Page 1

de OTHELLO special

€ 4,95

www.shakespearetheaterdiever.nl

ZOMER 2013

| nr. 2

Magazine voor Shakespeare liefhebbers

VOORWOORD MARK RUTTE | OTHELLO: DE STRIP | INTERVIEW: HANS KESTING | DE MOOR IN SHAKESPEARES ENGELAND OTHELLO OP DVD | MZND IN 180 SECONDEN | ZWARTE PIETEN MET OTHELLO | COLUMNS JACK NIEBORG EN HANS JANSEN


OTHELLO: DE STRIP

#26

Ooit gedacht dat Shakespeare zich uitstekend laat vertolken in stripvorm? Maar hoe krijg je Othello in twee pagina’s en een handvol tekeningen helder op papier? Gelouterd striptekenaar Roelof Wijtsma laat hier zien dat het kan.

OP DE COVER Hoe vaak is Shakespeare al niet afgebeeld? Dat moet vele duizenden, tienduizenden keren gebeurd zijn. En eigenlijk steeds in dezelfde karakteristieke pose. Overigens zijn experts er nog steeds niet uit of de afgebeelde man nou wel echt Shakespeare is.

MIJN SHAKESPEARE

Goed, we laten die laatste gedachte even los. Want wat we wel weten is dat alle hier afgebeelde mensen wel degelijk echt en springlevend zijn. Sterker nog, wie het Shakespearetheater in Diever bezoekt zal - met enige moeite - bekende gezichten in deze collage kunnen ontdekken.

#32

Een hommage aan de vele vrijwilligers die het Shakespearetheater zo succesvol maken. Foto: Koen Timmerman

#24

ABONNEE WORDEN? Dat kan, heel graag zelfs! Regel hier uw abonnement op WILLIAM. Ook geweldig om cadeau te doen natuurlijk.

02 William.

Bekende Nederlanders en hun relatie met Shakespeare. In dit nummer acteur Hans Kesting, de gerenommeerde Shakespearevertolker, onder meer genomineerd voor een Louis d’Or voor zijn rol in de marathonvoorstelling Romeinse Tragedies, waarbij hij in zowel Julius Caesar als in Antonius en Cleopatra de rol van Marcus Antonius speelde.

OTHELLO OP DVD Verbluffend hoe vaak Othello op dvd uitgebracht is. Variërend van werkelijk eindeloos lange, eigenlijk nogal saaie uitvoeringen tot frisse en boeiende vertolkingen. We bekijken een aantal versies. Welke zijn de moeite waard, en vooral, welke kunt u beter laten liggen?

#28


ZWARTE PIETEN MET OTHELLO Othello handelt als verhaal primair over jaloezie, en over hoe de (onredelijke) twijfel aan de trouw van een ander bezit van iemand kan nemen en vele levens kan verwoesten. Maar niemand kan bij Othello om het rassenvraagstuk heen. Want Othello is zwart in een blanke wereld.

Inhoud Nr. 2 | Jaargang 1 - 2013

Columns

CULTURELE BAGAGE Hans Jansen

AMATEURREGISSEUR

Jack Nieborg

Letters

Altijd al vragen gehad over het werk, de mens of de vertolking van Shakespeare? Andere opmerkingen, complimenten of kritiek? We staan er voor open en geven de antwoorden die u zoekt.

Othello in het Echt

DE MOOR IN SHAKESPEARES ENGELAND

#18 UITGELICHT Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Dat geldt zeker voor de Toneelschool Amsterdam waar nog geen drie procent van de kandidaten uiteindelijk toegelaten wordt. Tot de talenten die het wel redden behoort Tim van der Molen, hier in de rol van Silvia uit The two gentlemen of Verona. ‘’De liefde voor Shakespeare zal altijd blijven.’’

#31

#25 #31 #14 #08

Door de eeuwen heen heeft de figuur van ‘De Moor’ een fascinerende aantrekkingskracht gehad op iedereen die Othello heeft geanalyseerd. We gaan terug in de tijd om te ontdekken hoe daar in het vroege Engeland over werd gedacht.

MZND in 180 sec

#16

Bits & Pieces

#06

Het kersverse koningspaar keek naar een wel héél compacte uitvoering van de Midzomernachtdroom. Is dat verhaal eigenlijk wel in drie minuten over het voetlicht te krijgen?

TRIVIA, WETENSWAARDIGHEDEN, PRULLARIA En alles rond Shakespeare wat interessant is. In deze aflevering onder andere de intense belangstelling van Nelson Mandela voor Shakespeare.

EXTRA: PROGRAMMA OTHELLO SHAKESPEARETHEATER DIEVER Korte inhoud Regisseur Jack Nieborg over zijn Othello Rolverdeling Wie doet wat in Shakespearetheater Diever Kaartverkoop Eerder gespeeld

William.

03


VERZEKERINGEN HYPOTHEKEN Kantoor Dwingeloo: Entingheweg 19 | 7991 CC Dwingeloo Kantoor Havelte: Molenkampweg 1 | 7971 BN Havelte Telefoon (0521) 59 18 91 E-mail: west.drenthe@unive.nl www.univewestdrenthe.nl


‘TAKE EACH MAN’S CENSURE, BUT RESERVE THY JUDGEMENT’ Als bewonderaar van de Engelse cultuur en liefhebber van Shakespeare wil ik graag mijn grote waardering uitspreken voor deze uitgave. Zoveel vrijwillige inzet verdient een compliment, want het ongekend hoge niveau van Shakespeares werk is een verrijking van het leven van steeds weer nieuwe generaties en het is goed dat zoveel mogelijk mensen daar kennis mee kunnen maken. Waar ik persoonlijk erg van hou, is de wijze relativering die in zijn teksten verscholen ligt. Die is vaak verrassend actueel en bruikbaar.

Mark voorwoord.

Rutte

U moest bijvoorbeeld eens weten hoe vaak ik instemmend bij mijzelf denk: ‘Take each man’s censure, but reserve thy judgement’… Ik wens WILLIAM en alle mensen die achter hem staan heel veel succes toe.

Mark Rutte Minister-president

William.

05


Colofon

DAAROM VIJF BEDRIJVEN

Nr. 2 | Jaargang 1 - 2013

William magazine is een uitgave van het Shakespearetheater Diever voor de ware Shakespeareliefhebber. Uitgever Shakespearetheater Diever Hezenes 3 7981 LD Diever www.shakespearetheaterdiever.nl william@shakespearetheaterdiever.nl Oplage 5.000 exemplaren Redactie Hans Jansen, Jack Nieborg, Peter Sloot en Ineke Vlug Eindredactie Derk Evers

De stukken van Shakespeare bestaan, zoals bekend, uit vijf bedrijven. Maar hoe is nu juist dit aantal tot stand gekomen? Dat heeft een heel praktische reden. Shakespearestukken werden in de oorspronkelijke versie in openluchttheaters (The Theatre; The Globe) bij daglicht en waarschijnlijk zonder pauze gespeeld. De vroege gedrukte teksten tonen geen enkele onderverdeling, de tekst loopt gewoon door. Maar toen zijn toneelgezelschap

naar het afgesloten theater in de Blackfriars verhuisde, werd kaarsverlichting noodzakelijk. De lonten van de kaarsen moesten echter wel regelmatig ingekort worden, omdat ze anders te veel zouden gaan walmen. Dat was de aanleiding om pauzes tussen de bedrijven in te voeren, en vanaf die tijd schreef men stukken met een verdeling in vijf bedrijven. Ook veel van Shakespeares vroegere stukken werden daarna in vijf bedrijven verdeeld en gedrukt.

Fotografie Koen Timmerman Vormgeving Paulien Schutten Productie Ineke Bron Promotie en verkoop Joke Telman Abonnementenadministratie Lammie van Wester Druk Zalsman, Zwolle

Aan dit nummer werkten mee Roelof Wijtsma, Mark Rutte, Hans Kesting en Floor Kuiper

Verkoop Bestellen losse nummers en afsluiten abonnementen: www.shakespearetheaterdiever.nl Jaarabonnement (3 nummers) € 15,00 Los nummer € 4,95 Disclaimer - Copyright ® 2013 Alle (intellectuele) eigendomsrechten met betrekking tot WILLIAM magazine en de logo’s van WILLIAM magazine, het Shakespearetheater Diever en de commerciële uitingen daarvan, waaronder in ieder geval worden begrepen de merk- en auteursrechten, berusten uitsluitend bij het Shakespearetheater Diever dat zich deze rechten uitdrukkelijk voorbehoudt. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Shakespearetheater Diever is het onder meer niet toegestaan de inhoud van deze uitgave, of enig onderdeel daarvan, door te sturen, te verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden. Shakespearetheater Diever heeft tevens het recht om - tenzij anders overeengekomen met de auteur - ingezonden materiaal in te korten en/of aan te passen. De uitgever heeft zijn uiterste best gedaan om eventuele overige rechthebbenden te contacteren. Mocht u desondanks content aantreffen waarop uw auteursrecht van toepassing is en waarvoor u geen toestemming heeft gegeven, neemt u dan contact met ons op.

06 William.

‘EL OTELO’ Bezoekers van het ‘Centro Historico’ in Merida, de hoofdstad van de Mexicaanse provincie Yucatán, kunnen genieten van de eeuwenoude steegjes en de fraaie in koloniale stijl uitgevoerde gebouwen. De oplettende toerist zal nog iets opvallen: de geglazuurde tegeltjes met afbeeldingen en een (Spaanse) tekst die op veel straathoeken in de muren zijn gemetseld. Handig, want aan de hand daarvan kon je ook met iemand die onbekend was in de stad gemakkelijk afspreken, ook al kon de ander niet lezen. ‘’We zien elkaar op de hoek van de aap’’ is dan wel zo duidelijk. De tegeltjes laten vooral dierenfiguren zien, maar een tegel valt in het bijzonder op: daarop is een staande man te zien die een knielende vrouw wurgt met als onderschrift ‘El Otelo’. Dat laatste betekent vertaald, inderdaad, Othello. Maar hoe komt een afbeelding die toch wel heel erg lijkt op de arme Desdemona die om het leven gebracht wordt, op een zestiendeeeuwse Maya-straathoek terecht? Een mogelijk antwoord is dat de Spanjaarden, die bekend waren met het werk van Shakespeare, de inspiratiebron waren. Maar definitief uitsluitsel op dit raadsel is tot op de dag van vandaag nog niet gegeven.


SHAKESPEARE VROUWONVRIENDELIJK? Dat is te boud uitgedrukt, feit is wel dat zijn stukken meer mannen- dan vrouwenrollen kennen. Maar waar met name veel actrices over klagen: de mannenrollen zijn ook nog eens veel boeiender dan die van de dames!

NELSON MANDELA EN DE ‘ROBBEN ISLAND BIBLE’

Floris Albrecht, As You Like It, Diever 2007

Voor de statistiek: de grootste vrouwenrol is Rosalinde uit As You Like It (685 regels). Op de tweede plaats komt Cleopatra (670 regels) en de derde plek is voor Imogen uit Cymbeline (591 regels). Dat de vrouwenrollen relatief klein zijn heeft ook een reden. Vrouwen mochten in zijn tijd niet acteren en Shakespeare schreef voor jongens die als vrouw verkleed op het toneel stonden.

Een exemplaar van The Complete Works of Shakespeare, dat de beruchte gevangenis van Robben Island was binnengesmokkeld door de veroordeelde Sonny Venkatrathnam, werd door veel gevangenen gelezen. Zo veel zelfs dat het boek de bijnaam ‘Robben Island Bible’ kreeg. Een van die lezers was Nelson Mandela die, net als veel anderen, aantekeningen in het boek achterliet tijdens zijn 27 jaar op Robben Island. Opvallend detail: Om te voorkomen dat de gevangenisbewaarders het boek in beslag zouden nemen, was het door Venkatrathnam voorzien van een omslag gemaakt van prentbriefkaarten met afbeeldingen van hindoegoden. Daardoor leek het op een religieus boek, en die waren wel toegestaan onder het strenge gevangenisregime. Meerdere gevangen ANC-leiders schreven hun naam bij favoriete passages. Zo ook Nelson Mandela, hij deed dat bij een citaat uit Julius Caesar:

‘‘Cowards die many times before their deaths; the valiant never taste of death but once.”

William.

07


“Othello in het Echt”

Hoe donker, of hoe licht, was Othello nu eigenlijk? Een vraag die al in het Engeland van Shakespeare speelde.

Visagiste Marjan van den Hof transformeert Othello-acteur Malcolm Davis in een eigentijdse groene variant.

Maar moet dat licht- of donkergroen zijn…

08 William.


De Moor in Shakespeares Engeland Door: Floor Kuiper

Engeland 1290. Alle Joden worden het land uitgezet; pas in de negentiende eeuw worden ze formeel weer toegelaten. Engeland 1601. Koningin Elizabeth I geeft een edict uit waarmee ze alle “Negroes and blackamoors” wil deporteren. Deze twee voorbeelden geven onmiskenbaar aan dat Engeland geen positieve houding had ten opzichte van buitenlanders. Vooral de buitenlandse religies die deze ‘anderen’ hadden, jodendom, islam, werden als zeer verontrustend beschouwd. Dit negatieve perspectief op buitenlanders is ook duidelijk herkenbaar in de literatuur en drama van die tijd, zo ook in de toneelstukken van William Shakespeare. Een van de bevolkingsgroepen die op een negatieve manier wordt beschreven, zijn de Moren. De term ‘Moor’ was eigenlijk een soort verzamelnaam in renaissance Engeland. Niet alleen de inwoners van de Moorse kust (Noord-Afrika) werden hiermee aangeduid, maar ook mensen uit het Midden-Oosten, MiddenAfrika en Turkije. De belangrijkste Moorse rol in Shakespeares toneelstukken is weggelegd voor Othello in het gelijknamige toneelstuk. Het toneelstuk over de Moor van Venetië belichaamt de stereotype gedachtes over Moren van het vroegmoderne Engelse publiek. Ook in de toneelstukken De Koopman van Venetië en Titus Andronicus lijkt Shakespeare door respectievelijk de Prins van Marokko en Aaron de Moor in te spelen op hoe het Engelse volk over hen dacht. Het was echter niet alleen William Shakespeare die een portret van de Moor schetste in zijn toneelstukken, ook andere schrijvers gebruikten de publieke opinie over de Moorse cultuur in hun stukken. Dit had voornamelijk te maken met de groter wordende invloed van reisverhalen waarmee de Engelse fantasie over en het perspectief op Moren werd gevoed. Vooral de macht van het Ottomaanse rijk in het Oosten was een belangrijk onderwerp in toneelstukken uit het einde van de zestiende eeuw. Zo schreef George Peele The Battle of Alcazar (1588), Robert Green Selimus, Emperor of the Turks (1594), Thomas Heywood The Fair Maid of the West (1602), Robert Daborne A Christian Turned Turk (1612). Een andersoortige religie was dus zeker geen pluspunt in Engeland. Hoewel het Moorse volk zelf over het algemeen tolerant was naar andere religies, zagen de Engelsen het als een bedreiging. In de late middeleeuwen en aan het begin van de renaissance werd het Moorse volk in de ogen van de Engelsen gezien als godloos, wild en dierlijk. Toch is het portret van de

William.

09


drie Moren Aaron, de Prins van Marokko en Othello lang niet hetzelfde. Een belangrijke reden hiervoor ligt in de tijd waarin de drie toneelstukken werden geschreven. Titus Andronicus werd geschreven rond 1590, De Koopman van Venetië tussen 1596 en 1598 en Othello pas in 1603. In de tussentijd vonden veel belangrijke gebeurtenissen plaats die er voor zorgden dat het perspectief op de Moor op een bepaalde manier veranderde. Dit perspectief was in 1590 erg negatief, maar in 1603 lijkt Shakespeare de Moor op een veel neutraler manier te beschrijven. Hoe kwam dit? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we een reis maken door de tijd van Shakespeare. In 1558 kwam Koningin Elizabeth aan de macht, en met haar kroning veranderde de Engelse religie van katholiek onder haar zus Mary naar protestants. Door deze verandering haalde Engeland zich de woede van Spanje op de hals. Spanje was altijd een belangrijke bondgenoot geweest van Engeland en was een belangrijke connectie in verband met handelsroutes naar Noord-Afrika en verder. De Spanjaarden waren echter katholiek en zagen het als een bedreiging toen hun medestander een andere religie kreeg. Dit resulteerde uiteindelijk in de Spaans-Engelse Oorlog van 1585 tot 1604. Een bijkomend gevolg was dat de Engelsen andere routes moesten vinden voor hun handel. Daarom was Elizabeth gedwongen om directe contacten te leggen met de machthebbers van de Arabische landen. Een grote stap voor een klein land als Engeland, aangezien de islamitische landen al eerder in de geschiedenis duidelijk hadden laten zien dat de christenen hen niet konden verslaan. De grote aantallen kruistochten die de westelijke landen in de middeleeuwen hadden gemaakt, resulteerden in veel doden maar de moslims behielden hun gezag in het Midden-Oosten. Vanaf 1585 echter werden deze contacten dus steeds belangrijker en beïnvloedden uiteindelijk het beeld dat de Engelsen hadden van onder anderen Moren. Het standpunt ten aanzien van Moren in de zestiende eeuw richtte zich voornamelijk op de middeleeuwse stereotypes. De Moor Aaron in Titus Andronicus - die kan worden gezien als een van de grootste schurken uit Shakespeares stukken - werd daarom als een godloos karakter gezien. Dit is zeer duidelijk te lezen in de dialoog die Aaron met Lucius, Titus Andronicus oudste zoon, heeft:

10 William.

LUCIUS AARON

Zweren? Bij wat? Want jij erkent geen God. Hoe kun je dan geloven in een eed? Stel dat ik niet geloof – en ik geloof niet –, Toch weet ik wel, dat jij godvruchtig bent,

Titus Andronicus 5.1.71-74


“En moet [Othello] wel zwart zijn of gaat het vooral om het anders-zijn?”

In de ogen van het Engelse publiek hadden Moren geen religie en, hoewel ze de islam tot op zeker hoogte kenden door handelscontacten, zagen ze deze religie als een non-religie. De houding ten opzichte van Moren en de islam veranderde naarmate de contacten tussen Engeland en de Arabische landen sterker werden. Hoewel religie in De Koopman van Venetië voornamelijk een rol speelt in combinatie met de rol van Shylock de Jood, wordt er door de Prins van Marokko ook een kleine verwijzing naar God gemaakt. Terwijl Aaron helemaal geen God heeft, roept de Prins onduidelijk: “Een God scherpe mijn oordeel” (Koopman 2.7.13). In het Engels komt dit duidelijker naar voren omdat Shakespeare ‘some God’ gebruikt, wat kan worden vertaald als ‘een of andere God’. Hij heeft ongetwijfeld een God, maar er wordt niet duidelijk gemaakt welke God dit is. Is dit de christelijke God of is dit Allah? De verwijzing van de Prins naar zijn eigen religie is hierdoor eigenlijk zeer neutraal. Hoewel er nog steeds geen helderheid is, is er wel een verandering te zien in representatie van de religie van Moren. Aaron had helemaal geen God, de Prins van Marokko roept opeens een of andere God aan. Hoe groot is het contrast dan wanneer je Othello leest en je er beetje bij beetje achterkomt dat Othello geen moslim is, maar dat hij in eerste instantie een bekeerd christen is: OTHELLO Wat moet dat hier? hoe is dit twist ontstaan? Zijn wij dan Turken? doen wij zelf nu dat Wat God aan de Ottomanen heeft verboden? Uit christenschaamte, staak dit heidens vechten; Othello 2.3.165-68 Hij noemt de islam en buitenlanders uit de Arabische landen zelfs iets afschuwelijks en hoopt dat hij nooit zo wordt. Othello moet vroeger een moslim zijn geweest, aangezien hij in Noord-Afrika is geboren, maar in de tijd van het toneelstuk is hij schijnbaar christelijk. Daarbij is de invloed van zijn liefde voor zijn christelijke vrouw, Desdemona, zo groot dat hij zelfs dit vorige leven als moslim wil opofferen voor een ultiem christelijk leven. Maar al snel blijkt dat Othello altijd voor een deel moslim is geweest en dat ook altijd zal blijven. Zijn persoonlijkheid was altijd deels moslim en deels christen. Het moment dat hij zijn moslimpersoonlijkheid letterlijk vermoordt, doodt hij daarmee tegelijkertijd zijn christelijke helft. Hij pleegt zelfmoord met de verwijzing naar de keer dat hij: OTHELLO ... de besneden hond toen bij de strot greep En zo... doorstak [doorsteekt zichzelf]

Othello 5.2.353-54

William.

11


‘‘Als schoonheid ook een gave is van het hart, Dan is uw schoonzoon veeleer blank dan zwart’’ Othello 1.3.290-91

Omdat de islam zo anders was dan de religie die de Engelsen gewend waren, werd deze vaak gezien als een duivelse religie met gevolg dat een Moor vaak met de duivel vergeleken werd. En de duivel werd vaak als zwart afgeschilderd. Deze connectie met de duivel kan men ook onderscheiden in de laatste zin die Aaron uitspreekt voordat hij wordt vermoord: “En deed ik één goed werk in heel mijn leven / Uit ’t diepste van mijn hart betreur ik het” (Titus 5.3.188-89). Aaron spreekt hier duidelijk van berouw, maar als hij geen God heeft, hoe kan hij dan berouw hebben over zijn daden? Daarbij richt zijn berouw zich op al zijn goede daden, niet op zijn slechte. Zou hij de duivel aanbidden en heeft hij daarom berouw van zijn goede daden? Als we kijken naar een reactie van Lucius, was het voor het publiek glashelder: “Kom, breng die duivel naar omlaag; hem wacht/Een grimm’ger dood, want hangen waar’ te zacht” (Titus 5.1.145-46). Niet alleen Aaron wordt gezien als een duivel, maar ook de Prins van Marokko en Othello worden aangeduid als de ‘duivel’ van het stuk. De afkeer van Moren en hun duivelse afkomst is misschien wel het duidelijkst in De Koopman van Venetie, wanneer Portia vol afschuw vertelt dat: “Als hij de inborst heeft van een heilige en het uiterlijk van een duivel, heb ik liever dat hij me wijdt dan dat hij me vrijt” (Koopman 1.2.124-6). Het grotendeels negatieve perspectief op de Moorse cultuur was zeker niet alleen het gevolg van hun onbekende religie, het was ook de kleur van hun huid die ophef veroorzaakte. Vooral de huidskleur van Othello is onderwerp van verheven discussies. Was hij zwart of meer lichtgetint? In zekere zin is de uitkomst van deze discussie niet van belang voor de representatie van de Moren in Engeland, want zoals Jack Nieborg waarheidsgetrouw aangaf in zijn column in de vorige editie van dit magazine: “En moet [Othello] wel zwart zijn of gaat het vooral om het anderszijn?” En inderdaad, dat Aaron, de Prins van Marokko en Othello een zwarte huidskleur hebben, heeft voornamelijk te maken met het feit dat ze anders zijn dan hun blanke en christelijke medemens. Shakespeare maakt dit ten eerste duidelijk in de verscheidene regels waarin de huidskleur van de Moren wordt aangeduid, zoals: ‘Koolzwart is beter dan alle andre kleuren’(Titus 4.2.101) en ‘Omdat ik zwart ben’(Othello 3.3.267). Daarbij wordt ook het verschil tussen blanke en donkere mensen vaak aangeduid. Dit komt omdat de term ‘black’ in de vroegmoderne periode niet zozeer puur raciaal was, maar meer het contrast aanduidde met ‘fair’ dat kan worden vertaald als ‘mooi’ en ‘schoon.’ Een belangrijke verklaring voor deze scheiding tussen ‘zwart’ en ‘mooi’ heeft te maken met een uitdrukking die wij tegenwoordig ook nog gebruiken. Wanneer wij het over adel hebben, wordt vaak de term ‘blauw bloed’ gebruikt om de rang te onder-

12 William.

scheiden van de gewone mens. Deze term werd door vele aristocraten gebruikt om aan te geven dat het bloed van hun familie niet in aanraking was gekomen met Moors of Hebreeuws bloed door huwelijk: het was dus ‘schoon’ en de familie was daardoor raszuiver. Daarbij werd bij een interraciaal huwelijk de huidskleur van de nakomelingen donkerder en was het bloed minder goed te zien. Tegenwoordig zou dit puur racisme zijn, maar in de zestiende eeuw was dit een gebruikelijke manier om over vreemdelingen te praten. De Prins van Marokko, wetend dat men hem waarschijnlijk meteen afkeurt om zijn huidskleur, waarschuwt van te voren en toont daarbij ook het verschil tussen de ‘zwarte’ kleur en ‘mooi’: MOROCCO Versmaad mij niet omwille van mijn kleur, De donkere livrei der helle zon, Wiens buurman en vertrouweling ik ben. Breng mij het mooiste schepsel uit het Noorden … Ik zou die kleur Niet willen ruilen, neen, tenzij om ’t hart Te stelen van mijn lieve koningin.

De Koopman van Venetië 2.1.1-4; 11-13

Maar zoals we al lazen, heeft Portia een afkeer van personen met een andere kleur en zal ze nooit met hen trouwen. De representatie van de Moor blijft in deze twee rollen dus voornamelijk negatief. Othello is daarentegen weer de vreemde eend in de bijt, want de tegenstelling tussen ‘mooi’ en ‘zwart’ wordt bij hem op een positieve en meer neutrale manier gebruikt wanneer er over hem het volgende wordt gezegd: ‘Als schoonheid ook een gave is van het hart, / Dan is uw schoonzoon veeleer blank dan zwart’ (Othello 1.3.290-91). De overwegend positievere representatie van de Moor in de rol van Othello is niet verwonderlijk wanneer wordt gekeken naar een belangrijk historische gebeurtenis die plaatsvond in 1600, drie jaar voor de publicatie van Othello. In dat jaar werd de Moorse ambassadeur uit Marokko, Abd el-Ouahed ben Messaoud ben Mohammed Anoun, door Koningin Elizabeth I uitgenodigd om een half jaar in haar hof in Londen te verblijven. Hoewel de Londenaar al eerder in contact was gekomen met Moren door handel, was de aanwezigheid van een aristocratisch Moslimgevolg toch net wat anders. Dit verblijf zou mogelijk een oorzaak zijn geweest van het neutralere perspectief waarmee Shakespeare Othello schreef. Des te meer omdat Shakespeare, tijdens de periode dat de ambassadeur in Londen verbleef, met zijn mannen een stuk opvoerde in aanwezigheid van zowel de ambassadeur als de Koningin. Hij kon dus met eigen


ogen zien dat Moren niet allemaal godloos, woest en dierlijk waren. Ze waren ook nobel, rechtvaardig en eerlijk. Toch blijkt dat Shakespeare deze positieve benadering niet door kon zetten tot het einde van het stuk. Door jaloezie valt Othello terug in het typische beeld dat Engelsen hadden van Moren en wordt hij bijna nog negatiever beschreven dan de Prins van Marokko: OTHELLO Jago, kijk, Zo blaas ik al mijn liefde in ijle lucht, ‌ Ze is weg. Stijf uit uw hellekrocht, gij, zwarte wraak. Oh liefde, geef uw kroon en troon van ‘t hart Aan deernisloze haat; en, boezem, zwel, Door addergif bezwaard.

Othello 3.3.447-53

En ook aan het einde van het stuk, wanneer Othello zijn eigen vrouw vermoordt, blijkt dit stereotiepe beeld al die tijd aanwezig te zijn geweest. Shakespeare laat duidelijk zien dat, hoewel het oordeel over Moren neutraler lijkt te worden door de tijd - van een schurkachtige Aaron tot de representatie van een nobele Othello als bekeerd christen - zij nooit hun stereotiepe negatieve perspectief kwijt konden raken. Het publiek beschouwde Moren als zijnde slecht, en daar maakten toneelschrijvers in onder andere de zestiende eeuw veelvuldig gebruik van. Dus hoewel de moslims misschien in realiteit niet te verslaan waren, zoals de kruistochten duidelijk hadden laten zien, kon fictie een hele andere kant laten zien. In toneelstukken en literatuur uit die tijd konden de Engelsen superieur zijn, want literatuur was waarheid. Daarbij haalde de gewone Engelsman zijn kennis onder andere uit de toneelstukken die hij zag, want het vermogen om te lezen was niet voor iedereen weggelegd. Aangezien de Moren in literatuur en drama werden afgeschilderd als voornamelijk slechte mensen en als een grote bedreiging voor de Engelsen geloofde men dat. Daar was geen twijfel over mogelijk.

Floor Kuiper Floor Kuiper heeft Engelse Taal en Cultuur gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze doet daar nu een Research Master in Classical, Medieval en Renaissance Studies en specialiseert zich in Engelse literatuur van de late middeleeuwen en de renaissance.

Kleine Bibliografie Barthelemy, Anthony Gerard. Black Face, Maligned Face: The Representation of Black in English Drama from Shakespeare to Southerne. Baton: Louisiana State University Press, 1987. Loomba, Ania. Shakespeare, Race and Colonialism. Oxford: University Press, 2002. Maclean, Gerald and Nabil Matar. Britain & the Islamic World. Oxford: University Press, 2011. Matar, Nabil. Islam in Britain, 1558-1685. Cambridge: University Press, 1998. Shakespeare, William. Verzameld Werk. Vert. door Willy Courteaux. Amsterdam: Meulenhoff, 2007. Vaughan, Virginia M. Othello: A Contextual History. Cambridge: University Press, 1994.

William.

13


LEZERSVRAGEN Hebt u een vraag, opmerking of commentaar over een van onze Shakespearevoorstellingen? Een team van experts onder leiding van Dr. Hans Jansen heeft de antwoorden waar u naar op zoek bent. We horen het graag: Stuur uw vraag naar william@shakespearetheaterdiever.nl Of doe het klassiek en schrijf een brief: WILLIAM Magazine Hezenes 3 7981 LD Diever

# Letters SHAKESPEARIAANS

Op de een of andere manier ben ik verzot op wetenswaardigheidjes rond William Shakespeare. Zo las ik dat hij een woordenschat zou bezitten van 29.066 woorden. Ter vergelijking: anno nu gebruikt een gemiddeld ontwikkeld persoon zo’n 2.000 woorden in het dagelijks gebruik. Nu vraag ik mij af hoe ze aan zo’n precies getal voor Shakespeare komen (je zou alle niet dubbel gebruikte woorden in al zijn werk kunnen optellen), maar het zou ook komen doordat Shakespeare zelf woorden “verzon”. Als voorbeeld wordt het woord “assassination” gegeven dat Shakespeare zou hebben bedacht als synoniem of alternatief voor “murder’’. Mijn vraag is of het hier om een wetenschappelijk onderbouwde stelling gaat of een leuk verzinsel van Shakespearefans. Ernst Schiedegger, per e-mail

Bij het beantwoorden van deze vraag hangt alles af van de definitie van ‘woorden’. Tellen we bijvoorbeeld ‘kat’ en ‘katten’ als één woord in twee vormen (enkelvoud en meervoud) of als twee? En het zelfstandig naamwoord ‘katten’ is iets anders dan het werkwoord ‘katten’. Als we alle vormen op één hoop gooien en woordsoorten wel scheiden, komen we op ongeveer 18.000 - 20.000 woorden (afhankelijk van het wel of niet meetellen van vreemde woorden, eigennamen etc.). Dat valt best mee, als we zien dat de meeste Engelstaligen tegenwoordig ongeveer 50.000 woorden kennen. (Actief gebruiken is nog wel iets anders, en ik zeg ‘Engelstaligen’ omdat we in het Nederlands weer een ander telprobleem hebben: wat doen we met samenstellingen? Ik ken ‘tafel’ en ‘poot’. Ik ken ook ‘tafelpoot’. Zijn dat twee of drie woorden? En zo kunnen we blijven combineren; iets wat in het Engels niet mogelijk is.) Shakespeare wordt verantwoordelijk gehouden voor de introductie van misschien wel zo’n 1700 woorden in het Engels. Maar dat aantal is ook aan het dalen nu er steeds meer oudere teksten kritisch worden onderzocht, en Shakespeare niet de eerste blijkt te zijn die het woord in druk gebruikte. Maar het feit blijft dat hij creatief als een spons woorden opnam uit andere talen en naar zijn hand zette of bekende woorden op een onverwachte manier gebruikte. Van “assassination” tot “outswear” en “uncurse”. Maar dat deden Van Kooten en De Bie ook (doemdenken, oudere jongere) , of de mannen van Debiteuren, crediteuren (‘stiften, goeie smorgens’), of Marten Toonder (denkraam, minkukel). Zie David Crystal, ‘Think on my words’, Cambridge 2008. En zie ook de website www.shakespeareswords.co.uk

MÉÉR INHOUD GRAAG!

Met veel plezier de eerste uitgave van WILLIAM gelezen. Zou echter wel graag een dikker nummer zien. Ziet er verder prima uit. Sabine, per email

Bedankt voor het compliment. En ja, als redactie willen we natuurlijk niets anders dan dikkere nummers maken, maar we zijn beperkt om budgettaire redenen. Troost is wel dat we bewust weinig advertenties plaatsen, waardoor het aantal redactionele pagina’s maximaal is. En dit nummer is nu al acht pagina’s groter in omvang dan de eerste uitgave!

14 William.


DE VERLOREN JAREN

Op een website las ik over Shakespeare’s lost years, een periode waarin hij geen stukken zou hebben geschreven, maar uitsluitend als acteur gewerkt zou hebben. Was hier sprake van een vroeg zestiende-eeuwse versie van een writer’s block of gaat het hier om een romantisch fabeltje?

bits& PIECES

Jacqueline Wouters, Eindhoven

Uit de vroegmoderne periode (de zestiende eeuw) hebben we relatief weinig documenten. Vaak was het het toeval dat dicteerde wat er nu nog te vinden is. Na Shakespeares huwelijk in 1582, en de geboorte van zijn kinderen in 1583 en 1585, hebben we geen verwijzingen naar hem, tot in 1592 waarschijnlijk naar hem verwezen wordt onder de spotnaam “Shake-scene”, en in 1593 het gedicht Venus and Adonis in druk verschijnt onder zijn naam. De tussenliggende periode is een raadsel. Misschien werkte hij eerst nog bij zijn vader, de handschoenenmaker, in Stratford-upon-Avon. Later was hij duidelijk actief in Londen en in de theaters beland. Wanneer en hoe dat is gebeurd, zullen we wel nooit ontdekken, tenzij er ergens uit een archief onverwacht nog bewijsmateriaal opduikt. Later in de zeventiende eeuw deed het verhaal de ronde dat hij schoolmeester was in de provincie. Maar daar is geen bewijs voor. Waarom Shakespeare zijn jonge gezin verliet, is niet bekend. Maar uit het feit dat hij in de jaren daarna een groot huis kocht in Stratford en er investeerde in land en de opbrengst van tienden blijkt

POSTZEGEL Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Royal Shakespeare Company. Henry VI played by Chuk Iwuji in 2006.

dat hij nooit zijn banden met zijn gezin heeft verbroken. Misschien zag hij een carrière in Londen als lucratiever. Vanaf 1598 wordt zijn naam voortdurend genoemd in verband met het theater, en hij was daar misschien al tien jaar actief. Hopelijk ontdekken we ooit nog wat er werkelijk gebeurd is.

RECENSIE DAGBLAD VAN HET NOORDEN Graag een onsje meer Magazine voor Shakespeare liefhebbers

VOORJAAR 2013

| nr. 1

Troonsafstand

‘Met eigen handen schenk ik weg de kroon’

Shakespeare heeft geen decor nodig

Frits Spits ‘Van Shakespeare knap je op’ Columns Jack Nieborg, Hans Jansen en Peter Sloot

TIJDSCHRIFT Titel William. Teksten Hans Jansen, Jack Nieborg e.a. Uitgeverij Shakespearetheater Diever (te bestellen via de website)

Ook William Shakespeare heeft nu zijn eigen glossy en die wordt gemaakt en uitgegeven in William. REGISSEUR Drenthe. Het onvolprezen Shakespearetheater versus Diever brengt vandaag, op de geboorte- en sterfRECENSENT dag van de grote toneelschrijver, het eerste nummer uit van William. (met een punt na de naam). Gestimuleerd door de immer stijgende bezoekersaantallen (20.000 vorig jaar) heeft de toneelvereniging besloten tot de uitgave van een laagdrempelig magazine. In het eerste nummer onder meer columns van artistiek leider Jack Nieborg en Shakespeare-kenner Hans Jansen, een interview met liefhebber Frits Spits en een ‘confrontatie’ tussen recensent Kester Freriks en Jack Nieborg. Het resultaat is een luchtige glossy van 36 pagina’s met veel strooigoed. Het leest makkelijk weg, maar voor Shakespeare-liefhebbers is het misschien wel wat erg licht allemaal. Een onsje meer verdieping mag best. een nieuw

magazine voor Shakespeareliefhebbers

€ 4,95

www.shakespearetheaterdiever.nl

Wie begrijpt Shakespeare beter?

Job van Schaik

WIE SPEELT WAT WAAR Liefhebbers van Shakespeare hoeven niet lang te zoeken om een uitvoering van een van de werken van De Bard te zien. Een beknopt, maar zeker niet geheel compleet overzicht: Toneelhuis/LOD Muziektheater MCBTH oktober - november 2013 www.toneelhuis.be De Toneelmakerij & Firma Rieks Swarte De Storm december 2013 - maart 2014 www.toneelmakerij.nl Het Nationale Toneel De Storm voorjaar 2014 www.nationaletoneel.nl Zuidelijk Toneel Julius Ceasar maart - april 2014 www.hzt.nl Shakespearetheater Diever Othello augustus - september 2013 www.shakespearetheaterdiever.nl

William.

15


KAN: MZND IN 180 SEC. Het koninklijk paar toert door alle provincies. In Drenthe wordt in de muziekkoepel van Dwingeloo de Midzomernachtdroom in een wel heel bijzondere versie gespeeld. Gezien het moordend tempo waarin het kersverse koningskoppel alle festiviteiten afwerkt, heeft het Shakespearetheater Diever precies drie minuten tijd voor de opvoering. Oberon en Titania in de fast lane. Het kan en het lukt: een koninklijk applaus is de passende beloning. Foto: Koen Timmerman

16 William.


William.

17


ZWARTE

Pieten

MET OTHELLO Door: Hans Jansen

Othello handelt als verhaal primair over jaloezie, en over hoe de (onredelijke) twijfel aan de trouw van een ander bezit van iemand kan nemen en vele levens kan verwoesten. Maar niemand kan bij Othello om het rassenvraagstuk heen. Want Othello is zwart in een blanke wereld.

Voor de Nederlander is het in december een jaarlijks terugkerend fenomeen: blanke mensen schminken zich zwart, en treden in renaissancekostuum op voor een uitgelaten publiek. Een terugkerend fenomeen van de laatste jaren is de discussie rondom het vermeend racistische karakter van dit gebruik. Vooral veel buitenlanders zien geschokt toe hoe wij hier vrolijk onze kinderen blootstellen aan Zwarte Piet. Toegegeven, de oorspronkelijke vorm van de door Jan Schenkman in 1850 bedachte helper van Sinterklaas was beslist geënt op een door slavernij ingegeven beeld. In recenter tijden is het gebroken Nederlands waarvan Piet zich bediende verdwenen. Zijn domheid heeft plaatsgemaakt voor een veelheid aan karaktertrekken bij de vele Pieten die tegenwoordig de goedheiligman ondersteunen en vergezellen. Voor hulppieten is de zwarte gelaatskleur nog steeds het middel bij uitstek om hun identiteit te verbergen. Voor de buitenlander blijft het racisme, en onacceptabel. (Overigens geldt dit niet voor het beoogde publiek. Kinderen, ook gekleurde, uit binnen- en buitenland, accepteren Sint en Piet onvoorwaardelijk. Het publiek dat de onschuld heeft verloren, ouders dus, of andere volwassenen, heeft moeite met de traditie.) Al Jolsons Jazz Singer (1927) en the Black and White Minstrel Show (1958-78) met zwart geschminkte blanke zangers en

18 William.

acteurs waren eerder in de vorige eeuw nog populair; dat zou in deze tijd ondenkbaar zijn. Die veranderde houding treffen we ook aan bij de beroemdste zwarte toneelpersoonlijkheid: Othello. Othello is echter niet primair vermomd: niet meer dan een acteur altijd is als hij een personage gestalte geeft. Anders dan bij Zwarte Piet wéét het beoogde publiek dat hij nep is. Maar dat maakt het tegenwoordig niet minder moeilijk om op het toneel als blanke acteur Othello te vertolken. Shakespeare haalde de inspiratie voor deze controversiële hoofdpersoon uit een verhaal over een (verder anonieme) Moorse kapitein van de Italiaanse schrijver Geraldo Cinthio uit de verhalenverzameling Gli Hecatommithi uit 1565. Het was in Venetië gebruikelijk om een buitenstaander generaal over het leger te maken als er een oorlog moest worden gevoerd. De Engelse reiziger Thomas Coryate berichtte daarover in zijn reisverslag uit 1608. De Moor is in het blanke Venetië als huursoldaat een buitenstaander, en dat wordt benadrukt omdat hij van een ander ras is. Hoewel hij steeds nobel lijkt te zijn (tot hij doordraait en zijn vrouw vermoordt), is hij vooral de zwarte ram die het witte schaapje neemt. Voor het theaterpubliek benadrukt de huidskleur van Othello voortdurend zijn anders-zijn.


Henry Peacham, schets van Titus Andronicus (1595). Longleat House, Warminster, Wiltshire, Great Britain.

Er is geen reden te twijfelen aan de gedachte dat Othello in de oorspronkelijke uitvoeringen, en tot laat in de twintigste eeuw, de enige gekleurde figuur in het stuk was. Vermoedelijk werd de diklip, zoals Iago hem noemt, in Shakespeares tijd echt als zwarte gespeeld. De enige illustratie die we hebben van een Shakespearestuk uit zijn tijd laat een scène uit Titus Andronicus zien, en daarin zien we de Moor Aaron. Aaron pleegt overspel met koningin Tamora, iets wat uitkomt omdat haar kind zwart is. Zijn huidskleur is dus functioneel en noodzakelijk voor het verhaal. Ook Othello is een Moor, en het contrast van die zwarte man (de acteur Richard Burbage met een zwart gezicht) met de frêle gestalte van de jonge Desdemona (een jongensacteur, misschien met een blonde pruik) moet heel krachtig zijn geweest: het is met name Desdemona’s dood die beschreven werd door Henry Jackson, die het stuk in 1610 in Oxford zag. (Vijftig jaar later was Desdemona in december 1660 de eerste rol die in het Engelse commerciële theater door een vrouw werd gespeeld.)

biografie levendig en met een zwaar narcistisch genoegen: “Black all over my body, Max Factor 2880, then a lighter brown, then Negro Number 2 [een kleur make-up], a stronger brown. Brown on black to give a rich mahogany. Then the great trick: that glorious half yard of chiffon with which I polished myself all over until I shone...The lips blueberry, the tight curled wig, the white of the eyes, whiter than ever, and the black, black sheen that covered my flesh and bones, glistening in the dressing room lights.” Black is beautiful, en Olivier lijkt buitengewoon tevreden met zijn transformatie, jaloers dat hij niet zwart was.

Tot laat in de vorige eeuw was het gebruikelijk dat blanke acteurs met een zwart gezicht de rol voor hun rekening namen. Laurence Olivier beschreef zijn transformatie in zijn auto-

William.

19


Ira Aldridge; James Northcote, RA (1746-1831), 1826 Manchester Art Gallery.

Tot vrij recent zijn er maar weinig uitzonderingen op al die blanke Othello’s met een kleurtje geweest. In de jaren 193045 was dat Paul Robeson (zijn complete Broadway-versie van het stuk is te vinden op youtube; een geluidsopname met veel fotomateriaal). In de negentiende eeuw was dat Ira Aldridge (1807-1867). Deze zwarte acteur vierde triomfen in theaters in Duitsland en Rusland. In Engeland was hij minder welkom. In drieënhalve eeuw zijn het slechts deze twee acteurs die genoemd worden als zwarte vertolkers van Othello, wat wel benadrukt hoe ongebruikelijk dat was. De gedachte aan een neger die ‘het deed’ met de blanke Desdemona was ten tijde van de slavernij in Engeland onverdraaglijk. Het ging zelfs zo ver dat er in de negentiende eeuw geargumenteerd werd dat Shakespeare geen zwarte Afrikaan kon hebben bedoeld, maar een Noord-Afrikaan van Arabische origine. Dat er rond de eerste opvoering van Othello een Moorse missie in Engeland was onder leiding van de Marokkaan Abd el-Ouahed ben Messaoud Anoun gaf hier stevig voeding aan. In deze gedachtegang zou Shakespeare dus een nobele Arabier hebben willen neerzetten, geen zwarte Afrikaan zoals men die in de negentiende eeuw vooral zag: als een amusante minstreel.

20 William.


Abd el-Ouahed ben Messaoud Anoun Unknown artist, England, C 1600 © Shakespeare Institute, Stratford-Upon-Avon.

Orson Welles als Othello.

Op het toneel wordt Othello vervolgens vaak oriëntaals/ Arabisch verbeeld: met een tulband en een kromzwaard. Toch liepen er in Shakespeares tijd al veel ‘zwarten’ rond in Londen, en wetten moesten daar paal en perk aan stellen. ‘Othello’s waren er dus niet onbekend, en er wordt veel gespeculeerd over de identiteit en huidskleur van de ‘dark lady’ uit de sonnetten van Shakespeare. Bestond ze echt? Was ze zwart van huid of alleen zwart van haar? Shakespeare lijkt zeer gecharmeerd van de visuele mogelijkheden van kleur. Tegenover zijn blonde Helena staat een donkere Hermia in Midzomernachtdroom. Ook Sylvia en Julia in de Twee Vrienden uit Verona worden zo gecontrasteerd. En Rosaline in Love’s Labour’s Lost is ‘zwart als ebbenhout’. Dat licht en donker slaat waarschijnlijk primair op hun haarkleur en helpt de toeschouwer personages uit elkaar te houden, maar een vergelijking met een ‘Ethioop’ en ‘tawny tartar’ (Midzomernachtdroom) maakt de huidskleur (en de beledigende kracht van de uitdrukking) een reële mogelijkheid. En ‘Ethioop’ is een woord dat Shakespeare vaker gebruikt om lelijkheid of slechtheid te benadrukken (in As You Like It, in Much Ado About Nothing, in Romeo en Julia).

Dat biedt in onze multiraciale samenleving nieuwe mogelijkheden. Enkele jaren geleden zag ik een productie van Much Ado About Nothing in Stratford-upon-Avon waar Claudio’s tekst ‘Ik zou met haar [Hero] trouwen, al was ze een Ethioop’ werd uitgesproken terwijl de zwarte actrice Noma Dumezweni als bediende Ursula langsliep. Het pijnlijk beledigende moment (uiteraard op die manier onbedoeld door Shakespeare) werd ten volle benut. Als blikken konden doden… Het publiek smulde ervan. Ook in Nederland is het tegenwoordig volstrekt onacceptabel om over ‘smerige neger’ te spreken. De racistische boventonen zijn veel te dominant. Maar de traditie van de blanke acteur als zwarte Othello is sterk. Vandaar dat we Orson Welles, Laurence Olivier, en Anthony Hopkins met zwart geschminkte gezichten zien acteren.

William.

21


Jan Meer als Othello Shakespearetheater Diever. Foto: Frank Fokkema.

Hans Kesting als Othello; Toneelgroep Amsterdam. Foto: Jan Versweyveld.

Toen het Shakespearetheater in Diever in 1989 Othello speelde, ging men voor de schmink van Othello-vertolker Jan Meer te rade bij Arjan van der Grijn, de vaste grimeur van Van Kooten en de Bie. Het resultaat mocht er wezen. Maar het bleek een stuiptrekking te zijn.

Steeds luider klonk de roep om echte zwarte acteurs. Vanaf de jaren negentig is er eigenlijk geen grote productie meer geweest die een blanke acteur zwart schminkte. Als blanke acteurs zich tegenwoordig aan Othello wagen, dan worden ze heel licht geschminkt, en vaker zelfs expliciet niet gekleurd. Zo speelde de blanke Patrick Stewart (een groot Shakespeareacteur, bij het grote publiek misschien beter bekend als Charles Xavier uit de X-Men films en als Captain Jean-Luc Picard uit Star Trek: The Next Generation) in 1997 in Washington een blanke Othello tussen een verder zwart gezelschap (een fotonegatiefeffect, dat het anders-zijn evenzeer benadrukte). Andere regisseurs deinsden terug voor het zwartepieteneffect, en laten Othello vooral zichzelf zijn. Het publiek mag invullen wat het wil en zien wat het wil. Een kort overzicht van recente Nederlandse producties maakt dit duidelijk. In 2003 bracht Toneelgroep Amsterdam een fraaie Othello met Hans Kesting in de rol van de Moor. De nadruk lag in die productie op Othello als militair. Strak gekleed in een modern uniform kleedde Othello zich uit en legde zo zijn rol en functie als militair af om als privĂŠpersoon Desdemona te doden. Om zijn straf te ondergaan, kleedde hij zich weer aan. Een naakte Moor vereist natuurlijk veel Max Factor 2880. Hans Kesting was niet zwart geschminkt.

22 William.


Thijs Römer als Othello schminkt zich af op het toneel; Nationaal Toneel / Annette Speelt.

Chuk Iwuji als Henry VI; RSC - Foto: Ellie Kurttz.

De Wetten van Keppler bracht in 2006/2007 een Othello voor jonge mensen in een vlotte bewerking met veel muziek en ondersteuning van filmbeelden. De Othello van Willem Schouten was, het zal niet verbazen, blank. De schok was groot toen in 2006 in de productie van Het Nationaal Toneel/Annette Speelt voor aanvang van het stuk een zwartgeschminkte Thijs Römer het toneel opkwam. Zo’n Othello was ondertussen onacceptabel geworden, en deed het ergste vrezen. Vervolgens schminkte hij zich ten overstaan van het publiek af, om met enkel zwarte oogkassen en wat restanten schmink achter de oren de Moor gestalte te geven. We wisten nu dat hij ‘eigenlijk’ zwart was, en werden niet meer afgeleid door het kunstmatige. Recente filmopnamen daarentegen gaan voor meer realisme dan het theater, en gebruiken dus allemaal zwarte acteurs: Willard White, Laurence Fishburne, John Kani, en Eamonn Walker (zie elders in dit blad voor een bespreking van enkele dvd’s). In Nederland was bij het Noord Nederlands Toneel in 2001/2002 Eric van Sauers (Nederlandse moeder, Surinaamse vader) een zwarte Othello. En nu heeft het Shakespearetheater Diever de donkere Malcolm Davis uitgenodigd deze rol op zich te nemen. De emancipatie is compleet.

Bijna compleet. De verschuiving van blank naar zwart gaat zelfs verder door. Het Engelse theater loopt voor op het Nederlandse in wat het ‘colourblind casting’ noemt. Rollen worden toegewezen ongeacht de huidskleur van de speler. Of dit werkelijk helemaal het geval is, laat ik in het midden. Van enige provocatie zal soms wel sprake zijn. Maar ik heb tweelingen met twee kleuren zien spelen. Een blanke vader met een zwarte dochter, en ook andersom. De Nigeriaanse Chuk Iwuji speelde in 2006 de vijftiende-eeuwse Engelse koning Henry VI bij de Royal Shakespeare Company. Hij werd zelfs vereeuwigd op een postzegel ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de RSC (elders in dit blad afgedrukt. Zie pagina 15). En het zou maar zo kunnen dat er binnenkort een raciaal volstrekt gemengde Othello te zien is, waarin blank, geel, bruin en zwart samen het verhaal vertellen van de man die ten onder ging aan jaloezie. Misschien met Shakespeares tekst. Misschien in een aangepaste versie zonder verwijzingen naar ras of kleur. Want voor ons is de rassenkwestie geen reden van uitsluiting. Maar jaloezie is van alle tijden.

William.

23


NIEUW: HET WILLIAM ABONNEMENT! Magazine voor Shakespeare liefhebbers

VOORJAAR 2013

| nr. 1

Troonsafstand

‘Met eigen handen schenk ik weg de kroon’

Shakespeare heeft geen decor nodig

Frits Spits ‘Van Shakespeare knap je op’ Columns Jack Nieborg, Hans Jansen en Peter Sloot

JA! IK WIL EEN ABONNEMENT OP WILLIAM Noteer mij tot wederopzegging voor een jaarabonnement op WILLIAM. Ik ontvang drie nummers per jaar voor € 15,-

een nieuw

magazine

William. voor Shakespeareliefhebbers

€ 4,95

www.shakespearetheaterdiever.nl

Al direct na het uitkomen van het eerste nummer kwam de vraag op of het ook mogelijk was om een abonnement op WILLIAM te nemen. Goed nieuws, dat is inderdaad mogelijk. Met een abonnement hoeft u voortaan geen nummer van WILLIAM meer te missen. Comfortabel drie keer per jaar thuisbezorgd voor een prettige prijs: slechts € 15,- voor een heel jaar. Het abonnement gaat in vanaf WILLIAM nummer drie - de winter 2013 uitgave.

REGISSEUR versus RECENSENT

Naam: Adres:

Wie begrijpt Shakespeare beter?

*

E-mail : Ik wil op de hoogte gehouden worden van WILLIAM magazine per e-mail.

*

Betaling: Ik maak een bedrag van € 15,- over op rekeningnummer 1227.23.627 van de Stichting Shakespearetheater Diever o.v.v. ‘’jaarabonnement WILLIAM’’, of Ik betaal d.m.v. een machtiging

de OTHELLO special

€ 4,95

www.shakespearetheaterdiever.nl

ZOMER 2013

| nr. 2

Magazine voor Shakespeare liefhebbers

VOORWOORD MARK RUTTE | OTHELLO: DE STRIP | INTERVIEW: HANS KESTING | DE MOOR IN SHAKESPEARES ENGELAND OTHELLO OP DVD | MZND IN 180 SECONDEN | ZWARTE PIETEN MET OTHELLO | COLUMNS JACK NIEBORG EN HANS JANSEN

Machtiging: (Iban) Rekeningnummer: Ik machtig de Stichting Shakespearetheater te Diever om jaarlijks tot wederopzegging** het abonnementsgeld à € 15,- voor een jaarabonnement van drie nummers van mijn rekening af te laten schrijven. Schriftelijk opzeggen van het abonnement is altijd drie maanden voor afloop van het abonnement mogelijk.

**

Handtekening: Stuur dit ingevulde en ondertekende formulier naar: Shakespearetheater t.a.v. WILLIAM administratie Hezenes 3 7981 LD Diever

Volg ons op twitter en facebook! www.shakespearetheaterdiever.nl

24 William.

Door ondertekening van deze machtiging geeft u toestemming aan de Stichting Shakespearetheater Diever doorlopende incasso-opdrachten te sturen naar uw bank om een bedrag van uw rekening af te laten schrijven wegens betaling abonnementsbijdrage van het WILLIAM-magazine en uw bank doorlopend een bedrag van uw rekening af te laten schrijven overeenkomstig de opdracht van de Stichting Shakespearetheater Diever. Als u het niet eens bent met deze afschrijving kunt u deze laten terugboeken. Neem hierover binnen acht weken na afschrijving contact op met uw bank. Vraag uw bank naar de voorwaarden.


Hans

column. Jansen

Culturele Bagage Hans Jansen doceert Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen, daarnaast geeft hij toneelinleidingen en cursussen Shakespeare.

“Othello, Faust, Lolita, Oblomov” roept een sticker van Literair Dispuut Flanor uit Groningen mij toe. Het is duidelijk: Als je bij de culturele elite wilt horen, lees je Shakespeare, Goethe (want Christopher Marlowe zullen ze wel niet bedoelen), Nabokov en Gontsjarov. Engeland, Duitsland, Amerika (toch maar wel) en Rusland. Die bepalen nu onze cultuur. Gelukkig is de naam van het dispuut ontleend aan een personage van de Nederlandse schrijver Klikspaan (Johannes Kneppelhout) uit 1841. Toch ook nog wat vaderlands. Hoe anders was dat in Shakespeares tijd. Hij werd weliswaar al vrij snel geciteerd en met fragmenten opgenomen in bloemlezingen en dichtbundels, maar de culturele bagage van de Engelsman bestond in 1600 uit iets heel anders. Kijk maar naar zijn eigen werk: “Hymens fakkel”, “rijke Ceres”, “Jupiters page”, “koning Cophetua en Zenelophon”, “Integer vitae, scelerisque purus, Non egit Mauri jaculis, nec arcu”: De wereld van de renaissance was die van de Klassieke Oudheid. Vergelijkingen, voorbeelden, namen, citaten: ze komen uit de klassieke mythologie, uit Ovidius’ Metamorfosen en andere klassieke teksten. En voor ons is nu misschien wel het lastigste dat die verwijzingen niet meer vanzelfsprekend zijn. De Klassieke Oudheid is voorbehouden aan een minderheid die gymnasium heeft gedaan en een enkele hobbyist. De betere (wetenschappelijke) tekstedities van Shakespeares werk bevatten pagina’s aan voetnoten om ons deze mysterieuze verwijzingen uit te leggen. Dat was in zijn tijd niet nodig. Renaissance Man kreeg op school de Klassieke Oudheid met de paplepel ingegoten. Je leerde alles uit het hoofd. Van Ovidius tot Seneca, van Plutarchus tot Cicero. En je strooide achteloos met citaten en verwijzingen. Dat gebeurt tegenwoordig met William Shakespeare. Als ik een avondje tv kijk of een Engelse krant doorblader, roep ik om de haverklap “Shakespeare!” als er weer een citaat wordt gebruikt in een programma of in een kop. Citaten uit zijn werken komen ontelbare keren voor als boektitels, zoals bij Agatha Christie (By the Pricking of My Thumbs en Sad Cypress), maar ook bij Kurt Vonnegut (Tomorrow and Tomorrow and Tomorrow). Zo vreemd is dat ook niet als je bedenkt hoe invloedrijk Shakespeare in de afgelopen 400 jaar is gebleken. Hij is de meest gespeelde toneelschrijver ooit. Zijn werk is 952 keer verfilmd (negenhonderd tweeënvijftig!), variërend van serieuze verfilmingen van zijn teksten tot erop geïnspireerde variaties als Messina High (Much Ado About Nothing, en het Japanse Ran (King Lear), of Midsomer Murders (King’s Crystal ofwel Hamlet). In de Engelstalige wereld wordt hij steevast onderwezen op school. Modern man krijgt op school Shakespeare met de paplepel ingegoten. Hoewel hij ook daar onder druk staat. Stand up for Shakespeare is het motto van een campagne om zijn werk levend te houden in het schoolcurriculum. En herkennen we Shakespeare in Nederland? Dat is lastig. Een veelheid aan vertalingen maakt het onmogelijk om zijn stukken te leren kennen. Veel verder dan titelhelden komen we meestal niet. Maar dan toch wel “Othello, Faust, Lolita, Oblomov”.

William.

25


Othello

26 William.

Ooit gedacht dat Shakespeare zich uitstekend laat vertolken in stripvorm?


Maar hoe krijg je Othello in twee pagina’s en een handvol tekeningen helder op papier? Gelouterd striptekenaar Roelof Wijtsma laat hier zien dat het kan. Tekst en script Hans Jansen.

William.

27


Shakespeare schreef voor het theater. Zijn dramaturgie, zijn werkwijze, was helemaal gericht op het toneel. Hij rekende op de interactie met het publiek, en hij maakte gebruik van effecten die op het renaissancetoneel gebruikelijk en mogelijk waren. Omdat niet alles zichtbaar kan worden gemaakt, is de toneelschrijver sterk afhankelijk van de taal om beelden op te roepen bij zijn publiek. In de proloog tot Romeo en Julia schrijft Shakespeare dan ook dat u moet luisteren naar het verhaal dat u zult gaan horen. Hij spreekt niet over kijken. Het genre film heeft zodanige andere eigenschappen dat een een-op-een vertaling van een Shakespearestuk naar filmdoek of televisiescherm meestal slecht uitpakt.

Orson Welles had een bijzondere passie voor Shakespeare, die zich vertaalde in projecten als Macbeth (1948) Othello (1952) en Chimes at Midnight (gebaseerd op Henry IV, 1965). Grote problemen met de financiering van zijn producties betekende dat hij zijn films gedurende langere periodes opnam, deels op vreemde wijze improviserend met invallers van acteurs die op dat moment niet aanwezig waren. Het resultaat is een somber, artistiek origineel en merkwaardig product. Sommige uit noodzaak geboren kunstgrepen, met veel mensen in silhouet, leverden een spannende film op. Het verhaal is sterk ingekort (90 minuten), maar de film wint het daardoor aan kracht.

28 William.

Laurence Olivier leverde in 1965 in het Londense National Theatre een grootse acteerprestatie op die voor het grote doek werd vastgelegd met een jonge Maggie Smith als Desdemona. Olivier liet zijn tenorstem zakken en bestudeerde de loop en motoriek van mensen uit het Caraïbisch gebied om zijn Othello iets authentieks mee te geven. Het resultaat is een staaltje hogeschool acteerwerk dat enerzijds bewondering oproept, en anderzijds volledig gedateerd overkomt. Vrijwel alles wat hij doet is doordacht. Ieder gebaar heeft een functie, elke gezichtsuitdrukking is functioneel, iedere stembuiging maakt indruk, en het geheel leidt tot een filmische overkill. Briljant, maar van een andere tijd. En toch. Frank Finlay is een vileine Iago, en als tijdsdocument is de in superbreedbeeld vastgelegde theaterproductie een monument (166 minuten).

De BBC-versie uit 1981 is geen aanrader. Traag (195 minuten) en met een weinig overtuigende Anthony Hopkins kan dit renaissanceplaatjesboek vol ‘Hollandse interieurs’ niet bekoren. Bob Hoskins is wel een aandoenlijke Cockney Londense Iago. Zo aardig, zo sympathiek, dat duidelijk is waarom Othello hem volledig vertrouwt.


De interactie met het publiek ontbreekt. Het medium is bij uitstek visueel, en de regisseur en cameraman kunnen alles in beeld brengen zodat woorden vaak overbodig zijn. Een ‘tekstgetrouwe’ Shakespeareverfilming is dan al snel stomvervelend omdat er te veel gesproken wordt en te weinig te zien is. Omdat het publiek niet dezelfde tijd en ruimte deelt met de spelers ontbreekt daar ook de sympathie. Daarnaast zijn veel van Shakespeares stukken erg lang. Vermoedelijk werden ze in zijn tijd in verkorte versies gespeeld. De lange tekst is meer geschikt om te lezen. Ook dat maakt dat verfilmingen van een min of meer complete tekst het geduld van de kijker thuis ernstig op de proef stellen. Een goede verfilming van Othello aanraden is dan ook lastig. De versies die ik hieronder bespreek (en de totale lijst is langer) hebben allemaal hun aantrekkelijke kanten, en allemaal hebben ze hun fouten. Dat zal de kijker deels persoonlijk ervaren, dus probeer het vooral zelf.

Een theaterregistratie uit Johannesburg (1988) in een regie van Janet Suzman is beladen door de Zuid-Afrikaanse apartheid. De zwarte acteur John Kani had het naar eigen zeggen best moeilijk met zijn rol van Othello en diens relatie met de blanke Desdemona. Het resultaat is een traditionele voorstelling, vrij naturalistisch met allerlei geluidseffecten, van kabbelend water in Venetië en cicaden tot blaffende honden op Cyprus, die buiten de tekst weinig spanning biedt. Met een lengte van 188 minuten is ook dit een lange zit.

De Royal Shakespeare Company verfilmde in 1990 een toneelversie met Ian McKellan als Iago en de operazanger Willard White als Othello. Hoewel veel in deze versie bijzonder sterk is neergezet, en het als altijd opvalt hoe doordacht en consequent uitgevoerd RSC-producties zijn, is het toch jammer dat het weer de vrijwel complete toneeltekst is die het voor een televisiekijker een lastige lange zit maakt (205 minuten). De cicaden die op de geluidsband voortdurend Cyprus verbeelden (of het Amerikaanse Zuiden tijdens de burgeroorlog) maken dat niet makkelijker. Maar kijkt u eens naar de magistrale manier waarop McKellan Iago neerzet. De wijze waarop hij obsessief de veldbedden dekt, of hoe hij liefdevolgefrustreerd Othello in zijn armen neemt is onvergetelijk.

Veel interessanter, want geconcipieerd als een film, is de versie van Kenneth Branagh uit 1995 met Laurence Fishburne (later van CSI) als de eerste zwarte Othello in een filmversie. Branagh bewerkte het script sterk met het oog op het medium film. De tekst werd ingekort (118 minuten). De beelden zijn heel fraai, en de interactie van Branaghs Iago met het publiek is sterk in beeld gebracht door de wijze waarop hij de kijker aankijkt en ons medeplichtig maakt aan zijn kwade opzet.

William.

29


Een heel andere belevenis levert de Othello op die werd opgenomen in Shakespeares Globe, het gereconstrueerde theater aan de Thames in Londen. De productie lijdt weer onder de lengte, en Tim McInnery is geen sterke Iago. Maar een bijzondere kijkbeleving is het wel. De theaterregistratie toont vrijwel onophoudelijk het publiek op de achtergrond, en we zien mensen opstaan, even met de buren praten, een appel eten, enzovoort. Deze Othello benadrukt heel sterk het werk dat een acteur nu, en ongetwijfeld ook in Shakespeares tijd, moet doen om de aandacht van het publiek vast te houden. En omdat het publiek in het licht zit, is de acteur zich altijd van hen bewust. Hij weet dat mensen niet meer opletten of verveeld raken. Toen ik deze productie zelf in Londen zag, was het matineepubliek met veel schoolkinderen erg onrustig. Maar tijdens de slotscène, waarin Othello een tegenstribbelende Desdemona doodt, kon je een speld horen vallen, en waren alle ogen op het podium gericht, waar een goede Eamonn Walker Othello’s noodlot tegemoet ging. Niet de beste Othello, dus, maar een bijzondere door de Globe. (195 minuten).

30 William.

Een speciale plaats is ten slotte ingeruimd voor een moderne bewerking. Niet die met Eamonn Walker (die uit de Globe) als politie-inspecteur in Londen (2001), maar de Amerikaanse High School versie uit hetzelfde jaar met Mekhi Phifer als basketballspeler Odin James, en Julia Styles als zijn liefje Dessie Brable. Er zijn mensen die een hekel hebben aan dit soort bewerking, en uiteindelijk heeft deze niets te maken met Shakespeares tekst of beeldspraak, maar het verhaal is op een prachtige eigentijdse (Amerikaanse wijze in beeld gebracht. De handeling verloopt snel (95 minuten), de jaloezie en haat zijn bijna voelbaar in beeld gebracht, en de gewelddadige afloop is afschuwelijk. Vooral de pijn en rouw van de achterblijvenden zijn prachtig verbeeld. Waar de theaterversie soms wat koel en afstandelijk kan zijn door haar gedragen teksten en ritualistische handelingen, biedt deze actuele verfilming van het Othello-verhaal een zeer aangrijpende en herkenbare versie. Misschien is de conclusie uit bovenstaand overzicht dat je toneel in het theater moet zien, en dat een verfilming vraagt om een creatieve bewerking van de originele tekst.

Hans Jansen doceert Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen, daarnaast geeft hij toneelinleidingen en cursussen Shakespeare.


Regisseurs zijn een raar fenomeen. Nog niet zo lang geleden bestonden ze niet eens. Toneel was simpel: Je had een groep acteurs en die bedachten met elkaar hoe ze iets gingen spelen. “Als jij nou zo doet en daar vandaan komt, dan ga ik hier staan en kijk ik gewoon de andere kant op.” “Ja leuk.” “Oh, ja?” “Mischien kan iemand daar even kijken hoe het er van die kant uitziet als wij dat doen?” En zo ontstond de rol van regisseur. In het begin vaak een acteur die geblesseerd of slecht bij stem was. Of gewoon niet goed genoeg. Maar later werd het steeds meer iemand die goed was in het kijken en dat bovendien op een aangename manier kon uitleggen aan de spelers. En dan het liefst zonder daarbij iemand op de tenen te staan of anderszins te kwetsen. Dat laatste is in mijn praktijk nog steeds belangrijk. Je moet op zo’n manier kritiek op iemand kunnen geven dat het voelt alsof hij een compliment krijgt. “Het is ongelooflijk mooi hoe jij met je speer achter die boom staat. Maar je moet er niet meer achter vandaan komen.” Everything before the but is bullshit. De ene keer moet je een speler vertellen wat hij niet moet doen. Wat dat betreft kun je een goeie acteur vergelijken met een goeie EHBO’er. Die weten vooral heel goed wat ze niet moeten doen. Een andere keer moet je vertellen wat iemand juist wel moet doen. Spelers kunnen soms iets net niet doen. Ze willen dan eigenlijk impulsief handelen, maar besluiten dat op het allerlaatste moment toch maar niet te doen. Jammer. Een goede regisseur ziet dat en neemt daar geen genoegen mee. Maar kijk uit, het is niet zo eenvoudig als het lijkt. Op het laatste moment besluiten iets niet te doen is namelijk ook een impuls. En juist de meeste impulsen zijn het mooist om te zien. Acteren is precies het tegenovergestelde van een drukke weg oversteken. Je moet vooral niet eerst naar links en naar rechts kijken, en in geval van twijfel meteen oversteken. Nooit naar huis bellen dat je er aan komt, maar meteen binnenstormen. Dat is acteren. De belangrijkste tip voor een regisseur kreeg ik lang geleden van een oude rot in het vak. Hij waarschuwde me dat je nooit iets voor moet doen. Alleen slechte regisseurs doen spelers iets voor. En bij groepen nooit voorbeelden noemen. Ooit was hij namelijk gevraagd om als regisseur bij de generale repetitie van een onbekende operettevereniging te komen kijken. Na afloop gaf hij de groep het advies om bij de opkomst van het koor (zestig man sterk) niet allemaal gearmd en gelijk het toneel op te lopen. Het zou veel mooier zijn als iedereen verschillend op zou komen lopen. De een had bijvoorbeeld haast, een ander was boos of verliefd en weer een ander had een steentje in de schoen. De volgende dag was ’s avonds de première. De zaal zat vol. Het orkest begon te spelen en het doek ging open. Het koor kwam het toneel op lopen en veertig mensen hadden een steentje in hun schoen.

Jack

column. Nieborg

Amateurregisseur Regisseur Jack Nieborg is artistiek leider van het Shakespearetheater Diever. Daarnaast vertaalt en bewerkt hij ieder jaar een stuk van Shakespeare.

William.

31


Hans Kes t ing Hans MIJN SHAKESPEARE

Kesting

Mijn Shakespeare is een column waarin we een bekende Nederlander vijf vragen stellen over zijn relatie tot Shakespeare. Acteur Hans Kesting (1960) speelde bij diverse toneelgezelschappen, en is sinds 1992 vast verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. Bij TA zette hij een prachtige Othello neer in een bloedstollende regie van Ivo van Hove. Maar we kennen Hans Kesting natuurlijk ook als filmacteur (Minous, Karakter, Alles is Liefde) en van de televisie (Taxi, Pleidooi, Â Keyzer en de Boer advocaten, en het Klokhuis). Samen met Paul de Leeuw presenteerde hij het programma Ouwe jongens. Dit seizoen schittert hij bij TA als Trigorin in De Meeuw van Anton Tsjechov.

1. Wat was je eerste kennismaking met het werk van Shakespeare? In 1974 maakte ik met mijn vader, moeder en oma een rondreis door het midden/zuiden van Engeland. Zo kwamen we ook terecht in Stratford-upon-Avon. Uiteraard bezochten we het geboortehuis van Shakespeare, de Holy Trinity Church, waar hij is gedoopt en begraven en Anne Hathaway’s cottage, het voormalige woonhuis van zijn vrouw Anne. En ik heb uren in de rij gestaan bij het Royal Shakespeare Theatre om kaarten te krijgen voor Henry V. Ik wilde met mijn vader gaan en ik had een wachtlijstnummer gekregen. Na vier uur gewacht te hebben was ik nog niet aan de beurt, en moest ik ontzettend plassen. Toen kwam mijn vader op het juiste ogenblik even kijken hoe het met me ging, want precies op het moment dat ik even naar de wc kon werd mijn nummer omgeroepen en kon mijn vader de tickets kopen. Samen hebben we de voorstelling gezien vanaf het tweede balkon, staanplaatsen. We begrepen er niks van, maar we vonden het fantastisch.

32 William.


‘ Shakespeares stukken zijn als een spons. Ze vormen zich altijd naar de eigen tijd.’ Hans Kesting

2. Wat maakt zijn werk voor jou bijzonder? Shakespeares werk zal altijd gespeeld blijven. Zijn stukken zijn als een spons. Ze vormen zich altijd naar de eigen tijd. Hij behandelt de grote thema’s van het leven. Al is zijn werk meer dan vierhonderd jaar geleden geschreven, altijd weer blijkt het verassend actueel. De rijkdom van zijn taal is voor mij als acteur zo’n uitdaging om mee te werken. Om die woorden tot leven te brengen. Betekenis te geven. Shakespeare spelen is Olympisch toneelspelen. Je meet je met andere acteurs, regisseurs en voorstellingen die vaak maatgevend zijn geweest.

4. Wat is voor jou het grote thema van Shakespeares Othello? In de vertaling die wij gebruiken, heeft Hafid Bouazza het Moorse karakter van Othello geaccentueerd door Shakespeares tekst te vermengen met Arabische poëzie. Het grote thema in onze voorstelling is de vreemdelingenhaat waarmee de Moorse generaal te maken krijgt. Het gaat over Othello, de vreemdeling, die ondanks zijn grote overwinningen nooit zeker is van zijn positie. Jago noemt hem onder meer: ‘verschroeide tartaar’, ‘zotte nikker’, ‘glimmende kachelpijp’, ‘kameel’ en ‘Maghrebijn’.

3. In een interview noem je je rol van Othello in het gelijknamige stuk van Shakespeare een van de ijkpunten uit je carrière. Kun je dat uitleggen? Othello kwam op mijn pad nadat ik een jaar of twee een televisiecarrière had nagestreefd. Uiteindelijk zag ik in dat daar mijn toekomst niet lag. Mijn toekomst lag (natuurlijk) aan het toneel. Daar had ik ook altijd over gedroomd. En als één ding na die twee jaar televisie duidelijk was, dan was het wel dat mijn talent met acteren te maken had en niet met presenteren. Zodra Ivo van Hove, de artistiek directeur van Toneelgroep Amsterdam, hoorde dat ik vrij was, belde hij me op en vroeg me terug te komen bij TA. En hij bood me meteen de titelrol in Othello aan. Die productie werd een groot succes en zette me weer op de kaart als acteur. Het was een vliegende start van mijn tweede leven als acteur. Het gaf me weer vertrouwen in mijn kunnen. Het was een thuiskomen.

5. Bewaar je een bijzondere herinnering aan een van je rollen in een stuk van Shakespeare? In 1976 speelde ik Gremio in Het temmen van de Feeks. Dat was een middelbare schoolvoorstelling onder leiding van een conrector met een grote liefde voor toneel: Kees Wijting. We werkten maandenlang iedere woensdagavond en zaterdag aan de voorstelling. Moeders van leerlingen naaiden de kostuums. Vaders van leerlingen timmerden het decor. Het resultaat was een zeer geslaagde schoolvoorstelling. En ook mijn eerste goede kritiek, in het wijkkrantje “De Alexanderpost”. Mijn vader heeft die kritiek uitgeknipt en ingelijst - hij hangt nu in de wc bij mij thuis in Amsterdam. Toen we Het temmen van de Feeks bij Toneelgroep Amsterdam speelden, liet ik aan mijn medeacteurs mijn fotoboek zien met foto’s van de schoolvoorstelling. Mijn tekenleraar schminkte mij als oude man. Hij had een lange neus van klei voor mij gemaakt die hij met lijm op mijn eigen neus plakte. Uiteraard transpireerde ik nogal onder de hete spots en regelmatig moest ik in het vuur van het spel mijn neus vastgrijpen omdat hij er af dreigde te vallen.

Tekst: Ineke Vlug, Foto: Jan Versweyveld.

William.

33


UITGELICHT

Wie is Silvia? In dit geval is dat Tim van der Molen (18) die de rol van de beeldschone Silvia speelt in The two gentlemen of Verona. Als jongen door zijn moeder opgegeven voor het jeugdtoneel in Diever. Langzaam groeide hij als speler en in 2008 stond Tim op het grote toneel in Macbeth. In de ijzig koude winter speelde hij afgelopen jaar Lysander in Midzomernachtdroom. In de openlucht samen met drie anderen uit de jeugdopleiding. Na een half jaar vooropleiding toneelschool hield Tim het voor gezien, volgde zijn eigen gevoel en deed uiteindelijk auditie voor de prestigieuze Toneelschool Amsterdam. En werd, als een van de 20 uit 750 aanmeldingen, aangenomen. Diever en Shakespeare vormen zijn artistieke basis. “Ik heb in Diever zo veel geleerd. Je mag wel zeggen dat mijn leven is gedrenkt in Shakespeare. De liefde voor Shakespeare zal altijd blijven.”

The two gentlemen of Verona (2010) Toneelgroep: Jeugdtheater Diever

Shakespearetheater Diever

Fotografie: Koen Timmerman Acteur:

Tim van der Molen

Kleding:

Margot van der Kamp

Visagie:

Jolanda Slager

William.

35


Shakespeare

Othello

Vertaling: Jack Nieborg


WILLIAM #2, magazine voor Shakespeareliefhebbers  

De belangstelling voor het fenomeen William Shakespeare blijft - zelfs na vier en een halve eeuw - onverminderd groot. Nog altijd worden zij...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you