Page 1

de

Liedvriend JAARGANG 57 NR. 1 MEI 2018

de

Liedvriend

1


22 - 27 mei 2018

Schubert

en zijn opvolgers

Schumann Wolf m.m.v. de beste internationale solisten, waaronder Anna Lucia Richter en ...

Benjamin Appl

Thomas Oliemans

www.ilfz.nl 2

Christoph PrĂŠgardien


Comité van Aanbeveling H.K.H. Prinses Christina der Nederlanden Elly Ameling zangeres Huub van Dael voorzitter van diverse muziekorganisaties Henk Heuvelmans directeur Gaudeamus Muziekweek, secretaris-generaal ECPNM Rudolf Jansen pianist Ruud van der Meer zanger Jard van Nes zangeres

In dit nummer...

Gabriël Oostvogel oud-directeur de Doelen

5 Voorwoord

Wim Scherpenhuijsen Rom oud-voorzitter bestuur Koninklijk Concertgebouworkest

6 Liederen van Dirk Fock

Ed Spanjaard dirigent

10 Nieuws van het bestuur

Ereleden

12 From Russia with love

Dick Buld Frans Eggink Thea Ekker-van der Pas Guus Smeets

16 Nieuwe noten 18 De vijf Satiren

de

Liedvriend

24 Wolf en Mörike: Gebet

is een uitgave van: Vereniging Vrienden van het lied de

28 Ongehoord

Jaargang 57 - nr. 1 - mei 2018

31 Regio’s en contactpersonen

Liedvriend ISSN 1384-0215 Secretariaat

Teuny van Wijgerden Joh. Vermeerstraat 12 - 3583 RM Utrecht Tel 06 - 83717146 - KvK 40445139 IBAN NL70 INGB 0000 3263 29 info@vvhl.nl - www.vvhl.nl

32 Concertagenda

Redactie en vormgeving

foto omslag + pag. 12-13: Aleg Tryfanenkau foto pag. 5: Mel Boas - www.boasphoto.nl

Koen & Dees Wilgehof-Sodaar www.wilgehofsodaar.nl

3


Ook

Lid worden?

Uit liefde voor de liedkunst en om de negentiende-eeuwse traditie van huisconcerten nieuw leven in te blazen, werd in 1961 de vereniging Vrienden van het Lied opgericht. De leden zijn verspreid over 23 regionale afdelingen en streven naar verbreiding van de liedkunst. Jaarlijks biedt de vereniging ongeveer zeventig liederenrecitals aan in grotere woonhuizen of op kleinere podia. Niet alleen gerenommeerde liedkunstenaars treden op, maar ook veelbelovende, beginnende talenten krijgen de kans podiumervaring op te doen en een repertoire op te bouwen. Elk jaar organiseert de vereniging bovendien cursussen voor gevorderde amateurzangers onder leiding van ervaren beroepsmusici.

naam

ü

Contributie Voor 2018 bedraagt de contributie € 50,per persoon of € 85,- per twee personen (1 adres). Vrienden tot en met 27 jaar betalen € 15,- (stuur kopie ID mee). Het lidmaatschap is voor een jaar en wordt zonder opzegging ieder jaar verlengd. Opzeggen kan schriftelijk, minstens een maand voor het verstrijken van het lidmaatschapsjaar, dus uiterlijk voor 1 december.

Ja, ik word lid!

naam medelid adres postcode woonplaats e-mail tel.nr. regio waarvan ik lid wil zijn

datum handtekening

Verstuur deze aanmelding en u krijgt verdere informatie thuisgestuurd. Vrienden van het Lied - Ledenadministratie, t.a.v. Wilma van der Stappen, Berg en Dalseweg 85c, 6522 BC Nijmegen. Of meldt u aan via www.vvhl.nl

4


B

este vrienden

Het jaar 2017 ligt alweer ruim vier maanden achter ons en helaas moeten we constateren dat het ledenaantal ook in dit jaar is gedaald. We hebben nieuwe leden mogen verwelkomen, maar hun aantal heeft het aantal opzeggingen niet kunnen compenseren. Het is een maatschappelijk fenomeen: de mate waarin wij moderne mensen ons organiseren wordt allengs minder. Veel verenigingen zijn door een te kleine ledenschare en niet te vergeten het ontbreken van betrokken (aspirant) bestuursleden opgeheven. Zijn we te individualistisch ingesteld of opgevoed? Lid zijn van een vereniging als de onze is niet direct noodzakelijk. Alle informatie kan via internet worden gevonden, mooie liederen kunnen via Spotify worden beluisterd ‌ Is het genieten van een mooi huisconcert een aflopende zaak? Nee, ik geloof van niet. Net zo goed als ik wel geloof dat onze vereniging toekomst heeft! De behoefte aan menselijk contact en met elkaar delen van mooie ervaringen blijft bestaan. Vrienden van het lied zijn vrienden onder elkaar. Help mee onze vriendenkring uit te breiden en werf een lid! Ik wens u een goed begin van het voorjaar toe, waarin we samen genieten van vele mooie huisconcerten. Tot ziens bij een daarvan!

Aat Klompenhouwer, voorzitter

de

Liedvriend de

5


Liederen van

Dirk Fock (1886-1973) tekst Diet Scholten en Tettje Halbertsma

6


In de jaren 1910-1932 reisde de Nederlandse dirigent en componist Dirk Fock dwars door Europa en Amerika. Als veelgevraagd dirigent trad hij op bij de grote concert- en operahuizen, zoals in Berlijn, Stockholm, Rome, Boedapest en Parijs. Zijn belangrijkste engagementen waren in New York en in Wenen. Van tijd tot tijd kwam hij naar Nederland om het Residentie Orkest te dirigeren. Fock was een flamboyante man, die vaak zonder partituur dirigeerde en een natuurlijk overwicht had op het orkest. Als een ware kosmopoliet voelde hij zich overal thuis. Hij had een internationale vriendenkring van componisten, musici en kunstenaars. Voor zover bekend dirigeerde hij in 1932 voor het laatst. Hij trok zich allengs terug uit de muziekwereld, emigreerde in ’39 naar de VS en bracht zijn laatste jaren in Zwitserland door. Dit maakte dat hij geleidelijk uit het zicht raakte. Wel bleef Fock componeren, iets dat hij van jongs af aan had gedaan. In veertig jaar componeerde hij een bescheiden maar bijzonder oeuvre bij elkaar. Het omvat drie piano werken, zo’n veertig liederen, twee orkestwerken met solozang, een opera, een mirakelspel en toneelmuziek. De Sonate für Klavier opus 1 verscheen in 1914 in Berlijn. Zijn laatste werk, de Java Sketches voor piano opus 46, verscheen in 1948 in New York. Het gros van zijn muziek – grotendeels te vinden in het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag en in het familiearchief – is sporadisch of zelfs nooit uitgevoerd. Reden voor de Stichting Dirk Fock om zijn muziek onder het stof vandaan te halen en op te laten nemen op cd. Hierop is, naast zijn late composities Java Sketches en de Songs of Glory, een selectie van zijn laatromantische en impressionistische liederen te horen. Daarmee geeft de cd een verrassend en gevarieerd beeld van de muziek van Dirk Fock.

de

Liedvriend

Jonge jaren Dirk Fock wordt in 1886 geboren in Nederlands-Indië en brengt de eerste twaalf jaar van zijn leven in Batavia door. De geluiden uit zijn Indische jeugd zullen later in zijn composities (o.a. de Java Sketches) doorklinken. Een muzikale loopbaan ligt in zijn milieu echter niet meteen voor de hand. Focks vader is advocaat-procureur en ontwikkelt zich in de jaren twintig tot een vooraanstaand staatsman en bestuurder – hij wordt onder andere minister van Koloniën en gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Pas wanneer het gezin in 1898 terugkeert naar Nederland zet Dirk zijn eerste schreden op het pad van de muziek: hij krijgt vioollessen en schrijft zijn eerste composities. Op aandringen van zijn familie doet hij een poging om een ‘echt beroep’ te kiezen en hij gaat naar de Polytechnische School; maar de muziek blijft trekken en krijgt de overhand. In 1907 vertrekt hij op de bonnefooi naar Berlijn om zich verder te bekwamen als musicus.

Berlijn In Berlijn gaat Fock in de leer bij de crème de la crème van de muziek. Hij volgt directielessen bij Karl Muck en Arthur Nikisch en neemt vioollessen bij Anton Witek. Nikisch, chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker, biedt zijn pupil de kans alle concerten en repetities van het orkest bij te wonen. Concertmeester Witek geeft hem later een plaats bij de eerste violen. Hij speelt onder

7


meer onder Gustav Mahler en legt een mooie praktische en theoretische basis voor zijn loopbaan als dirigent. Als componist is hij grotendeels autodidact. Wel volgt hij enige tijd lessen bij Hugo Kaun, maar een echte muziekopleiding heeft hij nooit gevolgd. In 1911 wordt Fock eerste dirigent bij de Kurfürsten opera in Berlijn en een jaar later chef van de Mulhausen opera in de Elzas. Hij dirigeert er opera’s van Wagner en Strauss. Van 1913 tot 1916 dirigeert Fock in Göteborg en Stockholm. In 1917 vervangt hij Willem Mengelberg bij het Concertgebouworkest. Met dit orkest zal hij tot 1930 in totaal elf concerten geven. Ook met het Residentie Orkest treedt hij op in Den Haag, Scheveningen en Rotterdam.

Verenigde Staten In 1919 zet Fock zijn loopbaan voort in New York, waar hij in het populaire Stadium de Philharmonic Orchestra en in Carnegie Hall The National Symphony dirigeert. In 1922 wordt hij medeoprichter en eerste dirigent van de American Orchestral Society, een instelling die jonge musici en dirigenten kansen biedt om op hoog niveau orkestervaring op te doen. Datzelfde jaar introduceert Fock – die zich in Amerika om begrijpelijke redenen ‘Foch’ laat noemen – als eerste in de VS de muziek van zijn vriend Darius Milhaud. Hij wordt eerste dirigent van de New York City Symphony Orchestra en vervult gastdirecties bij de New York Philharmonic, de National Symphony en het St. Louis Orchestra. Ook leert hij fotomodel en actrice Consuelo Flowerton kennen, die zijn tweede vrouw wordt en met wie hij een dochter krijgt, de later bekende Hollywood-actrice Nina Foch.

Wenen en Parijs Op verzoek van Richard Strauss keert Fock in 1924 terug naar Europa, om in Wenen eerste dirigent te worden bij de Wiener Konzertverein. Hij is de eerste buitenlander

8

aan wie deze eer toevalt. Hier dirigeert hij tal van concerten. Zijn vrienden- en kennissenkring, met onder meer componisten als Zoltán Kodály en Igor Stravinsky en filmregisseur Max Reinhardt, is voor hem in cultureel en muzikaal opzicht een bron van inspiratie. Hij voert een avontuurlijke programmering. Stravinsky’s Eerste Pianoconcert, met de componist aan de vleugel, wordt een groot succes. Mozarts La Finta Semplice wordt onder Focks leiding voor het eerst in Wenen uitgevoerd. Ook Kodály’s muziek staat op de lessenaar. In Wenen krijgt hij een aanstelling als professor aan de Hochschule für Musik, waar hij de directieklassen leidt. Zijn lessen slaan aan, het aantal leerlingen groeit van elf naar vierenveertig. Vanuit Wenen vervult hij gastdirecties in Berlijn, Boedapest, Milaan, Parijs, Rome en – opnieuw – in Amsterdam en Den Haag. In 1931 trouwt Fock met de Nederlandse Suze Moltzer, met wie hij de rest van zijn leven zal delen. Het paar woont tot 1938 afwisselend in Nederland en in Parijs, waar hij zich voornamelijk bezighoudt met componeren. Ein Hohes Lied gaat in 1930 in Amsterdam bij het Concertgebouworkest in première onder leiding van Pierre Monteux, gezongen door bariton Ludwig Wüllner; in 1932 volgt er nog een uitvoering. Van tijd tot tijd dirigeert hij het Orchestre National in Parijs. Hij maakt naam met zijn bijzondere interpretaties, zoals van Ravels Pianoconcert. In deze periode sluit hij vriendschap met componisten als Ravel, Ibert en Glazounov.

Amerikaans staatsburger en overlijden in Zwitserland Wellicht is het de oorlogsdreiging die Fock in 1939 doet besluiten met zijn vrouw naar New York te verhuizen. In 1945 wordt hij Amerikaans staatsburger. Fock wijdt zich nog eenmaal aan het componeren; zijn patriottisch getinte liederencyclus Songs of Glory (1945) is geïnspireerd op de


gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De teksten zijn van Joseph Auslander, de toenmalige Dichter des Vaderlands van de Verenigde Staten. Deze cyclus wordt verschillende keren in de Verenigde Staten en zelfs in Australië uitgevoerd door Todd Duncan – de eerste zwarte operazanger van de New York City Opera en de eerste Porgy in Gershwins Porgy and Bess. In 1945 schrijft hij ook de Java Sketches, waarin hij de typische geluiden uit zijn jeugd in Nederlands-Indië verwerkt. In 1959 keert Dirk Fock met Suze Moltzer terug naar Europa, waar zij zich uiteindelijk vestigen in het Zwitserse dorpje Orselina. Hij is inmiddels gestopt met componeren en besteedt de herfst van zijn leven voornamelijk aan filosofie, vergelijkende godsdienstwetenschappen en Japanse tuinen. In mei 1973 overlijdt hij op 87-jarige leeftijd.

Zijn muziek Als componist had Fock een duidelijke voorkeur voor de menselijke stem. Afgezien van enkele pianowerken, schreef hij voornamelijk vocale muziek. Zijn oeuvre is tweeledig. Ten eerste: ruim veertig liederen in twaalf liedbundels die tijdens zijn leven werden gepubliceerd in Duitsland en Amerika. Ook de Songs of Glory voor bariton horen bij zijn vocale oeuvre, al zijn ze van veel latere datum (1945). Ten tweede: een aantal orkestwerken met solozang. Voorbeelden hiervan zijn de concertaria Die Jungfrau von Orléans opus 6, de opera’s Hero und Leander en From Aeon to Aeon, en Ein Hohes Lied voor zang-spreekstem en orkest. Over de geschiedenis en ook over de uitvoeringen van deze werken is weinig bekend. Alleen van Ein Hohes Lied staat vast dat het meermalen tot een uitvoering kwam, onder andere begin jaren dertig door het Concertgebouworkest in Amsterdam. Na het overlijden van Fock in 1973 werd Ein Hohes Lied als Song Supreme in een bewerking voor piano op langspeel-

de

Liedvriend

plaat opgenomen. Daarop zijn overigens ook de Java Sketches te horen. Uitvoerenden waren Focks dochter Nina Foch en pianist Fréderic Meinders. In Nederland besteedde pianist en antropoloog Henk Mak van Dijk aandacht aan Dirk Fock in zijn boek met cd De oostenwind waait naar het westen (2007) over muziek in Nederlands-Indië.

Tien liederen Voor deze cd is een selectie gemaakt uit vier liedbundels die tussen 1913 tot 1921 werden gepubliceerd. Fock componeerde de Duitse en Franse liederen tijdens zijn eerste succesvolle periode als operadirigent. Hij werd in die tijd gegrepen door de kunst van de laatromantische opera- en liedcultuur. Samen met zijn eerste echtgenote en muze, de Engelse operazangers Margaret Adla, vertolkte hij een aantal van zijn vroege liederen aan het Zweedse hof. De zeven Duitse liederen borduren voort op het laatromantisch idioom van Strauss en Brahms. Fock kiest echter niet voor de langere teksten van de 19e-eeuwse dichters. Ze hebben elk een eigen signatuur en zijn muzikaal - ondanks de jonge leeftijd van Fock - al verrassend rijp, compact van vorm en rijk aan tekstexpressie. Er zijn thema’s als wanhoop, angst voor sterfelijkheid en extreme vreugde, bij uitstek laatromantische onderwerpen. De latere Trois Chants op tekst van Paul Verlaine en Emile Verhaeren laten overduidelijk Franse invloeden horen, waarbij vooral Debussy hem heeft geïnspireerd. Fock hechtte blijkbaar veel waarde aan zijn liederen. Vijftien jaar na de eerste publicatie liet hij in Amerika een aantal van zijn vroege Duitse liederen in het Engels heruitgeven, met nieuwe opusnummers.

Songs of Glory In september 1944 publiceert LIFE Magazine negen oorlogsgedichten van de gerenommeerde Amerikaanse dichter

9


Joseph Auslander. Onderwerp van deze cyclus zijn de gebeurtenissen en het oorlogsleed vanuit Amerikaans perspectief tijdens de geallieerde invasie in Europa. Bijkomend doel van Auslander was om Amerikanen te bewegen ‘warbonds’ te kopen en zo de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog te vergroten. Fock kiest vijf gedichten uit voor zijn Songs of Glory (opus 43), die hij in 1945 publiceert. Thema’s zijn de oorlogsgruwelen, de dood van onschuldige soldaten, het verdriet van achterblijvende geliefden, maar ook godsvertrouwen en beschouwingen over het leven en gebed. Fock hecht veel belang aan dit ambitieuze project. Met name His name was Joe en Incident at Saint Lô beschrijven gruwelijke oorlogstaferelen. Om de verhalen kracht bij te zetten past Fock de techniek van de declamatie toe. In Incident at Saint Lô bijvoorbeeld declameert de zanger een krantenbericht alvorens de liedtekst te zingen. De liederen verschillen muzikaal wezenlijk van de vroege liederen die op deze cd te horen zijn. Lastiger is ze muzikaal te duiden, ze laten zich niet in een bepaalde stijl vangen. Door een geraffineerde pianobegeleiding met dichte en vaak dissonante akkoorden weet Fock met veel dramatische zeggingskracht de tekst optimaal te verklanken. Soms is de pianopartij zo diffuus en dicht van textuur dat de muziek bijna orkestraal aandoet. Of Fock daadwerkelijk een orkestversie voor ogen had is niet bekend. Vast staat wel dat de première plaatsvond in november 1945 in het Hunter College in New York. Zanger was de beroemde bariton en Gershwin-vertolker Todd Duncan, die de liederen tijdens tournees nog vaker zou uitvoeren. Meer informatie over Dirk Fock en het bestellen van de cd zie: www.zefirrecords.nl en www.dirkfock.org.

10

Nieuws van het bestuur Nieuw adres ledenadministratie Vanaf 1 januari heeft de vereniging Vrienden van het Lied een nieuw adres voor de ledenadministratie. Wilma van der Stappen, die deze administratie verzorgt, verhuist van Utrecht naar Nijmegen. Met ingang van 2018 is het adres: Berg en Dalseweg 85c, 6522 BC Nijmegen. Het telefoonnummer en mailadres blijven ongewijzigd: 06-33858183 wilmavanderstappen@gmail.com

Versterking gezocht voor de Commissie Concerten René den Hertog heeft zijn taak in de Commissie Concerten per 1 januari neergelegd. Hij zorgde de laatste jaren voor de contracten en betaling van de solisten. Het bestuur is dankbaar voor het vele werk dat hij heeft verricht, ook als contactpersoon voor Den Haag, en voor zijn nuttige adviezen op juridisch en financieel gebied. Zijn commissiewerk is overgenomen door Annette Ovink, voorzitter van de CC, die nu graag een of meer van haar diverse taken overdraagt aan een ander. Wie zich wil inzetten voor deze belangrijke commissie, wordt verzocht contact met haar op te nemen via ahodovink@a1.nl.

Nieuwe eindredactie Liedvriend Van 2010 tot en met 2017 was Theo Oppewal eindredacteur, vormgever en producent van de Liedvriend. Het bestuur is hem veel dank verschuldigd voor zestien prachtige afleveringen. Bovendien heeft Theo veel publiciteitsmateriaal voor de Vrienden van het Lied ontworpen, zoals flyers, de cadeaukaarten en ledenpassen.


Hij heeft ook enkele jaren hard gewerkt aan de website. Wegens bezuinigingen wordt dat werk nu door vrijwilligers gedaan. Theo heeft wel de maatstaf gezet en deelde zijn deskundigheid met zijn opvolgers. Zijn taken worden overgenomen door het echtpaar Koen en Dees Wilgehof-Sodaar. Hun bureau voor tekst en vormgeving verzorgt onder andere ook de publiciteit voor het Internationaal Lied Festival Zeist. www.wilgehofsodaar.nl

locatie voor tal van vocale activiteiten, zie www.cantinavocaal.nl voor meer informatie. De cursus wordt afgesloten met een gratis toegankelijk slotrecital door de deelnemers.

Bestuursleden gezocht

zaterdag 23 juni 10.30 – 18.30 uur zondag 24 juni 9.30 – 18.30 uur Slotrecital: ± 17.30 uur Meer informatie en kosten: www.vvhl.nl

Bij de ALV van april 2018 traden Robert Koch en Dinant Krouwel af als bestuursleden. Zij blijven zich nog wel inzetten voor de Vrienden van het Lied, respectievelijk als contactpersoon van de afdeling Utrecht en als commissielid Liedvriend en website. Het bestuur bestaat hierdoor nu uit vijf personen en is op zoek naar twee nieuwe bestuursleden, onder het motto: vele handen maken licht werk. Voor de continuïteit en de vergroting van het netwerk zijn extra bestuursleden ook gewenst. Het bestuur verdeelt de taken onderling. Hebt u belangstelling, neem dan contact op met voorzitter Aat Klompenhouwer of secretaris Teuny van Wijgerden via info@vvhl.nl of de telefoonnummers achterin dit blad.

Praktische informatie Aanmelden kan tot 11 mei. De definitieve dagindeling is vanaf medio mei te vinden op de site van de Vrienden van het Lied, wanneer het aantal deelnemende duo’s bekend is.

Amateurcursus Liedinterpretatie 23 en 24 juni 2018 Frans Huijts (bariton) en Jan Willem Nelleke (piano) zullen op 23 en 24 juni in Amsterdam een tweedaagse cursus Liedinterpretatie geven voor duo’s van gevorderde amateurzangers en hun pianisten. Beide docenten vormen al jaren een vast liedduo en doceren aan conservatoria en aan het befaamde Franz Schubert Institut te Baden bei Wien. Toehoorders zijn van harte welkom, voor een hele dag of dagdeel. De cursus wordt gehouden in Cantina Vocaal te Amsterdam, een gastvrije

de

Liedvriend

Frans Huijts (bariton) en Jan Willem Nelleke piano)

11


From RUSSIA with love

tekst Dees Wilgehof-Sodaar foto Aleg Tryfanenkau

12


Varvara Tishina en Victoria Dmitrieva waren nerveus, na afloop van hun auditie. Als onbekend liedduo en met goede Nederlandse medestrevers, hadden ze verwacht dat de laatsten meer kans maakten. Hun toelating tot het solistenbestand kwam daarom voor allebei als een verrassing. Victoria: ‘Toen ik Varvara opbelde om het haar te vertellen konden we het geen van beiden geloven. Het duurde echt even voordat het tot ons doordrong.’ Om tal van redenen was het er nog niet van gekomen auditie te doen bij de Vrienden van het Lied. Victoria vormde niet eerder een vast duo met een zanger(es) en een keer hiervoor dat Varvara en Victoria zich samen wilden inschrijven gold er een leeftijdsgrens. Wanneer je als volwassene naar Nederland komt worden daarmee je kansen aanzienlijk kleiner. Want, zoals Victoria terecht opmerkt, het winnen van een concours of meedoen aan een auditie is vaak een eerste stap om op grotere podia te kunnen optreden. Op het moment dat op Facebook een aankondiging verscheen voor de audities in november 2017, zonder dat gerept werd over leeftijden, waagden zij de sprong en met succes.

Tussen de schuifdeuren

de

Nerveus of niet, gewend aan publiek zijn ze al van jongs af aan. Varvara: ‘Ik heb er altijd van gehouden om tussen de schuifdeuren op te treden, hoe klein ik ook was, ik zong Russische volksliedjes of droeg gedichten voor. Zoals elk kind gebruikte ik desnoods een haarborstel als microfoon.

Lorem ipsum

Liedvriend de

Liedvriend

13


Met mijn familie als publiek was ik helemaal op mijn plek. Spreken in het openbaar is niets voor mij, maar wanneer ik zing verdwijnen de zenuwen als sneeuw voor de zon.’ Voor haar vierde verjaardag krijgt Varvara van haar opa een viool cadeau waarop ze graag speelt. ‘Of beter gezegd: mee speelt’, voegt ze er lachend aan toe. Pas een jaar later gaat ze naar de muziekschool, waar ze niet alleen viool- en pianoles krijgt, maar ook zingt in het koor. Ondanks dat ze niet anders weet dan dat zingen in haar bloed zit, studeert ze uiteindelijk af aan het conservatorium in Moskou met hoofdvak viool, om daarna een carrière na te jagen in de journalistiek en public relations. Toch blijft de muziek trekken. In 2013 besluit ze haar droom te volgen en verhuist naar Nederland om aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen haar master zang te gaan halen. Daar ontmoet ze Victoria Dmitrieva.

ViVa Duo Victoria is op dat moment al docent en correpetitor en een aantal jaar eerder naar Nederland gekomen. ‘Het was niet makkelijk voor musici in Rusland’, beaamt ook zij. Stoppen met haar studie of haar moederland verlaten om te kunnen blijven musiceren, dat was de keuze waarvoor zij zich gesteld zag. Met haar toenmalige echtgenoot reist ze af naar Groningen waar ze haar studie piano vervolgt. ‘In eerste instantie wilde ik orgel spelen, maar oude muziek wordt in Rusland niet zo veel gespeeld. Dus werd het piano. In Den Haag ben ik toen ook fortepiano gaan studeren.’ Na het behalen van haar bachelor wordt Victoria al gevraagd les te geven aan het Prins Claus Conservatorium. ‘De docent daar kwam ook uit Rusland.

14

Dat trok veel Russische studenten aan. Groningen voelde als thuis. Ik heb ook al die tijd in Groningen gewoond en pendelde op en neer naar Den Haag voor de lessen fortepiano.’

Geen ik Al snel blijkt er een zielsverwantschap te zijn tussen Varvara en Victoria. ViVa is weliswaar een samentrekking van de eerste twee letters van hun voornamen, dat er meer achter schuilt is duidelijk wanneer je hen hoort spreken over hun samenwerking. Victoria: ‘Het gebeurt niet vaak dat een student en docent collega’s worden. De zangklas in Groningen kent een hoog niveau. Varvara was de eerste die met mij als correpetitor repeteerde. Al snel na onze ontmoeting dachten we allebei: “Waar was je al die tijd?”. We zijn van dezelfde generatie en voelen elkaar feilloos aan. We hebben ook nooit muzikale ruzies.’ Dat liedbegeleiding Victoria’s passie is zal daar ongetwijfeld ook aan bijdragen: ‘Dan is er geen ‘ik’ en dat past bij mij. Ik hoef niet zo nodig in de spotlights, ik wil juist delen. Samenwerken is zo bijzonder. Je communiceert met een andere wereld, een andere persoonlijkheid wanneer je samen musiceert.’ Het verklaart waarom zij, wanneer ze op de bühne staan, zoveel complimenten ontvangen over de eenheid die zij als liedduo vormen. Volgens Varvara ontstaat die eenheid uit hun vriendschap: ‘We voelen elkaar aan.’ Al is dat volgens Victoria


allerminst gewoon: ‘Het is niet vanzelfsprekend dat er begrip is over en weer. Met Varvara is het makkelijk, ook omdat we in onze moedertaal kunnen communiceren. We kunnen het hebben over de nuances en finesses en boren makkelijker een diepere laag aan in de tekst en muziek.’

Liederen moet je zien als een vriendschap: je hebt kleine, intieme gesprekken Tekstbegrip, poëzie en literatuur staan beiden sowieso na aan het hart. ‘Ik houd ervan een verhaal te hebben’, zegt Varvara. ‘Bij mijn vioolstukken schreef ik zelf teksten om de muziek te verbeelden. Ik heb beelden nodig. Wanneer ik zing heb ik niet alleen mijn eigen verhaal om gebruik van te maken, maar moet ik me de tekst ook echt eigen maken. Ik moet als het ware het lied worden.’ Om daar even later aan toe te voegen: ‘Literatuur geeft je de mogelijkheid om verschillende levens te leiden. Zingen breidt die mogelijkheid uit.’ Victoria: ‘Daarom is de liedkunst ook niet per se voor jonge mensen. Je hebt meer levenservaring en bagage nodig voor een goed begrip van de tekst, zodat je het lied goed voor het voetlicht kunt brengen. Als je heel jong bent is de poëzie soms nog te diepzinnig en mis je de beleving.’

Vriendschap Hoe gelijkgestemd ze zijn blijkt eens te meer wanneer hen gevraagd wordt te kiezen tussen optreden in een grote concertzaal of een kleine setting. Onafhankelijk van elkaar kiezen ze volmondig voor het ten gehore brengen van liederen voor een klein podium. Varvara: ‘Zou je liederen op een groot podium brengen, dan verlies je de binding met het publiek. Je loopt het gevaar dat je te groot gaat zingen. Liederen

de

Liedvriend

moet je zien als een vriendschap: je hebt kleine, intieme gesprekken.’ Volgens Victoria is optreden voor een groot publiek natuurlijk aantrekkelijk, maar een klein publiek is dichterbij: ‘Het lied moet je zeker op een klein podium brengen. De mensen moeten ogen kunnen zien, het gezicht van de zanger of zangeres.’ Andersom geldt dat precies zo, zegt Varvara, omdat je op de gezichten van het publiek kunt zien hoe het aankomt: ‘Hoe langer het na afloop stil blijft, hoe meer het publiek heeft begrepen.’ Dat contact ontbreekt wanneer je een operarol vertolkt: ‘Dan sta je op het podium met het publiek ergens ver weg in het donker. Dat is meer eenrichtingsverkeer. Bij een liedrecital is er meer sprake van een dialoog. Het is een heel andere manier van communiceren met je publiek.’

From Russia with love Echt favoriet repertoire hebben ze dan ook niet, al is hun liefde voor Russische liederen groot. Het is het musiceren en verbinden van werelden waar het om draait. Victoria: ‘Hier is het Duitse, Franse en Italiaanse repertoire meer gangbaar, maar de liedkunst was in Rusland heel populair!’ Varvara vult aan: ‘Je groeit mee met het repertoire dat je kiest. Welk repertoire dat ook is. Russische liederen zijn het meest dichtbij. Je boort sneller de diepere lagen aan.’ Als zij iets hoopt te bewerkstelligen met hun muziek, dan is het vriendschap: ‘In donkere tijden brengt juist muziek mensen dichter bij elkaar.’ Waarop Victoria besluit: ‘Wij hebben wat te vertellen.’ Hun eerste programma voor de Vrienden van het Lied kreeg dan ook niet voor niets de titel From Russia with love mee.

From Russia with love Zondag 10 juni | 15.00 uur | Groningen Glinka, Tsjaikovski, Rimski-Korsakov, Rachmaninov en Reinhold Glière

15


Nieuwe noten op mijn zang tekst Dinant Krouwel, musicoloog en liedbegeleider

W. van Belle: Ave Maria woutervanbelle - € 7,50 De Utrechtse organist Wouter van Belle schreef een Ave Maria voor sopraan (d’e”), alt (b-cis”) en orgel of piano. Door de wiegende melodie en de rustige begeleiding met mooie tegenstemmen en modale harmonieën is dit een dankbaar stuk voor in de kerk. Ook daarbuiten is het een aantrekkelijk duet. Door de kleine omvang van de zangstemmen en de soepele stemvoering is dit werk snel in te studeren en ook geschikt voor vrouwenkoor.

A. Bröder: 13 Kontaktanzeigen PAN - € 30,= Het is geen alledaagse combinatie: sopraan, mandoline en gitaar, en de teksten zijn dat al evenmin. De Duitse componist Alois Bröder (*1961) componeerde een cyclus van 13 liederen op contactadvertenties. Het zijn korte, grillige en in eerste instantie lachwekkende teksten, maar achter de woorden schuilen hoop en eenzaamheid. Het idioom is modern, maar niet volkomen atonaal. De zangstem (d’-bes”) heeft weinig grote sprongen en vindt houvast in de instrumentale partijen. De liederen zijn zeer beeldend en theatraal, komisch en ontroerend. De mandoline en de gitaar laten zich daarin ook niet onbetuigd en zijn net zo belangrijk als de zangstem.

Liebeslieder Carus - € 32,= In het kader van het grootschalige Liederprojekt (zie www.liederprojekt.org) is er een verzameling Liebeslieder verschenen met

16

80 liederen voor zangstem (a-fis”) en piano. De selectie omvat zeven eeuwen muziek en vele nationaliteiten, maar het merendeel is Duits of Engels. Ook klassiekers uit de populaire muziek ontbreken niet, zoals Michelle, Strangers in the night en Les feuilles mortes. Leuk is ook de zangversie van het bekende vioolstuk Liebesleid van Fritz Kreisler. De goed speelbare pianopartijen bestaan uit originele zettingen zoals van Brahms en Britten en uit arrangementen van koorzettingen zoals van Morley en Silcher.

Liebeslieder Carus - € 29,95 De hiervoor genoemde collectie liederen is ook verschenen in een gebonden editie met illustraties van Gustav Klimt en een meezing-cd. In dit mooie boekwerk staan echter alleen de melodielijnen genoteerd met akkoordsymbolen en de volledige teksten. Een mooi cadeauboek.

F. Liszt: Wenn die letzten Sterne bleichen Henle - € 43,10 In oktober 1843 verbleef Franz Liszt tijdens een grote concerttournee twee weken in München. Op 20 oktober bezocht hij de salon van Bettina von Arnim, waar in kleine kring muziek en poëzie werd besproken en tot klinken gebracht. Op die avond schreef Liszt voor zijn vriend Franz Graf Pocci een lied. Dit korte werk van 24 maten bleef lang in familiebezit, maar is in 2007 gepubliceerd in een luxe uitgave. Deze gebonden editie bevat een uitvoerige inleiding en kritisch commentaar in Engels en Duits,


een facsimile van het handschrift en een moderne editie voor zangstem (fis’-gis”) en piano. Aan het manuscript is te zien dat het lied met veel vaart uit de losse hand is neergepend. De tekstschrijver is onbekend misschien was het een van de aanwezigenen vermoedelijk waren er meer coupletten. Toch is het een interessant kleinood. De gepassioneerde melodie en de dramatische akkoorden zijn typerend voor de romantische Liszt. Mooi is ook de tekening voorin, die graaf Pocci maakte van Liszt tijdens zijn bezoek aan München.

G. Mahler: Das himmlische Leben Universal - € 26,45 Het is een goede ingeving geweest van uitgeverij Universal om een arrangement uit te brengen van de bekende sopraansolo uit de Vierde symfonie van Mahler. Deze versie is voor sopraan (b-g”), klarinet en piano. Met alle respect voor een goede pianist,

maar met klarinet komt het landelijke, sarcastische en humoristische karakter van de orkestbegeleiding veel beter tot zijn recht. Het is een aantrekkelijk arrangement, waarbij de klarinettist een bes- en a-klarinet nodig heeft en ter keuze gebruik kan maken van een bassethoorn of basklarinet.

Songs for Singers volume 2 Domenico - € 21,95 In dit album staan achttien volksliederen uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten voor zangstem (bes-fis”) en piano met een meezing-cd achterin. De arrangementen van Deanne Ohman ondersteunen de zangstem goed. Ze zijn harmonisch niet echt verrassend en wat eenvormig. De melodie zit vrijwel steeds ook in de rechterhand van de piano. Op de voorkaft staat dat de bundel geschikt is voor singers of all ages. Bovengenoemd materiaal is verkrijgbaar bij:

Bladmuziek en muziekliteratuur

KLASSIEK POPULAIR ANTIQUARISCH

Minrebroederstraat 24 3512 GT Utrecht 030 -234 36 73 www.broekmans.com

de

Liedvriend

17


De Vijf Satiren Beelden uit het verleden op gedichten van Sasja Tsjorny van Dimitri Sjostakovitsj tekst Jacob Engel Dimitri Sjostakovitsj foto SaschaFirst

18


Ironie, satire, parodie en het groteske zijn alomtegenwoordig in het werk van Sjostakovitsj, maar er is iets bijzonders aan de hand als hij ook nog eens satirische teksten toonzet zoals in de Satiren opus 109, een cyclus van vijf liederen voor sopraan en piano op gedichten van Sasja Tsjorny. Op het eerste gehoor vallen platte lol en bijtend sarcasme op, maar bij nader inzien gaan er diepere lagen schuil onder de oppervlakte. Wat heeft Sjostakovitsj willen zeggen met zijn tekstkeuze en hoe is hij te werk gegaan om zijn muziek een uiterst persoonlijke lading mee te geven? Politiek in de Sovjet-Unie tot aan 1960 Tot het overlijden van Stalin in 1953 waren politieke confrontaties met het regime, waaronder het schrijven van muziek die het regime niet welgevallig was, letterlijk levensgevaarlijk. Stalin had er persoonlijk voor gezorgd dat Sjostakovitsj’ opera Lady Macbeth uit het district Mtsensk in de Pravda de grond in werd geboord. Die moest daardoor de uitvoering van zijn Vierde symfonie afblazen. In 1937, tijdens de Grote Zuivering onder officieren in het Rode Leger, scheerde Sjostakovitsj, net vader geworden, langs de afgrond, toen hij op het kantoor van de Binnenlandse Veiligheidsdienst verhoord werd over zijn banden met maarschalk Toekasjevski. In de chaos die kenmerkend was voor die periode (de leider van het onderzoek werd zelf daags na het verhoor weggezuiverd) liep het maar net goed af. In 1948 kreeg Sjostakovitsj opnieuw de wind van voren in een decreet van de partij waarin zijn muziek, met die van Prokofjev en Chatsjatoerjan, formalistisch en anti-populair wordt genoemd. Hij kreeg ontslag als docent van het conservatorium van Leningrad. Vanaf dat moment zag Sjostakovitsj zich

de

Liedvriend

gedwongen om mee te buigen met het regime, schreef hij filmmuziek en cantates die voldeden aan de criteria van de partij, en liet hij zich gebruiken als cultureel vaandeldrager. Ondertussen deed hij wat hij kon om vrienden en collega’s te helpen die een beroep op hem deden, omdat ze door het regime op een zijspoor waren gezet of in gevaar kwamen, zoals de Joodse componist Weinberg en de Joodse dirigent Kurt Sanderling. In 1960 is Stalin zeven jaar dood en is de ‘dooi’ onder partijleider Chroesjtsjov (die het anti-Stalin sentiment ook cultiveert om politieke tegenstanders te kunnen betichten van Stalinisme) in volle gang. Sjostakovitsj geniet ontegenzeggelijk meer artistieke vrijheid, maar heeft het ook moeilijk met zijn rol als loyale Sovjet-kunstenaar en officiële cultuurdrager. In dat jaar bezwijkt hij onder de druk om lid te worden van de partij, maar is daar innerlijk verscheurd over, en een zenuwinzinking nabij. In dit politiek klimaat is het, na een verbod onder Stalin, weer mogelijk dat de Satiren, een dichtbundel van Sasja Tsjorny, worden gepubliceerd.

19


Sjostakovitsj ten tijde van het schrijven van de Satiren Sjostakovitsj schreef de liederen direct nadat hij de Satiren in handen had gekregen in de zomer van 1960, in een paar dagen tijd, alsof hij het concept ervan al jaren met zich mee had gedragen. Op creatief gebied ging het Sjostakovitsj uitstekend: hij had zojuist zijn Eerste Celloconcert en het Zevende Strijkkwartet geschreven en zou na de Satiren het Achtste Strijkkwartet schrijven, zijn meest autobiografische werk. Hij zag echter alleen kans om zijn werk te doen door te collaboreren met de partij. Zijn vriend Isaak Glikman bezocht hem

Sasja Tsjorny

20

vlak nadat hij de Satiren voltooid had. Tijdens dat bezoek kreeg Sjostakovitsj een hysterische huilbui en luchtte daarna zijn hart over zijn stap om lid te worden. De sopraan Galina Visjnevskaja, een persoonlijke vriendin van Sjostakovitsj, was onmiddellijk enthousiast over de Satiren. Om politieke problemen te voorkomen verzon zij de vernuftige ondertitel ‘Beelden uit het verleden’. Zo kon het werk de censuur passeren en kon het daadwerkelijk, en met groot succes, door haar en haar man Mstislav Rostropovitsj worden uitgevoerd.


De gedichten Satiren, een bundel satirische gedichten van Sasja Tsjorny, verscheen in 1910. Het tsaristisch regime draaide in zijn nadagen de duimschroeven aan in een reactie op de revolutionaire ontwikkelingen in de jaren 1905-1907, met demonstraties en stakingen (met als dieptepunt Bloedige Zondag in 1905), de oprichting van een parlement, en een wat losser politiek en cultureel klimaat. In de jaren 1908-1912 werd dit grotendeels teruggedraaid. Progressieve politieke bewegingen werden bestreden met extreemrechtse knokploegen. Tsjorny nam in zijn gedichten de intelligentsia op de hak, die na mislukte vrijages met de arbeidersklasse zich teleurgesteld terugtrok in zelfmedelijden en zich bezighield met zelfmoordgedachten en het lezen van pornografie. Onder Stalin werd het werk van Tsjorny - die zelf in 1918 in het Rusland van na de revolutie geen toekomst meer voor zichzelf zag en uitweek naar Parijs - verboden. Pas in 1960 werd zijn werk in de SovjetUnie, in grote oplage, heruitgegeven en kreeg Sjostakovitsj het in handen.

Het plagerige, minimale motiefje komt in alle vijf liederen, vaak met kleine aanpassingen, weer terug. Het leent zich uitstekend voor allerlei uitbreidingen, omkeringen en variaties. Maar de belangrijkste reden voor Sjostakovitsj om dit motief te kiezen is ongetwijfeld dat het door Rimski-Korsakov is gebruikt in de tweede akte van zijn opera De Gouden Haan (1907).

De liederen zijn muzikaal opgebouwd rond een bekend Sint-Petersburgs spotwijsje over de leerlingen van de zeer prestigieuze School voor Rechtsgeleerdheid aan de Fontanka-oever, die in hun Groen-Gele uniform wel wat weg hadden van vinkjes:

Met deze opera schreef Rimski-Korsakov een vlijmscherpe satire op het imperialisme van de Russische tsaar Nicolaas II en de desastreus verlopen oorlog met Japan die daar een uitwas van was. Uiteraard werd deze opera onmiddellijk verboden door de tsaar. Twee jaar eerder was Rimski’s solidariteit met de studentenprotesten hem al op ontslag van het conservatorium van Sint-Petersburg komen te staan. Zijn werken werden zelfs even in de ban gedaan nadat een studentenproductie van De onsterfelijke Kasjtsjej uitliep op een demonstratie. Door massale steun van collega’s, studenten en fans kwam het goed met de carrière van Rimski-Korsakov, maar de stressvolle gebeurtenissen deden zijn toch al zwakke gezondheid geen goed en Rimski overleed in 1908, te vroeg om de première van De Gouden Haan te kunnen meemaken. In De Gouden Haan trekt de niet zo snuggere Tsaar Dodon ten stijde tegen het buurland, bij wijze van preventieve aanval. In de proloog kondigt de Astroloog aan dat het verhaal zich in een fictief verleden afspeelt.

Vinkje-pinkje, waar ben je? - Op de Fontanka, wodka aan het drinken! Ik dronk één glaasje, ik dronk er twee Toen begon mijn hoofd te draaien!

In de tweede akte wordt Dodon na een rampzalig verlopen veldslag verleid door de mooie Tsarina van het buurland, die een mooie kans ziet om zonder strijd haar

De muzikale rode draad van de Satiren

de

Liedvriend

21


territorium uit te breiden. Op het weinig romantische Vinkje-Pinkje thema verklaart hij haar zijn liefde. Het is uiteraard geen liefde uit het hart die Dodon bezingt, maar een gedwongen door de omstandigheden. Het kost ons weinig moeite om de parallel met de relatie van Sjostakovitsj met de partij te zien. Zo geeft Sjostakovitsj lucht aan zijn gevoelens ten opzichte van het regime waarmee hij moet samenwerken, en plaatst hij zijn werk meteen in een grote traditie van muzikale satire. Alle liederen beginnen met een aantal monotone klaroenstoten in de pianopartij, waarop de zangeres een al even weinig melodieuze declamatie van de titel van het lied inzet. Daarna ontwikkelt ieder lied zich op geheel eigen wijze, maar door dit principe en het gebruik van VinkjePinkje heeft Sjostakovitsj een hechte eenheid in de cyclus aangebracht.

De liederen Aan een recensent vervult dezelfde functie als de proloog van De Gouden Haan: aan de ene kant het op het verkeerde been zetten van de censuur, tegelijkertijd een knipoog naar het publiek, dat weet dat elke gelijkenis van het verhaal dat volgt met de politieke hedendaagse werkelijkheid wel degelijk zo bedoeld is. In Aan een recensent legt de zangeres, op geduldige maar enigszins vermoeide toon, uit dat als de dichter een dame beschrijft die een korset draagt, dit niet hoeft te betekenen dat de dichter een vrouw is. Aan een recensent eindigt met het Vinkje-pinkje thema in een Klezmervariant. Hiermee drukt Sjostakovitsj zijn solidariteit met zijn Joodse collega’s en vrienden uit. Uit de Satiren had Sjostakovitsj geen beter lied dan Het ontwaken van de lente kunnen kiezen om zijn gevoelens over de dooi van Chroesjtsjov te beschrijven. Het gedicht is een sarcastische lofzang op de lente, die weliswaar smeltende sneeuw brengt, maar nauwelijks verlichting voor de hongerigen en

22

de dronkaards. Muzikaal is het een parodie op het lied Lentebeekjes van Rachmaninov en past het in de traditie van jubelende lenteliederen zoals Er ist’s van Hugo Wolf. Maar dan met een donkere, bijtende toon en scabreuze zwarte humor. Sjostakovitsj is niet te beroerd om de fallische symbolen in de tekst te voorzien van passende stijgende motieven. Ook Strawinsky’s Petroesjka komt nog even langs, als begeleiding van de conciërges die op straat de modderige sneeuw staan weg te hakken. Nakomelingen is het centrale lied van de cyclus en heeft de meeste politieke lading. Het was door dit lied dat de geplande uitvoering voor de televisie niet door ging: Visjnevskaja en Sjostakovitsj weigerden de cyclus zonder dit lied uit te voeren. Na de klaroenstoten en de declamatie zet de piano een hoempapa-achtige begeleidingsfiguur in met een, voor een wals, grotesk hoog tempo, nog eens onderstreept door de razendsnel te spelen combinaties van kerktoonladders in de piano-tussenspelen. Samen met de zangmelodie, met kleine intervallen en veel herhalende motiefjes, geeft dit het lied een naargeestige en onontkoombare sfeer, passend bij de boodschap van het gedicht: generatie op generatie krijgt te horen dat de toekomstige generatie het toch echt beter zal krijgen. Loze beloftes. In Misverstand speelt zich voor het eerst in de cyclus een kleine scène af, met ironische distantie vertelt in de derde persoon: een jonge man is op bezoek bij een wat rijpere, vrijgezelle, zelfbewuste dame (in de levensfase die de Russen de ‘leeftijd van Balzac’ noemen: zoals de hoofdpersonen van Balzac’s Leeftijd, of Alle Mannen Zijn Schoften, de Russische versie van Sex in the City). Zij leest hem voor uit haar erotische poëzie, hij begrijpt niet dat zij zich daarin niet tot hem richt en gaat tot actie over. Zij schreeuwt om haar dienstmeid en hij


druipt geschrokken af. De muziek ondersteunt dit alles met zoetgevooisd oplopen de opwinding die uiteraard bruut beëindigd wordt. Tsjorny had de intelligentsia op het oog die het politieke klimaat verkeerd hadden ingeschat en zich had laten misleiden door de machthebbers.

verscheurd is door enerzijds de druk om medeplichtig te zijn aan de machthebbers en anderzijds zijn zuivere morele kompas.

Het besproken werk staat op de in 2017 verschenen CD van Marijke

Kreutzer Sonate is opnieuw een kleine scène met een antiheld in de hoofdrol. Ditmaal gaat het om een kostganger die zijn oog verlekkerd laat vallen op de kuiten van de huishoudster die de ramen staat te zemen, maar hij is te aarzelend en verveeld om initiatief te nemen. Dat doet zij daarentegen wel, en de scène eindigt op de sofa (muziek in snelle tweekwartsmaat!), waar de kostganger zelf uit zijn rol valt en opgewonden roept hoe de metafoor in elkaar steekt volgens Tsjorny: hij is de intelligentsia, zij de boeren/arbeidersklasse. Bij Sjostakovitsj is dat de intelligentsia versus de staat, die elkaar gebruiken zonder dat er echt sprake is van liefde. Tsjorny verwijst in de titel naar de novelle Kreutzer Sonate van Tolstoj, waarin Tolstoj beschrijft hoe de verteller Pozdnysjev worstelt met zijn seksuele obsessies. Hij wordt haast verteerd door jaloezie als zijn vrouw, pianiste, de Kreutzer sonate van Beethoven studeert met de violist Troechatsjevsk. Sjostakovitsj laat Kreutzer Sonate dan ook beginnen, na de gedeclameerde titel, met de eerste maten van Beethovens sonate. Direct daarna citeert hij echter de orkestinleiding van Lenski’s aria uit Jevgeny Onegin: Lenski staat voor naïeve, romantische, maar echte liefde. Mogelijk had Sjostakovitsj zijn eigen liefde voor het communistische gedachtengoed op het oog. Al met al borrelt deze liedcyclus over van betekenislagen, verwijzingen en symbolen. Platte humor, virtuoze satire, parodie en het beklemmend groteske gaan hand in hand. Maar bovenal is Satiren een persoonlijke hartenkreet van een groot kunstenaar die

de

Liedvriend

Groenendaal en Jacob Engel, samen met De Kinderkamer van Moessorgski en Twaalf Gedichten van Emily Dickinson van Copland. De CD is te bestellen met een mail aan duo@engelgroenendaal.nl. Fragmenten zijn te beluisteren op www.engelgroenendaal.nl.

Bronnen: 1. Gilbert C. Rappaport: Five Satires (Pictures of the Past) by Dmitrii Shostakovich (op. 109): The Musical Unity of a Vocal Cycle, verschenen in: Alexander Ivashkin and Andres Kirkman (editors): Contemplating Shostakovich: Life, Music and Film, New York, Ashgate, 2012 2. Elizabeth Wilson: Shostakovich, A Life Remembered, London, Faber and Faber, 1994

23


Wolf en Mรถrike:

Gebet tekst Dinant Krouwel

24


Met het gedicht Gebet schreef Eduard Mörike (1804-1875) een van zijn meest populaire gedichten. De overgave aan God, de berusting in het lot en de keuze voor de gulden middenweg spraken vele generaties aan. In 1888 componeerde Hugo Wolf een lied op dit gedicht, dat al gauw tot zijn meest geliefde liederen behoorde. Dit werk wordt gerekend tot zijn geestelijke liederen, maar is het wel zo vroom? Wolf geeft met zijn muziek een interpretatie aan de tekst, die een diepere laag blootlegt, die dichter en componist beiden past. Mörike en Wolf waren piekeraars en hadden slapeloze nachten door hun twijfel aan de zin van het bestaan. Mörike schreef die van zich af in zijn gedichten, Wolf in zijn muziek. Het gedicht en zijn ontstaansgeschiedenis De tekst kent een eigenaardige ontstaansgeschiedenis. Het tweede couplet verscheen voor het eerst als een ochtendgebed in Mörike’s roman Maler Nolten, gepubliceerd in 1832. In 1843 heeft Mörike dit gedicht overgeschreven en de titel In Demuth gegeven. Twee tot drie jaar later voegde hij een vierregelig gedicht toe en noemde de coupletten Gebet I en Gebet II. Dit kwatrijn heeft hij als los gedicht in de gebedenboeken geschreven van zijn zus en van een vriendin. In de vroege drukken van zijn gedichten worden beide gebeden gescheiden door een horizontale streep. In de Ausgabe letzter Hand uit 1867 zijn de twee coupletten een geheel geworden met als titel Gebet. De samenvoeging van de twee gebeden creëert een extra spanning door het contrast tussen de twee delen. Het eerste couplet is een vierregelige strofe met een regelmatig ritme, exacte rijmwoorden en een omarmend rijm (abba). Het tweede couplet bevat vijf regels met een onrustig ritme en onvolkomen rijmwoorden. Het eerste, meer perfecte, couplet past bij God, die ook drie keer wordt aangeroepen: Herr, du, deinen. De verbuiging willt in plaats van het gebruikelijke willst wordt vaak uitgelegd als zijnde een ouderwetse vorm, die archaïserend

de

Liedvriend

werkt. Mijns inziens koos Mörike hiervoor om een volkomen rijm te creëren, passend bij God. Het tweede imperfecte couplet is de mens. God wordt hierin niet genoemd en net als in het eerste couplet wel eenmaal de ik-persoon. In het eerste gedeelte overheersen blije i- en ü-klanken. In het tweede zien we die vooral in de derde regel, maar deze klinkt onrustig door de verschillende ch-klanken. Dit gedeelte klinkt bovendien donkerder door de ò-klanken. In de roman Maler Nolten wordt het tweede couplet uitgesproken als ochtendgebed door Agnes. Ze benadrukt daarna het belang van tevredenheid. Hoe betrekkelijk haar gebed is, blijkt wel uit het feit dat ze korte tijd later zelfmoord pleegt.

Gebet Herr! schicke was du willt, ein Liebes oder Leides; ich bin vergnügt, dass beides aus deinen Händen quillt. Wollest mit Freuden und wollest mit Leiden mich nicht überschütten! Doch in der Mitten Liegt holdes Bescheiden. 25


Gelovige lezers koesteren zich in de welluidendheid van het gedicht en spiegelen zich aan de tevredenheid van de dichter. De slotzin wordt nog altijd gebruikt als karakterisering van Mörike en van zijn tijd: de biedermeiertijd. Dat deze visie zo lang heeft standgehouden, bevestigt de grap die cabaretier Hans Liberg ooit maakte: de biedermeiertijd begon in 1815 en duurde tot 1968. Gelukkig prikte Hugo Wolf met zijn sensitiviteit door de vrome buitenkant van Gebet heen.

Het lied van Hugo Wolf De muziek van Wolf kan in vijf delen opgesplitst worden: een voorspel van 8 maten, het eerste couplet (8 maten), de zetting van regels 5, 6 en 7 (6 maten), de zetting van regels 8 en 9 (6 maten) en het naspel van 6 maten. Het voorspel klinkt als een 19e eeuws religieus lied met een ronkende orgelbegeleiding, veel chromatiek en een groot dynamisch contrast. In het eerste couplet krijgt de zangstem een homofone akkoordische begeleiding als een kerkkoraal. Na de dramatische inleiding werkt dit heel verstillend. De regelmatige structuur en de welluidende harmonieën sluiten goed aan bij de goddelijke perfectie, die

Hugo Wolf

26

Mörike nastreefde in het eerste couplet. Maar de muziek van Wolf klinkt niet zo vergnügt. De zangstem sluit iedere regel af met een dalende secunde en Wolf legt de nadruk op Leides door de lange noot met de schrijnende voorhouding in de piano. Ook beides krijgt extra nadruk door de voorafgaande sprong, de lange noot en het forte in de piano. Wolf maakt duidelijk, meer nog dan Mörike, dat beides verbonden is met Leides. Hij geeft regel 3 en 4 veel meer dissonante akkoorden dan regel 1 en 2. Onder quillt geen rustige afsluiting, maar een septiemakkoord op de tweede tel. Het is de opmaat voor nog veel meer onrust. In de eerste drie regels van het tweede couplet zijn alle akkoorden dissonant op de laatste kwartnoot na. Wolf brokkelt het fraaie kerkkoraal af met opeenvolgende septiemakkoorden, syncopen en overbindingen. De zangstem verliest zijn tonale houvast. Freuden krijgt dezelfde klagende daling als Leiden en mich wordt benadrukt door de overbinding en het sforzato. Uit alles spreekt het zelfbeklag en de twijfel aan God. Maar in de laatste maat van dit gedeelte (onder -schütten) wordt een verandering ingezet. De zangstem heeft hier de enige stijgende afsluiting van een dichtregel. De linkerhand laat de dichte stemvoering los en de piano eindigt met een majeurakkoord. Het is een heel andere afsluiting dan die van het eerste couplet en een opmaat voor een van de mooiste pianogedeeltes in het liedoeuvre van Wolf. Eric Sams geeft in zijn boek over de liederen van Hugo Wolf een treffende fysieke beschrijving over de muzikale verandering na regel 7: So the prayer ends the two hands separate and the pianopart is free to play. Er is geen sprake meer van een koraalbegeleiding. In de voorgaande 6 maten is het kerkelijke karakter moedwillig afgebroken. Daarvoor in de plaats klinkt nu een dansante linkerhand met een prachtige


melodie rechts. De zangstem is niet meer leidend. De piano lijkt zich van de tekst te hebben bevrijd en de muziek krijgt het laatste woord. Niet voor niets staat de aanwijzing fromm und innig bij het eerste couplet boven de zangstem (en dus niet bij de dramatische inleiding voor de piano) en staat bij regel 8 zart und ausdrucksvoll tussen de twee pianobalken. Susan Youens noemt in haar boek over de Mörike-liederen van Wolf dit gedeelte een hommage aan het goddelijke in de muziek. Je kunt een stap verder gaan en zeggen dat Wolf zich hier als scheppend kunstenaar meet met God. Opvallend is, dat het Cis-grootakkoord aan het eind van regel 7 en het cis-klein-akkoord aan het eind van regel 1 de enige niet dissonante afsluitingen zijn. Bij regel 1 gaat het over wat God beschikt en Wolf laat de zin eindigen met een zogenaamd Trugschluss. Aan het eind van regel 7 is het Cis-groot-akkoord het startpunt voor de muzikale bevrijding van het kerkelijke juk. In het naspel loopt de pianomelodie nog door. De muziek heeft het laatste woord en sluit af met een statement van drie E-groot-akkoorden.

Twijfel en dood En toch is er twijfel... Het naspel klinkt niet erg zelfverzekerd door de dalende melodie en het pianississimo. De stijgende pianomelodie onder regel 9 eindigt niet op een e, maar schiet door naar een fis daarboven. Vervolgens wordt de dalende lijn ingezet, als de val van de hoogmoedige Icarus. Ook deze melodie blijft steken en lost niet op in een E-akkoord. De zangstem sluit evenmin af op de grondtoon. De unendliche Melodie onder regel 8 en 9 lijkt meer op een lied van verlangen, verstild en onvervuld. Dit sluit goed aan bij Mörike’s eerste versie van het tweede couplet, het ochtendgebed uit Maler Nolten. Hugo Wolf kende de roman en daarom zou ik het naspel nog een andere dimensie willen geven, die samenhangt met de zelfgekozen dood van

de

Liedvriend

Agnes. De harmonie van de dalende melodie in het naspel is gelijk aan die bij Leides (regel 2). Pas met de laatste drie akkoorden klinkt het verlossende E-groot-akkoord met de gis van Herr! (regel 1) bovenin. Wolf lijkt hiermee te verwijzen naar de dood als verlossing van het onvervulde verlangen. Het lied bevat veel lagen en geeft ruimte voor verschillende interpretaties. Hugo Wolf voelde de twijfel van Mörike en zijn verlangen naar de dood goed aan. Hij laat duidelijk horen, dat Gebet beslist meer is dan alleen een vroom gebed. Beide kunstenaars hadden een groot gevoel voor humor en konden ook zeer zwaarmoedig zijn. De verwantschap van deze twee heeft een schat aan liederen voortgebracht, waar nog altijd veel in te ontdekken valt.

Van 22 tot en met 27 mei vindt de derde editie plaats van het Internationaal Lied Festival Zeist. Dit jaar is het thema: Schubert en zijn opvolgers Schumann en Wolf. Op zondagmiddag 27 mei geven tenor Peter Harris en pianist Hamish Brown een recital met liederen van Hugo Wolf, Clara Schumann en Robert Schumann. Op het programma staat ook het lied Gebet van Wolf. www.ilfz.nl

27


Ongehoord door Henriette Posthuma de Boer

Crazy Girl Crazy (cd plus dvd) Barbara Hannigan, sopraan Ludwig Orchestra o.l.v Barbara Hannigan ALPHA 293 The title of this cd was chosen to represent three works, each very close to my heart. Girlhood plays an important part, as does the idea of craziness, not madness, but the craziness of being in love, of being crazy about someone, of being driven crazy by an inner rhythm. Zo verklaarde Barbara Hannigan op deze cd haar keuze uit repertoire dat haar na aan het hart ligt en dat in dit geval is geĂŻnspireerd op Frank Wedekinds creatie van de vrijgvochten vrouwenfiguur Lulu. 'Haar bloed stroomt door de aderen van alle drie hier uitgevoerde werken', zegt Hannigan zelf. 'Crazy Girl Crazy is een weerspiegeling van het leven en karakter van Lulu.' De rol van Lulu is de veelzijdige zangeres dan ook op het lijf geschreven. Voorafgaand aan de Lulu Suite van Alban Berg, vertolkt zij de immens lastige Sequenza III van Luciano Berio, waarin zij haar heldere sopraan de meest virtuoze capriolen laat uithalen. In Bergs Lulu Suite leidt ze het bezield spelende orkest Ludwig kundig door Bergs indringende partituur, met als hoogtepunt het Lied der Lulu, dat zij al dirigerend beeldschoon vertolkt. Tenslotte is er Gershwins Girl Crazy Suite, in een speciaal voor deze gelegenheid geschreven bewerking door Bill Elliott. Hier is een andere Hannigan aan het werk, grotere vocale verschillen dan met de eerder gehoorde Lulu zijn nauwelijks denkbaar. Zo perfect in stijl, meeslepend en altijd even verleidelijk van klank. Ook hier volgt het orkest haar tot in alle details. Ook de door haar geschreven verantwoording in het bijbehorende boekje is de moeite waard. Een uniek talent.

28


Winterreise

Coco Collectief Etcetera KTC 1592

Dirk Fock

Songs and sketches Irene Maessen, sopraan Mattijs van de Woerd, bariton Maurice Lammerts van Bueren, piano ZEF 9651 Elders in deze Liedvriend komen leven en werk van dirigent en componist Dirk Fock uitgebreid aan bod, ik zal me daarom beperken tot stijl en uitvoering van de opgenomen werken. Voor deze fraai uitgegeven cd – een prijzenswaardig initiatief! - is een selectie gemaakt uit vier liedbundels, gepubliceerd tussen 1913 en 1921. Focks liefde voor het laatromantische idioom is vooral hoorbaar in de zeven Duitse liederen voor sopraan, waarvoor Brahms en Strauss duidelijk inspiratiebronnen zijn geweest. De latere Trois Chants, op teksten van Verlaine en Emile Verhaeren, ademen de sfeer van Debussy. Met haar wendbare sopraan, groot stijlgevoel en natuurlijke dictie doet Irene Maessen deze liederen alle eer aan. De voor pianosolo geschreven Java Sketches, Focks laatste belangrijke werk, roepen met soms bijna gamelan-achtige klanken herinneringen op aan Java, het eiland waar hij geboren werd. Maurice Lammerts van Bueren toont zich ook in dit repertoire een tovenaar aan de piano. Aan de Songs of Glory liggen de gruwelen uit de Tweede Wereldoorlog ten grondslag, aangrijpendere liederen, gepassioneerd en ontroerend vertolkt door Mattijs van de Woerd. de

Liedvriend

In de winter van 2016 bundelden vijf zangeressen en een pianist hun niet geringe talenten samen tot het Coco Collectief. Hun ideaal: een breed repertoire te vertolken, van Brahms tot Cage, van Piazzolla tot een speciaal voor dit ensemble gearrangeerde Bangalore van Rembrandt Frerichs. Hoog op hun verlanglijstje: Winterreise. Alle welluidende en vindingrijke arrangementen van de door het Coco Collectief uitgevoerde werken zijn van Maurice Lammerts van Bueren en Jannelieke Schmidt. De zangeressen, Wendeline van Houten, Merlijn Runia, Jannelieke Schmidt, Nikki Treurniet en Ellen Valkenburg leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hoewel ze alle vijf bezig zijn carrière te maken als solist, zijn ze hoorbaar gelukkig om met elkaar de meest uiteenlopende werken uit te voeren. Het is even wennen: Schuberts Winterreise, gearrangeerd voor vijf vrouwenstemmen. Het resultaat is verrassend: de liederen worden afwisselend vijf-, drie- en tweestemmig gezongen, maar ook solistisch en a capella. De stemmen passen wonderwel bij elkaar - een aantal liederen wordt solistisch gezongen, het zesde lied Wasserflut wordt door Lammerts van Bueren solistisch uitgevoerd, gevoelig en prachtig van klank, zoals we van hem gewend zijn. Al met al een meer dan geslaagd avontuur.

29


The songs of Brahms – 5

Christopher Maltman, bariton Graham Johnson, piano Hyperion CDJ33125

Wie in het Muziekgebouw aan het IJ toevallig het recital heeft bijgewoond van de bariton Christopher Maltman in de serie Grote Zangers, zal het zeker interesseren hoe deze begenadigde liedzanger omgaat met de heftige romantiek van Brahms' enige complete liedcyclus Romanzen aus L.Tieck's Magelone. Het verhaal over een verloren geliefde, afkomstig uit Duizend- eneen-nacht, wordt in Brahms' suggestieve muziektaal en Tiecks fantasievolle vertelstijl tot een muzikaal-theatrale ervaring. Omstreeks 1800 herschreef Ludwig Tieck het verhaal over de mooie Magelone tot een achttien hoofdstukken tellend boek, met in elk hoofdstuk een lang gedicht. Vijftien hiervan zette Brahms op muziek. Het werd zijn opus 33, voor zangstem en piano. Een meesterwerk, dat van Maltman, met zijn klaroenheldere bariton, perfecte dictie en groot inlevingsvermogen, een even meesterlijke vertolking kreeg. Daarin wonderschoon bijgestaan door Graham Johnson, die ook een toelichting in het bijbehorende boekje voor zijn rekening nam. Deze cd is de vijfde in de serie die Hyperion uitbracht met de vocale werken van Brahms.

Carlo Francesco Cesarini

Cantatas Stéphanie Varnerin L'Astrée-Giorgio Tabacco, klavecimbel en directie Academia Montis Regalis AP 136

Cesarini (1665-1741) kan beschouwd worden als een van de belangrijkste componisten van de late barok. Hij werkte in Rome voor kardinaal Pamphili, de verlichte mecenas en dichter, en beschermheer van onder anderen Corelli, Bononcini, Scarlatti en Händel. Cesarini's oeuvre omvat zowel geestelijke werken, als opera en oratoria, maar hij zal toch vooral herinnerd worden vanwege zijn meer dan zeventig wereldse solocantates. De zes voor deze cd opgenomen cantates werden gevonden in een manuscript in Biblioteca Casanatense di Roma, een waardevolle vondst. Cesarini schreef wonderschone, levendig, virtuoze muziek, die hier een gelijkwaardige vertolking krijgt door de lichte, lenige sopraan van de temperamentvolle Franse Stéphanie Varnerin en het op originele instrumenten spelende ensemble L'Astrée onder leiding van Giorgio Tabacco. De cantateteksten bevatten vooral amoureuze ontboezemingen en op de mythologie geïnspireerde lamento's, waaronder een prachtige Ariadne-scene. 30


Regio’s en contactpersonen Bestuur Aat Klompenhouwer voorzitter

0180 649314

Teuny van Wijgerden secretaris

06 83717146

Frank Bakx penningmeester

030 6913202

Eugénie Ditewig

030 2286682

Lodewijk Meeuwsen

053 4766257

Voorzitter Raad van Advies Roberta Alexander

020 4965654

Voorzitter Commissie Concerten Annette Ovink

0541 517516

Ledenadministratie / Contributie Wilma van der Stappen

06-33858183

Contactpersonen in de regio Alkmaar Hilda Wouwenaar

‘s-Hertogenbosch Lenny Robben

06 28136611

Leiden Mette-Lise Boumeester

071 5890417 vacature

072 5126036

Limburg

Amsterdam Annemart Franken

020 6717500

Arnhem Jan Veldhuizen

Nijmegen Bertien Keijser-Huijts Herman Stekhoven

024 3233803 0487 532151

026 3518182

Rotterdam

vacature

Breda Jakobijn Angenent Ineke Baart

076 5713678 0162 682943

Twente Annette Ovink Charles Mol

0541 517516 0546 863277

Den Haag Helmi Verhoeven

070 3936182

Utrecht Robert Koch

030 2718142

Eindhoven Frits Heemskerk

0499 471639

Friesland Yolande Couweleers Lydia Janssen-de Bode Marion Schutten

Utrechtse Heuvelrug Lille Vreeman, Roel van Kuppevelt, Diet Sijmons

0343 445605

058 2991822 058 2151841 058 2151434

Veluwe Cora de Kovel-vd Reepe Geessien Hutten

0341 253329 0525 681171

Het Gooi Roderik Blom

06 25528546

Wageningen Marijke Muuse

0317 423356

Zeeland

vacature

050 5340521 050 5349558

Zutphen Dirck Heijerman

0575 522282

023 5292064

Zwolle Bram en Else Drewes

038 4442712

Groningen Riekje Bakker Kees Buiter Haarlem Guus Brockmeier

Voor informatie over de activiteiten in de regio’s kunt u terecht bij de contactpersonen. Zie www.vvhl.nl voor meer contactinformatie.

31


concertagenda 27-05 | 15.00 | Amsterdam

27-05 | 15.00 | Het Gooi

03-06 | 15.00 | Twente

Tom Sol bas-bariton Martin Kaaij gitaar

Daniël Hermán Mostert bariton Sofia Vasheruk piano

Hanneke de Wit sopraan Reinild Mees piano

Werken van de dichter Heinrich Heine, getoonzet door R Schumann (Dichterliebe), Schubert (uit Schwanengesang) en Schlegel

Duits- en Franstalige liederen van Schumann (Liederkreis Op. 24), Berg, Duparc en Ravel

Programma met werken van Grieg, Poulenc, Brahms en Robert Schumann (Frauenliebe und -leben)

10-06 | 15.00 | Groningen

10-06 | 15.00 | 's-Hertogenbosch

10-06 | 15.00 | Leiden

Varvara Tishina sopraan Victoria Dmitrieva piano

Margo van Laack sopraan Frenk Casteleyn gitaar

Artur Rożek bariton Tomasz Pawłowski piano

‘From Russia, with love’ met werken van Glinka, Tsjaikovski, Rimski-Korsakov, Rachmaninov en Reinhold Glière

‘Dier -en Liefde’ met o.m. werken van Ireland, Andriessen, Schubert, Fauré en Vaughan Williams

‘Mens en Natuur’ met werken van Ravel, Poulenc, R. Schumann, Pfitzner, Wolf en Mahler

10-06 | 15.00 | Utrecht

15-06 | 20.00 | Zutphen

17-06 | 14.00 | Friesland

Florian Just bariton Jan-Paul Grijpink piano

Ineke Vlogtman mezzosopraan Steven Faber piano

Maarten Koningsberger bariton Bas Verheijden piano

'Monologe' met liederen van Mahler, Zemlinsky, Debussy, Ravel en Ibert

R. Schumann, Zemlinksy, Glinka, Respighi, Graciano Tarragó en Britten

'Vers 2' met toonzettingen van dezelfde gedichten door twee verschillende componisten NB: aangepaste aanvangstijd!

17-06 | 15.00 | Haarlem

17-06 | 15.00 | Utrechtse Heuvelrug 15-07 | 15.00 | Twente

Henriette Feith sopraan Martijn Sanders bariton Sinan Vural bariton Ernst Munneke piano Maurice Lammerts van Bueren piano 'Van Romantiek tot Jugendstil' met ‘A Sunny Sunday Songrecital’ met werken van o.m. Honegger, Poulenc, Barber en Bolcom

liederen van Brahms, Anna Cramer, Loewe, Schreker, Richard Strauss en Weingartner

Daniël Hermán Mostert bariton Sofia Vasheruk piano Duits- en Franstalige liederen van Schumann (Liederkreis Op. 24), Berg, Duparc en Ravel

De komende maanden zijn er vele huisconcerten te bezoeken. Natuurlijk de twaalf die hierboven genoemd zijn, maar het is mogelijk dat er in de tussentijd meer concerten worden gepland of wijzigingen optreden. Kijk voor een volledig overzicht en alle programma informatie op www.vvhl.nl Daar vind u alles wat er de komende maanden te beluisteren is. de

Liedvriend de

de Liedvriend 1 - 2018 - jaargang 57 - 1  

De Liedvriend is een uitgave van Vereniging Vrienden van het Lied

de Liedvriend 1 - 2018 - jaargang 57 - 1  

De Liedvriend is een uitgave van Vereniging Vrienden van het Lied

Advertisement