Issuu on Google+

Nummer 2, juni 2012

SamenWerken = informeren, inspireren en delen Het vakmanschap van de leerkracht in de spotlights zetten en expertise met elkaar delen. Dat is het doel van deze nieuwsbrief, een uitgave van het nieuwe samenwerkingsverband (SWV) Passend Onderwijs regio IJssel/Berkel (dit is de voorlopige werknaam). Hieronder vallen alle scholen in de gemeenten Berkelland, Lochem, Zutphen, Voorst, Brummen en de dorpen Vorden, Kranenburg en Wichmond. Door elkaar te informeren, inspireren en te laten zien waar we goed in zijn, kunnen we van elkaar leren.

INSPIRATIE UIT DE PRAKTIJK De Dobbelsteen, Brummen:

8

onderwijs en opvang onder één dak Samenwerken in Eibergen en Neede:

9

gezamenlijke plusklassen voor vier scholen De vrije scholen in Zutphen:

10

leren door te doen

PASSEND ONDERWIJS: WAAR STAAN WE NU? Sinds het verschijnen van onze laatste nieuwsbrief in januari is er weer veel gebeurd op het terrein van passend onderwijs, zowel landelijk als regionaal. We zetten de ontwikkelingen graag nog even voor u op een rij.

Wat verandert er?

Het wetsvoorstel brengt veranderingen met zich mee voor schoolbesturen, leraren en ouders. Enkele belangrijke punten zijn: • Ouders melden hun kind aan bij de school van hun voorkeur. Binnen zes tot tien weken moet de school een zo passend mogelijk aanbod regelen. Op de eigen, een andere reguliere of een speciale school binnen de regio. • De school regelt extra ondersteuning in de klas, een plek op een andere school of plaatsing binnen het speciaal onderwijs. Ouders hoeven dus niet meer zelf een ingewikkelde indicatieprocedure te doorlopen. • Kan de school waar de leerling is aangemeld niet zelf in de benodigde onderwijsondersteuning voorzien? Dan moet de school binnen het samenwerkingsverband een school vinden die dat wel kan - eventueel binnen het (v)so.

Taken nieuw samenwerkingsverband

De schoolbesturen in het samenwerkingsverband spreken af hoe passend onderwijs voor elke leerling zo goed mogelijk kan worden gerealiseerd. Ze leggen deze afspraken vast in een ondersteuningsplan. Daarnaast beslist het samenwerkingsverband of een leerling wordt toegelaten tot het (v)so. Dit gebeurt op advies van deskundigen. De samenwerkingsverbanden leggen jaarlijks verantwoording af over het gevoerde beleid in een jaarverslag en jaarrekening. (Bron:www.passendonderwijs.nl.)

Regionale ontwikkelingen

In onze regio hebben we niet zitten wachten tot de wet een feit was. In september 2011 zijn we begonnen met het vormgeven van het nieuwe samenwerkingsverband. Dit is een hele klus, omdat we te maken hebben met 27 schoolbesturen, 105 scholen en 6 gemeenten. Dit proces vraagt eerst de nodige acties op bestuurlijk niveau; er moet gesproken worden over de visie en gedeelde uitgangspunten. Ook moeten we het eens zijn over de basisondersteuning. Welke ondersteuning kunnen we straks nog bieden met het lagere budget? Verder moet een compleet nieuwe rechtsvorm worden opgericht, met alles wat daarbij komt kijken. Dit moet allemaal gebeuren in de eerste fase, op basis van consensus.

Houtskoolnotitie

De besturen in onze nieuwe regio hebben moed getoond door in een hoog tempo alle onderwerpen met elkaar aan de orde te stellen in drie bijeenkomsten. Hierbij zijn de standpunten uitgewisseld en is soms fel gediscussieerd. De ingrediënten uit deze bijeenkomsten hebben geleid tot een houtskoolnotitie: de ruwe schets van het nieuwe samenwerkingsverband. (vervolg op pagina 4)

In deze uitgave vindt u verder: • Passend onderwijs in onze regio: hoe geven we dat vorm? Pagina

• Verslag studiereis Londen-Newham

Pagina

• Lachen en leren

Pagina

• Inspiratie uit de praktijk Meer belangrijke veranderingen vindt u op: www.wsnszutphen.nl, onder passend onderwijs.

2

Pagina

• Column

Pagina

5 6 8 12

1


Passend onderwijs in onze regio: hoe geven we dat vorm? Op 15 en 16 februari organiseerde WSNS van de regio’s Zutphen en Berkeldal een tweedaagse conferentie over de vormgeving van passend onderwijs in de regio IJssel/Berkel. Doelgroep: schoolbestuurders en directeuren. Doel: nadenken over samen professionaliseren, synergie en keuzes maken.

Wat hebben we al gedaan?

*  maart 2012: - de stuurgroep heeft de hoofd lijnennotitie besproken * april 2012: - alle besturen hebben het concept van deze notitie vastgesteld - de stuurgroep heeft het commentaar op de notitie besproken

Wat gaan we nog doen?

* juni 2012: - vaststellen van de hoofd- lijnennotitie door de stuurgroep * september 2012: - officieel vaststellen van de notitie door alle betrokkenen - officieel oprichten van nieuw samenwerkingsverband - regelen van onder meer medezeggenschap Dit tijdpad kan enigszins worden aan-

Tijdens deze conferentie is intensief gesproken over alle aspecten van passend onderwijs in de regio. De uitkomsten van de tweedaagse zijn gebruikt voor de zogenaamde houtskoolnotitie van het nieuw te vormen samenwerkingsverband. Hierin staat in grote lijnen hoe het samenwerkingsverband wil gaan functioneren.

Enthousiaste reacties

Ria Aartsen (voorzitter van het huidige samenwerkingsverband Zutphen én van de stuurgroep van het nieuwe samenwerkingsverband) en Petra van Haren (bestuurder van de stichting PCBO in Voorst) zijn enthousiast over de tweedaagse conferentie. “Het is allemaal heel positief verlopen”, geeft Ria Aartsen aan. “Het is duidelijk dat we vertrouwen hebben in elkaar én het nieuwe samenwerkingsverband. Dit is essentieel voor een goede samenwerking. Ook hebben we onderling nieuwe verbanden gelegd, op een heel natuurlijke manier. Het was twee dagen hard werken, in een heel prettige sfeer. Ik heb dan ook veel vertrouwen in de toekomst!”

Nieuwe start

Petra van Haren vervolgt: “Wat mij vooral opviel, was dat er bij de allereerste bijeenkomst in september nog verschillende ‘bloedgroepen’ waren: twee toonaangevende samenwerkingsverbanden die de mogelijkheden onderzochten om samen te gaan. Inmiddels hebben we een nieuwe start gemaakt, iets compleet nieuws neergezet en het oude achter ons gelaten. Dat dit zo snel en soepel is verlopen, geeft vertrouwen en een gevoel van solidariteit. Samen kiezen we voor iets nieuws in plaats van het bestaande te verbouwen.” Ria Aartsen vult aan: “Met als belangrijkste uitgangspunt een succesvolle schoolloopbaan voor alle kinderen in de regio. Wat er ook gebeurt, dáár ligt onze focus.”

er was voldoende aandacht voor het inbrengen van ieders belangen, van grote én de kleinste scholen. Het overleg was serieus, respectvol en gelijkwaardig, met ruimte voor een kritische noot. Deze open manier van communiceren voorspelt veel goeds. Vooral ook omdat gemeenten aanschoven om mee te praten.” Ria Aartsen besluit: ‘We hebben in korte tijd een mooie basis gelegd, die we nu gaan ‘finetunen’ met onze achterban. Dit is uniek in Nederland en ik wil alle deelnemers complimenteren met hun bijdrage!” (Foto’s: Marc Leeflang)

Ruimte voor ieders belangen

Vooral de manier van samenwerken aan iets nieuws, bevalt de beide dames. “Het verloopt echt bottom-up, met een goede begeleiding van Ank Stegenga en Luuk van Aalst”, vertelt Petra van Haren. “Er waren veel verschillende mensen, met dito meningen. Maar

gepast door het jaar extra invoeringstijd.

2

3 SamenWerken, juni 2012


vervolg pagina 1

In deze houtskoolnotitie hebben we de volgende onderwerpen uitgewerkt: • visie en missie • onderwijsondersteuning • professionalisering • bestuurlijke inrichting • financiën • personeel • afstemming met gemeenten & (jeugd) zorg • ouders en medezeggenschap • kwaliteitszorg.

Overleg met de achterban

Al deze onderwerpen zijn op hoofdlijnen uitgewerkt en moeten een praktische vertaling krijgen in het eerste ondersteuningsplan. Op 17 april is de houtskoolnotitie gepresenteerd aan de besturen. Na een aantal aanpassingen was deze klaar om te bespreken met de ‘achterbannen’. Een compliment aan de 27 besturen is hier wel op zijn plaats! In een hoog tempo hebben zij met elkaar ingewikkelde onderwerpen uitgewerkt, met respect voor ieders argumenten. Na het raadplegen van de ‘achterbannen’ willen we de notitie definitief vaststellen en overgaan tot de oprichting van het nieuwe samenwerkingsverband, inclusief het nieuwe bestuur.

En toen viel het kabinet…

4

Na zeven weken onderhandelen in het Catshuis viel het kabinet. De Wet passend onderwijs was inmiddels al aangenomen door de Tweede Kamer en voor behandeling naar de Eerste Kamer gestuurd. In de uitgelekte stukken van het Catshuisberaad konden we lezen dat al een deel van de bezuinigingen was geschrapt. Daarna volgde het Kunduz- of Lenteakkoord. Hierin werd zelfs afgesproken dat de totale bezuiniging van 300 miljoen werd geschrapt. Fantastisch nieuws voor heel het onderwijs. En eindelijk was er geluisterd naar 50.000 stakende mensen in de ArenA. De wet lag nog wel steeds voor behandeling bij de Eerste Kamer. Die heeft inmiddels besloten om het onderwerp niet controversieel te verklaren en de wet gewoon te behandelen, naar verwachting kort voor de zomervakantie. Er verscheen een brief van de minister van OCW dat de invoeringstijd met een jaar wordt verlengd. Dit betekent dat we een jaar extra krijgen om passend onderwijs zorgvuldig in te voeren. Zonder de bezuiniging van 300 miljoen en met alle goede dingen die we al doen in onze regio, gaat dit zeker lukken! Wordt vervolgd…

WSNS KIEST VOOR DE VERWIJSINDEX Met de meeste kinderen en jongeren gaat het gelukkig goed. Maar soms is nét een beetje extra aandacht nodig. Het is dan belangrijk dat we snel de juiste hulp bieden. Hulp die er echt toe doet. Om dit te realiseren, moeten organisaties goed en snel kunnen samenwerken. Met de Verwijsindex bijvoorbeeld. De Verwijsindex is een landelijk, digitaal systeem waarmee professionals zoals leerkrachten, hulpverleners en begeleiders elkaar snel kunnen vinden. Zodat zij kinderen zo goed mogelijk kunnen helpen en hen de zorg bieden die ze verdienen.

De Verwijsindex in het onderwijs…

De onderwijsinstellingen in de regio Oost Veluwe/Midden IJssel en Achterhoek hebben samen besloten mee te doen met de Verwijsindex. Belangrijk, want de praktijk maakt duidelijk dat onderwijsinstellingen een belangrijke partner vormen als het gaat om tijdige signalering. Ook iedere WSNS-organisatie heeft afgesproken actief deel te nemen aan de Verwijsindex.

VERSLAG STUDIEREIS LONDEN-NEWHAM Wat kunnen wij leren van inclusief onderwijs in Engeland?

… en in onze regio

Uiteraard vindt ook WSNS Zutphen/ Berkeldal het belangrijk dat er vanuit scholen actief wordt gesignaleerd. Om dit te stimuleren, komen er twee nieuwsbrieven over de Verwijsindex, bedoeld voor leerkrachten en ib-ers. Ook wordt signalering in de Verwijsindex opgenomen in de Onderwijs- en Zorgroute en het formulier ‘handelingsgericht werken’. Verder plaatsen we informatie over de Verwijsindex op onze website. En ten slotte verzorgen we informatie over de Verwijsindex voor basisscholen, bedoeld om op te nemen in de schoolkrant en/of de website.

Meer weten?

Meer informatie is te vinden op de site: www.multisignaal.nl. U kunt ook bellen met de regionale Coördinatoren van het Centrum voor Jeugd en Gezin: Leonie Scheerder (Lochem): 0573- 28 93 74, Joke Westdijk (Zutphen): 06 - 20 74 27 76 of Harm Wijgergangs (Berkelland): 0545 - 25 04 76.

PASSEND ONDERWIJS?

Begin maart van dit jaar bracht een groep directeuren en intern begeleiders van scholen uit ons samenwerkingsverband een bezoek aan de Londense wijk Newham. Met als doel: ervaren hoe inclusief onderwijs hier vorm krijgt. Deelnemers Nienke van der Hoff en Monique Mekkering vertellen hoe het was en wat zij ervan hebben opgestoken.

Inclusief onderwijs in het kort

Inclusief onderwijs houdt in dat alle kinderen les krijgen op een gewone school. Kinderen met een handicap of leerstoornis hoeven dus niet naar een speciale school; de eigen school past zich aan de leerling en zijn mogelijkheden aan en biedt de hulp die nodig is.

Nienke van der Hoff - intern begeleider van basisschool St. Martinus Bussloo en brede school Antonius de Vecht - vond de studiereis zeer leerzaam: “Vooral de basishouding van de scholen in Newham sprak me aan: alle kinderen kunnen in principe in hun eigen wijk naar school. Een mooi initiatief, waar we een voorbeeld aan kunnen nemen. Maar daar hebben we wel de middelen voor nodig, op een flexibelere manier dan nu geregeld is. Nu krijg je vaak middelen voor vier jaar, terwijl je soms met minder toe kan en soms langdurig extra zorg nodig hebt. Om meer effect te kunnen sorteren, moeten die middelen beter verdeeld worden. We moeten gericht kijken naar wat een kind nodig heeft.”

inspirerend. “De scholen in Newham waren stuk voor stuk érg gericht op het kind, met onderwijs op maat. Daar liggen voor ons ook kansen”, denkt ze. “Door te kijken naar wat wel kan en het systeem te veranderen. In Nederland moet het kind in ons systeem passen. In Engeland wordt het systeem juist aangepast aan de onderwijsbehoefte van het kind, het kind staat daar dus echt centraal. Een heel andere wereld, die hier niet compleet over te nemen is, maar waar we zeker wat van kunnen leren. Als we ons meer focussen op het kind, kunnen meer kinderen in hun eigen omgeving naar school, met hun eigen vriendjes en vriendinnetjes. Ik vond het bezoek heel indrukwekkend en motiverend, ik had al mijn collega’s mee willen nemen!”

Inventief zijn

“In de Londense klassen waar ik ben geweest, was veel meer ondersteuning en begeleiding”, vertelt Monique Mekkering. “Ik denk dat dat hier ook kan. Als het speciaal onderwijs zou verdwijnen, krijgt iedere school gemiddeld vier leerlingen extra. Om het dan haalbaar te maken, heeft

Leren van elkaar

“Ook viel me op dat ze in Newham heel doelmatig bezig zijn”, vervolgt Nienke van der Hoff . “In de scholen hingen overal posters met kernwaarden, projecten en planningen. Je ziet zo heel concreet waar een klas mee bezig is. Wij zouden dit op onze scholen ook meer zichtbaar kunnen maken. Door de gesprekken met collega’s heb ik ook gemerkt dat we dichter bij huis nog veel meer kennis kunnen delen. Ik denk dat we nog veel meer voor elkaar kunnen betekenen als we met elkaar in gesprek blijven en elkaar vragen om mee te denken in oplossingen. Als het gaat om passend onderwijs hebben we elkaar hard nodig. Dan kunnen we kinderen echt geven wat ze verdienen.”

Focussen op het kind

Monique Mekkering - intern begeleider van de J.A. de Vullerschool in Gorssel - vond de studiereis positief en

de leerkracht natuurlijk wel ondersteuning nodig. En er zal altijd een groep kinderen blijven die meer gebaat is bij speciaal onderwijs. Maar met de juiste materialen, geld en scholing komen we heel ver. Als we uit onze ‘comfort zone’ stappen, zijn er kansen genoeg! Natuurlijk wordt er enorm bezuinigd, maar het is de uitdaging om het geld effectief en efficiënt te gebruiken. Er valt zoveel te winnen, als je maar inventief bent. Onderzoek wat er voor een kind nodig is op jouw school. Vind je het antwoord zelf niet, vraag het dan binnen het samenwerkingsverband. Kijk bij elkaar in de keuken en leer van elkaar, dat is zó zinvol. Want zien dat alle kinderen zich kunnen ontwikkelen, is toch het mooiste wat er is?”

Illustratie: Jan Braamhorst.

5 SamenWerken, juni 2012


LACHEN EN LEREN tijdens de themamiddag communicatie Het zijn roerige tijden in onderwijsland. We moeten veel doen, maar met steeds minder geld. En dat wringt. Goed communiceren om toch onze doelen te bereiken, is dan ook van groot belang. Daarom organiseerde WSNS regio Zutphen op woensdagmiddag 14 maart een themamiddag over communicatie. Onder het mottor SAMEN KOMEN WE ER! konden de circa 250 aanwezigen in de Hanzehof in Zutphen leren en zich laten inspireren. Na de lunch startte de themamiddag met de hilarische en zeer herkenbare Ja-maar Communicatieshow. Al bij de start zat de stemming er goed in. “Wat een leerzame dag, met veel toepasbare tips. Gebracht op een manier die zeker blijft hangen!”

De twee presentatoren hamerden op humoristische wijze op het belang van ‘omdenken’: problemen en beperkingen omzetten naar kansen en mogelijkheden. Oftewel het verschil tussen de ‘jamaar’- en de ‘ja-en’-zeggers. De eerste groep ziet vooral beren op de weg (“Ja, maar dat geld hebben we niet”), de tweede mogelijkheden (“Ja, en wat als

6

Hierbij stonden onder meer het verbeteren van prestaties, het stellen van doelen en het verhogen van zelfinzicht centraal. Maar ook bijvoorbeeld de

het ons niks gaat kosten?”). De truc zit ‘m in het sturen naar een ja-en-reactie. Met andere woorden: maak van je probleem je vriend! “Ondanks zorgelijke financiële omstandigheden is de organisatie redelijk optimistisch en creatief. Ze zien toch kansen ondanks de bezuinigingen - en die zie ik nu ook.”

Omdenken in de praktijk

Een voorbeeld: op het Groningse platteland waait het vaak flink. Hierdoor zien toeristen vaak af van een fietstocht. (“Fietsen? Ja, maar het waait!”) De oplossing: zet verschillende fietsroutes uit, gebaseerd op de verschillende windrichtingen. Zo is per dag te bekijken welke route prettig te fietsen is. (“Ja, en “Het was een leuke middag, waar ik zeker wat aan heb gehad. Zo kreeg ik een spiegel voorgehouden over mijn eigen houding en manier van communiceren.”

met de wind in de rug!”) Dit omdenken is vaak prima toepasbaar in ons werk,

al vraagt het wel wat oefening. Via tal van praktische voorbeelden liet het Jamaar-team zien hoe we het beste kunnen omgaan met bijvoorbeeld onzekere, verlegen leerlingen, veeleisende ouders en klagende collega’s. De moraal van het verhaal: probeer de andere partij niet te veranderen, maar benader hem of haar op een radicaal andere manier “De Ja-maar show was ontzettend leuk. Met een belangrijke les: spreek de taal van degene met wie je in contact bent.”

en haal hier voordeel uit. Kijk niet naar wat er niet is en zou moeten zijn, maar juist naar wat er is en wat je daarmee kan. Kortom: vecht niet tegen de golven, maar leer surfen.

Workshops communicatie

Na de pauze konden de deelnemers één van de zes praktische workshops over communicatie volgen, stuk voor stuk toepasbaar in onze onderwijspraktijk.

“Een heel inspirerende bijeenkomst, waarin ik vooral heb geleerd mee te gaan met je gesprekspartner om ‘m te bereiken. Ook was het leerzaam om ideeën met collega’s uit te wisselen. Bijvoorbeeld hoe je met ouders communiceert.”

praktische toepassing van internet en sociale media in het onderwijs. Zoals het inzetten van YouTube-filmpjes als lesmateriaal en handige internetprogramma’s voor leerlingen om samen te werken of elkaar te overhoren.

Workshop Communicatie met ouders Respectvol communiceren met ouders is niet altijd makkelijk. Karen van Kooten gaf praktische en concrete richtlijnen om de communicatie tussen school en ouders te verbeteren - toepasbaar voor iedereen.

Workshop mentale training & communicatie Ivo Spanjersberg liet zien hoe je mentale vaardigheden kunt aanleren om (sport)prestaties te verbeteren. Ook vertelde hij meer over de relatie tussen mentale weerbaarheid, motivatie, spanning, concentratie, zelfvertrouwen en prestaties.

Workshop Sociale media in het onderwijs Hoe zit het met het zoekgedrag, de kansen en uitdagingen van internet in het onderwijs? Hanneke van Stokkom gaf praktische voorbeelden over het gebruik van onder meer Twitter, Hyves, Facebook en weblogs.

Workshop 100% actief ouderschap op elke school Kinderen presteren en ontwikkelen zich beter als de ouders betrokken zijn. Paulien Gruintjes gaf een aantal simpele oplossingen om ouders nog meer bij de school te betrekken. Actief ouderschap dus, met snel resultaat.

Interactieve theatervoorstelling over lastige oudergesprekken Lastige gesprekken met ouders, wie heeft er geen ervaring mee? Margriet Lem liet met gespeelde scènes zien welke aanpak wel en welke juist niet werkt. Deelnemers konden meedoen aan de gesprekken, maar ook meedenken over oplossingen.

Workshop Passend communiceren over passend onderwijs Hoe communiceer je over passend onderwijs? Luuk van Aalst ging in op de feiten, achtergronden, kansen en bedreigingen ervan. Zo bood hij praktische handvatten om op een positieve manier te communiceren met ouders, gemeenten en zorginstellingen.

“De humor erbij was prettig. Ook als je een beetje relativeert en het niet te serieus neemt, krijg je de boodschap mee. Ik heb de gesprekstechnieken weer scherp op het netvlies!”

Tijdens de netwerkborrel werd enthousiast nagepraat over de middag. Ook wisselden bezoekers nog wat laatste tips met elkaar uit. Een gezellig einde van een dag die nog lang stof tot nadenken biedt.

7

(Foto’s: Marc Leeflang en Ja-maar®) SamenWerken, juni 2012


2

INSPIRATIE UIT DE PRAKTIJK 1 De Dobbelsteen, Brummen:

onderwijs en opvang onder één dak Hoe maak je het als school en kinderdagverblijf ouders en kinderen zo aangenaam mogelijk? Binnen kindcentrum ’t Speelveld in Brummen werken diverse partners intensief samen om dit doel te bereiken. Met succes! ’t Speelveld is een samenwerking van openbare basisschool De Dobbelsteen en Stichting Kinderopvang Brummen en Eerbeek (SKBE). Het doel: samen doen wat goed is voor kinderen. Zodat ’t Speelveld een fijne, vertrouwde en veilige plek is waar kinderen leren en plezier hebben. En waar ouders intensief bij school en opvang worden betrokken. Chris Merkx, directeur van De Dobbelsteen, legt uit: “Door intensief met elkaar samen te werken, laten we onderwijs, opvang en activiteiten beter op elkaar aansluiten en vormen we één aanspreekpunt voor ouders.”

Compleet dagarrangement

“Samen met partners als een gymvereniging en een muzieklerares bieden we sinds kort het gemak van een compleet dagarrangement: onderwijs en opvang onder één dak”, vervolgt Chris Merkx. “Hierdoor zijn kinderen vóór, tijdens en ná de lessen in dezelfde vertrouwde omgeving.

“Door intensief met elkaar samen te werken,

laten we onderwijs, opvang en activiteiten beter op elkaar aansluiten”

Daarnaast hebben we een speciale peutergroep. En de groep Kids2move, met kinderen van acht tot twaalf jaar die na school onder begeleiding bijvoorbeeld sporten, koken en muziek maken.” Intern begeleider Alice Koekkoek vult aan: “Dit is nadrukkelijk geen verlengde schooldag, maar de leerlijn komt wel op een leuke manier terug. Dus ‘formeel leren’ tijdens de lessen en ‘informeel leren’ na afloop. Een voorbeeld: als we in de lessen een lijst met moeilijke woorden behandelen, dan laten we diezelfde woorden na school terugkomen in liedjes of verhalen. Zo zorgen we spelenderwijs voor verdieping.”

Talentengids voor ouders

“Door regelmatig met alle betrokkenen te overleggen, weten we van elkaar waar we mee bezig zijn en zitten we op één lijn”, vertelt Chris Merkx. “Samen bekijken we wat er speelt en bedenken we leuke activiteiten. Bij de uitvoering passen we dezelfde aanpak en regels toe als tijdens de lessen. Ook de ouders betrekken we hier graag bij. Door mee te denken én hun eigen talenten in te zetten. Zij kunnen

bijvoorbeeld een lesdeel op zich nemen of een workshop verzorgen. Zo hebben we al een kapster en een chirurg op school gehad. Om te weten welke talenten of hobby’s ouders hebben, maken we een digitale talentengids. Een interactieve website waarop zij zelf hun werk of hobby’s kunnen aangeven.”

Aanpak van dyslexie

Ook als het gaat om dyslexie zet basisschool De Dobbelsteen graag een stapje extra. “Onze aanpak is goed doorontwikkeld”, zegt Alice Koekkoek. “Zo gebruiken we het programma ‘Sprint’ op de pc, dat stukjes tekst voorleest of uitvergroot op het scherm. Ideaal op school, maar ook om thuis mee te oefenen. Een groep actieve ouders heeft al onze boeken ingescand, zodat ze met ‘Sprint’ te gebruiken zijn. De kinderen zijn erg enthousiast over het programma, dat ze met een speciaal laptopje - tijdens de gewone lessen kunnen gebruiken. Ze worden hierdoor rustiger en zelfverzekerder. En dat merken we aan de resultaten. Ook de ‘Bloon-methode’ gebruiken we graag. Hiermee kunnen ook ouders samen met hun kinderen alvast oefenen wat ze op school moeten doen. Ten slotte mogen onze leerlingen in iedere les gebruik maken van een ‘opzoekboekje’ met spellingregels.”

Succesvol leesbeleid

De Dobbelsteen besteedt sowieso veel aandacht aan lezen. Zo wordt iedere dag, in iedere klas het eerste half uur gelezen. “Door de hele school vind je dan leerlingen die rustig aan het lezen zijn, dat is erg leuk om te zien”, geeft Alice Koekkoek aan. “We hebben hier zelfs een speciale leeshoek voor ingericht, met comfortabele banken. Plezier in lezen staat bij ons centraal. We werken met leesvormen als duo-lezen en tutor-lezen, waarbij leerlingen met een hoger leesniveau moeilijk lezende kinderen helpen. Met hulp van ouders hebben we inmiddels een prachtige bibliotheek opgebouwd, mét een ideeënbus voor de leerlingen. Sinds de invoering van ons nieuwe leesbeleid in 2007 schieten de resultaten omhoog. Daar zijn we trots op!”

Samenwerken in Eibergen en Neede:

gezamenlijke plusklassen voor vier scholen Hoe bied je meerbegaafde leerlingen de aandacht die ze verdienen? In Eibergen en Neede sloegen vier basisscholen van de Vereniging voor Christelijk Onderwijs Oost-Nederland (VCO) de handen ineen. Met gezamenlijke plusklassen als resultaat. De 3sprong, de Willem Sluiterschool en de Julianaschool in Eibergen hebben - samen met het Kisveld in Neede - sinds februari van dit jaar plusklassen. Bedoeld om leerlingen die meer aankunnen, extra uitdaging en verdieping te bieden. Ageeth Reitsma, directeur van de Julianaschool, legt uit: “Diverse ouders vroegen of we iets met plusklassen konden doen. Als school alleen is dit financieel niet op te brengen, dus hebben we de koppen bij elkaar gestoken om te onderzoeken of we samen iets konden opzetten. En dat is prima gelukt!”

Signaleren en diagnosticeren

“We hebben in eerste instantie gekozen voor een plusklas voor leerlingen uit groep 5/6 en een klas voor groep 7/8”, vertelt Ellen Hemmers, directeur van de 3sprong en het Kisveld. “Hierbij volgen we het digitaal handelingsprotocol hoogbegaafdheid (DHH): een compleet systeem voor de identificatie en het begeleiden van hoogbegaafde leerlingen binnen het basisonderwijs. Stap 1 is het signaleren: welke leerling valt op in gedrag en prestaties? Vervolgens beantwoorden de leerkracht en de ouders digitaal vragen als ‘Is het kind snel afgeleid?’, ‘Is het snel van begrip?’, ‘Maakt het grote denk- en leerstappen?’. Komen de antwoorden overeen? Dan kunnen we verder met stap 2: diagnosticeren. Ook hierbij vullen de leerkracht en ouders vragenformulieren in, om te kijken of het kind geschikt is voor extra uitdagingen in bijvoorbeeld een plusklas.”

Doortoetsen

Na het beantwoorden van de vragen geeft het programma direct een heldere conclusie, inclusief aandachtspunten en leerdoelen. Bijvoorbeeld dat het kind moet leren beter voor zichzelf op te komen. De laatste stap is het doortoetsen. “Hierbij kijken we of het kind meer aankan dan het aanbod tot nu toe”, vervolgt Ellen Hemmers. “Dit protocol werkt perfect: het is heel uitgebreid en goed doordacht, echt een aanrader. Met hulp van een kwaliteitsmedewerker hebben we vervolgens een plusklas opgezet van tien tot vijftien leerlingen. Zij komen per week anderhalf uur bij elkaar, op de Julianaschool. De kinderen komen op de fiets, onder begeleiding van ouders of de conciërge. Plusklasleerlingen van het Kisveld blijven op hun eigen school in Neede.”

hiermee voldoen aan een behoefte, blijkt wel uit de reacties van de leerlingen. Zij vinden het erg leuk, zijn enthousiast en gemotiveerd. Zelf zien wij de kinderen ook duidelijk veranderen: ze bloeien op en krijgen meer zelfvertrouwen, ook omdat ze zichzelf in de andere leerlingen herkennen. Voor de andere kinderen is het trouwens heel gewoon dat sommige kinderen naar de plusklas gaan. Net zo gewoon als leerlingen die extra hulp krijgen bij een bepaald vak. Kortom: ik raad andere scholen zeker aan ook eens te kijken naar de mogelijkheden van plusklassen.”

Tips en adviezen

Ageeth Reitsma heeft nog een aantal tips voor scholen die ermee willen starten: “Pak het samen met andere scholen op en zorg dat je alles organisatorisch goed regelt. Ook heel belangrijk: betrek ouders vanaf het begin goed bij het proces. Sommige ouders willen niet dat hun kind als ‘uitzondering’ wordt gezien, maar vinden het prima als een klasgenootje ook in de plusklas zit.

“Met plusklassen voldoen we aan een behoefte, dat blijkt wel uit de reacties van de leerlingen”

En houd rekening met investeringen in tijd en geld, dat moet je er wel voor over hebben. Overigens hoef je het wiel niet zelf uit te vinden: kijk hoe andere scholen dit doen en welke materialen zij gebruiken en doe daar je voordeel mee. Wil je je licht bij ons komen opsteken, dan ben je van harte welkom!”

Meer zelfvertrouwen

In de plusklas leren de kinderen samenwerken, informatie opzoeken, overleggen en presenteren. “Dit doen we via complexe opdrachten met veel denkstappen”, vertelt Ineke Neerhof, directeur van de Willem Sluiterschool. “Dat we

8

9 SamenWerken, juni 2012


INSPIRATIE UIT DE PRAKTIJK 3 De vrije scholen in Zutphen:

kinderen met sociaal emotionele problematiek. Ze begeleidt hen en vormt een brug tussen kind, ouders en leerkracht.”

De boerderijschool

leren door te doen

Ten slotte speelt het vieren van de jaarfeesten binnen de vrije school een belangrijke rol. Net als natuuronderwijs. Zo heeft De Zwaan voor de groepen 6 en 7 het project de boerderijschool ontwikkeld. Hierbij gaan de kinderen twintig weken

Wat is er speciaal aan het onderwijs op de vrije school? En wat kunnen reguliere scholen hiervan leren? Ceciel Wolfkamp en Olga Schoonbergen van de vrije scholen De Zwaan en De IJssel in Zutphen vertellen enthousiast wat hun scholen bijzonder maakt. Ceciel Wolfkamp, directeur van beide vrije scholen, legt uit: “Een vrije school vult het onderwijs naar eigen inzicht in, waarbij de wettelijk geformuleerde kerndoelen gehaald worden. In ons onderwijs sluiten we aan bij de ontwikkelingsfasen van een kind. We bieden de leerstof zó aan dat leerlingen in hun totaliteit worden aangesproken: hoofd, hart en handen. Bij de leerstof leggen we steeds een link met de belevingswereld van de kinderen. Zo laten we hen bijvoorbeeld zelf meten hoe lang een hectometer is. Of de kinderen leren breuken door zelfgemaakte taartjes te verdelen. En hoe kun je beter uitleggen wat een kubieke meter is dan door te testen hoeveel leerlingen hierin passen? Hierdoor nemen kinderen de lesstof makkelijker op en onthouden ze deze vaak beter.”

Kunstzinnig onderwijs

“Daarnaast geven we periodeonderwijs: drie tot vier weken lang krijgen de leerlingen iedere ochtend een vast vak, bijvoorbeeld rekenen of taal”, vervolgt Ceciel Wolfkamp. “Daarna volgen de creatieve vakken, waarbij we vaak aansluiten op wat er die ochtend is geleerd. Zo zijn er lessen houtbewerken, handwerken, tekenen, schilderen, toneelspelen en koor. Door de lesstof beeldend te brengen en een sfeer te scheppen waarin kunstzinnigheid en de kinderlijke belevingswereld een belangrijke plaats innemen, stimuleren we fantasie en voorstellingsvermogen. Wat het kind weet, is minder belangrijk dan hoe het kind

10

denkt. Elk kind heeft de aanleg om origineel, creatief en probleemoplossend te denken. Het is aan de leerkracht dat te behouden en te verzorgen. Vroeger bleven de meeste leerkrachten van groep 3 tot en met groep 8 verbonden aan dezelfde groep kinderen. Tegenwoordig krijgen leerlingen soms na drie jaar een andere leerkracht. Het voordeel van langer dan een jaar bij een groep leerlingen blijven, is dat er een hechte band ontstaat tussen leerkracht en leerling.”

Extra ondersteuning

“Om de kinderen goed te leren spellen, gebruiken we de spellingmethodiek van José Schraven”, vertelt Olga Schoonbergen, intern begeleider van De Zwaan. “Deze methodiek is afkomstig uit het speciaal onderwijs, heeft een heldere structuur, geeft houvast en is te gebruiken bij iedere lesmethode. Sinds we hiermee werken, merken we dat de spelling van onze leerlingen beter wordt. Leerlingen bij wie het leerproces niet vanzelfsprekend op gang komt, kunnen extra ondersteuning krijgen van een remedial teacher of leerkrachtondersteuner in of buiten de klas. Daarnaast is er voor kinderen met een ernstige vorm van dyslexie een dyslexiespecialist in de school aanwezig die onder schooltijd met de kinderen werkt. En we hebben het geluk dat we een kunstzinnig/ motorisch therapeute in onze school hebben. Zij werkt vooral met

lang iedere week een halve dag naar een boerderij in de buurt. Daar leren ze onder meer grond bewerken, groente zaaien en oogsten, koeien melken en dieren verzorgen.

“In ons onderwijs sluiten we aan bij de

ontwikkelingsfasen van een kind”

De oogst wordt verkocht en van de opbrengst krijgt de boer bijvoorbeeld een schaap. Inmiddels is de boerderijschool uitgegroeid tot een landelijke vereniging, waar ook reguliere scholen zich voor kunnen aanmelden. “Een mooi en succesvol project waar we trots op zijn en dat we graag met andere scholen willen delen!”, besluit Ceciel Wolfkamp. Meer weten over de boerderijschool? Kijk dan op hun website www.boerderijschool.nl

Ook met uw school in deze nieuwsbrief?

Op alle scholen in onze regio gebeuren fantastische dingen. Is er iets dat u wilt delen met andere scholen? Neem dan contact op met de redactie. Dan sturen wij vervolgens een interviewer naar uw school, die een artikel over uw ervaringen en bevindingen schrijft. U kunt bellen met Yolande Faber: 06 - 23 05 88 04 of mailen naar: yolandefaber@wsnszutphen.nl SamenWerken, juni 2012

11


HOE TE HANDELEN BIJ... Schat onderlinge verschillen op waarde Passend onderwijs. Een thema waar we al een paar jaar mee bezig zijn en dat politiek zeer gevoelig ligt. Dit betekent dat we erg afhankelijk zijn van wat er in Den Haag gebeurt. Eén ding is wel zeker: we zijn het in grote lijnen met elkaar eens over de inhoud. Oftewel minder etiketten plakken, meer kijken naar wat een kind nodig heeft, ontschotting tussen het speciaal onderwijs en het (speciaal) basisonderwijs en meer samenwerking in de regio. Allemaal zaken die het kind ten goede kunnen komen. Toen ik afgelopen week de fabel ‘The Animal School’ las, geschreven door de pedagoog R.H. Reeves, zag ik de kern van ons denken treffend geïllustreerd: Er was eens een groep dieren die een heroïsche daad wilden stellen om de problemen van de moderne tijd het hoofd te kunnen bieden. Ze besloten een school te stichten. Er werd een leerplan aangenomen, dat bestond uit hardlopen, klimmen, zwemmen en vliegen. Elk dier werd verplicht om alle vakken te volgen. De eend was heel goed in zwemmen, beter zelfs dan de docent. Hij haalde ook hoge cijfers in vliegen, maar in hardlopen was hij zeer slecht. Om daarin te oefenen moest hij nablijven en zwemmen als vak laten vallen. Hij moest zo vaak oefenen dat zijn zwemvliezen er ernstig onder leden. Het gevolg was dat hij nu een gemiddelde zwemmer was geworden. Maar gemiddeld was acceptabel voor de school en niemand besteedde er aandacht aan behalve de eend zelf. Hij voelde zich nogal ongelukkig en onzeker. Het konijn hoorde in hardlopen bij de besten van de klas. Maar toen hij herexamen zwemmen moest doen, kreeg hij een zenuwinzinking en zat ziek thuis. De eekhoorn kon uitstekend klimmen, totdat hij gefrustreerd

ASS (Autisme Spectrum Stoornis) In elke editie van SamenWerken komt een aantal praktische handelingstips bij een bepaalde stoornis aan bod. Deze tips vragen weinig organisatie, maar zijn voor het kind vaak heel waardevol. Het is belangrijk dat u de tips consequent - dus teambreed - toepast: dit geeft het kind rust. ASS in het kort Onder ASS vallen alle pervasieve ontwikkelingsstoornissen, zoals klassiek autisme, het Syndroom van Asperger en PDDNOS. Pervasief wil zeggen dat het in alle ontwikkelgebieden voorkomt. Het Syndroom van Asperger en PDD-NOS komen in het reguliere onderwijs het meest voor. Autisme heeft consequenties voor de sociale interacties, de communicatie en het verbeeldend vermogen. Leerlingen met autisme verwerken informatie op een andere manier en hebben een eigen leerstijl. Het ontwikkelingsprofiel van de kinderen is vaak disharmonisch, waardoor zij zeer wisselend op school presteren en functioneren. Daarnaast is het voor hen moeilijk om flexibel te zijn in denken en handelen bij onverwachte wijzigingen.

raakte bij de vlieglessen. Zijn leraar wilde hem laten opstijgen van de grond en niet van een boomtop naar beneden laten zweven. Bovendien kreeg hij kramp door overbelasting van bepaalde spieren en kon hij niet goed meer bewegen. Dus haalde hij voor klimmen een vijf en voor hardlopen een drie. De arend was een probleemkind in gedrag, hij had een strenge aanpak nodig. In boomklimmen was hij beter dan de rest, maar hij wilde het per se wel op zijn eigen manier doen.

Tips bij ASS Ondanks de verschillen tussen de stoornissen binnen ASS hebben alle kinderen met autisme baat bij dezelfde aanpak. Deze aanpak is gericht op verduidelijking en het bieden van een voorspelbare en overzichtelijke (leer) omgeving. Houd hierbij in gedachten dat probleemgedrag geen onwil is, maar onmacht. 1. Communicatie: zeg wat je verwacht, omschrijf het gewenste leergedrag, houd het simpel en vermijd abstracte en vage woorden en begrippen. 2. Sociale omgang: geef de ruimte als het kind even rust wil hebben of alleen wil zijn. Hij komt er daarna wel weer bij, maar moet eerst even alle prikkels verwerken. 3. Plannen, huiswerk en leren: zorg dat op papier staat wat de leerling moet doen (ook de kleine opdrachten tussendoor), maak gebruik van een dagplanner en help met het gebruiken hiervan. 4. Conflicten: laat de leerling eerst afkoelen, bespreek dan de situatie. Het helpt hem of haar te laten opschrijven wat er gebeurd is.

Dat kon niet, dus scoorde de arend ook een onvoldoende en was niet aanspreekbaar. Er waren ook leerlingen zoals de sidderaal die het uitstekend deden, waardoor de school gemiddeld scoorde en tevreden was. De moraal van dit verhaal: schat de onderlinge verschillen tussen kinderen op waarde! Ank Stegenga manager WSNS Berkeldal

Colofon SamenWerken is een gezamenlijke uitgave van Samenwerkingsverband Berkeldal in Neede en Weer Samen Naar School Regio Zutphen. Verschijnt 3 keer per jaar. Oplage: 750 stuks. Redactie: Ank Stegenga, Luuk van Aalst, Yolande Faber en Evert de Jong. Tekst: Tekst Moet Lopen BV - Zutphen. Foto’s: WSNS, Tekst Moet Lopen BV - Zutphen, Vrije School De Zwaan - Zutphen, Marc Leeflang - Zutphen en Ja-maar® - Utrecht. Ontwerp en realisatie: John Spekschoor, Creatief in Vormgeving - Terborg.

12

www.wsnszutphen.nl

www.wsnsberkeldal.nl SamenWerken, juni 2012


Nieuwsbrief Samenwerken