Draad! 2 rondbreien

Page 1

2

rondbreien De ins en outs van rondbreien met o.a. Fair Isle, breiwerk doorknippen, sokken breien op twee manieren, vormgeven en opzet- en afkanttechnieken.

Sytske Corver Ineke Spijker

draad!

cover

Hoe gebruik je dit boek? Voor je begint, is het handig om te weten wat je kunt verwachten en hoe je dit boek het beste gebruikt. Allereerst gaan we er vanuit dat je de basics uit Draad! 1 beheerst. We beginnen het boek met algemene informatie over de materialen die je gebruikt. Daarna laten we zien hĂłe je kunt rondbreien. De overige hoofdstukken leggen allemaal een techniek uit. Je krijgt een korte introductie over de betreffende techniek, dan een lijstje met wat je nodig hebt om de techniek te oefenen en vervolgens de uitleg in woord en beeld. Tussen de hoofdstukken staan projecten. Elk project kun je breien met de technieken die je tot dat punt uit het boek hebt geleerd. Je komt dus nooit zomaar een project tegen waarin dingen van je gevraagd worden die je nog niet kent. De verklaring van de afkortingen vind je op de binnenzijde van de achterflap en een korte uitleg van breitermen aan de binnenzijde van deze flap. Heb je toch nog vragen, zoek dan contact met ons. Je kunt ons een e-mail sturen, ĂŠĂŠn van onze workshops volgen of bezoek ons op een brei- of handwerkbeurs. Meer informatie vind je op wolenco.nl.

Sytske en Ineke


109 81


Voorwoord In dit tweede deel van de Draad!-serie bouwen we verder aan je kennis van het breien: we gaan rondbreien! Met de techniek van het rondbreien open je een wereld aan nieuwe mogelijkheden: sokken, jacquard en Fair Isle breien, helix strepen, driedimensionale vormen als een muts, vierkanten startend in het midden en nog veel meer. In dit boek komen veel aspecten van het rondbreien aan de orde. Belangrijk zijn natuurlijk de technieken van het elastisch opzetten en afkanten. Ook het vasthouden van de werkdraad en het mooi kunnen meerderen en minderen zijn vaardigheden die je breiwerk nou net dat beetje meer kunnen geven. Sommige van deze technieken kun je ook in een ‘plat’ breiwerk toepassen. Ook in dit boek komt het werken met kleur aan bod. Hoe brei je mooie strepen zonder dat je de overgang van de ene kleur naar de andere ziet? Wat doe je met de draad waar je niet mee breit in een Fair Isle project? We laten je zien hoe je een breiproject kunt knippen zonder dat het uitrafelt en hoe je de geknipte rand netjes kunt afwerken. In het laatste hoofdstuk verdiepen we ons in de sok. Van boord naar teen én van teen naar boord gebreid. Beide methodes worden uitgebreid uitgelegd en je leert het gaatje tussen hiel en been te dichten. Een breiboek is natuurlijk niet compleet zonder patronen. In elk hoofdstuk waarin een bepaald aspect van het rondbreien uitgelegd wordt, vind je ook een patroon om de besproken techniek mee te oefenen. Proberen is tenslotte leren! Veel plezier met het oefenen van de technieken in dit boek!

Sytske Corver & Ineke Spijker


Colofon

Teksten en patronen Sytske Corver en Ineke Spijker Fotografie modellen Studio Ton Kinsbergen, Amsterdam Overige fotografie Compass point, Middenbeemster Margreet Harmse Art direction en design Ronald Bos, Compass point Modellen Carlijn, Cedric, Jessica, Mariël, en Pippa. Met dank aan: Al onze (brei)vrienden en familie bij het tot stand komen van dit boek. Zonder jullie hulp, input en geduld was het niet gelukt! Uitgave van: Wol & Co wolenco.nl Het breiwerk in dit boek is gemaakt met 7 Veljestä (Novita), Nalle (Novita), Isoveli (Novita), Supersoft (Holst Garn), Highland (Holst Garn), Regia 4-draads (Coats).

Copyright oktober 2015, Wol&Co. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

ISBN: 978-90-822868-1-6

"Knitting is always the right thing to do"


Inhoud 1

Materialen

2

Hoe brei je rond? Yoga sokken Spiraalsokken

10 24 25

3

Opzetten i-Padhoesje Basis col

26 51 52

4

Meerderen en minderen Vierkant kussen

54 63

5

Vormgeven Tricot muts Boordsteek muts Kindermuts

64 70 71 72

6

Afkanten Grote col

74 82

7

Strepen in het rond Helix vingerloze handschoenen

84 90

8

Motieven breien Want Duo Toon Fair Isle col en shawl Harriet

92 104 108

9

Sokken Sok van teen naar boord Sok van boord naar teen Sok formulieren

114 122 124 126

Index

131

6


3 Opzetten Natuurlijk kun je één van de opzetmethodes uit Draad! 1: breien de basics nemen, dus de lussenopzet, breiend opzetten of de lange draad opzet. Maar juist bij projecten die je rondbreit, is het handig om nog wat speciale manieren van opzetten te kennen. Denk aan een rekbare rand bij een muts, een sok mag niet om de kuit knellen. Of misschien wil je je muts juist vanuit de top beginnen. Je kunt opzetten met rondbreinaalden of naalden zonder knop. Welke naalden je gebruikt, hangt af van de manier van opzetten. Uiteraard kan je deze speciale manieren van opzetten ook bij ‘plat’ breiwerk gebruiken.

De Oud-Noorse opzet

Deze opzet, ook wel gedraaide Duitse opzet genoemd, geeft een elastische opzetrand die prima geschikt is voor de boorden van sokken, wanten en mutsen.

Om te oefenen heb je nodig:

✜✜ Een rondbreinaald van 40 cm (of min. 80 cm als je de magic loop-methode gebruikt) ✜✜ Of 5 breinaalden zonder knop ✜✜ Garen dat bij de naalden past

Basiskennis

Net als bij de langedraadopzet heb je gelijk met het opzetten je eerste toer gebreid. De eerste toer die je nu gaat breien, zit dus aan de verkeerde kant. Handig om te weten bij het lezen en doorgronden van patronen.

1. Maak een schuiflus met een lang draadeinde. Zet de schuiflus op je naald, met het draadeinde naar voren en de draad naar de bol garen aan de achterzijde.

1. Opzetten vanuit de rand

Als je een muts, want of sok bij de boord begint, wil je natuurlijk een elastische opzet. Je kunt met de bekende langedraadopzet beginnen maar deze wordt snel te strak. Daarom geven we je twee opzetmanieren waarmee je een soepele en elastische boord krijgt. Daarna geven we nog een speciale manier op een mooie ronde rand te maken. 5. Pak met de naaldpunt de voorste wijsvingerdraad van boven naar beneden op.

26

6. Buig je duim in de richting van je wijsvinger. Er komt wat ruimte tussen de gekruiste draden van de duimlus.


2. Doe je duim en wijsvinger van je linkerhand tussen de draden zoals bij de langedraadopzet. De werkdraad ligt over je wijsvinger, het draadeinde over je duim. Draai je linkerhand met de handpalm naar boven en klem de draden vast.

3. Pak de beide draden van de duimlus van onder naar boven op met de naaldpunt.

4. Ga met de punt van de naald van boven naar onder tussen de beide draden van de duimlus door en haal de punt voor beide duimdraden weer omhoog. De draden van de duimlus zijn nu gekruist en er staat een lusje op je naald.

7. Ga met de naaldpunt van boven naar onder door de lus op je duim heen.

8. Haal je duim uit de lus en trek de draad aan. Trek vooral de voorste draad goed aan.

9. Herhaal stap 3 t/m 8 totdat je het aantal benodigde steken hebt.

27


De links opgetilde meerdering

De rechts opgetilde meerdering

De meerdering helt naar links, dat komt doordat de gemeerderde steek ná de ‘gewone’ steek wordt gemaakt. De meerdering drukt de volgende steken naar links.

Deze meerdering helt naar rechts, de meerdering wordt vóór de ‘gewone’ steek gemaakt en drukt de eerder gemaakte steken naar rechts.

1. De net gebreide steek op de rechternaald is het kind. Steek met de linkernaald van links naar rechts en van achter naar voren in de linkerkant van de grootouder-steek.

1. De eerste steek op de linkernaald is het kind. Steek met de rechternaald van achter naar voren en van rechts naar links door de rechterkant van de ouder-steek.

2. Zet de opgetilde ouder-steek op de linkernaald.

2. Brei de opgetilde grootouder-steek door het achterpootje (= de rechterkant).

3. Brei de ouder-steek door het voorpootje.

4. Brei de volgende steek, het kind, recht (of volgens patroon).

55


5 Vormgeven

2. Willekeurig en onopvallend

Wil je dat je meerderingen of minderingen niet opvallen en zeker geen patroon vormen, kies dan voor een onopvallende meerdering/ mindering ĂŠn meerder/minder niet steeds op het zelfde punt in de toeren. Dat noemen we wel willekeurig, maar in feite is het niet zo willekeurig. Je plaatst de meerdering heel bewust niet in een vast patroon.

Niet alleen de soort meerdering of mindering die je gebruikt maar ook de plek waar je ze toepast, heeft invloed op het uiterlijk van je project. Soms wil je dat de meerderingen of minderingen helemaal niet opvallen, een andere keer wil je er juist een designelement maken. Hoe vaak je meerdert of mindert, heeft uiteraard invloed op de vorm. Wil je dat je breiwerk plat blijft liggen of wil je juist een mooie bolvorm maken?

Waar meerder of minder je?

Je kunt er voor kiezen de meerderingen zoveel mogelijk te verbergen in je breiwerk, of ze juist te benadrukken. Het is slim daar even over na te denken voordat je begint met breien, zeker als het patroon dat je volgt daar niet zo duidelijk in is. We geven je drie methodes.

1. In een vast patroon

Door de meerderingen of minderingen steeds op een vast punt in de toeren te maken, vormen die meerderingen een patroon. Dat patroon lijkt op een spiraal. Je kunt de spiraal links- of rechtsom laten lopen, in het schema zie je welke meerderingen of minderingen je moet gebruiken voor de verschillende effecten. spiraal naar rechts naar links

64

meerdering

mindering

linkshellend

M1L, M1Z, LL1

rechtshellend

2 samenbr

rechtshellend

M1R, M1Z, LR1

linkshellend

AAB


2. Met een haaksteek

Je neemt als het kan voor het haken een dunnere draad dan waarmee je project gebreid is. Dit om te voorkomen dat het een propperig geheel wordt.

4. Herhaal stap 2 en 3 tot je aan de onderkant van het werk bent en hecht de naaidraad stevig af.

1. Leg het werk met de extra steken horizontaal voor je neer. Met kolom 1 onder en kolom 5 boven. Maak helemaal rechts onderin kolom 2 een vaste om je draad mee aan te hechten.

5. Herhaal stap 1 t/m 4 voor kolom 4. 6. Als kolom 2 en 4 bewerkt zijn, kun je in het midden van kolom 3 je breiwerk doorknippen. Knip precies in het midden van de V (steek).

6. De steken van de zojuist gehaakte toer wijzen ‘naar buiten’. Van steek 4 neem je de linkerhelft op en van steek 3 de rechterhelft.

2. Met een haaknaald neem je van kolom 2 de rechterhelft en van kolom 3 de linkerhelft van de steek op. De verschillende kleuren laten het verschil tussen kolom 2 en 3 goed zien.


3. Haal een lus door, sla de draad nog eens om de naald en haal een lus door de twee lussen op je haaknaald ( je maakt dus eigenlijk een vaste).

4. Je werkt naar links. Herhaal stap 2 en 3 tot je aan het einde van de kolom bent. Maak hier weer een halve vaste om de kolom goed af te hechten.

5. Knip de werkdraad door en trek deze door de lus. Je keert je werk, zodat het gehaakte gedeelte boven het gedeelte ligt waar je nu een toer moet haken.

8. Als je klaar bent met haken, zie je de twee gehaakte toeren in het midden wijken. Precies hiertussen ga je de steek (kolom 3) doorknippen. Door het haken zit je breiwerk echt vast. Het mooie van de gehaakte steken is dat je aan twee kanten een vangrail hebt

7. Werk nu zoals stap 3 t/m 6 tot het einde.

99



backcover

Over de auteurs Sytske Corver Breit al sinds ze 7 is. Thuis geleerd en, in of uit de mode, altijd blijven breien. Inmiddels is ze klaar met het tweede niveau van de ‘Master of Hand Knitting’ bij de Amerikaanse ‘Knitting Guild Association’. Sytske heeft ruime ervaring in het lesgeven aan kinderen en volwassenen.

Draad! 2 rondbreien is het logische vervolg op Draad! 1 breien - de basics. In dit boek vind je de ins en outs van het rondbreien. Wat zijn de beschikbare materialen en hoe gebruik je ze? Hoe houd je de draden vast als je meerkleurig breiwerk wilt maken? Hoe zorg je er voor dat er geen ladder te zien is als je met vier korte naalden breit? Hoe knip je je breiwerk veilig door? Welke opzet gebruik je voor de boord van een muts? Hoe voorkom je het gaatje tussen de hiel en het been van een sok? Na elk hoofdstuk volgen één of meerdere projecten om de uitge-

Ineke Spijker Breit officieel sinds haar zesde. Het werd toen geen succes. Tien jaar later leerde ze het zichzelf opnieuw en is blijven breien. Ze ziet zichzelf tegenwoordig als een ‘fearless’ breier. Ineke heeft een grafische opleiding gedaan. Dagelijks combineert ze kleur, vorm en techniek.

legde techniek(en) te oefenen; van een eenvoudige col aan het begin van het boek tot een groot Fair Isle-project aan het einde van het boek. Dit boek nodigt vooral uit tot experimenteren. Rondbreien is zo veelzijdig dat wij je een aanzet willen bieden. Ga, nadat je je de technieken eigen hebt gemaakt, vooral zelf aan de slag met bijvoorbeeld kleurgebruik, opzetten en vormen. Heel veel rondbreiplezier!

ISBN: 978-90-822868-1-6

9 789082 286816