Issuu on Google+

Honorering van raden van toezicht van zorginstellingen

Advies van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorginstellingen

NVTZ, 2009 (update 2012)


Honorering van raden van toezicht

2

Realisatie: Drukkerij Zoeterhage b.v. Š 2009 NVTZ (update 2012) Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm, of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without permission from the publisher.


Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

Inleiding

5

Hoofdstuk 1 UITGANGSPUNTEN

6

Hoofdstuk 2 VORMEN VAN HONORERING Reguliere vormen Reguliere honorering kent vier elementen tabel 1 Kwaliteits- en deskundigheidsbevordering Beloning Belonen naar functie en / of taak Vergoeding van werkelijk gemaakte onkosten Andere vormen van waardering Incidentele vormen

10 10 11 11 12 12 13 14 14

Hoofdstuk 3 BEREKENING OMVANG HONORERING Advies beloning Functiezwaarte zorginstellingen tabel 2 Totaalscore zorginstelling tabel 3 CategorieĂŤn honorarium tabel 4 Overige kosten van de raad Indexering beloning

15

Hoofdstuk 4 DE FISCUS EN DE HONORERING Toezichthouder in (fictieve) dienstbetrekking Vrijwilligers Dienstbetrekking bij derde Toezichthouder als zelfstandige Tussenkomst eigen B.V. IB-onderneming

20 20 21 22 23 23 23

Maatschappelijk verantwoord honoreren

16 16 17 18 19

3


Honorering van raden van toezicht

4

Verklaring arbeidsrelatie/Belastingplan 2009 Schematisch overzicht van de fiscale kwalificaties tabel 5

23 24

Overige aspecten Pro deo werkzaamheden BTW – aspecten Zorgverzekeringswet Kerstgeschenken

25 25 25 27 27

Bijlage 1 Fiscale aspecten honorering raden van toezicht

28

Bijlage 2 Literatuurlijst

34

Bijlage 3 Samenstelling commissie

36


Inleiding In 2002 bracht de NVTZ voor het eerst een advies 'Honorering van Raden van Toezicht van Zorginstellingen' uit, dat in de jaren daarna onder de NVTZ leden een breed draagvlak kreeg. Het toenmalige advies baseerde zich op een drietal enquêtes onder de leden naar de werkelijke honorering die gehouden waren in 1995, 1998 en 2001. In 2004 werden de leden opnieuw bevraagd naar hun honorering op dat moment. De uitkomsten van de enquête van 2004 zijn toentertijd verwerkt in de actualisatie van de honorering van raden van toezicht in 2005. Na vier jaren is het tijd om het advies uit 2005 opnieuw te actualiseren. De aanleiding hiertoe is een herijking en een heroverweging van de toenmalige uitgangspunten en de wenselijkheid om vanuit de verantwoordelijkheden en bevoegdheden meer dan voorheen de honorering transparant te maken. Bovendien is de fiscale wetgeving veranderd en maakt dit eveneens een actualisering noodzakelijk. Bij het opstellen van dit advies kon gebruik worden gemaakt van de uitkomsten van de enquête die de NVTZ in 2008 onder haar leden heeft gehouden.

Maatschappelijk verantwoord honoreren

5


Honorering van raden van toezicht

Hoofdstuk 1 UITGANGSPUNTEN Honoreren van raden van toezicht is maatschappelijk gerechtvaardigd en wenselijk. Het honoreren symboliseert de maatschappelijke waardering voor de verantwoordelijkheid, die leden van raden van toezicht dragen. Het symboliseert eveneens het contract, dat de toezichthouder met een zorginstelling aangaat, namelijk de toezegging, dat hij energie en tijd, kunde en kennis zal inzetten ten dienste van de doelstellingen van de zorginstelling. De honorering wordt in dit advies gerelateerd aan de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de raad en aan zijn inzet in energie en tijd.

6 Primair wordt de honorering gerelateerd aan de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de raad van toezicht en aan de positie, die hij in de zorginstelling inneemt. De raad is het orgaan dat het dichtst bij het doel van de zorginstelling staat en • de maatschappelijke toezichthouder is, die de doelrealisatie van het bestuur bewaakt en • de rentmeester van het maatschappelijk vermogen van de zorginstelling is, • de interne toezichthouder die de doelrealisatie door middel van zijn toezicht op bestuur, zorgbedrijf en zorgverlening controleert en • de werkgever van het bestuur is. Zijn toezicht richt de raad op het bestuur als beslissingsorgaan van de zorginstelling en op de bestuurder. De raad ziet toe op de zorg, met name op de kwaliteit ervan, op het zorgbedrijf en op het bestuur, met name op zijn strategie en beleid en tevens op zijn bestuur, beheer, beheersing en belangenafweging. Gezien deze verantwoordelijkheden is een maatschappelijk aanvaarde waardering in de vorm van een honorering hiervoor op zijn plaats. Deze honorering is niet gebaseerd op markttarieven. De toezichthouder functioneert immers voor een maat-


schappelijke organisatie of onderneming, die binnen een publiek belang aan een publiek doel werkt. Derhalve wordt hij op een terughoudende manier hiervoor gehonoreerd. Deze waardering vertaald zich in een budget, dat voor de raad van toezicht beschikbaar is. Ter vergelijking: de maatschappij waardeert het werk en de inzet van een ondernemingsraad of cliĂŤntenraad door middel van wettelijke bepalingen, die zich evenzeer vertalen in een beslag op een deel van het budget van de zorginstelling. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de voorgeschreven minimale omvang van deze raden, het in werktijd georganiseerde overleg en het recht op door de zorginstelling vergoede scholing of deskundigheidsbevordering. Secundair wordt de honorering gerelateerd aan de inzet in energie en tijd van de toezichthouders. Uit het onderzoek dat de toenmalige NVBG (Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Gezondheidszorg) (thans NVTZ) hield bleek dat dit in 2002 varieerde van vier tot acht uur per maand, of van 48 tot 96 uur per jaar, voor de leden van de raad. Voor de voorzitters bedroeg dit 120 tot 160 uur per jaar. Dit is de tijd die nodig is voor de reguliere werkzaamheden van een raad. In tijden van de wisseling van het bestuur of tijdens een crisissituatie loopt het aantal uren fors op. Uit het onderzoek uit 2005 bleek dat raden van toezicht toen gemiddeld acht tot tien maal per jaar bijeenkwamen: zes tot acht vergaderingen en twee tot vier andersoortige bijeenkomsten, zoals ontmoetingen met interne belanghouders, plus een of twee informele bijeenkomsten (diner, festiviteiten van de zorginstelling). Het onderzoek uit 2008 laat zien dat het aantal bijeenkomsten niet veranderd is, eerder iets is toegenomen. Bij een gemiddelde van zes tot acht vergaderingen komen de ontmoetingen met interne belanghouders, de deskundigheidsbevordering (in company of elders), de evaluatiebijeenkomst van de raad, commissiebijeenkomsten en informele bijeenkomsten. Dit leidt ertoe dat voor de honorering van raden van toezicht uitgegaan kan worden van een inzet die bij reguliere werkzaamheden op jaarbasis rond de honderd uren bedraagt voor een lid van de raad van toezicht en rond de tweehonderd uren voor de voorzitter ervan.

Maatschappelijk verantwoord honoreren

7


Honorering van raden van toezicht

In de begroting van de zorginstelling legt de bestuurder, na overleg met de raad van toezicht het budget van de raad van toezicht vast. Dit budget is de optelsom van de kosten van de honoraria, de kosten van de kwaliteitborgende en deskundigheidsbevorderende activiteiten van de raad en de kosten van zijn functioneren. De wijze van honoreren legt de raad in zijn reglement vast. Consequentie van het gegeven dat de raad het maatschappelijk en het interne toezicht voor zijn rekening neemt is dat de maatschappij recht heeft op informatie over de honorering, die de raad van toezicht vaststelt. De raad meldt zijn beslag op het budget en zijn honorering in zijn bijdrage aan het jaarverslag van de zorginstelling. Indien de raad argumenten heeft om van dit advies af te wijken wordt aangeraden deze argumenten en de afwijking te motiveren in de verantwoording van de raad van toezicht in het jaarverslag of jaardocument.

8

De NVTZ adviseert de raad te honoreren. De zorginstelling heeft als zelfstandige rechtspersoon uiteraard de vrijheid te kiezen voor het al dan niet honoreren. Indien er gekozen wordt voor het niet invoeren van een honorering dan zal de raad de eventuele andere wijze waarop de waardering voor hun inzet tot uiting wordt gebracht – denk aan excursies, vergoeding van deelnamekosten aan congressen of symposia, diners en dergelijke – financieel vertalen en het budgetbeslag hiervan melden in zijn bijdrage aan het jaarverslag van de zorginstelling. Honoreren brengt de onafhankelijkheid van toezichthouders niet in gevaar. Voorwaarden hierbij zijn dat de honorering een omvang kent die maatschappelijk aanvaardbaar is en dat de honorering publiek bekend is. De soms gehoorde redenatie, dat als de honorering zodanig omvangrijk is dat er gesproken kan worden van een deelinkomen voor de toezichthouders hun onafhankelijkheid in gevaar komt, gaat dan niet op. Zeker niet als de professioneel opererende raad van toezicht een maximale zittingsduur hanteert en zijn leden jaarlijks en voorafgaand aan een herbenoeming evalueert. De onafhankelijkheid komt eerder in het gedrang als een lid van de raad zijn zetel vanwege status of andere argumenten niet los kan laten. Zelfs indien hij gedeeltelijk inkomensafhankelijk van zijn honorering zou zijn dan weet hij van tevoren dat er een einde komt aan zijn functioneren als lid van de desbetreffende raad van toezicht. Bovendien kan hij op geen enkele


wijze een beroep doen op het effect dat het wegvallen van de beloning op zijn persoonlijke financiĂŤle situatie heeft.

9

Maatschappelijk verantwoord honoreren


Honorering van raden van toezicht

Hoofdstuk 2 VORMEN VAN HONORERING

10

Bij de honorering van raden van toezicht komen reguliere vormen en incidentele vormen voor. Reguliere honorering is er voor de reguliere werkzaamheden van leden en functionarissen, zoals de voorzitter, vice-voorzitter of secretaris, of van commissies van raden van toezicht. Incidentele dienen ter vergoeding van incidentele of tijdelijke verantwoordelijkheden en / of specifieke energiekostende of tijdrovende activiteiten. Bij de reguliere vormen wordt veelal een onderscheid gemaakt tussen het honoreren van leden van raden van toezicht en dat van functionarissen in de raad, zoals de voorzitter, de vice-voorzitter of de secretaris. Dit verschil baseert zich op aan de functie verbonden verantwoordelijkheden en bevoegdheden alsmede op het ruimere tijdsbeslag dat deze functies vergen.

Reguliere vormen De reguliere honorering kent vier elementen: • de vergoeding van kwaliteit- en deskundigheidsbevorderende activiteiten, • de honorering, • de vergoeding van onkosten en • de waardering, die op andere wijze tot uiting wordt gebracht.


Reguliere honorering kent vier elementen

budget voor kwaliteit- en deskundigheid bevordering

honorarium naar functie

vergoeding van werkelijke onkosten

overige vormen van waardering

de honorering van de raad van toezicht plus de kosten van functioneren (inhuren extern advies, vergaderkosten en kosten van communicatie) vormen het budget van de raad van toezicht Kwaliteits- en deskundigheidsbevordering Het eerste element is de bijdrage die de zorginstelling reserveert voor de kwaliteit en deskundigheidsbevorderende activiteiten van de raad van toezicht en zijn leden. Vanuit de bekwaamheidseisen, die aan leden van raden van toezicht gesteld worden, vanuit de verwachting dat zij op professionele wijze hun verantwoordelijkheden uitoefenen en vanuit de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid is het in stand houden dan wel verbeteren van de kwaliteit van hun functioneren door middel van deskundigheidsbevordering van wezenlijk belang. Professioneel toezicht is immers synoniem aan kwalitatief goed toezicht, dat de nodige deskundigheid behoeft. Tot deze bijdrage behoren wat de volledige raad betreft bijvoorbeeld de jaarlijkse of tweejaarlijkse deskundigheidsbevorderende bijeenkomst of de kosten ingezet voor een evaluatie door een externe deskundige of collega-voorzitter. Wat de leden van de raad betreft behoren hiertoe de kosten van het lidmaatschap van de NVTZ, van deelname aan congressen, studiedagen en dergelijke en van vakliteratuur. De raad maakt voor deze kosten een deel van zijn budgetruimte vrij. Raden die Maatschappelijk verantwoord honoreren

11


Honorering van raden van toezicht

om principiĂŤle reden honoraria afwijzen, maken dikwijls wel gebruik van zowel een budget voor de kosten van deskundigheidbevordering als ook voor het vergoeden van werkelijk gemaakte onkosten. In hun jaarverslag vermelden zij dan het totaal van deze kosten. Honorering De NVTZ werkt in dit advies met een jaarbedrag, dat berekend wordt op basis van de te besteden tijd en energie en dat daardoor gezien kan worden als een naar een jaarbedrag vertaalde vacatiegeldenregeling. Het werken met vacatiegelden wordt afgeraden, omdat het de schijn oproept dat leden van de raad alleen een verantwoordelijkheid zouden kennen, die tijdens de vergaderingen tot uiting komt. Hun verantwoordelijkheid is continue, gedurende de volle zittingsperiode, gedurende het gehele jaar.

12

Honoreren naar functie en / of taak Leden van de raad die een functie vervullen, zoals het voorzitterschap, komen in aanmerking voor een ruimere honorering. Aan de functies zitten functiegebonden verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast, die in de statuten van de zorginstelling dan wel in het reglement van de raad van toezicht zijn opgesomd. Om deze functies naar behoren te vervullen is meer tijd en inzet noodzakelijk dan voor het vervullen van het lidmaatschap van een raad van toezicht. Een bijzondere plaats neemt de voorzitter van de raad in gezien zijn eigenstandige uit zijn functie voortkomende verantwoordelijkheden. Denk aan het voorbereiden en leiden van de vergaderingen, het werken aan de kwaliteit van team en toezicht, het bewaken van de werkgeversrol van de raad en het organiseren van de eigen werkzaamheden van de raad. Zijn honorarium is in de praktijk dikwijls 1 1/2 maal of 1 2/3 maal het honorarium van de leden. De vicevoorzitter of de secretaris worden soms gewaardeerd met een opslag van een 1 1/4 maal of 1 1/3 maal. Aangezien de adviezen honorering van de NVTZ uit 2002 en 2005 adviseerden de voorzitter maximaal 2 maal het honorarium van de leden toe te kennen komt ook dit veel in de praktijk voor. Geadviseerd wordt dat de raad zich voor het vaststellen van de opslag baseert op


de werkzaamheden die de voorzitter, vice-voorzitter of secretaris metterdaad verrichten of volgens de werkplanning van de raad te verrichten krijgen. Uiteraard worden deze verschillen in vergoeding gepubliceerd in het jaarverslag van de raad. Bij de taak- en werkverdeling van de raad van toezicht richt de raad zich erop dat de leden een zoveel mogelijk gelijke besteding van tijd en energie krijgen toegedeeld. Op deze wijze is het niet nodig leden die werkzaamheden verrichten in een commissie daarvoor extra te honoreren. Lukt het niet tot een gelijkmatige verdeling van vergaderingen of bijeenkomsten en werkzaamheden te komen dan kan de raad besluiten tot een opslag voor extra werkzaamheden. Geadviseerd wordt deze nooit meer dan 25% van de vastgestelde honorering te laten zijn. Vergoeding van werkelijk gemaakte onkosten Het derde element is het vergoeden van werkelijk gemaakte kosten. De raad wordt aangeraden om een onderscheid te maken tussen de honorering en de vergoeding van werkelijk gemaakte kosten en af te zien van een mix van honorering en onkostenvergoeding. Gezien de voorbeeldfunctie van de raad is een transparante scheiding tussen enerzijds de honorering en anderzijds de vergoeding van gemaakte onkosten noodzaak. Een onkostenvergoeding dient niet ter aanvulling van een honorering. Daarnaast wordt de raad afgeraden te werken met per jaar of per maand gefixeerde bedragen voor het vergoeden van kosten, of die nu wel of niet werkelijk gemaakt zijn. Een vaste vergoeding van onkosten, die niet gerelateerd is aan de in werkelijkheid gemaakte kosten roept gedachten op als via een omweg het honorering verhogen of het hanteren van een voorrangspositie (werknemers zijn via CAO bepalingen hiervan uitgesloten). Dit is onwenselijk en derhalve dient de raad hiervan af te zien. Bij het vergoeden van werkelijk gemaakte werkt de raad met declaraties. Door toezichthouders gemaakte kosten kunnen op declaratiebasis en onderbouwd met de onderliggende bescheiden worden vergoed. De praktijkervaring leert dat het hierbij met name gaat om vergoedingen van reiskosten met eigen of openbaar vervoer en om kosten van communicatie, voorheen met name telefoonkosten, Maatschappelijk verantwoord honoreren

13


Honorering van raden van toezicht

thans kosten van e-mail, telefoon en fax. Kosten van representatie worden veelal rechtstreeks door de zorginstelling verrekend. Het argument van de voorbeeldfunctie, die de raad en met hem ook het bestuur van een zorginstelling heeft, weegt hierbij zwaarder dan het argument, dat declaraties indienen tijd kost van de leden, zeker als een ieder in de zorginstelling onkosten dient te declareren. Als tijdsbeslag desondanks als bezwaarlijk gezien wordt is de oplossing af te zien van het vergoeden van de werkelijke onkosten en te volstaan met ĂŠĂŠn bedrag voor honorering waarin de vergoeding van de gemaakte onkosten als het ware begrepen is. Dit leidt niet tot een hogere honorering dan in dit advies wordt aanbevolen.

14

Andere vormen van waardering Het vierde element van de waardering van de meerwaarde en inzet van raden van toezicht vertaalt zich in een aantal vormen, zoals een jaarlijks diner, maaltijden bij vergaderingen of incidentele attenties. Incidentele vormen Incidentele vormen van honorering komen voor als er sprake is van extra werkzaamheden, zoals die voorkomen als enkele leden van de raad werkzaam zijn in het werven, selecteren en benoemen van de raad van bestuur of van een bestuurder / directeur of betrokken bij zijn ontslag. Ook bij samenwerkingsprocessen, met name bij fusie, krijgen enkele leden extra werk te verrichten onder andere door deel te nemen aan extra vergaderingen en bijeenkomsten. Raden van toezicht kunnen kiezen uit twee oplossingen hiervoor. Sommige raden gaan ervan uit dat dergelijke taken van tijd tot tijd voorkomen en dus behoren tot hun reguliere takenpakket. Deze raden begroten hun beloning zodanig dat de vergoeding van dit soort extra werkzaamheden als het ware inbegrepen is. Andere raden begroten een aparte honorering, zodra dit soort activiteiten van enkele leden noodzakelijk wordt. Het bedrag dient gerelateerd te zijn aan de omvang van de in te zetten uren en aan de gebruikelijke honorering van de raad. Dus niet aan de uurvergoeding die leden van de raad in hun beroep berekenen. Dergelijke incidentele honoraria worden eveneens beargumenteerd in het jaarverslag van de raad van toezicht verantwoord.


Hoofdstuk 3 ADVIES OMVANG HONORERING De NVTZ kiest voor een eenvoudige aanpak: de honorering wordt ingedeeld in treden, die bij de inschaling van de zorginstelling conform de Beloningscode Bestuurders Zorg (BBZ) passen. In deze code wordt de zorginstelling ingeschaald op basis van wegingcriteria zoals complexiteit, impact en omvang. Dit levert een referentiescore voor de inschaling van toezicht en het bestuur op. Vervolgens wordt in deze code de beloning van de bestuurder verder berekend op basis van de van toepassing zijnde omgeving- en risicofactoren, zijn competenties en het vigerende bestuursmodel (eenhoofdig of meerhoofdig bestuur, de managementstructuur aan de top). Voor de honorering van de raad van toezicht wordt uitgegaan van de referentiescore, die conform de indeling in de Beloningscode Bestuurders Zorg van toepassing is en die tot uitdrukking komt in een referentieschaal waarvan niet afgeweken kan worden dan na verkregen goedkeuring van de landelijke toetsingscommissie BBZ. De referentiescore van de zorginstelling Conform de BBZ zijn de volgende referentiescores toegekend aan zorginstellingen in de desbetreffende segmenten van de zorg:

Maatschappelijk verantwoord honoreren

15


Honorering van raden van toezicht

tabel 2 Complexiteit

Impact

Totaal

Kennis intensiteit

Transactie keten

Geografie

2

2

2

1

1-2

ziekenhuizen

1

2

1

1

1

6

Topklinische ziekenhuizen

2

2

1-2

1

1

7-8

Thuiszorg

0

1

0-2

1

1

3-5

verpleeghuizen

0

0-1

0-2

1

1

2-5

GGZ

1

1-2

1-2

1

2

6-8

0

2

0-2

1

1

4-6

1-2

1-2

0-2

1

1-2

4-9

UMC’s

Problemen / Media Calamiteiten exposure

8-9

Algemene/categorale

Verzorging- en

Gehandicaptenzorg

16

Ketenorganisaties Jeugdzorg

0

1

1

1

1-2

4-5

Huisartsenposten/-CV/-BV

1

0-1

0-1

1

1

3-5

Deze totaalscore wordt afgezet tegen de omvang van de zorginstelling en levert een categorie (met een nummer) op: tabel 3 Totaalscore

0-1

2-3

4-5

6-7

8-9

Tot 10 miljoen €

A

B

C

D

E

Van 10 tot 25 miljoen €

B

C

D

E

F

Van 25 tot 60 miljoen €

C

D

E

F

G

Van 60 tot 150 miljoen €

D

E

F

G

H

Van 150 tot 300 miljoen €

E

F

G

H

I

Boven 300 miljoen €

F

G

H

I

J

Op basis van bovenstaande inschaling in een categorie wordt het honorarium toegekend als volgt:


tabel 4 CATEGORIE

A

B of C

D of E

F of G

H of I

J

Honorarium

€ 5274

€ 6329

€ 7383

€ 8438

€ 9493

€ 10.547

Opslag voorzitter 50%

€ 2637

€ 3165

€ 3692

€ 4219

€ 4746

€ 5274

Honorarium

€ 1318

€ 1583

€ 1846

€ 2110

€ 2373

€ 2637

commissielid max 25%

NB: max. 2 commissies. De honoreringsomvang is op deze wijze gekoppeld aan de referentiescore van de zorginstelling conform de BBZ. Mocht deze indeling in de toekomst veranderen dan volgt het advies honorering deze verandering.

17 Honoraria functionarissen in de raad van toezicht Wat betreft de functionarissen in een raad van toezicht, de voorzitter en de vicevoorzitter (al dan niet gecombineerd met de functie van secretaris) wordt rekening gehouden met de zwaardere functiezwaarte van deze functionarissen. Daartoe wordt een opslag gegeven. Uitgegaan wordt daarbij van een opslag van 50% conform het hierboven berekende honorarium. In de praktijk kan blijken dat een voorzitter meer tijd en energie besteed aan de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden. Indien dit het geval is staat het de raad van toezicht vrij om een hogere opslag toe te kennen, echter nooit meer dan 100% conform het hierboven berekende honorarium. Indien de vicevoorzitter extra werkzaamheden uitvoert kan ook aan deze functionaris een opslag worden toegekend. Uitgegaan wordt daarbij van een opslag van 25% conform het hierboven berekende honorarium. De raad van toezicht kan kiezen uit varianten, zoals: • de voorzitter een opslag van 50% en de vicevoorzitter(-secretaris) een van 25%; • de voorzitter een opslag van 66% en de vicevoorzitter(-secretaris) een van 33%; • of alleen de voorzitter een opslag van 50% tot maximaal 100%. Maatschappelijk verantwoord Het werkelijke beslag aan tijdhonoreren en energie is bepalend voor de te maken keuze.


Honorering van raden van toezicht

Wat betreft de vergoeding van commissiewerkzaamheden wordt verwezen naar hoofdstuk 1 onder honoreren naar functie en taak. De gedachte daarbij is dat er maximaal deelgenomen wordt aan twee commissies. Dit leidt tot een specificatie van de honoraria voor toezichthouders per categorie. Zie de van toepassing zijnde regel in tabel 3.

18

Bij de honorering zoals weergegeven in tabel 3 gaat het om de persoonsgebonden honorering en is er sprake van paraplubedragen of maximale bruto bedragen, waarover belasting dient te worden ingehouden. Afhankelijk van de aard van de relatie, waarin de toezichthouder zijn functie vormgeeft, dient belasting betaald te worden. Is er sprake van BTW dan vormt de BTW een onderdeel van de bruto vergoeding. Die is dus inclusief BTW. Is loonheffing van toepassing dan wordt die door de instelling ingehouden en afgedragen. Is vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting van toepassing dan worden deze door de toezichthouder afgedragen. Ook deze zijn begrepen in de bruto vergoeding. Met andere woorden: het kiezen voor een bepaalde vorm waarin de relatie van de toezichthouder met de zorginstelling wordt gegoten, leidt nimmer tot hogere kosten voor de zorginstelling. De overige kosten van de raad (vergoeding van werkelijke onkosten, budget voor de kwaliteit en deskundigheidsbevordering en andere wijzen van waardering) zijn in deze tabel buiten beschouwing gelaten. Overige kosten van de raad Kosten van de kwaliteit- en deskundigheidsbevordering. De NVTZ adviseert de raden hiervoor een bedrag te reserveren. Een praktijkvoorbeeld: • kosten deelname symposia en congressen, budget per lid op jaarbasis €2.000 • lidmaatschap NVTZ €1.500 • deelname aan activiteiten van NVTZ of anderen €1.100 • kosten van literatuur €400


Met behulp van beide tabellen en de reservering van de overige kosten kan een raad van toezicht zijn budgetbeslag berekenen en vaststellen. De optelsom van de honorering van de raad, de kosten van de kwaliteit- en deskundigheidsbevordering en de kosten van andere vormen van waardering en van het functioneren van de raad vormen het budget van de raad van toezicht. Indexering honorering Het advies inzake de honorering van de raad van toezicht zal vanaf het jaar na invoering ge誰ndexeerd worden aan de hand van de gemiddelde stijging van de CAO lonen in de zorgsector.

19

Maatschappelijk verantwoord honoreren


Honorering van raden van toezicht

Hoofdstuk 4 DE FISCUS EN DE HONORERING In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de fiscale – en arbeidsrechtelijke – aspecten van honorering aan toezichthouders, zoals deze gelden op het moment van publiceren van dit advies. Veranderingen in de wetgeving die consequenties hebben ten aanzien van de thans van toepassing zijnde regels worden in de toekomst op de internetpagina’s van de NVTZ gepubliceerd.

20

De fiscale behandeling van de honorering wordt bepaald door de fiscale kwalificatie van de relatie tussen de zorginstelling en de toezichthouder. In deze paragraaf worden de diverse denkbare fiscale kwalificaties behandeld en achtereenvolgens besproken: • Toezichthouder in (fictieve) dienstbetrekking; • Vrijwilligersregeling; • De toezichthouder met een dienstbetrekking bij een derde; • Toezichthouder als zelfstandige; • Schematisch overzicht van de fiscale kwalificaties; • Overige fiscale aspecten. Volledigheidshalve wordt met betrekking tot de beloningen aan bestuurders nog verwezen naar de uiteenzetting van de bestuursmodellen in bijlage 1. Toezichthouder in (fictieve) dienstbetrekking Het door de wettelijke en statutaire regels bepaalde karakter van de functie van toezichthouder binnen de rechtspersoon brengt met zich mee dat de toezichthouder zijn werkzaamheden naar eigen inzicht en onafhankelijk van de rechtspersoon (stichting, vereniging, vennootschap) verricht. De toezichthouder neemt dientengevolge geen ondergeschikte positie in ten opzichte van de rechtspersoon en hij werkt dan ook niet in privaatrechtelijke dienstbetrekking. Echter, naar analogie van de wetfictie, die voor commissarissen bij B.V.’s en


N.V.’s is bepaald, geldt voor leden van toezichthoudende organen van stichtingen en verenigingen eveneens de fictieve dienstbetrekking. Het orgaan dient over de beloning aan de toezichthouders derhalve loonbelasting, premie volksverzekeringen in te houden en af te dragen aan de belastingdienst. Tevens dient inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet te worden vergoed (6,9 procent in 2009). Indien aan de toezichthouder een honorarium wordt toegekend dat uitsluitend bestaat uit een vergoeding van naar redelijkheid te bepalen zakelijke kosten, dan kan deze vergoeding onbelast worden uitgekeerd. Wel dient de zorginstelling deze zakelijke kosten in de administratie te kunnen onderbouwen (met bijvoorbeeld bonnen en afschriften). Vrijwilligers In de situatie dat aan de toezichthouder uitsluitend een vergoeding voor zakelijke kosten wordt betaald dan wel een kleine beloning wordt toegekend, kan worden overwogen om gebruik te maken van de fiscale faciliteit voor vrijwilligers (vrijwilligersregeling). Een vrijwilliger is een persoon die niet bij wijze van beroep arbeid verricht ten behoeve van een (privaatrechtelijk) lichaam dat niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen dan wel voor een sportorganisatie. Indien een toezichthouder kan worden aangemerkt als een vrijwilliger dan is over de beloning géén loonheffing verschuldigd. De vrijwilligersregeling kan worden toegepast indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: • de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht en de beloning dus niet als marktconform is aan te merken – de beloning mag dus niet in verhouding staan tot het tijdsbeslag en de aard van de verrichte werkzaamheden; en • de beloning plus kostenvergoedingen is minder dan het wettelijke maximumbedrag van €150 per maand en €1.500 per jaar. De Belastingdienst heeft hierbij als richtlijn gegeven dat van een marktconforme beloning in ieder geval géén sprake is bij een beloning van maximaal €4,50 per uur (persoon van 23 jaar of ouder) dan wel €2,50 per uur (persoon jonger dan Maatschappelijk verantwoord honoreren

21


Honorering van raden van toezicht

23 jaar). Dit zijn echter geen absolute grenzen en bij een hoger bedrag staat het de partijen vrij om aannemelijk te maken dat in relatie tot de verrichte werkzaamheden wel / géén sprake is van een marktconforme beloning. Overigens is op de vraag of de vrijwilligersorganisatie een urenadministratie dient bij te houden, door de staatssecretaris in het besluit van 20 maart 2008 (nr. DGB2008-01190) medegedeeld dat dit niet het geval is. Voorts neemt de Belastingdienst het standpunt in dat de vrijwilligersorganisatie jaarlijks voor elke vrijwilliger aan wie een beloning is overgemaakt, een IB-47 verklaring dient toe te zenden. Dit zou zelfs gelden als de vrijwilligersvergoeding minder bedraagt dan het maximale bedrag van €150 per maand en €1.500 per jaar.

22

De toezichthouder dient tevens de ontvangen vrijwilligersvergoeding op te geven in de aangifte inkomstenbelasting als resultaat uit overige werkzaamheden (waarbij uiteraard de zakelijke kosten aftrekbaar zijn). De vrijwilligersvergoeding is overigens vrijgesteld in de inkomstenbelasting tot een maximum van €1.500 per jaar. Mocht de toezichthouder echter van meerdere instanties vergoedingen hebben ontvangen voor vrijwilligerswerk en het totaal méér is dan €1.500, dan kan hij wel als resultaatgenieter worden aangemerkt (zelfs indien bij de instanties afzonderlijk minder dan €1.500 heeft ontvangen). Dienstbetrekking bij derde Indien een persoon is benoemd tot toezichthouder van een zorginstelling uit hoofde van diens functie bij een derde –(hoofd)werkgever– kan gebruik worden gemaakt van de zogenoemde “doorbetaald loon regeling”. Tussen partijen dient te worden afgesproken dat de beloning (en onbelaste vergoedingen) worden uitbetaald aan de (hoofd)werkgever. De (hoofd)werkgever zal vervolgens het loon en vergoedingen doorbetalen aan de werknemer/toezichthouder en zorg dragen voor de afdracht van loonheffingen. In deze situatie is de zorginstelling dus niet aan te merken als de inhoudingsplichtige en hoeft géén zorg te dragen voor de inhouding en afdracht van loonheffing.


Toezichthouder als zelfstandige Het is mogelijk dat een toezichthouder diens werkzaamheden verricht als zelfstandige via een eigen Inkomsten Belasting onderneming dan wel middels tussenkomst van een eigen B.V. Tussenkomst eigen B.V. In deze situatie stelt de B.V. de toezichthouder ter beschikking bij de zorginstelling. De B.V. zal hiervoor een factuur (met btw) in rekening brengen bij de zorginstelling waarna de B.V. als werkgever van de toezichthouder zorg dient te dragen voor de inhouding en afdracht van loonheffing. De belastingdienst kan echter op grond van feitelijke omstandigheden de arbeidsrelatie toetsen en een directe relatie –fictieve dienstbetrekking– tussen de toezichthouder en de zorginstelling vaststellen. In dat geval wordt dus door de B.V. heen gekeken en is de zorginstelling dus de inhoudingsplichtige. Om als zorginstelling vooraf zekerheid te verkrijgen dient de toezichthouder een verklaring arbeidsrelatie aan te vragen bij de belastingdienst (hierna: VAR). Indien de toezichthouder een VAR-dga heeft ontvangen van de belastingdienst dan heeft de zorginstelling voor de looptijd van deze verklaring de zekerheid dat een naheffingsaanslag loonheffingen niet zal worden opgelegd bij de zorginstelling. IB-onderneming De toezichthouder verricht diens werkzaamheden als IB-ondernemer en dient zelf zorg te dragen voor de betaling van (inkomsten) belasting. De zorginstelling is in deze situatie in beginsel niet aan te merken als inhoudingsplichtige. Echter ook hierbij geldt dat de belastingdienst de arbeidsrelatie kan toetsen op grond van feitelijke omstandigheden en alsnog een fictieve dienstbetrekking kan vaststellen. In deze situatie verdient het derhalve eveneens aanbeveling om een kopie van een geldige VAR-WuO (winst uit onderneming) in de administratie op te nemen. Verklaring arbeidsrelatie 2009 Overeenkomstig de aankondiging in het belastingplan 2009 is het mogelijk gemaakt om de aanvraag van de VAR voor het jaar 2009 digitaal in te dienen. Indien een opdrachtnemer drie maal dezelfde VAR heeft ontvangen is tevens Maatschappelijk verantwoord honoreren

23


Honorering van raden van toezicht

aangekondigd dat vanaf 2010 de VAR automatisch zal worden verlengd en dus niet jaarlijks meer hoeft te worden aangevraagd. Tot 2010 wordt een VAR uitsluitend verstrekt met een maximale looptijd van één kalenderjaar. tabel 5 Schematisch overzicht van de fiscale kwalificaties FISCALE KWALIFICATIE

AANDACHTSPUNTEN TOEZICHTHOUDEND ORGAAN

Fictieve dienstbetrekking

Toezichthoudend orgaan is inhoudingsplichtige voor loonbelasting en premie volksverzekeringen. Tevens dient inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet te worden vergoed. De toezichthouder is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

24 Vrijwilliger

Onder voorwaarden géén inhoudingsplicht. Toezichthoudend orgaan dient jaarlijks een IB-47 formulier aan de belastingdienst toe te zenden.

Dienstbetrekking bij een

Indien gebruik wordt gemaakt van de doorbetaald loon regeling is

andere (hoofd) werkgever

het toezichthoudend orgaan niet aan te merken als inhoudingsplichtige. Verloning vindt plaats bij de hoofd werkgever.

Zelfstandige werkzaam middels Het toezichthoudend orgaan is in beginsel géén inhoudingsplichtige tussenkomst van een eigen B.V.

en de verloning vindt plaats bij de B.V. # kopie van een geldige VAR-dga

Zelfstandige /

Het toezichthoudend orgaan is in beginsel géén inhoudingsplichtige

eigen IB-onderneming

en de toezichthouder dient als ondernemer zelf aangifte inkomstenbelasting in te dienen. # kopie van een geldige VAR-WuO


Uiteraard dient altijd te worden voldaan aan de vereiste administratieve verplichtingen. Een kopie van een geldig identiteitsdocument van de toezichthouders dient bijvoorbeeld in de administratie van de zorginstelling aanwezig te zijn. Overige aspecten Hierna worden nog enige relevante fiscale onderwerpen voor de toezichthouder behandeld. Pro deo werkzaamheden Pro deo werken levert géén directe belastingaftrek op. De toezichthouder heeft wel de mogelijkheid om geschonken giften aan zogenoemde algemeen maatschappelijk nut dienende Nederlandse instellingen ten laste van zijn/haar inkomen te brengen. Giften worden gekenmerkt door bevoordeling uit vrijgevigheid en door het ontbreken van een tegenprestatie. Dit kan geschieden door kosten te declareren en deze vervolgens te schenken aan de organisatie. Indien het totaal aan giften een drempel overschrijdt, is het meerdere aftrekbaar. Bij giften is het voorts van belang dat giften in natura ook kunnen bestaan in de vorm van het niet declareren van kilometers. Per gereden, niet gedeclareerde kilometers mag €0,20 als gift in aanmerking worden genomen. Indien de toezichthouder kan worden aangemerkt als een “vrijwilliger” kunnen de kilometers worden vergoed tegen de doorgaans hogere werkelijke “all-in” kosten (bijvoorbeeld ANWB-tarief). Indien deze kosten daadwerkelijk worden gedeclareerd, dan kunnen deze hogere werkelijke kosten worden omgezet in een gift. BTW – aspecten Zoals hiervoor reeds aangegeven kan een toezichthouder zijn werkzaamheden voor de btw verrichten als ondernemer en onder omstandigheden moet hij btw in rekening brengen over de vergoeding voor zijn werkzaamheden. Hierbij is van belang dat de toets of een toezichthouder is aan te merken als ondernemer voor de btw in beginsel los staat van de toets voor de loonheffingen.

Maatschappelijk verantwoord honoreren

25


Honorering van raden van toezicht

26

Een toezichthouder/commissaris verricht zijn werkzaamheden als btw-ondernemer indien hij: • op grond van zijn overige werkzaamheden reeds btw-ondernemer is, en het vervullen van het commissariaat nauw verbonden is met, dan wel in het verlengde ligt van diens overige activiteiten (waarvoor hij btw-ondernemer is); • een zodanig aantal commissariaten vervult, dat het vervullen van die commissariaten op zichzelf kan worden beschouwd als de zelfstandige uitoefening van een beroep. Goedgekeurd is dat de toezichthouder/commissaris geen btw in rekening hoeft te brengen indien hij (niet kwalificeert als btw-ondernemer op grond van overige werkzaamheden) ten hoogste vier commissariaten vervult. Bij de beoordeling of ten hoogste vier commissariaten worden vervuld, blijven sommige commissariaten buiten aanmerking. Onder andere commissariaten die voortvloeien uit de persoonlijke sfeer van de commissaris, alsmede commissariaten waarvoor geen vergoeding wordt ontvangen dan wel een vergoeding die niet aan de loonheffing is onderworpen doordat ter zake slechts een kostenvergoeding wordt ontvangen, tellen daarbij niet mee. Wanneer de arbeidsverhouding van een toezichthouder/commissaris voor de loonheffing wordt aangemerkt als een fictieve dienstbetrekking, moet in geval van btw-plicht de verschuldigde btw worden berekend over de ontvangen honorering inclusief loonbelasting en daarmee verband houdende premies. Een zorginstelling zal derhalve een factuur met btw ontvangen indien: • een toezichthouder/commissaris, in de hoedanigheid van btw-ondernemer en met inachtneming van het hiervoor vermelde, een commissariaat vervult en daarvoor zelf een vergoeding aan de zorginstelling in rekening brengt; en indien • een B.V. aan de zorginstelling een toezichthouder/commissaris "ter beschikking stelt", en daarvoor een vergoeding ontvangt. De toezichthouder/commissaris heeft dan in beginsel een dienstbetrekking met de B.V.


Zorgverzekeringswet Zoals hiervoor medegedeeld is de toezichthouder in fictieve dienstbetrekking verzekerd voor de Zorgverzekeringswet en de inhoudingsplichtige dient de premie in beginsel te vergoeden (inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet). Indien de toezichthouder meerdere inhoudingsplichtigen heeft en in totaal meer dan de maximaal verschuldigde premie Zorgverzekeringswet (€2.233 op jaarbasis in 2009) is afgedragen, dan kan een beroep worden gedaan op de teruggaafregeling. Kerstgeschenken Indien aan een toezichthouder een kerstgeschenk wordt verstrekt is vanuit fiscaal oogpunt dezelfde regeling van toepassing als bij werknemers. Het geschenk wordt niet als loon in natura belast bij de toezichthouder, maar kan tegen een tarief van 20% in de eindheffing worden betrokken. Voorwaarde is dat de waarde in het economisch verkeer van het geschenk niet hoger is dan €70. Indien de waarde hoger is dan €70, maar niet meer dan €136 en in totaal maximaal €272 per jaar, dan kan gebruik worden gemaakt van de eindheffing tegen tabeltarief.

Maatschappelijk verantwoord honoreren

27


Honorering van raden van toezicht

Bijlage 1 Fiscale aspecten honorering raden van toezicht De NVTZ heeft in 2005 een advies honorering raden van toezicht zorginstellingen uitgebracht. Begin 2008 wordt dit advies herzien. Aan de orde komen de omvang van de honorering en de fiscale aspecten die van toepassing zijn op voorzitters en leden van raden van toezicht in de diverse bestuursmodellen. Omdat leden hier thans veel vragen over stellen een artikel dat vooruitloopt op het komende advies met een korte notitie over deze fiscale aspecten.

28

Bestuursmodel is van belang De Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) bepaalt dat toegelaten instellingen of instellingen, die toegelaten willen worden, in hun besturing een intern toezichthoudend orgaan moeten hebben. De wet bepaalt niet dat het raad van toezicht bestuursmodel, zoals dat zich onder andere in de zorgsector gemanifesteerd heeft, voorgeschreven is. In de toelichting op deze wet in de brochure van VWS staat dan ook dat andere bestuursmodellen denkbaar zijn. In deze brochure staat een tegenstrijdigheid. Opgemerkt wordt dat het ‘klassieke’ bestuursmodel met bestuur en directie niet meer voldoet. Dit model kent varianten zoals het instructie-, delegatie- of raad van beheer model. Deze voldoen dus niet meer. Vervolgens meldt de brochure dat volstaan zou kunnen worden met een toezichthoudend orgaan van twee of drie personen naast een bestuur en directie, dus in een ‘klassiek’ bestuursmodel. Dit wordt wel een drie-lagen-model genoemd. Een toelichting is van belang, omdat de ervaringen met dit model veelal niet positief zijn. Als een directie wat voorstelt zal het bestuur besturen op hoofdlijnen. Vervolgens gaat het toezichthoudend orgaan ook op hoofdlijnen toezicht uitoefenen. Het een en het ander wil – zo leert de ervaring – snel veel op elkaar gaan lijken, met als gevolg gevoelens van overbodigheid die zich kunnen uiten in territoriumconflicten. Geconcludeerd kan worden dat twee modellen mogelijk zijn: • een traditioneel model met een drie lagen structuur en


• het raad van toezicht bestuursmodel. Hoe dan ook, het bestuursmodel en de positie, die de toezichthouders en bestuursleden daarin innemen, zijn bepalend voor het fiscale regime. 1. Traditionele bestuursmodellen met een drie lagen structuur In de traditionele bestuursmodellen – uitvoerend bestuur, beleidsvoorbereidend bestuur, besturen in een instructiemodel of in een delegatiemodel of in het raad van beheer model – treden de leden van het bestuur op als bestuurders met eindverantwoordelijkheid en een aanwijzingsbevoegdheid richting de directie. Voor deze leden van het bestuur bestaat in beginsel geen gezagsverhouding en is dus eveneens in beginsel geen sprake van een dienstbetrekking. Hun honorering is via de persoonlijke aangifte inkomstenbelasting belast. De zorginstelling geeft binnen een maand na het einde van een kalenderjaar door middel van het IB-47 formulier aan de Belastingdienst door welke bedragen zij aan de bestuursleden uitbetaald heeft. De leden van het bestuur dienen zelf de door hun ontvangen honorering op te geven bij hun inkomstenbelasting. Indien echter aan de bestuursleden door het toezichthoudend orgaan of de raad van toezicht in betekenende mate instructies kunnen worden gegeven is sprake van een gezagsrelatie. Om hierover zekerheid te verkrijgen kan een Verklaring arbeidsrelatie worden aangevraagd bij de Belastingdienst. Ontvangen zij een onderbouwde kostenvergoeding dan dient deze eveneens in de aangifte inkomstenbelasting samen met de onderliggende kosten aan de belasting te worden opgegeven. In casu is sprake van “resultaat uit overige werkzaamheden”. Het bestuurslid dient in dit geval alle ontvangen bedragen (inclusief de kostenvergoedingen) op te geven aan de fiscus. In de aangifte inkomstenbelasting dient dan eveneens de gemaakte kosten te worden opgevoerd en worden deze dus in aftrek gebracht op de inkomsten. De kosten kunnen uitsluitend in aftrek worden gebracht voor zover deze kunnen worden onderbouwd met facturen danwel een sluitende administratie. De leden van de toezichthoudende organen in deze traditionele bestuursmodellen

Maatschappelijk verantwoord honoreren

29


Honorering van raden van toezicht

met een drie lagen structuur staan in beginsel in fictieve dienstbetrekking bij de instelling (naar analogie van de wetfictie die voor commissarissen bij B.V.’s en N.V.’s is bepaald, geldt voor leden van toezichthoudende organen van stichtingen en verenigingen eveneens de fictieve dienstbetrekking). Door deze wetfictie kunnen leden van de toezichthoudende organen overigens géén gebruik maken van de hieronder uitgewerkte “opting-in” regeling. 2. Raad van Toezicht Bestuursmodel

30

De bestuurders staan in beginsel onder gezag van de Raad van Toezicht en dus zal veelal sprake zijn van een dienstbetrekking met de instelling. De instelling dient als werkgever loonheffingen over de beloning aan de bestuurders in te houden en af te dragen aan de belastingdienst (loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet). De leden van de raden van toezicht in het Raad van Toezicht Bestuursmodel zijn veelal in fictieve dienstbetrekking bij de instelling (naar analogie van de wetfictie die voor commissarissen bij B.V.’s en N.V.’s is bepaald). Door deze wetfictie kunnen zij eveneens géén gebruik maken van de zogenoemde “opting-in” regeling. 3. Overige aandachtspunten Vrijwilligersregeling De vrijwilligersregeling zou voor leden van de raad van bestuur in theorie toegepast kunnen worden ware het niet dat de voorwaarden dit praktisch onmogelijk maken. Er wordt geen dienstbetrekking verondersteld als de vergoedingen en verstrekkingen aan de vrijwilliger samen niet meer bedragen dan €150 per maand én €1.500 per jaar. De verrichte werkzaamheden mogen niet marktconform beloond worden. Het begrip marktconform is door de Belastingdienst afgegrensd op een uurloon dat voor vrijwilligers van 23 jaar en ouder geldt hetgeen niet hoger mag zijn dan €4,50.


Wil voor de leden van de raad van bestuur gebruik gemaakt worden van de vrijwilligersregeling dan betekent dit dat de zorginstelling moet onderbouwen welke werkzaamheden met welk tijdbeslag per periode door wie zijn verricht alsmede welke betalingen en verstrekkingen in diezelfde periode zijn vergoed. Gezien de beperkte omvang van de vrijwilligersvrijstelling rijst de vraag of gebruik ervan dan nog zinvol is. Indien een vrijwilliger aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, dan is over de vergoeding in beginsel géén loonheffing dan wel inkomstenbelasting verschuldigd. Mocht een vrijwilliger voor meerdere instanties vrijwilligerswerk verrichten en bij elk van de instanties afzonderlijk de bedragen van €150 en €1.500 niet overschrijden, maar het totaal van de vergoedingen deze bedragen wel overschrijden, dan moeten deze vrijwilligersvergoedingen alsnog worden aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting als resultaat uit overige werkzaamheden. Voor de instellingen waarvoor vrijwilligerswerk verricht wordt is ook in deze situatie geen loonheffing verschuldigd. De zorginstelling dient de verstrekte vrijwilligersvergoedingen middels een IB-47 formulier bij de Belastingdienst te melden. Overigens is het in de praktijk nog wel eens mogelijk om met de Belastingdienst af te stemmen om de voorwaarde van €150 per maand buiten beschouwing te laten en overeen te komen dat uitsluitend wordt getoetst of aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Opting-in “Opting-in” is de mogelijkheid om in de situatie dat de géén sprake is van een dienstbetrekking, er voor te kiezen de bestuurders toch aan te merken als “pseudowerknemer”. De zorginstelling wordt derhalve aangemerkt als werkgever en dient de administratieve verplichtingen zoals deze van toepassing zijn voor werknemers na te komen. Om voor dit keuzeregime in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: • sprake zijn van een arbeidsverhouding met een “werkgever” waarbij in ruil

Maatschappelijk verantwoord honoreren

31


Honorering van raden van toezicht

voor arbeid loon wordt verkregen; • géén sprake zijn van het drijven van een onderneming door de opdrachtnemer; • in een gezamenlijke verklaring van zowel de “pseudo-werknemer” als “werkgever” melden dat de arbeidsrelatie als dienstbetrekking wordt beschouwd en deze verklaring voor de eerste beoogde inhouding van loonbelasting bij de Belastingdienst indienen; • géén sprake van een privaatrechtelijke danwel fictieve dienstbetrekking. Indien gebruik wordt gemaakt van dit keuzeregime heeft dit de volgende voordelen: • in casu is géén sprake meer van “resultaat uit overige werkzaamheden” en ontloopt de bestuurder de bijbehorende administratieplicht; • de bestuurder kan als werknemer -onder voorwaarden- deelnemen aan de pensioenregeling, bedrijfsspaarregeling en een onbelaste vaste kostenvergoeding ontvangen.

32 De werkgever is gehouden om de loonbelasting, premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet in te houden en af te dragen aan de Belastingdienst. Overigens heeft de “pseudo-werknemer” géén recht op een vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en is het keuzeregime niet van toepassing voor de werknemersverzekeringen (WW en WAO/WIA). Voorafgaand aan het besluit gebruik te gaan maken van de “opting in” mogelijkheid wordt geadviseerd dat het bestuur én het toezichthoudend orgaan overwegen of deze mogelijkheid passend is gezien eisen van onafhankelijkheid en van het voorkomen van belangenverstrengeling en hoe het gebruiken van deze mogelijk geduid zal worden door belanghouders en belanghebbenden.


Overzicht RAAD VAN TOEZICHT BESTUURSMODEL

FUNCTIE

TRADITIONEEL BESTUURSMODEL MET DRIE LAGEN STRUCTUUR

FUNCTIE

Loonbelasting en zorgverzekeringsWet

Lid van een Raad van Toezicht

Loonbelasting en zorgverzekeringswet

Lid van een toezichthoudend orgaan

Kostenvergoeding onbelast (1)

Loonbelasting en sociale verzekeringen

FUNCTIE

Inkomstenbelasting IB-47

Bestuurslid

Kostenvergoeding onbelast (1)

Bestuurder

Kostenvergoeding onbelast (1)

Loonbelasting en sociale verzekeringen

TRADITIONEEL BESTUURSMODEL (voor toegelaten zorginstelling niet meer mogelijk)

Directeur (onder bestuur)

Inkomstenbelasting IB-47

Bestuurslid

Kostenvergoeding onbelast (2)

Kostenvergoeding onbelast (2)

Niet vergoede onkosten aftrekbaar inkomstenbelasting (2)

Niet vergoede onkosten aftrekbaar inkomstenbelasting (2)

Opting-in mogelijk

Opting-in mogelijk

Loonbelasting en sociale verzekeringen

Directeur

Loonbelasting en sociale verzekeringen

33

Directeur

Ad 1. Kostenvergoeding is onbelast indien er een deugdelijke onderbouwing aan ten grondslag ligt. Ad 2. Alle inkomsten (inclusief kostenvergoeding) moeten worden aangegeven in de inkomstenbelasting. Hiertegenover moeten eveneens alle kosten (ongeacht of deze reeds zijn vergoed) worden opgevoerd in de aangifte inkomstenbelasting.

Maatschappelijk verantwoord honoreren


Honorering van raden van toezicht

Bijlage 2 Literatuur NVTZ – in chronologische volgorde • Verslag commissie Honorering Bestuurders, NVBG, 1995 • Positie, raken en rollen van de raad van toezicht, J.J.K. Gerards, 1997.

34

• Werkelijkheid in zicht, zicht op wenselijkheid, vernieuwde werkelijkheid, aanbevelingen naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek naar het feitelijk functioneren van raden van toezicht en besturen van zorginstellingen, NVBG, 1998 • Goed bestuurd, juridische vormgeving van bestuur en toezicht in de gezondheids- zorg, rapport van de commissie advisering juridische structuur, NVBG, 2000. • Zorgzaam en verantwoord toezicht, goed toezicht eist kiezen, rapport van de commissie gedragscode, met modelreglement raden van toezicht, NVBG, 2000. • Advies Honorering van raden van toezicht van zorginstellingen 2002, NVBG 2002 • Advies Honorering van raden van toezicht van zorginstellingen 2005, NVTZ 2005 • Enquête 2008, Onderzoek naar het functioneren van raden van toezicht in de zorg, NVTZ 2008 • Gedragslijnen voor verantwoord toezicht houden binnen zorginstellingen, een handreiking voor zelfontwikkeling, Stimulerende instrumenten voor governance


deel 1, NVTZ 2008 • Methodische hulpmiddelen voor systematisch toezicht binnen zorginstellingen, een handreiking voor zelfontwikkeling, Stimulerende instrumenten voor governance, deel 2, NVTZ 2008 Overige – in alfabetische volgorde • Adviesregeling honorering toezichthouders in de kinderopvang, NVTK 2008 • Honorering raden van toezicht van MBO instellingen (concept) Governance Support 2008 • Honorering Toezichthouders in Woningcorporaties, Adviesregeling, 2006 • Honorering van toezichthouders, een handreiking gebaseerd op de Adviesregeling Vereniging Toezichthouders in Woningcorporaties, VTW 2008 • Kerstpakkettenregeling, belastingregels voor geschenken, Belastingdienst, 2008 • Uitwerking bezoldiging toezichthouders hogescholen, Hay Group 2007

Maatschappelijk verantwoord honoreren

35


Honorering van raden van toezicht

Bijlage 3 Samenstelling van de commissie Voorzitter • Mevrouw drs. Beatrix van Emmerik MBA Leden • De heer mr. Martin Aandewiel • De heer Edgar Kannekens RA • De heer Jacques Gerards

36

Ambtelijk secretaris • Mevrouw Shirley Reuvers


Honorering raden van toezicht (update 2012)