Issuu on Google+


*

*


Leo Copers


een grote puzzel, je gooit hem en ze vallen allemaal op hun plaats


L

eo Copers (1947 - , Gent) is assemblage kunstenaar en is mede verantwoordelijk voor de veranderingen die gebeurden in de kunstwereld van de jaren zestig.

Leo Copers heeft enkele jaren gewerkt aan Verplaatsbare Individuele Publieke Automatische Gevangenissen (VIPAG) Een onderwerp dat deze dagen nog steeds actueel is. Je bent van plan om gevangenissen te plaatsen in openbare ruimtes, zie je deze ook echt in gebruik genomen worden? Ik zie dat zo in de toekomst ja, ik geloof wel dat ik de enige ben die dat zo ziet. Er is tot nu toe maar één gebouwd en deze heeft al op verschillende plaatsen gestaan, altijd binnen die context, dat ze op een plaats staat waar ze kan

functioneren. Niet in een museum, ze daar plaatsen zou geen enkele zin hebben, maar wel buiten op straat waar de mensen passeren, voor het museum bijvoorbeeld, dat kan wel. Ik heb ook een aantal ontwerpen gemaakt voor vaste bouwwerken, ook voor grotere waar meerdere mensen in geplaatst kunnen worden. Ook heb ik een ontwerp om gevangenissen op rotondes te plaatsen, op deze manier staan ze op een kleine heuvel en dus net ietsje hoger om ze beter zichtbaar te maken.

Ik heb zelfs een systeem ontwikkeld om de rotondes over te steken om naar het midden van het rondpunt te gaan. Nu, af en toe, wanneer gemeentes nieuwe pleinen of rotondes aanleggen vinden ze dat daar een kunstwerk bij moet, “kunst in de openbare ruimte” Je moet maar eens rond kijken wat er zoal te zien is. Het is soms niet te doen wat er zoal gerealiseerd wordt. Dit komt door een systeem waarin dat de Vlaamse gemeenschap vraagt om één procent aan geïntegreerde kunst te besteden in alle


openbare gebouwen en ruimtes. Sommige gemeenten gaan daar op in, andere niet. Vaak beslissen commissies dan over welk project er uitgevoerd zal worden, Het probleem is dat de mensen die in zo’n commissie zetelen niet echt competent zijn. Vaak zijn het lokale mensen: één persoon die een beetje op de hoogte is van de kunstwereld, de burgemeester, nog de voorzitter van het Davidsfonds of de toneelvereniging, ... Daarom dat er nog geen enkele van deze vaste gevangenissen gerealiseerd zijn, toch heb ik al een paar voorstellen gedaan. Meestal kosten ze ook veel meer dan het budget dat ze willen besteden. Als er 25000 euro budget op tafel ligt dan denken ze dat dat waanzinnig veel geld is maar ze realiseren zich vaak niet welke kosten er aan productie zitten. Een kunstwerk in openbare ruimtes moet weerbestendig zijn, het mag niet beschadigd raken, ... Wanneer het budget wat hoger ligt, wordt het vaak opgesplitst om meerdere projecten uit te werken op verschillende plaatsen. Daarom zorg ik er vaak voor dat ik een ontwerp heb dat tien keer zo veel kost als het budget dat ze hebben, ik dien dat dan in om het die mensen aan hun verstand te brengen dat ze realistische budgetten moeten aanbieden. Oké, 25000 euro, dat klinkt veel maar als je een bronzen beeld wil laten gieten, een mens op werkelijke grootte, dan zal er waarschijnlijk niet veel geld meer over blijven om het te plaatsen. Er is geen enkele kunstenaar die voor dat geld wil werken. Een kunstwerk moet bedacht en gemaakt worden, zelfs een slecht kunstwerk. Ik vind dat de uren die een kunstenaar steekt in het bedenken van een werk evengoed vergoed worden. Een kunstenaar heeft ook een hoog diploma. In de Industrie en de Economie worden hoge diploma’s en reputaties ook verloont maar voor sommige mensen is dat voor kunstenaars blijkbaar iets anders.

U geeft ook les als gastdocent op de KASK in Gent, gebeurt het dat u geïnspireerd geraakt door studenten zelf? (plechtig) Studenten, jullie hebben mij nog nooit geïnspireerd. Sorry, maar het is zo. Het kan misschien nog komen maar tot nog toe is het nog nooit gebeurd. Sommige kunstenaar worden inderdaad ongeloofelijk geïnspireerd door hun studenten maar ik dus blijkbaar niet. Je hebt een werk gemaakt naar het werk van Magritte, “L’echelle du feu”, waarom heb je dit werk gemaakt, een installatie t.o.v. een schilderij? Ik heb dat werk in de vroege jaren zeventig gemaakt. In die tijd begon de hype van het Belgische surrealisme op te komen. Toen ik zelf nog kunststudent was, waren er navolgers van het surrealisme, die niet normaal waren hé. Die gasten waren bezig met fantasie en waanbeelden. Ik heb toen zelf de redenering gemaakt dat de wereld helemaal niet zo waanzinnig is en dat ze vrij normaal is. Ik heb dat werk gemaakt om dat te bewijzen. En daarom heb ik dat schilderij van Magritte nagemaakt in het echt. Ik heb wel enkele elementen veranderd, een tuba werd een bombardon en die stoel is natuurlijk ook niet dezelfde. Ook in die tijd is er een groot schandaal geweest. De echtgenote van een franse politicus zou hebben deelgenomen aan partouzes maar de foto’s die dat bewezen zouden vervalst geweest zijn. Omdat het toen nog moeilijk was om foto’s te vervalsen is dat een grote zaak geworden. Toen was er grote twijfel of deze foto’s authentiek waren of niet. Toen was een foto normaal een afbeelding van de werkelijkheid, wat nu totaal het geval niet meer is. Ik heb toen gebruik gemaakt van deze discussie en heb ik hetzelfde onderwerp dat Magritte gebruikte en bestempelde als surrealistisch gewoon in de realiteit in scène gezet en gefotografeerd en gefilmd. Er hoort ook een tekst bij in de stijl van


een schoolopstel . Hierin beschrijf ik de begrafenis van Magritte. Ik ben toen, per autostop naar zijn begrafenis in Brussel geweest, samen met twee vrienden van de nieuwe rococogroep. We zijn dan veel te laat aangekomen en toch aan een graf terecht gekomen, maar ik ben nog altijd niet zeker of het wel Magritte zijn graf was (lacht). Men moet weten, het surrealisme was in de eerste plaats een beweging vanuit Parijs. André Breton, de Paus van het surrealisme, was kunstcriticus en theoreticus die de theorieën van het surrealisme heeft ontwikkeld. Iedereen ging toen naar Parijs, Dali zat daar onder andere ook bij. Magritte heeft hier ook even bij gezeten maar is daar weggegaan omdat zijn vrouw een kruisje droeg. Breton en de surrealisten waren zeer antiklerikaal dus toen Magritte naar een vergadering ging begon Breton hierover van zijn kloten te maken en daarom is Magritte terug vertrokken naar Brussel. Natuurlijk was er ondertussen wel een groep in Brussel rond Magritte, met onder andere Mariën maar die harde kern was niet zo groot als in Parijs Moest er een breuklijn bestaan in het werk dat je gemaakt hebt, waar zou die dan liggen? Een breuk zou ik het niet noemen, maar er is natuurlijk wel een overgang geweest. In het begin, bij de werken die ik gemaakt heb met water en vuur waren de tegenstellingen heel visueel waarneembaar. Ik heb me dan gerealiseerd dat mensen die naar je werk kijken ook zelf interpretaties maken. Daarom ben ik werken gaan maken met subtiele tegenstellingen. Wanneer iemand een betekenis hecht aan een voorwerp en ik plaats er een ander voorwerp bij, dan veranderd de hele context. Bijvoorbeeld bij de vlaggen met doodshoofden, als ze halfstok hangen of omgedraaid, dan veranderd hun betekenis. Of bij de interpretatie van “L’echele du feu”, waar ik het surrealisme omdraai naar het realisme.

Heeft u het idee dat u werkt naar een doel? Neen, ik ontwikkel mijn werk niet aan de hand van systemen en strategieën. De werken komen eigenlijk tot mij. Ik wordt af en toe verlicht door de Heilige Geest en dan ben ik verplicht dat te maken. (lacht) Het is zoals een grote puzzel, je gooit hem en ze vallen allemaal op hun plaats. Enkel gooi ik hem zelfs niet, hij wordt gegooid en ik werk louter uit. Werkt u misschien naar het ultieme kunstwerk? Toch wel, ik denk dat iedere kunstenaar werkt naar het ultieme kunstwerk. De naam Leo Copers is niet even bekend als Panamarenko, Wim Delvoye of Jan Fabre, heb je ooit deze ambitie gehad? Mijn naam is niet zo gekend omdat ik er niet me bezig ben. Mijn naam is natuurlijk al wel enkele keren vermeld op de radio of in kranten maar niet zo veel als de populaire kunstenaars. Het is zo dat de media niet echt breed kijken. Ze hebben maar enkele namen in hun gezichtsveld en daardoor kent het grote publiek ook maar deze enkele kunstenaars. Iedereen zegt en iedereen weet, wordt altijd herhaald en zo bepaald door de media. Af en toe valt er ergens een naam weg en dan komt er een andere naam bij. Vanaf een naam noemen bon-ton is zal hij veel vermeld worden. Er is binnen de media veel snobisme en weinig kennis. Ik vind het interessanter wanneer een goede kunstcriticus in mijn werk geïnte-resseerd is dan wanneer een populaire televisiefiguur geïnteresseerd is. In de media houden mensen zich met bepaalde dingen bezig, soms met sport, anderen met kunst. In sport kan je nog op resultaten af gaan, in kunst is dat veel minder gemakkelijk. De waarde van een kunstwerk inschatten is totaal niet evident, men gaat altijd af op het waardeoordeel van anderen. Als bij het voetbal Lukaku de bal in de

goal sjot, dan heeft hij die bal in de goal gesjot, daar valt niet over te discussiëren. Maakt u zelf veel tekst en informatie bij de werken die u maakt? Neen, nooit, nauwelijks iets. Zelfs het gesprek dat we nu hebben is zeldzaam. Ik doe dat enkel voor mensen die echt geïnteresseerd zijn in wat ik doe. Als een kunstwerk een begeleidend boekje bevat met uitleg over hoe het bekeken moet worden dan heb ik daar mijn zware twijfels over. Doordat de kunstscholen worden opgenomen in academische structuren vanuit een wetenschappelijke kijk probeert men deze opleidingen te academiseren. Daarom krijg je het grote gevaar dat veel kunstwerken met een verklarende tekst of boekje moeten worden bekeken. Ik kan me moeilijk voorstellen hoe ik zou moeten doctoreren en onderzoek zou moeten doen. Zou ik misschien een onderzoek moeten doen naar hoe een kunstwerk tot mij komt? Maar bijvoorbeeld de doodshoofden die u maakte, deze komen toch rechtstreeks uit de kunstgeschiedenis? Op die manier zijn dan toch onderbouwd? Veronderstel nu dat ik een onderzoek ga doen met als onderwerp doodskoppen uit de kunstgeschiedenis, dat is volgens mij iets voor een kunsthistoricus hé. Wat kan je als kunstenaar doen, heel de tijd kopietjes maken? Misschien enkele schetsen, een sculptuur, enkele koppies en enkele foto’s maken. Er bestaat geen vaste regel om tot een kunstwerk te komen. Ik sluit niet uit dat men met wetenschappelijk onderzoek tot een kunstwerk kan komen maar ik heb er wel mijn bedenkingen bij. Is kunst maken iets wat je heel je leven zal blijven doen? Je ben nu 63. Ja natuurlijk blijf ik dit doen. Het is zoals wanneer iemand wielrenner wordt: een jongen begint van kleins


af en zal steeds beter en beter geworden zijn. Na een tijd verdient hij zijn boterhammen hier mee en wordt hij misschien de beste en wanneer hij niet meer mee kan wordt hij misschien ploegleider of begint hij een fietsenwinkel. Dat is iemand met een soort voorbestemdheid, iemand met aanleg. Maar misschien, wanneer die jongen een voetbal had gekregen had hij voetballer geworden, als hij een doos kleurpotloden had gekregen, dan was hij misschien kunstenaar geworden. Je werk gaat over thema’s als begeerte, vrijheid, rijkdom, leven en dood. Zijn ze universeel of persoonlijk? Ik denk dat het universeel is. Alles wat persoonlijk is, is eigenlijk universeel, niemand moet denken dat hij zo speciaal is dat hij gevoelens, ervaringen of ideeën heeft die andere mensen niet kunnen hebben. Maakt u de werken vanuit eigen ervaringen of vanuit dingen die u ziet in het alledaagse leven? De ideeën die tot mij komen kunnen maar tot mij komen omdat ik rond kijk. Ik zie wat er rond mij en in mij gebeurd. Het is door die zaken dat die puzzel ontstaat die plotseling samen valt. Kunst wordt verplaatst, vervoerd, ingepakt, uitgepakt, zijn er werken die ooit fout tentoongesteld werden? Altijd maar dan probeer ik zo goed mogelijk in te grijpen. Als je een intelligente curator hebt dan kan je daar waarschijnlijk over praten, hopelijk zal hij de fouten inzien en daar iets aan veranderen. Ik heb momenteel twee vlaggen met doodskoppen op het SMAK staan, maar oorspronkelijk werd er enkele jaren geleden één vlag gemaakt om op het Museum voor Schone Kunsten aan de overkant te plaatsen. Daar is toen protest op gekomen omdat er strikte regels zijn in verband met welke soort vlaggen wanneer en in welke omstandigheden op openbare gebouwen mogen staan. De vlag heeft

er toen heel even gestaan maar is toen weggehaald. Die vlaggenstok staat er nu niet meer omdat het gebouw vernieuwd is. Momenteel staan er dus twee vlaggen op het SMAK. Ik heb het voorgesteld en er is nog een kans dat er één van de vlaggen naar het Museum van Schone Kunsten verplaatst wordt maar er is tijd te kort om het nog te verwezenlijken. Dat ze allebei op het SMAK staan is dus een noodoplossing. In het opzet van de tentoonstelling over Ensor en de hedendaagse kunst die doorgaat in de twee musea zou het ook beter kloppen wanneer de vlaggen ten opzichte van elkaar staan. Tot hoever wil je als kunstenaar gaan om je idee van het werk door te drijven? Hier heb je eigenlijk een toegeving gedaan. Op deze manier functioneert het werk, moesten de vlaggen tegen over elkaar op de twee musea hebben gestaan dan was het helemaal perfect geweest. . Het idee is ontstaan door de twee musea en die ene tentoonstelling.

had een hakenkruis gemaakt met de regenboogkleuren. Het klopt volledig met het symbool van het haken-kruis. Het is een stillering van de zon. De zon als een rad, dat iedere dag opnieuw rond draait. Natuurlijk, de Nazi’s hebben dit geclaimed en daar iets anders van gemaakt. Na WOII is het voor veel mensen het symbool van het kwaad en van de duisternis geworden terwijl het in oorsprong het symbool van het licht is. Ik heb er toen een kleuren spectrum overgespoten. Maar toen waren er nog veel mensen die de oorlog nog echt meegemaakt hadden. Voor die mensen was dat dus niet gepast, ze combineerden die vorm direct met de oorlog, wat niet onlogisch is natuurlijk. Ze zien de kleuren die er op staan niet, vergeten de betekenis ervan en ze maken de link niet die ik bedoelde. Ik heb twee versies van dit werk. De eerste versie beweegt niet en de kleuren zijn horizontaal aangebracht maar bij het andere werk beweegt het wel, de kleuren zijn als een taartvorm aangebracht en wanneer het hakenkruis begint te draaien, beginnen de kleuren zich te mengen en worden ze in theorie wit. In 1990 heb ik de tweede versie in het MUHKA getoond. In Antwerpen zijn veel Joodse mensen en verzamelaars maar ik heb daar geen enkele opmerking gehoord. Als ik het nuttig vind om dat werk te maken, dan maak ik dat werk. Ondertussen zijn er natuurlijk wel meer mensen geïnteresseerd in de oosterse filosofie en cultuur en de doem die op dat beeld hangt is daardoor al wat afgezwak. In de oosterse cultuur komt het beeld altijd positief voor en men weet zo beter vanwaar het oorspronkelijk komt.

Weet je altijd waar je werk zich bevind? Meestal wel. Sommige galeries laten niet weten waar je werk zich bevindt, omdat ze vrezen dat je achter hun rug ook nog werk zal verkopen. Maar ik ga me niet bezig houden met het leuren van mijn werk. Dat is het werk van de gallerist. Natuurlijk, als er een vriend bij mij komt en die is geïnteresseerd in mijn werk, dan verkoop ik hem dat en de meeste galeries maken daar geen problemen van. Wanneer een kunstenaar op zijn atelier verkoopt dan is dat ook aan iemand die hij goed kent, anderen komen niet in dat atelier en als er mensen zijn die mij opbellen om werk te kopen dan verwijs ik ze door naar mij galerie.

Als ik het nuttig vind om een werk te maken, dan maak ik dat.

Heeft u al slechte reacties gehad van het publiek? Het heeft zich een keer voor gedaan dat er een tentoonstelling was met Gentse kunstenaars. Ik

Leo Copers werkt en leeft nog altijd in Wetteren en geeft les als gastdocent op de KASK in atelier Beeld en Installatie


ph yc las

gra

oto

Ph

ld

ho u

ss

be a nt in

em e

uir

req all al

on

ati

uc

ed

ms

gra

pro

ak

tm

ei

us

ca

be

es

yo u

see

th e

wo rld r

ath

er

th a

nj

us t lo

ok

at

it. 


W H

Storm op komst


Il est da notre c de visio chaque du jour


ans champs on Ă  minute r


Le Roi de la règle


GH


HT


*


*kleine lettertjes, grote lettertypes www.fontfont.com


ALLES is


ALL ES op n ie uw


de groene zoene &

Maryse


Met dank aan Maryse

Zaal de Drie Seizoenen Edegem


“You must not know too much or be too precise or scientific about birds and trees and flowers and watercraft; a certain free-margin, and even vagueness — ignorance, credulity — helps your enjoyment of these things.” ~ Henry David Thoreau


W H


Storm ahaed