Issuu on Google+

Bij Nacht

en Ontij vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen www.doktersdienstgroningen.nl

1

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


2

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


Inhoud Voorwoord Tien gouden minuten - Inge Klinkert 7 Had u mijn man al gezien? - Mette Hofstra 9 Digitale Camera - Jan Blok 11 Wie maakt het verschil? - Rodericke Schipper 13 Moederinstinct - Karin Smalbil 17 Als ik kon toveren - Janneke Heimweg 21

3

Fluwelen remedie - Maike Bouma Piepjesconcert - Minke van der Horst Motor - Mischa Hardieck Pijne pink - Arjen Boswijk Het briefje - Marion Bouwmeester-Schröder Koninginnedag - Jolanda Goedhart

24 29 32 36 39 43

Teamwork - José Postma Knopie - Cees Baas Een roze wolk met een grijs randje - Beatrice Ludden-Buntic Kantje boord - Gonda Middelberg

48 50 53 57

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


4

Slechte film - Amelia Kloppenberg 1+1=2 - Martien Boerwinkel

58 62

The A Team - Mariette Mesken De juiste beslissing - Marjan van Erp Oesters uit Bretagne - Marian Boelens Déjà Vu - Lilian Schneider Opa - Rina de Groot Een dankbare patiënt - J.C. Taatgen-Gevers

64 67 69 72 74 77

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Voorwoord

Tien jaar provinciale Dokters Dienst Groningen, de organisatie voor spoedeisende huisartsenzorg. Van een zelf opgezette organisatie door huisartsen naar een professionele zorginstelling nog steeds met diezelfde huisartsen. Tien jaar waar we gestaag hebben gewerkt aan kwaliteit. Kwaliteit voor de patiënt en de huisarts. Beide zijn zij ongelooflijk belangrijk voor ons. De kwaliteit van de huisarts bepaalt de kwaliteit voor de patiënt. Als organisatie zorgen wij dat de huisarts kan werken met kwalitatief goed opgeleide triagisten, verpleegkundig specialisten, chauffeurs en naw-ers. Vele uren werken zij samen en beleven de meest afschuwelijke momenten, maar ook de meest fantastische en bizarre gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen hebben wij opgevraagd, zowel bij patiënten, dokters als medewerkers en dat heeft geleid tot grappige, mooie of bizarre verhaaltjes, die u kunt lezen in dit mooi geïllustreerde boekje.

5

Het boekje is tot stand gekomen met behulp van dewebschrijvers.nl en de kinderwerkplaats BK050 voor de illustraties. In een tijd waarin kunst en cultuur gefileerd wordt, was het fijn om een opdracht te geven aan kunstzinnige mensen en organisaties met zo’n mooi resultaat. Het resultaat mag er zijn! Voor u ligt een jubileumbundel met prachtige verhalen over wat mensen, patiënten en (mede-) werkers van Doktersdienst Groningen, hebben meegemaakt op de huisartsenpost in de afgelopen 10 jaar. Wij wensen u veel leesplezier! Ine Scholten Directeur Doktersdienst Groningen

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


6

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Tessa & Sterre Mensken (12 & 9 jaar)


Tien gouden minuten - Inge Klinkert “Ik bel de Doktersdienst!” Het was zaterdagavond en ons zoontje van 4 maand oud was al een paar dagen ziek. Snotterig, hoesten, maar geen koorts. Vrijdagmiddag was ik nog met hem bij de huisarts geweest en die adviseerde de baby-otrivin van Apotheek Helpman, dat zou het ademen wat makkelijker maken. In de loop van de zaterdag begon hij echter steeds meer te hoesten. Soms liep hij bijna blauw aan. Doodeng. ’s Avonds werd hij huilerig, wilde zijn fles niet meer drinken en hoestte aan één stuk door. Zo durfde ik de nacht niet in. “Het kan wel even duren voor de dokter langskomt,” zei de telefoniste van de Doktersdienst, “het is momenteel erg druk.” Om 23.30 uur ging de bel. Een vriendelijke dokter stelde zich aan ons voor en onderzocht vervolgens onze zoon. Ze luisterde met de stethoscoop naar zijn longen en zijn hart, ze nam zijn temperatuur op en

7

zei toen: ‘Uw zoontje is hartstikke verkouden maar verder kerngezond, zijn lichaam kan en moet het zelf oplossen. U kunt hem helpen door te stomen, ga maar met hem in de damp van een hete douche zitten, dat maakt het slijm los.” Ik excuseerde mij voor het feit dat ik beslag had gelegd op haar kostbare tijd. Dat wimpelde ze af, maar ze wilde wel graag weten waarom ik zo overbezorgd was om een verkouden baby. Ik vertelde haar dat onze zoon een tweelingzusje heeft gehad, die negen weken na haar geboorte overleed. En dat we zo bang waren dat ons zoontje ook dood zou gaan. Toen deed ze haar jas uit en luisterde naar ons verhaal. Over onze zorgen, angsten en verdriet. Ik denk dat ze zo een minuut of tien bij ons gezeten heeft. Tien gouden minuten. Ze veroordeelde niets, ze erkende onze emoties en gaf er een deskundige, empathische reactie op.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


“Ik kan me voorstellen dat jullie bezorgd zijn. Daar is nu echter absoluut geen reden voor. Als hij koorts krijgt, moet je ons bellen. Maar ook als je je zorgen maakt, bel! Ik kom liever tien keer voor niks dan één keer te laat.” Ze trok haar jas aan, gaf ons een hand en dook de nacht weer in. Ik zette de douche aan en zat vervolgens met mijn snotterende zoon een half uurtje in de damp. Daarna dronk hij gulzig zijn flesje leeg en gingen we rustig slapen. En die dokter van de Doktersdienst? Ik ben haar naam vergeten, maar ik vergeet haar nooit meer.

8

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Had u mijn man al gezien? - Mette Hofstra Het is nacht als we het adres trachten te vinden van de oude mevrouw die de Doktersdienst heeft gebeld. Ze heeft buikpijn en vertrouwt het niet. We komen een flat binnen op de zesde verdieping, nadat we zijn opengedaan door een buurvrouw die snel weer naar haar eigen appartement verdwijnt. In de slaapkamer is het erg duister. Er brandt een schemerlampje van hooguit vijftien watt op het nachtkastje. Mevrouw is 80+ maar nog zeer helder van geest. Ze schetst mij haar buikpijn in geuren en kleuren. Ik heb al snel geconcludeerd dat het om een simpele blaasontsteking gaat. Mevrouw vertelt ondertussen dat ze nog zonder bril leest en vorig jaar nog kampioen was bij de kegelclub. Ik trek er maar even wat tijd voor uit en luister geduldig naar haar verhalen, die ze blijkbaar overdag niet kwijt kan. De chauffeur is mee naar boven gegaan en kijkt mij fronsend aan. Opschieten dokter, lijkt hij te willen

9

Klik hier voor extra geluid

zeggen, we hebben meer te doen. Ik frons even terug en schrijf een recept. Mevrouw vertelt dat ze een mooi leven heeft gehad maar dat de kleur uit haar leven toch wel verdwenen is. Plotseling zegt ze: “Had u al kennis gemaakt met mijn man?” Ik kijk op van mijn receptenblok, heb ik wat gemist? Er deed toch een buurvrouw open, ik weet niet beter dan dat ze alleen woont. “Uw man? Eh, nee,” zeg ik aarzelend en vraag me af hoe helder ik nog ben als ik blijkbaar zomaar een hele echtgenoot over het hoofd zie. Ik volg haar hand die in het donker naast zich wijst en zie in het verlengde van haar vinger haar man staan. In een urn, op het andere nachtkastje. “Harmen, dit is de dokter, aardige vrouw hè”, stelt ze mij voor. “Aangenaam kennis te maken”, mompel ik. Daarna val ik stil. Wat zeg je tegen iemand die al zeven jaar in een urn woont? Ik wens mevrouw van harte beterschap en zwaai nog even naar haar man als we vertrekken. Ze is eenzaam, maar niet alleen.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


10

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Lente Kostermans (9 jaar)


Digitale camera - Jan Blok Ze kwamen in optocht de spreekkamer in. Moeder voorop, gewapend met in de ene hand een digitale camera en een zoon in de andere, aan de arm voortgetrokken, erachteraan. Zonder verdere uitnodiging daartoe gingen ze zitten en staken direct van wal: ze waren naar het circus geweest! Het circusbezoek lichtten ze toe met de meegebrach­te camera. Het was de eerste digitale camera die ik ooit zag. Gedreven toonden ze me een beeldverhaal met foto’s van het circus: de tent, de tijger, de clowns en nog veel meer. Ik mocht het allemaal zien. Nieuwsgierig keek ik naar de prentjes en vooral ook naar het toestel. Na een poosje begon ik me af te vragen waarvoor ze eigenlijk waren gekomen. Hun komst werd bij de laatste twee foto’s duidelijk. Eerst verscheen er een beeldvullende foto van een grote tentharing. Vervolgens verscheen er een foto van een lichaamsdeel dat onmiskenbaar een grote jaap vertoonde. Het jongetje bleek de onfortuinlijke

11

eigenaar van het gehavende lichaamsdeel. Hij had een lelijke wond aan zijn linker scheenbeen. Nu was het mijn beurt om in actie te komen. Het kereltje was opvallend flink. Nadat ik hem voorzichtig had uitgelegd wat er ging gebeuren, legde ik hem op de onderzoeksbank. Moeder liep onrustig te zoeken naar een goede plaats. Ik zette een stoel bij het hoofdeind, zodat we allebei onze bijstand aan het juiste uiteinde van haar zoon konden geven. Toen bleek dat de fotoreportage over het circus nog niet af was. Al snel werd er een foto gemaakt van een dokter die handschoenen aan deed. Hierna volgden opnames van het verdoven. Waarschijnlijk ben ik de eerste dokter ooit die gefotografeerd is terwijl hij een hechtset opent. De eerste hechting kwam ook op de foto. Ik deed haast nog extra mijn best! De tweede, de derde en de vierde hechting werden ook vereeuwigd.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Af en toe keek ik naar de patiënt, hij was geheel comfortabel. Moeder had als fotografe haar rol ook gevonden. Tijdens het knopen van de vijfde hechting werd ik opgeschrikt door een doffe bons. Verschrikt keek ik naar mijn patiënt. Die lag rustig, maar gebaarde dat ik achter me moest kijken. Omdat het lawaai ook van achter kwam, was dat laatste ook wel logisch. Daar achter me lag, als een aangespoelde zeehond, de moeder op de grond! Snel deed ik mijn handschoenen uit. Ik keek bij moeder, ze was flauwgevallen door het zien van bloed. Ik legde haar wat makkelijker neer. Haar schade leek verder mee te vallen en zelfs de camera leek er gezegend vanaf te zijn gekomen. Dat laatste bracht mij op een nobel idee en ik nam mijn verantwoordelijkheid. Korte tijd later kon ze al op haar stoel zitten; deze keer met de rug naar mij toegedraaid.

12

Tijdens het leggen van de laatste hechtingen waren moeder en zoon alweer druk aan het praten. Ik stelde voor dat ik de laatste foto’s zou maken. Namelijk die van de gehechte wond en die van een verbonden been. Daarna namen we afscheid. Moeder had gelukkig weer wat kleur. Op haar zoon kon ze trots zijn. Hij had zich geweldig goed gehouden. Enigszins trots kon ik terugzien op het consult, de fotoreportage van moeder was tenslotte compleet. Toch ben ik nog altijd nieuwsgierig hoe moeder heeft gekeken bij het zien van de foto waar ze zelf op stond, hoewel het woord lag haar rol wellicht beter verwoordt.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Wie maakt het verschil? - Rodericke Schipper

13

Klik hier voor extra geluid

Het is zaterdagmorgen, klokslag zeven uur. De rust op de weg vormt een schril contrast met de aldoor rinkelende telefoon bij de Doktersdienst. Ik krijg een telefoontje doorverbonden van mijn collega. Ze heeft een oudere mevrouw aan de lijn die alleen maar aan het huilen is. Wat er precies aan de hand is, blijft onduidelijk. Ik neem het gesprek over en wordt prompt meegezogen in het verdrietige relaas van de vrouw. Gisteren is haar vriend overleden; nee, niet haar man, maar haar eerste jeugdliefde.

De tranen springen me spontaan in de ogen. Ik ervaar iets van de liefde die ze saampjes hebben gedeeld, nu de vrouw me deelgenoot maakt van haar verdriet. Ze kan het ook met niemand anders delen, vertelt ze. ‘Want niemand weet ervan, zelfs mijn eigen kinderen niet.’ Pas aan het eind van ons gesprek herinnert de vrouw zich waarvoor ze eigenlijk belde: een kalmerend pilletje. Nu hoeft ze die niet meer; opgelucht als ze is dat ze even kon uithuilen en haar verdriet mocht delen.

Nooit is ze met hem getrouwd, maar door bijzondere omstandigheden hebben ze elkaar op latere leeftijd weer ontmoet. Hun oude liefde vlamde weer op. Ruim vijftien jaar hebben ze nog samen mogen genieten van hun goede oude dag. Nu is hij er niet meer. Allebei waren ze de negentig al ruim gepasseerd, maar o, wat is het verdriet onverminderd groot.

Binnen no time dient de volgende beller zich aan. Dit keer word ik overrompeld door een andere emotie: levensgrote angst. Een man die duidelijk in paniek is, vertelt me dat zijn vrouw heel slecht reageert op een medicijn dat ze net heeft ingenomen. ‘Al binnen vijf minuten kreeg ze rode uitslag op de huid. Daarna begon ze te zweten en nu is ze ook erg duizelig. ‘Het komt niet goed,’ is het enige wat ze zegt.’ Om direct de medische gegevens van de vrouw paraat te krijgen, vraag ik de man naar

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


de geboortedatum van zijn vrouw. Door de hevige paniek weet hij die opeens niet meer. Het enige wat ook hij nu nog prevelt, is: ‘Het komt niet goed. Oh, het gaat niet goed, laat er snel een dokter komen.’ Ik verhef mijn stem en vraag: ‘Meneer, waar bent u nu, op welk adres?’ Mijn dwingende toon brengt hem gelukkig weer even bij zijn positieven, want zonder horten of stoten noemt hij het adres. Even later is er een ambulance onderweg. Ik laat de man weten dat zijn vrouw spoedig de hulp zal krijgen die ze nodig heeft. ‘Doe uw voordeur alvast open,’ adviseer ik hem, ‘en als uw vrouw stopt met ademen belt u 112.’ Na afloop krijg ik een telefoontje van de ambulanceverpleegkundige. Door snel te handelen hebben ze het leven van de bewuste vrouw gered. ‘We hadden er geen minuut later moeten zijn.’ Ik ben er even stil van. Dankbaarheid overheerst na deze juiste inschatting en tijdige actie.

14

Veel tijd om erover na te denken krijg ik niet. Mijn aandacht wordt alweer gevraagd voor ongeruste ouders. Hun dochtertje heeft 39.8 graden koorts. ‘Volgens een buurvrouw wordt het gevaarlijk bij veertig graden. Wat moeten we nu doen?’ Ik hoor het kindje al keuvelend op de achtergrond, terwijl de vader me vertelt dat hun dochtertje meer slaapt dan normaal en het liefst op schoot zit. Als ik samen met de ouders de alarmsymptomen doorneem, kan ik al snel een geruststellende conclusie trekken. Met wat adviezen en aandachtspunten sluit ik af. Vader en moeder halen opgelucht adem en weten wanneer ze aan de bel moeten trekken. Als ik bij de ontvangstbalie zit, meldt zich een jongeman met een knieprobleem dat al langere tijd speelt. Hij wil een afspraak. Doordeweeks heeft hij geen tijd om naar de huisarts te gaan, en toevalli­g was hij nu in de buurt. Als ik hem vertel dat we alleen hulp verlenen bij medisch dringende problemen, valt hij me geïrriteerd in de rede.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


‘Waar is jullie service naar de patiënten toe gebleven?!’ Volgens meneer betaalt hij toch niet voor niets zoveel premie aan de ziektekostenverzekeraar. Ik sta op het punt om hem rustig en professioneel van repliek te dienen, maar plotseling strompelt er een hevig benauwde vrouw binnen. Ik ren haar tegemoet met een rolstoel. Lijkbleek en hevig transpirerend zakt ze erin. Snel breng ik haar naar de huisarts. Terwijl ik terug naar de balie loop, schakel ik in mijn hoofd om mijn gesprek te vervolgen. Ik heb nog geen woord gezegd als de jongeman zich abrupt omdraait en zegt: ‘Mevrouw, ik begrijp het. Ik bel volgende week wel even mijn huisarts.’ Wat maakt het verschil?

15

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


16

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Renata Scheltiens 4 jaar


Moederinstinct - Karin Smalbil De twijfel verloor het van de angst. Het had lang genoeg geduurd. Het nummer. Waar was dat nummer? Mijn vingers rukten aan de bladzijden van de telefoongids. Het moest snel. Mijn laptop zou door zijn trage start alleen maar meer frustratie met zich meebrengen. Hebbes. Aan de andere kant hoorde ik een lieve stem. Medebezorgd. Duidelijk hoorbaar. De stem stelde me niet gerust, ik had juist gehandeld. Onmiddellijk naar een arts. Het sneeuwde. En het vroor. Meer dan 12 graden. Gitzwart was de nacht en wit was de bodem. In haar warmtepakje met mutsje en kleine aangenaaide wantjes wikkelde ik haar in een deken. Door zenuwen bevangen rende ik naar de auto en weer terug, de autosleutels. Bleek en mat keek ze naar mij toen ik haar in het stoeltje zette. Ik streelde een lokje haar opzij en kuste haar neusje. Zo klein als een kersje. Natuurlijk startte de auto en in de stilte van de nacht, om precies half één, parkeerde ik bij de ingang van de huisartsenpost op de plek

17

Klik hier voor extra geluid

waar een arts mocht staan. Toen ik uitstapte keek ik naar de hemel. Dikke sneeuwvlokken benamen me het zicht op een heldere ster die me zou vertellen dat het goed zou komen, dat diezelfde ster nog aan de hemel zou staan op het moment dat ik haar wederom in haar stoeltje zou zetten na het bericht dat het slechts een griepje was. Sneeuwvlokken. Niets dan dat. De ingang van de huisartsenpost was angstaanjagend. De grote deuren met oranje pijlen openden als een poort. Nadat een vieze warmte mijn gezicht besloeg -ik vroeg me af of ik flauw zou vallen- kon ik me snel melden bij de grote balie. Assistentes dronken koffie en namen de bestelling van een broodje shoarma voor die nacht door. Zij zagen niet waarmee ik op mijn arm liep. Ik wel. Ik nam plaats is de foeilelijke rode stoel waarvan de rij bestond uit zeven stuks. Daar tegenover weer zeven stuks, ook lelijk. En hard. Zacht was de deken waarin ze was gewikkeld. Kuikengeel en zacht als

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


18

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Kaya & Jerle


19

dons, warm. Ik dook er met mijn gezicht in en voelde de warmte van haar gezichtje. Ik knuffelde haar en wiegde haar op een manier die als dansen zou kunnen worden omschreven. De dans van de angst en onzekerheid. Een nummerapparaat als bij de groentewinkel stond tegen een pilaar. Het zou toch niet? Dat je een nummer….“Mevrouw?

Over de angst en de zorg. Hij draaide haar om en onderzocht. Nog steeds. De bezorgdheid zocht ik in zijn ogen, zijn houding, zijn mondhoeken. Waar dacht hij aan? Wat waren zijn bevindingen? Dezelfde als de mijne wellicht? Misschien? Zat ik er dan toch niet naast… Waarom deed hij er zo lang over? Wat was het nou?

Komt u maar hoor, u mag doorlopen naar behandelkamer één.” Zijn iets te harde hand deed me wat wankelen met mijn baby in mijn armen. Uit fatsoen noemden wij onze namen die we ook direct weer vergaten. Belangrijker zaken waren aan de orde. De arts keek me indringend aan. Ik hem ook. Mijns inziens was er geen tijd te verliezen. Zonder woorden begreep hij dat, toen hij mijn baby uit haar deken haalde. Ze huilde niet eens. Ook niet toen hij naar haar ademhaling luisterde. Kundig onderzocht hij haar en ondervroeg hij mij. Ik vertelde, haperde, huilde. Hij luisterde. Het was ook ineens zo snel gegaan. Ik vertelde hem over moederinstinct.

Op het moment dat ik mijn geduld begon te verliezen –het kippenvel stond een centimeter dik op mijn armen- pakte ik mijn dochtertje en zei: “Ze is vier weken, u weet toch hoop ik wel wat dit is?” Terwijl hij de telefoon pakte draaide mijn maag. Ik wist dit. Op het moment dat ik de sterren zocht aan de hemel, bruisend van de dwarrelende sneeuwvlokken, wist ik dat mijn angst zou worden bevestigd. Zijn woorden kwamen binnen als een denderend kanon in mijn warrige hoofd. “U mag mee in de ambulance, dit moet goed en intensief worden onderzocht, een ingreep –zelfs vannacht nog- is niet uitgesloten, mevrouw.”

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Hij vervolgde met de killing oneliner: “Ik maak me zorgen. Het is zeer ernstig.” Als een boosaardige echo in mijn hoofd gonsden de woorden synchroon met het brommende geluid van de ambulance. Zoevend door de zwart-witte nacht. Dochter sliep dwars door het ingebrachte infuus heen. Haar roze mutsje af. Haar warmtepakje uit, ikzelf naast haar. Het zachtgele dekentje in een prop op mijn schoot. Op weg naar het UMCG. Klik hier voor de video gemaakt door Lisa, Susan, Kaya en Yerle. Geluid door Lisa en Susan

20

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Als ik kon toveren - Janneke Heimweg ‘Dokter, ik weet het zeker. Ze heeft het weer. Hersenvliesontsteking. Ze gedraagt zich hetzelfde als vorig jaar. Ze gaat dood!’ Zachtjes duwt dokter de moeder van Sanne in de Onze heldin, waarde lezer, is huisarts. Sanne, ons tienerpatiëntje, ligt als een baby bij haar moeder. Een bizar gezicht. ‘Waarom denkt u dat ze het weer heeft?’ Dokter ademt onhoorbaar uit. De moeder ratelt. Zo snel dokter kan, typt ze alle informatie in. Het meisje kreunt zachtjes bij haar moeder op schoot. Zo jong en dan zulke erge hoofdpijn? De vingers van onze heldin roffelen op de toetsen, ze voelt haar bloed sneller stromen. Haar Doktersdienst is begonnen. Wat weet mama er van, hoe ik mij voel? Ze is altijd zo snel in paniek. Laat me toch. ‘Sanne, misschien kun je zelf vertellen waar het zeer doet?’ Dokter kijkt het meisje aan, ze kijkt terug

21

maar verroert zich niet. ‘Kom liefje, vertel de dokter waar het pijn doet. Zeg nou eens wat!’ Moeder port haar dochter in de zij. Het meisje reageert niet, steekt de duim in haar mond en kreunt. Hoofdpijn. Beetje misselijk. Dat is alles. En zo moe! ‘Misschien heeft ze iets verkeerds gegeten, dokter. Of ben je gisteravond gevallen met je fiets? Toe San, de dokter wil je helpen.’ De moeder praat steeds luider, ze wrijft over haar voorhoofd; haar wanhoop is voelbaar. Ook dokter krijgt het steeds warmer. Ze ziet dat de ogen van het meisje wegdraaien, steeds meer oogwit is zichtbaar. Kleur is uit haar wangen verdwenen. Laat me met rust, ik wil niet meer. Moe. Zo moe.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Moet ze even liggen op de behandeltafel? Is het allemaal wel zo ernstig, of is het meisje gewoon heel erg moe en moet ze een flinke nacht doorslapen?

De moeder haalt diep adem.

Is er misschien alcohol in het spel, een comazuipertje? Of GHB? Je hoort tegenwoordig zulke vreselijke verhalen.

‘We gingen naar het hotel, Sanne naar bed, wij bleven de hele nacht op. Mijn man dacht aan hersenvliesontsteking. De pijn was de volgende ochtend niet over, we gingen naar het ziekenhuis.’ De moeder zucht, haar wangen dieprood, zweetstraaltjes langs haar slapen. Het meisje slaapt, af en toe mompelt ze onverstaanbare woorden.

Tijd. Tijd heeft ze nodig. Maar is dat er wel? Wat als het kind hier op moederschoot overlijdt? Doorvragen nu, in deze toestand kan het meisje niet naar huis. ‘Vorig jaar, we zaten een week in Barcelona, had ze ook al hoofdpijn,’ begint de moeder weer, ‘er was de eerste dagen niets aan de hand. Ineens greep ze naar haar hoofd, ik weet het nog goed. ’s Avonds in een restaurant, het hoofdgerecht net op. Ze riep dat haar hoofd zo’n pijn deed, ze wilde naar bed. Ze was al elf, dus ik nam haar serieus.’

22

Laat me gaan mama, je hebt je best gedaan. Dank voor alles.

Die doktermevrouw is erg aardig. Zou ik toch wakker willen worden? Dan kan ik haar bedanken en later mijn dochter naar haar vernoemen. ‘Wat gebeurde er met Sanne, wat deden de dokters met haar?’ vraagt dokter. Nog een keer het verhaal aanhoren, laten praten. Veel praten. Vaak is er iets kleins, iets wat onbelangrijk lijkt, wat niet nodig

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


wordt geacht om te vertellen. Ook dokter moet goed luisteren, de informatie filteren en nadenken. Waren er meer vergelijkbare gevallen tijdens haar loopbaan? Wat deed onze heldin toen? Ik drink anders nooit weer wijn. Het was ook nog eens een stom feestje. Zonder Sander is alles saai. ‘En dan gisteravond haar eerste brugklasfeestje. Ik was zo blij dat ze heelhuids thuiskwam. Misschien had ze toen ook al hoofdpijn, ik heb niet eens goed naar haar gekeken; gauw naar bed. Mijn kindje, mijn schat.’ De moeder hijgt de laatste woorden.

Ik loog over de wijn, zweeg over de wodka. Mama moet nog veel leren over brugklassers. Vrolijk naar bed. Welterusten mama. ‘En, heb ik gelijk?’ Grote ogen priemen. ‘Misschien. Ze gaat naar de spoedopvang. Herhaling is niet uit te sluiten.’ Waarde lezer, onze heldin baalt, maar ze weet dat ze het goede doet. U denkt dat toch ook? Ken je die mop van dat meisje dat ziek was?

Voorzichtig pakt dokter Sanne’s pols. Tellen. Oogleden optillen, longen beluisteren. Geen koorts. Alles lijkt normaal. Wat is hier aan de hand? Een doodziek kind? Overbezorgde moeder? Toevalligheid? Soms zou dokter een glazen bol willen; een toverstafje, een levenselixer en er gaat nooit meer iemand dood.

23

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Fluwelen remedie - Maike Bouma Als ik het smalle halletje met schrootjes binnenloop, schiet een kaalhoofdige jongeman me tegemoet. Met zijn gezicht komt hij dicht bij mij, zijn ogen groot met lange wimpers. Zijn wangen en voorhoofd lichten grauw op onder het kale peertje. Vertrouwelijk legt hij een hand op mijn arm. ´Ze is net weer wat kalmer nu. Misschien had ik niet moeten bellen, maar ik wist niet zo goed…’Hij trekt met zijn wenkbrauwen, schuldbewust. ‘Volgens mij heeft ze veel pijn.´ ´Het is goed´. Ik schuif tussen hem en een kapstok met een ouderwetse damesjas door en loop de woonkamer in. Het bed vult een groot gedeelte van de warme, muffe ruimte. De oude vrouw lijkt een vogeltje tussen de overdaad aan kussens en dekens. Haar zwarte silhouet maakt kleine schokjes. Ik zet mijn dokterskoffer naast een kwijnende vingerplant en ga op een stoel bij het bed zitten. Een koele, klamme pols neem ik in mijn hand. Al snel zie ik dat

24

Klik hier voor extra geluid

ik waarschijnlijk niet veel kan doen. Een stervende vrouw in het laatst van haar dagen. Ze lijkt doodvermoeid, maar geeft nog niet toe aan het onafwendbare einde. Haar ogen bewegen rusteloos onder de gesloten oogleden. Met haar inwitte lippen maakt ze smakkende geluiden, de knuisten nu tegen haar rillende borst gebald. De kale jongeman is achter mijn rug in de weer in het keukentje. ´U bent … de kleinzoon?’, vraag ik, als hij weer de kamer binnenkomt. ‘Vrijwilliger. Van de kerk.’ Hij reikt mij een beker koffie aan. Zijn schedel glimt rozig in het schemerlicht. ´Er is ruzie in de familie. Niemand komt hier meer over de vloer.´ Ik neem een slok van het hete vocht. Het loopt tegen half vier. Inmiddels heb ik een aantal hectische bezoeken gebracht. Maar hier, in de warmte en stilte van deze kamer, trekt langzaam een lome rust door mijn lichaam. Kaalhoofd komt bij me zitten.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


25

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Fillip Schreuder (9 jaar)


´Ik ken haar dochter goed, een psychisch wrak. Het was geen…´, hier twijfelt hij. ´Geen warm nest´. Zijn stem is donker, melodieus. Ik zou er op kunnen slapen. ´Ik heb verhalen gehoord… Vooral de drank schijnt een probleem te zijn geweest. En dus verwaarlozing... De kinderbescherming heeft hier vaak op de stoep gestaan.’ De oude vrouw opent nu plotseling haar ogen, de blik omfloerst. Beide kijken we toe. De rimpel boven haar wenkbrauwen wordt dieper, haar neusvleugels trillen. ‘Die verdomde… die verdomde…!’ Ze trekt een knie op onder de dekens en duwt hem weer terug. Dan vallen haar ogen even plotseling weer dicht en maakt ze alweer zacht snurkende geluidjes. Ik zeg haar naam, maar ze reageert niet. Ik ga staan, buig me naar haar toe en kijk naar haar aftakeling; naar de levervlekken op haar magere handen, de saffieren ring vreemd afstekend tegen haar bleke

26

huid, naar de kloppende ader in de smalle nek, naar de schokkende ademhaling. De kleine, zachte haartjes boven haar droge lippen. Even plotseling opent ze opnieuw haar ogen en komt met het bovenlichaam omhoog. Ze leunt op een elleboog naar mij toe. Heel dichtbij is ze nu, ik adem haar muffe adem. Haar ogen zuigen zich aan mij vast, de wenkbrauwen omhoog. ´Ik ben bang´, mompelt ze uit haar tandeloze mond. Ze is alert nu, kijkt mij in mijn ogen; ik zie hoe haar pupillen zich verwijden. ‘Ik ben bang’. Nog steeds kijkt ze naar mij, laat zich dan met een zucht terugzakken in de kussens. Ze draait zich met haar rug naar me toe, draait zich even snel weer terug, kijkt me weer aan. ´Heb ik het goed gedaan?´ Ze fluistert zo zacht dat ik even denk dat ik het niet goed heb gehoord. Ze ligt heel stil nu.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Onhandig veeg ik een pluk haar uit haar gezicht; ik voel haar dunne, klamme huid onder mijn vingertoppen. ´Heb ik het goed gedaan?´ Ze kijkt nog steeds naar mij. Haar ogen groot, verwachtingsvol. ‘U heeft alles goed gedaan,’ zeg ik dan. Het duurt even, dan trekt een glimlach over haar gezicht. Ze gaat op haar zij liggen, legt haar hand op het kussen, maakt een kommetje waarin haar hoofd kan rusten. Dan sluit ze haar ogen. Ik ga weer zitten en drink langzaam van mijn koffie. Ook kaalhoofd drinkt en zwijgt. De vrouw in het bed lijkt in slaap te zijn gevallen. Zwijgend pak ik mijn koffer.

27

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


28

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Lisa Minnema 9 jaar


Piepjesconcert - Minke van der Horst

29

Klik hier voor extra geluid

Klein, slap, warm pyjamalijfje plakt tegen me aan. Met één hand aai ik haar fijne haartjes, de ander ligt op haar klamme rug. Bij ieder hapje adem klinkt een concert aan piepjes. Af en toe huivert ze van vermoeidheid. Benauwd tot ze blauw werd. Buiten is het donker, stil en koud. De wachtkamer is vol. Twee heren van achter in de veertig. De rechter draagt een geïmproviseerde mitella. Een tienerstelletje. Het meisje heeft haar been op de schoot van de jongen gelegd. In de hoek staat een MaxiCosi met baby. Een vermoeide moeder bewiegt het kunststof met haar voet. Op haar schoot ligt een tijdschrift. Ze slaat geen één keer een bladzijde om.

De arts noemt mijn naam en kijkt afwachtend de wachtkamer rond. Ik sta op, ze kreunt. In de kleine behandelkamer wordt ze langzaam wakker. Hij is een jonge, vlotte dokter. Zijn haren hebben die ochtend strak in de gel gezeten, maar vertonen nu sporen van een drukke dienst. Er zitten vlekjes op de glazen van zijn Prada bril. Hij lacht vriendelijk, vraagt waarom we zijn gekomen. Mijn dochtertje en ik halen opgelucht adem. Ik iets meer dan zij. Hij luistert met een stethoscoop. Kijkt in haar mondje, checkt haar oortjes. Ze ondergaat het gelaten. Niets voor haar. We krijgen twee receptjes. Het moet snel beter gaan.

Ontelbare keren zat ik hier zelf. Met zo’n piepjesconcert. Volledig uitgeput hing ik dan ademhappend tegen mijn man of mijn moeder. De ergste paniek vloeide uit mijn lijf bij het zien van de arts. Er zijn weinig dingen zo eng als het gevoel dat je langzaam stikt.

In de auto naar de apotheek begint ze te zingen. Heel zachtjes, maar heel echt. We halen medicijnen. Daarna kruipen we uitgeput in hetzelfde bed. Haar beentjes vouwt ze tussen die van mij. Haar armpjes legt ze gespreid naast haar hoofdje. Vol overgave slaapt ze. Ik luister naar haar ritmisch gepiep vlak voor ik zelf ook in slaap val. De volgende ochtend

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


30

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Anne Kostermans (11 jaar)


word ik wakker van een klam handje op mijn wang. ‘Mama, ik is wakker. Ik wil spelen.’ Haar oogjes staan glinsterend. Ze piept nog maar een beetje. We halen opgelucht adem, blazen yoghurtbellen aan het ontbijt. De nachtarts had gelijk. Het ging snel beter.

31

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Motor - Mischa Hardieck Heel even gingen mijn nekhaartjes tijdens het telefoongesprek wat overeind staan. Maar dit gevoel is geruststellend snel weg geëbd. De verklaring voor de pijn die de patiënt ervaart is zeer plausibel. Ik loop het pad op naar het ondermaatse keuterboerderijtje rond 5 uur ‘s nachts in een vergeten gebied tussen de velden. De zon kijkt net over de horizon naar mij en de chauffeur, wat waterig, maar de warmte is al te voelen. Bukkend onder de deurpost door geef ik de man een hand, stevig gebouwd, krachtige greep, heldere ogen. Hij heeft vandaag een toer gemaakt met de motor, en daarna wat hout gehakt in de tuin, tijdens dit hakken zijn de klachten begonnen. Voor het eerst en anders niets gevoeld. Hij gaat mij voor naar het voormalige deel, waar een tweetal gecraqueleerde zwart leren stoelen staan en een bank met daarover een kleurig kleed gedra­ peerd, wat dorstige kamerplanten staan in de hoek.

32

Zittend vertelt hij mij dat hij het warm houdt door het hout te hakken en dit te voeren aan de hout­ kachel. Een klusje wat hij al weken gewend is te doen. Daarbij heeft hij vandaag gemerkt dat de pijn links op zijn borst ontstond, zonder klachten van benauwdheid of een uitstralende pijn. Als vrijgezel wordt hij door twee honden links en rechts geflankeerd, een van de twee heeft zijn kop op zijn blote knie liggen die net onder de badjas uitsteekt. Hij is ongerust, de honden kijken zorgelijk en alert. De pijn kan hij zelf verklaren, omdat de rit op de motor wat langer was dan gebruikelijk en hij met een aardige tegenwind een tijd het stuur goed heeft moeten vasthouden. Maar… Het lichamelijk onderzoek levert alleen aanwijzingen op dat er spierpijn is, op te wekken door op de linkerborst spier te drukken, maar… Twee weken later belt de eigen huisarts, ‘’Collega, je hebt een nachtvisite gedaan bij een van mijn

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


patiënten, een dag later heb ik deze man verwezen naar het ziekenhuis vanwege hartproblemen en hij heeft een deel van de hartfunctie verloren door een wat langer bestaand hartinfarct.’’ Mijn nekhaartjes gaan overeind staan en mijn gedachten gaan terug naar die nacht, met moeite roep ik het gezicht weer op van de man, grijzende slapen en baardstoppels van een dag, met fronsende wenkbrauwen. ‘’Ja, bijzondere kerel, gepensioneerde marinier. O ja, hij wil graag langskomen bij je’’. Ik leg de telefoon neer, midden in het spreekuur, aangeslagen, geschrokken, mijn geweten bezwaard…. Ik roep de volgende patiënt in mijn spreekkamer, ‘’aha, u heeft gisteravond u teen verstuikt.’’ Helaas deze patiënt kon niet geheel op mijn empathische kwaliteiten rekenen. De hele dag blijft er een knagend gevoel achter in het hoofd hangen waarbij de flarden beelden door het hoofd spelen. Wat is er fout gegaan, waar zijn de hiaten te vinden? Een week later staat in mijn agenda de

33

naam van de man van het pittoreske boerderij­t­ je Wetende dat hij ‘s middags om 15.00 uur een afspraak heeft, is het de vraag hoe ik mij de hele morgen goed kan concentreren op al die andere p­atiënten. Er is een soort metronoom in het hoofd die blijft tikken, en continu aanwezig is. Tik; fout, tak; maar er zijn verzachtende omstandigheden, tik; fout tak; motorrijder, tik; fout, tak; spierpijn. 14.50 uur, mijn nekhaartjes gaan overeind staan, maar toch laat ik de man uiterlijk rustig binnen in mijn spreekkamer. Ik luister naar zijn woorden, zoals hij het heeft beleefd. ‘Hoe kan het nu dat we de oorzaak bij de spierpijn hebben gezocht en niet aan een hartinfarct hebben gedacht?’ Hij verhaalt van de bewuste avond, waarbij inderdaad de mogelijkheid van het hartinfarct besproken is, maar gezien de niet acute klachten en het druk­ pijn op de borst is deze diagnose niet bevestigd op dat moment. Hij is blij een gesprek te hebben om

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


het meegemaakte te delen en nog eens te overwegen. Ook het verwerken van de aandoening en de gevolgen voor zijn dagelijks leven worden besproken. ‘’Het hardlopen zal niet weer zo zijn als eerder, maar ik zal het weer opbouwen!’’ zegt hij krachtig, wetende dat in het verleden wel vaker momenten zijn geweest die doorzettingsvermogen vereisten. De nekhaartjes gaan liggen. Een koude rilling onderdrukkend, laat ik de man de spreekkamer uitgaan en sluit ik de deur. Klik hier voor de video gemaakt door Margaux, Rebecca, Ibbe en Berber.

34

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


35

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


Pijne pink - Arjen Boswijk Het was die ochtend vroeger dan andere ochtenden. Mijn jongste dochter, Lola, had me uit de slaap gehouden. Ze lijdt aan nachtschrik en had de afgelopen nacht het huis wakker gegild. Daarna kwam er van slapen niet veel meer. Om half zeven besloot ik op te staan en de ontbijttafel klaar te maken. Ook de boterhambakjes van de meiden stonden klaar om gevuld te worden. Omdat de meisjes nog niet beneden waren, ze namen de tijd om voor spiegels te paraderen en minstens vijf jurken te passen, besloot ik eerst het overblijfeten klaar te maken. Nog half in gedachten nam ik de gevaarlijkste kaasschaaf uit de bestekla en sneed plak na plak. Van boven kwam wat klein geruzie de trap af en ik luisterde of er ingegrepen moest worden. De stemmen verstomden en ik hervatte mijn schaafwerk. Toen gebeurde waar ik altijd bang voor was geweest. In plaats van kaas schaafde ik mijn linkerpink.

36

De bovenkant van mijn kleinste vinger werd kort ongevoelig, daarna kwam in golven de pijn. Ik durfde niet te kijken, maar nam mijn linkerhand in de rechter en danste zacht jammerend door de kamer. Daarna de trap op tot ik in de badkamerspiegel de ogen van mijn vrouw ontmoette. Terwijl ik haar kort vertelde wat er beneden was gebeurd riep ze drie keer hard: NEE! Ook mijn dochters waren intussen de badkamer binnengekomen en keken met angstige ogen naar hun gewonde doch dansende vader. Beneden vroeg mijn vrouw me of ze mocht zien hoe groot de schade was en ik opende mijn hand. Op het aanrecht had mijn oudste dochter intussen het afgeschaafde stukje pink gevonden en ze wees ernaar vol afgrijzen. Terwijl mijn vrouw de schade bekeek vroeg mijn jongste dochter me met een bang gezicht: papa, heb je een pijne pink? En precies, dat was het, een pijne pink. En ik moest zo snel mogelijk

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


met die pijne pink naar een arts. Bloedend als een rund wikkelde ik de gewonde vinger in een papieren zakdoek en voelde me misselijk. Ik wilde terug naar bed en niets weten van wonden en bloed. Ik zou gaan slapen en dromen dat dit een akelige droom zou zijn.Maar tien minuten later zat ik in de auto op weg naar de dokterspost, om daar genezing te zoeken, om eerste hulp, en tweede en derde. Alle hulp was welkom. De dienstdoende arts was vriendelijk hoewel ze er al een hele nacht werken op had zitten en vroeg me wat er was gebeurd. Ze luisterde geduldig naar mijn verhaal en ik schaamde me een beetje. Een volwassen man die spierwit en misselijk van ellende kwam vertellen dat hij een ontbijt had proberen te maken voor zijn dochters. En dat de kaasschaaf was uitgeschoten. En dat er waarschijn­ lij­k een stuk pink miste en dat ik daar niet naar durfde te kijken. De arts durfde wel. Ze wikkelde het stuk tissue behoedzaam los. Uiteraard zat het vast in de bloedende wond. Ik moest flink zijn. Groot en flink.

37

Toen zag ik voor het eerst wat ik had aangericht. De bovenkant van de pink was verdwenen. Een langwerpig gapend gat vol bloed en eerlijk zei de arts tegen me: dat ziet er niet zo mooi uit. Zo voelde het ook. Ze vertelde me op geruststellende toon wat ze ging doen en vroeg me zelfs nog naar het stukje vlees op het aanrecht. Ja, nee, vergeten mee te nemen. Toen maakte ze de wond schoon en bleef tegen me praten. Ik had het gevoel dat ik ter plekke elk moment onderuit kon gaan. Na het verbinden van de wond vroeg ik haar met kleine stem: ik hoef toch niet naar mijn werk, dokter. Natuurlijk ga je werken, was het antwoord. Geen probleem hoor, werken met zo’n pink. Ze keek me vriendelijk aan terwijl ze dat zei. De wond klopte, ik nam die dag wat pijnstillers en ’s avonds bij het avondeten informeerde mijn jongste dochter naar mijn pink. Ach, zei ik tegen haar, papa moet gewoon een beetje flink zijn. Het is tenslotte alleen maar een pijne pink…..een kleine pijne pink.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


40

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Rosa Schneider, 12 jaar


Het briefje - Marion Bouwmeester-Schröder Het was zo’n gewone zaterdagochtend en ik had visitedienst met de jonge en sympathieke chauffeur Ruben. Zoals altijd begonnen we met een genoeglijk kopje koffie op de huisartsenpost, samen met de consultarts en de assistente. Even goed wakker worden, even de laatste wetenswaardigheden uitwisselen en weer in de DDG-sfeer komen…… Daar klonk het bekende sms geluidje van de dienst­ telefoon en rolde de eerste visite binnen. De vraag was om te gaan schouwen bij het – toch nog onverwachte- overlijden van een 91-jarige man in een dorp op het Hoogeland. Niet echt een haastklus, leek mij, maar toen de koffie op was gingen we op pad. We reden via mooie, landelijke weggetjes en kwamen bij een klein dorpje aan. Met behulp van de navigatie vonden we het oude huis in een straatje achteraf. Zo’n huisje waar op het eerste oog de tijd bijna een eeuw had stilgestaan. Ik belde aan en de zoon ging mij voor door een smal

39

donker gangetje, waar het muf en wat schimmelig rook. We liepen door een smalle keuken met een oud granieten aanrecht, waar wat scherfjes misten langs de rand van de gootsteen en waarboven een waakvlammetje flakkerde in een aftandse geiser. In de gauwigheid zag ik op het aanrecht wat vieze kopjes staan naast een oude koffiepot en een grijs geëmailleerd bakje met het woord “zeep” erop. We kwamen in een woonkamer, die sober ingericht was en waar iemand klaarblijkelijk aan tafel had gezeten bij een opengeslagen krant. “Ja,” zei de zoon, “ik kwam vanmorgen zoals vaak bij pa kijken, maar hij reageerde niet toen ik binnen kwam. Na wat zoeken vond ik hem dood in de slaapkamer.” Bij deze woorden trok hij een zijdeur open en zag ik onderaan de deuropening het bleke hoofd van een dode man de kamer inkijken, als een soort Jan Klaassen die “kiekeboe” roept om de rand van een poppenkast.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


38

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Groningen IbbeDoktersdienst & Berber Jongepier (8 & 10 jaar)


41

Ik liep erheen, mij naarstig afvragend waarom de overledene er in zo’n hachelijke houding bij lag. Dat werd al snel duidelijk. De slaapkamer was een smal pijpenlaatje, waar alleen plaats was voor een bed, met ongeveer dertig centimeter ruimte tussen het bed en de muur, waar de deur in zat. De oude heer had blijkbaar nog een poging gedaan om op te staan en was daarbij in doodsnood neergevallen, ingeklemd tussen het bed en de muur.

Het bed was zó oud, dat de zijkanten als luciferhoutjes los te breken waren, waardoor de bodem en de poten snel in zicht kwamen. Daaronder bleek een wit emaillen po te staan, die vol met urine zat. Bovenop de urine dreef een in vieren gevouwen, wit papiertje…… Ik zette de po met opgetrokken neus opzij zodat we de bedbodem op zijn kant konden zetten en het dode, verkrampte lichaam voorzichtig op de rug konden leggen.

Tja, het constateren van de dood was het probleem niet. Des te lastiger leek het om de overledene uit deze benarde positie te halen. “Ach”, zei de zoon, “ we kunnen het bed gewoon weghalen, dan moet het lukken!” Ik besloot chauffeur Ruben erbij te halen voor het zware werk. Die fronste even zijn wenkbrauwen, maar ging vervolgens samen met de zoon aan de slag.

We sjouwden met vereende krachten het matras de woonkamer in om hierop de overledene op een waardiger manier neer te leggen. Ik bedekte hem met één van de gerafelde dekens van het bed.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Na dit gedaan te hebben volgde het bekende ritueel van het invullen van de overlijdenspapieren en zaten we nog even te praten met de zoon en zijn inmiddels binnengekomen zus. Ze hadden er vrede mee: pa had altijd in zijn eigen huisje kunnen blijven wonen en had tot gister nog wat rondgescharreld. Tenslotte belde ik de begrafenisondernemer en namen Ruben en ik afscheid. Bij het wegrijden bleef één vraag door mijn hoofd rondcirkelen: wat zou er op dat briefje in de po gestaan hebben?

42

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Koninginnedag - Jolanda Goedhart Arjan, onze zoon van 10 jaar, is al een tijdje aan het kwakkelen. Regelmatig heeft hij buikpijnklachten en moet dan overgeven, eigenlijk net iets te vaak naar mijn idee. Zeker ook omdat er op school eigenlijk niets lijkt te “heersen “. Misschien heeft hij wel steeds pech ... met dat idee neem ik er voor mezelf ook nog steeds genoegen mee... Het is donderdagmiddag 29 april 2010 als ik beide kinderen om kwart over 3 uit school wil halen. Ik wacht onze dochter op bij het hek van de kleuters, zoals altijd. Plotseling komen Arjan zijn klasgenootjes naar me toe gerend, ze vertellen me dat Arjan ziek is. De hele middag al, maar ze konden mij niet bereiken. Ach die arme jongen flitst door mij heen, uitgerekend nu, nu ik er niet was ...Vlug lopen we naar zijn klas, daar tref ik hem aan op een door zijn juf gefabriceerd matras van kussens uit een bank. Hij ligt achterin de klas, weer heeft hij enorme buikpijn. Alweer ! Hij ligt er als een zielig hoopje. Zo kan hij niet mee naar huis lopen, ook al is het dan

43

maar 5 minuten lopen, als je pijn hebt is dat heel ver! Ik besluit de auto van mijn vader op te halen, aangezien mijn man onze auto mee heeft naar zijn werk. Gelukkig woont die vlakbij! Ik spreek af met Arjan en zijn juf dat ik er zo weer ben. Zo snel als ik kan haast ik me naar mijn vader, onze dochter beduusd naast me lopend. Ze loopt zo snel haar kleine beentjes kunnen. Met de auto ben ik snel terug bij school. Eenmaal thuis wil Arjan gelijk naar bed. Met pijn en moeite komt hij in zijn hoogslaper. Normaal zijn dit erg leuke bedden, maar nu totaal niet handig. De pijn wordt als maar erger, en hij is ook weer misselijk. Hij lijkt ook koorts te hebben. Het inmiddels al half 6, maar ik ben er niks gerust op. Als ik Arjan zijn temperatuur opneem is het boven de 38,5. Ik besluit de huisartsenpost te bellen, al is het alleen maar om gerustgesteld te worden, want ik maak me echt zorgen. Straks heeft hij een

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


44

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Reanata Scheltens (4 jaar)


blindedarmontsteking. Daar moet je niet te lang mee wachten. Ik leg mijn verhaal voor aan de telefoniste, ze vertelt me dat ik binnen een half uur word terug gebeld, maar nog geen 5 minuten later belt er al een assistente. Nogmaals vertel ik mijn verhaal, en mijn zorgen, dat ik bang ben voor een blindedarmontsteking. Ik hoop dat ze me kan gerust stellen, en dat ze zegt dat het wel meevalt, en dat het gewoon iets is wat heerst, maar in plaats daarvan deelt ze mijn zorgen. Het lijkt haar inderdaad beter om even langs te komen. We kunnen direct komen. Direct? Ik moet even slikken, zo snel? Mijn man is nog aan het werk en het duurt minstens een halfuur voor hij thuis is en ik moet oppas regelen voor onze dochter. We spreken af dat we zo snel mogelijk komen als mijn man thuis is. Ik bel hem gelijk. En na vervanging te hebben geregeld op zijn werk komt hij gelijk onze kant op.

45

Ondertussen probeer ik Arjan weer uit die vervelende hoogslaper te krijgen, dit gaat nog lastiger als er in te komen. Terwijl ik hem help om in een makkelijke broek te komen, moet hij opeens spugen. Onderweg in de auto doet elke beweging Arjan pijn. De laatste hobbel het terrein op bij de huisartsenpost is het pijnlijkst. Hoe kunnen ze daar ook zo’n verhoging maken ? Arjan kermt van de pijn. Met veel moeite loopt hij met ons naar binnen. Hij loopt als een oud opaatje, zo veel pijn heeft hij. Eenmaal binnen in de hal moet Arjan alweer spugen, gelukkig ben ik voorbereid en heb ik een emmer mee. Als ik de inhoud van de emmer heb opgeruimd in het toilet melden we ons. We mogen plaats nemen in de wachtruimte, die helemaal vol zit. Als al die mensen nog voor ons zijn, dan kan het nog wel even duren. Er zijn een hoop zieke mensen denk ik nog bij mezelf.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


We zitten nog maar net of Arjan word al opgeroepen. Een aardige arts vraagt Arjan wat er aan de hand is, samen vertellen we waar hij last van heeft. Arjan mag plaatsnemen op de onderzoekstafel, met hulp van de arts lukt het hem te gaan liggen. De arts onderzoekt zijn onderbuik, hij beklopt het en vraagt of het pijn doet, hij drukt in zijn buik en laat dan ineens los. Dat laatste blijkt erg pijnlijk en verder zit de pijn rondom de navel. De arts vermoed ook wat ik zelf ook vermoedde, een blindedarmontsteking. We mogen gelijk door naar de Eerste Hulp van het ziekenhuis. Hij probeert een afspraak voor ons te regelen in het UMCG, maar daar zit het vol. In het Martiniziekenhuis is nog wel plek, dus daar gaan we naar toe. Uiteindelijk blijkt het inderdaad een blindedarmontsteking te zijn.

46

Arjan is de volgende dag, op Koninginnedag, geopereerd. Een dag die we ons van te voren heel anders hadden voorgesteld. Maar wat ben ik blij dat ik naar mijn gevoel geluisterd heb, want ik was in eerste instantie wel even bang dat ik voor een griepje belde, maar zo zie je maar dat niet alles een onschuldig griepje is.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


Teamwork - José Postma Het is Eerste Kerstdag en ik heb dienst. Thuis zitten ze lekker aan het kerstdiner. Ook op de post hebben we het extra gezellig gemaakt. De kerstslingers en kerstballen glinsteren in het licht van de lampen. We hebben het eten, dat ze voor ons hebben besteld, net op. Het is niet druk, maar het loopt lekker door. Een snijwond, een zware griep, een allergische reactie, ongeruste ouders, maar geen echt ernstige dingen. Een aantal patiënten komen naar de post, maar veel kan door onszelf worden afgehandeld. De visiteauto is zojuist vertrokken naar een mevrouw die is gevallen en daardoor erg duizelig is. Er komt een ouder stel binnenlopen. De vrouw ondersteunt haar man die moeilijk en een beetje in elkaar gedoken loopt. Ze verontschuldigen zich voor het feit dat ze niet eerst hebben gebeld maar ze komen net bij hun dochter vandaan en de man voelde zich plotseling erg naar. Ze reden het Damsterdiep op en zagen de huisartsenpost staan. De man rilt, zweet en ziet

48

bleek. Hij voelt zich echt niet lekker, dat zie je zo. Ik vraag naar de naam van de man, klaar om deze in te voeren in de computer. De vrouw slaakt een gil en ik zie de man voor de balie ineen zakken. Als een speer ren ik de balie uit naar de man toe, die languit op de mat voor de ingang ligt. Hij is lijkbleek en reageert nergens meer op. Ik sla alarm en controleer, samen met de toegesnelde arts, snel een aantal zaken maar het is mij allang duidelijk en schreeuw naar mijn collega: “Bel een ambulance!”. Ik ren terug naar de balie, graai de AED van de muur en ren terug naar de patiënt. Mijn collega heeft inmiddels mijn plek achter de balie overgenomen en de ambulance gebeld. Samen met de arts voeren we de handelingen uit die we moeten doen. Bizar, hoe rustig we zijn. Hardop pratend vertellen we elkaar wat we doen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de vrouw. Met open mond staat ze te kijken wat er gebeurt. Ik kan nu even niets voor haar doen. In de verte hoor ik de sirene loeien. “Concentreer je, ze

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


47

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Sterra, Tessa, Oscar & Teun


nemen het zo over,“ prent ik mezelf in. Als een goed op elkaar ingespeeld team werken we door. Resultaat blijft uit. Verdorie! De mannen van de ambulance rennen binnen en nemen het vloeiend van ons over. Ik doe een stap terug. Ondertussen licht de arts de ambulancebroeders in over zijn bevindingen. Ik loop naar de vrouw, die daar nog steeds verloren staat en sla mijn arm om haar heen. Wat zeg ik tegen d’r? Rustig maar, het komt allemaal goed? Ik heb echt geen idee! Op dat moment geven de piepjes aan dat meneer ‘het weer doet’. Dan gaat het snel. In hoog tempo ligt de man op de brancard en drukken ze hem in de ambulance. Beduusd stap de vrouw in de ambulance. Ik kijk ze na en zie ze met loeiende sirenes en hoge snelheid de bocht om vliegen. Ik hoop zo dat het goed komt.

druk was. In de tussentijd is niemand binnen komen lopen, geen moeder met een ziek kindje, stel je voor! Met een bak koffie in de hand evalueren we wat er is gebeurd. De beker trilt. Na een tijdje sta ik op en hang de AED weer terug op zijn plek, voorzien van nieuwe pads. Ik ga zitten op mijn plek en pak de telefoon. Tijd om de volgende patiënt terug te bellen. Na een tijdje verbindt mijn collega een vrouw naar mij door. Het is de dochter van de man van zo straks. Ik kom erachter dat de heer Van Wijk, want zo blijkt hij te heten, is opgenomen op de intensive care en dat hij stabiel is. Gelukkig maar. Klik hier voor de video gemaakt door door Sterre, Tessa, Oscar en Teun

We lopen terug naar binnen en ploffen op de stoel. Poeh, even bijkomen. Wat een geluk dat het niet

49

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Knopie - Cees Baas Nu moet dit verhaal eindelijk maar eens verteld worden. Ik was een jonge dokter in een afgelegen dorp op de zandgronden en het was een heel andere tijd. Maar de geschiedenis van de oude Japsen en zijn kinderen heeft me nooit losgelaten. Ze hadden een keuterboerderij achteraf en ze zaten elke zondag netjes op grootte in de kerk. De drie dochters altijd even schichtig, de twee oudste zoons net zo bonkig als hun vader: trots, koppig en sterk. De moeder was vroeger in het kraambed doodgebloed, het nakomertje was een jaar of tien. Hij werd meestal Knopie genoemd, omdat hij ooit voor de klas pontificaal zijn gulp open had staan. Knopie was een tenger ventje met treurige ogen. Een aandoenlijk knulletje voor wie het vast niet meeviel dat hij van zijn broers na school flink mee moest helpen met de varkens en op de akker. Op een dag kreeg ik bericht dat de oude Japsen ziek was en of ik naar ze toe wilde komen. Het kostte me meer dan een half uur, over de rulle zandpaden van

50

een gortdroge zomeravond. Bij ontvangst stonden de dochters me op te wachten bij de deur. Vader was aan het hoesten en lag al dagen met koorts. Hij zag er ziek uit en was vermagerd. Toen ik hem nakeek bleek mijn vermoeden juist, een flinke long­ ontsteking. Dat was in die tijd een ernstige diagnose, er gingen veel mensen aan dood. Ik vertelde ze maar niet van de penicilline die in Nederland nog maar mondjesmaat beschikbaar was. Toen ik de kamer met bedstee verliet, zag ik Knopie bovenaan de trap staan. Hij had een lelijk blauw oog en keek me uitdrukkingsloos aan. Ik stapte met bezwaard gemoed in mijn auto, niet alleen vanwege Japsen, maar ook vanwege Knopie. Natuurlijk kwam kindermishandeling in die dagen ook voor, misschien nog wel meer dan nu, maar iedereen bemoeide zich met zijn eigen zaken. Dokters ook, behalve als het echt uit de hand liep.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


Japsen kwam goed door zijn longontsteking heen. Hij bleef net zo koppig als altijd en ging door met roken, ook al had ik hem gewaarschuwd. Velen van ons zagen toen al wel de samenhang met longziekten. De zomer ging voorbij in het dorp. Roddels kwamen en gingen, er werd gehooid, er werd geoogst, de varkens werden vetgemest voor de slacht. Alleen Japsen werd alsmaar magerder. Eind september werd ik weer geroepen. Het was een gure nacht met grauwe wolken, die door de hemel joegen en de halve maan af en toe verduisterden. Bij vlagen gutste de regen over mijn voorruit. Toen ik aankwam was het al voorbij. Ik knikte naar de oudste dochter. Ze huilde niet toen ze zijn ogen sloot. Ze had meer een blik van berusting, misschien ook wel opluchting. God weet wat er zich onder dat dak allemaal afspeelde. Ik wist niet of ze beter af zouden zijn onder de heerschappij van de broers, nu

51

vader er niet meer was. Ik wist wel dat een boerderij zoals die van hun weinig toekomst had zonder sterke mannenarmen. Terwijl ik nog naar de graatmagere Japsen stond te kijken klonk er buiten ineens een hels kabaal. Ik haastte me naar de achterkant van de schuur. Daar trof ik de scène aan die me mijn leven lang is bijgebleven. In het vale schijnsel van de maan zag ik twee woedend krijsende zwijnen in gevecht met een verwilderde boerenhond. Het ging om een stuk bot met flarden huid en vlees er nog aan. De jongere broer sloeg met een schop in op de vechten­ de beesten, de oudste keek op van zijn werk en bevroor toen hij me zag. Hij stond naast het natte zand van een dichtgegooide kuil. De graafsporen van de zwijnen en de hond waren duidelijk zichtbaar. Hij probeerde met bagger en rommel van de mestvaalt de sporen uit te wissen. Ik heb geen woord gezegd. Na verloop van tijd draaide ik me om en ging naar huis, misselijk bij de gedachte dat het bot een menselijke ellepijp was.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Na verloop van tijd ben ik verhuisd, naar een andere provincie. Ik heb geen idee wat er van de broers en zusters Japsen geworden is. Maar de beelden van die nacht hebben me nooit meer losgelaten.

52

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


Een roze wolk met een grijs randje - Beatrice Ludden-Buntic “Heel erg bedankt voor de goede zorgen en wie weet, tot ziens!” Het was zaterdag 28 april 2012, ik nam afscheid van de kraamverzorgster. Er lag een hectische week in het ziekenhuis achter me en ik was net twee dagen thuis. Een week eerder waren heel plotseling mijn vliezen gebroken. 36 weken zwanger en net één dag verlof: daar had ik nog niet op gerekend! In korte tijd beviel ik van mijn eerste kindje, een meisje. Hoewel de bevalling zelf vlot en probleemloos verliep, kreeg ik daarna te maken met vervelende complicaties. De placenta moest operatief verwijderd worden en daarna verloor ik 4,5 liter bloed. Er volgde een bloedtransfusie, ik belandde op de IC en verbleef, samen met man en dochter, een week in het ziekenhuis. Klik hier voor extra geluid

53

Hoewel de zorg in het ziekenhuis fantastisch was, betekende dit een ander begin van de kraamtijd dan verwacht. Na 36 weken onafgebroken samen, waren mijn dochter en ik plotseling het grootste deel van de tijd gescheiden van elkaar. Niet bepaald de roze wolk waarover iedereen het altijd had. En in de dagen die volgden zou zich een nog grijzer randje om mijn roze wolk vormen. “Ik heb wat pijn op mijn rug”, zei ik die zaterdag tegen mijn schoonmoeder. Mijn man was voor het eerst weer een dag aan het werk gegaan en mijn schoonouders losten de kraamverzorgster af. Na die hectische eerste kraamweek hadden we goede hoop dat nu dan eindelijk die bekende wolk roze zou kleuren. Maar waar kwam nou die pijn zo ineens vandaan? Misschien had ik een verkeerde beweging gemaakt. Voelde dit als spierpijn? “Ga anders even op bed liggen,” stelde mijn schoonmoeder voor. Ik probeerde het op mijn rug,

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


op mijn buik, op mijn zij, maar kon mijn draai niet vinden. Die pijn! Wat was dit? “Volgens mij is dit niet goed,” piepte ik, toen ik weer naar beneden gestrompeld was. Mijn lichaamstemperatuur was inmiddels gestegen, ik voelde klam aan; de pijn werd steeds heviger. Moest ik staan, zitten of liggen? Ik wist het niet. Alles deed pijn.

54

vergezeld door een huisarts in opleiding. Ze onderzochten mij gezamenlijk en hoorden mijn verhaal over de bevalling van de week daarvoor aan. Dat bracht hen ertoe contact op te nemen met het ziekenhuis. Konden deze klachten nog iets met de bevalling en operatie te maken hebben?

“Ik bel de Doktersdienst!” zei mijn schoonmoeder gedecideerd en ze pakte de telefoon. Ze legde de situatie uit. Aangezien ik nog in mijn kraamtijd zat, zou er een arts bij mij langskomen en hoefden wij niet zelf op pad. Dat voelde als een opluchting in die benauwende pijn.

Afgesproken werd dat ik per ambulance naar het ziekenhuis teruggebracht zou worden. Meerdere buren stonden inmiddels op straat, nieuwsgierig waarom er een ambulance voor onze deur stond. Ik voelde me wat opgelaten toen ik, liggend op de brancard en met een van pijn vertrokken gezicht, onder toeziend oog van de uitgelopen straat de ambulance in werd geschoven.

Mijn schoonvader tuurde ongeduldig uit het raam, wachtend tot de auto van de Doktersdienst zou verschijnen. “Daar zijn ze!”, klonk het opgelucht. De arts, een vriendelijke man met een geruststellende stem, stapte de woonkamer binnen,

En zo belandde ik twee dagen na thuiskomst opnieuw in het ziekenhuis... alsof ik nooit was weggeweest. Het kostte tijd, verschillende onderzoeken en veel pijn, maar uiteindelijk werd een diagnose gesteld en de behandeling gestart: ik bleek

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


55

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Maikel Milan Okken (10 jaar)


meerdere longembolieĂŤn te hebben. Pure pech door een verhoogd risico van de zwangerschap, bevalling en operatie! Een geluk dat de artsen van de Doktersdienst zo doortastend hadden opgetreden en mij naar het ziekenhuis hadden laten brengen. Toen ik naar de verpleegafdeling mocht, bracht een van de artsen mij tot mijn verrassing de groeten over van de arts die bij mij thuis geweest was. Hij had speciaal naar het ziekenhuis gebeld om na te vragen hoe het nu met mij was! In de malle medische molen waarin ik in mijn kraamtijd beland was, deed de betrokkenheid van deze arts van de Doktersdienst mij heel erg goed!

56

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


Kantje boord - Gonda Middelberg 16 september 2009: een dag die letterlijk en figuurlijk in mijn hersenen staat gegrift. Ik voelde me niet helemaal lekker. Niet echt iets bijzonders, maar om een of andere reden toch mijn echtgenoot gewaarschuwd dat ik even op de bank ging liggen. Toen hij later bij mij kwam, vond hij mij toch wat wazig en heeft hij de Doktersdienst gebeld. Voordat de arts was gearriveerd kreeg ik zo’n ontzettende hoofdpijn, dat ik het uitgilde van de pijn. Mijn man belde weer de huisartsenpost maar de arts was al onderweg.

Ik heb de arts, die mij naar het ziekenhuis doorverwees altijd nog eens willen bedanken. Want heel vaak worden hersenbloedingen niet onderkend en krijgt de patiënt medicijnen tegen migraine voorgeschreven. In mijn geval had dat een dodelijke afloop betekent. Zoals 1 op de 3 mensen met een hersenbloeding overlijden nog voordat ze het ziekenhuis bereiken. Dus als er nog te achterhalen valt welke arts er die dag dienst had: Bedank hem namens mij!!!

Van wat er daarna gebeurde heb ikzelf niets meer meegekregen. De arts veronderstelde een hersenbloeding en heeft meteen de ambulance gebeld. Bij aankomst in het ziekenhuis ben ik gestopt met ademhalen. Ze hebben me toen onmiddellijk geïntubeerd, morfine gegeven en een gaatje in mijn schedel geboord en de volgende dag is de uitstulping van de hersenslagader chirurgisch gestopt.

57

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Slechte film - Amelia Kloppenberg Met hartkloppingen in mijn keel kijk ik in ogen die ik niet wil zien. Donkere dreigende ogen. “Wat moet ik doen, hoe krijg ik hem rustig?” Tegen tien uur ’s avonds zijn ze met z’n drieën op de huisartsenpost gekomen. Een jonge moeder, ik schat haar rond vijfentwintig jaar, haar dochtertje van twee en de man. De man is ouder, een jaar of veertig, lang en grof gebouwd. De moeder is zichtbaar onrustig en vertelt dat het kind sinds vanavond suf en koortsig is. Ik onderzoek de peuter, maar kan niets ontdekken dat het verhaal van de moeder kan bevestigen. Het meisje speelt, is alert en lacht naar me. Ze wil er vandoor gaan met mijn oorthermometer terwijl ik haar temperatuur opneem. Geen koorts.

58

Klik hier voor extra geluid

Rustig leg ik uit wat mijn bevindingen zijn en dat ik op dit moment geen afwijkingen kan vinden. Ik vraag de moeder nogmaals haar verhaal te doen, maar er komen geen nieuwe dingen naar voren. Ik probeer ze gerust te stellen en stel voor dat ze naar huis gaan en het aankijken. De moeder lijkt gerust en maakt aanstalten om afscheid te nemen. Dan staat de man op en heft plots zijn beide armen in de lucht. Zijn vuisten landen met een enorme klap om mijn bureau. Mijn adem stokt. Mijn oren lijken niets anders te horen dan het gebonk van mijn hart. Ik voel koud zweet in mijn handpalmen. Ook de moeder schrikt van de reactie van haar vriend. Ze probeert hem tot rust te manen, zonder succes. ‘Nee, deze dokter probeert zich er gemakkelijk van af te maken, maar zo doen we dat niet,’ sist hij woedend tegen haar. Het meisje begint te krijsen en de man gaat volledig door het lint. Met kracht gooit hij mijn massief eiken tafel omver.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Ik spring nog net op tijd achteruit. ‘Wat wilt u van mij?’ Ik hoor mijn stem overslaan. Hij antwoordt niet en stapt met zijn lange benen over de omgegooide tafel. Met uitgestoken handen reikt hij naar mijn hals. Ondertussen heb ik de spreekkamerdeur met een grote zwaai open kunnen gooien. Mijn assistente komt op het lawaai af gerend. Even lijkt de man te beseffen waar hij mee bezig is. Hij staart met ontzetting naar zijn uitgestoken handen en trekt ze langzaam terug. Zweetdruppeltjes parelen boven zijn lip. De stilte in de spreekkamer is oorverdovend. Een moment denk ik dat het ergste voorbij is, maar de man doet een stap naar voren. Vastgeklemd sta ik tussen de muur en de man. Ik voel de nabijheid van zijn grote lijf. Ik voel zijn adem in mijn gezicht. Ik ruik de koffie die hij in de wachtkamer heeft gedronken. Met hartkloppingen in mijn keel vraag ik hem nogmaals wat hij van mij wil. ‘Ik wil dat je haar helpt!’

59

schreeuwt hij in mijn gezicht. Met dichtgeknepen ogen tast mijn linkerhand het tafeltje naast mij af, op zoek naar iets…..iets bruikbaars, maar mijn vingers vinden alleen maar pleisters en mijn stethoscoop. Ik houd mijn stethoscoop omhoog en stel voor dat ik het meisje nog een keer zal onderzoeken. De man reageert niet. Zijn vriendin smeekt hem om mij met rust te laten. Koortsachtig probeer ik iets te bedenken. Ik begrijp niet waarom dit gebeurt, ik begrijp zijn reactie niet. De politie, gebeld door mijn assistente, arriveert met zwaailichten en sirenes. Het voelt onwerkelijk, alsof ik in een slechte film zit. Twee agenten stappen mijn spreekkamer binnen. Ze grijpen de man vast en sleuren hem mee naar buiten. De man worstelt en stribbelt tegen maar de grip van de agenten is stevig. Over zijn schouder schreeuwt hij dat hij vanavond nog wel even terug zal komen.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


60

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Oscar &Groningen Teun van Laar (10 & 8 jaar)


Zijn vriendin rent ze achterna. Met het krijsende meisje op haar ene arm probeert ze met de andere arm de politieagenten lost te rukken van haar vriend. Met veel kabaal zet de chaos zich bui­ten de deuren van de huisartsenpost voort. Geschokt blijf ik achter met mijn assistente. Als later die avond mijn dienst ten einde is, loop ik over de parkeerplaats naar mijn auto. Nerveus kijk ik om mij heen en met een zucht van opluchting steek ik met trillende handen de sleutel in het contact. Ik kijk naar beneden en ik zie donkere vlekjes op mijn rok. Tranen rollen over mijn wangen.

61

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


1+1=2 - Martien Boerwinkel Dat je elkaar hard nodig kunt hebben, blijkt uit de dagelijkse samenwerking tussen de meldkamer ambulancezorg en de Doktersdienst. Onlangs kreeg ik als verpleegkundig centralist van de meldkamer ambulancezorg een 112 melding. De melder noemde heel vaag haar naam en haar adres. Vrijwel direct daarna liet ze de hoorn uit haar handen vallen en hoorde ik alleen nog een snurkend geluid. Ik alarmeerde direct twee ambulances en stuurde ze met heel weinig informatie over de toestand van deze vrouw met spoed op pad. Met dat zelfde kleine beetje informatie belde ik met de Doktersdienst. Terwijl de ambulance met spoed onderweg was naar het adres puzzelde de doktersassistent met mij mee op zoek naar meer informatie over de melder. Ik had geen telefoonnummer en mogelijk was de naam verkeerd. Het was zaak om snel een beeld te krijgen bij de gezondheidstoestand van deze vrouw. Was

62

deze vrouw bekend met bijvoorbeeld suikerziekte of epilepsie? Of moesten we toch uit gaan van een mogelijk herseninfarct of zelfs een reanimatie. Op de andere lijn hoorde ik de vrouw nog steeds met een snurkende ademhaling. Het duurde een paar minuten, maar met het enigszins aanpassen van de achternaam kwamen we bij het juiste adres. De vrouw bleek uitgebreid bekend te zijn met epilepsie en had kennelijk een aanval aan voelen komen en nog net 112 kunnen bellen. De doktersassistent zag in haar scherm een contactpersoon staan en besloot deze te bellen om eventueel de deur bij de vrouw te openen. Het bleek familie te zijn van een paar huizen verderop. Ondertussen praatte ik de ambulWancebemanning bij met de nieuwe informatie die ik via de huisartsendienst had ontvangen. Een paar minuten later was de ambulance ter plaatse. Tegelijk met het familielid met de sleutel van de woning. Ze troffen de vrouw hevig schuddend in de woning aan.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


De telefoon lag naast haar op de grond. Ze had inderdaad een epileptische aanval. Er werd medicatie toegediend en de vrouw is naar het ziekenhuis gebracht. Ik heb de huisartsendienst gebeld en samen konden we terug kijken op een goede en mooie samenwerking rond deze situatie.

63

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen


The A-Team - Mariette Mesken Het is elf uur als mijn nachtdienst in het verpleeg­ huis begint. Tijdens de overdracht met mijn collega bespreken we onze terminale bewoner, Dhr. Keizer. De hoogbejaarde man met ernstige COPD heeft het al een aantal dagen zwaar. Ademen is voor hem een strijd. Om zijn longen zoveel mogelijk de ruimte te geven zit hij rechtop in zijn bed. Zijn eigen huisarts is er eerder op de dag nog geweest.’Dit sterfbed is zijn lot,’ concludeerde hij. ‘Ik kan er niet meer zoveel aan doen.’ ‘Voor echte verlichting van de benauwdheid moet uw vader naar het ziekenhuis,’ vertelt de huisarts aan de bezorgde zoon. Maar daar sterven is iets wat Dhr. Keizer niet wil. Al onze inspanningen en die van de huisarts zijn erop gericht hem in zijn eigen omgeving te kunnen laten sterven.

64

Na de overdracht besluit ik direct even poolshoogte te gaan nemen. Ik tref Dhr. Keizer in ernstige ademnood. Stervend op zijn bed. Drijfnat van het transpireren. Zijn wijd open gesperde ogen spreken paniek en hij heeft niet genoeg adem om te spreken. Sterven is voor hem een echte strijd. En zijn zoon zit naast het bed van zijn vader. Voorovergebogen met zijn handen in het haar. Hij oogt erg vermoeid. Al dagen zit hij trouw naast het sterfbed van zijn vader. Nu is hij radeloos. ‘Kan dit niet anders?’ vraagt hij me. De wanhoop klinkt door in zijn trillende stem.‘Dat ga ik voor u vragen,’ verzeker ik hem. Want na een paar momenten kijken naar de enorme strijd om zuurstof, is dat precies wat ik me ook afvraag. De assistente van de Doktersdienst hoort mijn verhaal aan. ‘Er komt zo snel mogelijk een arts,’ zegt ze en binnen een half uur laat ik de huisarts en zijn chauffeur binnen.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Als de arts me een hand geeft, schiet er even door me heen...’hij lijkt wel iets op B.A. , van The A-team. Hetzelfde forse postuur. Zijn kapsel lijkt ook en ook zijn huidskleur.’ Grappig hoe uiterlijk een verwach­ ting schept. Maar in dit geval hoop ik op iets heel anders dan een forse gekleurde vechtende man! Ook de zoon van Dhr. Keizer kijkt verbaasd op als de arts hem een hand geeft. Dan wendt de arts zich tot de ernstig benauwde oude man. Hij verzekert zijn zoon, dat hij het hem wat makkelijker kan maken. Kalm en rustig legt de arts uit wat er gebeurt in het lichaam van deze oude man en vooral wat hij er aan kan doen, wat er daarna gaat gebeuren en specifiek aan mij, waar ik op moet letten.

Eenmaal weer op de gang wenst de arts me sterkte. ‘En bel gerust weer als je het niet vertrouwt.’ We lopen naar de trap. Eenmaal boven aan de trap op de derde verdieping zien we beneden de chauffeur van de Doktersdienst staan. Hij was de kamer uitgelopen om zijn diensttelefoon te beantwoorden. We moeten snel verder naar de volgende patiënt, roept hij naar boven. De arts begint, terwijl hij de trap afloopt, de begintune van The A-team te neuriën, tatata taa tata taaa... en zegt met een grote glimlach tegen mij. Wij zijn The A-team! Hij is Face… en ik ben B.A.!

Dhr. Keizer krijgt een verlossende injectie. Terwijl de arts het effect ervan afwacht geeft hij de zoon bemoedigende woorden. We zien de benauwdheid acceptabeler vormen aan nemen. En de oude man kan eindelijk rusten.

65

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


66

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Tessa &Groningen Sterre Mesken (12 & 9 jaar)


De juiste beslissing - Marjan van Erp

67

Wanneer je voor de tweede keer ouders wordt, weet je wat je te wachten staat. De kraamweek, het bezoek, slapeloze nachten, eerste poepluier, voedingen. Het blijft echter een wonder wanneer je pasgeboren zoon je voor het eerst in de ogen kijkt. Teun was een prachtige baby en we waren erg gelukkig met z’n vieren. Mink was niet jaloers en Teun deed alles volgens het boekje. We hadden iedere dag bezoek en het viel iedereen op hoe relaxed we waren.

Maar ja.. dat doen baby’s wel vaker. Hij spuugde toch niet met een boog? Oeps, daar spuugde hij alweer.. Teun bleef maar krijsen. Moeten we de dokter bellen? Het is zondag.. maar ja dat is hun werk. Nog even aankijken? Daar kwam weer een golf. Toch maar bellen.. Ondertussen temperaturen, 37.8. Dat is niet hoog, maar het voelde niet goed. We mogen langs komen in Leek. Teun ligt in de maxi- cosi en is heel rustig ineens. Hij slaapt lekker. We hebben toch niet voor niets gebeld?

Op de twaalfde dag, een zondag, waren we met z’n vieren thuis. ‘s Middags kwam ‘oude’ oma op kraamvisite. Mooi om te zien hoe een hoog bejaarde vrouw van 89 jaar oud opleeft van een kleine baby. Na alle goede adviezen van oma ging de oudste naar bed. Teun kreeg rond zeven uur een voeding, maar ging niet, zoals gebruikelijk, lekker slapen in mijn armen. Hij was erg aan het huilen en ik begreep hem voor het eerst niet. Wat wilde hij toch? Ik werd een beetje ongerust omdat hij begon over te geven.

De dokter is een jonge vrouw, ik twijfel aan haar ervaring. Ze drukt ons op het hart dat je altijd moet bellen met de Doktersdienst wanneer je ongerust bent over de gezondheid van je kind, vooral wanneer hij zo klein is. Ze onderzoekt hem maar kan niet iets verontrustends vinden. Teun is wat bleek en kreunt een beetje. Ze twijfelt net als ik. Ze zegt, dat ze geen aanwijzingen heeft dat het ernstig is, maar dat ze hem iets te ziek vindt om terug naar huis te sturen. Toch maar bellen met het

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


ziekenhuis, we mogen langskomen. Er wordt ons verteld dat we waarschijnlijk een nacht moeten blijven, omdat het al half tien is. De huisarts vertelt ons ook dat ze in het ziekenhuis waarschijn­ lij­k het idee hebben dat we overbezorgde ouders zijn die hun kind te warm hebben gekleed, waardoor hij wat verhoging heeft. Onderweg bellen we nog met familie,we maken ons geen zorgen. In het Martini ziekenhuis gaat het echter snel achteruit met Teun. Binnen een uur is de situatie ineens heel anders. De kinderarts is thuis gebeld om naar Teun te komen kijken. Langzaamaan wordt het ons duidelijk, dat Teun wel degelijk heel ernstig ziek is en dat we niet veel later hadden moeten bellen met de Doktersdienst. Hij wordt de volgende dag overgeplaatst naar het UMCG. Hij heeft een bacteriële hersenvliesontsteking. De volgende dagen moet hij hard vechten tegen de bacterie maar het lukt hem. Hij komt ongeschonden uit de strijd. Na twee weken mag hij mee naar huis.

68

De kraamtijd is voorbij en we moeten weer even wennen aan elkaar. Nu ruim een jaar later staan we nog steeds versteld van de kracht van ons kleine kereltje en vaak denk ik nog terug aan de vrouw die gelukkig de juiste beslissing nam en toch belde met het ziekenhuis voor advies en ons niet naar huis stuurde. We hebben geen idee of zij wel weet, dat wanneer ze dat niet had gedaan we Teun waarschijnlijk niet hadden zien opgroeien.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Oesters uit Bretagne - Marian Boelens ‘Die oesters zouden toch niet weer opspelen,’ dacht ze. Alweer dagen buikpijn. Ze had er wel vaker last van, maar nu was het anders. Al die bochten in je darmen was ook wel super onhandig. Sinds ze ooit een halfgekookte oester uit het kampvuur van het duikkamp in Bretagne had gegeten, was het nooit meer goed gekomen met haar stoelgang. Maar ja, dat was alweer 30 jaar geleden. ‘Beetje doorbijten, beetje wrijven en veel kopjes thee dan gaat het wel weer over,’ dacht ze. Na vier dagen buikpijn ontdekte ze toch een behoorlijk bobbel aan de linkerzijde van haar buik. Zwanger was ze niet, dus wat deed die bobbel daar? Na wat wrijven verdween de bobbel ook weer in de diepte van haar buik. Gelukkig, want anders kon ze ook niet lekker slapen op die kant. Helemaal vrolijk stond ze de volgende dag op. “Mooi zo! Geen bobbels, geen buikpijn! Zie je wel, toch flinke obstipatie en met een beetje wrijven verdwijnt alles weer.”

69

Die vrolijkheid duurde zes dagen. Op de terugweg uit Zwolle voelde ze de pijn in haar buik weer opkomen. “Verdorie, daar was die bobbel ook weer.” Toen ze de gordel open drukte om meer ruimte te krijgen, zag haar man haar worstelen. ‘Wat is er toch dat je onrustig bent,’ vroeg hij bezorgd. Zonder woorden liet ze hem de bobbel zien en vertelde dat het pijn deed. Een paar dagen geleden durfde ze dat nog niet, want ze wist wel hoe hij zou reageren……. linea recta naar de dokter. En als de duivel één keer in hopen gaat schijten, nou berg je dan maar. Haar man schrok behoorlijk. Zijn grootste bezorgdheid was dat haar darm zou knappen. De bobbel was net zo groot als zes dagen geleden. En ging deze keer niet meer weg door wrijven. Inderdaad, haar man reed direct door naar de dokterspost in Groningen. Er was geen ontkomen aan. Zij zat niet aan het stuur en kon dus niet voorkomen, dat het zo gebeurde zoals haar man wilde. Dat was dus waar ze bang voor was; zijn reactie op medische dingen als een

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


70

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Susan Minnema (5 jaar)


geliefde uit zijn nabije omgeving iets overkwam. Bij de dokterspost was ze niet de enige die een medisch advies wenste. Ondertussen was het tien uur ’s avonds. De arts die haar onderzocht stuurde haar diezelfde avond nog door naar het ziekenhuis voor een foto. ‘Voor alle zekerheid’, zei hij, ‘om iets vervelends uit te sluiten.’ Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen kreeg ze het ene onderzoek na het andere. Op de foto’s was “iets” niet goed te zien. Uiteindelijk moest ze blijven om de volgende dag al vroeg met een darmonderzoek te beginnen. ‘Zou die oester van toen nu dan toch opspelen?’ vroeg ze zich nog even af. Ook de volgende dag was “iets” niet goed te lokaliseren en kon de arts geen goed beeld krijgen van de klachten. Voor die artsen was het duidelijk dat het mes eraan te pas moest komen. Fronsend hoorde ze de artsen aan. “Een operatie aan haar buik?

71

Gaat het allemaal niet een beetje te ver?” Zonder te weten wat er nu precies aan de hand was, werd ze dezelfde dag nog geopereerd. Nog geen 48 uur na het bezoek aan de dokterspost was ze verlost van haar dikke darm kankertumor. De bobbel kwam door een afsluiting in haar darmen. Er kon dus werkelijk geen hap voedsel meer door. Of die oester ooit 30 jaar nodig had om dit resultaat te bereiken, is onbekend. In ieder geval speelt die vraag in de toekomst geen rol meer. Wat had de arts van de dokterspost het goed gezien zonder haar ongerust te maken. Twee reddende engelen, één in de auto en één in de dokterspost.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Déjà Vu - Lilian Schneider Ik tikte zachtjes met mijn wijsvinger tegen haar wang. Met het jukbeen leek alles in orde. ‘Heb je hoofdpijn?’ Ze keek me niet aan en schudde haar hoofd. Ze had niet gehuild toen ze me vertelde wat er was gebeurd. Haar moeder daarentegen wreef voortdurend met een zakdoek over haar ogen. ‘Anne, ik maak je wang schoon met wat jodium, het kan wat prikken,’ zei ik. Ze knikte. Toen ik met het vochtige watje haar wang aanraakte, gaf ze geen kik. Ooit zou het eruit komen, de woede, de onmacht, het verdriet, maar niet vannacht, wist ik. Ik stond op en maakte een spuit gereed. Ze onderging de tetanusinjectie gelaten. ‘Zo, klaar!’ Mijn stem klonk opgewekter dan ik me voelde. ‘Het is wat. Middenin de nacht en straks ook nog naar het politiebureau.’ De stem van de moeder

72

schoot de hoogte in. ‘De klootzak. Hoe durft hij!’ Hoewel ik begreep dat het vreselijk voor haar moest zijn om te horen dat haar dochter het slachtoffer was geworden van een brute aanranding, ging mijn aandacht toch uit naar het bleke meisje tegenover me. Ik ril, als ik mij voorstel hoe haar gezicht de straat had geraakt, toen de man haar fiets onderuit had getrapt. ‘Anne, als je wilt praten, dan kan ik je doorverwijzen.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Nee, niet nodig. Ik ben niet verkracht of zo, jee! ‘ Bij dat laatste woord rolde ze met haar ogen. Voor het eerst kwam er wat kleur op haar wangen en haar ogen schoten vuur. ‘Mam, kunnen we gaan?’ Het lukte me niet om door het muurtje dat ze had opgeworpen heen te breken. Ik zuchtte en wendde me tot de moeder. ‘Goed, dus u maakt haar vannacht een aantal keren wakker? Het is puur een voorzorgsmaatregel.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Ze heeft een harde klap gemaakt.’ Anne’s moeder knikte. ‘Komt in orde dokter. Ik zal goed voor haar zorgen.’ Even leek het alsof de vrouw opnieuw in huilen zou uitbarsten, maar ze beheerste zich. Ze sloeg haar arm om haar dochters tengere schouder en schudde mijn hand. ‘Bedankt dokter, voor alles.’

De onbevangenheid van haar zeventienjarig leventje was in ėėn klap voorbij. Verbaasd constateerde ik dat er tranen over mijn wangen liepen. Een lang weggestopte herinnering drong zich op. Geïrriteerd veegde ik de tranen weg. Niet nu, niet hier. Ik nam een diepe hap adem, stond op en liep naar de wachtkamer. ‘Mevrouw Jansens, komt u mee?’

Toen ik de deur achter hen had gesloten liet ik me vallen in de stoel en verborg mijn gezicht in mijn handen. Het was alsof alle energie uit me was gevloeid. Ik dacht aan de onmacht die ik voelde, omdat ik niet meer voor het meisje had kunnen betekenen. De val van de fiets had een lelijke schaafwond opgeleverd, maar die zou helen. Waar ik me meer zorgen om maakte was wat het innerlijk met haar had gedaan.

73

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Opa - Rina de Groot Hij nam mij vaak mee naar de kinderboerderij in het Stadspark. Met een zak brood. Opa kreeg het oud brood van iedereen in de straat; die zak was altijd overvol. Ik stompte met mijn vuisten hard op de plastic zak. De hele weg -van huis tot kinderboerderij- verbrijzelde ik het in de hoop, dat de kruimels klein en licht zouden zijn. Zo licht, dat de wind het brood naar de uilen in de hoge eiken kon brengen. Want uilen, daar waren opa en ik het over eens, dat zijn de mooiste nachtdieren van de wereld en we zagen ze veel te weinig. De eenden waren te dik, de geiten en kippen te verwend. Eigenlijk vond opa die hele kinderboerderij maar niks. Hij wilde zijn brood alleen aan vogels voeren. ‘Vogels zijn zo mooi,’ zei hij, ‘ze vliegen vrij de hemel in en daar moeten wij ze bij helpen!’

74

Klik hier voor extra geluid

Hij gooide dan de kruimels in de lucht. ‘Zonder brood gaan vogels dood!’ riep hij dan. De meeuwen plukten ons brood uit de lucht en vlogen schreeuwend weg. Duiven aten de restanten die de meeuwen in hun gevecht verloren en de mussen pikten het voer brutaal van mijn laarzen. De uilen lieten zich niet zien. ‘Opa, ik wil vliegen, maar dat kan ik niet.’ Als ik dat zei, wist ik wat er zou komen. ‘Jij kan niet vliegen? Natuurlijk kan jij vliegen!’ Hij gooide me hoog in de lucht en riep: ‘Vlieg, meisje! Vlieg!’ Ik sloot mijn ogen en vloog. Hoog in de lucht vloog ik mee met de vogels en in de verte hoorde ik opa roepen, ‘je kan het meisje, je kan het!’ Nu is hij dood. Hij is uit een boom gevallen. Een uilenboom. Hij wist het zeker, er zaten uilen in de boom voor zijn huis. Zijn boom.

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


75

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Witek, Lente, Anne Filip & Maikel


Die boom zou gesnoeid worden door de gemeente, zoals elk jaar. Maar dit jaar zat er een uilennest en bomen met zo’n nest mag je niet snoeien. Hij wilde foto’s maken. Bewijs verzamelen, de uitjes redden. Toen ik uit school kwam lag opa op zijn rug in de tuin. Er was een dokter en een chauffeur. De dokter voelde opa’s pols en de chauffeur pakte me bij de hand en zei dat opa uit de boom gevallen was. Het fototoestel lag nog op de grond. Hij gaf me het toestel en bracht me naar mijn moeder.

Toen de chauffeur van de Doktersdienst kwam vragen hoe het met mij ging, heb ik hem een foto gegeven. Dat vond hij leuk. Klik hier voor de video gemaakt door Witek, Lente, Anne, Filip, Maikel. Geluid door Kaya en Yerle

Later kwam er nog een ziekenwagen, maar dat hoefde niet meer. Opa was al dood. Er waren drie foto’s. Er was echt een uilennest. Met eieren. Drie of vier, dat kon ik niet goed zien.

76

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


Een dankbare patiënt - J.C. Taatgen-Gevers Op een dag was ik op het balkon bezig met mijn plantjes. Plotseling voelde ik iets in mijn oog. Wat het was, kon ik niet ontdekken, maar het was zeer pijnlijk. Mijn kinderen kon ik op dat moment niet bereiken en ook mijn huisarts was niet aanwezig. Ik raakte een beetje in paniek en het water liep inmiddels uit mijn neus, ogen en mond. Ik wist niet wat ik moest doen en heb ten einde raad de Doktersdienst maar gebeld. Na een tijdje kwamen ze bij mij aan de deur. Na wat geruststellende woorden hebben ze een splintertje uit mijn oog gehaald. Daarvoor ben ik ze nog zeer dankbaar. Vandaar dit verhaaltje. Om mijn dank te tonen heb ik een gedicht gemaakt.

Klik hier voor extra geluid

Hierbij het gedichtje dat ik stuur de naar de doktersdienst: Zaterdag 17 maart kreeg ik iets in m’n oog Het was iets dat er niet om loog. Ik had heel veel pijn het water liep uit mijn neus en uit m’n mond de druppels vielen op de grond. Niemand kon mij helpen, wat moest ik doen? Toen heb ik de dokterdienst gebeld en daar mijn verhaal aan verteld Toen zijn ze bij mij gekomen en hebben het vuiltje uit mijn oog genomen Uit dankbaarheid schrijf ik dit verhaal en die goede hulp vertel ik aan allemaal

met vriendelijke groet, een dankbare patiënt van 93 jaar.

77

vierentwintig verhalen geschreven door de patiënten en werkers van Doktersdienst Groningen


78

vierentwintig verhalen geschreven door de patiĂŤnten en werkers van Doktersdienst Groningen Rebeccca Bult, Margaux & Dean Luchtenberg



Bij Nacht en Ontij