Draad! 4 sokken breien

Page 1

4

sokken breien Het ultieme sokkenboek. Met duidelijke en praktische info over alle mogelijke hielen, tenen, opzetten, afkantingen en hoe je die toepast in je eigen been-eerst of teen-eerst sok!

Sytske Corver Ineke Spijker

draad!

cover

De Draad! serie Dit boek is alweer het vierde deel in de Draad! serie. Eerder zijn verschenen: Draad! 1 breien - de basics: met alle basistechnieken van het breien om je een goede ondergrond te geven; Draad! 2 rondbreien: met alle ins en outs over het rondbreien inclusief Fair Isle breien; Draad! 3 breien & kleur: met de kleurentheorie, praktijkmethodes en diverse breitechnieken die bij uitstek geschikt zijn om met kleuren te werken. Draad! 4 sokken breien: dit is wat ons betreft dan ook een logische aanvulling op deel 1 t/m 3. Heb je nog vragen over, of feedback op dit vierde boek, zoek dan contact met ons. Meer informatie vind je op wolenco.nl. Sytske en Ineke


Inhoud 1

Waarom en hoe

2

Materialen

13

3

De been-eerst sok

20

4

De teen-eerst sok

28

5

Opzetten

32

6

Boord en been

48

7

Hielen met spie

56

8

Hielen zonder spie

66

9

Tenen

74

10

Afkanten en mazen

78

11

Tips en trucs

86

12

Meerderen en minderen

94

13

Sok recepten

98

Index

103

Tabel been-eerst sokken Tabel teen-eerst sokken

5

binnenzijde omslag voor binnenzijde omslag achter


3 De been-eerst sok In dit hoofdstuk gaan we gewoon een sok breien. Wij denken dat je heel veel leert als je meteen aan de gang gaat. Hier en daar leggen we wat uit, of zal je naar een ander hoofdstuk moeten bladeren om bijvoorbeeld een opzet te kiezen die jou ligt. De sok die je in dit hoofdstuk vindt, is een been-eerst basis sok in tricotsteek. Geen zorgen, als je rondjes rechte steken breit, dan wordt het vanzelf tricotsteek. De sok begint met een boord van 2 recht en 2 averecht, de hiel is in tricotsteek met ribbels aan de zijkant en de teen is rond. Je kunt het patroon gewoon volgen, maar je kunt ook nu alvast per onderdeel zelf een keuze maken. Misschien wil je een verstevigde hiel of een platte teen? Zoek in het betreffende hoofdstuk op hoe dat moet en doe het dan gewoon. In hoofdstuk 12 vind je de technieken voor minderen en meerderen.

Je hebt nodig voor deze sok:

✜✜ 100 g 4-draadsgaren, dit is zo’n 420 meter op 100 g. Wil je ook tweekleurige sokken, dan heb je 50 g van de ene kleur en 50g van de andere kleur nodig ✜✜ breinaalden nr 2,5 of de dikte die nodig is om de juiste stekenproef te krijgen ✜✜ een maasnaald

Deze sok is gemaakt van dun sokkengaren. Dit garen wordt in Nederland het meest gebruikt, daarom hebben we dat gekozen. ‘Onze’ sok is in twee kleuren gebreid, maar je kunt hem ook gewoon van één kleur of van een zelfstrepend garen breien.

Proeflapje

Brei een proeflapje en check je steekverhouding. Je moet 36 steken en 46 toeren hebben in 10cm x 10cm. De juiste steekverhouding is best belangrijk. De sok is ontworpen voor bepaalde maten. Heb je te weinig of te veel steken op 10 cm, dan wordt je sok te groot of te klein. Heb je te weinig steken: neem dunnere naalden. Heb je te veel steken: neem dikkere naalden.

Welke maat ga je breien?

Een sok moet strak om je voet zitten. Daarom is de sok 10% kleiner

20

dan je voet. In de tabel voor in het boek kun je een maat kiezen. Je vindt de schoenmaat, voetlengte en soklengte boven in de tabel. Je vindt hier ook de steken aantallen die horen bij de verschillende maten. Om het overzichtelijk te houden geven we hieronder alleen de getallen voor maat 38/39.

Speciale aanwijzingen

Er zijn wat speciale handelingen in deze sok. Hieronder vind je ze op een rijtje: 2 r. samenbr.: brei 2 steken tegelijk recht. Je mindert één steek. 2 av. samenbr.: brei 2 steken tegelijk averecht. Je mindert één steek. AAB: haal één steek recht af, haal nog een steek recht af. Zet beide steken terug op de linker naald en brei ze door de achterpootjes recht. Je mindert één steek.

De onderdelen in vogelvlucht

Hiernaast zie je de been-eerst basissok. Je begint met de opzet en de boord (A), dan brei je het been (B). Daarna brei je de hielflap (C) en de kleine hiel (D). Je neemt steken op langs de hielflap om de spie (E) te breien. In die spie minder je het teveel aan steken weg zodat je verder kunt met de voet (F). Je eindigt je sok met de teen (G). Laten we aan de slag gaan! TIP: Bedenk dit: je bent aan het leren, en hoe meer je experimenteert hoe meer je leert. Als je experimenteert, gaat er wel eens iets anders dan verwacht. Daar leer je van.


4 De teen-eerst sok Zo, je hebt een been-eerst sok gebreid, dan kun je nu verder met een teen-eerst sok. Ook dit is weer is een basis sok in tricotsteek. Hij begint met een eenvoudige tijdelijke opzet, een platte teen, een spie, de Fleegle-hiel, het been, een boord en de elastische afkanting. Je kunt het patroon gewoon volgen, maar je kunt ook meteen eigen keuzes maken. Wil je een andere teen of hiel? Dan werkt het weer net zoals bij de been-eerst basissok: zoek in het betreffende hoofdstuk welke teen of hiel je wilt maken en houd de tabel teen-eerst erbij voor de juiste getallen. Deze sok is ook gemaakt van dun sokkengaren. ‘Onze’ sok is in twee kleuren gebreid, maar je kunt hem ook gewoon van één kleur of van een zelfstrepend garen breien.

Je hebt nodig voor deze sok:

✜✜ 100 g 4-draadsgaren, dit is zo’n 420 meter op 100 g. Wil je ook tweekleurige sokken, dan heb je 50 g van de ene kleur en 50 g van de andere kleur nodig ✜✜ breinaalden nr 2,5 of de dikte die nodig is om de juiste stekenproef te krijgen ✜✜ een maasnaald

Proeflapje

Brei een proeflapje en check je steekverhouding. Je moet 36 steken en 46 toeren hebben in 10 cm x 10 cm. De juiste steekverhouding is best belangrijk. De sok is ontworpen voor bepaalde maten. Heb je te weinig of te veel steken op 10 cm,

28

dan wordt je sok te groot of te klein. Heb je te weinig steken: neem dunnere naalden. Heb je teveel steken: neem dikkere naalden.

Welke maat ga je breien?

Een sok moet strak om je voet zitten. Daarom is de sok 10% kleiner dan je voet. In de tabel teen-eerst kun je een maat kiezen. In de tabel vind je de schoenmaat, voetlengte en soklengte boven in de tabel. Je vindt hier ook de steken aantallen die horen bij de verschillende maten. Om het overzichtelijk te houden geven we hieronder alleen de getallen voor maat 38/39.

Speciale aanwijzingen

Er zijn wat speciale handelingen in deze sok. Hieronder vind je ze op een rijtje: 2 r. samenbr.: brei 2 steken tegelijk recht. Je mindert één steek. 2 av. samenbr.: brei 2 steken tegelijk averecht. Je mindert één steek. AAB: haal één steek recht af, haal nog een steek recht af. Zet beiden steken terug op de linkernaald en brei ze door de achterpootjes recht. Je mindert één steek. M1: meerder één steek door een verdraaid lusje op de naald te zetten. De uitleg van deze minderingen en meerdering vind je in hoofdstuk 12.

De onderdelen in vogelvlucht

Hiernaast zie je de teen-eerst basissok. Je begint met de opzet (A) en de teen (B), dan brei je de voet (C). Je meerdert voor de spie (D) en maakt de hiel (E). Dan minder je het teveel aantal steken weg zodat je verder kunt met het been (F). Je eindigt je sok met de boord (G) en kant dan af (H). En dan gaan we nu breien!


5 Opzetten Je begint een been-eerst of teeneerst sok natuurlijk met een opzet. Voor een been-eerst sok heb je een elastische opzet nodig, de sok moet goed aansluiten om je kuit én rekbaar genoeg zijn om over je hiel te gaan bij het aantrekken. We geven je een paar manieren om zo’n opzet te maken. De opzet voor een teen-eerst sok begint uiteraard bij de teen. Onze absolute favoriet is de eenvoudige naadloze opzet, probeer deze dan ook zeker uit. Voor elke opzet geven we aan wat je nodig hebt. Welke breinaalden je gebruikt, hangt af van de rondbreimethode die gebruikt wordt. Basiskennis

Bij de langedraadopzet heb je met het opzetten je eerste toer gebreid.

32

1. Been-eerst opzetten De langedraadopzet, maar dan elastisch

Van zichzelf is de langedraadopzet niet elastisch, maar met een supereenvoudige truc krijg je wel een geweldig elastische opzet.

Je hebt nodig:

✜✜ een rondbreinaald van 20 cm (of min. 80 cm als je de magic loop-methode gebruikt) ✜✜ of 5 breinaalden zonder knop ✜✜ garen dat bij de naalden past

Je doet het zo: 1. Zoek in de tabel op hoeveel steken je op moet zetten voor de maat die je gaat breien. 2. Zet met de langedraadopzet twee keer het benodigde aantal steken op. 3. Sluit het rondje. 4. Meteen in de eerste toer brei je steeds 2 steken samen in het boordpatroon dat je gekozen hebt. 5. Bij het begin van de tweede toer heb je weer het aantal steken uit de tabel.

TIP: Je hebt voor deze opzet veel draad nodig. Gebruik twee bollen of de buitenen binnenkant van de bol. Maak in allebei de draden een schuiflus met een kort draadeind. Schuif beide lussen achter elkaar op de naald. Gebruik alleen de werkdraad van beide schuiflussen, één over je duim en één over je wijsvinger. Hieronder hebben we twee kleuren gebruikt voor de duidelijkheid. In de praktijk doe je dit met één kleur.


7 Hielen met spie Om een voet goed in een sok te laten passen heb je een hiel nodig. Je kunt een hiel op een paar manieren breien. In dit hoofdstuk vind je hielen met spie, in het volgende hoofdstuk de hielen zonder spie. De spie is de plek in de sok waar ruimte voor de wreef wordt gemaakt. Hier is de sok op z’n wijdst. Een deel van de werkwijze om een hiel met spie te maken staat uiteraard ook in de beschrijvingen van de twee basissokken, hoofdstuk 3 en 4. Voor de volledigheid komen ze ook in dit hoofdstuk voor. Anders blijf je heen en weer bladeren. Voordat je de spie kunt maken, brei je eerst de hielflap en de kleine hiel. Samen heten die twee de hiel. Daarna ga je steken opnemen voor de spie. Met een goede voorbereiding is dit echt super simpel. Geen zorgen, we leggen het duidelijk uit.

de bal van de voet, dan heb je een hoge wreef. Zie je de hiel en de tenen aan de buitenkant van de voet verbonden, dan heb je een normale voet.

Welke hiel kies je?

1. De hielflap-hiel

Welke hiel je het beste kiest, wordt bepaald door de vorm van je voet. Je kiest voor een spie als je voor een hoge of gemiddelde wreef breit. Een spie zorgt namelijk voor extra ruimte in de sok, juist rond de wreef. Heeft de persoon een lage wreef, dan brei je zonder spie, want anders gaat de sok rond de wreef lubberen. In hoofdstuk 8 vind je hielen zonder spie. En wat is dan een lage, gemiddelde of hoge wreef? In de wereld van de orthopedie wordt voor een gemiddelde (normale) voet een hoogte van de voetboog van ongeveer 1,3 cm aangehouden. Is de voetboog ruim hoger, dan heb je een hoge wreef. Een lage wreef hoort bij voeten die geen of bijna geen voetboog hebben en dus helemaal plat op de grond rusten. Wil je zelf checken wat voor soort voet/wreef je hebt? Maak je voetzolen goed nat en maak dan een afdruk op een stuk droog papier. Zie je de hele voet, dan heb je een lage wreef. Zie je de hiel en

56

Twee soorten hielflap-hielen

In dit hoofdstuk leggen we twee soorten hielen uit waarna een spie moet volgen om de hiel op de voet te laten aansluiten: de hielflap-hiel en de Fleegle-hiel.

Basiskennis

De hielflap-hiel wordt het meest in been-eerst sokken gebruikt, maar kan heel goed in een teen-eerst sok toegepast worden. Wij deden dat in de Frambozen-sok. De Fleegle-hiel wordt het meest in teen-eerst sokken toegepast, maar je raad het al: hij kan ook in een been-eerst sok gebruikt worden. Het resultaat zie je in de Helix-sok.

De hiel van een sok bestaat uit twee delen: de hielflap (of de grote hiel) en de kleine hiel. Hier vertellen we je alles over de hielflap. Bij een been-eerst sok is de hielflap (of grote hiel) het stuk van de hiel dat aan de achterkant van je voet zit. Het is letterlijk een rechte flap die je aan het been breit. Om de flap te kunnen breien, ga je verder met alleen de steken van de achterkant van het been (naald 1 en 4 als je op sokkennaalden breit). Je breit de flap heen en weer, terwijl je de steken van de voorkant van de sok, die later de bovenvoet worden, laat rusten op de naald. Bij een teen-eerst sok zijn het de steken van de bovenvoet die je laat rusten en zit de hielflap onder je voet. LET OP: bij de beschrijving van de hielflap-hiel gaan we ervan uit dat je met sokkennaalden werkt.


8 Hielen zonder spie Voor mensen met een gemiddelde of lage wreef kun je ook sokken zonder hielflap, en dus zonder spie, breien. Je sok heeft dan immers geen extra ruimte op de wreef nodig. Hieronder leggen we je twee hielen zonder spie uit: de hiel met verkorte toeren (boemeranghiel) en de achterafhiel.

Basiskennis

Voor deze hielen maakt het niet uit of je een been-eerst of een teen-eerst sok maakt. De hielen bestaan namelijk uit twee exact gelijke delen. Zoals we uitgelegd hebben in hoofdstuk 1 is de plaats waar je deze hielen in een teen-eerst sok begint wel belangrijk.

TIP: Voor kindersokken is een sok zonder spie een goede keus. Veel kinderen worden geboren met platvoeten. Deze verdwijnen vaak wel weer, maar hielflapsokken zitten vaak nogal ruim, zeker voor kleine kinderen. Kindersok zonder spie

De boemeranghiel, een hiel met verkorte toeren

Een hiel met verkorte toeren lijkt erg op de hiel van een fabriekssok. Deze hiel noemen we de boemeranghiel. Je breit de hiel over de helft van het totaal aantal steken. Je breit, net als met de hielflap, met de steken die de zool of achterkant van het been waren. Deze hiel geeft relatief veel lengte op de wreef ten opzichte van de zool. Daardoor kan de hiel onder je voet trekken. Vooral bij sneakersokken is dat vervelend. Als je daar last van hebt, kun je beter een andere hiel breien. Bij het breien van de boemeranghiel moet je steken met een omwikkeling maken en breien. Hieronder vind je hoe dat gaat. Zo maak je een omwikkelde steek (omw. st.): Recht: draad naar voren, volgende st. afh., draad naar achteren, steek terug op linker naald. Averecht: draad naar achteren, volgende st. afh., draad naar voren, steek terug op linker naald. Zo brei je een omwikkelde steek: Recht: haal de steek af, pak met de linker naald de wikkel van onder naar boven op en plaats afh.st. terug naar li.nld. Brei wikkel en steek door achterpootjes recht samen. Averecht: haal de steek af, pak met de linker naald de wikkel van onder naar boven op en plaats afh.st. terug naar linker naald. Brei wikkel en steek averecht samen. Dan nu de uitleg over het breien van de hiel zelf. De hiel wordt in twee delen gebreid. Eerste helft van de hiel Niet vergeten: je breit alleen met de steken van de achterkant van het been, dus naald 4 en naald 1. Je kan de steken ook op één naald zetten tijdens het breien van de hiel. 1. (GK) Brei recht tot één steek voor het einde van naald 1. Omwikkel die rechte steek, keer je werk. 2. (VK) Brei averecht tot één steek voor het einde van naald 4. Omwikkel die averechte steek, keer je werk.

66


11 Tips en trucs Als je de technieken uit de voorgaande hoofdstukken begrijpt en kunt toepassen, ben je nu een sokkenpro. In dit hoofdstuk vind je nog wat extra tips en trucs die moeilijk in de verschillende hoofdstukken waren in te passen, maar wel fijn zijn om te weten.

De omvang van het been en de voet aanpassen

Alle sokpatronen gaan ervan uit dat je beenomvang en je voetomvang hetzelfde zijn. Dat is natuurlijk lang niet altijd zo. Soms is je kuit dikker dan je voet en soms is je voet breder dan je kuit. Gelukkig kun je je sokpatroon gemakkelijk aanpassen. Belangrijk is dan wel dat je een sok met spie breit. Alleen met een spie kun je makkelijk het aantal steken voor het been aanpassen.

LET OP: je Fleegle-hiel wordt hierdoor langer. Om dit te compenseren kun je met een bredere basis beginnen. Bijvoorbeeld: i.p.v. 2 steken na het midden begin je 3 of 4 steken na het midden.

Een asymmetrische teen

Sommige mensen vinden het fijn om een asymmetrische teen aan hun sok te hebben. De punt van de teen zit dan wat meer naar links of naar rechts. Het is niet moeilijk om een afgeronde platte teen te veranderen in een asymmetrische teen, maar je moet wel even rekenen. Je doet het zo: Voor een been eerst sok De helft van het aantal steken minder je als volgt weg: • Aan de kant van de grote teen in elke derde toer. • Aan de kant van de kleine teen om de toer. Dan moet je nog een kwart van het aantal steken kwijt: • Aan de kant van de grote teen minder je om de toer. • Aan de kant van de kleine teen minder je elke toer. LET OP: De andere teen maak je natuurlijk in spiegelbeeld. In een schema ziet dat er zo uit:

Aanpassing bij een been-eerst sok Verschillen je been en voet in omvang? Zet gewoon het aantal steken op waarmee je een been gaat breien dat prettig zit. Niet vergeten om elastisch op te zetten! Je breit een hielflap en een kleine hiel, neemt steken op langs de hielflap en begint aan de spie. Nu komt de aanpassing. Voor de spie minder je om de toer, totdat je zoveel steken hebt dat de sok mooi om je voet past. Standaard is dat been en voet een 1/2 van de steken is nu gelijk aantal steken hebben. Dat hoeft dus niet, de weggeminderd voet kan ook meer of juist minder steken hebben dan het been. Aanpassing bij een teen-eerst sok Is je been groter dan je voet? In de Fleegle-hiel en na de omgekeerde hielflap-hiel minder je minder steken weg dan je nodig hebt om eenzelfde aantal steken te krijgen als voor de voet. Is je voet breder dan je been? Na de omgekeerde hielflap hiel en in de Fleegle-hiel minder je meer steken weg dan je nodig zou hebben om eenzelfde aantal steken te krijgen als voor de voet.

Start: 64 steken

86

1/4 steken over om dicht te mazen


cover achterzijde

Over de auteurs

Na Draad! 1, 2 en 3 is er nu Draad! 4 sokken breien. Hoe brei je eigenlijk

Sytske Corver

over het breien van sokken. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat de sok lekker

breit al sinds ze 7 is. Ze is altijd blijven breien, of het nou in of uit de mode was. Sinds december 2016 is Sytske ‘Master of Hand Knitting’. Deze master heeft ze behaald bij de Amerikaanse Knitting Guild Association. Daarnaast haalde Sytske in september 2018 hier ook het certificaat Technical Editor. Sytske heeft ruime ervaring in het les-

sokken, van been naar teen of andersom? In dit boek vind je echt alles

zit op de wreef, of dat de boord niet knelt? Waar moet je op letten bij het kopen van garens en hoe kies je de juiste hiel? Al deze praktische informatie, en meer, vind je in dit boek. In Draad! 4 maken we twee basissokken: een been-eerst sok én een teen-eerst sok. De patronen hiervoor zijn helemaal uitgewerkt. Daarnaast vertellen we je uitgebreid over de verschillende onderdelen van

geven aan kinderen en aan volwassenen. Vooral sokken zijn haar

de sok en leren we je hoe je een keuze maakt in het toepassen hiervan.

favoriete breiproject, er staat altijd wel een paar op de pennen.

Alle technieken worden helder in tekst en vooral beeld uitgelegd, zoals je van onze boeken gewend bent.

Ineke Spijker

Door je de technieken eigen te maken, kun je de ‘sokrecepten’ uit dit

leerde breien toen ze zes was. Het werd geen succes, maar tien

boek maken en, nog leuker, je kunt je eigen sokontwerp gaan maken!

jaar later pakte Ineke het breien weer op. Ze is nu een ‘fearless’

breier, onverschrokken neemt ze de naalden ter hand. Ineke deed

Kortom, jouw ultieme sokkenboek om steeds weer op te pakken. Veel breiplezier!

een grafische opleiding. Dagelijks combineert ze kleur, vorm en techniek. Het maken van een paar sokken is de perfecte combinatie van breien met het maken van praktische, draagbare en onderscheidende accessoires.

ISBN: 978-90-822868-3-0