Issuu on Google+

BARBARA SCHOUW

1956 - 2004


Barbara Schouw


Deze catalogus met werken van Barbara Schouw is uitgegeven ter gelegenheid van een expositie van haar werk in Wijk 7, Amsterdam. 13 t/m 19 april 2014


Park Liepen te praten over dingen die we later Leven is bewegen en bewegen is heel ver en heel langzaam bibberen. Stormbomen boven ons verrekken hun takken. Onder dit park hangt met kleurloze tegenbomen wit, windstil in de grond een lichtloos wederpark waarin schubbige beesten elkaar zelden en schoorvoetend tegenkomen Judith Herzberg

COLOFON Foto’s: Jesse Schouw, Jan Hein Schouw Fotobewerking:Willem Giezeman Tekst: Jan Hein Schouw Boekontwerp: Willem Giezeman Š Jan Hein Schouw oplage: 60 exemplaren april 2014


barbara schouw 1956 - 2004

brieven schilderijen tekeningen zeefdrukken linosnede etsen collages objecten


In principe is niets onmogelijk........

Ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw is de stichting IPINO opgericht. ‘In principe is niets onmogelijk’. Een werkplek voor jonge ‘kunstenaars’ die de wereld wilden veroveren. Plaats: een oud schoolgebouwtje naast het kerkje in Schellingwoude. Barbara is een van de oprichters. Lang heeft het niet bestaan, vermoed ik, ik lees er niets over in haar brieven en er zijn geen andere bronnen meer. Het schooltje is al lang afgebroken, maar het ‘in principe is niets onmogelijk’ blijft hardnekkig rondzingen in mijn hoofd naarmate ik me weer verdiep in de brieven die ik van haar kreeg. In de periode 1985 - 1994 schrijft Barbara heel veel, vaak lange brieven. Aan familie, goede vrienden, mensen die haar vertrouwd waren en dat vertrouwen niet beschaamden. Brieven die bijna altijd ergens over gaan. Dicht opeen geschreven zinnen of juist grote letters op een groot papier. Wij bestoken elkaar met alles wat zich maar in een enveloppe laat versturen. Bijna altijd handgeschreven, een enkele keer getypt. Tekeningetjes erbij, typografische grapjes, ook op de enveloppe vaak. Dan weer eens vier aan elkaar geplakte ansichtkaarten tegelijk. Of een brief in spiegelschrift. We schrijven over wat we meemaken in onze levens, de relaties, het werk, onze familie, de kunsten, het verdriet om verlies. Barbara is sterk in het aangeven wat haar inspireert, wat waardevol is en wat ons tot nadenken zou moeten stemmen. Met humor ook, zelfspot en zonder pretenties. Openhartig, eerlijk, met veel energie, ook confronterend soms, maar altijd met de bedoeling werkelijk te communiceren. Wij gaan voor inhoud, maar vooral ook voor schoonheid. Dat laatste blijkt een onmisbaar ingrediënt voor de groeiende gemeenschappelijke bron waaraan wij ons laven: de kunsten. Zowel in haar brieven als in haar werk blijft Barbara zoeken naar het juiste woord, het passende materiaal, de geëigende techniek als uitdrukkingsvorm van haar emotie. “Mooimakerij” is haar vreemd. Ingrijpende gebeurtenissen in haar bestaan geeft ze op die manier grote zeggingskracht.

11


Fragmenten uit brieven van Barbara die ingaan op aspecten van de kunsten heb ik uit hun kontekst gehaald en in dit boek chronologisch als citaat opgenomen. In combinatie met de schilderijen, zeefdrukken, etsen, collages en objecten vormen ze voor mij de bevestiging dat in principe niets onmogelijk is. Wat is het een bijzondere ervaring om Barbara, 10 jaar na haar overlijden, op deze wijze in herinnering te roepen. Barbara had zich geen betere omgeving voor haar werk kunnen wensen dan de ruimten van het woon/werkcollectief Wijk 7. Hun hulp en betrokkenheid en die van onze families bij het voorbereiden en inrichten van de tentoonstelling was van grote waarde. Willem, Jesse, Jaap, Marcella en Lide dank ik voor het vormgeven van het idee voor dit boek en de totstandkoming ervan. Jan Hein Schouw Den Haag, maart 2014

12


13


14


brieven

15


16


Brief (1987) ‘Zullen we iets ongewoons gaan doen, bijvoorbeeld een dag lang kunst kijken. In het kader van Century 87 staat de hele stad vol kunst. Ook is er een foto/video tentoonstelling tegenover ons. Een beetje Chambres d’amis-achtig. Of James Ensor in het Rijks. Grafische vormgeving in het Stedelijk’. Brief (januari 1989) ‘Op de een of andere manier is voor mij- dat wat geweest isaltijd een belangrijke inspiratiebron. Ik vind het prettig als ‘kunstwerken’ refereren aan vroeger. Het zou een bepaalde sfeer over moeten brengen, zonder dat het een duidelijk verhaal vertelt. Een kunstenaar waar ik op ’t moment door gegrepen ben is Jannis Kounnelis. Griek van geboorte, op zijn 18e verhuisd naar Rome, waar hij naar de Academie ging.[…] De installaties die hij maakt (hij bouwt ze ter plekke op) refereren aan de Griekse kultuur. […] Vaak worden meerdere zintuigen aangesproken (reuk, geluid, tastzin). […] Hij wordt als een van de belangrijkste Arte Povera kunstenaars gezien, naast Mario Merz en Luciano Fabro’. ‘Vorige week werd ik beoordeeld n.a.v. mijn werk van het afgelopen half jaar.[…] Een half jaar lang, 1 dag in de week naar aanleiding van een stilleven, schilderen met olieverf. Hoewel het niet speciaal een onderwerp is dat dicht bij me ligt, dacht ik er veel van te kunnen leren. Maar gaandeweg ging het eigenlijk steeds beroerder en begin ik het schilderen zelfs af en toe niet leuk te vinden. Iets wat een jaar geleden ondenkbaar leek […]’. Brief (april 1989) ‘Sinds ik alleen woon gaat mijn leven in een stroomversnelling. Er gebeurt zoveel in me dat ik mezelf met moeite bij kan houden. Zo’n gevoel. Het is een vrijheidsgevoel. Aan de ene kant voel ik me vrij alles te gaan doen wat in me opkomt,

17


aan de andere kant ervaar ik mijn eigen remmingen, angsten, aangepast zijn als blokkades om vrijheden te nemen. Het gevoel is soms zo heftig, ik hoor mijn eigen hart bonken, alsof ik verliefd ben (ben ik niet). Het is oeroude levenslust. Alsof ik eindelijk de mogelijkheid heb mijn vleugels uit te klappen. Ik beperkte mezelf. Het was mijn eigen angst en geremdheid (en opvoeding: het aardige, terughoudende meisje). Deze vrijheid heeft voor mij ook alles met beeldende kunst te maken. Ik weet van mezelf dat ik geen bijzonder talent ben. Dat de wereld niet zit te wachten op mijn producten. Wel merk ik dat ik steeds weer, ik denk mijn leven lang, mijn inspiratie zal zoeken binnen de kunst’. ‘Straks ga ik lassen aan mijn bed. Eindelijk. Ik ben bezig met het onderwerp BED. Een niet onbelangrijk meubelstuk dat m.i. te weinig aandacht krijgt, in vergelijking met tafels, stoelen en lampen. Een bed is toch de plek waar je geboren wordt, waar je in sterft, waar de liefde in bedreven wordt, waar kinderen verwekt worden en waar je nog eens 1/4 à 1/3 van een etmaal in vertoeft. Een bed verdient aandacht. Na het constructieve gedeelte van het bed uitgedacht te hebben, heb ik dat losgelaten en geprobeerd vrij te werken naar aanleiding van ‘het idee bed’. Niemand zag er meer een bed in, maar dat geeft ook niet. Bezig met ‘was’, hout, palmbladeren, ijzerdraad, verschillende dingen gemaakt. Het viel me niet mee echt VRIJ te werken (daar heb je het weer, in hoeverre laat je jezelf echt vrij?), omdat ik steeds in mijn hoofd mijn functionele bed had dat ik voor mezelf wilde maken. Hoe dan ook, ik ga nu de constructie in elkaar lassen (oppassen dat ik geen gaten las!). Het is rechthoekig staal geworden, geen hoekstaal. Prachtig materiaal. De poten zijn rond, 4,1 cm en ca 1 meter hoog en bekleed ik met kippengaas in de vorm van dierenpoten. Hoeven, zoiets. Deze smeer ik in met aluminiumcement (een goedkoop product dat wel gebruikt wordt in plaats van brons). Die poten kunnen verlengd worden met lange rondgebogen buizen die kunnen draaien. Deze buizen bekleed ik ook met kippengaas en aluminiumcement, en eindigen in koppen, dierenkoppen, niet geheel en al herkenbaar, maar die doen denken aan geiten, paarden en slangen. Het liefst zou ik die van brons gieten, maar dat is heel bewerkelijk (vorig jaar een keer brons gegoten, weken mee bezig). De bovenkant, palen en (koppen?)zijn demontabel, want misschien wil ik wel geen (koppen?) boven mijn bed hebben. Maar als ‘beeld’ wil ik dat het goed is, los van of het een bed is. Dus zonder matras en zo moet het een aardig beeld opleveren. De hoeven moeten echt op de grond staan, de hoofden omhoog reiken. Ik moet nog veel doen voordat ik dit gerealiseerd heb’.

18


Brief (juni 1989) ‘Hoogstwaarschijnlijk deel ik komend jaar een ruim atelier met Judith en Monique in een groot pakhuis in oost, Amsterdam, in de buurt van het Entrepotdok. Dan zullen de plannen al dan niet meer vorm krijgen’. ‘Ik ben benieuwd hoe het verder gaat met mijn bed. De ijzeren constructie is klaar (niet 100% stabiel, maar dat hoort kennelijk bij me). Afgelopen vrijdag 4 paardenbenen (afgietsels) en mallen meegenomen uit het Legermuseum in Delft. Na veel omzwervingen etc. terecht gekomen bij het Legermuseum, waar 3 opgezette paarden staan. Een damesachtig renpaardje, een stevig trekpaard en een zware Ardenner knol. Na veel dubben gekozen voor de benen van het trekpaard, 2 voor- en 2 achterbenen. Nu is het de bedoeling dat die benen om mijn bed komen. Ik ga ze afgieten met een mengsel van houtlijm en tandartsengips (om de stalen poten heen)’. ‘Met kunst bezig zijn is ook gewoon hard werken, dag in dag uit’. Brief (november 1989) ‘Ik ben bezig met schilderen op doek, voor ’t eerst. Wat een heerlijkheid. De verf wordt op zo’n andere manier opgenomen. Geen gekreukel. Het materiaal wordt geabsorbeerd, ligt er niet bovenop’. ‘Vandaag zou er een docent langskomen, is niet op komen dagen. Vrijdag komen er mensen van de Kosmos, waar ik werk op ga hangen. Spannend. Net echt. Ik ben heel benieuwd hoe het zal gaan als mijn opleiding afgerond is. Hoe ik doorga, hoe groot mijn power blijkt te zijn om door te gaan[…]. Alles ligt zo open. Het geeft me vrijheid, ruimte en daarnaast vind ik het soms allemaal heel moeilijk, onzeker en eng. Überhaupt het hele leven. Ik heb me nog nooit zo ongeborgen geweten als nu. Zo in mijn piere uppie in het leven. Brief (december 1989) ‘Ik realiseerde me vannacht dat de schilderijen die ik de afgelopen weken, maanden gemaakt heb, gekomen zijn uit mijn onderbewuste. D.w.z. ik had van te voren geen voorstelling wat ik of, waarover ik wilde schilderen. Daarvoor schilderde ik vanuit een concrete herinnering. Nu liet ik alles los onder het motto ‘ik zie wel wat er komt’. ‘Alles is goed’. Genoeg vertrouwen (willen) hebben in mezelf dat er wel wat uitkomt.

19


Na een tijdje merkte ik dat ik de dingen die ik maakte kon vatten onder de noemer ‘twee werelden’, waarbij de ene wereld staat voor het rustige, de grotere vlakken, zachte kleuren, ruimte tegenover chaos, drukte, donkerte, gedetailleerd’. Brief (januari 1990) ‘Niet in de toekomst kijken. Niet bang en als er angst is waardoor je er doorheen kunt levensinstelling, ook als ik

Open, zonder (voor)oordelen. proberen daar mee om te gaan, gaan. Meer en meer wordt dat mijn aan het schilderen ben’.

Brief (mei 1990) ‘Een zekere Storr heeft een boek geschreven over de motivatie van de kunstenaar. In ’t kort komen zijn gedachten hier op neer dat hij constateert dat een verknipte jeugd, een verdrongen traumatische opvoeding etc. toch voornamelijk de drijfveren zijn van de kunstenaar. Hij is een adept van Freud, dus ook juist het al dan niet bevredigende sexuele leven van de kunstenaar staat volgens Storr in direct verband met het creeëren. Er zijn veel schrijvers, psychoanalytici geweest die daar weer kanttekeningen bij hebben gemaakt. En terecht. Ik geloof niet in zo’n eenduidige verklaring. Wel merk ik zelf dat als ik me heel goed voel (!) de drang om te werken, creeëren veel en veel minder is. Alsof het niet meer hoeft, het leven goed genoeg is zonder die creatie. Een bijzondere ervaring. Ik hoop dat ’t niet een blijvend gevoel is, want ik wil weer produceren!’. Brief (september 1990) ‘Ik ben weer echt met schilderen begonnen. Het feit dat de SBK vijf schilderijen wil hebben is een heerlijke stimulans. Met de sociale dienst speel ik helemaal open kaart. Doe alles wit. Geeft me een goed gevoel, dat ik echt bezig ben mijn eigen salaris te verdienen, maar wordt aangevuld waar het nog niet lukt’. Brief (1991) ‘Het liefst doe ik eigenlijk iedere dag iets anders, zonder me vast te leggen’. ‘Hoe doodeenvoudig verscheen vandaag de lente: een zachtblauwe lucht’ (haiku; ik hou steeds meer van de leegte van de Japanse poëzie). ‘Gisteren zag ik een expositie van Keith Haring. De veelheid van zijn lijnen, überhaupt de veelheid van zijn werk, trof me. Het is de intensiteit waarmee iemand al die doeken vol schildert met min of meer hetzelfde. Af en toe werd het weer leeg van de volte’.

20


‘Zulke mensen inspireren me - met hun durf om nog meer te leven wie ze echt zijn, te maken wat ze echt willen maken (en alle meningen van anderen los te laten)’. ‘Ik ben bezig met een presentatiemap om ook verschillende SBK’s af te gaan. De boer op gaan is niet echt op mijn lijf geschreven. Ook weet ik dat mijn werk niet misstaat tussen ’t andere werk, en ’t is ook prettig als werk uit mijn atelier verdwijnt’. ‘Nou ja, bezig zijn met kunst laat me ook de vele hoeken van ’t leven zien. Af en toe beland ik in chaos of een put, maar steeds wordt het leven in grote lijnen meer helder en inzichtelijk, dus heb ik daar wel wat putten voor over’. Brief (1991?) ‘Ik schrijf je op een kopietje van een foto van een amaryllis. Dat is een tijd lang inspiratiebron geweest. Amarylissen, amarylli, in verschillende stadia. Als je je in zo’n bloem gaat verdiepen gaat er een wereld open’. Brief (1991?) ‘De afgelopen tijd heb ik me o.a. bezig gehouden met het ontwerp voor een halogeenlamp voor een prijsvraag. Samen met Judith een lamp ontwerpen die ‘zwangere tekkel’ heet en te bezichtigen in Galerie Kis, Paleisstraat. Zaterdagmorgen spoten we hem, ’s middags installeren en zondag de opening! Het is een verkooptentoonstelling van kunstzinnige meubels en gebruiksvoorwerpen, veel geleerd. Het ontwerp was er zo, de techniek echter stelde ons steeds voor nieuwe problemen. Ik zag mezelf verwoed bezig een technisch probleem op te lossen en dan moest ik zo lachen om het ridicule van de situatie. Het leven is zo groot en wijds en dan ineens ben je met volle inzet bezig zo’n klein probleempje op te lossen, alsof het heel belangrijk is. Het is dan prettig te relativeren en ook met volle aandacht door te werken’. Brief (1991?) ‘Willem de Kooning, voor mij een van de grote schilders. Wist je dat hij aan ’t einde van zijn leven helemaal dement was (drank, Alzheimer). Als hij dan een oud schilderij van zichzelf zag vroeg hij wie dat gemaakt had. Aan het eind van zijn leven schilderde hij nog heel veel, schilderijen die erg op elkaar leken. Indrukwekkend en intens’. Brief (april 1991) ‘Ik ben bezig met een ontwerp voor 2 schilderijen die binnenkort (9 juni) op een expositie hier in de Nieuwe

21


Meer komen te hangen. Het is een tentoonstelling op 40 pakhuisdeuren, die zich symmetrisch t.o.v. elkaar bevinden. […] Ik heb 2 tegenover elkaar liggende deuren gekozen en doe als enige in het project iets met spiegeling en tegenstelling. De twee doeken worden begeleid door geluid op cassette van Peter. De doeken gaan in eerste instantie over kleurtegenstellingen. Ik ben de laatste tijd steeds eenvoudiger aan het schilderen. Misschien ben ik wel bezig met het voorwerk om monochrome schilderijen te maken. Ik weet niet precies welke kant het opgaat, maar ik merk dat ik de chaos steeds meer achter me wil laten. […] Er is een zoeken naar eenvoud binnen de complexiteit, nee eigenlijk naast de complexiteit. En zo kom ik meer en meer op het schilderen in weinig kleuren en worden vormen eenvoudiger, of verdwijnen helemaal. Hoewel ik het nog niet gedaan heb, raar genoeg nog niet gedurfd heb, droom ik eigenlijk van een groot monochroom doek. Misschien wel omdat ik onbewust voel: ‘wat is er nog na een monochroom doek?, wat dan daarna?’ Dat is de angst die ik wel vaker tegenkom in mezelf. Soms voel ik me zo gelukkig en volmaakt in het leven passend, dat er verder eigenlijk niets meer hoeft te gebeuren, […], dat alles alleen maar ‘zijn’ is, dat het leven zo ontzettend eenvoudig is en dan is er geen enkele behoefte in mij om nog te creeëren. De schilderijen op de expositie zouden eerst twee monochrome vlakken worden in de kleuren oranjegeel en paarsig blauw. De kleuren van de zon en van de nacht. Van afgestapt. Het idee nu: twee mensfiguren, herkenbaar als man en vrouw, staand ten opzichte van elkaar op een doek. Op het andere doek is dezelfde voorstelling gespiegeld. Naast zijaanzichten zijn daar doorheen geschilderd vooraanzichten. […]. Een totaal andere manier van werken dan voorheen. Toch schilder ik ook nog als vroeger, voor mijn doek gaan staan en zien wat er uitkomt. […] Van tevoren niet weten waar je eindigt’. Brief (oktober 1991) ‘Weet je dat ik tegenwoordig zeker 2 dagen in de week in het ijzer werk, lassen, slijpen, van dat ruige gedoe? Samen met Judith. Het bevalt me zo om ook samen te werken. Stukje bij beetje zoek ik dat ook op, omdat ’t me alleen niet genoeg bevalt. Met het boekbindgroepje doen we nu een soort projectje. We hebben alle 5 een boekblok gemaakt van 500 cm2. Om de 14 dagen geven we de boeken door en werkt er iemand anders aan en in. Het is heerlijk om te zien dat iemand over mijn tekening heen plakt. Op een gegeven moment zie je niet meer wie wat gemaakt heeft. Daar houd ik van. Elkaar inspireren, werken en vergeten wie, wat, hoe en waar’.

22


‘Ik merk bij mezelf een behoorlijke verschuiving in wat me aantrekt in beeldende kunst, maar ook bijvoorbeeld in muziek. Bij mijn lijstje van de 10 meest indrukwekkende beeldende kunst werken horen zeker werken van Anselm Kiefer, Willem de Kooning, Marlene Dumas, Francis Bacon. Wat mij betreft vergelijkbaar met muziek van Billy Holliday, emotie als belangrijkste impuls. Zo ongelooflijk geraakt als ik kon zijn bij een schilderij van Kiefer. Even helemaal van de wereld zijn en niet weten hoe dat nou precies komt. Dat heb ik niet meer, dat wil zeggen niet bij dat hele ‘emotionele’ werk. Dat is iets heel essentieels in mijn benadering van kunst op dit moment. Die ongelooflijke aantrekkingskracht van bepaald werk had vaak te maken met de diepte van de emotie die er achter zat. De diepte kon je vermoeden, niet aanwijzen.[…]. Maar dat gevoel is dus behoorlijk aan het veranderen. Ik merk dat mijn hart nu veel meer uitgaat naar pretentielozere (…?) kunst. Minder sentiment, minder verdriet ook. Meer sec, koeler, droger, minder direct aanspreekbaar, anoniemer, minder groots, minder persoonlijk. Voorbeelden: Daan van Golden, Jan Schoonhoven, […]. Natuurlijk komt deze verandering in mij niet uit het niets. Vroeger was ik zo bepaald door verdriet en emotie, dat was mijn referentiekader. En nu, in het werk voor de tentoonstelling de Nieuwe Meer maakte ik iets waar ik helemaal zelf door verrast werd. Het ging helemaal niet meer over mooi of lelijk. Of interessant of diep. ‘Oh’, dacht ik, kennelijk maak ik nu dit. Zonder goed of slecht oordeel’. ‘Want ondertussen wil ik je eigenlijk vertellen dat ’t me in de muziek steeds meer gaat om de stiltes, in de boeken om de witregels en in de schilderijen om de leegte’. Brief (april 1992) ‘Ook hoorde ik dat jullie misschien een schilderij van mij zouden willen. Als deel van mijn bijdrage? […] Het lijkt me sowieso leuk jou weer eens mijn werk te laten zien. Wat ik zoal doe naast mediteren en boekbinden! Het is niet één duidelijk verhaal, mijn schilderijen. Ze dragen zoveel verschillende facetten met zich mee, als het leven zelf. Gisteren schilderde ik naar aanleiding van een foto van pappa; eergisteren ging het over tekens zonder enige betekenis. Ik sta mezelf toe om zo verschillend te werken. Want ik hoef toch nergens naar toe?

23


Soms krijg ik weer een aanval van ‘maatschappelijk relevant’ willen zijn. Maar gelukkig ook afgewisseld met het gevoel dat ik goed ben zoals ik ben, ook maatschappelijk in mijn werk. En ik ben ook niet bezig met tentoonstellingen. Weet je wat het is, Jan Hein, in de kunst ook, je moet ambitie hebben en jezelf willen laten zien. En mijn ambitie is zo klein. Ik droom er helemaal niet van om ‘groot’ te worden’. Brief (september 1992) ‘[…] omdat ik ’t moeilijk vind te vertellen dat ik mijn atelier heb opgezegd en min of meer uit de beeldende kunst stap (vraag: in hoeverre heb ik er ooit in gezeten?). Ik ben bang je teleur te stellen. Ik ben bang het grote raakvlak dat jij en ik hadden kwijt te raken’. ‘Hoe mijn toekomst eruit ziet is volkomen onduidelijk. En als ik niet in de angst zit rondom zoveel onzekerheid, voelt de leegte weldadig. De ruimte van het achterlaten van iets ouds en het binnengaan van het nieuwe. Ik voel me bereid allerlei kanten uit te vliegen en waar dan ook weer neer te dalen’. Brief (januari 1993) ‘2 Weken geleden ineens onverhoopt een schilderij verkocht en in februari komt de SBK van Amsterdam zowaar op atelierbezoek’. Brief (augustus 2004) ‘P.S. Heb gisteren weer eens ‘echt’ getekend en geschilderd, eerst samen met vriend Jos - die een heuse kunstenaar is - dat was erg leuk. Zullen wij dat ook eens doen, samen schilderen?’. ‘Zag dat ik de afgelopen maanden erg had geïnvesteerd in ‘ik ga hier doorheen komen en ik ga niet dood’. Een mooi uitgangspunt en ik verander daar ook niets in, maar ik kon zien hoe ik de mogelijkheid van doodgaan ook van me af had gehouden. En gisteren, al tekenend, diende die mogelijkheid zich in alle helderheid aan, en durfde ik ernaar te kijken’.

24


25


26


schilderijen

27


zonder titel 121 x 141 gespannen doek / acrylverf ongesigneerd Erven Barbara Schouw

28


29


zonder titel 125 x 140 gespannen doek / acrylverf ongesigneerd Erven Barbara Schouw

30


31


zonder titel 90 x 90 gespannen doek / acrylverf ongesigneerd Erven Barbara Schouw

32


33


zonder titel 29 x 39 acrylverf/krijt op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

34


35


zonder titel 90 x 110 gespannen doek / acrylverf gesigneerd: Barbara Schouw Erven Barbara Schouw

36


37


Piaga 102 x 192 gespannen doek acrylverf ongesigneerd 1990 Erven Barbara Schouw

38


39


40


tekeningen

41


zonder titel 58 x 80 acrylverf op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

42


43


zonder titel 100 x 65 acrylverf/krijt op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

44


45


zonder titel 100 x 74 acrylverf/krijt op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

46


47


zonder titel 80 x 59 acrylverf op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

48


49


zonder titel 50 x 70 acrylverf en potlood op karton gesigneerd: Barbara Schouw Erven Barbara Schouw

50


51


zonder titel 65 x 50 potlood/acrylverf/krijt op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

52


53


zonder titel 36 x 36 krijt op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

54


55


zonder titel 35 x 40 kleupotlood op dik papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

56


57


zonder titel 65 x 50 kleurpotlood/krijt op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

58


59


zonder titel 35 x 35 krijt op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

60


61


zonder titel 43 rond krijt op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

62


63


zonder titel 39 x 29 kleurpotlood op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

64


65


zonder titel 70 x 50 acrylverf op dik papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

staat op achterzijde van tekening op blz. 67

66


67


zonder titel 50 x 70 acrylverf op dik papier gesigneerd Erven Barbara Schouw

staat op achterzijde van tekening op blz. 65

68


69


zonder titel 65 x 50 acrylverf/krijt op dik papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

70


71


zonder titel 50 x 40 acrylverf op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

72


73


zonder titel 32 x49 acrylverf op dik papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

74


75


zonder titel 50 x 33 verf/krijt op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

Gedicht Park Judith Herzberg

76


77


No one said it would be easy 30 x 40 waterverf op dik papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

78


79


80


zeefdrukken

81


zonder titel 36 x 42 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

82


83


zonder titel 33 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

84


85


zonder titel 65 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

zonder titel 65 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

86


87


zonder titel 65 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

88


89


zonder titel 65 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

op achterzijde zeefdruk blz. 91

90


91


zonder titel 65 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

op achterzijde zeefdruk blz. 89

92


93


zonder titel 32 x 50 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

94


95


zonder titel 50 x 65 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

96


97


zonder titel 50 x 32 zeefdruk op dun papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

98


99


zonder titel 32 x 50 zeefdruk op dun papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

100


101


zonder titel 32 x 50 zeefdruk op dun papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

102


103


zonder titel 30 x 42 zeefdruk op dun papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

104


105


zonder titel 32 x 50 zeefdruk op dun papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

106


107


zonder titel 42 x 30 zeefdruk op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

108


109


110


linosnede

111


zonder titel 50 x 42 inkt op papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

112


113


114


etsen

115


zonder titel 50 x 40 ets op zwaar papier gesigneerd: barb 1989 Erven Barbara Schouw

116


117


zonder titel 50 x 40ets op zwaar papier gesigneerd: barb 1989 Erven Barbara Schouw

118


119


zonder titel 27 x 35 ets op zwaar papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

120


121


zonder titel 40 x 30 ets op zwaar papier gesigneerd: barb 1989 Erven Barbara Schouw

122


123


zonder titel 50 x 35 ets op zwaar papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

124


125


zonder titel 50 x 40 ets op zwaar papier gesigneerd: barb 1989 Erven Barbara Schouw

126


127


zonder titel 24 x 34 ets op zwaar papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

128


129


zonder titel 35 x 25 ets op zwaar papier ongesigneerd Erven Barbara Schouw

130


131


zonder titel 25 x 35 ets op zwaar papier gesigneerd: barbara Erven Barbara Schouw

132


133


134


collages

135


Hartepijn 45 x 66 collage op karton ongesigneerd 1985 Erven Barbara Schouw

136


137


zonder titel 40 x 50 karton gesigneerd: barb november 1985 Erven Barbara Schouw

138


139


zonder titel 31 x 48 collage op karton ongesigneerd Erven Barbara Schouw

140


141


142


objecten

143


zonder titel stof/ gips op hout ongesigneerd Erven Barbara Schouw

144


145


zonder titel gelast staal, stofbekleding ongesigneerd eigenaar onbekend

146


147


zonder titel acrylverf op hout ongesigneerd Erven Barbara Schouw

148


149


150


151


152


Leven en werk

1956 8 april Geboren in Den Haag Dalton School Den Haag 1973 Opleiding Textiele werkvormen in Amsterdam 1978 Docent Textiele werkvormen en handvaardigheid LHNO school in Mijdrecht 1979 9 november Getrouwd met Jaap van Helsdingen 1980 15 mei Lotte geboren 1984 9 maart Lotte overleden 1985 Lerarenopleiding tot docent 1e graads schilderen en tekenen bij d’Witte Lely 1990 Afstuderen lerarenopleiding 1 juli Expositie in Galerie Eind April in Amsterdam Verhuizing van Clazina Maria naar Govert Flinckstraat Centrum voor Tantra 1991 juni Tentoonstelling bij de Nieuwe Meer Verhuizing van Govert Flinckstraat naar Sportstraat bij Peter en Bodil 1992 Atelier bij de Nieuwe Meer (Oude Haagseweg) 1994 Start met Tantra jaartrainingen 1999 15 september Getrouwd met Peter Kok 2004 28 november Barbara overleden 2009 28 september Peter overleden

153


Barbara Schouw Het is niet eenvoudig het werk dat Barbara Schouw als beeldend kunstenaar heeft achtergelaten te definiĂŤren. Zoveel stijlen, zoveel technieken, in kleur, in zwart- wit, groot, klein, figuratief, abstrakt, 2-dimensionaal, ruimtelijk, eenvoudig, complex. Veel ongedateerd en ongesigneerd. Ze schrijft veel, vaak lange persoonlijke brieven. Ingrijpende gebeurtenissen hebben haar leven getekend. Waar ze die tot onderwerp maakt in haar werk als beeldend kunstenaar toont ze grote zeggingskracht. Ze is gemotiveerd, serieus, eerlijk en wars van pretenties. Fragmenten van brieven uit de periode 1985 - 1994, met de kunst als onderwerp zijn opgenomen in deze catalogus. 10 jaar na haar overlijden in 2004 zijn haar belangrijkste werken, voor zover te achterhalen, samengebracht in een tentoonstelling in ruimten van het woon/werkcollectief Wijk 7 in Amsterdam Z.O. Samen met deze in eigen beheer gemaakte catalogus vormen ze een terecht eerbetoon.


Barbara boek 27 maart issuu