

29


Murk Hoekstra moest onverwacht naar Nieuw-Guinea

‘Je wist waarom je er was’

dubbel

Check

Murk Hoekstra zat niet te springen om uitgezonden te worden naar Nieuw-Guinea. Zijn bezorgde buurtgenoten vreesden een herhaling van de politionele acties. Zelf is hij bescheiden over zijn inzet, maar zijn bataljon kreeg de hoogste groepsonderscheiding. Hij gaat graag naar de landelijke Veteranendag, maar moet kiezen tussen Den Haag of de TT in Assen. Door: Klazien van Brandwijk Foto: Fred van Brandwijk

O

ngeveer dertigduizend Nederlandse militairen dienden in de periode 1950 tot 1962 op NieuwGuinea. Militairen werden ingezet om, samen met het Papoea Vrijwilligers Korps en de Papoeapolitie, de Nederlandse soevereiniteit te handhaven. Zo hielpen zij bij de opbouw van het land en spoorden Indonesische infiltranten op. Murk Hoekstra vertrok medio 1962 naar Nieuw-Guinea.

Confrontatie In 1949, bij de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, was het Nederlandse deel van Nieuw-Guinea niet inbegrepen. Toch eiste de Indonesische president Soekarno het gebied op. Omdat de militaire dreiging vanuit Indonesië toenam, besloot de Nederlandse ministerraad op 27 juni 1958 de defensie van Nieuw-Guinea te versterken. In de loop van 1961 startte Soekarno militaire acties in Nieuw-Guinea en de spanning nam toe. Na een confrontatie tussen Nederlandse fregatten en een Indonesisch flottielje, op 15 januari 1962 in de Etnabaai, besloot de Nederlandse regering meer militairen naar Nieuw-Guinea te zenden. Hoekstra, die in Steenwijk was gelegerd, werd totaal onverwacht naar het 17e Infanteriebataljon Chassé in Oirschot overgeplaatst en moest naar

32

Check point

Naam en leeftijd: Murk Hoekstra (69) Rang en functie: dienstplichtig korporaal, infanterist Uitgezonden: Nieuw-Guinea Is nu: gepensioneerd Hobby’s: oude brommers Hekel aan: bonussen Beste oorlogsfilm: The Bridge on the River Kwai

Nieuw-Guinea. Hij zat daar niet om te springen. Zijn ouders zagen op tegen zijn uitzending, maar steunden hem. Bezorgde dorpsgenoten, die een herhaling van de politionele acties vreesden, spraken Hoekstra op weg naar de bushalte aan. ‘Ze moesten je niet laten gaan. Wat heb je daar te zoeken?’ Hij vond het afscheid van familie en vrienden zwaar. “Die honderd meter tot de bus, dat waren voor mij de moeilijkste momenten rond mijn uitzending.” Terwijl Hoekstra bescheiden is over zijn inzet in Nieuw-Guinea, kreeg het 17e Infanteriebataljon daarvoor in 1966 de hoogste groepsonderscheiding, het Bronzen Schild, uitgereikt. “Wij moesten wachtlopen bij het ziekenhuis en de huizen van gouverneur Platteel en schout-bij-nacht Reeser. Het huis van Marcus Kaisiëpo, de Papoealeider die later met zijn gezin naar Nederland kwam, stond naast een van de objecten die we bewaakten. Door het hek sprak ik vaak met zijn dochtertje Nelly. Ook moest er gepatrouilleerd worden bij de haven en langs de kustlijn. Dat was nodig omdat Indonesië probeerde per onderzeeër infiltranten aan wal

te zetten. Die vingen wij dan op.” Hoekstra vertelt dat het wachtlopen soms geestdodend was. “Maar de mensen waren blij met ons, je wist waarom je er was.” De dienstplichtig korporaal werd in het najaar van 1962 met open armen, bloemen en oranjekoek in zijn woonplaats Oosterzee binnengehaald. “Dat was ontroerend en fantastisch.”

Veteranendag Een jaar of tien geleden realiseerde Hoekstra zich dat ook hij veteraan is. “Ik ben een van de eerste keren naar de landelijke Veteranendag in Den Haag geweest. Een fantastische happening, al was het maar om prins WillemAlexander te kunnen zien. Nu de landelijke Veteranendag op een vaste zaterdag is gesteld, sta ik steeds weer voor de keuze: wordt het de Veteranendag of de TT in Assen? Daarbij komt dat ik op de vrijdag daarvoor nauw betrokken ben bij de herdenking van de in Indië gesneuvelde militairen in onze gemeente Skarsterlân. Daarom ga ik dit jaar naar de TT. Volgend jaar zie ik wel weer.” CP

Nr. 5 / juni 2011


dubbel

Check

Sinaïveteraan loopt sinds vijf jaar mee in defilé op Veteranendag

‘Een steentje bijdragen’ De inzet van Nederlandse militairen in Uruzgan maakte dat Willem Rijksen besloot mee te lopen in het defilé. “Zo steken we de huidige soldaten een hart onder de riem en ziet de samenleving dat Nederlandse militairen al decennialang worden ingezet voor de vrede.”

Naam en leeftijd: Rang en functie: Uitgezonden: Is nu: Hobby’s: Hekel aan: Beste oorlogsfilm:

Willem Rijksen (70) majoor, administratief commandant (’86) Sinaï gepensioneerd activiteiten in en om het huis dubbele bodems van politici Warriors

Door: Klazien van Brandwijk Foto: Fred van Brandwijk

D

e Nederlandse regering stelde op 22 november 1981 een detachement van 21 marechaussees en 84 militairen van de verbindingsdienst ter beschikking van de Multinational Force and Observers (MFO) in de Sinaï. De multinationale troepen moesten toezien op de naleving van het op 26 maart 1979 in Camp David overeengekomen vredesakkoord. Daarin hadden de Verenigde Staten, Egypte en Israël afgesproken dat een vredesmacht zou toezien op de naleving van de territoriale en militaire bepalingen én het voorkomen van schendingen daarvan.

Vrede stichten Op 7 maart 1982 vertrok Willem Rijksen als pelotonscommandant peloton Zuid in een groep van 26 kwartiermakers naar de Sinaï. Na een overnachting in het MFO-noordkamp bij El Gorah vertrok Rijksen naar Sharm el Sheikh, waar Amerikaanse genisten het MFOzuidkamp bouwden. “Ik was de eerste

Nr. 5 / juni 2011

kwartiermaker in een gebied dat nog volledig door Israël werd bezet. Het was verbijsterend om te zien hoe door de Israëli alles wat ze hadden opgebouwd door henzelf systematisch werd afgebroken of opgeblazen. Die verspilling, dat maakte diepe indruk.” Rijksen benadrukt dat hij geen held is of heel extreme situaties heeft meegemaakt. “Ik vertrok naar de Sinaï met het idee een steentje bij te gaan dragen aan de daar te stichten vrede. Wanneer je er eenmaal bent, zie je dat het echt niet zo gemakkelijk is.” De verbindingscompagnie had als taak om de in- en externe verbindingen van de MFO te onderhouden. Het Nederlandse verbindingspersoneel werd verspreid over de MFO-sector in de Sector Control Centers tewerkgesteld. “Mijn verbindingspeloton zat op het zuidkamp tussen een Amerikaanse overmacht. We werkten in een kleine, hechte club. Als ik hun werkzaamheden controleerde, schaamde ik me stilletjes. Het was eigenlijk niet nodig. De mensen hadden een optimale inzet en waren reuze gemotiveerd.” Rijksen kijkt terug op een zinvolle eerste missie.

Papieren oorlog Begin juli 1986 vertrok hij nogmaals naar de Sinaï. Als administratief commandant van het NL detachement Sinaï met als dubbelfunctie force signal advisor was hij gestationeerd in El Gorah. In deze veertien maanden durende functie zag hij de missie vanuit een ander perspectief en verbaasde hij zich over de veranderingen. “Was er in 1982 nog geen velletje papier, in 1986 kreeg ik alle stukken in drievoud. Het leek wel een papieren oorlog. Ook werd me al snel duidelijk dat de apparatuur niet goed was onderhouden. Van onderofficieren kreeg ik veel respons. Ze waren blij dat ik daar, als echte verbindingsman, oog voor had. De relatie tussen Israël en Egypte was nu rustig en sommige MFO’ers zagen hun uitzending als een vakantie: na het werk zo snel mogelijk met de bus naar Tel Aviv. Dat was voor mij even schakelen. Toch is er in die periode ook goed gewerkt en was onze inzet de moeite waard.”

Defilé Ook dit jaar trekt de Sinaïveteraan naar de Veteranendag in Den Haag om veteranen van andere missies te ontmoeten en omdat hij blij is zich als veteraan te mogen etaleren voor het Nederlandse volk. “Mijn vrouw staat langs de route om te klappen voor Dutchbat 3. Het defilé moet heel indrukwekkend zijn. Misschien ga ik een volgend jaar ook CP wel als toeschouwer.”

Check point

33


INTERCheck Website VVVGFPI: aandacht voor jonge veteranen Dit keer bezocht de redactie de website van de Vereniging Veteranen Vredesmissies Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, VVVGFPI afgekort. Deze vereniging voor jonge veteranen is onder de paraplu van de Stichting Brigade en Garde Prinses Irene binnen het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene ondergebracht. De vereniging heeft ten doel de belangenbehartiging voor de jonge veteranen, waarbij de woorden aandacht, waardering, erkenning en respect de kern van de boodschap verwoorden. Door: Wim van den Burg

D

e website is eenvoudig van opzet en daarmee overzichtelijk. Links van de startpagina is het keuzemenu, waarmee eenvoudig op de website kan worden genavigeerd. Het aantal rubrieken in het keuzemenu is redelijk uitgebreid. We vinden hier onder meer: nieuws, activiteiten, veteranenhelpers, geschiedenis, uitzendingen en foto’s en filmpjes. Verder vinden we op de startpagina nog wat kleine afbeeldingen die je, als erop wordt geklikt, direct bij de rubriek foto’s brengen.

de Klachtenfunctionaris. Nooit weg natuurlijk, maar hier dekt het niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet, de lading. In de rubriek veteranenhelpers stellen twee aalmoezeniers zich voor, die zich aanbieden als veteranenhelper. Jammer is dat niet echt duidelijk is welke rol deze geestelijke verzorgers anders hebben dan diegene die voortkomt uit hun specifieke taak die ze als geestelijk verzorger al hebben. De rubriek geschiedenis geeft naast historische informatie over fuseliers ook informatie over Bosnië, Irak, Afghanistan en Cyprus.

Uitgezonden Nieuws Het woord zegt het al, als we kiezen voor de rubriek nieuws, vinden we dat daar natuurlijk ook. Leuk is het om te lezen dat op 29 april 2011 aalmoezenier Jan van Lieverloo is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Verder vinden we in deze rubriek informatie over het draagrecht Invasiefluitkoord, het zeventigjarig bestaan van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene en verschillend ander nieuws, waaronder twee nieuwsbrieven. Als we kiezen voor de rubriek activiteiten wordt een sprongetje gemaakt naar een pagina waarop voor de activiteiten wordt verwezen naar de website van de regimentsagenda van de fuseliers (www.fuseliers.nl). Vervelend is dan wel dat er geen terugkeerlink te vinden is naar de website van de VVVGFPI. De rubriek rechtspositie is enigszins verwarrend. We vinden namelijk geen rechtspositie als we die keuze hebben gemaakt, maar informatie over

Nr. 5 / juni 2011

De rubriek uitzendingen is onderverdeeld in Afghanistan, Irak, Kosovo en Bosnië. Als we kiezen voor Afghanistan zien we als eerste het verhaal van kolonel Arie Vermeij, die onlangs terugkeerde na een verblijf van vier maanden in Afghanistan. De Goudse ouderling probeerde daar vanuit zijn geloof iets te betekenen voor de opbouw van het land. Die opbouw moet volgens hem samen met de burgers gebeuren, zodat ze niet ingepalmd worden door de taliban. Ook lezenswaardig zijn de artikelen van ‘De Beren’ in Irak. Wie meer visueel ingesteld is, kan zijn hart ophalen als hij kiest voor Kosovo, omdat daar ook redelijk veel beeldmateriaal te vinden is. Zeer uitgebreid is de informatie uit deze rubriek over Bosnië, van IFOR 2 tot SFOR 13, het komt allemaal aan de orde.

Bezoek waard De fotorubriek is niet alleen zeer uitgebreid, de foto’s zijn ook overzichtelijk

gerangschikt, dus er kan redelijk eenvoudig en snel door alle foto’s gebladerd worden. Hoewel de kwaliteit van de foto’s niet altijd even goed is, zijn ze toch de moeite waard om te bekijken. Speciale aandacht voor de foto’s van de Schietoefening Manjaca, daar moet niet alleen geschoten, maar ook geblust worden. Waar hebben we dat meer gezien? In de rubriek filmpjes vinden we overigens ook YouTube-filmpjes van de Schietoefening Manjaca waarin wordt getoond hoe je een brand van vegetatie snel en doeltreffend kunt bestrijden. Samenvattend: een simpele, maar leuke website die een bezoekje waard is. CP

http://www.vvvgfpi.nl Grafisch ontwerp: voldoende Snelheid: goed Toegankelijkheid: ruim voldoende Leesbaarheid: goed Informatief gehalte: goed Interactiviteit: n.v.t.

Check point

35


meetingpoint Geslaagde doorstart veteranencafé Den Bosch Het veteranencafé Den Bosch is sinds begin dit jaar nieuw leven ingeblazen door Sinaïveteraan Paul Niewold en heet nu Veteranen Ontmoetings Centrum (VOC). Door de bijeenkomsten op zaterdag, in plaats van vrijdagmiddag, te plannen, hoopt hij ook meer jonge veteranen te trekken. Het werkt, zo blijkt op de zonnige zaterdagmiddag van 21 mei. Jong en oud drinken samen wat en bekijken foto’s van hun uitzendingen. Door: Linde van Deth Foto’s: William Moore

H

et veteranencafé Den Bosch werd in 2004 opgericht door Frans Assmann vanuit het Contact Oud Mariniers. Oud-marinier Assmann is zelf geen veteraan, maar nam toch het initiatief tot de start van het veteranencafé. “Ik heb respect voor die mannen, daarom wilde ik iets voor hen opzetten”, vertelt hij. Hij benaderde zelf alle veteranen in Den Bosch en omgeving per brief. De eerste keer waren er zo’n 35 man. “Het gaat erom dat veteranen iets van zichzelf herkennen bij anderen. Ik moedigde ze ook altijd aan om foto’s van hun uitzending mee te nemen, zodat anderen die konden bekijken.”

Zaterdagmiddag Helaas liep het aantal bezoekers van het café de laatste jaren terug. Sinaïveteraan Paul Niewold was aan het revalideren van een hernia toen hij voor het eerst het veteranencafé bezocht. “Ik werd gelijk in de groep oude veteranen opgenomen. Ik heb daar veel steun aan gehad. Toen ik na mijn revalidatie weer ging werken, kon ik er niet meer heen, omdat de bijeenkomsten op vrijdagmiddag waren. Toen het aantal bezoekers terugliep, heb ik besloten een doorstart te maken, maar dan wel op zaterdagmiddag, zodat ook de jonge, werkende veteranen kunnen komen.” Begin januari startte hij met het VOC. Op zaterdagmiddag 21 mei zijn er Indië-, Nieuw-Guinea- Libanon-, Sinaï- en Bosniëveteranen en een Afghanistan-

Nr. 5 / juni 2011

ganger aanwezig. En een aantal van hen heeft foto’s bij zich, die door de andere aanwezigen worden bekeken.

Drempel Bosniëveteraan Richard Corten was zeven jaar geleden al eens langs geweest bij het veteranencafé, maar voelde zich toen niet helemaal op zijn plek. “Ik wilde er toen weinig van weten, maar mijn vader wees me erop. Die keer voelde ik me er niet thuis, er waren alleen maar oude veteranen.” In 2009 ging hij een keer kijken bij de Veteranendag in Den Haag. Een oude veteraan vroeg hem toen waarom hij niet meeliep met het defilé. “Ik wist niet hoe! Thuis ben ik op internet gaan kijken en nu ben ik aangesloten bij de Vereniging Jonge Veteranen. In 2010 kwam ik diezelfde oude veteraan weer tegen, maar nu liep ik wel mee.” Op aandringen van Niewold is hij toch weer eens gaan kijken bij het VOC. “Nu bevalt het me goed, je kunt hier gezellig met mensen kletsen. Ik kan thuis ook wel over mijn uitzending vertellen, maar mijn vriendin was er niet bij. Dat is toch anders. De periode van uitzending is kort geweest, maar wel bepalend voor de rest van mijn leven.” Corten drinkt een biertje met drievoudig veteraan Alain Thijssen. Hij werd uitgezonden naar Bosnië, Kosovo en Afghanistan en is sinds kort veteraan. Thijssen vertelt dat hij zich best kan voorstellen dat de drempel om een vete-

ranencafé te bezoeken voor jonge veteranen hoog is. “Ik hoorde van een van de jonge veteranen hier dat hij de vorige keer lange tijd op de parkeerplaats heeft gestaan voor hij de stap kon zetten om naar binnen te gaan. Zo’n bezoek is toch een confrontatie met jezelf, met een periode die achter je ligt.” Niewold is blij met de opkomst en de combinatie van jong en oud. “De zaterdagmiddag werkt goed. De oude veteranen zijn er gelukkig ook weer en we hebben een aantal jonge veteranen aangetrokken. Officieel duurt het tot vijf uur, maar ik ben nog niet voor half acht thuis geweest. Dat is een goed teken.” CP

Wat: Veteranen Ontmoetings Centrum Den Bosch Waar: Nico Schuurmanshuis, Ketsheuvel 50, 5231 PT Den Bosch Wanneer: iedere derde zaterdag van de maand van 15.00 tot 17.00 uur Extra: consumpties tegen een laag tarief Info: P. Niewold, Diamant 10, 5231 KB Den Bosch, tel: 06-26458414, e-mail: pniewold@home.nl

Check point

41


VETERANEN MET EEN MISSIE Bosniëveteraan fietst rondje IJsland voor KiKa

‘Een kind wil gewoon spelen’ Met zeven anderen gaat hij in augustus maar liefst 1.360 kilometer fietsen in IJsland om geld binnen te halen voor KiKa, de Stichting Kinderen Kankervrij. Nou is hij als duursporter wel wat gewend, maar toch verwacht Dutchbat 3-veteraan Jeroen Machielsen (45) dat het een pittige tocht wordt. “Ik fiets wel vaker 150 kilometer, maar niet acht dagen achter elkaar.” Door: Janke Rozemuller Foto’s: privécollectie Jeroen Machielsen

O

p verzoek van zijn gemeente legt Jeroen Machielsen afgelopen 4 mei een krans tijdens de dodenherdenking in zijn woonplaats. Een vreemde ervaring, omdat de herdenking voor zijn gevoel eigenlijk betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog. Hij lijkt zich er niet helemaal thuis te voelen. Machielsen is ook nog nooit naar een reünie van Dutchbat 3 geweest. “Ik had daar geen behoefte aan. Ik voelde altijd dat er twee groepen waren: de groep die tot de val van de enclave bleef en de groep die hen had moeten vervangen, maar na verlof vastzat in Zagreb. Ik hoorde bij die laatste groep. Het was een beetje raar: je had er moeten zijn, maar je was er niet.” Nu alles wat verder achter hem ligt, merkt Machielsen dat hij toch iets meer met zijn veteraan zijn wil gaan doen. Zo wil hij ooit naar de landelijke viering van Veteranendag in Den Haag, maar hij weet niet wanneer. “Ik geloof een beetje in tekens. Dat dingen op je pad komen. Dat je voelt: dit is het moment en daar reageer je dan op. Zo ben ik ooit ook voor de rode baret gegaan. Er stond een advertentie in Veronica Magazine en ik dacht: dat is het. Daar heb ik verder niet zo lang over nagedacht. Achteraf gezien is er wel iets aan voorafgegaan, maar het moment dat ik beslis, is vaak heel spontaan.”

Rondje IJsland Ook zijn besluit om binnenkort deel te nemen aan het rondje IJsland neemt

42

Check point

Actiefoto van Jeroen Machielsen op zijn mountainbike.

hij spontaan. “Ik heb eigenlijk direct ja gezegd. Het past ook wel in het plaatje. Sinds een jaar of tien onderneem ik actieve vakanties, normaal gesproken op de mountainbike. De eerste keer ben ik naar Peru geweest, daarna naar Tsjechië, de Pyreneeën, de Alpen en dan nu IJsland.” Het rondje IJsland is voor hem een logische vervolgstap in het rijtje sportieve uitdagingen. “Dat daar een goed doel aan verbonden is, heeft voor mij een meerwaarde. Het verhaal erachter raakt me, dus dat is een reden om het te doen.” Maar ook zijn ervaringen als militair spelen een rol. “Kinderen zijn nog naïef en onwetend. Als wij met een YPR voorbijreden, bleven zij gewoon spelen. Ze

hebben geen besef dat ze Moslim, Serviër of Kroaat zijn. Ze blijven kind, wat er ook gebeurt. Ze willen gewoon spelen, rennen en ravotten. Als dat niet meer kan, is dat afschuwelijk. Kinderen zijn machteloos tegen oorlog en ziektes.” Het rondje IJsland is bedoeld om kinderkanker onder de aandacht te brengen, maar vooral ook om geld in te zamelen. Initiatiefnemer is Maurice de Keizer, wiens dochtertje op 3-jarige leeftijd aan de ziekte overleed. Zijn broer John is een van de deelnemers en hij betrekt Machielsen er bij. “Ik heb John ontmoet toen ik in 2006 door Tsjechië fietste. We hebben daar samen het Reuzengebergte beklommen. Je beleeft iets bovenop zo’n berg, waardoor een vriendschap

Nr. 5 / juni 2011


Rondje IJsland Wie: Jeroen Machielsen Wat: geld bij elkaar fietsen voor KiKa Waar: Nederland en IJsland Wanneer: van 15 tot 24 augustus 2011 Contact: www.rondje-ijsland.nl (donaties kunnen worden overgemaakt op rekeningnummer 1118.35.399 t.n.v. Rondje IJsland te Hellevoetsluits)

ontstaat. Je voelt wederzijds respect en waardering. Eigenlijk wat veel mensen als militair meemaken. Zelf heb ik dat in Bosnië niet zo ervaren, maar later tijdens het fietsen dus wel.”

Trainen Het rondje IJsland begint en eindigt in de hoofdstad Reykjavik en wordt verreden over een afstand van rond de 1.360 kilometer en 7.025 hoogtemeters. De maximale afstand op één dag is 229 kilometer en gemiddeld wordt er ongeveer 170 kilometer per dag gereden. De acht deelnemers moeten dus een beregoede conditie én enorm veel doorzettingsvermogen hebben. Maar ze hoeven het niet alleen te doen: onderweg worden ze begeleid door twee volg-

auto’s, bemand door vier begeleiders. De deelnemers trainen een paar keer samen, maar meestal individueel. Voor elk van hen wordt dan ook een apart trainingsschema opgesteld. Als duursporter traint Machielsen sowieso bijna dagelijks. Vier keer per week gaat hij hardlopen, steeds tussen de 13 en 26 kilometer, en twee keer per week rijdt hij zo’n 30 tot 40 kilometer op zijn mountainbike. In de winter gaat hij naar de sportschool, waar hij aan spinning doet. Als hij doorgeeft hoe zijn trainingschema eruitziet, reageert fietsvriend en mededeelnemer John onmiddellijk: ‘Jeroen heeft geen trainer nodig.’ Toch is dat niet helemaal waar, vertelt Machielsen. “Voor IJsland moet ik speciaal trainen op het wielrennen,

omdat ik dat niet zo vaak doe.” Dat een wielrenfiets een stuk lichter is dan de mountainbike waar hij normaal op rijdt, merkt hij als hij gaat trainen op een winderige dag. “Omdat ik hardloper ben, ben ik vrij licht. Ik waaide bijna van mijn fiets af. Ik hoop dus maar dat het in IJsland goed weer is.”

Eenling Als Machielsen in 1995 met Dutchbat 3 op uitzending gaat naar Potocari, in het noorden van de enclave, blijft hij zijn rondjes lopen. Hij gaat niet buiten de compound, dus het zijn voor hem maar kleine rondjes. Anderen zijn verbaasd dat hij zo vaak voorbijkomt. “Aan de ene kant was het een gewoonte, maar aan de andere kant was het ook wel bijzonder.

De meeste foto’s die Jeroen Machielsen nog heeft van zijn uitzending, zijn met zijn eigen camera gemaakt. Van de foto’s die hij voor Defensie maakte, moest hij alle negatieven inleveren.

Nr. 5 / juni 2011

Check point

43


Want je loopt je rondjes, maar je bent wel in oorlogsgebied. En mensen moedigen je aan, maar je bent gewoon aan het trainen. Maar waarvoor ben je aan het trainen? Een stemmetje in je hoofd zegt: je moet gewoon doorgaan.” Hij heeft het gevoel dat hij een beetje als eenling in de missie staat. “Misschien omdat ik al wat ouder was. Ik was 27. En omdat ik al gauw een andere functie kreeg. In het vliegtuig zat ik naast adjudant Willem Dijkema, de voorlichter van Dutchbat 3. Ik vertelde dat ik de kunstacademie had gedaan en fotografeerde. Hij gaf aan dat hij nog een fotograaf zocht. Zo ben ik zijn rechterhand

geworden. Ik maakte foto’s en schreef verslagen. En hoewel ik gewoon soldaat was en bleef, had ik meer met de staf te maken. Al die typische soldatendingen zoals op appel of houthakken, hoefde ik niet meer te doen.” Hij voelt zich niet altijd even gemakkelijk in die positie. “Ik was echt de soldaat tussen al die grote mannen en wist heel vaak niet waar het over ging. Dat merk ik nu ook weer, nu ik het onderzoeksrapport over Srebrenica aan het lezen ben. Die geschiedenis hadden we voor de missie moeten weten, niet na die tijd. Je komt daar bij die mensen, maar je weet er bijna niks van.”

Serieus In het begin heeft Machielsen niet goed in de gaten dat hij zich in oorlogsgebied bevindt, het voelt een beetje alsof hij op oefening is. Maar als hij na ongeveer een maand bovenop een hutje zit om een foto te maken, reageert een sergeant vlak bij hem nogal zenuwachtig. Weer binnen in de beschermde hut ziet hij door de verrekijker dat er een tank gericht staat op de observatiepost. Machielsen schrikt terug als hij recht in de loop kijkt. “Vanaf dat moment was het voor mij wel heel serieus. Ineens heb je het besef dat het zo afgelopen kan zijn.” Hij maakt bijzondere foto’s, onder meer zogenoemde spinnenkoppen. Dat zijn een soort panoramafoto’s van gebieden die in kaart moeten worden gebracht. “Vanuit militaire strategie kun je daar dan iets over zeggen: daar staat een hutje, daar zit een Serviër, daar staat een kanon, daar wonen nog een paar Moslims.” Ook maakt hij foto’s van het bezoek dat kroonprins Willem-Alexander aan de compound brengt. Van die foto’s heeft hij nog een paar contactafdrukken. “Bijna alles wat ik daar gemaakt heb, ook de films, is van Defensie.” En dus niet meer in zijn bezit. Enkele foto’s zijn afgedrukt in het boek Dutchbat in Vredesnaam.

Geslaagde missie Jeroen Machielsen (tweede van links) was in Potocari de rechterhand van voorlichter Willem Dijkema (uiterst rechts).

Jeroen Machielsen maakte foto’s van het bezoek van prins Willem-Alexander, die hier in gesprek is met overste Karremans.

44

Check point

Dat Machielsen na verlof niet meer terug kan keren naar de enclave, speelt een grote rol in zijn beleving van de uitzending. “Ik hoorde bij de groep ‘vakantievierders’. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, maar het zorgt er wel voor dat ik wat afstand hou.” Toch zegt hij met een goed gevoel terug te kijken op de missie. “Ik heb veel meegemaakt. Het avontuur spreekt me wel aan en dat was er zeker.” Op de vraag wanneer de missie in IJsland geslaagd is, antwoordt hij dat hij geen bedragen wil noemen. “Dat heeft geen nut. Alles is welkom.” Om naast de donaties meer geld binnen te halen voor KiKa, is op de website een veiling gestart van voornamelijk wielrenshirts. Zo zijn er een gesigneerd shirt van de Zwitser Fabian Cancellara, een gesigneerd snelpak waarmee Theo Bos en Peter Schep derde werden op het WK baanwielrennen in Apeldoorn en een gesigneerd shirt van oud-wielrenner en Rabobank-ploegleider Erik Dekker. CP

Nr. 5 / juni 2011


Zicht op meningen en opvattingen veteranen door online panel

Veteranen trots op militaire inzet Een belangrijke bouwsteen voor het ontwikkelen van het veteranenbeleid zijn de meningen en opvattingen van veteranen zelf. Om zicht te krijgen op de wensen en behoeften van veteranen is het Veteraneninstituut (Vi) daarom een online veteranenpanel gestart in samenwerking met Blauw Research. Hiermee kunnen op structurele basis onderwerpen die te maken hebben met erkenning, zorg en andere veteranenthema’s worden bevraagd. De eerste resultaten zijn veelbelovend en leveren een schat aan informatie op.

Door: Michaela Schok Foto: Jos Groen

I

n december 2010 is het online veteranenpanel van start gegaan. Daarvoor zijn ruim 7.000 veteranen met een veteranenpas benaderd. 45 procent van hen heeft deelgenomen aan een eerste peiling over erkenning en zorg in brede zin. 30 procent wil blijven deelnemen aan het panel. Deelnemers aan dit panel zijn in meerderheid veteranen die als militair uitgezonden zijn naar voormalig Joegoslavië, Libanon, Kosovo, Sinaï, Cambodja, Irak of Afghanistan. Het zijn

vooral mannen van middelbare leeftijd en jongvolwassenen die samenwonen of getrouwd zijn, al dan niet met kinderen. De meeste deelnemers zijn eenmalig uitgezonden, maar bijna een derde vaker.

Trots Uit de resultaten van dit eerste veteranenpanel blijkt dat bijna driekwart van de deelnemers veel waarde hecht aan de veteranenstatus. Deelnemers zijn vooral trots op hun militaire inzet en ontlenen erkenning en waardering aan hun veteranenstatus. Begrip en waardering voor hun inzet ervaren deelnemers vooral van collega-veteranen, de commandant

van de eenheid en familie en vrienden. Daarentegen ervaren deelnemers het minste begrip en waardering van de Nederlandse bevolking, de politiek en de media. Waardering komt voor deelnemers aan het veteranenpanel het meest tot uitdrukking via aandacht van de media, de Nederlandse Veteranendag en in de vorm van materiële uitingen zoals medailles, financiële voordelen, kortingen, privileges en dergelijke. Ruim een kwart van de deelnemers (27 procent) heeft behoefte aan meer waardering vanuit de samenleving voor zijn militaire inzet. OEF/ISAF-, SFIR-, UNIFIL- en UNAMIC/UNTAC-veteranen hebben verhoudingsgewijs de meeste behoefte aan meer waardering (respectievelijk 33,8%, 33,5% 30,2% en 29,9%; zie figuur 1).

Nazorg 14 procent van de deelnemers had behoefte aan steun en nazorg na terugkeer van de uitzending. Relatief meer UNIFIL-veteranen hadden (zeer) veel behoefte aan steun en nazorg na terugkeer van hun missie (20,6%). Het overgrote deel van de respondenten had

Figuur 1. Behoefte aan meer waardering 40% 33,8% 30,2%

30%

26,7%

27,9%

33,5%

29,9% 26,5%

23,1%

24,9%

24,4%

20%

10%

0% Overige missies

50

Check point

UNIFIL (1979-1985)

Eerste Golfoorlog (1987-1992)

Tweede Golfoorlog (1990-heden)

UNAMIC/ UNTAC (1992-1993)

Voormalig Joegoslavië (1991-heden)

Kosovo-crisis (1998-2000)

OEF, ISAF (2002-heden)

SFIR (2003-2004)

MFO (1982-1995)

Nr. 5 / juni 2011


ondersteuning zou kunnen bieden, kwam veelal positieve feedback naar voren over bestaande regelingen en de huidige aanpak. Overige suggesties ter verbetering lagen op het vlak van een actievere benadering, begeleiding en nazorg, als ook meer aandacht voor het thuisfront.

Actievere benadering

Vooral Afghanistanveteranen blijken behoefte te hebben aan meer waardering vanuit de samenleving voor hun militaire inzet. Op de foto een Nederlandse pelotonscommandant tijdens een voetpatrouille door Tarin Kowt stad in december 2006.

al met al geen behoefte aan steun en nazorg. Als toelichting bij deze vraag gaf een ruime meerderheid van alle deelnemers aan het veteranenpanel vooral aan weinig (schokkende gebeurtenissen) te hebben meegemaakt of dat er voldoende nazorg was. Een kleine groep deelnemers gaf aan dat zij geen of onvoldoende nazorg heeft gekregen of meldde dat zij gezondheidsproblemen heeft overgehouden aan de uitzendingen, zelfs jaren na terugkeer. De deelnemers zijn over het algemeen redelijk goed bekend met reüniefaciliteiten, het Centraal Aanmeldpunt van het Vi, het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen en informatie over psychische gevolgen van een uitzending.

Onderling contact 65 procent van de deelnemers aan het veteranenpanel heeft contact met andere veteranen en dan vooral via e-mail, telefoon, internet en persoonlijke ontmoetingen (zoals reünies). Vooral de jongere generatie veteranen lijkt een voorkeur te hebben voor telefoon en/of e-mail. Verhoudingsgewijs hebben veteranen van UNIFIL, UNAMIC/UNTAC en MFO vaker (zeer) veel behoefte aan contact met andere veteranen (18,9%, 14,6% en 13,7%; zie figuur 2). Eén op de vijf deelnemers zou wel iets voor andere veteranen willen betekenen, vooral in de vorm van het bieden van (geestelijke) begeleiding. In de vraag op welke wijze het Vi verdere

Het veteranenpanel levert waardevolle informatie over wat veteranen belangrijk vinden als het gaat om erkenning en zorg en waar het Vi en andere partijen binnen het veteranenbeleid aandacht aan zouden moeten besteden. De deelnemers kennen veel waarde toe aan de veteranenstatus en de behoefte aan onderling contact is groot. Om de jongere veteranen te bereiken is het beter om gebruik te maken van social media, terwijl de veteranen van middelbare leeftijd meer in reünieverband contact maken. Een aanzienlijk aantal veteranen zou graag iets willen betekenen voor andere veteranen, vooral op het gebied van ondersteuning. Hierbij zou het Vi een belangrijke faciliterende taak kunnen vervullen. Ook is het raadzaam om aan te sluiten bij de leefwereld van jongere veteranen. Een bijzonder aspect aan het veteraan zijn is dat veteranen bijzondere ervaringen hebben opgedaan tijdens hun missie, maar eenmaal terug in de burgermaatschappij zijn ook zij druk met werk en gezin. Een actievere benadering van de jongere groep veteranen zal daar op kunnen aansluiten. CP Veteranen die willen deelnemen aan het veteranenpanel kunnen zich melden bij Anke Bergmans, werkzaam bij Blauw Research, via Anke.Bergmans@blauw-survey.com

Figuur 2. (Zeer) veel behoefte aan contact met andere veteranen 20%

18,9%

16%

14,1% 11,7%

12%

8%

13,7%

8,2%

9,1%

8,8%

Eerste Golfoorlog (1987-1992)

Tweede Golfoorlog (1990-heden)

11% 9,5%

8,8%

4%

0%

Overige missies

Nr. 5 / juni 2011

UNIFIL (1979-1985)

UNAMIC/ UNTAC (1992-1993)

Voormalig Joegoslavië (1991-heden)

Kosovo-crisis (1998-2000)

OEF, ISAF (2002-heden)

SFIR (2003-2004)

MFO (1982-1995)

Check point

51

checpoint  

maandblad voor veteranen

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you