Page 15

De Schakel MiddenDelfland donderdag 21 april 2016

|

Symposium Weidevogelpact broedt op succes Omdat de A4 in Midden-Delfland dwars door het weidevogelgebied loopt, heeft de Provincie financiële compensatie geregeld in het project IODS, Integrale Ontwikkeling Delft-Schiedam. Hiermee wil men o.a. een kwaliteitsimpuls aan het weidevogelbeheer geven. Zo werd in 2014 het Weidevogelpact gesloten. Tijdens het symposium dat afgelopen vrijdag georganiseerd werd, keek men wat er al gerealiseerd is op dit gebied maar vooral ook naar de kansen die in het verschiet liggen. Door Gemma van Winden-Tetteroo De deelnemers van het Weidevogelpact, Natuurmonumenten, LTO Delflands Groen, ANV Vockestaert, KNNV Delfland en de Vogelwacht MD hebben in 2014 besloten alle mogelijkheden en middelen in te zetten om de weidevogelstand in MiddenDelfland en omstreken te verbeteren. “Om straks de resultaten van deze inspanningen goed te kunnen beoordelen, moeten we weten hoe de weidevogels er nu voorstaan,” zei gastheer wethouder Govert van Oord tijdens de inleiding. “Daarom hebben we een nulmeting laten uitvoeren in het hele Midden-Delfland gebied. Dat geeft reden voor trots maar ook reden voor zorg. Door coöperatieve samenwerking tussen Provincie, gemeente, publieke en private sectoren proberen we de omstandigheden voor de weidevogels te optimaliseren.” Vergrootglas Gedeputeerde Han Weber sprak zijn waardering uit voor de grote inspanningen die men doet om de weidevogelstand te versterken en te verbeteren. “Met heel veel passie en inzet hebben mensen dit aangepakt. We moeten streven naar biodiversiteit door de weidevogelbescherming onder het nationale vergrootglas te leggen. Weidevogels houden zich niet aan de grenzen van de polders. Daarom is veelzijdige kennis nodig. Alleen samenwerking van

overheid en regio kan tot goede resultaten leiden. Het waterbeheer met goede plasdrasgebieden is van groot belang. Achteruitgang van de populatie van bepaalde weidevogels moet tot staan gebracht worden.” Soms moeten daarvoor bomen en geriefhoutbosjes gekapt worden zodat de vossen zich niet kunnen verstoppen. Dat maatregelen wel degelijk effect hebben, blijkt uit de resultaten die in 2015 al geboekt zijn in de Dorppolder, waar aanzienlijk meer jonge vogels vliegvlug zijn geworden. Broeden Annie Boekestijn, voorzitter van de Agrarische Natuurvereniging Vockestaert: “Wij proberen, samen met de boeren, het beheer van Midden-Delfland zo in te richten dat natuur en het karakteristieke open polderlandschap het beste bewaard blijven. Weidevogelbeheer staat hoog in ons vaandel maar we denken ook mee met de boer en zijn bedrijfsvoering.” Om de weidevogels een rustig broedseizoen te gunnen, zijn de vliegende wandelpaden in die periode gesloten. Boeren zijn vaak bereid om maaidata uit te stellen zodat de nesten van de weidevogels niet verstoord worden. De grootste bedreiging van de jonge weidevogels is de vos. Daarom worden vrijwilligers opgeleid om predatie (het doden en opeten van de jongen door natuurlijke vijanden) zoveel mogelijk tegen te gaan. Weidevogelgebied Naast het nemen van maatregelen om de weidevogels te beschermen is het ook belangrijk dat er voldoende hectare grond is waarop de weidevogels kunnen broeden en leven. Dankzij de IODS-natuurcompensatie kan er 100 ha grond in Midden-Delfland worden ingericht en beheerd als extra weidevogelnatuur. Dit wordt het groenblauwe lint genoemd. Bermen en graslanden worden ingezaaid met kruidenmengsels, die dienen als voedsel voor de weidevogels.

Gedeputeerde Han Weber heeft waardering voor de grote inspanningen Hans Kleij, programmadirecteur IODS zei: “Wij zien liever tien weidevogels in een nest dan één in de lucht.” Nulmeting Om de nulmeting goed te kunnen verrichten hebben vrijwilligers van de weidevogelwacht de vogels geteld. Ferry van der Lans uit Den Hoorn vertelde hoe de verschillende vogels er voor staan. De vier steltlopers kievit, grutto, scholekster en tureluur, zijn het meest talrijk. De aantallen per vogelsoort blijken per polder sterk te verschillen. “Opvallend is dat watervogels die geen gebruik maken van een weiland maar van watergangen, oevers en slikranden, het meest toenemen. De soorten die in het weiland van zaden en insecten leven, nemen als eerste en het sterkst af.” Over de toekomst van de weidevogels concludeert Ferry: “Ze doen het goed in de gebieden van Natuurmonumenten. Hoge waterstand, extensieve beweiding, late maaidatum, vossenrasters, verbod op gif en kunstmest en beperkte dierlijke mest is succesvol gebleken om weidevogels terug te krijgen op plekken waar ze verdwenen waren. Bouwterreinen doen het ook goed. Het zandlichaam van de A4 was een eldorado voor bepaalde weidevogels.

Foto: GvW-T

Streekproduct Floor Koornneef, beleidsmedewerker Landelijk Gebied bij Vogelbescherming Nederland, lanceerde het idee om zuivelproducten te maken van de melk van koeien die in weidevogelgebieden grazen. “Zo kun je ook boer en stad verbinden via een streekproduct.” Tijdens de plenaire discussie over kansen en mogelijkheden voor meer weidevogels in Midden-Delfland en omgeving kwam naar voren dat men heel Midden-Delfland als kerngebied zou willen aanwijzen om zo de omstandigheden te optimaliseren: vrijwilligers opleiden, samenwerking met jagers, werken aan de biodiversiteit, afspraken over maaidatum, plasdrasgebieden en tal van andere maatregelen. Gemeente en Provincie willen hierover meedenken. Nieuwe kansen Uit de verhalen van de partijen blijkt ook dat er nieuwe kansen liggen. De pactleden zijn bevlogen en gemotiveerd door de uitkomsten. Govert van Oord: ‘Het Weidevogelpact heeft de afgelopen tijd gebroed op succes, het eerste legsel kan nu vliegvlug worden!’

Vogels tellen als passie Ferry van der Lans (42), opgegroeid in schipluiden, is volgens andere vrijwilligers de beste vogelteller van Nederland. Om de nulmeting te realiseren voor het Weidevogelpact heeft Ferry met een collega vrijwilliger het aantal weidevogels in Midden-Delfland in kaart gebracht. Hoe raakt iemand zo bevlogen van weidevogels dat hij al zijn vrije tijd daaraan besteedt? Door Gemma van Winden-Tetteroo

Het eerste woord dat hij als peuter kon zeggen was ‘vogel’. “Achterop de fiets keek ik mijn ogen uit. Mijn vader was vrijwilliger van de Weidevogelwacht die in 1982 hier was opgericht. We gingen nestjes zoeken. Geweldig! Iedere avond het weiland in om te tellen. Ik mocht pullen (jonge vogeltjes, red.) vasthouden en we raapten nog eieren. Dat is veel aantrekkelijker dan met een verrekijker aan de rand van het weiland staan. Het is altijd mijn hobby gebleven. Je hebt steeds wat te doen en het is afwisselend,” zegt Ferry. Als ecoloog

Ferry van der Lans: natuurliefhebber in hart en nieren.

Foto: GvW-T

is hij dagelijks bezig met de flora en fauna. “Wanneer er een gebouw gesloopt moet worden of een sloot gedempt, dan ga ik vaststellen welke ecologische gevolgen dat kan hebben, welke beschermde soorten er voorkomen. Zie ik bijvoorbeeld sporen van vleermuizen, dan moet er een ontheffing aangevraagd worden voordat er gesloopt mag worden.” Zorgvuldig Het tellen van de weidevogels gebeurt volgens de SOVON methode. Sovon Vogelonderzoek Nederland is een non-profit organisatie die in Nederland de aanwezigheid en de ontwikkeling van Nederlandse vogels bijhoudt. Sovon kijkt daarbij naar de voor- of achteruitgang van vogels, en naar het hoe en waarom daarvan. “Ik vind het leuk om enthousiaste mensen mee de polder in te nemen. Het is een hobby die ik graag met anderen deel. Maar je moet weten wat je doet. Als vogels jongen hebben, dan doe je meer kwaad dan goed als je in de buurt komt. De ouders gaan op de vlucht en proberen mij te verjagen. Intussen krijgen de jongen in het nest het veel te koud. Als een boer wil gaan maaien, zoek ik de nesten op zodat daar rekening mee gehouden kan worden. Je moet daar zorgvuldig mee omgaan want als ik stokjes bij de nesten zet, dan komt de slimme zwarte kraai en die eet de eieren

leeg. De vos ruikt mijn spoor en wordt zo ook naar het nest geleid. De buizerd is een nieuwe predator (natuurlijke vijand, dier dat jongen doodt en opeet, red.), hij eet de kuikens op.” Is de weidevogelstand in Midden-Delfland beter dan in de omliggende gebieden? “Ik denk het wel. De agrarische intensivering lijkt hier minder heftig omdat hier minder grote bedrijven zijn. De boeren moeten echt rekening houden met hun bedrijfsvoering maar kunnen daar een mooie vergoeding voor krijgen. Dus is het een keuze. Bij die subsidieregeling maak je afspraken voor minimaal zes jaar.” Welke vogel heeft het hier het moeilijkst? “De veldleeuwerik. In de jaren ’70 waren hier nog 1180 zingende veldleeuweriken. Nu nog 19! De krakeend daarentegen doet het ’t best. De grutto, onze nationale vogel, is in aantal wel afgenomen maar ik weet zeker dat we hem kunnen redden. En dus houden we er rekening mee dat er stukken gras ongemaaid blijven zodat de kleintjes kunnen wegkruipen.” Ferry zal waarschijnlijk zijn leven lang vogels blijven tellen. Het is zijn passie. Je kunt hem dagelijks in een van de polders vinden. Met zijn verrekijker als vaste metgezel.

15

Profile for WL Media

Md 2016 04 21  

Md 2016 04 21  

Profile for wlmedia