Draad3 breien & kleur

Page 1

3

breien & kleur Pas de kleurenleer toe in je project: kies je kleuren, maak eens andere combinaties en gebruik ze in Fair Isle, afgehaalde steken, mozaïekbreiwerk en intarsia.

Sytske Corver Ineke Spijker

draad!

cover

Hoe gebruik je dit boek? Voor je begint, is het handig om te weten wat je kunt verwachten en hoe je dit boek het beste gebruikt. Allereerst gaan we er van uit dat je de basics uit Draad! 1 beheerst en de rondbreitechnieken uit Draad! 2 onder de knie hebt. We starten met de kleurentheorie van Johannes Itten. In hoofdstuk 2 gaan we deze theorie praktisch toepassen voor breiwerk. In de hoofdstukken die volgen, vind je vier breitechnieken die bij uitstek geschikt zijn voor het werken met kleur. Natuurlijk staan in dit boek weer projecten. Je hoeft niet per se een heel project te breien. Het is ook erg leuk om gewoon met kleur aan de gang te gaan en lapjes te breien. Heel handig tijdens het werken: de kleurenster vind je ook aan de binnenzijde van het omslag zodat je het boek gewoon kunt blijven gebruiken. Een tip voor het werken met de kleurenster (of -cirkel): het is lastig je garenkleur exact terug te vinden in de ster. Neem de kleur dus niet te letterlijk en zoek bij benadering waar een kleur ‘hoort’. Heb je nog vragen, zoek dan contact met ons. Je kunt een e-mail sturen, één van onze kleurworkshops volgen of bezoek ons op een brei- of handwerkbeurs. Meer informatie vind je op wolenco.nl. Sytske en Ineke


Inhoud 1

Kleur theorie

7

2

Aan de slag

19

3

Afgehaalde steken Col Split Second Sokken met ruiten

32 42 46

4

MozaĂŻek breien Kussen MozaĂŻeksok

48 56 60

5

Fair Isle en jacquard Armwarmer

62 74

6

Intarsia Kindertrui Muts

76 98 102

7

Motieven

104

Index

108

Aantekeningen

110


1 Kleur theorie Kleur is meestal de reden waarom we een garen mooi vinden, je ziet als eerste de kleur en valt daarvoor. Kleur is voor iedereen anders, dat heeft te maken met hoe je kleur letterlijk ziet maar ook welke associaties je bij bepaalde kleuren hebt. Dat maakt kleur kiezen ook kleur bekennen en soms erg lastig. Gelukkig kun je kleur en het combineren van kleuren in een soort van regels vangen. Die regels kunnen een goed hulpmiddel zijn en ook een uitgangspunt van waaruit je kunt gaan experimenteren. Want regels zijn handig, maar zelf op kleurontdekkingstocht gaan, is pas echt leuk. In dit eerste hoofdstuk vertellen we je meer over de regels en geven je wat theoretische achtergrond.

Zonder licht geen kleur

Kleur en licht horen bij elkaar, sterker nog: zonder licht zie je geen kleur. In het donker zien je ogen alleen grijstinten. Doordat licht op

een object valt, zie je kleur. Hoe werkt dat precies? Eerst iets over licht. Licht bestaat uit allerlei kleuren, denk aan de kleuren van de regenboog. Normaal gesproken maken al die kleuren samen wit licht. Als dat witte licht op een voorwerp valt, worden sommige kleuren uit het licht geabsorbeerd door het voorwerp en sommige kleuren worden juist gereflecteerd. De gereflecteerde kleuren licht maken de kleur van het voorwerp. Een voorbeeld: een tennisbal die wij als geel zien, reflecteert de gele kleuren uit het witte licht, alle andere kleuren worden geabsorbeerd. Een zwart voorwerp absorbeert dus (bijna) alle lichtkleuren, een wit voorwerp reflecteert (bijna) alle kleuren. Samenvattend: de kleur van een voorwerp wordt bepaald door de kleur licht die het weerkaatst. Dat houdt automatisch in dat de kleur van het licht dat op het voorwerp valt ook van belang is. Wit licht op een wit voorwerp levert een wit voorwerp op, rood licht op een wit voorwerp geeft een rood voorwerp, er valt immers alleen rood licht op en alleen die kleur kan weerkaatst worden. Dit gegeven kan het lastig maken om garen te kiezen bij kunstlicht (bijvoorbeeld in een winkel of ‘s avonds thuis). Het kunstlicht kan groenig zijn, wat gelig of gewoon net niet sterk genoeg om de kleur goed te kunnen beoordelen. Je kunt dan een daglichtlamp gebruiken. Deze geeft neutraal wit licht, zonder enige kleurzweem.

Kleur door kleur

Er zijn oneindig veel kleuren en wij mensen kunnen best veel kleuren zien. Maar... dat kunnen we alleen maar in de context van andere kleuren. Als we losse kleuren moeten gaan benoemen, kunnen mensen tussen de 10 en 14 verschillende kleuren onderscheiden. Plaatsen we meer kleuren bij elkaar, dan kunnen we wel 120 tot 160 kleuren zien. We zien kleuren dus het best in combinatie met andere kleuren. Dit is heel belangrijk bij het kiezen van kleur: de ‘omgeving’ van een kleur bepaalt hoe wij die kleur waarnemen en vooral ook ervaren. Later in dit hoofdstuk komen we hier op terug. Nog even een opmerking: iedereen ziet kleur anders, dat komt doordat geen mens gelijk is en dus ook geen oog gelijk is. Het gaat wat ver om hier uit te leggen hoe het menselijk oog werkt, maar een kleur zien is dus wel degelijk iets subjectiefs.

7


Zelf motieven maken voor mozaïekbreiwerk

Als je ruitjespapier en een potlood hebt, kun je ook zelf mozaïekmotieven ontwerpen. In je ontwerp houd je natuurlijk rekening met de in het begin van het hoofdstuk beschreven kenmerken van mozaïekbreiwerk. Verder is het belangrijk om te onthouden dat je nooit meer dan drie steken achter elkaar afhaalt. Moet er een groot vlak afgehaald worden dan maak je opvulsteken. TIP: De kleur die je afhaalt, is de kleur van de toer er onder. Je kunt dus als je een steek af moet halen geen andere kleur krijgen dan de toer er onder. Kijk even naar het lapje hiernaast. Wil je paars boven blauw, dan moet paars een gebreide steek zijn. Onthoud: de horizontale strepen maak je breiend. De verticale strepen maak je door afhalen!

Mozaïek in het rond

Mozaïek breiwerk in het rond breien is niet moeilijker dan ‘gewoon’ rondbreiwerk. Je moet wel met een aantal zaken rekening houden. De meeste breischema’s zijn voor plat breiwerk gemaakt. Je moet ze dus omzetten naar een schema voor rondbreiwerk. Dat doe je zo: • brei de heengaande toeren zoals in het schema - je leest ze van rechts naar links. • brei de teruggaande toeren alsof ze heengaand zijn - je leest het schema ook van rechts naar links. Doe gewoon wat er staat. Dat kan, omdat een goed breischema altijd zo is gemaakt dat je het breiwerk a.h.w. aan de goede kant ziet.

Brei de kantsteken uit het breischema NIET. Kantsteken zijn nodig om een motief te centreren. Als je in het rond breit, sluit een motief altijd mooi aan. LET OP: Als je ribbel-mozaïek breit, brei je de eerste toer van de ribbel recht en de tweede toer averecht. Let goed op waar de toer begint en eindigt. Het plaatsen van een markeerring of een draadje helpt je hierbij. Je breit mozaïek met twee kleuren garen. Pak de nieuwe kleur altijd van onder de kleur waarmee je net twee toeren gebreid hebt. Je draait de werkdraden zo om elkaar heen en voorkomt dat er gaten ontstaan bij de kleurovergangen.

53


5 Fair Isle en jacquard Dit hoofdstuk gaat over kleurgebruik bij het inbreien uit alle windstreken. Het gaat ook over inbreien met meer dan twee kleuren. De officiële benaming voor inbreien is jacquard breien. We zullen in dit boek de term Fair Isle gebruiken als algemene term, ook voor breiwerk met meer dan twee kleuren in één toer. Waar we wel specifiek het breiwerk van de Shetland Eilanden bedoelen, zeggen we dit erbij.

De gebruikte motieven verschillen natuurlijk in grootte. Het kleinste motief dat we kennen is de enkele steek die in een andere kleur gebreid wordt. Dit zie je bijvoorbeeld in Noorse truien (de ‘luse-

Motieven

Over de hele wereld wordt breiwerk gevonden en nog steeds gemaakt waarin meerdere kleuren verwerkt worden. Zo is Zuid-Amerika beroemd om het sprekende kleurgebruik en in Europa zijn de landen rondom de Noordzee en de Oostzee bekend door hun kleurige breiwerk. kofte’). Doordat je bij inbreien de draad die je niet gebruikt achter het werk meeneemt, kunnen de motieven niet oneindig groot worden. Het grootste motief dat gebruikt wordt, is zo’n 30 steken breed.

Motief en contrast

Je kunt je voorstellen dat de afmetingen van een motief invloed hebben op de waarneming van de gebruikte kleuren. Als je motief maar één steek groot is, moet het contrast met de achtergrond echt groot zijn. Je ziet dit ook in de Noorse truien. De achtergrond is

WEETJE: De naam van het hoofdstuk is wat misleidend. In het dagelijks leven hebben breiers het over Fair Isle breien als er ingebreid wordt. Aan de naam Fair Isle hangen officieel een paar begrippen. Fair Isle breiwerk komt van de Shetland eilanden. In het breiwerk van deze eilanden worden nooit meer dan twee kleuren in één toer gebruikt. Bij Fair Isle breiwerk hoort ook een bepaald kleurgebruik.


cover achterzijde

Over de auteurs

In deze Draad! 3 breien & kleur vind je vooral veel kleur, want hoe werk

Sytske Corver

leer van Johannes Itten. Daarna laten we je stap voor stap zien hoe je

breit al sinds ze 7 is. Ze is altijd blijven breien, of het nou in of uit de

de kleurentheorie kunt toepassen in de praktijk.

mode was. Sinds december 2016 is Sytske ‘Master of Hand Knitting’.

Na twee hoofdstukken over de kleurenleer volgen hoofdstukken met

Deze master heeft ze behaald bij de Amerikaanse Knitting Guild As-

breitechnieken die zich goed lenen voor het werken met kleur. Je vindt

sociation. Sytske heeft ruime ervaring in het lesgeven aan kinderen

hoofdstukken over afgehaalde steken, mozaïek en intarsia breien en

en aan volwassenen. Vooral sokken zijn haar favoriete breiproject,

over kleurgebruik specifiek voor Fair Isle projecten.

er staat altijd wel een paar op de pennen.

In elk hoofdstuk leggen we eerst de techniek zelf uit. Daarna volgen tips

je nou eigenlijk met kleur? Als basis nemen we de bekende kleuren-

voor kleurgebruik bij die specifieke techniek. Natuurlijk staan er projecIneke Spijker

ten in het boek, zo kun je de technieken en theorie goed oefenen. Ga

leerde breien toen ze zes was. Het werd geen succes, maar tien

lekker aan de slag met wat garens en brei proefjes,

jaar later pakte Ineke het breien weer op. Ze is nu een ‘fearless’

veel proefjes! Zo kun je een ei-

breier, onverschrokken neemt ze de naalden ter hand. Ineke deed

gen kleurnaslagwerk maken.

een grafische opleiding. Dagelijks combineert ze kleur, vorm en

Want, zoals kleurexpert

techniek. Voor Ineke is het breien van een grote sjaal een bijna

Josef Albers al zei:

meditatieve bezigheid.

“Goed kleuren combineren is als goed koken: er moet herhaaldelijk geproefd worden!”

ISBN: 978-90-822868-2-3